CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

162974RH 2021_BW_00537

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Transitievisie Warmte gemeente Zutphen 202120.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Opstellen Transitievisie Warmte

(oriëntatie- en visiefase) Met het vaststellen van de Transitievisie Warmte ronden we fase 1 af. In deze fase hebben we ons de opgave eigen gemaakt en samen met partners en inwoners een gemeenschappelijk plan ontwikkeld dat ons de komende jaren richting geeft. FASE 2

Opstellen wijkuitvoeringsplan

(onderzoeks- en ontwikkelfase) In de Transitievisie Warmte zijn 4 startbuurten

geselecteerd: 3 met een collectieve warmteoplossing en 1 met een individuele (all-electric) oplossing. De volgende stap is om met bewoners en stakeholders voor deze buurten een wijkuitvoeringsplan op te stellen waar iedereen achter staat. We betrekken inwoners en bedrijven in deze fase dus meer bij de planvorming en het maken van de keuzes (zie ook paragraaf 2.2). De tot stand gekomen wijkuitvoeringsplannen voor de startbuurten stelt de gemeenteraad vervolgens vast. In deze fase starten we ook met het ontwikkelen van een gemeente-brede aanpak gericht op het nemen van noregret maatregelen in de overige wijken en buurten.

• Stap 2 - Projectplan (afbakening en keuzes): op basis van de verzamelde gegevens kunnen we samen met de stakeholders een projectplan opstellen. Hoe we komen tot het wijkuitvoeringsplan. Daar horen ook keuzes in over het ambitieniveau, inhoudelijke afbakening en geografische begrenzing van de wijk of buurt. Tenslotte moeten ook de randvoorwaarden en fasering helder zijn. • Stap 3 - Opstellen wijkuitvoeringsplan: in deze stap werken we aan het uitwerken van en vergelijken van de warmte-alternatieven. Aspecten die op basis van het voorkeursalternatief uit de Transitievisie Warmte uitgediept worden zijn: techniek, financiën en ruimtelijke inpassing. We vinden het erg belangrijk dat we goed met inwoners overleggen over de uitwerking van mogelijkheden en keuzes die we maken. Nadat keuzes zijn gemaakt, kunnen ook aspecten zoals organisatie (Governance-structuur) en planning worden uitgewerkt. • Stap 4 - Vaststellen wijkuitvoeringsplan: zodra we het wijkuitvoeringsplan volledig hebben gemaakt volgt de laatste stap van vaststelling van het wijkuitvoeringsplan (inclusief het definitieve warmte-alternatief) door de gemeenteraad.

Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan verloopt over het algemeen volgens de volgende stappen, waarbij er parallel gewerkt wordt aan de inhoud, participatie en bestuurlijke borging van het wijkuitvoeringsplan:

Na vaststelling van het wijkuitvoeringsplan volgt een volgende fase van (project)voorbereiding en daadwerkelijke realisatie en nazorg.

• Stap 1 - Wijkanalyse (verkenning): In de eerste stap verzamelen we alle belangrijke fysieke en sociale gegevens over de wijk. We voeren een haalbaarheidsonderzoek uit naar de alternatieve warmtevoorziening. We brengen alle betrokkenen in kaart en maken een overzicht van de belangrijke (beleids)kaders.

Overgang naar aardgasvrij

FASE 3 (realisatie- en beheerfase) Wanneer de wijkuitvoeringsplannen klaar zijn, dan worden deze door alle betrokken partners omgezet in concrete projectplannen voor gebouwen en gebieden. Daarna volgt de daadwerkelijke uitvoering van de projecten. Dat duurt waarschijnlijk meerdere jaren.

28/83 Transitievisie Warmte 2021 - 1.0 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

21

5.2 Rolneming gemeente en partners Als gemeente willen we in de samenwerking met inwoners en partners invulling geven aan onze regierol en het voortouw nemen in de uitrol van deze Transitievisie Warmte. Bij het werken aan bovenstaande opgaven veranderen de rollen van de gemeente en betrokken partijen in de verschillende fasen van de warmtetransitie. • Voor fase 1 is de gemeente Zutphen de regievoerder en sterk sturend, de andere stakeholders zoals de woningcorporaties, netbeheerder, een groep inwoners en energiecoöperatie zijn adviserend betrokken geweest. • In fase 2 verandert de rolneming van de gemeente van sturend naar meer regisserend/faciliterend; ook afhankelijk van de gekozen warmte-oplossingsrichting en actieve partijen per buurt. In de meeste gevallen zal de gemeente met de betrokken partners een samenwerkingsovereenkomst (LOI) sluiten en wordt een projectorganisatie ingericht voor de specifieke wijk of buurt waarin afspraken over de rolverdeling per wijk of buurt verder worden geconcretiseerd. • In fase 3 hebben uitvoerders zoals de corporaties (voor corporatiewoningen), inwoners, netbeheer Liander, warmtebedrijven en eventuele andere projectpartners de belangrijkste rol, vaak zal de gemeente daar ook als projectpartner bij betrokken zijn.

5.3 Consequenties voor gemeente en partners Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van projecten van de verschillende stakeholders. Enerzijds is er gebiedsgerichte coördinatie nodig op de (samenhang tussen) specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op samenwerking, strategie, communicatie, wijka en financiering. De warmtetransitie is bovendien geen op zichzelf staande opgave. We vinden het belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd op andere thema’s en domeinen. Dit alles vraagt om een programmatische aanpak met een vorm van programmasturing.

De gemeente Zutphen is regisseur van de warmtetransitie. Als vervolg op deze TVW moeten wij samen met de belangrijkste partners een programmastructuur met een bijbehorende programma-organisatie inrichten om de doelen te bereiken. Randvoorwaarde is daarbij dat er voldoende gemeentelijke capaciteit beschikbaar komt om de regierol daadwerkelijk in te kunnen vullen (zie paragraaf 5.5).

In paragraaf 4 hebben we de eerste acties en inzet en betrokkenheid van de stakeholders per startbuurt geconcretiseerd.

Het Zutphense warmtetransitieprogramma bouwen we op uit twee sporen, namelijk: • de aanpak van de startbuurten; • de gemeentebrede aanpak gericht op het uitvoeren van no-regret maatregelen. In onderstaande figuur is een mogelijke opzet van het warmteprogramma Zutphen weergegeven.

bestuurlijk

Bestuurlijk overleg Warmte

programma

Programmateam Warmte Secretaris

opgaven/projecten

22

Communicatie

Spoor Startbuurten (collectief)

Spoor No-regret

Gemeentebreed

Helbergen

Zeeheldenbuurt

Voorsteralleekwartier

Leesten-Oost (Looerenk & Woud) en Overkamp

Klankbordgroep bewoners

Klankbordgroep bewoners

Klankbordgroep bewoners

Klankbordgroep bewoners

Klankbordgroep bewoners

29/83 Transitievisie Warmte 2021 - 1.0 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

5.4 Eerste stappen om planvorming te starten In onderstaande tabel zijn de eerste stappen om de planvorming te starten samengevoegd: Startbuurten

Voorkeursalternatief

Omvang tot 2030 (huur en koop)

Voorgestelde Acties

Inzet en betrokkenheid partner

Gemeente

Stakeholders

Inwoners • • • • • • •

Ieder1 Zutphen Energie Liander Waterschap RWS Provincie Firan

• • •

Ieder1 Zutphen Energie Liander

Sturend

• • • •

Ieder1 Zutphen Energie Liander Waterschap

Raadplegen Adviseren Co-produceren

Faciliteren

• • • • •

Ieder1 OnsHuis Zutphen Energie Liander Inwoners

Adviseren Co-produceren Zelforganisatie

•

Woningcorporaties Zutphen Energie Liander

Co-produceren Zelforganisatie

1 Helbergen

Warmtenet met TEO Bron IJssel

+/- 850 woningen

Zeeheldenbuurt

Warmtenet met TEO bron Vijver

+/- 700 woningen

Noordveen (start in Voorsteralleekwartier)

Warmtenet met restwarmte RWZI.

• • •

Letter of intend (LOI) getekend Subsidie aanvraag Gelderland toegekend Overgaan op opstellen WUP

Sturend

•

Verkenning / haalbaarheidstudie met als bron Vijver is uitgevoerd. Na haalbaarheidstudie vervolgproces opstarten met partners om te komen tot een WUP.

