CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1205883 - Bijlage 1 - Hoofdrapport Ontwerp Watertakenplan Zutphen 2026-2030

Raadsvergadering 23 februari 2026, gemeente ZutphenBij agendapunt: Ontwerp Watertakenplan Zutphen 2026 203023.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

28

Open

Verantwoordelijkheden In de Omgevingswet zijn de taken en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden als volgt verdeeld: ▪ De perceel eigenaar is verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn terrein en de bouwkundige staat van de gebouwen, inclusief kelders. Het uitvoeren van bouwtechnische en/of waterhuishoudkundige maatregelen om overlast door grondwater tegen te gaan is een taak van de perceel eigenaar. ▪ De gemeente is verantwoordelijk voor de ontwatering van openbaar terrein. ▪ De gemeente draagt zorg voor de eventuele aanleg en onderhoud van de benodigde verzamel- en transportleidingen in de openbare ruimte en de aansluitpunten voor de aan- of afvoer van het particulier terrein. ▪ Het waterschap is verantwoordelijk voor de aan- en afvoer van water via leggerwatergangen. Zij heeft een afgeleide rol in het beheer van het ondiepe grondwater omdat zij via de streefpeilen in de watergangen de grondwaterstand in de nabije omgeving beïnvloedt. ▪ De provincie is verantwoordelijk voor vergunningen voor grondwateronttrekking en infiltratie met het doel dit weer te onttrekken. Dit betreft alleen de onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening, de industriële grondwateronttrekkingen groter dan 150.000 m3 per jaar en koude- en warmteopslag. Overige grondwateronttrekkingen vallen onder verantwoordelijkheid van de waterschappen.

Gemeente heeft de regie in bebouwd gebied Geen enkele instantie is alleen verantwoordelijk en dus aansprakelijk voor de grondwaterstand. Bij structurele/wederkerende klachten in een wijk over de grondwaterstand maakt de gemeente een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. De maatregelen bepaalt zij zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen. Maatregelen voor transport van overtollig grondwater in openbaar gebied komen voor rekening van de gemeente en kan zij bekostigen uit de rioolheffing. Bron: Stichting RIONED

Toelichting grondwater in kelders en kruipruimtes Water in kelders ontstaat door een niet waterdichte constructie. De eigenaar van de kelder is verantwoordelijk voor de bouwtechnische staat van de kelder. Dit betekent dat de gemeente geen maatregelen neemt specifiek om water in kelders te voorkomen. Water in kruipruimtes kan het gevolg zijn van (te) hoge grondwaterstanden, maar kan ook het gevolg zijn van (te) diepe kruipruimtes. De gemeente neemt mogelijk wel maatregelen tegen water in kruipruimtes indien sprake is van nadelige gevolgen in de woning, er sprake is van een structureel te hoge grondwaterstand en de kruipruimte niet dieper is dan 1,1 m – vloerpeil. De volgende vier aspecten staan centraal bij de invulling van de grondwatertaak (zie ook bijlage 3-1): 1. Voorkomen van grondwateroverlast; 2. Beperken van grondwateroverlast; 3. Informeren van inwoners en bedrijven; 4. Grondwatermeetnet. Onderstaand zijn deze aspecten nader uitgewerkt. 1. Voorkomen van grondwateroverlast Ter voorkoming van grondwateroverlast streeft de gemeente naar het volgende: bij nieuwe ontwikkelingen, nieuwe aan de grond gegeven functies of herontwikkeling en verandering van de aan de grond gegeven functies wordt (los van het Bouwbesluit) voldaan aan de streefwaarden voor de ontwateringsdiepten uit onderstaande tabel.

Bij een structureel geringere ontwateringsdiepte dan deze streefwaarden kan overlast/schade ontstaan De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

29

Open

Tabel 1: Streefwaarden ontwateringsdiepten (Representatieve Hoge Grondwaterstanden) in relatie tot gebruik Type

Ontwateringsdiepte RHG-waarden

Woningen met of zonder kruipruimte

0,8 m beneden maaiveld = 1,1 m onder vloerpeil

Groenvoorzieningen

Afhankelijk van beplanting/gewassen

Secundaire wegen en woonstraten

0,8 m beneden kruin weg

Primaire wegen

1,0 m beneden kruin weg

Bedrijventerreinen

0,8 m beneden maaiveld = 1,1 m onder vloerpeil

Uitgangspunten: vloerpeil ligt minimaal 30 cm boven kruin van weg9 en maaiveld is gelijk aan de kruin van de weg.

Indien niet aan de ontwateringsdiepte wordt voldaan heeft de gemeente de volgende voorkeursvolgorde voor maatregelen: 1. ophogen bouwgrond, 2. aanbrengen extra open water, 3. drainage met nieuw te graven open waterlopen. 2. Beperken van grondwateroverlast In het bestaande bebouwde gebied zijn dezelfde streefwaarden voor de hoogst gewenste grondwaterstand van toepassing als bij nieuwbouw (zie Tabel 1). Indien alle criteria voor structurele nadelige gevolgen van toepassing zijn gaat de gemeente een onderzoek uitvoeren naar de oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. Dit geldt ook als de structurele problemen zich op particulier terrein voordoen, maar deze met doelmatige maatregelen op openbaar gemeentelijk gebied verholpen kunnen worden. Maatregelen kunnen inhouden dat de gemeente in sommige gebieden zorgt voor het inzamelen en verwerken van grondwater dat door particulieren wordt aangeboden, zoals het afvoeren van drainagewater. Maar in alle gevallen blijven perceeleigenaren verantwoordelijk voor het grondwater en maatregelen op het eigen perceel. Bij het beperken van grondwateroverlast neemt de gemeente een reactieve houding aan. In principe wordt drainagewater dat geloosd wordt door particulieren/bedrijven, dan wel afkomstig is van het gemeentelijk drainagestelsel, aangesloten op het regenwaterriool, IT-riool of geloosd op oppervlaktewater.

Aansluiting van drainage op het gemengde riool is enkel toegestaan indien er geen andere doelmatige manier van lozing mogelijk is. Particulieren en bedrijven dienen dit aan te tonen en vooraf toestemming te verkrijgen van de gemeente. 3. Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven De gemeente informeert haar inwoners over de watertaken en particuliere verantwoordelijkheden. Informatieverstrekking vindt plaats via de website van de gemeente. 4. Grondwatermeetnet De gemeente heeft een grondwatermeetnet waarmee inzicht verkregen wordt in de grondwaterstanden in de gemeente. Het netwerk van peilbuizen biedt waardevolle informatie over de standen en fluctuaties van het grondwaterpeil. Met deze gegevens kan de gemeente waar nodig effectieve maatregelen nemen om grondwateroverlast te beperken en de gevolgen van extreme droogte beter te beheersen. Communicatie Wij zijn het eerste aanspreekpunt voor onze inwoners en het bedrijfsleven in de gemeente Zutphen. We besteden aandacht aan de vindbaarheid van (grond)watergerelateerde informatie op de gemeentewebsite en de verschillende mogelijkheden om contact met ons op te nemen. Daarbij richten wij ons ook op de

9

Bij voorkeur meer in verband met klimaatverandering; vloerpeil dusdanig hoog aanleggen dat er bij extreme buien geen water in het gebouw komt.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

30

Open

communicatie over de (eigen) verantwoordelijkheid ten aanzien van grondwater (welke rol speelt de inwoner en welke taak heeft de gemeente hierin) en bestaande subsidiemogelijkheden. Invulling wettelijke verantwoordelijkheden Wettelijk heeft de gemeente drie functies ten aanzien van haar loketfunctie “water”: 1. De gemeente is het aanspreekpunt wat betreft riolering en (grond)water binnen de bebouwde kom. Bij elke gemeente moet een mogelijkheid bestaan om vragen of klachten over dit onderwerp te melden. Inwoners van de gemeente Zutphen die bellen met watergerelateerde vragen worden te woord gestaan door de frontoffice (telefonisch) of medewerker bij de balie. Indien de frontoffice de vragen niet kan beantwoorden wordt de backoffice (specialist) ingeschakeld. Daarnaast is via MeldpuntWater.nl informatie te krijgen over verschillende watergerelateerde onderwerpen en bij welke instantie je in specifieke situaties het beste een melding kunt doen. 2. De gemeente vervult de frontoffice-rol voor de aanvraag van een Watervergunning (valt niet onder de omgevingsvergunning). 10 Iedere Watervergunningaanvraag kan bij de gemeente worden ingediend, ongeacht welke instantie bevoegd gezag is. De gemeente draagt zorg voor het doorsturen van de aanvraag of melding naar de desbetreffende instantie (RWS, provincie of waterschap).

