CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen 01-03-2021 en 02-03-2021 Raad Zutphen

Raadsvergadering 29 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 1 en 2 maart 2021 (19:30 - 23:00)53.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

117

Aan de kinderen hebben zij hetzelfde gevraagd. De ouders gaven daar gemiddeld een vijfenhalf en de kinderen gaven daar gemiddeld een vier. Dat maakt, dat het voortgezet onderwijs echt wel schrok hoe de jeugd op dit moment de kwaliteit van hun eigen leven inschat. Ik moet zeggen, dat daarbij wel heel belangrijk is, dat het onderwijs nu wat opengaat. Dat was echt wel een gewenst en cruciaal besluit – denk ik – vanuit het Kabinet, waar ik echt gewoon heel blij mee ben. Bij de jonge jeugd was de rek er echt wel uit. Dat zien wij ook wel terug bij de cijfers van – bijvoorbeeld – Veilig Thuis en Jeugdbescherming Gelderland. Het aantal zaken – zoals ik ook de vorige keer al zei – dat wordt aangemeld als het gaat over échte veiligheidsvraagstukken loopt niet op, maar de zaken zijn wel écht extremer met veel huiselijk geweld kwesties die ook zorgen baren. Het personeel van deze organisaties krijgt nu zelf ook te kampen met agressie en toename van aangiftes. Daar zit vanuit Jeugdbescherming Gelderland en Veilig Thuis wel een punt van zorg en dus een grote omarming van de stap van het Kabinet om het onderwijs ook weer open te stellen, zodat er wat meer ‘lucht’ komt in die huishoudens.” De VOORZITTER: Dank u wel voor het antwoord. Zijn er nog vragen rondom de update van de coronacrisis? Dat is niet het geval.”

Informatieverstrekking inzake het Kerkpad (Audiopositie 00:39:27 Track 1)

De VOORZITTER: “Dan ga ik met u verder met informatie over het Kerkpad. Volgens de motie zou ik u elke raadsvergadering een korte update geven. Dat doe ik natuurlijk graag. U heeft in de krant kunnen lezen, dat op 12 februari een strafzaak tegen de heer Van Schooten is behandeld. Hij is veroordeeld. Onze mensen van Toezicht en Handhaving controleren bijna dagelijks het Kerkpad ten aanzien van het blokkeren voor wandelaars en fietsers. Afgelopen maand zijn deze blokkades niet geconstateerd. Ook niet door de politie. Wij hebben de stand van zaken rond aanleg van het nieuwe pad op 19 januari telefonisch besproken met de heer Bramsen van het Meldpunt. Met een delegatie van omwonenden is aanstaande vrijdag een bijeenkomst gepland, waarbij wethouder Werger en ik aanwezig zullen zijn, plus een aantal medewerkers. Het tracé staat zo goed als vast. Wethouder Werger is druk bezig met haar mensen om dat ‘handen en voeten te geven’. De aanlegvergunning is aangevraagd. Er is nog een aantal details dat nu geslecht wordt. Vandaag zijn de piketpaaltjes – letterlijk dan – van het tracé aangeduid, ingemeten en verwerkt. Dat is mooi. Het is nu ook echt zichtbaar waar het pad gaat komen. Dit is wat mij betreft een korte update inzake het Kerkpad. Zijn daar nog vragen over?” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter, voor de update.

Wij hebben een vraag vooral naar aanleiding van beantwoording van de schriftelijke vragen van GroenLinks en de PvdA. Hieruit is ons duidelijk is geworden dat het nieuwe pad niet toegankelijk zou zijn voor rolstoelers en ook wordt duidelijk, dat er toch echt geen plaats meer is voor de fietsen. Wij willen bepleiten dat daar nog eens opnieuw naar gekeken wordt. Ook in het kader van de Rechten van de Mens. Voor de gehandicapte mens is het toch eigenlijk wel heel erg belangrijk, dat paden en wegen toegankelijk zijn voor rolstoelers. Maar ook het feit, dat de Fietsbond – volgens ons – een brief heeft geschreven naar u, om het pad open te houden voor de fietsers. Wij willen heel graag hiervoor aandacht vragen van het College.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de verhaalkosten - om het technisch te zeggen - is dat nu al in opmaak? Of is dat in zodanige voorbereiding dat degene die uiteindelijk de kosten gaat betalen nu al kan inschatten hoe hoog de kosten ongeveer zullen zijn? Ik vraag me af hoe de communicatie loopt en hoe het dossier op het moment eruitziet om daadwerkelijk ook de kosten te verhalen in dit geval - technisch gezien - bij de veroorzaker.”

118

De VOORZITTER: “Dank u wel. Als er geen andere vragen zijn, dan nu graag het woord aan wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, om met de kosten te beginnen. Ja, die verhalen wij gewoon op de heer Van Schooten. Dat doen wij via de pachtconstructies, die wij hebben. Dat weet hij ook. Daar is hij zich van bewust. Hij weet ook wat het ongeveer gaat kosten. Dus dat doen wij. Als het gaat over rolstoelen en fietsen: volgens mij, zijn wij over fietsen heel duidelijk geweest. Dat is al eerder aangegeven. Het is in principe een lange-afstandswandelpad. Wat we hebben aangegeven, dat fietsen omgaat via een andere route. Dat zouden wij zo doen, omdat de wandelaars ook hinder ondervinden van de fietsers en het pad gewoon smaller wordt dan wat het nu is. Het nieuwe pad wordt smaller, wat niet hoeft te betekenen, dat er geen rolstoelen op kunnen. Wat we gaan doen, is een half verhard pad aanleggen. Dat betekent, dat er misschien rolstoelen zullen zijn daar niet zo makkelijk overheen komen bij wat slechter weer. Plus, dat er soms ook rolstoelen zijn die zo zijn uitgevoerd, met allerlei zware materialen, dat het vervoersmiddel zich niet helemaal leent voor een half verhard pad. Onder goede gunstige omstandigheden en een niet te zware rolstoel kun je er gewoon overheen.

Net als we rekening houden met het feit, dat je met je rollator ook gewoon een andere persoon met een rollator moet kunnen passeren. We proberen het pad zoveel mogelijk toegankelijk te maken. De waarheid en de eerlijkheid gebiedt gewoon te zeggen, dat op het moment dat je een half verhard pad aanlegt, het echt soms kan betekenen, dat je onder bepaalde omstandigheden met een hele zware rolstoel, elektrische rolstoel, niet altijd het pad kunt gebruiken.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik begrijp, voorzitter, dat mijn vraag niet leidt tot misschien meenemen en nog eens heroverwegen. Dat begrijp ik uit het antwoord van de wethouder. Dat vind ik wel jammer.” De VOORZITTER: “We zijn natuurlijk al heel ver met het proces.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, als ik daarop mag aanvullen. We hebben juist ook met Wandelnet gesproken over wat er al dan niet mogelijk is, ook met een half verhard pad. Dit ook vanwege het feit dat ook mensen met rolstoelen en met een beperking, gebruik maken van Wandelnet. Juist daarom hebben wij heel goed gekeken naar de breedtes, zodat het wel mogelijk is dat een rolstoel eroverheen kan. Nogmaals: sommige rolstoelen zijn zo zwaar, dat dat gewoon niet lukt. Dan zou je een complete verharding moeten aanleggen. Dan wordt het pad echt aanmerkelijk anders, dan het nu is. Het is en blijft een half verhard Kerkpad, zoals het ook was. Dus, we houden het in ere, zoals het was.

We hebben er echt wel over gesproken. We proberen dingen wel mogelijk te maken. Soms zul je zien, dat er zware rolstoelen zijn, waar het gewoon echt niet voor gaat lukken. Dan zouden we echt een compleet geasfalteerde weg moeten gaan aanleggen. Dat lijkt mij niet de bedoeling.” De VOORZITTER: “Dank voor de extra uitleg.”

Informatieverstrekking over bezorging stempassen (Audiopositie 00:46:00 1)

De VOORZITTER: “Deze week zijn de stempassen voor de Tweede Kamerverkiezingen verstuurd aan de inwoners. Wij moeten constateren, dat er waarschijnlijk een bug zit in de software van de externe partij. Dat betekent, dat er bij ons – voor zover we nu weten – elf stempassen zijn verstuurd aan mensen die zijn overleden en in achtenvijftig gevallen stempassen zijn verstuurd naar mensen die zijn verhuisd. Zij hebben mogelijk dubbele stempassen ontvangen: op hun nieuwe en oude adres. Wij zijn het allemaal in kaart aan het brengen. Het onderzoek loopt nog. Voor wat betreft de stempassen die zijn verstuurd aan overledenen, hebben wij nabestaanden excuses en een bloemetje gestuurd. Het is buiten ons om gebeurd, maar wel bijzonder vervelend. We zitten er bovenop. Het leek mij goed om u daarover te informeren.

