Handelingen Raad 11 oktober 2021
Tekst van het document
654
Is ons monumentale beleid: staat niet ter discussie of we dat gaan verkopen, maar er woont wel iemand, die het van ons huurt. Dus, in die zin is het niet helemaal zoals mevrouw Ten Holder zegt.” De VOORZITTER: “Ik stel voor om echt even terug te gaan naar de motie, zoals die hier ligt. Het is heel verleidelijk om heel breed te gaan, maar dat zouden wij – volgens mij – niet doen.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een heel eenvoudige vraag. Even hypothetisch gezien: de bibliotheek gaat eruit – het pand is vrij, hè, staat er – moet het College op dat moment komen met een nieuwe eigenaar met een bestemming die anders is dan nu is naar de raad. Mocht het College bedenken het te gaan verkopen, moet het College dan naar de raad toe komen om dat besluit voor te leggen?” Wethouder WERGER: “Voorzitter, in principe is het zo: op het moment dat vastgoed van ons leeg komt te staan, wij in staat kunnen zijn om een nieuwe huurder te vinden, bijvoorbeeld. Als wij de functie zouden willen wijzigen – wij zouden ‘m dan uit, wat dan de beleidsportefeuille naar de strategische portefeuille overbrengen of in de verkoopportefeuille willen plaatsen, dan moeten wij – hoe dan ook – naar de raad komen. Als wij gewoon een nieuwe huurder zouden vinden, die past binnen de functie die op dit moment is vastgesteld, zijnde maatschappelijk vastgoed, dan kàn dat gewoon.
Dat wil daarmee overigens niet zeggen– laat ik dat vooropstellen – dat wanneer zo’n nieuwe huurder komt dat pand, zijnde de Broederenkerk, op dat moment publiek toegankelijk is. Het kan dus ook zijn – noem maar een dwarsstraat – een maatschappelijke organisatie huisvesten, die niet dat pand publiek toegankelijk laat zijn, maar wel een maatschappelijke functie heeft.” De heer VERSCHURE: “Als ik het goed begrijp en goed luister, zult u toch heel vaak terug moeten komen bij ons als raad, als het over de Broederenkerk gaat en voegt deze motie in principe zoals u het nu zegt - niks toe aan het huidige beleid. Wethouder WERGER: Voorzitter, ik ga niet over de motie, maar ik kan u een ding vertellen: op het moment dat wij gewoon binnen de maatschappelijke functie van het pand een nieuwe huurder kunnen vinden, hoeven wij niet terug te komen naar de gemeenteraad. Wél op het moment dat wij zouden besluiten, áls het pand leeg komt te staan, om het in de strategische portefeuille of in de verkoopportefeuille te plaatsen. Als het gaat om de publiek toegankelijkheid van deze ruimte, van de Broederenkerk, dan is daar op dit moment niets over opgenomen. De heer VERSCHURE: “Voorzitter, de laatste keer. Ik was al op de weg terug.
Twijfelt u aan de kwaliteit van de raad, dat de raad op dat moment als de bieb eruitgaat en er een andere huurder komt, dat de raad op dat moment niet ingrijpt? Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik twijfel helemaal niet aan de kwaliteit van de raad. Ik ga gewoon kijken naar wat het mandaat is van het College, als het gaat om de uitvoering. Als dat binnen de maatschappelijke functie van het pand is, dan kunnen wij daar gewoon – inderdaad – een huurder voor vinden. Dan hoeven wij geen toestemming van de raad te hebben, mits het maar aan de maatschappelijke functie voldoet. Ik wil niet zeggen, voorzitter, dat dan de raad niet kan ingrijpen. Dat kan altijd.” De VOORZITTER: “Dat kan altijd. Ja. Laten wij proberen de antwoorden ook een beetje kort te houden. Meneer Krans.” De heer KRANS: “Dan houd ik de vraag ook kort. Voorzitter, een vraag aan de wethouder. Stel, dat het College op zoek gaat naar een nieuwe huurder. Ervan uitgaande dat alle plannen zouden doorgaan, zoals die door sommigen nu voorbereid worden, wanneer zou dat voor het eerst aan de orde kunnen zijn?”
655
Wethouder WERGER: “Voorzitter, dat is natuurlijk een moeilijke vraag, vanwege het feit dat … Er ligt op dit moment – inderdaad – een aantal onderzoeken dat worden gedaan. Daar heeft uw raad ook bij motie toe opgeroepen. Afhankelijk van wat daar uitkomt en het een en ander kan lopen … Nou kan het zo zijn, dat we contractueel misschien wel verplichtingen hebben met de bibliotheek, maar ook onder contracten kunnen wij uit, zoals u weet, en de bibliotheek kan ook eenzijdig vragen om het contract stop te zetten. Dus, dan moeten we handelen naar bevind van zaken op dat moment.” De heer KRANS: “Het spijt me, voorzitter, dat is geen antwoord op de vraag. Waar het om gaat is, dat stél, dat alle plannen doorgaan, dan gaat de bibliotheek niet eerder weg dan over een jaar of vijf. Dan moeten er nog heel wat IJsseltjes over gezwommen worden. Dat zien we dan wel. Waarom zou je daar nu op willen vooruitlopen? En is – om met meneer Verschure te spreken – de raad niet mans genoeg om in die tussentijd te doen wat nodig is, bijvoorbeeld de bibliotheek te behouden? Ik hoorde u net zeggen, dat de bibliotheek ook gewoon kan opzeggen. Dat kan natuurlijk niet, want de subsidie komt rechtstreeks van onze gemeente.
Dus van onze raad.” De VOORZITTER: “Oké, maar het lijkt mij dat mevrouw Schriks langzamerhand in beeld komt, want u hoeft de motie natuurlijk verder niet te verdedigen.” Wethouder WERGER: “Mag ik daar wel één ding op zeggen, voorzitter? Het kan wel zo zijn, dat er meerjarige contracten aangegaan worden, maar het aangaan van een huurcontract en het krijgen van subsidie zijn twee verschillende dingen. Ook een huurcontract kan tussentijds opgezegd worden. Dat wil ik toch even hebben gemeld. Daarmee doet de heer Krans ook aannames.” De VOORZITTER: “Mevrouw Schriks, ik denk dat het goed is, dat u - daar waar nodig - nog antwoorden geeft. Kom maar vast deze kant op. Dan hoop ik, dat we daarna tot stemming kunnen overgaan. Anders gaat u uw eigen voornemen nu al doorkruisen.” Mevrouw SCHRIKS: “Goed, ik heb in ieder geval gemerkt - en dat doet mij veel plezier – dat u enorm betrokken bent bij de Broederenkerk en dus bij de monumenten in Zutphen. Dat is – denk ik – heel duidelijk. Maar wat ik ook heb gemerkt, is, dat ik mij afvraag of u de motie wel goed heeft gelezen? In de motie staat eigenlijk niets meer of minder, dan dat wij voorstellen – samen met de PvdA en Burgerbelang Zutphen-Warnsveld – en graag willen dat de Broederenkerk publiek toegankelijk blijft.
Dan vraagt het CDA aan ons: “Wat bedoelt u met publiek toegankelijk?” Die vraag was daarvoor ook al gesteld in deze vergadering. Daarmee bedoelen wij dat het publiek toegankelijk blijft op welke manier dan ook. Dat het grote publiek naar de Broederenkerk kan, zoals ze dat nu ook doen. Als de bibliotheek open is, dan kan iedereen de bibliotheek in lopen. Dát is wat we daarmee bedoelen. Wij willen niet vooruitlopen op de zaak, wat u – voor een groot deel – als raadslid allemaal aan het doen bent. U zegt: de bibliotheek moet blijven. Volgens mij, loop je dan vooruit op zaken. Wij hebben niet in de motie staan, dat die nièt moet blijven. Dus, ik weet niet waar u het vandaan haalt, maar het staat er in ieder geval niet in. Verder wordt er ook gesproken over het onroerend goed: de kerk moet niet verkocht worden. Daar heeft D66 het over. Volgens mij, staat er niet in de motie, dat de kerk verkocht moet worden. Het staat ook niet in de motie, dat het niet verkocht moet worden. In de motie staat, dat de bibliotheek toegankelijk moet blijven en dat het College met een aantal randvoorwaarden daarvoor moet komen. Normaal gesproken, is het dan zo, dat het College luistert naar de gemeenteraad en dat meeneemt in haar afweging welke randvoorwaarden er meegenomen worden.”