De inwoner kan bij de gemeente terecht voor al haar vergunningaanvragen. Voor watergerelateerde vergunningen vereist dit samenwerking met waterschap Rijn en IJssel, waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Gelderland. 3. De gemeente Zutphen neemt iedere melding en klacht serieus en zoekt uit wat de oorzaak kan zijn van de problematiek. Afkoppeling van verhard oppervlak en het lokaal infiltreren van hemelwater heeft (ook) een positief effect op de grondwaterstand ten tijde van droogte. Wij communiceren over onze afkoppelsubsidie en over het ‘onttegelen’ van tuinen. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid; niet alleen bij nieuwbouw maar zeker ook in bestaand stedelijk gebied.

3.4

Oppervlaktewater en drinkwater

3.4.1

Oppervlaktewater

In de gemeente Zutphen speelt oppervlaktewater een belangrijke rol in het straatbeeld. In de kernen Zutphen en Warnsveld hebben watergangen en andere oppervlaktewateren een belangrijke rol in het creëren van groenblauwe longen en structuren. Deze watergangen lopen door in het buitengebied waar het verweven is met de natuur. We streven ernaar dat dit een ecologisch gezond en natuurlijk watersysteem is. Om dit te bereiken beheren we de afvalwaterketen doelmatig en beperken we de emissie vanuit de afvalwaterketen op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk. Relatie droogte en oppervlaktewater De verwachting is dat als gevolg van klimaatverandering vaker langere perioden van droogte voorkomen in Nederland. In stedelijk gebied heeft dit een dalende grondwaterstand tot gevolg. Het peilbeheer van het oppervlaktewater is in handen van het waterschap. De grondwaterstand kan beïnvloed worden door de oppervlaktewaterstand. Maar ook wij als gemeente en inwoners kunnen ons steentje bijdragen aan het tegengaan van verdroging door zo min mogelijk oppervlak te verharden (ook ontharden en de aanleg van groen) en het hemelwater zo veel mogelijk lokaal vast te houden en te infiltreren. Genoemde maatregelen worden al getroffen met het oog op het reduceren van het risico op wateroverlast tijdens extreme neerslag.

Het tegengaan van verdroging is een neveneffect dat in het kader van de toenemende droogteproblematiek steeds belangrijker wordt. Een van de mogelijke gevolgen van dalende grondwaterstanden is zettingen van het maaiveld, waardoor (ongelijke) verzakkingen en scheuren kunnen ontstaan.

10

Het aanvragen van een watervergunning kan via het Omgevingsloket online (OLO)

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

31

Open

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

32

Open

De waterkwaliteit van oppervlaktewater is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het waterschap en daarmee geen specifieke watertaak van de gemeente. Echter speelt de gemeente ook een belangrijke rol om samen een ecologisch gezond watersysteem te behouden. Als eigenaar van gronden langs watergangen in de openbare ruimte kan een gemeente wél onderhoudsplichtig zijn. Ook raakt waterkwaliteit aan de kwaliteit en het gebruik van de fysieke leefomgeving, waar de gemeente verschillende taken in heeft. Het toenemende gebruik van oppervlaktewater als recreatiewater (o.a. zwemmen en varen) stelt eisen aan de waterkwaliteit. Daarover zal een gemeente met de waterkwaliteitsbeheerder afspraken maken: welke waterkwaliteit streven we na en wat is daarvoor nodig? Voor een klein deel van het oppervlaktewater binnen de gemeente is de gemeente Zutphen verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Dit betreft de waterpartij bij de begraafplaats aan de Warnsveldseweg en de waterpartij nabij de Bonendaal en rond het voormalige jeugdgevangenisterrein. De kosten voor het onderhoud zijn opgenomen in de exploitatie en worden betaald uit de rioolheffing.

3.4.2

Zwemwater

Zutphen kent één locatie met officieel zwemwater, te weten het Bronsbergenmeer. Ten zuiden van de stad liggen twee voormalige zandafgravingen. De zuidelijke plas behoort tot het recreatiepark “Vesting De Bronsbergen” en de noordelijke plas is het recreatiegebied Bronsbergenmeer. Provincie Gelderland is bevoegd gezag. Waterschap Rijn en IJssel controleert de zwemwaterkwaliteit gedurende het badseizoen dat loopt van 1 mei tot 1 oktober. Waterschap Rijn en IJssel meet de zwemwaterkwaliteit conform de zwemwaterrichtlijn. Dit betekent dat de locatie minimaal iedere vier weken wordt bemonsterd bij een goede of uitstekende zwemwaterkwaliteit, en minimaal iedere twee weken bij een slechte of aanvaardbare zwemwaterkwaliteit. Overig water binnen de gemeentegrenzen betreft derhalve geen officieel zwemwater. Het is niet verboden om te recreëren in of om het water of om pootje te baden of te zwemmen, dit is echter op eigen risico en de kwaliteit van het water wordt niet actief gemonitord. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er na een flinke zomerbui ongezuiverd (verdund) rioolwater in oppervlaktewater terecht is gekomen, waardoor de kwaliteit van het water (tijdelijk) slecht is en een risico kan vormen voor de volksgezondheid.

3.4.3

Drinkwater

Door groeiende vraag naar water en klimaatverandering wordt de druk op de drinkwatervoorraad steeds groter. Daarom wil de gemeente Zutphen inzetten op het besparen van drinkwater met als ambitie de watervraag niet verder te laten stijgen en zo mogelijk te verlagen. Dit willen we bereiken door hergebruik van grijs water aan te moedigen. Dit doen we door inwoners voor te lichten over dit groeiende probleem en hergebruik te stimuleren. Hieraan zal aandacht geschonken worden in de uitgangspuntennotitie/ het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie, zoals het stimuleren van het plaatsen van regentonnen (voor hergebruik regenwater). We koppelen verhard oppervlak af en infiltreren het water lokaal. Dit draagt bij aan het aanvullen van de grondwatervoorraad en het reduceren van drinkwaterverbruik (door sproeien). In de gemeente Zutphen is geen grondwaterbeschermings- en / of intrekgebied gelegen. Zutphen streeft een goede (grond)waterkwaliteit na, door potentiële vervuilingsrisico’s te mitigeren en de aanwezige (riolerings)voorzieningen dienen in goede staat te verkeren (good housekeeping, zie ook hoofdstuk 4.2). Zutphen heeft geen specifiek beleid ten aanzien van grondwaterkwaliteit ten behoeve van drinkwater.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

33

Open

4

Van ambitie naar doelen: programma water en riolering

4.1

Ambitie

De Omgevingsvisie Zutphen 2040, de Lokale Klimaatadaptatie Strategie gemeente Zutphen en de Visie Achterhoek+ hebben, zoals in hoofdstuk 2 weergegeven, geleid tot de visie voor het Watertakenplan: “Zutphen wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving en een toekomstbestendige waterketen.” Uit bovenstaande visie zijn drie ambities voor dit Watertakenplan gedestilleerd. De gemeente Zutphen: 1. zorgt door afvoeren van (huishoudelijk) afvalwater voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door inzicht in de kwaliteit van het rioolstelsel (basis op orde) te hebben, toekomstgericht te werken, en rekening te houden met een veranderend klimaat, wordt voorkomen dat de volksgezondheid en veiligheid nu en in de toekomst in gevaar komt. Doelmatigheid is een belangrijk criterium bij investeringsbeslissingen. 2. beperkt maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden. Wij willen dat onze inwoners niet alleen nu, maar ook in de toekomst leven in een fijne, veilige en gezonde straat en omgeving; we richten de openbare ruimte daarom klimaatbestendig in. Groenblauwe longen en structuren hebben daartoe een belangrijke functie.

