302118RH 2022_BW_00140
Tekst van het document
De eerste zone betreft het gebied rondom het hoofdgebouw van de gevangenis. Deze zone is totaal verstoord door de bouw en sloop van de gevangenis en kan dus worden vrijgegeven. Binnen het overgebleven gebied kan onderscheid worden gemaakt tussen een gebied met een hoge archeologische waarde en een gebied met een lage archeologische waarde. Deze waarden zijn gekoppeld aan de aangetroffen spoor- en vondstdichtheid. Het advies is om de zone met een hoge archeologische waarde, op basis van de behoudenswaardige waardering van de vindplaats, te behouden in situ, dus in de bodem en de archeologische dubbelbestemming te handhaven. Het terrein met de lage archeologische waarde kan worden vrijgegeven voor de geplande ingrepen. Binnen het terrein met de hoge archeologische waarde kan op basis van de dikke ophogingslagen en de relatief diepe ligging van de archeologische lagen de bodem vanaf het maaiveld (circa 8.70 m +NAP) tot 7,70 m +NAP worden vrijgegeven. Boven 7,70 m +NAP worden geen archeologische resten verwacht. Onder de 7,70 m +NAP liggen de archeologisch behoudenswaardige lagen en sporen. Indien behoud in situ niet mogelijk is omwille van de geplande ingrepen dan wordt geadviseerd om de delen van het terrein met een hoge archeologische waarde te onderzoeken door middel van een opgraving.
De noodzaak voor het behoud van het gedeelte van het terrein met een hoge bekende waarde zijn in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Onderzoeksresultaten cultuurhistorie Het complex is gelegen op een deel van een oude verdedigingslinie, de Lunet van Wambuis G, ten zuidoosten van de historische binnenstad. Oorspronkelijk, in de jaren 1883-1886, gebouwd in een verder open land, is de inrichting in de 20e eeuw omsloten geraakt door met name woonbebouwing. Het oudste deel van de penitentiaire inrichting wordt nog gedeeltelijk omsloten door een gracht; het oostelijke gedeelte daarvan was een deel van de oude defensiewerken (evenals het in de jaren 1970 gedempte oostelijk deel [dat enkele jaren geleden weer is open gegraven]). De andere twee grachtdelen (jaren 1880) verwijzen indirect naar de lunetvorm.
49/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld Opzet De eigenlijke penitentiaire inrichting bestond op haar hoogtepunt uit een voorgebouw (hoofdgebouw), een achterliggende cellenvleugel – beide in oorsprong uit 1883-1886 (architect J.F. Metzelaar), een haaks hierop staande cellenvleugel uit 1903 (W.C. Metzelaar, inmiddels gesloopt) en een aansluitende reeks werkzalen uit 1930-1937 (J.G. Robbers, inmiddels gesloopt). Hierachter is in 1978 een multifunctioneel centrum gebouwd (architect onbekend, inmiddels gesloopt). Ten zuiden van het hoofdgebouw (voorgebouw) bevindt zich een vijftal dienstwoningen en - daarachter - een uitbreiding van het penitentiaire deel (alles uit 1903, W.C. Metzelaar); ten noorden van het voorgebouw staat de directiewoning, (J.G. Robbers, periode 1930-1937).1
Afbeelding 5.4
Hoofdgebouw (Bron: Gemeente Zutphen)
Aanpassingen De nog bestaande gebouwen op het terrein hebben gedurende het gebruik de nodige aanpassingen ondergaan. Het hoofdgebouw (voorgebouw) is in oorsprong een ontwerp van J.F. Metzelaar en tussen 1883-’86 tot stand gekomen. Het is in de jaren 1930 gemoderniseerd door architect Robbers, die de vensters liet vervangen en een grofkorrelige “Terra Nova” bepleistering aanbracht. Hiermee werden ook de gevels van de dienstwoningen uit 1903 gemoderniseerd. In 1979 is de entree vernieuwd, alsmede de twee flankerende vensters. De directeursvilla is na de bouw niet of nauwelijks gewijzigd. Zowel de gevel indeling en –afwerking als de interieurindeling en –afwerking is vrijwel gaaf bewaard gebleven. Het cellenblok achter de voorbouw is in 1903 aangepast en in de jaren 1930 nogmaals, waarbij de celramen zijn vergroot en een nieuwe raaminvulling kregen. Ingrijpend was het verhogen van het gebouw in 1964 met een sportzaal onder een plat dak.
Cultuurhistorie i.r.t. voorgenomen herontwikkeling Om het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden van de locatie veilig te stellen is in 2013 een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat in het bestemmingsplan uit hetzelfde jaar een plek kreeg om de cultuurhistorische waarden te kunnen borgen. De ontwerpvisie die vervolgens is opgesteld steunt voor een belangrijk deel op de contour en het grachtenplan van de locatie alsmede de incorporatie van het hoofdgebouw van de gevangenis met het aansluitende oudste cellenblok dat net als een naastgelegen rij dienstwoningen in de verbeelding de bestemming specifieke vorm van waarde heeft gekregen. Het cellenblok destijds de bestemming gemengde doeleinden gekregen. Met deze bestemmingen is het behoud van de beeldkwaliteit van het voorplein en van de daar deel van uitmakende bebouwing goed geregeld en zijn
1 Beide paragrafen zijn vrijwel ongewijzigd overgenomen uit het verzoek door het Cuypersgenootschap tot aanwijzing van het complex als
rijksmonument uit 2002.