656
De VOORZITTER: “De heer VERSCHURE.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, als ik hiernaar luister, vraag ik mij oprecht af: de bibliotheek zit erin. Zit er nog zes jaar, we hebben het er allemaal over. Dus voorlopig blijft het nog wat het nu is. Wij hoeven ons daar nu nog geen zorgen over te maken. Het blijft publiek toegankelijk. Mijn vraag blijft: “Hoe komt u erbij, dat dat op korte termijn niet meer zo zou zijn?”” Mevrouw SCHRIKS: “Dan legt u mij woorden in de mond, die ik niet heb gezegd. Dat staat overigens ook niet in de motie, dat dat zo zou zijn. Wij zeggen alleen, dat wij willen dat het zo blijft en liever nog dat de Broederenkerk meer open is dan nu. Zoals u waarschijnlijk wel weet, is de bibliotheek niet altijd – of de Broederenkerk in dit geval – niet altijd te bezoeken. Dus, als die nog vaker open kan, dan zijn wij daar een warmhartig voorstander van. Volgens mij, kan de raad daar eigenlijk niet tegen zijn. Anders moet je met een goed verhaal komen.” De heer VERSCHURE: “Klopt, voorzitter. Daar kun je niet tegen zijn, als de bibliotheek, het pand openbaar is. Maar het is nu geen discussie dat die nièt openbaar is. Het gebouw is toegankelijk, de komende periode ook nog.” De VOORZITTER: “Meneer Verschure, met alle respect, maar u herhaalt zich een beetje. Volgens mij, is uw punt echt duidelijk. Mevrouw Ten Holder, D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter.
Een korte vraag: als u zegt: “Wij willen dat de Broederenkerk meer publiek toegankelijk is”, dan moeten wij toch ook een subsidieverruiming van de bibliotheek als voorstel hebben van u?” Mevrouw SCHRIKS: “Ik heb gezegd: wij zouden dat nog liever zien, dat die nog meer toegankelijk is. Maar wij vragen in onze motie aan het College om met randvoorwaarden te komen. Die randvoorwaarden zijn belangrijk voor de toekomst. Wij willen dus ook niet op de situatie vooruitlopen. Dat is de reden waarom wij níet in de motie hebben staan: de bibliotheek moet blijven. Als we dát hadden gedaan, dán hadden we op de situatie vooruitgelopen. Dat had betekent, dat wij gedacht hadden, dat de bibliotheek er wel uit zou gaan. Dat denken wij nog helemaal niet. Dat ligt nog helemaal open. Dat is veel te kort door de bocht om er op die manier naar te kijken.” De VOORZITTER: “Voldoende zo, denk ik. Volgens mij, is het nu wel duidelijk wat er in de motie bedoeld wordt. U heeft antwoorden gegeven op vragen en stellingen. Wilt u nog iets toevoegen?” De heer SCHRIKS: “Ik wil nog even één ding zeggen tegen de heer Jansen. Het is natuurlijk Bewust Zutphen-Warnsveld - en níet Burgerbelang. Excuus daarvoor – die ook mede-indiener van de motie is overigens. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan wil ik met u gaan naar de stemming.
Dan kunnen wij meteen even uitproberen om te kijken of het allemaal goed werkt. Dus ik zal niet meteen afhameren. Dat betekent, als u tegen de motie bent, stemt u de kleur rood. Wie hoor ik? De heer Krans.” De heer KRANS: “Voorzitter, is het heel gek om hierover hoofdelijk te stemmen?” De VOORZITTER: “We zien het op het scherm.” De heer KRANS: “Ik vraag hoofdelijke stemming. Voorzitter, misschien mag ik het ook even toelichten. Onze griffier gaf drie mogelijke manieren om te stemmen. De allereerste keer dat het aan de orde is, krijg ik bijna op m’n kop, omdat ik om de eerste mogelijkheid vraag. Dat vind ik niet fijn.”
657
De VOORZITTER: “Goed, dan gaan wij nog een keer uitleggen. Als u rood stemt, bent u tegen en met groen bent u vòòr. De heer VAN DIJKEN: “Tegen.” De heer JANSEN: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Tegen.” De heer BROUWER: “Tegen.” De heer RUTTEN: “Tegen.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” De heer DE GROEN: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Tegen.” Mevrouw DOLFING: “Tegen.” De heer LOGEMANN: “Tegen.” De heer KRANS: “Tegen.” Mevrouw WESTERIK: “Tegen.” De heer BRUNSVELD: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De stemmen staken: dertien versus dertien. Betekent dat u eigenlijk niet weg kan, mevrouw Schriks. (Gelach) De stemmen staken en de volgende keer wordt het dan – zonder mevrouw Schriks in deze rol – opnieuw ter stemming gebracht.” De VOORZITTER: “Dan gaan we nu over naar het afscheid van mevrouw Schriks, agendapunt 3.”
13.d MOTIE ANTI-SPECULATIEBEDING VOOR BETAALBARE WONINGEN GRIFFIENR. 2021-M0030 (Audiopositie 0:42:04 3e uur)
De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 13d. ‘Motie: anti-speculatiebeding voor betaalbare woningen’. Wie van u wil als eerste het woord hierover? Eerste termijn De heer VERSCHURE: “Voorzitter, de woningmarkt houdt ons allemaal bezig. Het is ook voor de overheid en vooral voor de gemeente een lastige en ongrijpbare markt doordat de vraag extreem groot is, het aanbod klein en de prijzen buitenproportioneel. Iedere fractie vindt er iets van en we zijn allemaal met onze eigen intenties bezig. De realiteit is vaak weerbarstig. We gaan als gemeenteraad niet over verkoopprijzen van onroerend goed. Het enige wat wij kunnen doen, is misschien wat sturen op de grondprijzen van nieuwbouwwoningen. Met name om de zelfbewoningsplicht in te voeren van de verkochte nieuwbouwwoningen. Als het om de woningmarkt gaat en wij de mogelijkheid vinden om starters en jongeren tegen normale prijzen een woning te kunnen laten kopen, is het wel noodzakelijk dat wij als gemeenteraad paal en perk stellen aan het
658
doorverkopen tegen marktconforme prijzen binnen vijf jaar. Dat is de reden dat Burgerbelang deze motie heeft ingediend en er een anti-speculatiebeding komt dat ervoor zorgt dat de woningen gebruikt worden waarvoor ze zijn bedoeld: om in te wonen en niet als beleggingsobject voor de snelle handel. Voorzitter, wij roepen de raad op om deze motie te steunen en dragen het College op om daarbij op nieuwbouwprojecten de zelfbewoningsplicht te introduceren, op nieuwbouwprojecten een anti-speculatiebeding vast te stellen, een boetebepaling op te stellen, te onderzoeken of bovengenoemde situaties ook gelden voor de verkoop van de woningbouwcoöperaties en de gemeenteraad voor 1 december over de voorgang hierover in te lichten. Zelfbewoningplicht wordt ook wel genoemd in jet memo: woningvraagontwikkeling en beleidsrichting van het College: het initiatiefvoorstel meer betaalbare woningen in Zutphen. Voorzitter, Burgerbelang is van mening dat de gemeente Zutphen alles in het werk moet stellen om te doen wat binnen haar macht ligt om het binnen onze gemeente mogelijk te maken dat jongeren en starters zich hier kunnen vestigen in een mooie en goede eigen woning.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik even kijken wie het woord wil? GroenLinks, de SP, D66, de PvdA, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de Stadspartij, BewustZW, Kies Lokaal. Oké. Daar gaan we.