Sturend

Raadplegen Adviseren Co-produceren

2

•

Raadplegen Adviseren Co-produceren

3

4

Leesten-Oost en Warnsveld (Buurten: Looërenk & Woud en Overkamp)

All-electric (op natuurlijk moment)

+/- 2.300 woningen

• •

• +/- 400 woningen

•

Bewonersinitiatief informeren over beschikbaar van restwarmte vanuit RWZI. WUP proces opstarten met RWZI als warmtebron.

Verdiepende netwerkanalyse door Liander en evt. andere buurten in Leesten toevoegen o.b.v. capaciteit. Met inwoners (particuliere eigenaren) in gesprek om strategie voor overstap naar all-electric uit te werken.

5 • Individueel spoor

No-regret

Totaal

n.v.t.

+/- 4.250 woningen

Gemeentebrede communicatiestrategie met een focus op reductie in centrumbuurten (vanwege hoog gasgebruik en het buitengebied i.v.m. gebrek aan alternatieven) en buurten die op termijn overgaan op een MT warmtenet.

Informeren

• •

ca. 2.500 woningen NB. Zoals omschreven in paragraaf 3.4 zien de partners deze stappen als een inspanningsverplichting en niet als resultaatsverplichting.

30/83 Transitievisie Warmte 2021 - 1.0 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

23

5.5 Inzet van mensen en middelen De benodigde uitbreiding van gemeentelijke capaciteit voor uitvoering Klimaatakkoord wordt in landelijk onderzoek geraamd op 15 tot 17 FTE structureel. Voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte verwachten wij de volgende gemeentelijke inzet:

De partners dragen met investeringen in huurwoningen en infrastructuur evenredig bij aan de warmtetransitie. 5.6 Evaluatie en vervolg Deze transitievisie warmte is opgesteld voor de periode 2022 – 2026. Na deze planperiode is een evaluatie van deze visie voorzien.

Benodigde capaciteit: Specifiek ten aanzien van de verduurzaming van de gebouwde omgeving (de uitvoering van deze Transitievisie Warmte) schatten we in dat ca. 4 FTE benodigd is. Bestaande uit: • 1 FTE voor programmamanagement: - Leiding geven aan programma; - Afstemming met partners; - Monitoren TVW. • 2,0 FTE voor de startbuurten (0,5 FTE per buurt / WUP). • 0,5 – 1,0 FTE ondersteuning: - Projectondersteuning; - Communicatie en participatie; - Financieel; - Andere domeinen. Inschatting benodigde middelen: Naast de menskracht zijn aanvullende middelen/gelden nodig voor: • de inzet van extra mensen; • inhuur externe expertise; • het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken; • het ontwikkelen van communicatie-uitingen. Dekking van deze middelen is mogelijk vanuit verschillende stromen zoals: extra Rijksmiddelen via uitkering Gemeentefonds, subsidie en ondersteuning vanuit het landelijke Expertise Centrum Warmte (ECW), het programma Aardgasvrije Wijken (PAW) of het Expertteam Warmte Gelderland. Bij dreigend tekort aan middelen is afstemming met de raad nodig over aanvulling budget en/of het bijstellen van de ambities (zie evaluatie).

nieuwe inzichten vanuit aanverwante planvormen zoals de regionale structuur warmte (RSW 2.0 als onderdeel van de RES 2.0) bij de herijking van de Transitievisie Warmte worden meegenomen. Op basis van die inzichten kunnen we de routekaart verder invullen en waar nodig aanpassen. De Transitievisie Warmte 2.0 wordt uiterlijk in 2026 aan de gemeenteraad aangeboden.

2021 TVW 1.0 Plan

Act

Do

2026 TVW 2.0

2022 - 2025 Wijkuitvoeringsplannen + uitvoering

24

Check 2025-2026 Evaluatie resultaten

Vaststelling van de Transitievisie Warmte is voorzien in 2021. Na vaststelling van de TVW is een eerste en volgende stap het uitwerken en door de raad vaststellen van wijkuitvoeringsplannen voor de geselecteerde startbuurten. De Transitievisie Warmte wordt vervolgens minimaal elke 5 jaar herzien. In nevenstaande figuur is de verbetercyclus in de tijd weergegeven. Transitievisie Warmte 2.0 De warmtetransitie is een nieuwe en veelomvattende opgave. Het is nu dus nog niet precies in te schatten hoe beleidsmatige voorstellen in de praktijk zullen uitpakken. Belangrijk is daarom om bij het opstellen van de Transitievisie Warmte 2.0 een terugblik te geven op het resultaat van de Transitievisie Warmte 1.0. Ook moeten

31/83 Transitievisie Warmte 2021 - 1.0 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlagen

32/83

Bijlage 0

Begrippenlijst

Collectieve oplossing Met een collectieve oplossing bedoelen we een oplossing op een hoger schaalniveau dan dat van een enkele woning. Duurzame warmte Warmte die afkomstig is uit hernieuwbare bronnen én die wordt geproduceerd zonder schadelijke effecten op de leefomgeving. Energieneutraal Energieneutraal betekent dat er binnen de gemeente jaarlijks minstens net zoveel energie wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen als dat er wordt gebruikt. Hernieuwbare bronnen Voor wat betreft de definitie van hernieuwbare bronnen wordt aangesloten bij de Europese richtlijn 2018/2001. Energie uit hernieuwbare energiebronnen betreft energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk: • windenergie • zonne-energie (thermische zonne-energie en fotovoltaïsche energie) • geothermische energie

• • • • •

omgevingsenergie getijdenenergie, golfslagenergie en andere energie uit de oceanen waterkracht energie uit biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties, en biogas.

Individuele oplossing Met een individuele oplossing wordt een techniek op woningniveau bedoeld. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een warmtepomp. Bij een individuele aanpak bepaalt een bewoner zelf hoe en op welk manier wordt overgestapt op een alternatief voor aardgas. Innovatieve oplossing Duurzame warmtetechnieken die zich nog aan het ontwikkelen zijn. No-regret maatregel Een no-regret maatregel wordt ook wel een geenspijtmaatregel genoemd. Dit is een maatregel die in een woning genomen kan worden om de woning te verduurzamen en die ongeacht het toekomstige alternatief voor aardgas verstandig is om te nemen.

Maatschappelijke kosten Maatschappelijke kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om de warmtetransitie te realiseren. Ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van de infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin. Temperatuurniveau HT, LT en MT slaat op de temperatuur van water in ketels, warmtenetten of warmtebronnen. • LT - Lage temperatuurverwarming. De aanvoertemperatuur van water ligt tussen de 30 en 55 graden Celcius. • MT - Middelhoge temperatuurverwarming. De aanvoertemperatuur van water ligt tussen de 55 en 75 graden Celcius. • HT - Hoge temperatuurverwarming. De aanvoertemperatuur bij een hoge temperatuur­ verwarming ligt tussen de 75 en 85 graden Celcius.

33/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

26

TVW - Transitievisie Warmte of Transitievisie Warmte Een Transitievisie Warmte is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In dit beleidsdocument wordt beschreven welke toekomstige warmtevoorziening(en) kansrijk zijn per buurt of wijk en in welke volgorde buurten aardgasvrij worden gemaakt. Wijkuitvoeringsplan Wijkuitvoeringsplannen volgen na de Transitievisie Warmte en zijn de wijkuitvoeringsplannen voor de buurten die van het aardgas afgaan. Per buurt wordt een wijkuitvoeringsplan gemaakt waarin de definitieve oplossingsrichting is uitgewerkt. Deze plannen worden gemaakt samen met bewoners en gebouweigenaren uit de buurt. Warmtenet Een warmtenet is een collectieve oplossing waarbij warmte i.p.v. gas aan een woning wordt geleverd. Deze warmte is afkomstig van een bron, zoals geothermie of restwarmte, en wordt vervolgens middels een vloeistof (water) in een buizennetwerk onder de grond naar de woningen getransporteerd.

