Handelingen raad 1 juli 2022
Tekst van het document
7.c
Tweede termijn raad (Audiopositie 03:26:28)
De VOORZITTER: “Ja, we gaan toch beginnen. Het is tijd. Ik stel voor dat we – anders dan we hadden bedacht – niet in blokjes gaan, allemaal één voor één, maar dat we dus - wat mij betreft - dat we dezelfde volgorde aanhouden als eerder. We gaan dus gewoon de tweede termijn houden, dat jullie kunnen reageren op de moties, voor zover je dat wilt. Als je echt een vraag hebt aan de wethouder over de motie, stel hem dan ook duidelijk zodat de wethouders straks weten waarop zij moeten reageren. Is dat een goede afspraak? Mevrouw Ackermans?” Mevrouw ACKERMANS: “Zijn dan de nieuwe moties voldoende toegelicht zodat we ook vragen kunnen stellen? Heel veel zijn er niet toegelicht.” De VOORZITTER: “Ja, maar daar was de eerste termijn voor. Dat is dan de keuze geweest van de fracties. Ik ben streng, maar ik heb van u een opdracht gekregen om om half vijf klaar te zijn. Anders gaan wij dat denk ik niet redden. Oké, dan gaan wij beginnen met de heer Lok. “ De heer LOK: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het ook proberen kort te houden, zeker omdat we natuurlijk allemaal aan het einde van de middag klaar willen zijn. Maar, ook omdat ik natuurlijk de oproep van GroenLinks kan begrijpen. Ik heb mevrouw Kleinrensink net ook nogmaals gecondoleerd. Ditmaal ook namens mijn hele fractie omdat het natuurlijk een tragisch bericht is wat haar is overkomen. Ik ga de lijst langs.
Ik begin natuurlijk met onze eigen motie, die wij met het CDA hebben ingediend, om jongeren ook de waardering te geven die zij verdienen voor het werk waarvoor zij zich inzetten. Ook tegelijkertijd om dit onder de aandacht te brengen. Veel van onze jongeren zetten zich in voor de Zutphense maatschappij. Dan de moties van de andere fracties. Wij beginnen dan met de motie van de Stadspartij voor de betrokkenheid van de bewoners. Wij zouden dat liever in de vorm van een Forum zien in plaats van dat er nu meteen een plan van aanpak wordt opgesteld. Zeker gezien we door de jaren heen al veel stukken hebben opgesteld om bewoners meer bij de politiek te betrekken. Dus, daar zullen wij tegen stemmen. De toetsstenen van de besluiten zullen wij ook tegen stemmen. Dat vanwege de reden dat wij als raad zelf de stukken toetsen op basis van de kaders die wij stellen. Dus, ook die zes toetsstenen. Nou, onze eigen motie over het jongerenlinkje, ik zal u daar ook niet langer in spanning laten over dat wij daar vòòr gaan stemmen. Wij gaan daar vóór stemmen.
243
De wethouder met betrekking tot dierenwelzijn, wij vinden dat daar niet specifiek één wethouder voor nodig is. Dierenwelzijn is iets wat zich in meerdere plannen uit en waar je dus ook in meerdere gevallen mee te maken hebt. Dus, dat bij één wethouder neerleggen lijkt ons wat te complex. De motie ‘Carnivoor, geeft het door’. Wij vinden dat er op dit moment al veel keuze is. Er is al een redelijk divers aanbod en mocht dat er echt niet zijn, dan kan daar in het vervolg rekening mee worden gehouden. Het is eenmalig een keer meegeven en vervolgens kan daar rekening mee worden gehouden. Dus, dat vinden wij niet nodig. Afval maken tot een maatschappelijk probleem, de motie van de SP, zullen wij niet steunen. Mede ook omdat dit voorstel beoogt om een flinke OZB-verhoging door te voeren. Dit is hetgeen waar wij natuurlijk geen voorstander van zijn. De VOORZITTER: “U mag interrumperen, meneer De Ridder.” Meneer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik twijfelde even of ik mocht interrumperen, maar fijn dat het kan. Ik ken de VVD als een partij die graag vindt dat de lasten van inwoners lager worden en dat tegelijkertijd ook wel eens wordt gezegd dat degene die stevige schouders hebben – dus, een hoger inkomen – ook wel eens een keer wat meer kunnen betalen.
Wij verhogen met dit voorstel inderdaad de OZB, maar de andere vaste lasten, voor het grootste gedeelte van huishoudens, gaan omlaag. Dit zou toch iets zijn wat de VVD juist eerder zal omarmen dan dat ze meteen heel kritisch zeggen: “OZB gaat omhoog, de deur dicht. We steunen het niet.” Want, onderaan de streep betekent het dat je hier eigenlijk veel huishoudens mee gaat helpen in plaats van de hele tijd vaste lasten geven.” De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Kijk, huishoudens helpen met hun rekeningen te kunnen betalen ... Ik denk dat, dat iets is in de breedste zin van het woord. Waar het hier om gaat. is dat, met name als je meteen leest dat de OZB verhoogd wordt, dat hebben wij de afgelopen jaren twee, misschien wel drie keer, gedaan. Wat ons betreft, zou de OZB de komende periode dus niet verhoogd moeten worden. Als je de gelden eventueel ergens anders vandaag kan halen, heb je een andere discussie. Maar, dat is voor ons de grootste afweging geweest om te zeggen dat we de motie niet zullen steunen.” De heer DE RIDDER: “Het klopt wat de heer Lok zegt, dat de OZB-belasting is verhoogd. Maar, dat is ook grotendeels gekomen omdat wij systematisch te weinig geld kregen van het Rijk en dit ergens moesten vinden. Als SP zijn we het ermee eens, dat die verhoging inderdaad teruggedraaid moet worden wanneer er weer normaal geld van het Rijk komt.
Maar, wat we hier doen, is eigenlijk één heffing van huishoudens bijna volledig weghalen – die halen we ergens anders bij weg – waardoor eigenlijk de huishoudens meer geld overhouden. Het is niet een discussie van: “Alweer een OZB-verhoging.” Nee, het is een discussie van het verplaatsen van de heffingen en daardoor ervoor zorgen dat de mensen meer geld overhouden. Ik snap niet hoe de heer Lok dit als een of ander politiek draaispel zo kan verkondigen. Maar, ik ga teruglopen naar mijn plek, voorzitter.” De heer LOK: “Ik vind met name de draai wat dat betreft ... We willen dat het nù verhoogd wordt en later willen we dat het weer verlaagd gaat worden. Ik zou wat dat betreft zeggen, dat als dat de redenatie is dan later eventueel eerder naar een andere financiering te zoeken. Maar, dat is dan het meningsverschil tussen de SP en mijn fractie. De motie van Kies Bewust Lokaal over ‘Nu pakken we door’. Ja, moties dienen gewoon uitgevoerd te worden. Als een motie is aangenomen en deze onvoldoende is uitgevoerd, dan moet dat gewoon uitgevoerd worden. Dus, daar zullen wij ook zeker vòòr stemmen. De motie van de ChristenUnie voor een onderzoek naar samenwerking tussen de bieb, De Muzehof en De Hanzehof zou ik bijna gaan lezen als een verkapte oproep om het Huis van de Stad toch nog een kans te gaan geven.
Maar, wat is er tegen op onderzoek en te kijken hoe we die samenwerking kunnen bevorderen?
244
Daar zijn wij zeker niet tegen. Dus, wij zullen die motie ook gewoon steunen. Behoud van het initiatiefvoorstel wonen. Daar zullen wij tegen stemmen. Dat heeft ermee te maken, dat ander beleid gewoon een keuze is van de raad. Er zijn verkiezingen geweest, partijen hebben een coalitieakkoord gesloten en daarin wordt beleid in opgesteld. Als dit van de meerderheid van de raad is, dan is dit een keuze van de raad. Dus, dàt. Daar kan de raad zich nu over uitspreken. De motie over fietsstad Zutphen. Ik zou de Stadspartij liever oproepen deze aan te houden en op een later moment te behandelen. Mede omdat we recent al redelijk wat motievoorstellen hebben aangenomen en we wij er dus eerder voorstander van zijn het nu gewoon te behandelen en later te kijken of deze motie nog noodzakelijk is. Eventueel kunnen we ‘m ook nog altijd in een Forum bespreken. De motie inzake ondersteuning van bewoners bij de energietransitie. Sommigen zeggen dat dit moet kunnen. Dit kan in beginsel al, maar over het algemeen vindt de VVD dat hier niet per se een nieuw plan van aanpak voor nodig is. Wij zullen daar dus ook niet vóór stemmen. De aanpak van het hitte-eiland. Om de binnenstad als hitte-eiland te bestempelen, daar zullen wij vóór stemmen. We zijn alleen benieuwd hoe dit in zijn werking zal treden en wat dit voor gevolgen heeft. Dan de twee moties over biodiversiteit.