GroenLinks.” Mevrouw WESTERIK: “Dank u, voorzitter. Ten eerste, alle punten die Burgerbelang aanhaalt in de motie … Ja. Daar zijn wij absoluut voor, als GroenLinks. GroenLinks heeft daarom niet voor niets met de SP, de Stadspartij en de PvdA het initiatiefvoorstel ingediend waarin wij ook de zelfbewoningplicht duidelijk naar voren laten komen. GroenLinks maakt zich ook zorgen over de woonsituatie zoals die zich op dit moment voordoet en niet alleen bij jongeren een knelpunt is, maar bij veel meer doelgroepen er eigenlijk steeds meer een wooncrisis aan het ontstaan is. Burgerbelang gaat nog een stukje verder. Jullie hebben het duidelijk over het anti-speculatiebeding. Wij kunnen daar dan ook zeker niet tegen zijn. Zeker ook nadat … En dat is ook heel mooi. Daar wil ik u ook voor bedanken: dat u de motie heeft meegenomen naar het forum van vorige week met de presentatie ook over het woonbehoefteonderzoek en ook het forum over ons initiatiefvoorstel. Daarin kwam eigenlijk ook naar voren dat als we goed voor Zutphen willen zorgen, we niet achter kunnen blijven omdat omliggende gemeenten en andere gemeenten in het land dit aan het invoeren zijn. Ja. Wij willen als GroenLinks natuurlijk ook niet van Zutphen een speculatie woonstad maken in de toekomst. Dus, wij zullen deze motie van harte steunen.” De heer De RIDDER: “Dank u wel, voorzitter.
Als SP ging er een paar vragen door het hoofd toen wij dit aan het bespreken waren. Dat zijn onder andere, dat Burgerbelang op een gegeven moment voor het reces bij de motie ‘Aanpak gevolgen woningnood’ heeft gezegd: “Ja. Wij zijn ook voor het aanpakken van de woningnood, maar omdat wij tegen een gedeelte van de motie zijn, stemmen wij niet mee in.” Daar is nu eigenlijk een softere variant voor teruggekomen van het voorstel wat daar lag. In feite is een anti-speculatiebeding iets anders dan een zelfbewoningplicht. Een anti-speculatiebeding zegt in feite: “Je mag binnen een bepaald aantal jaren je woning niet doorverkopen voor meer dan de prijs waar je ‘m voor hebt gekocht.” Wat daar eigenlijk inherent aan is, is dat het heel flexibel is. Dat je eigenlijk bij deze manier het College de mogelijkheid geeft om te zeggen: “Nou, wij vinden twee jaar goed. Wij vinden drie jaar goed.” Natuurlijk gaat er waarschijnlijk volgend jaar een nieuw College komen dat andere ideeën heeft over hoe de woningmarkt werkt. Dan zit je alsnog vast aan de grillen van én de politieke opzet én nog eens een keer de markt waar onze woningvoorraad nu tenminste gewoon keihard aan kapot gaat.
Ik heb eigenlijk meer de vraag aan Burgerbelang: “Waarom zij eigenlijk met een soort van schijntegenstelling komen of een schijnoplossing komen?” Eigenlijk is een … Een anti-speculatiebeding kan ook nog gewoon omzeild worden door een zogeheten bloedband. Je zou voor je zoon of dochter wel een huis kunnen kopen. Die zoon of dochter kan dan wel tot op zekere hoogte vrijheid ervaren binnen wat we nu de woningmarkt noemen, gek genoeg. Dat zijn eigenlijk mijn grootste vragen. Dan vooral als ik het erbij houd … Hoeveel jaar denkt Burgerbelang dat nu?
659
Zoals een anti-speculatiebeding moet zijn en hoeveel jaar zou dat volgend jaar zijn? Als er een andere College zit met mogelijk Burgerbelang er wel bij of er niet bij? Het zijn in feite nog hardere schijnoplossingen dan waar andere gemeente al mee komen. Dank u wel.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Wonen is eigenlijk een eerste levensbehoefte en van daaruit gezien, zijn de ontwikkelingen op de woningmarkt nu ook steeds meer een publieke taak voor ons om te zorgen dat er betaalbare woningen zijn. De twee maatregelen die nu zijn voorgesteld, die kunnen inderdaad helpen om de excessen - waar we nu tegenaan lopen om die ook inderdaad te gaan indammen. Wat D66 heeft begrepen, is dat een anti-speculatiebeding alleen werkt als er een heel streng handhavingsbeleid op is. We hebben daar eigenlijk wel vragen over, want dat gaat nogal iets vragen. Ook van onze ambtelijke organisatie. Je kunt natuurlijk ook juridische consequenties krijgen: het vorderen van boetes en noem maar op. De hele uitvoering … Het is eigenlijk ook een vraag van ons aan het College. Daar hebben wij eigenlijk heel veel onduidelijkheid over en daar willen wij graag als eerste helderheid over hebben. Dank u wel.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Voor de PvdA is deze motie een steun in de rug.
Een steun in de rug voor het initiatiefvoorstel voor betaalbare woningen, waarin we ook de zelfbewoningplicht hebben opgenomen. Wij zijn het hartstikke met deze motie eens, dat een woning niet een beleggingsobject moet zijn. Daarom is het ook goed, dat het anti-speculatiebeding is opgenomen. Wij hebben wel een vraag aan het College, namelijk wat een passende oplossing is om de zelfbewoningsplicht in het anti-speculatiebeding op te nemen? Is het misschien handig om toch een huisvestingsverordening op te stellen? En is dat ervoor nodig? Dat is een vraag. Een andere vraag die ik aan het College stel, dat gaat over een ander onderdeel in de motie. Dat is over de mogelijkheid dat woningbouwcoöperaties ook de zelfbewoningsplicht in het anti-speculatiebeding opnemen bij de verkoop van hun woningen. Is het College bereid een afspraak te maken met de woningbouwcoöperaties om inderdaad die zelfbewoning bij de verkoop van sociale huurwoningen beter te borgen? Dat waren onze vragen.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Bij het lezen van de motie lees je eigenlijk al meteen heel veel dingen die we eigenlijk allemaal heel goed kunnen begrijpen. De angst van heel veel inwoners is, dat woningen massaal worden opgekocht door particuliere beleggers die er vervolgens enorm hoge huren voor vragen.
Ik denk, dat wij allemaal nadenken – tenminste mijn partij, maar ik denk wij allemaal – over hoe we die problemen kunnen aanpakken. Maar wat we hier voor ons hebben, is een motie die eigenlijk al meteen veel dieper op de inhoud ingaat en eigenlijk al veel dieper op de praktijk ingaat. Mijn fractie ziet dan ook meer heil in wat het College in haar memo schrijft en ziet die voorstellen dan ook graag tegemoet. Wij zullen dan ook tegen deze motie stemmen.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, het CDA is het eens met wat hier wordt gesteld in deze motie: een anti-speculatiebeding, zelfbewoningsplicht. Ja. Dat spreekt ons aan. We zoeken alleen even naar de juiste vorm. We zoeken ook even of dat nou in deze motie op een correcte manier is verwoord. Als ik zo de motie lees, dan wordt het op deze manier ook uitgevoerd, zoals het in deze motie staat en daar heb ik toch vraagtekens bij. Ik wil het eigenlijk ook wel heel goed navragen bij ons College. Wat wij als CDA in ieder geval van belang vinden, is het volgende. We leven in Zutphen niet op een eiland. We zijn in ieder geval onderdeel van een groter geheel. We zouden het zeer op prijs stellen als dit soort keuzes, die wij maken - zelfbewoningsplicht of een antispeculatiebeding wordt afgestemd binnen de Cleantech regio. Ik denk, dat dat heel belangrijk is.
Verder kunnen er ook andere zaken voor gelden, zoals: “Moet er een maximumbedrag zijn waarbij zelfbewoning verplicht is?
660
Bijvoorbeeld in Zwolle is dat het geval. Nou, misschien is dat ook wel relevant voor Zutphen. Daarom heb ik een eigenlijk een voorstel en dat is meer even punt H wat in de motie staat. Daar staat al een drietal punten om die zo uit te voeren. Ik zou willen voorstellen om de mogelijkheid te onderzoeken tot zelfbewoningsplicht. De mogelijkheid te onderzoeken tot een anti-speculatiebeding en ook te onderzoeken wat betreft een boetebeding. Ik denk dat het gewoon verstandig is om daar even goed de tijd voor te nemen, om dat het juridisch juist weg te zetten en ik vraag wat betreft nog aan het College: “Misschien wil de wethouder dat ook wel toezeggen van: “Ja, raad. Wij komen met een voorstel naar u toe waarin we deze zaken gaan uitwerken op een goede en deugdelijke manier.” Dank u wel.” De heer PELGRIM: “Anti-speculatiebeding. Ja. Daar zijn we in ieder geval een voorstander van om dat te doen. Woningen zijn niet om mee te speculeren, maar om in te wonen. Voor onze inwoners moeten wij in ieder geval zorgen dat de woningen niet te duur worden en betaalbaar blijven. Ik heb wel een paar vragen aan de wethouder en aan Burgerbelang, want ik zou een antispeculatiebeding niet op zichzelf willen zien, maar in een huisvestingsverordening. Ik heb van de wethouder begrepen. Dat we geen huisvestingsverordening hebben.
