Handelingen raad 13 december 2021
Tekst van het document
Dat geeft ons … We hebben begrepen dat dit eigenlijk een praktijk is, die uit het westen van het land aan het overkomen is en dat betekent in ieder geval, dat wij nu op dit moment met elkaar hebben afgesproken dat wij in elk contract wat we nu gaan opstellen bij de verkoop van gronden, gaan opnemen dat dit zeer zeker niet een wenselijke manier van werken is en zeer ongewenst. Dus dank voor de alertheid. Ik kan er helaas op dit moment niets aan doen, maar wel bij volgende contracten en we zijn voornemens om dat ook echt te doen.”
5.b
Vraag GroenLinks – inzake Paarse Vrijdag op scholen
De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u, voorzitter. Afgelopen vrijdag was het paarse vrijdag. Dat is een dag dat scholieren laten zien dat ze solidair zijn met LHBTI’ers en dat iedereen openlijk kan laten zien wie hij is. Nu is er ondanks dat wij een regenbooggebied zijn, in Zutphen op meerdere scholen gepest en ik heb echt veel verdrietige verhalen gehoord. Ook is het al bij leerkrachten aangekaart en werd er gezegd: “Ja, als je anders wilt zijn, moet je niet gek opkijken dat je misschien eens een keer wat naar je hoofd krijgt.” Nou, dat lijkt mij het slechtst denkbare antwoord. Dus ik ben wel heel erg benieuwd hoe het nu gaat met de voortzetting van het werk van onze initiatiefgroep en bijvoorbeeld het uitrollen van ‘School’s out’ en de uitrol van artikel 1, openbaar in alle scholen.” De VOORZITTER: “Ik zie dat wethouder De Jonge dit gaat beantwoorden.” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Jeetje, ik weet haast niet wat ik moet zeggen. Ik schrik daar wel van, als leerkrachten zoiets hebben teruggegeven aan de eigen leerlingen. Daar schrik ik wel heel erg van. Wij hebben, in alle eerlijkheid, nog niet zo veel gedaan met het uitrollen van artikel 1, de motie en alles wat daarbij kwam kijken en dat heeft vooral te maken met corona.
Omdat onderwijs daardoor enorm is opgeslokt geweest in het afgelopen jaar en er ook maar weinig ruimte bestond om überhaupt – naast corona – nog over iets anders te denken naast dat wat er allemaal speelt. Maar … Nou, poeh. Misschien kunnen we nog nader even van gedachten wisselen, over waar u dit heeft gehoord en met name ook van welke scholen dat komt, want daar wil ik eigenlijk wel meteen samen iets mee doen, want ik schrik daar echt heel erg van.” De VOORZITTER: “Ja, dat gaan we nu natuurlijk niet noemen, hè.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Nee, dat lijkt me heel fijn om dat te doen. Inderdaad. Ik heb bewust geen namen genoemd, want dat vond ik niet netjes. Ja.”
814
De VOORZITTER: “Oké, prima. U gaat dat samen oppakken. Heel goed. Dan ga ik naar de volgende en dat is D66. Mevrouw Ten Holder. Ga je gang.”
5.c
Vraag D66 – inzake mogelijke kwetsbaarheid in software
De heer BROUWER: “Ja, nee, ik ga de vraag stellen. Dit weekend is er een ernstige kwetsbaarheid aangetroffen in veel gebruikte software. Ook software die gemeenten gebruiken. Het gaat om Apache Log4j. Het is een belangrijk onderdeel bij bijvoorbeeld op afstand werken. Het is een kwetsbaarheid die je heel makkelijk kunt gebruiken voor digitale aanvallen en inbraken. Waarschijnlijk heeft iedere gemeente tot zover met deze software gewerkt. Mijn vraag is dan ook: betreft dit ook de gemeente Zutphen? Gebruiken wij ook Apache Log4j? En zo ja, is er al actie ondernomen, bijvoorbeeld door het instellen van veiligheidsbatches? Ik begrijp dat het een acute serieuze kwetsbaarheid is. Dus vandaar deze vraag.” De VOORZITTER: “Wethouder Boswinkel komt hier naartoe om te antwoorden.” Wethouder BOSWINKEL: “Nog zo’n alerte vraag, waarvoor dank. Ik wilde het eerst in de actieve informatievoorziening te berde brengen, maar toen zag ik deze vraag al staan. U heeft het allen allicht in de krant gelezen. Er is bij internationaal veelgebruikte software een grote kwetsbaarheid ontdekt. Wij zijn daar ook dit weekend direct mee aan de slag gegaan om in eerste instantie te scannen bij al onze websites en applicaties: maken wij hier gebruik van? En zo ja, zijn er bij ons kwetsbaarheden geweest? Vooralsnog zijn daar geen vreemde zaken in aangetroffen.
Wij zijn wel ook nog in zeer nauw contact met onze leveranciers, waar we nauw mee samenwerken. Zij hebben niet alleen een eigen verantwoordelijkheid, uiteraard, om hun updates goed uit te voeren en dit te checken, maar het kan ook voor ons kwetsbaarheden opleveren. We blijven dus alert en we zijn daar nauw bij betrokken en vanaf dit weekend ook al mee bezig.” De VOORZITTER: “Fijn. Dank u wel. Dan ga ik naar de Stadspartij.”
5.d
Vraag Stadspartij – inzake omleiding Kerkepad
De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, u, burgemeester Vermeulen, heeft vorige maand de omleiding van het Kerkepad geopend. Deze omleiding is er gekomen omdat de betreffende boer daar continu mensen bedreigde en intimideerde. Iets waarvoor hij zich al voor de rechter heeft moeten verantwoorden en waarvoor hij zich in januari opnieuw moet verantwoorden. Met de aanleg van het nieuwe pad, zou er volgens de burgemeester een einde komen aan deze terreur. Dan hebben wij de volgende vragen: is de burgemeester ervan op de hoogte dat er afgelopen weekend twee vrouwen op het pad ernstig zijn bedreigd? Er is met een auto op hen ingereden. De betreffende boer heeft het pad geblokkeerd en kwam scheldend en tierend op de vrouwen af en heeft daarbij allerlei bedreigingen uitgesproken. Is de burgemeester bekend dat hij de vrouwen van dichtbij en zonder hun toestemming, onder het uiten van allerlei bedreigingen, gefotografeerd heeft en nu de omleiding … En vraag drie: nu blijkt dat de omleiding niet voor verandering in het gedrag van de boer zorgt, wat gaat de burgemeester hieraan doen? De heer Jansen neemt het voorzitterschap over.
De VOORZITTER: “Als voorzitter geef ik u, mevrouw Vermeulen, het woord.” Burgemeester VERMEULEN: “Dank u, voorzitter. Ja, burgemeester wat gaat u er allemaal aan doen? Had ik maar zo veel macht dat ik dat allemaal kon voorkomen en ook allemaal zelf kon beboeten, maar helaas zit het leven niet zo in elkaar. We hebben natuurlijk met z’n allen geconstateerd dat er een ongewenste situatie is, daardoor …
815
Even helemaal de korte versie. Daardoor hebben we een mooie route langs het pad gemaakt. Ik zie ook, dat heel veel mensen daarvan gebruik maken. En het is heel naar dat er kennelijk dit weekend toch weer een voorval is geweest. Ik heb de e-mail gelezen. De dames hebben ook gezegd dat ze aangifte doen bij de politie en dat is precies wat er moet gebeuren: de aangifte bij de politie en dan heeft het recht zijn loop en ik kan daar als burgemeester helaas weinig betekenen, behalve altijd te blijven oproepen om elkaar fatsoenlijk te blijven behandelen. En natuurlijk zijn er ook gesprekken met een wijkagent, maar we gaan eerst ook … Zoals dat hoort, gaat de politie natuurlijk uitzoeken hoe dit precies zit, wat er precies aan de hand is, maar ik zou willen dat u mij niet elke keer in de positie brengt ... Als ik als burgemeester nu nog middelen zou hebben om het op te lossen, want die heb ik niet.” De VOORZITTER: “Dank u wel, mevrouw Vermeulen. De heer Pelgrim, is de vraag voldoende beantwoord, nu voor dit moment? Dank u wel. Dan geef ik u de voorzittersplek weer terug, mevrouw Vermeulen.” Burgemeester Vermeulen neemt het voorzitterschap weer over.
De VOORZITTER: “(… …) Oké, even kijken. Ja, dan gaan we verder naar mevrouw Ackermans, KiesLokaal.”
