487838, Bijlage 1a, doorlichting Theater en Congrescentrum Hanzehof te Zutphen, BMC, 2018
Tekst van het document
4
Landelijk gezien bestaat naar schatting 12,7% van de gemeentelijke vastgoedportefeuille uit vastgoed voor kunst- en
cultuurdoeleinden, gemeten in vierkante meters bruto vloeroppervlak (Benchmark gemeentelijk vastgoed, IPD Nederland, 2011)
50/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
In het model vormt het aantal inwoners het uitgangspunt, waarbij een minimaal takenpakket van de gemeente wordt aangegeven. De grenzen liggen respectievelijk bij tot circa 25.000-30.000 inwoners, tot circa 90.000-100.000 inwoners en meer dan circa 90.000-100.000 inwoners. De vier grote steden worden daarnaast nog als een aparte categorie gezien. De gemeente Zutphen zit met ruim 47.000 inwoners qua inwonertal in de middelste ring, die loopt vanaf ca. 30.000 tot 100.000 inwoners. Het voorzieningenpakket behorende bij deze schaalgrootte is dat van het ‘uitgebreide cultuurbeleid’. Dit omvat, behalve het ‘basispakket’ dat wordt aangetroffen bij kleine gemeenten, ook voorzieningen zoals: - een plek voor kleinschalige filmvertoning (bijv. een filmtheater gerund door vrijwilligers); - locaties en/of organisaties die literaire activiteiten ontplooien; - één of meerdere musea, vnl. cultuurhistorisch; - enig beeldende kunstbeleid (bijv. m.b.v. een aankoopfonds; - een voorziening voor kunsteducatie (cursusaanbod); - een multifunctioneel podium en een gespecialiseerd podium (pop of jazz). Gemeenten die dicht bij de ondergrens van 30.000 inwoners zitten kunnen zich deze voorzieningen niet allemaal permitteren. Te zien is dat zij vaak een keuze maken uit een van de hiervoor genoemde elementen.
Gemeenten die dicht tegen de bovengrens van 100.000 inwoners zitten beschikken doorgaans over alle genoemde voorzieningen.
51/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Voor Zutphen geldt dat haar inwonertal onder het midden (= 60.000) van deze categorie ligt. Daarmee is duidelijk dat het Zutphen aan de financiële draagkracht ontbreekt om een ‘uitgebreid cultuurbeleid’ in de volle omvang te ontplooien. Aan het voorzieningenpatroon van Zutphen is dit ook te zien: de gemeente heeft wel een theater voor de artistiek waardevolle film, twee musea en twee podia (i.e. de Hanzehof), maar heeft een kunstencentrum dat ‘mean en lean’ is (geen docenten in vaste dienst) en weinig beeldendekunstbeleid. Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat zo’n soort kunstencentrum geen zwak surrogaat is, maar juist een voorbeeld van een toekomstbestendige organisatiewijze. Specifiek wat betreft de podiumvoorzieningen blijkt uit het onderzoek waarop het model is gebaseerd dat de meeste gemeenten groter dan 30.000 inwoners beschikken over een multifunctionele (theater)accommodatie. De wat grotere gemeenten (50.000+) beschikken daarnaast meestal ook over één of meerdere muziekpodium. Zutphen wijkt niet van af van dit algemene beeld. 5.2
Prestaties Hanzehof vergeleken met die van overeenkomstige theaters (benchmark) Benchmark: hoe en wat Benchmark is een begrip uit de wereld van de kwaliteitsbewaking. De Engelse term benchmark betekent eigenlijk meetspijker, een referentiepunt voor landmeters. Benchmark is een procedure om de prestaties van systemen of organisaties met elkaar te kunnen vergelijken. Benchmarking is een manier voor organisaties om van elkaar te leren, verantwoording af te leggen (bijvoorbeeld aan subsidienten) en toezicht en onderzoek te vergemakkelijken. In de kern gaat het bij benchmarking om drie stappen: 1. het vergelijken van de prestaties van de ene organisatie met die van andere organisaties; 2. het analyseren van de verschillen tussen de diverse prestaties door te proberen te begrijpen waarom deze zijn gerealiseerd; 3. het verbeteren van prestaties aan de hand van de informatie verworven tijdens het benchmarkproces. Voordat een benchmark kan worden uitgevoerd, is het noodzakelijk om voldoende gegevens beschikbaar te hebben. Elk jaar wordt door de leden van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) een vragenlijst ingevuld waarmee een databasesysteem gevuld wordt: het Theater Analyse Systeem (TAS). De mogelijkheden zijn zeer uitgebreid. Er zijn meer dan 60 indicatoren waarop theaters met elkaar kunnen worden vergeleken.
Wanneer wij gegevens uit een benchmarkonderzoek gaan vergelijken, zijn er altijd een paar standaardvragen die wij onszelf stellen: 1. Wat valt op? 2. Op welke onderdelen presteert de een beter en de ander slechter? 3. Wat kan een verklaring voor het verschil zijn?
Wat meestal gebeurt is dat de uitkomsten van een benchmarkonderzoek fungeren als onderlegger voor het gesprek tussen gemeente en organisatie. Dan helpen de benchmarkgegevens om het gesprek te objectiveren: het ‘verhaal achter de cijfers’ komt naar voren. Wederzijds wordt het inzicht in de bedrijfsvoering verdiept en er kan een zinvol gesprek over achtergronden en keuzes plaatsvinden. Dát is waar het bij benchmarking om gaat.
52/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Uitgangspunten benchmark de Hanzehof Wij vinden het benchmarkonderzoek zoals uitgevoerd door LAgroup in 2014 zoals gezegd niet actueel genoeg. Derhalve hebben wij een hernieuwd benchmarkonderzoek uitgevoerd met de theaters die wij relevant achten, dat wil zeggen theaters die: - liggen in gemeenten van vergelijkbare omvang; - liggen in gemeenten die een centrumfunctie vervullen voor de regio; - van enigszins vergelijkbare omvang zijn qua zaalgrootte. Wij hebben de volgende theaters geselecteerd:
Weert Emmeloord Waalwijk Veldhoven Barendrecht Uden Oosterhout Zutphen
Inwoners (NB Niet de allerlaatste telling) 48.484 46.000 46.000 43.000 43.000 40.000 53.000 46.635
Theater
Munttheater Theater Voorhuys Theater De Leest Theater De Schalm Theater Kruispunt Theater Markant Theater de Bussel Hanzehof
Zitplaatsen grote zaal
459 520 475 474 500 685 503 550
Met de genoemde zeven theaters is het benchmarkonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). We noemen deze theaters hieronder de referentietheaters. Het onderzoek heeft betrekking op de laatst beschikbare cijfers die zijn opgenomen in het TAS, te weten die over het jaar 2016. Bevindingen de Hanzehof Totaalcijfers • Het aantal voorstellingen is aan de lage kant: het ligt 18% lager dan bij de referentietheaters. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat de andere theaters een ‘gewone’ tweede (lees: kleine) zaal hebben, waar veel kleine theaterproducties kunnen plaatsvinden, soms wel 60 per jaar. De tweede zaal van de Hanzehof is de Oosterberg Buitensociëteit: deze is minder veelzijdig en daarmee minder frequent te gebruiken. In een recente telling door de Hanzehof is het verschil in aantal voorstellingen nog maar 10% (zie bijlage 8). En zoals gezegd betreft het bij de Hanzehof alleen grotezaalproducties terwijl het bij de referentietheaters ook gaat om producties voor de kleine zaal. • Een logisch gevolg van het lagere aantal voorstellingen is dat ook het aantal bezoeken lager ligt: ook ca. 20%. • Het gemiddelde aantal betalende bezoeken wijkt echter nauwelijks af van het gemiddelde van de referentietheaters. • De hoeveelheid besloten bijeenkomsten (verhuringen) is fors groter. De Hanzehof is daarmee succesvol en levert een belangrijke bijdrage aan het resultaat.
• Het aantal bezoekers in relatie tot het inwonertal in de regio is laag. Hieruit blijkt dat het voedingsgebied van de Hanzehof relatief beperkt is: er is weinig ‘achterland’ om publiek uit te betrekken. • Het resultaat uit voorstellingen valt zeer goed te noemen. Waar de referentietheaters een gemiddelde van - € 81.000 boeken, zit de Hanzehof op een plus van € 60.266 als uitkomst van het seizoen 2016/2017. Dit is een zeer goed resultaat.
