162159RH 2021_BW_00386
Tekst van het document
Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Volgens de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt voor een kas (glastuinbouwbedrijf) een afstand geadviseerd van minimaal 30 meter tot een rustige woonwijk vanwege het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar bedraagt de afstand minimaal 10 meter. In voorliggend geval is geen sprake van een rustige woonwijk gezien de diverse functies in het landelijk gebied. De afstand van de dichtstbijzijnde woning, de bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning, is 17 m. De afstand van de nieuwe woning tot aan de grens van de naastgelegen inrichting bedraagt meer dan 35 meter. Dit is voor beide woningen en voor het glastuinbouwbedrijf voldoende afstand om een goed woon- en leefklimaat voor de woningen te hebben én voldoende ruimte voor het glastuinbouwbedrijf om te ondernemen binnen de huidige mogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan dit aspect als het gaat over bedrijven en milieuzonering en bestaan er ten aanzien van de milieuonderwerpen geur, stof, gevaar en geluid geen belemmeringen.
Als de afstand van de gevoelige functie voldoende is ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf, dan is dit andersom ook zo en is er voldoende scheiding tussen de functies. 5.7 Water Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 22 66/210
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.
Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurd doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. De realisatie van de nieuwe woning en de sloop van de bestaande bouwwerken zorgt voor een afname van verhard oppervlak. Het hemelwater dat op de nieuwe woning valt kan in zijn geheel vrij inzijgen op de omliggende gronden.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 23 67/210
In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water. De uitgevoerde watertoets is als bijlage aan dit plan gevoegd.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 24 68/210
5.8 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-01-2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Het plangebied is op 12 november 2019 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk leiden de voorgenomen fysieke activiteiten niet tot wettelijke consequenties omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen schaduwwerking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura2000-gebied en het plangebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied.
Volledigheidshalve is er een Aerius berekening uitgevoerd waarbij de sloop, exploitatie en verkeerssituatie zijn meegenomen. Uit deze berekening is gebleken dat er geen effecten zijn te meten. De berekening is als bijlage aan dit plan gevoegd. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een winterrustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die leiden tot het beschadigen of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd te worden.
Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die mogelijk een rusten/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. De functie Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 25 69/210
van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied voorkomende vleermuis-, vogel- , amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, wordt niet aangetast. Samenvattende conclusie Het plangebied bestaat uit bebouwing, gras- en braakland en opgaande beplanting. Het plangebied vormt een geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten, maar een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. Beschermde dieren mogelijk niet opzettelijk verwond of gedood worden en bezette vogelnesten mogen niet beschadigd of vernield worden. Rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen wel beschadigd en vernield worden omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is op 12 november 2019 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Gelders Natuurnetwerk.
Mits er geen beschermde dieren verwond of gedood worden en bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren verwond of gedood worden, dient een ontheffing verkregen te worden. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de ligging op enige afstand van een Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Er zijn geen soorten aangetroffen en er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. Bij het opstellen van het inpassingsplan is rekening gehouden met de biodiversiteit van het gebied. De inrichting is samenhang met de bloemrijke kruidenakker maakt de gewenste situatie een geschikt leefgebied voor insecten en vogels. 5.9 Cultuurhistorie en archeologie In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan.
Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 26 70/210
Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
Cultuurhistorie Het gebied rond de bouwlocatie ligt aan de rand van het hoveniersdorp De Hoven. Tussen 1584 en 1586 is rond De Hoven een stelsel van schansen aangelegd als onderdeel van de oorlogshandelingen rond Zutphen tussen Staatse en Spaanse troepen. Na 1600 is de grond tot in de 19e eeuw in gebruik geweest als landbouwgrond en pas in de tweede helft van de 19e eeuw, jaren ’60, is de woning met het kassencomplex gerealiseerd. Als onderdeel van de ruilverkaveling tussen 1950 en 1955 is dit volledig verdwenen en een nieuwe verkaveling met wegenverloop aangelegd. In het voorliggende plan zijn geen gronden, bouwwerken of landschapselementen aanwezig met een cultuurhistorische waarde. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het bouwwerk. Archeologie In het geldende bestemmingsplan geldt een drempelwaarde van ingrepen groter dan 500 m2. De realisatie van de woning zal een oppervlak van circa 350 m2 beslaan. Dit oppervlak overschrijdt het maximum van 500 m2 niet. De genoemde drempelwaarde wordt hiermee niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is daarom op basis van de regelgeving niet noodzakelijk. Het initiatief is hiermee uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie. De archeologische dubbelbestemming zal in de nieuwe situatie op het perceel blijven liggen.