50/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld belangrijke cultuurhistorische waarden veiliggesteld en is voor wat betreft een eventuele herbestemming van het oudste cellenblok enige armslag gecreëerd. Het terrein is verworven door initiatiefnemer die voor alle nog bestaande gebouwen een goed passende functie ziet. De bestaande personeelswoningen blijven in gebruik als woning en ook de voormalige directeursvilla wordt na renovatie weer als woning in gebruik genomen. Een uitzondering hierop vormt het hoofdgebouw en het cellenblok achter het hoofdgebouw. Uit bouwkundig onderzoek is gebleken dat het verbouwen en renoveren van het hoofdgebouw tot appartementengebouw geen reële optie betreft. De voor- en zijgevels blijven behouden en worden hersteld. Hiermee wordt het uiterlijk en de geschiedenis van de plek in tact gehouden. De achtergevel zal gesloopt worden, waarbij de mogelijkheid zal bestaan om buitenruimten te realiseren. Het bestaande dak wordt vervangen en opgehoogd ten behoeve van een woonlaag. Ten aanzien van het cellengebouw is gebleken dat het vinden van een nieuwe bestemming voor dit gebouw zeer lastig is.
Factoren die hierin meespelen zijn het formaat van het gebouw de technische staat als gevolg van achterstallig onderhoud en niet in de laatste plaats het feit dat het gebouw door de opbouw in 1964 van de sportzaal en andere wijzigingen sterk aan cultuurhistorische waarde heeft ingeboet. Er wordt daarom toch ingezet op sloop van het cellenblok, waarbij de locatie en schaal van het gebouw als inspiratiebron in de vorm en indeling van het stratenplan, de verkaveling en de inrichting van de openbare ruimte als uitgangspunt heeft gediend. Het nieuwe appartementengebouw zal door de uitstraling en de positie in het stratenpatroon van Lunetteeiland zeer vormend zijn voor het stratenplan van de nieuwe ontwikkeling op het eiland en een zeer belangrijke bijdrage blijven leveren aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het nieuwe gebouw zal de afsluiting vormen van de zichtas vanaf de Wambuisstraat. Het voorgenomen plan houdt dan ook voldoende mate rekening met het aspect cultuurhistorie. 5.7.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.8
Conventionele explosieven
5.8.1
Inleiding
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek verricht naar Conventionele Explosieven (CE). Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 8 bij deze toelichting. 5.8.2
Onderzoek
Het gebied is realtime gedetecteerd met een metaal(mijn)detector en gecontroleerd laagsgewijs ontgraven in lagen van maximaal 30 centimeter met behulp van een beveiligde (rups)graafmachine. Zo kon optimaal gedetecteerd worden in zowel verstoorde als niet verstoorde gebieden. Voor de positiebepaling is gebruik gemaakt van een GPS-systeem met een maximale horizontale afwijking < 10 cm. Het opsporingsgebied is waar mogelijk gecontroleerd laagsgewijs ontgraven en vrijgegeven tot 2,0 m -mv, ofwel geheel vrijgegeven van geschutmunitie. Voor de obstakels tijdens de opsporingswerkzaamheden zie ‘Bijlage 1 Vrijgavetekening’ van het rapport. Tijdens de detectiewerkzaamheden zijn meerdere significante objecten gemeten. De gemeten significante objecten zijn gelijktijdig benaderd, vrij gelegd en geïdentificeerd. Er zijn hierbij in totaal 4 CE objecten aangetroffen (zie ook Bijlage 2 Munitieoverdracht formulier van het rapport). Een deel van het opsporingsgebied is verdacht op het voorkomen van het CE hoofdsoort afwerpmunitie. Voor dit gebied zijn in combinatie met Geosonda geotechnische sonderingen uitgevoerd om zo de maximale indringingsdiepte van afwerpmunitie te bepalen binnen het opsporingsgebied. Sondering 5 is hierbij binnen
51/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld het op afwerpmunitie verdachte gebied geplaatst. De maximale indringingsdiepte van afwerpmunitie bij sondering 5 is vastgesteld op 10,8 m -mv ofwel 1,96 m -NAP. De onderzochte opsporingsgebieden zijn vrijgegeven van CE tot variërende einddieptes. Op basis van het uitgevoerde historisch onderzoek (PVA 160360) blijkt dat de bebouwing op locatie vooroorlogs is aangelegd. Voor de locaties onder de bebouwing geldt dat deze ‘niet langer verdacht’ zijn op het voorkomen van CE. Aan de hand van de uitkomsten uit het historisch onderzoek konden de te slopen delen van de bebouwing dan ook regulier worden gesloopt, inclusief fundatie. De genoemde bebouwing is weergeven in ‘Bijlage 1 Vrijgavetekening’ van het rapport. De aangetroffen 4 CE-objecten zijn na afronding van de werkzaamheden overgedragen aan de EOD. 5.8.3
Conclusie
Het aspect conventionele explosieven vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.9
Verkeer en parkeren
5.9.1
Parkeren
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw bedoeld voor wonen of een ander soort verblijf van mensen wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat ten minste wordt of zal worden voldaan aan de minimum parkeernormen, zoals opgenomen in Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ van de CROW, met dien verstande dat het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal. Voor de beoogde woningen binnen het plangebied betekent dit een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. In geval van de vrijstaande woningen geldt dat op elke woonkavel zal worden voorzien in twee parkeerplaatsen (zie afb. 3.1). Bij de voormalige directeurswoning zijn in de huidige situatie tevens 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig en bij de bestaande hoekwoningen 1 parkeerplaats op eigen terrein per woning. Voor de overige woningen en bezoek zijn parkeerplaatsen in de openbare ruimte voorzien. Na uitvoering van het plan zijn er binnen het plangebied 35 woningen aanwezig. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte uiteengezet: Type woning
Aantal
Norm
Benodigd
Vrijstaande woningen
12
2,1
25,2
Rijwoningen
8
1,8
14,4
Appartementen
9
1,7
15,3
Bestaande vrijstaande woning
1
2,1
2,1
Bestaande hoekwoningen
2
2
4
Bestaande rijwoningen
3
1,8
5,4
Totaal
35
66,4
Het vorenstaande houdt in dat de parkeerbehoefte 66,4 parkeerplaatsen bedraagt. Binnen het plangebied wordt voorzien in 70 parkeerplaatsen, 28 op eigen terrein en 42 in openbaar gebied, waarmee in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien.