Biodiversiteit op de kaart, wat je vaak ziet in de stukken en zeker in de programmabegroting, daar staat het al vaak in. Biodiversiteit in kaart gaat met name over informatie verschaffen, zodat wij een integraal beeld krijgen van hoe dat gaat. Die zullen we wél steunen. Hanteren van het sociaal minimum van de energietoeslag. Daar zullen we tegen stemmen. Met name omdat wij recent al beleid hebben vastgesteld op het uitkeren van die extra energietoeslag en daar, wat was het, al 120 procent van het minimumloon hadden als grens hebben vastgesteld. Dus, daar zullen wij tegen stemmen. Openbare toiletten, de motie van het CDA en de Partij voor de Dieren, die zullen wij gaan steunen. Daar wil ik wel als oproep bij plaatsen dat daar ook toegankelijkheid een rol in gaat spelen. Dat de toiletten ook voor mensen met een beperking volledig toegankelijk zijn. We zijn immers gewoon een inclusieve gemeente. Financiering van de Industriehaven, die motie zullen wij ook steunen. Dit heeft er met name te maken met ten opzichte van de vorige motie over de Industriehaven nu ook het bedrijfsleven erin wordt meegenomen. Nu kijken we ernaar hoe we de financiering rond kunnen krijgen. Want, wij zijn natuurlijk ook voor het verder uitdiepen van de Industriehaven. Het is goed voor de economie, goed voor de werkgelegenheid. De heer Van Dijken zei het al. Dus, dat is gewoon prima.
Duurzaam behoud van de kinderboerderij: daarbij zouden we het liefst eerst een begroting en meerjarenplan zien voordat we spreken over de uiteindelijke financiering hiervan. Als laatste, de kwartiermaker van de zorg: daar zitten wij nog half-om-half op het hek omdat we vooral benieuwd zijn wat de kwartiermaker nu eigenlijk precies gaat doen. Wat is nu eigenlijk het effect? En wat zijn de dagelijkse werkzaamheden van zo’n kwartiermaker? Wat zijn daarvan de gevolgen? Ik geloof dat ik daarmee alle moties heb behandeld. Of misschien nog de motie over vergrijzing van de ChristenUnie of zo. Was die nog ingediend? Verkeerd uitgesproken. Maar, die moet ik eerst nog gaan lezen voordat ik daar definitief een besluit over kan nemen. Ik ben ook benieuwd naar de toelichting door de heer Van Dijken. Vergrijzing is natuurlijk iets waar wij ons allemaal zorgen over maken. Mijn fractie is natuurlijk ook heel erg vergrijsd in de gemeenteraadsverkiezingen. Dus dan loop je daar natuurlijk ook kritisch over na te denken. Maar, daar ben ik benieuwd wat die nu eigenlijk precies behelst. Daarmee heb ik de hele lijst behandeld. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Lok. Dan gaan we verder met GroenLinks.” (Audiopositie 03:36:33) Mevrouw WESTERIK: “Dank u, voorzitter. Dank ook aan de verschillende oppositiepartijen voor hun reflectie op het coalitieakkoord.
Wat we hoorden, is het voor de één te veel op hoofdlijnen, voor de ander te concreet en voor ons uiteraard precies goed. Maar, serieus ... Wij hebben
245
doelbewust een akkoord opgesteld waarover we, naar ons idee, raadsbreed volop met elkaar het gesprek kunnen voeren en waar het College vervolgens een mooi programma op kan bouwen. Ja, het klopt, dat sommige onderwerpen wat meer dichtgetimmerd zijn. Maar, dat is uiteraard logisch met het oog op de punten uit de verschillende verkiezingscampagnes. En ook gezien het feit dat je als partij sommige punten hiervan duidelijk wilt terugzien. Dat is vaak de reden, waarom inwoners op je gestemd hebben. De visie waar de ChristenUnie naar vraagt, staat - wat ons betreft - echt voldoende in de inleiding. Ik ben zo vrij om u hiernaar te verwijzen, zodat ik dit niet hoef voor te lezen hier. De toetsstenen uitdragen, ook hier in deze zaal: laten we daar duidelijk over zijn, dat we dat absoluut steunen. De toetsstenen zijn een antwoord op de Stadspartij. Uiteraard toetsstenen waar iedere partij het College aan kan houden. Het is wat ons betreft, dan ook niet nodig om dit dicht te timmeren met een plan van aanpak. Maar, het is, wat ons betreft, aan iedere fractie vrij om daar het College op te bevragen. Laat ik dan ook beginnen met onze standpunten op de ingediende moties.” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Dank aan mevrouw Westerik dat ze nog een keer het coalitieakkoord wil voorlezen, maar dat hoeft van mij niet.
Wat wij missen in het verhaal van het coalitieakkoord, voorzitter, is een verhaal als krachtig Zutphen uit de vorige coalitie. Zo’n soort verhaal, aangepast aan deze tijd, missen wij. Juist omdat er zoveel veranderingen zijn, als het bijvoorbeeld gaat om vergrijzing. Dat soort ontwikkelingen en dat soort vooruitblikken, die mis ik. Er is veel gekeken naar de komende vier jaar en níét verder. Vandaar dat ik graag zo’n verhaal, als jullie dat kunnen produceren bij de Najaarsnota, op prijs zou stellen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Dan begrijp ik nu beter wat u bedoelt. Ik kan daar absoluut niet tegen zijn. Ik heb wel het idee, dat wij voldoende richting hebben gegeven voor zelfs een langere termijn. Maar, we hebben doelbewust ook zaken zo open gelaten zodat we hier in de raad ook met elkaar, bijvoorbeeld dit, letterlijk op de kaart kunnen zetten. Dus, ik nodig u uit om samen een kopje koffie te gaan drinken en hier even over te babbelen en dan hier in de Najaarsnota inderdaad over een rijkere nota te gaan hebben om te kijken of we hierin inderdaad een vervolg kunnen geven aan krachtig Zutphen. De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Dat kopje koffie kan natuurlijk altijd. Dat doe ik graag.
Maar, ik zie graag een concreter visieverhaal terug bij de Najaarsnota.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, dan zijn we het gewoon concreet niet met elkaar eens. Ik lees het echt heel anders. Wij hebben het voldoende concreet toegespitst in de inleiding, ook de toetsstenen zijn als een duidelijke visie neergezet waaraan u ons kunt houden en waar wij het College aan kunnen houden. Als u wat meer concreetheid wilt over oud beleid en of dit doorgang kan vinden als nieuw beleid, dan nodig ik u uit om die discussie met ons echt in de raad te gaan voeren.” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Ik constateert dat wij van mening verschillen, voorzitter. Dank u.” De VOORZITTER: “De heer Lok, ook dit punt?” De heer LOK: “Voorzitter, dank u wel. Ik wou met name nog even teruggaan naar iets wat mevrouw Westerik in het begin van haar inbreng zei. Namelijk over de mate van concreetheid in
246
het coalitieakkoord. Zij gaf vooral aan - zoals ik het vrij heb gelezen - dat het meer gedetailleerde vooral gaat over meningsverschillen. Meningsverschillen in de verschillende verkiezingscampagnes. Maar, ik ben benieuwd ...” Mevrouw WESTERIK: “Ja, ik zie dat toch meer als verschillende standpunten.” De heer LOK: “Verschillende standpunten. Maar, dan ben ik wel benieuwd waarom bomen plaatsen op het Miroterrein nou echt de dingen als hete hangijzers waren die in het coalitieakkoord staan. Het permanent maken van de binnenstadsmanager zijn redelijk gedetailleerde punten.” Mevrouw WESTERIK: “Voorzitter, mag ik heel even. Welke bomen bedoelt u op het Miroterrein? We hebben enkele voorbeelden genoemd hoe wij met klimaatadaptatie aan de gang willen gaan. Dat zijn geen concrete voorstellen, dat zijn mogelijke voorbeelden geweest.” De heer LOK: “Wat je daar ziet, is dat er wel al dieper op de inhoud wordt ingegaan. Terwijl op een plek als het grondstoffenplan, vond ik het verhaal over het algemeen toch al meer wat algemener. Dus, ik ben met name benieuwd hoe mevrouw Westerik dat ziet dat op een aantal punten waarvan je eigenlijk zou denken dat het wat hetere hangijzers waren. Denk bijvoorbeeld aan cameratoezicht of het grondstoffenplan, dat daar het plan wat algemener is gemaakt.
