1205883 - Bijlage 1 - Hoofdrapport Ontwerp Watertakenplan Zutphen 2026-2030
Tekst van het document
HOOFDRAPPORT Watertakenplan Zutphen 2026-2030 Ontwerp Watertakenplan Zutphen Klant:
Gemeente Zutphen
Referentie:
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
Status:
Definitief/02
Datum:
18 november 2025
Open
HASKONING NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN Zwolle Netherlands Water & Maritime Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 65 00 E-mail: info@haskoning.com Website: www.haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Watertakenplan Zutphen 2026-2030 Ontwerp Watertakenplan Zutphen BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001 Definitief/02 18 november 2025 Watertakenplan Zutphen 2026-2030 BK5476 Ruben Bralts, Marco de Kraker
Opgesteld door:
Ruben Bralts, Marco de Kraker
Gecontroleerd door:
Marco de Kraker
Datum:
10 juli 2025
Goedgekeurd door:
Gemeente Zutphen
Datum:
18 november 2025
Classificatie:
Open
ii
Open
Inhoud Samenvatting
5
1
Kader
9
1.1
Planvorm
9
1.2
Stedelijk waterbeheer
9
1.3
Gemeentelijke watertaken
10
2
Wat willen we bereiken
11
2.1
Visie Watertakenplan
11
2.1.1 2.1.1.1
Omgevingsvisie Zutphen (waaronder Water en Bodem Sturend) Visie samenwerking water Achterhoek+
11 13
2.1.1.2
Koers Stad en Dorp
13
2.1.2 2.1.3 2.1.4
Aansluiten bij Global Goals Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Lokale Klimaatadaptatie Strategie gemeente Zutphen
15 16 17
2.2
Procedure en planning
17
3
Beleid gemeentelijke watertaken
19
3.1
Afvalwatertaak
20
3.1.1
Invulling afvalwatertaak
20
3.2
Hemelwatertaak
21
3.2.1
Invulling hemelwatertaak
21
3.3
Grondwatertaak
27
3.3.1
Invulling grondwatertaak
27
3.4
Oppervlaktewater en drinkwater
31
3.4.1 3.4.2 3.4.3
Oppervlaktewater Zwemwater Drinkwater
31 33 33
4
Van ambitie naar doelen: programma water en riolering
34
4.1
Ambitie
34
4.2
Doel: Doelmatig beheer van de waterketen en het watersysteem
35
4.2.1 4.2.2 4.2.3
Beschermen van de volksgezondheid Kwaliteit waarborgen - effectief beheer Voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater
35 36 38
4.3
Doel: Klimaatadaptatief Zutphen in 2050
40
4.3.1 4.3.2 4.3.3
Wateroverlast Droogte Hitte
41 42 43
4.4
Doel: Communicatie en participatie (betrokken en actief)
44
4.4.1 4.4.2
Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven bij werkzaamheden Minimale overlast voor de omgeving
46 46
4.5
Uitvoeringsprogramma water en riolering
47
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
iii
Open
5
Wat is daarvoor nodig?
49
5.1
Algemeen
49
5.2
Kapitaallasten en werking voorziening
50
5.3
Nieuwe investeringen planperiode
51
5.4
Exploitatielasten
52
5.5
BTW toerekening
53
5.6
Heffingseenheden
53
5.7
Maatstaf, opbouw en berekening kostendekkende rioolheffing
54
5.8
Personele capaciteit
56
Begrippenlijst
18 november 2025
57
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
iv
Open
Samenvatting Zutphen wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving en een toekomstbestendige waterketen. We doen dit doelmatig: tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten en daar waar het effect het grootst is. Meerjarige doorkijk Dit Watertakenplan beschrijft hoe we de aankomende jaren (2026-2030) invulling geven aan onze gemeentelijke watertaken, de bekostiging daarvan en hoe het plan bijdraagt aan onze ambities. We vervullen onze wettelijke taken voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast hebben we aandacht voor het beschermen van de kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater. We kunnen dat niet alleen; we doen het samen. Samen met onze inwoners en bedrijven en in afstemming met onze partners (waterschappen, provincie, regio en belangengroepen). We anticiperen op klimaatverandering. Onze inwoners moeten fijn kunnen (blijven) wonen, werken en leven. Vanuit de gemeentelijke watertaken kunnen we een bijdrage leveren aan deze ambitie.