52/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld In de regels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen. Hiermee is verzekerd dat er binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand blijven. 5.9.2
Verkeer
5.9.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. De kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. 5.9.2.2 Verkeersgeneratie Bij het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •
Verstedelijkingsgraad: Sterk stedelijk (bron: CBS Statline) Stedelijke zone: Rest bebouwde kom
In onderstaand tabel zijn de kencijfers en het verwachte aantal verkeersbewegingen opgenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat hierin zowel de bestaande als nieuwe woningen zijn meegenomen. Voor de appartementen is hierbij uitgegaan van woningen in het hoge segment (worst-case). Woningtype Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, hoog Huur, huis, vrije sector Totaal
Aantal 13 8
Kencijfer 8,2 7,1
Totaal 106,6 56,8
9
7,1
63,9
5
7,1
35,5 262,8
In de toekomstige situatie is sprake van 262,8 (afgerond 263) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De ontsluiting van het terrein en de woningen vindt plaats via de Lunettestraat ten behoeve van een veilige verkeerssituatie. De capaciteit van de in- en uitrit (twee richtingen) en de Lunettestraat is van voldoende omvang om het verwachte aantal verkeersbewegingen veilig en eenvoudig te kunnen afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer geen belemmeringen oplevert als gevolg van voorliggend voornemen.
5.10
Besluit milieueffectrapportage
5.10.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1.
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.
53/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld 2.
3.
Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER.
In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De herontwikkeling van het plangebied ten behoeve van woningbouw is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. Daarnaast voldoet het plan aan de definitie van een besluit (kolom 3). De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: • • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
5.10.2 Situatie plangebied In voorliggend geval wordt de oppervlakte van 100 hectare niet overschreden en is geen sprake van een ontwikkeling van en aaneengesloten gebied dat 2000 of meer woningen omvat. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In bijlage 9 bij deze toelichting is de bij dit plan behorende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling opgenomen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt. 5.10.3 Conclusie De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten ten gevolge van het plan.
54/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Gelderland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Rijn en IJssel
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Het Waterschap Rijn & IJssel heeft in 2015 een nieuw waterbeheerplan vastgesteld voor de periode 20162021. Dit plan beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van Waterschap Rijn en IJssel. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak we deze willen bereiken. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele stroomgebied van Rijn en IJssel en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten we in de samenwerking met onze partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor de primaire taakgebieden: • • • •
Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater.
55/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld •
Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Op basis van de Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een waterparagraaf op te nemen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Waterhuishoudkundige situatie
Watertoetstabel Voor de ruimtelijke ontwikkeling worden de effecten van de ontwikkeling per waterthema afgewogen. De relevante waterthema’s worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en dienen vervolgens nader te worden toegelicht. De watertoetstabel is hierna opgenomen: Thema
Toetsvraag
Relevant
Intensiteit#
Veiligheid
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het projectgebied een waterkering? (primaire
Ja/Nee
2
2. Ligt het projectgebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?
Ja/Nee
2
1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur?
Ja/Nee
2
2. Ligt in het projectgebied een persleiding van WRIJ?
Ja/Nee
1
3. Ligt in of nabij het projectgebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?
Ja/Nee
1
Ja/Nee
2
Ja/Nee
1
3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
Ja/Nee
1
4. In of nabij het projectgebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden,
Ja/Nee
1
1. Wordt vanuit het projectgebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?
Ja/Nee
1
Grondwater-
1. Is in het projectgebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?
Ja/Nee
1
overlast
2. Is in het projectgebied sprake van kwel?
Ja/Nee
1
3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?
Ja/Nee
1
4. Beoogt het plan aanleg van drainage?
Ja/Nee
1
waterkering, regionale waterkering of kade)
Riolering en Afvalwaterketen
Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? (oppervlakte-water) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2?
beekdalen, overstromingsvlaktes?
