Handelingen Raad 12 en 13 juli 2021
Tekst van het document
Dan kunnen zij de motie steunen. Ik vat het even kort samen.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u. Ik kom daar straks op terug. Zoals ik het al zei, voorzitter - en dat was ook het eind van mijn betoog - zitten huisvestingsoplossingen altijd aan het eind van een verandertraject en nooit aan het begin. Ik roep de raad echt met klem op: ga niet vooraf op huisvestingsgebied al eisen stellen. Natuurlijk zullen die clubs in hun verhaal rekening gaan houden met de gevoeligheden in de samenleving en de raad. Daar ga ik wel vanuit. Maar, ga dat niet tevoren al klemzetten. Dát beoogt deze motie. Nog even terugkomend op de motie op de reactie van de PvdA. Ik moet daar even over denken.” De VOORZITTER: “Daar kunt u in de tweede termijn op terugkomen.”
498
De heer VAN DIJKEN: “Dat zal ik in de tweede termijn doen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dit was uw betoog, meneer Van Dijken? Ja. Dan ga ik naar Burgerbelang, de heer Siemes.” (Audiopositie 00:57:31)
De heer SIEMES: “Dank u wel, voorzitter. Ik had een heel leuk betoog opgeschreven, maar iedere keer komen er weer dingen bij. Laat ik even ... Van de afgelopen tijd wil ik even aangeven - zoals D66 net verwoordde - zo stonden wij er eigenlijk ook een hele lange tijd in, want we hebben natuurlijk heel lang op deze Cultuurnota gewacht. Dan zijn de verwachtingen hoog. Ik denk, dat wij toch hele andere verwachtingen hadden van de Cultuurnota. Ik wil het graag even tegen drie documenten leggen. Ten eerste, is dat de motie ‘Regie op Cultuur’. Daarvoor hebben wij een aantal opdrachten gegeven. Dat is, in de Voorjaarsnota – nou ja, dat is niet gehaald – met een integraal en structureel voorstel te komen voor de Stichting Hanzehof en Vastgoed Hanzehof. Ik concludeer, dat wij dat gewoon nog niet hebben. Deze Cultuurnota gaat ervanuit, dat wij toch weer verder plannen gaan maken, verder gaan zoeken. Dus, daar zullen wij dan weer als onderzoek de schouders onder moeten zetten. Het tweede wat aangegeven staat, is dat er een quick scan evaluatie uitgevoerd moet worden naar de beleidspeerpunten uit de Cultuuragenda 2017-2020. Dat is het tweede document waar ik het zo even over zal hebben. Ik denk niet, dat daaraan is voldaan. Het samenspel van culturele instellingen en organisaties, de brede verkenning. Dat is een beetje op hol geslagen.
Ik ben sowieso niet van de bobotaal, maar ik weet, dat jullie allemaal hebben gezien, dat om de twee pagina’s stond uitgelegd wat er verstaan wordt onder ‘simpel, slim en samenhangend’. Ik denk dan: “Is er een gemeente die ‘dom, ingewikkeld en onsamenhangend’ iets wil doen?” Ik hoop het toch niet. Dus, ik vind het niet echt ‘n toegevoegde waarde hebben. Het SAMENSPEL en SAMEN in hoofdletters: SAMEN komt 128 keer voor in dit document én het is maar een wens. Dan ben ik er nog niet, want in punt 4 van de regiemotie staat: “De lessen en conclusies van 2 en 3 te verwerken in de Cultuurnota.” Ik zal zo laten, dat dat dus inderdaad ook niet aan de orde is. Want, als wij gaan kijken naar de uitgangspuntennota, die hebben wij allemaal in april gehad. Dat zou toch een aanzet moeten zijn, dat wij daar de kaders in aangeven van wat de Cultuurnota moet zijn en wat wij ervan mogen verwachten. Het komt gewoon niet overeen. Er staan gewoon andere uitgangspunten in deze Cultuurnota. Op zich, daar hoef je niet tegen te zijn, maar het zet ons wel op het verkeerde been. Bijvoorbeeld, nu in deze Cultuurnota staat heel expliciet: ‘We zetten Cultuur in als middel om andere maatschappelijke doelen te bereiken op het gebied van jeugd en sport. Dus, die maatschappelijke doelen moeten verweven zijn. Geen enkele notitie daarvan in de uitgangspuntennota.
Dus, je zou zeggen dat het heel belangrijk is, maar wij hebben dat níet op die manier vastgesteld. Ook staat er in de uitgangspuntennota: zorg voor die samenwerking in sociale media, laat culturele instellingen sociale media, digitale samenwerking, publiek-private samenwerking, ga op zoek naar funding. Dat vind je allemaal niet terug in deze Cultuurnota. Wat ik echt wel verontrustend vond, is dat in de Cultuurnota staat: “Op uitnodiging van de provincie Gelderland werken we aan een visie op de toekomst voor regionale culturele infrastructuur voor de Stedendriehoek”. Dat staat dan in uitgangspuntennota van de provincie Gelderpand en “We kijken naar passende bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden. Het doel is de slagkracht en toekomstbestendigheid van het geheel te vergroten”. Wat staat er nu in deze Cultuurnota: “In opdracht van provincie Gelderland zijn in regio Stedendriehoek plannen ingediend, maar we laten ons niet insluiten in afgebakende structuren.” We laten het dus gewoon compleet vallen. We hebben een uitnodiging voor regionale samenwerking en wij pochen – volgens mij – er nog mee dat wij met de Randstad gaan samenwerken. Dus, het voldoet op geen enkele wijze.
499
Dan het derde document. Dat vind ik eigenlijk, ja ik had ‘m toch maar weer eens even gelezen. Dat is de Cultuurnota, wat eigenlijk de Cultuuragenda was uit 2016 en daar staan eigenlijk de thema’s gewoon concreet uitgewerkt. Dát mis ik hier helemaal. Dit is inderdaad een wensenlijstje: “Wij hopen dat, wij verwachten dat, wij werken toe naar”, weer heel veel onderzoek en plannen maken en hopen dat anderen met plannen komen. Dat is ook nog ‘n hele leuke. Terwijl het gewoon . . . Ja, als we zouden voortborduren op de vorige Cultuurnota, dan krijg je gewoon strakke agenda’s. Bij de vorige stond – bijvoorbeeld – dat wij veel gebruik zouden maken van de Stichting Zutphen Promotie. Daar stond dan bij het aanjagen van innovatie en marketing. Nou, dat hebben ze gedaan. Het verzamelen van marktkennis. Dat is ook prima gebeurd. Het uitvoeren van collectieve marketingprojecten. Allemaal – inderdaad – zijn het dingen die destijds zijn genoemd in die visie of in die Agenda en daar konden wij de schouders onder zetten. Dat is ook gebeurd en daardoor hebben wij nou een hele hoge vastgoedprijs. Want, iedereen wil nu naar Zutphen komen. Dat is dus een hele rare manier van hoe dat nu – bijvoorbeeld – staat verwoord. Even kijken, ik had er wat krachttermen tussen staan, maar die zal ik dan niet noemen.
Nou ja, er stond nu van: “Wij zouden kunnen denken om Zutphen Promotie een cultuuragenda te laten samen met partijen in de samenleving”. Het kan eigenlijk niet vager. Dat is eigenlijk de hele strekking van de Cultuurnota. Lees eens een alinea en dan is het echt – ik verzin het niet – het is gewoon die samenhangende simpel en slimme samenspel, staat al onder twee pagina’s, maar … Wat stond er, dat wat ook zo zinloos iets. Er staat echt: “netwerkend werken. Ik weet niet wat je daarmee moet: netwerkend werken. Natuurlijk, wij gaan voor samenwerking en moet dat dan weer netwerkend werken zijn. Het is illustratief voor dit hele ...” De VOORZITTER: “Sorry, de SP heeft een interruptie.” De heer MÜLLER: “Ja, ik zat al even ... Ik zag dat u aan de lippen van de heer Siemes hing. Het is ook een boeiend verhaal natuurlijk, wat hij vertelt. Hij is trots op de prestaties van zijn wethouder en ik wil hem ook wel even het podium geven om zijn eigen wethouder met terugwerkende kracht nog even op te hemelen. Ik wilde niet per se gaan noemen wat er allemaal is blijven liggen van die mooie Cultuurnota, waar u het over had en waar overigens ook in elke alinea het woord SAMEN voorkomt. Ik heb het net nog even opgezocht. Volgens mij, verschilt het niet zo heel veel. We weten allemaal dat er straks beleid wordt gemaakt op basis van dit visiestuk.
