CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen Raad 11 oktober 2021

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 11 oktober 202130.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toen ik hoorde dat er voor elke inwoner een boom is, ben ik het er zeker mee eens dat het er meer mogen zijn. Het mogen en er wel drie of drie worden per inwoner. Het lijkt mij het idee om dit in elke wijk te doen. Zo wordt de Noorderhaven weer mooi, De Hoven wordt levendig. Dus, ja. Ik word enthousiast van dit plan. Dus veel succes met - ja jammer genoeg ook - het kappen, maar zeker het aanplanten van nieuwe bomen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan nu PvdA, de heer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk, de PvdA is hartstikke voorstander van het meer klimaatadaptief maken van de stad en dit is een onderdeel daarvan. Ik wil graag attenderen op het feit dat 28 oktober een speciale bijeenkomst plaatsvindt vanuit de Stadspartij, de PvdA en GroenLinks. Een georganiseerd gesprek over het Blauwboek, want in het Blauwboek wordt volop geschreven over het klimaatadaptief maken van de stad en die bomen horen daarbij. Ik heb in het Technisch Blok al een vraag aan de wethouder gesteld over het meenemen van de bewoners en het antwoord was daar heel helder over. Die worden ruimschoots meegenomen. Over de Bomenplantdag, meneer Brunsveld. Ik ben toevallig 10 november jarig. Dus ik weet dat er dan een feestje is wat kan worden gehouden. Dus bij dezen, ik ben voorstander.” De VOORZITTER: “Dank u wel.

Dan gaan wij naar de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Tijdens mijn studie in het hoge noorden, Groningen, heb ik ooit nog eens een keer een verhaal geschreven over de invloed van bomen op de bebouwde omgeving. Ik geloof dat ik toen erg vroeg was, maar het verhaal is verdwenen. Sorry. Eén kleine vraag: Ik omschrijf de ambitie die in het verhaal staat: er staat, dat in de eerste tien jaar een beperkt aantal bomen. Als we dat tempo aanhouden, tien procent of zo, dan halen we nooit die duizend bomen of die ene boom per inwoner. Dus, mijn vraag aan de wethouder is of die ambitie wat omhoog kan? En halen we dan wel die 50.000 bomen? Want, daar zal het ongeveer om gaan. Want, als we met dit tempo doorgaan, dan halen we niet die 50.000 bomen, ben ik bang.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan heb ik twee vragen voor de wethouder. Een voorstel voor een date met meneer Brunsveld en de vraag nu van de ChristenUnie.” Reactie College (Audiopositie 01:55:19)

638

Wethouder DE JONGE: “Dank u, voorzitter. Het lijkt me echt heel leuk om met z’n allen Boomfeestdag te vieren op 10 november. Dus, als u daarvoor openstaat, dan zal ik wel zorgen voor een uitnodiging en een feestje met de Boomstichting. Die zijn daar altijd heel goed in. En het uitvoeringsplan … Ik weet niet zo goed hoe dat eruitziet en wanneer we hoeveel bomen planten en wààr. Als u het goed vindt, kom ik daarop terug met een grove schets. Communicatie: ja niet voor niets besteden we daar best veel aandacht aan in dit bomenplan, want, dat moet gewoon beter. Dat hebben wij in de afgelopen twee jaar echt wel ondervonden dat het nu te veel ad hoc gaat. We hebben er wel veel van geleerd hoe we het in de afgelopen twee jaar hebben gedaan. We hebben - denk ik - nu ook wel goed te pakken hoe het moet. Ik weet niet of we al zover kunnen gaan, hè. Als over vijf jaar die bomen op die laan worden gekapt en we dus nu alvast in gesprek gaan omdat het wel iets doet met de werkplannen. Maar, ik kan mij er zeker iets bij voorstellen, dat wij er meer proactief mee bezig gaan in plaats van één week tevoren. Dat is niet echt prettig werken. Tot slot, over de motie vergroenen en zo. Binnenkort starten wij ook met een risicodialoog naar aanleiding van de hitte-stress en de stresskaarten en waterkaarten: allemaal verschillende kaarten met externe partijen. Daarover komen wij ook bij u in het Forum.

Dus, er wordt wel nog verder gewerkt aan de uitvoering van de motie van D66 en de Stadspartij. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Prima, dank u wel. Dan denk ik niet dat er behoefte bestaat aan een tweede termijn? Ik heb geen slecht woord gehoord over het Bomenbeleidsplan. Dat betekent, dat ik weer mag hameren namens u allen. Akkoord.” Besluit: Aangenomen.

11

BELEIDSPLAN HANDHAVING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE ZUTPHEN 2021-2024 GRIFFIENR. 2021-0079 (Audiopositie 00:00:00 deel 2)

De VOORZITTER: “Dan zijn we nu bij agendapunt 11 ‘Beleidsplan handhaving sociaal domein gemeente Zutphen 2021-2024’. Wie wil daarover het woord voeren? Dat is de VVD, Burgerbelang, D66. Mevrouw Van Dijk, gaat uw gang.” Eerste termijn Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb in het Forum ook al mijn bewondering of verbazing, uitgesproken dat er zo ontzettend veel bij komt kijken als je het hebt over handhaving van het sociaal domein. Het hele stuk is heel zorgvuldig opgesteld. Ik heb één vraag gesteld over waar men terechtkan als er eventueel klachten zijn. De wethouder heeft dat opgepakt en gezegd dat dat zeker in het stuk verwerkt zal worden. Mijn vraag nu is of dat ook is gerealiseerd?” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar Burgerbelang. Meneer Yildirim.” De heer YILDIRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Het beleidsplan waar we het nu over hebben, is eigenlijk iets waar we geen “Nee” op kunnen zeggen. Iedereen is er eigenlijk voorstander van dat het hard aangepakt wordt voor de mensen die onterecht gebruik maken van onze middelen. Maar, wij willen toch een toezegging wat onze wethouder heeft genoemd over de menselijke maat. Dat er op een menselijke maat, een eerlijke wijze, gehandeld zal worden.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan D66.”

639

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, als je het hebt over handhaving, dan spreek je al gauw over wantrouwen. Het uitgangspunt is vertrouwen, de medemenselijkheid centraal, en maatwerk. Dat lezen we terug in dit voorstel en we willen daarover heel graag onze welgemeende complimenten geven aan het College. Iedereen zal ook van mening zijn dat indien mensen, of organisaties, doelgericht en doelbewust de boel belazeren, die aangepakt moeten worden. Een afwegingskader hierbij is belangrijk voor de uitvoerders. We kennen allemaal de situatie in Wijdemeren, van de boodschappentas. Er ligt een goed voorstel voor om dit in de geest van onze integrale visie sociaal domein op te gaan pakken. Wij willen als D66 graag de vinger aan de pols kunnen houden en verzoeken het College om de toezegging, die ook in de stukken staat, dat we volgend jaar kennis kunnen nemen van de effecten van het handhavingsbeleid van het sociaal beleid. Dat we daar dan kennis van kunnen nemen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Niemand verder meer? Dan wil ik de wethouder vragen om een paar vragen te beantwoorden.” Reactie College (Audiopositie 00:04:04) Wethouder WERGER: “Dank u wel, voorzitter. Verschillende zaken, maar het is misschien wel goed om het even te zeggen.

Richting de VVD, mevrouw Ten Holder, wij waren in de veronderstelling niet zozeer dat we uw punt moesten verwerken in het document, als wel, dat we in de uitvoering moeten zorgen dat we het bij elkaar moeten pakken en moeten zorgen dat we het in de uitvoering oppakken. Daarbij is het gewoon absoluut meegenomen omdat de uitvoering ook aan het meekijken is en meteen ook zei: “Dat is een terecht punt.” Dus, we hebben het niet zozeer in het document verwerkt, als wel dat we ermee aan de slag gaan. Overigens moet ik melden, voorzitter, dat ik hier niet alleen vanuit mijn eigen portefeuille sta, maar dat het hier juist gaat om het gecombineerde handhavingsplan dat zowel voor de Wmo, jeugdbeleid, als de Participatiewet geldt. Als het gaat om het punt wat de heer Yildirim maakt: ja, het uitgangspunt is de menselijke maat. Het uitgangspunt is maatwerk. We gaan uit van het vertrouwen, maar foutjes maken, dat kàn, dat màg, dat gebeurt. We gaan mensen daar niet meteen voor straffen, maar we gaan juist kijken hoe we kunnen helpen en dingen beter kunnen maken. Dat is ook gewoon het uitgangspunt van de nota en daarmee voldoen we - volgens mij - ook aan wat u vraagt. Ik zou niet weten wat ik u nog meer kan toezeggen. Als het gaat om het stukje ‘meten is weten’, wat doen we? Ja, dat nemen we gewoon mee in de voortgangsrapportages die u krijgt.

