CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen 01-03-2021 en 02-03-2021 Raad Zutphen

Raadsvergadering 29 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 1 en 2 maart 2021 (19:30 - 23:00)53.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

De dominante denkwijze in Nederland is nog steeds dat zolang het goed gaat met de bedrijven, het ook goed gaat met de mensen. Ook lokaal, met dit voorstel bijvoorbeeld, probeert de

152

politiek de crisis op te lossen door bedrijven in hun lasten te steunen. Dat heeft de afgelopen jaren op nationaal niveau wel zijn vruchten afgeworpen. Nederland is een belastingparadijs geworden. Aandeelhouders blijken daarin belangrijker te zijn geworden dan het personeel op de werkvloer. Dat is zeker niet de werkwijze van de SP. Daar zie ik deze raad ook een beetje in vervallen. Sinds het begin van de pandemie praat deze raad vooral over het ondernemersklimaat en er worden steeds vragen gesteld over de toestand van ondernemers. Het lijkt wel of de negen miljoen werkenden en de 1,1 miljoen zzp’ers iets harder moeten werken om gezien te worden. Een direct gevolg van deze politieke keuzes is de afhankelijkheid die wij kweken naar de ondernemer. Werkenden moeten maar hopen, dat de ondernemer zich aan de afspraken gaat houden om steun te krijgen. We zien nu al gebeuren, is dat bedrijven hun afspraken niet nakomen. Vorige week werd duidelijk dat bij een Wibra – een grote onderneming – de regels aan de laars werden gelapt. Dat medewerkers urenmindering kregen en eigenlijk gewoon voor niks moeten gaan werken om de negatieve uren terug te krijgen. Dáár is van alles mis. Laat ik vooropstellen, dat we de dorpskapper niet als boosdoener zien. De boosdoener is een overheid die zich vooral zorgen maakt om een select gedeelte van onze economie.

Daarnaast vraag ik me wel af, waarom mevrouw Ackermans dit voorstel niet heeft ingediend tijdens de programmabegroting, waarbij we het wèl hebben over leges en heffingen. Daar zou dit voorstel beter geplaatst zijn. Wij zullen tegen stemmen als SP-fractie. Dank u wel.” (Audiopositie 00:50:10)

De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Ik wil even kort reageren op de heer De Ridder. De heer De Ridder spreekt de raad aan en ik voel me aangesproken op de uitspraak dat alleen wordt gedacht en gesproken over ondernemers. Ik bestrijd dat. Het is geenszins het geval dat alleen de ondernemers aan de orde zijn. In alle lagen van de bevolking is het een en ander aan de hand. Daar wordt voortdurend over gedacht en gesproken. De burgemeester heeft het er regelmatig over. De wethouders hebben het er regelmatig over. Ik denk dat de heer De Ridder dat in een andere context moet zetten, dan dat hij nu heeft uitgesproken. In de context die ik heb begrepen, ben ik het niet eens. Het wordt breed onder de aandacht gebracht. Er wordt van alles aan gedaan. Dat doet afbreuk aan hetgeen we ons hier in de raad voor inzetten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, het is een hele brede motie. Er zit van alles in: ondernemers, Leerbedrijf, noem alles maar op. Er wordt gesproken over een voucher. Dat kan wisselen tussen de duizend en de € 2.500,= onder achthonderd ondernemers. Nou, dat is inderdaad een bedrag van € 800.000,= tot twee miljoen. Ik ben benieuwd waar die dekking vandaan komt, want het kan niet uit de opbrengst van de coronagelden komen die we vanuit het Rijk krijgen.

Ik ben benieuwd hoe Kies Lokaal deze post gaat dekken.” De VOORZITTER: “Dat gaan we straks horen. Dank u wel. Dan ga ik naar meneer Rutten.” De heer RUTTEN: “Voorzitter, eigenlijk is het meeste al gezegd. De onderliggende motieven van Kies Lokaal zijn zeer integer en die ondersteunen we op zichzelf. Wie niet? Maar, de praktische uitvoerbaarheid is ver te zoeken. Hij is zó breed geformuleerd. De financiële risico’s zijn, als we dit aannemen, zó groot dat we dat niet kunnen overzien. Ik zou zeggen: ga terug naar de tekentafel en kijk wat haalbaar is, waarbij ons advies zou zijn: probeer in de lijn van de centrale overheid door te ontwikkelen en geen eigen beleid te creëren. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter, de Stadspartij vindt het een sympathieke motie. Het is van belang dat we opkomen voor ondernemend Zutphen.

153

We hebben wel een vraag. Voor mij is het omtrent de vouchers volstrekt onduidelijk wat de indiener hiermee bedoelt en wil bereiken. Is het een wens van de ondernemers? Wat levert het de ondernemers op? Wat gaat het kosten? Hoe zit het met de dekking? Dat is ook nog een hele lastige. Verder zou ik graag een eerste reactie van de wethouder hierop horen voordat wij hierover gaan stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Dank u wel, voorzitter. De motie heeft op zich een prima doel: aandacht voor ondernemers en alle effecten die op dit moment aan de orde zijn en voor de komende tijd aan de orde zullen zijn. De eerste vraag voor mij aan het College is: welke punten van deze motie worden nu nog niet ingevuld? Als we dat weten, blijft er misschien íets over. Misschien niets, behalve misschien de vouchers. Daar heb ik nog wel even een vraag over. Mijn inschatting is, dat als het zo is zoals het hier staat opgeschreven, dan zal dit behoorlijke bureaucratie geven, veel ambtelijke uren en kosten door regelgeving et cetera. Dat is juist precies wat ondernemers nièt willen.

Ze willen minder regels, snellere besluiten van ambtelijke organisaties en ik denk dat ze het misschien wel eens zullen zijn om een bedrag snel te ontvangen en daar ook vrij in zijn om daar een en ander mee te doen, maar dan is altijd nog de vraag: welke ondernemer? Zijn het álle ondernemers of moeten we daar toch nog goed naar kijken? Misschien dat het College hier wat meer achtergrondinformatie over kan geven om een inschatting te maken. Ik als raadslid vraag me af of we hier verstandig aan doen en áls we het doen, hoe kunnen we hier dan invulling aan geven en controleren? Dat is het, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Van Dijk.” (Audiopositie 00:55:30)

Mevrouw VAN DIJK: “Voorzitter, het is jammer dat u mijn handje nu pas de gelegenheid geeft, want ik had graag al eerder willen vragen waarom de heer Peteroff woordvoerder was op dit agendapunt. We hebben dat natuurlijk wel degelijk in de fractie afgewogen. Wij hebben geconstateerd dat de heer Peteroff in dezen geen enkel belang heeft voor zijn eigen onderneming en dat hij wel heel goed op de hoogte is van wat er aan regels en regelgeving op het ogenblik gaande is. Dat vonden wij van groter belang als inbreng op dit punt. Als het gaat over de motie, dan kunnen wij stellen dat wij de motie veel te breed vinden. Dat we vinden dat voor de ondernemers al veel mogelijkheden zijn en dat we vinden, dat we in Zutphen niet veel mogelijkheden zien in het kader van deze motie. Bovendien wil ik er graag de aandacht op vestigen dat mevrouw De Jonge ons ook al uitgebreid heeft geïnformeerd over de contacten die zij met ondernemers heeft. Wij zullen tegen de motie stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik volg de handjes via het scherm. Als u een interruptie wilt plegen, dan is het fijn als u dat doet via Teams. Dan komt dat bij mij op een ander apparaat binnen en dan kan ik sneller reageren. Even kijken. Dan ga ik naar de heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, ik ben erg nieuwsgierig naar de overlap met de TONK-regeling. Daar zal de wethouder wel op reageren.

De gedachte achter deze motie is sympathiek, maar ik denk dat de motie overbodig is. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Prima. Dan hoor ik heel veel vragen aan de wethouder en eigenlijk één vraag aan mevrouw Ackermans over de vouchers. Zou u die vraag eerst willen beantwoorden, mevrouw Ackermans? Het bedrag, de dekking en hoe u het voor u ziet.”