Warmtepomp Een warmtepomp is een alternatief voor de huidige CV ketel en maakt gebruik van warmte afkomstig uit de buitenlucht of uit de bodem. Door deze warmte middels elektriciteit verder in temperatuur te verhogen is deze warmte geschikt te maken

27

Warmtetransitie De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie en gaat over het verduurzamen van het warmtegebruik in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie gaat over het vinden van een duurzaam alternatief voor het aardgas dat we gebruiken om ons water te verwarmen, te koken en de woning of het gebouw warm te krijgen. WEQ Woningequivalenten is een optelling van het aantal woningen en de oppervlakte van utiliteitsgebouwen, zoals winkels en kantoren. 130m2 utiliteit telt voor één WEQ.

34/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlage 1

Nadere uitwerking Warmtevraag

Warmtevraag De Transitievisie Warmte richt zich op het warmteverbruik van de gebouwde omgeving (dus exclusief industrie en landbouw). Het warmteverbruik is ca. 40% van het totale energieverbruik in de gemeente Zutphen. Het totaal bekende energie- en warmteverbruik van gebouwde omgeving (aardgas en hernieuwbare warmte) was 1471 TJ in 2019. In de toekomst wordt een afname van de warmtevraag verwacht door isolatie-maatregelen en zuinigere installaties. Energieverbruik woningen en overige gebouwen Woningen gebruiken 1.094 TJ aan energie. Het aandeel bekende hernieuwbare warmte was ca. 3% in 2018, dat moet naar 100% in 2050. Overige gebouwen (commerciële en publieke dienstverlening) gebruiken 631 TJ aan energie. Niet al deze energie wordt voor warmte gebruikt. Een deel van de elektra wordt wel als warmtebron aangewend en dit zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen. De monitor maakt het niet inzichtelijk welk aandeel elektriciteit voor warmte wordt gebruikt. De inschatting is dat hiervan ca. 60% aan warmte (377 TJ) aan warmte is besteed. 4

Reductie warmtevraag De verwachting is dat door isolatiemaatregelen en een efficiëntere verbranding de warmtevraag in de toekomst zal dalen. De gasvraag is in de afgelopen jaren al omlaaggegaan en zal de komende jaren naar verwachting nog verder dalen, omdat woningen steeds beter geïsoleerd worden. Goed isoleren is en blijft daarom de belangrijkste eerste stap. Warmte die je niet gebruikt, hoef je ook niet te maken.

slecht geïsoleerde woning4. Periodiek zal de ontwikkeling van deze trend worden geëvalueerd op basis van de daadwerkelijke realisatie en kan deze zo nodig worden bijgesteld. In onderstaande figuur is de toekomstige warmtevraag-ontwikkeling weergegeven: 28

Warmtevraag (Tj/jaar) 1800 1600 1400

De toekomstige warmtevraag is als extrapolatie uitgewerkt van 2020 naar 2050. De besparingstrend van de afgelopen 6 jaar (periode 2012 – 2018) hebben we voor 80% geëxtrapoleerd naar de toekomst (het jaar 2050). De aanname daarbij is dat we 80% van de besparing ook daadwerkelijk waar kunnen maken. De uitkomst van deze extrapolatie is dat de warmtevraag daalt naar 1170 TJ in 2030 en 830 TJ in 2050. Dit is een afname van 45% ten opzichte van het verbruik nu. Dit lijkt een reële aanname. Ter vergelijking: Een goed geïsoleerde woning verbruikt in veel gevallen minder dan 50% van de energie dan een

1200 1000 800 600 400

2012

2017

2022

2027

2032

2037

2042

2047

Uiteindelijk zal het restant van de warmtevraag (na isolatie) door andere duurzame gedekt moeten worden. Het duurzame warmte-aanbod in 2050 moet dus overeenkomen met deze inschatting. Voor de eerste mijlpaal 2030 moeten we dan op zoek naar ruim 230 TJ/ jaar aan duurzame warmtebronnen.

Bron: Liander, Publicatie: Alternatieve warmteoplossingen, pag. 44

35/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlage 2

Beschrijving alternatieve warmtebronnen

Om gebouwen te verwarmen met een alternatieve warmtebron zijn er kortweg drie oplossingsrichtingen met daarbinnen meerdere varianten: 1 Individuele oplossingen 2 Warmtenetten 3 Duurzame gassen Ook bestaat de mogelijkheid om twee technieken te combineren, dat heet een hybride alternatief voor aardgas. Elke techniek maakt gebruik van andere bronnen en heeft unieke eigenschappen die bepalen waar welke techniek in te zetten is. De verschillende oplossingsrichtingen met de voor gemeente Zutphen relevante bronnen worden hieronder toegelicht. 1

Individuele oplossingen

Woningeigenaren die op een individuele oplossing over gaan kiezen voor een alternatief voor aardgas dat in of rondom de woning wordt gerealiseerd. Ze zijn hiermee niet afhankelijk van wat hun buren doen en kunnen op een voor hen wenselijk moment over stappen van aardgas op een duurzamere techniek. Individuele oplossingen zijn: een elektrische warmtepomp, een hybride warmtepomp, houtpelletketels en mogelijke innovaties in de toekomst.

Elektrische warmtepomp (lucht of bodem) een (elektrische) warmtepomp maakt gebruik van omgevingswarmte. Omgevingswarmte uit lucht, bodem of water is overal en onbeperkt aanwezig. De warmtepomp is hiermee een veel gekozen individuele oplossing voor goed geïsoleerde (vaak relatief nieuwe) woningen. De omgevingswarmte wordt door middel van elektriciteit naar een temperatuur van ongeveer 35°C gebracht. Een bodemwarmtepomp haalt warmte uit de bodem door middel van bodemlussen. Een luchtwarmtepomp haalt door middel van een buitenunit (een soort grote omgekeerde ventilator) of PVT-panelen warmte uit lucht. Een woning duurzaam verwarmen met behulp van een warmtepomp vraagt diverse aanpassingen. Behalve goede isolatiemaatregelen is er binnen en/of buiten ruimte nodig voor het plaatsen van een warmtepomp en buffervat. De warmtepomp heeft een eigen elektrische groep nodig en er moet bekabeling worden aangelegd tussen de warmtepomp en de meterkast. Omdat dit warmte alternatief volledig op elektriciteit draait noemen we dit ook wel de allelectric (AE) oplossing

Potentie: omgevingswarmte uit lucht en bodem is overal en onbeperkt aanwezig. Als er geen bijzondere restricties gelden (ten aanzien van de bodem, geluid of beeldkwaliteit) kan deze techniek overal worden toegepast. Een aandachtspunt is wel dat warmtepompen vooral geschikt zijn voor nieuwe goed geïsoleerde woningen. In Zutphen zijn dat met name de nieuwbouwwoningen in Leesten en Scheperkamp en Overkamp interessant voor deze All-Electric oplossing.

Hybride warmtepomp - een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp werkt op stroom (elektriciteit) en zorgt een groot deel van het jaar voor de warmte in de woning. De CV-ketel springt alleen aan als het buiten heel koud is en zorgt dan voor warm tapwater. De woning blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het gasnet. Met de CV-ketel kunnen de piekvragen – bijvoorbeeld tijdens vorstperiodes - met (duurzaam) gas worden ingevuld. Een hybride warmtepomp kan ook een tijdelijke oplossing zijn in de overstap naar volledig duurzaam verwarmen. Na het verdergaand isoleren van een woning en/of het aanpassen

36/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

29

van het warmte-afgiftesysteem kan de woning met alleen een warmtepomp volledig elektrisch worden verwarmd. Een aanwezige warmtepomp kan ook (tijdelijk) in gebruik blijven na het aansluiten op een warmtenet.

Deze en andere technieken houden we de komende jaren in de gaten. Indien relevant nemen we ze bij de herijking van de Transitievisie Warmte mee. 2

Potentie: een hybride warmtepomp maakt zowel gebruik van (aard)gas alsook van omgevingswarmte uit lucht en bodem. Beide moeten dus aanwezig zijn. Het is nog onzeker of er voor 2050 voldoende duurzaam gas beschikbaar is. Een hybride warmtepomp wordt vaak als goede tussenstap gezien op weg naar aardgasvrij als er geen collectieve oplossing (warmtenet) is of een overstap naar volledig elektrisch verwarmen alleen mogelijk is tegen hoge kosten. De vervanging vindt plaats bij een natuurlijk vervangingsmoment.