53/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
•
•
Hetzelfde geldt voor de resultaten uit horeca en verhuur: ook hierbij scoort de Hanzehof zeer goed. Bij de horeca ca. € 155.000 per jaar meer dan het gemiddelde van de referentietheaters en bij de verhuur zelfs € 265.000 meer. Dit kan voor een belangrijk deel worden verklaard doordat de Hanzehof ook horeca-inkomsten heeft uit de Hanzehal en de Hanzehof een deel van het gebouw heeft kunnen verhuren aan een vaste huurder (de Muzehof). Niettemin is er sprake van een subliem resultaat. Ook overige opbrengsten (o.a. uit sponsoring) liggen bij de Hanzehof meer dan € 20.000 hoger dan bij de referentietheaters. Ook dit kan gedeeltelijk worden verklaard door de inkomsten uit de Hanzehal.
Personeel • Qua fte zit de Hanzehof wat hoger (ca. 25%) dan de referentietheaters. Dit is bijna geheel toe te schrijven aan de horeca. Het beeld is dat de Hanzehof hier nog betaalde krachten werkzaam heeft (4 fte), terwijl de referentietheaters bijna alles met vrijwilligers doen, of de horeca volledig hebben uitbesteed (dit is het geval in Uden en Waalwijk). Hierbij moet wel aangetekend worden dat de Hanzehof een beter resultaat boekt op horeca en verhuur dan de referentietheaters, gedeeltelijk overigens vanwege het beheer van de Hanzehal en de verhuur aan de Muzehof en gedeeltelijk vanwege een professionele aanpak. • Qua hoeveelheid betaalde technici scoort de Hanzehof wat lager dan de referentietheaters. Hetzelfde geldt voor de inzet op programma en marketing. • Het ziekteverzuim bij de Hanzehof was in 2016 in vergelijking tot de andere theaters heel hoog (10,85% tegen een landelijk gemiddelde van 3,9%). Dit valt toe te schrijven aan een langdurig geval van ziekte (inmiddels is de betrokken medewerker uit dienst). Het ziekteverzuim bedraagt in 2017/2018 2,81%. Bezoeken en genres • De ‘traditionele’ podiumkunsten (toneel, klassieke muziek en dans) doen het relatief goed in Zutphen. Voor deze drie genres geldt dat het gemiddeld aantal bezoeken hoger ligt dan bij de referentietheaters.
Opvallend is de warme belangstelling voor klassieke muziek in Zutphen: de Hanzehof trekt meer dan tweemaal zoveel publiek voor dit genre dan de andere theaters. Ook binnen het totale aantal bezoekers van de Hanzehof neemt het publiek voor klassieke muziek een prominente plek in (42% van het totale bezoekersaantal voor de gesubsidieerde voorstellingen). De Oosterberg Buitensociëteit leent zich hier ook uitstekend voor. • Het aantal bezoeken voor populaire muziek blijft achter in de Hanzehof. De concertzaal (Buitensociëteit) is hiervoor qua akoestiek niet geschikt. • Opvallend is voorts dat de amateurvoorstellingen in Zutphen weliswaar relatief groter in aantal zijn dan elders (23% versus 18%), maar dat het aantal bezoeken per voorstelling iets lager ligt (324 tegenover 333). Dit kan erop wijzen dat de Hanzehof ruimhartiger is bij het programmeren van amateurvoorstellingen (meer voorstellingen en genoegen nemen met een wat lagere bezettingsgraad) dan de andere theaters. • Mocht de Hanzehof de wens hebben het aantal voorstellingen uit te breiden en op het niveau te brengen van de referentietheaters, dan is er niet één bepaald genre dat in het bijzonder aandacht verdient. De Hanzehof loopt qua programmering nergens ‘achter’ op de collega-theaters. Het wat sterkere accent op de traditionele kunstvormen is terecht, gezien de belangstelling die daarvoor in Zutphen bestaat.
54/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijzondere theatervoorstellingen • De Hanzehof programmeert minder jeugdtheater dan de referentietheaters, maar dit zal met de zaal te maken hebben. Veel jeugdtheateraanbod is alleen geschikt voor een kleine (vlakkevloer)zaal. • Het aantal gesubsidieerde voorstellingen is aanzienlijk groter dan bij de referentietheaters, maar dit is logisch gezien het feit dat de traditionele podiumkunsten in Zutphen goed lopen: het zijn vooral deze vormen die worden gesubsidieerd. • Opvallend is het succes dat de Hanzehof boekt met besloten voorstellingen. Zowel qua aantal als qua hoeveelheid bezoekers scoort de Hanzehof hiermee zeer goed. Het betreft besloten bijeenkomsten (bijv. congressen) voor bedrijven: ook uit de opbrengst uit verhuur blijkt dat dit onderdeel in Zutphen goed loopt. Verkoopkanalen • Het percentage verkochte tickets via internet ligt in Zutphen lager dan bij de referentietheaters en ligt op het landelijk gemiddelde. Waarschijnlijk is de reden hiervoor dat de verhuringen (die een belangrijk onderdeel vormen van de activiteiten) in Zutphen via het kassasysteem worden geboekt. In bijlage 5 is de gehele benchmark opgenomen. 5.3
Podiumvoorziening Zutphen vergeleken met podia in de regio De gemeente Zutphen maakt deel uit van een regio met ook andere professionele theatervoorzieningen. Theater
Deventer Schouwburg Orpheus Apeldoorn Amphion Doetinchem Schouwburg Arnhem/ Musis Sacrum Schouwburg Lochem
Aantal zalen
Capaciteit
2 3 2 3
780/216 1.300/720/161 860/300 735/200/870
1
419
Afstand tot Zutphen in aantal km 16 21 25 33 17
Gezien de beperkte reisafstand tussen voornoemde theaters kan worden gesteld dat er sprake is van (potentieel) concurrerende initiatieven. Uit promotieonderzoek (2006) van Cees Langeveld gebaseerd op de centraleplaatsentheorie van Christaller blijkt echter dat publiek voor toneel, opera, dans en klassieke muziek in de regio maar beperkt wil reizen: 75% van het publiek woont binnen een straal van 17 km.
55/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Als we dit in ogenschouw nemen, vormt alleen de schouwburg van Deventer een bedreiging voor de zaalbezetting in Zutphen. Het algemene beeld is dat Zutphen voldoende afstand heeft tot de naburige podia om een eigen podiumvoorziening te rechtvaardigen. Een kanttekening die hierbij wel moet worden gemaakt is dat het voedingsgebied van Zutphen klein is. De Nederlandse bevolking wordt jaarlijks door middel van een aantal sociodemografische kenmerken in kaart gebracht. Dit heet de Gouden Standaard. Een van de kenmerken van die Gouden Standaard betreft de gebiedsindeling, die is gedefinieerd als provincie, postcode en Cebuco-verzorgingsgebied, dat wil zeggen een gebied dat bestaat uit gemeenten die geconcentreerd zijn rondom één of meer economische verzorgingscentra. Het Centraal Bureau voor Courantenpubliciteit (Cebuco) was een organisatie die lange tijd heeft gewerkt aan het indelen van Nederland in advertentiemarkten om zo de aangesloten nieuwsbedrijven te ondersteunen bij campagnes. De Cebuco-database wordt tegenwoordig beheerd door de MOA, een vereniging van bedrijven en instellingen die zich bezighouden met Market Research, Digital Analytics, Marketing Intelligence en Beleidsonderzoek. De Cebuco-indeling is een indicator die wij vaak gebruiken.
Speciaal voor reclame- en verkoopdoeleinden had het Cebuco (de marketingorganisatie van de Nederlandse dagbladen) een indeling van Nederland gemaakt waarbij het verzorgingscentrum en -gebied centraal staan. Een verzorgingscentrum is een gemeente die in economisch, cultureel en sociaal opzicht een centrale positie inneemt ten opzichte van een aantal omringende gemeenten. Het verzorgingscentrum tezamen met de omringende gemeenten vormt een verzorgingsgebied. Nederland kende op basis van deze indeling vijftig Cebucoverzorgingsgebieden en 81 subverzorgingsgebieden. Het subverzorgingsgebied Zutphen (Cebuco nr. 16) omvat slechts 50.496 inwoners en is daarmee een van de kleinste gebieden qua inwonertal van Oost-Nederland.