Dat nemen we mee in de Burap, waar u altijd al hele systemen en documenten ziet. Absoluut, we laten u weten wat er gebeurt. Natuurlijk, wij zijn zelf ook benieuwd. Maar ik zie al dat er een interruptie komt, voorzitter.” De VOORZITTER: “D66, mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het klopt. In de voortgangsrapportage en in de Burap, maar in het stuk staat ook heel expliciet, dat we over een jaar gaan evalueren. Eigenlijk zou ik graag de toezegging van u hebben dat wij die evaluatie als raad ook gaan bespreken. Het is natuurlijk heel belangrijk over hoe het in de praktijk gaat lopen.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, de enige toezegging die ik kan doen, is dat wij absoluut de evaluatie aan de raad sturen. Of u hem bespreekt, is aan uw eigen agendacommissie. Maar, uiteraard krijgt u ‘m van ons. De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Bent u unaniem akkoord? Ja, dat bent u. Aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

640

12

HAMERSTUKKEN

12.a Bestemmingsplan Noorderhaven, Kompaan College GRIFFIENR. 2021-0094 (Audiopositie 0:06:41 DEEL 2)

De VOORZITTER: “Dan komen we bij de hamerstukken. Dat betreft onder 12.a ‘Bestemmingsplan Noorderhaven, Kompaan College’. Dan bij dezen besloten.” Besluit: Aangenomen.

13

MOTIES VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG

13.a MOTIE: DUURZAAM EN INTEGRAAL HERSTELPLAN CORONA GRIFFIENR. 2021 -M0021 (Audiopositie 0:06:55 3e uur)

De VOORZITTER: “Dan gaan we nu verder met agendapunt 13, de motie: ‘Duurzaam en integraal herstelplan corona’. D66.” Eerste termijn Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Deze motie is naar aanleiding van het Forum. Er is heel inhoudelijk met elkaar gesproken. Ook met het College. Dat heeft gemaakt dat de motie is aangepast en dat hij in het heden nu mede-ingediend wordt door Bewust Zutphen, de ChristenUnie en Kies Lokaal. Voorzitter, nog steeds is corona niet voorbij. Gelukkig gaat het de goede kant op. Door de steunpakketten van het Rijk lijkt de schade voor de lokale economie mee te vallen, zoals het zich nu laat aanzien. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de coronacrisis niet iedereen in gelijke mate treft. Corona legde een vergrootglas op de ongelijkheid tussen mensen en de crisis versterkt deze zelfs: niet alleen op het terrein van werk en inkomen, maar ook op allerlei andere terreinen. De toenemende tweedeling lijkt het grootste punt voor de herstelagenda te worden in het postcorona tijdperk. Een actieve, veerkrachtige, lokale gemeenschap vormt de kern waarmee we de sociale impact van de crisis hebben opgevangen, zoals we hebben gezien. Dat betekent onder andere een vitaal verenigingsleven, sociale initiatieven, onderlinge hulp van inwoners en sociaal bewogen organisaties en ondernemers. De rek moet daar niet uitgaan.

Hoe hangt de vlag in Zutphen er nu dan bij? Hoe gaat het met onze jongeren, mantelzorgers, mensen met financiële problemen, onze verenigingen, maatschappelijke ondernemers en organisaties? Bovenop forse bezuinigingen, waarvan wij nog geen inzicht hebben wat dat precies voor effecten met zich heeft meegebracht, is deze coronacrisis gekomen. Zoals we iedere dag horen, moet de politiek in het algemeen meer de vinger aan de pols houden met betrekking tot de uitvoering. Dat telt ook voor ons, als raad. Het is belangrijk dat we als raad een beeld hebben van de gevolgen van corona. Het kan niet zo zijn, dat we gewoon overgaan tot de orde van de dag nu. Het ingezette beleid waardoor we het afgelopen jaar ook een forse onderbesteding hebben gezien, kunnen we niet zomaar gaan vervolgen zonder dat wij als raad een deugdelijke analyse hebben. De motie vraagt dan ook aan het College om hierover inzicht te verwerven. Dat zou kunnen door in samenwerking met onze uitvoeringsorganisaties, te starten met het werken aan een goede inventarisatie, zodat we de impact krijgen te zien van de effecten van corona en de cijfers daarbij. Als raad hebben we de rol om te sturen, de koers uit te zetten en indien noodzakelijk bij te sturen. Daarvoor hebben we dus allereerst het beeld nodig en dat missen we nu. Tenslotte, voorzitter.

Met dat beeld hopen we binnen de Zutphense context, het komende voorjaarsgesprek, het beleid, en de daarbij geplande inzet, te concretiseren en aan te scherpen. Welke immateriële steunpakketten zijn in onze gemeente dringend gewenst?

641

Moet er fors geïnvesteerd worden? Bijvoorbeeld in structureel jongerenwerk, in weekendscholen, extra zwemonderwijs, buurtcoaches, ondersteuning mantelzorgers, een leerlijn voor zorg en horeca om de kans op een baan te vergroten óf versterking van ons verenigingsleven. Ik noem maar iets. Kortom, met concrete doelen en acties doen wat echt nodig is én dat ook goed doen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie als eerste de SP, daarna GroenLinks. BewustZW, Burgerbelang, de VVD en de Stadspartij. Gaat uw gang, SP.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Een partijgenoot van mij zei op een partijraad een paar jaar geleden, toen er weer eens een keer een slechte verkiezingsuitslag van de SP was: “We moeten dat kapitalisme maar eens kapot gaan amenderen.” Dat is toch wel een beetje ook wat ik met dit voorstel zie, maar dan ook natuurlijk vanuit de andere kant. Want, ik verwacht niet dat D66 het kapitalisme kapot gaat amenderen. Maar er zit wel een achterliggend verhaal achter. Ik hoor een hele waslijst aan zaken waar D66 op zegt: Hier moeten we naar gaan kijken, materiële en immateriële oorzaken. Maar eigenlijk zit er maar één oorzaak aan het feit dat een economie in een samenleving, zoals die van ons, niet kan reageren op een pandemie. Dat heeft te maken met hoe wij onze economie hebben ingericht.

We kunnen voorbeelden genoeg geven: van zorgmedewerkers die maandenlang zonder beschermende middelen hebben gewerkt, hun eigen leven op risico hebben gezet om mensen te helpen die ziek zijn. Of ondernemers die eigenlijk niet eens weten wanneer de volgende TONK- of TOZO-regeling eindelijk weer begint. Daarom is het eigenlijk wel jammer. Ik zat er zelfs nog aan te denken om een soortgelijke motie in te dienen die bijna hetzelfde zegt, alleen dan met de oproep aan het College om er toch nog voor te gaan zorgen dat die economische verschillen, economische tegenstellingen, die mevrouw Ten Holder ook aanraakt, ook zou moeten gaan aanpakken. Maar daar heeft het College, en daar hebben wij als raad al helemaal, geen zeggenschap over. Dus laten wij er maar voor zorgen dat wij dit economische systeem aanpakken in plaats van dat wij achteraf gaan proberen te kijken of wij corona kapot kunnen amenderen. Dus, aan al deze partijen die hier mogelijk vóór gaan stemmen: denk erover na! Hopelijk kunnen jullie steun vinden in het bestrijden van alle uitwassen van het economische systeem dat mensen in minder gelijke mate raakt, wat mensen in toenemende tweedelingen organiseert. Dan kunnen we er ook meteen voor zorgen dat die sociale rek in organisaties, ondernemingen en verengingen ook niet meer gebeurt. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan GroenLinks.” De heer KRANS: “Dank, voorzitter.