154

Mevrouw ACKERMANS: “Die wil ik zeker beantwoorden. Kijk, het is natuurlijk niet de bedoeling dat een supermarktketen die gewoon omzet heeft gedraaid en winst heeft behaald, gebruik gaat maken van een voucher. De ondernemers hebben via de binnenstadmanager erom gevraagd. Zij vroegen in eerste instantie een bedrag van € 3.000,=. Dat kwam bij mij sowieso over als te veel. Ik wilde eigenlijk meer het gesprek aangaan met de raad van: wat vinden wij? Doen we een maximaal bedrag? Dat gekeken wordt: wat heeft iemand nodig? Misschien heeft iemand maar vijfhonderd euro nodig en kunnen ze daarmee een webwinkel opzetten en zijn ze daarmee al heel erg geholpen. Wie dat gaat doen: dat zou de binnenstadmanager kunnen zijn. Dat kan een ambtenaar zijn, als daar capaciteit voor is. Dat hoor ik ook heel graag van de ambtenaar. Ze heeft mij gezegd, dat ze bezig was om te kijken welke mogelijkheden daarin waren. Dus, dat hoor ik ook nog heel graag. Het zijn natuurlijk 700/800 ondernemers. Je moet al minimaal een omzetdaling hebben van dertig procent. Anders kom je ook niet in aanmerking. Dus, er staan wel wat criteria in. Ik wil graag op de heer De Ridder reageren over dat we alléén maar bezig zijn met ondernemers. De ondernemers zorgen voor banen. Op het moment dat ondernemers gaan ‘omvallen’, zijn er geen banen.

Dát willen we voorkomen, om juist die mensen … We horen dat contracten niet worden verlengd. We horen dat de thuiszorgmedewerker het rijbewijs niet kan halen en de baan moet opzeggen. We horen van studenten die geen stageplek hebben en kappersscholen die hun examen niet kunnen doen. Een jaar extra schoolgeld. Dát soort zaken voorkom je als we ook ondernemers helpen. Dus, indirect helpen wij zeker ook de werknemers hiermee. Dat wil ik wel heel graag duidelijk maken. De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans, ik hoor alleen nog niet van u welke dekking u voorstelt.” Mevrouw ACKERMANS: “In eerste instantie de coronagelden. Ik denk dat wij ook kritisch moeten kijken: wat gaat het ons kosten als we niet investeren? Dat wil ik ook heel graag van de wethouder horen. Als we er geen geld voor vrijmaken, wat gaat het ons dan kosten aan schuldhulpverlening, aan faillissementen – dat soort zaken. Ik meen dat we gewoon geld móeten vrijmaken.” De VOORZITTER: “Even kijken. De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Mevrouw Ackermans zegt dat zolang we de ondernemingen helpen, ook echt de mensen geholpen worden. De afgelopen dertig jaar is dat het dominante gedachtegoed geweest. Wat we hebben gezien, is dat dat simpelweg niet waar is. Wat het gevolg is, is dat mensen minder te besteden hebben en daardoor ook gewoon minder zullen uitgeven.

We hebben natuurlijk gisteren een voorstel ingediend om het minimumloon te verhogen en het is gewoon gebleken dat als je mensen steunt in hun lasten, dan gaan ze meer uitgeven. Dan zullen ze ook meer uitgeven bij ondernemingen, bij onze lokale ondernemingen. Dan steun je dus zowel de mensen die werken, als de ondernemers, in plaats van dat je met een blinde vlek kijkt naar de ondernemers. Daar wil ik een punt van maken. Het is wel duidelijk geweest dat we onze economie zo hebben ingericht, dat alleen maar een select gedeelte zichtbaar is. De VOORZITTER: “Uw punt heeft u gemaakt, wat mij betreft. Laten we een beetje bij de motie blijven. Ik wil u graag tijd gunnen voor debat, maar het is nu ook alweer half negen en we zijn pas bij het tweede agendapunt. Ik ga een beetje ‘n strenge voorzitter worden. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, ik heb toch nog een vraag aan mevrouw Ackermans. Bij de begrotingsraad, waar ook de heer De Ridder aan refereerde, zijn twee moties ingediend waarin de parkeerbelasting omhoog is gegaan en uiteindelijk is ook het huurdersrecht met betrekking tot rioolheffing omhooggegaan. Daar heeft u beide mee ingestemd. U heeft totaal nièt gekeken wat dit voor gevolgen heeft voor de ondernemers in coronatijd. Daar heeft u zelf mee ingestemd. En

155

nu komt u met dit voorstel en u komt niet met een dekking. U slaat hier echt de plank mis. Ik ben benieuwd wat de beweegreden is.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “De dekking komt in eerste instantie gewoon uit de coronagelden van de overheid.” De VOORZITTER: “Oké. Dan ga ik naar wethouder De Jonge die ons op verschillende punten bij kan praten. Ik hoorde de TONK, maar ik heb nog veel meer gehoord. U heeft ongetwijfeld meegeschreven.” Reactie College (Audiopositie 01:03:02) Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen er één kort en krachtig verhaal van te maken. Als ik iets laat vallen, dan hoor ik dat waarschijnlijk vanzelf. Mevrouw Werger geeft even antwoord op de vraag rondom de TONK. Het lijkt mij verstandig, dat zij dat eerst doet, want dan kan ik daarna mijn hele verhaal houden.” De VOORZITTER: “Dat is prima. Wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, de TONK werd genoemd. Er werd 1 maart geroepen. We zijn heel druk bezig met het maken van de TONK, want de situatie is als volgt. Het Rijk heeft inderdaad gezegd vanaf 1 maart, maar het Rijk heeft geen regels gesteld over hoe we de TONK-vorm moeten geven en ze zijn ook onduidelijk geweest over hoeveel financiële middelen er beschikbaar komen.

Wij hebben geprobeerd een regeling te maken waar zoveel mogelijk mensen op een zo laagdrempelig mogelijke manier gebruik van de faciliteiten van de TONK kunnen maken. Die regeling komt volgende week richting het College omdat er wel een besluit over moet worden genomen, want wij moeten dat formeel wel helemaal afdichten. Wat we proberen te doen, is iets te regelen waar zo min mogelijk papierwerk uit voortvloeit, zo min mogelijk kans op terugvorderingen omdat een zo eenvoudig mogelijke regeling wordt gecreëerd en met zoveel mogelijk geld richting alle ondernemers, maar ook de individuele inwoners die recht op de TONK hebben, kan gaan en waarbij zo min mogelijk administratieve afhandelingen bij ons of bij ondernemers of inwoners plaatsvinden om het écht zo makkelijk mogelijk te maken. Mensen kunnen zich wel vanaf nu al aanmelden. De officiële regeling is vanaf 23 maart in de gemeente van kracht en dan kunnen we echt gaan toetsen, want dat moet gebeuren. Die regeling geldt voor een halfjaar en is met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar. Hij komt er dus aan. Als mensen zich via onze website willen aanmelden, dan kan het al, maar het totale pakket en de regeling zijn 23 maart beschikbaar en dan kunnen we van start gaan om echt toe te gaan kennen.

Dat willen we dan ook zo snel mogelijk, binnen vijftien dagen na de aanvraag, proberen te doen, zodat mensen echt geholpen worden.” De VOORZITTER: “Dank u wel, wethouder Werger. Wethouder De Jonge. Ik wil u vragen om wethouder De Jonge helemaal uit te laten spreken.” (Audiopositie 01:05:15)

Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank voor alle bijdragen en ook bedankt voor de motie. Ik vond het wel heel jammer, moet ik zeggen, dat de motie werd ingeleid met de woorden dat het College met twee maten zou meten en wij voorbij zouden gaan aan de belangen van marktkooplieden, kermisexploitanten en mensen vanuit de evenementenbranche, omdat ik ook niet zie hoe deze motie voorziet in hun noden en eigenlijk exact dezelfde doelgroep adresseert waar het College ook mee bezig is. Daarnaast heeft het College wel degelijk stilgestaan bij de noden van marktkooplieden door middel van het niet heffen van marktgelden voor marktkooplieden die niet op de markt kunnen staan.