Daarin zouden we allerlei zaken kunnen regelen en organiseren die met huisvesting te maken hebben: zelfbewoningsplicht, anti-speculatiebeding, het doorverkopen. Ik ben geen jurist. Er kunnen heel veel zaken geregeld worden, hoe dat we woningen in ieder geval … op een goede manier met woningen kunnen omgaan. Daar zou ik graag een antwoord van de wethouder op hebben. Hoe kunnen we … Kunnen wij met een huisvestingsverordening gaan werken en daarin de zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding verankeren? Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Tegen het anti-speculatiebeding? De uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid daarvan? Zouden we dat bijvoorbeeld gezamenlijk kunnen doen en bij Tribuut kunnen neerleggen? Daar zien ze alle verkoopprijzen, zien ze alle zaken langskomen, maar zou dat daar een onderdeel van kunnen zijn? Dus, die vragen wil ik even bij de wethouder neerleggen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het is een bijzonder motie en ik snap ook wel wat de achterliggende gedachte is waarop het is opgesteld. Enerzijds op hoofdlijnen, want de raad praat met elkaar en besluit op hoofdlijnen. Dit is ook op een aantal onderdelen zeer gedetailleerd. Het is een motie. Het is geen amendement op een raadsvoorstel of een voorstel van het College, als raadsvoorstel. Het is een motie.
Dan kun je je afvragen in hoeverre heeft dat juridische effecten als een motie naar een College toe? En uiteindelijke moet het dan leiden tot een raadsvoorstel. Je zou denken van: “Ja. Het is een beetje ‘n vreemd instrument.” Het initiatiefvoorstel dat nu naar de raad toe komt … Ik heb het nog niet gelezen. Dat is een meer geëigende weg en ook de juiste invulling om het juridisch met elkaar in beeld te krijgen en daar ook op te besluiten. Ik vind het een lastig onderdeel. Ik snap de zorgen en die delen wij ook met de indieners, maar ook met de raad als zodanig. Hoe kun je nou de markten zodanig met elkaar bewoonbaar maken omdat eenieder die daar op een of andere manier ook in wil leven en ook in wil wonen, om het zo te zeggen, daar een kans toe krijgt? Antispeculatie, ja het is al even aangehaald. Je kunt je afvragen of dat de juiste terminologie is. Volgens mij, moet je het anders inrichten. Dat is wel even door de Stadspartij aangegeven. Misschien moet je naar een soort woonhuisvestingsafdeling. Ik schat in – maar dat weet ik niet zeker – dat er een soort afdeling moet komen die al deze vraagstukken behandelt en al die juridische documenten … Misschien wel niet allemaal, maar een deel gaat toetsen. Ik denk, dat er een hele afdeling bij komt om daar op de een of andere manier ook controle op te houden opdat er ook geen ongerechtigheden tot de een en ander voorkomt.
Belangrijk is om te weten van het College: hoe staat ze daar nu in ten opzichte van deze motie en wat komt er de komende periode naar de raad? Hoe ziet ze daarin ook de eventuele handhavingseffecten? Is dat op de een of andere manier wel te handhaven zoals het hier ook in de motie is aangegeven? Ik kan het niet helemaal overzien. Ik schat in van niet. Tenzij, we daar een of ander controlesysteem opzetten dat iedereen ook - wie dan ook in Zutphen op een of andere manier gaat verhuizen,
661
weggaat of gaat verkopen - ook een plicht om dat kenbaar te maken bij de gemeente. Dat daar ook iemand zit, die dat kan controleren en eventueel er nog een gevolg aan moet geven. In een juridisch opzicht van: “Ja. Beste meneer/mevrouw, wat u nu doet, dat kan niet. U moet terug in het proces.” Dan krijg je misschien ook nog – ik zeg het maar even – allemaal juridische processen met advocaten. Dat moet glashelder zijn en dat is dit niet, volgens mij. Ik denk dat als er een voorstel naar de raad komt, dat het College dat op een gefundeerde manier moet doen met alle effecten daarin. Dat we daar met elkaar een keuze in kunnen maken en daar “Ja” of “Nee” tegen kunnen zeggen. Op basis van deze motie kan ik dat niet. Daar zitten zoveel open einden in. Dat gaat mijn fractie op dit moment te ver. Dat kunnen we niet. Ik denk, dat het verstandig is dat het College wel kijkt naar wat er mogelijk is. Als je dan toch nog even naar de motie wilt kijken: daar staat al: “Maar doet onderzoeken …” Er is ook geen voorstel van: “Ja. Wat zijn dan de kosten van het onderzoek? Dat is ook lastig te begroten.” “Wat kost dat nou allemaal?” Ik denk dat het veel meer tijd vergt en inspanning vergt, om dat goed in beeld te krijgen. Er ligt wel een opdracht bij het College om daar goed naar te kijken en met een voorstel te komen.
Het voorstel zie ik graag tegemoet, maar ik denk dat dit niet passend is op dit moment. Voorzitter, dank u wel.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Ik ben blij, dat wij hierover in gesprek gaan. Iedereen maakt zich zorgen over de woningen en met name voor de jongeren die vaak buiten de boot vallen. Wat ik jammer vind aan het stukje bij de zelfbewoningsplicht, is dat er specifiek staat, dat kopers daar zelf met zijn of haar eventuele gezinsleden moeten wonen en daarmee ontkom je aan het feit dat ouders inderdaad woningen voor hun kinderen willen kopen en dat zou ik eigenlijk toegevoegd willen hebben. Dat je het zelf koopt of dat je kind er gaat wonen. Dat zou ik anders formuleren, eigenlijk. Daarnaast zijn wij ook van mening dat het erg veel kosten gaat meebrengen voor het ambtelijk apparaat. Als je elke nieuwbouwwoning vijf jaar lang in kaart moet brengen van: “Is het al verkocht of is het nog niet verkocht?” Dan zou ik graag van het College willen weten hoe dat in de praktijk moet gaan werken. Moet de notaris dat in kaart gaan brengen? Moet het in het koopcontract staan? Moet de gemeente dat in de gaten houden? Hoe ziet Burgerbelang dat en hoe werkbaar denkt het College dat het is? Als ik dan kijk bij punt drie. De meeste mensen die hun huis verkopen zijn mensen die in een echtscheiding zitten, die een noodzaak hebben en moeten verhuizen.
De groep die wij willen bereiken, de opkopers, bereiken we die echt heel goed met dit plan? Als ik kijk naar de woningbouw. Als je daar een sociale huurwoning koopt, dan zitten daar clausules in. Het schijnt te werken, maar pakken we dat ook nu op met de grootmacht, laten we ze zo maar noemen? Dat vraag ik mij af.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Voorzitter, de motie op zich is sympathiek. De woningmarkt is fysiek en we moeten wat. Wachten tot de markt van vraag en aanbod weer in evenwicht is? Ja. Dat kan nog wel even duren en is regulering op dit moment noodzakelijk om met name starters en jongeren een kans in die woningmarkt te gunnen. Wonen is een recht. Het is geen gunst. Naar mijn mening wordt deze motie te vroeg ingediend. De consequenties op langere termijn zijn niet helder en overzichtelijk. Om maar eens wat te noemen: “Wanneer stop je met het anti-speculatiebeding? Wat zijn de gevolgen als alleen Zutphen dit beding hanteert? Is misschien de zelfbewoningsplicht voldoende?” Nou. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Kortom, voorzitter, als de motie nu in stemming wordt gebracht, dan zal ik tegen stemmen. Er zijn te veel vragen. Indien de indiener de motie aanpast zoals het CDA voorstelt, dan gunnen we ons in elk geval wat tijd. Het is misschien wel heel handig, maar ik ben ook zeer benieuwd wat het College van deze motie vindt. Dank u.”