Als ik het zo hoor, is het al bijna maart volgend jaar. Dan doel ik vooral op de SP die inhoudelijk niet ingaat op de motie. Ik vind het jammer: juist daar waar D66 specifiek over die tweedeling, die voor alle partijen in de raad een zorg is, het nodige heeft gezegd. Wat mij betreft terecht. Even terug naar het Forum, toen de nog niet gewijzigde motie werd behandeld. De indiener kreeg met regelmaat het verwijt: “Dat is een beetje overbodig. Dat is wel een heel breed verhaal zonder dat er wat gebeurt.” Totdat de wethouder aan het woord kwam. Toen vroeg de wethouder aan de indiener: “Maar, wat bedoelt u nou precies?” Wat zei de indiener toen: “Ik zie daar hele grote problemen, ik zie daar hele grote problemen en daar wil ik wat aan doen.” Waarop de wethouder meteen zei: “Daar zijn wij het helemaal mee eens en we zullen een Forum organiseren.” Daarom ben ik ontzettend blij, dat de indiener de motie heeft gewijzigd van een integraal herstelplan over corona, dat is bijna een hele voorjaarsnota, naar een inventariserend Forum waarin we gewoon kunnen zeggen: wat heeft corona nou voor Zutphen betekend? Daarna komen er vanzelf in de voorjaarsnota 2022 voorstellen van het College. Zo’n voorstel kan ook zijn dat we dit terrein - volgens ons - al voldoende in kaart hebben gebracht in ons gewone beleid en voornemens. GroenLinks stemt van harte in. Dank u.”

642

De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik denk even dat de heer Krans een verwijzing naar de SP maakte. Maar, dat is volgend jaar dat ze ook met z’n tweeën zijn. Voorzitter, het Forum begon wat rommelig. Het Forum dekte in het beging niet de lading. Maar, inderdaad, wat de heer Krans ook zei, heeft het College, toen de wethouder kwam, die zei: “We zoeken eigenlijk wel steun.” Want, we hebben er eigenlijk niet over gedacht. Daarom denk ik, dat de motie zoals hij nu is gemaakt, een goede motie is om een goede stap naar voren toe te maken. Daarom zullen wij ook deze motie steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD.” Mevrouw VAN DJK: “Dank u wel, voorzitter. Een gloedvol betoog van D66, maar tegelijkertijd zit daar ook een reden voor de VVD om wat op de rem te trappen. Dat is, omdat er ook heel veel gevolgen van de corona niet alleen op het bordje van de gemeente liggen, aar ook op maatschappelijke organisaties. Wij constateren dat heel veel maatschappelijke organisaties volop bezig zijn om te reageren. Te reageren op deze … U noemde een voorbeeld over meer sporten of meer zwemles, of zoiets dergelijks. Dat zijn zaken die niet door ons geregeld moeten worden, maar door de maatschappelijke organisaties.

Ik ben het wel met u eens, dat wij een vinger aan de pols kunnen houden en in die zin zou een inventariserend forum ook een goede plek kunnen zijn. Maar, dan loop ik er toch nog tegenaan dat u onder uw tweede punt, bij wat u het College verzoekt, toch nog dat hele brede scala aan onderwerpen noemt waarvan ik denk: “Dat is niet allemaal aan de gemeente. Dat ligt ook niet allemaal aan de lokale politiek.” Er is een aantal zaken die de landelijke politiek ook aangaan en die dat opneemt. Dus, wij aarzelen op dit moment zeer sterk of wij deze motie op deze wijze wel zullen steunen. Hoewel wij net zo goed als u onze zorgen hebben over de gevolgen van de pandemie en de effecten die het op de inwoners en op de gemeente heeft. Ik zou daar nog aan willen toevoegen dat wij tot nu toe de indruk hebben, dat wij heel goed door het College op de hoogte zijn gehouden en dat wij ook vinden dat er voldoende informatie onze kant op komt. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “De heer Jansen heeft een interruptie.” De heer JANSEN: “Voorzitter, even richting mevrouw Van Dijk. De heer Krans heeft het al heel duidelijk aangegeven, dat zou ik inmijn betoog ook willen zeggen. De wethouder was in die zin toch wel verrast met de uitleg van de tekst zoals die in de motie staat.

Uiteindelijk was het zo, dat ze toch zegt: “Hier kan ik iets mee en anderzijds we móéten er iets mee.” Dat was een eyeopener voor haar, maar ook voor een aantal Forumleden. Niet alleen voor een aantal Forumleden, maar voor ons allemaal in totaal. Het doel is om uiteindelijk de stappen – welke dat dan ook zijn – inzichtelijk te maken. Ik snap wat u bedoelt, op een aantal verantwoordelijkheden en belangen daar gaat de gemeente niet over. Maar, wel datgene wat effecten heeft ook naar de gemeente toe, waar we wél als zodanig verantwoordelijk voor zijn, om die in beeld te krijgen. Dat hebben we nodig met elkaar om uiteindelijk in control te komen om te zien wat de effecten tot nu toe zijn en om duidelijk te maken wat er nu precies aan de hand is in de keten die we niet kennen. Ik snap wat u bedoelt, dat wij op de hoogte worden gehouden en dat het College dat ook probeert met alle goede bedoelingen. Maar, we hebben niet het totale overzicht. Waarin maken we keuzes? Wat is er nou precies aan de hand? We weten ook niet, wat de SP zegt: “Wat gebeurt er nu allemaal achter die voordeuren?” Dat weten we allemaal niet. Als we dat met elkaar wél weten, dan kunnen we anticiperen op de zaken die misgaan en die beter kunnen. Dàt is het doel van het College geweest. Mevrouw de Jonge heeft dat fantastisch verwoord destijds.” De VOORZITTER: “Mevrouw Van Dijk.”

643

Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, meneer Jansen. U herhaalt gewoon wat wij ook begrijpen. U haakt even in op de laatste paar woorden die ik heb gezegd over geïnformeerd worden, maar ik heb ook gezegd en dat noemt u: “Wat gebeurt er achter de voordeur?” Juist zo’n opmerking die maakt de VDD alert. Want, het is niet aan de gemeente om precies te weten wat er achter de voordeur gebeurt. Maar, het is aan allerlei maatschappelijke organisaties die wij daarvoor de gelegenheid geven. Wij kunnen hier een lange discussie over hebben op deze manier. Maar, dat vind ik eigenlijk helemaal geen prettige manier. Het is een breed belang. Ik deel met u de reden, of het idee, dat wij goed op de hoogte moeten zijn. Maar, tegelijkertijd zeg ik ook: “Gemeente, blijf bij je leest en kijk waar je daadwerkelijk een rol speelt en kijk waar je eventueel maatschappelijke organisaties op hun rol kunt wijzen.” De VOORZITTER: “Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter. Ik ben het in die zin eens met u. Dat heb ik ook al aangegeven. Ik heb het voorbeeld genoemd als één van de voorbeelden van zaken waarvan wij niet weten maar wel proberen erachter te komen wat de effecten nu zijn bij mensen en ook naar gezinnen. Dat heeft niet altijd met de voordeur te maken, maar het typeert even een aantal zorgpunten naar inwoners en ook ondernemers.

Om die in beeld te krijgen, is het van belang dat we meer met elkaar inzichtelijk maken - ook vanuit belangenorganisaties - naar de gemeente toe, om te kijken hoe we elkaar kunnen versterken en helpen daaraan een invulling e geven. Juist ten doel van de ondernemingen en ook van de burgers. Dàt is het doel. Als u het ondersteunt, staan wij er breed in en gaan wij dezelfde kant op.” De VOORZITTER: “Mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Nou, ik wil daar graag nog even op reageren. Als ik even bij dit voorbeeld blijf … Wij hebben een organisatie die zich bezighoudt met huiselijk geweld. We hebben nog meer organisaties die ons regelmatig informeren en die ons zelfs ook al de laatste periode op de hoogte hebben gehouden van de effecten van de pandemie. Dus, in die zin blijft mijn waarschuwing aan de gemeente: ‘Ga het niet te breed naar je toe trekken, maar zorg dat het hele scala aan sociale organisaties het werk doet en op het geheel reageert.’” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de VVD. Mevrouw Van Dijk, hoe wilt u dan dat de gemeente de regie voert? Want u zegt: “We gaan geen dingen naar ons toe trekken.” Maar, we zijn verantwoordelijk voor het hele sociale domein. We zij verantwoordelijk voor veiligheid. We zijn voor heel veel zaken verantwoordelijk.