5.e
Vraag Kies Lokaal – inzake stichting De Oude HBS
Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Stichting Oude HBS heeft alle raadsleden een brief gestuurd betreffende de fontein in relatie tot De Schupstoel. Ik ga ervan uit dat het College dit schrijven ook heeft gehad. Ik hoor dit graag. Zoals we in de brief kunnen lezen, is er een WOB-verzoek ingediend, waaruit blijkt dat een variantenstudie niet naar de raad is toegezonden. Zoals wij lezen in de brief, is de variantenstudie gemaakt door de afdeling RED van de gemeente Zutphen. Als dit zo is, blijkt dus dat wij niet over alle juiste informatie hebben beschikt en dat schokt ons. Wij zien heel graag deze variatiestudie nog tegemoet en we horen graag van de wethouder wanneer zij dit kan doen en of het ook daadwerkelijk klopt wat er is geschreven door stichting De Oude HBS. Want dan zullen wij moeten bekijken of er een heroverweging moet volgen op het genomen raadsbesluit. Dus, ik hoor graag het antwoord van de wethouder.” De VOORZITTER: “Wethouder De Jonge.” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. In 2017 is er een motie geweest over de Wilhelminafontein en het opmaken van een variantenstudie. Die heeft toen plaatsgevonden en in 2018 is die studie opgeleverd. Het klopt: die variantenstudie is niet naar de gemeenteraad gestuurd, maar het College heeft daar wel een besluit over genomen.
Of de raad daarmee niet over de juiste informatie beschikt, dat weiger ik … Nou ja, dat vind ik een hele rare suggestie, eerlijk gezegd, want de raad heeft altijd geweten dat ze de variantenstudie niet heeft ontvangen en heeft daar ook niet eerder naar gevraagd. De raad is wel op de hoogte gesteld, in 2018, van het Collegebesluit, middels een stuk bij de bijgevoegde stukken en de variantenstudie is - naar mijn weten - gewoon openbaar met de verspreiding van de stukken van het WOB-verzoek.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans, nog een aanvullende vraag?” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel, voorzitter. Het zou best kunnen, dat er niet naar is gevraagd in de periode voordat ik zitting had. Ik ben er wel alleen van geschrokken. Dus ik zal deze stukken gaan doornemen en dan dank ik u voor uw antwoord.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we verder naar het CDA, mevrouw Van Wamel.”
816
5.f
Vraag CDA – inzake de zorgverzekering
Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Zoals op verschillende social media en ook op de site van de gemeente te zien is, kunnen mensen een gemeentepolis afsluiten voor de ziektekostenverzekering. Echter, nu is het nog niet rond – tenminste op het moment dat de vraag voorkwam – dat de zorgverzekering een contract heeft met het Gelreziekenhuis voor komend jaar. Veel mensen aarzelen daarom nog om over te stappen. Kan de wethouder misschien aangeven hoelang deze onzekerheid nog duurt?” De VOORZITTER: “Ja, wethouder.” Wethouder WERGER: “Ja, voorzitter, de wereld van zorgverzekeringscontracten is een complexe. Laat ik daarmee beginnen. Laat ik ook meteen zeggen dat Aevitae, want daar doelt u even op, met alle ziekenhuizen vorig jaar een contract heeft gehad en dat we ook gewoon echt in overleg zijn met het ziekenhuis om een contract af te sluiten. Dat nadert een laatste fase. Laat ik ook meteen zeggen dat dit niet de enige partij is die nog geen contract heeft met het ziekenhuis. Er zijn er meer. Juist door covid is het dit jaar ook best complex, qua onderhandelingen. Zoals het er nu naar uitziet, is het zo, dat deze week de directie van het ziekenhuis het contract bespreekt en daarover besluit. Dus, ik hoop deze week nog dat er witte rook komt. Uiteraard zitten wij daar niet tussenin, hè. Wij gaan er niet over, maar we houden wel de vinger aan de pols.
Dat zou betekenen dat inderdaad voor het einde van het jaar een mogelijkheid komt dat het contract er ligt. Wij gaan uiteraard wel zorgen dat op het moment dat het nodig is en gaan ook met Aevitae en het ziekenhuis in gesprek, dat ze dat wel even breeduit vertellen zodat we dat ook kunnen melden aan partijen. Misschien is het dan goed om nog even aan te geven dat, als het gaat om overstappers, dat die wel langer de tijd hebben, hè. Dus dat hoeft niet meteen voor een (1) januari, maar ook Menzis gaat nog een rondje doen om te kijken of mensen alsnog willen overstappen. Dat geldt alleen voor personen die nu de gemeentepolis hebben. Dus niet voor de nieuwe aanmeldingen. Dan weet u dat. Daarnaast is het ook zo dat we … Er zijn spreekuren en daar wordt aardig gebruik van gemaakt. Niet optimaal. We hebben wel weer wat extra spreekuren ingelast, zodat ook daar weer extra gebruik van gemaakt kan worden en mensen geholpen en geïnformeerd kunnen worden. Dus ik zou willen oproepen: laat mensen daar vooral gebruik van maken.” De VOORZITTER: “Ja, ik zie een vraag van de SP. Dat is eigenlijk ongebruikelijk, want het is natuurlijk een vraag van het CDA, maar gaat uw gang.” De heer De RIDDER: “Dat begrijp ik volledig, voorzitter en dank dat u mij de mogelijkheid biedt.
Want Aevitae heeft vorig jaar meerdere malen met ziekenhuizen in overleg toch aangetoond dat ze graag hun geld dicht bij henzelf houden. In een tijd dat het tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen is afgesproken dat er niet bezuinigd zou worden op het geld dat naar het ziekenhuis toe gaat … Aevitae is, zover ik weet, de enige zorgverzekeraar die zei: “Nou, daar gaan wij ons niet aan houden.” Het ziekenhuis in Beverwijk heeft hierover alarm geslagen vanwege een voorval. En dit lijkt mij een beetje een herhaling van zetten. In hoeverre was de gemeente op de hoogte dat Aevitae er toch dit soort rare trucjes erop nahoudt?” (Audiopositie 01:12:10)
De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, volgens mij, is een van de belangrijkste zaken die op verschillende Facebookpagina’s werd verspreid, dat er nog geen contract had plaatsgevonden tussen Aevitae en het Gelre Ziekenhuis. Vorig jaar hadden zij gewoon absoluut een contract met het Gelre Ziekenhuis. Ze zijn op dit moment aan het onderhandelen met het Gelre Ziekenhuis over een contract. Zij zijn niet de enige zorgverzekeraar in de regio, die nog geen contract met het Gelre Ziekenhuis heeft. Dat is op dit moment in wording en dat heeft niks met bepaalde praktijken
817
te maken. Dat heeft gewoon met onderhandelingen te maken. Dat heeft met covid te maken. Ook de aanwezigheid van personen die de contracten kunnen opstellen. Dus: dat is het antwoord.” De VOORZITTER: “Ja, fijn. Dank u wel. Dan ga ik naar de vraag van Burgerbelang, meneer Siemes.”
5.g
Vraag Burgerbelang – inzake subsidiëring kinderopvang AZC
De heer SIEMES: “Ja, dank u wel, voorzitter. In de media lazen wij vorige week, in de Contact onder andere, dat Zutphen als eerste en enige gemeente kinderopvang gaat subsidiëren voor het lokale asielzoekerscentrum. Dat riep wat vragen op. Ten eerste het bedrag: € 127.000,= voor twee dagdelen per week. Als we snel rekenen, dan komen we op 52 weken, keer acht uur, is ongeveer € 300,= per uur voor kinderopvang. Dat vond ik al hoog, maar dat kan altijd nog. Wat mij voornamelijk verbaasde, is dat niet de afspraak is. Wij zijn vijf jaar geleden begonnen met het asielzoekerscentrum hier in Zutphen en toen hebben wij laten vastleggen dat de kosten hiervoor gedekt zouden worden, voor alles, ook rondom kinderen, door de overheid, door het Rijk, door het COA. Hier staat bijvoorbeeld letterlijk: “Voor de financiën is het uitgangspunt dat de vestiging van het AZC voor de gemeente neutraal verloopt. De kosten die voortvloeien uit de vestiging van het AZC, worden betaald door het Rijk of COA. Dit betekent bijvoorbeeld dat de kosten voor onderwijs, aanpassingen in directe omgeving en extra toezicht et cetera, voor rekening zijn van het Rijk of COA.” Dit is in de bestuursovereenkomst geborgd.