Maar, dat er genoeg punten zijn die concreter zijn en waar je denkt: “Waren dat nu de grote meningsverschillen?” Mevrouw WESTERIK: “Nou, exact de punten die u aanhaalt, het cameratoezicht en het grondstoffenplan, is echt conform met wat ook in de Fora is besproken. Als zodanig hebben wij die ook zo meegenomen.” De VOORZITTER: “Gaat u verder, mevrouw Westerik.” (Audiopositie 03:42:15) Mevrouw WESTERIK: “Dan ga ik verder met de ingediende moties. We hebben een aantal moties. 8.b, van de Stadspartij, bewonersbetrokkenheid. 8.h, de SP, het volledig behoud initiatiefvoorstel wonen. 8.i, Stadspartij, fietsstad Zutphen. 8.e, Stadspartij, ondersteuning bewonersinitiatieven energietransitie. 8.o, KBL, Fysiek toegankelijke gemeente. 8.r, CDA, openbare toiletten en 8.s, de ChristenUnie, met de Industriehaven. Dit zijn, wat ons betreft, moties die wij als een ongelofelijke steun in de rug zien van het coalitieakkoord. Wij vertrouwen erop dat het College daarm44 een heel mooi programma opbouwt en daar absoluut mee gaat terugkomen naar de raad. Wij zien deze dus ook als ondersteuning van het beleid. Daarom vinden wij het ook niet nodig om deze moties te steunen. 8.c - een Stadspartij toetssteen. Ik had het net al even aangehaald. Laat ik daar alleen nog even aan toevoegen dat conform punt 4 van de toetsstenen, wij dit zeker ambitieus vinden.
Maar, of het realistisch haalbaar is om elke keer een plan op te zetten. Dat zien wij eigenlijk niet. Wij zullen tegen 8.c zijn. 8.d - De VVD, het jongerenlintje. Ontzettend sympathiek. Ik kan ook niet anders zeggen dan: dat zouden we willen steunen, maar er is geen financiële dekking. Volgens mij hebben we echt wel hele duidelijke spelregels in deze raad onderling met elkaar afgesproken. Dus, als de VVD kan toelichten hoe ze dit gefinancierd willen hebben, dan willen wij daar nog wel even over nadenken. Wij vragen ons wel af, hoe de haalbaarheid zou zijn. We hebben eventjes wat rondgevraagd en het schijnt dat de Meanderprijs vroeger ook voor jongeren was, maar het heel moeilijk van de grond kwam. Dus, wij zijn heel benieuwd hoe jullie dit
247
als partij zien. Wij zeggen hier nog geen “Ja” of “Nee” op. Wij zijn ook benieuwd wat het College hiervan vindt. 8.e, Partij voor de Dieren, de wethouder dierenwelzijn. Wij vinden dit onwijs sympathiek. Wel willen we nog graag een toelichting van de Partij voor de Dieren over hoe zij dit nu precies voor zich zien. Het welzijn voor de in het wild levende dieren wordt volgens ons namelijk al integraal meegenomen binnen het biodiversiteitsbeleid. In het wild levende dieren hebben zo al een eigen wethouder, namelijk de heer Sjoerd Wannet. In die zin zou ik willen vragen: hoe zien jullie dit? Ook de financiële dekking hierbij vinden wij erg lastig. Ook omdat wanneer je dit echt concreet wilt maken, je ook formatie et cetera et cetera nodig hebt. Wat ons betreft, is dit op dit moment voldoende meegenomen, maar we zijn benieuwd. 8.f, Carnivoor, geef het door. Deze dienen wij mede in. Dus daar zijn we absoluut voor. Een goed voorstel. 8.g, SP. Laat duidelijk zijn, dat we daar absoluut een andere opvatting over hebben. Tijdens de verkiezingscampagne is dit al uitgebreid uitgemeten. Wij zijn echt voor vermindering van de afvalberg, wij zijn echt voor een vermindering van onze ecologische voetprint en wij zijn absoluut voor het verlagen van de kosten. Zolang we elkaar daarin nog niet kunnen vinden en dit concreet kunnen maken, dan zullen wij echt lijnrecht tegenover elkaar blijven staan.
8.k. Stadspartij, aanpak hitte-eilanden. Volgens mij, is dit een misverstand. Ik zei het net ook al even tegen de heer Van Dijken. Het is een voorbeeld genoemd. Er is een aantal voorbeelden in het coalitieakkoord genoemd. Wij zien dit echt ook als steun, maar ook bij deze motie mist de financiële dekking. Wij zien dit ook voldoende meegenomen binnen de plannen die wij hadden voor klimaatadaptatie. 8.l. Partij voor de Dieren: biodiversiteit op de kaart en in de kaart, 8m. Wij zijn heel erg benieuwd wat het College hiervan zegt. Wij als GroenLinks zien dit als steun, gezien de integrale wijze hiervan in het coalitieakkoord. Zoals het nu is opgeschreven, kunnen wij het waarschijnlijk niet steunen. 8.q, ChristenUnie, samenwerking bieb, De Muzehof en De Hanzehof. Ja, toch even een vraag aan de heer Van Dijken. Lezen wij deze motie nu goed? Zegt u nu eigenlijk hier: behoud gewoon het Huis van de Stad? Of vraagt u hier om een regiefunctie vanuit het College voor een constructieve en effectieve samenwerking? Want, als het dat laatste is dan kan het daar zeker onze goedkeuring krijgen, of steun.”
De heer VAN DIJKEN: “Ik bedoel met name, vanuit de ChristenUnie. Voorzitter? De VOORZITTER: “Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Wij bedoelen met name om nu eerst nog een keer de samenwerking tussen die clubs te onderzoeken en te kijken wat dit oplevert.” Mevrouw WESTERIK: “Dus, u bedoelt hier niet expliciet ook extra erbij als zijregeltje, het Huis van de Stad? De heer VAN DIJKEN: “Nee, dat zien we daarna wel.” Mevrouw WESTERIK: “Als u dit wat concreter erin kan zetten, dan zijn wij vóór. Want, waarom niet. Is dit dan toegezegd?” De heer VAN DIJKEN: “Ja.” Mevrouw WESTERIK: “Oké. Dan hebben we ... Jeetje, jongens. Wat een lijst allemaal. Dat allemaal op het allerlaatste moment. SP, behoud kinderboerderij. Een superbelangrijk onderwerp. We vinden het wel ontzettend jammer dat het in tweeën is gesplitst. Want, het Zutphense ontwikkelnetwerk is puur een netwerk om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt veel beter en doelgerichter te kunnen plaatsen
248
naar arbeid. Volgens mij hoort die absoluut niet thuis in deze motie. Als het gaat om de kinderboerderij ... Ja, het is jammer dat ik het gisterenavond laat pas heel laat heb gelezen, want wij vragen ons af – ook aan het College – of het misschien bij bestaande lokale stichtingen in de gemeente, zoals Stichting Lokaal of het Dagelijks Bestaan, kan worden gevraagd of zij hier duurzaam het beheer over kunnen nemen en het pand onder te brengen bij Sportaccommodatie. Ik weet niet of dit mogelijk is? Mevrouw Ten Holder.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder. Fijn dat u mij even helpt.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Hoor ik u nu eigenlijk zeggen dat een Forum hier misschien ook een goed voorstel zou zijn?” Mevrouw WESTERIK: “Dank u wel, mevrouw Ten Holder. Dat is het zeker. Ik zou dus heel graag van het College willen horen of het misschien duurzaam, structureel, in gebed kan worden bij bestaande lokale partijen zodat het echt ook wat meer ingebed wordt in onze samenleving. Dat het een wat actievere kinderboerderij wordt. Het beheer van het pand gaat dan uit handen naar iemand die daar op komt te zitten of een partij die daarop komt te zitten. Ik zou willen vragen om het aan te houden en laten we er een Forum over plannen zodat we er echt goed met het College over in gesprek kunnen. Voor nu heeft u van ons geen steun. Ik hoop dat u het wilt aanhouden.