We kunnen allemaal interessant gaan lopen doen over, dat het vaag is en wollig. U heeft ons er al jarenlang over gehoord: dat zijn visiestukken: die zijn vaag en wollig. Het zou goed zijn, dat wij in plaats van het ophemelen van uw vorige wethouder, het hier eens over de inhoud van het stuk zouden kunnen hebben. Ik ben heel benieuwd hoe u naar de uitgangspunten uit dit visiestuk kijkt? Hoe de fractie van Burgerbelang daarnaar kijkt?” De heer SIEMES: “Ja, wat leuk, want ik was dus net aan het zeggen, dat dit totaal geen inhoud heeft. Het heeft zoveel loze taal. Zoveel ambtelijke taal, dat ik niet kan voorstellen dat de SP daar blij mee zou zijn of dat ze zelf netwerkend willen werken. Het is zeker niet bedoelt om ook maar wat op te hemelen, want dat was zeker niet ons …” De VOORZITTER: “U krijgt een interruptie. U lokt wat uit. De SP.” De heer MÜLLER: “Dat is nou net wat eigen is aan dit soort visiestukken. Die zijn abstracter, die zijn vager, die gaan niet over concreet beleid, want dat concreet beleid wordt geformuleerd op basis van dat visiestuk. Die Cultuuragenda waar u zo trots op bent, de kunst van het samen vernieuwen, wollig genoeg op zich, stond net zo goed vol met dit soort termen. Dus, het is een beetje flauw en een beetje
500
kinderachtig om hier af te gaan lopen geven op een stuk zonder in te gaan op de inhoud, want er staat wel degelijk inhoudelijke informatie in dit beleidsstuk. Overigens, heeft u dat net ook kunnen horen van veel andere fracties. Het zou het debat goed, als u daarop zou ingaan.” De VOORZITTER: “Uw punt is duidelijk, meneer Müller. De heer Siemes, gaat u verder.” De heer SIEMES: “Helaas is het punt toch wel onzin, want er staat gewoon concrete plannen. Er staat dus inderdaad in ambtelijk jargon - want ambtenaren vinden dat blijkbaar leuk - en dan staat er inderdaad bij ieder thema: concreet gaan we dit doen. Dat hebben wij ook gewoon gezien. Dit is zeker niet trouwens om één wethouder op te hemelen, want dit was een traject van het hele College, destijds. Dat is ook van mijn kritiekpunten hierin, want waar zitten wij nou eigenlijk naar te kijken? Als we zien, van nou Cultuurnota … Dit is trouwens geen visie. De vorige Cultuuragenda werd ook gewoon opgevolgd. De Cultuurnota moet handvatten bieden. Daar moet je mee aan de slag kunnen. Een Cultuurvisie die hebben wij eigenlijk al gegeven. Dat moet eigenlijk wel gewoon duidelijk zijn na drie jaar. Dat is niet waar wij mee bezig zijn. Maar, als wij een vergelijking kunnen maken, dan zie ik deze Cultuurnota meer toch als een gammele fiets, in plaats van de sneltrein die wij nodig hebben.
Als ik het zo voor mij zie, dan zou ik – inderdaad – het liefst een trein hebben en daar proppen we de binnenstadmanager in, ondernemers, buurtraden, Warnsveld en alle culturele ondernemers.” De VOORZITTER: “Mevrouw Schriks, VVD.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Meneer Siemes, u heeft het erover, dat u liever de sneltrein zou zijn, dan hoe het nu wordt voorgesteld in de Cultuurnota. Maar bent u zich ervan bewust dat door uw opmerking op dit moment het juist een hele langzame trein of fiets gaat worden, omdat het daardoor ook niet opschiet? Dat is – volgens mij – uw intentie niet.” De heer SIEMES: “Nou, ik ga even nu voorspellen, wat er allemaal gaat gebeuren. Na de zomer krijgen wij voorstellen en krijgen wij discussies hier in de raad. Er zullen zeker partijen zijn die zeggen: “Nou nee, zò wilden wij het niet.” Dan komen de moties, die moeten ook weer meegenomen worden. Dan zijn er natuurlijk nog de parallelle onderzoeken die we nu allemaal al hebben aangekondigd en dat de bibliotheek uit de problemen moet komen. Dat andere partijen zullen zeggen: “Ja, dan binden we twee molenstenen aan elkaar.” Dan krijgen we scheve gezichten en dan krijgen wij verkiezingen. Dát is eigenlijk gewoon het traject wat wij nu gaan doorlopen. Deze Cultuurnota, of je nou vòòr of tegen bent, het zal eigenlijk in deze termijn niks meer doen. Dát is eigenlijk best wel zonde.
Want, we hebben corona gehad. We hebben alle tijd gehad voor die overleggen ook, want we hebben nu blijkbaar één cultuurweek gehad en aan de insprekers te horen en te zien, ja die hebben niet hun zegje kunnen doen. Zij hebben ook aangegeven, dat het contact toch wel heel mager was tussen de gemeente …” DE VOORZITTER: “Ik zie allemaal reacties. D66 en daarna de SP.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik vind het cynisme een heel hoog gehalte krijgen. Wat zou u graag willen, meneer Siemes van Burgerbelang?” De heer MÜLLER: “Ik moet de heer Siemes toch echt corrigeren, want de heer Yildirim, fractiegenoot van u, heeft ongeveer 23 keer gevraagd aan de aanwezige insprekers: hoe was het contact met de gemeente en hoe was het contact met de gemeente? De insprekers zeiden allemaal stuk voor stuk dat het prima was. Dát is wat zij zeiden.
501
De heer Yildirim kreeg niet het antwoord wat hij wilde horen en vroeg het nog een keer en nog een keer en nog een keer. Aan de eind van de avond hadden we geen enkele inhoudelijke reactie gehoord, net als vanavond, van Burgerbelang, behalve de vraag: hoe was het contact met de gemeente? U heeft daar gewoon niet gehoord wat u wilde horen en dat is pech voor u.” De heer SIEMES: “Dat verklaart ook alle amendementen en moties die hier blijkbaar aan gekoppeld moeten worden. Iedereen is blijkbaar niet heel erg tevreden hierover. Ik wil even verder gaan met mijn analogie, want ik had er lang aan gedacht. Dus, inderdaad die oude fiets met twee lekke banden, terwijl we een sneltrein willen hebben. Wij zien de amendementen. In de tweede termijn zou ik daar graag op terug willen komen. Maar de amendementen, ja het is een fietstas, het is een fietsbel, terwijl wij toch echt veel meer nodig hebben. Dat is echt gewoon een heel, ja … Het is een cyclisch traject, maar wij zien eigenlijk niet wat nu de meerwaarde is van deze Cultuurnota. Ik denk, dat wij nog steeds de losse onderdelen, dus onsamenhangend helaas, op zullen moeten lossen na de zomer als alles weer tegen ons aan komt. Daarmee besluit ik het voor nu even mee.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik verder met de PvdA, de heer Manders.” Audiopositie 00:10:14, 2e uur
De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Dank voor de andere inbreng op dit moment. Heel divers, moet ik zeggen. Dat hoort in cultuur, volgens mij. Cultuur en kunst moeten schuren, zodat het warm kan worden of wrikken of wat dan ook. Dat doet eigenlijk die nota ook. De nota is aan de ene kant algemeen. Dus, geeft ruimte om ruimte te creëren voor de andere partijen. Daarom zijn wij ook best blij met deze nota. Dat er nog correcties op zullen komen, is duidelijk. Want, er zijn heel veel moties en amendementen ingebracht. Onder andere ook de motie die wij samen met de Stadspartij – en na ik vernomen heb ook samen met de VVD – gaan indienen of ingediend hebben met betrekking tot de versnelling in De Buitensociëteit. Daar zijn wij het gelukkig als raad wel gezamenlijk zoveel mogelijk over eens, zover ik kan kijken: namelijk, dat die Buitensoos goud waard is, maar dan ook goud moet gebruikt worden: het hele jaar door en niet vijf maanden in het jaar. Vandaar de versnelling en het geld is in dekking terug te vinden. Daarom ben ik blij als daar zo breed mogelijke steun voor is. Met betrekking tot de overige moties en amendementen kan ik zeggen, dat wij daar nog terughoudend in zijn en in de tweede termijn exact zullen aangeven welke we wel en welke niet steunen, want daar komen misschien nog correcties op. Ik wil het eigenlijk een beetje kort houden.
