Handelingen raad 21 februari 2022
Tekst van het document
Dat is natuurlijk wel even de vraag hoe deze wet vorm krijgt en welke noodzaak hiermee wordt bediend. Als we dit zo horen, wat ook als amendement in is gebracht, is toch die hang van - vooral de Zutphense raad - naar micromanagement. Ik herinner mij dat wij ooit als raad afgesproken hebben welke koffie en thee de ambtenaren moeten drinken, waardoor ze zelf van huis thee en koffie meenamen. Dus, iedereen vindt altijd wel een weg om de regels heen. Ik merk gewoon dat dit, die amendementen die hier nu aanhangen, toch dezelfde uitstraling hebben. Als wij het hier bijvoorbeeld hebben over de woningen, ik heb dan wel het idee: “Vertrouw wat meer op een College.” Het College stellen wij ook als raad aan, dat is ook een democratisch proces. Als wij zeggen, als gemeenteraad, dat wij het vertrouwen in de politiek willen herstellen, dan zullen wij ook het College meer vertrouwen moeten geven. Want, hoe minder het vertrouwen in de eigen bestuurders is ... Ja, daarmee geef je geen goed beeld af. Vooral bij zoiets als huizen bouwen, wat nu echt een noodzaak is, zouden we juist moeten voorkomen dat we niet de hele tijd zeggen: “We willen meer woningen.” Maar, nee ... Nu eventjes: dit kan voor de komende periode zeker. Als het uit de klauwen loopt, dan kan – en moet - de gemeenteraad altijd op een bepaalde manier een wethouder ter verantwoording roepen.
De bomen, daarbij valt het mij altijd wel op - en dat moeten we ons goed realiseren - het kappen van bomen staat in verband met het aanplanten van bomen. Vooral in de buitengebieden, als een boerenbedrijf of een particulier grote aantallen bomen bezit, dan wil hij daar wel graag zeggenschap over houden. Dus, een boer of particulier zal minder geneigd zijn om bomen aan te planten, wetende dat het heel erg lastig zal worden om op een later tijdstip die bomen weer te verplaatsen, te verwijderen, of te verjongen. Ik heb veel van dit soort gevallen meegemaakt in andere buitengebieden en ook dàt is een kwestie van vertrouwen. Om dat dus zo hard hier neer te zetten, is onzes inziens niet nodig. Dan de zonneparken. Wij waarderen natuurlijk dat de omvang is teruggebracht van vijf naar twee hectare. Daar hebben wij wel een bepaalde grens gelegd van industriële zonneparken, waar wij zeker niet achter staan. Dat de deur op een kier blijft staan voor kleinschalige, zéér kleinschalige, zonnevelden, dat nemen wij mee. Ook dit valt net als de woningen. Wij willen allemaal duurzame energie. Maar, dan krijg je dit toch ook weer als een blokkade, het is apart als oppositiepartij, maar wij hebben toch het idee van: vertrouw toch in het College en zorg dat die stemming er iedere raadsperiode is. En breng vooral ook de rust terug bij de burgers, dat zij weten waar zij aan toe zijn.
Dan niet alleen voor de komende vier jaar, maar voor een langere periode. Dus, de amendementen, wij zullen die niet steunen. Hoe het voorstel verder tot stand is gekomen, is prima, denk ik. Wij wachten graag af wat Den Haag doet, maar vooralsnog blijven wij hierbij. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan is het woord aan de VVD.”
54
De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. Het meeste is al gezegd, maar goed .... Al is de Omgevingswet wel uitgesteld, zoals iedereen wel weet, tot diep in het najaar. Naar ons idee wordt deze wet wel ingevoerd, maar, het kan nog even duren. Dan hebben wij als gemeenteraad - hopelijk - al een aantal procedures geregeld. Een daarvan is het Adviesrecht van de gemeenteraad over de bopa’s, ik vin dat zo’n woord, maar ‘buitenplan omgevingsplan activiteiten’. Ik kan er nog steeds niet over uit wat voor woord dat is. Daarom houd ik het ook altijd simpel en dat ben ik ook. Dit zijn onderwerpen die niet binnen het normale kader vallen van de Collegebevoegdheid. Het College heeft een mooie lijst samengesteld. Hulde daarvoor! Maar ook de raadsfracties hebben hun inbreng hierin gehad. Ik vind het een hele mooie samenwerking van het geheel. Het punt wat wij vorige keer ook hadden: het terugbrengen van het aantal zonneparken van vijf naar twee, daar zijn wij een groot voorstander van. Ik ben blij dat het er nu in staat. Ons stemt dit verhaal zeer positief, zoals het er nu ligt, Dan wil ik nog even kijken naar de amendementen. Het amendement bomen en hout: wij zijn zeker voorstander van hout, maar wij willen niet graag het proces van bomen en hout verder verstoren, maar wel de snelheid erin houden, wat al een paar keer genoemd is.
Wat ook al een paar keer is genoemd - zeker door het CDA - onder het punt 10 vallen zeker de bomen, maar ook de woningen. Dan kom ik bij het amendement van de woningen. Vorige week hadden wij een Forum en vijftien woningen vinden wij op zichzelf een groot aantal in het buitengebied. Volgens mij, krijg je al gelijk een tien erbij. Maar, nu zie ik de woningen, wat GroenLinks onder andere heeft ingediend, van vijftien naar drie gaan en dat vinden wij wel heel erg rigoureus. Dus, daar zullen wij ook niet mee instemmen. Ook dit is weer snelheid erin houden. Dan hebben wij zonnepanelen, zonneparken, groter dan een hectare. Hier gaan wij ook niet in mee. Wij vinden het voldoende geborgd dat het van vijf naar twee is gegaan. Wij zullen alle drie de amendementen niet steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan tot slot, D66.” De heer BROUWER: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, toch wel even de rode draad. Zutphen is natuurlijk qua oppervlak een van de kleinere gemeenten van Gelderland. Dat vooraf. We hebben het over adviesrecht, laat dat ook duidelijk zijn. Wat betreft het amendement ‘Woningen in het buitengebied’. Ja ... Gezien ons kleine oppervlak en de kwetsbaarheid van ons buitengebied, is alles wat je hier doet, qua bouwen ... heeft al snel een flinke impact. Daarbij is voorzichtigheid geboden, wat ons betreft.
Dus, is het gewoon verstandig om voor dat buitengebied een lagere norm voor te stellen. Zeker als ik de afgelopen debatten zo zie, over wonen en bouwen, dan schat ik de mogelijkheid van de raad eigenlijk heel hoog. Je zou bijna spreken van een soort zorgplicht om als gemeenteraad hier betrokken bij te blijven. Dus, dan zeggen wij: Ga akkoord met een lagere norm voor bouwen in het buitengebied. Zorgvuldigheid gaat dan - wat ons betreft - vóór die snelheid die steeds maar wordt benoemd. Voor wat betreft de bomenkap: dat zullen wij ook steunen. Wat betreft de veiligheid ... Want dat is natuurlijk altijd een heikel punt hier in deze gemeente, helaas een tragisch voorbeeld. Maar gevallen van noodkap zijn zonder advies van de raad mogelijk. Dus, die veiligheidsoverwegingen staan ook allemaal opgenomen in het amendement. Voor wat betreft de zonnevelden: hier zijn wij toch ook voor om een strenge lage norm te hanteren voor het adviesrecht van de raad. Hier ook weer: de gemeente Zutphen heeft gewoon heel erg weinig grond. Ik sluit me daar verder ook nog bij de SP aan, dat vanwege de zeggenschap die je toch ook aan je inwoners wilt geven via de gemeenteraad. Daar zeggen wij ook bij van: een zonneveld van een aantal hectare heeft toch al een flinke impact, ook op de omgeving. Wij pleiten ook hier voor een lage norm bij het inzetten van het advies van de raad.
Dus, wij zullen de drie amendementen steunen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja. Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Ja, er zijn wat vragen aan ons gesteld. Dus, dank u wel dat ik de gelegenheid heb om deze te beantwoorden.