56/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
5.4
Verhuurpositie vergeleken met die van accommodaties in en rond Zutphen Op het gebied van vergader- en congresfaciliteiten is er in Zutphen en omgeving een beperkt aantal voorzieningen, die in meer of mindere mate in concurrentie staan met de Hanzehof. Dit zijn diverse hotelfaciliteiten (Intell Hotel Resorts Zutphen, Postillon Hotel Deventer, Bilderberg Hotel Keizerskroon Apeldoorn, Sandton Hotel Deventer), de collega-schouwburgen in Apeldoorn, Doetinchem en Deventer (zie hiervoor) en twee meer exclusieve locaties, te weten Huis De Voorst en Kasteel Vorden. Ook de Americahal in Apeldoorn begeeft zich op dezelfde markt als de Hanzehof. De Hanzehof heeft primair een lokale functie. Het (potentiële) verzorgingsgebied omvat naast de gemeente Zutphen ook de gemeente Brummen, de kernen Vorden en Steenderen, deel uitmakend van de gemeente Bronckhorst, de kernen Gorssel en Epse, deel uitmakend van de gemeente Lochem, het dorp Voorst, deel uitmakend van de gemeente Voorst, en Dieren, deel uitmakend van de gemeente Rheden. Het totale verzorgingsgebied telt circa 85.000 inwoners. De bevolkingssamenstelling van de gemeente Zutphen geeft het volgende beeld: Cijfers 1 januari 2017
57/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Van de totale bevolking is 83% autochtoon, 9% afkomstig uit een ander westers land en 9% uit een niet-westers land.
58/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
5.5
Tussenconclusies over de marktpositie Wij stellen vast dat de Hanzehof in vergelijking tot de referentietheaters in ons benchmarkonderzoek naar behoren presteert. Wat opvalt is dat het aantal voorstellingen 18% (en bij een actuele telling 10%) lager ligt dan bij de referentietheaters, waardoor ook het aantal bezoeken lager ligt: eveneens ca. 20%. Daarvoor is echter een goede reden: de referentietheaters beschikken over een veelzijdig te gebruiken kleine zaal, terwijl de Hanzehof als tweede zaal de Oosterberg Buitensociëteit heeft, die weliswaar monumentaal en sfeervol is, maar ook minder breed te benutten. Tegenover het geringere aantal reguliere theatervoorstellingen staat het feit dat het aantal besloten bijeenkomsten als gevolg van verhuringen aanzienlijk groter is dan bij de vergelijkbare theaters. De Hanzehof weet het ‘gaatje’ in de culturele programmering dus adequaat op te vullen met andersoortige activiteiten. De Hanzehof is succesvol met de verhuringen en levert een belangrijke bijdrage aan het resultaat. Het aantal bezoekers is mede aan de lage kant omdat het inwonertal van de regio laag is. Het voedingsgebied van de Hanzehof is nu eenmaal beperkt, er is weinig ‘achterland’ om publiek uit te betrekken. Daarnaast is de sociale structuur van Zutphen zodanig dat het relatief moeilijk is om grote aantallen bewoners voor het theateraanbod te mobiliseren.
Van de theaters in de regio zal de Hanzehof weinig concurrentie ondervinden, veronderstellen wij: daarvoor is de gemiddelde theaterbezoeker te weinig bereid tot reizen, te meer daar het podiumaanbod in Nederland en ook in de Gelderse regio niet wezenlijk van theater tot theater verschillend is. In hoofdstuk 5 gaan wij nog nader in op de podiumkunstenmarkt en de situatie van de theaters in de middelgrote gemeenten. Gegeven de genoemde factoren zijn de resultaten van de Hanzehof goed te noemen, zowel wat betreft het resultaat uit voorstellingen als wat betreft de resultaten uit horeca en verhuur. Aan de kostenkant valt te zien dat de Hanzehof qua fte hoger zit (ca. 25%) dan de referentietheaters. Dit is bijna geheel toe te schrijven aan de horeca. Hierbij moet worden aangetekend dat de Hanzehof ook de horeca (en de verhuur) verzorgt in de Hanzehal, wat de vergelijking vertekent. De andere theaters hebben de horeca soms uitbesteed of voeren die uit met vrijwilligers dan wel met behulp van payrollconstructies. De Hanzehof boekt een zeer goed resultaat op horeca en verhuur, veel beter dan de referentietheaters. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met de omstandigheid dat de Hanzehof ook het beheer voert over de Hanzehal en het Hanzehofgebouw geschikt is om voor een deel te verhuren aan een vaste huurder.
Voor een ander deel komt dit natuurlijk ook door de wijze waarop men horeca en verhuur uitvoert. Verondersteld kan worden dat dit mede te danken is aan het werken met gemotiveerde professionals, die deel uitmaken van de eigen organisatie. Zoals wij de situatie beoordelen wordt de verdiencapaciteit van de Hanzehof goed benut en is er weinig ruimte tot verdere verbetering (vergroten opbrengsten of beperken kosten). De Hanzehof biedt aan Zutphen een breed palet aan podiumkunsten. De ‘traditionele’ podiumkunsten doen het daarbij relatief goed. De Hanzehof maakt goed gebruik van de belangstelling die er in Zutphen is voor klassieke muziek en het feit dat de stad beschikt over een qua uitstraling unieke concertzaal: de Oosterberg Buitensociëteit. De Hanzehof slaagt er hiermee in om zich op een goede manier in de regio te onderscheiden: liefhebbers van klassieke muziek weten de Hanzehof te vinden, waarschijnlijk ook van buiten de stad.
59/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Mocht de Hanzehof de wens hebben het aantal voorstellingen uit te breiden en op het niveau te brengen van de referentietheaters, dan is er niet één bepaald genre dat in het bijzonder aandacht verdient. Mocht de indruk dat de Hanzehof wordt bezocht door een gemiddeld genomen wat ouder publiek worden bevestigd door bijvoorbeeld publieksonderzoek, dan zou de Hanzehof er goed aan doen om naar de toekomst toe een strategie te ontwikkelen om ook het jongere publiek meer aan zich te binden. Een manier om te werken aan een groter lokaal publieksbereik is het werken met programmeergroepen, zoals in Deventer wel gebeurt. Door (groepen van) inwoners actief bij de programmering te betrekken kunnen niet alleen mensen worden bereikt die nu misschien nog niet of nog niet zo vaak naar het theater gaan, maar kan ook de programmering nieuwe impulsen krijgen. Bovendien wordt ermee gestimuleerd dat de groepsleden zich binnen hun eigen groepen en gemeenschappen inspannen om extra publiek te genereren. Misschien zou de Hanzehof de uniciteit en kwaliteit van de Oosterberg Buitensociëteit nog verder kunnen benutten door in deze zaal meer (nieuwe) activiteiten te programmeren die bij uitstek goed tot hun recht komen in deze bijzondere ambiance en door deze activiteiten ook specifieker te vermarkten.
Wij denken hierbij aan kamermuziek, maar ook aan genres die goed gedijen in een ‘clubsetting’, bijvoorbeeld jazz, pop, chanson en wereldmuziek.
60/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Hoofdstuk 6
Prestaties in relatie tot de subsidiebeschikking In bijlage 6 bij dit rapport is de subsidiebeschikking weergegeven zoals uitgegeven door de gemeente Zutphen in mei 2017. De beschikking geeft de subsidie weer die de Hanzehof ontvangt en de verplichtingen die daar tegenover staan. De onderlegger van de beoogde prestaties wordt gevormd door het zogeheten 4R-model dat de gemeente hanteert: dit houdt in dat er wordt gestuurd op vier aspecten: Richting, Ruimte, Resultaat en Rekenschap. Relateren wij de beschikking aan onze observaties uit de voorgaande hoofdstukken, dan valt het volgende op.
6.1
Hoofdpunten uit de beschikking Hieronder vatten wij de beschikking heel beknopt samen: • De schouwburg heeft een brede opdracht. Deze reikt aanzienlijk verder dan alleen het verzorgen van voorstellingen en evenementen in eigen huis. • De schouwburg is een instrument in het door de raad vastgestelde beleid (de Cultuuragenda): het theater heeft hierin een belangrijke rol te vervullen. • De gemeente merkt de Hanzehof aan als een basisinstelling, wat betekent dat zij een bredere rol en verantwoordelijkheid in de stad heeft. • De gemeente zegt de subsidie toe voor een periode van vier jaar. De basissubsidie blijft voor die vier jaar ongewijzigd; wel wordt deze jaarlijks geïndexeerd. • Er worden weinig kwantitatieve doelstellingen geformuleerd. De enige zijn: dat de Hanzehof 50% van haar begroting uit eigen inkomsten moet genereren (verhuur, horeca, kaartverkoop en sponsoring); dat er per seizoen minimaal 100 professionele voorstellingen worden geprogrammeerd; dat er per seizoen minimaal 50.000 bezoekers worden bereikt: 20.000 bij professionele voorstellingen, 20.000 bij culturele activiteiten en 10.000 verhuringen. dat de Hanzehof CKV-cultuurdeelname (Culturele en Kunstzinnige Vorming) realiseert voor het voortgezet onderwijs en voorstellingen programmeert voor het basisonderwijs in het kader van Cultuur en School.