5.10 Verkeer en parkeren Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 27 71/210
De bestaande en de nieuwe woning dragen per saldo niet bij aan een uitbreiding van de bestaande verkeersactiviteiten. Het aantal voertuigbewegingen zal ten opzichte van de huidige situatie, agrarisch verkeer bestaande uit personen auto’s, vrachtwagens en bestelwagens afnemen. Een burgerwoning is beperkt in het aantal verkeersbewegingen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer. Parkeren kan volledig op het eigen terrein uitgevoerd worden. Bij de bestaande woning zijn er vier parkeer plekken, bij de nieuwe zullen er drie worden gerealiseerd. 5.11 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen.
Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13,tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De realisatie van de woning, inclusief de kosten die samenhangen met de procedure, komen voor rekening van initiatiefnemer. Met initiatiefnemer wordt een anterieure- en planschadeovereenkomst gesloten alvorens het bestemmingsplan word vastgesteld. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten te verhalen. Hiermee kan afgezien worden van het vaststellen van een exploitatieplan. De economische uitvoerbaarheid van dit initiatief is met het afsluiten van de anterieure- en planschadeovereenkomst aangetoond. Eventueel uit te keren planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hierover zijn afspraken gemaakt in de bovengenoemde overeenkomsten. Op basis van deze gegevens kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Hoveniersweg 16 Zutphen
Blz. 28 72/210
DE KLINKER MILIEU
VERKENNEND BODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 en NEN 5707 Hoveniersweg 16 Zutphen
Datum:
9 december 2019
Adviesbureau:
De Klinker Milieu Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K194191
Opdrachtgever: Auteur: N. Looman
RAACC Adviesbureau Paraaf
Gecontroleerd door W. Wilbrink
73/210
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging........................................................................3 2.3 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................4 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................4 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................6 2.7 Hypothese en strategie .............................................................................................................6 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................7 3.1
Onderzoeksopzet.......................................................................................................................7 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................7 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................8 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ...............................................................................................................9 4.1 Globale bodemopbouw .............................................................................................................9 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................................9 4.3 Veldmetingen ............................................................................................................................9 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ......................................................9 4.5 Toetsingskader ..........................................................................................................................9 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................
10 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 10 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 11 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 11 4.7 Grond ...................................................................................................................................... 12 4.8 Grondwater ............................................................................................................................ 12 4.9 Asbest ..................................................................................................................................... 12 4.10 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 12 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 13 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 13 5.2 Algemeen................................................................................................................................
13 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K194191
74/210
1
1 INLEIDING In opdracht van RAACC adviesbureau is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Hoveniersweg 16 te Zutphen. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Zutphen; sectie E; perceelnummer 1863 en 2264 De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 3.900 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NENEN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven.
Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K194191
75/210
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Zutphen, sectie E, perceelnummers 1863 en 2264 (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging De locatie betreft een agrarisch perceel aan de Hoveniersweg te Zutphen. Op de locatie staat een woning en enkele bijgebouwen. Recent is op de locatie een kas gesloopt. Men is voornemens de huidige bebouwing te slopen en twee nieuwe woningen te realiseren.
Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden d.d. 18 november 2019 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Op de onderstaande foto’s wordt een impressie weergegeven van de onderzoekslocatie.