119

Vanuit het College is alle informatievoorziening afgehandeld. Dat betekent, dat ik dit agendapunt afsluit en even kijk of wellicht de heer Ernst en anders de heer Kroes in staat is om de petitie – als het ware – aan te bieden.” De vergadering vervolgt vanaf hier met agendapunt 3.a.

5

VRAGEN BETREFFENDE DE ACTUALITEIT (Audiopositie 00:00:00 Track 3)

De VOORZITTER: “Wij gaan verder met punt 5, de vragen betreffende actualiteit. Als er vragen zijn over hetzelfde thema, meldt u zich dan even. Ik ga het lijstje aflopen dat ik hier heb. Dat heeft u ook. We beginnen bij GroenLinks over de ganzenoverlast. Datzelfde onderwerp is ook voor Burgerbelang.

5.a

Vragen GroenLinks en Burgerbelang – inzake ganzenoverlast (Audiopositie 00:01:23 Track 3)

De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Het zal u niet zijn ontgaan dat de afgelopen week in de stad nogal wat ophef is geweest over het bestrijden van de ganzenoverlast. Met name over het voornemen om dat te doen door het inoliën van eieren. U heeft wellicht gezien, dat ik wat ik heb bijgedragen aan die discussie in De Stentor. Mijn vraag aan het College is of u met mij van mening bent, dat de ecologische middelen voorrang dienen te krijgen boven dieronvriendelijke ingrepen, zoals het inoliën van eieren. Inoliën van eieren is immers geen diervriendelijke methode, omdat daarmee de embryo’s in het ei stikken en ook omdat de oevers door de eizoekers in het broedseizoen maar liefst elf keer per locatie worden verstoord, terwijl er ook andere vogels broeden. Nu lijkt het erop, dat het zoeken en inoliën van eieren op de eerste plaats komt in de strategie. De plaatsing van rietmatten en voorlichting over niet voeren, zijn ingrepen die nog wat aanvullen. Ik zou juist de omgekeerde werkwijze willen benadrukken. Eérst voeren en broedplekken onbereikbaar maken. Pas daarna, als dat onvoldoende werkt, eieren zoeken en inoliën. De GroenLinks-fractie hoort graag de visie van het College hierop. Dank u wel.” (Audiopositie 00:01:52)

De heer YILDIRIM: “Voorzitter, ook wij kregen de afgelopen tijd veel klachten binnen over de overlast van ganzen in Zutphen. Wij zagen in De Stentor dat er voor meer dan € 12.000,= een gespecialiseerd bedrijf is ingehuurd om de overlast te beperken. Onze fractie is erg benieuwd hoe wij de resultaten van deze investering kunnen monitoren. Wij vragen ons ook af of de in de krant omschreven aanpak – die de heer Logemann ook benoemt – effect zal hebben, terwijl veel van deze ganzen in onze buurgemeenten broeden. Is er überhaupt contact geweest met andere gemeenten om te kijken naar een regionale aanpak? Want, door het plaatsen van afrastering los je het probleem niet op, maar verschuif je het probleem naar een ander gebied. Dat was mijn vraag.” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. De gemeenteraad heeft afgelopen november ingestemd met inzet van een bedrag van € 12.000,= voor dit jaar voor de bestrijding van de ganzenoverlast. We hebben dat voorstel gedaan in de begroting, zijnde een van de weinige voorstellen in het nieuwe beleid vanwege de aanhoudende en steeds groter wordende klachten ten aanzien van de groeiende overlast van ganzen in wijken. Met die € 12.000, = zetten wij een combinatie van maatregelen in. Die combinatie van maatregelen betreft inderdaad het oliën van eieren.

Dan gaat het niet over alle eieren in een nest, maar over een aantal eieren in een nest, zodat de ganzen in ieder geval nog een paar kuikens krijgen, maar niet alle kuikens uitkomen. We plaatsen rietmatten, maar wel hekjes, zodat andere vogels wel bij hun eigen broedplaats kunnen komen en ook kunnen eten, maar de ganzen niet aan de oever komen. We hebben wat dat betreft geleerd van wat we bij Emerpark hebben gedaan, wél met rietmatten. Toen we die rietmatten hebben geplaatst, was het gevolg daarvan dat andere vogels de oever ook niet konden bereiken. Dat was een ongewenst bijeffect. Met het plaatsen van hekjes voorkomen we dat.

120

Verder willen we ook vooral mensen manen om de ganzen niet meer te voeren. Met name dat laatste veroorzaakt toch wel de trek van de ganzen naar de stad. Meneer Yildirim, het is niet zo, dat de ganzen buiten de stad broeden en dan met hun gezin – zeg maar – in de stad komen en dan ’s avonds weer de stad verlaten. Ze komen in het vroege voorjaar – dus nu, u merkt dat in de gemeente – de stad in vanuit de uiterwaarden, omdat het ook gewoon fijn toeven is in Zutphen. Ook zij vinden het prettig wonen hier. Dat snap ik wel, maar ze zijn er wel met veel en steeds meer. Dat maakt ook, dat die overlast toeneemt en die willen wij binnen de perken houden. Ik ben het niet helemaal eens met de heer Logeman dat dit geen diervriendelijke methode is, omdat wij het wel zo vriendelijk mogelijk proberen te doen. Maar, in de volgorde zoals u beschrijft, heer Logemann, namelijk eerst met de voederplaatsen en de hekjes en dan zien of het werkt, verliezen wij het dit seizoen van de eieren. We willen kijken of we met zo’n integrale aanpak dit probleem dit jaar nog wel kunnen adresseren om te zien of dat dan werkt en of we dan volgend jaar nog aanvullende maatregelen moeten treffen: ja of nee.” De heer LOGEMANN: “Ik wil het op de eerste plaats rechtzetten, dat ik niet over voederplaatsen voor ganzen heb gesproken, maar het onbereikbaar maken van voer voor ganzen als middel om het aantal te reduceren.

Ik denk ook niet dat het goed is om eerst te kijken of de ecologische maatregelen werken en dan pas te beslissen om inoliën in te zetten, maar om per gebied te kijken op welke manier we de maatregelen kunnen dimensioneren.” Wethouder DE JONGE: “Voorzitter, als ik hier nog even op mag ingaan. De heer Logemann heeft volkomen gelijk. We gaan wel per gebied kijken hoe de combinatie van maatregelen uitvalt. In sommige gebieden is de overlast echt heel groot. We zien dat in sommige gebieden de ganzen in het ene gebied eieren leggen en daar ook de nesten hebben, maar in een ander gebied foerageren. Dat maakt dat je een mix van maatregelen moet toepassen.” De heer Yildirim: “Volgens mij, had ik duidelijk gevraagd of er samenwerking is met buurgemeenten. Dat is niet beantwoord. Of het plaatsen van hekken echt veel nut heeft, weet ik niet. De ganzen kunnen er gewoon overheen vliegen. Maar goed, het zal vast wel bewezen zijn. Ik wacht op antwoord.” Wethouder DE JONGE: “Samenwerking met buurgemeenten hebben wij niet, omdat de ganzen nu eenmaal in Zutphen die eieren krijgen, in Zutphen verblijven en zodra het seizoen voorbij is Zutphen verlaten en daarna Zutphen weer inkomen Dat is één. We hebben wel samenwerking met de Provincie, want zij zijn het bevoegd gezag over het afgeven van vergunningen om dit mogelijk te maken. U vroeg ook nog wanneer wij weten of het effect heeft.

Wij weten of het effect heeft als de overlast dit seizoen afneemt. Of het plaatsen van de hekken effect heeft? Ja, dat heeft wel degelijk effect, want dan kunnen die ganzen niet bij hun oever komen, terwijl andere vogels daar wel kunnen komen. We hebben gezien dat het wel werkt met de rietmatten, maar met de hekjes proberen wij de ongewenste effecten van de rietmatten wel te voorkomen.”