Volgens mij, was dit het, voorzitter.” De VOORZITTER: “Ja. Dank u wel. Dan ga ik verder met de SP.” (Audiopositie 03:50:15) De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik wacht even met reageren, want ik weet dat ik hier toch als volgende aan de beurt zou zijn. We spreken vandaag over het coalitieakkoord. De vier coalitiepartijen zeggen dat het concreet, radicaal, sociaal en groen is. Ik merk dat bij het merendeel van de oppositie, waaronder ons, dat het slap, grijs en niet concreet is. Dat is natuurlijk logisch, want het is de wens geweest van ons als raad – bijna van ons allemaal als raad – om het zo open mogelijk te houden en zo min mogelijk concreet omdat we allemaal invloed willen hebben op het beleid. Met uitzondering van ons - denk ik dan - want wij wilden graag een zo concreet mogelijk coalitieakkoord waar duidelijke doelen in staan en waar je hopelijk alternatieven op kunt bieden. Het gevolg is dan, dat je dan als politiek bestel, met z’n allen, in die marges rond het midden gaat zitten. Als iedere politieke partij zijn zegje daarover moet doen, als je geen oordeel durft te vellen als coalitie, dan ga je in het politieke midden zitten. Het gevolg is dan, dat je eigenlijk geen keuzes gaat maken. Dan zie je best wel rare gevolgen plotseling. Ik hoor nu vandaag, in dit debat, de PvdA pleiten voor een betere positie voor zorgondernemers.
Ik hoor Burgerbelang spreken over dat zij de oplossing voor alle maatschappelijke problemen zien in koffie en meer vergaderen. Ik zie dan dus niets terug bij deze partijen, bij deze raad, om toch het politiek vertrouwen van mensen die politiek zijn afgehaakt, terug te verdienen. Want, dat kan alleen maar als die afgehaakten weer daadwerkelijk vertrouwen krijgen in de politiek, dat zij voor die daadwerkelijke verandering kunnen zorgen. Want, laten we even eerlijk zijn: als er bij wonder vandaag een van die afgehaakten hier in de zaal zou zijn geweest, dan denk ik dat hij had gezegd: “Zie je wel. Gaan jullie nu lekker zes uur met elkaar vergaderen, een goede lunch staat klaar. Ga lekker met elkaar babbelen, we gaan grappen maken over dat het koffiezetapparaat daar is. Telefoonnummers worden uitgewisseld. Maar, uiteindelijk zal er weinig gebeuren de komende vier jaar.” Zoals ik zeg: dat verdwenen vertrouwen van een heel groot gedeelte van de Zutphense inwoners lossen we dus niet op met het eeuwig praten over plannen van aanpak zonder dat er echte veranderingen komen. We worden daardoor, als we niet oppassen, een tweede bestuurslaag die zich voor alle dalen en pieken verantwoordelijk voelt die zich hier in deze stad voordoen. Kortom, we kunnen blijven praten, blijven vergaderen, met twintig moties komen die allemaal plannen van aanpak vragen, tot we een ons wegen.
En dan ook vooral dat koffiezetapparaat. Ik heb het idee dat de coalitie nu al aandelen heeft gekocht in De Pelikaan. Anders snap ik er ook
249
helemaal niks meer van. Maar je ziet, dat als we echt willen dat die opkomstpercentages hoger worden, dat de publieke tribune vol zit – die nu toch wel bijna leeg is –en dat we dan moeten gaan zorgen dat we na vandaag een plan hebben om dat weer te regelen. Ik hoorde coalitieleden net zeggen, dat er weinig vragen waren gesteld. Laat ik dat dan maar bij dezen doen. Wethouder Bloem, wat vindt u ervan dat u zelf uw eigen plan van vorig jaar om zeep hebt geholpen? Ik hoorde GroenLinks al zeggen: “Wij zien dit als ondersteuning. Dus wij steunen dit niet.” Dan vind ik het een bijzondere analyse om dan te zeggen: “Ja, eigenlijk steunen wij het originele plan niet meer, want we kunnen op het pluche zitten.” Voor u lijkt het me al helemaal pijnlijk, dat u zelf – volgens mij – het gros van de tekst heeft geschreven. Verder een vraag aan de heer Verschure. U was als fractievoorzitter van één van de grootste oppositiepartijen het meest kritisch over de manier waarop het vorige College omging met het afvalplan en vooral ook wat betreft de vertraging die erin zat. Nu kiest u er dus zelf voor om eigenlijk met die vertraging door te gaan en toch door te gaan met de plannen die voor veel weerstand hebben gezorgd? Ik wachtte even omdat ik wist dat ik toch uiteindelijk de microfoon zou krijgen, maar als reactie op mevrouw Westerik: ons alternatief is om afval gemeenschappelijk te gaan regelen.
Wij willen ook dat de afvalberg kleiner wordt. Wij willen ook dat mensen makkelijker hun afval aan de straat kunnen zetten, makkelijker van hun afval afkomen. Het probleem is nu eenmaal dat de mensen die eigenlijk verantwoordelijk zijn voor het verkleinen van de afvalberg, er systematisch voor kiezen om voor het goedkopere alternatief te kiezen waardoor heel veel van ons netjes gescheiden afval gewoon òf naar het oosten van de wereld wordt verscheept òf gewoon in de verbrandingsoven gaat. Dan kunnen wij ons afval scheiden tot we ‘n ons wegen. Maar, uiteindelijk kiest – bijvoorbeeld – een Unilever er voor om miljoenen tonnen aan nieuw plastic te gebruiken.” De VOORZITTER: “Mevrouw Moester heeft een interruptie.” Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil hier toch graag even op reageren. Meneer De Ridder kaart hier grote, misschien wel landelijke problemen aan. Problemen die structureel fout zijn in Nederland. Dat snap ik ook. Dat ben ik op bepaalde hoogte met u eens, maar niet helemaal. U bent er heel extreem in. Maar, mijn vraag is dan: wat wilt u dan veranderen voor Zutphen? U probeert dat systeem te veranderen en dat lijkt mij dus heel moeilijk.
Maar, kunt u niet meehelpen met het veranderen van problemen in Zutphen om zo te kijken naar oplossingen in plaats van het in structuren te zoeken die je misschien over dertig jaar pas kan veranderen?” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Dat is nu precies het probleem. Dat wij hier als politiek meegaan in een frame waarin alles de schuld is van het individu. En dat je als individu effect hebt op het feit dat er miljoenen kilo’s aan afval de verbrandingsoven ingaan. Dan heb ik liever dat we eerlijk zijn naar onze inwoners en zeggen: “Je kunt scheiden tot je ‘n ons weegt, zo goed je best doen om je hoeveelheid afval te verkleinen, maar, uiteindelijk wordt het grootste deel gewoon weggegooid.” Dan ben ik liever een partij, en een gemeente, die eerlijk zegt: “We gaan met z’n allen betalen omdat jij daar als individu weinig invloed op hebt” dan dat we nu nog het individu bijna als consument, of als consument, de hele tijd gaan bevragen over iets waar hij of zij geen invloed op heeft.” De VOORZITTER: “Mevrouw Moester.” Mevrouw MOESTER: “Ja, wij zijn allebei een landelijke partij. Dus, ook op landelijk gebied kunnen wij deze punten aanhalen, dingen verbeteren en onze strijd leveren voor deze punten. Maar,
250
ik vind wel dat je het allebei kan doen. Je kunt aan de Zutphense bewoner vragen om afval te scheiden, want het meeste afval wordt gewoon gescheiden. Ik weet niet waar je die informatie vandaan haalt dat het allemaal op één berg komt. Dat is gewoon niet zo. Er wordt steeds meer gerecycled en hergebruikt. Circulus-Berkel is er op ‘n hele fantastische manier mee bezig, dus ik zou ook die partij willen ondersteunen met het werk wat zij doen, namelijk: veel meer hergebruiken en ook zorgen dat je minder afval krijgt. Ik denk dat je beide kanten moet doen. Dus, landelijk zorgen dat je dingen verandert, maar ook lokaal toch echt wat veranderen. Want, ik vind dat u niets verandert in Zutphen met alleen maar actie voeren.” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Nou, dank u wel voorzitter. Ik hoor hier eigenlijk alleen maar steun voor mijn voorstel. We zorgen er 1) voor dat mensen niet persoonlijk belemmerd worden met het aanbieden van hun afval, wat ervoor kan zorgen dat mensen ook makkelijker hun afval aan de straat gaan zetten. Punt 2) - Wij willen ervoor zorgen dat mensen uiteindelijk minder betalen en dat er dus geen financiële barrière meer is. En 3) - Ik ben het volledig met u eens dat er wat in het gigantische systeem moet veranderen. Maar, laten we dan niet voorliegen aan onze inwoners dat zij er daadwerkelijk wél invloed op hebben.