Oppervlaktewaterkwaliteit
56/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld Grondwater-
1. Ligt het projectgebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?
Ja/Nee
1
1. Bevinden zich in of nabij het projectgebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?
Ja/Nee
1
2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
Ja/Nee
2
1. In of nabij het projectgebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel?
Ja/Nee
1
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het projectgebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Ja/Nee
1
1. Bevindt het projectgebied zich in of nabij een natte EVZ?
Ja/Nee
2
2. Ligt in of nabij het projectgebied een HEN of SED water?
Ja/Nee
2
3. Bevindt het projectgebied zich in beschermingszones voor natte natuur?
Ja/Nee
1
4. Bevindt het projectgebied zich in een Natura 2000-gebied?
Ja/Nee
1
Recreatie
1. Bevinden zich in het projectgebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
Ja/Nee
2
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het projectgebied aanwezig?
Ja/Nee
1
kwaliteit Inrichting en beheer
Volksgezondheid
Natte natuur
In bovenstaande watertoetstabel zijn een aantal vragen met ‘ja’ beantwoord. De betreffende thema’s zijn: • • • •
Riolering en afvalwaterketen; Wateroverlast (oppervlaktewater); Oppervlaktewaterkwaliteit; Volksgezondheid.
Wat betreft de eerste drie punten wordt verwezen naar het waterhuishoudkundig plan. Hierna wordt op het betreffende plan ingegaan. Wat betreft volksgezondheid wordt opgemerkt dat een aantal achtertuinen aan de gracht zullen grenzen. De bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor het voorzien in veiligheidsmaatregelen indien noodzakelijk.
Waterhuishoudkundig plan In voorliggend geval is er een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Hierna zijn relevante onderdelen van het plan opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting.
Gestelde eisen ten aanzien van de waterhuishouding Ten behoeve van een robuuste waterhuishouding worden eisen gesteld aan de inrichting van Lunette Eiland. Hierna zijn de uitgangspunten voor Lunette Eiland vermeld. Bouwpeil en verharding particuliere percelen Het bouwpeil van de beganegrondvloer ligt minimaal 0,30 m. boven het straatpeil. Bij de bergingsberekening is het uitgangspunt dat particuliere percelen ongeacht de werkelijke verharding 50% verhard zijn. Afvalwater Afvalwater wordt gescheiden van hemel- en/of grondwater ingezameld en afgevoerd naar een geschikt lozingspunt.
57/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld Hemelwatersystem en oppervlaktewatersysteem Het hydraulisch functioneren van hemelwaterstelsels wordt in een later stadium getoetst met 4 theoretische neerslaggebeurtenissen uit de Kennisbank Stedelijk Water (Rioned). • • • • •
bui 08: minimaal waakhoogte: 0,30 m. -mv; bui 09: geen water op straat; bui 10: oppervlakkige afstroming van hemelwater in het publiek domein mag niet op particulier domein afgewenteld worden; het watersysteem wordt getoetst op een inundatie-eis T = 100 + 10%: bij T = 500 mag geen hemelwater in panden stromen.
Waterberging Het plangebied is groter dan 500 m2 en valt daarom onder bergingseisen voor projectmatige nieuwbouw: • • •
40 mm berging over het totale verhard oppervlak van het plangebied (publiek en particulier); 20 mm berging over particulier oppervlak; bovengrondse afvoer/overloop van bergingsvoorzieningen (publiek en particulier) bij extreme neerslag.
Grondwater Onderstaand zijn de relevante ontwateringseisen voor Lunette Eiland van toepassing. • • •
woningen met kruipruimte 0,80 m.-m.v. = 1.10 m. -mv; woningen zonder kruipruimte 0,80 m.-m.v. = 1.10 m. -mv; secundaire wegen + woonstraten 0,80 m.-m.v.
Uitwerking waterhuishoudkundige aspecten Bouwpeil De gemeente Zutphen eist dat bouwpeilen van nieuwe opstallen 0,30 m. boven het wegpeil liggen. Op het ontwerp van het watersysteem in bijlage 4 van het rapport zijn de bouwpeilen opgenomen. Aan deze eis wordt dan ook voldaan. Afvoerend oppervlak, bergingsberekening en hemelwatersysteem Met behulp van de inrichtingstekening is het toekomstig afvoerend oppervlak bepaald. In totaal bedraagt het verhard oppervlak in de toekomstige situatie 7.180 m². Conform de eisen uit bijlage 7 van het Watertakenplan Zutphen 2021 - 2025 is de bergingsopgave voor Lunette Eiland bepaald. De bergingsopgave is grofweg onder te verdelen in: • •
berging in nieuwbouw kavels: 63 m3; berging in centrale hemelwaterberging: 312 m3.
In de nieuwe kavels moet in totaal 63 m3 waterberging gerealiseerd worden. De overstort van de particuliere waterbergingen voert rechtstreeks af naar de gracht. Voor de bestaande bebouwing moet in totaal 19 m 3 waterberging gecreëerd worden In dit plan is het uitgangspunt dat de bergingseis voor de bestaande kavels en het dakoppervlak van het toekomstige appartementencomplex in de centrale waterberging van het plangebied gecompenseerd wordt. Het hemelwater dat in het openbaar domein valt komt op 2 manieren in de waterberging in het hart van het plangebied terecht: • •
bovengrondse afstroming; via een i.t.-riool met kolken en goten.
De openbare hemelwaterberging bestaat uit een wadi met een aanvullende ondergrondse bergings- en infiltratievoorziening. De ondergrondse voorziening bestaat uit RockFlow pakketten. In totaal kan in de hemelwaterberging 312 m3 water geborgen worden.
