Handelingen 01-03-2021 en 02-03-2021 Raad Zutphen
Tekst van het document
Als de wethouder alle betrokken partijen niet zo lang de tijd geeft, maar bijvoorbeeld maar twee maanden de tijd geeft - in twee maanden moet er toch voldoende kunnen gebeuren - en direct daarna beslist en eventueel werkt met voorschotten, dat je voorkomt dat de pot leeg is voor degene die te laat is gekomen en dus te laat maalt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Ten Broeke.” Wethouder TEN BROEKE: “De heer Krans noemt zo even twee maanden. Dat klinkt heel redelijk, maar we weten van een aantal culturele organisaties dat het water aan de lippen staat en zelfs twee maanden kan net te veel zijn. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Ik heb nog geen beter alternatief gehoord dan wat we nu hebben voorliggen. Dus ik zou u echt willen aanraden om het op deze manier te doen.” De VOORZITTER: “De heer Krans.” De heer KRANS: “Ik noemde niet voor niets ook het werken met voorschotten. Dat kan het probleem dat de wethouder nu signaleert natuurlijk fluitend oplossen. Nogmaals: ik ben vreselijk benauwd dat die negen ton die beschikbaar is, op gaat aan drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien partijen die als eerste komen en vervolgens zijn er nog elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien die géén subsidie krijgen. Dat kun je voorkomen met het systeem wat ik net schets. Een probleem echter is, dat de raad geen bevoegdheid heeft om deze subsidieregeling te wijzigen.
De begrotingswijziging afkeuren en voor volgende week te vragen om een nieuwe regeling, vind ik nogal een zwaar middel.” De VOORZITTER: “Ja, dat begrijp ik. Even kijken. Mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “De wethouder antwoordde zojuist op mijn vraag dat er verder nog niets is toegezegd. Alleen, ik moest even denken aan het stuk dat in de krant heeft gestaan van wethouder Matser, een tijdje geleden, waarin hij zei dat € 740.000,= vanuit de coronagelden beschikbaar was gesteld aan onder andere De Hanzehof, het museum en het zwembad. Dat geld waarover wethouder Matser het had, is dat dìt geld of is dat dan geld uit een ander potje? Dat vroeg ik me even af. Misschien heb ik het verkeerd begrepen.” De VOORZITTER: “Wie van de twee? Wethouder Ten Broeke.” Wethouder TEN BROEKE: “Wat ik erover kan zeggen, wethouder … Kijk, het document dat mevrouw Schriks aanhaalt uit januari, gaat om een complete inventarisatie van alle schade in onze gemeente als gevolg van corona en waarbij we moeten nadenken over compensatie. Waar we
134
het nu over hebben, is alleen de regeling voor alleen de culturele organisaties, waar we alleen dit budget voor beschikbaar hebben. Dit stuk uit januari is een complete lijst en daar werden ook totaalbedragen genoemd waar we mee hadden te maken en ook totaalbedragen die vanuit het Rijk gecompenseerd werden.” De VOORZITTER: “Oké. Ik zie wethouder Matser nog.” Wethouder MATSER: “Het is alweer zó lang geleden. Ik moest even nadenken. Het klopt wat mevrouw Schriks zegt, alleen ... De krant had moeten opschrijven: “gereserveerd”, en dat is iets anders dan dat we het al hebben uitgegeven of toegezegd. Dat was inderdaad de lijst die ook bij u bekend is, waarin we een aantal bedragen voor instellingen hebben genoemd, maar dat waren niet de bedragen die we al hadden toegezegd, maar een lijstje met verschillende instellingen en verschillende bedragen. Ik heb daar willekeurig drie voorbeelden van genoemd. Die gelden zijn nog niet uitgegeven.” De VOORZITTER: “Oké. Ik denk dat de wethouders nu alles hebben beantwoord en u alles heeft gevraagd. De heer Jansen.” De heer JANSEN: “De heer Krans heeft nog een vraag gesteld aan de wethouder en dat gaat over een eventuele voorschotbetaling.
Ik ben wel benieuwd of daar sprake van is en mócht daar sprake van zijn, dan zal dat in de regeling meegenomen moeten worden of niet.” De VOORZITTER: “Wethouder Ten Broeke.” Wethouder TEN BROEKE: “Ik wil dat echt voorkomen, want dat wordt een enorm papierwerk en we hebben nu juist een poging gedaan om zo snel mogelijk deze regeling tot stand te brengen en ook in gang te zetten. Juist met de werkwijze van voorschotten … Die kennen we wel op andere manieren. Daar ben ik geen fan van. Dat levert juist rompslomp op die we willen voorkomen.” De heer JANSEN: “Daar ben ik het mee eens, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank. Helder. Wenst de raad stemming over dit voorstel? Meneer Krans.” De heer KRANS: “Het moge duidelijk zijn, dat GroenLinks de cultuur in Zutphen buitengewoon belangrijk vindt. Gelet de reactie van de wethouder, stel ik voor om ofwel morgenavond te besluiten over dit onderwerp of om nu even een korte schorsing te houden.” De VOORZITTER: “Ik kijk graag even in de kring rond. Handje omhoog voor degenen die willen dat het morgen wordt besloten. Als ik niet genoeg handjes zie, ga ik zo toch over tot stemming. Ik zie alleen mevrouw Schriks met de hand omhoog. Verder praat ik even door. Ik vraag: als mensen graag willen … Ik zie niet genoeg handjes om dit voorstel te honoreren. Ik wacht nog even, maar ik merk dat de raad gewoon wil stemmen. Dat is mij duidelijk.
Meneer Krans.” De heer KRANS: “Ik had twee voorstellen. Het ene voorstel was naar morgen, het andere was nu een korte schorsing.” De VOORZITTER: “Een schorsing is prima. Hoe lang heeft u nodig?” De heer KRANS: “Twee minuten.”
135
De VOORZITTER: “Nou, dat zou mooi zijn. Ik rond het naar boven af, vijf minuten. Om 22.05 uur gaan wij verder.” De vergadering wordt enkele minuten geschorst. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 01:02:00)
De VOORZITTER: “Ik heropen de vergadering en geef de heer Krans het woord.” De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. De schorsing heb ik gevraagd na uw aankondiging dat er een stemming zou volgen. Ik leg graag een stemverklaring af, maar ik weet niet of nu het goede moment is of dat u nog andere plannen had.” De VOORZITTER: “Oké. Volgens mij, moet ik nu het hele lijstje weer af. Ik denk dat dit wel iets is waar we over willen stemmen. Goed, dan gaan we dat doen. Dan geef ik nu eerst de vloer voor stemverklaringen. Ik begin met meneer Krans.” De heer KRANS: “Voorzitter, GroenLinks stemt in, zij het met de kanttekening dat de volgende keer tijdig overleg met de raad toch wel erg gewenst is, vooral om ervoor te zorgen dat ingrijpende beslissingen over subsidieplafonds of volgorde van binnenkomst, tijdig besproken wordt met de raad en daardoor breed gedragen wordt. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Ook de VVD stemt in met het voorstel zoals het nu voorligt, maar wil daarbij wel de kanttekening maken dat wij er dan ook vanuit gaan dat er geen toezeggingen of wat dan ook zijn gedaan; dus dat het volledige bedrag op dit moment nog ter beschikking staat.
Ook wij zeggen - net als mijn voorganger van GroenLinks zojuist heeft gezegd - we zouden graag willen dat wanneer er vanuit het Rijk weer een subsidie voor cultuur beschikbaar wordt gesteld, dat we daar zo snel mogelijk van op de hoogte worden gesteld, zodat we het ook kunnen uitgeven aan hetgeen waarvoor het is bedoeld. Verder zullen wij het proces nauwgezet volgen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Wij zullen ook vòòr stemmen, maar wel met een kanttekening. We zien de noodzaak dat snel gehandeld moet worden en er geen twee maanden de tijd is om te wachten tot iedereen een aanvraag heeft ingediend. Wij willen echt een appèl op het College doen om ervoor zorg te dragen dat niemand, maar dan ook niemand, buiten de boot valt omdat het geld op is en dat het geld naar degene gaat die zich als eerste heeft gemeld.” De VOORZITTER: “Prima. Meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter, de Stadspartij gaat akkoord met dit voorstel, maar met onze kanttekening dat alle culturele partijen de gelegenheid krijgen om zich te kunnen inschrijven. Mochten er partijen zijn die dat niet binnen de gestelde termijn kunnen halen, dan verzoeken wij de wethouder er wel rekening mee te houden en daarmee terug te komen naar de raad.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Om dezelfde reden dat de VVD instemt, stem ik níet in met dit voorstel. Ik vind de beantwoording van de vraag door de wethouder nog steeds onvoldoende en ik zal niet instemmen.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel. Meneer Manders.”
