162159RH 2021_BW_00386
Tekst van het document
Het aanbrengen van beplanting binnen de belemmeringenstrook is alleen toegestaan als het gaat om niet diepwortelende beplanting. Inspreker geeft een lijst mee met toegestane beplanting. Antwoord De toegezonden lijst biedt input voor de verdere invulling van de verplichting voor de landschappelijke inpassing. De lijst is getoetst aan het gebiedsDNA zoals verwoord in de dubbelbestemming Waarde – Kronkelwaarden. Daarmee is een definitieve lijst tot stand gekomen die recht doet aan het landschapstype en past bij de waarborg van veiligheid van de gasleiding. De bijlage bij de planregels die de landschappelijke inpassing regelt, is hierop aangevuld.
2 36/210
Inspreker geeft aan in principe geen inhoudelijk uitspraken te doen als het gaat om de beoordeling van het groepsrisico. In dit geval is het inspreker opgevallen dat de aanwezigheid van de leiding wel wordt benoemd in paragraaf 5.5 maar dat dit verder geen rol speelt in de uiteindelijke afweging ten aanzien van het groepsrisico. Het plangebied valt volledig binnen de invloedcontouren van onze leiding. Verzocht wordt nogmaals kritisch te kijken naar de aanwezigheid van de leiding en wat voor invloed dit heeft op de afweging ten aanzien van externe veiligheid. Antwoord Door de Omgevingsdienst Achterhoek, die een toets heeft gedaan op dit onderwerp, is geconcludeerd dat het plan ten aanzien van externe veiligheid geen belemmering vormt. Wij hebben geen reden te twijfelen aan dit advies wat dan ook niet leidt tot een andere afweging. Het gaat in dit plan om feitelijk het toevoegen van 1 woning ten behoeve van 1 huishouden. Ook de VNOG heeft aangegeven dat het plan binnen de normen past. Conclusie De zienswijze wordt deels overgenomen en verwerkt in de planregels van het voorliggende bestemmingsplan. Deze aanpassing van de planregels is achteraan deze reactienota opgenomen. 2.
Inspreker 2
Inspreker is gemachtigd en spreekt in namens zijn opdrachtgever. Inspreker geeft aan ernstige bedenkingen en bezwaren te hebben tegen de voorgenomen planologische ontwikkelingen. Concreet verzoekt inspreker namens zijn opdrachtgever om het bestemmingsplan niet vast te stellen, omdat vaststelling van het bestemmingsplan feitelijk betekent dat het vertrouwensbeginsel wordt geschaad. Vaststelling van de bestemming leidt tot ernstige beperkingen ten aanzien van de agrarische exploitatie van de naastgelegen glastuinbouwbedrijven. De bestemmingsplanmogelijkheden staan haaks op eerder door de raad vastgesteld beleid (o.a. structuurvisie Noordrand de Hoven, vastgesteld 28 januari 2019) en de vaststelling van het bestemmingsplan werkt belemmerend met betrekking tot de vestiging en exploitatie van het gebied waar de glastuinbouw ten noorden van de locatie geconcentreerd gaat worden. Onderstaand de motivatie per punt/ onderwerp waarom inspreker tegen het voornemen is. Het herbestemmingsinitiatief bevindt zich pal in gebied waarbij volgens de plankaart behorende bij de structuurvisie sprake is van concentratie glastuinbouw. Inspreker heeft dit op een afbeelding aangegeven waarbij de planlocatie met een rode pijl is aangegeven. Antwoord De plankaart bij een visie is een vlekkenplan. Dit staat los van concrete eigendomsverhoudingen en laat de hoofdlijnen van beleid zien.
Op het moment dat er sprake is van concrete initiatieven, wordt gekeken naar het beleid in de visie en in andere beleidsdocumenten en wordt gekeken naar de concrete situatie ter plekke. Het is niet reëel dat op grond van dit vlekkenplan de exacte rechthoek voor glastuinbouw wordt gerealiseerd. Er is altijd sprake van maatwerk in de context van een concrete vraag en een concrete locatie. Opgemerkt wordt dat de planlocatie in voorliggend bestemmingsplan niet pal in het glastuinbouwgebied ligt en niet daar waar de rode pijl is aangegeven in de zienswijze. Een klein deel van de planlocatie, wat de Agrarische bestemming houdt, is gelegen in de glastuinbouwaanduiding. De woonbestemming die wordt geregeld op grond van de Rood voor Roodregeling ligt in de groene dorpsrand wat de overgang moet vormen tussen het toekomstige glastuinbouwcluster en het toekomstige woongebied in Noordrand De Hoven . De vlakken die op de plankaart geel/groen zijn aangeduid, staan volgens de toelichting bij de plankaart bovendien voor ‘Landschappelijke inpassing glastuinbouw’ en daarbuiten dient sprake te zijn van een ‘Groene dorpsrand’.