Daar zetten we beleidslijnen voor uit en ik heb aangegeven: eigenlijk moeten wij de impact die die crisis heeft gehad in onze samenleving voor het vervolg, periode 2023 en verder, goed kunnen meewegen in de keuzes die we gaan maken. Niet meer en niet minder.” De VOORZITTER: “Mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Daar kan ik kort op antwoorden. Die gemeente heeft de regie, maar die regie ligt ook al vast in de contacten met de verschillende organisaties. Er is geen sprake van als ik deze motie wel of niet positief beantwoord, dat die regie dan ineens minder zou zijn. Die regie, die ìs er gewoon. Die past in de structuur zoals wij ook een aantal organisaties subsidiëren en een taak hebben gegeven, een opdracht hebben gegeven. Dus, ik vind dat u het veel te breed trekt dat we daardoor ineens de regie niet meer zouden hebben.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dat zeg ik niet. Ik reageer op het feit dat u zegt: ‘We moeten het niet naar ons toe trekken.’ Ik heb aangegeven dat wij die verantwoordelijkheid hebben. We hebben inderdaad subsidiecontracten. Maar, het kan best wel eens zijn, dat we die heel erg moeten gaan

644

bijtrekken als we goed inzoomen: ‘Wat zijn nu precies de cijfers en de effecten van corona op onze inwoners, op onze organisaties, voor onze verenigingen en onze ondernemers?’ Niet meer en niet minder.” De VOORZITTER: “Zullen we dit afronden?” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, als laatste. U kunt uw pleidooi nog drie keer houden. Maar, u heeft toch betrekkelijk slecht geluisterd naar wat ik heb gezegd.” De VOORZITTER: “Oké, we gaan verder. De Stadspartij, de heer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter, dank u wel. Over de crisis, de gevolgen van corona, indien deze motie toegespitst zou zijn op de achterstanden in de culturele sector, met betrekking tot de ZZP-ers, de makers, de artiesten, dan zouden wij de motie meteen van harte steunen. Echter, om ons heen kijkend, zien we dat economisch herstel, ook lokaal, in volle gang is. Sterker nog: we zitten bijna op het niveau van vóór corona. Dat is de reden dat wij als Stadspartij niet met deze motie kunnen instemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Volgens mij, is iedereen aan bod geweest. Er zijn geen vragen gesteld aan het College. Voor zover is alles wel gezegd en gedaan. Dan kunnen we overgaan tot stemming. Griffier, we gaan stemmen over de motie ‘Duurzaam en integraal herstel van corona’. De GRIFFIER: “Ik open de stemming. (…) Ik sluit de stemming.

Het voorstel is aangenomen met achttien stemmen vóór en zeven stemmen tegen. Tegen is Stefano de Groen, Mart de Ridder, Hans Boerbroek, René Hissink, Gerard Pelgrim, Jorn Lok en Antje van Dijk. De VOORZITTER: “Oké, de motie is aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

13.b MOTIE: CORONAGEDENKPLAATS GRIFFIENR. 2021-M0029 (Audiopositie 0:28:24 3e uur)

De VOORZITTER: “Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 14 ‘Motie: Corona gedenkplaats’. I gediend door het CDA.” Eerste termijn De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, eerst hecht ik er graag nog even aan om te melden dat ik mede-indiener ben van deze motie. Anders kan ik mij - geloof ik - niet verdedigen. Bij dezen. De effecten van corona - we hebben het er net al even over gehad - die raken ons allemaal. Dat is eigenlijk ook de reden dat mijn collega, Karin van Wamel, vanavond niet aanwezig is. Zij mag eindelijk weer naar Londen om haar dochter te zien, na ongeveer anderhalf jaar. Die mogelijkheid heeft zij met beide handen aangegrepen. Maar goed, dan toch even verder over deze motie. Ons Forumlid, Mark Purperhart, is benaderd door mensen die behoefte hebben aan een coronagedenkplaats. De inwoners zijn aangeslagen, verdrietig. Een aantal is nog helemaal niet hersteld. Het klopt aan de andere kant ook, want corona is nog niet voorbij. Maar, ik denk niet dat het aan deze gemeenteraad is, of aan sommige Forumleden, of deze inwoners wel of niet kunnen herdenken. Of dat het te vroeg is om te herdenken? Mark, nee meneer Purperhart, is deze mensen te hulp geschoten, want zij zijn op dit moment nog niet in staat om dit zelf te regelen, zoals een opmerking was tijdens het Forum. Hij heeft zijn

645

maatschappelijke taak opgepakt en heeft onder andere gesproken met Walhallab om te informeren naar mogelijkheden voor zo’n monument. Verder merkte Mark op, dat er nog veel meer mensen zijn die hun verlies door corona een plek willen geven en dat ze dat op verschillende manieren willen doen. Vandaar ook de denkrichting naar een interactief, persoonlijk en organisch monument. Dit is wat anders dan een bermmonument. Want dat betreft één extreem verdrietig geval en dit gaat om een groot aantal verschillende mogelijkheden van verlies. In meerdere steden over de hele wereld ontstonden al spontane, interactieve, gedenkplekken. Het probleem bij deze plekken was niet dát zij er kwamen - want dat is natuurlijk alleen maar heel erg mooi - maar dat het geen bewuste keuze was wáár ze kwamen. Soms was dat zelfs op een particulier terrein of een onveilige plek of niet echt toegankelijk voor mindervaliden. Vandaar dat het CDA met deze motie aan het College vraagt om een plek aan te wijzen. Eigenlijk niet meer en niet minder. Kortom, eigenlijk weer zo’n motie die géén geld kost. Ik zou heel eerlijk willen zijn. Mark gaat deze inwoners echt wel verder helpen met het realiseren van een coronagedenkplaats. Maar, het zou héél fijn en heel prettig zijn als die plek alvast geregeld is. U, collega-raadsleden, kunt daar vanavond aan bijdragen door vóór deze motie te stemmen.

Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Is er behoefte aan een ronde? Ja. De VVD, Burgerbelang, BewustZW, de PvdA, GroenLinks. Dan begin ik bij de VVD, waarbij ik opmerk dat de heer Lok niet onderbroken mag worden, want het is zijn maiden speech.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het coronavirus heeft Nederland lange tijd in zijn greep gehad. Pas sinds een aantal maanden zijn wij de strijd langzaam maar zeker weer te boven aam het komen. In dit gevecht tegen het virus hebben we hier in Zutphen vele dierbaren verloren. Dat haalde de heer Brunsveld ook al terecht aan. Deze motie beoogt dan ook om op een bepaalde manier invulling te geven aan de mogelijkheid om deze slachtoffers te herdenken. Mijn fractie snapt het sentiment achter deze motie. Een plaats om slachtoffers te herdenken, is dan ook voor ons niet echt zozeer het probleem. Maar wat mijn fractie betreft, is het juist mooier als de samenleving, de verschillende inwoners en organisaties, hier zélf mee komen: een eigen initiatief waarin zij aangeven hoe zij dit willen gaan doen en op welke manier ze dit eigenlijk willen gaan uitvoeren. Dat kan zijn door middel van een monument of een bepaalde plaats waar ze kunnen samenkomen. Of bijvoorbeeld door een stille tocht.