5.b

Vraag GroenLinks – inzake extra prullenbakken (Audiopositie 00:08:36 Track 3)

Mevrouw KLEINRENSINK: Voorzitter, tijdens de vorige lockdown heeft GroenLinks ook al eens gevraagd naar het zwerfvuil, vooral op de IJsselkade. Het antwoord wat toen heel helder. Het kwam doordat er veel meer buiten wordt gerecreëerd. Er zou iets moeten veranderen hoe vaak de prullenbakken zouden moeten worden geleegd en zo. We zijn inmiddels bijna een jaar verder. Je zou denken, dat het wel goed liep. Maar, ik liep afgelopen week door de Noorderhaven en over de IJsselkade. Het gebied is echt bezaaid met afval. Een deel zal worden veroorzaakt, omdat de mensen er iets te nonchalant mee omgaan, maar ik denk toch ook echt dat er te weinig prullenbakken zijn. Dus, ik wil vragen of het mogelijk is dat er meer prullenbakken worden geplaatst.”

121

Wethouder MATSER: “Wij moeten altijd een balans houden tussen het straatbeeld en de hoeveelheid straatmeubilair, want dat doet iets met het beeld van – bijvoorbeeld – de IJsselkade of de Noorderhaven en de hoeveelheid afval die men kwijt wil. Soms loopt dat niet goed, zoals in de afgelopen week. Wij houden dat steeds in de gaten en hebben dat probleem zelf ook geconstateerd. Morgen is er zelfs een vergadering bij Beheer en Onderhoud om de maatregelen aan te passen. Die maatregelen kunnen bestaan uit het plaatsen van een extra kliko, zoals het vorig zomerseizoen ook is gebeurd, zodat daar wat groot materiaal in kan, bijvoorbeeld pizzadozen. Ja, zolang wij nog niet naar een restaurant kunnen, blijft dat ook al heel gauw liggen. Zoals vorig jaar op de IJsselkade, zullen we nu ook in Noorderhaven gaan doen. Het aantal prullenbakken, daar wil ik wat terughoudend in zijn. We gaan in ieder geval in Noorderhaven er nog één bijplaatsen, omdat het daar toch wel écht te weinig lijkt. Verder wil ik daar toch op de IJsselkade terughoudend in zijn en kijken of wij met extra legingen – dat is een tweede maatregel – en een extra kliko, die je ook weer kunt weghalen op het moment dat het afval minder blijkt. Daarmee hopen wij, dat de maatregelen voldoende zijn om de rotzooi, zoals u dat terecht noemt, weg te houden.

Wij kunnen alleen maar de mensen oproepen om hun eigen zooi weer mee te nemen als zij gerecreëerd hebben op de IJsselkade, dan wel de Noorderhaven. Dat zou helemaal mooi zijn als dat de norm zou zijn.”

5.c

Vraag Kies Lokaal – inzake fiets- en voetpad Vispoortgracht

(Audiopositie 0011:27 Track 3)

Mevrouw ACKERMANS: Voorzitter, we hebben de afgelopen week in de krant gelezen, dat er een plan is om een fiets- en voetpad aan de Vispoortgracht te gaan realiseren. Vanuit de inwoners krijgen wij het volgende signaal: er worden veel plannen gemaakt, zoals de Poort van Zuid, de Polsbroekpassage wordt aangepakt, De Schupstoel, de IJsselkade, het gebied rond het station. Het zijn allemaal wensen in onze gemeente. Laten wij vooropstellen, dat wij veel ontwikkelingen toejuichen, zoals het cameratoezicht en deze wandelroute. Alleen wat inwoners zich afvragen en wij eigenlijk ook het geval is: wanneer gaan de projecten die al zouden gaan lopen - zoals de Polsbroekpassage, De Schupstoel en dergelijke - gerealiseerd worden? Kan de wethouder aan de inwoners uitleggen wat de reden is, dat men niet eerst iets afmaakt waar ze mee bezig zijn, voordat er weer een nieuw project komt, omdat hier straks toch € 60.000,= naar toe moet?” Wethouder DE JONGE: Dank u wel, voorzitter. Binnenkort ontvangt u, mevrouw Ackermans en de hele raad, een overzicht van de stand van zaken Project Binnenstad. Daarbij zal het u opvallen dat een heleboel projecten gewoon hartstikke goed loopt. De Schupstoel wordt binnenkort ook aan u gepresenteerd. De Polsbroekpassage loopt. Met dit plan maken wij het mogelijk, dat we een subsidiemogelijkheid gaan inzetten voor de verbetering van die kade.

Dat is gewoon het in werking zetten van een plan, zoals u reeds heeft geaccordeerd in de visie Poort van Zuid. Dus, wij geven gewoon uitvoering aan de besluiten, zoals u die zelf heeft genomen. Het voorstel om dit mogelijk te maken, komt ook naar uw raad. Dan kunt u zelf nog voor of tegen zijn.

5.d

Vraag Kies Lokaal – inzake evenementen (Audiopositie 00:01:47 Track 2)

Mevrouw ACKERMANS: “Wethouder, nog bedankt voor uw antwoord. Uit de media hebben wij begrepen, dat er grote evenementen zijn zoals Mañana, Mañana. Ground Zero. Daarvan gaat de kaartverkoop al van start ondanks de heftige periode van corona. We hebben ook gehoord, dat de gemeente Zutphen bezig is met het organiseren van een festival voor jongeren. We hebben daar een e-mail over gehad. Mijn eerste vraag is of het klopt dat de gemeente zelf een festival gaat organiseren? Kunt u daar meer over vertellen? En, hoe zit het met andere evenementen?

122

We hebben er nogal wat, van kermis tot Bockbierdag tot dweildag. Er worden allemaal dingen georganiseerd in onze stad. Daar moeten natuurlijk de nodige vergunningen bij. Op het moment dat wij – bijvoorbeeld in juli – eindelijk adem kunnen gaan halen, wat betreft corona, moet er nogal wat in werking gezet worden. Hoe gaan jullie er nu mee om, met het organiseren van evenementen zoals – bijvoorbeeld – een kermis in september? Wordt daar al actie op ondernomen?” De VOORZITTER: “Nee, dat is veel te vroeg. We hebben in ieder geval gezegd - ook in overleg met de binnenstadondernemers - dat in ieder geval tot en met augustus of in ieder geval tot augustus niets te verwachten valt op het gebied van evenementen. We gaan natuurlijk in kleine stapjes wat meer vrijheid krijgen. Vanuit Den Haag komen er geen duidelijke aanwijzingen hoe we omgaan met evenementen. Zelf ben ik een pleitbezorger om in ieder geval in onze Veiligheidsregio één lijn te trekken. Ik heb ervoor gepleit om ook niet te verplaatsen. Dus, op moment, dat er evenementen zijn in mei en juni, om die niet allemaal door te gaan verplaatsen naar september en oktober. Dat is niet beheersbaar. Ook niet voor de politie. Het lijkt mij ook niet wenselijk in het kader van de volksgezondheid. Dat gesprek zijn wij met elkaar aan het voeren.

Mijn verwachting is dus, dat er in ieder geval tot augustus helemaal geen enkel evenement zal plaatsvinden.” Mevrouw ACKERMANS: “Mag ik daar een verduidelijking op? Wat gebeurt er in augustus? Is er dan nog tijd genoeg voor de vergunningen, als – bijvoorbeeld – de kermis in september komt? De VOORZITTER: “Wij zijn gewoon in gesprek en blijven in gesprek met ‘de kermis’, want die organiseren wij zelf.” De heer MANDERS: “Voorzitter, u heeft nog geen antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Ackermans over het jeugdfestival?” De VOORZITTER: “Is bij mij niet bekend. Wethouder De Jonge?” Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. In het kader van het project ‘Maatschappelijke diensttijd’ is een aantal organisaties, dat zich bezighoudt met jeugd in Zutphen, bezig met het organiseren van een digitaal jongerenfestival samen met héél veel jongeren. Dat is dus niet fysiek, maar zal digitaal plaatsvinden. Dat wordt echt – als het gebeurt – fantastisch. U kunt daar supertrots op zijn. Dat hoort u vanzelf als het echt gaat plaatsvinden.”