Voorzitter, bij dezen.” De VOORZITTER: “Dat is fijn. Dank u wel. Dan ga ik naar Kies Lokaal, mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. We bespreken de Cultuurnota en de amendementen. Naar aanleiding van alle krantenartikelen, Facebookberichten, binnengekomen moties en amendementen hebben we bij het contact vandaag gezocht met de bibliotheek en De Hanzehof. Want, wat gebeurt er allemaal en moet deze soep nou echt zo heet opgediend worden, nu er zoveel krantenartikelen komen en andere dingen? Zijn we met de kers op de taart bezig, of moeten wij de taart nog gaan bakken? Gaan wij hier niet te snel? Want, wat vinden wij ervan? Willen wij alles op één plek met als consequentie, dat de bibliotheek uit de Broederenkerk gaat? Kies Lokaal denkt in eerste instantie: nee. Wij hebben enkele jaren geleden nog goed geïnvesteerd. Maar, tegen verhuizing zijn impliceert óók dat je tegen groei en aanpassingen bent en dát zijn wij ook weer niet. Maar, is dit aan de raad of is dit nu aan de bibliotheek? Zoals ik aangaf: hebben wij het nu over die slagroom of over die bodem? Geef ze eerst die ruimte om te onderzoeken wat mogelijk is. Wat is het idee hierin?
502
Misschien komt er dan alsnog een hele goede samenwerking. De directrice uit Lochem heeft ontzettend goede ervaringen daar opgebouwd, waarin ze in drie jaar tijd een verdubbeling heeft gehad van het bezoekersaantal, is mij ter ore gekomen. Dus ik denk echt, van: Wat gaat daar gebeuren? Laat ze hun gang gaan?” De VOORZITTER: “Ik zie een opmerking. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u, voorzitter. Is het hier wel gepast om over functionarissen te spreken? Dit is eigenlijk een vraag. Is dat relevant?” Mevrouw ACKERMANS: “Ik weet niet of u dat relevant vindt. Ik vind het relevant, als ik van iemand hoor dat er mooie plannen zijn en mogelijkheden, om De Hanzehof een goed toekomstperspectief te bieden. We praten nu over een toekomst waarbij de bibliotheek, de Muzehof, De Hanzehof allemaal bij elkaar gaan. Wat ik ook heb begrepen, is dat er een vraag is gekomen uit het College: ga het onderzoeken. Het staat nog niet vast. Maar, als ik alles lees, lijkt het we alsof wij al bezig zijn om een huis van de stad te gaan bouwen om al te bepalen dat het gaat gebeuren. Volgens mij, hebben ze de pen nog niet eens opgepakt om het te gaan opschrijven in een visie, want die komt na de zomer en daar staat nog níks in over dit alles.
Mijn vraag aan de wethouder is: “Hoe is dit nou? Hebben jullie een idee geopperd om het uit te laten zoeken of is dit een vaststaande opdracht? Moeten ze dit gewoon gaan doen? Is het aan de bibliotheek om uit de Broederenkerk te gaan? Wordt de huur opgezegd of wordt dit plan gewoon netjes, zoals afgesproken is, eerst onderzocht en hebben wij nog tijd? En, als we tijd hebben, hoeveel tijd hebben we dan? Is daar een termijn voor? Er wordt straks drie ton bezuinigd, staat in de nota. Hoe werkt dat? Kunt u daar meer duidelijkheid over geven? Wij hebben natuurlijk in 2019 ook diverse scenario’s gekregen wat mogelijk is. Is dit een uitwerksel daarvan? En, gaan we te snel? Dat is vooral mijn vraag nu. Wij hebben ook nog niets anders. Wat ons is verteld, is dat ze de opdracht hebben gekregen om dit te gaan onderzoeken. Een dag voordat de Cultuurnota binnenkwam, werden ze netjes gebeld met de mededeling dat er ook een bezuiniging aan zat te komen van drie ton. Dat vond ik niet zo chique klinken. Ik dacht: “Het was mooier geweest om dat tegelijkertijd bij de opdracht voor het onderzoek te doen. Maar, hoe zit dat? Ik ben er niet bij geweest, dus ik hoor graag van de wethouder hoe dat in z’n werk is gegaan. Daar wil ik het nu even bij houden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De Stadspartij, meneer Boersbroek.” (Audiopositie 00:15:00, 2e uur)
De heer BOERSBROEK: “Hartelijk dank, voorzitter. De Stadspartij zal het kort houden. Ik begrijp, dat wij later op de amendementen en moties ingaan. We hebben in de voorafgaande Fora een goed debat kunnen voeren en heel veel verhelderende vragen zijn voor ons beantwoord. We willen alleen nog niet voorsorteren op de invulling van het Huis van de Stad. Wij wachten daartoe de voorstellen van de instellingen af en de voortzetting van de discussie hieromtrent in de raad.
503
Voor de komende jaren zien wij wel graag een andere verdeling van cultuurgelden. Bijvoorbeeld kijken naar Dat Bolwerck en Luxor waarbinnen ook ruimte moet komen voor nieuwkomers. Desondanks kan de Stadspartij zich op dit moment vinden in de richting van de Cultuurnota. We kijken reikhalzend uit naar het vervolg van de uitvoering. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. De afgelopen weken is er natuurlijk al heel uitgebreid gesproken over de Cultuurnota. Zoals iedereen hier in deze ruimte wel doorheeft, zijn wij daar allemaal heel erg emotievol mee bezig op allerlei verschillende manieren. De VVD denkt, dat er op zich een goed stuk ligt. “De stad als Podium” geeft eigenlijk heel duidelijk aan, van waar wij voor staan: cultuur voor iedereen in heel de stad en overal. Als je het dan hebt over het Huis van de Stad - en dat valt mij ook op bij een heel aantal mensen dat hier spreekt - daar wordt al door iedereen een invulling aan gegeven van een huis van de stad is zus of zo, maar een Hanzehof kan ook Huis van de Stad van zichzelf zijn. Dus, het is maar net hoe je dat hele begrip uitlegt. Ik denk, dat er in deze Cultuurnota op een goede wijze richting aan wordt gegeven. Ik denk, dat het goed is dat Fe Buitensociëteit wordt ingezet als podium voor iedereen.
Dat is echt winst ten opzichte van de afgelopen jaren, dat iedereen daar gebruik van kan gaan maken straks en dat die niet zoveel leegstaat, want dat deed ie op dit moment. Ik denk, dat het winst is, dat er veel meer samenwerking is op dit moment en – ik denk – dat wij daar ook gebruik van moeten maken. Ik vind dan ook, dat wij de partijen die een voorstel of een plan moeten onderzoeken of moeten kijken of het kan om in De Hanzehof een gezamenlijk iets te beginnen, de ruimte moeten krijgen om dát in ieder geval te kunnen onderzoeken. Afhankelijk van wat dáár vervolgens uitkomt, kunnen we zien hoe we daar dan weer mee verder gaan, want dan komen er allerlei dingen aan de orde, zoals: wat kost dat? Et cetera. En dan moeten wij nog maar zien dat wij dat geld bij elkaar krijgen. Ik zou wel een pleidooi willen houden om deze nota nu te accorderen, want – en dat heb ik ook gezegd tijdens de vergadering die wij hebben gehad in het Forum – iedereen vindt De Hanzehof heel belangrijk en iedereen vindt cultuur heel belangrijk. Maar als je kijkt wat er vervolgens gebeurt, dan wordt het allemaal heel erg vertraagd.
Ik ben ontzettend bang, als wij dit nu weer op een andere manier gaan doen of dat er allerlei amendementen of moties aangenomen worden die de boel vertragen, dat het niet opschiet en dat we over twee jaar hier nog steeds zitten, dat er geen besluit is genomen en dat vervolgens De Hanzehof achteruit kachelt, het onderhoud achteruit kachelt en we dus nog veel verder van huis zijn. Ik zou een pleidooi willen houden voor alle mensen hier in de zaal . . . “ De VOORZITTER: “Meneer Siemes gaat net voor aan uw pleidooi. Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Ik ben benieuwd hoe de VVD dat terugleest in de Cultuurnota. Welke knoop wordt hier doorgehakt? En welke garantie hebben wij dus, dat wij niet wéér over twee jaar met dit dossier zitten?” Mevrouw SCHRIKS: “Over garanties kan ik u zeggen: die zijn er niet. Die zijn er namelijk nooit, want het is politiek. Dan kom ik ook al even op uw opmerking zo straks over deze nota, dat die allemaal veel te wollig zou zijn. Dat kan. Dat vind ik heel regelmatig ook, maar ook dat is politiek, omdat wij er allemaal een mening over hebben. Als we een hele strakke nota schrijven, waarin exact staat wat wij willen, dan hebben wij er ook allemaal een mening over en komen wij er gewoon niet uit. Dat ligt overigens niet aan de nota, dat ligt aan onszelf. Ik denk, dat wij onszelf daar ook wel een voor een aan kunnen kijken.