Ja, dan verbaast mij inderdaad niet, dat andere gemeenten inderdaad de kinderopvang hier niet van regelen, maar ik ben wel heel benieuwd waarom dit op deze manier eigenlijk in ieder geval aan mij … Want ik was niet op de hoogte dat dit in een raad of in een Forum is besproken. Waarom dit op deze manier naar buiten is gekomen? En het roept eigenlijk alleen maar vragen op. Hoelang geldt deze subsidie? €127.000 ... Is dat voor een jaar? Of is dat voor het meerjarenproject? Wat doen we na het eerste jaar? Zeggen we het dan bijvoorbeeld gewoon weer op, als we geen geld meer hebben? Kunnen we dit nog declareren bij het COA of bij het Rijk? Dat lijkt me - eerlijk gezegd - wel, gezien onze bestuursovereenkomst. Dus, het liefst wil ik hier eigenlijk een Forum over, maar misschien dat de wethouder mij al snel wat antwoorden kan geven.” De VOORZITTER: “Ze komt er al aan. Wethouder De Jonge.” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Ik proef een wat cynische ondertoon in de vragen van de heer Siemes.” De VOORZITTER: “Nee, hij schudt ontkennend. Dus, laten we dat neutraal verwoorden.” Wethouder DE JONGE: “Oké. Ik ben er trots op dat wij dit doen, als gemeente. Laten we dat vooropzetten. Ik zou willen dat alle gemeenten in Nederland dit doen om alle kinderen die er in Nederland zijn, een meer kansrijke start te bieden dan dat zij krijgen bij hun geboorte. Dat ten eerste.
Ten tweede: dit is rijksgeld. Het is gewoon geoormerkt geld. Onderwijsachterstandenbeleid, waarbij ik van u de opdracht heb gekregen om dat beschikbaar te stellen, zo goed als mogelijk, voor alle kinderen die te maken hebben met een taalachterstand. Daaronder vallen ook deze inwoners van onze stad. Het kost de gemeente zelf dus niets. Het is geoormerkt geld. Als het gaat over de technische onderleggers, hè, als: wat kost het dan per uur, per kind, enzovoorts ... Waar komt die € 127.000 vandaan? Voor hoeveel kinderen? Hoeveel uur? Hoelang?
818
Enzovoorts. Daarvoor kan ik u gewoon een memo doen toekomen en als u dat wilt dan kunnen we altijd een Forum hierover hebben, maar het kost de gemeente dus niets. Het geld komt uit het onderwijsachterstandenbeleid, waarbij ik van u de opdracht heb om dat uit te geven, zo goed en zo kwaad als dat kan. De VOORZITTER: “Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Nou, ten eerste, ik schudde al “Nee”, maar ik vind het heel vervelend dat u het in die hoek zoekt, van dat er een soort cynisme in zit, want dit – en ook eigenlijk wat u nu zegt – staat haaks op wat wij hebben afgesproken. Dat onderwijskosten van mensen die onder de vleugels moeten zijn van het COA, dat dat gedekt wordt door het COA. En dat is ook niet nieuw: de jeugdhulp kreeg ook een apart budget voor de asielzoekerskinderen. Dat werd ook op een bepaalde manier geoormerkt. Dus, het lijkt mij verstandig om hier een Forum over te plannen, maar ik zou dit toch graag vooral in het licht willen zien van de afspraken die wij ooit hebben gemaakt, om dit in goede banen te leiden. Want u bent het toch ook met mij eens … Want u zegt: “Andere gemeenten zouden dit ook zo moeten doen.” Maar eigenlijk moet toch het COA dit doen? Want we moeten toch niet hebben dat asielzoekerskinderen in Zutphen het beter hebben dan in Ter Apel of in een van de andere gemeenten? Wij moeten dat gelijktrekken. We moeten een signaal afgeven, ook aan het COA.
Dus, mijn zorg is vooral dat wij moeten letten op wat we afgesproken hebben.” De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder DE JONGE: “Voorzitter, dank u wel. Volgens mij, zeg ik daarnet dat we precies doen wat we hebben afgesproken, namelijk: kinderopvang uit rijksmiddelen. Onderwijsachterstandenbeleid is een geoormerkt rijkspotje, bedoeld voor taalachterstanden, dus ook voor deze doelgroep. En wij geven - denk ik - ook een helder signaal af richting het Rijk. Namelijk: we gaan niet op een goede manier om in Nederland met asielzoekerskinderen. Als het gaat over kinderen vanaf vier jaar en ouder, dan vallen deze kinderen gewoon onder de leerplicht en vallen ze dus ook netjes in die bekostiging. Tussen twee en vier, vallen ze onder het VVE-beleid; en nul tot twee jaar, onder het onderwijsachterstandenbeleid. En nogmaals: ik wil heel graag een Forum, maar dit is allemaal rijksgeld.” De VOORZITTER: “Oké, de wethouder heeft toegezegd een memo te sturen en aan de hand van dat memo kunt u als raad besluiten of u daar een Forum over wilt of niet. Ja? Dus die toezegging noteren we. Oké, dan hebben we dit agendapunt gehad.”
6
VASTSTELLEN HANDELINGEN
6.a
Handelingen raad 8 november 2021 en 15 november 2021 (nog niet ontvangen) (Audiopositie 01:18:49)
De VOORZITTER: “Dan ga ik met u naar agendapunt zes. De Handelingen. Nog niet beschikbaar, dus die vallen niet af te hameren.” Besluit: Vaststelling wordt verdaagd.
7
LIJST INGEKOMEN STUKKEN RAAD 13 DECEMBER 2021 (GRIFFIENR. 2021-0117) (Audiopositie 01:18:57)
819
De VOORZITTER: “De lijst ingekomen stukken, nummer zeven. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, tijdens de vorige raadsvergadering heb ik het College een vraag gesteld over de toekenning van de ondersteuningsmaatregelen voor ondernemers. Het is toen toegezegd dat er een memo zou komen voor de raadsvergadering van vandaag. Dat memo heb ik nog niet gezien. Dus, misschien dat het College nog even kan zeggen hoe dat komt en wanneer ik dat memo wel uiterlijk kan verwachten.” De VOORZITTER: “Oké en u vraagt dat bij agendapunt zeven?” De heer JANSEN: “Lijst ingekomen stukken, ik zou het niet anders weten.” De VOORZITTER: “De wethouder is er al.” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Het memo is nog niet klaar en dat komt omdat de laatste beschikkingen nog wat … Er moest nog wat heen en weer gewisseld worden aan informatie en details over vraag en aanbod. Ik heb het memo de eerste Collegevergadering na reces liggen. En dat betekent dat u ‘m die woensdag hebt. Dus dat is - denk ik - de tweede week van januari.” De VOORZITTER: “Oké, dus dat is ook een toezegging. In de tweede week van januari komt het eraan. Dank u wel.” Besluit: Conform de gedane afhandelingsvoorstellen besloten.
8
HAMERSTUKKEN (Audiopositie 01:20:11)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar de hamerstukken.”
8.a
1ste Verzamelbegrotingswijziging 2021 (GRIFFIENR.: 2021-0113) (Audiopositie 01:20:13)
De VOORZITTER: “Dan begin ik met 8.a ‘De eerste verzamelbegrotingswijziging 2021’. Aldus besloten.” Besluit: Aangenomen.
8.b
Controleprotocol en normenkader accountantscontrole jaarrekening 2021 (GRIFFIENR.: 2021-0120) (Audiopositie 01:20:19)
De VOORZITTER: “8.b ‘Controleprotocol en normenkader accountantscontrole jaarrekening 2021’. Aldus besloten.” Besluit: Aangenomen.
8.c
Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) 2021-2 (GRIFFIENR.: 2021-0111) (Audiopositie 01:20:27)
De VOORZITTER: “8.c ‘Meerjarenprognose Grondexploitaties’. Ook afgehamerd.”
820
Besluit: Aangenomen.
8.d
Vormgeving Sociaal Ontwikkelbedrijf (bekrachtiging geheimhouding) (GRIFFIENR.: 2021-0132) (Audiopositie 01:20:36)
De VOORZITTER: “8.d, ‘Vormgeving Sociaal Ontwikkelbedrijf, Bekrachtiging van de geheimhouding’. Bij dezen.” Besluit: Besluit bekrachtigd.