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Rapportnummer: K194191
76/210
3
Volgens informatie van de gemeente Zutphen (mail van 5 november 2019, N. ten Bokkel) zijn op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen geen tanks bekend. Op het perceel ten oosten van de onderzoekslocatie, aan de overzijde van de Sprabanenweg, heeft in 1996 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden (Verkennend bodemonderzoek en nader grondonderzoek, De Klinker Milieu, d.d. 10 juni 1996, rapportnummer 960315HZ.510). Uit de resultaten van dit bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond plaatselijk matig is verontreinigd met lood en licht is verontreinigd met PAK. In de ondergrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte nikkel aangetroffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met zink. Vanwege het matig verhoogde gehalten lood in een mengmonster van de bovengrond, is dit mengmonster uitgesplitst en zijn de afzonderlijke monsters geanalyseerd op lood. Hierbij zijn enkel licht verhoogde gehalten aangetroffen. Een nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat er in mei 2018 een kas is gesloopt op de locatie. In deze kas was asbest vewerkt. Het asbest is gesaneerd door De Covik uit Steenderen en vervolgens is de kas gesloopt. Vanwege de aanwezigheid van asbest in de kas, wordt de bodem ter plaatse van de vml. kas beschouwd als verdacht op het voorkomen van asbest.
Tevens is de locatie gelegen in een gebied met kassen en heeft er op de locatie zelf ook een kas gestaan. Er kan niet worden uitgesloten dat als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de bodem op de locatie is verdacht is op het voorkomen van OCB’s (organochloorbestrijdingsmiddelen). Vanwege het diffuse karakter van bestrijdingsmiddelen, wordt de gehele locatie gezien als verdacht op het voorkomen hiervan. 2.3 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart ingedeeld met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: AW2000 - Bodemfunctieklasse: landbouw en natuur - Toepassingseis: AW2000 (bron: Nota bodembeheer gemeente Zutphen). 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33G1097 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Rapportnummer: K194191
77/210
4
Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk (bron: grondwater isohypsen provincie Gelderland). 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving Op de website www.bodemloket.nl is te zien dat er op de locatie geen verdachte activiteiten bekend zijn. Op de locatie ten zuiden en ten westen van de onderzoekslocatie zijn wel activiteiten bekend. Zo is er sprake van een drietal bovengrondse tanks, een tweetal ondergrondse tanks, een bestrijdingsmiddelen opslag en glastuinbouw. Hier zijn eveneens enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. De status geeft aan dat er nog aanvullend onderzoek uitgevoerd dient te worden naar de omvang van de verontreinigingen. Gezien de afstand tot de huidige onderzoekslocatie, wordt niet verwacht dat deze verontreinigingen invloed hebben op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie.
Overzicht omgeving (bron: bodemloket.nl)
Op het perceel ten noordwesten van de onderzoekslocatie is sprake van een stortplaats. Deze is van circa 1962 tot 1978 in gebruik geweest. Volgens de gegevens van bodemloket.nl is deze stortplaats in 2010 gesaneerd. Bij de omschrijving wordt aangegeven dat de stortplaats in voldoende mate is gesaneerd. Gezien de afstand tot de huidige onderzoekslocatie, wordt hier ook geen beïnvloeding verwacht van de huidige onderzoekslocatie.