136
De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. De PvdA gaat graag akkoord met dit voorstel, met de kanttekening, die ook de heer Boersbroek aanhaalde, namelijk dat we proberen inzichtelijk te krijgen welke partijen zich nièt op tijd hebben kunnen aansluiten bij deze aanvraag en of daar dan eventueel hulp voor nodig is. Ik hoor het graag. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Heb ik nu alle partijen aan het woord gehad?” De heer DE RIDDER: “U hebt ons nog niet gehad, voorzitter. Ik kan namens de SP zeggen, dat we vòòr het voorstel zijn.” De VOORZITTER: “Oké. Ik zit ondertussen met de griffier te beraadslagen of ik nou toch nog die stemming moet doen. Ik ga gewoon het lijstje doen. Ik noem uw naam en u noemt gewoon op vòòr of tegen.” De heer DE GROEN: “Vòòr.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” Mevrouw MÜLLER: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr.
De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Vòòr.” De heer VERSCHURE: “Vòòr.” De heer SIEMES: “Vòòr.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Vòòr.” Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” De VOORZITTER: “Dat betekent, dat het voorstel is aangenomen met 27 stemmen voor en éé tegen.” Besluit: Aangenomen. Het voorstel is met 27 stemmen voor (GroenLinks, VVD, KiesLokaal, Stadspartij, PvdA, CDA, BewustZW, SP, D66) en 1 stem tegen (ChristenUnie) aangenomen. Er is een stemverklaring afgelegd door: GroenLinks, VVD, KiesLokaal, Stadspartij, PvdA, CDA, BewustZW, SP, D66, ChristenUnie.
10
WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HEIDSREGIO NOORD- EN OOST-GELDERLAND GRIFFIENR. 2021-0006
VEILIG-
137
(Audiopositie 01:09:05)
De VOORZITTER: “Dan gaan we door met agendapunt 10 ‘Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland’. Wie wil hierover het woord voeren? De heer Krans.” Eerste termijn De heer KRANS: “Een ontzettend saai onderwerp. Het is heel laat. Dus daarom heb ik vanmiddag rond vijf uur al rondgemaild wat ik op dit agendapunt wilde zeggen, zodat iedereen zich erop kon voorbereiden en het debat wellicht heel klein kan zijn. Het is exact hetzelfde gesprek wat we vorig jaar met Tribuut hadden, toen de raad tegengestemd heeft. Mijn voorstel is om ook nu weer tegen te stemmen. Wij moeten ons aansluiten bij een werkgeversvereniging omdat de ambtenarenstatus is gewijzigd. Men wil het oplossen met een generieke oplossing, een generieke bevoegdheid die de VNOG zichzelf voorhoudt, namelijk de bevoegdheid om stichtingen op te richten, verenigingen op te richten, bv’s op te richten en zich daar al dan niet bij aan te sluiten. Die bevoegdheid zou betekenen, dat de raad weer verder op afstand gezet wordt. In het voorstel staat weliswaar dat dan nog steeds de toestemming van de raad nodig is, maar dat is niet zo. Het is dan voldoende als de VNOG aan de verschillende gemeenteraden vraagt om wensen en bedenkingen aan te leveren. Op die manier zet je de uitvoering heel ver op afstand.
Ik mag de oud vicepresident van de Raad van State – Herman Diederik Tjeenk Willink – citeren, die herhaaldelijk roept hoe gevaarlijk het is om de uitvoering op afstand te zetten. Ik zie bovendien in het voorstel geen enkele redengeving voor een algemene bevoegdheid voor dit specifieke probleem. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Brouwer.” De heer BROUWER: “Voorzitter, D66 sluit zich hierbij aan. Als we hiermee akkoord gaan, dan kom er een algemene bevoegdheid in de regeling en dat is eigenlijk helemaal niet nodig. De algemene bevoegdheid betekent, dat de wet op de GR van toepassing wordt en dat betekent dat we als raad alleen nog maar wensen en bedenkingen kunnen aanleveren over zo’n besluit. Dat lijkt ons voor de rol van de gemeenteraad onwenselijk. Dus, wij zijn tegen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, ik ben het met de eerste twee sprekers eens. Als zodanig zijn we dan ook tegen dit voorstel, als het zo ver komt vanavond.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Het komt zeker zo ver. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ook Kies Lokaal ziet geen meerwaarde in deze wijziging, zeker als het er in de praktijk op neerkomt dat wij op afstand worden gezet.
Daarom zullen wij er niet mee instemmen.” De VOORZITTER: “Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, ik ben buitengewoon benieuwd naar de reactie van de wethouder op hetgeen net is gesteld door de heer Krans en ook door de heer Brouwer. Is het inderdaad waar? En waarom kiest de wethouder dan toch voor deze lijn? Kan dat toch even toegelicht worden?” De VOORZITTER: “Even kijken. Meneer Pelgrim.”
138
De heer PELGRIM: “Wij hebben dezelfde vraag als de heer Brunsveld. Waarom kiest de wethouder daar dan voor, als het al in het algemene reglement staat en de VNOG dit eigenlijk niet nodig heeft? Ik ben heel benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Anders zouden wij tegen zijn.” Reactie College (Audiopositie 01:13.30 Track 2) Burgemeester VERMEULEN: “Volgens mij, is hier geen wethouder aan de orde, maar is dit mìjn portefeuille. Alle gemeenten zitten in het bestuur van het AB en het DB stelt dit voor. Het klopt wat u zegt: u kunt wensen of bedenkingen uiten. Als u dat niet voldoende vindt, dan stemt u tegen. De vraag is natuurlijk wel of dat ook wordt gevolgd door andere gemeenten. Anders gaat het natuurlijk toch gewoon door. Dat is het lot van een gemeenschappelijke regeling. Dus, ik heb daar zelf niet zo veel op in te brengen. Dit is gewoon het verzoek vanuit het DB van VNOG. Ik snap dat ook. Zo doen we dat met heel veel voorstellen. Ik snap ook dat u het niet wilt, dus I rest my case, zullen we dan maar zeggen. De VOORZITTER: “Wat mij betreft, hebben we hier nu voldoende over gewisseld. Meneer Van Dijken.” Tweede termijn De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik vind het toch een beetje een bijzonder standpunt wat u inneemt, mevrouw de burgemeester.
Wat is uw mening dan over de bevoegdheid van de raad in dezen? Vindt u dat de raad zich moet beperken tot de bedenkingen en wensen? Of vindt u dat de raad een nog grotere inspraak zou moeten hebben in dit soort situaties?” Reactie College tweede termijn (Audiopositie 01:14:45 Track 2)
Burgemeester VERMEULEN: “Ik vind dat echt iets waar de raad zélf over gaat. Nogmaals: ik vind dit een prima voorstel, want het zal in de praktijk zo zijn, dat we altijd naar de raad toekomen. Ik heb niet het idee, dat dit zal worden misbruikt. Nogmaals: u heeft recht op uw eigen afweging hierin. Daar treed ik gewoon helemaal niet in. Ik stel voor dat we dan wederom gaan stemmen. Meneer Krans.” De heer KRANS: “Aan de ene kant is het helemaal fout, maar aan de andere kant moeten we er geen foute beweegredenen achter zien. Er zitten namelijk helemaal geen beweegredenen achter. Wat er is gebeurd, is dat er gewoon een of andere jurist daar denkt: “Dit is een handige manier om dit specifieke probleem op te lossen.” Dat was ook zo bij Tribuut. Ik heb me daar toen zeer diep in verdiept. Andere gemeenschappelijke regelingen hebben datzelfde specifieke probleem opgelost met een specifieke oplossing. Er zit helemaal geen zware drijfveer of beweegreden achter, maar het is daarom niet minder fout dat de raad verder op afstand komt van de uitvoering. Daarom vraag ik er toch meer aandacht voor. Ik hoop dat voor u en de andere wethouders bij een volgende gemeenschappelijke regeling geldt dat áls het op de agenda staat, er gewoon even aandacht voor is. Dan laat u de raad ook in de kracht van de raad. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Ik ga hem even andersom stellen: is er iemand die wèl voor dit voorstel is? Als dat zo is, ga ik namelijk het lijstje weer af. Als dat niet zo is, wat ik een beetje voel, dan niet. Meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Voorzitter, de PvdA is voor het voorstel vanwege de inhoud. Juridisch is er misschien nog een en ander op af te dingen, zoals de heer Krans heeft aangegeven, maar inhoudelijk gezien, zijn wij wel voor het voorstel.”