Hiertoe streven wij voor de komende periode de volgende doelen na: - Doelmatig beheer van de waterketen en het watersysteem - Klimaatadaptatief Zutphen in 2050 - Communicatie en participatie (betrokken en actief) De opzet en inhoud van het Watertakenplan is deels dezelfde als het voorgaande plan (2021-2025), met dien verstande dat de overgang naar de Omgevingswet hierin verwerkt is. Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht, waarmee de planverplichting uit de Wet milieubeheer voor een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vervallen is en plaatsgemaakt heeft voor een vormvrij programma. Gezien het abstractieniveau van de Omgevingsvisie, is gekozen voor een tussenvorm: het Watertakenplan. Dit plan is breder dan een programma water en riolering; het bevat beleidskeuzes op het gebied van water. Daarnaast worden de in het Omgevingsplan te verankeren regels behandeld (verplichtingen voor inwoners en bedrijven worden in het Omgevingsplan opgenomen). Tot slot wordt in het Watertakenplan ingegaan op wat daarvoor nodig is: de middelen, de ontwikkeling van de rioolheffing en een kwantitatieve analyse van de personele capaciteit. Om deze redenen wordt het Watertakenplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De kwaliteit van verschillende onderdelen van ons rioleringsstelsel is op orde.
We houden vast aan ons beheer en onderhoudsregime, zoals het periodiek reinigen van de riolering, kolken en goten. In de periode 2026 – 2030 wordt in totaal ruim € 12 miljoen direct geïnvesteerd in het in stand houden, verbeteren en klimaatadaptief maken van onze rioleringsvoorzieningen en omgeving. Grote opgaven daarbinnen zijn Waterkwartier Zuid, de Componistenbuurt en Breegraven. Voor de vervanging van pompen en gemalen werken we met ons operationele beheerprogramma, terwijl we voor de vrijverval riolering inzichtelijk hebben wat onze opgave wordt op basis van een restlevensduurberekening. Onze ambitie is een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte in 2050. Uit berekeningen blijkt dat er aandachtspunten zijn, maar dat de basis op orde is. Urgente ingrepen worden de komende jaren uitgevoerd (in Waterkwartier en Breegraven). Daarnaast gaan we door met het afkoppelen van verharding van de bestaande gemengde riolering en stimuleren we ook onze inwoners om hun steentje bij te dragen. Daarvoor hebben we een afkoppelsubsidie. Uit de enquête is gebleken dat deze subsidie beter onder de aandacht gebracht kan worden zodat er meer gebruik van gemaakt wordt. Daar zetten we op in.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
5
Open
We liften waar het kan direct mee met kansen die zich voordoen, zoals rioolvervanging, wegreconstructies, herinrichtingen en andere ontwikkelingen. Bij ieder inrichtingsproject houden we rekening met klimaatadaptatie en werken we volgens de hemelwater-trits met de voorkeursvolgorde: vasthouden en infiltreren, bergen en pas dan afvoeren van regenwater. Daarnaast hanteren we de kwalitatieve trits: schoonhouden – scheiden – zuiveren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met het beleidsprincipe "Water en Bodem Sturend". Het betekent dat water en bodem leidende factoren zijn bij het plannen en ontwikkelen van gebieden, in plaats van deze factoren achteraf aan te passen aan menselijke activiteiten. In dit plan hebben we gekozen voor een nog duidelijkere afbakening van de (eigen) verantwoordelijkheden en de rol die perceeleigenaren hebben ten aanzien van hemelwater (berging) en grondwater. Met het oog op klimaatverandering verhogen wij bij nieuwbouw en/of herbouw bouw de bergingseis. Daarnaast willen we de ingeslagen weg ten aanzien van het stimuleren en enthousiasmeren van onze inwoners continueren en uitbreiden. Onderstaande tabellen geven een overzicht van het uitvoeringsprogramma voor de planperiode: Afvalwatertaak
2026
2027
Rioolvervanging
3.550.000
350.000
Renovatie (relining)
160.000
150.000
IBKP knelpunten (onderzoek)
50.000
investering
Onvoorzien/calamiteiten/spoed
(de spaarvoorziening heeft een minimaal saldo van € 1,0 miljoen om bij calamiteiten adequaat te kunnen acteren)
investering
Reparaties
(onderdeel van dagelijks onderhoud)
exploitatie
Drukriolering en persleidingen
(vanaf 2032)
investering
Gemalen Bouwk. vervangingen
(vanaf 2034)
investering
Gemalen EM vervangingen
97.270
99.400
113.600
74.550
142.000
investering
Pompunits (minigemalen EM)
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
investering
Onderhoud IBA’s
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
exploitatie
Rioolinspectie en reiniging – 20 km/jr
159.000
159.000
159.000
159.000
159.000
exploitatie
Inhuur rioolbeheerder (0,2 fte)
(onderdeel planvorming en advisering)
Regionale hoofdpost en gezamenlijk inhuur data analist
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
2026
2027
2028
2029
2030
Hemelwatertaak
2028
2029
2030
3.900.000 150.000
150.000
Type investering
150.000
investering
exploitatie exploitatie
Type
Aanleg gescheiden stelsel en afkoppelen bij rioolvervanging
(onderdeel van rioolvervangingsinvesteringen planperiode)
investering
Afkoppeling lange termijn, 37,5% investering vrijvervalriolering
(vanaf 2031)
investering
DPRA investering (t/m 2050)
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
investering
Afkoppelsubsidie particulieren
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
exploitatie
10.900
10.900
10.900
10.900
exploitatie
Voorlichting, bewustwording, planperiode
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
6
Open
Grondwatertaak
2026
2027
2028
2029
2030
Type
Grondwaterstandmonitoring: beheer grondwatermeetnet
X
X
X
X
X
Real time monitoring grondwaterstanden (divers)
X
X
X
X
X
Grondwaterstandsmetingen analyses en validatie
X
X
X
X
X
Uitbreiden meetnet
P.M.