156

We zijn constant in gesprek met de kermis over wat we wèl kunnen op het moment dat die ruimte er is. We zijn ook echt in heel goed contact met de evenementenorganisatoren, die groot begrip hebben voor wat er gaande is en het - net als wij - jammer vinden, maar tegelijkertijd echt wel met ons samen optrekken hierin. Ik lees in de motie dat de indieners graag meer hulp en ondersteuning zouden willen bieden aan de ondernemers die in de problemen zitten als gevolg van corona. Tegelijkertijd willen zij ook hulp en ondersteuning geven aan jongeren die met stage en werk in de knel zitten als gevolg van corona. Ik lees in de sfeer van de motie dat Kies Lokaal zich zorgen maakt over de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de levendigheid van de binnenstad, het ondernemerschap en de aantrekkelijkheid van de binnenstad an sich. Dat doen wij óók, mevrouw Ackermans. Wij hebben daar best krachtig in geïnvesteerd, moet ik zeggen. Zo zijn we begonnen, in het begin van de coronatijd, met een stadsbrede campagne ten behoeve van het lokaal kopen. We zijn bezig geweest met nadenken hoe we opleidingen kunnen bieden. We zijn regionaal bezig met werk naar werktrajecten. We hebben een professionele horeca-adviseur ingeschakeld voor horecazaken of ondernemers in de horeca die willen nadenken over hun eigen toekomst. We hebben een gratis accountant beschikbaar voor ondernemers.

We hebben verschillende regelingen in het leven geroepen zoals het niet heffen van precario. We hebben geen besluit genomen over de leges, want er is geen leges te betalen want er zijn eigenlijk geen plannen ingediend door ondernemers het afgelopen jaar. Marktgelden niet heffen, dat heb ik al verteld. Het aantal standplaatsen hebben we niet uitgebreid om de huidige standplaatshouders te beschermen. We hebben verkeersmaatregelen getroffen. We hebben terrassen de ruimte gegeven zodra dat kon. Burgerbelang had het al over parkeerbelasting. Zoals ik gisteren al aangaf, zijn we heel erg goed aan het nadenken over hoe we kunnen omgaan met dat stuwmeer aan rekeningen dat zich nu aan het vormen is bij ondernemers omdat zij veel werken met uitstel van betalingen. Dus, ik denk dat wij al vrij veel doen bovenop de rijksregelingen. We doen dit ten behoeve van het investeren in de aantrekkelijkheid van onze binnenstad, die er echt geweldig voor stond vòòr maart 2020. We willen ook graag superkrachtig weer terugkomen. Daarom doen we dit. Tegelijkertijd voor het behoud van de werkgelegenheid. Als het gaat om leerlingen, studenten enzovoort, zijn we ook in goed gesprek met het mbo om ervoor te zorgen dat we stageplekken kunnen vinden voor deze jongeren, waar dat überhaupt mogelijk is. Terug naar de motie.

De motie zelf vind ik op punten vrij gedetailleerd uitgewerkt, met name als het gaat over die vouchers en waar die aan besteed moet worden. Liever zou ik ook niet in gesprek willen gaan met de gemeenteraad over welke kaders we moeten stellen, als het gaat over de besteding van vouchers – welke type ondernemers en welke problemen – want dan krijg je echt een hele riedel aan criteria die je ook moet nalopen en die tot bureaucratisch gedoe leiden. Voor een deel denk ik, dat de motie ook echt wel overbodig is, zoals ik daarnet heb uitgelegd. Tegelijktijdig zou ik de motie-indiener wel tegemoet willen komen met het voorstel dat zij het … Wat ik lees, is dat zij het College vraagt om ruimte te bieden voor maatwerkoplossingen, daar waar gevraagd bij ondernemers. Nou, ik denk dat we dat al doen, maar ik wil daar best over een tijdje over vertellen waar dat toe heeft geleid en tegelijkertijd wil ik een oplossing bieden voor het stuwmeer aan oplopende rekeningen, hetgeen - volgens mij - het allergrootste knelpunt is en wat ik ook terugkrijg van ondernemers. Dan als het gaat over de stap om een leerwerkbedrijf te maken. Volgens mij, is dit punt 3 uit de motie. Ondernemers die dat willen, zijn van harte uitgenodigd door de gemeente om met ons daarover van gedachten te wisselen. Daar zijn ook gewoon al beschikbare gelden voor. Dat is helemaal los van corona. Dat kàn gewoon.

Dan kunnen we daarover in gesprek gaan. Ik realiseer me, dat het best wel veel is, ook voor ondernemers, om te doorgronden wat we allemaal in huis hebben en wat we mogelijk nog meer zouden kunnen betekenen. Dat is ook de reden waarom we na morgen, als de routekaart openbaar wordt, ondernemers specifiek een brief sturen met alle informatie nogmaals op een rijtje, van wat we allemaal kunnen, wat we allemaal doen en wat allemaal in het aanbod hebben voor hen om verder te komen. Dan wilde ik ook nog even terugkomen op het punt van de SP. Het College doet dit ook werkelijk om de werkgelegenheid goed te houden, want ook de binnenstad in Zutphen is onze belangrijkste werklocatie en uiteindelijk hopen we dan dus ook op deze manier voldoende banen te kunnen

157

‘sparen’ voor mensen, zodat we samen krachtig uit deze crisis komen. Al zie ik ook wel dat nu al heel veel mensen tussen de wal en het schip aan het vallen zijn. Ik kom nog even terug op de specifieke vragen, voorzitter. Een vraag van het CDA: welke regelingen zijn er nu al? Volgens mij, heb ik die beantwoord. De financiële ruimte die er nog is, die weet ik niet uit mijn hoofd. Misschien weet meneer Matser dat. De TONK is net geweest. Dan Burgerbelang: hoe betalen we dit? Ook al weet ik niet precies hoeveel we nog over hebben als het gaat over coronagelden en hoeveel we dus nog te besteden hebben, ik durf wel te zeggen dat als we € 2.500,= per ondernemer gaan uitgeven, dat dat het geld dat we hebben, gaat overschrijden. De VOORZITTER: “Meneer Verschure, u heeft een interruptie?” De heer VERSCHURE: “Ja, ik hoor Burgerbelang vallen, maar mijn vraag was niet aan het College.” Wethouder DE JONGE: “Ik las het alleen maar omdat ik toen dacht: meneer Verschure had wel gelijk, want die dekking is wel een probleem. BewustZW vraagt welke punten we nu eigenlijk nog niet invullen. Ik denk dat we een heleboel punten al wèl invullen.

Daar waar het gaat over punt 3, de vouchers, denk ik dat we beter een afspraak kunnen maken met elkaar als raad en College dat wij maatwerkoplossingen bieden, daar waar het écht noodzakelijk is of waar hulp is gewenst voor het zoeken van een nieuwe toekomst, bijvoorbeeld. Ik denk dat we verder overal al in voorzien. Dat was het, voorzitter.” De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Ik kijk even rond wie nog behoefte heeft aan een tweede termijn. Alleen mevrouw Ackermans.” Tweede termijn (Audiopositie 01:13:38)

Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Ik wil beide wethouders bedanken voor uw inbreng. Ik ben wel heel benieuwd of de heer Matser weet hoeveel financiële ruimte er nog is. Het is goed te horen wat allemaal gaat gebeuren op het gebied van de TONK en dat ook binnen vijftien dagen gereageerd gaat worden, want de grootste angst van de ondernemers is gewoon dat het een langdradig traject gaat worden en dat ze gewoon de ruimte niet meer hebben om het vol te houden. Ik heb begrip voor de kaders die wij niet moeten stellen en ik wil heel graag op de hoogte gehouden worden door de wethouder. Ik heb alleen één punt. Wij hebben mails gezien van instanties die een leerwerkbedrijf willen maken en die worden door de gemeente teruggestuurd dat daar geen geld voor is en dat ze dat dan maar bijvoorbeeld bij de Koninklijke Horeca moeten vragen. Ik hoor de wethouder zeggen dat een heleboel mogelijk is, maar dat ondernemers dat inderdaad misschien niet weten. Dat zou kunnen, want wij horen echt signalen die haaks staan op wat ik vanavond van de wethouders hoor. Ik heb het volledige vertrouwen in de wethouders, al kan het inderdaad zijn dat ondernemers het inderdaad gewoon niet meer weten te vinden. Ik zou echt willen vragen of daar nóg meer aandacht voor kan zijn. Waarschijnlijk is dat morgen met de routekaart al duidelijker, dus ik zie echt hele mooie stappen.