55
Ja, er is een aantal grote termen de revue gepasseerd: alles dichttimmeren, geen controlesysteem creëren, vertrouwen hebben in het College, de snelheid in de gaten houden. Dat is allemaal op zich misschien terecht. Aan de andere kant is het wel zo, dat juist de ruimtelijke ordening, waar we het hier over hebben, altijd een bevoegdheid van de raad is geweest. De huidige situatie is zo, dat alles via de raad gaat, tenzij het gedelegeerd is aan het College. Als u weet wat er wel niet allemaal aan het College is gedelegeerd, dan is dat een hele lange lijst. Wat er nu aan adviesrecht overblijft, is helemaal niet zo’n lange lijst. Inclusief onze amendementen zijn dat maar elf punten. Dus, om te zeggen dat alles wordt dichtgeregeld ... Dat is beslist niet het geval. Bovendien is het zo, dat de Omgevingswet een versnelling van de vergunningverlening impliceert. Wat we daar eigenlijk aan toevoegen, is dat we op een aantal punten - naar mijn idee vrij zeldzame gevallen - daar een adviesrecht van de raad aan verbinden. Dat is dus lang niet in alle gevallen, want heel vaak zal woningbouw of het kappen van bomen ook gedekt zijn door bestaand beleid. In die gevallen is dat bindend adviesrecht niet nodig, want dan hebben we er als raad al een besluit over genomen. Dus, het zal betrekkelijk weinig voorkomen dat we daar gebruik van moeten maken.
Nog even de woningen: Ik denk, dat wij ons niet moeten vergissen in de snelheid waarmee en het diffuse karakter waarmee ons landelijk gebied toch meer verstedelijkt raakt. Je ziet overal, als je in het buitengebied fietst, dat er woningen worden gebouwd. Vaak op de plaats van stallen. Dat gaat over een ander punt uit de lijst. Dit amendement niet. Maar, ik denk dat we toch heel duidelijk tegen verdere woningbouw in het landelijk gebied moeten stemmen, als het niet gedekt wordt door ander beleid. De situatie is, dat er meer dan drie woningen zullen worden aangevraagd. Dat zal niet zo vaak voorkomen, maar in die gevallen wil ik daar als raad toch wat over te zeggen hebben. Datzelfde geldt voor bomen. Bomen, dat is een kwestie waar wij als volksvertegenwoordigers toch ook moeten beantwoorden aan de wens die er bij veel mensen in de bevolking leeft, dat dit een belangrijk onderwerp is. Dan denk ik, dat het goed is dat wij als raad daar ook een zeker mate van inspraak, zeggenschap, over blijven behouden. Dat wilde ik nog toevoegen aan de twee amendementen die waren ingediend.” De VOORZITTER: “Interruptie van de heer Siemes.” De heer SIEMES: “Ja, u valt wat mij betreft in herhaling. Maar, dat is voor mij een moment om toch weer even een punt aan te halen. U heeft liever twee hectare aan zonnepanelenvelden, dan vier woningen in het buitengebied.
Klopt dat?” De VOORZITTER: “Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Het amendement beoogt, dat wij daar als raad wat over te zeggen hebben. Als het amendement wordt aangenomen, betekent dat inderdaad dat als er buitenplans, dus buiten bestaande plannen, een initiatiefvoorstel komt voor vier woningen, dat we daar als raad wat over hebben te zeggen. Dat wil niet zeggen dat die woningen niet kunnen doorgaan. Dat hangt van het plan af. En inderdaad: twee hectare zonneveld, daar gaan wij ook over praten met deze lijst.” (Audiopositie (01:10:22)) De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan open ik de ronde voor de tweede termijn. Ja, even een nieuw blaadje pakken. Ik zag als eerste de Stadspartij, de ChristenUnie, de VVD, Kies Bewust Lokaal. Ja?” De heer JANSEN: “Voorzitter, mag ik een punt van orde inbrengen. Het College is als zodanig niet gevraagd om een reactie. Maar, misschien is het toch verstandig om het College even de ruimte te geven om een reactie te geven.” De VOORZITTER: “Dat zou ik hebben gedaan als u daar in uw bijdrage om had verzocht.”
56
De heer JANSEN: “Nee, dat snap ik. Ik heb dat ook niet gehoord. Als zodanig doe ik dat nu eventjes. Maar, ik weet niet of het College bereid is daar toch nog even op te reflecteren of dat het College zegt: “Het is aan de raad, we horen het wel.” Dat kan ook.” De VOORZITTER: “Volgens mij, zeg ik als voorzitter: “Het is aan de raad.” Ik let heel goed op of er vragen worden gesteld aan de wethouder. Dat heeft u niet gedaan. Ik heb ook het idee dat u meer met elkaar in gesprek bent dan dat u nog feiten verwacht van de wethouder.” De heer JANSEN: “Oké, dan vat ik het zo op wat u zegt, dat het in de tweede termijn meegenomen kan worden. dank u wel.” De VOORZITTER: “Dan geef ik de Stadspartij het woord voor de tweede termijn.” Tweede termijn (Audiopositie 01:11:33)
“De heer PELGRIM: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor een aantal partijen zeggen dat de grens bij twee hectare ligt, maar, ik wil nog wel even vragen om u voor te stellen dat twee hectare toch vier voetbalvelden zijn. Dat heeft een vrij forse impact op het landschap. Daarom zeg ik: willen we toch nog realistisch zijn in het landschap, dan moeten we terug naar één hectare.” De VOORZITTER: “Interruptie van de VVD.” De heer HISSINK (VVD): “Ja, dank u voorzitter. Maar, wij hebben het niet over twee hectare volbouwen. We hebben het erover of we het erover moeten hebben of wij die twee of één hectare moeten hebben. Dus, niet of we die twee hectare volbouwen, maar dat we het erover moeten hebben òf we die twee hectare willen volbouwen. Daar gaat het om. Het is heel ingewikkeld, maar zo gaat het wel. Naar mijn idee.” De VOORZITTER: “De Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Voorzitter, het betekent dat als de als de anderhalve hectare wordt aangevraagd, dat het College daarover gaat. Ik wil als volksvertegenwoordiger daar wat zeggenschap over hebben. Een adviesrecht over hoe het gaat. Daarom de grens van één hectare.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik heb de raad opgeroepen om te reageren op mijn opmerking, of uitspraak, dat wij als raad niet te betuttelend moeten zijn.
Met alle respect voor de Stadspartij, maar als ik de laatste woorden hoor, dan loop je de kans dat wij als raad heel betuttelend over komen.” De VOORZITTER: “De Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u, voorzitter. Het is niet betuttelend bedoeld, maar zo bedoeld opdat wij in onze rol als volksvertegenwoordiger op bepaalde belangrijke en essentiële zaken wél het adviesrecht kunnen behouden. Die rol hebben we en daarvoor worden we gekozen. Die rol moeten wij ook pakken en nemen. Daarom willen we op dit punt, en in de andere amendementen, een lagere normering.” De VOORZITTER: “Ja. Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat andere fracties er ook nog op reageren, maar in tweede termijn zal ik zeggen dat ik vóór het amendement van de woningen ben. Ik ben tegen het amendement van de bomen en tegen het amendement van de zonnepanelen. Dank u wel.”
57
De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD.” De heer HISSINK (VVD): “Ja, dank u wel voorzitter. Nu weet ik niet helemaal of het nou goed is, of ik het goed heb, maar ik wilde het College eigenlijk wel horen wat die van ... Dat mag dus niet meer?” De VOORZITTER: “Ja, daar legt u de bal leuk bij mij neer. Dat gebeurt natuurlijk in de eerste termijn. Op het moment dat u in de eerste termijn vragen stelt, komt daar de wethouder of het College aan bod. Maar, ik heb geen vragen gehoord. Dus, ga ik dat niet vragen en zijn wij nu in de tweede termijn beland.” De heer HISSINK: “Oké, ik had het anders in mijn gedachten.” De VOORZITTER: “Dan Kies Bewust Lokaal.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel. De Stadspartij sprak over vier voetbalvelden. Volgens mij, is het ... Als je vier voetbalvelden bij elkaar optelt ... Eén voetbalveld is ongeveer 6.400 tot 7.100 m2. Vier voetbalvelden is nog steeds geen duizend vierkante meter en al helemaal geen hectare. Dus, hoe die verhoudingen liggen bij de Stadspartij, dat weet ik niet, maar dit betreft een hele andere orde van grootte. Maar, goed. Ik geef dat de Stadspartij nog even mee om erover na te denken. Kijkend naar het amendement woningbouw: wij zijn er geen voorstander van om daarin mee te gaan, wat ik al eerder heb gezegd. Om voldoende redenen die ik ook heb aangegeven. Het kappen van bomen en houtopstanden. Ja, dat is een lastige.