8.e
Ontslag Forumlid Richard Klein Bennink en benoeming Forumlid Karin Oldenhuis (GRIFFIENR.: 2021-0134) (Audiopositie 01:20:44)
De VOORZITTER: “Dan 8.e ‘Ontslag Forumlid Richard Klein Bennink en benoeming Forumlid Karin Oldenhuis’. Volgens mij is meneer Klein Bennink niet aanwezig ... Nee, nou, dan hoop ik toch dat hij thuis zit te luisteren. Wij nemen afscheid van de heer Klein Bennink. Meneer Klein Bennink is maar liefst zeventien jaar Forumlid geweest en namens zijn fractie heeft hij bijzonder veel Fora bijgewoond. Hij staat bekend als specialist technisch blok. Bij deze bijzondere Forumvergaderingen was hij bijna altijd aanwezig. Ik dank hem zeer voor zijn bijdrage aan het gemeentebestuur en wij sturen natuurlijk een bloemetje zijn kant op. Wij wensen hem veel succes met zijn toekomstige bezigheden. (Applaus) Dan ga ik naar mevrouw Karin Oldenhuis, die de eed wil afleggen. Komt u maar naar voren. (… … …) Ik ga de tekst voorlezen en dan mag u aanvullen op het laatste, met ‘zo waarlijk helpe mij God Almachtig’. Ik zweer dat ik om tot Forumlid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om iets in het ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als Forumlid naar eer en geweten zal vervullen.”” Mevrouw OLDENHUIS: “Zo waarlijk helpe mij God Almachtig.” De VOORZITTER: “Mooi. Nou, van harte welkom in ons midden en ik hoop dat u een hele mooie tijd hebt waar u veel voldoening uit haalt en ook een steentje kan bijdragen aan onze mooie gemeente. (Applaus) Even kijken, dan gaan we door naar benoeming van het Forumlid … Oh, ik zie een vinger. Meneer Krans.” De heer KRANS: “Ja, een klein puntje van orde. Misschien is het verstandig om onze fractiegenoot Logeman een klein wandelingetje naar de koelkast te gunnen.” De VOORZITTER: “Ja, hoor. Gaat uw gang. Ja, ik zei al: straks explodeert het gebeuren. (Lacht)”
8.f
Benoeming Forumlid Gert Meijboom voor Stadspartij Zutphen Warnsveld (GRIFFIENR.: 2021-0136) (Audiopositie 01:24:17)
De VOORZITTER: “Ondertussen gaan wij verder, met de benoeming van meneer Gert Meijboom voor de Stadspartij.”
821
De heer DEWKALIE: “Je moet dat vorige besluit nog even afhameren.” De VOORZITTER: “Het vorige besluit moet ik nog even afhameren, anders is het allemaal voor niks geweest. Welkom, nogmaals. Dan meneer Meijboom. De belofte. (… …) Zo. Hetzelfde, alleen u gaat de belofte uitspreken.” Ik verklaar dat ik om tot Forumlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in het ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als Forumlid naar eer en geweten zal vervullen.” De heer MEIJBOOM: “Dat verklaar en beloof ik.” De VOORZITTER: “Dank u wel. (Applaus) Ook voor u geldt natuurlijk, welkom in ons midden. Ik hoop dat u een mooie tijd tegemoet gaat en dat u een steentje gaat bijdragen aan onze mooie gemeente. (… …) Afhameren, ook, hè. Ja, oké.” Besluit: Aangenomen.
* BESPREEKSTUKKEN (Audiopositie 01:26:19)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar de bespreekstukken.”
9.a Amendement: Alternatief initiatief raadsvoorstel meer betaalbare woningen in Zutphen-Realistische prijzen (GRIFFIENR.: 2021-A0032) (Audiopositie 01:26:15)
De VOORZITTER: “Even kijken. Dat is 9.a ‘Amendement ‘Alternatief initiatiefraadsvoorstel meer betaalbare woningen in Zutphen’. Dit amendement is in de raadsvergadering van vijftien november in stemming gebracht. Dus we moeten opnieuw een stemming doen op dit amendement. Ja, ik noem ze gewoon allemaal en dan gaan we in een keer doorstemmen. CDA?” Eerste termijn De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, ik doe graag een ordevoorstel. Er is ook een motie ingediend, met de titel ‘Betaalbare wooncarrière in Zutphen’ en die zou ik heel graag als eerste even willen toelichten, voordat we gaan stemmen over alle amendementen, voorstellen et cetera, die met wonen te maken heeft. Vindt u dat goed, collega’s?” De VOORZITTER: “Ja, laten we dan vooral de amendementen waar we alleen nog maar over hoeven te stemmen ook netjes laten liggen, als het mag. Gaat uw gang. De heer BRUNSVELD: “Ja, dank u wel. Het gaat over de motie ‘Bouwen aan een betaalbare Zutphense wooncarrière’. Deze wordt ingediend door de partijen CDA, ChristenUnie, D66, VVD, BewustZW, Burgerbelang en KiesLokaal. Waarom deze motie? Nou, het initiatiefraadsvoorstel waar we vanavond over gaan stemmen, bevat absoluut goede punten, maar wordt zeker niet raadsbreed gesteund. Dat heeft vooral te maken met een combinatie van vijftig procent starterswoningen, tegen een prijs van € 150.000,= tot € 200.000,=.
Maar de woningbouwcrisis heeft echt brede steun nodig en dat is ook precies de bedoeling van deze motie, want de indieners van deze motie vragen het College – en in het College zitten ook drie
822
partijen van de indieners van het initiatiefraadsvoorstel – om de richtingen, doelstellingen en mogelijkheden die genoemd worden in het memo van 20 oktober, uit te werken in een raadsvoorstel. Volgens ons, is dat dan een win-win-situatie. Het College moet wel rekening houden met een paar punten: belangrijke onderwerpen die deze raad al heeft besloten of wellicht nog gaat besluiten. Dan gaat het over zelfbewoningsplicht, antispeculatiebeding, duurzaam bouwen en ook bouwen voor onze eigen inwoners en daarbij ook ruimte geven voor alternatieve woonvormen. Dat willen we graag bereiken met deze motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Even kijken. Roept dat reacties op? Ja, ik zie meneer Krans. Gaat uw gang.” De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Zonder politiek en zonder politieke besluitvorming zou de woningcrisis nog veel erger zijn en zich nog veel sterker ontwikkelen dan nu het geval is. Ik ben benieuwd wat daar in het kleine coalitieakkoord van vanavond over staat, maar wie weet, gaat het daar een beetje minder de verkeerde kant op. In onze raad is een Initiatiefvoorstel Wonen ingediend. Het College kwam met een memo en omdat een memo minder stuurt dan een voorstel, dacht ik na de vorige raadsvergadering toen de stemmen staakten: “Ik bel eens wat fractievoorzitters op en ik wijs ze op dat verschil.” Een initiatiefvoorstel is gewoon sterker dan een memo.
Ik had gehoopt – maar zo zie je maar: politiek blijft leren – dat daardoor vanavond wat meer van de tegenstemmen, voorstemmen zouden worden. Maar neen, de tegenstemmers dachten: “Weet je wat? We maken van het memo van het College, een voorstel.” Daar stemmen wij niet mee in en wel hierom: twee zorgen voor één zaak is wat veel en er ligt al een mooi initiatiefvoorstel. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Iemand daar reacties op? Burgerbelang, meneer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het valt mij wel tegen wat de heer Krans zegt. We weten allemaal dat de woningnood groot is. We weten allemaal dat we het samen moeten gaan doen. De hand is diverse keren uitgereikt, ook tijdens de Fora en nu weer worden we weggezet als: “Jongens, jullie willen niet met ons meedoen. Dus, laat maar hangen,” om het heel erg plat te zeggen. Dat betreur ik. Wij zijn ook bereid om mee te denken over: hoe gaan wij betaalbare woningen bouwen? Hoe gaan we zorgen voor de doorstroming? Hoe gaan we zorgen voor onze jongeren? Hoe gaan we zorgen voor onze ouderen? Dat zij allemaal kunnen wonen. Ik vind het dan heel jammer dat dat op deze manier in die discussie, wederom doodgeslagen wordt. Daarnaast … U haalde het net zelf ook al aan.