Rapportnummer: K194191
78/210
5
2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Voor zover bekend is op de locatie niet eerder bodemonderzoek uitgevoerd. Gezien de ligging en het (vml.) gebruik van de locatie, is de bovengrond verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Ter plaatse van de gesloopte kas is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest. Verder zijn er geen verdachte activiteiten naar voren gekomen. 2.7 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie Oppervlakte Hypothese (m²) Vml. kas 500 Verdacht, plaatselijke bodembelasting Overig terrein 3900 Verdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag asbest, toplaag
Strategie*
OCB
ONV-NL
paragraaf 6.4.4 NEN 5707
*ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Ondanks dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen, wordt de strategie voor een onverdachte locatie gehanteerd. Bij de analyse van de grondmonsters van de bovengrond wordt OCB toegevoegd aan het analysepakket. Op deze wijze wordt een voldoende representatief beeld verkregen van de bodemkwaliteit en een eventuele verontreiniging met OCB. Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K194191
79/210
6
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 3.900 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de strategie voor onverdachte, niet lijnvormige locaties, waarbij de bovengrond tevens op OCB’s wordt geanalyseerd. Het asbest onderzoek is uitgevoerd conform de strategie voor verdachte locaties. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie Vml. kas Overig terrein
Veldwerk
Analyses
3 gaten 30*30 cm 0,5 m-mv
1x asbest in grond (0,0-0,5 m-mv)
10 boringen tot 0,5 m-mv 2 boringen tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
2x standaardpakket grond + OCB (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Vml. kas
3 gaten 30*30 cm 0,5 m-mv (G01 t/m G03)
Overig terrein
10 boringen tot 0,5 m-mv (04 t/m 12) 2 boringen tot 2,0 m-mv (02 en 03)
Aantal peilbuizen
1 peilbuis (PB1, filterstelling 3,0-4,0 m-mv)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 18 november 2019 (boorwerkzaamheden) door de heer D. van Konijnenburg en op 28 november 2019 (monsterneming grondwater) door de heer W. Lichtenberg Zowel De Klinker Milieu als de heren van Konijnenburg en Lichtenberg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K194191
80/210
7
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie Monster Samenstelling Gehele locatie
Gesloopte kas
Traject (m-mv)
Analyse
MM01
G 01-1, 03-1, 09-1, 10-1, 11-1, 12-1
0,0-0,5
Standaardpakket grond + OCB
MM02
G 02-1, 04-1, 05-1, 06-1, 07-1, 08-1, G01-1, G02- 0,0-0,5 1, G03-1
Standaardpakket grond + OCB
MM03
G 01-2, 01-3, 01-4, 02-2, 02-3, 02-4, 03-2, 03-3
0,5-2,0
Standaardpakket grond
2-1-1
W 2-1-1
3,0-4,0
Standaardpakket grondwater
AMM01
A G01, G02 en G03
0,0-0,5
Asbest in grond
G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
minerale olie
*
*
vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Rapportnummer: K194191
81/210
8
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv]
Bodemsamenstelling
Opmerkingen
0,0 – 0,5 0,5 – 3,0 3,0 - 3,5 3,5 – 4,0
Afwisselend sterk zandige klei/matig fijn zand, zwak siltig, matig humeus Klei, zwak tot matig zandig Zand, matig grof, zwak siltig Klei, zwak siltig
roesthoudend -
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen gedaan. 4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
01
18-11-2019
28-11-2019
3,0-4,0
Grondwaterstand Zuurgraad (m-mv) pH 2,45
5,81
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
958
6,1
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grond uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In de grond uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa).
Rapportnummer: K194191
82/210
9
4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde1 tussenwaarde2
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota.
1
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
2 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K194191
83/210
10
Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie
(a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.4 zijn de analyseresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5.
Rapportnummer: K194191
84/210
11
Tabel 4.4: Analyseresultaten Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
Toetsing Bbk
Kritieke parameter
Beoordeling
Grond MM01
+
Kobalt, koper, kwik, nikkel, lood, Drins (som)
Industrie
MM02
+
Koper, kwik, lood, zink, Drins (som), PCB (som), PAK
Industrie
MM03
+
Nikkel
Achtergrondwaarde
AMM01
-
1-1-1 (3,0-4,0 m-mv)
+
barium
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
n.v.t. Grondwater n.v.t.
4.7 Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat er in de bovengrond licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood en (som) drins zijn aangetroffen. Tevens worden plaatselijk licht verhoogde gehalten kobalt, (som) PCB en PAK aangetroffen. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte nikkel aangetroffen. 4.8 Grondwater In het grondwater is een licht verhoogd gehalte barium aangetroffen. 4.9 Asbest In zowel de grove als de fijne fractie is geen asbest aangetroffen. 4.10 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie Oppervlakte (m²) Vml. kas 500 Overig terrein
3900
Hypothese Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag asbest, toplaag
Toetsing
OCB
aannemen
verwerpen
Bij het asbestonderzoek is geen asbest aangetroffen. Derhalve wordt de hypothese verdachte locatie verworpen. Ter plaatse van het overig terrein zijn verschillende stoffen licht verhoogd aangetroffen, waaronder OCB’s. Derhalve dient de hypothese verdachte locatie aangenomen te worden. Echter, gezien de slechts licht verhoogde gehalten is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
Rapportnummer: K194191
85/210
12
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van RAACC adviesbureau is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Hoveniersweg 16 te Zutphen. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; de bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood en (som) drins. Tevens zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten kobalt, (som) PCB en PAK aangetroffen; in de ondergrond is een licht verhoogd gehalte nikkel aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium; de grond is niet asbesthoudend; de hypothese voor het overig terrein dient aangenomen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden; de hypothese voor het asbestonderzoek wordt verworpen, aangezien er geen asbest is aangetroffen. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik.