58/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld Het hemelwatersysteem kan een neerslaggebeurtenis T=5 verwerken. Voor de ontlasting van de waterberging wordt het systeem voorzien van een overstortleiding richting de gracht. Buien > T = 5 worden bovengronds en via de overstortleiding richting de gracht afgevoerd. In het vervolg van de planvoorbereiding van Lunette Eiland wordt het hemelwatersysteem nader gedimensioneerd en getoetst aan de theoretische neerslaggebeurtenissen uit bijlage 7 van het watertakenplan Zutphen 2021 - 2025. Afvalwater Het afvalwater van Lunette Eiland wordt met behulp van een riool afgevoerd naar het gemengde stelsel in de Lunettestraat. Op Lunette Eiland blijven enkele bestaande opstallen staan. Vanuit deze opstallen wordt hemelwater samen met afvalwater naar het bestaande gemengde riool afgevoerd In de praktijk is het moeilijk om in bestaande opstallen afval- en hemelwater 100% te ontvlechten. Voor het ontwerp van het nieuwe afvalwaterstelsel wordt dit stelsel daarom als een nieuw gemengd riool getypeerd en berekend. Het feit dat vanuit Lunette Eiland onder vrijverval wordt aangesloten op een gemengd stelsel is een extra argument om het nieuwe afvalwaterstelsel als gemengd stelsel te beschouwen.
Op het nieuwe gemengde stelsel wordt 939 m2 afvoerend oppervlak, zijnde het dakoppervlak van het te handhaven kantorencomplex (toekomstig appartementengebouw) en 50% van het oppervlak van de bestaande kavels aangesloten. Voor het ontwerp van het afvalwaterstelsel wordt verwezen naar bijlage 4 van het rapport. In een later stadium van de planvorming wordt het stelsel op basis van toetsing met de eerder vermelde theoretische neerslagsituaties nader gedimensioneerd en uitgewerkt. De bergingseis voor het afvoerend oppervlak van de bestaande kavels en het appartementencomplex kan niet op de bestaande percelen en in het nieuwe gemengde stelsel gerealiseerd worden. De gewenste berging wordt daarom in de waterberging in het hart van het plangebied gecompenseerd. 6.2.3
Advies van het waterschap
Het waterhuishoudkundig plan wordt ter advisering voorgelegd aan het waterschap. Na advies wordt deze subparagraaf nader ingevuld.
59/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke).
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
60/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld • • 7.2.4
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan. Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
• • •
•
7.2.5
Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (artikel 9) In dit artikel is aangegeven hoe om wordt gegaan met bestaande afwijkende maatvoering en ondergronds bouwen; Algemene gebruiksregels (artikel 10) Deze regel is opgenomen om aan te geven welk gebruik in elk geval strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming; Algemene aanduidingsregels (artikel 11) Deze regel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de aanduiding ‘veiligheidszone – gas’. Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 13) In dit artikel wordt aangegeven op welke ondergeschikte onderdelen het bevoegd gezag het plan kan wijzigen. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel zijn regels ten aanzien van het aspect parkeren opgenomen. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
Artikel 3 Groen Deze bestemming is toegekend aan openbaar groen in het binnengebied en aan de taluds. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor groenvoorzieningen, bermen, beplanting, speelvoorzieningen, water, wandel- en fietspaden.
61/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld Binnen deze bestemming mogen uitsluitend nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden geacht, mits de maatvoeringseisen in acht worden genomen. Bouwwerken in/op de taluds zijn niet toegestaan. Artikel 4 Verkeer - Verblijf Deze bestemming is toegekend aan de woonstraat en de parkeervoorzieningen. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor wegen en straten met een functie gericht op zowel verblijf als op de afwikkeling van het verkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden geacht, mits de maatvoeringseisen in acht worden genomen. Artikel 5 Water Deze bestemming is toegekend aan het gedeelte van de bestaande gracht dat in het plangebied is gelegen. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen. Binnen deze bestemming zijn gebouwen niet toegestaan. Uitsluitend mogen er bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht, mits de maatvoeringseisen in acht worden genomen. Artikel 6 Wonen Aan zowel de bestaande als nieuwe woonkavels is de bestemming ‘Wonen’ toegekend.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor woningen, aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven, groen- en speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. De gebouwen met cultuurhistorische waarden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarde van de bestaande gebouwen. Gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' worden niet beschouwd als zijnde erf of achtererf wat is gerelateerd aan de opgenomen gevellijn, een en ander als bedoeld in artikel 1 bijlage II Bor. Hiermee wordt verzekerd dat de taluds niet vergunningsvrij worden bebouwd. In de bouwregels is een onderverdeling gemaakt in hoofdgebouwen (woningen), aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan middels de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven. Voor de nieuwe grondgebonden woningen geldt dat op de bouwvlaklijn gericht op het water een gevellijn is opgenomen. De naar deze zijde gekeerde gevel van een woning moet op de gevellijn worden gebouwd.
Zo wordt het beoogde stedenbouwkundig beeld, zoals verwoord in hoofdstuk 3 en in bijlage 1, verzekerd. Daarnaast mag de goothoogte en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten bedragen. Ook voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn maatvoeringseisen opgenomen. Deze gebouwen en bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing'. Hiermee wordt verzekerd dat de taluds niet bebouwd worden. Tot slot is binnen de bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de verplichte waterberging en een omgevingsvergunningsstelsel voor het slopen ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van waarde – 1’ en ‘specifieke vorm van waarde – 2’. Met het omgevingsvergunningsstelsel voor het slopen wordt voorkomen dat cultuurhistorische waardevolle gebouwen (waarde 1) en gevels (waarde 2) welke gehandhaafd blijven zonder vergunning gesloopt kunnen worden.