Ik vind het tot op zekere hoogte toch wel een beetje een Stockholmsyndroom van de bestaande machtsstructuren.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Als ik toch mag inbreken. Bij het Stockholmsyndroom waar wij als linkse, GroenLinkse Partij aan lijden, volgens de SP ... Ik heb toch even een vraagje voor u, meneer De Ridder. Het is gewoon duidelijk, wij staan lijnrecht tegenover elkaar. Maar, u komt toch een beetje over als de SP’er die de waarheid in pacht heeft. Dat u er zéker van bent dat uw wijze hier in Zutphen de juiste is en de enige is. Heeft u echt dat idee?” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ik heb samen met de SP’ers die wij hier in de afdeling hebben, inderdaad het idee dat daadwerkelijke grote veranderingen moeten plaatsvinden op afvalbeleid. En dat we dat dus niet zo op het consumentengedrag kunnen aanpakken. Je moet daarvoor grote systeemveranderingen hebben. Met ons initiatief zijn de meeste huishoudens toch beter af dan met jullie voorstel om uiteindelijk meer lasten aan mensen op te leggen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, voorzitter. Dan vind ik het toch jammer dat de SP, die heel erg tégen systemen is en het algemene en het brede en het grote, hier dit toch wel heel erg als een algemeen en groot systeem aanpakt.
Waar wij als GroenLinks dit toch echt wel zien als een lokale, per wijk verschillende aanpak en dat op een andere manier onderzoeken. Dus, ja jammer. Ik had gehoopt dat we misschien iets dichter bij elkaar zouden komen. Maar, ik merk dat wij alleen maar verder van elkaar af komen te staan. Dus, hier wil ik het bij laten, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag naar aanleiding van je algemene inleiding en reactie op het coalitieakkoord. Ik heb nog erg zitten nadenken hoe het vorige coalitieakkoord er dan uitzag, waar jullie je handtekening onder hebben gezet. Ik zag eigenlijk geen verschil, qua concreetheid van doelen. Maar, mijn vraag richt zich eigenlijk op ... U geeft aan, dat we zo de afgehaakte kiezer niet terugkrijgen. Hoe wilt u dat dan realiseren? Want, de afgelopen jaren hebben we met jullie inbreng binnen de coalitie eigenlijk ook de tribunes niet gevuld zien worden.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.”
251
De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Daar ben ik het volledig mee eens. Veel mensen haken ook gewoon af, mede door de landelijke politiek en de lokale politiek. De grootste problemen zijn gewoon voor die mensen dat zij zich niet gehoord voelen en dat de lokale politiek geen oplossing heeft voor de problemen die zij ervaren. Als het aan ons ligt, gaan we er eerst voor zorgen dat de lasten lager worden. Nou, daar hebben wij het afvalvoorstel voor liggen. We gaan ervoor zorgen: dat de wachtlijsten voor sociale woningbouw, waar mensen tot wel zeven jaar op staan, kleiner worden; dat mensen daadwerkelijk het gevoel hebben dat er een betaalbare woning voor hen is in een schone buurt; men niet bang hoeft te zijn om het einde van de maand de rekeningen niet te kunnen betalen. Dan zul je meteen zien, dat er toch een soort van breuk is met de trend die er de afgelopen jaren is geweest, dat je mensen ziet die een gevoel hebben alsof de politiek er voor hen is. Uiteindelijk, kunnen we het ook gewoon zien in de opkomst van de laatste verkiezingen, in de wijken waar het over het algemeen met de economische positie beter gaat, gaan mensen meer stemmen. Deze mensen hebben meer vertrouwen. Hopelijk kan ik u daarin vinden dat we er gewoon voor gaan zorgen dat al die problemen die ik net aankaart, opgelost gaan worden.
En als andere reactie op: ‘De SP heeft meegeregeerd.’ Ja, en wij hebben een paar hele concrete dingen veranderd, waardoor bijvoorbeeld thuiszorgmedewerkers hier voor de eerste keer in jaren weer op de tribune zaten. Dat huurders het gevoel hadden dat de politiek weer iets kon doen. Als het aan ons ligt, gaan we dat de komende vier jaar nog vaker doen en met nòg meer mensen. Hopelijk zorgt u ervoor, want u bent uiteindelijk een coalitiepartij, dat die verandering er ook komt.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Ik denk dat we hier als collega’s in de raad de verantwoordelijkheid niet bij een ander moeten leggen. Niet bij het College, maar bij onszelf. Ik zie hier in de raad geen verschil tussen coalitie- en oppositiepartijen. Ik vind het ontzettend leuk om te horen dat u eigenlijk ook aangeeft, dat we daar de samenwerking in zullen moeten zoeken. Ik hoop dat we over vier jaar kunnen zeggen: “Goh, we hebben die afgehaakte kiezers inderdaad teruggekregen bij een stuk belangrijk werk wat wij hier proberen te verrichten ten aanzien van alle inwoners.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder, gaat u verder.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Nog even een reactie op GroenLinks, want uiteindelijk willen wij hetzelfde.
Uiteindelijk willen wij dat ons afval netjes wordt behandeld en willen we ervoor zorgen dat er minder rotzooi in de natuur komt. Maar, dat kunnen we niet met onze huidige systemen doen. Vandaar, ik vind het een beetje een makkelijk punt wat mevrouw Westerik aanhaalt, over dat wij alleen maar ageren, ageren, ageren. Ik vind dat als je oppositie voert tegen plannen, dan moet je ook met een alternatief komen. Dat alternatief ligt er. Uiteindelijk is het voor de gemeente kostenneutraal. Zorg ervoor dat de sterkste schouders de meeste lasten dragen en dan kunnen we ervoor zorgen dat uiteindelijk één van die lasten die inwoners nu ervaren, lager wordt. Want, naast dat het 1 juli is en dus ook Keti Koti, is het dus ook de dag van de jaarlijkse huurverhoging die is binnengekomen. Vandaag hebben huurders waarschijnlijk het slechte nieuws gekregen dat hun huur hoger wordt. Ik zou het een mooi signaal vinden als we als raad kunnen zeggen: “We zorgen voor lastenverlichting voor een hele grote groep inwoners.” Uiteindelijk, terugkomend op de moties. Dat wilde ik ook nog even doen, maar ik ben blij met de interrupties. We zien gewoon heel erg, dat de bevolking, de samenleving, vraagt naar radicale veranderingen. Die radicale veranderingen betekenen vaak dat je een trendbreuk moet plegen. Die trendbreuk, merken wij, moet ook komen vanuit de gemeenschap zelf; dat ten eerste.