139
De VOORZITTER: “Oké. Dan ga ik het rondje weer maken.” De heer DE GROEN: “Tegen.” De heer DE RIDDER: “Tegen.” Mevrouw MÜLLER: “Tegen.” De heer MÜLLER: “Tegen.” De heer BROUWER: “Tegen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Tegen.” De heer RUTTEN: “Tegen.” De heer LOGEMANN: “Tegen.” De heer KRANS: “Tegen.” Mevrouw DOLFING: “Tegen.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Tegen.” Mevrouw ACKERMANS: “Tegen.” Mevrouw VAN WAMEL: “Tegen. De heer BRUNSVELD: “Tegen.” De heer BOERSBROEK: “Tegen.” De heer PELGRIM: “Tegen.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer JANSEN: “Tegen.” De heer VAN DIJKEN: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” De heer PETEROFF: “Tegen.” Mevrouw SCHRIKS: “Tegen.” De VOORZITTER: “Dat betekent dat er vier stemmen voor zijn en 24 tegen en het voorstel het niet heeft gehaald.”
Besluit: Verworpen. Het voorstel is verworpen met vier stemmen voor (PvdA) en 24 stemmen tegen (GroenLinks, VVD, KiesLokaal, Stadspartij, ChristenUnie, CDA, BewustZW, PvdA, SP, D66)
11
KADERNOTA VNOG 2022-2025
GRIFFIENR. 2021-0003 (Audiopositie 01:19:22 Track 2)
De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 11, de kadernota van de VNOG. Wie wil hierover het woord voeren? Niemand wil hierover het woord voeren. Dat betekent dat we unaniem instemmen met de kadernota. Dan hamer ik deze af.” Besluit: Aangenomen.
140
12
NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID 2020-2025 GEMEENTE ZUTPHEN GRIFFIENR. 2021-0009 (Audiopositie 01:19:49 Track 2)
De VOORZITTER: “Dan gaan we door naar de nota Lokaal Gezondheidsbeleid. Dat was al even een vraagteken. Ik kijk even door de agenda, ook gezien de tijd.”
13
INITIATIEFRAADSVOORSTEL STRATEGISCH KADER BEVOLKINGSSAMENSTELLING GRIFFIENR. 2021-0014
De VOORZITTER: “Agendapunt dertien is ingetrokken.” Besluit: Ingetrokken.
14
GGD NOG UITGANGSPUNTENNOTA 2022 GRIFFIENR. 2021-0002 (Audiopositie 01:20:50)
De VOORZITTER: “Dan zijn wij nu bij agendapunt 14 ‘GGD NOG uitgangspuntennota 2022’. Veertien is, volgens mij, eenvoudig. De raad dient een zienswijze in om eigenlijk complimenten uit te delen aan de GGD. Wilt u daar nog het woord over voeren? Meneer Pelgrim.” Eerste termijn De heer Pelgrim: “Dank u wel, voorzitter. Ik vind het fijn, dat nu een zienswijze tot stand is gekomen en dat het College die heeft opgesteld voor de raad. Er staat één woord in dat ik graag wat anders zou willen zien. Er staat ‘epidemie’ in en ik zou graag ‘pandemie’ zien. Daar spreekt ook de GGD over. Dus, ik zou graag dat woord vervangen, want epidemie klinkt toch wat kleiner dan pandemie. Dat zou ik graag anders zien in de zienswijze.” De VOORZITTER: “Oké. Dat gaan we dan op uw voorstel wijzigen. Ik neem aan, dat niemand daar bezwaar tegen heeft? Dat betekent, dat wij agendapunt 14 accorderen. Besluit: Aangenomen.
14.a Schorsing 1 maart 2021 De VOORZITTER: “Dan kijk ik even naar de klok. Het is zeven minuten voor half 11. We gaan het zeker niet halen. We zitten inmiddels al drie uur te vergaderen. Dan kunnen we ook kijken wat we nu precies met agendapunt 12 aan moeten. Dat zou betekenen, dat we morgen beginnen bij 12 en dan doorgaan met alle moties die er liggen. Dat is eigenlijk mijn voorstel, waarbij het dan een gegeven is, dat wethouder Ten Broeke pas vanaf negen uur kan aansluiten. Ik zou willen vragen, of u kunt instemmen met mijn voorstel.
141
Ik zie allemaal mensen die het niet erg vinden om gewoon morgen in alle rust verder te vergaderen. Dat lijkt me ook recht doen aan alles wat er nog ligt. Dat betekent, dat wij gaan afronden. Ik dank u allemaal enorm voor uw inzet. Ik had vandaag eigenlijk willen beginnen met een compliment aan de raad, maar dat doe ik dan nu aan het eind. Ik wil een compliment maken. Het is vandaag nationale complimentendag en ik weet dat u allemaal heel hard werkt in uw raadslidmaatschap en ook de Forumleden, natuurlijk. Dus, ik dacht: ik deel daar eens een welgemeend compliment voor uit. Dus, daar kunt u straks heel lekker op slapen. Dan sluit ik nu deze vergadering. Tot morgen allemaal.” De vergadering wordt geschorst op 1 maart om 22.30 uur en hervat op dinsdag 2 maart 2021 om 19.30 uur
VOORTZETTING RAADSVERGADERING OP 2 MAART 20212 Agendapunten 15, 16 en 17 zijn op 2 maart behandeld.
18
MOTIE: STOP LICHTVERVUILING IN ZUTPHEN GRIFFIENR. 2020-M0036 (Audiopositie 00:00:00)
De VOORZITTER: “We beginnen met meneer Pelgrim. Gaat uw gang.” Eerste termijn De heer PELGRIM: “Voorzitter, ik wil deze motie even toelichten. Voorzitter, Nederland is één van de meest verlichte landen ter wereld. Al dat licht verstoort het natuurlijk gedrag van mens en dier. Wie de nachtelijke satellietbeelden erop naslaat, ziet dat Nederland tot de meest verlichte landen van de wereld behoort. Als je de satellietfoto van Zutphen ziet, zie je Zutphen ook oplichten op die foto. Dat is treurig, maar het is niet het enige gevolg van het overmatig lichtgebruik. Lichtvervuiling heeft ook een negatieve invloed op het welzijn van dier en mens. Het licht dat de mens ’s nachts de wereld in slingert, is niet natuurlijk. Kunstlicht heeft ’s nachts een verregaande ontwrichtende invloed op de levenscycli van allerlei organismen. Het is een vervuiling van de natuurlijke omstandigheden. De ernst van de lichtvervuiling heeft niet alleen te maken met de mate waarin licht gebruik wordt, maar ook met het type licht. Veel mensen zagen de komst van LED-licht als een manier om efficiënter en goedkoper met licht om te gaan. Het tegendeel bleek het geval. Doordat LED-licht goedkoper is, zijn mensen het alleen maar méér gaan gebruiken. De uitgaven gingen naar beneden en het LED-licht bleef min of meer gelijk.