Artikel 7 Waarde - Bekende archeologische waarde Deze dubbelbestemming is toegekend aan de gronden die in het archeologisch proefsleuvenrapport als behoudenswaardig zijn aangemerkt.
62/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld De voor 'Waarde - Bekende archeologische waarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. Er zijn bouwregels en een omgevingvergunningsstelsel opgenomen waarin het selectieadvies, zoals opgenomen in het archeologisch rapport, is verwerkt. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 50 m² en die dieper reiken dan 7,70 m +NAP in principe vervolgonderzoek (opgraving) noodzakelijk is.
63/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een vertrouwelijke anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Zutphen. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
64/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG & ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Gelderland
Het plan is in het kader van vooroverleg naar de provincie toegezonden. De provincie heeft geen noodzaak gezien een reactie te geven en is akkoord met voorliggend plan. 9.1.3
Waterschap Rijn en IJssel
Het plan is in het kader van vooroverleg naar het waterschap toegezonden. Het waterschap heeft geen noodzaak gezien een reactie te geven en is akkoord met voorliggend plan.
9.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 11 november 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze indienen. Binnen de genoemde periode zijn geen zienswijzen binnengekomen.
65/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
66/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
67/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 2
Verkennend bodem- en asbestbodemonderzoek
68/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 3
AERIUS-berekening
69/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 4
Quickscan natuurwaarden
70/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek
71/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 6
Archeologisch bureau- en veldonderzoek
72/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 7
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
73/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 8
CE-onderzoek
74/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 9
Aanmeldnotitie Besluit milieueffectrapportage
75/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Lunette Eiland, eerste herziening” Vastgesteld
Bijlage 10
Geohydrologisch onderzoek
76/387
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
Lunette-Eiland Zutphen
Beeldkwaliteitsplan
Datum: 02 Februari 2022
77/387
1
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Stedenbouwkundige analyse
4
2.1
Lunette-eiland in ruimtelijke context
4
2.1.1
Ligging
4
2.1.2
Historie
5
2.1.3
Locatie Lunette-eiland
7
2.1.4
Historie gevangenis
10
2.1.5
Menselijke invloeden en archeologische verwachting
11
2.2
Stedenbouwkundige ligging
12
2.3
Bereikbaarheid
13
2.4
Analyse Gevangenisterrein
13
2.4.1
Perceel en belendingen
13
2.4.2
Groenstructuur
14
Analyse Gevangenisgebouwen
15
2.5.1
Gevangenisgebouw (Lunettestraat 3)
16
2.5.2
Dienstwoningen (Lunettestraat 5, 7, 9, 11 en 13)
16
2.5.3
Directeurswoning (Lunettestraat 1)
16
2.5
3
Stedenbouwkundige ontwerpvisie
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Mogelijke bestemmingen
17
3.3
Ontwerp
17
3.4
Ontsluiting en parkeren
21
3.5
Bestaande Hoofdgebouw (Lunettestraat 3)
22
3.6
Nieuwbouw Woningen
23
3.7
Nieuwe bestemmingsplan
23
4
Beeldkwaliteit Lunette-eiland
24
4.1
Algemeen
24
4.1.1
Nieuw te realiseren bebouwing
25
4.1.2
Openbare ruimte
28
4.1.3
Te handhaven bebouwing
32
78/387
2
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
1
Inleiding
Het Lunette-eiland aan de Lunettenstraat in Zutphen heeft zijn oorspronkelijke functie als Jeugdgevangenis verloren. De Jeugdgevangenis was tot 2008 nog in gebruik bij de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie. Het deel van het terrein waarop de gebouwen van de Jeugdgevangenis staan, is door Bijont / Aannemersbedrijf Kuipers in 2018 van het Rijk gekocht na een openbaar biedingen traject. Het huidige bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om het terrein voor woningbouw te ontwikkelen. De Jeugdgevangenis is een bijzondere plek in de Zutphense wijk Waterkwartier. Mede door de gracht en de muren en hekwerken rondom de gebouwen keert het complex zich af van de omgeving. Er is bijna letterlijk en figuurlijk sprake van een eiland. Het is een bijzondere plek die elke buurtbewoner kent, maar die (gelukkig) maar zeer weinig mensen van binnenuit hebben gezien. Van binnenuit is het complex in zichzelf gekeerd. Bijna contemplatief als een klooster. Rondom het complex is er echter voldoende ruimte voor een parkachtige omgeving door het water en de groene overgang naar de aanliggende deelwijken. De locatie ligt op nog geen 10 minuten loopafstand van het centrum van Zutphen. Op 2 minuten loopafstand ligt een nieuw winkelcentrum.
Het voornemen is om voor deze planontwikkeling een aantal grote gebouwen op het terrein te slopen en op deze vrijgekomen locaties woningen te realiseren. In overleg met de gemeente is bepaald dat naast de 5 bestaande dienstwoningen en de directeurswoning, 20 nieuwbouwwoningen en 9 appartementen op het terrein worden gerealiseerd. Hiervoor wordt het huidige bestemmingsplan herzien. In dit document zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten en beeldkwaliteit verder onderbouwd en uitgewerkt op een zodanige manier dat bij de verdere planontwikkeling ruimte is voor alternatieve ontwerpbeslissingen, zonder de beeldkwaliteit te niet te doen. Voorliggend beeldkwaliteitsplan wordt bij het bestemmingsplan in procedure gebracht en te zijner tijd vastgesteld, waardoor het onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke welstandsnota.