Het moge duidelijk zijn dat de herbestemming van agrarische bestemming tot woonbestemming en het nota bene verruimen van de mogelijkheden door een extra woning toe te staan volledig in strijd zijn met het beleid zoals vastgesteld in de structuurvisie! Niet alleen is een woningbestemming strijdig met de structuurvisie, maar het opnemen van een woonbestemming ter
3 37/210
plaatse werkt tevens belemmerend voor de invulling van de verplichting die in de structuurvisie is opgenomen dat bij de invulling van het glastuinbouwcluster sprake dient te zijn van landschappelijke inpassing. Extra saillant detail is bovendien dat over die strijdigheid in de ruimtelijke onderbouwing die die uitmaakt van de bestemmingsplanwijziging in het geheel niets wordt gezegd. Antwoord Zoals in de Structuurvisie Noordrand de Hoven staat aangegeven is de groene wig/ groene dorpsrand tussen de glastuinbouw en het toekomstige woongebied in principe een kwestie van particulier initiatief. Eigenaren kunnen hier combinaties van landschap, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid ontwikkelen (camping, pluktuin, boomgaard, dierenweiden), waarbij groene verblijfskwaliteiten en toegankelijkheid de sfeer van het gebied bepalen. Dit geldt dan ook voor het toepassen van de Rood voor Roodregeling die mogelijk is op grond van staand beleid. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd aan verschillende doelen: die uit de structuurvisie Noordrand de Hoven en de doelen die horen bij Rood voor Rood (de belangrijkste: opruimen voormalige agrarische bebouwing, landschappelijke inpassing, terugbouwen van 1 woning).
De landschappelijke inpassing waarover in de zienswijze wordt gesproken, gaat over de landschappelijke inpassing van het glastuinbouwcluster aan de noordzijde van de vlek op het moment dat er daadwerkelijk sprake is van een ontwikkeling van glas. Deze inpassing is niet gelegen over het plangebied dat voorligt in dit bestemmingsplan en is daarmee ook niet aan de orde en er niet mee in strijd. Er is dan ook geen sprake van een strijdigheid met de Structuurvisie waardoor daar ook niets over gezegd hoeft te worden. Inspreker geeft aan dat de initiatieflocatie Hoveniersweg 16 is gelegen aan de weg waar alle verkeersbewegingen van en naar het glastuinbouwcluster volgens de structuurvisie geconcentreerd zouden moeten worden. Ook op dit punt is het initiatief dus volledig in strijd met de doelstellingen uit de structuurvisie. Antwoord Op basis van de Structuurvisie wordt de verkeersontsluiting bij een daadwerkelijke glastuinbouwcluster voorgesteld langs de oostzijde van deze locatie. Momenteel ligt de ontsluiting van het bestaande glastuinbouwbedrijf over de Hoveniersweg ten zuiden van de locatie en naar het oosten over de Hoveniersweg. In die zin is en blijft de kruising Hoveniersweg een ontsluiting voor de glastuinbouw.
Zolang de clustering van de glastuinbouw nog niet concreet is, wordt op grond van de doelen en de aangegeven beleidslijn in de Structuurvisie particulier initiatief gesteund. De bestaande bestemmingen van de planlocatie en de naastgelegen locatie kunnen goed naast elkaar bestaan. In beide gevallen betreft het een agrarische onderneming. De bouwvlakken en functieaanduidingen van beide betrokken bedrijven grenzen aan elkaar, maar dat is in juridisch/ruimtelijk opzicht geen enkel probleem. Beide bedrijven zijn agrarisch en beide bedrijven vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit voor wat betreft de exploitatie en milieuzonering. In de nieuw voorgestelde situatie wordt voor Hoveniersweg 16 een woonbestemming opgenomen die zich over de gehele breedte west-oost uitstrekt. Binnen de woonbestemming zijn 2 bouwvlakken voorzien. De afstand tussen het bouwvlak van de linker woning en het bouwvlak van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf bedraagt 17 meter. In de nieuw voorgestelde situatie is duidelijk dat de woonbestemming wordt voorgesteld op een dusdanig (kleine) afstand tot het bouwvlak van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf, dat het ontstaan van hinder over en weer niet te uit te sluiten is. In ieder geval zal het naastgelegen glastuinbedrijf ernstige hinder in de exploitatie gaan ervaren als het bestemmingsplan werkelijkheid zou worden.
Voor wat betreft het aspect milieuzonering wordt in de toelichting van het bestemmingsplan alleen uitgegaan van milieuzonering gezien vanuit het belang van de initiatiefnemer van het plan op Hoveniersweg 16. Zorgvuldiger zou zijn om bij de beoordeling en bespreking van de milieuzonering OOK in te gaan op de milieuzoneringsaspecten gezien van het belang voor het naastgelegen glastuinbouwbedrijf. Het feit dat in de toelichting in het geheel niet wordt ingegaan op de effecten die de woonbestemming zal hebben op alle omliggende bedrijven, maakt dat het bestemmingsplan onzorgvuldig en onvolledig is voorbereid.
4 38/210
Antwoord Volgens de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt voor een kas een afstand tot een gevoelige functies (wonen) geadviseerd van minimaal 30 meter tot een rustige woonwijk vanwege het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar bedraagt de afstand minimaal 10 meter. Dit is dan ook de minimale afstand die aangehouden moet worden tussen het bouwvlak van de glasopstanden en het bouwvlak van de dichtstbijzijnde woning. De afstand van de dichtstbijzijnde woning, de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, is 17 m. De afstand van de nieuwe woning tot aan de grens van de naastgelegen inrichting bedraagt meer dan 35 meter. Dit is voor beide woningen en voor het glastuinbouwbedrijf voldoende afstand om een goed woon- en leefklimaat voor de woningen te hebben én voldoende ruimte voor het glastuinbouwbedrijf om te ondernemen binnen de huidige mogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan dit aspect als het gaat over bedrijven en milieuzonering en bestaan er ten aanzien van de milieuonderwerpen geur, stof, gevaar en geluid geen belemmeringen. Als de afstand van de gevoelige functie voldoende is ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf, dan is dit andersom ook zo en is er voldoende scheiding tussen de functies. Voor de duidelijkheid wordt dit in de toelichting verwerkt in de paragraaf bedrijven en milieuzonering.