Tot slot: • De Hanzehof moet een centrale rol gaan krijgen in de ontwikkeling van Zutphen als muziekstad. • De Hanzehof zal onderzoeken in hoeverre zij met de Oosterberg Buitensociëteit zal kunnen inspringen op de behoefte aan meer popmuziek en muziekfestivals in de stad. • Over het beheer en onderhoud van het gebouw van de Hanzehof is in de beschikking niets bepaald.
61/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
6.2
De prestaties in relatie tot de beschikking Relateren wij de prestaties van de Hanzehof in de afgelopen seizoenen aan de beschikking, dan vallen de volgende punten op: Kwantitatief • Het aandeel van 50% eigen inkomsten is de afgelopen seizoenen gehaald (bedragen in euro’s): 2014/2015 2015/2016 2016/2017 2017/2018 2018/2019 Eigen inkomsten *)
1.398.965
1.431.844
1.478.646
1.560.000
1.539.000
Subsidie-inkomsten #)
1.457.914
1.378.889
1.387.823
1.327.000
1.278.000
49%
51%
52%
54%
55%
Aandeel eigen inkomsten in alle inkomsten
*) inclusief beheervergoeding Hanzehal en exclusief teruggave Energiebelasting
• • •
#) Kapitaallastensubsidie, exploitatiesubsidie en inzet extra exploitatiesubsidie
Het aantal te programmeren professionele voorstellingen is ook gerealiseerd. De beoogde bezoekersaantallen zijn eveneens gerealiseerd: bij de professionele voorstellingen waren er in 2016 21.202, bij amateurvoorstellingen 9.392 en bij overige culturele activiteiten en besloten evenementen 31.962. De basissubsidie wordt conform de beschikking geïndexeerd.
Kwalitatief • De gemeente stelt geen eisen aan het soort programmering van de Hanzehof (genres) en de mate van publieksbereik (dekkingsgraden, verhouding professioneel/amateur, etc.). Zelfs de gebruikelijke wens van gemeenten dat er een ‘breed palet’ aan voorstellingen wordt gepresenteerd vinden we niet in de beschikking terug, waarschijnlijk omdat deze wens al te vanzelfsprekend is. • De Hanzehof voldoet aan de wens van de gemeente om Zutphen als muziekstad te profileren: niet alleen is er een goede en succesvolle programmering van klassieke muziek, maar ook werkt de Hanzehof mee aan enkele festivals in de stad. • Conform haar eigen doelstelling presenteert de Hanzehof niet alleen een breed spectrum aan podiumkunstvoorstellingen, maar biedt zij ook faciliteiten voor cultureelmaatschappelijke activiteiten, die door derden worden geïnitieerd en georganiseerd. Daarnaast is de Hanzehof actief richting het basis- en voortgezet onderwijs. • Wij beoordelen het programma van Hanzehof qua inhoud en diversiteit als voldoende representatief voor het aanbod binnen het regionale theatercircuit en dus als passend bij de schaal van de stad en regio Zutphen. • Wij hebben geen aanwijzingen gekregen dat de Hanzehof niet zou voldoen aan de diverse formele vereisten die in de beschikking zijn opgenomen.
62/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Hoofdstuk 7
Trends, scenario’s en beleidsvarianten Op basis van onze kennis en ervaring brengen wij hieronder in paragraaf 7.1 de ontwikkelingen in kaart die zich voor de komende jaren aftekenen in de theatersector. Dit betreft algemene ontwikkelingen in de samenleving en binnen de podiumkunstensector die niet door de Hanzehof zijn te beïnvloeden, maar wel impact hebben op het functioneren van de Hanzehof. In paragraaf 7.2 comprimeren we de trends en ontwikkelingen tot een drietal scenario’s. In de laatste paragraaf relateren we de scenario’s aan de situatie in Zutphen en komen we tot drie beleidsvarianten voor de toekomst.
7.1
Trends en ontwikkelingen sinds de financiële crisis van 2008 Op basis van onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) alsmede andere publicaties en onze eigen bevindingen in andere steden signaleren wij een aantal trends die actueel zijn voor de culturele sector. Deze trends bepalen de richting waarin de sector zich beweegt. Trends • De opkomst van de mediamaatschappij, waarin steeds meer mensen zijn aangehaakt bij het worldwide web en bij de zogeheten ‘sociale media’: interactiviteit en mobiel bereik worden steeds belangrijker. • Het publiek is door de audiovisuele media gewend geraakt aan een hoog kwaliteitsniveau bij (passieve) cultuurconsumptie; het publiek is kritischer geworden als het gaat om levende kunstuitingen. • De vrijetijdsmarkt kent een heel grote concurrentie. Nederlanders hebben het druk en er is maar weinig tijd voor uitgaan. Uit het Continu vrijetijdsonderzoek van het SCP (voor het laatst gehouden in 2013) blijkt dat Nederlanders per week gemiddeld over 47,8 uur aan vrije tijd beschikken. Mediagebruik (vooral: televisiekijken) is met 20,9 uur per week (= 44% van de vrije tijd) de meest gekozen vrijetijdsbesteding. Sociale contacten staan met 7,2 uur p/w op de tweede plaats, het beoefenen van hobby's met 5 uur op de derde plek. Per week zijn Nederlanders verder ruim 3,5 uur voor hun vrije tijd onderweg.
Voor uitjes en uitgaan resteert een kleine 5 uur per week. • Cultuurconsumenten vertonen zapgedrag en zoeken in het aanbod naar (uitingen van) identiteit en authenticiteit. • De verworvenheden van de ‘verzorgingsstaat’ nemen af en de eigen verantwoordelijkheid voor burgers neemt dientengevolge toe. • Er is sprake van autonome kostenstijging in de cultuursector door de hoge arbeidsintensiviteit die de cultuurproductie kenmerkt (door de Amerikaanse econoom Baumol gediagnosticeerd als de ‘kostenziekte’; arbeidsintensieve sectoren worden in verhouding steeds duurder omdat de arbeidsproductiviteit in andere sectoren stijgt als gevolg van technische innovaties). • Van culturele instellingen wordt in toenemende mate ondernemerschap verwacht. • Hierbij hoort dat meer gebruikgemaakt wordt van flexibele arbeid, wat past bij de bredere trend maatschappelijke trend richting buigzame arrangementen.
63/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Deze algemene trends vertalen zich naar concrete ontwikkelingen die dagelijks in gemeenten te zien zijn: • Clustering van culturele voorzieningen in één gebouw of complex (cultuurhuizen, kunstclusters). Ambitie: programmatische, ruimtelijke en organisatorische meerwaarde bereiken door clustering van functies. En: voor minder geld meer publiek bereiken. Onze ervaringen met de verschillende typen clustering wijzen uit dat clustering van soortgenoten (bijvoorbeeld musea bij elkaar, of een muziekschool en creativiteitscentrum bij elkaar) tot meer synergie leiden dan clustering van geheel verschillende functies. • Nadrukkelijker onderscheid tussen stedelijke culturele functies (uitgaan, levendigheid, profilering/aantrekkelijkheid binnenstad) versus culturele functies in de wijk. Culturele functies op het gebied van educatie en informatie (bibliotheken, centra voor de kunsten) worden steeds vaker geïntegreerd in multifunctionele centra en brede scholen, terwijl theaters, festivals en musea over het algemeen beter gedijen in een (binnen)stedelijke context. • Cultuurinstellingen worden door de steden in toenemende mate benut voor stadspromotie en citybranding.