5.e

Vragen D66 en BewustZW – inzake camera’s Stationsplein (Audiopositie 00:05:03 Track 3)

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. In aanvulling op de jongeren ... Wij werden op zaterdag 20 februari verrast door een artikel in De Stentor dat jongeren zich zouden misdragen op ons Stationsplein en dat daarvoor camera’s een noodzaak worden. Wij hebben ons echt verbaasd over dat artikel, nu in deze tijd. Daar zijn eigenlijk drie redenen voor: Als eerste, dat de jongeren het moeilijk hebben op dit moment, dat weten we. Ten tweede, het College spant zich echt enorm in om juist contact te leggen met de jongeren en kiest daarbij ook voor echt onorthodoxe manieren en activiteiten. Heel prijzenswaardig, vinden wij. Maar ook, dat een groep jongeren zich onlangs heeft georganiseerd in een Jongerenraad en bijna waren zij niet geraadpleegd over dit onderwerp. Hoe D66 denkt over camera’s, dat is misschien bekend. Wij vinden het echt een luie oplossing voor de problematiek die daarachter ligt. Diè discussie voeren wij nu niet. Onze vraag aan de burgemeester is of het - gezien het jongerenbeleid wat u op dit moment initieert- dan niet beter zou passen, dat u een opdracht verstrekt aan onze jongerenwerkers om in

123

samenwerking met de wijkagent contacten te leggen met de jongeren op het Stationsplein en zorgen dat de problemen die hierachter liggen, worden opgepakt?” De VOORZITTER: “Voordat ik deze vraag beantwoord, ga ik naar BewustZW, want die fractie heeft eenzelfde vraag.” (Audiopositie 00:06:36 Track 2)

De heer JANSEN: “Voorzitter, de titel is gelijk, maar de vraagstelling ligt wat anders. Het gaat hier over de openbare ruimte en ook over veiligheid. Het artikel hebben wij ook gelezen. Het had ons al op een of andere manier bereikt, dat daar iets aan de hand is. Onze vraagstelling is meer ... En dat is een beetje ‘n herhaling van ‘n aantal jaren geleden, waarin we ook het College toentertijd en ook de burgemeester toentertijd hebben gevraagd of wij nu niet beter kunnen communiceren met ondernemers en ook met particulieren, opdat wij weten wat er wel en wat er niet mag met camera’s én hoe wij uiteindelijk een totaalbeeld van Zutphen kunnen krijgen, waar ook inzichtelijk en een waakzaam oog is waar wat aan de hand is en waar niet wat aan de hand is. Ik weet dat toen is gezegd, dat dat niet kon, omdat dat het veel capaciteit vergt. Maar, de technieken zijn behoorlijk verbeterd de afgelopen jaren. Ik ben benieuwd of de burgemeester in dit geval daar meer over kan zeggen en ons daarover ons misschien op een later moment in een Forum nog eens kan voorlichten en meenemen in het veranderingsproces waarin we zitten met mekaar.” De VOORZITTER: “Dank voor beide insteken. Het grappige is … Overigens, het ging eigenlijk meteen over het aanpassen van de APV. Een onderdeel daarvan was, dat de raad de APV kan wijzigen, zodat cameratoezicht mogelijk zou kunnen zijn in de toekomst.

Toen heb ik in het persgesprek genoemd, dat je zou kunnen denken aan het stationsgebied, want daar is gewoon heel veel jeugdoverlast. Dat was er al voor de tijd van corona, maar dat wordt steeds meer. Wij hebben daarom ook al extra maatregelen genomen om lachgas te kunnen verbieden. Ook juist op die plek. Er zit natuurlijk een Spar supermarkt waar heel veel jeugd komt. Als klant heel fijn, maar als overlast minder fijn. En, het is ook zo, als je als bezoeker vanuit het station Zutphen binnenkomt, is het wel fijn dat je je daar welkom voelt. Groepen jeugd die daar hangen en soms ook enorme overlast veroorzaken, dat geeft geen welkom gevoel. Het mooie is, dat ik op dezelfde ochtend nog, dat ik de krant ook las, werd benaderd door een aantal jongeren dat heel graag met mij in gesprek wil. Dat gaan wij dus ook hel snel doen. Ze zeiden, dat ze het heel goed snappen en heel graag met mij zouden willen praten over welke behoeften zij hebben. Dat heb ik omarmd. Dat is natuurlijk superfijn. Dus, ik laat het niet over aan allerlei andere mensen, maar ga eerst zelf met hen in gesprek om te kijken wat de behoeften zijn en wat zij voor plannen, insteek en ideeën hebben om dat stationsplein gewoon een fijnere plek te kunnen makten voor iedereen. Zelfs in coronatijd mag je jongeren aanspreken op dingen die echt niet kunnen.

Je mag op die plek nu eenmaal niet allerlei middelen gebruiken, je mag daar niet aan het bier zitten en je mag daar ook niet met grote groepen dicht bij elkaar hangen. Dus, we kijken zeker naar de oplossingen, maar het Stationsplein is een thema waar verschillende wethouders en ik zeker nog, met u over komen te spreken. Dit was dus slechts een voorbeeld, maar het sprak kennelijk ook tot de verbeelding van de journalist. We hebben wel meer gesproken over cameratoezicht, maar dat ging toen over het uitgaansgebied. Dat was naar aanleiding van – wat ik nu wel kan zeggen na vierenhalf jaar burgemeesterschap – hier echt een aantal incidenten plaatsvonden die op zichzelf stonden. Toen werd er gesproken over cameratoezicht in het uitgaansgebied. Dat vind ik veel verder gaan. Dat zal ook niet zo makkelijk kunnen. In die zin vind ik daar wel een verschil tussen zitten. Laten wij vooral niet op die discussie vooruitlopen. Het is eerst fijn als de raad de APV wijzigt en dan kom ik altijd daarna nog bij u terug met een voorstel.”

5.f

Vragen D66, BewustZW, Burgerbelang en het CDA – inzake zonneparken (Audiopositie 00:10:54 Track 2)

124

De heer BROUWER: “Voorzitter, wij konden onder meer via De Stentor vernemen, dat we de geplande windmolens gaan inruilen voor zonneparken. Er is zelfs sprake van mogelijk tachtig hectare in het artikel. Dan hebben wij het toch echt over zo’n honderdzestig voetbalvelden. Mijn vraag is of dit verhaal klopt? Wordt die maximale tachtig hectare zonneparken onze aanbieding richting de Cleantech Regio en dus mogelijk onderdeel van de RES 1.0?” De heer JANSEN: “Voorzitter, ik heb een gelijksoortige vraag. Het gaat mij er meer om, dat twee weken geleden – dat is niet om te herhalen wat straks reeds is besproken– een aantal avonden is georganiseerd. Daar ben ik ook digitaal bij betrokken geweest. Wat mij opviel, is met wat een gemak de windenergie is weggestreept en het lijkt alsof dat kansloos is. Mijn vraag aan het College is of dat werkelijk zo is? Want op het moment, dat de zoekgebieden, zoals die nu in beeld zijn, niet door de lokale gemeenten – in dit geval – worden omarmd en ingevuld, kan er mogelijkerwijs nog een ingreep plaatsvinden vanuit de Provincie en het Rijk. Hoe zeker is zeker? Want de wethouder, in dit geval, heeft gezegd, dat het kansloos is en zeker is, dat windmolens en windenergie binnen het grensgebied van Zutphen niet meer doorgaat.” De heer SIEMES: “Hierop aanvullend.

Wij hebben gemerkt, dat er ontzettend veel problemen zijn met de gemeenten en deze duurzame decentralisaties. In de Cleantech Regio lukt het heel moeilijk om die windmolens gereed te krijgen. Wij hebben hier dus nu blijkbaar gekozen voor zonneparken als zijn de ideeën nog heel erg pril. Wij zijn benieuwd of de wethouder al in gesprek gaat met de regio of Cleantech Regio, omdat het blijkbaar toch wel ‘n grote beer op de weg is. Ook zijn wij benieuwd - wat wij ook hebben meegekregen van de landelijke politiek en van de inspraakavonden - of er meer prioriteit kan komen te liggen bij zon op dak in plaats van zon op open veld?” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, wij willen graag even aanhaken op wat eerder vanavond al is gezegd over de bewonersbijeenkomsten van ongeveer anderhalve week geleden. Er zijn toen veel vragen gerezen, gesteld en beantwoord. Maar er waren aan de andere kant veel meer mensen die wel wilden aansluiten, maar die sessies waren vol. Het lijkt ons, als CDA, erg belangrijk om nu geen rust- of radiostilte in te lassen. Rust roest of misschien wel RES roest, krijg je dan en dat willen wij natuurlijk ook niet. Dus: nu juist wel verder gaan met informeren en betrekken van inwoners. Ik vraag mij even af hoe de wethouder hier tegenaan kijkt? Hij gaf net in het kort al even aan, dat er wellicht nog een andere bijeenkomst zou kunnen volgen.