Wij gaan ervan uit, dat het College voldoende kennis en ervaring heeft en dat er straks ook wethouders komen te zitten die voldoende kennis en ervaring hebben en ook weten waar ze over praten, weten waar ze op moeten sturen en weten waar de raad uiteindelijk op wil sturen. Ik denk dat dat misschien een mooi voorschotje is op een eventuele coalitievorming. Maar, ik denk dat we daarop moeten sturen en daar ook vertrouwen in moeten hebben dat dat zo komt. Dan komt de raad daar wellicht in opstand. De zonneparken: ik heb al aangegeven, dat wij geen voorstander zijn van grote zonneparken. Nul, wat ons betreft. Maar, als je kijkt naar twee hectare, dan kun je zeggen: “Oké, dat is misschien nog te zien als kleinschalig.” Maar, wat ons betreft, daar geef ik straks nog wel een stemverklaring over, is dat nog te groot. Dus, we hebben daar nog wel moeite mee. Maar, misschien dat daar toch nog een reactie op komt van andere partijen. Voorzitter, u gaf aan dat het College in de eerste termijn een reactie kan geven. Maar, het is ook aan de raad. Als de raad denkt dat het College gevraagd kan worden om een reactie te geven, dan kan de raad over de eigen agenda gaan en alsnog het College vragen. Ik vraag u bij dezen, de betreffende wethouder het woord te geven en te laten reflecteren op de opmerkingen die zijn gemaakt.
En wat betekenen die opmerkingen die zijn gemaakt nu in het vervolgtraject? In “de handel en wandel”, laat ik het maar zo zeggen, van het College die daar ook wetgevend inhoudelijk een afweging in moet maken. Voorzitter, ik denk dat ik op dit moment voldoende heb.gezegd. Mocht het zo ver komen dat het tot besluitvorming komt, dan meld ik mij. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Nou, dat laatste gaat zeker gebeuren. Ik verzoek u dan voortaan om zelf in de eerste termijn op te letten met wat u doet en niet de bal bij mij neer te leggen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, met alle respect voor u. Ik leg zeker niet de bal bij u neer. Het is een oprechte vraag die op een gegeven moment ...” De VOORZITTER: “Meneer Jansen, u heeft nu niet het woord. Ik was bezig mijn zin af te maken. Ik wil wethouder Werger vragen om ons nu een antwoord te geven op de vragen.” Reactie College tweede termijn (Audiopositie 01:17:32)
58
Wethouder WERGER: “Voorzitter, dan reageer ik op de drie amendementen. In de eerste plaats ... Volgens mij, hebben wij gemerkt tijdens het overleg, dat we al hebben gevoerd in het proces, dat er een breed draagvlak was voor het wijzigen van vijf naar twee hectare en dat dat op zich altijd iets is wat buitenplans is. Dus, elke vorm van ontwikkeling die er is, die niet binnen de afgesproken plaatsen ligt, daarbij moet ik altijd voorstellen, staat op deze lijst. Als het gaat om bomen, dan begrijp ik de behoefte zeer zeker wel. Maar, ik moet u wel even zeggen dat als het gaat om grote aantallen bomen in het buitengebied, dan is de gemeente geen bevoegd gezag. Dan is de provincie dat op basis van de wet Natuurbescherming. De vraag is even hoeveel zin het amendement heeft. Als het gaat om de woningbouw, ben ik blij dat er in ieder geval een aanpassing heeft plaatsgevonden, dat het gaat over drie nieuwe woningen. Anders zouden we namelijk bestaande bedrijfswoningen moeten meenemen. Daarnaast moet ik u wel meegeven, dat wij eerst vijftien hebben genoemd, dat u vervolgens tijdens de sessie naar acht ging en dat de wijziging van acht naar drie wel héél extreem is. Ik zou u willen oproepen dat u ietsje omhoog zou kunnen gaan bijvoorbeeld, naar vijf.
Dat zijn de punten, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank wethouder voor de korte beantwoording.” De heer LOGEMANN: “Mag ik een vraag stellen aan de wethouder? “Wat wint u ermee als wij van drie naar vijf gaan?” Wethouder WERGER: “Voorzitter, het geeft iets meer ruimte. Want, u moet zich wel voorstellen dat inderdaad drie meestal nogal, toch, in het buitengebied, als je de ruimte hebt, redelijk makkelijk ... Zeg maar, daar kom je al snel aan. Ten tweede, is het misschien ook wel goed dat we ons realiseren dat het om buitenplanse activiteiten gaat en wij altijd het artikel 10 hebben, zoals de heer Brunsveld heel duidelijk aangaf. Dat betekent, als er sprake is van een situatie waarvan we denken: “Dit is politiek zo gevoelig” - en of dat nou om zonneparken op specifieke plekken, of woningen op specifieke plekken gaat - dan komen we sowieso bij u terug. Daar mag u vanuit gaan. Want, dan controleert u ons na die tijd wel en hebben we alsnog een probleem met elkaar. Dus, dat lijkt me vanzelfsprekend.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan kijk ik even rond en wilde ik eigenlijk overgaan tot stemming? Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, voordat u dat doet, heb ik toch nog even een vraag aan Groen Links. Het gaat, onder andere, over het amendement over de bomen. Een gevoelig onderwerp, dat begrijpen wij ook heel goed.
Maar, toch haal ik ook even dat punt 10 aan: die maatschappelijke gevoeligheid. Waar zit precies uw angst dat u dit per se zo op deze manier wilt regelen? Het tweede punt wat ik even wil maken, gaat over het amendement wonen. Ik hoorde net toch eigenlijk wel een interessante opmerking die de wethouder zojuist plaatste. Ik heb inderdaad de daling gehoord van vijftien naar acht en nu naar drie. Maar, hoe staat u er tegenover om van drie nu vijf te maken? Want, ik kan me dat eigenlijk wel goed voorstellen. Dat biedt aan beide kanten wel meer ruimte en dan heb ik wel het gevoel dat wij dat amendement ook zouden kunnen steunen. Zou u daarop kunnen reageren?” De VOORZITTER: “Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Wat de bomen betreft: het belangrijkste is, dat wij hiermee als volksvertegenwoordigers een signaal afgeven. Dat wij als raad bepalen waar we over spreken en niet - zeg maar - een heel belangrijk onderwerp – het kappen van bomen – per definitie delegeren aan het College. Op zich is er veel vertrouwen richting het College vanuit onze fractie, maar ik denk dat we het ook in de raad moeten hebben over de dingen die de
59
mensen bezighouden. Het kappen van bomen maakt daar zeker deel van uit. Het gaat overigens niet om bomen die ziek zijn, voor alle duidelijkheid. Daar geldt andere regelgeving voor en dat sluit het amendement ook uit. Die moeten gekapt kunnen worden uit oogpunt van veiligheid en dat is dus ook niet aan de orde. Dan uw vraag, trouwens ook van de wethouder, het oorspronkelijke voorstel was vijftien. Eigenlijk waren veel fracties het erover eens dat dat te hoog was. Ik heb toen in het Forum acht genoemd en daar later nog eens over nagedacht en toen dacht ik: “Het signaal is, dat we geen verstedelijking willen in het landelijk gebied.” Dan is acht nog steeds een enorm aantal. Daarom heb ik gekozen voor drie. Uiteraard in overleg met de andere indieners, de Stadspartij en D66. U vraagt mij op de man af van: “Zou u kunnen leven met vijf?” Als dat betekent, dat er in deze raad een bredere steun is voor dit amendement, dan zou ik daar beslist wel toe geneigd zijn. Maar, dat moet ik uiteraard eerst wel overleggen met mijn mede-indieners. Ik constateer wel, dat er op zichzelf voor het amendement voor de woningen wel een meerderheid is. Maar, dat is een krappe meerderheid.