Houtpelletketels - in houtpelletketels worden houtpellets verbrand. Een houtpelletketel kan als alternatief dienen voor een gasgestookte CV-ketel. De duurzaamheid van deze oplossing staat ter discussie. Omdat het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur, ook omdat het hout dat wordt verstookt vaak niet uit de regio afkomstig is en er sprake is van uitstoot van roet en fijnstof.

Potentie: er is beperkt potentie voor lokale houtige biomassa. Deze oplossingsrichting lijkt geschikt voor individuele woningen op beperkte schaal en dan met name in buitengebied van Zutphen, omdat daar weinig overlast ervaren zal worden.

Innovaties - de markt voor oplossingen staat niet stil. Er wordt op dit moment gewerkt aan andere oplossingen, zoals een volledig elektrische warmtepomp die geschikt is voor woningen die niet goed geïsoleerd kunnen worden.

Warmtenetten

Warmtenetten zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. De warmte wordt via een warmtenet getransporteerd van een bron naar de individuele woningen of gebouwen. Warmtenetten komen voor in verschillende temperaturen, namelijk: • • • •

hoge temperatuur (>70°C); midden temperatuur (tussen 55°C - 75°C); lage temperatuur tussen (30°C - 55°C); zeer lage temperatuur (10°C - 30°C).

Of een warmtenet geschikt is als alternatief voor aardgas hangt af van de aanwezigheid van een warmtebron, van de bebouwingsdichtheid in een gebied en of er voldoende warmte-afnemers zijn. Het afzetgebied van een warmtenet wordt bepaald door de hoeveelheid warmte die een bron kan leveren, de temperatuur van de bron en de kosten van het verkrijgen van warmte uit de bron. Mogelijke bronnen voor warmtenetten zijn restwarmte, aquathermie en bodemenergie. Restwarmte - bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte voorzien. De temperatuur van een warmtenet op restwarmte is afhankelijk van de temperatuur van de bron. De betrouwbaarheid van de inzet van restwarmte voor het verwarmen van woningen kan discutabel zijn. Bedrijven moeten namelijk zelf ook verduurzamen en worden gestimuleerd om de vrijkomende restwarmte tot een minimum te beperken. Voorwaarde hierbij is dat er altijd een alternatieve bron (back-up) beschikbaar moet zijn mocht het bedrijf weggaan.

Restwarmtebron

Capaciteit in TJ

Weq.

RWZI en slibverwerker

230

4.700

Aurubis

63

Niet constant

Condenswarmte supermarkten

13,5

Complex inzetbaar

Koeltoren ziekenhuis

In onderzoek

onbekend

Totaal

303,5

4.700

Bron: Transform Zutphen, eindrapportage inbreng TREX

Potentie: onderzoekt toont aan dat er in Zutphen sprake is van één constante bron, die van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De inzetbare restwarmte is groot. Op het industrieterrein De Mars is ook sprake van industriële restwarmte (Aurubis), maar deze wordt niet constant aangeboden. Verspreid over de gemeente heen, kunnen supermarkten theoretisch condens warmte leveren, maar het geniet de voorkeur hen in een later stadium bij een grootschalig open warmtenet te betrekken. De restwarmtepotentie van de koeltoren in Zutphen wordt nog onderzocht.

Aquathermie - is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte- (TEO), afval- (TEA) en drinkwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (oppervlaktewater, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze drie bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Binnen de gemeente Zutphen is er veel aanbod van warmte uit oppervlaktewater, zie tabel op de volgende pagina.

37/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

30

Aquathermiebron

Capaciteit in TJ

Weq.

1. IJssel

158

3.200

2. Grote plassen

79

1.600

3. Grachtenstelsel

79

1.600

4. Twentekanaal

36

700

Totaal

352

7.100

Potentie: Een aquathermisch warmtenet is op meerdere plekken binnen de gemeente Zutphen goed mogelijk. Er zijn kansen om warmte te benutten vanuit het Twentekanaal in het noorden langs de IJssel en grachten tot aan de plassen. De wijken Centrum – De Hoven, Noordveen, Waterkwartie en Zuidwijken zijn hiervoor het best gelokaliseerd.

Diepe geothermie – Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men het gebruik van warmte uit diepe aardlagen die gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt water verwarmd door de kern van de aarde die vaak direct bruikbaar is zonder tussenkomst van warmtepompen. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Eén geothermisch bron (doublet) levert 179 TJ aan warmte. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid en voldoende warmtevragers.

Potentie: Nu beschikbare informatie geeft aan dat er op enkele specifieke plekken een kleine potentie in de gemeente Zutphen is. Dat gaat met name op voor de Zuidwijken en mogelijk is er ook een koppeling mogelijk met de tuinbouw in de Hoven. Er is een gemiddelde indicatie (55%) dat een bron van deze grote ontgonnen kan worden (Gelderland

Warmteatlas). De potentie blijft 179 TJ per doublet, maar schatten we in op 97 TJ. Vanwege de hoge investering en het ingrijpend effect op de bodem wordt geothermievooralsnog als laatste optie gezien en wordt eerst ingezet op de ontwikkeling van andere warmtebronnen.

Ondiepe geothermie - Bij ondiepe geothermie wordt warmte op een diepte van circa 250 tot 1000 meter gewonnen. De temperatuur van deze warmte bedraagt circa 25 tot circa 50 ºC. Deze warmte kan voor ruimteverwarming (vloerverwarming) mogelijk direct ingezet worden. Of de warmte kan met behulp van warmtepompen opgewaardeerd worden naar een hoger temperatuurniveau. Deze vorm van geothermie kan in tegenstelling tot diepe, hoog-temperatuur geothermie, ook op kleinere schaal toegepast worden (vanaf circa 500 woningen). Omdat dit een lage temperatuur betreft is deze techniek niet voor alle woningen geschikt.

warmtenet naar goed geïsoleerde woningen en bedrijven gevoerd worden. Omdat dit een lage temperatuur betreft is deze techniek niet voor alle woningen geschikt.

Potentie: In de gemeente Zutphen is een gemiddelde potentie van bodemenergie voor collectieve netten. Voor een goed geïsoleerde wijk als Leesten, kunnen inwoners, als alternatieve invulling van een individuele oplossing met elkaar een collectief bodemwarmtesysteem ontwikkelen.

3

Duurzaam gas

Via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen duurzame en hernieuwbare gassen worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. Zo zijn duurzame gassen op dit moment schaars. Er zijn drie vormen van duurzaam gas: biogas, groengas en waterstofgas.

Potentie: Zutphen heet een gemiddelde potentie voor ondiepe geothermie van 1.5 TJ/ha/jaar. Westelijk is de potentie hoger dan oostelijk. Voor de westelijke helft geldt een gemiddelde van 30 weq per ha. Voor zowel De Hoven als de Zuidwijken kan ondiepe geothermie als warmtebron voor een warmtenet worden overwogen, mocht in de toekomst blijken dat andere bronnen tekortschieten.

Biogas en Groengas – Biogas en groengas worden beide van biomassa (zoals mest, groente, fruit en tuin -afval en slib) gemaakt. Door deze biomassa te vergisten ontstaat biogas: een gas van goede maar andere kwaliteit dan aardgas. Dit gas kan daarom niet worden gemengd met aardgas. Voor toepassing in het verwarmen van woningen kan dit gas alleen gebruikt worden voor zelfstandige gasnetwerken, die makkelijk van het hoofdnetwerk afgesloten kunnen worden.

Bodemenergie (WKO) - Ondiepere vormen van bodemwarmte zoals een warmte-koude opslag (WKO) zijn in principe in heel de gemeente mogelijk, mits de bodemgesteldheid dit toelaat. Hierbij wordt de bodem gebruikt als opslag van warmte in de zomer en als opslag van kou in de winter. Deze warmte en kou kan vervolgens ingezet worden voor het verwarmen van een bijv. een appartementencomplex of via een (klein) collectief

Als biogas opgewaardeerd wordt tot aardgaskwaliteit, wordt het groengas genoemd. Dit is een gas dat wel met aardgas gemengd kan worden en dus in het bestaande gasnet ingevoerd kan worden. Om groengas op grote schaal te produceren is er veel biomassa nodig en dient er op grote schaal vergisting plaatsen te vinden. Door het opschalen van de productie en de toepassing van innovatieve vergassingstechnieken kan de beschikbaar van groengas

38/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

31

in het aardgasnet in de toekomst mogelijk worden vergroot. Een gevaar is wel dat door de inzet van biogas/groengas er geen vermindering van het energiegebruik plaatsvindt.