662
De VOORZITTER: “Dan zijn wij rond. Het lijkt mij goed, dat het College antwoord geeft in persoon van wethouder Ten Broeke.” Reactie College (Audiopositie 01:07:57 Audio deel 2) Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Het speculeren met woningen … Volgens mij, zijn we het daarover eens, dat we dat willen tegengaan en dat dat ons geen goeds brengt. Volgens mij, hebben we daar de belangrijkste maatregel al voor genomen, namelijk het verplichten van zelfbewoning als het om nieuwbouw gaat. Volgens mij, is dat de belangrijkste stap. Dan zijn er andere middelen, waarvan er een in de motie wordt genoemd, namelijk een antispeculatie beding. Dat is een middel om meer grip daarop te krijgen. Volgens mij, is de vraag vooral hoeveel het ons waard is om die extra grip te krijgen. Het voornaamste punt om dit te doen, vergt wel wat. Dat is meer dan alleen een motie aannemen. Want het belangrijkste punt is namelijk het handhaven van dit anti-speculatiebeding. Ik kan daarvan op dit moment niet zeggen wat exact de juridische consequenties zijn en hoe dit exact eruit gaat zien. Vooral de punten die de heer Jansen noemde, dat is precies wat we moeten weten voordat wij overgaan tot een middel als dit. In elk geval weten wij, dat dit flink wat ambtelijke capaciteit vraagt. Dat is echt wel een grote keuze om dit te gaan doen.
Maar, volgens mij, is het vooral de vraag wat het ons waard is om deze extra grip te hebben. Het kan best wat waard zijn. De vraag is of daar een huisvestigingsverordening voor nodig is, ook dat moeten we nog bekijken. Ook dat is een middel wat ons meer grip geeft, maar dat vergt echt veel om dat in te voeren. Dat is één. Ten tweede, om ook dat te blijven handhaven. Uiteraard kunnen wij daar binnenkort op terugkomen en weergeven wat het betekent om dit in te voeren. Ik denk dat dat verstandig is, voordat u een uitspraak doet, om dit al direct zo in te voeren. Sowieso komen we nog te spreken over het initiatiefvoorstel uit de raad over betaalbare woningen. Een ander punt uit de motie gaat over de situatie dat woningcorporaties woningen verkopen. Volgens mij, is dit een overbodig punt, omdat hier al sprake is van een zelfbewoningsplicht. Woningcorporaties – als ze al woningen verkopen; op jaarbasis is dat echt een handjevol, op dit moment. Dat gebeurt echt niet veel – hanteren al een zelfbewoningsplicht. Zij verkopen alleen aan mensen die er ook zelf gaan wonen. Dat is de afspraak die er is. Dus daarom is dat – volgens mij – overbodig om daar nog iets extra’s op te doen.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, die laatste opmerking vind ik wel een interessante, want de woningbouwcorporaties hebben een anti-speculatiebeding. Dus, die hebben een systeem ontwikkeld hoe ze dat controleren.
Heeft u daar zicht op hoe dat systeem in elkaar zit?” Wethouder TEN BROEKE: “Enigszins hebben we daar zicht op, ja. Niet tot in detail, maar wel hoe zij dat doen.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, de conclusie is dus, dat het te doen is.” Wethouder TEN BROEKE: “Ik was tot het einde gekomen.” De VOORZITTER: “Oké. Natuurlijk mag u. De ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik krijg een beetje het gevoel, dat de wethouder de motie ontraadt en dat zou ik eigenlijk even willen horen.” Wethouder TEN BROEKE: “Ik zou het niet willen uitsluiten om tot deze stappen over te gaan. Alleen, ik vind het best een ver strekkende stap en als die keuze gemaakt wordt, dan moeten we wel zeker weten of dit de goeie is en met alle consequenties erbij en dat hebben wij op dit moment niet.”
663
De heer BRUNSVELD: “Wethouder, kunt u toezeggen dat u hetgeen wordt gevraagd in de motie, dat u dat wilt onderzoeken of dat in de Zutphense situatie mogelijk is? Want eigenlijk is dat natuurlijk wat deze raad wil en als we het anders vormgeven, misschien dat we u wel aan het werk kunnen zetten. Dat zou u natuurlijk fijn vinden.” Wethouder TEN BROEKE: “Jazeker, het is ook helemaal niet erg om aan het werk gezet te worden, als het om dit onderwerp gaat. U kunt daarvoor de motie aanpassen. Ik kan u ook toezeggen, dat we sowieso in kaart brengen wat de consequenties zijn. Dat geeft ons – volgens mij – iets meer de gelegenheid om het in het totaal te bekijken en dat aan u terug te koppelen, zodat u een goed besluit kunt nemen.” De heer BRUNSVELD: “U zegt: “Ik zou een toezegging kunnen doen”. Is dat hetzelfde als: “Ik zeg toe, dat …?” Wethouder TEN BROEKE: “Voorzitter, dan zeg ik nu toe, dat wij zo snel mogelijk terugkomen en compleet in kaart hebben gebracht wat de consequenties zijn om over te gaan tot een anti-speculatiebeding.” De VOORZITTER: “Op het moment dat de motie is aangenomen. Nee? Voor de zekerheid.” Wethouder TEN BROEKE: “Nee, dat zeg ik nu toe. Volgens mij, kan ik niet duidelijker wezen.” De VOORZITTER: “Oké. Prima. Is er nog behoefte aan helderheid. Nee? Meneer Verschure? U heeft nog vragen openstaan.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, de SP heeft nog een vraag gesteld over de schijnvertoning en het omzeilen van. Je komt er nooit onderuit dat mensen de mazen van de wet gaan vinden. Helaas. Het is nu eenmaal zo. Dat kunnen we niet voorkomen. Daarnaast hoor ik heel veel mensen zeggen: “Kan het allemaal wel?” Ik heb eens gekeken. Amstelveen, Amsterdam, Vught, Zoetermeer, Utrecht, Hoorn en zo gaat het rijtje nog maar door, hebben een anti-speculatiebeding. Jaren zeventig, jaren tachtig: premie A woningen, premie C woningen. Dat was hetzelfde. In de jaren negentig zelfs ook nog. Antispeculatiebeding. Het is eigenlijk heel normaal. Alleen zijn wij het normaal gaan vinden, dat het er niet meer was. Daarom denk ik, dat wij als gemeente dit ook gewoon moeten gaan doen.” De VOORZITTER: “Goed. Dan stel ik voor dat we gaan stemmen.” De GRIFFIER: “Ik open de stemming. Ik sluit de stemming. Er zijn zestien stemmen voor en negen stemmen tegen. Tegen: mevrouw Ten Holder, de heer Brunsveld, de heer Brouwer, mevrouw Van Dijk, de heer Rutten, de heer Van Dijken, de heer Lok, de heer R. Hissink en de heer Jansen.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
13.e MOTIE: HUISVESTING POPCOLLEGE ZUTPHEN (Audiopositie 01:16:14 DEEL 2)
GRIFFIENR. 2021-M0034 De VOORZITTER: “Dan gaan we nu naar de motie ‘Huisvesting PopCollege Zutphen’. Die komt ook van Burgerbelang? Gaat uw gang.”
664
Eerste termijn De heer JANSEN: “Voorzitter, het PopCollege Zutphen, wie is er niet groot mee geworden? Onze generatie tenminste niet, maar de huidige generatie wel. Met meer dan 200 leerlingen die hun weg vinden in de cultuur, van onder andere de popmuziek. Door recent ontstane huisvestingproblemen is het PopCollege nu naarstig op zoek naar een nieuwe plek om jongeren, maar ook oudere jongeren, les te kunnen geven. Onlangs deed zich de mogelijkheid voor waardoor een tijdelijke ontheffing van een bestemmingsplan gegeven had kunnen worden. Een tijdelijke ontheffing die wij als gemeente aan andere maatschappelijke instellingen hebben gegeven. Het is niet mogelijk gebleken. Hierdoor is er een mooie locatie voor het PopCollege verloren gegaan. Zeker nu de deal van het PopCollege met de leverancier van de huisvestingsunits ook niet meer mogelijk is. Voorzitter, de indieners van de motie hebben zelf ook al nagedacht over een alternatief, nu de mogelijkheden van het PopCollege zelf zijn opgedroogd. De Hanzehof heeft ook de Hanzehal en zij hebben al aangegeven ook te onderzoeken om achter de Hanzehal, op de parkeerplaatsen, units te plaatsen zodat je de cultuur weer dichter bij elkaar kan brengen.