Ik kan natuurlijk op mijn strepen gaan staan en zeggen dat we het laten staan, maar ik kan er ook in meegaan en wil ook wel overwegen met de andere indieners dat we er vijf van maken.” De VOORZITTER: “Ja, dan wordt het vijf. Het lijkt wel een veilinghuis. Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Ja, ik wou inderdaad verdergaan in deze koehandel. De wethouder gaf net al aan ...” Mevrouw WESTERIK: “Mag ik hier even een punt van orde inbrengen. Ik vind het toch een beetje enorm afdoen aan waar we hier met elkaar mee bezig zijn. Dus, ik zou toch de woorden ‘veilinghuis’ en ‘koehandel’ hier niet willen bezigen.” De VOORZITTER: “Nou, mevrouw Westerik, een beetje humor mag zelfs in de raad. Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Nou, voor mij is het ook een serieus punt. Want, op dit punt nog ... We hebben vanmiddag deze amendementen gekregen. Ik heb zet net allemaal doorgenomen. Op dit punt gaan we nu aantallen veranderen, terwijl we net hebben begrepen van de wethouder dat het aantal ‘acht’ was genoemd wat een bredere consensus had. Dan zou ik eerder gaan voor acht. Dat is dan mijn impuls hierin vanuit de raad. Maar, we gaan inderdaad de kant op dat we nu gaan onderhandelen over het aantal. Ik weet niet of wij die kant op willen.” De VOORZITTER: “De VVD, ter interruptie.” De heer PELGRIM, VVD: “Eigenlijk een steun voor de heer Siemes.
Want, ik had eigenlijk eerst in mijn betoog staan: “Wij hadden het toch vorige week tijdens het Forum over acht? En nu stond er drie.” Maar, nu zijn wij wel bezig met hoeveel: vijf, acht, tien? Wij als VVD waren best voornemens om het aantal dat vorige week is genoemd... daar zouden wij mee kunnen instemmen. Onder de acht, daar gaan wij niet in mee.” De VOORZITTER: “Oké, ik stel voor dat Groen Links nu met een finale tekst komt wat dit betreft.” De heer LOGEMANN: “Dat wil ik graag doen, maar niet nadat ik even heel kort de mede-indieners heb geraadpleegd. Ik vraag een schorsing van twee, drie minuten.” De VOORZITTER: “Ja, ik schors even voor twee minuten.” De vergadering wordt geschorst. De vergadering wordt hervat.
(Audiopositie 01:24:35) (Audiopositie 01:25:19)
De VOORZITTER: “Dan heropen ik de beraadslagingen weer. Meneer Putker.
60
Wat is de uitkomst, meneer Logemann?” De heer LOGEMANN: “De uitkomst is, dat de indieners, de Stadspartij, D66 en Groen Links, kunnen leven met een aantal van vijf. Dus, het amendement wordt gewijzigd naar “Vijf nieuwe woningen.” De VOORZITTER: “Dat heeft iedereen luid en duidelijk gehoord. Het amendement wordt aangepast naar vijf. Ik wacht nog heel even met de stemming, want we zien dat er nog stoelen leeg zijn.” De heer BLOEM: “Voorzitter, u zei toch twee minuten? Toch?” De VOORZITTER: “Ja, die zijn wel om, hoor.” De heer BLOEM: “Ja?” Er valt even een stilte totdat iedereen weer op zijn/haar plaats zit.
De VOORZITTER: “Oké, we gaan verder. We gaan dus stemmen: eerst over de amendementen en daarna over het voorstel, al dan niet geamendeerd. Zijn er nog stemverklaringen? Ja, meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het amendement woningbouw. In de aanpassing kunnen wij ons vinden, buitenplans, maar dan vijf als zodanig. Dus, in die zin steunen wij het amendement. Voorzitter, als u het goed vindt ga ik naar de andere?” De VOORZITTER: “Ja, maar een korte verklaring.: De heer JANSEN: “Ja. Ja of nee, dat gaat nu dus niet. Kappen van bomen steunen wij niet. Wij weten hoe dierbaar ons dat ook allemaal is. Zonneparken gaat naar twee en dat steunen wij in die zin wel, omdat wij dat toch wel zien als kleinschalig.” De VOORZITTER: “Ja, dit zijn eigenlijk geen stemverklaringen. Laten wij gewoon overgaan tot de stemming.”
9.a
Amendement: Adviesrecht onder de Omgevingswet; bindend adviesrecht woningen buitengebied Griffienr. 2022-A0001 (Audiopositie 01:29:15)
De VOORZITTER: “Aan de orde is stemming 9.a. ‘Amendement: Adviesrecht onder de Omgevingsweg; bindend adviesrecht woningen buitengebied’. Dat zijn er dan dus vijf.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) En gesloten. 22 stemmen vóór en zes stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Dan is het amendement aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
9.b
Amendement: Adviesrecht onder de Omgevingswet; bindend adviesrecht kappen bomen en houtopstanden Griffienr. 2022-A0002
61
(Audiopositie 01:30:00)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar 9.b. ‘Amendement: Adviesrecht onder de Omgevingswet; bindend adviesrecht kappen bomen en houtopstanden’.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) En gesloten. Zeventien stemmen vóór en elf stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Ook dit amendement is aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
9.c
Amendement: Adviesrecht onder de Omgevingswet; bindend adviesrecht zonnepanelen groter dan 1 hectare Griffienr. 2022-A0003 (Audiopositie 01:30:33)
De VOORZITTER: “Dan amendement 9.c over de zonnepanelen.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) Eén persoon heeft diens stem nog niet uitgebracht. (...) De heer Bloem. De heer Bloem, u mag nog een stem uitbrengen. Oh, nu weet ik niet meer wat de vorige was.” De VOORZITTER: “We doen deze stemming gewoon even opnieuw. Ja?” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) En gesloten. Vijftien stemmen vóór en dertien stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Ook deze is aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
9.d
Adviesrecht onder de Omgevingswet Griffienr. 2022-0008 (Audiopositie 01:32:20)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij nu stemmen over het geamendeerde voorstel ‘Adviesrecht onder de Omgevingswet’.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) En gesloten met 28 stemmen vóór en geen stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Unaniem aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
62
10
INTREKKING VERORDENING DORPSRAAD WARNSVELD 2010
GRIFFIENR: 2022-0009 (Audiopositie 01:39:50)
De VOORZITTER: “Dan gaan we nu verder met agendapunt 10. ‘Intrekking verordening Dorpsraad Warnsveld 2010’. Wat zegt u? We hebben net al een hele lange pauze gehad voor sommige mensen. Nee, is goed. Ik kan dat niet weigeren. Maar, niet allemaal tegelijk, want dan duurt dat heel lang. Ik schors even voor maximaal vijf minuten.” De vergadering wordt geschorst. De vergadering wordt hervat.
De VOORZITTER: “Ik heb even in de agenda gekeken. We hebben nog ongeveer tien agendapunten die we binnen twee uur moeten afwikkelen volgens uw eigen verordening. D66, mevrouw Ten Holder.” Eerste termijn Mevrouw Ten HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het is goed om te zien dat Warnsveld zich thuisvoelt bij Zutphen en een speciale status niet meer nodig is. Wij hebben als D66 ...” De VOORZITTER: “Ik vraag even om hulp hier.” De heer Jansen neemt het voorzitterschap tijdelijk over.
De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik begin gewoon even opnieuw. Het is goed om te zien dat Warnsveld zich thuis voelt bij Zutphen en een speciale status niet meer nodig is. Dat is een heuglijk feit, gezien de historie. Wij hebben als D66 Zutphen-Warnsveld onze naam een paar jaar geleden ook gewijzigd in D66 Zutphen. Formeel is dat ook een goed punt, denk ik. Wij hebben een soort voortschrijdend inzicht gehad. Wij steunen dit voorstel dus, om die verordening in te trekken, maar wij hebben wel een vraag aan het College. Dat is: “Als het gaat om de zeggenschap van onze inwoners, dan zegt de Gemeentewet in artikel 150, in feite, dat wij verplicht zijn om een inspraakverordening, c.q. participatieverordening te hebben. Ik heb het opgezocht, maar ik heb niets kunnen vinden. Dus, ik heb daar een vraag over aan het College: Hebben wij een inspraakverordening? Zo niet, zou het dan slim zijn om deze verordening om te gaan zetten of te vervangen door een algemene inspraakverordening?” De VOORZITTER: “Heldere vraag, dank u wel. Ik kijk even naar de overige raadsleden. Meneer Hissink van de PvdA, gaat uw gang.” De heer HISSINK (PvdA): “Ja, misschien is het handig als het College eerst even reageert voordat ik mijn eigen verhaal doe?” De VOORZITTER: “U doet een ordevoorstel, begrijp ik.
De heer Siemes? Ik kom ook nog even bij de heer Logemann. Meneer Siemes, bent u het eens met het ordevoorstel, want dat gaat voor?” De heer SIEMES: “Ik ben het niet eens met het ordervoorstel. Laten we eerst een paar rondjes doen. Dat lijkt me handiger. Daarna in tweede instantie eventueel.” De VOORZITTER: “Oké. De heer Lok.”