Dat is namelijk het gevolg van wat wijzelf aan het doen zijn. De heer SIEMES: “Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of u wel eens een Cultuurnota heeft gezien van Deventer of Apeldoorn?
504
Die heb ik even nagekeken. Dat gaat toch inderdaad heel anders. Want, dan pakken wij gewoon een Cultuurnota waarin de voors en tegens daadwerkelijk afgedrukt worden en dan kan de raad beslissen: dat element willen we wel en dat element willen wij niet. Je kunt gaan afvragen wat er bij de raad ligt. Dus, het is niet zozeer dat wij als raad het onszelf moeilijk maken. We hebben gewoon nu toch wel vrij weinig voor ons liggen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Schriks, gaat u verder.” Mevrouw SCHRIKS: “Ja, weet je, je krijgt wat je toekomt ... Misschien dat er in Deventer een ander soort gemeenteraad zit. Dat kan maar zo.” De VOORZITTER: “Meneer Krans.” De heer KRANS: “Dank, voorzitter, even een vraag aan mevrouw Schriks. Mevrouw Schriks is bang, als wij te veel amendementen aannemen dat het dan leidt tot vertraging. Ik noem maar even een – ik zou bijna zeggen – “gezellig amendement” als: “Goh, laat de bibliotheek toch blijven waar die is”. Stél, dat wij dat als raad aannemen, misschien zelfs met 29 stemmen vòòr - hoewel niet iedereen aanwezig is - dan leidt dat toch, mevrouw Schriks, tot een versnelling in plaats van een vertraging. Want, als u het onderzoek laat doen en over twee jaar zeggen wij: “Nee, hier beginnen we nooit aan”, dan hebben wij twee jaar verspeeld. Of zie ik dat verkeerd?” Audiopositie 00:20:28 2e uur
Mevrouw SCHRIKS: “Kijk, dat is maar hoe je het benadert. Als het inderdaad zo is, dat de hele raad zegt: “Wij willen dat de bibliotheek in de huidige bibliotheek blijft. Óf de hele raad zegt: Wij willen dat De Hanzehof naar de bibliotheek gaat”. Nou, dan gaat het heel snel. Nou, dan gaat het heel snel, want dan hebben wij dat met de hele raad gevonden. Het punt is alleen, dat het niet zo is. Dus dat is een hypothetisch geval, wat u hier schetst en zo werkt dat dus in de realiteit niet. Maar, ik ga even verder met mijn betoog, want ik ben bijna klaar. Ik denk in ieder geval, als je de nota leest, dat er voldoende handvatten aan zitten om verder te kunnen. Ik zou dus ook een pleidooi willen houden om die vandaag wel degelijk te accorderen. Daarna moet nog heel veel gebeuren, want we zijn er nog lang niet. Wij dienen een tweetal amendement mee in. De ene is van D66, die gaat over de drie ton middelen die worden bezuinigd op de grote instellingen. Ons idee is altijd geweest: we hebben beperkte middelen. We moeten dus bezuinigen. Maar, laten wij dan de middelen voor cultuur herverdelen. Met andere woorden: wij halen het ergens weg en dan gaat het ergens anders naar toe. Vanuit die opvatting hebben wij gezegd, willen wij dat amendement mee indienen.
Waarbij wij dan ook zeggen, dat – bijvoorbeeld – organisaties zoals Luxor en Dat Bolwerck ook de mogelijkheid moeten hebben om langduriger een rol te gaan spelen in Zutphen, wat ook heel goed past in De Stad als Podium, want daar zijn natuurlijk allerlei verschillende organisaties en mensen bezig om júist in die ruimte dingen te gaan doen. Dat geldt ook voor het amendement van GroenLinks met betrekking tot Luxor en dat Bolwerck, dat zullen wij ook mee indienen. De motie van de PvdA over de Popcultuur dienen wij ook mee in. Tot zover.” De VOORZITTER: “Dank u wel, mevrouw Schriks. Dan ga ik naar het CDA, de heer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Het mooie is als je goed luistert, dan zoemt het in Zutphen. Het zoemt vanavond, het zoemt in de stad en het zoemt in het dorp, het zoemt aan de overkant van de IJssel en het zoemt ook in alle wijken. Het zoemt eigenlijk nu al, zonder dat deze Cultuurnota überhaupt is aangenomen. Hoe mooi is dat. En als je heel goed luistert, dan hoor je de cello spelen, dan hoor je de trompettist, dan hoor je het Baderorgel in de Walburgis, dan hoor je de gierende gitaren en de dampende beats in De Buitensociëteit. Je hoort ook de schaterende lach van het publiek in De Hanzehof.
505
Als je stil bent, zie je de schilderijen, de sculpturen, de stillevens, de mimespeler en het levende standbeeld. Als je kijkt, zie je de ballerina’s, de street dancers en de cinema van meer dan een eeuw oud. Als je wandelt, zie je eeuwenoude huizen, stukken stadsmuur, torens, kerken, zelfs een fontein. Kortom, prachtig levendig erfgoed. Kortom, Zutphen ís het podium Daarom vindt het CDA Zutphen Warnsveld de titel van de Cultuurnota écht heel erg prachtig: “De Stad als Podium”. Ik had ‘m eigenlijk zelf ook wel willen verzinnen, moet ik zeggen. Dat is ook waar het om gaat. Cultuur dichtbij om van te genieten, om te bekijken en om zelf te maken. Het zoemt in Zutphen, maar het zoemt ook wel in mijn hoofd. Tijdens de Forumbijeenkomst – was trouwens een goede bijeenkomst – van afgelopen week, hebben wij hier ook uitgebreid over gesproken. Een aantal van die hoe-vragen die blijven wel zoemen. Eén van die hoe-vraag is deze en die wil ik toch ook hier stellen, die is beantwoord de vorige keer: “Hoe komt het dat die nomadisch werkende cultuurnetwerker nu wel naar Zutphen komt en waarom blijft die Nomade dan ook in Zutphen en vertrekt dan niet naar Apeldoorn of Deventer?” Ook het idee van Het Huis van de Stad – ik vind, dat het meer Het Huis van Zutphen zou moeten heten – zorgt voor veel vragen bij ons.
Kijk, dát het nodig is, dat er iets gaat gebeuren op de locatie aan de Coehoornsingel daar is natuurlijk geen discussie over mogelijk. Ook het behoud van de Buitensociëteit, het behoud van de theaterzaal zijn geen vragen – wat ons betreft – maar gewoon constateringen. Aan de andere kant, of het nodig of wenselijk is om de bibliotheek te verplaatsen óf dat het nodig is, dat terplekke aan de Coehoornsingel heel veel ruimte nodig voor muziekonderwijs, zijn vragen die wij op dit moment gewoon nog niet kunnen beantwoorden. Nog een andere vraag: is het voor de drie partners die nu bezig zijn met het Huis, zij willen gaan samenwerken, maar is het ook echt nodig om onder één dak te gaan woning of blijft een latrelatie ook mogelijk? Dan hebben we nog zo’n vraag en dat gaat eigenlijk over geld. Ik denk, dat wij straks als deze plannen een beetje geëffectueerd gaan worden, we jaarlijks minimaal vijfhonderdduizend euro extra moeten gaan uitgeven aan cultuur. “Heeft de raad dat ervoor over en is het beschikbaar?” Ik heb die vraag nog lang niet beantwoord gezien en gehoord. Eén aandachtspuntje bij de bibliotheek: wij gaan er in ieder geval wél vanuit dat de vestiging van de bibliotheek in ‘t Warnshuus wel blijft bestaan. Dat willen we alvast genoemd hebben.
Kijk, omdat wij nog heel veel vragen hebben, heb ik ook in het Forum al voorgesteld, om een ronde tafel bijeenkomst te organiseren mét de cultuurpartners. Het doel is gewoon om informatie op te halen, informatie te delen, vragen te beantwoorden. Waarom vinden wij dat nodig? Aan de ene kant vinden wij het heel onverstandig om nu al aan de voorkant waar we mee bezig zijn, die planvorming van de bibliotheek, van De Hanzehof, De Muzehof in te perken. Dat we de creativiteit bij voorbaat een soort van doodslaan, dat willen wij niet. Maar aan de andere kant willen wij ook niet bij voorbaat die partijen de hoop geven, dat al hun plannen straks zomaar uitgevoerd kunnen worden. Daarom wil ik het volgende voorstellen: ik wil voorstellen om het besluit van deze Cultuurnota op de schuiven naar september en vóórdat we die Cultuurnota gaan vaststellen, eerst dat rondetafelgesprek met de cultuurpartners te gaan voeren. Gewoon om te kijken, van: wat willen jullie nou met jullie ideeën met het Huis voor de Stad? Voorzitter, wat mij betreft is dit een ordevoorstel om dit te gaan doen, om deze Cultuurnota wel te bespreken, maar níet te gaan vaststellen vanavond.