Wij achten het dan ook niet de taak van de gemeentelijke politiek om dit al een vaste vorm te geven en op voorhand het concept eigenlijk al uit te denken. Vandaar dat wij dan ook tegen deze motie zullen stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, corona heeft een enorme weerslag op waar dan ook in de wereld. Het is heel mooi dat mensen een plaats willen hebben om te gedenken. Alleen gedenken doen we op een plaats waar je jezelf prettig voelt. Wat deze motie ons inziens behelst, is: jullie mogen wel een monument plaatsen … Alleen wìj zeggen dat het dààr is of wij zeggen dat het dӑàr is. Dit terwijl het een heel mooi initiatief is en blijkbaar leeft het ook binnen de samenleving van Zutphen onder de mensen die een gedenkmonument willen hebben. Laat hen dan ook een plek zoeken waar zij zich prettig voelen, waar zij zich ook rustig voelen en écht kunnen herdenken wie zij zijn verloren of écht herdenken wat zij zijn verloren. En ik vind het wat belerend - belerend is hier misschien een verkeerd woord - maar om punten aan te wijzen waar je het mag doen, terwijl je daar misschien een heel ander idee bij hebt ... Ja, ik denk dat het een veel beter idee is om dat bij de samenleving zelf te laten. Dit neemt niet weg dat wij het initiatief heel mooi vinden.

Wij willen meneer Purperhart ook zeker adviseren hiermee door te gaan en vanuit de samenleving te komen met een mooi monument, met een mooie plek, waar iedereen zich prettig voelt.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar BewustZW. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de motie is een gevoelig initiatief. Maar uiteindelijk moeten we hier in de raad toch rationeel oordelen en hier iets van vinden. Dat klinkt heel tegenstrijdig. Zeker in de periode waarin we nu zitten en waarin helaas ook al heel veel mensen dat niet meer meemaken. Dus, de ernst van wat we nu bespreken, is behoorlijk.

646

De vraag is natuurlijk, in het rationele opzicht, hoe we nu de motie beoordelen zoals die ook in zakelijkheid is opgesteld. Ik heb in het Forum al aangegeven dat regulier voorstellen bij een College, ambtenaren en College, worden ingediend en worden getoetst aan regelgeving en beleid om te kijken of het daarbinnen valt. Als het niet binnen de wet- en regelgeving past, kan het College het aan de gemeenteraad voorleggen van: “Beste Gemeenteraad, wij stellen voor, in voordracht vanuit de bevolking en inwoners, een bepaalde keuze te maken en dat op een of andere manier ook wettelijk toe te staan.” Dat is eigenlijk de gebruikelijke weg die wij met elkaar moeten volgen. Dat heb ik ook aan de heer Purperhart meegegeven: om daar eens over na te denken en daar ook eens op terug te komen in de gemeenteraad. De heer Brunsveld voert het woord in dat opzicht. Ik ben wel benieuwd wat het CDA met die informatie gedaan heeft? Is het nou besproken, zoals de voorganger ook heeft besproken? Is het in die zin ook besproken dat vanuit de samenleving het proces moet komen en uiteindelijk moet lopen zoals ik net heb aangegeven? Want, het kan straks ook zijn - en daar hoeven we niet bang voor te zijn - van: “Ja, we zien hier wat voor en we gaan daar wel even wat regelen.” Dat kàn.

Het staat ons allen vrij om dat te doen, maar je kunt je afvragen of dat op deze manier moet terwijl het regulier ook eenvoudig geregeld kan worden. Natuurlijk is er aandacht voor en het is natuurlijk een verschrikkelijke periode waar we met elkaar in zitten. Er zijn ook heel veel dierbaren die we kwijt zijn. Dat snap ik allemaal best. Maar, het bijzondere is dat we het hier wel rationeel moeten toetsen en er uiteindelijk een gevolg aan moeten geven. Dus, ik hoor graag van het CDA, of van meneer Brunsveld - want hij is de enige nu van het CDA - wat de reactie is vanuit datgene wat ik eerder heb aangegeven en gevraagd.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan maken we eerst het rijtje even af. De PvdA, meneer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Hoe kun je tegen deze motie zijn? Het gaat om de emotie die eromheen zit. Maar in de motie wordt specifiek gevraagd om een plek aan te wijzen. Tijdens het Forum is door verschillende raads- en forumleden aangegeven of het niet verstandig is om die plek over te laten aan de bewoners van de stad en om van daaruit het initiatief te krijgen. Ik heb vanavond gemerkt tijdens een app in een groep waar mensen coronagerelateerde klachten hebben gehad, die zagen op de agenda staan: coronagedenkplaats.

Die kwamen wel meteen met de reactie: “Hé, dat is leuk dat daarover nagedacht wordt.” Ik denk dat, dat eigenlijk het belangrijkste is: dat we in de raad kijken wat er mogelijk is sámen met de mensen die het betreft. Ten tweede, corona is nog écht niet voorbij. Het gaat de goede kant op, maar de gevolgen van corona kunnen nog heel diep zijn en hele scherpe wonden hebben. Ik hoop, dat we daar rustig naar kijken. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel, GroenLinks.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Ja, dank u voorzitter. Nou, ik kan me grotendeels aansluiten bij wat er allemaal al is gezegd. Vooral bij de mooie maiden speech van de heer Lok. Ik had nog één opmerking in de Forumvergadering en vanavond hoor je steeds: “Het moet uit de samenleving komen.” Volgens mij … Als een volksvertegenwoordiger wordt benaderd door de inwoners, dan is het toch behoorlijk vanuit onze samenleving? Dus dat wil ik nog toevoegen. Verder vinden wij wel dat de motie nog iets te vroeg komt. Wat de heer Manders ook al zei, we kunnen gewoon nog niet genoeg overzien wat er straks te herinneren valt en waar dan behoefte aan is. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, Kies Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel. Ja, dit is natuurlijk ook een motie waar je eigenlijk niet tegen kan zijn. Maar, we moeten jammer genoeg ook een beetje kritisch zijn. We hebben met

647

meerdere inwoners gesproken en wij hebben de vraag niet gehoord. Wij hebben wel vraagtekens gehad waarom dat nodig was om dit per gemeente te gaan doen. Kan dat niet landelijk? Dat is ook waar wij achterstaan. Het zou een heel mooi initiatief zijn om dat landelijk te gaan doen. Daarnaast hebben wij ook van het College begrepen - ook naar aanleiding van het ongeval wat laatst in de tunnel heeft plaatsgevonden, mensen heel makkelijk de weg weten te vinden. Misschien niet heel makkelijk op het moment dat het gebeurt, maar ze kunnen de weg vinden. Er zijn mogelijkheden die de gemeente heeft om gedenkplaatsen aan te wijzen. Wij vinden het eigenlijk niet onze taak als raad om daar tussenin te gaan zitten. Wij zullen deze motie dan ook niet steunen en wij hopen op een landelijke gedenkplaats. De VOORZITTER: “Dank u wel. Prima, kijk ik even rond. Meneer Brunsveld, er is u nog een vraag gesteld. Wilt u daar antwoord op geven?” De heer BRUNSVELD: “Ja, voorzitter. Ik heb zo de bijdragen aan dit debat beluisterd. Interessante bijdragen. We zijn het er in ieder geval over eens dat corona herdacht moet worden. We zijn het er alleen niet over eens of we dat dan ook in Zutphen moeten gaan doen, maar wel landelijk. Ik begrijp dat niet zo goed. We mogen corona wel herdenken, maar het moet uit de samenleving komen. Dat begrijp ik ook. Maar, ik sta hier als volksvertegenwoordiger.

We zijn benaderd door meerdere inwoners. Dan denk ìk: “Dan komt het uit de samenleving.” Dan mag ik het agenderen in dit huis en dan mag ik hier een oproep doen om te kijken waar kunnen we in Zutphen een plek vinden waar corona herdacht mag worden. We doen het ook voor andere zaken. Bijvoorbeeld, wij hebben een Gideonmonument. Ik ga de Tweede Wereldoorlog niet vergelijken met corona, laten we dat vooropstellen. Maar, ook daarvoor hebben we een monument, een plaats in Zutphen - dus niet alleen landelijk - maar ook een plaats in Zutphen om te herdenken. Zo zien wij corona ook. Ik proef het sentiment in deze raad dat deze motie geen overweldigende meerderheid gaat krijgen. Het laat onverlet dat we er even over gaan stemmen en het laat onverlet dat het herdenken van corona gewoon gaat gebeuren. Het ligt niet aan u. Dat ligt aan de samenleving. Met of zonder deze raad: corona wordt herdacht. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Laten wij dan nu overgaan tot stemming.” De GRIFFIER: “Ik open de stemming. (…) Ik sluit de stemming. Er zijn vier stemmen voor en 21 stemmen tegen. Tegen zijn de heer Krans, de heer Logemann, de heer Siemes, Klein Rensink, Westerik, Verschure, van Dijk, de Ridder, Moester, Hissink, van Dijken, Yildirim, Lok, Boersbroek, Ackermans, Hissink, Bloem, Pelgrim, Manders en Jansen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De motie is dus verworpen.” Besluit: Verworpen.