63
De heer LOK: “Ja, ik ben het eens met de heer Siemes. Laten we eerst de ronde van de raad doen en daarna overgaan naar het College.” De VOORZITTER: “De heer Logemann, GroenLinks.” De heer LOGEMANN: “Idem.” De VOORZITTER: “Idem. Mag ik dan de conclusie trekken dat we dan eerst de ronde in de eerste termijn als zodanig afmaken en daarna ga we dan verder? De heer Hissink van de PvdA, gaat uw gang.” De heer HISSINK (PvdA): “Ja, dank u wel voorzitter. De PvdA-fractie vindt het een goede zaak dat in gezamenlijk overleg met de Stichting Dorpsraad Warnsveld, gemeente Zutphen, nu in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst is gekomen. Dus, dat steunen wij van harte en wij hopen op een mooie samenwerking. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Siemes.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Wij hadden gevraagd om dit niet als hamerstuk te behandelen. Want, het is nu 21 februari 2022 en dat kan wel eens een herdenkingswaardige dag gaan worden. Want, dit was de dag waarop we bijna geruisloos het dorp Warnsveld als hamerstuk degraderen tot een wijk. Het kan aan mij liggen, maar het lijkt bijna jubelend in het voorstel te staan. Ik proefde net ook al bij D66 dit sentiment, van: “Na twaalf jaar is Warnsveld eindelijk door de knieën.” Als wij ... Nou ja, interruptie.” De VOORZITTER: “De heer Siemes, interruptie van mevrouw Ten Holder. Gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter.
Ik maak hier écht bezwaar tegen. Want, wij zijn één gemeente en als gemeentebestuur, raad en College zorgen wij voor die hele gemeente. Ik vind het gewoon ontzettend fijn - gezien de historie rondom de samenvoeging van de twee gemeenten Warnsveld en Zutphen - dat we het waarschijnlijk goed doen omdat de status-aparte met een eigen verordening voor de dorpsraad, en dus ook voor de inwoners van Warnsveld, kennelijk niet meer nodig is. Dát was de strekking van mijn verhaal. Ik vind dat u dat niet moet degraderen tot de opmerking die u nu maakt, meneer Siemes.” De VOORZITTER: “Dank u wel mevrouw ten Holder. Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Ja, ik begrijp dat deze interruptie meteen al na de derde zin kwam. Maar, ik wil toch mijn verhaal afmaken. Want, ik denk dat ik daarmee wel aan kan geven hoe wij erin staan en hoe Warnsvelders er ook in staan. In het voorstel staat, dat de dorpsraad destijds is opgericht om de leefbaarheid in stand te houden. Dat vinden wij wat bekaaid overkomen, want we weten allemaal dat wij Warnsveld destijds hebben beloofd dat ze hun eigen identiteit zouden kunnen behouden.
U kunt wel zeggen: “Als ik toch meega op het sentiment wat er in Zutphen heerst, dat Warnsveld nu onderdeel is van Zutphen ...” Maar, bij de herinrichting, toen allerlei gemeenten om ons heen en alle dorpen bij elkaar gingen zitten, grote en kleine plaatsen, is bij al die gemeenten, als die buurtdorpen: Eefde, Gorssel, Vorden ... Allemaal gingen ze de kant op, dat daar die identiteit behouden zou blijven en dat die inspraak behouden zou blijven. Dat zij het idee zouden behouden van: “Ik ben Vordenaar, ik ben Eefdenaar.” Hier staat wel een beetje op het spel - dat is onze insteek - dat Warnsvelders dan maar Zutphenaren moeten worden. Dat dit blijkbaar een soort wederzijds iets is. Wij begrijpen heel goed, dat dit door de huidige dorpsraad is geaccordeerd en zij hierin zijn meegegaan. Maar, wij begrijpen ook dat het natuurlijk voor de dorpsraad ontzettend lastig was de afgelopen jaren, om überhaupt mensen voor de dorpsraad te vinden. Net zoals alle verenigingen, kampen zij natuurlijk met een tekort aan bestuurders en vrijwilligers, mensen die enthousiast de schouders eronder willen zetten. Wat wij nu met deze pennenstreek eigenlijk doen, is dat wij toch veel van de macht die
64
zij hadden nu uit handen nemen, de macht om toch ook ons College aan te spreken en de macht om ongevraagd advies te geven en zelf met dingen te komen. Dat zal voor de toekomst alleen maar lastiger maken om mensen enthousiast te krijgen voor een dorpsraad ...” De VOORZITTER: “Interruptie, mevrouw Ten Holder, D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Ziet Burgerbelang die zeggenschap niet in iedere wijk in deze gemeente? Ook De Hoven noemt zichzelf wel eens een dorp. Gaat de identiteit van een gebied niet vooral om: welke zeggenschap geven wij als gemeentebestuur onze inwoners?” De VOORZITTER: “De heer Siemes.” De heer SIEMESN: “Ja, ik denk dat u mensen in Warnsveld wel heel erg beledigt als u nu zegt: Is het niet gewoon een wijk? Nee, dit is niet gewoon een wijk. Twaalf jaar geleden is dit een dorp geweest waarmee wij, als Zutphen, mee heringedeeld zijn. Dit is niet zomaar een wijk. Dit moest destijds en is in redelijke onmin gebeurd. Dat is iets wat nog steeds leeft. Ja, het is ook niet een kwestie van of dit een wijk is ...” De VOORZITTER: “Interruptie, mevrouw ten Holder, gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet gezegd dat Warnsveld een wijk is.
Ik heb aangegeven - en dat is ook mijn termijn op dit agendapunt - Laten wij een inspraakverordening regelen waarmee we de zeggenschap van onze inwoners vastleggen in een verordening als vervanging bij het intrekken van deze verordening, waarbij de inwoners van Warnsveld, zijnde de dorpsraad, akkoord is gegaan. U luistert niet goed naar wat er eigenlijk is gezegd.” De VOORZITTER: “De heer Siemes, gaat uw gang.” De heer SIEMES: “Ik meende echt te horen dat u Warnsveld gelijk wilde stellen aan een wijk. Mijn excuses als u dat anders heeft bedoeld. Ik wil ook wel even verdergaan wat u aangaf over De Hoven die zich als dorp willen manifesteren. Daar zie je dus een beweging ontstaan dat zij meer zeggenschap naar zich toe willen trekken. Die beweging is er in Warnsveld op dit moment niet, maar wij gooien wel de deur dicht voor een eventuele beweging die nog gaat komen. Of, voor toekomstige bewoners die zich interesseren voor de dorpsraad. Dus, dat is ook ons punt. Wij kunnen erover verschillen wat de mensen vinden in Zutphen en wat de status zou moeten zijn van Warnsveld. Wij vinden - ook gezien de geschiedenis - dat Warnsveld meer ruimte moet krijgen om zich als dorp in hun identiteit gesterkt te krijgen.” De VOORZITTER: “Interruptie van de heer Hissink, VVD. Gaat uw gang.” De heer HISSINK (VVD): “Ja, het is niet mijn onderwerp.
Alhoewel ik in het mooie dorp Warnsveld woon en er ook altijd wil blijven wonen: het is nog steeds een dorp. Ik kan het op heel veel punten met de heer Siemes eens zijn, alleen ... Er ligt gewoon een document waar de dorpsraad ook onder staat. Wie zijn wij dan om te zeggen: “Wij accepteren dat niet of wij willen Warnsveld een mooi dorp geven of laten behouden. De voorzieningen ...”. Ondanks dat ik een echte Warnsvelder ben, zie ik dit als een modernisering van het statuut, laat ik het zo zeggen.” De VOORZITTER: “Dat was het, meneer Hissink. De heer Siemes, gaat uw gang. Ik hoop dat u zo dadelijk de eerste termijn kan afmaken. Dan kunnen ook de andere raadsleden nog de gelegenheid krijgen in de eerste termijn om een woord te spreken. Gaat uw gang.”