Ook ontbreekt bij het bestemmingsplan een beschrijving en beoordeling van de verkeerssituatie. Inspreker geeft aan dat gevreesd wordt dat zij niet alleen in de exploitatie van het bedrijf ter plaatse, maar ook qua logistieke verkeersafhandeling van het huidige bedrijf beperkt zullen (kunnen) worden als het ontwerpbestemmingsplan zou worden vastgesteld. Antwoord In voorliggend bestemmingsplan wordt een functieverandering van een perceel mogelijk gemaakt. Deze functieverandering is getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. De exploitatie van het naastgelegen bedrijf doet daar niets aan af omdat de planwijziging niet gaat over het bedrijf of de aanliggende wegenstructuur. Volgens het vigerend bestemmingsplan is er op de locatie geen sprake van een glastuinbouwbedrijf maar van een imkerij. Onduidelijk is wat de juridisch/ruimtelijke legitimatie van de kas-opstanden was, maar duidelijk is dat hier sprake is van een imkerij. Als de imkerij niet stopt (zoals later zal blijken) dan is ieder beroep op een regeling voor stoppende agrariërs onterecht. Om de vraag te beantwoorden of de initiatiefnemer terecht een beroep kan doen op een regeling voor stoppende agrariërs, is de vraag derhalve of de imkerij wel of niet beëindigd is c.q. beëindigd zal worden. De vraag of er hier sprake is van een stoppende imkerij wordt in de toelichting op het bestemmingsplan beantwoord op pagina 8.
De figuur toont duidelijk een (nieuwe) bijenschuur t.b.v. de imkerij (waarbij de nieuwe bijenschuur buiten het bouwblok en direct naast de kas wordt gerealiseerd, dit leidt tot overlast vanwege invliegende bijen in de kas). Uit de illustratie en beschrijving wordt duidelijk dat het voornemen van de initiatiefnemer is om de bestaande imkerij te handhaven. Een beroep op een regeling voor stoppende agrarische bedrijven is derhalve onterecht. Bovendien voorziet het vigerende bestemmingsplan al in de gewenste bestemming en functieaanduiding als ‘specifieke vorm van agrarisch – imkerij’. Ergo: Er is geen reden c.q. legitimatie om tot bestemmingsplanwijzing te hoeven besluiten. Antwoord Voordat het plangebied is bestemd als imkerij was op deze locatie sprake van een witlofkwekerij. De opstanden die daarbij hoorden, en in het kader van Rood voor Rood worden/ zijn gesloopt, zijn opgericht in/ na de periode dat de bestemming een Agrarische bedrijfsbestemming had op grond van het bestemmingsplan Buitengebied West uit 1975. De legaal opgerichte (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing wordt bij het toepassen van de Rood voor Roodregeling gesloopt. Dat is de legitimatie. Dat de locatie later als imkerij (bedrijfsmatig) met opstanden is gebruikt, sluit de mogelijkheid voor het toepassen van Rood voor Rood niet uit. De imkerij wordt bedrijfsmatig beëindigd.
Initiatiefnemer houdt voor de hobby nog een aantal bijenvolkeren waarvoor een bijenschuur blijft bestaan. Dat is op de tekening aangegeven. Om de sloop en realisatie van 1 nieuwe woning te regelen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
5 39/210
Ook indien er sprake was van een stoppende agrariër (hetgeen hier kennelijk niet van toepassing is, zie de vorige alinea) dan nog is er qua omgevingsrecht geen reden om te komen tot bestemmingsplanwijziging en kan de rustende boer de voormalige bedrijfswoning blijven bewonen zonder dat er sprake is van een strijdig gebruik. Er is geen reden tot bestemmingsplanwijzing. Antwoord Het gaat in voorliggend plan niet enkel om de gestopte agrarische bedrijfsvoering, maar ook om met het toepassen van de Rood voor Roodregeling de opstanden te slopen, een nieuwe woning te realiseren en het perceel landschappelijk in te passen. Daarvoor is wel een bestemmingsplanherziening nodig, welke nu voorligt. Het is duidelijk dat de begrenzing die is aangehouden voor de Quickscan natuurwaardenonderzoek niet overeenkomt met de begrenzing van het voorgestelde nieuwe bestemmingsplan. Abusievelijk wordt voor de Quickscan natuuronderzoek alleen ingegaan op de gevolgen voor het nieuw geplande bouwvlak. De Quickscan natuurwaardenonderzoek is niet toereikend om te dienen als onderbouwing voor het gehele bestemmingsplan dat circa 7781 m2 beslaat. Antwoord Bij een initiatief dat gaat over een functieverandering en waarbij opstanden worden gesloopt, wordt onderzocht of er soorten aanwezig zijn die bij de sloop gestoord worden.
Een deel van het plangebied houdt dezelfde bestemming als deze nu ook heeft en dat is Agrarisch. Daarvoor is het niet nodig om dit deel in het onderzoek mee te nemen. Dit geldt eveneens voor de te behouden bedrijfswoning die wordt omgezet naar burgerwoning. Daar zijn geen plannen om opstallen te slopen en/of soorten te verstoren. Er is geen reden om te twijfelen aan de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek en de daarin getrokken conclusies. Op 28 mei 2019 heeft uw raad het voorontwerp van het Omgevingsplan Landelijk gebied vastgesteld. De onderhavige locatie heeft in dat omgevingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch’ en ‘erf’. Door het voorontwerp van het omgevingsplan geheel onbesproken te laten, is de ruimtelijke onderbouwing niet compleet en is het bestemmingsplan onvoldoende zorgvuldig voorbereid Antwoord Waar inspreker het over heeft is het voorontwerp omgevingsplan dat niet door de raad is vastgesteld. Het betreft een voorbereidend document dat door het college ter inzage is gelegd. Na het verwerken van inspraak- en vooroverlegreacties, krijgt dit voorontwerp de status van een ontwerp omgevingsplan. Pas op dat moment wordt de status formeel en volgt een beleidslijn waarvan het de bedoeling is deze door de raad vast te stellen.