Is dat mogelijk? Kunnen er meerdere inwonersbijeenkomsten worden georganiseerd? Zeker over de Overmars, want ik hoor daar vanuit De Hoven heel veel vragen en opmerkingen over op dit moment.” (Audiopositie 00:14:16 Track 2)

Wethouder MATSER: “Dat zijn heel veel vragen, mevrouw de burgemeester. Ik heb zeven vragen genoteerd. Ik ga proberen deze vragen allemaal kort te behandelen. Beginnende bij de heer Jansen. Wij hebben gewoon een RES-bod gehad op basis van landschappelijk kaders. Dit noemen wij zoekgebieden. Zoekgebied 5 en 6 liggen in Zutphen en daar was ook nog een gebied, Overmars, voor zon. Die waren er al. Dus, zon en wind op die gebieden zijn er al. Wat wij hebben gedaan, omdat wij vonden dat het landschappelijk kader een té breed kader was, is, dat wij op 19 januari – dat weet u – een studie hebben aangekondigd, waarin wij hebben gekeken: “Kan dat nou wel?” Uit die studie blijkt, dat windmolens – als we kijken naar de wettelijke normen op het gebied van geluid – niet mogelijk zijn in Leestense Broek. Dat bedenk ik niet, dat bedenkt het bureau niet. Dat is gewoon een wettelijk kader. De Provincie en het Rijk zullen zich moeten houden aan wettelijke kaders. Tenminste, dat mag je dan toch hopen. Dus, ik ga ervan uit, dat straks in de besluitvorming – daar loop ik nu een beetje op vooruit, als ik dit zeg – de conclusie zal zijn, dat windmolens niet mogelijk zullen zijn in Zoekgebied 5.

125

In zoekgebied 6 is het zo, dat windmolens niet mogelijk zijn vanwege het Gelders natuurnetwerk, behalve als kan worden aangetoond, dat het niet anders kan. Zon is voor de Leestense Broek altijd aan de orde geweest en ook voor de Overmars als het gaat om de RES. De RES gaat over grootschalig zon. Grootschalig is boven de tien hectare. Wat daar kán komen volgens het onderzoeksbureau Pondera, is tachtig hectare. Dat is maximaal. Óf het er gaat komen, dat ligt niet aan mij. Dat ligt aan verder onderzoek, waarbij inpassing en allerlei andere natuur- en milieuwetgeving er nog overheen moeten. Die tachtig hectare zal wel niet gebeuren, maar op basis van een studie nú, zou tachtig hectare mogelijk kunnen zijn. Dat is even wat er aan de hand is. In die fase zitten we nog. We moeten nog heel veel onderzoek doen. Wij hebben dus niet gekozen. Wij hebben een studie gedaan. Op basis van die studie komen deze uitkomsten eruit. Zon op dak, daar ben ik ook heel erg voor. Als u allen met landelijke lijntjes uw collega’s daar kunt vragen om dat ook in wet- en regelgeving mogelijk te maken, dan wil ik daar heel graag verder gevolg aangeven. Wat wij tot nu toe hebben gedaan - als het gaat met industriedaken - is dat wij met de provinciale subsidie ‘Zon-op-dak’ aan de gang zijn geweest op ons industrieterrein De Mars.

Wij hebben een acht-/negental ondernemers bereid gevonden om daarmee aan de slag te gaan, maar dat is láng niet genoeg. We merken, dat er wel iets meer nodig is, dan de ondernemers die nu hun goede wil tonen. Er zal een slag moeten worden gemaakt, als het gaat over zon op dak. Ik doe in ieder geval mijn uiterste best om dat te stimuleren. Voor de RES maakt het niet uit, want zon-op-dak is al ingecalculeerd in het totale bod van de rijksoverheid. De sessies waren vol. De sessies waren niet zodanig vol, dat wij niet iedereen een kans hebben gegeven. Dus iedereen die zich heeft aangemeld, is ook aan de beurt geweest op 16 en 17 februari. Dat is in ieder geval wat mij ambtelijk is meegedeeld en ik geloof dat dat gewoon klopt. Dus, iedereen die zich heeft aangemeld, heeft op 16 en 17 februari de kans gekregen, maar zeg ik er gelijk bij - ik wil wel graag op korte termijn - in de maand maart en april - verder in gesprek met inwoners. Die opdracht heb ik ook gegeven, want die behoefte voel ik zelf ook. We zijn nog niet uitgepraat: de inwoners, ik en de groep om mij heen. Inwoners betrekken, is en blijft – ook voor mij – een grote prioriteit bij dit grote onderwerp. Ook toen ik net meneer Ernst hoorde, dacht ik: “Er is toch een behoorlijk informatieachterstand. Dat moeten we echt rechttrekken, willen wij voldoende inwoners kunnen meenemen in de behoorlijke opgave die er ligt”.

Niks doen, is geen optie, blijf ik ook nu nog steeds zeggen. Dus, we moeten echt met de inwoners aan de slag. Dat was het, mevrouw de voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie nog handjes. We gaan niet met elkaar in politieke discussie, wat mij betreft. De heer Brunsveld.” (Audiopositie 00:19:32 Track 2)

De heer BRUNSVELD: “Wel een handje, geen politieke discussie. Het gaat even over de vraag of de sessies wel of niet vol waren. Op de website heeft in ieder geval gestaan, dat de sessies vol waren en dat je daar niet meer voor kon aanmelden. Als mensen zich niet hebben aangemeld, konden zij in hun beleving daar niet bij. Daarom ben ik wel blij met de woorden van de heer Matser, dat er in maart en april opnieuw sessies volgen. Dat lijkt mij heel goed.” De heer SIEMES: “De heer Brunsveld gaf het al aan, dat mensen zich niet meer aanmeldden. Ook het punt dat er met negentig man in kleine groepjes ... Er was een overdaad aan vragen, waardoor ook heel veel van het programma niet aan bod is gekomen. Volgens mij, gaf de wethouder in de krant zelf aan dat de groepen te groot waren. Dus, ik zou dan toch, als we hier verder mee gaan, op korte termijn graag meer meetings willen hebben.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, ik zou het wel interessant vinden om opnieuw via een enquête te houden hoe Zutphense inwoners aankijken tegen windmolens, nu we wat verder zijn met de RES en zonneparken. Er kan dan een ander beeld ontstaan, dan …

126

De VOORZITTER: “De heer van Dijken, ik begrijp dat, maar dat gaat echt véél verder dan het punt ‘Actualiteiten’. Dan moet u een avond met elkaar beleggen. Super interessant, maar nù kan het echt niet.” De heer BROUWER: “Een concrete vraag. In hoeverre wordt nu een grootschalige zonne-energie onze aanbieding richting Cleantech Regio en de RES?” De VOORZITTER: “Ik snap, dat het punt superinteressant is, maar ik denk dat u hier echt beter nog een Forumvergadering over kunt houden, dan dat we hier nù lang mee bezig gaan. Ik zie de wethouder daar ook bij knikken.” Wethouder MATSER: “Ik val u bij, want op 25 maart is er een Forumspecial. Daar kan dit allemaal uitgebreid aan de orde komen. We gaan er de hele avond over praten. De RES komt pas daarna aan de orde. Er kan nog van alles gebeuren en u kunt alle vragen nog stellen op dat moment. Dat zeg ik u toe.” De VOORZITTER: “Dan ga ik dit onderwerp nu afronden.”

5.g

Vraag Burgerbelang - Subsidieregister

De heer VERSCHURE: “Voorzitter, in de begrotingsraad van 9 november is de raadsbrede motie aangenomen om een openbaar subsidieregister te hebben. Het kan aan mijn zoekkwaliteiten liggen, maar ik kan ‘m niet vinden op de gemeente-website. Vòòr 1 maart zou het College ons op de hoogte brengen. Ik ben benieuwd naar de status van dit register?” Wethouder MATSER: “Ik heb zelf ook even op de site gezocht. Bij de begrotingen kunt u alle subsidies bij de programma’s terugzien. Dat bedoelt u niet, denk ik. Er komt in ieder geval een register bij de jaarrekening. Zo’n subsidieregister met overzicht kunt u in ieder geval met de jaarrekening 2020 teruglezen. Alle subsidies zijn al zichtbaar in de begroting 2021. Ik zal nogmaals vragen hoe het ervoor staat, als het gaat om het register waar u op doelt en wat op 9 november is toegezegd. Daar ga ik nog even achteraan. Het is wel zo, dat er nu wel een beeld is op alle subsidies die zijn verstrekt.” De heer VERSCHURE: “Ik zou wel graag een datum van de heer Matser willen horen, waarop wij die terugkoppeling krijgen.” Wethouder MATSER: “Ik zal die terugkoppeling mét datum schriftelijk verzorgen. Dan hebben wij een datum die ook vastligt.”