Wat deze motie ook vooral wil voorkomen, is dat we het mooie werk kwijtraken dat de afgelopen jaren is gedaan, hoe Zutphen ervoor stond vòòr corona. Dat willen we echt voorkomen. Ik wil ‘m nog heel even aanhouden tot de volgende vergadering, want ik wil toch nog met wat ondernemers in gesprek of zij zich hierdoor genoeg gehoord voelen. Dus, dat is eigenlijk mijn voorstel. Ik hoor namelijk dat er al een heleboel gebeurt en daar ben ik ontzettend blij mee. Het gaat uiteindelijk om het doel. Dus ik wil ‘m eigenlijk aanhouden.” De VOORZITTER: “Oké, prima. U houdt ‘m aan.”

158

Besluit: Aangehouden

20

MOTIE: GEEN (wijziging: houtachtige) BIOMASSA VOOR ZUTPHENS WARMTENET GRIFFIENR. 2020-M0035 (Audiopositie 01:15:55)

De VOORZITTER: “Dan zijn we bij motie ‘Geen biomassa voor Zutphens warmtenet’. Ik zucht een beetje omdat ik niet weet hoe we deze vergadering om half elf klaar moet zijn. Ik weet niet of u de hele week heeft gereserveerd, maar het gaat zo wel heel veel tijd kosten. Dus, ik hoop echt dat we wat sneller kunnen zijn met z’n allen. De motie is ingediend door het CDA, volgens mij. Ik zou graag het CDA de gelegenheid willen geven om de motie in te leiden.” Eerste termijn De heer BRUNSVELD: “Dank u wel, voorzitter. Deze motie is alleen niet alléén ingediend door het CDA, maar mede door de ChristenUnie, D66, de Stadspartij, GroenLinks, Burgerbelang, de SP, de PvdA en BewustZW. We hebben een paar kleine aanpassingen in deze motie doorgevoerd. Heel kort: de titel is nu ‘houtachtige biomassa’ geworden. We hebben één dictum laten vallen. Dat heeft te maken met een verzoek aan het College om de raad te informeren over verplichtingen die in het verleden zijn aangegaan. Dat is vervallen, want er zijn geen verplichtingen. Dat heeft de wethouder gezegd tijdens de Forumbehandeling. Het doel van deze motie is om toekomstige warmtenetten in de gemeente Zutphen niet te voeden door houtachtige biomassa ofwel door het verbranden van hout.

We weten ook dat op dit moment geen serieuze casussen in de gemeente Zutphen spelen, maar wèl dat naar warmtenetten wordt gekeken om de CO2-uitstoot te verminderen. Wat dat betreft, is ook niet duidelijk waar die toekomstige warmtenetten hun energie vandaan gaan halen. Deze motie maakt wel duidelijk, dat de gemeenteraad van Zutphen houtachtige biomassa geen duurzame optie vindt. Een belangrijk doel van dat warmtenet moet het verlagen van de CO2uitstoot zijn. In de optiek van het CDA is dát bij het gebruik van houtachtige biomassa niet het geval. Wat wel heel concreet is, is het opstellen van de Transitievisie Warmte. De gemeente Zutphen moet dat in 2021 gaan doen. Binnenkort wordt daar ook met deze raad over gesproken. In deze visie moeten voorstellen komen voor duurzaam, aardgasvrij verwarmen en koken. Die visie geeft richting hoe dat moet gaan gebeuren, met biedt ook een wijk voor wijk stappenplan om iedereen wat houvast te geven. Het mag wat ons betreft ook heel duidelijk zijn, dat deze visie geen ruimte biedt voor houtachtige biomassa. In het Forum van 11 januari gaf wethouder Matser aan, dat ook het College geen voorstander is van het gebruik van deze houtachtige biomassa, maar toch wilde hij dat liever op voorhand niet helemaal uitsluiten en pleitte daarom voor een afwegingskader.

Voor het CDA wordt het een theoretische discussie om bijvoorbeeld biomassa alleen te gaan gebruiken om een piekvraag op te vangen. Een biomassacentrale moet gewoon heel veel uren maken om rendabel te worden en alléén met het opvangen van die piekvraag gaat dat - naar alle waarschijnlijkheid - niet lukken. Omdat het overgrote deel van deze raad én zelfs het College geen voorstander is van houtachtige biomassa, nemen we geen afwegingskader op in deze motie. Hiermee geeft deze motie ook heel duidelijk een signaal af en trekt een heldere lijn: geen houtachtige biomassa voor een toekomstig Zutphens warmtenet. Tot zover.” De VOORZITTER: “Heel helder. Zijn er toch nog mensen die hierop willen reageren?” Als dat niet het geval is, kunnen we het meteen in stemming brengen.

159

Ik zie geen handjes. Dus we gaan stemmen. Ik ga het lijstje af.” De heer DE GROEN: “Vòòr.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” Mevrouw MÜLLER: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr. De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Vòòr.” De heer VERSCHURE: “Vòòr.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” Mevrouw VAN DIJK: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Vòòr. Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” De VOORZITTER: “Dan is de motie unaniem aangenomen. Ik had het hele lijstje niet hoeven aflopen.” Besluit: Aangenomen.

21

MOTIE: PREVENTIE SCHULDENPROBLEMATIEK EN EENZAAMHEID GRIFFIENR. 2020-M0032 (Audiopositie 01:21:30)

De VOORZITTER: “Dan zijn we bij agendapunt 21: ‘Motie: Preventie schuldenproblematiek en eenzaamheid.’ Uit mijn hoofd gezegd, komt deze van de ChristenUnie. De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter, maar 21 is ingetrokken en motie 22 is aan de orde.” Besluit: Ingetrokken.

22

MOTIE: EENZAAMHEID II GRIFFIENR. 2021-M0004 (Audiopositie 01:21:47)

De VOORZITTER: “Agendapunt 22: ‘Motie: Eenzaamheid II’. De heer Van Dijken van de ChristenUnie.”

160

Eerste termijn De heer VAN DIJKEN: “Ik zal mijn verhaal kort proberen te houden, voorzitter. Voor alle duidelijkheid: het CDA en BewustZW zijn mede-indiener. Op de site ‘waarstaatjegemeente.nl’ staat wat betreft het aantal mensen dat zich eenzaam voelt voor de inwoners van Zutphen van negentien jaar en ouder een percentage van rond 42 procent in 2016. In 2012 was dit nog rond 36 procent. Een recente meting ontbreekt. Die stijging van gevoelde eenzaamheid zal zich zeker hebben doorgezet. Eenzaamheid kent verschillende vormen. De belangrijkste is misschien wel: zich niet meer verbonden voelen met anderen. Je ontmoet ze nog wel, maar het contact heeft zijn waarde verloren. Een ander kenmerk is dat je het gevoel hebt, dat anderen niet meer naar je omkijken. Corona heeft de gevoelens van eenzaamheid hoogstwaarschijnlijk nog versterkt. We vernemen dat we in de afgelopen jaren als gemeente, ondanks de thematafel en ondanks de € 50.000,= die jaarlijks beschikbaar is, daar te weinig energie in hebben gestoken. Het maakt verdrietig en ook boos. Voor de goede orde: ik neem het mezelf als raadslid ook kwalijk dat ik de afgelopen jaren niet eerder aan de bel heb getrokken. In deze motie vragen de indieners om een onderzoek. Daar waren terechte vragen over. Moeten we gewoon niet aan de slag? Ja, dat is zo. Echter, kwantitatief en kwalitatief weten we te weinig.