Er komt waarschijnlijk vanavond een coalitieakkoord in Den Haag rond, of wordt openbaar gemaakt en daarin staat inderdaad: “De woningnood wordt opgepakt vanuit het Kabinet. Dat geldt ook voor de kinderopvang en noem maar op.” Dus eigenlijk bijna alles wat we hier vanavond bespreken, daarvan is de grote vraag of dat ook zo uitgevoerd kan gaan worden, zoals wij dat hier nu willen. Maar ik vind het gewoon echt jammer dat de uitgestoken hand wederom niet aangepakt wordt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik vind het ook jammer dat eigenlijk onze hele woonvisie, die we gezamenlijk hebben vastgesteld met alle moties en de reacties van het College en de memo van het College, afgedaan wordt als zijnde ‘minder dan een initiatiefvoorstel’. Want iedere keer is duidelijk geweest dat het initiatiefvoorstel eigenlijk door de macht van het getal eens te meer een meerderheid gaat halen. Eigenlijk zoals mijn collega de heer Brunsveld zegt: deze wooncrisis is te groot en te veel van belang voor al onze inwoners, om het initiatiefvoorstel eigenlijk niet raadsbreed te ondersteunen. Dus zullen we de handen uit de mouwen moeten steken en mensen niet iets op de mouw moeten spelden,
823
want in feite is het initiatiefraadsvoorstel ingewisseld voor een alternatief, waaruit eigenlijk wordt onderkend dat het niet haalbaar is wat er in dat initiatiefvoorstel stond. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De ChristenUnie, meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik zou in dit geval nog iets verder willen gaan. Ik zou de indieners van het initiatiefraadsvoorstel willen oproepen hun eigen voorstel in te trekken en kijken of we hier na de verkiezingen weer op kunnen terugkomen. Dan is er een nieuw Kabinet, dan heeft Den Haag ook gesproken. Dan is er een nieuwe situatie en dan vind ik het tijd om onze knopen te tellen op de situatie. Dan moeten we eens kijken of inderdaad aanpassingen van het focustraject nodig zijn. Ik vind het zo vlak voor de verkiezingen ‘not done’. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Duidelijk. Dan gaan wij over tot stemming. Nee, meneer Krans nog.” De heer KRANS: “Voorzitter, er wordt gesproken over uitgestoken handen. Dat gaat vandaag wat lastig, met corona, maar ik heb menig uitgestoken telefoontje gepleegd. Dus ik vind het jammer als het nu zo … - hoe zegt men dat tegenwoordig? – ‘geframed’ wordt. De herhaalde vraag om een initiatiefraadsvoorstel in te trekken ... Ja, daar kan ik ook helaas erg weinig mee.
Dus, ik denk dat uw voorgenomen gedachte om de zaak in stemming te brengen, wel de juiste is.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan wij meneer Bloem het woord geven.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Niet met de intentie om het debat van de vorige keer uitgebreid te herhalen. Dat zeker niet. Natuurlijk is het woonbeleid een ingewikkeld onderwerp. We praten er in feite al een jaar over. Langer dan een jaar. Ik denk ook, dat op een gegeven moment inwoners ook wel besluiten willen om verder te kunnen, maar in de uitwerking daarvan zal het vast niet de laatste discussie zijn die we erover hebben. Dus, ik vind het sowieso positief om te zien dat er wel partijen voorstellen doen op het gebied van woonbeleid en ook dat er bijvoorbeeld vanavond een amendement toegevoegd is, wat ook zeker onze steun zal hebben. Maar goed, ik vind het ook wel lastig, dat wordt aangegeven dat een uitgestoken hand wordt geweigerd, ook omdat in iedere fase dat we met het initiatiefvoorstel bezig waren geweest, we altijd de andere partijen hebben meegenomen en ook hebben geïnformeerd. Ook toen we bezig waren het aan te passen, ook redelijk tijdig nog een aangepast concept hebben rondgestuurd en we nu redelijk vijf voor twaalf een motie krijgen, waarop wij ook niet hebben kunnen reageren.
Dus in die zin ben ik zeker wel bereid om bij de uitwerking van het initiatiefvoorstel – als het wordt aangenomen – met andere partijen in contact te blijven, maar ik vind het wel belangrijk dat we ook als raad besluiten kunnen nemen op een gegeven moment, na een jaar hierover gediscussieerd te hebben.” De VOORZITTER: “Reactie van meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Ja, ik vind het wel bijzonder dat de heer Bloem nu aangeeft, dat hij pas op een later moment die motie voorbij zag komen. Dat was inderdaad deze week, maar ik heb ook gehoord dat deze raad in de openbaarheid wil spreken en dat zij niet in achterkamertjes akkoorden willen maken, maar dat we het debat willen voeren in de openbaarheid. Juist in deze raad. Dat is ook de reden dat we deze motie nu, vanavond, hier op tafel brengen. Juist om hier, in de openbaarheid, het gesprek te voeren en om te kijken: “Waar zitten de verschillen? Maar ook: waar kunnen we elkaar vinden?” Wij proberen met deze motie elkaar te vinden, juist omdat er een goede onderlegger ligt van het College waarin veel partijen zijn vertegenwoordigd. Ja, je hebt dualisme, maar dat geeft natuurlijk niet aan, dat je per definitie dan je College dan maar aan de kant schuift. Dat is natuurlijk een vreemd verhaal. Dus is het een uitgestoken hand? Ja, het is een beetje Feijenoord: hand in hand, kameraden.
Laten we samen optrekken en de woningbouwcrisis te lijf gaan, hier in Zutphen.”
824
De VOORZITTER: “Mooi. Meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Het is zeker niet onze intentie om dat hier in achterkamertjes allemaal te regelen. Zeker niet. Ik denk ook, dat we al heel veel debatten hebben gehad als raad. Ook bij de voorjaarsnota hebben we het hierover gehad. We hebben in het voorjaar een uitgebreid Forum gehad. We hebben twee Fora gehad waarin het initiatiefvoorstel is besproken en een uitgebreide raadsvergadering. Dus in mijn beleving hebben we het uitgebreid in de openbaarheid kunnen bespreken en bij alle stappen die er tot nu toe zijn gezet, heb ik altijd geprobeerd iedereen mee te nemen.” De VOORZITTER: “Interruptie van de heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik denk dat de heer Bloem hier de spijker op z’n kop slaat. Hij zegt: “In mijn beleving hebben wij hier voldoende over gesproken.” Ja, klopt. De heer Bloem en consorten hebben hier al een jaar over gesproken. Het eerste Forum hierover was in september en dat is nog geen jaar geleden. Dus dat is drie maanden geleden. Dus, u heeft wel degelijk - zoals de heer Brunsveld zegt - tevoren iets voorgekookt wat u uiteindelijk door deze raad wil loodsen.” De VOORZITTER: “Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter.
Dit is ook op reactie van wat de heer Bloem zegt: is de heer Bloem dan ook van mening, samen met mij, dat een ingrijpend voorstel als dit niet een raadsbrede steun verdient in plaats van een verdeelde raad?” De VOORZITTER: “Meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Ik zal eerst even ingaan op de reactie van de heer Verschure. Het eerste Forum waarin we het over het woonbeleid hebben gehad, was in het voorjaar en daar hebben wij ook al uitgebreid over de inhoud kunnen spreken. Uiteraard heeft het mijn voorkeur dat een initiatiefvoorstel, zoals we dat hebben ingediend, een bredere steun heeft. Uiteraard. Tegelijkertijd vind ik ook, dat als we als politiek al zo lang over dit onderwerp spreken, dat we op een gegeven moment ook de … Dat men van de politiek mag verwachten dat men hier een richting aan geeft. Wat betreft het dualisme: het initiatiefvoorstel botst niet met het coalitieakkoord. Het is zelfs – zonder te veel een inhoudelijk debat hierover te voeren – een verdere invulling daarvan. In het coalitieakkoord zie je juist de focus op die doelgroepen waarover we in het initiatiefvoorstel hebben gehad. Daarin word ik opgeroepen om meer met Koopgarant te doen. Dat zijn allemaal zaken die gewoon in het coalitieakkoord staan.” De VOORZITTER: “Interruptie, meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter.