65
De heer SIEMES: “Dank u wel. Ik kan mij ook wel enigszins vinden in de woorden van de heer Hissink. Dat is ook wel iets waar wij zelf mee hebben geworsteld. Als de dorpsraad nu zelf aangeeft ... Maar, gezien de samenstellingswijzigingen en, inderdaad, de moeite om mensen vast te houden, denken wij zeker niet dat het in dit stadium verstandig is om juist de dorpsraad verder uit te rollen. Daarom zullen wij tegen dit voorstel stemmen. Ook als wij afgaan op de campagne en de programma’s die de partijen hebben gedeeld, dan zal er meer aandacht komen voor participatie. Meer aandacht voor zeggenschap. Het is zonde dat we dat nu, in ieder geval voor Warnsveld, weg dreigen te gooien. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Helder. Dank u wel. De heer Lok, van de VVD.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Ook mijn partij is blij met het feit dat dit samen met de dorpsraad tot stand is gekomen en dat er nu eigenlijk een nieuwe fase wordt ingegaan, wat betreft de samenwerking. Bij mij ontstond nog wel een vraag toen ik het stuk las. Er stond dat wij eigenlijk - formeel gezien - één keer per jaar een gesprek moeten hebben. Ik ben benieuwd hoe vaak het College de intentie heeft om contact te hebben met het nieuwe vertegenwoordigende orgaan vanuit Warnsveld? Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag. Verder kan ik melden dat de VVD-fractie dit voorstel zal steunen.
Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Logemann van Groen Links.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel. Ik denk dat als import-Warnsvelder trouwens ook, dat het een goede zaak is dat de verordening tegen het licht is gehouden, deze herijkt is en nu de vorm heeft gekregen van een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband sluit absoluut niet uit, dat het dorp zijn eigen identiteit behoudt. Dat zal zeker het geval zijn als ik de sfeer in Warnsveld proef, maar wel in de vorm van samenwerking. Dat is een goeie zaak en wij hebben voor het technisch blok, waar dit is besproken, en na het technisch blok ook, contact gehad met de dorpsraad. Aangezien de dorpsraad zelf achter dit samenwerkingsvoorstel staat, zullen wij ook zeker dat voorstel steunen.” De VOORZITTER: “Helder. Dank u wel. De heer Pelgrim, Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Ja, dank u wel voorzitter. Wij vinden in ieder geval dat het mooi is, dat de verordening nu stopt en dat Warnsveld een samenwerkingsverband aangaat. Samenwerken zegt: gelijkwaardigheid. En wat de dorpsraad ook in de eigen doelstellingen zegt: “Wij blijven gaan voor een mooie, sociaal en fysiek en leefbaar behartigen van onze Warnsvelders, onze gemeenschap.” Dus, als Stadspartij zijn wij er in ieder geval voor dat alle wijken en dorpen een bepaalde zelfstandigheid krijgen. Dat zij zelfstandig worden en ook hun eigen invulling kunnen geven.
Dus, wij vinden het goed en mooi dat de verordening stopt en we overgaan naar een samenwerking omdat we daarmee ook voor gelijkwaardigheid kiezen. Ik heb ook gesproken met mensen van de dorpsraad in de afgelopen zomer. Zij willen ook op een andere manier de dorpsraad invullen en daarmee omgaan. Dus, dit ondersteunt ook wat zij willen en wij zullen ook voor het beëindigen van de verordening stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans, Kies Bewust Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u, voorzitter. Ja, de kracht van samen. Hoe mooi is dat? Samenwerken. De samenwerking is besproken met de dorpsraad en ondanks dat wij het van groot belang vinden dat elke wijk een eigen raad of dorpsraad heeft, of wijkraad – hoe je het noemen wilt – vooral omdat participatie belangrijk is en het sturen van onderop. Wij zijn wel heel blij dat hier een akkoord ligt over een samenwerking. Dàt is vooral belangrijk. Laten we samenwerken met elkaar. De dorpsraad heeft daartoe besloten en dat moeten wij
66
respecteren. Wij willen in ieder geval vanuit hier de dorpsraad bedanken voor alles wat zij de afgelopen jaren hebben gedaan. Wij hopen ook dat zij voldoende inspraak blijven houden. Het is inderdaad bijzonder - wat ook mevrouw Ten Holder aangaf - dat D66 het “Zutphen-Warnsveld” eraf heeft gehaald. Zutphen-Warnsveld heeft Zutphen-Warnsveld eraf gehaald. Maar, ook mijn collega’s van Burgerbelang heten nu Burger Belang. Het is mooi, dat wij met z’n allen een eenheid gaan worden en niet alles meer apart besproken moet worden. Het neemt niet weg, dat iedereen een eigen identiteit heeft en de mensen in Warnsveld altijd hun identiteit zullen behouden en gerespecteerd zullen blijven. In ieder geval, namens Kies Bewust Lokaal. Het is een historisch moment. Daar mogen wij best bij stilstaan. Verder vinden wij dat het eigenlijk voldoende besproken is en wij respecteren de wens van de dorpsraad door nu met een samenwerkingsovereenkomst verder te gaan. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Er is een aantal vragen aan het College gesteld. Ik geef het woord aan wethouder Boswinkel. Gaat uw gang. Ondertussen geef ik de voorzittershamer weer aan mevrouw Vermeulen.” Reactie College (Audiopositie 01:55:20) Wethouder BOSWINKEL: “Dank oude voorzitter, hoi nieuwe voorzitter. Bij identiteit gaat het over ... en over samenwerking.
Ik ben eigenlijk zo verbaasd en aan het nagenieten dat er nog een halfuur geleden nog niet eens vanuit Burgerbelang een soort oervertrouwen naar het College werd uitgesproken. Nu is er opeens minder vertrouwen, maar ook minder vertrouwen in de huidige dorpsraad. Wij praten mét hen en als wij niet oppassen praten wij nu óver hen, terwijl deze vorm van samenwerking specifiek ook door hen is gekozen om te zorgen dat er op andere manieren in de wijk samengewerkt kan worden. Dus, dat er juist meer mensen zijn die wat kunnen gaan doen voor de dorpsraad. Bijvoorbeeld, op bepaalde initiatieven in plaats van dat je echt in een gremium moet vergaderen et cetera. Dit is echt een moderne vorm van hoe je zou willen dat er in iedere raad participatie gaat plaatsvinden. Dat hoorde ik u een aantal keer zeggen, maar ik wilde dat graag nog benadrukken. Wij staan er ontzettend achter en hebben fijne gesprekken gehad met de dorpsraad. Er is gevraagd: “Gaat u dan echt een keer praten?” Nee, daar zijn ze natuurlijk niet voor. Het mooie is, dat er steeds meer plannen zijn die vanuit de wijken en de bewoners moeten komen. Dan kunnen we ook een keer met meer concrete vragen naar, onder andere, de dorpsraad toe. Maar, ook naar het wijkteam in de Zuidwijken of de wijkraad in De Hoven en hopelijk straks nog veel meer van dit soort platforms.
Dan kunnen we zeggen: “Hé, hoe kunnen wij dit nu het beste doen bij u in de wijk en bij u in het dorp?” Goed, nogmaals: laten wij praten mét hen in plaats van over hen. Laten wij hen niet onderschatten, want ook de huidige dorpsraad is enthousiast en heeft ontzettend veel zin om hier werk van te maken. Ik moest de vraag van D66 even opzoeken, dat snapt u. Ik had het niet meteen paraat, maar we hebben een inspraakverordening. Ik moet eerlijk zeggen: die is uit 2004. Laat ik er gelijk maar eerlijk bijzeggen: “Dat is niet heel erg jong meer.” We kunnen kijken naar actualisering en tegelijkertijd rond de Omgevingswet gaan er nieuwe afspraken gemaakt worden rond de participatie. We krijgen nu steeds meer dit soort wijkgerichte aanpak op groter beleid. Dus, ik wil er voor u naar kijken. Ik weet niet of actualisering nodig is. Maar weet: die basis ligt er wel.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Hij was dus inderdaad niet meer te vinden op onze raadswebsite. Eigenlijk is het best jammer, dat we een samenwerkingsperiode van vier jaar achter de rug hebben met Zutphen-Warnsveld en onze inspraakverordening zo gedateerd is. Dus, ik vind het eigenlijk wel een belangrijk punt om op het prioriteitenlijstje te zetten voor het komende jaar. Vooral ook in het kader van de Omgevingswet.
Dan zal het ook weer verplicht zijn en dan kunnen we mooi actualiseren. Dank u wel.”