Ik weet niet of ik dat kan doen als orde voorstel of dat ik daar een motie of zo voor moet indienen? Daar mogen jullie dan straks wel eventjes een rondje voor maken, voor dat ordevoorstel.” De VOORZITTER: “Wij zijn even aan het overleggen, maar als dit een ordevoorstel is, dan moeten wij daarover stemmen. Ik onderbreek wel uw betoog, vindt u dat goed? Ik wil het ook na uw betoog doen.”
506
De heer BRUNSVELD: “U mag dat ordevoorstel ook doen aan het eind van deze eerste termijn als alle andere partijen ook hun bijdrage hebben geleverd aan dit debat.” De VOORZITTER: “Dan kan iedereen er ondertussen ook even over nadenken. Doen we het zo.” De heer BRUNSVELD: “Nog een ander punt. Dat gaat over, noem het maar de kleinere basisinstellingen Dat Bolwerck en het Luxortheater. Die bevinden zich heel duidelijk in een overgangsfase, zodat ze toekomstbestendig kunnen worden. Ze moeten verder professionaliseren, zodat zij ook over een paar jaar nog kunnen bestaat. Het CDA draagt ook deze instellingen een warm hart toe. Maar, wij zien ook dat cultuur en financiën toch een lastige combinatie is en blijft. Daarom zijn wij blij met het amendement dat D66 heeft opgesteld en dat wij van harte steunen en mee indienen. Daarnaast een vraag aan het College: ontvangt het CDA ook een overzicht van de afspraken die met culturele partners zijn gemaakt, zoals prestatieafspraken, looptijd van subsidies en dergelijke. Want, op deze manier kunnen wij dat ook bespreken bij de begrotingsbehandeling en kunnen wij bekijken hoe de culturele taart in Zutphen is opgedeeld.
Hoe zijn die stukken verdeeld en vinden wij dat nog eerlijk of moeten wij dat op een andere manier gaan doen? En tot slot, voorzitter, – ik zei het ook afgelopen donderdag – ik hoor die bijen allemaal al zoemen, maar ik denk, dat wij nog wel even moeten wachten, voordat wij van de honing kunnen genieten. Dank u wel.’ De VOORZITTER: “Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Ik hoor inderdaad nog heel veel stappen die gezet moeten worden. U geeft al aan, dat u een ordevoorstel heeft om daar over te stemmen. Begrijp ik hieruit, dat u de Cultuurnota nog niet rijp voor behandeling vindt?” De heer BRUNSVELD: “Ja, dat is wat ik zeg. Kijk, ‘n belangrijk onderdeel van deze Cultuurnota is het Huis van de Stad. Ook al is dat maar één van de vijf impuls- of speerpunten – impulspunten, nou ja, iets dergelijks – het gaat toch als een grote rode draad door die hele Cultuurnota heen. Mijn voorstel is – inderdaad – om nog niet te stemmen over de hele Cultuurnota, maar eerst dat rondetafelgesprek écht af te wachten. Volgens mij, gaat dat veel vragen beantwoorden. Wat vragen voor ons allemaal kan beantwoorden en niet één op één gesprekjes die sommige partijen hebben of wat dan ook. Met z’n allen een open gesprek met deze raad.” (Audiopositie 01:42:10 VAN OPNAME STREAM)
Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter, in het eerste Forum heb ik deze vraag ook door het CDA horen stellen. We hebben toen een tweede Forum gehad. In het tweede Forum heeft de voorzitter heel nadrukkelijk aan iedere fractie gevraagd of het stuk rijp was voor de raad. Nu hoor ik eigenlijk een betoog van u, dat u het niet rijp vindt. Klopt dat?” De heer BRUNSVELD: “De vraag is natuurlijk altijd: wanneer is iets rijp voor de raad? Kijk, ik denk dat het heel goed is om dit in de raadsvergadering te bespreken. Tijdens die bespreking kun je ook besluiten: “We gaan nu geen besluit nemen, dat gaan we in september doen, omdat er aanvullende informatie nodig is of omdat het verstandig is om dat te doen.” Dat laat onverlet dat het wel rijp is voor behandeling in de raad, maar dat wil niet zeggen dat het dan ook rijp is voor besluitvorming in de raad.” De heer JANSEN: “Voorzitter, even een reactie op de heer Brunsveld. We hebben nu een traject doorlopen met elkaar en we zijn hier nu vandaag, vanavond. Je kunt je afvragen of datgene wat nu geopperd wordt, die maand, een soort Corona-pauze, wel de gewenste invulling zal geven, in september. Ik voorzie dat we wellicht wat meer inhoudelijke informatie kunnen krijgen, ook van de betrokken organisaties, die hierin worden geacht mee te denken. Dan blijft het erbij.
Mijn oproep is nu aan het CDA: “Denk eens goed na, in het kader waarin het nu staat – of je het ermee eens bent of niet, maar daar komen we straks nog op terug – is niet alles dichtgetimmerd. Dus
507
daarmee zou het wel een voorzichtige stap verder kunnen zijn, waarop we in september – zoals u dat graag wil – toch een vervolgstap kunnen zetten.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het is een aanvullende vraag. Ik krijg toch het idee, dat de motie die u met de ChristenUnie indient, dat die nu een andere route bewandelt door uitstel van besluitvorming te vragen. Want, als die motie straks in stemming wordt gebracht en aangenomen wordt, dan heeft u toch wat u wilt?” De heer BRUNSVELD: “Nee, dan heb ik nog niet wat ik wil. Want, dan ligt er nog steeds een Cultuurnota voor, waarbij ik bij de uitvoering, die straks écht gaat komen, nog zoveel vragen heb en waarbij ik ook merk dat er nog zoveel vragen in de samenleving leven. Dat zien we ook vanavond in deze raad. Er wordt nog een stortvloed aan amendementen ingediend. Die hebben allemaal te maken met vragen, misschien ook wel met een stuk onduidelijkheid, over de toekomst van Het Huis van de Stad. Het Huis van Zutphen. Dat is wat ik beoog, om eerst dat rondetafelgesprek te gaan voeren, om meer informatie op te halen voordat we hierover kunnen besluiten.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Wat ik niet goed begrijp, meneer Brunsveld, is dat er in de Cultuurnota wordt gesproken over vijf impulsrichtingen en speerpunten. In deze vergadering wordt alleen maar gesproken over speerpunt 3.4 Hanzehof, Huis van de Stad.
Het is een impulsrichting. U zegt: “We willen meer weten.” Dàt gaan die instellingen nu juist uitzoeken. Dus, ik begrijp eigenlijk helemaal niet waarom u nu opeens zegt: “Laten we het voor ons uit schuiven”, want uw partij is – volgens mij – ook altijd de partij, die vindt dat we moeten doorwerken. Hierdoor wordt het alleen maar vertraagd. Er gaat helemaal niets fout, als we deze nota aannemen, want dan wordt vervolgens een aantal dingen onderzocht en daar moeten we dan alsnog een klap op geven en daar kunnen we ook nog van besluiten om dat niet te doen. Dus, ik begrijp - eerlijk gezegd - niet van u en overigens ook van anderen in deze gemeenteraad – waarom het allemaal zo ingewikkeld wordt gemaakt. Misschien dat u dat kunt uitleggen.” De VOORZITTER: “Ik zie allemaal vingers en dat mag allemaal, maar laten we nu niet zo in het proces blijven hangen. Volgens mij, is meneer Brunsveld duidelijk in wat hij wil en gaat u daar straks over stemmen. Het is allemaal heel belangrijk, maar ik zou u toch gewoon willen uitnodigen voor de inhoud en ik wil eigenlijk graag, als u uw betoog heeft afgemaakt, naar het betoog van de andere twee partijen, voordat we dan aan uw ordevoorstel toekomen.” De heer BRUNSVELD: “Nou voorzitter, dat is heel mooi. Mijn betoog is al afgelopen. Dat zoemde bij de bijen en ik denk dat we moeten wachten op de honing.