Potentie: De theoretische potentie voor biogas en groengas is met ca. 5 TJ per jaar (4,8 vergistbaar) laag in Zutphen. Daar komt bij dat potentie nog geen geproduceerde kuub gas is. In verband met de lage potentie ligt het niet voor de hand om als gemeente in te zetten op productie / opschaling. In verband met de beperkte beschikbaarheid wordt biogas/groengas voor geen enkele buurt in Zutphen als warmte-alternatief gezien.

Waterstofgas – waterstofgas is een product dat ontstaat door water te splitsen in een waterstofdeeltje en een zuurstofdeeltje. Waterstof kan gebruikt worden in het bestaande gasnetwerk. Uit onderzoek blijkt dat (vrijwel) geen aanpassingen nodig zijn. Waterstof is niet per definitie duurzaam, dit hangt af van de bron. Voor het splitsen van water is veel energie nodig. Grijze waterstof is waterstof die met behulp van aardgas wordt geproduceerd en waarbij CO2 in de atmosfeer terechtkomt. Als deze CO2 wordt opgeslagen spreken we van blauwe waterstof. Waterstof is echter pas echt een duurzame bron wanneer deze niet met aardgas maar met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gecreëerd. Dit wordt groene waterstof genoemd. Uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat nog veel onduidelijk is over de toekomstige toepassing van waterstof in het Nederlandse energiesysteem en in de gebouwde omgeving in het bijzonder. Het lijkt met name een interessante bron voor de verduurzaming van industrie en zwaar transport. Waterstof kán op termijn in grote hoeveelheden beschikbaar komen en de kosten kúnnen nog sterk dalen, maar veel is nog onzeker. Dat geldt zowel voor technische ontwikkelingen als voor economische, juridische en bestuurlijke zaken

die nog geregeld moeten worden. Mocht waterstof in de toekomst wel een bron zijn voor de gebouwde omgeving, dan is het een interessante warmtebron. Er is voor de toepassing van waterstof namelijk alleen een andere gasketel nodig. Het bestaande gasnetwerk kan worden benut, evenals de afgiftesystemen in de woningen.

moeten worden met omgevingswarmte uit bodem en lucht opgevangen te worden.

Match vraag en aanbod 800

Ontbrekend (dus individueel) Bestaand hernieuwbaar

700

Potentie: ZutphenEnergie onderzoekt in hoeverre de overcapaciteit aan geproduceerde elektriciteit, die vanwege capaciteitsgebrek van het netwerk, op dit moment niet volledig teruggeleverd kan worden, omgezet kan worden in waterstof. Zij hoopt daarmee enerzijds hun bestaande installaties rendabeler te maken en anderzijds een oplossing aan te kunnen bieden voor o.a. het historisch centrumgebied en Dorpskern Warnsveld. Vanwege de hoeveelheid oude en deels monumentale gebouwen zijn dit gebieden die via een collectief warmtenet of indivudeel all-electric lastig aardgasvrij te maken zullen zijn.

600

Aquathermie 500

400

300

Restwarmte en TEA 200

100

0

Match warmtevraag en aanbod

In de theoretische warmtematch is de warmtevraag en het warmteaanbod op gemeenteniveau met elkaar vergeleken, om te bepalen of er in potentie voldoende duurzame warmte voor handen is om van het aardgas af te gaan. In 2050 is ingeschat dat de totale warmtevraag 830 TJ/ jaar bedraagt (zie bijlage 1). Wanneer alle beschikbare warmtepotentie ook daadwerkelijk wordt benut is er in totaal 776 TJ/jaar aan warmtebronnen beschikbaar in de gemeente. In 2050 ontbreekt dan 54 TJ/jaar per jaar aan duurzame warmte. Dit restant moet dan worden ingevuld met omgevingswarmte uit de bodem of lucht (all-electric). Wanneer een of meer van de in hierboven beschreven warmtebronnen in de praktijk niet wordt benut of er minder warmte bespaard kan worden dan nu ingeschat zal een groter aandeel van de warmtevraag opgevuld

Geothermie Groengas en biomassa

Waarneming 1: Veel duurzame warmtepotentie voor warmtenetten beschikbaar in de vorm van restwarmte en aquathermie (mogelijk op termijn geothermie) Op basis van de verkennende onderzoeken blijkt dat er voldoende alternatieve warmte is om in de ingeschatte warmtevraag van 2050 te kunnen voorzien. Vooral de warmtebronnen restwarmte en aquathermie vormen daarin een groot aandeel. Voor geothermie is er mogelijk ook potentie, maar is gegeven het investeringskarakter pas één van de laatst aan te wenden alternatieven. Waarneming 2: Groengas en biomassa potentie beperkt Groengas en houtige biomassa hebben een theoretisch potentieel, maar de vraag is of die potentie in de praktijk ook wordt benut. Vanwege diverse negatieve milieueffecten.

39/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

32

Waarneming 3: Ontbrekende warmte middels allelectric Omdat omgevingswarmte uit lucht en bodem zo goed als onbeperkt is, kan de 45 TJ ontbrekende warmte (of: meer of minder) middels individuele oplossingen die gebruik maken van omgevingswarmte worden ingevuld. Wanneer alle woningen van Leesten, Scheperkamp en Overkamp op omgevingswarmte gaan, wordt daarmee voorzien in +/- 230 TJ/jaar van het huidige verbruik. Dat is ruim meer dan het ontbrekende deel. Dit zou de druk op de andere (collectieve) bronnen verminderen. Waarneming 4: Waterstof maakt geen onderdeel uit van de match Waterstof is geen bron, maar een duurzaam gas dat eerst geproduceerd moet worden uit schone energie. Als zodanig maakt waterstof geen onderdeel uit van deze warmtematch, omdat niet duidelijk is hoeveel waterstofgas in 2026 beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. Op dit moment wordt waterstofgas beoogd voor de industrie en de mobiliteit. Bij volgende visies verwachten we dit wel te kwantificeren.

33

Waarneming 5: Mogelijke onbalans tussen vraag en aanbod Een punt van aandacht is de mogelijke onbalans tussen vraag en aanbod jaarrrond. Als voorbeeld de RWZI Zutphen levert per jaar 230 TJ. Dat is over een gemiddeld jaar opgebouwd gedurende alle seizoenen. Logischerwijs is de warmtevraag in de zomerperiode minimaal en in de winter maximaal. Dit betekent dat de gevraagde warmte in de winter mogelijk niet geleverd kan worden en de warmte in de zomer niet gebruikt wordt, tenzij er voor opslag gekozen wordt. Dit aspect zal bij haalbaarheidsonderzoeken nadrukkelijk de aandacht moeten krijgen.

40/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlage 3

Toelichting warmte-alternatief per wijk

Door geleidelijke stadsuitbreiding zijn de historische kernen van Zutphen en Warnsveld tegen elkaar aangegroeid en omsloten geraakt door bebouwde omgeving. We zien een concentratie van bebouwing in de twee onafhankelijke woonkernen -Zutphen en Warnsveld aan de oostzijde van de IJssel en de Hoven aan de westzijde van de IJssel omringd door een beperkt buitengebied. Dit alles leidt tot een relatief hoge bebouwingsdichtheid en een compacte warmtevraag (het aantal TJ per hectare). Binnen de Zutphense wijken zien we wel een groot verschil in de warmtevraag: afhankelijk van factoren als de ouderdom, type gebouwen, woningdichtheid en bijvoorbeeld de reeds gedane investeringen in energiebesparende maatregelen. Elke buurt is geanalyseerd op basis van technische en sociale criteria. Deze criteria geven inzicht in de het type alternatieve warmtebron dat kansrijk is per een wijk.

Technische criteria

Sociale criteria

• Aantal woningen • Type woningen • Bouwjaar • Woningdichtheid • Warmtevraag • Indicatie energielabel • Aandeel utiliteit • Aandeel woningcorporatie • Gasvraag • CO2-uitstoot

• Aantal inwoners • Verdeling leeftijden • Gemiddelde woningwaarde • Gemiddeld inkomen • Percentage hoog inkomen • Percentage laag inkomen • Lokale initiatieven

Op bijgevoegde kaart zijn de 6 wijken van Zutphen weergegeven:

1

2

3

4 6

5

De resultaten per wijk zijn teveel om hier volledig te duiden; we beperken ons in de visie daarom tot een typering per wijk op basis van een aantal opvallende kenmerken. Door deze beschrijving ontstaat een zeker gevoel bij de wijk.