Met deze motie roepen Burgerbelang, de PvdA, de Stadspartij, D66, de VVD, GroenLinks, het CDA, de ChristenUnie en Kies Lokaal allereerst de SP én BewustZW op om met de motie in te stemmen, en verzoeken het College om op korte termijn een passende oplossing te vinden om de mogelijkheid voor een tijdelijke ontheffing in te zetten, alles in het werk stellende om het PopCollege, de popcultuur en de nodige opleidingen in Zutphen veilig te stellen en de gemeenteraad hier vóór 1 november over te informeren. Voorzitter, nog een kleine toevoeging, ik hoor hierachter: “1 november is heel snel.” Dat klopt, maar de druk bij het PopCollege is ook heel hoog. Dus er zal ook heel snel geschakeld moeten worden.” De VOORZITTER: “Duidelijk, dank je wel. Over snel schakelen gesproken, ik maak u erop attent dat het nu wel kwart voor elf is geweest, dus ik verzoek u daarmee rekening te houden in uw bijdrage. BewustZW.” De heer DE RIDDER: “Voorzitter, de naam Bewust Zutphen-Warnsveld staat niet hierop genoemd. Dat klopt. Toen de motie werd aangekondigd vorige keer ben ik ook direct in contact geweest met de wethouder, meneer Ten Broeke, en heb gevraagd: “Wat is er nou precies aan de hand?” En hij zei: “We hebben meerdere locaties aangeboden en die zijn geweigerd”, om het zo in mijn woorden te zeggen.
Maar, we hebben ook een andere functie, in die zin, we moeten ook zorgen dat we niet een soort precedentwerking krijgen naar andere organisaties die het graag willen. Natuurlijk is het PopCollege ook een van de organisaties die van groot belang is voor Zutphen en voor iedereen die daar gebruik van maakt. Er is veel aangeboden. Dat is niet geaccepteerd, heb ik begrepen. Er zijn andere locaties in beeld gebracht. Die zijn ook niet geaccepteerd door de organisatie. Toen hebben wij gedacht of het nou wel verstandig was om die motie te ondersteunen. Normaal is het zo, dat je wel iets naar buiten kunt brengen, maar als je het niet waar kunt maken met het College, die kan daar dan verder niks mee dan vaststellen dat die motie aardig is bedoeld. Prima dat het ook aandacht krijgt en het PopCollege de aandacht krijgt die het verdient, en dat geldt ook voor alle leerlingen. Maar, als het niet uitvoerbaar is door het College dan is het jammer. Dan hebben we iets naar buiten gebracht waarvan we zeggen, dat als we dat tevoren iets meer hadden geweten we het iets anders hadden kunnen aanvliegen. Ik hoor graag van het College wat zij ervan vindt. Misschien dat de wethouder kan herhalen wat ze mij heeft verteld, maar misschien heeft zij meer informatie op dit moment. Ik wilde er ook nog wat aan toevoegen. Ik denk namelijk, dat het niet verstandig is om over te gaan op gedoogbeschikkingen.
Ik denk dat het onverstandig is om gedoogbeschikkingen toe te passen. Het kan wettelijk wel, maar ik ben er op zich niet zo’n voorstander van, want het suggereert ook heel veel andere zaken. Ik hoor graag de reactie van het College en daarna neem ik een besluit op het al of niet, ja dan nee, voorstel wat er nu ligt.
665
De VOORZITTER: “Ik zie nog een vinger van de SP?” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Er werd even aangehaald dat wij niet een van de partijen zijn die de motie hebben mede-ingediend. Dat kwam mede - dat heb ik ook de heer Verschure zelf toen gezegd - dat wij eerst zouden wachten wat het debat was en wat de reactie van het College was. Want, vanuit de SP - tenminste als we de berichtgeving lazen - was het vooral eenrichtingsverkeer vanuit de organisatie zelf en hadden we weinig gehoord vanuit de reactie van het College. Als ik nu het betoog van de heer Jansen hoor, dan moet ik er maar op vertrouwen dat hij dit – inderdaad – heeft overlegd met wethouder Ten Broeke. Dan zouden wij als SP eigenlijk ook graag een reactie willen hebben van het College met betrekking tot wat er het afgelopen half jaar, drie kwart jaar, is gebeurd, dat het tot deze situatie heeft kunnen leiden. Want, als echt blijkt dat het klopt, wat de heer Jansen zegt, dan moet je als raad toch wat meer vragen stellen over wat er is gebeurd in plaats van meteen reageren op wat er in het nieuws komt. Nou ja, dan weten we ook wel dat het PopCollege nauwe banden heeft hier in de raad. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik stel voor dat de wethouder het woord krijgt en dan zien we wel wat voor onduidelijkheden er nog over zijn.” Reactie College Wethouder TEN BROEKE: “Ja, dank u wel voorzitter.
Wij zijn al een tijd bezig met vooral het meedenken met het PopCollege over wat een goede locatie zou kunnen zijn. Dat meedenken en ondersteunen doen we vooral om de redenen die ook de heer Verschure al noemde. Namelijk dat het PopCollege een belangrijke plek is in Zutphen en iets belangrijks heeft te bieden. Dus, dat het voor ons ook wat waard is als zij hier in Zutphen kunnen blijven. Met dat meedenken kwamen vele locaties voorbij die hopelijk soelaas konden bieden, maar dat in veel gevallen niet waren omdat een plek nog aan nogal wat eisen moet voldoen voor het PopCollege: denk aan de geluidsnormen, afstanden voor de leerlingen en de bereikbaarheid. Het is zo, dat op dit moment zelfs ook nog een andere plek wordt aangeboden, of dat daar gesprekken over zijn. Dus, dat maakt ook, dat ik denk een uitzondering te maken als het gaat om het bestemmingsplan wat niet passend zou zijn. Dat is mogelijk. Daar kan een ontheffing voor gegeven worden, maar dat moet je wel alleen in uitzonderingssituaties doen. Als de nood heel hoog is. Dat moet héél doordacht gebeuren, want als het vaker gebeurt, dan zit je wel op een hellend vlak, met risico’s en precedentwerking. Daar zou ik voor willen waken. Het beste is om een definitieve locatie te zoeken voor het PopCollege.
Want, helpen aan een tijdelijke locatie die ook weer afloopt waarna hetzelfde probleem zich weer voordoet, daar schieten we niets mee op. Dus, daarom werken wij het liefst mee aan een definitieve locatie. Daar hebben wij ook gesprekken over. Als dat niet binnen bereik ligt en de nood is hoog … Nou, dat is het geval, want ze moeten de huidige locatie verlaten, wat ze overigens een tijd geleden al zagen aankomen. Dus, het huisvestingsprobleem komt niet uit de lucht vallen. Dat wil ik nog wel even gezegd hebben. Maar, in het uiterste geval zou je kunnen meewerken aan een uitzondering op dat bestemmingsplan. Maar, ik zeg daar wel nog een keer bij, dat als dit vaak gebeurt je als gemeente wel op een hellend vlak zit om dat te doen. Zeker in het geval, de locaties die voorbijkwamen: ofwel de Stoven of de locatie achter de Hanzehal. Dat maakt ook mijn waarschuwing bij deze motie. Als dat vaak gebeurt, dan ben je als gemeente ook niet heel betrouwbaar als het gaat om het handhaven, het naleven van de bestemmingsplannen. Dus, het College is nog steeds in gesprek met het PopCollege over een nieuwe geschikte locatie. Ook op dit moment nog. Dus, daarom zijn wij er geen voorstander van om nu een uitzondering te maken op het bestemmingsplan voor een locatie die zij geschikt achten.
De VOORZITTER: “Ja, meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter, is het niet zo dat we het risico lopen nog veel meer uitzonderingen te moeten gaan maken?