Misschien dat anderen nog wat gaan toevoegen aan de honing. Ik nodig ze uit.” De VOORZITTER: “Prima. Dan ga ik door naar GroenLinks. Meneer Krans.” De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Ik beloof geen honing, maar wel een ordevraag. Stel, dat het ordevoorstel van de heer Brunsveld wordt aangenomen, is er dan ruimte voor uw College om binnen die gestelde termijn tot de eerste raadsvergadering van september überhaupt een dergelijke ronde tafel te organiseren?” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat de wethouder dat straks in zijn eerste termijn meeneemt.” De heer KRANS: “Dank u. Dan maar over naar paragraaf 3.4. Want, weliswaar zijn er meer paragrafen, maar dat is toch ‘by far’ de belangrijkste. Dan begin ik met de eenvoudige vraag: wat maakt Zutphen Zutphen? Wat is het dna van Zutphen en wat is de kwaliteit van Zutphen?” Dan de vraag voor vanavond: “Past de richting van de Cultuurnota daarbij?” Dan is GroenLinks ronduit enthousiast over de aandacht voor de wijken, over het begrip ‘Cultuur voor iedereen’ – D66 wees daar ook al op – en de aandacht voor cohesie. Zonder die aandacht geef je aan de generatie na ons geen ruimte, geen toekomst.
508
Dan hebben wij een amendement ingediend over Luxor en Het Bolwerk, want die kwamen er wel wat al te bekaaid vanaf. Dat amendement is uiteraard ook ingediend door mevrouw Schriks, dat vergat ik net te zeggen. Sorry, mevrouw Schriks. Beide instellingen laten Zutphen op z’n mooist zien. Een meer dan honderd jaar oud, springlevend en intiem filmtheater op de Markt en een springlevend, prachtig oud complex aan het eind van de Markt, waar ruimte is voor kunst en voor gedachten en dat alles, mevrouw de voorzitter, zonder commerciële saus. Beide instellingen verdienen – volgens ons – meer armslag en gelukkig vindt vrijwel de gehele raad dat. Dan het lastige punt. Twee weken geleden lazen we dat De Hanzehof, De Muzehof en de bibliotheek van het College mogen werken aan een plan om gedrieën onder één dak te gaan. Ik hoorde in het eerste termijn van D66 zeggen, dat het toch gek was en erg vervelend, dat de bevolking, daar nu al tegen te hoop liep. Toen dacht ik: “Hoezo vervelend? We hebben heel recent een ziekenhuisbestuur gehad met een gerucht en de petitie werd warm aanbevolen door vrijwel alle politieke partijen hier. Nu zegt diezelfde bevolking: “Dat moesten we maar niet doen” en dan zou het ineens niet mogen, want ze lopen voor de troepen uit.
Nou, ik denk dat dat echt een misvatting is.” De VOORZITTER: “Er is een interruptie van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank je wel, voorzitter. Ik denk dat ik hier verkeerd geïnterpreteerd of geciteerd wordt of een verkeerd oordeel van GroenLinks hoor over D66. Ik zeg, dat het jammer is dat wij onrust veroorzaken met plannen maken. Dat hebben we vaker gezien, dat als we niet duidelijk zijn waar we precies mee bezig zijn, intenties al als feiten uitgelegd worden. Ik heb niet meer en niet minder gezegd.” De heer KRANS: “Dank u wel. De heer Van Dijken, heeft gezegd, dat we toch eerst maar even het proces moeten afwachten. Op zich heeft hij – als organisatiekenner – daar helemaal gelijk in, maar hij vergeet – wat mij betreft – één ding en dat is dat die organisaties hun ei al hebben gelegd. Zij kennen hun eindstation al, namelijk: met z’n drieën onder een dak. Dat staat niet alleen met zoveel woorden in de Cultuurnota zelf. Dat staat ook in het document dat ze daarna hebben verspreid. Het blijkt ook uit de cijfertjes van de Cultuurnota, want als ik kijk op bladzijde 21 …” De heer VAN DIJKEN: “Ik ben toch benieuwd waar GroenLinks, de heer Krans, dat op baseert, ‘dat ze al hun ei hebben gelegd’.” De heer KRANS: “Dat hangt ervan af welk ei, maar ze hebben het ei al wel omschreven. Ik moet het beter zeggen.
Het blijkt uit het bericht dat zij recent hebben verspreid met al die prachtige plaatjes met mensen die in de ‘nieuwe’ Hanzehof aan het lezen, aan het eten en aan het muziek maken zijn. Maar ook, wat ik net zei, uit bladzijde 21 van de Cultuurnota, waar je ziet dat in 2022 de partners – deze drie – nog apart gefinancierd worden, maar het jaar daarop en het jaar daarop met z’n drieën. Ze mogen het fijn samen doen. Samen financieren doe je niet als je niet onder één dak zit.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Maar, dat is toch heel wat anders dan een samenwerkingsvoorstel, voorzitter? Ik kan het me niet voorstellen, dat berichten in de krant hetzelfde zijn als een samenwerkingsvoorstel, dat aan de raad wordt voorgelegd.” De heer KRANS: “Ik dacht niet dat ik het over een bericht in de krant had. Ik had het over pagina 21 van de Cultuurnota en ik had het over het verslag dat de drie partijen samen hebben verstuurd aan de raad. Maar dan toch maar even met de deur in huis over dat plan: zo’n cultuurkolos, zelfs als het geen paleis wordt, past niet bij Zutphen. Ik meen, dat onze gemeente al eerder heel veel energie heeft gestopt in een Cultuurcluster, zo’n acht jaar geleden. Ook een beoogde kolos. Dat is op hele goede gronden niet doorgegaan. Laten wij alstublieft van dat verleden leren en niet opnieuw energie stoppen in dergelijke oude denkrichtingen.”
509
Mevrouw SCHRIKS: “Meneer Krans, ik luister met plezier naar u, maar u hebt het over een cultuurkolos. Nu hebben we er ‘n paar. Het is maar hoe je het uitlegt en hoe je het omschrijft. Ik ben het dus ook niet met u eens. Ik ben het ook niet met u eens als het gaat om pagina 21. Ik denk, dat u dat inkleurt vanuit uw eigen perceptie. Dat kan ik ook, maar dat ga ik niet doen. Maar, ik zou toch wel graag de ruimte willen geven aan de partijen om met een voorstel of plan te komen. Dan kunnen we het daar nog altijd over hebben. Het is niet zo, dat wat u zegt, dat het allemaal al wordt besloten. Dat staat overigens ook niet in de nota. Dat is ook geen besluitpunt.” De heer KRANS: “Misschien is het goed, mevrouw de voorzitter, als ik even het hele verhaal afmaak. Dat is niet zo gek lang. Want, om het op voorhand al niet met mij eens te zijn, voordat ik de argumenten genoemd heb, is zo jammer. Zoals gezegd: daar creëer je als gemeente geen toekomst mee om heel veel energie te stoppen in een oude denkrichting van een cultuurcluster. Dan nog eventjes iets over het zijn van huurder van de bibliotheek. Natuurlijk is de bibliotheek huurder, maar ze heeft ook prestatieafspraak met onze gemeente en als er nieuwbouw moet komen, dan zullen de centjes toch echt van de gemeente moeten komen. Dus, als volksvertegenwoordigers hebben wij nog voldoende te zeggen.
Als volksvertegenwoordigers hebben we de plicht om de lange termijn voor ogen te houden. Stelt u zich voor, voorzitter, wij zeggen “Ja” en we geven tien – ik hoor soms al zeggen vijftien tot twintig – miljoen of meer uit en we zijn tien jaar verder. Dan worden wij nog steeds gegijzeld door onze eigen stenen, net zoals dat nu gebeurt met de 7,4 miljoen euro waar we op de Korensingel mee in het rood staan. Nee, hoe groter het plan, hoe meer we de generaties na ons voor de voeten lopen …” De VOORZITTER: “De heer Müller heeft een interruptie.” (Audiopositie 01:53:48)
De heer MÜLLER: “Ik ben het hardgrondig met de heer Krans eens, voor wat betreft dit deel van zijn betoog. Ik denk, dat wij ons al jaren, al decennia laten meezuigen in die molensteen, de bodemloze put die De Hanzehof is. Het is ook geen geheim, dat de SP als jaren zegt, dat wij moeten nadenken over een plan B voor De Hanzehof. Zoals mijn fractievoorzitter tijdens de algemene beschouwingen zei …” De VOORZITTER: “Meneer Müller, dit is geen interruptie meer. U komt zo aan de beurt voor uw eigen betoog. Kunt u nu even uw vraag stellen aan de heer Krans?” De heer MÜLLER: “U heeft gelijk, voorzitter. Mijn vraag aan de heer Krans is of GroenLinks bereid is De Hanzehof te sluiten en zo nee, hoeveel honderdduizend euro per jaar zij extra bereid zijn naar De Hanzehof te laten gaan.” De heer KRANS: “Prachtige vraag, maar dan loopt u – wat mij betreft – toch wel op de troepen van de Cultuurnota vooruit. We zullen erover nadenken. Dat is inderdaad heel makkelijk, maar de vraag is ook heel makkelijk. Dan, voorzitter, we hebben de heer Brunsveld gehoord en die was zo dichterlijk, als ik dat mag zeggen, dat ik die volgende vijf regels van mijn verhaal toch durf uit te spreken, terwijl ik ze eerst had doorgestreept. Voorzitter, in de Gravinnensteeg, een beetje onder uw werkkamer, staat een mooie tekst en u kent hem vast uit uw hoofd. Ik dacht dat u het fijn zou vinden om te melden. Sorry.