• In een streven naar zuinig(er) werken proberen overheden enerzijds de basisvoorzieningen voor de eigen inwoners operationeel te houden; anderzijds proberen zij als het kan specifiek aanbod (zoals theaters en musea) vanuit het oogpunt van kostenreductie te regionaliseren. • Er is een groeiend besef bij overheden dat we veel geld in gebouwen steken, waardoor we maar weinig budget hebben voor het gebruik daarvan. Wat betreft de culturele infrastructuur (het geheel aan culturele organisaties en cultuurgebouwen) zien wij de volgende trends: • In samenhang met clustering van accommodaties zien we ook een bundeling van organisaties. Soms in de vorm van samenwerkingsverbanden waarin backofficetaken worden gebundeld, bijvoorbeeld ten aanzien van gebouwbeheer, inkoop, systeembeheer en administratieve taken, soms ook verdergaand. • Onder druk van hun subsidiënten worden culturele organisaties gedwongen minder afhankelijk te worden van subsidies en meer draagvlak te zoeken bij het bedrijfsleven (sponsoring) en de bevolking (hogere particuliere bijdragen, meer vrijwilligerswerk). Er is sprake van stijgende marketingbudgetten in de strijd om de gunst van het publiek. • Flexibilisering van de organisatie. Veel organisaties proberen toe te groeien naar een kleine(re) kern van vaste professionals, met daaromheen een flexibele schil van freelancers, vrijwilligers en samenwerkingspartners.
De toekomst lijkt te zijn aan flexibele netwerkorganisaties. • Nieuwe samenwerkingsvormen op het snijvlak van publiek en privaat. Steeds vaker zien we commerciële organisaties de exploitatie van cultuuraccommodaties overnemen, waarbij de overheid zich beperkt tot het formuleren van een culturele opdracht en daarvoor een budget meegeeft. Tussenvormen zijn er ook: commerciële organisaties die de exploitatie van een cultuurgebouw doen, waarbij een culturele instelling met subsidie van de overheid de programmering verzorgt.
64/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Theater Uit onderzoek van de Boekmanstichting en het SCP (De staat van cultuur, 2015) bleek dat er – mede door landelijke bezuinigingen – vanaf 2011 een sterke daling in het totale aanbod aan podiumkunstvoorstellingen is opgetreden: ruim 14% minder. De daling van het aantal voorstellingen en concerten was het grootst bij de kleinere podia, de klassieke genres (klassieke muziek, opera, ballet en toneel) en de theaters buiten de Randstad. Het aantal bezoekers daalde mee, maar minder hard. Al enkele jaren loopt de belangstelling voor amateurverenigingen en voor lessen bij kunstencentra terug, toch vaak de basis voor culturele belangstelling. Van 2007 tot 2011 liep bijvoorbeeld het percentage regelmatige beoefenaars van amateurkunst van 16 jaar en ouder terug: bij het bespelen van een instrument van 12% naar 10% van de bevolking, bij theater van 14% naar 10% en voor beeldende kunst van 21% naar 16%. Let wel: deze daling ging vooraf aan de bezuinigingen door de gemeenten. De Cultuurindex rapporteerde over de gehele linie in de periode 2007-2013 een teruggang van ca. 7% in actieve kunstbeoefening. Het is mogelijk dat de geleidelijke terugloop demografische oorzaken heeft (ontgroening en vergrijzing), iets wat in de middelgrote steden meer speelt dan in hbo- en universiteitssteden.
In mei 2014 publiceerde de NRC in het Cultureel Supplement de bevindingen van een omvangrijk onderzoek naar de overlevingskracht van de theatersector. Het onderzoek ging onder meer over de nieuwe wegen die theaters bewandelen om meer publiek te trekken en aldus het hoofd boven water te houden en/of om een sprong voorwaarts te maken. De algemene conclusie was (en is) dat theaters die erin slagen meer publiek te bereiken dat niet voor elkaar krijgen door meer kwaliteitstoneel te programmeren, maar door de programmering drastisch om te vormen tot genres die het goed doen bij een breed publiek en activiteiten te ontwikkelen, gericht op specifieke doelgroepen in het verzorgingsgebied. ‘Succesvolle theaters blijken heel goed in het organiseren van festivals en debatten. Ook in het betrekken van bijvoorbeeld allochtonen en ouderen bij de programmering’ (citaat uit het hoofdartikel: ‘Theaters: bouwen ondanks de crisis’). In een vierluik van kleinere artikelen ging het NRC-onderzoek nader in op de wegen die theaters bewandelen om publiek te trekken en welke daarvan de meest succesvolle zijn: • minder kwaliteitstoneel, dans en opera. Meer cabaret, musicals, populaire muziek en ‘edutainment’ (theatercolleges e.d.); • zorgen dat het publiek wat ‘beleeft’: alleen ouder publiek gaat nog ‘uit gewoonte’ naar de schouwburg. Jongeren zoeken ‘beleving’, liefst samen met vrienden.
Dit verklaart ook de populariteit van festivals en unieke locaties; • de kwaliteit van de beleving vergroten. Nederlanders gaan gemiddeld 1 keer per jaar naar een grote productie. Dan moet niet alleen de voorstelling aan alle verwachtingen voldoen, maar ook het gebouw, het parkeren, het personeel et cetera; • zich niet alleen in huis (i.e. in de schouwburg) maar ook op (doelgroep)locaties manifesteren; • niet alleen presenteren, maar ook produceren met andere partijen, waaronder het lokale amateurveld; • publiek (publieksgroepen) actief bij de programmering betrekken (voorbeeld: Deventer). Gemeentelijke rol in de cultuursector Om reden van bezuinigingen ten tijde van de kredietcrisis, maar ook vanwege een streven naar efficiency en verzakelijking (bijvoorbeeld als gevolg van kerntakendiscussies) hebben gemeenten zich de afgelopen decennia teruggetrokken uit de ‘uitvoering’ op het gebied van de kunsten.
65/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bestond het grootste deel van de schouwburgen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw nog uit gemeentelijke schouwburgen (d.i. de schouwburgen bestonden uit personeel van de gemeente), nu zijn de gemeentelijke schouwburgen in aantal ver teruggelopen (in 2016 12,4%). Gemeenten hebben in toenemende mate een regierol op zich genomen. Deze rol bestaat uit het formuleren van beleidsdoelen en het aanwijzen of aanzoeken van actoren die de doelen moeten realiseren. Met de uitvoering bemoeit een regiegemeente zich niet meer. Deze rol blijkt lastig te zijn, omdat uiteindelijk de gemeente vaak eigenaar is van de cultuuraccommodaties en bovendien uiteindelijk de tekorten van een cultuurinstelling moet bijpassen. Toch blijkt op de langere termijn de gemeentelijke regierol functioneel te zijn: de gemeente heeft een heldere taak en de culturele organisatie wordt gedwongen ondernemerschap te tonen. Bij een regierol hoort een duidelijk stelsel van kaders en subsidieregels, tegenprestaties en goede afspraken over met name het (groot) onderhoud van de accommodaties. 7.2
Toekomstscenario’s Hiervoor zijn de belangrijkste trends aangeduid die van belang zijn voor de theatersector. Als we naar de toekomst kijken kunnen deze trends verschillend uitpakken. In onderstaande tabel proberen wij aan te geven in welke mate wij verwachten dat bepaalde trends zich zullen doorzetten. Trends in het aanbod
Verdere toename te verwachten?
Concurrentie tussen verschillende vormen van cultuur, educatie en entertainment
+
Minder kwaliteitsaanbod, meer amusement en edutainment
+
Trends in de vraag (bij het publiek) Animo voor theaterbezoek Behoefte aan een sterke beleving (kwaliteit/intensiteit)
± +
Trends in financiering Autonome kostenstijgingen (oa marketingkosten) Budgettaire schaarste bij de overheden
+
±
Trends in organisatie Flexibilisering en tijdelijke arrangementen
Toelichting: + = waarschijnlijk ± = moeilijk te voorspellen - = onwaarschijnlijk
66/90
+
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
7.3
Scenario’s De toekomstscenario’s die wij hieronder schetsen zijn geënt op uiteenlopende verwachtingen ten aanzien van de genoemde trends. De scenario’s geven weer hoe de omgeving van het theater er – uitgaande van verschillende premissen – in de toekomst naar verwachting uitziet en wat dit ruwweg voor het theater kan betekenen. Wat zijn scenario’s en beleidsvarianten? Waarom gebruiken we die? Scenario’s schetsen werelden waarin theaters de komende jaren terecht zouden kunnen komen, maar waarop ze zelf geen invloed hebben. Door scenario’s te gebruiken worden kennis en voorstellingsvermogen gemobiliseerd. Dit maakt dromen en nachtmerries bespreekbaar en mobiliseert ratio en emoties. Beleidsvarianten zijn alternatieve mogelijkheden waarop de organisatie zou kunnen reageren op een verwachte wereld. Scenario’s en beleidsvarianten maken keuzes expliciet en zijn daarom een sterk middel om te communiceren en te komen tot gezamenlijke keuzes. Leden van het gemeentebestuur en van de raad van toezicht (Hanzehof) kunnen op basis hiervan voor zichzelf hun gedachten ordenen en komen tot voorkeuren. In de onderlinge dialoog kunnen zij samen tot begrip van elkaars opvattingen en convergentie van voorkeuren komen. Wij gebruiken de beelden in ons rapport om onze analyse richting te geven en te verhelderen.