Eigenlijk weten we niet meer dan het percentage uit 2016. Er wordt uitdrukkelijk niet gevraagd om een extern onderzoek, voorzitter. Het verzoek is om naast het benchmarkonderzoek met het zorgveld in gesprek te gaan en hen vooral te vragen welke acties simpel en op korte termijn kunnen worden gestart. Daarbij vragen we het College om initiatieven die de komende maanden oppoppen, gewoon zoveel mogelijk te steunen. Ik spreek de hoop uit, dat ook deze motie over eenzaamheid raadsbreed wordt ondersteund. Dank u voor uw aandacht.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Zijn er fracties die willen reageren? De heer Bloem.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. De PvdA vindt het onderwerp ‘eenzaamheid’ ook een belangrijk onderwerp. Zeker nu in coronatijd verdient dat extra aandacht. De motie die de ChristenUnie heeft ingetrokken, had ook onze sympathie. Ik begrijp ook wel, dat hij is ingetrokken vanwege de samenhang met de begroting, maar als ik naar deze motie kijk, ligt de focus weer heel sterk op het doen van onderzoek. Onderzoek waarvoor, eigenlijk? Want, in feite is het vraagstuk wel duidelijk, denk ik. Eenzaamheid is een groot probleem en dat hoeven we niet te onderzoeken. Belangrijker is om er gewoon mee aan de slag te gaan. In de visie op het sociaal domein worden verschillende actiepunten opgenoemd om juist op wijkniveau die binding tussen inwoners te versterken.

Als we nu dáár meer op gaan inzetten, dus die initiatieven meer gaan steunen ... Ik heb liever dat we daar meer op focussen dan geld steken in onderzoek. Dat is de reden, waarom we wat kritisch tegenover deze motie staan. We hebben eigenlijk gewoon liever initiatieven in de wijk dan onderzoek.” (Audiopositie 01:25:46)

De VOORZITTER: “Helder. Dank u wel. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. D66 is ook van mening dat eenzaamheid en sociaal isolement één van de meest schrijnende maatschappelijke problemen in Nederland is. Iedereen kan met eenzaamheid te maken hebben. Daardoor vonden wij in 2018 ook dat het tijd was voor actie. We horen graag van het College waarom de motie uit 2018, die ook om een onderzoek vroeg, niet is uitgevoerd. We hebben toen raadsbreed gevraagd om te kijken naar de omvang en de aard van eenzaamheid in de gemeente; iets wat nu opnieuw wordt gevraagd.

161

Wij hebben wel kennis kunnen nemen van het feit dat het College aan de slag is gegaan met de thematafel eenzaamheid. Er is een lokale coalitie tegen eenzaamheid ingericht. Er is een plan van aanpak opgesteld en een jaarlijks budget van € 50.000,= is vastgesteld. Wat is de reden waarom dat plan van aanpak niet tot uitvoering is gekomen? Er leken mooie initiatieven te liggen en vele inwoners wilden als vrijwilliger aan de slag. Dat is nu eigenlijk precies wat we willen binnen de zogenaamde algemene voorzieningen binnen de Wmo. Als we naar de stukken uit het WOB-verzoek van de Stadsonderneming kijken, dan lijkt het alsof het hier ontbroken heeft aan gemeentelijke regie en professionele aansturing, coördinatie en facilitering. Onze vraag aan het College is dan ook: klopt dat? Het lijkt alsof de opbrengst van 2019 en 2020 toch wel heel mager is. Dus, ik sluit me eigenlijk aan bij wat de PvdA heeft gezegd. Wij vinden ook dat het tijd is om juist nu de handen uit de mouwen te steken, vooral ook omdat het probleem nu met Covid-19 nog urgenter is geworden dan die veertig procent die we al wisten. We krijgen graag eerst antwoord op de vragen van het College.” De VOORZITTER: “Ik realiseer me dat we een probleem hebben, namelijk dat de heer Ten Broeke nog niet in onze vergadering zit. Dat ben ik vergeten te checken. Hij komt er nu aan, lees ik.

Het kan zijn, dat u straks nog even wat vragen moet herhalen. Ik heb daar even niet voldoende op gelet. Sorry daarvoor. Ik ga naar mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Het onderwerp ‘eenzaamheid’ is zonder meer belangrijk. Er gaat geen dag voorbij of we komen het ergens tegen: op televisie, in de krant of waar dan ook. De VVD ziet op dit moment weinig extra’s in onderzoek, want je kunt die percentages die we lezen, aardig extrapoleren. Wethouder De Jonge heeft ons gisteren geïnformeerd over eenzaamheid die bij jongeren van toepassing is en waar zij met scholen druk mee bezig is. We hebben de thematafel eenzaamheid. De VVD pleit er enkel voor om dáár de actie te laten plaatsvinden. Dat daar het afgelopen jaar iets minder is uitgekomen, komt onder andere ook doordat een voorzitterswisseling heeft plaatsgevonden. Verder wil ik erop wijzen, dat ambtenarenwisselingen hebben plaatsgevonden op de afdeling welzijn. De thematafel wordt ondersteund door een ambtenaar en ik denk dat dat hét instrument is, wat ook dicht bij de maatschappij staat, om het probleem eenzaamheid aan te pakken. Los van het praten over eenzaamheid, zou ik er enorm voor willen pleiten om te zorgen dat mensen betrokken worden bij activiteiten. Dat níet enkel de focus ligt op eenzaamheid, maar dat júist gesproken wordt over waar je bij betrokken kunt zijn.

Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Kleinrensink.” (Audiopositie 01:30:11)

Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal heel kort zijn. Eigenlijk is al veel gezegd wat ik ook wilde zeggen. GroenLinks vindt het een heel sympathieke motie. De vorige versie hadden we mede-ingediend, maar we voelen niet voor nóg meer onderzoek, maar wel voor actie. GroenLinks vindt het echt van groot belang dat het College uitdrukkelijk zelf de opdrachtgeverrol pakt. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Zeker een sympathieke motie. We zullen wat moeten doen aan eenzaamheid, met de nadruk op dóén. Wij zijn er geen voorstander van om wéér onderzoek te gaan doen. We weten waar we over praten. Volgens ons is er budget. Er is een thematafel. Laat deze thematafel nu ook echt aan het werk gaan. Wat ons betreft: handen uit de mouwen steken en aanpakken nu. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan kijk ik even of de wethouder inmiddels al in ons midden is. Ja. Wethouder Ten Broeke wacht nu in de lobby. Dus hij heeft al jullie mooie inbreng gemist. Even kijken.

162

Ik was even niet zo scherp, dat u er nog niet was en de raad heeft al wel in eerste termijn inbreng geleverd. Ik denk dat het goed is, dat u in ieder geval vertelt wat er op het gebied van eenzaamheid nu gebeurt in de gemeente. U heeft de motie natuurlijk gelezen. Er is ook gevraagd wat is gebeurd met een motie die al eerder is aangenomen op dit thema. Verder heb ik als voorzitter opgeschreven: “De raad wil vooral actie.” Meneer Van Dijken, zijn er nog andere vragen die u relevant vindt voor de wethouder?” De heer VAN DIJKEN: “De belangrijkste vragen zijn door de partijen gesteld, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Interruptie van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Mag ik nog even de drie vragen herhalen die ik heb gesteld? U hebt de eerste inderdaad goed genoemd, voorzitter. Dat is de vraag wat precies met de motie van 2018, die ook vroeg om onderzoek, is gedaan. De tweede vraag is waarom het mooie plan van aanpak vanuit de Thematafel Eenzaamheid niet tot uitvoering is gekomen. De derde is of het klopt dat dat misschien niet gelukt is door te weinig gemeentelijke regie en professionele ondersteuning als het gaat om aansturing, coördinatie en facilitering.” De VOORZITTER: “Meneer Ten Broeke. U valt er wel meteen middenin. U bent nog jong. U kunt het hebben.” Reactie College (Audiopositie 01:33: 20) Wethouder TEN BROEKE: “Geen probleem, voorzitter.