Maar, we kunnen het met een paar voorstellen wel eens zijn en met een paar voorstellen niet. Dat
252
betekent dus grotendeels, dat we ... We zullen het zo wel zien welke we precies steunen en welke niet. Uiteindelijk hoop ik dat de coalitie toch wat meer lef wil tonen en voor radicale veranderingen durft te kiezen. Ik zie dat mevrouw Westerik is teruggekomen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, ik had even ‘n vraag. Want, ik was hier in mijn termijn helemaal niet aan toegekomen. Maar, als we kijken aar de motie 8.n, van de SP, ten aanzien van het sociaal minimum van de energietoeslag. Hoe staat u er tegenover om de motie over te laten aan het College en hen met een voorstel te laten komen in de najaarsnota?” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Dit is wat wij als SP als sociaal minimum zien. Of de raad het er mee eens is? Dat hoop ik wel. Maar, als dit een oproep is voor het nieuwe College om te zeggen: “We willen van 130 procent sociaal minimum naar een hoger getal,” dan vind ik dat mooi. Maar, we zullen ‘m alsnog gaan indienen.” Mevrouw WESTERIK: “Als u ‘m alsnog gaat indienen, dan kunnen wij ‘m niet steunen. Dan wil ik wel alsnog aan het College vragen of wij hier in de Najaarsnota wat mee kunnen en of dit ook betaalbaar is en hoe het eruit ziet. Ik vind het voor nu echt een beetje te kort door de bocht om daar nu al een klap op te geven. Ik zal dat toch wel echt mee willen nemen naar de Najaarsnota.
De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dat vind ik uiteindelijk helemaal goed, mevrouw Westerik. Er is zelfs gezegd dat wij weinig op beleid gaan doen vandaag. Maar, het is nu juist wel het moment voor veel mensen waarop de lasten stijgen en dat wij ook een alternatief bieden voor deze mensen. Afsluitend zal het zo zijn, dat wij als SP altijd met een alternatief komen. Kritiek is makkelijk als je oppositiepartij bent, maar alternatieven bieden moet altijd zo zijn. Daarmee kom ik - denk ik – aan het einde van mijn termijn? Of mensen moeten nog echt vragen hebben over wat wij voorstellen? Nee? Oké, mooi.” De VOORZITTER: “Dank u, meneer De Ridder. Dan gaan we volgens het lijstje verder met Burgerbelang.” (Audiopositie 04:05:45) Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. In het kader van minder papiergebruik heb ik deze keer dus ook even mijn laptop meegenomen. Dus, ik hoop dat het goed gaat en niet al mijn tekst van het scherm verdwijnt. Er is veel gezegd, veel input geleverd vanuit u, waarvoor dank. Er is positief-kritisch, denk ik, gekeken naar het coalitieakkoord en het is logisch dat daar wat vraagtekens bij zijn gezet. We horen geluiden dat concrete plannen hier en daar ontbreken. Wat ons betreft, is dat vanzelfsprekend voor een akkoord op hoofdlijnen.
Hier is bewust voor gekozen omdat we ruimte willen creëren om het gesprek met u allen aan te gaan om plannen te maken voor de komende vier jaar. Er zijn ook wat vragen gesteld richting Burgerbelang. Ik denk dat het belangrijkste punt, wat het vaakst is genoemd, over de windmolens gaat. In het plan staat dat er maximaal zes kunnen staan, wat in dit geval betekent dat er maximaal drie bij kunnen. Er staan nu al drie windmolens op de betreffende plek en verder is er - als het aan Burgerbelang ligt - ook geen ruimte voor windmolens op andere plekken in de gemeente Zutphen.” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.”
253
De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Dan ben ik wel benieuwd hoe Burgerbelang aankijkt tegen de procedure rond de Raad van State en de geloofwaardigheid als gemeente Zutphen, en als overheid, in dit geval. De SP refereerde net aan het gebrek aan vertrouwen in de overheid. Als wij hier die drie windmolens doorzetten, dan wordt dat beeld alleen maar versterkt. Wat vindt u daarvan?” Mevrouw ROERDINK: “Ik snap uw punt, meneer Van Dijken. Bedankt voor uw vraag. Het lastige is dat de Provincie nu in de lead is. Wij als raad kunnen alleen aangeven wat de kaders zijn waarbinnen de windmolens geplaatst kunnen worden. Ik denk dat die ook duidelijk in het coalitieakkoord staan. Het afwegingskader moet er zijn. Dat betekent ook, dat de inwoners dus ook inspraak hebben over wat er gebeurt en op welke plek. Daarnaast moet het duurzaam rendement opleveren en moet het juridisch zijn onderbouwd. Zolang hier nog geen sprake van is, denk ik, dat wij hier niet in kunnen meegaan.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, het vorige College heeft nog een brief gestuurd aan de Provincie met het verzoek: “Joh, stel het alsjeblieft uit tot wij ons afwegingskader fatsoenlijk hebben opgesteld.” Bovendien komt het Rijk nog met landelijke regelgeving als het gaat om, bijvoorbeeld, de afstand van bebouwing in relatie tot de tiphoogte van die windmolens.
Waarom wacht u daar niet gewoon op?” De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Ik vraag mij af in hoeverre deze discussie nu zinvol is, aangezien dit maandag op de agenda staat? Van de raad? Ja, provinciaals ...” De heer VAN DIJKEN: “Oh, dan wacht ik daarop!” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u voorzitter. Ik ben een beetje ‘confused’. Volgens mij, hoor ik u zeggen, dat er maximaal zes windmolens komen en dat er dus drie bijkomen. Dus, de drie huidige blijven nog bestaan?” Mevrouw ROERDINK: “Op dit moment hebben we gezegd, dat er in dat gebied maximaal zes windmolens passen. Er staan er al drie. Dus dat zou betekenen dat er drie bij \geplaatst kunnen worden.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, op dat moment, dat triggert mij altijd … Afgelopen dinsdag waren wij met de hele fractie in Eefde om ons te informeren. Daar was uw collega, de heer Siemes, en wij hebben heel duidelijk gehoord dat die drie windmolens die daar nu staan eigenlijk weggaan. Dus, als je dit nu al weet, als dit nu al verteld wordt, waarom is dit uw antwoord op dit moment als u weet dat het in de toekomst al anders gaat gebeuren?” Mevrouw ROERDINK: “Uiteindelijk zit er - volgens mij - inderdaad, een afschrijvingstermijn op de windmolens. Ik kan niet precies vertellen wat daar de datum van is.
Dat is volgens mij aan de persoon bij wie de windmolens nu op het grondgebied staan om te bepalen wat er met die windmolens gaat gebeuren. Daar heeft de gemeente, naar mijn weten, volgens mij weinig invloed op.” Mevrouw ACKERMANS: “Wij hebben toch invloed, voorzitter, op de vergunning en of het daarna weer vernieuwd mag worden op dezelfde plek? Dat kunnen wij toch nu al vooruitdenken wat wij daarmee gaan doen? Dan blijft het voor ons heel raar. Wij waren het als Burgerbelang eens: geen windmolens. Geen windmolens erbij. Nu staat u hier en komen er windmolens bij. Dat rijmt niet.”
254
De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. Ik kan alleen maar zeggen: als er windmolens bijkomen, is het als er wordt voldaan aan het afwegingskader, de juridische kaders en als het duurzaam rendement oplevert.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dus, dat u uw kiezers heeft verteld dat er geen windmolens bijkomen, dat klopt dus niet?” Mevrouw ROERDINK: “Niet op de manier zoals het de afgelopen tijd is gegaan.” De VOORZITTER: “Meneer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Ik heb eigenlijk dezelfde vraag. Want, voor de verkiezingen, tijdens de vorige raadsperiode, Burgerbelang: “Geen windmolens, Zutphen is te klein.” Nu zien wij in het coalitieakkoord dat jullie daar wél mee instemmen en dat er wél een mogelijkheid is voor windmolens. Waarom die draai? Dat is mijn vraag.” De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Dan treed ik ook in herhaling met mijn antwoord. We waren het niet eens met de manier waarop de windmolens in de vorige plannen waren geplaatst. Wat we nu zeggen, is dat als er windmolens worden geplaatst, moeten deze aan duidelijke voorwaarden voldoen, zoals in het coalitieakkoord staat. Op die manier kunnen we ermee instemmen dat er maximaal zes windmolens in totaal komen te staan.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Gaat u verder.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik ook meteen door naar de moties.