In plannen voor de leefomgeving 11 nemen we waar mogelijk aspecten mee als: het vasthouden, infiltreren en bergen van water, het zichtbaar houden van oppervlaktewater (ruimtelijke kwaliteit) en het verkoelende effect van stromend water (hittestress). We maken ons daarmee weerbaar(der) tegen watertekorten. Bij het klimaatbestendig inrichten wordt de volgende voorkeursvolgorde (trits) voor het omgaan met hemelwater gehanteerd: ‘vasthouden, bergen en dan pas afvoeren’. Figuur 9: Voorkeursvolgorde voor omgaan met hemelwater.

3. betrekt haar inwoners bij (de uitvoering van) het beleid van de gemeentelijke watertaken. We willen dat onze inwoners en ondernemers/ het bedrijfsleven betrokken zijn en actief participeren. We zetten daarvoor in op communicatie, participatie en enthousiasmering (onder andere door subsidiëring) om bewustwording rondom het thema (afval)water te creëren en te vergroten. Dit resulteert in de volgende drie doelen: - Doelmatig beheer van de waterketen en het watersysteem, hoofdstuk 4.2; - Klimaatadaptatief Zutphen in 2050, hoofdstuk 4.3; - Communicatie en participatie (betrokken en actief), hoofdstuk 4.4. In dit hoofdstuk komen de gemeentelijke ambitie en het beleid ten aanzien van de watertaken (hoofdstuk 3) samen. De onderzoeken, maatregelen en investeringen die nodig zijn om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen en de ambities en doelen te bereiken, zijn opgenomen in dit Watertakenplan. 11

Waarbij opgemerkt wordt dat financiering vanuit de rioolheffing alleen toegestaan is indien deze één of meerdere gemeentelijke watertaken (zorgplichten) dienen

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

34

Open

4.2

Doel: Doelmatig beheer van de waterketen en het watersysteem

We beheren onze assets doelmatig om de volksgezondheid te beschermen, de kwaliteit en effectiviteit van de diverse stelselonderdelen te waarborgen en de milieubelasting tot een minimum te beperken (door vuiluitworp naar boden, grond- en oppervlaktewater te voorkomen).

4.2.1

Beschermen van de volksgezondheid

In het belang van de volksgezondheid en het milieu dienen alle percelen binnen het gemeentelijk gebied van waaruit afvalwater vrijkomt voorzien te zijn van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waarbij lokale behandeling doelmatiger is. Het primaire doel van riolering is het beschermen van de volksgezondheid (beperken van infectieziekten); de kans dat mensen in aanraking komen met afvalwater moet tot een minimum beperkt worden. Dit wordt mede bereikt door panden aan te sluiten op de riolering, het rioleringsstelsel gedegen te beheren en onderhouden, adequate vervangingen uit te voeren en de gebruikers voor te lichten over risico’s en potentiële gevaren (zie ook hoofdstuk 3.4.1). Voor nieuwbouw geldt dat het afvalwater geloosd wordt op een rioleringssysteem, tenzij de initiatiefnemer aantoont dat er bij het alternatieve systemen sprake is van ‘eenzelfde graad van bescherming van het milieu’ (zie hoofdstuk 3.1). Hiermee staat de gemeente Zutphen toe dat er onder voorwaarden alternatieve sanitatie systemen toegepast worden. Uitgangspunt blijft daarbij de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Voor een nieuwe aansluiting op het gemengd en gescheiden rioleringsstelsel worden door de gemeente kosten in rekening gebracht. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen bedrijven en particulieren.

Een rioolaansluiting kan aangevraagd worden bij de gemeente (meer informatie is te vinden op de website van de gemeente12). Wat zijn de waterketen en het watersysteem? Watersysteem: Een watersysteem is een samenhangend geheel van oppervlaktewater en grondwater, inclusief de waterbodems, oevers, en kunstwerken zoals dammen en sluizen. Het omvat ook de levende organismen die in deze waterlichamen leven. Dit systeem wordt gebruikt voor verschillende maatschappelijke functies zoals drinkwater, recreatie, visserij, en transport. Waterketen: De waterketen omvat alle stappen van waterbeheer, van de productie van drinkwater tot de zuivering van afvalwater. Het proces begint bij de winning van water uit bronnen zoals rivieren, meren of grondwater. Vervolgens wordt dit water gezuiverd en gedistribueerd naar huishoudens, bedrijven en instellingen voor gebruik. Na gebruik wordt het afvalwater via het rioolstelsel verzameld en getransporteerd naar waterzuiveringsinstallaties. Hier wordt het water gezuiverd voordat het terug in de natuur wordt geloosd. Afvalwaterketen: De afvalwaterketen omvat alle stappen die nodig zijn om afvalwater te beheren, van het moment dat het wordt geproduceerd tot het moment dat het gezuiverd en terug in de natuur wordt geloosd.

12

https://zutphen.nl/water-in-en-om-het-huis/riolering/nieuwe-rioolaansluiting-op-bestaande-riolering

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

35

Open

4.2.2

Kwaliteit waarborgen - effectief beheer

Omwille van de volksgezondheid en het milieu dienen de aanwezige rioleringsvoorzieningen in goede staat te verkeren. We streven naar het zoveel mogelijk beperken van gezondheidsrisico’s. In het geval van de waterketen, betekent dit het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. We willen dat ons rioleringssysteem, met alle bijbehorende voorzieningen, werkt en in goede staat verkeert. We voorkomen daarmee dat er afvalwater in het milieu terechtkomt als gevolg van lekkages. Zo worden risico’s op oppervlaktewatervervuiling, bodemverontreiniging en grondwatervervuiling verkleind. Inwoners en bezoekers van onze gemeente mogen niet in contact komen met ongezuiverd afvalwater als gevolg van disfunctioneren van het systeem. Wij voeren het afvalwater daarom af naar de overnamepunten van de waterschappen. Een rioolstelsel bestaat niet alleen uit buizen waar het afvalwater doorheen stroomt. Een rioleringsstelstel bestaat ook nog uit onder andere: • grotere gemalen om het water op te pompen, zodat het weer verder kan stromen; • minigemalen, die onderdeel zijn van de mechanische riolering in het buitengebied; • IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater), op plekken waar riolering aanleggen niet haalbaar is; • Kolken en lijngoten, die het wegwater opvangen; • wadi’s, waarin het afstromende regenwater opgevangen wordt om te infiltreren; • Inspectieputten.

Al deze onderdelen van het stelsel moeten ook onderhouden Figuur 10: Kolken zuigen. worden om het functioneren van het gehele systeem te kunnen blijven waarborgen. Onze buitendienst pakt zelf de eerste lijn storingen op van de gemalen. Voor reiniging en specifieke en specialistische werkzaamheden schakelen wij een aannemer in. De minigemalen worden beheerd en onderhouden door een aannemer. Het handmatig reinigen van kolken doet onze eigen buitendienst, dat geldt ook voor het onderhouden van de wadi’s. Bij de IBA’s vindt tweemaal per jaar een optische schouw en inspectie plaats door een gecontracteerde aannemer. Van de controle wordt een rapportage opgesteld. Van de elf IBA’s binnen onze gemeente lozen er negen in de bodem (hiervoor zijn wij als gemeente bevoegd gezag), loost er één op oppervlaktewater (waterschap Rijn en IJssel is bevoegd gezag) en loost er één op rijkswater (Rijkswaterstaat bevoegd gezag). Vrijverval riolering Om binnen de bebouwde kom het risico op waterhinder en -overlast te reduceren, dient de instroming in riolen van hemelwater afkomstig van straten en wegen via kolken en goten ongehinderd plaats te vinden. Hiertoe wordt periodiek onderhoud uitgevoerd aan de kolken (kolkenzuigen), lijngoten en straten en goten (vegen, borstelen).