Namelijk de tekst – en we kennen hem allemaal – “Hoezeer heeft deze kleine stad allure”. GroenLinks pleit er graag voor om voor de Korensingel aan te sluiten bij een andere regel van Ida Gerhardt, namelijk deze: ‘Wij kozen soberheid tot bondgenoot’. Die soberheid heeft – volgens ons – geen betrekking op de programmering van De Hanzehof. We wensen de nieuwe bestuurder van De Hanzehof – zonder namen te noemen – toe, dat zij zeer succesvol mag zijn bij de dagelijkse exploitatie van beide podia, de buitensoos en de theaterzaal. Dat succes – misschien is dit het halve antwoord aan de heer Müller – is ook nodig om kapitaalvernietiging bij de theaterzaal te voorkomen. Wij hebben er – op basis van het verleden van deze bestuurder – veel vertrouwen in.
510
Wij zijn ook enthousiast over de nieuwe klimaatinstallatie, onder meer nodig voor een serieus poppodium en de betreffende motie zullen we dan ook steunen. Het enthousiasme houdt niet op, want wij zijn ook enthousiast over het gastvrij openstellen van de buitensoos voor de hele gemeente. Dat is weleens anders geweest. Nieuwbouw ter plekke, mevrouw de voorzitter, is alleen nodig voor ondersteunende faciliteiten. Ik zou haast zeggen, zie ons grote amendement. Maar dan, over het plan van De Hanzehof om ter plekke, met De Muzehof en bibliotheek, een nieuwe huiskamer van de stad te bouwen, hoorden wij van verschillende kanten, dat het erop leek, dat De Hanzehof, vanuit een financieel gapend gat, nog even een greep boven de grond wilde doen. Als je kijkt, voorzitter – dat is al eerder gezegd vandaag – wat ongelooflijk veel geld er inmiddels naar De Hanzehof is gegaan en als je kijkt naar de miljoenen schuld die er nu nog opzit, dan begrijpen wij de vergelijking. Minder onaardig en vanuit GroenLinks geformuleerd: “Laten we niet voor de zoveelste keer menen dat een grote investering de hemel in de toekomst altijd blauw houdt.” Laten wij ook niet denken, dat samenwerking een gezamenlijke huisvesting vraagt. Dan de Muzehof. Die activiteiten van de Muzehof, die moeten – wat ons betreft – zonder meer blijven. Alleen niet met nieuwbouw op de Korensingel. Vergelijk ook scenario A.
We willen geen kolos ter plekke, die de gemeente, nog jaren na ons, als molensteen om de nek hangt. We vonden eigenlijk de formulering van de heer Siemes: “Het is binnenkort niet een molensteen meer, maar twee molenstenen” wel aardig. Twee molenstenen wegen meer dan een, als ze samen zijn. Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Krans van GroenLinks hier over De Muzehof een betoog houden en ik begrijp niet waarom GroenLinks de motie over De Muzehof, die – ik meen in januari 2019 – werd voorgesteld, maar die steeds aangehouden wordt, nooit in stemming heeft gebracht. Waarom komt het verhaal nu pas, nu de nota voor ons ligt, naar voren? Ik begrijp het niet.” De heer KRANS: “Dat is een uitstekende vraag van mevrouw Ten Holder en ik ben blij dat ‘ie wordt gesteld. Die motie, van geruime tijd geleden, die we, uit mijn hoofd, met BurgerBelang en ChristenUnie hebben ingediend – ik word straks vast wel gecorrigeerd – die hield een beetje hetzelfde in als nu. Sorry, het was Bert Janssen van Bewust ZW en niet de ChristenUnie. Excuus. Die hield inderdaad een beetje hetzelfde in als nu.
We hadden, op basis van wat er toen uitgewisseld is in de raad en in de Fora, er eigenlijk een vol vertrouwen dat het de goede kant zou opgaan en hadden volstrekt niet verwacht, dat er nu een dergelijk plan – ook al is het een plan van buiten het gemeentehuis, maar min of meer door het gemeentehuis – althans het College – wordt omarmd, dat het nu zou worden ingezet.” Mevrouw TEN HOLDER: “Een heel bijzonder antwoord. Ik moet denken aan de woorden van mevrouw Schriks zojuist, dat we eens naar onszelf moeten kijken, als raad. U vond het dus niet interessant om hier een raadsbesluit, een raadsstemming voor te houden. U heeft ‘m steeds aangehouden. U neemt zaken aan, maar moties vragen gewoon om een raadsbesluit. Was die in stemming gebracht, was u bang dat u dan geen meerderheid had?” De heer KRANS: “Ik weet niet wat ik hiermee moet, voorzitter ... Angst, ja misschien dat ik toen dacht: “Als ‘ie het niet haalt, is het zo jammer, maar dan hebben we de verkeerde richting.” Maar, veel belangrijker was, wat ik net zei, namelijk: “We hadden nooit gedacht dat er een dergelijk plan zou komen, met de schuld die er al is en met het karakter van Zutphen et cetera et cetera.” De activiteiten van De Muzehof moeten zonder meer blijven, maar die hangen niet van deze locatie af.
Dan de bibliotheek.” DE VOORZITTER: “De heer Manders, ter interruptie.” De heer MANDERS: “Ja, het lokt mij toch uit om een reactie te vragen van de heer Krans. Zeker omdat we het hebben over de motie die in stemming is gebracht. U weet waarschijnlijk nog wel wat de opmerking was, toen u die motie wilde aanhouden. Ik zei toen letterlijk: “Het plan dat toen op tafel lag, van de toenmalig directeur van De Hanzehof, als je daar De Muzehof uittrekt, is het
511
een doodsteek voor De Hanzehof.” Dat vond u niet gepast, maar ik heb het toch gezegd. Nu kom ik weer terug op De Muzehof. Want, stel nou dat er straks een plan komt te liggen van de drie dames, waarbij De Muzehof maar de helft aan vierkante meters heeft in het geheel en de andere helft in de stad. Het lijkt wel alsof je een Don Quichot-wedstrijd voert tegen de gedachte dat De Muzehof geen vierkante meter mag krijgen in het misschien wel toekomstige Hanzehofverhaal. Wat is daarop uw antwoord?” De heer KRANS: “Ik zou bijna zeggen “Ja”, maar ik ben al getrouwd. Ik begrijp wat u vraagt. Maar eerst even terug naar die motie. Die is niet een keer aangehouden, maar staat er gewoon nog op. Wat De Muzehof betreft: ik heb niet gezegd dat er geen vierkante meters mogen. Lees ook vooral de gewijzigde tekst. Maar, het is de vraag of dat op déze plek moet. Op deze plek pleit ik er ernstig voor om onze stad, onze gemeente te beperken tot twee grote podia en die mal uit te nutten. Lees verder het amendement. Ik zie te weinig in meerdere plekken, ook vanwege het kolosgehalte, om dat nog eens te herhalen. De activiteiten van De Muzehof hangen niet van deze plek af. Dan de bibliotheek, want het heeft toch wat aandacht getrokken.