Het zijn er ‘n boel. Ik zal er snel doorheen proberen te gaan. De motie van de Stadspartij: betrokkenheid inwoners bij de gemeente. In het coalitieakkoord staat dat we een aanvalsplan maken om inwoners weer te betrekken bij de lokale democratie. Dus, wat ons betreft een sympathieke, maar overbodige motie. Hetzelfde geldt voor de toetsstenen voor de besluiten van het College. Het vergt extra werk en ik denk dat we ons allemaal wel scherp kunnen houden als het gaat om het vormen van beleid. Jongerenlintje van de VVD, ook een sympathieke motie. Ik denk dat het meer passend is voor de Jongerenraad, maar ik ben benieuwd hoe u hier zelf tegenaan kijkt. Wij denken ook te vragen aan u, de vraag die mevrouw Westerik al heeft gesteld, met hoe haalbaar is het, ook als we kijken naar buurtgemeenten waar we weten dat het enthousiasme onder jongeren niet zo groot is wat betreft het krijgen van een lintje. Dan de moties van de Partij voor de Dieren. Even goed kijken. Met betrekking tot de motie voor de wethouder kunnen wij niet mee instemmen. Wij hebben een wethouder op Natuur en klimaat en daar past het wat onzes inziens prima onder. Daarnaast zit er een stukje kostendekking wat nog niet is meegenomen.
Dan hebben we de motie ‘Carnivoor, geef het door.’ Vooropstellend dat Burgerbelang zich heel goed realiseert ...” De VOORZITTER: “Mevrouw Vellema, gaat uw gang.” Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Ik wou even ingaan op de motie voor de wethouder voor dierenwelzijn. Het gaat om een portefeuille dierenwelzijn bij een van de wethouders. De
255
dekking is zo, dat er een wettelijke taak ligt bij de gemeente voor dierenwelzijn. Er is vorig jaar al een begroting gemaakt van € 59.600. Dus, dat is er al. Wat wij heel fijn zouden vinden, is als er één aanspreekpunt is voor dierenwelzijn. Omdat het inderdaad gaat over een beleid wat meerdere portefeuilles raakt. Eén aanspreekpunt lijkt ons heel erg fijn voor raadsleden, maar ook voor inwoners. Zij hebben ook allemaal te maken met dieren. Dus, wat ons betreft, is het een prima toevoeging en waarom zou je het niet doen?” De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. Op dit moment zien wij de meerwaarde er niet van in. Juist omdat het verdeeld is over verschillende beleidsterreinen wordt het – denk ik – een bureaucratische rompslomp om alles terug te voeren tot één portefeuille en daarom tot één persoon.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vellema.” Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn natuurlijk een andere mening toegedaan. Dat is uw mening, dat mag uiteraard ook. Maar, ziet u niet de meerwaarde in, dat mensen bij één persoon terecht kunnen? Terwijl er eigenlijk al dekking is, hè? Er is al een budget nu! Is dat niet handiger voor iedereen om dat te doen? Wat is het bezwaar om het dan zo te doen, als er dekking is en het een wettelijke verantwoordelijkheid voor de gemeente betreft?” Mevrouw ROERDINK: “Ik snap uw punt.
Of het handiger is, zou ik graag aan de wethouder willen overlaten in dezen. Vanuit ons gezien, denk ik dus dat het integraal in het coalitieakkoord voldoende geborgd is om aan dierenwelzijn te voldoen.” Mevrouw VELLEMA: “Oké, dank u wel. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Prima. Gaat u verder.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel. Dan de motie ‘Carnivoor, geef het door.’ Misschien wilt u blijven staan. Maar, laat ik voorop stellen dat Burgerbelang zich realiseert dat wij, de huidige bewoners van deze wereldbol, ons gedrag met betrekking tot de natuur moeten aanpassen. Het is niet voor niets dat we trots zijn op het coalitieakkoord dat veel gaat over onze manier van handelen op de wereldbol en over datgene wat wij zullen doorgeven aan onze nakomelingen. Wij zullen deze motie niet steunen. Want, wij zijn van mening dat de gemeenteraad voor veel grotere opgaven staat op het gebied van natuur en duurzaamheid. Laten we ons richten op deze grotere opgaven en ons minder bezig houden met, in onze ogen, deze vorm van symboolpolitiek. Waar wij liever voor pleiten is dat wij als gemeente Zutphen ons inzetten om uitsluitend vlees, vis en gevogelte te gebruiken met het kwaliteitskeurmerk voor vlees, vis, gevogelte en schelpdieren.
Keurmerken voor vleesliefhebbers die het dierenwelzijn hoog achten om te zorgen dat niet een kleine minderheid de meerderheid beïnvloedt in wat er wordt gegeten.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vellema.” Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil daar graag even op reageren, uiteraard. Onze ecologische voetafdruk – wordt ook duidelijk genoemd in het coalitieakkoord – kunnen wij op veel manieren verkleinen. Nu is het bedrijfsvoering, wonen en bouwen geïmplementeerd en dat is prima. Want, we moeten inderdaad iets doen aan onze ecologische voetafdruk. Maar, waar we grote stappen mee kunnen maken, is een ander voedselpatroon en wel een plantaardig voedselpatroon. Ik geef een voorbeeld. Voor één kilo biefstuk is 25 kilo voer nodig. Dat is niet efficiënt. Bovendien is er een enorme uitstoot. Het Amazonegebied verdwijnt door de
256
dierenvoedselproductie. Het zijn grote stappen die we kunnen maken met een heel kleine aanpassing in de standaard. Dat levert echt heel veel op. Het is een prima idee van oud-senator D66, Henriëtte Prast. Wij sluiten daar heel graag bij aan. Het is een kleine moeite. Er is keuzevrijheid, dus als je biologisch vlees wilt eten, dan kan dat allemaal. Dat is geen enkel probleem. Maar, het levert wel wat op. Het is uitgezocht dat tachtig procent gaat voor de stille keuze en dus voor de duurzame keuze in plaats van de niet-duurzame keuze. Vandaar dat wij dat ook zeer bepleiten.” De VOORZITTER: “Dank u wel.” Mevrouw ROERDINK: “Ik heb geen vraag gehoord. Dus, ...?” De VOORZITTER: “Nee, daarom. De heer Sommer.” De heer SOMMER: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben toch wel benieuwd, want ik hoor dan Burgerbelang praten over symboolpolitiek. Alleen … volgens mij, hebben wij ook in het coalitieakkoord een tekst opgenomen over een goed voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid. Hoe valt dan een goed voorbeeld geven op dit thema te rijmen met: ‘Hier gaan wij niet in mee, symboolpolitiek’? Daar ben ik ook wel benieuwd naar.” Mevrouw ROERDINK: “Wat ik al heb gezegd, is dat we nu met een kleine minderheid de meerderheid proberen te beïnvloeden met het zeggen wat ze gaan eten. Ik denk dat het inderdaad een meningsverschil is. Vlees, vis en gevogelte hoeft echt niet iedere dag.
Daar kunnen wij ons in vinden. Maar, om nu te zeggen, dat wij moeten doorgeven dat wij een stukje vlees willen hebben, dat gaat ons te ver.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Voorzitter, ik ga toch nog een ultieme poging wagen. Mevrouw Roerdink, kent u het principe omdenken?” Mevrouw ROERDINK: “Ja, zeker.” Mevrouw WESTERIK: “Wat vindt u daarvan?” Mevrouw ROERDINK: “Het kan werken op sommige vlakken.” Mevrouw WESTERIK: “Kunt u mij uitleggen waarom het hier niet zou werken?” Mevrouw ROERDINK: “Ik kan wel nog een keer in herhaling treden, maar ik weet niet of de raad daar waarde ...?” Mevrouw WESTERIK: “Nee, volgens mij, is dit een heel concrete vraag.” Mevrouw ROERDINK: “Wat ik zei, op dit moment gaat het ons te ver dat de minderheid gaat bepalen wat de meerderheid wil eten en dat door moet geven.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, maar dat slaat niet op omdenken.” Mevrouw ROERDINK: “Welke kant wil u uit, mevrouw Westerik?” Mevrouw ROERDINK: “Nee, jullie zijn dus principieel, blijkbaar, ergens op tegen. Dan heb ik liever dat u dat zegt, want dat bespaart de moeite van het debat. Dan dat we nog een kiertje van ‘n opening zien om u over de drempel te trekken met uw partij, om vanuit omdenken te
257
kijken hoe je op die manier, eigenlijk op een heel simplistische manier, toch wel een grote stap kan zetten richting een betere ecologische voetprint.” Mevrouw ROERDINK: “Ik durf niet te zeggen dat er een principiële mening is. Maar, wat ons betreft, is het nu wel te vroeg voor deze motie. Ik denk dat er over drie jaar meer kans voor is.” Mevrouw WESTERIK: “Maar, als er over drie jaar kans voor is, dan zou ik u toch écht oprecht nu willen vragen om toch overstag te gaan, Dit is echt voor het verbeteren ... Ja, ik heb kinderen. Ik heb er drie waar ik voor zorg in deze wereld. Dit soort kleine stapjes, zijn we al vijftig jaar mee bezig om die verandering te krijgen. Het zou heel mooi zijn als we vandaag, op 1 juli 2022, samen met Burgerbelang dit kunnen steunen zodat we echt een concrete stap, voor al die kinderen die na ons en later hier in de zaal - als wij vergrijsd en oud zijn - voor ons moeten gaan zorgen, dat wij nu al een beetje voor hen gaan zorgen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Ik moet toegeven, u weet het heel goed te vermarkten. Ik snap uw punt ook. Maar, op dit moment kunnen wij niet instemmen op deze motie. Puur omdat het echt de minderheid is. Ik verwacht dat er over een aantal jaren een grotere groep is die standaard vegetarisch eet.