Ik kom net binnenvliegen, maar ik zal zo goed als mogelijk reageren. In elk geval fijn dat ik kán reageren. Jammer dat ik een deel heb gemist, maar dat moet voor nu geen probleem zijn. Laat ik beginnen, dat we in 2018 zijn begonnen met een thematafel voor eenzaamheid en daarmee het onderwerp eenzaamheid ook op de kaart hebben gezet. We hebben ervoor gekozen om een deel van ons subsidiebeleid echt aan eenzaamheid te besteden. Dat was toen nieuw, dus we moesten toen ook nieuw op zoek naar een aanpak hiervoor en hadden er toen voor gekozen om het thema over te laten aan het Netwerk Eenzaamheid Zutphen. Als het gaat om regie en ondersteuning, hebben we het hoofdzakelijk aan hen overgelaten. Het klopt dat een deel van het budget uiteindelijk niet is besteed. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, maar we kunnen wel bekennen, dat we natuurlijk liever hadden gehad, dat dit wèl besteed was aan activiteiten die echt bijdragen aan dit thema. Hierbij kwam de eerste motie van de ChristenUnie over het onderzoek naar gevoelde eenzaamheid. We hadden geen extra budget om dit onderzoek professioneel te laten uitvoeren. Ikzelf vind het ook jammer om budget dat bedoeld is voor activiteiten, aan onderzoek uit te geven. Ook de ambtelijke capaciteit was héél beperkt. We hebben er toen voor gekozen om het onderzoek te laten uitvoeren door een stagiair.

Daarmee wisten we: dat is anders dan wanneer we het professioneel laten uitvoeren. Je kunt van alles zeggen over de uitkomsten en je kunt erover twisten hoe relevant het is. Volgens mij, draagt het wel bij aan onze aanpak. Maar wat ik belangrijker vind om te vertellen, is dat wij nu, na ruim twee jaar, de aanpak van deze thematafel echt willen verbeteren. Dat betekent vooral dat wij zelf weer de regie gaan pakken op de aanpak van eenzaamheid. Het is belangrijk om een hele brede coalitie van organisaties uit de samenleving te hebben die allen op hun eigen manier bezig zijn met eenzaamheid en dat het onderwerp onder de aandacht blijft bij iedereen die niet primair met eenzaamheid bezig is, maar wel in contact komt met deze doelgroep. Ik wil binnenkort hierover een notitie en een plan naar u sturen om te laten zien hoe we dit willen gaan verbeteren en om ervoor te zorgen dat de subsidie, het bedrag wat wij ervoor over hebben om dit thema aan te pakken, zo goed mogelijk wordt besteed aan de activiteiten. Laat ik het daar eerst even bij laten.” De VOORZITTER: ”Fijn. Dank voor de improvisatie.

163

Ik zie opnieuw handjes. Meneer Brunsveld.” Tweede termijn (Audiopositie 01:36:34)

De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, ik wil de wethouder hartelijk danken voor zijn snelle en adequate reactie, ondanks dat hij een gedeelte heeft gemist. Wij bij het CDA praten graag over samen strijden tegen eenzaamheid. Daarom ben ik ook heel blij, dat ik de wethouder hoor zeggen dat de gemeente meer regie gaat pakken en gaat zorgen voor een brede coalitie. Daarmee heeft deze motie zijn doel eigenlijk al bereikt. Het onderwerp moest weer op de agenda komen en dat is vandaag gebeurd. Ik denk dat de heer Van Dijken straks gaat zeggen hoe we precies met deze motie verder zullen gaan. Dank u wel voor nu.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan geef ik hem daar meteen de gelegenheid voor. De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u voorzitter. Ik heb via de app even contact gehad met de medeindieners. Wij houden de motie nog even aan. Wij zullen de tekst wijzigen. We zullen die onderzoeksvragen eruit halen en de volgende keer in stemming brengen. Ik hoop echt dat als de motie wèl in stemming gebracht kan worden, hij overbodig is geworden. Maar, we zullen zien. Dank u.” Besluit: Aangehouden. De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik heb gezien dat er behoefte is aan pauze. Ik heb ook wel de behoefte om het vanavond met elkaar te redden. Het is nu 21.10 uur. Laten we zeggen dat ik de vergadering voor vijf minuten schors. Ik schors even. Dan kunt u koffie halen en wat zo meer.

Tot zo meteen.” De vergadering wordt vijf minuten geschorst De vergadering wordt hervat

De VOORZITTER: “Ik heropen de vergadering.”

23

MOTIE: HULP AAN OUDERS TOESLAGENSCHANDAAL GRIFFIENR. 2021-M0007 (Audiopositie 01:43:00)

De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 23: motie ‘Hulp aan ouders toeslagenschandaal’, ingediend door mevrouw Moester van de PvdA. Ik geef u graag de gelegenheid om uw motie aan te kondigen of in te dienen.” Eerste termijn Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. De motie lijkt me vrij helder. Over het onderwerp is al erg veel gesproken, met name ook door de landelijke partijen. Mijn fractie stelde deze motie ook op om een signaal af te geven aan de mensen die dit is overkomen en dat we het niet kunnen accepteren dat dit fraudebeleid door onze overheid werd uitgevoerd. Ik vind dat we al het mogelijke moeten doen, als gemeente, om deze mensen te helpen hun leven weer enigszins op de rit te krijgen. Dank je wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mede-indiener is de SP. Wil de SP hier nog wat aan toevoegen?” De heer MÜLLER: “Nee, volgens mij, is mevrouw Moester volledig en kan ik het kort houden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie een hand van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het behoeft - denk ik - geen betoog dat dit verschrikkelijke drama veel te lang duurt voor de mensen voordat het opgelost is, maar ik begreep

164

dat op 28 september de VNG al heeft afgesproken dat wij als gemeenten moeten gaan helpen. Vanuit de vragen die de raad al meerdere malen aan het College heeft gesteld, had ik begrepen, dat het College er ook al volop mee aan de gang is en dat gemeenten gecompenseerd gaan worden voor de hulp die heel vanzelfsprekend door de gemeente uitgevoerd moet gaan worden, als het gaat om huisvesting, schulden, inkomen, zorg en opvoeding van de kinderen. Dus wij hoopten eigenlijk - naast de toelichting van mevrouw Moester van de PvdA - dat de motie overbodig is omdat het College – dachten wij – hier al volop mee aan de slag was.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Verschure.” De heer VERCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Het stemt me blij dat de PvdA dit heeft opgepakt. Wij zijn de eerste partij in de raad geweest die hier vragen over heeft gesteld. We hadden een geruststellend antwoord van de wethouder dat het College het goed oppakte. Dus ik ben benieuwd naar de status en welke antwoorden het College heeft op de vragen die zijn gesteld. Ik wil even aangeven, dat dit ons wel aan het hart gaat.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Eigenlijk is het al gevraagd. Ik heb alleen nog een kleine informatieve vraag: hebben we een idee van de omvang van het aantal mensen dat dit treft, hier in Zutphen? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u.

Mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Wij vinden eigenlijk dat de motie op dit moment overbodig is, gezien de acties die het College al heeft ingezet. Daar heeft wethouder De Jonge ons ook al over geïnformeerd. Ik vind niet dat wij als raad in detail op de hoogte hoeven te zijn hoe het College dit aanpakt. Wat mij betreft, krijgt zij volledig dat vertrouwen. Op welke manier ouders geholpen kunnen worden, zal zeker ook maatwerk zijn. Dus dat hoef ik als raad beslist niet allemaal te weten. Verder vind ik dat we er, hoe belangrijk ook, voor moeten waken dat we de landelijke politiek binnen ons gemeente halen. Wij zijn goed in staat om daar zelf actie op te ondernemen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een motie die echt recht doet aan de mensen die nu in de problemen zijn geraakt. Ik vind ook, dat ze die ondersteuning verdienen vanuit de gemeente. Ik ben het helemaal niet eens met wat mevrouw Van Dijk van de VVD zegt, namelijk dat het landelijke politiek is. Dit gaat over lokale politiek en over lokale problemen die mensen ondervinden die in onze eigen Zutphense samenleving zitten.