Scenario 1 ‘Wind in de rug’: de animo voor podiumbezoek stijgt, het kwaliteitsaanbod blijft op niveau, het draagvlak om een volwaardig podiumkunstaanbod te zien als een collectief goed dat gemeentelijke financiering verdient groeit, zowel in de lokale samenleving als in de gemeenteraad. Scenario 2 ‘Zijwind’: de animo voor podiumbezoek daalt, het aandeel amusement stijgt, het draagvlak om een volwaardig podiumkunstaanbod te zien als een collectief goed dat gemeentelijke financiering verdient blijft min of meer stabiel, zowel in de lokale samenleving als in de gemeenteraad. Scenario 3 ‘Tegenwind’: de animo voor podiumbezoek daalt, het kwaliteitsaanbod daalt, het draagvlak om een volwaardig podiumkunstaanbod te zien als een collectief goed dat gemeentelijke financiering verdient daalt, zowel in de lokale samenleving als in de gemeenteraad.
7.4
Beleidsvarianten In deze paragraaf beantwoorden we de volgende onderzoekssubvraag: - Welke scenario’s (in de betekenis van keuzevarianten) kunnen worden onderscheiden die elk voor zich realistisch zijn, op basis van de ‘knoppen waaraan kan worden gedraaid, binnen en buiten de huidige constellatie’?
67/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Op basis van de ontwikkelingen in de omgeving van het theater schetsen wij hieronder wat deze voor het theater kunnen betekenen. Voorafgaand merken we op dat het nauwelijks een optie is om te draaien aan de knop ‘minder voorstellingen, theater een paar dagen dicht’. De redenen hiervoor zijn: 1) dat de vaste kosten en met name de hoge huisvestingslasten in dat geval gewoon doorlopen en 2) dat de voorstellingen waar het gaat om het saldo van directe baten en directe materiële lasten thans niet verliesgevend zijn en een vermindering alleen een positief effect zal kunnen bewerkstellingen op het financiële resultaat indien daarmee een gelijktijdige en substantiële vermindering van de personeelsbezetting zou kunnen worden bereikt. Beleidsvariant als reactie op scenario 1: renovatie Hanzehof Gebouw Het gebouwencomplex aan de Coehoornsingel blijft de toekomstige basis voor de podiumfunctie van de Hanzehof. Dit betekent dat ieder uitstel van inhalen van achterstallig onderhoud leidt tot een verhoging van de uiteindelijke kosten om dit complex daartoe duurzaam geschikt te maken. Dit vergt een investering in de orde van grootte van € 4,5 miljoen (berekend op basis van een plan dat inmiddels bijna vier jaar oud is). Exploitatie De Hanzehof komt met de huidige subsidie niet uit. Die zou structureel op een niveau moeten liggen dat aanzienlijk hoger is dan het huidige.
Die jaarlijkse verhoging ligt in de orde van grootte van € 415.000 (€ 115.000 + € 300.000) en zou onderdeel moeten worden van de indexatiesystematiek. Randvoorwaarden: De Hanzehof en gemeente stellen samen een Toekomstplan op waarin ten minste aan de orde komen: • het beleid t.a.v. de huisvestingslasten; • de indexering van de subsidie; • de pacht van de horeca van de Hanzehal; • de te leveren prestaties; • de wijze waarop het eigen vermogen van de stichting versterkt kan worden tot een niveau waarop de stichting gebruikelijke bedrijfsrisico’s kan opvangen. Effecten: Het gebouw voldoet aan de eisen van de tijd. De exploitatie wordt duurzaam binnen de nader te bepalen financiële kaders gebracht. Voordelen: Zutphen behoudt zijn theaterfunctie op een hoogwaardig niveau. Nadelen en risico’s: ontbreken bestuurlijk en politiek draagvlak voor een forse (eenmalige) financiële bijdrage; gemeente blijft belangrijke risicodragende partij; - een dergelijke grote renovatie betekent zeer waarschijnlijk dat het gebouwencomplex ten minste een seizoen niet kan worden gebruikt.
68/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Beleidsvariant als reactie op scenario 2: sluiting theater en nieuwbouw Gebouw: De Oosterberg Buitensociëteit (een rijksmonument) wordt gehandhaafd voor muziekuitvoeringen en evenementen, maar de Theaterzaal en het daaraan verbonden complex worden gesloten en op termijn gesloopt (m.u.v. evt. de delen die nodig zijn om de Oosterberg Buitensociëteit als podium te laten functioneren, zoals kleedkamers, e.d.). Er wordt een nieuw, kleiner (vlakkevloer)theater gerealiseerd van 300 à 400 stoelen zonder toneeltoren. Eventueel kan dit worden gecombineerd met een nieuwe accommodatie voor het kunstencentrum (leslokalen, danszaal, kantoren, opslag). Exploitatie: In geval van nieuwbouw kan de gemeente een daarbij passende exploitant zoeken. Wij adviseren de gemeente om in geval van nieuwbouw de accommodatie zelf in eigendom te houden en een tender uit te schrijven voor de exploitatie: verschillende gegadigden kunnen dan hun interesse tot uiting brengen: de huidige Stichting Theater en Congrescentrum Hanzehof, maar ook theaters in de regio of semicommerciële exploitanten, zoals de firma Coulissen (bekend van o.a. ’t Spant in Bussum). Randvoorwaarden: De gemeente formuleert nieuw podiumbeleid. Inhoudelijke ontwikkeling: Het theateraanbod in Zutphen zal veranderen. Een vlakkevloertheater is een kleine theaterzaal waarbij het publiek plaatsneemt op een inschuifbare tribune.
Het publiek op de eerste rij zit op hetzelfde niveau als het toneel. Belangrijkste kenmerk van vlakkevloerzalen is dat de afstand tussen spelers en publiek veel kleiner is dan bij het traditionele lijsttoneel. In dit type zaal kunnen niet alle genres gespeeld worden. Vlakkevloerzalen zijn heel geschikt voor kleinere voorstellingen, ensemblemuziek, middelgrote cabaretproducties, jeugdtheater en ‘middenzaalproducties’ (gesubsidieerd toneel, middelgrote moderne dans). Voor het grootschalige aanbod moet het publiek in de toekomst echter uitwijken naar Deventer of andere steden. Het gaat dan om voorstellingen zoals grote cabaretproducties van bekende namen, opera en operette, klassiek grootschalig ballet, het toneelaanbod van de landelijke (gesubsidieerde) gezelschappen en grootschalige commerciële producties, zoals showprogramma’s en reismusicals (zie ook bijlage 9).Daar staat tegenover dat wat kleinschaliger aanbod op nieuwe of speciale locaties (kerken, kloosters, industrieel erfgoed) wellicht heel goed tot zijn recht kan komen: zie ook variant 3, hieronder. Organisatie: De huidige organisatiestructuur moet worden toegesneden op de nieuwe situatie Effecten: Van een nieuw kleiner theater (annex kunstencentrum) kan een stedenbouwkundige impuls uit gaan. De huidige locatie van de Hanzehof en Muzehof komt deels beschikbaar voor herontwikkeling (bijv. als woonlocatie).
Voordelen: - zicht op mogelijkheden voor ‘doorstart’ van de Hanzehof (zonder last van het verleden); - mogelijk minder structurele kosten voor de gemeente (lagere subsidieverplichtingen). - kans op herontwikkeling van de huidige locatie van de Hanzehof - mogelijk meer flexibiliteit voor gemeente en Hanzehof.