Wit LED-licht, het meest gebruikte licht in kantoorpanden en reclameborden, beslaat bovendien een groot deel van het lichtspectrum. Veel biologische processen reageren slechts op een deel van dat spectrum. Doordat LED-licht een dermate breed gebied van golflengte beslaat, belemmert het meer processen dan warm licht, werkt het meer ontwrichtend, onderdrukt het de aanmaak van melatonine en schopt het de natuur in de war. Voorbeelden: nachtvlinders worden aangetrokken door het licht en zijn daardoor een makkelijker prooi voor dieren die vlinders eten. Als gevolg daarvan verdwijnt de nachtvlinder langzaam in Nederland. Ook veel insecten oriënteren zich ’s nachts op natuurlijke lichtbronnen. Overmatig gebruik van kunstlicht schopt hun richtingsgevoel in de war, waardoor ze nauwelijks meer toekomen aan het zoeken van voedsel of hun voortplanting. Maar, waarom zijn mensen geneigd om hun omgeving overdadig te verlichten? Dat wordt verklaard door het gevoel van veiligheid dat het licht creëert. Bij veel bedrijven zijn ’s nachts de lampen aan, in de veronderstelling dat het inbrekers weert. Maar een verlicht pand is lang niet altijd een minder inbraakgevoelig pand. Als licht ’s nachts aanflitst bij ongewenst bezoek, is het effect veel groter. Het motto moet zijn: licht waar het moet, donker waar het kan.
142
Er zijn slimme mogelijkheden om dit te organiseren: reclameborden die automatisch dimmen, fietspaden waar het licht meebeweegt met de fietser et cetera. Daarnaast levert het tegengaan van lichtvervuiling ook economisch geld op. Energiekosten worden lager, energieverbruik wordt minder, lampen gaan langer mee. Ja, besparing is ook iets wat past bij de agenda van de energietransitie en maakt de leefomgeving beter. Wij vragen het College in onze motie op de eerste plaats om naar het eigen nachtelijke lichtgebruik te kijken, in gesprek te gaan met bedrijven, ondernemers en instellingen over de verlichting in de nacht. Ook vragen we om met nieuwe bedrijven binnen Zutphen, die zich vestigen, in de vergunningverlening rond de bouw van nieuwe bedrijven, een verlichtingsplan mee te nemen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik begrijp dat ook BewustZW mede-indiener is van de motie. Dan lijkt het me netjes om meneer Jansen eerst nog het woord te geven.” De heer JANSEN: “Voorzitter, een goede constatering van u. Inderdaad maak ik graag even gebruik van een aanvulling. De heer Pelgrim heeft nadrukkelijk het voortouw hierin genomen en dat steunen wij. In die zin zijn we ook mede-indiener. Waar ik even aan wil refereren, is dat vaker in de gemeenteraad aandacht is gevraagd voor dit fenomeen en ook aandacht is gevraagd aan het College.
Ik zie deze motie dus ook als een nieuwe impuls voor het huidige College om de stappen die ze zet om meer verlichting om te zetten in LED-verlichting, daarbij nog expliciet te gaan kijken, naar datgeen de heer Pelgrim ook heeft aangegeven. Ik weet dat ook vanuit GroenLinks hier al stappen zijn ondernomen door met name Kees Luesink, destijds als wethouder. Maar, dat is allemaal weggezakt, naar mijn idee, en dat heeft een nieuwe impuls en een nieuw vliegwieleffect nodig. Vandaar deze motie en ondersteuning daarin.” De VOORZITTER: “Prima. Dank u wel. Dan ga ik de ronde maken. Meneer Peteroff.” De heer PETEROFF: “Dank u wel, voorzitter. Deze motie is mij uit het hart gegrepen en ik vermoed dat dit ook geldt voor de rest van de VVD. Maar, we zouden wel graag een aanpassing zien. Die aanpassing zal ik u uitleggen. Het gaat om punt 3, namelijk de vergunningplicht. Kijk, ook de VVD is voorstander van terugdringing van de lichtvervuiling en dat is ook een goede zaak. Daarom is de VVD ook blij, dat de gemeente wordt opgeroepen om iets te doen aan de lichtvervuiling van haar eigen gebouwen. We zien dat dat nog wel wat aandacht behoeft. In Leesten kun je op straat ’s nachts gewoon een boek lezen bij al die lantaarnpalen die d’r staan, maar die schenk ik GroenLinks.
Verder is het zo, dat we het heel fijn vinden dat de indieners van de motie oproepen om in gesprek te gaan met ondernemers, bedrijven en instellingen om te kijken: wat kun je daar nou aan doen, aan die lichtvervuiling? Dan kom ik toch bij punt 3, want daar staat dat je bij elke vergunning een lichtplan zou moeten indienen. Daartoe wordt het College opgeroepen. Daar heeft de VVD wel wat vraagtekens bij. Ten eerste, zien we dat daar de instellingen worden overgeslagen, terwijl instellingen wel degelijk ook in dat rijtje horen van lichtvervuiling, denk ik. Maar ook: wat is een vergunning? Hier staat eigenlijk dat als ik een parkeervergunning aanvraag en ik toevallig een bedrijf heb, dat ik ook een lichtplan moet inleveren. Nu zal het vast niet zo zijn bedoeld, maar wist u – en de heer Jansen hint daar al terecht op – dat er ook al heel veel geregeld is. Zo hebben we bijvoorbeeld in 2008 een motie gehad van het CDA en GroenLinks waaruit de EML-regeling is voortgekomen, die ook weer is ingebed in de Wet Milieubeheer, uit mijn hoofd. Daar is al ontzettend veel geregeld. Het voert een beetje ver om dat nu allemaal te gaan uitleggen. Daarbij zal dan ook blijken, dat ik er ook niet alles van weet, maar wat daar bijvoorbeeld ongeveer kort samengevat in staat, is, dat als je een lamp vervangt, dan moet er LED voor in de plaats komen.
Nu hoorde ik meneer Pelgrim al zeggen: “Dat gebeurt ook allemaal wel, dat LED, maar dat leidt niet tot een vermindering van lichtvervuiling, maar alleen tot een vermindering van kosten.” Nou, daar kan ik ook nog wel in mee, maar mijn bezwaar vanuit de VVD is dat als je gaat kijken naar de administratieve lastendruk op ondernemers, waar eigenlijk de instellingen bij horen …
143
Als je dit tot staand beleid maakt, dan betekent dat ondernemers tot in lengte van jaren enorme plannen moeten indienen om lichtvervuiling tegen te gaan, terwijl dat misschien maar om een bepaalde groep vervuilers gaat die je heel goed … Daar roept ook punt 2 toe op, namelijk het in gesprek blijven gaan met díe ondernemers en instellingen die het betreft. Daar voelt de VVD toch wel meer voor. Dus, ‘n goede motie, maar graag punt 3 eruit, want jarenlang ondernemers verplichten … Al die vergunningen die ze al moeten aanvragen ... Wéér een extra administratieve handeling er bovenop, is echt wel veel gevraagd, terwijl de wet- en regelgeving op dit punt op een aantal gebieden al best duidelijk is. Dat is mijn oproep.” De VOORZITTER: “Volgens mij aardig compleet, meneer Peteroff. De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Laat ik met de conclusie beginnen. Wij zullen als GroenLinks waarschijnlijk wel voor deze motie stemmen, maar we hebben nog wel een aantal vragen en wachten de antwoorden nog even af. Het is zo, dat lichtvervuiling op zichzelf een duurzaamheidsthema is dat ons zeker aanspreekt en waarin we ook al eerder actief zijn geweest: ook in de raad en landelijk als GroenLinks. Toch steekt het schril af bij de grote opgave waar we op dit moment mee bezig zijn, zoals de energietransitie of het Grondstoffenplan.
In die zin had lichtverontreiniging bij ons niet de allerhoogste prioriteit, maar gelukkig is het zo, dat de heer Pelgrim zich ook heeft laten interviewen in De Stentor en daar bleek – waar hij nu helemaal niet aan refereert – dat zijn motie ook uitgelegd werd in termen van energiebesparing. Dan is het voor GroenLinks ook zeker interessant om zo meteen vòòr te stemmen. De vragen die ik bij deze motie heb, zijn enerzijds aan de heer Pelgrim gericht, namelijk, waarom hij in De Stentor zoveel nadruk legde op energiebesparing, terwijl de motie toch vooral over lichtverontreiniging gaat. Ik zie daar toch wel een heel andere benadering. Dus, misschien dat hij nog heel even kan toelichten wat nu éigenlijk zijn motieven zijn bij deze motie. Ik heb nog een vraag aan de wethouder en die gaat vooral over enerzijds het dempen van licht in de gemeentelijke gebouwen die niet gebruikt worden. Ik zou zeggen: dat lijkt mij heel normaal gedrag. Dat doen we bij ons thuis ook: als we niet in een kamer zijn, dan gaat daar het licht uit. Is er een speciale reden voor, dat in gemeentelijke gebouwen het licht blijft branden terwijl iedereen naar huis is? Dan de tweede vraag aan de wethouder over het vergunningenstelsel waar deze motie om vraagt.