Omdat er sprake is van een voorontwerp is er geen sprake van een formeel toetsingskader en is dit plan ook niet benoemd in de toelichting. Zodra het ontwerp omgevingsplan opgesteld wordt, wordt voorliggend bestemmingsplan daarin verwerkt. Inspreker geeft aan dat het niet verwonderlijk is dat de geluidsnotitie met dergelijke tekortschietende en foutieve uitgangspunten in de berekening al op pagina 3 komt met de conclusie dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Inspreker geeft aan dat de planlocatie omringd wordt door glastuinbouwbedrijven waar wel degelijk sprake is van intensief logistiek verkeer voor aan- en afvoer van materialen. Als het glastuinbouwconcentratiegebied zoals vermeld in het structuurplan ingevuld wordt, dan neemt het vrachtverkeer exponentieel toe. Daarbij is in de glastuinbouwsector sprake van 24/7 aan- en aanvoer van materiaal en gereed product. De uitgangspunten m.b.t. de factor geluid bij het ontwerpbestemmingsplan Hoveniersweg 16 zijn volledig foutief. Het toestaan van een woonfunctie (en het toestaan van een extra woning) zal alle omliggende agrarische bedrijven ernstig beperken in hun bedrijfsvoering. Antwoord Inspreker loopt in de brief vooruit op de mogelijkheden die de Structuurvisie biedt, echter de glastuinbouw is nog niet dusdanig concreet dat daar bij voorliggend initiatief rekening mee gehouden
6 40/210
kan worden. Getoetst is aan de situatie zoals die er nu is. En daarvan zijn de uitgangspunten zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek afdoende. Dit is ook voorgelegd aan de Omgevingsdienst die dit heeft geoordeeld. Er is dan ook geen reden te twijfelen aan het onderzoek en de opzet ervan. Inspreker maakt in de zienswijze niet duidelijk welke foutieve gegevens dan als uitgangspunt zijn gebruikt, behalve de constatering dat er sprake is van intensief vervoer van en naar het glastuinbouwbedrijf. Daarvan kan gezegd worden dat dit hoort bij het landelijk gebied en deze locatie en dat het toevoegen van een woning geen effect heeft op de bedrijfsvoering. In het aspect Bedrijven en milieuzonering is ingegaan op het aspect geluid vanwege de agrarische bedrijvigheid. Het gehele plangebied beslaat een oppervlakte van circa 7780 m2, waarvan 3861 m2 als bestemming wonen zou moeten worden aangemerkt. Nu er sprake is van een bestemmingsplanwijziging die betrekking heeft op het hele gebied dient het aspect archeologie integraal te worden betrokken in de ruimtelijke onderbouwing. De invloed van de factor archeologie is niet zorgvuldig onderbouwd. Het bestemmingsplan zou niet kunnen worden vastgesteld zonder voorafgaande vaststelling dat de verstoring van de archeologische waarden niet in het geding is.
Antwoord Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid dat is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en West en het nu voorliggende bestemmingsplan Hoveniersweg 16, Zutphen, geldt het beleid dat van toepassing is. Dat beleid is verwoord in paragraaf 5.9 van de plantoelichting en is opgenomen in de planregels. Op het moment van een concreet bouwplan gelden de regels aangaande archeologie. Op dat moment wordt getoetst wat er ten aanzien van archeologie nodig is. Het is niet noodzakelijk om dit vooraf te onderzoeken. Door het gewraakte bestemmingsplan in procedure te brengen schendt de gemeente Zutphen (c.q. schendt de raad van de gemeente Zutphen) het vertrouwensbeginsel waarbij onze opdrachtgevers ervan uit mochten en mogen gaan dat alleen medewerking zou kunnen worden verleend aan initiatieven die overeenkomen met hetgeen is vastgelegd in vigerend beleid. Kijkend naar de conclusies 1 tot en met 12 is duidelijk dat het gewraakte bestemmingsplan niet alleen strijdig is met het vigerende beleid, maar is ook duidelijk dat bij het gewraakte bestemmingsplan sprake is van onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en onderbouwing. De enige eindconclusie kan volgens onze opdrachtgevers slechts luiden dat hier sprake is van een jammerlijke vergissing die zich alleen laat corrigeren door af te zien van verdere behandeling en voortzetting van de ruimtelijke procedure.
Mocht uw raad ondanks de in deze zienswijze tot uitdrukking gebrachte bezwaargronden toch besluiten tot vaststelling van het gewraakte bestemmingsplan, dan zijn onze opdrachtgevers voornemens om alle rechtsmiddelen die daartoe open staan te gebruiken om e.e.a. verder een halt toe te roepen en hun rechten in deze te beschermen. Antwoord Op grond van het vastgestelde beleid in de Structuurvisie Noordrand De Hoven, in de Visie Landelijk gebied, in de Woonvisie en in het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en West (Rood voor Roodregeling) is voorliggend plan in procedure gebracht. Daarin is duidelijk verwoord dat de mogelijkheden voor Rood voor Rood toegepast kunnen worden en dat particulier initiatief wordt gesteund. Er wordt gewerkt met vastgesteld beleid. Door op deze manier te werken, zijn wij van mening dat er zorgvuldig wordt gehandeld. Het staat inspreker vrij om beroep bij de Raad van State in te stellen, zoals het recht dit aangeeft. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt alleen in tekstuele zin van de plantoelichting tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Conclusie Voorgesteld wordt het bestemmingsplan “Hoveniersweg 16 Zutphen” ten aanzien van de toelichting en regels gewijzigd vast te stellen en ten aanzien van de verbeelding ongewijzigd vast te stellen.