Bent u het dan niet met mij eens, dat het veel verstandiger zou zijn om dit voorstel over de verkiezingen van de gemeenteraad heen te tillen en de volgende raad hierover te laten beslissen? Als het zo ingrijpend is? Zeker gezien het feit dat het Kabinet waarschijnlijk met allerlei plannen komt. Waarschijnlijk ook vanuit het ministerie van - dat geloof ik - volkshuisvesting heet. Dank u.” De VOORZITTER: “Meneer Van Dijk, u maakt wel twee keer hetzelfde punt.” De heer VAN DIJKEN: “Er is nog niet op gereageerd, voorzitter.” De VOORZITTER: “Ah, oké. De heer Bloem, een korte reactie graag.” De heer BLOEM: “Kijk, uitstellen is ook een keuze en het over een raadsperiode heen tillen ook, maar dan ben je weer een halfjaar verder. In feite hadden we dit voorstel eigenlijk al een halfjaar
825
geleden al willen indienen. Dus, het antwoord is: je kunt blijven wachten op allerlei ontwikkelingen. Op een gegeven moment zou je ook een besluit willen nemen als raad.” De VOORZITTER: “D66, mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog een poging doen om tot een raadsbreed akkoord te komen. Dan is mijn vraag aan de heer Bloem: wat is volgens u het verschil tussen de veertien stemmen die een andere mening hebben over wonen en de vijftien stemmen die achter dit alternatief voorstel staan? Volgens mij, is het verschil: wat is een betaalbare woning? Hoe duiden we dat? U zegt: “Dat ligt tussen de € 150.000,= en € 200.000,=.” Maar het alternatieve voorstel zegt: “Het College mag daarvan afwijken, als blijkt dat dat niet lukt.” Bent u de inwoners geen knollen voor citroenen aan het verkopen? Want u zegt eigenlijk zelf: “Ja, waarschijnlijk gaat het niet lukken. College, u mag er gemotiveerd van afwijken.” Dit is nou net het cruciale punt waardoor veertien stemmen in deze raad zeggen: “Tegen.” Hoe kijkt u daarnaar?” De VOORZITTER: “Ik geef ook meneer Lok even het woord, want u sluit daarop aan, denk ik.” De heer LOK: “Een extra vraag die ik aan de heer Bloem zou willen stellen: er ligt hier een motie voor, die nu is ingediend.
Dat is die uitgestoken hand ook, die wij nog een keer al eerder in het Forum hebben aangeboden waarbij we zeiden: “Trek samen met ons op op basis van het memo en het onderzoek van het College.” Gaat de PvdA voor of tegen stemmen?” De VOORZITTER: “Ik geef eerst even meneer Bloem het woord en daarna kom ik bij meneer De Ridder.” De heer BLOEM: “Ik zou graag op iedere uitgestoken hand ingaan. Dat zeker. Waarom veertien … Of laat ik zeggen, andere partijen tegen zijn, dat is - denk ik - aan iedere partij om dat te verwoorden. Ik zou ook niet het raadsdebat over willen doen. Als ik daar op inhoud inga, dan doen we het raadsdebat over. Dat is denk ik niet de intentie, toch?” De VOORZITTER: “Nee, in ieder geval niet om over dezelfde stukken weer een nieuwe discussie voeren. Meneer De Ridder?” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Wat ik hier merk, is dat de tegenstanders van dit voorstel het debat willen overdoen. Als er geen inhoudelijke punten meer zijn, dan gaan we op het proces zitten en dan gaan we ‘wij-zij’ zitten denken. Dan wil ik reageren op de vraag van mevrouw Ten Holder: wat is het verschil tussen veertien en vijftien? Het verschil is één stem en dat leidt tot een meerderheid. We leven nou jammer genoeg, zoals ik het van mevrouw Ten Holder hoor, in een democratie waarin een meerderheid beslist over wat, in feite, een hele volksvertegenwoordiging zegt.
Wij kunnen als SP ook wel vaak genoeg zeggen: “We zijn het ergens niet mee eens.” Dan nemen wij dat besluit en dan zeggen we: “Oké, de raad heeft besloten, maar we vinden het nog steeds een slecht idee.” Wat hier nu gebeurt, is dat eigenlijk de zeven partijen die nu tegen dit voorstel zijn, eigenlijk geen idee meer hebben wat ze nu hiermee moeten doen en dan maar gewoon vertragen, vertragen, vertragen. Het plan was …” De VOORZITTER: “Interruptie …” De heer DE RIDDER: “Ik zou graag even wel mijn zin afmaken. Het plan was om gewoon nu even te stemmen en dan is het goed. Deze zeven partijen komen met meerdere amendementen en een motie. Dan denk ik ook: “Ja, we hebben zo veel maanden hierover gedebatteerd en zoveel
826
momenten gehad.” En pas op het moment dat de stemmen staken, omdat iemand van GroenLinks afwezig is vanwege persoonlijke omstandigheden … Ik vind dat eerder een blamage voor deze raadszaal dan dat we hierover gaan discussiëren.” De VOORZITTER: “Oké, nog een reactie van mevrouw Ten Holder en dan stel ik voor dat we gaan stemmen. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “De SP is dus van mening, dat een van de grootste maatschappelijke opgaven, de wooncrisis, gewoon met het machtsgetal plus één hier in Zutphen beslecht kan worden? Dàt is de democratie waar de SP voorstaat?” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dat is wel de democratie waar de SP voor staat en waar wij al jaren van zeggen: “Ja, dat is nou gewoon eenmaal zo.”” De VOORZITTER: “Ik denk niet, dat wij dichter bij elkaar gaan komen. Dus ik stel voor dat we gaan stemmen. Ik probeer het samen te vatten. Daar gaan we: 9.a.” De heer KRANS: “Voorzitter, sorry voor de onderbreking, maar de vorige keer hebben we - dacht ik - afgesproken dat we bij ieder amendement even zou zeggen wat de inhoud is en de indiener vermelden, ook om het de mensen thuis niet al te moeilijk te maken. Misschien mij ook wel” De VOORZITTER: “Moet ik de titel voorlezen? Want als u mij niet helemaal kwalijk neemt, kan ik niet meer precies vertellen wat er nou precies letterlijk in staat.
9.a ‘Amendement alternatief initiatiefraadsvoorstel Meer betaalbare woningen in Zutphen; realistische prijzen 2021-A0032.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (… …) De stemming is gesloten. (…) Dertien stemmen vòòr en vijftien stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Daarmee is 9.a verworpen.” Besluit: Verworpen. De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 9.b, Griffienummer 2021-A0034. Wat is er, meneer Brunsveld?” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, normaal gesproken, krijgen wij zo’n heel mooi overzichtje op het scherm te zien van de uitslag van de stemming.” De VOORZITTER: “Ja, ik heb geen schermpje, hè. Dan krijg je dat.” De heer BRUNSVELD: “Ik heb wel een schermpje, maar daar staat niks op.” De VOORZITTER: “Oké, kan dat nog? Nee? We gaan even schorsen. (… …) Nee, dit gaat niet meer lukken. Dan gaan we het met de volgende nog een keer proberen. Het blijft techniek, hè.”
827
9.b
Amendement: Alternatief initiatiefraadsvoorstel ‘Meer betaalbare woningen in Zutphen; oog voor alle soorten woningen’ (GRIFFIENR.: 2021-A0034) (Audiopositie 01:46:14)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 9.b ‘Alternatief initiatiefraadsvoorstel ‘Meer betaalbare woningen in Zutphen-Oog voor alle soorten woningen’. Nummer 2021-A0034.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (… …) De stemming is gesloten. Mijn collega van de Griffie loopt weg. Dus ik vermoed dat we het niet gaan presenteren. Klein momentje. (…) Ik zal u al wel vast het resultaat mededelen. U zult het vast willen weten. Achttien stemmen vòòr, tien tegen. De VOORZITTER: “Daarmee is het voorstel dus aangenomen.” De GRIFFIER: “Op mijn scherm zie ik alle resultaten. Trouwens ook voor de mensen thuis en voor u: er wordt ook een uitdraai gemaakt. Dus, u ziet ook wie er heeft gestemd en hoe er gestemd is. Ik kan hier op mijn scherm zien dat tegen hebben gestemd de fractie van de SP, de Stadspartij en de fractie van de PvdA. Vòòr: de rest van de fracties.” De VOORZITTER: “Oké, we behelpen ons even.” Besluit: Aangenomen.
9.c
Amendement: Alternatief initiatiefraadsvoorstel ‘Meer betaalbare woningen Zutphen – Bouwen voor inwoners’ (GRIFFIENR.: 2021-A0035) (Audiopositie 01:48:00)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 9.c het alternatief initiatiefraadsvoorstel ‘Meer betaalbare woningen Zutphen – Bouwen voor inwoners’. Griffienummer 2021-A0035.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, een punt van orde: deze is vandaag ingediend. Het betoog is voorbereid, maar wat mij betreft, kan die gewoon meteen in stemming gebracht worden.” De VOORZITTER: “Ik schrok al. Nee, fijn. Oké, 9.c.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend voor 9.c. (… …) De stemming is gesloten op 9.c. Het resultaat is 28 vòòr en nul tegen. Geen stemmen tegen.” Besluit: Raadsbreed aangenomen.