Is dat in de ogen van de wethouder ook uitvoerbaar en verwacht hij dat ondernemers daar veel problemen mee hebben, zoals de heer Peteroff eigenlijk ook al hint? Dat zijn de vragen die ik heb. Afhankelijk van de antwoorden die daarop volgen, zullen wij vòòr of tegen stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat we eerst de ronde helemaal maken en dat dan de heer Pelgrim en vervolgens wethouder Matser reageren zodat we de vragen kunnen bundelen. Dan ga ik verder met de heer De Ridder, SP.” (Audiopositie 00:11:10)
De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. We hebben als fractie natuurlijk naar de motie gekeken en het klinkt fantastisch als wij met z’n allen die lichtvervuiling aanpakken waardoor we mogelijk meer van de natuur en meer van de sterren om ons heen kunnen zien. Alleen ... er schuurt wel even één ding. Ik hoor net de VVD praten over last bij de ondernemers. Nu zullen wij als SP niet zomaar beginnen over last bij de ondernemers, maar wat we wel een belangrijk punt vinden, is het in gesprek blijven gaan – dat is punt 2 en punt 3 – met bedrijven, ondernemers en instellingen. Dat zullen onze ambtenaren gaan doen, waarvan wij denken: willen wij onze ambtelijke capaciteit nu echt gebruiken om constant met ondernemers in gesprek te gaan? “Goh, wilt u dat McDonaldsbord alstublieft even uitzetten na negen uur?” Het lijkt mij dat die tijd beter gespendeerd kan worden. Zolang we dat punt blijven zien van ambtenaren die door de stad gaan fietsen om te kijken waar een bord uit kan, denken wij dat deze motie niet handig is en daardoor ook bijna een tegengestelde werking gaat hebben.
144
Ik vraag aan de indiener: zou het mogelijk kunnen zijn, dat we de motie zo aanpassen dat we geen ambtelijke capaciteit gaan gebruiken? Dan zullen we ermee instemmen. Als dat niet het geval is, dan zullen we tegen stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Van Wamel.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Wij zien eigenlijk wel meerdere voordelen aan deze motie. Het gaat om een stuk bewustwording. Het gaat om energiebesparing en het om het tegengaan van lichtvervuiling. We hebben wel een paar kanttekeningen. De VVD had het daarstraks ook al even over punt 3. Het lijkt me handig, dat erbij staat dat het gaat om relevante vergunningen. Dan lijkt het me een heel geschikt moment om in gesprek te gaan over een lichtplan. Nog een kanttekening daarbij: soms eisen ook verzekeraars van bedrijven dat er verlichting is en dat kunnen ze dan ook aangeven, lijkt mij. Verder vinden we het een goede motie. We zullen vòòr stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure, Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, eigenlijk kunnen we het alleen eens zijn met het eerste punt wat er staat: kritisch kijken naar het eigen lichtgebruik. Dan kijk ik ook naar ons als raadsfracties. Ik kom regelmatig in het oude stadhuis en dan zijn er ook meerdere lampen die nog branden. Dus, als we daarmee beginnen, denk ik dat het goed is.
Ik denk dat we als gemeente kunnen kijken naar onze eigen panden: waar kunnen wij lampen uit doen als we er niet zijn? We hebben natuurlijk een nieuw verlichtingsplan in Zutphen gekregen, wat ook een forse besparing met zich mee heeft gebracht: de LED-verlichting buiten. Als dat allemaal goed is ingeregeld, óók voor de nieuwbouwwijken, zoals de heer Peteroff net aangaf: in Leesten kun je midden op straat een boek lezen in de nacht. Wellicht dat daar iets met slimme verlichting op termijn kan gebeuren. Om de ondernemers nu weer met nieuwe vergunningaanvragen te gaan opzadelen zoals de heer Peteroff ook zei - dààr zitten wij niet op te wachten. Daarbij sluit ik me aan bij de heer De Ridder die zegt: “Moeten wij hier onze dure capaciteit aan spenderen?” Dus, kortom: kritisch kijken naar het eigen lichtgebruik: ja, daar zijn we groot voorstander van. Gedragsverandering zal bij de ondernemers moeten komen en dan wordt iedereen wijs en hebben we minder lichtvervuiling. Wij zullen dus tegen deze motie stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar meneer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. De motie is meer dan sympathiek, laat ik daarmee beginnen. De stellingen die worden genoemd, zijn wel heftig, moet ik eerlijk zeggen. Ik heb dat zelf niet zo ervaren. Ik heb zelf bij de politie gezeten en licht is wel degelijk een veiligheidsgrond.
Vergunninghouders krijgen bij een verzekering ook vaak te horen … Als ze het licht niet goed hebben, krijgen ze geen verzekering of betalen een hogere premie. Dus, het is niet even makkelijk om dat aan te sturen. Ik vind dat men mensen moet geleiden. Dus, ik ben het ook niet eens met punt 3, dat het in de vergunning moet zitten. Je moet juist ondernemers meenemen in het gesprek, dat toch wel een paar keer per jaar voorkomt, omdat het over andere zaken gaat waardoor de gemeente in contact is met een ondernemer. Dus, haal dat punt 3 er in ieder geval uit. Die ambtenaren waar we het over hebben, gaan niet op dat fietsje rondfietsen. Wat ik al zei: we zijn regelmatig in gesprek met ondernemers waarbij al gesproken kan worden over: “Kunnen jullie meedenken?” Er hoeft niet per se een lichtplan neergelegd te worden. Dat is allemaal zonde van de tijd en het werk. We hebben een aantal jaren geleden meegedaan aan het Olympische Ringenproject met Hans Jaap Eijerkamp op de voorgrond. Voor één van de projecten is intelligente verlichting geïnstalleerd, onder andere in de Coehoornsingel bij De Hanzehof. Later is het parkeerterrein bij De Hanzehof aangelegd met verlichting die anticipeert op verkeer. Op die manier kunnen wij het hele lichtplan in Zutphen makkelijker in ons eigen beeld krijgen.
145
Het is een goed voorstel, alleen we zijn er nog niet. Niet op alle punten zijn we het eens.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Brouwer, D66.” De heer BROUWER: “Dank u, voorzitter. We begrijpen de gedachten achter de motie, maar het is inderdaad al eerder opgemerkt: bij punt 3 wordt een verplichting aan een bedrijf opgelegd. Ik weet niet of we daar nu zo blij mee moeten zijn, zeker niet in deze coronatijd. Bovendien komt de vraag naar boven hoe het nú is geregeld. Zijn er niet al verplichtingen bij het verlenen van bouwvergunningen waarin duurzaamheidsdoelstellingen zijn verwerkt? En weten de indieners dit? Dat zou ik wel eerst willen weten. En draagt zo’n verplichting echt bij aan het terugdringen van lichtvervuiling? Dat is het doel van de motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans, tot slot.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Het is inderdaad een hele mooie motie, wellicht om mensen zich bewust te laten worden van de enorme hoeveelheden licht die wij gebruiken. Ik ben het er helemaal mee eens dat wij als gemeente kritisch moeten kijken en vooral het goede voorbeeld moeten geven. Wat allemaal is gezegd over punt 3, dat beamen wij. Wij zouden dit er in ieder geval uit willen hebben. Wij horen ook graag van de indieners de antwoorden op de vragen die inmiddels al zijn gesteld. Behalve de gemeente en de ondernemers, heb ik eigenlijk nog een vraag.