69/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Nadelen en risico’s: - investering in een nieuw podium. Een grove indicatie van de stichtingskosten gebaseerd op een gebouw van ca. 3.000 à 3.500 m2 (bouwkosten theater van 350 stoelen zonder toneeltoren alsmede horeca en een kunstencentrum met lokalen en een danszaal) leidt tot een globale investeringsraming van € 10 a € 14 mln. (excl. grondkosten); - kapitaalvernietiging wat betreft de in 2006 gerealiseerde toneeltoren; - uitval aanbod (en publiek); - het huidige theateraanbod verandert van vorm. Beleidsvariant als reactie op scenario 3: de stad als (muziek)podium Kenmerk In deze variant wordt besloten om alle subsidie voor activiteiten in de Theaterzaal te stoppen en een deel van het huidige exploitatiebudget in te zetten voor de programmering van de Oosterberg Buitensociëteit en een (muziek)aanbod op locaties in en rond de binnenstad (kerken, kleine zalen, etc.). Hiertoe kunnen ook festivals behoren. De Oosterberg Buitensociëteit kan worden gehandhaafd voor muziekuitvoeringen en evenementen, maar de Theaterzaal en het daaraan verbonden complex worden gesloten en op termijn gesloopt (m.u.v. evt. de delen die nodig zijn om de Oosterberg Buitensociëteit als podium te laten functioneren, zoals kleedkamers, e.d.). De exploitatie van de Oosterberg Buitensociëteit kan worden gecontinueerd door de huidige Stichting Theater en Congrescentrum Hanzehof.
Een alternatief is dat de Oosterberg Buitensociëteit wordt verkocht aan een geïnteresseerde partij. In deze Beleidsvariant is het wel de vraag of de Hanzehof in staat zal blijken te zijn om het vastgoed af te stoten zonder groot verlies te leiden. Randvoorwaarden: Er moeten locaties in de historische binnenstad worden aangewezen en geschikt gemaakt voor voorstellingen en concerten. Ook zou de gemeente kunnen investeren in enkele bestaande of nieuwe muziekfestivals. Inhoudelijke ontwikkeling: Wat is de ‘Stad als Podium’? De Stad als Podium is een nieuwe kijk op het aanbod van podiumkunsten in de stad. Niet alleen het traditionele aanbod van voorstellingen in een theater, maar ook voorstellingen op andere locaties in de stad. Denk aan muziek in de Walburgiskerk, de St. Janskerk en de Kapel op ’t Rijsselt, aan het bespelen van plekken zoals Dat Bolwerk, het Koelhuis en ’t Pakhuys, aan concerten in de musea en de Marspoortgalerie en aan voorstellingen op pleinen, in parken en op de IJsselkade. De Stad als Podium kan Zutphen aantrekkelijker maken voor toeristen en kan er ook toe leiden dat publiek wordt bereikt dat minder snel de drempel van het theater overgaat. Daarbij geeft de Stad als Podium de binnenstad een steuntje in de rug: restaurants, cafés, winkels en musea kunnen er baat bij hebben.
In deze variant koppelt Zutphen zijn cultuurbeleid aan het toeristisch beleid en probeert met een mix van bijzondere programma’s en bijzondere (historische) locaties ook bezoekers van buiten aan te trekken. Hiermee wordt een duidelijke culturele keuze gemaakt. Inwoners die naar grootschalig theateraanbod willen moeten uitwijken naar Deventer of andere steden in de regio. Effecten: Het culturele profiel van Zutphen wordt scherper. De gemeente kan taakstellend
70/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
(programmerings)budgetten beschikbaar stellen, in het bijzonder voor muziek. De samenhang met de monumentale uitstraling van Zutphen wordt versterkt. Voordelen: - Zutphen krijgt een duidelijk cultureel profiel. - De Hanzehof als gepercipieerde ‘bleeder’ wordt beëindigd. - Historische locaties in en rond de binnenstad krijgen een welkome impuls. - Voor toeristen kan een passend aanbod worden ontwikkeld, bijv. in de zomermaanden. - Herontwikkeling van de locatie Hanzehof wordt mogelijk door sloop. Risico’s: - verschraling van het aanbod; - ontbreken van draagvlak bij de Hanzehof voor deze ontwikkeling; - protesten van theaterliefhebbers die niet naar elders willen uitwijken. Voor alle varianten zou het wenselijk zijn om te komen tot een verbetering wat betreft de verantwoordelijkheden voor de kapitaalslasten. Voor iedere culturele organisatie geldt dat het eigendom en onderhoud van een gebouw snel een molensteen wordt. Vastgoedbeheer is immers geen ‘corebusiness’ van een culturele organisatie. Het ware te prefereren als ook in Zutphen het culturele vastgoed in handen van een professionele beheerder of de gemeente zou komen, net zoals dat in de meeste andere gemeenten het geval is. De gemeente heeft kennis en ervaring met betrekking tot vastgoedbeheer en toegang tot de kapitaalmarkt.
Verandering van het beheer van het vastgoed maakt het ook gemakkelijker om keuzes te maken wat betreft de genoemde beleidsvarianten voor de toekomst.
71/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijlage 1 Samenstelling financieringslasten Overzicht ontwikkeling financieringslasten De financieringslasten in 2016/2017 en 2022/2023 zijn als volgt samengesteld (gegevens ontvangen van de Hanzehof):
Bedragen 2016/17 Rentevoet
Afschrijving = aflossing
Rente
Bedragen 2022/23
Einde lening
Geldverstrekker
30 maart 2037
Gemeente Zutphen
30 juni 2028
Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
Afschrijving = aflossing
Rente
Leningen waarvoor de gemeente de rente en aflossing betaalt Theaterzaal nieuwbouw 2005 *)
Dakrenovatie concertzaal
4,41%
1,00%
Subtotaal Subtotaal, samen
320.216
258.827 – 43.661 = 215.166
281.359
1.029
8.074
532
8.571
321.245
223.240
254.554
289.930
544.485
Overige langlopende leningen Tot 17 jan 2018: Nieuwbouw 4,535; Hanzehof 1977 Daarna: 0,61%
254.022
544.484
49.498
72.585
3.617
97.315
16 januari 2028
Nederlandse Waterschapsbank
Overbruggingslening Hanzehof
8,00%
1.272
837
780
1.330
16 januari 2028
MN Pensioenservices
Keuken Hanzehof
2,94%
1.955
4.701
1.062
5.594
30 augustus 2027
Bank Nederlandse Gemeenten
52.725
78.123
5.459
104.239
Subtotaal Subtotaal, samen
72/90
130.848
109.698
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Investeringen niet gefinancierd met een lening Orkestbak, rookruimte, studio en eigen bijdrage in 19.890 renovatie dak concertzaal (kosten hoger dan 165.000) Inventaris restaurant 6.304 Hanzehal Niet-vastgoed44.683 investeringen Subtotaal
10.222
0
10.440 20.662 **)
70.877
Overige financiële baten en lasten Rente en kosten bankrekeningen en correctie
Totaal
2.580
376.550
2.580 ***) 415.901 – 43.661 = 372.240 #)
262.593
414.831
Totaal, 677.424 samen 749.357 *) Zie de toelichting op deze lening in paragraaf 3.6. Het bedrag van € 43.661 is wel een aflossing, maar geen afschrijving (en dus geen last). Het betreft namelijk een tweetal leningdelen die niet zijn ingezet voor financiering van investeringen. **) Dit bedrag omvat ook afschrijvingen op investeringen in de periode tussen 2016/2017 en 1 mei 2018. ***) Door ons gelijk geraamd aan de realisatie in 2016/2017 teneinde de totalen van rente en aflossing niet te beïnvloeden. #) Bedrag volgens het meerjarige financieel overzicht (overgenomen uit de jaarrekening 2016/2017) is 372.807 . Het verschil van € 567 blijft onverklaard.
Naast de lasten van afschrijvingen en de lasten van rente op leningen bestaan de financieringslasten uit rente en kosten bankrekeningen. Dit is een relatief kleine post, die per saldo, afhankelijk van de actuele rentestanden, positief of negatief uitvalt. Toelichting op lening Dakrenovatie concertzaal De lening voor de dakrenovatie van de concertzaal zou oorspronkelijk ook worden verstrekt door de gemeente. Uiteindelijk is gekozen voor een lening door de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, omdat op deze wijze een lagere rentevoet kon worden gerealiseerd voor dit deel van de verbouwing.