79/387
3
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
2
Stedenbouwkundige analyse
2.1
Lunette-eiland in ruimtelijke context
2.1.1
Ligging Zutphen is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland en heeft 47.112 inwoners 1). Zutphen maakt samen met Apeldoorn en Deventer deel uit van de Stedendriehoek. Zutphen is gelegen aan de rivier de IJssel aan de monding van de Berkel. Door de ligging op het kruispunt van de doorgaande route van Westnaar Oost-Nederland en de IJssel en Berkel kon Zutphen zich ontwikkelen als belangrijke handelsstad. Station Zutphen vormt een belangrijk spoorwegknooppunt in alle windrichtingen en is dit een belangrijk station voor de verbinding met de Achterhoek en Twente. Zutphen ligt op enige afstand van het de autosnelwegen A1 en A50 en is te bereiken via de provinciale wegen N314, N319, N345, N346, N348 en N826.
Afbeelding Zutphen met ligging Lunette-eiland 1 ) inwoneraantal per 1 april 2011, bron: CBS
80/387
4
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
2.1.2
Historie
Gedurende de laatste periode waarin het Scandinavische landijs tot in Midden-Nederland (Salien) kwam, is een brede landijs lob via het IJssel dal in zuidelijke richting doorgedrongen. Daarbij is een diep dal gevormd, dat door de IJssel is opgevuld met vooral oude rivierzanden. Vooral in het Weichselien is rivierzand door de westenwind getransporteerd. Op deze wijze zijn lage dekzandruggen ontstaan. De Berkel heeft zich ingesneden in het Achterhoeks dekzandgebied en daarbij een breed dal gevormd, waarin klei en zand (beekafzettingen) zijn afgezet. Zutphen ontstond in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting op een rivierduinencomplex. De plaats is al bijna 2000 jaar continu bewoond en is een van de oudste steden van Nederland. De naam Zutphen is ontstaan uit Zuid venne, een rivier-duinencomplex tussen drassige weidegrond. De nederzetting bleef in de vroege Middeleeuwen op het huidige ’s-Gravenhof bestaan in tegenstelling tot veel andere woonplaatsen in de Volksverhuizingentijd. Na de incorporatie van de IJsselstreek bij het Frankische rijk rond 800 werd Zutphen een grafelijk bestuurlijk centrum. De eilandvormige rug te midden van drassige gronden waarop de stad is gebouwd, evenals de regionale betekenis en de vestingstatus hebben ertoe bijgedragen dat het wegenpatroon om Zutphen een radiaal patroon kent, waarbij de hoger gelegen terreingedeelten gebruikt zijn.
In 882 werd het hier gevestigde Frankische koningshof verwoest door Vikingen. In 890 werd door graaf Everhardus van Hamaland een grote ringburgwal aangelegd, met drie grachten eromheen: een 20 meter brede U-vormige gracht en een spitse smalle gracht erbuiten. De loop van de markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht. In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een keizerlijke residentie en werd een romaanse palts gebouwd. Sinds 1046 was de bisschop van Utrecht landheer van het Zutphense graafschap en de burg. De bisschop liet een grote kapittelkerk stichten, de huidige Sint Walburgiskerk De naam Zutphen wordt in 1053 voor het eerst vermeld in een oorkonde van de abdij Corvey aan de Wezer. Het bezit van de abdij bestond onder andere uit goederen gelegen in Zutphen, in de gouw Hamaland. Het in dit stuk vermelde oppidum Zutphen was nog geen versterkte burcht, maar een administratief centrum. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Zutphen werd hun residentie, zij hadden er hun verblijfplaats, gebouwd op een hoger gelegen gebied aan de IJssel. De naam ’s Gravenhof in het centrum van Zutphen is hier nog een verwijzing naar. In 1101 wordt voor het eerst een Graaf van Zutphen genoemd: Otto van Zutphen.
Na zijn overlijden ging het graafschap via vererving over in het geslacht van de graven van Gelre. Het Graafschap Zutphen werd hierdoor tot 1579 (het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) als twee-eenheid verbonden met het Graafschap Gelre (graven van Gelre en Zutphen). Graaf Otto I van Gelre en Zutphen verleende de stad tussen 1191 en 1196 als eerste Gelderse stad stadsrechten. Dat betekende o.a. zelfbestuur, eigen rechtspraak, en het instellen van de nog altijd bestaande donderdagmarkt. Dat Zutphen na de verlening van stedelijke rechten groeikracht bezat, wordt bewezen door het feit dat er rondom 1250 een noordelijke voorstad ontstond, de Nieuw-stad. In de loop van de 14e eeuw ontwikkelde zich aan de oostzijde van de oude kern de Spittaalstad die in 1393 ommuurd is.