5.h

Vraag CDA – Veilig stemmen met verkiezingen (Audiopositie 00:24:13 Track 2)

Mevrouw VAN WAMEL: “Voorzitter, een vraag over de verkiezingen. Via de media bereiken ons verschillende berichten, dat sommige gemeenten moeite hebben om de verkiezingen veilig te organiseren. Hoe zit dat in Zutphen? We hebben gehoord, dat er wat problemen zijn met de stampassen, maar dat ligt eigenlijk buiten bereik van de gemeente, maar lukt het om in Zutphen straks veilig te kunnen stemmen?” De VOORZITTER: “Als het aan de voorbereidingen ligt, gaat dat zeker lukken. Wij hebben ‘n prima aantal stembureaus. U kunt daar op meerdere dagen stemmen voor speciale doelgroepen. We zijn goed bemenst. De mensen zijn supergoed geïnstrueerd. Ik durf de stelling aan, dat wij in Zutphen veilig naar het stembureau kunnen gaan. Ik roep mensen ook vooral op en zal dat ook nog doen, zowel voor de mensen die voor het eerst mogen stemmen, als in het Contact Zutphen - Warnsveld én de oproep om vooral gebruik te maken van het stemrecht.”

127

5.i rij

Vraag Stadspartij – Kruising Laan naar Neder Helbergen / kinderboerde-

De heer PELGRIM: “Voorzitter, recent is de kruising veiliger gemaakt van de nieuwe weg, de Laan naar Neder Helbergen en richting kinderboerderij. Er is een vluchtheuvel ingebracht. Het voetpad dat daar liep, keurig vanaf de Zuidwijk richting stad, is nu onderbroken door een grote wadi. Je moet daar nu dwars door de modder lopen en daar staan nu twee grote borden. De vraag aan de wethouder: de kruising is nu prachtig. Het auto- en fietsverkeer kan er prachtig doorheen, maar het voetpad is onderbroken met ongeveer twintig meter modder waar je door moet lopen om het volgende voetpad te bereiken. Wordt dat nog hersteld of wanneer wordt daar wat aan gedaan?” De heer MATSER: “De wadi is in bestelling. Helaas is de levering wat vertraagd. Vandaar dat u dit beeld ziet. Ik heb wel ‘n hele mooie afbeelding gezien hoe dit gaat worden. Dat is wel heel erg mooi, maar nog even geduld. Helaas.”

5.j

Vraag VVD – Geluidsoverlast Zuidwijken

Mevrouw VAN DIJK: “Voorzitter, ons bereiken in toenemende mate geluiden, dat men geluidoverlast heeft in de Zuidwijken, omdat er nu toegenomen verkeer is over de nieuwe IJsselbrug. Het gaat over een stukje provincialeweg. De vraag van de VVD is of er op een klein stukje eventueel een geluidsbelemmering zou kunnen worden aangebracht. Wilt u dat opnemen met de Provincie?” Wethouder MATSER: “Voorzitter, het strenge antwoord is natuurlijk, dat als wij contact opnemen met de Provincie, dan zal er op gebied van wet- en regelgeving voldoende aanleiding moeten zijn om een onderzoek te starten. Dat is natuurlijk het ingewikkelde bij zo’n vraag. Wij gaan in ieder geval – dat kan ik u toezeggen – die vraag wel stellen aan de Provincie om hier nog eens even goed naar te kijken. Ik verwacht daar niet direct wonderen van. Dus niet, dat ze morgen al klaarstaan om die geluidswallen te maken. Ik neem het wel voldoende serieus, dat is de andere kant, omdat er niets ergerlijker is dan geluidsoverlast ervaren. Mevrouw Van Dijk, als u mij nog kunt aangeven of het over de hele route gaat, vanaf de kruising tot aan ongeveer de nieuwe brug of dat het om een stuk, van de route gaat waar de huizen dichter op de weg staan, dan zou u mij daar enorm mee helpen. Dan kan ik Provincie duidelijker aangeven waar met name het gevoel van overlast speelt.” Mevrouw VAN DIJK: “Hartelijk dank, meneer Matser.

Ik zal u schriftelijk nadere gegevens sturen.” De VOORZITTER: “Volgens mijn lijstje zijn wij door de actualiteiten heen. Ik zie nog een handje van de heer Hissink, klopt dat?” De heer HISSINK: “Dat klopt. Het gaat even over de geluidswal. Ik woon aan die weg. In de afgelopen tien jaar zijn daar meerdere onderzoeken gedaan om een geluidswal te krijgen bij de Provincie. De heer Matser kan dat bij de Provincie navragen. Daar zijn metingen en allerlei gegevens bekend. Dat wilde ik even zeggen.”

6

VASTSTELLEN HANDELINGEN

6.a

Handelingen raad 25 januari 2021 (Audiopositie 00:29:30)

De VOORZITTER: “Dan zijn we bij agendapunt 6: vaststellen Handelingen met onder 6.a ‘Handelingen Raad 25 januari 2021’.

128

Ik zie geen reactie van u. Aldus besloten.” Besluit: Aangenomen.

6.b

Handelingen besloten raad 19 januari 2021

De VOORZITTER: “En onder 6.b ‘Handelingen besloten Raad 19 januari 2021’. Er zijn geen reacties. Aldus besloten.” Besluit: Conform besloten.

7

LIJST INGEKOMEN STUKKEN RAAD 1 MAART 2021 (GRIFFIENR. 2021-0013) (Audiopositie 00:29:47 Track 2)

De VOORZITTER: “Dan komen we bij agendapunt 7, de lijst ingekomen stukken voor de raad, 1 maart 2021’. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Aldus besloten.” Besluit: Conform de gedane afhandelingsvoorstellen besloten.

8

HAMERSTUKKEN

8.a

Aanvullende subsidie Stichting Vluchtelingenwerk Oost Nederland 2021 GRIFFIENR. 2021-0004 (Audiopositie 00:29:56 Track 2)

De VOORZITTER: “Dan komen we bij de hamerstukken. Dat betreft onder 8.a, de aanvullende subsidie Stichting Vluchtelingenwerk Oost Nederland 2021. Griffienummer 2021-0004. Ik weet niet of u behoefte heeft aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan constateer ik dat u instemt met het hele voorstel zoals hier gedaan. Aldus besloten.” Besluit: Aangenomen.

8.b

Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17 GRIFFIENR. 2021-0007 (Audiopositie 00:30:06 Track 2)

De VOORZITTER: “Onder 8.b: Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17. Griffienummer 2021-0007. Wenst iemand een stemverklaring? Dat is niet het geval. Conform besloten.” Besluit: Aangenomen

9

TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING COVID-19 GEMEENTE ZUTPHEN GRIFFIENR. 2021-0019 (Audiopositie 00:30:15)

129

De VOORZITTER: “Dan zijn we bij agendapunt 9: ‘Tijdelijke subsidieregeling COVID-19 gemeente Zutphen’. Wie mag ik daarover het woord geven? Dat is de heer Krans. Ik begin met u.” Eerste termijn De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag over het subsidieplafond. Ik zie in de regeling dat het College een subsidieplafond kan instellen. Als je het voorstel verder leest, dan staat er: “We willen bedragen beschikbaar stellen uit de te ontvangen extra uitkering lokale cultuur”. Dan staat er vervolgens: “Deze bedragen, in totaal € 900.600,=, kunnen ingezet worden ter ondersteuning van culturele instellingen via deze regeling.” Het restant van de provinciale subsidie van € 99.900,= kan ingezet worden voor de subsidieregeling welzijn.” Moet ik nu die bedragen beschouwen als subsidieplafonds per onderdeel of zijn die er nog niet? Ik heb nog meer, maar het is misschien praktisch om die vraag eerst beantwoord te krijgen.” De VOORZITTER: “Ik zou eigenlijk bij voorkeur een rondje willen maken voor de vragen zodat de wethouder deze kan bundelen in diens beantwoording.” De heer KRANS: “Dat is goed. Dan meer een opmerking: het is erg jammer dat de voorwaarden aan de ene kant uitgaan van een uitvoerige en complete subsidieaanvraag en aan de andere kant van het beginsel ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’.