Ik wil heel graag van het College weten hoe ze gecompenseerd worden, want ik ben best voor een gemeentelijk schuldenpardon, maar waar komen de kosten terecht? Bij de gemeente? Ik vind dat de kosten eigenlijk bij het Rijk terecht moeten komen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Voorzitter, ik sluit mij aan bij de Stadspartij. Over welke bedragen praten we als het gaat over een gemeentelijk schuldenpardon? En uit welk potje moet dat komen? Ik vind sowieso dat deze mensen geholpen moeten worden, laten we daar geen misverstand over bestaan. Het leed dat deze mensen hebben meegemaakt, is niet te bevatten als je niet in hun schoenen hebt gestaan. Ik zou wel heel graag willen weten bij punt B wat het College hiervan vindt en over welke bedragen we praten en waar het vandaan komt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Van Wamel.”

165

Mevrouw VAN WAMEL: “Voorzitter, wij zijn ook erg benieuwd naar de reactie van het College hierop. We hebben ook het vermoeden dat veel van deze mensen al eerder bij instanties in beeld waren, want dit speelt natuurlijk al heel lang. We zijn eigenlijk ook benieuwd of het College in beeld heeft wat er al gedaan wordt voor deze mensen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het is al gezegd in andere woorden. Ik heb het gevolgd in de landelijke media, maar ik heb het ook live proberen te volgen hoe ook de commissie heeft geprobeerd een en ander helder te krijgen. Het spreekt natuurlijk voor zich, dat dat landelijk is, maar de effecten zijn van dien aard, dat het niet alleen geldt voor de 22 gezinnen, maar het heeft een keteneffect die véél groter is dan die 22 gezinnen. Dus, ik wil graag weten hoe het College hier invulling aan gaat geven om op één of andere manier toch verzachtend en behulpzaam kan zijn. Ik hoop ook dat dit nóóit meer zal voorkomen. Er wordt nu landelijk aan gewerkt, begrijp ik.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik hoor eigenlijk vooral vragen aan de wethouder.

Dan wil ik graag vragen aan wethouder Werger om het woord te nemen.” Reactie College (Audiopositie 01:50:13) Wethouder WERGER: “De motie: prima, in de zin dat het goed is dat u met z’n allen een punt uitspreekt en dat u zegt: “We willen hier wat aan doen.” Heel begrijpelijk en logisch. We zijn ook al bezig. Eén van de belangrijkste onderdelen is dat we de gegevensuitwisseling voor elkaar moeten krijgen met de Belastingdienst, om te weten over wie het gaat. Dat is het belangrijkste. Dat hebben we net georganiseerd. Landelijk is daarvoor een manier gecreëerd die wij als College net hebben vastgesteld. Dan kunnen we gegevens uitwisselen. We hadden in eerste aanleg 22 personen in beeld. We zitten nu op ongeveer 38 personen. Mensen kunnen zich gewoon melden. Wat wij moeten doen als lokale overheid, is hulp bieden. Hulp kan in verschillende vormen komen. Belangrijk is dat we weten wie het zijn en dat we met hen naar maatwerk kijken. Wat heeft men nodig? Is er inderdaad een structurele schuldenproblematiek waar we aandacht voor moeten hebben? Is er misschien een bepaalde vorm van zorg nodig? Dit gaat om maatwerk en dat is ook wat het Rijk van ons verwacht. Ze zeggen ook tegen ons als gemeente: “U bent de eerste overheid. U kunt het beste met uw eigen inwoners kijken naar het gewenste maatwerk.” Dat is ook waar we op gaan inzetten.

We gaan dus per gezin, per situatie, kijken wat er nodig is en waar we zo snel mogelijk meters kunnen maken. Het is inderdaad zo, dat het Rijk ons compenseert voor de inzet die we daarin plegen. Het gaat om héél veel gezinnen in heel Nederland. Ik denk dat het nog best wel wat heen en weer gesteggel gaat worden met het Rijk over hoe ze over de brug gaan komen, maar het eerste en belangrijkste wat we nu doen, is zorgen dat we de mensen in kaart brengen, dat we de gegevensuitwisseling kunnen doen en dat we met hen het gesprek aangaan over welke hulp zij nodig hebben en hoe wij dat het beste kunnen organiseren, zodat we dit voor deze mensen in de toekomst beter maken. Laten we wel reëel zijn: voor sommige mensen kunnen we niet veranderen dat hen al heel veel is overkomen, maar het is wel belangrijk dat we licht voor de toekomst geven en daar gaan we ons best voor doen.” De VOORZITTER: “Dat is een helder antwoord. Ik open de discussie voor de tweede termijn. Meneer Jansen.” Tweede termijn (Audiopositie 01:52:40)

De heer JANSEN: “Voorzitter, heel kort. De wethouder geeft aan, dat het Rijk heeft gevraagd om inzet. Dat is goed om te doen, zeker gezien de ernst en de effecten van deze zaak. Maar, dat betekent ook, dat andere zaken die we als raad hebben besloten, vertragend gaan werken of niet

166

worden uitgevoerd. Ik weet niet of dat het geval is. Als dat zo is, dan hoor ik graag welke dat zijn en of we als raad opnieuw moeten prioriteren.” De VOORZITTER: “Ik ga terug naar de wethouder.” Reactie College tweede termijn Wethouder WERGER: “Voorzitter, kijk, in de motie staat dat er een plan moet komen en dat we moeten aangeven hoe of wat. Wat de heer Jansen eigenlijk vraagt, is een vraag die logisch is en die ook gewoon bij de uitvoering van de motie meegenomen kan worden. Als wij de gegevens uitwisselen en in beeld hebben over welke mensen het gaat … Misschien zijn er mensen die zeggen: “Wij willen geen hulp.” Dat kan ook nog. Overigens hoop ik dat niet, maar laten we dat vooropstellen. Dan kunnen we dat gewoon aangeven. Dan kunnen we ook zien, wat voor capaciteit het al dan niet nodig heeft. Daarnaast kunt u zich voorstellen, dat er ook gewoon mensen al dan niet in beeld zijn op andere onderdelen en dat we daar al capaciteit op inzetten. Laten we het gewoon even afwachten. In die zin, kan dat gewoon als onderdeel van de uitvoering van de motie meegenomen worden.” De VOORZITTER: “Oké. Ik heb niemand gehoord die de motie niet steunt. Is er een fractie of zijn er mensen die de motie niet steunen? Dan ga ik het rijtje weer af. Anders durf ik het wel aan om te zeggen dat deze motie unaniem gesteund wordt. Ik zie geen bewegingen, dus ik ga ervan uit, dat dat zo is.

Dat betekent, dat deze motie unaniem is aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

24

MOTIE: RAAD STERKER IN HAAR ROL DOOR VOORTGANGSINFORMATIE GRIFFIENR. 2021-0008 (Audiopositie 01:54:40)

De VOORZITTER: “Dan gaan we verder naar een hele andere motie. Nummer 24. ‘Motie: Raad sterker in haar rol door voortgangsinformatie’, ingediend door D66.” Eerste termijn Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Deze motie is mede-ingediend door Bewust Zutphen Warnsveld. Ik kan kort over deze motie zijn. D66 vindt dat informatie een levensader voor onze democratie is en informatievoorziening aan de raad het hart raakt van de democratische controle op het bestuurlijk handelen van het College. Het samenspel tussen College, de raad en de organisatie blijkt in de dagelijkse praktijk toch ook nog wel eens weerbarstig te zijn. In iedere vergadering van het Technisch Blok liggen bijvoorbeeld vragen over de voortgang op toezeggingen. Deze motie moet dan ook gezien worden als een soort noodzakelijke kwaliteitsslag in de ondersteuning van de raad als zogenaamd lekenbestuur en spreekt – volgens mij – qua inhoud, voor zichzelf. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zag een snel handje van meneer Krans.” De heer KRANS: “Voorzitter, ik hoor dat er wordt gesproken over een kwaliteitsslag. Dat stond niet in de motie. Een typische kwaliteitsslag die graag gemaakt wordt in overleg met het College en de organisatie. Ik denk dat onze nieuwe griffier daar ook iets te doen heeft en niet alleen op dit vlak.

Het is primair de verantwoordelijkheid van de raad om met de Griffie op haar eigen zaak te letten. Als deze motie wordt aangenomen, dan lijkt het erop alsof de raad door het College bij de hand zou moeten worden genomen. Dat gaat ons te ver.