7 41/210
De toelichting wordt in de paragraaf Bedrijven en milieuzonering aangevuld. De regels worden in artikel 5, zoals onderstaand aangegeven, aangepast. De bijlage bij de regels wordt aangevuld met de beplantingssoorten die zijn toegestaan. Aanpassing van de plantoelichting. Paragraaf 5.6 Bedrijven en milieuzonering komt als volgt te luiden: 5.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof.
De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Volgens de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt voor een kas (glastuinbouwbedrijf) een afstand geadviseerd van minimaal 30 meter tot een rustige woonwijk vanwege het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar bedraagt de afstand minimaal 10 meter. In voorliggend geval is geen sprake van een rustige woonwijk gezien de diverse functies in het landelijk gebied. De afstand van de dichtstbijzijnde woning, de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, is 17 m. De afstand van de nieuwe woning tot aan de grens van de naastgelegen inrichting bedraagt meer dan 35 meter.
Dit is voor beide woningen en voor het glastuinbouwbedrijf voldoende afstand om een goed woon- en leefklimaat voor de woningen te hebben én voldoende ruimte voor het glastuinbouwbedrijf om te ondernemen binnen de huidige mogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan dit aspect als het gaat over bedrijven en milieuzonering en bestaan er ten aanzien van de milieuonderwerpen geur, stof, gevaar en geluid geen belemmeringen. Als de afstand van de gevoelige functie voldoende is ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf, dan is dit andersom ook zo en is er voldoende scheiding tussen de functies. Aanpassing van de planregels: Artikel 5 Leiding – Gas 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse gasleiding met een diameter van maximaal 8 inch en een druk van maximaal 40 bar, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder afsluiterschema’s. 5.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 5.3 Bouwregels Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 10 m. Overige gebouwen en bouwwerken (kwetsbare
8 42/210
objecten), geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 5.4 Afwijken van de bouwregels Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen met uitzondering van kwetsbare objecten, mits: a. ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; b. de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; c. (schriftelijk) advies is verkregen van de leidingbeheerder.
5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Leiding – Gas’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 5.5.2 Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
5.5.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 5.5.4 Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
Aan bijlage 1 van de regels wordt toegevoegd onderstaande soorten van gewassen die in aanmerking komen voor aanplant bij en/of boven de gasleiding met de bestemming ‘Leiding – Gas’: Geslacht/ soort
Naam (NL)
Max hoogte (in m)
Karakter (struik = s /
9 43/210
Crataegus monogyma Crataegus laevigata Rosa rubigunosa Rosa canina Corylus avellana Euonymus europaeus Cornus sanguinea Prunus spinosa Viburnum opulus Rhamnus cartharticus
eenstijlige meidoorn tweestijlige meidoorn egelantierroos hondsroos hazelaar karnidaalsmuts rode kornoelje sleedoorn Gelderse roos wegedoorn
8 8 3 3 6 4 4 4 4 5
boom = b) s/b s/b s s s s s s s s/b
10 44/210
Toelichting
Plannaam: Hoveniersweg 16 Zutphen Identificatienummer: NL.IMRO.0301.bp1520Hoveniersw16-vs01 Datum: 26 april 2021
Opdrachtgever: L.J. Jochems, Hoveniersweg 16 Zutphen
RAACC Adviesbureau Adviseur Telefoon E mail Postadres Bezoekadres
S. (Sjoerd) Elgersma 06 12141607 sjoerd@raacc.nl Ringlaan 9, 6961 KJ Eerbeek Enkweg 37, 7383 CW Voorst
45/210
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding 1.1
Aanleiding
4
1.2
Ligging plangebied
4
1.3
Geldend bestemmingsplan
5
1.4 Rood voor rood regeling
5
1.5 Leeswijzer
5
Het initiatief
6
2.1
Huidige situatie
6
2.1
Toekomstige situatie
7 10
Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
10
3.2
Provinciaal beleid
12
3.2.1
Algemeen
12
3.2.2
Omgevingsvisie en verordening Gelderland
12 12
Plan specifiek 3.3
4
13
Gemeentelijkbeleid
3.3.1
Structuurvisie Noordrand De Hoven
13
3.3.2
Geldend bestemmingsplan
14 14
Haalbaarheid / uitvoerbaarheid 5.1 Bodem
15
5.2 Luchtkwaliteit
15
5.3 Geluid
16
5.4 Geur
17
5.5 Externe veiligheid
18
5.6 Bedrijven en milieuzonering
22
5.7
Water
22
5.8 Ecologie
25
5.9 Cultuurhistorie en archeologie
26
5.10 Verkeer en parkeren
27
5.11 Economische uitvoerbaarheid
28
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 2 46/210
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 3 47/210
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemers hebben een voormalig glastuinbouwbedrijf en imkerij aan de Hoveniersweg 16 te Zutphen. Vanwege het jaren geleden staken van de bedrijfsactiviteiten op deze locatie is men voornemens de laatste opstallen te saneren. Een deel van deze asbesthoudende opstallen is al gesaneerd vanwege het in verval raken hiervan. Voor de herbouw van een burgerwoning op de plaats van de opstallen, zal een aanpassing in het bestemmingsplan moeten worden doorgevoerd. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Zutphen tegen buurtschap de Hoven aan.
Afbeelding: Uitsnede locatie in haar omgeving.