Zeker voor kleinere culturele organisaties met bijvoorbeeld een vrijwillig bestuur is dat niet fair. Niet flauw bedoeld, maar we hebben in Den Haag gezien hoe het beginsel ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ voor één van de wethouders meteen code rood betekende omdat hij ervan verdacht wordt horecavriendjes aan een nachtvergunning te hebben geholpen door tegen hen te zeggen: “Jongens, wie het eerst komt, die het eerst maalt. Morgenochtend begint het.” Natuurlijk is zoiets in Zutphen volstrekt ondenkbaar. Laten we ook niet de schijn opzoeken. Dat was het voor dit moment. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Een vraag van onze kant: zijn alle cultuurpartijen in beeld die in aanmerking komen voor de subsidie? En dan hebben we het met name over de cultuurmakers die niet in de Sudokuclub zitten. Mijn vraag is: zijn die in beeld en indien nog niet: hoe gaat u deze bereiken? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb een iets langere inleiding. Dus ik neem even de tijd. In de tijdelijke subsidieregeling van de gemeente staat bij artikel 9, punt 1, dat aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

In De Stentor van 12 februari zegt de wethouder: “Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst en als het subsidieplafond is bereikt, dan komt er een stop op.” Op 25 januari heeft de raad een motie aangenomen en op bladzijde 81, tijdens het gesprek over die motie, zegt de wethouder het volgende: “Van dit geld is het onze taak om hiermee zo goed mogelijk steun te bieden aan de culturele sector met een eerlijke verdeling en wat ons betreft ook een duidelijke onderbouwing. Dat betekent niet voor iedere organisatie een gelijk bedrag en zeker ook niet ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’.” Vervolgens zegt de wethouder op bladzijde 83: “Ja, voorzitter, als de motie wordt aangenomen, dan gaan we ‘m uitvoeren. Dat is het probleem niet.” Dan blijft de vraag, voorzitter, hoe de toezegging van de wethouder in de raad van 25 januari zich verhoudt tot de voorwaarden van de tijdelijke subsidieregeling. Een aansluitende vraag aan de wethouder is of hij diens eerdere toezegging over niet volgen van de koers ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ gestand gaat doen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar meneer Verschure.”

130

De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, een kleine vraag. Er staat bij de financiële consequenties: “De stand van de algemene reserve wordt in de laatste actualisatie van de bestuursrapportage per 31 december geschat op € 9,2 miljoen. Dit is inclusief het verwachte positieve jaarrekeningresultaat 2020.” Ik vind het eigenlijk een beetje gokken: “Het zal wel positief zijn, dus zullen we het daar maar vandaan halen.” En daarnaast lijkt mij dit ‘n vestzak-broekzak-verhaal en is het voor mij niet echt duidelijk welke gelden nu daadwerkelijk vanuit het coronafonds komen en waar ze naar toe gaan.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil eigenlijk beginnen met het bedanken van de wethouder dat hij toch op een redelijk snelle manier de motie, die wij met de voltallige gemeenteraad hebben ingediend en gesteund, heeft verwerkt in dit voorstel. Dus, daar zijn wij als VVD erg blij mee en ik denk de rest van de gemeenteraad overigens ook. Maar, ik heb er wel een paar opmerkingen over. Dat is ook al vòòr mij gezegd door de heer Krans en de heer Van Dijken. De wethouder heeft vorige vergadering, toen we die motie bespraken, heel duidelijk aangegeven dat het niet zo zijn: ‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Tot mijn stomme verbazing las ik vervolgens in dit stuk, dat het op volgorde wordt behandeld.

Dus, ik vraag me af: hoe verhoudt zich dat dan tot elkaar? Want hoe zit het dan met de toekenning van die gelden? Gaat dat ook op een manier van: degene die het eerst vraagt, krijgt ook als eerste het geld? Dus, daar maak ik me wel een beetje zorgen over. Ik zou graag willen weten, hoe de wethouder daar tegenover staat, met name ook vanwege die toezegging die hij heeft gedaan. Het tweede is, dat als je kijkt naar de voorwaarden die worden gesteld en waaraan voldaan moet worden om gebruik te maken van de extra ter beschikking gestelde coronagelden, dan worden er best wel lastige eisen gesteld. Je moet aantonen dat het echt niet anders kon, je moet aantonen dat je ook echt alles eraan hebt gedaan om op de een of andere manier maar aan geld te komen, je moet aantonen dat je ook hebt geprobeerd om fondsen te werven, vrienden te vragen et cetera. Dat moet dus allemaal gecontroleerd worden. Hoe lang duurt het dan wel niet voordat die betreffende aanvrager ook werkelijk over dat geld kan beschikken? Het is natuurlijk allemaal twee voor twaalf. Dat geld is snel nodig, anders is het te laat. Dat is overigens ook de reden waarom minister Van Engelshoven heeft gezegd: “Ik oormerk dat geld niet.” Er werd gezegd: “Het is geen geoormerkt geld.

Dus de gemeente kan daar gewoon mee omgaan zoals ze dat wil.” Dat klopt, maar Van Engelshoven heeft gezegd: “Ik doe dat niet, juist omdat ik graag wil dat die gemeenten snel over dat geld kunnen beschikken.” Nou, dan zou ik het heel jammer vinden als wij er zóveel voorwaarden aan stellen, dat dat weer een belemmering is voor partijen om over dat geld te beschikken omdat ze eerst aan al die voorwaarden moeten voldoen. Dus dat is ook een vraag aan de wethouder van mij: hoe ziet u dat dan? Hoe gaat u dat dan zo doen, dat de partijen die dat geld echt nodig hebben omdat ze anders niet verder kunnen? Die partijen in de culturele sector hebben écht last van de coronacrisis en hebben voor een groot deel helemaal geen inkomsten gehad. Dus, hoe gaat de wethouder dat dan oplossen, gezien de regels die worden gesteld? Dat zijn op dit moment even de belangrijkste vragen die ik heb. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de meeste vragen die al gesteld zijn, maar ik wil vooral beginnen met het bedanken van de wethouder voor zijn snelle acties richting dit cultuurverhaal. In de cultuurwerkgroep van de PvdA, landelijk, zijn al nieuwe subsidies aangekondigd vanuit het Rijk, maar ook vanuit de Provincie.

Heeft de wethouder daar ‘n beeld van? Zijn die hierin al meegenomen of komen die hier naderhand nog bij? Waar ik vooral de vraag

131

wil onderstrepen van de heer Boersbroek over de overige cultuurinstanties, naast de Sudokuclub, goed in beeld zijn om meegenomen te worden in de subsidieaanvragen. Een laatste puntje. Er is laatst bekend geworden dat de Belastingdienst problemen heeft met het uitvoeren van de regelingen om uitbetalingen te doen voor die – ik geloof – de TOZO-regelingen waardoor ondernemers pas in april hun geld krijgen. Geldt dat ook voor deze cultuursector? Dat zijn mijn vragen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Tot slot, mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Ook wij hebben al veel vragen horen stellen die wij ook op ons papier hadden staan. Wij maken ons vooral zorgen over het stukje ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Wij hebben onder andere met Luxor gesproken en zij komen toch ook erg in de problemen. Zij vonden het met name onterecht dat De Hanzehof best wel wat geld kon verwachten. Dus, dat is onze hoofdvraag aan de wethouder: hoe breed gaan jullie eerst kijken voordat de gelden uitgegeven worden, zodat iedereen een goede kans heeft? En in welke wijze gaat u kijken hoeveel geld er naar welke instantie gaat? Dus, de verhouding daarin.” De VOORZITTER: “Oké. Dat zijn heel veel vragen. Wethouder Ten Broeke.” Reactie College (Audiopositie 00:40:01 Track 2) Wethouder TEN BROEKE: “Volgens mij, gaan de meeste vragen richting mij.