167

De Griffie heeft een moeilijke periode achter de rug. Gelukkig komt er binnenkort een nieuwe griffier. Laten we alsjeblieft eerst als raad met de griffie bedenken hoe we dat het beste kunnen controleren. Liever dan het College op deze manier feitelijk zichzelf te laten controleren. Dat geldt eens te meer met de stapels moties die er tegenwoordig worden ingediend. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Voorzitter, ik wil graag reageren. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Krans. Ik vind dat wij in het Technisch Blok echt zelf als raad goede mogelijkheden hebben om de toezeggingen te bekijken. Hier speelt ook de Griffie een rol. Als het gaat om punt 5, waar men in de bestuursrapportage een overzicht van de moties wil hebben: we hebben op de raadswebsite al een overzicht van de moties. Ik vind het op dit moment een overbodige motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, ik zal kort zijn. Ik sluit me eigenlijk wel aan bij de vorige sprekers. Op 9 november is een motie aangenomen. We moeten zelf zorgen dat we er vragen over stellen. Dat gebeurde gisteren met het subsidieregister. Het is dus eigenlijk gewoon een taak als raadslid om zelf bij te houden wanneer jij een motie indient en wanneer je antwoord wilt. Wij zullen deze motie niet steunen.” De VOORZITTER: “Dat is helder. Dank u wel.

Niemand verder? Dan ga ik terug naar de indiener van de motie, mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Voorzitter, ik vind de reacties bijzonder die ik nu krijg, want in feite hebben we al een systeem en dat systeem blijkt niet te werken. Bij navraag bij de Griffie, blijkt dat het systeem niet werkt omdat het actueel bijhouden en opschrijven van de stand van zaken omtrent de voortgang van toezeggingen, vooral afhankelijk is van de informatie die via het College vanuit de organisatie moet komen. Hetzelfde geldt voor het systeem wat we hebben rondom de uitvoering van moties. Dat is nu geregeld bij de jaarrekening.” De VOORZITTER: “Meneer Verschure heeft een interruptie.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, is het de taak van de raad, dus dan zou ‘verzoekt het College’ vervangen moeten worden door ‘verzoekt de raad’, want het is òns gremium waarin wij alles op de rit moeten houden. Dan zou de motie aangepast moeten worden.” De VOORZITTER: “De heer Bloem heeft een interruptie.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik doe een processuggestie. Is het misschien mogelijk om de motie aan te houden en dit vraagstuk in het Presidium te bespreken, waar we over dit soort dingen spreken?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik vind het jammer, dat we niet tot een debat komen.

De motie is rondgegaan met verzoeken om mede-indiening en als dingen dan niet duidelijk zijn, dan had ik het graag gehoord. Het gaat om een soort kwaliteitsslag om het systeem dat nu loopt, te verfijnen. Het blijkt dat het voor de Griffie ook heel ondersteunend kan zijn als de punten die opgenoemd worden, zouden werken. Maar ik merk dat het misschien jammer is van de tijd vanavond. Ik wil deze motie best aanhouden en het eerstvolgende Presidium gebruiken om te kijken naar de problemen die aangekaart worden. Dan kan ik altijd de motie nog aanpassen met de suggestie van de heer Verschure, zoals hij die net noemde en dat het een motie is gericht aan onszelf als raad. Dat vind ik een goede suggestie. Ik houd hem aan. Ik hoop dat de heer Jansen het daar ook mee eens is.” De VOORZITTER: “Meneer Jansen.”

168

De heer JANSEN: “Voorzitter, daar ben ik het mee eens. Ik wil nog wel opmerken dat het doel van de motie is, om tijdig informatie vanuit het College te ontvangen en dat op een of andere manier overzichtelijk en inzichtelijk ergens te registeren. De uitleg van een aantal raadsleden is precies andersom.” De VOORZITTER: “Meneer Jansen, nu gaat u de raad weer uitnodigen of uitdagen tot reacties, terwijl mevrouw Ten Holder net zegt dat de motie wordt aangehouden.” De heer JANSEN: “U viel me in de rede. Ik wilde nog zeggen: Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Ten Holder. We gaan die route op en dan gaan we verder kijken hoe we het gaan doen.” De VOORZITTER: “Oké. Ik ben een beetje streng omdat ik mezelf als doel heb gesteld om alles door deze vergadering heen te krijgen.” De heer JANSEN: “Ik vind het prima, voorzitter. Ik wilde graag mijn mening verkondigen.” DE VOORZITTER: “Ja. Ik begrijp het. Dat betekent, dat deze motie wordt aangehouden.” Besluit: Aangehouden.

12

NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID 2020-2025 GEMEENTE ZUTPHEN GRIFFIENR. 2021-0009 (Audiopositie 02:01:50)

De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar nummer 12. Dat is de nota lokaal gezondheidsbeleid 20202025 gemeente Zutphen. We hebben daar gisteren al even over gesproken. Ik heb het er vandaag nog met de wethouder over gehad. We moeten deze nota vanavond wel bespreken. Dat is ook doorgegeven en besloten omdat wij anders in de problemen komen met bijvoorbeeld een belangrijke subsidie. Ik zie al een handje verschijnen van mevrouw Van Dijk.” Eerste termijn Mevrouw VAN DIJK: “Dank u, voorzitter. Ik wil graag reageren, omdat gisteren de vraag aan de orde kwam of de agendacommissie zich ook hierover had gebogen. Die heeft dat heel nadrukkelijk, ook met ruggenspraak met de wethouder, voor vanavond geagendeerd. Het is niet zo, dat het ons is ontgaan. Er is een reden voor. Daarbij komt, dat de tijd in het Technisch Blok überhaupt niet is gebruikt en dat heel jammer.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dat was de inbreng die u op dit punt wilt geven?” Mevrouw VAN DIJK: “Dit is het voor nu. Ik heb straks nog een inhoudelijke inbreng.” De VOORZITTER: “Oké. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. “Het lokale gezondheidsbeleid met gezonde gewoonten in een gezonde omgeving”: wij vinden het een prachtige titel voor belangrijk beleid, waarvan de doelstellingen, gewenste resultaten en prioriteiten heel mooi in de notitie zijn vastgelegd voor de komende vier jaar.

Het standpunt van ons is alleen, dat wij nog ‘n paar opmerkingen en vragen hebben aan het College omdat we het jammer vinden dat we lezen dat op het eind, over circa vier jaar, een evaluatie gaat plaatsvinden. Eigenlijk lijkt het, alsof de raad tussentijds niet meegenomen wordt over de resultaten die in die tussentijd worden geboekt.

169

Onze vraag is: hoe gaat het College haar opdrachtgeverschap uitvoeren? De tweede vraag is: op welk moment worden wij als raad geïnformeerd zodat wij ook kunnen kijken of wel of niet bijgestuurd moet worden op de kaders die we hebben gesteld. Dan zien we, dat er toch ook wel echt aandacht is besteed aan een aantal preventiespeerpunten. Dat vinden we ook heel erg belangrijk, want binnen het aspect ‘gezondheid’ wordt vaak meer aandacht besteed aan ziekte en zorg dan aan preventie, maar toch missen wij er één. Daar hebben we ook een vraag over aan het College. Dat is het punt van de luchtverontreiniging. Dat is wel opgenomen in de nota, maar er is eigenlijk heel snel gezegd: “Helaas, daar hebben we geen geld voor. Daar moeten we eigenlijk wel wat aan doen.” Luchtverontreiniging behoort tot een van de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid. Dat wordt ook genoemd in de nota. Het heeft eigenlijk dezelfde grootte als overgewicht en dat hebben we wèl als een belangrijke prioriteit genoemd. Dus onze vraag is eigenlijk: kunnen we toch niet kijken of we op termijn, in de tweede of derde tranche, kunnen aansluiten bij het Schone Lucht Akkoord in Nederland? Daarop willen we graag een antwoord van het College. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ik terug naar mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Een uitgebreide nota over lokaal gezondheidsbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=abe98ead-5d38-49a6-ba6a-ebc3b49600ff