Een van de stadsgidsen stuurde mij een mailtje en ik citeer: “Het idee dat de bibliotheek op termijn naar De Hanzehof zou verhuizen, moet met alle kracht worden voorkomen. Als stadgids loop ik al tien jaar met groepen even de bibliotheek in en als iets bewondering oproept, dan is het dit icoon.” Aldus de stadsgids. Afgelopen zaterdag sprak ik inwoners van Zutphen, die naar de bibliotheek gingen om daar de petitie tegen verplaatsing te tekenen. Ik moest ze zeggen, dat de bibliotheek deze dreigende strop zelf had geknoopt. Nog een citaat: “Het is ook verder evident, dat de bibliotheek in het centrum gehuisvest moet blijven. Door het laagdrempelige, open karakter bezoeken jaarlijks circa tweehonderdduizend mensen de Broederenkerk. Uit de gouden protestacties uit 2011 bleek, dat de inwoners zeer gehecht zijn aan de combinatie ‘bibliotheek in de Broederenkerk’. Het is ondenkbaar dat de bibliotheek uit het centrum zou verdwijnen, juist ook vanwege de economische waarde voor de binnenstad.” Dit verzint GroenLinks niet zelf, dit mooie proza, maar we zijn het er wel hartgrondig mee eens. Het staat letterlijk, mevrouw de voorzitter, in de visie Toekomstbestendig Bibliotheekwerk, zoals de bibliotheek die zelf heeft opgeschreven. Die visie die in 2016 leidde tot een in 2017 gerealiseerde investering van € 910.000,=. Een investering die nog niet is afgeschreven.
Belangrijker nog, in hetzelfde visiedocument staat hoezeer de bibliotheek met die investering, haar cultureel maatschappelijk werk heel breed zou kunnen blijven doen. Dat doet de bibliotheek gelukkig ook nog steeds.” De VOORZITTER: “Mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, ik wil graag een opmerking maken. De heer Krans citeert uit stukken van 2016. Blijkbaar heeft de heer Krans geen idee wat er toen allemaal speelde en ik maak daar bezwaar tegen dat ‘ie dat zomaar overhevelt naar deze tijd, terwijl we nu over een Cultuurnota hebben die over nù gaat.” De heer KRANS: “Voorzitter, mag ik mevrouw Van Dijk vragen dit bezwaar toe te lichten, want ik begrijp het niet.” Mevrouw VAN DIJK: “Nee, ik begrijp dat u dat niet begrijpt, want u citeert uit dingen waar u maar een gedeelte van begrijpt. Ik licht het verder niet toe.” (Audiopositie 02:04:28)
De heer KRANS: “Voorzitter, op een of andere manier word ik altijd heel erg blij als er op de man gespeeld wordt, want dan wordt er tenminste niet op de inhoud gespeeld.” De heer SIEMES: “Ik vind het bijna een soort belediging van de raad door te zeggen: “Daar speelde iets heel anders en ik ga u lekker niet vertellen wat het was.” Inderdaad, ik heb ook de Cultuurnota van 2016 doorgenomen. De uitdaging is nog hetzelfde voor de bibliotheek.”
512
De heer KRANS: “De uitdaging is nog hetzelfde voor de bibliotheek. Sterker nog: het vertrouwen wat daaruit sprak na die toekomende investering van € 910.000,= was levensgroot. Als u het document leest, dan ziet u dat alle elementen die de bibliotheek in het sociaal-culturele veld wil gaan inzetten, daar volstrekt in terugkomen; dat er vertrouwen is, dat dat kan vanuit die locatie. Mogelijk – meneer Huis in ’t Veld spreekt van groepen van vijftig tot zestig personen, dat je die misschien ergens anders moet ontvangen. Maar het kan uitstekend met andere partners, aldus meneer Huis in ’t Veld, toenmalig directeur.” De VOORZITTER: “Meneer Van Dijken heeft een interruptie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter, ik voel toch de behoefte hier even op te reageren. Wat meneer Krans doet, is beginnen bij de huisvestingsoplossing, zoals ik zonet schetste, die nog in een later stadium door ons allen moet worden vastgesteld. Ik sluit niet uit dat de bibliotheek op de huidige locatie de meest voor de hand liggende oplossing is, maar om nu al daarop vast te leggen, dat zou ik niet doen. Dat is gewoon niet handig.” De heer KRANS: “Dank, voorzitter.
Ik dacht dat ik duidelijk had gemaakt 1) dat die partners wel degelijk er hard proberen aan te sturen op een gemeenschappelijke huisvesting en 2) dat het niet verstandig is een grote kolos te maken en 3) ook waarom de bibliotheek niet - vanuit haar eigen visie - ontevreden kán zijn op deze plek en dan misschien wel op de vierde plek: samenwerken vraagt geen gezamenlijke stenen. Ik rond af met het jaarverslag van de bibliotheek. De bibliotheek wil dat doen, datzelfde bibliotheekwerk met dezelfde parameters als een aantal jaren geleden. Met dezelfde gedachte over het verminderen van het aantal fysieke boeken. Dat wil de bibliotheek doen met – nou komt het samenwerkingen lokaal, regionaal en landelijk, met culturele en onderwijsorganisaties, met inwoners en groepen inwoners. En dan letterlijk een van de citaten, maar mevrouw Ten Holder mag eerst, geloof ik.” De VOORZITTER: “Een interruptie van mevrouw Ten Holder.” (Audiopositie 02:07:09)
Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Ik hoor heel veel bewoordingen van u, meneer Krans, waarom u de samenwerking van die drie professionele organisaties … Waarschijnlijk op voortschrijdend inzicht, want u citeert allemaal uit oude stukken. Ik dacht dat u een partij was, die voor vernieuwing stond, die voor transformatie staat en u heeft eigenlijk nu even het bestuurlijke vermogen om als volksvertegenwoordiger, zittend in de raad, te zeggen: “Maar wacht eens even die plannen van die professionals af.” Waarom framed u hun plannen steeds op een zodanige negatieve manier, door te zeggen: “Een cultuurkolos, een cultuurpaleis”? Terwijl eigenlijk drie basisorganisaties voor onze stad een mooie droom hebben en daartoe hun intenties hebben verwoord. Ik begrijp dit niet. Wat wilt u hiermee bereiken?” De heer KRANS: “Wat ik hiermee wil bereiken? Althans, wat GroenLinks hiermee wil bereiken, dat moge wel duidelijk zijn: dat is namelijk, dat de bibliotheek niet uit de Broederenklooster gaat. Dat is het eerste. Het tweede is dat de vernieuwing zit in de samenwerking. Precies daarom citeerde ik uit stukken ván de bibliotheek. Dat zijn geen oude stukken, zeg ik even tegen mevrouw Ten Holder, mevrouw de voorzitter. Dat is het jaarverslag 2020. Het aardige van het jaarverslag 2020 is, dat het meestal verschijnt in 2021.
Daarin letterlijk: ‘Wij gooien deuren open en wij nodigen iedereen uit om, samen met ons, invulling te geven aan ons motto.” Dan denk ik: “Ach, met die inzet, met dat motto, zal de bibliotheek vast nog jaren de deuren op het Broederenkerkplein openhouden.” Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de laatste partij, de SP, meneer Müller.” (Audiopositie 02:08:58)
De heer MÜLLER: “Ik was al bang, dat ik morgen pas aan de beurt zou zijn. Maar, het is gelukt. Dank u wel. We bespreken van alles vanavond, maar toch bovenal het visiestuk: de Cultuurnota. Dat ziet er goed uit voor wat betreft de SP-fractie. Belangrijke waarden, waar wij als gemeente
513
waarde aan hechten, worden daarin neergezet en het wordt mogelijk gemaakt daarin beleid te verankeren. Daarom willen wij voor de volle honderd procent steun voor de Cultuurnota. Ik heb me – en met mij mijn gehele fractie – in het debat aan meer dingen gestoord, maar aan één ding in het bijzonder heb ik mij zeer geërgerd. Dat is het volgende. De afgelopen jaren heeft deze gemeente, gedwongen door de economische crisis en besluiten van de rijksoverheid, keihard moeten bezuinigen op heel veel zaken en bovenal op sociale voorzieningen. Nu ligt er ook een bezuiniging voor in de cultuursector. Dat is een wereld die u kent, die wij allemaal kennen. Ikzelf ook. Ze hoeven hier maar een keer aan te kloppen en meerdere fracties staan vooraan om te beantwoorden aan hun verzoek om bezuinigingen te schrappen. Maar niet alleen dàt: ook om te beantwoorden aan het verzoek om het budget te verdubbelen. Dan heb ik het over het Luxor, die overigens vier jaar geleden ook al een verdubbeling kreeg. Laten wij dat niet vergeten. Ik stoor mij daaraan. Want, er zijn veel mensen die in de problemen zaten, die dieper in de problemen zijn gekomen door de bezuinigingen waartoe wij hier – noodgedwongen - hebben moeten besluiten. Het was niet mogelijk. Mensen die geen beroep meer konden doen op de Meedoenregeling, mensen die in de problemen kwamen door besluiten die wij hier moesten nemen.