5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K194191
86/210
13
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K194191
87/210
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K194191
88/210
Boring:
01
Boring:
02
X:
208246,25
X:
208243,29
Y:
462539,45
Y:
462506,45
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
GWS:
250
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
gras
1
2
50
50 Klei, matig zandig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
100
Klei, sterk zandig, sporen roest, donker cremebruin, Edelmanboor
2 100
100 3
Klei, matig zandig, donker cremebruin, Edelmanboor
3
150
tuin Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donker zwartbruin, Edelmanboor
150 4
4 200
200
200
200 Klei, zwak zandig, matig roesthoudend, neutraal cremebruin, Edelmanboor
5 250
250
Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
6 300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
7 350
350
Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
8 400
400
Boring:
03
Boring:
04
X:
208285,68
X:
208214,85
Y:
462526,13
Y:
462504,86
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
gras
1
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
50
50 Klei, sterk zandig, sporen roest, donker cremebruin, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, donker cremebruin, Edelmanboor
3 150 4 200
200
Boring:
05
Boring:
06
X:
208227,88
X:
208210,23
Y:
462505,37
Y:
462524,96
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
50
Projectcode: K194191
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
gras
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
89/210
gras
50
Boring:
07
Boring:
08
X:
208229,29
X:
208242,40
Y:
462528,82
Y:
462521,64
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
tuin
1
50
50
Boring:
09
Boring:
10
X:
208265,30
X:
208267,60
Y:
462543,13
Y:
462534,36
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
gras
1
50
50
Boring:
11
Boring:
12
X:
208280,51
X:
208282,24
Y:
462546,22
Y:
462538,92
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld 0
0
braak
Boring:
G01
X:
208268,80
Y:
462525,04
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld 0
0
1
90/210
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Schep
1 50
Projectcode: K194191
50
50
AMM01
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring:
gras
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
gras Klei, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
G02
Boring:
G03
X:
208277,30
X:
208272,23
Y:
462519,45
Y:
462512,99
Datum:
18-11-2019
Datum:
18-11-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
50
Projectcode: K194191
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Schep
1 50
gras
Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Schep
1 50
91/210
gras
50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters
Zand, uiterst siltig
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
92/210
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K194191
93/210
De Klinker Milieu B.V. T.a.v. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7200 AN ZUTPHEN
Analysecertificaat Datum: 22-Nov-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019172133/1 K194191 Hoveniersweg te Zutphen 18-Nov-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Tel. +31 (0)34 242 63 00 IBAN: NL71BNPA0227924525 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 Site www.eurofins.nl BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
94/210
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
K194191 Hoveniersweg te Zutphen
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2019172133/1 18-Nov-2019 22-Nov-2019/12:31 A,B,C 1/3
Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
1
2
3
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
84.7
81.5
80.4
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.7
2.4
1.3
Gloeirest
% (m/m) ds
96.8
96.9
97.7
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
8.4
10.6
13.9
S
% (m/m)
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
72
70
88
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.24
0.38
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
7.3
7.3
9.2
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
26
30
17
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.28
0.27
0.11
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
20
20
25
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
84
72
36
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
78
93
62
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
17
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
<5.0
13
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
38
<35
Minerale olie
S
Zie bijl.
Chromatogram olie (GC) Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB
S
alfa-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
beta-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
gamma-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
Monster nr.