41/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

34

2 Centrum – De Hoven (wijk 2) De wijk Centrum – De Hoven bestaat uit 5 buurten, 8.690 inwoners en 4.787 gebouwen. 4.102 zijn bestemd als woning (waarvan 1.925 appartement). De wijk kent de hoogste warmtevraag per m2 in de gemeente Zutphen. Met uitzondering van het Marskwartier zijn de meeste woningen van voor 1930. Dit leidt tot een beperkte isolatiegraad en lage energielabels. De isolatieopgave is dus groot. In de stadskern met veel monumentale panden is dat echter praktisch erg lastig. De stadskern is dan ook verantwoordelijk voor verreweg de hoogste CO2-uitstoot in de gemeente. De buurten Laarstraat en Coehoornsingel zijn nummer 3 en 4 in de gemeente qua CO2 uitstoot (na het Dorp Warnsveld). In de wijk wordt een aanzienlijk aandeel van de woningen verhuurd anders dan door de corporaties (1170 woningen). De buurt De Hoven is door de IJssel afgesneden van de overige buurten en laat zich kenmerken door een divergente uiteenlopende bebouwingsdichtheid. De buurt Marswegkwartier onderscheidt zich door nieuwe woningen. De wijk ligt aan twee kanten langs de IJssel. De oude stadskern is omsloten door een grachtenstelsel.

4 Waterkwartier (wijk 4) De wijk Waterkwartier telt 7 buurten, 10.020 inwoners en 5.074 gebouwen. Het waterkwartier is een na-oorlogse wijk met een hoog aandeel woningcorporatiebezit. Tegelijk zijn veel woningen nog van voor 1965. Een groot aandeel heeft een energielabel lager dan D. In het Waterkwartier is de warmtevraag relatief hoog, dat gecombineerd met veel corporatiebezit maakt dat de warmtevraag hier een hoge robuustheid kent. Omdat de wijk Waterkwartier ligt ingeklemd tussen andere wijken en is gelegen bij de grachten, de grote vijver en door Helbergen net bij de IJssel. Daarom is het nodig alternatieve (rest) warmtebronnen volgorderlijk te ontsluiten. Het gemiddelde inkomen in het Waterkwartier is het laagste van de wijken in Zutphen. 1 Noordveen (wijk 1) De wijk Noordveen kent 4 buurten en is voornamelijk een vooroorlogse wijk, gebouwd in de eerste helft van de 20e eeuw (voor 1950). Dat zorgt voor relatief lage energielabels voor de woningen: gemiddeld is 2/3e label D of lager. Het

percentage woningcorporatiebezit over de hele wijk is hoog, maar volgt op het Waterkwartier en de Zuidwijken, met de buurten Heelraetplein en Voorsterallekwartier als koplopers. Opvallend kenmerk is dat de buurt Deventerweg gekenmerkt wordt door wat grotere vrijstaande huizen en op kleine afstand daarvan ook kleine voormalig arbeiderswoningen te vinden zijn. Hierdoor ontstaan in de wijk verschillen tussen specifieke delen met hogere en lagere inkomens. De wijk Noordveen ligt het dichtst bij de restwarmtebron RWZI. 6 Zuidwijken (wijk 6) De Zuidwijken ogen op basis van hun technische gegevens als een homogene wijk. Ze zijn gebouwd in de jaren 70 en 80, hebben allemaal ongeveer een zelfde grootte en inwonersaantal van ca. 1.250 inwoners met uitzondering van de buurt Bronsbergen (buitengebied). Het merendeel van de woningen in de Zuidwijken heeft een Label C. Woningcorporatiebezit bevindt zich grotendeels in de buurten Stokebrand en Moesmate (ongeveer 60%). Het gasverbruik is niet bijzonder hoog, maar door de

Buurt

Voorstel TVW

Voorstel PBL

Afweging / Reden voor afwijking

Voorsterallee-kwartier (Noordveen)

Collectief warmtenet

Individueel

De maatschappelijke kosten zijn vergelijkbaar. Inpassing van een MT Restwarmtenet met andere buurten, zorgt voor lagere maatschappelijke kosten.

Scheperkamp (Warnsveld)

Individueel

Collectie warmtenet (bron geothermie)

Geothermie heeft niet primair de voorkeur. Pas als Restwarmte en TEO toegepast zijn. Woningen in deze buurt lenen zich voor individuele oplossingen.

Ooyerhoek (Leesten)

Individueel

Collectief warmtenet (bron: TEO + WKO, levering 70°C)

Kosten van alternatieven liggen dicht bij elkaar. De suggestie voor een WKO kan wel meegenomen worden.

Looërenk en Woud (Leesten)

Individueel

Collectief warmtenet (bron: LT warmtebron)

Kosten van alternatieven zijn vergelijkbaar, de door PBL geslecteerde LT warmtebron (supermarkt) is niet realistisch.

Verspreide huizen Leesten

Individueel

Collectief warmtenet

De warmtevraag is te laag voor een collectieve oplossing.

42/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

35

compactheid is de warmtevraag wel groot genoeg voor een collectieve oplossing. De wijk ligt ingesloten tussen een aantal aquathermische bronnen: de IJssel en de grote plassen. Op lange termijn kan ook diepe of ondiepe geothermie een bron vormen voor een collectieve warmtevoorziening in deze wijk. 3 Warnsveld (wijk 3) Net als de wijk Centrum kent de wijk Warnsveld een grote verscheidenheid tussen de 5 buurten. Er is een oude dorpskern met het op-een-na-hoogste aantal woningequivalenten. Overkamp is daarentegen een veel jongere buurt. Ook zijn er specifieke delen met meer corporatiebezit (cluster Welgelegen en Dorp) en is er een groot verschil in woningdichtheid in de wijk te vinden tussen delen met vrijstaande woningen en delen met rijtjeswoningen. Het buitengebied (Warken) is het gebied met de laagste woningdichtheid in de gemeente. Deze variatie zorgt ervoor dat er oplossingen zijn die buurtoverschreidend toegepast kunnen worden of juist voor een kleiner deel van de buurt interessant zijn. Er wonen 8.480 inwoners in 3.615 woningen in Warnsveld. 5 Leesten (wijk 5) De wijk Leesten is de jongste wijk in Zutphen. De wijk is van west naar oost gebouwd. De jongste generatie woningen die staan in een gedeelte van Looërenk en Woud zijn daarom al aardgasvrij.

De woningen in de wijk Leesten hebben over het algemeen een laag energieverbruik en een gunstig energielabel, grotendeels B of hoger. Om die reden zijn ze klaar om van het gas af te gaan. Bij een natuurlijk vervangingsmoment van de CV-ketel kan er een elektrisch of hybride alternatief geplaatst worden.

Welk warmte-alternatief past waar Om te bepalen welke warmte-alternatief waar het meest voor de hand ligt hebben we de wijken en buurten onderzocht en daarbij in hoofdzaak gekeken naar twee criteria: warmtevraag en het bouwjaar van woningen. Het criterium warmtevraag is bepalend of er al of geen collectieve oplossingsrichting (een warmtenet) mogelijk is. Het criterium bouwjaar is bepalend voor het benodigde temperatuurniveau van de alternatieve warmtebron. In onderstaande figuur is deze afweging en het daaraan gekoppelde warmte-alternatief schematisch weergegeven: Onafhankelijk van elkaar zijn via deze route door zowel de gemeente als de Zutphense woningcorporaties de gewenste warmte-alternatieven op buurtniveau in kaart gebracht. Hierover bleek tijdens het proces veel overeenstemming. Aanvullend is onderzocht of de bronnen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn voor een specifieke wijk. Tenslotte zijn de uitkomsten vergeleken met de landelijke startanalyse van PBL.