81/387
5
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
Omstreeks 1200 na Chr. ontstond een open verbinding tussen de Zuiderzee en de Noordzee. De IJssel kreeg hierdoor veel Rijnwater te verwerken. Als gevolg hiervan heeft de IJssel verschillende keren gemeanderd, waarbij telkens nieuwe oeverwallen, bestaande uit zavel en lichte klei, zijn opgebouwd. In de Late Middeleeuwen zijn dijken langs de IJssel aangelegd, waarna uiterwaarden zijn ontstaan. Om de afvoer te bevorderen zijn omstreeks 1400 de IJsselbochten bij Herbergen en Empe afgesneden en gekanaliseerd. De IJssel is echter blijven overstromen. Slechts de hoger gelegen terreingedeelten bij Zutphen zijn hiervoor gespaard gebleven. In de loop van de 13e eeuw is de stad opgenomen in het Hanze-verbond. Zutphen vervulde hierin voornamelijk een overlaadfunctie, vanwege de ligging tussen Zuiderzee en het Duitse achterland, en aan de IJssel en Berkel. Samen met Deventer, Zwolle en Kampen kreeg de stad dan ook een internationale handelspositie. De IJsselsteden waren bovendien gedurende de geschiedenis belangrijk vanwege hun strategische ligging. Na de Sint Elisabethsvloed in 1421 begon de IJssel te verzanden. Mede als gevolg van de opkomende handelscentra in het westen van Nederland werd het oost-west verkeer belangrijker dan het noordzuid verkeer. De bouw van een paalbrug in 1486 en schipbrug in 1604 over de IJssel en de toenemende Berkelvaart onderstrepen dit.
Onder invloed van de verzanding van de IJssel, de afname van de Hanze, de opkomst van andere handelssteden en de Tachtigjarige Oorlog nam de internationale handelsfunctie van Zutphen af. Door de strategische ligging wordt menigmaal om Zutphen gestreden tijdens de Bourgondische oorlogen (1473, 1477, 1481 en 1492) en de Tachtigjarige oorlog (1572 (bloedbad van Zutphen), 1579, 1583, 1584, 1586, 1591 en 1629). In 1591 krijgt de stad de vestingstatus. Tijdens het Rampjaar 1672 werd de stad veroverd door de Fransen.
Zutphen met verdedigingswerken en rechtsonder de gevangenis,1897
In de 17e en 18e eeuw werd Zutphen een Frontierstad van de republiek van de 7 Verenigde Nederlanden. Er werd een nieuwe gordel van verdedigingswerken aangebracht waardoor een eventuele vijand verder van de stad kon worden tegengehouden. In de periode daarna groeide het inwonertal van de stad uit naar meer dan 15.000.
82/387
6
Beeldkwaliteitsplan Lunette-eiland Zutphen 2021
Verdere ruimtelijk expansie was weer mogelijk toen in 1874 in het kader van de vestingwet de vesting Zutphen werd opgeheven en de wallen om de stad verwijderd konden worden. Veel resten van de vestingwerken zijn direct of indirect nog zichtbaar.
2.1.3
Locatie Lunette-eiland
De locatie van het Lunette-eiland ligt ten zuidoosten van het stadscentrum van Zutphen, ten westen van de nieuwe te ontwikkelen wijk Lunettentuin, ten noorden van het gerevitaliseerde winkelcentrum. De historie van het terrein gaat terug tot in de Late Middeleeuwen. Tot in de 18e eeuw was het gebied ten zuidoosten van Zutphen uitsluitend agrarisch in gebruik. De ovale lemige zandhoogte, waarop de jeugdgevangenis ligt, is historisch onder twee namen bekend: de Spittaalderkamp en De Vijf Morgen. Beide namen zijn vereeuwigd in straatnamen resp. ten noorden en zuiden van het Lunette-eiland. De Vijf Morgen (zoals we het terrein nu maar even noemen) maakten oorspronkelijk deel uit van het Gelderse grafelijke goed Wesse. In 1321 en 1323 worden grote delen van de villa Wesse (dan behorend tot het kerspel Warnsveld) door de Gelderse graaf Reynald II aan de stad Zutphen geschonken. Het zou tot 1929 in bezit van de stad blijven. Het toponiem Vijf Morgen dateert van na de middeleeuwen. Het duidt op het formaat van het stuk grond – een morgen is het gebied dat in één morgen te ploegen is. Pas in 1796 vinden weer ingrijpende veranderingen plaats op het terrein van de Vijf Morgen. Directeur-generaal der fortificatiën Herman van Hooff laat een verdedigingslinie aan de zuidoostzijde van de stad aanleggen.
Deze linie staat bekend als de Linie van Wambuis, naar de gelijknamige herberg aan de Emmerikseweg. Aan de oostzijde van de stad worden in 1799 de vestingwerken uitgebreid met de Linie van Van Hooff. Deze bouwactiviteiten zijn te relateren aan het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795. Dit was in feite een vazalstaat van Frankrijk. De in deze periode dreigende oorlogen met onder meer Engeland en Oostenrijk maakten de defensieve maatregelen noodzakelijk. De opheffing van de vestingstatus van Zutphen resulteerde in 1885 in de egalisatie van de lunetten en de aanleg van de Lunettenstraat, Wambuisstraat en Vijfmorgen-straat. Vanaf datzelfde jaar werden deze straten volgebouwd met kleine woningen voor de lagere klassen. Op de middelste Lunet van de Linie van Wambuis werd in 1886 de gevangenis gebouwd. Het vierkante terrein werd met gebruikmaking van de bestaande lunettengrachten omgracht. Een forse uitbreiding van de gebouwen volgde in 1903.