13.c MOTIE: BROEDERENKERK BLIJVEND PUBLIEK TOEGANKELIJK GRIFFIENR. 2021-M0033 (Audiopositie 0:06:25 1ste uur)

De VOORZITTER: “Dan gaan we nu eerst verder met agendapunt 13.c, de motie: ‘Broederenkerk blijvend publiek toegankelijk’. Hiervoor geef ik het woord aan mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Voor de laatste keer, in ieder geval hier. Ik zal u kort toelichten waarom wij als fractie hebben besloten deze motie in te dienen. Het is zo, dat de Broederenkerk een monument is dat eigenlijk niet meer weg te denken is uit het stadsbeeld van Zutphen. De Broederenkerk kun je ook inlopen. De bibliotheek is daar gevestigd. De mensen die daar in dat monument komen, hoor ik later zeggen: “Wat een prachtige kerk hebben jullie daar.” Daar blijkt maar uit hoe belangrijk het is, dat mensen de monumenten niet alleen maar vanaf de buitenkant kunnen ervaren, maar ook vanaf de binnenkant.

648

Mijn fractie vindt het in ieder geval belangrijk – gezien allerlei discussies die er zijn – toch aan te geven dat de Broederenkerk voor publiek toegankelijk blijft. Liever nog meer dan nu, dan minder dan nu. Dat is de reden waarom wij op dit moment gezegd hebben, van: “Dát willen wij in ieder geval markeren.” En dus dienen wij die motie in, zodat die áltijd in de toekomst publiek toegankelijk blijft.” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat wij even een soort eerste termijn houden, waar u niet op iedereen los reageert, maar de antwoorden verzamelt. Meneer Krans, gaat uw gang. De heer KRANS: “Voorzitter, dit was niet bedoelt als termijn, maar als interruptie. De VOORZITTER: “Gaat uw gang. Dat is prima.” De heer KRANS: “Het verschil tussen de eerste keer dat mevrouw Schriks hier sprak en deze laatste keer is, dat ze nu geïnterrumpeerd mag worden. Dus ik denk, dat moet ik toch even markeren. Maar inhoudelijk is het natuurlijk veel belangrijker. Twee vragen: “Waarom dient de VVD de motie nu in?” En “Wat verstaat de VVD onder ‘publiek toegankelijk’?” De VOORZITTER: “Het is misschien handig - omdat het een interruptie is - dat u hier meteen antwoord op geeft.” Mevrouw SCHRIKS: “Daar kan ik makkelijk op antwoorden.

De reden dat wij deze motie nu indienen, is omdat er in de stad kennelijk onrust is dat er wordt gedacht dat de Broederenkerk straks dichtgaat door een aantal discussie die er op dit moment worden gevoerd. Voor ons zijn die twee discussies twee verschillende dingen, maar wij willen wel het signaal afgeven, dat het de bedoeling is, dat de Broederenkerk openblijft en als het aan de VVD ligt, is die nog meer open dan die in het verleden was geopend, op dit moment. Voor wat betreft ‘publiek toegankelijk’: de naam zegt het al toegankelijk voor het publiek.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan de eerste termijn. De heer Van Dijken.” Eerste termijn De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Een vraag: “Is één van de randvoorwaarden dan ook, dat het een gemeentelijk bezit blijft?” Mevrouw SCHRIKS: “Nou, als u de motie goed heeft gelezen, dan staat erbij: “Verzoekt het College om met randvoorwaarden te komen die dat mogelijk maken.” Dus wij stellen die randvoorwaarden op dit moment niet zelf, maar vragen het College om met die randvoorwaarden te komen.

Maar, als u vindt dat het Broederenklooster in handen zou moeten blijven van de gemeente, dan kunt u dat namens uw partij natuurlijk aangeven.” De heer VAN DIJKEN: “Het is niet dat ik dat vind, maar is dat één van de randvoorwaarden die u in gedachten heeft of heeft u daar nog helemaal niet over nagedacht?” Mevrouw SCHRIKS: “Wij vinden, dat wij daar helemaal open in moeten zijn. Alles is bespreekbaar.” De heer VAN DIJKEN: “Oké, dank u.” De VOORZITER: “Dank u wel. Dan zag ik D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik heb gewoon de eerste termijn. Moet dat ook aan de interruptiemicrofoon?

649

De VOORZITTER: “Dat is wel de bedoeling, volgens mij. Ik kijk even naar de griffier. Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een jammer, ‘n beetje jammer om met mijn rug tegen mijn collega’s te staan, maar het kan niet anders, begrijp ik? Oké.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, een punt van orde.” De VOORZITTER: “Ja, gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, als wij terugkijken naar de oude situatie – dat is ongeveer anderhalf jaar geleden – sprak degene die indiende z’n rede uit, ging zitten en de andere ging op die plaats staan. Dan kun je namelijk iedereen aankijken. Volgens mij, hebben wij dat altijd zo gedaan.” De VOORZITTER: “Ja, en dan krijgen wij ook niet zo het vraag- en antwoordspel. Dat is een goed idee, denk ik. Dan doen wij het zo. Helemaal goed.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, dit is wat makkelijker. Er lijkt met deze motie een vlucht naar voren genomen te worden op de raadsvoorstellen die door het College aan de raad zijn toegezegd voor het komende voorjaar. Ik doel op het voorstel “De stad als podium”, naar aanleiding van de Cultuurnota en het onderzoek dat hierover door de raad is goedgekeurd. Niet alleen het feit, dat deze motie er nu ligt, verbaast ons, maar ook de vraag waartoe de motie oproept.

De raad wordt gevraagd om zich uit te spreken over de Broederenkerk, zodat die ook in de toekomst voor het publiek toegankelijk blijft en verzoekt het College om daartoe randvoorwaarden te stellen. Dat is op z’n minst gezegd opmerkelijk, wánt dat heeft de raad onlangs nog – medio 2020 – bij de indeling van de vastgoedportefeuilles gedaan. De Broederenkerk als Rijksmonument is opgenomen in de zogenaamde vastgoedportefeuille Beleid. In de beleidsportefeuille is het vastgoed ondergebracht dat het gemeentelijk beleid ondersteunt. Met andere woorden: vastgoed dat het algemeen publiek belang dient én dat openbaar toegankelijk is. Voor alle duidelijkheid: de raad heeft de Broederenkerk dus níet opgenomen in de verkoopportefeuille. In de verkoopportefeuille wordt vastgoed ondergebracht dat niet meer bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Dat vastgoed wordt nadat de raad - volgens inzicht van D66 - besloten heeft dat vastgoed opgenomen wordt in de verkoopportefeuille en op transparante en objectieve wijze verkocht wordt. In beginsel openbaar. Er is dus medio 2020 tevens besloten dat de raad één keer per drie jaar opnieuw naar de indeling van het vastgoed per portefeuille kijkt. Dan volgt opnieuw een afweging die ruimte laat voor nieuwe ontwikkelingen en aanpassingen. Natuurlijk kan dat ook tussendoor. Maar, een dergelijk voorstel heeft ons van het College niet bereikt.

D66 ontgaat het doel dus van deze motie. Het lijkt alsof er een soort plan in kannen en kruiken voorligt. Óf hebben wij misschien informatie gemist en is de Broederenkerk verplaatst van de beleidsportefeuille naar de verkoopportefeuille? Als dit níet aan de orde is, dan willen wij voorstellen dat de indieners deze motie intrekken, want – volgens ons – heeft deze motie geen betekenis. We zijn er natuurlijk niet om misschien juist de maatschappelijke onrust te gaan vergroten. Voor D66 staat de maatschappelijke waarde van de gebouwen voorop. Vastgoed wordt niet zomaar verkocht. Eerst wordt goed onderzocht hoe een pand kan bijdragen aan de stad. Bijvoorbeeld door maatschappelijk relevante organisaties te huisvesten of nieuwe initiatieven de kans te geven. Indien een pand uit de beleidsportefeuille vastgoed gehaald zou moeten worden, heeft het College – wat ons betreft – eerst terug te komen bij de raad. Graag willen wij daarvan een bevestiging van het College, dat het dus aan de raad ligt om de indeling van vastgoed per portefeuille vast te stellen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Daarna naar GroenLinks.”