Wij hebben een lichtkunstenaar in Zutphen: Herman Kuijer. Hij heeft voor twee tunnels een ontzettend mooi lichtschouwspel gemaakt met duizenden lampjes. Wij zijn daar – volgens mij – met een foto wereldberoemd om geworden in Zutphen. Maar moet dat soort lichtvervuiling dan ook weg, vraag ik me af. Dat zou ik wel graag willen weten van de indieners. Verder ben ik benieuwd naar alle antwoorden op de vragen die al zijn gesteld. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik eerst naar de heer Pelgrim om alleen even antwoord te geven op de vragen en daarna naar de wethouder.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik alle vragen goed heb genoteerd. Dan begin ik eerst met de vraag die de VVD stelde over het vergunningenbeleid. Er moet altijd een vergunning worden aangevraagd als er een nieuw bedrijf komt, maar het doel is dat een verlichtingsplan wordt meegenomen in die vergunning. Dus, geen vergunning voor het verlichtingsplan, maar dat het onderdeel is van de vergunning. Dus, dat is eigenlijk het aspect. Dat hoeft geen nieuwe bureaucratie teweeg te brengen, maar maak het onderdeel van het vergunningenbeleid bij het Bouwbesluit: hoe het bedrijf eruit moet zien, hoe het ingericht is. Dus, maak het onderdeel van het bestaande vergunningenbeleid. Dan GroenLinks: “Energiebesparing komt niet aan de orde.” Ik heb het heel even genoemd.
In De Stentor heb ik het ook genoemd. Energiebesparing is natuurlijk best een onderdeel daarvan. We besparen ook energie door minder verlichting, door meer dimmen en minder licht te gebruiken. Dat is ook een doelstelling. Dus, er zijn twee doelstellingen: minder licht. Laat het natuurlijker worden in Zutphen, maar laten we ook energie besparen door het eerder te dimmen en eerder het licht uit te doen en slimme verlichting te gebruiken. De SP had het erover dat dit ambtelijke capaciteit kost. Dat in gesprek gaan, hoeft niet altijd, maar dat in gesprek gaan, is in het natuurlijke gesprek wat we voeren met de ondernemers. Als we extra verlichting zien in de stad, dan nemen we dat mee in dat gesprek. Dus, maak het onderdeel van het bestaande beleid. Dus, dat verlichting ook een thema is om in gesprek te gaan. Het is niet: ga een nieuw gesprek aan. Nee, maak het onderdeel daarvan. Even kijken. Dan het veiligheidsaspect dat de PvdA noemde. Meneer Manders heeft bij de politie gezeten en denkt: veiligheid is alleen verlichting. Veiligheid is deels verlichting, maar als je op een fietspad zit en het licht gaat voor je aan en gaat achter je weer uit, dan is dat óók veiligheid. Als er wordt ingebroken bij een bedrijf en het licht gaat aan op het moment dat die inbreker het bedrijf binnengaat, is er óók veiligheid. Dus, je kunt ook op die manier verlichting slim gebruiken
146
zodat er toch verlichting is op het moment dat er incidenten gebeuren en dat de verlichting uitgaat op het moment dat het rustig is. Volgens mij, heb ik dan alle vragen beantwoord, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder.” Reactie College (Audiopositie 00:21:30) Wethouder MATSER: “Voorzitter, laat ik beginnen met de motie sympathiek te vinden en ook te zeggen dat de doelstellingen die erin staan, natuurlijk worden onderschreven. Minder licht en ook minder energiegebruik, daar zijn we natuurlijk vòòr. Maar, u hoort ‘m al aankomen. Ik sluit even aan bij de heer Jansen. Het is wel zo, dat de gemeente al jaren bezig is met het goed kijken naar verlichting in de gemeente. Zo hebben wij bijvoorbeeld ruim 9.000 lichtpunten in de openbare verlichting. Al sinds 2016 worden die grootschalig vervangen. Die vervanging loopt tot en met 2030, want om het goed te doen, kijken we vooral naar wat het natuurlijke vervangingsmoment is en dán gaan we, op dat moment, de vervanging toepassen. De armaturen worden allemaal vervangen door LED en ook door slimme verlichting; dus ze kunnen worden gedimd. Ze kunnen per straat worden gedimd of per wijk. Dat leidt overigens niet altijd tot hele tevreden reacties, want in de Bakkerstraat klaagt men steen en been over het feit dat er te weinig licht is, want men kan het sleutelgat ’s avonds niet meer vinden.
Dit is letterlijk gebeurd. Door de vervanging ontstaat ook meer eenheid in de armaturen. Het geeft ook nog eens een betere uitstraling. Dus, een win-win-situatie met die armaturen. Het bespaart ook onderhoudskosten. We hebben op dit moment 6.000 armaturen van de 9.000 vervangen. Dus we zijn behoorlijk op weg. Het resultaat is, dat we daarmee 32 procent aan energie op de openbare verlichting hebben bespaard, tot nu toe. Dus: 32 procent. De heer Pelgrim heeft het over: “We gaan meer licht gebruiken.” Er kan in ieder geval vanuit de gemeente worden gezegd, dat het leidt tot een behoorlijke besparing. Als het gaat om licht in de gemeentelijke gebouwen, hebben we natuurlijk altijd te maken met veiligheid. Het is al eerder genoemd door een aantal mensen, waaronder de heer Manders. Soms worden eisen gesteld, ook door verzekeraars, over binnen- en buitenverlichting. Dat is één. Maar, dat is soms een excuus en soms ook niet nodig. Dus, we zullen bijvoorbeeld naar het Henri Dunantgebouw gaan kijken, want daarvan stond een mooie foto in De Stentor bij het interview met meneer Pelgrim. Ik ben het met hem eens – als hij dat ten minste ook vindt – dat daar wel héél veel licht schijnt, ook in de nachtelijke uren. Dus, we gaan in ieder geval daarnaar kijken. Dan de ondernemers. De RVO is in 2019 gestart met een energiescan die verplicht is voor bedrijven.
Die energiescan kijkt naar het gebruik van energie en de mogelijkheid tot opwek. Dat is geen vrijblijvende scan. Dat is verplicht voor bedrijven die een bepaalde hoeveelheid energie verbruiken. Daar behoor je als bedrijf al heel snel toe. Dat hebben wij gefaciliteerd en in die zin zijn we ook toen al met ondernemers in gesprek gegaan. Dan praten we over 2019. Die gesprekken zijn er nog steeds. Dus energie is in de huidige gesprekken van bijvoorbeeld onze bedrijfscontactfunctionaris al aan de orde. We gaan daarin ook verder, zoals een smart grid. Alles komt ter sprake. Dus, we zijn al met ondernemers aan de slag. Het verlichtingsplan waar de heer Pelgrim het over heeft, is juridisch niet afdwingbaar. Dus wij kunnen als gemeente allerlei eisen stellen bij de vergunningsaanvraag die bijvoorbeeld met de Wet Natuurbescherming hebben te maken en met allerlei andere eisen, maar wij kunnen geen verlichtingsplan afdwingen. Zo is het mij in ieder geval verteld. Dus, dat kunnen we ondernemers wel vragen, maar het is geen verplichting. Als je jaarlijks wilt evalueren, zul je ook een nulmeting moeten hebben. Daar is wel degelijk ambtelijke capaciteit voor nodig en die heb ik op dit moment niet.
Dus, als de indiener wil dat we hier serieus mee aan de slag gaan door jaarlijks te evalueren – dat betekent dat al die gesprekken moeten worden gemonitord, moeten worden vastgelegd en er moet worden teruggekoppeld wat het uiteindelijk heeft opgeleverd – dan hebben we daar extra ambtelijke capaciteit voor nodig en vraag ik de indiener daar budget bij te leveren, want op dit moment kan ik het in de bestaande bezetting niet geregeld krijgen. Ik heb dat nagevraagd en dat gaat niet lukken. Ik zit nog even te kijken naar de vragen. Volgens mij, heb ik het aardig gehad.