666
U geeft ook middels de cultuurnota aan …ontwikkelen. Dan kunnen wij van mijlenver zien aankomen dat wij tegen dit probleem gaan aanlopen. De … dat zijn onze industrieterreinen. Er zitten leraren op De Mars, er zit een oefenruimte op De Mars. Dan een PopCollege op de Stoven. Wat is uw reactie daarop?” De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder TEN BROEKE: “Nou, voorzitter. Daarom is het ook heel goed om dit in z’n geheel te bekijken en hier beleid op te maken. Hier juist de bestemmingsplannen ook op toe te spitsen. Dit juist geschikt te maken allemaal, in plaats van nu à la minute, voor één situatie, een uitzondering te maken. Het moet juist in zijn geheel bekeken worden om dit wat de heer Boersbroek noemt mogelijk te maken.” De VOORZITTER: “Meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “U realiseert zich dat dit ook het einde betekent voor PopCollege, want ze moeten voor 1 november vertrekken, heb ik begrepen.” De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder TEN BROEKE: “Ja, daarom noemde ik, dat we ook op dit moment nog over een andere mogelijke locatie spreken. Dus, daarom is het - volgens mij - niet zo, dat het idee dat voorligt in de motie, dat dit de enige optie zou zijn.” De VOORZITTER: “Oké. Ik stel voor, dat wij gaan stemmen.
De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, gehoord hebbende de wethouder, is het - denk ik - wel heel duidelijk en misschien verstandiger – dat geef ik de initiatiefnemers van de motie mee – om misschien puntje twee te schrappen. Dan is de weg voor het College helemaal vrij om datgene te doen wat u, en wat wij hier ten alle, als raad willen. Dan is het niet specifiek gekoppeld aan een eventuele gedoogbeschikking en specifiek op een bestemmingsplanwijziging. Dat maakt het College – naar mijn idee en inzicht - makkelijker om ook invulling te geven aan een vervolgtraject. Als dat zo is dan zijn wij daar zeker voorstander van. Als het niet zo is, misschien ook wel, maar ik denk gehoord hebbende de wethouder - dat het beter is dat wél te doen, want ik denk dat hij vastloopt. Dat heeft u ook duidelijk aangegeven. Tot zover, voorzitter. Ik hoor er graag nog even wat van.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, een verzoek voor vijf minuten schorsing.” De VOORZITTER: “Ja, vijf minuten. Gaat uw gang.” De vergadering wordt geschorst om 22.58 uur 01:28:27 DEEL 2 De vergadering wordt hervat om 23.02 uur 01:32:49 DEEL 2 (Audiopositie 01:32:49 DEEL 2)
De VOORZITTER: “Dames en Heren, ik verzoek u uw plek op te zoeken en ik geef het woord aan de heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter, en bedankt voor de korte schorsing. We zijn als indieners van deze motie eigenlijk een beetje verbaasd, voorzitter. Want, de wethouder spreekt zichzelf tegen, doordat hij nu letterlijk zegt dat de Broedplaats het probleem is. Eén zin heeft hij in de Cultuurnota daarover opgenomen en voor de rest niets. Hij wil het nu gaan oppakken en nu wordt het PopCollege én tweehonderd plus kinderen worden nu de dupe van deze opmerking. Dus, wij zullen deze motie in stemming brengen en we dragen het College op ‘m uit te gaan voeren.” De VOORZITTER: “Prima. Meneer Jansen.”
667
De heer JANSEN: “Voorzitter, een stemverklaring. Ik heb wat gevraagd en de wethouder heeft gereageerd en de indieners hebben dat ook gedaan. Ik denk toch, dat we de motie als zodanig moeten aannemen. In die zin ben ik vòòr. We hebben erover gesproken en ik heb mijn zorgpunten wat dit betreft ook kenbaar gemaakt. Het lijkt er een beetje op, dat de raad haar tanden laat zien vanavond … De VOORZITTER: “Meneer Jansen, dit is een stemverklaring.” De heer JANSEN: “Ja, dat wil ik toch even meegeven. Ik wil er niet over uitweiden, maar ik vind het wel een opmerkelijk punt en ook een zorgelijk punt.” De VOORZITTER: “Nee, een stemverklaring is kort en mag niet oproepen tot discussie. Nee, dit is echt geen stemverklaring.” De heer JANSEN: “Ik stem voor de motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Nog andere mensen voor een stemverklaring? Niemand. Dan gaan wij over tot stemming.” De GRIFFIER: “Ik open de stemming. Ik sluit de stemming. 25 stemmen vóór, nul tegen.” De VOORZITTER: “Oké, dan is deze motie aangenomen.” Besluit: Motie Huisvesting Popcollege Zutphen aangenomen.
14 ACTIEVE INFORMATIEVOORZIENING VANUIT HET COLLEGE (Audiopositie 01:35:43 DEEL 2)
De VOORZITTER: “We gaan verder met agendapunt 14: actieve informatievoorziening vanuit het College.’” De heer KRANS: “Voorzitter, een puntje van orde. Het is elf uur geweest.” De VOORZITTER: “Ja, dat weet ik.” De heer KRANS: “Dat weet iedereen, want we hebben ons klokje bij de hand. Alleen, dat betekent dat we moeten besluiten of we doorgaan of niet. Misschien is het goed dat we het besluit expliciet nemen.” De VOORZITTER: “Nou, ik was ervan uitgegaan, dat u dat allemaal snel wilde afmaken. Ja? Prima. Dan gaan we verder. Actieve informatievoorziening vanuit het College. Wethouder De Jonge.” Wethouder DE JONGE: “Voorzitter, dank u wel. Enige tijd geleden heeft in uw raad, de heer Van Dijke, gevraagd naar de ontwikkeling van de wachtlijsten Jeugd GGZ. Ik heb toen gezegd, dat ik een tijdje geleden een memo naar uw raad heb doen toekomen met daarin de actuele informatie. Als die nog actueel is, dan laat ik het graag zo. Als ik het nog moet aanvullen, dan komt er een nieuw memo. We hebben gekeken naar de cijfers en de ontwikkeling van de wachtlijsten. Die zijn ongeveer gelijk aan de informatie die ik u in mei jl. heb doen toekomen. Het waren antwoorden op uw eigen schriftelijke vragen nummer zestien. Er is weinig in veranderd, behalve dan dat de Gelderse verbeteragenda nu rond is en de tarieven naar boven zijn bijgesteld. Ook hebben we afspraken
668
gemaakt voor een meer efficiënte samenwerking en daarmee hopen we ook dat de wachtlijsten snel gaan slinken.” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u, voorzitter. Op 29 september jl. heeft Provinciale Staten een positief besluit genomen voor de subsidie op het warmtenet in Helbergen. Dat wilde ik u nog vertellen. Ondertussen zijn wij met onze stakeholders, een aantal woningcorporaties, Zutphen Energie et cetera, vooral met de inwoners aan de slag met een concreet plan van aanpak. Nu het dan ook echt, echt, écht gaat gebeuren, wil ik u dan ook van harte uitnodigen voor een werkbezoek aan deze buurt, waar u met eigen ogen kunt gaan zien wat er staat te gebeuren en waarin wij graag meer informatie geven over dit project. Dat wil ik meteen koppelen. Vandaar ook dat wethouder Werger bij Helbergen stond. We hebben natuurlijk twee prachtige projecten in Helbergen. We hebben de ontwikkeling van Helbergen II en we hebben de ontwikkeling van het warmtenet in een andere buurt in Helbergen. Wij zouden daar een mooi gecombineerd werkbezoek van kunnen en willen maken. Die uitnodiging volgt snel. Dank u wel.”
15 VRAGEN BETREFFENDE DE ACTUALITEIT (Audiopositie 01:38:54 AUDIO DEEL 2)
De VOORZITTER: “’Dan gaan we verder met agendapunt 15 ‘Vragen betreffende de actualiteit’. Wie van u wenst hiervan gebruik te maken? De PvdA, de SP, de VVD, Kies Lokaal. Gaat uw gang, meneer Hissink van de PvdA.”
15.a Vraag PvdA – inzake ophalen oud papier door verenigingen (Audiopositie 01:39:48)
De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie heeft een vraag over het oud papier ophalen door verenigingen in Zutphen en Warnsveld. Zij hebben 25 jaar meegewerkt aan het terugdringen van de hoeveelheid restafval. In de discussie over het eventueel wegvallen van de inzet van vrijwilligers bij het ophalen van oud papier door Circulus Berkel, voelen de deelnemende verenigingen zich niet wezenlijk betrokken. Vervangende werkzaamheden zijn tot op heden nog niet gevonden. Het geld is wel beschikbaar gebleven door een amendement dat is ingediend bij de programmabegroting 2021. Onze vragen: wat is de stand van zaken voor de verenigingen die oud papier ophalen voor de afvalscheiding? Wanneer komt hierover meer duidelijkheid? Hoe nu verder? We hechten eraan dat de verenigingen weten waar ze aan toe zijn. Dank u wel.” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. Op dit moment loopt het vrijwillig papier ophalen nog. Dat gaat stoppen, maar niet voordat er alternatieven bekend zijn. Dat wil ik gezegd hebben. Het geld is inderdaad nog gewoon beschikbaar op de begroting en komt straks beschikbaar voor alle verenigingen die op een andere manier willen gaan werken aan onze grondstoffeninzameling, zoals u dat goed noemt. Daar wordt al hard aan gewerkt. Daar zijn alternatieven voor. Het moet inderdaad besproken worden.