Aangezien de eerste aanleg van de riolering niet gelijkmatig verdeeld is over de jaren, zullen pieken in de vervangings-perioden optreden. De kwaliteit van de riolering is in beeld gebracht middels camera inspectie. Gebreken in de riolering zijn bekend en maatregelen worden getroffen. Een beperkt deel van de riolen moet op korte termijn vervangen of gerepareerd te worden. De gemeente kiest er uit doelmatigheidsoogpunt voor om riolering alleen autonoom te vervangen wanneer de volksgezondheid, grondwaterkwaliteit of verkeersveiligheid in het geding komen. Minder urgente rioolvervangingen vinden plaats in combinatie met

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

36

Open

andere ingrepen in de openbare ruimte (wegreconstructie, renovatie, energietransitie en/ of klimaatadaptieve wijkgerichte aanpak, waaronder de aanleg van gescheiden rioolstelsels). Om inzicht in de kwaliteit van de riolering te hebben voeren we inspecties uit. Dat gaat als volgt in zijn werk: het riool wordt eerst gereinigd. Daarna rijdt er een camera door de rioolbuis en worden bijzonderheden gerapporteerd (geclassificeerd). Dat gebeurt volgens een standaardmethode, waardoor het voor de rioolbeheerder van de gemeente duidelijk is of, en zo ja wat, er gerepareerd of vervangen moet worden. Een rioleringsbuis wordt gemiddeld eens in de 10 jaar gereinigd en geïnspecteerd. Op de korte termijn (planperiode) worden, naast relining, rioolvervangingen uitgevoerd in de Componistenbuurt, de Thorbeckesingel, de Burgemeester de Millylaan en Brakelaan Figuur 11: Rioolinspectie. (Warnsveld), Breegraven en worden aanpassingen aan het rioolsysteem van de Zuidwijken gedaan. Daarnaast wordt het Berkelriool vervangen of gerelined. Met het oog op de middellange en lange termijn (werk met werk maken en anticiperen op eventuele investeringspieken) wordt gebruik gemaakt van de rioolinspectiegegevens in combinatie met de ouderdom. Uit de restlevensduurberekening voor de lange termijn wordt verwacht dat de volgende investeringsbedragen voor rioolvervanging benodigd zijn:

Figuur 12: Restlevensduurberekening - rioolvervanging in blokken van 5 jaar (prijspeil juli 2024), uitgaande van 100% vervanging, bron rioolbeheersysteem gemeente Zutphen.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

37

Open

Mechanische riolering Pomp- en gemaalstoringen dienen adequaat verholpen te worden om verontreiniging van oppervlaktewater, bodem en/of grondwater te voorkomen. In het Operationeel programma gemalenbeheer zijn de investeringen voor alle pompen, gemalen, leidingen en overige onderdelen van de mechanische riolering op kosten gezet voor de jaren tot en met 2035. De komende jaren wordt met name ingezet op de elektromechanische vervanging van gemalen en pompunits; de hieraan gerelateerde investeringen bedragen in totaal ruim € 776.000 in de periode 2026-2030. Deze kosten zijn afkomstig uit het Operationeel programma gemalenbeheer en niet geïndexeerd. Gezien de technische levensduur zullen vanaf 2035 naar verwachting bouwkundige vervangingen van gemalen plaatsvinden; uitgegaan wordt van één gemaal per jaar. De kosten zijn geïndexeerd naar prijspeil oktober 2024. Een (beperkt) deel van de drukriolering en persleidingen zal theoretisch vanaf 2032 vervangen moeten worden. We houden in het kostendekkingsplan rekening met de bijbehorende (geïndexeerde) investeringen, ondanks dat er op dit moment nog geen concrete projecten/ locaties bekend zijn waar vervanging op korte termijn noodzakelijk is. Het operationele programma is opgenomen als bijlage 5-1.

4.2.3

Voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater

Doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt Het ingezamelde rioolwater dient naar een geschikt lozingspunt getransporteerd te worden. Bij een gemengd en afvalwaterrioolstelsel (vrijverval en drukriool) betreft dat het overnamepunt van het waterschap, veelal het hoofdgemaal. De afstroming moet gewaarborgd zijn en de verblijftijd van het afvalwater in het riool moet beperkt blijven om aanrotting, vervuiling, schade en stankoverlast te voorkomen. Periodiek worden rioolinspecties uitgevoerd om eventuele knelpunten op te sporen en te verhelpen. De gemeente Zutphen bestaat uit twee kernen en buitengebied. Het afvalwater het grootste deel van Zutphen en Warnsveld wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Zutphen van waterschap Rijn en IJssel afgevoerd. De RWZI in Zutphen faciliteert ook de zuivering van afvalwater uit de gemeente Lochem en bedrijvenpark A1 in Deventer. Wijk De Hoven ligt ten westen van de IJssel en ligt daardoor in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe. Het afvalwater van De Hoven wordt gezuiverd in de RWZI Brummen. Bebouwing in het buitengebied van de gemeente Zutphen is door middel van persleidingen aangesloten op het vrijvervalstelsel in Zutphen, Warnsveld of De Hoven.

Voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater Om grondwater- en oppervlaktewater- en bodemverontreiniging te voorkomen dienen riolen in voldoende mate waterdicht te zijn. De waterdichtheid wordt onderzocht tijdens rioolinspecties. Eventuele maatregelen om de waterdichtheid te waarborgen of te herstellen volgen uit de beoordeling van de inspecties en worden meegenomen in de afweging van ingrepen. Daarnaast is het doel om, indien mogelijk en doelmatig, te voorkomen dat schoon hemelwater naar de RWZI afgevoerd wordt. Door het hemelwater terug in het milieu te brengen wordt onnodige zuivering voorkomen en verdroging tegengegaan. Hemelwater is in principe schoon genoeg om direct op stedelijk oppervlaktewater te lozen. Indien daar aanleiding toe is zal overleg plaatsvinden tussen gemeente en waterschap om te bepalen of het afstromende hemelwater van voldoende kwaliteit is om zonder bodempassage te lozen.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

38

Open

Het verwerken van overtollig regenwater door particulieren op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd middels voorlichting (communicatie), enthousiasmering en subsidiëring. Bij nieuwbouw geldt een verplichting voor hemelwaterberging op eigen perceel, zie hoofdstuk 3.2. Het overstorten van rioolwater uit afvalwater- of gemengde rioolstelsels op oppervlaktewater willen we zo veel mogelijk beperken. Dit doen we door bij nieuwbouw gescheiden te rioleren en door het hemelwater van percelen af te koppelen van riolering. In bijlage 4-1 zijn de locaties en kenmerken van de overstorten in de gemeente Zutphen opgenomen. De verdere uitwerking is opgenomen in het Integraal Basis Klimaatplan 2022. Waterkwaliteit van het oppervlaktewatersysteem De waterkwaliteit in het oppervlaktewatersysteem is de verantwoordelijkheid van het waterschap. Echter hebben gemeentelijke activiteiten gevolgen voor het watersysteem. De gemeente wil en kan daarom bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het watersysteem. De waterschappen en de gemeente werken samen met de waterpartners om hier gezamenlijk maatregelen voor te treffen. Dit sluit aan bij de Koers Stad en Dorp en de afvalwaterketenaanpak (zie hoofdstuk 2.1.1.2 en 3.1.1 en bijlage 2-3).