18-Nov-2019 18-Nov-2019 MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) G01 (0-50) G02 (0-50) G03 (0-50)
11052818
2 3
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (50-100) 03 (100 18-Nov-2019
11052820
1
11052819
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
95/210
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
K194191 Hoveniersweg te Zutphen
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
2019172133/1 18-Nov-2019 22-Nov-2019/12:31 A,B,C 2/3
Grond (AS3000)
Analyse
Eenheid
1
2
<0.0010
<0.0010
S
delta-HCH
mg/kg ds
S
Hexachloorbenzeen
mg/kg ds
0.0014
0.0016
S
Heptachloor
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloorepoxide(cis- of A)
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloorepoxide(trans- of B)
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Hexachloorbutadieen
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Aldrin
mg/kg ds
0.0022
<0.0010
S
Dieldrin
mg/kg ds
0.031
0.018
S
Endrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Isodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Telodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
alfa-Endosulfan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Q
beta-Endosulfan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Endosulfansulfaat
mg/kg ds
<0.0020
<0.0020
S
alfa-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
gamma-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
o,p'-DDT
mg/kg ds
0.0014
0.0011
S
p,p'-DDT
mg/kg ds
0.0071
0.0079
S
o,p'-DDE
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
p,p'-DDE
mg/kg ds
0.021
0.014
S
o,p'-DDD
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
p,p'-DDD
mg/kg ds
0.0030
S
HCH (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0021
S
Drins (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.034
S
Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
S
DDD (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0037
0.0035
S
DDE (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.022
0.014
S
DDT (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0085
0.0090
S
DDX (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.034
S
Chloordaan (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
S
OCB (som) LB (factor 0,7)
mg/kg ds
0.077
3
0.0028 1)
0.0021
1)
0.0014
1)
0.019 1)
0.027 1)
0.0014
1)
0.055
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
Monster nr.
18-Nov-2019 18-Nov-2019 MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) G01 (0-50) G02 (0-50) G03 (0-50)
11052818
2 3
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (50-100) 03 (100 18-Nov-2019
11052820
1
11052819
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
96/210
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monsternemer Monstermatrix
K194191 Hoveniersweg te Zutphen
2019172133/1 18-Nov-2019 22-Nov-2019/12:31 A,B,C 3/3
Grond (AS3000)
Analyse
S
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
OCB (som) WB (factor 0,7)
Eenheid
1
2
mg/kg ds
0.077
0.056
3
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010 2)
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
0.0011
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
0.0011
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
0.0057
0.0049
1)
<0.0010
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.10
0.19
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
0.060
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.26
0.49
0.052
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.17
0.27
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.20
0.31
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.087
0.14
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.15
0.23
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.11
0.15
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.12
0.17
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
1.3
2.1
0.37
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50)
Monster nr.
18-Nov-2019 18-Nov-2019 MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) G01 (0-50) G02 (0-50) G03 (0-50)
11052818
2 3
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (50-100) 03 (100 18-Nov-2019
11052820
1
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting
11052819
Akkoord Pr.coörd.
V: VLAREL erkende verrichting
VA
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
97/210
TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019172133/1 Pagina 1/1 Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
11052818
01
1
0
50
0537723145
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052818
09
1
0
50
0537723152
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052818
10
1
0
50
0537723143
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052818
11
1
0
50
0537723161
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052818
12
1
0
50
0537723150
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052818
03
1
0
50
0537723149
MM01 01 (0-50) 03 (0-50) 09 (0-50) 1
11052819
05
1
0
50
0537723273
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
02
1
0
50
0537723284
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
08
1
0
50
0537723267
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
G01
1
0
50
0537723294
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
G02
1
0
50
0537723279
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
G03
1
0
50
0537723283
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
07
1
0
50
0537723272
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
06
1
0
50
0537723282
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052819
04
1
0
50
0537723285
MM02 02 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 0
11052820
01
2
50
100
0537723114
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
01
3
100
150
0537723156
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
01
4
150
200
0537723153
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
03
2
50
100
0537723160
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
03
3
100
150
0537723151
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
03
4
150
200
0537723157
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
02
2
50
100
0537723158
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
02
3
100
150
0537723289
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
11052820
02
4
150
200
0537723154
MM03 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (1
Eurofins Analytico B.V.