650

De heer BRUNSVELD: “Wel weer aardig om hier te staan, moet ik zeggen. Laten wij vooropstellen, dat de zorg voor het Zutphens erfgoed - wat het CDA betreft - absoluut vooropstaat. Dan is het ook heel prettig dat een gebouw publiekelijk toegankelijk is. Toch stel ik die vraag nog even aan de VVD: “Wat is in optiek van de VVD nou ‘publiekelijk toegankelijk’?” In onze optiek is dat eigenlijk een non-commerciële invulling. Dus geen horeca en geen retail: dus ook geen boekwinkel. Maar hoe kijkt de VVD daarnaar? In alle eerlijkheid: deze motie lijkt op dit moment eigenlijk een – nou ja – gevaarlijke motie zelfs. Want, er is geen enkel zicht op langere termijn gevolgen van deze uitspraak en er is ook geen enkel zicht op een langere termijn op de bestemming van dit pand. Dus, om daar nu al een uitspraak over te doen, dat vinden wij gevaarlijk. Daarnaast denk ik, dat deze motie op dit moment ook gewoon allerlei initiatieven en een onderzoek doorkruist naar dat Huis van de Stad, dat wij graag Huis van Zutphen noemen. Dus, dit is een voorbarige motie, maar goed ik laat me nog graag wat bijpraten door mevrouw Schriks. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Krans en daarna de SP.” (Audiopositie 0:17:00)

De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Toen wij de conceptmotie lazen, dachten wij meteen: “Wat een goede motie. We dienen deze motie mee in.” We dachten namelijk meteen aan de huidige openbare functie als bibliotheek. Daarom heb ik meteen contact opgenomen met mevrouw Schriks, de indiener van de motie, en gevraagd of dan tenminste de bibliotheek ook in de motie zou kunnen worden genoemd. Dat was niet alleen duidelijker voor ons als GroenLinks, maar ook voor de stad als geheel. Maar dat bleek de bedoeling niet te zijn, want dat zou - aldus mevrouw Schriks - op de zaken vooruitlopen. Daarom ook de vraag: “Wat maakt dat de VVD de bieb niet expliciet genoemd wil hebben?” Dát loopt pas op de zaken vooruit. Terwijl de bibliotheek - notabene - een prachtig voorbeeld is van een openbaar toegankelijke functie. Wij zien als GroenLinks de motie precies andersom. De motie loopt extreem op de zaken vooruit. Want, de motie heeft alleen maar zin – ik laat even de argumenten van D66 daar – wanneer de bibliotheek uit de Broederenkerk zou verdwijnen. Daarom de vraag aan de VVD: “Is dát wat de VVD wil en ook via deze motie een stapje verder wil bereiken?” Iets anders: de beslissing over de bibliotheek is nog lang niet genomen. Stel – er komt nog een hele hoop debatten over – dat de bibliotheek daar weggaat, dan duurt het nog zes jaar. Nu al een motie? Ik begrijp er werkelijk helemaal niets van.

Nogmaals: áls het speelt, dan speelt het pas over vijf jaar en daar mogen wij nu geen voorschot op nemen. Dank u wel.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. De SP deelt eigenlijk dezelfde zorgen als de VVD en daar waar eerdere fracties vooral vragen hebben gesteld aan de VVD, zal ik het zo dadelijk nog even doen aan het College. Want, het verzoek - een motie is natuurlijk niks anders van een uitspraak van de raad naar het College - is om natuurlijk de bibliotheek publiek toegankelijk te houden. Maar is dat publiek toegankelijk of voor het publiek nog toegankelijk? Betekent dit, dat er een organisatie mag zitten die bijvoorbeeld inkomsten mag vergaren aan de toegang? Dat betekent dus ook, dat het best wel een liberale manier van kijken is naar de woorden die zijn geschreven. Nu weet ik dat de VVD en de SP ideologisch het verst van elkaar afzitten. Maar, dat betekent ook dat het College mogelijk– bestaande uit deze twee partijen – ook op een andere manier gaat kijken naar deze motie. Dus vandaar ook de vraag aan het College en daar ga ik dus weg van het verhaal van het verhaal van het CDA en GroenLinks: “Hoe zal het College deze motie ten uitvoering gaan brengen? Hoe kijken zij letterlijk naar de term: voor het publiek toegankelijk? Dank u wel.”

651

De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar Burgerbelang en daarna naar BewustZW.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de bibliotheek gaat nog niet eens weg. Wij zijn hier al aan het voorsorteren op iets, wat … Iemand huurt van ons en wij zijn al bezig: wat gaan wij erna doen als hij of zij de huur heeft opgezegd? Er is nog niks opgezegd. Ik vind het voorsorteren op een gedachte van: “Jongens, wij kunnen daar veel meer mee doen.” Ik vraag mij ook af: wat is publiek toegankelijk? Is dat inderdaad betaald? Is dat voor concerten of is het juist dat je daar – bij wijze van spreken – weer kerkdiensten kunt geven? Dat het weer gratis toegankelijk is? Wat bedoelt de VVD daarmee? Ik vind het érg voorsorteren op het feit van: misschien gaan ze wel een keer opzeggen. Dat is ook niet aan ons. Dat is aan de bibliotheek.” De heer JANSEN: “Dank u wel, voorzitter. Toen wij de motie toegezonden kregen, hebben wij direct contact opgenomen en als zodanig aangegeven dat wij het eens zijn met wat de doelstelling is van de motie. Het is eenvoudig opgeschreven. Een aantal raadsleden hier gaat behoorlijk in detail. Je kunt je afvragen of dat wel nodig is? Is dat framing? Ik laat het helemaal voor uzelf. Ik ga ervanuit van niet.

Het doel is om voor elke ontwikkeling waar het College al in het verleden mandaat voor heeft gekregen, stappen te ondernemen - in privaatrechtelijke termen gezien - en ontwikkelingen, om die uiteindelijk nu al mee te nemen, van: áls het College uiteindelijk komt met een voorstel naar de raad, zorg er dan voor – wat het dan ook is – dat daar ook aan is gedacht, dat het in ieder geval toegankelijk moet zijn voor het publiek.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan Bewust Zutphen-Warnsveld. Hoe ziet u dan, het feit dat u heeft besloten, dat de Broederenkerk als rijksmonument opgenomen is in de beleidsportefeuille? Daarmee hebben wij als raad toch een uitspraak gedaan en geen opdracht aan het College gegeven om daar überhaupt iets in te wijzigen?” De heer JANSEN: “Nee, maar dan herhaal ik nog even wat ik zojuist heb gezegd. Het College heeft een mandaat vanuit het verleden om eventueel vastgoed, áls er mensen, ondernemers zijn die interesse hebben en dat zóu kunnen zijn dat het past in de visie van het huidige College; dat weet ik niet allemaal en wij weten ook niet wat het College precies allemaal doet. Soms komt dat in één keer op tafel en worden we met elkaar al dan niet geconfronteerd met ontwikkelingen. Dat kan.

Op grond daarvan is het beter om nu al een signaal mee te geven aan het College: let wel, mócht het zo zijn in de toekomst … Dat kan over twee jaar, drie jaar, maar ook volgend jaar zijn, óók in het kader misschien van de ontwikkelingen van De Hanzehof. U weet ook dat daar ook het een en ander wordt voorbereid. Wij weten ook niet precies wat daar uitkomt. Het College misschien wel, maar wij niet. Dán is het verstandig het College toch een vingerwijzing mee te geven: let op, mocht je uiteindelijk met een voorstel aan de raad komen straks, houdt daar in ieder geval rekening mee. Het wil niet zeggen dat het carte blanche is, maar in ieder geval is dít onderwerp van grote betekenis.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.”