Voor 3 buurten gaat op dat de kenmerken van de wijk pleiten voor een combinatie van verschillende warmtealternatieven. Dit zijn De Hoven, Dorp Warnsveld en Welgelegen. Hier zien we dat het warmtealternatief van PBL niet voor de hele buurt aannemelijk is. In het geval van De Hoven is er de mogelijkheid van individuele oplossingen, ondiepe geothermie en TEO uit de IJssel. Voor het Dorp Warnsveld is de wijk erg gevarieerd: monumentale panden in de dorpskern, corporatiebezig aan de zuidkant en vrijstaande huizen omgevings Rienderinklaan. Elk deel vraagt een eigen strategie. Voor Welgelegen is een collectieve oplossing denkbaar, maar wordt waarschijnlijk pas ontsloten als Waterkwartier is uitgevoerd. De buurt is van voor 1992, waardoor all electric (suggestie PBL) eerder elders aandacht krijgt.

36

Validatie PBL De warmte-alternatieven zoals hierboven gepresenteerd komen overeen met de 5 warmte-strategieën uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de startanalyse is door PBL voor iedere gemeente op basis van openbare data bepaald welke alternatief waar het meest voor de hand liggend op basis van het criterium laagst maatschappelijke kosten. Voor alle buurten gaat op dat groengas de goedkoopste oplossing is. De potentie in Zutphen voor het zelf opwekken van groengas is echter verwaarloosbaar Voor 26 van de 31 buurten zijn de warmte-alternatieven gelijk. In 5 buurten verschilt het voorgestelde warmte-alternatief met de oplossingsrichting van PBL. De reden hiervan is dat er uit onze lokale analyse met aanvullende data en inzichten van stakeholders een andere afweging is gemaakt. De afwijkende buurten en de afweging die daaraan ten grondslag ligt is in onderstaande matrix kort toegelicht.

43/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlage 4

Onderbouwing startbuurten

Waar gaan we starten met warmte transitie Met een overzicht van de warmte-oplossingen per wijk dient de vervolgvraag zich aan: waar gaan we starten met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving? Omdat het wijkniveau in veel gevallen te groot en te grof is om in een keer mee te starten (NB: het is niet uitgesloten) is ervoor gekozen om van het wijkniveau in te zoomen naar buurtniveau. Binnen de wijken hebben we afgewogen op welke plekken (buurten) het logisch is om te starten met warmtetransitie. Overeenstemming met de samenwerkingspartners over de buurtvolgorde en specifieke keuze voor startwijken geeft alle partijen houvast voor de planning.

Op elk van deze criteria is een relatieve score te behalen, uitgedrukt in een score - - tot ++ te behalen. We hanteren deze relatieve score omdat niet alle criteria kwantificeerbaar zijn. Op basis van deze scores zijn de buurten binnen een wijk gerangschikt op hun geschiktheid als “startbuurt” om voor 2030 van het aardgas af te gaan. 37

Toetsing aan criteria In onderstaande overzicht zijn de criteria per wijk beoordeeld, waaruit een volgorde van buurten per wijk volgt.

Maar wat is dan een logische volgorde van buurten? Wat maakt een buurt een geschikte startbuurt? Voor het beantwoorden van deze vragen hebben we vijf verschillende afweegcriteria gebruikt waarlangs alle buurten zijn gelegd. Dit om te bepalen of een wijk geschikt is als startbuurt. Deze criteria zijn:

Buurtvolgorde Centrum – de Hoven

Criterium

Definitie

Beschikbaarheid warmtebron

BSCHK

MTSCH KST

BTL

RBST

MKPPL

De Hoven

+

-

+/-

+/-

+

Laarstraat en omgeving

++

-

+

+

+/-

Afkorting

Marswegkwartier

+

-

-

+

-

Is er een warmtebron beschikbaar die ontsloten kan worden?

BSCH

Nieuwstad en Coehoornsingel

++

++

+

+/-

+

Robuuste warmtevraag

Is er een hoog percentage huurwoningen (WoCo bezit) en een hoge warmtevraag?

RBST

Stadskern

--

++

-

+/-

-

Maatschappelijke kosten (op basis van kosten PBL)

Wat is het gewogen gemiddelde per buurt bij de verschillende warmtestrategieën?

MTSCH KST

Betaalbaarheid inwoners

Zijn de kosten voor eindgebruikers betaalbaar? (Transform)

BTL

Starten met meekoppelkansen

Waar zijn technische en/of sociale meekoppelkansen die gecombineerd kunnen worden met warmtetransitie?

MKPPL

Op basis van de toetsing van de criteria is het voor de hand de volgende volgorde aan te houden in het Centrum. 1. Nieuwstad 2. Laarstraat 3. De Hoven 4. Marswegkwartier 5. Stadskern

44/83 Transitievisie Warmte 2021 2022 - 1.0 2026| Gemeente | Gemeente Zutphen Zutphen

naar inhoudsopgave

Buurtvolgorde Waterkwartier

BSCHK

MTSCH KST

BTL

RBST

MKPPL

Helbergen

++

+

+/-

++

++

Pagemate en omgeving

+/-

-

+/-

+

+

Staatsliedenbuurt

++

+/-

-

++

++

In de Zuidwijken zijn er meerdere aanvliegroutes mogelijk. Bij de ontsluiting van een nieuwe bron (aquathermie) is het zeer wenselijk dat er wordt gezocht naar een robuuste oplossing. In dat geval zijn de buurten met een hoog aandeel corporatiebezit interessant om te beginnen: dat zijn Moesmate en Stokebrand. Bij het aansluiten van de Zuidwijken op een bestaand warmtenet ligt een aanpak voor de wijk als geheel meer voor de hand dan een aanpak per buurt. In een later stadium kan hier nog een beslissing over volgen.

Vijver en omgeving

++

-

-

++

++

Warnsveldsewegkwartier-Noord

+/-

+

+

-

+/-

Warnsveldsewegkwartier-Zuid

+/-

+

+

+

+

Buurtvolgorde Leesten

Zeeheldenbuurt

++

++

-

++

++

Op basis van de toetsing van de criteria is het voor de hand de volgende volgorde aan te houden in het waterkwartier 1. Helbergen 2. Zeeheldenbuurt 3. Staatsliedenbuurt en Vijver en omgeving, 4. Warnsveldseweg Zuid 5. Warnsveldseweg Noord, Pagemate

MTSCH KST

BTL

RBST

MKPPL

De Enk

+/-

+/-

+

--

+/-

Eme en Broek

+/-

++

+/-

+/-

+/-

Looërenk en Woud

+/-

++

++

--

++

Ooyerhoek

+/-

+

+

+/-

+/-

Vespreide huizen Leesten

-

+

-

--

-

BSCHK

MTSCH KST

BTL

RBST

MKPPL

Dorp Warnsveld

-

+/-

+

+/-

+

Overkamp

+/-

+

++

-

+/-

Scheperkamp

+/-

--

+/-

+/-

+/-

Warken

+/-

++

++

-

-

Welgelegen

+

--

+/-

+

+/-

Volgorde van aanpak 1. Looërenk en Woud 2. Eme en Broek, De Enk, Ooyerhoek 3. Verspreide huizen Leesten

Buurtvolgorde Noordveen

BSCHK

Deventerweg en Polbeek

+

--

+

--

-

Helleraetplein en omgeving

+/-

+

-

+

+/-

Voorsteralleekwartier

+

--

+

+

+

Weg naar Laren en omgeving

+

--

+/-

+/-

+

MTSCH KST

BTL

RBST

38

MKPPL

Buurtvolgorde Warnsveld

Volgorde van aanpak. Het ligt voor de hand om bij de ontsluiting van de RWZI naar de gehele wijk in 1 keer te kijken. De bron is namelijk groot genoeg om de hele wijk ineens op de restwarmtebron van het RWZI aan te sluiten. Wel is er ook een grote isolatieopgave. Buurtvolgorde Zuidwijken

BSCHK

BSCHK

MTSCH KST

BTL

RBST

MKPPL

Braamkamp

+/-

+/-

+/-

-

+/-

Moesmate en Tichelkuilen

++

-

-

++

+/-

Stokebrand, Bagijnenland etc.