Doelmatigheidsafweging Omwille van de volksgezondheid, een doelmatige werking van ons systeem (nu en in de toekomst) en het milieu willen wij de vuiluitworp verder reduceren. Om ongewenste emissies naar bodem- grond en oppervlaktewater te voorkomen en een robuust systeem te krijgen, wordt ook de komende planperiode ingezet op de realisatie van gescheiden stelsels en afkoppeling van hemelwater. Hiermee wordt vervuiling door overstortingen op oppervlaktewater verder beperkt. Voor de doelmatigheidsafweging maken wij gebruik van een aandachtspuntentabel (zie bijlage 3-2) die gebaseerd is op een bredere afweging dan enkel de riolering. Na het doorlopen van de tabel kan onderbouwd een keuze worden gemaakt of de riolering gerelined of gerepareerd wordt, dan wel dat deze vervangen wordt waarbij tevens afkoppeling van verhard oppervlak plaatsvindt, dan wel andere ingrepen in de openbare ruimte plaatsvinden om de omgeving klimaatbestendiger te maken. Middels deze aandachtspuntentabel trachten wij bij iedere ingreep in de openbare ruimte de resultaten van zowel het hydraulisch functioneren van de riolering, het IBKP en de klimaatstresstesten mee te nemen in de afweging. Niet alleen ten aanzien van wateroverlast, maar ook op het gebied van hittestress, droogte, doorstroming en kwaliteit van het oppervlaktewater. Wij hanteren hiervoor de resultaten uit het IBKP (zie bijlage 2-1).

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

39

Open

4.3

Doel: Klimaatadaptatief Zutphen in 2050

In het DPRA is de ambitie vastgelegd om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Daarmee is een overgang ingezet, die in 2050 voltooid moet zijn. Zutphen heeft in dit kader onder andere de Lokale Klimaatadaptatie Strategie opgesteld, waarin zij laat zien hoe zij wil anticiperen op het veranderende klimaat en uitvoering (gaat) geven aan de ambities uit het DPRA vanuit haar hemelwatertaak, zie hoofdstuk 3.2. Tevens wil zij invulling geven aan de landelijke maatlat (bijlage 2-2): In 2023 is de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. De maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat er onder klimaatadaptief bouwen en inrichten wordt verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Met deze maatlat wordt het voor gemeenten, vastgoedeigenaren en de bouwsector duidelijk wat nodig is voor klimaatbestendige nieuwbouwontwikkelingen.

De maatlat zal juridisch geborgd worden via een instructieregel in het [landelijke] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of de meer specifieke regelgeving in het [landelijke] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Gezien de (omvang van de) bouwopgave, de urgentie van extremer weer door klimaatverandering en de wens om daarin geen kansen te missen, zal Zutphen niet afwachten tot de maatlat juridisch is geborgd maar actief aan de slag gaan om de maatlat in de praktijk toe passen en te borgen. In bestaand gebied geldt dat de maatlat als inspanningsverplichting geldt, en geen resultaatverplichting. Meer informatie over de Maatlat: Landelijke maatlat (overheid.nl).

Maatregelen bekostigen vanuit de rioolheffing De rioolheffing is een bestemmingsheffing. Dit houdt in dat er voor deze belasting een specifiek doel is: het bekostigen van de gemeentelijke watertaken (Gemeentewet Artikel 228a). Er zijn drie typen kosten te onderscheiden: Directe kosten: kosten voor activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van haar watertaken, zoals kosten voor de aanleg en het onderhoud van riool. Deelkosten: kosten die de gemeente deels maakt voor de watertaken en deels voor een ander doeleinde, zoals straatvegen en onderhoud van bermsloten. Hierbij moet de activiteit meer dan slechts zijdelings (meer dan 10%) met de zorgplichten te maken hebben. Overhead: kosten die geen rechtstreeks verband hebben met de watertaken, maar randvoorwaardelijk zijn om deze naar behoren uit te kunnen voeren. Voorbeelden hiervan zijn huisvesting en financiële administratie van de gemeente. Kosten die niet onder één van deze categorieën vallen mogen dus niet uit de rioolheffing betaald worden.

Het uitgangspunt bij de verdeling van kosten die deels ten behoeve van de gemeentelijke watertaken zijn is: ‘Gemeenten mogen het aandeel in de kosten doorberekenen dat redelijkerwijs aan het nakomen van de zorgplichten (watertaken) kan worden toegerekend.’ In de praktijk betekent dit dat klimaatadaptieve maatregelen die de gemeente primair treft in het kader van haar gemeentelijke watertaken bekostigd worden uit de rioolheffing. Ook wanneer er andere gunstige mede-effecten optreden, zoals positieve effecten op het reduceren van hitte-stress en het stimuleren van meer groen. Maatregelen die primair vanuit andere disciplines geïnitieerd worden, worden niet vanuit de rioolheffing bekostigd. Aantoonbare effecten voor de watertaken en/ of bijdragen in integrale projecten worden (onderbouwd) kunnen wél bekostigd worden uit de rioolheffing. Deze onderbouwing wordt ook gehanteerd voor de bekostiging van maatregelen uit het op te stellen uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie waarvoor jaarlijks een bedrag van € 100.000 wordt gereserveerd (investering)

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

40

Open

4.3.1

Wateroverlast

Bij extreme neerslag is er risico op wateroverlast. Om dit risico te beperken is het noodzakelijk dat het rioolstelsel aan de gestelde norm voldoet. Om inzicht te krijgen in het hydraulisch functioneren en de knelpunten van het bestaande rioolstelsel binnen de gemeente is het Ingegraal Basis Klimaatplan (IBKP) Zutphen opgesteld. Op basis hiervan kan het rioolstelsel effectief verbeterd worden om in de kwetsbare gebieden de kans op wateroverlast te verminderen. Integraal Basis Klimaatplan (IBKP) In het IBKP Zutphen is het hydraulisch functioneren van het bestaande rioolstelsel getoetst. Een (theoretisch) hydraulisch knelpunt in de riolering uit zich doordat er bij een normatieve bui 13 water uit de riolering treedt en op straat staat. Uit de berekeningen van het hydraulisch functioneren volgt dat er bij een normatieve bui op een beperkt aantal locaties theoretisch water op straat voorkomt. De theoretische locaties met wateroverlast zijn getoetst aan de praktijkervaringen van de afgelopen jaren. Voor deze locaties is geconcludeerd dat deze in de praktijk niet aangeduid worden als risicolocatie. Het is op dit moment dan ok niet doelmatig maatregelen te treffen op deze locaties. Wel worden deze locaties de komende jaren in de gaten gehouden.

Stresstesten In het kader van het IBKP is van de gemeente Zutphen een integraal model opgesteld, waarmee de stromingsprocessen over maaiveld, door de riolering en het oppervlaktewater is berekend. Met dit model is berekend waar in de stad knelpunten optreden als gevolg van extreme buien (zie Klimaatatlas Zutphen). Het klimaatmodel laat de effecten van wateroverlast bij hevige neerslag duidelijk zien. Een klimaatbui met een herhalingstijd van eens per 100 jaar leidt niet direct tot grote knelpunten. Bij een dergelijke bui zullen in de huidige situatie een aantal potentiële kwetsbaarheden ontstaan. Per knelpunt is gecontroleerd of deze in de praktijk herkend wordt en heeft een prioritering plaatsgevonden. In totaal zijn er 10 knelpunten aangewezen, waarvan Breegraven en het Waterkwartier met hoge prioriteit; op deze locaties worden in 2025 maatregelen getroffen de kans op wateroverlast te reduceren. Voor De Hoven Noord worden voor het knelpunt De Holskole maatregelen nader uitgewerkt en is de uitvoering voorzien in de planperiode van dit Watertakenplan. Bij extreme neerslag kan de riolering niet al het water direct afvoeren en is water op straat onvermijdelijk. De mate van water op straat in Zutphen die berekend wordt bij een klimaatbui van 70 mm in één uur leidt niet direct tot grote schade.