9.d
Alternatief initiatiefraadsvoorstel ‘Meer betaalbare woningen Zutphen’ (GRIFFIENR.: 2021-0126) (Audiopositie 01:49:05)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar het geamendeerde initiatiefraadsvoorstel, 9.d. Griffienummer 2021-0126.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (… …)
828
De stemming is gesloten. Vijftien stemmen vòòr en dertien tegen. Waarbij tegen: mevrouw Ackermans, de fractie van de VVD, fractie Burgerbelang, fractie ChristenUnie, BewustZW, fractie CDA en fractie D66.” De VOORZITTER: “Dus aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
9.e
Motie: Betaalbare wooncarrière in Zutphen (GRIFFIENR.: 2021-M0041) (Audiopositie 01:50:15)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 9.e. De motie ‘Betaalbare wooncarrière in Zutphen’.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (… …) De stemming is gesloten. Dertien stemmen vòòr en vijftien tegen.” De VOORZITTER: “Is dus nièt aangenomen.” De GRIFFIER: “Tegen zijn de fracties van de PvdA, Stadspartij, GroenLinks en de SP.” De VOORZITTER: “Dank u wel.” Besluit: Verworpen.
10
GRONDSTOFRIJK ZUTPHEN, GRONDSTOFFENPLAN 20222026 GRIFFIENR. 2021-0114 (Audiopositie 01:51:12)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij verder. Dan slaan wij agendapunt tien over, het grondstoffenplan.” Besluit: Aangehouden (conform afspraak in Presidium).
11.a Amendement: Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de Cleantech Regio – Opnemen eindtermijn zoekgebieden windenergie (GRIFFIENR. 2021-A0038) (Audiopositie 01:51:21)
De VOORZITTER: “Dan komen we op de RES, zowel nummer 11.a, het amendement, als het nummer zelf, 11.b, de RES. Ik ga even rondkijken wie ik het woord mag geven? Ik zie Burgerbelang, de VVD, de Stadpartij, de PvdA. Dan kijk ik verder: het CDA, D66 en GroenLinks. Ja, iedereen genoemd. Oh, en BewustZW. Oké, beginnend met Burgerbelang, meneer Siemes.” Eerste termijn De heer SIEMES: “Dank u wel. Volgens mij, ik weet niet of iedereen het heuglijke nieuws al heeft meegekregen, maar wij krijgen misschien vanavond nog een Kabinet en daarmee een nieuw coalitieakkoord. Er werd al aangekondigd dat ongeveer alles wat wij vanavond bespreken morgen vrij waardeloos is. Te beginnen
829
bij dit voorstel voor de RES 1.0. Hier hebben we natuurlijk al heel veel over gesproken. We hebben een uitgestelde raadsvergadering gehad. Ik denk dat het standpunt van Burgerbelang wel duidelijk is. In het kort is het … Ja, wij zien het meer als een soort wensdenken. Langs elkaar heen praten van de regio en het staat verre van de bedoelingen van de regionale samenwerking, volgens mij. Maar daar wil ik het niet over hebben. Dat is wel duidelijk, maar wij willen het hebben over een amendement dat wij vanmiddag hebben rondgestuurd. Ik hoop dat iedereen het heeft gelezen. In beginsel is een amendement natuurlijk bedoeld om een voorstel beter te maken en met dat in het achterhoofd wil ik toch even de tekst delen, want ook ik heb gewoon bij dezen weer gekeken naar: “Wat hebben wij afgesproken? Wat staat hierin? En waar willen we de nadruk op hebben?” Dat is nu eigenlijk voor ons, op de korte termijn: duidelijkheid voor de mensen die wonen in of nabij het zoekgebied voor windmolens. Tijdens een vorig Forum heeft de wethouder aangegeven: “Ja, dat zoekgebied blijft zoekgebied. Daar zit geen einddatum aan.” Ik heb het even nagelezen, maar dat werd eigenlijk in de RES ...
Zoals die nou er staat, staat het letterlijk: “Deze partijen, waaronder dus de gemeente, willen op korte termijn duidelijkheid geven in hoeverre zij al dan niet doorgaan met het windpark, in welke vorm en langs welk proces.” Dat vond ik vrij duidelijk en ik wil graag dat daar de focus opgelegd wordt en ik wil graag gebruik maken van dit voorstel om bij dezen te besluiten dat dit ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt en dat een zoekgebied niet een eeuwige zoektocht wordt. Daarom hebben wij als besluit nu geformuleerd: “Te besluiten dat binnen drie maanden uitvoering wordt gegeven aan de opdracht, zoals gesteld in de regionale energietransitie, definitieve versie november 2021, op pagina 35” – de tekst die ik net citeerde – “en daarbij de status van zoekgebied voor het betreffende gebied komt te vervallen binnen een termijn van drie maanden.” Dit dienen we mede in met het CDA. Ik denk misschien, dat ze daar nog een toelichting op willen geven, maar bij dezen dienen we dus dit amendement in en we hopen op een ruime meerderheid. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan wij naar de VVD.” De heer HISSINK: “Ja, dank u, voorzitter. Ik was eigenlijk ook wel benieuwd of het CDA daar nog een toevoeging op heeft. Dan kan ik daarop reageren. Geen? Oké.” De VOORZITTER: “Dat komt straks.” De heer HISSINK: “Dank u wel. Ja, de RES.
Ja, de vorige spreker heeft het al gezegd: we hebben het er al heel vaak over gehad. Ik zal eerst even over het amendement zeggen wat wij ervan vinden. Eindtermijn zoekgebieden windenergie. Wij zullen dit niet steunen. Er zit al een termijn in. Het is twee jaar. Dat klopt, maar het wordt geëvalueerd. Dus wat ons betreft, is dat voldoende. Dan nu de RES 1.0. Het ligt hier voor ons. We hebben al een aantal Fora en amendementen hierover gehad en nu is het de 1.0 wat hier voor ons ligt. Wij hebben als VVD hier best mee geworsteld, maar wij begrijpen het belang van deze RES. Wat ik ook al vaker heb gezegd: niks doen, is geen optie, wat ons betreft. De RES die nu voor ons ligt, helpt ons ook in de toekomst om beter en duurzamer energie op te wekken. Dus wij zullen de RES, zoals die hier voor ons ligt, steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ja, zoals we ook al tegen het concept van de RES en de ontwerp-RES hebben gestemd, vinden wij grootschalig zon- en wind in het buitengebied geen optie. We vinden dat dat geen zoekgebieden moeten zijn. Wij vinden dat we veel meer zon op daken moeten hebben, de zonneladder. En wij blijven bij ons standpunt, omdat deze RES 1.0 eigenlijk niks verandert ten opzichte van het concept dat ons voor is gelegd. Geen enkel amendement.
Wij blijven tegen, omdat we ook vinden dat bewoners onvoldoende betrokken zijn bij de totstandkoming van de RES. Wij zullen tegen deze RES gaan stemmen.”
830
De VOORZITTER: “Dank u. Dan ga ik naar de PvdA.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Over de RES zelf: er is zoveel al over gezegd. Daar hebben we allemaal ons zegje over gedaan en vanuit de PvdA veranderen wij daar onze mening niet over. Met betrekking tot het amendement, dat vanmiddag om vijf voor vijf pas op de mail bij de mensen terechtkwam: ik vind het eigenlijk niet kunnen om op die manier te werken, terwijl we weken geleden al deze motie hadden kunnen verwachten van de heer Siemes. Dus wij zijn ook tegen dit amendement en hopen dat we verder kunnen.” De VOORZITTER: “Reactie van meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Even voor de duidelijkheid: bent u tegen dit amendement omdat u drie regels tekst érg veel vindt, voor vijf uur ’s middags?” De VOORZITTER: “De heer Manders?” De heer MANDERS: “Nee, het verandert niks in de opstelling op dat gebied, dat weet u zelf ook wel. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar D66.” De heer BROUWER: “Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de constatering dat sinds het concept RES 1.0, weinig of eigenlijk niets terug te vinden is in de hoofdtekst van wat wij als Zutphense gemeenteraad allemaal hebben ingebracht. In concept konden wij dit niet steunen en dat betekent logischerwijs dat als er weinig is veranderd voor de Zutphense situatie, dat wij de definitieve versie ook niet steunen.