Door Covid19 zijn de contacten die wij hebben met een aantal woordvoerders van de verenigingen inderdaad niet zo gelopen als gehoopt. We zullen zorgen dat er op korte termijn een bijeenkomst wordt georganiseerd voor de verenigingen om te bespreken wat de eventuele alternatieven zijn en hoe we dat verder kunnen uitwerken. Tot die tijd loopt het door. Dank u wel.”
15.b Vraag SP – inzake lokale omroepen (Audiopositie 01:42:12 AUDIO DEEL 2 )
669
De heer DE GROEN: “Dank u, voorzitter. Onze vraag ging over lokale omroepen, maar die halen we terug, omdat er een Forum over wordt gepland. Dus dan heeft dit nu geen waarde. Dank u wel.”
15.c Vraag VVD – inzake stand van zaken plan van aanpak LHBTI (Audiopositie 01:42:42 AUDIO DEEL 2)
Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. De vraag van de VVD is als volgt: tijdens de raadsvergadering op 12 juli 2021 hebt u van de raad het plan van aanpak inzake LHBTI ontvangen en aanvaardt. Welke voortgang hebt u ten aanzien van de uitvoering kunnen realiseren? De vraag komt vandaag, omdat het vandaag Coming Out Day is en dit breed in de belangstelling staat. Ik heb een foto gezien waarbij u vanochtend, bij het politiebureau ook de Regenboogvlag hebt gehesen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dat deed ik niet alleen, hoor. Er zijn nog twee wethouders geweest, die ook die mooie vlag hebben gehesen. Wethouder Ten Broeke gaat het antwoord geven.” Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Na de zomerperiode zijn we hiermee aan de slag gegaan. Dus, dat is al met al maar een korte periode, maar ik kan wel al een aantal zaken noemen. We zijn vooral aan de slag gegaan met de GGD samen en ook het COC en bijvoorbeeld ook met het Discriminatiemeldpunt artikel 1. Waar daarnaast ook inmiddels aan wordt gewerkt, is een aanpak met betrekking tot het onderwijs, de scholen. Dat is een belangrijke. Wat ook wel goed is om te noemen, is dat er al uitwisselingen zijn met andere gemeenten, die – net als wij – ook met de regenboogagenda bezig zijn.
Volgens mij, is het goed als wij later dit jaar schriftelijk over de voortgang rapporteren, zoals ook in het plan van aanpak staat opgenomen dat we twee keer per jaar de voortgang bespreken. Volgens mij, is dat goed om dat later dit jaar te doen. En, zoals de burgemeester al noemde, zijn er vandaag meerdere vlaggen gehesen, de lucht in gegaan, door meerdere Collegeleden. Dank u wel.”
15.d Vraag Kies Lokaal – inzake geld voor Jeugdzorg (n.a.v. NOS-item) (Audiopositie 01:45:04 AUDIO DEEL 2)
Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. De NOS kwam met een nieuwsitem over dat geld uit Jeugdzorg anderszins wordt gebruikt. Ik citeer: “Een deel van de 1,3 miljard euro die gemeenten krijgen vanwege de tekorten voor jeugdzorg, wordt uitgegeven aan andere zaken, blijkt uit de rondgang van de NOS. De helft van de 352 gemeenten reageerden. Geld wordt onder andere gebruikt voor culturele centra of voor onderhoud aan wegen et cetera et cetera.” Onze vraag: “Hebben wij meegewerkt als een van de 352 gemeenten aan dit onderzoek? Waar gaat het geld voor de jeugdzorg heen dat wij hebben gekregen?” Wethouder De JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben meegewerkt aan dit onderzoek en we hebben - conform alle andere gemeenten - geantwoord. Jarenlang hebben alle domeinen bijgedragen aan de tekorten op de jeugdzorg en deze keer kon jeugdzorg een keertje bijdragen aan de algemene begroting. Dat zie je niet terug. Helemaal niet, want zoals u weet, begroten wij realistisch. We hebben een algemene pot met algemene middelen. Alle domeinen dienen hun begroting in. Die begroting is realistisch geraamd en dan verdelen we met elkaar de middelen, die we beschikbaar hebben. Ik weet niet precies waar de extra middelen jeugd heen zijn gegaan.
Wel weet ik dat u er zelf – hoop ik – toe gaat besluiten dat de taakstelling voor jeugdzorg daalt van 1,7 miljoen euro naar een miljoen of 1,1 miljoen euro, afhankelijk van het amendement over Cultuur. Dus daar zit een deel in. We hebben de tarieven voor de jeugdbeschermingsorganisatie omhoog gegooid. Je hebt een Jeugdjongerenwerkplan. Daar ziet u wel dat we de extra middelen, voor een deel, inzetten binnen het jeugddomein. Maar gelukkig kunnen ook de andere domeinen nu iets meer doen, omdat jeugdzorg meer ruimte heeft gekregen. Incidenteel nog steeds. Ik hoop, dat het structureel wordt.”
670
15.e Vraag PvdA – inzake Long Covid patiënten (Audiopositie 01:47:34 AUDIO DEEL 2)
De heer MANDERS: “Dank u wel. Voorzitter, Long Covid patiënten. Veel mensen denken dat het met longen te maken heeft, maar het heeft vooral te maken met ‘long’ van lang, op z’n Engels. Afgelopen week was een Zutphense inwoner bij Hart van Nederland, waar zij vertelde over haar probleem met Long Covid, zijnde de gevolgen van die besmetting. Deze dame was een van de eerste patiënten, die al in februari 2020 in het ziekenhuis terechtkwam, waar later pas bekend werd dat zij aan corona leed. Haar herstelbehandelingen worden echter niet vergoed, omdat deze pas vanaf juni 2020 vergoed worden. De landelijke organisatie C Support wijst op de getrokken grens die daarvoor zit. Mensen die afhankelijk zijn van een uitkering komen in de problemen omdat ze deze behandelingen niet kunnen betalen. Dus, als je een bijstandsuitkering hebt en je hebt geen aanvullende ziektekostenverzekering, dan worden de kosten niet vergoed. Vraag aan het College: “Zijn er meer patiënten bekend in Zutphen en zijn er mogelijkheden om deze herstelbehandelingen alsnog te laten vergoeden via de Wmo of op andere wijze?” Dank u wel.” Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Over hoeveel patiënten het exact zou gaan, over hoeveel meer het speelt in onze gemeente, dat zou ik moeten nagaan. Dat weet ik niet exact. Wel weet ik, dat wij – vanuit de Wmo – best veel uitgaven hebben als gevolg van corona.
Volgens mij, gaat het niet om deze specifieke behandelingen waar meneer Manders het over heeft. Waar wel sprake van is - juist vanwege de gevolgen van patiënten met Long Covid - is dat er voor een langere periode een beroep wordt gedaan op de reguliere Wmo-voorzieningen, zoals vervoer, huishoudelijke zorg en hulpmiddelen. Daar hebben we extra uitgaven voor, die ook vanuit de coronareserve worden gedekt. Volgens mij, is er geen sprake van specifieke behandelingen, want dat zou – zoals ik dit hoor – echt onder de Zorgverzekeringswet vallen. Volgens mij, is het goed dit na te gaan. Dus daar kom ik nog op terug.” De VOORZITTER: “Dat is dan een toezegging. Daar komen we op terug.”
16
SLUITING (Audiopositie 01:50:02 AUDIO DEEL 2)
De VOORZITTER: “Dan zijn wij toe aan het einde van deze raadsvergadering. Het is een latertje geworden. Desalniettemin staat er nog een koelkast voor u klaar. Ik sluit deze vergadering.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 23.20 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 november 2021,
, de voorzitter
, de griffier