++

-

+/-

++

+/-

Waarden en Weerdslag

+

+/-

+

--

+

Zwanevlot en De Brink

+/-

++

+/-

+/-

+/-

Volgorde van aanpak 1. Overkamp, Scheperkamp en Warken vragen allemaal om een individuele oplossing. Hiervoor is een natuurlijk moment het meest geschikt. 2. De buurten Welgelegen en Dorp Warnsveld hebben een gemêleerd woningaanbod. Het ligt niet voor de hand hier direct te beginnen omdat er binnen de buurten een grote verscheidenheid aan oplossingen is.

45/83 Transitievisie Warmte 2021 2022 - 1.0 2026| Gemeente | Gemeente Zutphen Zutphen

naar inhoudsopgave

Bijlage 5

Rekenvoorbeelden individuele woningen

Wat stoppen met aardgas kost, hangt af van het type huis en het energielabel. De volgende illustraties en kostenweergaven zijn overgenomen uit een onderzoek van Vereniging Eigen Huis (uitgevoerd door Berenschot5) en geven de investering en de jaarlijkse besparing op de energierekening per woningtype en per energielabel weer.

Het subsidiebedrag is per woningtype hetzelfde, omdat Berenschot de aanname doet dat elke woning binnen een categorie dezelfde warmtepomp en tien zonnepanelen krijgt. Het subsidiebedrag bestaat uit de btw-aftrek voor zonnepanelen en de investeringssubsidie duurzame energie voor warmtepompen.

Energielabel A of B • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lagetemperatuur-verwarming • Tien zonnepanelen Energielabel C of D • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lagetemperatuur-verwarming • Vloerverwarming • Vloer- en spouwisolatie • HR++-glas • Tien zonnepanelen

Omdat geen woning hetzelfde is, deed Berenschot voor de berekeningen aannames: • alle woningen, behalve de appartementen, krijgen tien zonnepanelen; woningen met energielabel A of B zijn voldoende geïsoleerd; • woningen met energielabel A of B hebben gedeeltelijk vloerverwarming; • woningen met energielabel C t/m G krijgen vloerverwarming op de begane grond; • woningen met energielabel C t/m G krijgen op de verdieping radiatoren die geschikt zijn voor lagetemperatuur verwarming; • de grootte van de warmtepomp past bij de nieuwe isolatiewaarde

5

De energiebesparende maatregelen verschillen per label:

Energielabel E, F of G • Zelfstandige warmtepomp • Radiatoren geschikt voor lage-temperatuur-verwarming • Vloerverwarming • Vloer-, spouw- en dakisolatie • HR++-glas • Tien zonnepanelen

Vereniging Eigen Huis. (2018). Wat de woningbezitter betaalt als we stoppen met aardgas. Eigen Huis Magazine, juni 2018.

46/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

39

40

47/83 Transitievisie Warmte 2022 - 2026 | Gemeente Zutphen

naar inhoudsopgave

48/83

Transitievisie Warmte

2021 1.0

Wat is een Transitievisie Warmte?

1 Elke gemeente in Nederland maakt een Transitievisie Warmte. In de Transitievisie Warmte geven we de alternatieven voor aardgas in onze gemeente. Daarnaast staat er in de Transitievisie Warmte welke wijken we als eerste aardgasvrij maken en op welke manier. De Transitievisie Warmte Zutphen geeft antwoord op de volgende vragen:

Wat zijn de alternatieven voor aardgas in de gemeente?

Welke oplossingen zijn er per wijk om deze aardgasvrij te maken?

Wat is een goed moment om deze alternatieven toe te passen?

Waarom doen we dit?

2 Onze gemeente wil energieneutraal zijn: duurzaam en zonder aardgas. Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend, net als veel andere landen. Daarin spraken we af om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad. Om dat te bereiken moet ons energieverbruik in 2050 ongeveer CO2-neutraal zijn.

Wat is de opgave?

3

Stoppen met het gebruik van aardgas.

In de komende jaren stap voor stap van aardgas naar duurzame energie.

 Per wijk is uitgezocht welke alternatieve en duurzame warmte­ bronnen we kunnen gebruiken.

Samen met inwoners plannen maken.

Hoe ziet de planning eruit?

Meer info

4

Om Zutphen in de toekomst volledig aardgasvrij te maken zetten wij 3 verschillende stappen:

1

2

Keuze maken tussen 3 hoofdoplossingen: 1 Individuele oplossing 2 Collectieve oplossing 3 Duurzame gassen

Isolatie en zuinige apparaten

3

In de komende jaren vele innovaties blijven volgen

Wanneer is mijn wijk of buurt aan de beurt? Woont u in één van deze startbuurten?

Voorsterallee-kwartier Collectief Warmtenet

Dan is uw buurt als één van de eerste aan de beurt om verwarmd te worden met iets anders dan aardgas. Onze ambitie is dat de woningen in deze wijken vóór 2030 van het aardgas af zijn.

Woont u in een andere wijk?

Zeeheldenbuurt Collectief Warmtenet

Dan staat uw woning later in de planning om over te stappen naar duurzame energie. U kunt zich al wel voorbereiden voor als uw wijk aan de beurt is.

Helbergen Collectief Warmtenet

Legenda Warmte-alternatieven: Collectief Warmtenet All-electric

Leesten Oost (Looërenk en Woud) & Overkamp

Pilot Waterstof Divers eindbeeld

All-electric

Hoe gaat het verder in deze startbuurten? In de jaren vanaf 2022 gaan we samen met bewoners en gebouweigenaren een plan maken voor deze buurten. Zo’n plan voor de buurt heet een Wijkuitvoeringsplan (WUP) en hierin staat: • Hoe de woningen van het aardgas gaan. • Op welke manier de woningen daarna worden verwarmd. • Wat het kost en wie dit gaat betalen.

Individuele oplossing

Financierbaarheid De verschillende doelgroepen hebben allemaal hun eigen financiële uitdagingen. Gaandeweg de transitie moet er daarom steeds gezocht worden naar de juiste financiële ondersteuning en mogelijkheden om de kosten te dekken.

Wat kunt u zelf doen?

5 No regret maatregelen Ookal is uw wijk niet als eerste aan de beurt dan kunt u evengoed kleine stappen nemen, waar u geen spijt van krijgt (no-regret). Dit zijn stappen die alle gevallen logisch zijn om te doen:

Informatievoorziening

Zuinigere CV ketel

Slimme thermostaat

Hybride warmtepomp als mogelijke tussenstap

Gasloos koken

Zonnepanelen

Vloerverwarming

++

Isoleren van uw woning

HR++ glas

De routekaart laat zien voor welke buurten als eerste een wijkuitvoeringsplan gemaakt wordt. Bewoners en bedrijven in deze buurten ontvangen gerichte informatie over de warmtetransitie in hun buurt. Dat kan verschillen per startbuurt.

Meer info

Direct aan de slag? Wanneer u als inwoner persoonlijk advies wenst welke stappen u nu al kan zetten op basis van het in deze visie uitgewerkte warmte-alternatief voor uw wijk, dan kunt u contact opnemen met de gemeente Zutphen. www.zutphen.nl/energie

49/83

Programma informatieavond Transitievisie Warmte 19:30 – 19:40 Opening 19:40 – 19:50 Presentatie Transitievisie Warmte

19:50 – 20:00 Presentatie onderzoeksresultaten enquête Moventem 20:00 – 20:30 Gesprekstafel ronde 1 20:35 – 21:05 Gesprekstafel ronde 2 21:05 Einde 1

GEMEENTE ZUTPHEN

50/83

Transitievisie Warmte 1.0

51/83

Wat is een Transitievisie Warmte?

3

GEMEENTE ZUTPHEN

52/83

Waarom doen we dit? • De gemeente Zutphen wil energieneutraal zijn: duurzaam en zonder aardgas.

• Het klimaat verandert. Daarom neemt de overheid maatregelen om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en om verdere klimaatverandering te beperken (o.a. het Klimaatakkoord). • In het klimaatakkoord is onder meer afgesproken: → dat alle huizen in Nederland aardgasvrij moeten zijn in 2050;

→ iedere gemeente moet daarom in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen;

4

GEMEENTE ZUTPHEN

53/83

Visie op het proces • Het komen tot een gedragen Transitievisie Warmte gaat in de kern over het maken van onzekere keuzes.

• Dat zijn processen die lastig zijn voor alle betrokkenen. Daarom gebruiken wij de volgende principes:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=b8f50099-85d2-4af5-9981-de4c9dce26e2