Dat doet ons toch ook pijn, want natuurlijk is de energietransitie hard nodig, maar niet in deze vorm en niet op deze manier. Een heel goed bruikbare nationale zonneladder, wordt ingeruild voor een zelfgemaakte ladder en de onzekerheid omtrent de zoekgebieden wind duurt voort. Waar bij de zoekgebieden op de Veluwe, met betrekking tot de wespendief, alles ‘on hold’ wordt gezet, gaan we hier bij het zoekgebied wind in Zutphen gewoon door. Onzekerheid. We zullen dan ook het amendement van het CDA en Burgerbelang steunen. En dan een algemene opmerking: we hebben in Nederland drie bestuurslagen: het Rijk, de Provincie en de gemeente. Maar met de regio hebben we eigenlijk een vierde bestuurslaag, zonder directe democratische controle. Er is niet zoiets als een regioraad en je ziet gewoon hoe moeilijk alle gemeenteraden het hebben om tot een besluit te komen en invloed uit te oefenen. Laten we wel wezen, dat als er iets uit de regio komt, heeft dat wel gevolgen voor onze inwoners. Dus helaas in deze vorm en op deze manier, kunnen wij de RES 1.0 niet steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Het CDA.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, groot en ingrijpend. Dat is - denk ik - toch wel waar de RES nu voor staat. In alle eerlijkheid: wij vinden het als CDA heel spijtig dat er in de RES geen hoofdstuk is opgenomen met de wensen en opmerkingen van de diverse gemeenteraden van onze regio.
Zoals bijvoorbeeld de wens van de gemeente Zutphen, om een afwegingskader te maken voor wind- en zonne-energie. De wens is, dat we dat moeten gaan opstellen. Uiteraard gaan we dat hier in Zutphen wel doen, maar het zou toch heel prettig zijn als de buitenwereld dat ook weet en kan lezen in die RES. Dat is een gemiste kans. In een eerder gesprek hebben wij die RES eigenlijk ook al wel de ‘ZES’ genoemd. De Zutphense Energie Strategie. We denken dat dat nog steeds zo is, want het zoekgebied voor grootschalige wind in Zutphen noord, dat staat nog op de kaart. Dat is ingetekend en dat vinden wij jammer en dat vinden wij ook onwenselijk, omdat vooral inwoners van een andere gemeente worden opgezadeld met jarenlange onzekerheid, de onzekerheid van een zoekgebied: een soort van zwaard
831
van Damocles, dat boven dat gebied hangt. Daarom ook dit amendement hiervoor, wat wel goed is toegelicht door de heer Siemes. Wij pleiten gewoon voor snelle duidelijkheid. Ik denk dat de inwoners van het gebied Zutphen noord, vooral Eefde West daar recht op hebben. Snelheid vind ik eerlijk gezegd niet twee jaar. Snelheid is wel om vijf voor vijf kunnen reageren. Dan heb je toch nog bijna drie uur tot nu. Dat is snel. Geen twee jaar. Dus PvdA, denk er nog heel even over na, misschien dat u dan wel kunt zeggen van: “Nou, misschien is dat amendement zo gek nog niet.” Al met al, om dat de RES ook een ‘ZES’ is, vinden wij dat geen goed voorstel en zullen wij het totale RES-verhaal, zoals het nu voorligt, niet gaan steunen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks. De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Ten opzichte van het concept dat we op elf oktober hebben besproken, is er niet zo heel veel veranderd. Bij die gelegenheid was al een aantal zoekgebieden voor windenergie geschrapt: Leestense Broek, de Lochemseweg, aangrenzend aan onze gemeente ook de zoeklocatie Voorsterklei. Wij waren daar als fractie blij mee, hebben we toen gezegd. Een ander verschil is, dat er meer nadruk ligt op zonne-energie op bedrijfsdaken. Zelfs zoveel meer dan op landbouwgrond is geprojecteerd. Ook daar zijn we het mee eens.
Op elf oktober hebben we voor de zoekgebieden zon en wind een afwegingskader toegevoegd, via een motie van de ChristenUnie, GroenLinks, het CDA en D66. De definitieve RES 1.0 zegt daarover … Inderdaad niet de RES zelf, maar het eindverslag voor de inspraak, maar daar staat wel heel duidelijk op papier dat dit een kwestie is die lokaal moet worden uitgewerkt en dat ìs ook zo, natuurlijk. Ik heb tijdens het Forum aan wethouder Boswinkel gevraagd of zij al met zo’n afwegingskader bezig is en het antwoord was “Ja”. Daarom is er voor mijn fractie weinig reden om er vandaag anders in te zitten dan twee maanden geleden. GroenLinks leeft in het volle besef dat we zo snel mogelijk af moeten van fossiele brandstoffen. Wind- en zonne-energie in combinatie met radicale energiebesparing, energieopslag en versterking van het elektriciteitsnetwerk zijn daarbij de alternatieven. Wij constateren dat de RES 1.0 aan deze zoektocht richting geeft en samen met het afwegingskader is dit voor de GroenLinksfractie voldoende om voor de RES te stemmen. Dan nog een enkel woord over het amendement van Burgerbelang en CDA, over het zoekgebied De Mars Zutphen Noord. Wij zullen daar niet in meegaan. Immers nog maar twee maanden geleden hebben we in deze raad met een meerderheid besloten dat dit zoekgebied zijn status behoudt.
Het argument daarvoor was, dat we in Zutphen voor een duurzame en evenwichtige energiemix windenergie nodig zullen hebben en dat we de innovatie een kans willen geven. Op elf oktober spraken we ook af, dat we bij voorkomende initiatieven een afwegingskader zullen hanteren voor landschappelijke inpassing en de betrokkenheid van de omwonenden. Het geeft dan geen pas om dan al na twee maanden dat besluit weer terug te draaien, als het niet binnen drie maanden lukt om daar chocola van te maken. Dat is een volstrekt onredelijke termijn.” De VOORZITTER: “Interruptie, de heer Siemes, sorry.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Dan wijs ik toch even op de RES, waar dit daadwerkelijk expliciet in staat, dat er op korte termijn uitleg moet komen, want er staat ook uitgebreid beschreven waarom het op dat moment niet kan en waarom het als zoekgebied eigenlijk afvalt, omdat er natuurlijk al een Raad van State-uitspraak tegenover ligt. Dus, dit is niet helemaal de realiteit, helaas. Het staat expliciet in de RES. Het enige wat we met dit amendement willen doen, is dat het ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Dit in tegenstelling tot wat de wethouder de vorige keer aangaf.” De VOORZITTER: “Meneer Logemann, gaat u verder.” De heer LOGEMANN: “Het zoekgebied De Mars Zutphen is niet uit de RES geschrapt en er staat niet in de RES, dat er binnen een termijn van drie maanden daarover besloten moet zijn.”
832
De VOORZITTER: “Interruptie.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Hier ga ik GroenLinks aan houden: wat vindt u een korte termijn?” De VOORZITTER: “Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Ik denk dat het een heel redelijke termijn is om bij de RES 2.0, die over twee jaar uitkomt, te kijken of dit een reële optie was. Mag ik doorgaan, voorzitter?” De VOORZITTER: “Ja.” De heer LOGEMANN: “Ja. Nou goed, het is een volstrekt onredelijke termijn, om nu al te beslissen dat we over drie maanden een definitieve beslissing genomen moeten hebben. Het gaat hier om lang lopende processen, waar we als gemeente ook nog eens beperkte invloed op hebben en over drie maanden weten we waarschijnlijk niet meer dan we nu al weten. Ja, met die status van zoekgebied geven we geen zekerheid aan omwonenden. Daar staat nu wel het afwegingskader tegenover. Wij blijven dus achter het besluit van elf oktober staan en wij zullen bij het amendement tegen stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan kijk ik even op mijn lijstje. BewustZW en daarna de ChristenUnie.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het amendement 11.a is laat ingediend, maar ja, inderdaad, zijn die paar regels toch al snel te lezen. Sterker nog: als u had ingelogd hier, had je er ook kennis van kunnen nemen. Dus ik vind dat een kulargument, maar goed, dat zijn de woorden van PvdA en ook zoals ze erin staan. Daar kan je voor kiezen.