Hoveniersweg 16 Zutphen
(bron pdok)
Blz. 4 48/210
1.3 Geldend bestemmingsplan Op dit moment werkt de gemeente Zutphen aan een omgevingsplan voor het gehele buitengebied. Het omgevingsplan vervangt het voor het perceel geldende bestemmingsplan Buitengebied Zuid en West (2013). 1.4 Rood voor rood regeling Het beëindigen van het agrarisch bedrijf met hierbij de realisatie van de nieuwe woning op basis van het ‘Beleidskader functieverandering 2008’ is niet passend in het vigerende bestemmingsplan. Daarom is een herziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van overleg en zienswijzen zijn opgenomen.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 5 49/210
2 Het initiatief In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief. 2.1 Huidige situatie
De initiatiefnemer heeft op de locatie de agrarische activiteiten inmiddels beëindigd. De activiteiten met de bijen zijn nog maar kleinschalig van omvang. Als gevolg van het staken is een deel van de bestaande kas gesloopt, dit om de kans op asbest vervuiling van het terrein te voorkomen. Naast de kas zijn er een loods, een kapschuur en een werkplaats aanwezig. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie weer.
Luchtfoto van het plangebied lokaal weergegeven.
Hoveniersweg 16 Zutphen
(bron: PDOKviewer)
Blz. 6 50/210
Afbeelding: aangezicht vanaf de Hoveniersweg, te slopen schuur
(bron: RAACC – adviesbureau)
Op de afbeelding is te zien dat de schuur oud is en niet meer in gebruik voor de tuinbouw activiteiten.
2.1 Toekomstige situatie De nieuwe woning zal op de plek van de bestaande schuur worden gebouwd. De omvang zal afgestemd worden op de mogelijkheden van het bestemmingsplan, deze zal minimaal 300 tot maximaal 600 kubieke meter bedragen. De goothoogte zal circa 4,5 meter en nok circa 10 meter worden. Aan de noordelijke zijde van de nieuwe woning zal een schuur van maximaal 75m2 komen. Het voorliggende bestemmingsplan slechts een planologische regulering is, is er nog niet helder is hoe de woning er uit zal komen te zien. Het bestemmingsplan beperkt zich tot een inrichtingstekening waaruit de plankaart voortvloeit. De oude overtollige bebouwing, voornamelijk kassen, zijn deels al gesloopt. Het laatste deel van de kassen zal na de totstandkoming van het voorliggende plan ook worden gesloopt. De voormalig bedrijfswoning zal een woonbestemming krijgen. De situering van de nieuwe woning is zorgvuldig gekozen, evenredig aan de Sprabanenweg en een klein beetje gedraaid ten opzichte van de Hoveniersweg. In de voorliggende situatie kunnen we niet spreken van een historisch agrarisch erf, maar meer over een functioneel agrarisch erf passend in het tuinbouw gebied. Dit is ook als uitgangspunt genomen bij de inpassing van de nieuwe woning. Bij het indienen van de bouwaanvraag zal de toekomstige woning verder aansluitend met het welstandsbeleid worden uitgewerkt.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 7 51/210
Afbeelding: Situering nieuwe woning
(bron: RAAC - adviesbureau)
Het landschapsplan is er op gericht de nieuwe woning in te passen in het open cultuurlandschap. Aan de zijde van de Hoveniersweg zullen de bestaande bomen in stand worden gehouden. Langs de Sprabanenweg zal een bomen laan worden geplant. Een inpassing van de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de huidige kas draagt bij aan het behoud van bestaande contouren. De woning is onderdeel van het nieuw in te richten bestaand voormalig agrarisch erf. Aan deze inrichting liggen soberheid en eenvoud ten grondslag waarden welk voortkomen uit de gebiedsaanduiding “ Kronkelwaarden”. Aan de westelijke zijde zal een kleine bijenstal voor de aanwezige imkerij opnieuw worden opgebouwd. Bijen leveren een heel grote bijdrage aan de omgeving. De bijen zorgen voor de bestuiving van fruit zoals kersen, appelen, braambessen en frambozen welk in het gebied voor komen. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 8 52/210
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 9 53/210
3 Beleidskader
3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro, artikel 3.1.6 onder 2. De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is. Daar wordt het volgende onder verstaan: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur."
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 10 54/210
Plan specifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Vanuit het Barro zijn er daarom geen specifieke randvoorwaarden vanuit de SVIR of het Barro voor dit plan. Ladder duurzame verstedelijking De vraag die beantwoord moet worden is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij de realisatie van een woning. Uit de "Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking" is op te maken dat het realiseren van één woning geen stedelijke ontwikkeling is. De ladder voor duurzame verstedelijking is hiermee voldoende doorlopen.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 11 55/210
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Algemeen Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van Gelderland. Deze zijn in 2014 vastgesteld en sindsdien een aantal keren geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe wetgeving of nieuwe initiatieven. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.2.2 Omgevingsvisie en verordening Gelderland De Omgevingsvisie en –verordening Gelderland zijn in 2014 vastgesteld. Sindsdien zijn de plannen een aantal keren geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe wetgeving of nieuwe initiatieven. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven: 1. Een duurzame economische structuur. Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om krachtige steden en vitale dorpen met voldoende werkgelegenheid; 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem.