Laat ik beginnen met te zeggen, dat het zo goed mogelijk steun bieden aan de culturele sector het uitgangspunt is. Zo hebben we het de vorige keer ook besproken. Daarom zijn we ook zo snel als mogelijk met deze subsidieregeling gekomen. Er zaten heel wat afwegingen bij. Laat ik die ook met u delen, want daar komt een groot deel van uw zorgen voorbij. U heeft mij eerder horen zeggen: we gaan het eerlijk verdelen en we gaan voorkomen dat het werkt vanuit ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Bij het opstellen van de regeling liepen we tegen een paar zaken aan, namelijk: dat als wij eerst alle aanvragen zouden verzamelen, dan behandelen, dan beoordelen en dan besluiten, dan zou het lang duren voordat wij de eerste aanvragers ook een bedrag kunnen uitkeren. We hebben te maken met organisaties waar juist nu de nood hoog zit en die snel steun uitgekeerd moeten krijgen. Er zijn anderszins ook organisaties die juist tijd nodig hebben om hun jaarstukken op te maken en die juist ook tijd nodig hebben om een aanvraag te kunnen indienen. Dat zorgt ervoor, dat we niet één vaste periode kunnen hebben om te verzamelen en daarna pas uit te kunnen keren. Daarom hebben we ervoor gekozen om de regeling open te stellen, de aanvragen te kunnen behandelen en daarna per aanvraag te kunnen besluiten. Dat doen we dus niet willekeurig. Het is niet zo: ‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’.

Het is niet zo, dat degene die een aanvraag doet, geld krijgt omdát hij de eerste is en dat de laatste niets krijgt. Wij baseren ons besluit op de criteria in de subsidieregeling en zo voorkomen wij dat daar onevenredige verschillen in zitten. Dus, wij doen dat heel onderbouwd. Met de regeling die nu aan u voorligt, stellen wij voor om negen ton ter beschikking te stellen. Dus, een subsidieplafond van negen ton. Onze inschatting is dat zo’n bedrag zeker wel voor het grootste deel echt nodig zal zijn om compensatie te bieden. Mocht na alle aanvragen blijken, dat niet het totale bedrag nodig is, dan gaan we natuurlijk kijken hoe we dat zo goed mogelijk kunnen laten terechtkomen. De bedoeling is: als u deze regeling vaststelt, dan kunnen we het ook gaan publiceren. Dat kan deze week nog in Contact Zutphen - Warnsveld. Dit betekent voor culturele organisaties die hier gebruik van maken, dat zij gewoon op de website van de gemeente een digitaal formulier kunnen invullen en de gevraagde stukken kunnen uploaden. Dat betekent niet dat zij zelf een heel boekwerk moeten aanleveren. Het is een eenvoudige aanvraag met de bijbehorende stukken die wij vragen, zoals ook in de regeling staat. Volgens mij, voorkomen wij daar bureaucratie mee en dat culturele organisaties buiten de boot vallen omdat zij niet kunnen voldoen aan wat wij eisen en

132

dat het onevenredig veel is wat wij eisen. Dat is niet het geval. Het is – volgens mij – behapbaar voor iedereen. De heer Manders vroeg nog naar andere subsidieregelingen, van de Provincie. Het is ons niet bekend of daar de laatste weken iets is bij gekomen, anders dan wat de Provincie vorig jaar al bekend heeft gemaakt. Van die laatste tijd is mij dat in ieder geval niet bekend. De vraag van de heer Verschure over de algemene reserve, die laat ik over aan wethouder Matser, want dat weet ik niet exact. Laat ik nog op één vraag ingaan, namelijk of alle organisaties in beeld zijn. Dat is wel een belangrijke. Dat hebben wij ons ook vanaf het begin voorgenomen. Met het grootste deel van de culturele organisaties is al contact – ook vanwege andere redenen en niet per se vanwege corona. Wij doen er alles aan, om iedereen te bereiken. Zowel door direct contact, maar ook door de regeling via alle mediakanalen onder de aandacht te brengen. Daarbij gaan wij ervan uit, dat iedereen weet heeft van deze regeling en dat iedereen die er gebruik van wil maken, dit ook gaat doen. De VOORZITTER: “Oké. Wethouder Matser. Er ligt nog een paar vragen voor u.” Wethouder MATSER: “Volgens mij, één vraag, van de heer Verschure. Het is – volgens mij – zo dat in het stuk staat dat … Nee, laat ik anders beginnen.

Bij de Burap 2 heb ik aangegeven, dat wij flink wat geld hebben gekregen van het Rijk, op allerlei gebieden. Coronagelden. Ik heb toen ook aangegeven: het zou wijs zijn om de niet gebruikte coronagelden apart te reserveren en die te gaan gebruiken in 2021. En dat is eigenlijk wat hier gebeurt. Dus, een deel van de coronagelden voor cultuur is niet gebruikt in 2020 en die schuiven we gewoon door. Alleen is daar een construct voor nodig dat ook rechtmatig is. Dat is dìt construct. Dat schuiven we door en dat zetten we op het bedrag dat voor 2021 beschikbaar is. Weet wel: het is een momentopname. We zitten nu in februari/maart. In januari is dit stuk opgesteld. Het kan zo zijn, dat de rijksoverheid nog met aanvullende maatregelen komt en dan zullen we dáár weer op reageren. Het kan zomaar zijn, dat dat weer bovenop dit bedrag komt dat beschikbaar is voor cultuur, zoals wethouder Ten Broeke net heeft aangegeven. Dat is eigenlijk de eenvoudige uitleg van het stuk over algemene reserves en doorsluizen van geld uit 2020.” De VOORZITTER: “Dank. Even kijken. We gaan denk ik naar de tweede termijn. Ik zie nog wel wat handen. Meneer Krans.” Tweede termijn (Audiopositie 00:46:46 Track 2)

De heer KRANS: “Voorzitter, ik begreep wethouder Ten Broeke niet goed. Ik zie in de regeling staan, dat de aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Ik zie verder in de regeling staan dat een subsidieplafond kan worden ingesteld. Op die vraag heb ik overigens nog geen antwoord gekregen ... En ik zie dat er maar een beperkt bedrag, hoe groot ook, beschikbaar is. Dan is het toch: wie het eerst komt, die het eerst maalt? De wethouder zegt van niet, maar, nogmaals: dat begrijp ik niet goed. Iets anders is, dat de wethouder ons vraagt de subsidieregeling vast te stellen, maar volgens mij, heeft u hem vastgesteld en moeten wij alleen de begrotingswijziging goedkeuren. Dat is misschien even goed om gezegd te hebben. Dank u.” De VOORZITTER: “Oké. Mevrouw Schriks, nog een aanvullende vraag?” Mevrouw SCHRIKS: “Ja, dank u wel, voorzitter. Een hele korte. Die was mij even ontschoten. Er is nu dus ruim negen ton beschikbaar voor cultuur, conform het geld dat het Rijk beschikbaar heeft gesteld. Ik ga ervan uit, dat van dit geld nog helemaal niets is uitgegeven, noch is toegezegd. Dat wil ik even bevestigd horen worden door de wethouder. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Terug naar wethouder Ten Broeke.” Reactie College in tweede termijn

133

(Audiopositie 00:48:01 Track 2)

Wethouder TEN BROEKE: “Om met het laatste te beginnen: inderdaad, de regeling hebben we als College vastgesteld, maar het is de bedoeling dat u straks nog de begrotingswijziging vaststelt. Pas daarna kunnen we geld gaan uitgeven. Dus, er is nog niets uitgegeven of toegezegd. Pas later deze week kunnen de aanvragen binnenkomen, dus vanaf dan kan er pas beschikt worden. Dat kan ik in ieder geval bevestigen. Het klopt dat onze regeling niet oneindig is. Het is een maximumbedrag. Dus, dat betekent dat we moeten beoordelen en dat doen we op basis van de criteria in de regeling. Zo gaan we dit doen. We kunnen het eerlijk verdelen op deze manier. Dit is het eerlijkste en het beste om de culturele organisaties te ondersteunen. Als we het anders zouden doen … U mag met voorstellen komen, uiteraard, maar wat wij hebben gemerkt, is dat we culturele organisaties tekortdoen omdat we ofwel te laat komen met geld of anderszins is het een oneerlijke verdeling. Dus, wat we nu hebben voorliggen, is echt de meest eerlijke manier om hen nu steun te kunnen bieden.” De VOORZITTER: “De heer Krans.” De heer KRANS: “De wethouder daagt de raad uit om met voorstellen te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=abe98ead-5d38-49a6-ba6a-ebc3b49600ff