73/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijlage 2 Ontwikkeling subsidie voor kapitaallasten De gemeentelijke subsidie voor kapitaallasten, inclusief SVN-lening ontwikkelt zich als volgt (per kalenderjaar): Kalenderjaar 2014 t/m 2015 2016 2017 2018 t/m 2027 2028 2029 t/m 2036 2037
74/90
Subsidiebedrag € 627.169 € 607.667 € 566.335 € 544.504 € 539.920 € 535.381 € 267.691
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijlage 3 Kengetallen de Hanzehof Hanzehof
2015-2016
Totale opbrengsten Totaal eigen inkomsten (= opbrengsten minus subsidie) Aandeel eigen inkomsten in totale omzet Totale lasten Exploitatieresultaat
2016-2017
€ 2.810.733
€ 2.866.469
€ 1.431.844
€ 1.478.646
51%
52%
€ 2.810.733
€ 2.866.469
€0
€0
Eigen vermogen
€ 3.615
€ 3.615
Voorzieningen
€ 526.168
€ 581.399
Totale vermogen
€ 10.377.544
€ 9.760.217
Langlopende schulden Solvabiliteit (= eigen vermogen/totale vermogen)
€ 8.290.090
€ 7.974.087
3,48%
3,70%
Exploitatiesubsidie gemeente Zutphen
€ 288.083
€ 398.616
subsidie per bezoek
€ 11,48
€ 14,76
Inzet uit extra subsidie gemeente
€ 43.596
€ 85.359
Subsidie voor financieringslasten
€ 1.047.237
€ 903.848
Kapitaallasten (= afschrijvingen + rente)
€ 753.653
€ 746.630
Aandeel kapitaallasten in totale lasten
26,81%
26,05%
€ 943.352
€ 934.130
Aantal fte
17,3
17,2
aantal vaste medewerkers
23,0
24,0
33,56%
32,59%
Capaciteit Rabobank Theaterzaal
550
550
Capaciteit Oosterberg Buitensociëteit
650
650
Totale opbrengsten recette
€ 397.434
€ 461.972
Directe voorstellingkosten (afdracht artiesten)
€ 384.167
€ 436.446
113
120
103,45%
105,85%
€ 25.101
€ 27.003
Totale personeelslasten
Aandeel personeelslasten in totale lasten
Aantal professionele voorstellingen Dekkingspercentage recette/directe voorstellingskosten Aantal bezoekers professionele voorstellingen (excl voorstellingen door derden)
75/90
prognose 2017-2018
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Directe voorstellingskosten per bezoeker Overige voorstellingskosten (adv. Publ. Driehoeksborden etc) Gemiddelde besteding recette per bezoek, exclusief btw Verhouding inkoop/netto horecaomzet Hanzehof Verhouding inkoop/netto horecaomzet Hanzehal Nettoresultaat horeca Hanzehal (omzet -/(inkoop + overige kst)
76/90
€ 15
€ 16
€ 77.675
€ 69.725
€ 15,83
€ 17,11
24%
21%
27%
29%
€ 104.452
€ 70.446
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijlage 4 Aantallen voorstellingen en bezoekers Realisatie 2011/2012
2012/2013
2013/2014
2014/2015
2015/2016
2016/2017
Voorst ellinge n
Bezoek ers
Voorst ellinge n
bezoeke rs
voors telling en
bezoek ers
Toneel
18
4.855
19
4.521
14
3.603
13
4.023
20
4.379
18
3.580
Ballet, dans en beweging
7
2.259
6
2.248
5
1.459
5
1.663
4
943
4
1.222
Opera en operette, musical
15
4.660
13
4.471
15
3.621
18
4.272
15
3.386
13
2.755
Muziek ( populair )
15
4.387
23
7.325
20
4.907
16
3.465
20
3.462
19
3.926
Muziek ( klassiek )
14
2.717
13
3.618
6
1.319
5
1.369
4
1.037
7
1.273
Cabaret
20
5.391
31
9.724
21
5.666
29
8.314
26
6.599
31
8.365
Jeugdvoorstellingen
20
3.977
13
2.965
9
1.989
7
1.747
13
2.868
14
2.723
Diverse voorstellingen *)
5
1.176
2
616
1
250
1
453
4
1.396
7
2.006
Subtotaal voorstellingen
114
29.422
120
35.488
91
22.814
94
25.306
106
24.070
113
25.850
Voorstellingen door derden
34
13.430
31
10.928
26
8.505
23
5.350
29
9.392
7
1.226
7
1.031
7
1.153
Soort voorstelling
Kapel op ‘t Rijsselt
voorst voorst voorst bezoeke bezoeke ellinge ellinge ellinge rs rs n n n
bezoek ers
Totaal voorstellingen
148
42.852
151
46.416
117
31.319
101
26.532
113
25.101
120
27.003
Culturele activiteiten
129
5.808
82
10.706
81
13.351
61
18.363
88
22.023
100
25.612
Commerciële activiteiten
61
14.228
98
12.774
38
6.633
55
10.645
60
13.630
46
14.023
Subtotaal overige activiteiten
190
20.036
180
23.480
119
19.984
116
29.028
148
35.653
146
39.653
77/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Hanzehal Totaal activiteiten Totaal voorstellingen en activiteiten
338
62.888
331
69.896
236
51.303
64
28.770
22
23.869
116
29.028
212
64.423
168
63.504
217
55.560
325
89.524
288
90.507
*) Voorstellingen die niet onder een genoemd genre passen en bezoekersaantallen inleidingen (niet het aantal inleidingen)
78/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
Bijlage 5 Benchmark
Zutphen
Weert, Emmeloord, Barendrecht, Waalwijk, Oosterhout, Uden, Veldhoven
Alle 119
Hanzehof 2016
Referentietheaters (7) in 2016
Alle theaters in Ndl 2016
Aantal theaterzalen
2
1,7
2
Aantal niet-theaterzalen
6
6,1
8,7
125
153
233
30.594
38.557
81.849
245
253
351
1.549
1.735
4.605
650
513
705
600
367
504
2
6
13 -€ 196.000
Totaalcijfers
Aantal theatervoorstellingen Aantal betalende bezoeken theatervoorstellingen Gemiddeld aantal betalende bezoeken per theatervoorstelling Aantal gratis bezoeken theatervoorstellingen Aantal zitplaatsen grootste theaterzaal Gemiddeld aantal zitplaatsen per theaterzaal Verhouding totaal aantal bezoeken en inwoners regio conform CEBUCO Totale resultaat podium
€ 60.266 (seiz. '16-'17)
-€ 81.000
Totale resultaat horeca
€ 178.796 (seiz. '16-'17)
€ 22.000
€ 61.000
Totale resultaat verhuur
€ 316.077 (seiz. '16-'17)
€ 50.000
€ 192.000
Totale resultaat overig
€ 16.105 (seiz. '16-'17)
-€ 8.000
€ 50.000
Hanzehof 2016
Referentietheaters
Alle theaters in Ndl
93
40
118,1
43
15,9
36,2
46
14,3
22
Personeel (financieel) Totaal aantal werkzame personen Aantal werkzame personen betaald Aantal werkzame personen vrijwillig Aantal werkzame personen ingehuurd werk Percentage werkzame personen betaald
4
9,9
59,9
46%
40%
31%
Percentage werkzame
49%
36%
19%
79/90
DOORLICHTING THEATER EN CONGRESCENTRUM HANZEHOF TE ZUTPHEN
personen vrijwillig Percentage werkzame personen ingehuurd werk
4%
25%
51%
Totaal aantal FTE
16,47
12,3
28,6
Aantal FTE betaald
15,6
9,9
22,2
Aantal FTE vrijwillig
0,67
1,2
1,2
Aantal FTE ingehuurd werk
0,2
1,3
5,2
Percentage FTE betaald
95%
80%
78%
Percentage FTE vrijwillig Percentage FTE ingehuurd werk
4%
9%
4%
1%
10%
18%
Ziekteverzuim
10,85%
3,30%
3,90%
Aantal uitgeleende personen
0
0,1
0,2
Aantal FTE uitgeleend
0
0
0,1
Hanzehof 2016
Referentietheaters
Alle theaters in Ndl
2,85
3,9
6,8
1
0,8
1,1
1,24
2,1
4,2
Aantal FTE horeca betaald Aantal FTE andere functies betaald
4,02
0,5
7,7
6,49
5,1
8,8
Percentage FTE techniek
18,3%
31%
24%
Percentage FTE directie Percentage FTE programma/marketing
6,4%
7%
4%
7,9%
17%
15%
Percentage FTE horeca Percentage FTE andere functie
25,8%
4%
27%
25,8%
42%
31%
Hanzehof 2016
Referentietheaters