Bij een dergelijke bui zal in de huidige situatie een aantal potentiële kwetsbaarheden ontstaan, zoals de beperkte begaanbaarheid van meerdere wegen, maar deze worden niet in alle gevallen door de gemeente als urgent knelpunt benoemd en/ of ervaren. In het Waterkwartier en Breegraven zijn wel knelpunten voor wateroverlast geconstateerd; deze locaties hebben een hoge prioriteit gekregen om op korte termijn maatregelen te treffen. Voorbereiding en uitvoering zijn voor beide locaties voorzien in deze planperiode. We continueren de ingeslagen weg ten aanzien van afkoppeling van verhard oppervlak in stedelijk gebied, mits doelmatig. Afkoppeling en ontharden van terreinen leidt naast het reduceren van de kans op wateroverlast ook tot meer infiltratie (tegengaan droogte) en meer groen in de leefomgeving. Hiervoor rekenen we bij rioolvervanging met een opslagfactor van ruim 37,5% ten behoeve van de meerkosten voor de aanleg van een gescheiden stelsel met bijbehorende afkoppeling en (klimaatadaptieve) voorzieningen14. 13

Bui08 uit Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Locaties waar langer dan 5 minuten water op straat optreedt zijn in het BRP aangeduid als (theoretisch) potentieel knelpunt. 14 Voor een onderbouwing zie bijlage 5-1: Meerkosten aanleg gescheiden stelsel en bijbehorende (klimaatadaptieve) voorzieningen

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

41

Open

Daarnaast is er een investeringsbudget van € 100.000 per jaar beschikbaar voor (overige) DPRA maatregelen. Tevens continueren we onze afkoppelsubsidie (€ 30.000 per jaar). Bij nieuwbouw worden hemel- en vuilwater stromen bij de kern gescheiden en wordt geen hemelwater op het vuilwater geloosd. Daarbij is er aandacht voor het principe “niet afwentelen” (Water en Bodem Sturend) en de kwantitatieve en kwalitatieve tritsen: ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ en ‘schoonhouden – scheiden – zuiveren’. Daarnaast gelden er (bergings)eisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zie bijlage 3-2). Om het watersysteem klimaatbestendig te maken is veel berging nodig. Bij nieuwbouw wordt geen of slechts in beperkte mate hemelwater geaccepteerd door de gemeente; hiervoor is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Dit wordt nader gespecificeerd en vastgelegd in het omgevingsplan. Bij grotere ontwikkelingen wordt de ‘weging van het waterbelang’ doorlopen.

4.3.2

Droogte

Door klimaatverandering zullen er in Nederland vaker en langer periodes van droogte zijn. Als gevolg zakt het grondwaterpeil en kan de bodem minder goed water opnemen. Dit vergroot het risico op wateroverlast. Ook is er een grotere kans op brand, het droogvallen van waterpartijen en brengt langdurige droogte de agrarische sector in de problemen. In het stedelijk gebied van de gemeente Zutphen kan droogte leiden tot bodemdaling, paalrot, scheurvorming in gebouwen. Als gemeente Figuur 13: Laag water door droogte in de Vispoorthaven. willen we hier op inspelen door de leefomgeving zo in te richten dat deze minder droogtegevoelig is. Waterkwantiteit In droge (zomer)perioden is het moeilijk om de waterstand in de watergangen in Zutphen te handhaven. Dit heeft vooral te maken met de sterke wegzijging van water in de watergangen aan de zuidzijde van Zutphen naar de IJssel. Deze wegzijging wordt veroorzaakt door lage waterstanden in de IJssel, die in de zomer en het begin van het najaar optreedt. De problemen zijn het grootst in de Zuidwijken en Revelhorst, omdat de aanvoer naar deze gebieden gering is. Rond de binnenstad is ook sprake van een sterke wegzijging, maar hier is de wateraanvoer in de regel voldoende om dit te compenseren.

15 De problemen met het handhaven van de waterstanden hebben daarnaast ook te maken met: • De gevoeligheid van het watersysteem voor droogte: het beschikbare water is lastig op de plek te krijgen waar het nodig is (praktijkervaringen uit de afgelopen jaren) en de beheer-inspanning om het water te krijgen daar waar het nodig is, is fors; • Het watersysteem kampt in de huidige situatie plaatselijk met slib en veel plantengroei, dit beperkt een goede aanvoer van water; • De huidige waterverdeling tussen stad en landelijk gebied is ingericht in een tijd met voldoende water, dit lijkt in de huidige en komende situatie van klimaatverandering en meer droogte niet meer te passen. • Bij extreme droogte is er geen garantie op de inlaat van water.

15

In het najaar van 2018 is in een situatie met lage waterstanden in de IJssel en zonder aanvoer de inzijging bepaald. Deze bedroeg ongeveer 400 l/s. De aanvoer is in droge perioden (ruim) 500 l/s waarvan het grootste deel via de Berkel naar de binnenstad stroomt en ca. 25% richting het zuidwesten. Voor het zuidwesten is dit dan onvoldoende om de verliezen door wegzijging te compenseren.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

42

Open

De IJssel versterkt het effect van droogte De IJssel heeft grote invloed op de grondwaterstanden binnen de gemeente Zutphen. De verwachting is dat de zomerwaterstanden in de IJssel en daarmee ook de grondwaterstanden jaarlijks meerdere centimeters gaan dalen. Wegzijging van grondwater richting de IJssel versterkt dit effect. Daarom zijn de gebieden langs de IJssel extra gevoelig voor droogte. In het centrum fluctueert de grondwaterstand veel en hebben een groot aantal panden oude funderingen die worden aangetast bij droogte. Ook op De Mars, in het Waterkwartier, in de Zuidwijken en in Leesten zijn droogtegevoelige locaties te vinden.

Om de gevolgen van droogte te beperken gaan we de bodem beter benutten als buffer. We richten de leefomgeving zo in dat we hemelwater zo veel mogelijk kunnen vasthouden en laten infiltreren waar het valt in plaats van het direct af te voeren. Om het infiltreren van hemelwater te optimaliseren verminderen we de hoeveelheid verharding in stedelijk gebied. We leggen meer groen aan en waar verharding nodig is kiezen we zo veel mogelijk voor doorlatende materialen. We verwijderen functioneel onnodige verharding en vervangen verharding bij parkeervakken voor doorlatende materialen. Groenstroken leggen we zo veel mogelijk verdiept aan. Hierdoor kan het water richting het groen stromen aan daar te kunnen infiltreren. We maken gebruik van infiltratie-transport-riool om zo hemelwater te laten infiltreren in de bodem. Deze maatregelen dragen ook bij aan het verminderen van wateroverlast. Verder stimuleren we de inwoners en bedrijven in de gemeente Zutphen om bewust en zuinig met water om te gaan tijdens droge periodes. Waterkwaliteit Droogte heeft ook impact op de waterkwaliteit. Doordat de hoeveelheid oppervlaktewater afneemt in droge periodes stijgt de concentratie verontreinigende stoffen. Daarnaast kan de verminderde waterstroom er toe leiden dat nutriënten en verontreiniging minder goed of niet afgevoerd worden.

Om de impact van droogte op waterkwaliteit te beperken wordt de waterkwaliteit in de gemeente gemonitord door het waterschap. Indien er knelpunten zijn voor waterkwaliteit worden deze in samenwerking tussen het waterschap en de gemeente verholpen.

4.3.3

Hitte

Het aantal tropische dagen met een temperatuur van ten minste 30 °C en het aantal tropische nachten met een temperatuur van minimaal 20 °C zullen naar verwachting toenemen. In de stedelijke omgeving wordt hitte vastgehouden, waardoor het gedurende een hittegolf nauwelijks afkoelt. Dit heeft negatieve gevolgen voor de volksgezondheid, kwaliteit van leven en natuur en milieu. In de gemeente Zutphen is er op een aantal plekken sprake van het effect van een hitte-eiland. Dit is met name het geval op de bedrijventerreinen De Mars, De Revelhorst en De Stoven, en het Centrum en het Waterkwartier. Hier kan de temperatuur tot 14 °C hoger zijn ten opzichte van het buitengebied. Om de hittestress in de gemeente Zutphen te beperken en verminderen zetten we in op het zoveel mogelijk vergroenen van het stedelijk gebied. We creëren ruimte voor groen en bomen en stimuleren inwoners en bedrijven om ook te vergroenen. Daarnaast richten we groen zo in dat het beter bestand is tegen hitte en leggen we waar mogelijk waterspeelvoorzieningen aan. We zorgen ervoor dat de waterkwaliteit van oppervlakte- en zwemwater, waterpleinen en fonteinen goed is om als verkoelende plekken te kunnen fungeren.