De provincie streeft naar een vitaal buitengebied met behoud van levendigheid, met een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding en rekening houdend met grote verschuivingen door schaalvergroting in de landbouw, energietransitie en urbanisatie de komende jaren. De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Dat betekent dat initiatieven worden gezien als een kans en dat ontwikkelingen niet vooraf worden uitgesloten. Bij initiatieven in het buitengebied geldt dat het 'nieuwe rood' een kwaliteitsverbetering moet zijn in het gebied. Plan specifiek De ontwikkeling omvat het slopen en saneren van de overtollige en onbruikbare agrarische opstallen. In ruil voor het saneren van de opstallen zal een woning worden terug gebouwd, hiernaast word de mogelijkheid geboden om een schuur van maximaal 75 m2 te bouwen. Naast de sanering wordt er een impuls gegeven aan de biodiversiteit van het gebied Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 12 56/210
doormiddel van het toepassen van bloemrijke akkerraden. De aanwezige beplanting en bomen worden in stand gehouden. In ruil voor de kwalitatieve verbeteringen wordt een woning terug geplaatst. Er kan gesproken worden van het behalen van een flinke kwaliteitswinst. 3.3 Gemeentelijkbeleid 3.3.1 Structuurvisie Noordrand De Hoven Deze structuurvisie Noordrand de Hoven is vastgesteld op 28 januari 2019 en is een uitwerking van de Intergemeentelijke structuurvisie Middengebied IJsselsprong, voor het gebied ten noorden van de Weg naar Voorst in de Hoven, de 'Noordrand de Hoven'. De clustering en uitbreiding van de glastuinbouw is economisch van belang voor de omgeving en draagt bij aan de integrale gebiedsontwikkeling van de noordrand. Woningbouw in de Hoven draagt, ook in de beperktere aantallen, bij aan doorstroming en wooncarrière en behoud van voorzieningen en verenigingen en daarmee aan de sociale cohesie en de economische draagkracht. De Noordrand van de Hoven heeft ook een ruimtelijke herstructurering nodig. Deze wordt mogelijk gemaakt door de verplaatsing van bestaande glasopstanden en door de inzet van woningbouw en de daaraan gekoppelde structuuringrepen.
Afbeelding:
Structuurvisie Noordrand De Hoven
Het voorliggende plan is een particulier initiatief en voorziet in de bouw van 1 nieuwe energie neutrale woning in het gebied dat is aangemerkt voor 'groene dorpsrand’. De woning ligt direct aan de bestaande Hoveniersweg. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling. Het plan past in de ontwikkelingsmogelijkheden die binnen dit gebied gewenst zijn. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 13 57/210
3.3.2 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid en West' van de gemeente Zutphen (vastgesteld d.d. 01-07-2013). Binnen dit bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming ‘ Agrarisch met waarden – 1’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische Verwachting 2’, de gebiedsaanduiding ‘waardevol landschap’ en de aanduiding ‘ reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Op onderstaande afbeelding is het bestemmingsplan weergegeven.
Afbeelding: Uitsnede vigerende bestemmingsplan (bron ruimtelijkeplannen.nl) In dit bestemmingsplan krijgt het perceel de enkelbestemming 'Wonen' met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde’ en de dubbelbestemming ‘Waarde Kronkelwaarden’. De dubbelbestemming waarde Kronkelwaarden duidt op het waardevolle landschap van de IJsseluiterwaarden. Ontwikkelingen zijn hier alleen mogelijk als dit geen aantasting van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap tot gevolg heeft. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap. De voorgenomen ontwikkeling is voorzien van een landschapsinrichtingsplan en brengt een versterking van aanwezige kwaliteiten met zich mee. 4 Haalbaarheid / uitvoerbaarheid De voorgenomen ontwikkeling zal binnen het bestemmingsplan een bijdrage moeten leveren aan een sterk en duurzaam landelijk gebied. Een randvoorwaarde voor het bieden
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 14 58/210
van ontwikkelingsmogelijkheden vraagt een investering in de waarden en kwaliteiten in het gebied. 5.1 Bodem De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen op de locatie. Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Voor de voorgenomen ontwikkeling, de sloop van de oude opstallen en de bouw van een woning is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden:
de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; de bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood en (som) drins. Tevens zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten kobalt, (som) PCB en PAK aangetroffen; in de ondergrond is een licht verhoogd gehalte nikkel aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium; de grond is niet asbesthoudend; de hypothese voor het overig terrein dient aangenomen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden; de hypothese voor het asbestonderzoek wordt verworpen, aangezien er geen asbest is aangetroffen.
Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Het complete bodemonderzoek is als bijlage aan dit plan gevoegd.
5.2 Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (onderdeel van de Wet milieubeheer) beschermt mensen tegen luchtverontreiniging. Hierin zijn onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) vastgesteld. Er moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 15 59/210
In Nederland worden alleen in uitzonderingssituaties grenswaarden overschreden. Voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) liggen de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het Rijk en diversie regio's samen aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die aan dit plan worden getoetst, spelen wat betreft luchtkwaliteit twee belangrijke afwegingen:
1. wat is de invloed van deze ontwikkeling op de luchtkwaliteit in de omgeving? 2. is de luchtkwaliteit op de locatie van deze ontwikkeling goed genoeg voor de ontwikkeling die er gaat plaatsvinden?
De invloed van dit op de luchtkwaliteit kan als nihil worden beschouwd. Het wegnemen van de agrarische activiteit waarbij er een woning terug word geplaats geeft op alle fronten een afname van uitstoot. Er zullen geen agrarische verkeersbewegingen meer plaatsvinden. Het personen verkeer bij een burgerwoning is dusdanig beperkt dat deze uitstoot nagenoeg nihil is. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt dat er, in de omgeving van het plangebied, langs de weg naar Voorst geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten doordat er een rondweg zal komen en de verkeer intensiteit verder af zal nemen. Het aspect luchtkwaliteit is hiermee voldoende toegelicht en niet van invloed op de omgeving. 5.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: • • •
woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Indien niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde, kan het bevoegd gezag onder voorwaarden een zogenaamde hogere waarde vaststellen. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 16 60/210
meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. In verband met de herbestemming van een agrarisch perceel aan de Hoveniersweg 16 (De Hoven) naar twee woonkavels wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Hierbij wordt de bedrijfswoning omgezet naar reguliere (burger)woning en wordt een nieuwe woning mogelijk gemaakt, waarbij er bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt worden. De nieuwe woonbestemmingen (komen te) liggen binnen de geluidszone van de N345. Daarom is in het kader van de ruimtelijke onderbouwing om een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai, ter plaatse van de nieuwe woonbestemming, voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is als bijlage aan dit plan gevoegd.