Maar, op dit moment willen wij niet dat de minderheid besluit over de meerderheid.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik, het is nu genoeg. Gaat u verder.” Mevrouw ROERDINK: “Ja, ik had op nog meer moties wat punten, maar ik twijfel even gezien de tijd of dat nog heel handig is. Ik zal er proberen kort doorheen te gaan. De SP, afval als gemeenschappelijk probleem aanpakken. We weten dat jullie tegen het grondstoffenplan zijn. Dus ik zou willen zeggen: ‘Wacht even het grondstoffenplan af.’ Daarmee zijn jullie niet geholpen, ik denk alleen niet dat de manier waarop het nu is onderbouwd, de afvalproductie ook daadwerkelijk stimuleert. We zullen hier tegen stemmen. Behoud initiatiefvoorstel betaalbaar wonen - Daar zullen wij tegen stemmen. Ik denk dat dit goed in het coalitieakkoord staat. Fietsstad Zutphen. Mooie motie. Wij zien veiligheid wel als een breder punt. Ik denk dat dat, deze breedte, in het coalitieakkoord goed terugkomt. Ik ga er even doorheen hoor, anders ga ik overal een toelichting geven. (...) Even kijken. Ik ben nog wel benieuwd naar een toelichting op de motie van de ChristenUnie met betrekking tot vergrijzing. Als ik het zo snel lees, denk ik dat we het ermee eens kunnen zijn. Maar, ik ben nog even benieuwd naar een extra toelichting. Met betrekking tot het openbaar toilet, zijn we benieuwd hoe de wethouder hierin staat.
Het staat natuurlijk al gedeeltelijk in het coalitieakkoord benoemd. Maar, ik vraag mij af hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Met betrekking tot het behoud van Kinderboerderij De Schouw. Het belang van kinderboerderij De Schouw begrijpen wij en ondersteunen wij zeker. We zijn benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Ook vanuit ons het verzoek om even goed te kijken of het Zutphens ontwikkelnetwerk hier opgenomen moet worden in de motie. Dan wil ik het voor nu even hierbij laten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we verder met de Partij voor de Dieren.” (Audiopositie 04:23:15) Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met onze condoleances over te brengen aan mevrouw Kleinrensink en de fractie GroenLinks. Daarom wil ik het ook wat korter houden, want zij hebben nog wat te doen hierna. Ik wil eerst alle partijen bedanken voor hun verhelderende inbreng. Fijn om te horen waar de aandachtspunten liggen bij iedereen. Woorden als systeemverandering, duurzaamheid en
258
lange termijn, klinken ons als muziek in de oren, moet ik zeggen. Ook al zijn ze soms misschien op een andere manier bedoeld. Maar, daar staan wij ook zeker voor. Ik ga iets zeggen over de moties waar we op tegen stemmen. De andere moties benoem ik niet, want daar zijn wij in principe, op dit moment, nog voor. Ik begin eerst met de motie hanteren Zutphen sociaal minimum energietoeslag. Het advies van het Rijk, de inkomensgrens, is om 120 procent te hanteren. In Zutphen is het al hoger. Het advies van het Rijk om aan te sluiten bij het standaard lokaal minimumbeleid. Dus, houden we het op 130 procent. De toeslag is een Rijksmaatregel en de gemeente is slechts een doorgeefluik. Mocht het Rijk méér willen doen, dan zal de PvdD-Kamerfractie en wij dat van harte ondersteunen en uitvoeren. De volgende motie waar we tegen stemmen, is de motie ‘Volledig behoud initiatiefvoorstel betaalbaar wonen’. Wij weten niet goed of het klopt wat zij beweren. Wij zijn benieuwd naar een reactie van de wethouder. Anders stemmen wij tegen. Dan hebben we de motie kwartiermaker zorg. Dit is een heel sympathiek doel, maar we stemmen alleen voor als het College erop toeziet dat het plan van aanpak eerst aan de raad voorgelegd wordt voordat het wordt uitgevoerd. We willen ook graag een kostenraming opnemen in de begroting. De kinderboerderij. We vragen deze motie aan te houden.
Voor we akkoord gaan met de financiering, vinden wij dat het aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Wij zijn namelijk van mening dat er geen fokprogramma moet zijn bij kinderboerderijen. Wij zijn niet helemaal op de hoogte of dit zo is. Wij willen graag dat het gekoppeld is aan het Kinderboerderijbesluit. Daar zijn bepaalde eisen in opgesteld van hoe dieren gehouden worden en hoeveel ruimte zij krijgen. Voordat we die toezegging hebben en er duidelijkheid over is, kunnen we daar nog niet over instemmen. Het sympathieke doel van de lintjes. Op zich is dat sympathiek, maar voor deze lintjes moeten kinderen ook voorgedragen worden, hebben wij begrepen. Dan hebben we eigenlijk altijd een beetje de kinderen die op de voorgrond staan. Er zijn veel kinderen die minder zichtbaar, maar ook heel goed werk verrichten. Denk aan families met taalachterstanden, of mensen die de weg niet kennen om zich zo aan te melden. Deze kinderen lopen dus een grote kans op uitgesloten te worden van dit soort lintjes. We begrijpen heel goed dat ... Het is een prima plan in concept, maar we vinden daarbij het risico op uitsluiting veel te groot. We zien liever dat de VVD komt met een concept waarbij àlle kinderen in beeld zijn. Tot zover onze moties waar we op tegen zijn. Wat ik al zei: we zijn in principe voor de overige moties, maar daar gaan we nog verder over ...
Ik krijg nu een seintje van mijn fractiegenoot, maar ... Oké, er is nog meer! Natuurlijk is er nog meer. Eentje waar ik zelf ook erg achter sta. Sorry. De motie over de industriehaven. Volgens mij, hebben we bij een eerdere inbreng al gezegd waarom wij daar niet voor kiezen. Met name omdat de stikstofdepositie Natura2000 wordt vergroot en het schadelijk is voor het onderwaterleven. Ik heb daar in een eerdere bijdrage al het een en ander over verteld. Wij blijven bij die mening. Oké, dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar de PvdA, mevrouw Moester.” (Audiopositie 04:28:05)
Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil iedereen bedanken voor de inbreng. Ik heb alles wat iedereen heeft gezegd goed gehoord ten aanzien van het coalitieakkoord. Ik heb een aantal kritische noten gehoord van enkele partijen. Over die onderwerpen ga ik graag binnenkort in debat. Ik merk dat het College aan zet is, de wethouders zijn aan zet, om uitvoering te geven aan het coalitieakkoord. Het is inderdaad een heel ambitieus plan. Voor onze fractie geeft het wel ‘n heel duidelijk heldere richting. Met name ook dankzij de toetsstenen, waar alle beslissingen aan getoetst worden. Dus, de ambitie is groot omdat er veel onderwerpen zijn en de uitdagingen waar wij voor gaan, zijn natuurlijk ook groot. Vandaar dat er veel onderwerpen in staan. Ik heb er het volste vertrouwen in dat het College hier met man en macht mee aan de slag gaat. Even richting de SP: wij maken ons ook zorgen over de opkomst van vijftig procent bij de gemeenteraadsverkiezingen. Daar zijn wij als partij wel degelijk van bewust. We willen daar graag iets aan doen. Daarom wordt er vooral gesproken over het vollopen van de publiekstribune. Ik