652

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Vindt u nu niet, dat u uzelf in uw rol van de raad als raadslid en daarmee de hele raad tekortdoet? Want, wij hebben gewoon een uitspraak gedaan over dat pand. Het College heeft gewoon überhaupt terug te komen áls daarvan de bestemming zou wijzigen of hier überhaupt ideeën over zijn. Er is geen mandaat om maar zo uit de beleidsportefeuille te gaan verkopen óf een andere bestemming te geven, niet zijnde openbaar het algemeen belang dienende. Dus, publieke functies. Dát hebben wij in de raad vastgelegd. Ik zou toch graag willen, dat wij goed in onze rol blijven en blijven vasthouden aan de besluiten die wij nemen, hier in dit huis.” De VOROZITTER: “Laten proberen weer even naar de essentie van de motie te gaan.” De heer JANSEN: “Voorzitter, op zich heeft mevrouw Ten Holder een punt. Dat ondersteun ik ook. Niets ten nadele daarvan. Maar, is het ook het beeld wat ik zojuist heb geschetst? Buitenom kán een College in vrijheid wat ze wil allerlei zaken bespreken en al dan niet aan de raad voorleggen. Tuurlijk ligt er een plicht in de afspraken met de raad óm het aan de raad voor te leggen. Maar, hoe dat wordt voorbereid, hoe dat wordt besproken, hoe dat uiteindelijk in een raadsvoorstel tot u komt en tot de raad komt, weten wij dus niet.

Vandaar dít punt van aandacht en ook eenvoudig opgeschreven: let wel, mócht het College uiteindelijk díe ontwikkelingsgedachten hebben – laat ik het maar zo betitelen – dán is het verstandig om daar ook zeker rekening mee te houden. Niet meer en niet minder. Dus, we moeten het niet meer verdiepen en niet meer verbreden. Het is letterlijk wat er staat. Voorzitter, voor zover.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan nu de PvdA en daarna Kies Lokaal.” (Audiopositie 00:26:19 1ste uur)

De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Jansen, maar ook van de indiener waarbij wij mede-indiener zijn. Dan vind ik het zo leuk om de reactie van de heer Krans met betrekking dat wij voorbarig zijn in de reactie van wat er gebeurt. Maar, diezelfde meneer Krans – bij monde van GroenLinks – hangt posters op in de stad, waarop staat: “De bieb moet in de Broederenkerk blijven.” Dus, hoezo vooroplopen? Wij zeggen - net zoals de heer Jansen net verwoordt - dat wij bewust attenderen op het feit, dat het pand openbaar moet blijven. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “De heer Krans.” De heer KRANS: “Dank u wel, voorzitter. Mij staat bij, dat de posters van ná de motie waren. Maar ook als ze daarvòòr waren, ben ik blij dat de heer Manders dit zegt, want posters om publiek en de stad mee te krijgen, is heel wat anders dan een raadsdebat. Ik vind het een beetje droevig, dat wij een kwartier of langer spreken over iets wat zich over zes jaar voordoet en waar wij nog ruimte genoeg voor krijgen om inhoudelijk over te debatteren. Maar goed, de motie ligt er, dus wij zullen ‘m moeten behandelen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar Kies Lokaal, mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Wij hebben ook de onrust gehoord van alle inwoners.

Wij lezen dagelijks in verschillende social media en nieuwskanalen, dat zij zich afvragen wat er met onze mooie Broederenkerk gaat gebeuren. Ik snap ook, dat dit de achterliggende gedachte is van de motie, want wij hebben daar ook vragen over. Misschien is dit voor ons ook het moment om aan het College te vragen of zij misschien onrust kan wegnemen door te vertellen of er al een koper is. Zijn er al plannen óf moeten we inderdaad gewoon zes jaar geduld hebben en het College rustig laten ontwikkelen? Dat is mijn vraag aan het College.” De VOORZITTER: “Dan hebben wij de eerste termijn gehad. Dan stel ik voor, dat wij eerst het College aan het woord laten en daarna mevrouw Schriks.”

653

Reactie College Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik sta hier omdat het nadrukkelijk het vastgoed is in dit geval, waar wij het over hebben. Volgens mij, en dat is al gememoreerd, hebben we binnen het vastgoed drie type portefeuilles: de kernportefeuille, de portefeuille strategisch en de portefeuille verkoop. Maar in geen enkel van dit portefeuilles wordt iets gezegd over de bestemming van iets. Waar het om gaat. is wat je ermee wilt gaan doen. Dus, als deze raad bespreekt en uitspreekt dat zij graag wil dat het een publiekelijke bestemming heeft, dan kan dat prima als aanvulling op de kaders die zijn gesteld, maar dat is nog niet vastgesteld in de portefeuille vastgoed. Ik kan u melden, dat er op dit moment geen plannen zijn met het vastgoed. Aan de andere kant zijn wij graag bereid uit te zoeken op welke wijze wij het gebouw wel publiek toegankelijk kunnen houden. Ik kan mij voorstellen, dat de raad zich daarvoor uitspreekt. Dat is geen probleem. Voor de rest is er geen plan. Het is ook niet zo, dat er in de vastgoedportefeuille specifiek iets over de functie van dit pand is gezegd.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Heeft u een feitelijke vraag, mevrouw Ten Holder?” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Een vraag omdat u zegt: wij hebben dat nog niet opgenomen in onze indelingen: openbaar toegankelijk.

Maar dan begrijp ik niet zo goed, dat wij wel een beleidsportefeuille hebben, waarin wij zeggen, dat is vastgoed ten nutte van onze uitvoering van onze beleidsdoelstellingen. Onze beleidsdoelstellingen zijn toch niet anders dan het algemeen publiek belang dienen en dus openbare functies? Of zie ik dat verkeerd?” Wethouder WERGER: “Voorzitter, zo zit het niet helemaal in elkaar. We hebben gewoon kernvastgoed, vastgoed dat we willen behouden om allerlei redenen: omdat we onze medewerkers willen huisvesten, omdat het monumentaal is. Ik bedoel, wij hebben ook monumenten in ons bezit, waar gewoon mensen wonen. Dus, dat is niet het geval. Er is niet gedefinieerd, wat specifiek de functie van de panden is die in de kernvoorraad zitten. Dat hebben wij niet aangegeven.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. U introduceert hier een portefeuille die wij niet hebben vastgesteld. Wij hebben geen kernportefeuille vastgesteld. We hebben drie portefeuilles vastgesteld: beleid, strategisch en verkoop. Beleid is daarin heel nadrukkelijk toegelicht, dat het is ten nutte van de uitvoering van ons beleid wat wij uitvoeren. Wettelijk of niet wettelijk. Een kernportefeuille heb ik niet vastgesteld als raadslid. Wethouder WERGER: “Voorzitter, in de praktijk noemen wij dat de kernvoorraad. Ik snap wat u bedoelt, als u dat niet helemaal herkent vanuit de beleidskant.

Maar nogmaals: in die voorraad, in dat beleid, zit in de beleidsportefeuille – zoals u het noemt – daarin zitten ook gewoon monumenten. In die monumenten daar wonen zelfs soms gewoon ook mensen, maar wij gaan die niet verkopen omdat wij ze doodeenvoudig monumentaal in het beleid hebben zitten. Ik kan hele discussie aangaan over de vastgoedportefeuille … De VOORZITTER: “Nee, nee, laten wij dat vooral niet doen. Heeft u nu het antwoord gekregen?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik word hier wel geframed, alsof ik niet helder heb welke besluiten wij hebben genomen. In de strategische portefeuille daarin zit allerlei onderdelen, zoals u noemt. Maar in de beleidsportefeuille is héél nadrukkelijk vastgesteld: daar zit vastgoed ten nutte van de uitvoering van ons beleid. Dat is de Broederenkerk als rijksmonument. Ik hoop gewoon, dat wij wel discussiëren op de inhoud, zoals wij hier de raadsvoorstellen hebben besloten. Anders gaan wij miscommunicatie krijgen.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik ben het hier niet helemaal mee eens. Ik zal u vertellen waarom. In onze beleidsportefeuille zit – bijvoorbeeld – ook de Drogenapstoren. Monumentaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=f5819d68-246c-4d6b-aa1e-9ec3464f8f69