5.4 Geur Naast de bodem- en luchtkwaliteit en het geluidsniveau is ook geurhinder een belangrijk aspect van gezondheid als onderdeel van de fysieke leefomgeving in het landelijk gebied. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) regelt in Nederland de toegestane geurbelasting van veehouderijen op bijvoorbeeld woningen en andere plekken waar mensen relatief lang verblijven (geurgevoelige objecten). Net als bij de aspecten geluid en lucht richt de wet zich op de veroorzakers en op degenen die beschermd moeten worden. Zo is vastgelegd wat de geuremissiefactor is van een intensieve veehouderij (bijvoorbeeld kippen- of varkenshouderij) op geurgevoelige objecten. Dit is geregeld in de regeling geurhinder en veehouderij. Daarnaast is in de Wet geurhinder en veehouderij vastgelegd dat een nieuw geurgevoelig object (zoals een woning) niet binnen 25 meter van een stal van een veehouderij mag worden gebouwd. De realisatie van de woning met berging draagt niet bij aan enige vorm van geurbelasting op de omgeving. Het dichts bijgelegen is een voeropslag van een veehouderij op 65 meter ten opzichte van de toekomstige bouwvlak. Voor geur gevoelige objecten in het buitengebied geld een vaste afstand norm van 25 meter ten opzichte van voeropslagen en 50 meter ten opzichte van emissiepunten van dierverblijven.
Binnen het plangebied zal deels de agrarische bestemming verdwijnen en een woonbestemming krijgen, binnen het gedeelte wat de agrarische bestemming houdt zal de aanduiding bouwvlak verdwijnen. Het aspect geur vormt hiermee geen belemmering voor de realisatie van de woning. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 17 61/210
5.5 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de externe risico's met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn onder andere het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-⁶per jaar het groepsrisico (GR).
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 106). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-⁶ als grenswaarde. Groepsgebondenrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi (stb.
250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 18 62/210
Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Voor inrichtingen geldt daarnaast dat verantwoording van het groepsrisico verplicht is wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden toegelaten. Voor transportassen (weg, spoor en water) geldt dat de verantwoording van het groepsrisico verplicht is wanneer sprake is van toename van het aantal personen (en daarmee een toename van het groepsrisico) of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen (2015) Doel van de Beleidsvisie externe veiligheid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Zutphen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht. Planspecifiek Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een afbeelding van de website.
Risicovolle inrichtingen in de omgeving (bron: risicokaart.nl) Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 19 63/210
Hieruit blijkt dat: De afstand tot het gasdrukregelstation aan de Sprabannenweg circa 80 meter bedraagt, de afstand tot de buisleiding bedraagt circa 10 meter. Rondom het reduceerstation is een gebiedsaanduiding veiligheidszone / gasontvangststation gelegen. Binnen het Basisnet water is de IJssel als zwarte route (frequent transport) aangemerkt. Het invloedsgebied bedraagt 35 meter. Het Basisnet is op grote afstand, circa 1,2 kilometer, van het plangebied gelegen. De spoorlijn Arnhem - Zutphen is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Op grond van het Bevt moet bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van deze spoorlijnen het groepsrisico altijd worden verantwoord. Het invloedsgebied bedraagt 4000 meter, de spoorlijn is op circa 260 meter gelegen. Niet op de risicokaart aangegeven, maar wel opgenomen in het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Zutphen zijn de wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De belangrijkste wegen voor dit transport zijn de N348, de N314, de N345, N346 en N319 en enkele lokale wegen. De wegen binnen de gemeente Zutphen hebben geen PR 10-⁶ - contour. Binnen de gemeente Zutphen zijn er geen wegen waarvoor een plasbrandaandachtsgebied (PAG) is vastgesteld. Er zijn geen overschrijdingen van de oriëntatiewaarde of mogelijke toekomstige knelpunten rond de provinciale wegen.
In de meeste gevallen is het groepsrisico verwaarloosbaar klein. Op grond van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) moet bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van een transportroute het groepsrisico altijd worden verantwoord. Het invloedsgebied bedraagt 355 meter. Het voorliggende plan maakt met de bouw van een nieuwe woning mogelijk. Het plan ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute, gelegen op 165 meter. Verantwoording plaatsgebonden risico Het plan maakt de bouw van een nieuwe woning,een beperkt kwetsbare object, mogelijk. Het plan ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute, maar buiten de 200 meterzone en kan hierdoor volstaan met een standaard verantwoordingsplicht. Verantwoording groepsrisico Uit toetsing aan de signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat dit plan betrekking heeft op het mogelijk maken van (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van brandbase gassen en toxische stoffen over de spoorlijn Arnhem - Zutphen en over de provinciale weg N345. In beide gevallen ligt het plangebied binnen de 200 meter van de transportroute. Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transportroute ingegaan te worden op:
De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater;
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 20 64/210
De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie ‘VGR voor standaard externe veiligheidssituaties 4’ blijkt dat wanneer het plangebied van een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WASpalen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 21 65/210
5.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.