67
De VOORZITTER: “Wethouder, was u klaar?” Wethouder BOSWINKEL: “Ja, dan kan ik afsluiten met dat ik dat een mooi voornemen vind wat ik kan ondersteunen en de identiteit op geen enkele manier te maken heeft met een verordening. Gelukkig. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Meneer Siemes.” Tweede termijn (Audiopositie 01:58:44)
De heer SIEMES: “Ja, dank u wel. Er werd net gezegd, dat ik geen vertrouwen zou hebben in de dorpsraad. Dat willen wij als Burgerbelang sowieso bestrijden. Wij hebben zeker juist in dit soort dorpsraden, als idee, hebben wij zeker vertrouwen. Maar, hoe dit proces is gegaan, en ook als we weten dat eigenlijk de huidige dorpsraad er nog niet eens een jaar zit, dan mogen wij zeggen dat het beeld wel een klein beetje wankelt of wij weten wat dan wel goed is voor Warnsveld. Wij zijn van mening dat de deuren en mogelijkheden opengehouden moeten worden. Daarom stemmen wij tegen dit voorstel en hopen wij, dat wij na de verkiezingen meer werk gaan maken van die zeggenschap, inspraak en participatie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan stel ik voor dat wij overgaan tot stemming.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (...) En gesloten met 25 stemmen vóór en drie stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Daarmee is de verordening dus ingetrokken. Even kijken, ik constateer dat u een halfuur gedaan heeft over één agendapunt en wij nog negen agendapunten te gaan hebben. Het is slechts een aansporing.” Besluit: Ingetrokken.
11
VERORDENING UITVOERING EN HANDHAVING OMGEVINGSRECHT GEMEENTE ZUTPHEN 2022 GRIFFIENR: 2022-0010 (Audiopositie 02:00:30)
De VOORZITTER: “Dan zijn we nu aangekomen bij agendapunt 11 ‘Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Zutphen 2022’. Wie van u wil hierover het woord? De heer Krans.” De heer KRANS: “U zag mij aarzelen, voorzitter. Ik durfde bijna niet meer. Maar, ik heb eigenlijk alleen maar een stemverklaring. Als er verder niemand in de eerste termijn wil spreken, dan denk ik dat ik dat mag doen.” De VOORZITTER: “Uw achterbuurman wordt enthousiast. D66 ook nog even.” De heer BROUWER: “Voor mij ook een hele korte opmerking. In het stuk staat nog de oude datum van de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. Maar, wij zullen dit inderdaad steunen.”
68
De VOORZITTER: “Dank voor de oplettendheid. Wij zullen dit aanpassen. Als u dit goed vindt en verder niemand iets wil zeggen, dan hoor ik graag de stemverklaring van meneer Krans.” De heer KRANS: “Voorzitter, zoals in het Forum al werd opgemerkt, tijdens het technisch blok: de toelichting zegt, dat het verhaal beleidsneutraal is en er eigenlijk niks wijzigt. Dat is niet het geval. In de oude tekst stelt de raad de hoofdlijnen van het beleid vast. In de nieuwe tekst ziet de raad toe op de hoofdlijnen van het beleid. Dat is een dusdanig groot verschil dat ik daar eigenlijk een heel groot punt van had willen maken. Maar, onderzoek leerde, dat al onze omringende gemeenten al heel lang de voor ons nieuwe tekst hanteren. Dat was voor mij en mijn fractie reden genoeg om toch vòòr te stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mag ik dan constateren dat u allen voor dit voorstel bent? Ja? Dan hoeven wij niet te stemmen. Unaniem voor.” Besluit: Aangenomen.
12 REACTIE OP MOTIE ‘ACTUALISERING VERKEERSBELEID GEMEENTE ZUTPHEN’ 2021-M0019 EN BESCHIKBAARSTELLEN VOORBEREIDINGSKREDIET VOOR AANPAK PAULUS POTTERSTRAAT EN HERONTWIKKELING VAN DE LANGE HOFSTRAAT E.O. EN BESPREKING AMENDEMENT (Audiopositie 02:02:10)
De VOORZITTER: “Dan gaan we nu verder met agendapunt 12, ‘Reactie op de motie: Actualisering verkeersbeleid gemeente Zutphen -2021-M0019- en beschikbaarstellen voorbereidingskrediet voor aanpak Paulus Potterstraat en herontwikkeling van de Lange Hofstraat e.o.’. Wie van u wenst hierover het woord te voeren? De heer Siemes van Burgerbelang; de VVD, GroenLinks, D66, de SP, Kies Bewust Lokaal, het CDA, de PvdA en de Stadspartij. Oké, Burgerbelang.” Eerste termijn De heer SIEMES: “Dank u wel. Wij hebben een amendement ingediend op het voorstel, in reactie op de motie. Wij worstelen namelijk met de actualisering van het verkeersbeleid, omdat wij … Dat hebben we ook in het Forum aangegeven. Wij maken twee grote bedragen vrij voor voorbereiding en participatie en dat is nog niet een oplossing. We weten allemaal dat dit probleem rondom de Paulus Potterstraat, rondom de verkeersveiligheid, al jarenlang speelt. Nu, in de raadsvergadering voorafgaande aan de verkiezingen, zouden we hier dan weer knopen over kunnen doorhakken, maar ja, wij doen nu nog steeds niet iets fysieks aan de situatie. Dat neemt niet weg dat wij iedere stap toejuichen om de verkeersveiligheid daar te verbeteren. Wij begrijpen niet helemaal hoe de herontwikkeling van de Lange Hofstraat daarin past en waarom dat gecombineerd moet worden.
Ook hebben wij in het Forum aangegeven: als we twee ton uittrekken voor voorbereiding en participatie, dan belooft dat nogal wat voor de daadwerkelijke uitvoering en welke ingrepen je dan wilt doen. Een verkeersdrempel kost € 30.000,=. Het moet wel in verhouding staan. Dus, wij houden een klein beetje ons hart vast, maar zoals gezegd: wij willen ook dòòr. Wij willen ook deze stap zetten. Daarom gaan wij wel akkoord met het voorstel, maar wij willen wel die directe actie. We hebben het in het Forum ook vaak gehad over de Deventerweg, als voorbeeld van een succesvolle participatie. Ik weet ook, dat voorafgaand aan die aanpak, er ook gewoon fysieke controle is geweest. Dat de politie zelf aangaf en controleerde op: “Waar gaat het nou mis op deze weg?
69
Waar rijden ze te hard en houden ze zich niet aan de regels?” Daar is heel intensief controle geweest. Volgens mij, twee maanden lang en daar is gewoon uit voortgekomen waar de pijnpunten zaten en er zijn boetes uitgedeeld. Daar is de situatie, nou ja, ook gewoon verbeterd. Dat willen wij eigenlijk ook voor de Paulus Potterstraat, want als wij zien en horen: “Waar zitten de strubbelingen? Zijn het de geparkeerde auto’s? Gevaarlijk rijden? Hard rijgedrag? Mensen die met de auto naar school komen en niet heel goed opletten? Fietsers die van alle kanten komen?” Het zou toch echt een uitkomst zijn voor nu meteen, eigenlijk. Dus, we zouden nu al de situatie kunnen verbeteren als wij als gemeente tegen de politie zeggen dat er meer controle moet komen tussen de tijden die ik al aangaf: tussen kwart over acht en kwart over negen, waarin dus deze spitstijd zich afspeelt. Die bevoegdheid heeft de gemeente ook en ik denk dat we daar zeker gebruik van moeten maken. Dan kunnen we nu, in ieder geval tot aan de zomervakantie, al een stuk bijdragen aan de verkeersveiligheid. Vandaar dus, verzoek ik tot steun van het amendement. Dank u wel.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter.
De VVD zal dit amendement niet steunen omdat er al meer dan voldoende informatie over de situatie op de Paulus Potterstraat aanwezig is en wij juist uitkijken naar de inspraak in het traject wat we zullen hebben met de inwoners, voordat er nieuwe maatregelen genomen worden. Dat lijkt ons zinvoller dan nu een periode handhaven. Want ... wààr moet er dan gehandhaafd worden? Ik denk dat dat niet heilzaam is. Dank u wel.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. De GroenLinks-fractie is blij met dit rapport en met het memo over de actualisering van het verkeersbeleid. Daarmee is een goede vertaling gegeven van de motie die de Partij van de Arbeid, D66 en de Stadspartij toentertijd hebben ingediend. In dat voorstel staan de Paulus Potterstraat en de Lange Hofstraat prominent, maar daar staan eigenlijk nog veel meer kleinere projecten in die op stapel staan, zoals het Stationsplein en de looproute Vispoortplein Martinetsingel en ook het fietsparkeren. Wij zullen dit voorstel met instemming omarmen en stemmen dus vòòr. Wat betreft de motie van Burgerbelang: daar zien we wel wat in. Dus daar stemmen wij ook voor.” De heer BROUWER: “Dank u wel, voorzitter.