147
De VOORZITTER: “Ja, dat dacht ik ook. Helemaal goed. Ik wil even kijken wie voor de tweede termijn nog wat wil inbrengen. Ik vraag iedereen wel om op de tijd te letten, want we hebben ook vanavond weer een volle vergadering. Even kijken. De heer Peteroff.” Tweede termijn (Audiopositie 00:27: 37)
De heer PETEROFF: “Dank u, voorzitter. Toch kort. Meneer Pelgrim had mijn vraag niet helemaal begrepen, maar het is wel degelijk zo, dat wij begrijpen dat het niet een nieuwe vergunning is, maar dat het een onderdeeltje wordt van een bestaande vergunning. Dat is nu precies waar we ons tegen verzetten. Dat kost ondernemers wel degelijk veel tijd. Gehoord het antwoord van de wethouder, denk ik dat hij wel heel duidelijk is geweest. Ik zou zeggen: schrap punt 3 en dan vinden wij het in ieder geval een mooie motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Brouwer.” De heer BROUWER: “Wij sluiten ons in dat opzicht aan bij de VVD-fractie. Wij vinden ook dat met het schrappen van punt 3, de motie eigenlijk wel sterker wordt. Als dat punt eruit wordt gehaald, kunnen wij ‘m zeker steunen.” De VOORZITTER: “Prima, dank u wel. Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “De beantwoording door de indiener vonden wij een beetje ondermaats. Dus daar zijn we niet van overtuigd en het verhaal van de heer Matser is ook goed, dus ook voor ons: punt 3 weghalen en dan stemmen we in.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Ook voor ons is punt 3 een punt voor aanpassing, maar ik wil ook wijzen op het antwoord wat de wethouder heeft gegeven bij punt 4, omdat hij daar nogal de nodige ambtelijke capaciteit voor nodig acht.
Ik zou de indieners dus ook willen aanraden om daar ook naar te kijken. Wellicht dat deze aanpassingen ertoe leiden, dat de motie beter kan worden aangehouden en de volgende keer in gewijzigde vorm kan worden ingebracht.” De VOORZITTER: “Volgens mij, kunnen we vanavond ook de motie wijzigen. Laten we vooral een beetje het tempo erin houden.” De heer LOGEMANN: “Dat mag van mij ook, voorzitter.” De VOORZITTER: “Daar geef ik in ieder geval de ruimte voor. De heer Manders.” De heer MANDERS: “Heel kort. Punt 3 en 4 eruit of in ieder geval wijzigen. Punt 3 zeker eruit. Dan zouden we 'm kunnen steunen.” De VOORZITTER: “Prima. Even kijken. Dan zie ik meneer Verschure nog.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, voor ons is punt 2 ook anders dan de heer Pelgrim zegt. Hij zegt: “In gesprek gaan met bedrijven”, maar het is meer het meenemen in de reguliere gesprekken met de bedrijven. Dus, als die aangepast wordt en punt 3 en 4 gaan eruit, dan kunnen wij ‘m wel steunen en anders niet.” De VOORZITTER: “Ik heb wel begrepen uit het antwoord van de heer Pelgrim dat dat het geval is.” De heer VERSCHURE: “Dat klopt, maar zo staat het niet in de motie.”
148
De VOORZITTER: “Nee. Oké. Even kijken. Dan heb ik iedereen gehad. Dan zou ik de Stadspartij en de heer Jansen aanraden om te kijken of de motie gewijzigd moet worden, want anders gaat hij het niet halen, denk ik. Wilt u daarvoor een schorsing?” De heer PELGRIM: “Graag, voorzitter, even een schorsing.” De VOORZITTER: “Ik hoop dat dat binnen vijf minuten kan. Dan beginnen we om 20.07 uur weer. Ik schors.” De vergadering wordt vijf minuten geschorst. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 00:34:20)
De VOORZITTER: “Ik hervat de vergadering en geef het woord aan de heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Voorzitter, ik moest nog even met mijn fractie spreken en heb met de medeindiener gesproken. We willen punt 3 uit de motie halen om zodoende een meerderheid te halen en om het in het reguliere gesprek mee te nemen onder punt 2. Dus, de motie als dusdanig aanpassen. En om een evaluatie mee te nemen in het jaarlijkse duurzaamheidsgesprek wat we regelmatig met de raad voeren. Dus punt 4 laten staan, maar daarin het jaarlijkse duurzaamheidsgesprek meenemen. Dus, punt 3 wordt geschrapt. Punt 2, daar maken we van: in het reguliere gesprek meenemen. Punt 4: in het jaarlijkse duurzaamheidsgesprek mee te nemen. Daarmee willen we de motie aanpassen en zo in stemming brengen.” De VOORZITTER “Dat zijn heldere wijzigingen, lijkt mij. Ik kijk even rond of daar unanimiteit op zit. Zijn er nog mensen die tegen de motie stemmen? Dan wil ik daar even graag handjes van zien. Mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Ik stem tegen.” DE VOORZITTER: “Oké, dan moet ik een hele ronde maken. Dan ga ik even het lijstje openen. Het gaat dus om de gewijzigde motie. Ik loop de lijst weer netjes af en ik vraag aan de griffie om mee te tellen.” De voorzitter brengt de (mondeling) gewijzigde motie in stemming.
De heer DE GROEN: “Vòòr.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” Mevrouw MÜLLER: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr. De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.”
149
De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Vòòr.” De heer VERSCHURE: “Vòòr.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” De heer PETEROFF: “Vòòr. Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” De VOORZITTER: “26 vòòr en één tegen. Dan is deze motie aanvaard.” Besluit: Gewijzigd aangenomen. De motie wordt met 26 stemmen voor (GroenLinks, PvdA, KiesLokaal, Stadspartij, ChristenUnie, CDA, BewustZW, SP, D66, dhr. Peteroff, mevr. Schriks) en 1 stem tegen (mevrouw Van Dijk) aangenomen.
19
MOTIE: ONDERSTEUNING MKB, DETAILHANDEL, HORECA EN AANVERWANTEN GRIFFIENR. 2021-M0003 (Audiopositie 00:38:00)
De VOORZITTER: “Dan gaan we verder naar agendapunt 19, zijnde de motie: ondersteuning MKB, detailhandel, horeca en aanverwanten. Dat is een motie van Kies Lokaal. Ik geef het woord aan mevrouw Ackermans.” Eerste termijn Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Inmiddels is het natuurlijk al duidelijk, dat we een hele lange tijd te maken hebben met het coronavirus. We zitten al geruime tijd in lockdown en de problemen komen steeds meer tot uiting. Kies Lokaal kreeg signalen vanuit de diverse ondernemingen dat in Zutphen met twee maten werd gemeten. Zo werd gezegd dat de horeca extra hulp kreeg: grotere terrassen en kwijtschelding van de precariobelasting, terwijl het MKB en diverse andere ondernemers - zoals kermisexploitanten, marktkooplieden en ondernemers uit de evenementenbranche - eigenlijk weinig extra’s konden verwachten terwijl ze grote financiële schade leiden. In januari hebben wij deze motie rondgestuurd en ingediend. Tijdens het indienen, werd ons verteld door de wethouder, dat ze na een jaar met de ondernemers in gesprek gingen. Daardoor hebben wij besloten om te wachten met de behandeling. Wij zijn natuurlijk erg benieuwd, wat hieruit is gekomen.
Wij hopen natuurlijk, dat hulp ingezet gaat worden en het liefst zou deze motie overbodig moeten zijn, want uiteindelijk gaat het ons om het doel: zoveel mogelijk ondernemers ondersteunen en zorgen dat zij zich in onze stad kunnen blijven vestigen en niet ‘omvallen’, dat jongeren hun stageplek kunnen behouden en hun studie kunnen afronden, dat toeristen graag naar onze mooie gemeente komen en dat er straks geen leegloop is na corona. Uiteindelijk is de afgelopen jaren keihard gewerkt om Zutphen op de kaart te zetten en dat mag en kan niet door corona verloren gaan. Dit allemaal heeft ons doen besluiten de motie te schrijven. Als er niets gebeurt, dan kunnen we naar het volgende uitkijken. Als ondernemers en werknemers thuis zitten, betekent dat geen inkomen en zonder inkomen heb je, als je pech hebt, geen huis en geen eten, ligt schuldenproblematiek en eenzaamheid op de loer, is er meer druk op het gezin en scheidingen vieren hoogtij. Allemaal problemen welke wij moeten zien te voorkomen, want uiteindelijk gaat dat meer geld kosten, dan als we nu gaan investeren. Zoals ik gisteren heb aangegeven, is de motie aangepast nadat we met nog meer ondernemers, marktkooplieden en kermisexploitanten hebben gesproken. Ook deze groep moeten we niet vergeten. Zij lopen ook met hun hoofd tegen de muur en weten gewoon niet waar het allemaal eindigt.