Om dit te realiseren hebben we in onze Lokale Klimaatadaptatie Strategie drie doelstellingen geformuleerd: • Maximaal 300 meter afstand tot een koele plek; • In iedere buurt minimaal 30% groen; • 40% schaduw: voldoende schaduw op veelgebruikte loop- en fietsroutes.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

43

Open

Naast ruimtelijke ingrepen willen we de gevolgen van hitte beperken door te sturen op hittebestendige infrastructuur. Bij nieuwbouw kan er rekening gehouden met het creëren van schaduwplekken. Bij bestaande bouw stimuleren inwoners en bedrijven om zonwering, isolatie en ventilatiemogelijkheden te plaatsen. Expliciete hitte-maatregelen worden niet bekostigd vanuit de rioolheffing, aangezien deze niet worden uitgevoerd in het kader van de gemeentelijke watertaken. Maatregelen die geïnitieerd worden vanuit een van de watertaken en daarnaast een positief effect hebben op het voorkomen of reduceren van hittestress kunnen wél uit de rioolheffing bekostigd worden; er is sprake van een ‘neveneffect’ c.q. ‘meeliften’. Lokaal Hitteplan Tijdens hittegolven treedt het Lokaal Hitteplan van de gemeente Zutphen in werking. In het hitteplan staan tips en maatregelen over hoe inwoners en bedrijven om kunnen gaan met hitte. Hierin staat bijvoorbeeld uitgelegd welke voorbereidingen inwoners kunnen treffen, hoe inwoners zich koel kunnen houden en welke maatregelen er aan woningen getroffen kunnen worden.

4.4

Doel: Communicatie en participatie (betrokken en actief)

Zoals reeds beschreven in dit plan, is anticiperen op klimaatverandering een gezamenlijke opgave waarin eenieder zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Dat gaat niet vanzelf; de gemeente ziet voor haarzelf een taak weggelegd om haar inwoners en het bedrijfsleven daarover te informeren. Dat doet de gemeente middels enthousiasmeren (communiceren), stimuleren en subsidiëren. Doel is: betrokken en actieve mensen in de gemeente Zutphen die zich bewust zijn van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving en die kennis hebben van welke maatregelen zij zelf kunnen treffen om de risico’s te beperken (steentje bijdragen), zoals het afkoppelen van hemelwater op eigen terrein. De op dit moment lopende subsidieregeling betreft die voor het afkoppelen van de regenpijp van het gemengde riool en de aanleg van groene daken (meer informatie is te vinden op de website van de gemeente16). Uit de in het voorjaar van 2025 uitgevoerde online enquête (met 120 respondenten) bleek dat de bekendheid van de bestaande subsidieregeling verbeterd kan worden: meer dan 70% van de deelnemers was niet op de hoogte van de beschikbare subsidie voor het afkoppelen van hemelwater, terwijl de meerderheid van de respondenten (55%) wel geïnteresseerd is om hier gebruik van te maken. We zetten de komende tijd in op actievere en meer gerichte communicatie.

Van de respondenten is de bereidheid groot om maatregel te treffen om wateroverlast tegen te gaan. Meer dan 70% geeft aan dit al gedaan te hebben en/ of van plan te zijn dit te gaan doen. Dit toont aan dat de bereidheid tot participatie relatief groot is, ondanks dat het merendeel (bijna drie kwart) van de respondenten op het woonadres of in de straat niet te maken heeft gehad met wateroverlast. Voor een grafische weergave van de resultaten van de enquête wordt verwezen naar bijlage 4-2. Groenpunt Zutphen In samenwerking met stichting De Werkmakers heeft de gemeente Zutphen de website Groenpunt Zutphen opgezet. Deze website biedt inspiratie aan de inwoners van Zutphen over het vergroenen van de buurt. Hier is informatie te vinden over initiatieven zoals de aanleg van parken, een buurtbongerd (boomgaard) en bijentuin en een natuurspeelplaats. Tevens bestaat de mogelijkheid om een afspraak te maken met een regenwatercoach. Inwoners kunnen gratis advies op maat krijgen over hoe om te gaan met het hemelwater in hun tuin. 16

https://zutphen.nl/subsidies-en-leningen/subsidie-afkoppelen-regenwater

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

44

Open

Klimaattuinen

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

45

Open

Om Zutphen te beschermen tegen hitte en droogte is de gemeente samen met De Werkmakers, Zutphen Energie en Waterschap Rijn en IJssel het project Klimaattuin gestart. Bij dit initiatief worden inwoners gestimuleerd en geadviseerd over het vergroenen van hun tuin. In een klimaattuin wordt zoveel mogelijk regenwater opgevangen in de grond, in een regenton, vijver, bezinkplek of moerasje. De bestrating wordt uit de tuin gehaald en wordt vervangen door planten.

4.4.1

Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven bij werkzaamheden

Om overlast van werkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen, besteedt de gemeente veel aandacht aan goede communicatie richting haar inwoners. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig betrokken en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan met betrekking tot bereikbaarheid en bedrijfsvoering. Tevens wordt rioolvervanging zoveel mogelijk afgestemd met wegwerkzaamheden. Hiermee wordt de overlast voor omwonenden beperkt. Overlast van werkzaamheden kan ook gereduceerd worden wanneer riolering gerelined wordt in plaats van vervangen. De gemeente Zutphen maakt bij ieder project deze doelmatigheidsafweging. Naast kosten, spelen aspecten als klimaatadaptatie, de staat van de verharding, bovengrondse inrichting (toegankelijkheid, wegafsluitingen), ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en uiteraard het type ingrijpmaatstaf van de riolering een rol.

4.4.2

Afkoppelbeleid gemeente We stimuleren onze inwoners om bestaand verhard oppervlak af te koppelen van de gemengde riolering. De gemeente geeft een subsidie voor de afkoppeling van dakoppervlak en aanleg van groene daken (zie website van de gemeente). Hiervoor stellen we € 30.000 per jaar beschikbaar. Daarnaast willen wij voorkomen dat bewoners de tuinen (volledig) gaan verharden. Onze insteek is om dit te bewerkstelligen middels communicatie, voorlichting en het vergroten van bewustwording. Zelf koppelen wij als gemeente ook af; daken van openbare gebouwen waar kansen zich voordoen en overige openbare verharding bij reconstructies en andere ingrepen in de openbare ruimte. De insteek is tweeledig: enerzijds de realisatie van een gescheiden stelsel bij rioolvervanging en anderzijds oppervlakkige afstroming van hemelwater naar groenzones, oppervlaktewater of andere (niet schade-gevoelige) locaties. Wij voeren hiervoor een doelmatigheidsafweging uit (zie hoofdstuk 4.2.3).

Minimale overlast voor de omgeving

De gemeente probeert niet alleen om haar inwoners zo goed mogelijk voor te lichten, ook wordt er dagelijks hard gewerkt om de ‘bedrijfszekerheid’ van de riolering te waarborgen en overlast voor de omgeving tot een minimum te beperken. Om dit te bewerkstelligen dienen storingen snel opgemerkt en adequaat verholpen te worden. Dit doet de buitendienst van de gemeente. De stabiliteit van de riolering dient eveneens gewaarborgd te zijn. De ingrijpmaatstaven met betrekking tot stabiliteit en waterdichtheid zijn aanleiding om met prioriteit maatregelen aan de riolering te treffen (zie bijlage 3-1 DoFeMaMe). Stankoverlast moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Hier wordt in de ontwerpfase reeds rekening mee gehouden (denk aan inprikpunten van drukriolering in het vrijverval riool). Mochten er meldingen over stank binnenkomen (bijvoorbeeld na een illegale lozing of bij een lange droge periode), dan wordt dat adequaat onderzocht en krijgt de melder een terugkoppeling.