Ja, het is natuurlijk altijd heel mooi als je de uitwerking krijgt gepresenteerd van je eigen motie, waarbij ik natuurlijk gelijk meld – GroenLinks meldt dat altijd – dat het een gezamenlijke motie is van D66, GroenLinks, de PvdA en de Stadspartij. Ik heb in het Forum nog een licht kritische vraag gesteld over waarom de Lange Hofstraat erin zit, maar in het kader van meer veiligheid voor onze voetgangers en fietsers kunnen we daar zeker mee leven, want als je daar loopt, dan zie je al snel dat de stoep moeilijk begaanbaar is voor mensen met bijvoorbeeld een rolstoel of inwoners met een kinderwagen. Vooral zijn we blij dat de omgeving rond de Vispoortgracht en het Vispoortplein wordt aangepakt, want daar heeft D66 - volgens mij - in het verleden een mondelinge vraag over gesteld met betrekking tot verkeersveiligheid van voetgangers en onze fietsers. Fijn dat dit weer terugkomt in de uitwerking. Alles bij elkaar genomen, zijn we heel blij dat er nu een plan is met financiële onderbouwing. Belangrijk is natuurlijk ook wat hierna gebeurt. Daarover dan toch nog een korte vraag. Ik hoorde de wethouder tijdens het Forum zeggen, dat er een ‘Forum Special’ komt over het aanpassen van het VCP als deelopdracht binnen de omgevingsvisie.
Is er al iets te zeggen over wanneer we met zo’n Forum rekening kunnen houden? Wat betreft het amendement: dat vinden we eigenlijk wel een goede gedachte, om wat meer aandacht en een wat scherpere focus op de verkeerscontrole te leggen, op de Paulus Potterstraat. Dank u wel.”
70
De heer DE GROEN: “Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk zijn wij voor verkeersveiligheid. Daar zijn wij altijd voor geweest en vooral bij de Paulus Potterstraat. Alleen hikken wij een beetje aan tegen de investering van twee ton. Dat vinden wij enorm veel geld, alleen maar om bewoners inspraak te geven. Dus, wij zouden graag inzicht hebben hoe die prijs is opgebouwd en we willen ook graag inzicht hebben in die dure adviesbureaus. Voor ons is er nog een andere optie. De SP-fractie stelt voor om gewoon langs de deuren te gaan. Dat doen wij ook en wij komen ook op de meest goede ideeën van aanwonenden. Als u hulp nodig heeft, dan wil ik samen met de wedhoudster de deuren wel langs. Wij hebben daar veel ervaring mee. Wij hadden wel een ander plan, maar dat houden wij nog even achter de hand. Wij denken dat we dat binnen een week, veertien dagen, kunnen realiseren in de Paulus Potterstraat. Verder vinden wij het amendement voor de politiecontrole een goed idee. Dat gaan wij volledig steunen. Dank u wel.” (Audiopositie 02:10:41)
De heer JANSEN: “Voorzitter, het amendement van Burgerbelang is op zich een goed punt. Handhavend toezicht houden en preventief aanwezig zijn, dat helpt altijd bij eventuele schijnongevallen, om die te voorkomen. Of de personen die dat gaan doen ook daadwerkelijk kunnen gaan bijdragen aan het inventariseren van eventuele problematiek, dat zou ook nog kunnen. Dus wij twijfelen erover of het wel verstandig is om het op deze manier te doen, temeer omdat normaal gesproken een bureau ook een opdracht krijgt om verkeerstechnisch onderzoek te doen. Dat betekent ook, dat je dan terugkijkt naar: “Welke ongevallen zijn er gebeurd? In welke situaties? Is er aanleiding geweest?” Dus we moeten ook proberen te voorkomen, dat we denken dat we het allemaal “weten”, terwijl we in het vervolgtraject eigenlijk het beeld krijgen van: “Ja, maar dat hebben we al een keer gezegd.” Dan missen we juist die totale inventarisatie die we nodig hebben. Kijkend naar het Collegevoorstel: daar staat een overzicht in met maatregelen die het College besluit om prioriteit te geven. Daar kunnen we ons in die zin in vinden; het in kaart brengen van de verkeersonveiligheid. Daar heb ik net een beeld van geschetst, hoe dat waarschijnlijk zal gaan. Wat ik daar mis, in dat plaatje, is de betrokkenheid van inwoners.
Er wordt wel het woord ‘participatie’ genoemd, maar als ik dit lijstje zie, dan denk ik: “Ja, de participatie is al voorbij.” Want op het moment dat we dus zelf al gaan zeggen van: “Ja, bij de Martinetsingel krijgen de voetgangers voorrang” dan neem je op zich al een voorschot op een eventueel toekomstige inrichting en een uitwerking. Dus, het is beter om te zeggen: “Oké, we hebben problemen en we gaan inventaristeren met iedereen die dat wil, welke problemen dat zijn.” Misschien zijn er nog veel meer problemen en veel meer vragen. Op dat moment kun je dan zo’n balans opmaken met: hoe? En wat gaan we nou verder daarmee doen? En dan begrijp ik ook, dat daar ook een bureau bij nodig is om dat uiteindelijk ook in de uitwerking en de vertaling naar de aangedragen punten van de personen terug te vertalen. Dus in die zin kunnen we ons wel vinden in dit lijstje, maar dan wel met de wetenschap van hetgeen ik net heb gezegd. Ik hoop dat dat in het vervolg anders gaat. Datzelfde geldt voor de Paulus Potterstraat, heb ik van de wethouder gehoord: “Ja, we gaan de Paulus Potterstraat wel reconstrueren, maar daar maken we dan wel een fietspad van.” Dat gaat op dezelfde manier als de werkwijze die nu hier ook op dit lijstje staat. Er is nog geen zekerheid wat betreft een fietspad. We gaan inventariseren: “Wat is er precies aan de hand?” Dat doen we in gezamenlijkheid.
Dat geeft ook meer vertrouwen bij de betrokkenen en dan heb je ook minder kans op zienswijzen in het proces. Zodoende kom je ook sneller en beter tot een gedragen verkeersveiligheid. Dus, volgens mij, voorzitter, is het verstandig dat het College daar nog even op reageert en dat hoor ik graag voorafgaande aan de tweede termijn. Dank je wel.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, het CDA wil graag even vier punten opmerken over dit agendapunt.
71
Het eerste punt: heel prettig dat we op deze manie ‘handen en voeten kunnen geven’ aan de uitvoering van deze motie. Het tweede punt: hoe mooi dat het überhaupt kan. We hebben ook jaren in deze gemeente gekend, waarbij dat toch wat anders was. Drie: goed dat er weer echt stappen gezet worden op het gebied van verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Op naar een mooier Zutphen en wat ons betreft, ook een mooier Warnsveld. En punt vier: is dit amendement ook echt uitvoerbaar? Want we hebben natuurlijk eigenlijk niks aan een aangenomen, maar niet uit te voeren amendement. Daarom even deze vraag aan de portefeuillehouder. Dank u wel.”
De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen: natuurlijk zijn wij blij dat de motie die we met meerdere fracties hebben ingediend, uitgevoerd gaat worden. Niet alleen dat het uitgevoerd wordt, maar dat er ook geld beschikbaar is om het uit te voeren. Want dat is het afgelopen jaar niet mogelijk geweest. Dank aan de raad om daar de steun voor gekregen te hebben. Toch wil ik even attenderen op het Forum wat we laatst hebben gehad, met de wethouder erbij. Weliswaar digitaal, maar volgens mij was meneer De Groen daar ook bij aanwezig. Meneer De Groen heeft toen kunnen beluisteren dat de ambtenaar die daarover ging, heeft uitgelegd waar die twee ton voor het participatieverhaal aan besteed zou worden. Dat was niet alleen sec participatie, maar ook bodemonderzoek. Dat was ook munitieonderzoek. Dat was ook historisch onderzoek. Dus, het is veel breder dan dat. Dus, het antwoord had hij al. Dat hoeft hij niet nog een keer te vragen. Met betrekking tot Burgerbelang, wil ik toch even attenderen op het feit …” (Audiopositie 02:15:20)