Er was natuurlijk een gesprek met de binnenstadmanager en ik heb telefonisch met mevrouw De Jonge gesproken. Uiteindelijk bleek, dat het stuk over de kwijtschelding van de WOZ niet mogelijk
150
was. Wij hebben wel begrepen, dat ondernemers graag een voucher zouden willen om zo zelf te investeren in bijvoorbeeld het opzetten van online verkoop, wat heel veel kosten heeft gemaakt, scholing, noem maar op. Wij horen graag van het College, wat de bevindingen zijn en of er mogelijkheden zijn om zaken meer collectief aan te bieden voor ondernemers waardoor de kosten lager gaan uitvallen en er toch hoop is voor deze groep. Wij hebben een bedrag van € 2.500,= opgeschreven als maximaal bedrag voor de voucher. Wij willen hier natuurlijk over spreken met de raad, wat fracties reëel vinden. Wij weten dat er gemiddeld zo’n zevenhonderd / achthonderd ondernemers zijn. Zij hebben natuurlijk niet allemaal dit bedrag nodig. Er zijn mensen die gewoon een goede omzet hebben gedraaid, ondanks deze crisis. Daar moeten we ons ook bewust van zijn. Dit is mijn eerste bijdrage. Ik hoor graag van de wethouder en de andere fracties wat zij willen inbrengen.” De VOORZITTER: “Ja. Ik denk een andere volgorde. Ik geef eerst het podium aan de raad en daarna het woord aan wethouder De Jonge. Ik zie als eerste de heer Krans.” De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Deze motie is zonder meer buitengewoon sympathiek bedoeld, maar GroenLinks heeft niet de indruk dat ons College op dit moment op dit onderdeel een aansporing nodig heeft.
Daar zijn we heel duidelijk in, ook gelet op de woorden van gisteravond over dit onderwerp. Heel iets anders: het is volstrekt onduidelijk hoe die € 2.500,= gaat uitpakken. Ik hoor net dat het misschien wel duizend euro kan worden. Ik hoor ook dat het zeven à achthonderd ondernemers zijn. Ik ben heel benieuwd naar de dekking en ook naar de invulling. Helemaal passen doet het Leerbedrijf, wat ons betreft, ook niet in deze motie. Sympathiek bedoeld, maar wat ons betreft in dit stadium zonder meer overbodig. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Heel goed en prettig dat er aandacht is voor de ondernemers, want wij zien ook dat bij een groot aantal best wel problemen zijn en zeker ook bij ondernemers die buiten de landelijke vangnetten vallen. Maar voordat we hierover gaan praten en kwijtschelding gaan verlenen, vind ik het toch wel heel erg nodig om van het College te weten hoeveel ruimte er is. We kunnen het College, wat mij betreft, geen blanco cheque overhandigen om de problemen op te lossen. Ik denk dat wij dat in Zutphen gewoon niet kunnen betalen. Toch een paar dingen. Welke regelingen zijn er nu al? Daar heeft de wethouder gisteren ook al iets over gezegd. Hoeveel ruimte is er nog vanuit de coronagelden vanuit Den Haag? Kunnen we daar iets mee doen? Dan hebben we ook nog een vraag over de motie. Ik vind de motie toch wel heel breed.
Het gaat aan de ene kant over kwijtschelding, maar het gaat ook over vouchers. Ik zou eigenlijk een soort advies willen geven aan de indiener om deze motie te beperken tot bijvoorbeeld alleen punt 1 en 2, om dat te verzoeken aan het College. Dan is het - wat mij betreft - wat overzichtelijker, want zeker die voucher is voor mij toch wel een beetje zoeken. Wat is dat nou precies en hoe kan het gebruikt worden? Buiten deze motie om maak ik er gebruik van om een vraag te stellen over de TONK – de zogenaamde tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten. Die ondersteuning is bestemd voor ondernemers en zzp’ers of zelfs werkzoekenden die financiële problemen hebben door de coronamaatregelen. Als ze bijvoorbeeld bepaalde kosten niet kunnen betalen, kunnen ze die TONK aanvragen en dat kan bij de gemeente waarin je woont – dus ook in Zutphen. Dat kan vanaf 1 maart, dus vanaf gisteren. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of de wethouder kan aangeven hoe dit in Zutphen loopt. Hoe loopt het met de TONK? Dat is even voor nu mijn vraag en mijn bijdrage.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Hissink.” De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. Als er één groep is die steun en hulp nodig heeft in deze pandemie, dan zijn het de ondernemers in onze gemeente wel.
151
We hebben een vraag aan de indiener. Bij punt 3 over MKB-vouchers vragen wij ons af, wie dit gaat begeleiden en bewaken. Is dit uitvoerbaar zonder extra inzet van ambtenaren? Verder willen we graag een reactie van de wethouder op de motie. Wij denken dat veel wat wordt gevraagd, al wordt uitgevoerd door het College. De motie lijkt ons overbodig. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan zie ik dat vanuit de VVD meneer Peteroff het woord wil voeren. Ik wijs u er wel op, meneer Peteroff, dat u zelf horecaondernemer bent.” (Audiopositie 00:45:36)
De heer PETEROFF: “Ja, dat klopt. Het is goed dat u dat vaststelt. Daar was ik al van op de hoogte.” De VOORZITTER: “Nee, dat is te makkelijk. Het is natuurlijk zeer ongebruikelijk dat als u zelf belanghebbende bent, u het woord voert op dit onderwerp.” De heer PETEROFF: “Dat ben ik wel met u eens, hoor, maar ik denk dat het ook goed is als een ondernemer er iets van zegt. Maar als u mij het woord op dit gebied wilt ontnemen, dan heb ik dat natuurlijk te respecteren.” De VOORZITTER: “Ik ontneem u het woord niet. Dat hoort u mij ook niet zeggen. Ik vind het wel jammer dat deze keuze wordt gemaakt.” De heer PETEROFF: “Oké. Dat staat u geheel vrij.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ik kan me herinneren dat we een tijd geleden een Presidium hebben gehad waar ik toen plaatsvervangend voorzitter was van de SP. Toen hebben we het erover gehad, dat we belangenverstrengeling zouden moeten voorkomen. Dat vind ik nu wel echt een beetje te ver gaan, want in dit geval heeft een VVD’er financiële belangen bij dit voorstel. Ik ben het volledig met u eens, voorzitter. Ik hoop dat de rest van de raad dat ook met mij eens is, dat dit eigenlijk niet kan en dat mogelijk een andere woordvoerder van de VVD het even overneemt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wil de VVD even schorsen?” De heer PETEROFF: “Nou, weet je, ik vind het allemaal prima. Ga lekker door, zou ik zeggen.
Ik vind het belachelijk, dat zal ik u wel zeggen. U weet nog niet eens, wát ik ga zeggen. Ik kan u in korte lijn zeggen, dat ik het helemaal niet eens ben met deze motie en dat we er heel kritisch op zijn. Maar als u het allemaal al zo wilt framen, dan zeg ik: heel veel plezier ermee. Dan zeg ik verder niks meer en dan wens ik alle raadsleden hier heel veel wijsheid. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Peteroff. Dan ga ik verder met de heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met zeggen dat de coronacrisis wel heeft getoond dat we een economie hebben opgebouwd die niet bestendig is tegen grote tegenvallers als een pandemie. Op het moment zijn alle niet-essentiële winkels gesloten en is eind januari een derde steunpakket gekomen vanuit het Kabinet. Het CDA noemde zojuist bijvoorbeeld al de TONK-regeling. Dit pakket zal, net als eerdere pakketten, vooral focussen op steun aan bedrijven en ondernemers. Werkenden hebben minder geluk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Roos. Roos was één van de insprekers van het Forum op 18 februari. Ze werkt in de horeca en heeft nu geen inkomen, maar ze krijgt wel een stijgende energierekening en betaalt meer voor afvalverwerking. Zij krijgt nauwelijks een tegemoetkoming. Dat deze steun vooral gericht is op werkgevers, is makkelijk te duiden.