18 november 2025

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

46

Open

4.5

Uitvoeringsprogramma water en riolering

Algemeen

2026

2027

2028

2029

Actualiseren Watertakenplan

2030 35.000

Type exploitatie (6722118)

Actualiseren Stresstesten

30.000

exploitatie (6722118)

Communicatie

(onderdeel van post voorlichting, bewustwording)

exploitatie (6722109)

Abonnementen en lidmaatschappen

46.300

46.300

46.300

46.300

46.300

Afvalwatertaak

2026

2027

2028

2029

2030

Rioolvervanging

350.000

Renovatie (relining)

3.550.00 0 160.000

IBKP knelpunten (onderzoek)

50.000

investering

Onvoorzien/calamiteiten/spoed

(de spaarvoorziening heeft een minimaal saldo van € 1,0 miljoen om bij calamiteiten adequaat te kunnen acteren)

investering

Reparaties

(onderdeel van dagelijks onderhoud)

exploitatie

Drukriolering en persleidingen

(vanaf 2032)

investering

Gemalen Bouwk. vervangingen

(vanaf 2034)

investering

Gemalen EM vervangingen

97.270

99.400

113.600

74.550

142.000

investering

Pompunits (minigemalen EM)

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

investering

Onderhoud IBA’s

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

exploitatie

Rioolinspectie en reiniging – 20 km/jr

159.000

159.000

159.000

159.000

159.000

exploitatie (6722107)

Inhuur rioolbeheerder (0,2 fte)

(onderdeel planvorming en advisering)

Regionale hoofdpost en gezamenlijk inhuur data analist

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

2026

2027

2028

2029

2030

Hemelwatertaak

150.000

3.900.000 150.000

150.000

exploitatie (6722109) Type investering

150.000

investering

exploitatie (6722118) exploitatie (6722109) 6722118) Type

Aanleg gescheiden stelsel en afkoppelen bij rioolvervanging

(onderdeel van rioolvervangingsinvesteringen planperiode)

investering

Afkoppeling lange termijn, 37,5% investering vrijverval riolering

(vanaf 2031)

investering

DPRA maatregelen (t/m 2050)

(onderdeel van € 100.000 per jaar voor DPRA investering)

investering

Afkoppelsubsidie particulieren

30.000

Voorlichting, bewustwording, planperiode

18 november 2025

30.000

30.000

30.000

30.000

exploitatie (6722117)

10.900

10.900

10.900

10.900

exploitatie (6722109)

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

47

Open

Grondwatertaak

2026

2027

2028

2029

2030

Grondwaterstandmonitoring: beheer grondwatermeetnet

X

X

X

X

X

Real time monitoring grondwaterstanden (divers)

X

X

X

X

X

Grondwaterstandsmetingen analyses en validatie

X

X

X

X

X

Type

exploitatie

Uitbreiden meetnet

P.M.

indien aanleiding

Voorlichting verantwoordelijkheid en ontwatering nieuwbouw

(onderdeel van post voorlichting, bewustwording)

exploitatie (6722109)

Watersysteem, oppervlaktewater

2026

2027

2028

2029

2030

Cyclisch onderh. gemeentelijk water

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Lang-cyclisch: planvorming baggeren

25.000

Duikers - planvorming Koers Stad en Dorp WRIJ planvorming en onderzoek: bijdrage actieprogramma

18 november 2025

50.000 25.000

50.000

50.000

BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001

50.000

50.000

Type

nieuwe exploitatiepost: Onderhoud gemeentelijk watersysteem

48

Open

5

Wat is daarvoor nodig?

In dit hoofdstuk worden de kosten van de rioleringszorg en de benodigde baten uit de rioolheffing behandeld. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt dat de rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn (de gemeente mag besluiten om een deel van de kosten uit andere middelen te financieren). Het is daarnaast toegestaan om voor toekomstige (riool)vervangingen of groot onderhoud een spaarvoorziening in het leven te roepen en voor deze toekomstige uitgaven te sparen. Een meer dan 100% kostendekkende rioolheffing is niet toegestaan. Aan de uitgavenzijde wordt onderscheid gemaakt in lopende kapitaallasten, nieuwe investeringen (vervanging en afkoppeling), exploitatielasten (personele inzet, onderzoek, plannen, beheer en onderhoud stelsel) en btw. Deze aspecten worden onderstaand behandeld. De inkomstenkant is de exponent van de uitgavenzijde. In hoofdstuk 5.7 wordt de heffing berekend die nodig is om een kostendekkend geheel te hebben en in de toekomst te houden. Om deze reden wordt een langere periode dan de looptijd van het Watertakenplan in ogenschouw genomen. Er kan geanticipeerd worden op een toekomstige stijging of daling van de lasten. Naast de financiën, moet ook de personele kant niet uit het oog verloren worden. In hoofdstuk 5.8 wordt de formatie voor riolerings- en stedelijk waterbeheer binnen de gemeente Zutphen nader belicht.

5.1

Algemeen

Investeringen in de riolering moeten op grond van de gemeentelijke financiële voorschriften worden geactiveerd. Activeren leidt tot kapitaallasten (rente en afschrijving). Indien de gemeente beschikt over een spaarvoorziening mógen investeringen direct worden afgeboekt in de balanssfeer (geactiveerde investering wordt versneld afgeschreven). Zutphen beschikt met ingang van 2021 over een spaarvoorziening. Het minimale saldo van deze voorziening bedraagt € 1,0 miljoen (zie kader). Investeringen worden jaarlijks in zijn geheel versneld afgeschreven, dan wel gedeeltelijk tot het minimale saldo van de voorziening bereikt is.17 Spaarvoorziening - het saldo van en de (toekomstige) dotaties aan de spaarvoorziening worden gebruikt om investeringen (deels) versneld af te boeken in de balanssfeer. Hiermee wordt het ontstaan van nieuwe kapitaallasten beperkt. Minder nieuwe leningen aangaan leidt tot lagere rentelasten. Tevens wordt de afhankelijkheid van de rentestand hiermee minder groot (boekwaarde geringer door deel investeringen direct af te boeken). Het saldo van de voorziening bedraagt aan het eind van ieder jaar minimaal € 1,0 miljoen om eventuele calamiteiten op te kunnen vangen.

Onderzoeken mogen slechts onder voorwaarden worden geactiveerd; in Zutphen worden onderzoeken gedekt vanuit de exploitatie. Jaarlijks is hiervoor een bedrag gereserveerd. Daarnaast worden reeds voorziene onderzoeken meegenomen in de meerjarenraming van de exploitatie (Planvorming en advisering riolering). Het saldo van de spaarvoorziening bedraagt begin 2025 ruim € 5.123.000. Dit saldo en toekomstige dotaties aan de voorziening worden grotendeels aangewend om investeringen af te boeken in de balanssfeer waardoor de toename van kapitaallasten afgevlakt wordt. Grotendeels omdat er altijd een minimaal saldo van € 1,0 miljoen gehanteerd wordt. Het saldo in de voorziening is geen overschot, maar is 17

Voorbeeld: stel de investeringen in een jaar bedragen € 2 miljoen. Het saldo in de voorziening is € 1,5 miljoen. In totaal wordt € 0,5 miljoen van de investering afgeboekt in de balanssfeer/ versneld afgeschreven (zodat het resterende saldo van de voorziening € 1,0 miljoen bedraagt, het minimale saldo) en wordt € 1,5 miljoen langjarig afgeschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=afc979d2-7432-443c-a9ab-c618b668b047