indien aanleiding
Voorlichting verantwoordelijkheid en ontwatering nieuwbouw
(onderdeel van post voorlichting, bewustwording)
exploitatie
Algemeen
2026
2027
2028
2029
Actualiseren Watertakenplan
exploitatie
2030
Type
35.000
exploitatie
Actualiseren Stresstesten
30.000
exploitatie
Communicatie
(onderdeel van post voorlichting, bewustwording)
exploitatie
Abonnementen en lidmaatschappen
46.300
46.300
46.300
46.300
46.300
exploitatie
Watersysteem, oppervlaktewater
2026
2027
2028
2029
2030
Type
Cyclisch onderh. gemeentelijk water
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Lang-cyclisch: planvorming baggeren
25.000
Duikers - planvorming Koers Stad en Dorp WRIJ - planvorming en onderzoek: bijdrage actieprogramma
50.000 25.000
50.000
50.000
50.000
50.000
nieuwe exploitatiepost: Onderhoud gemeentelijk watersysteem
Investeringen riolering Het rioolstelsel moet onderhouden worden. We willen het systeem nu maar ook in de toekomst op orde hebben en houden zodat problemen in de openbare ruimte en voor de volksgezondheid voorkomen worden. Daarnaast richten wij ons op een leefomgeving die in 2050 zo is ontworpen en ingericht dat ze bestand is tegen de effecten van klimaatverandering, zoals extreme regenval, hittegolven en droogte met als doel is om de leefbaarheid, veiligheid, en veerkracht te waarborgen, zelfs bij toenemende klimaatverstoringen. Het is dan ook belangrijk dat er voldoende inzet en middelen beschikbaar is voor de waterketen. Dit vraagt om investeringen. In totaal investeren we de komende vijf jaar € 12 miljoen in de vervanging van onze riolering, pompen en gemalen, afkoppeling en klimaatadaptieve maatregelen. Met de rioolheffing financieren we de investeringskosten in afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeente streeft naar zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. In 2025 bedraagt de rioolheffing voor een woning € 154,13. Om onze taken goed te kunnen vervullen, de riolering tijdig te kunnen vervangen en om onze ambitie voor een klimaatbestendige openbare ruimte te kunnen realiseren, zal de rioolheffing in 2026-2030 licht moeten stijgen.
In de planperiode is het noodzakelijk de heffing met 1,5% per jaar te verhogen plus de jaarlijkse indexatie, waarbij langjarig de helft van de investeringen afgeboekt wordt in de balanssfeer.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
7
Open
Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de rioolheffing in de periode 2025-2030, exclusief jaarlijkse indexatie.
Het is onvermijdelijk om in het Watertakenplan gebruik te maken van vakjargon en begrippen. Deze woorden zijn direct in de tekst uitgelegd, dan wel weergegeven in de begrippenlijst die direct na de laatste pagina’s van deze rapportage te vinden is.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
8
Open
1
Kader
1.1
Planvorm
Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Hiermee is de planverplichting uit de Wet Milieubeheer voor een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vervallen en heeft het plaatsgemaakt voor een facultatief programma1. Aangeraden wordt om de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen. Het facultatieve programma is vormvrij (geen wettelijke voorschriften) en ook de naam is voor de gemeente vrij om te kiezen. Gezien het abstractieniveau van de Omgevingsvisie (hier ligt de basis voor de noodzaak van een plan of programma) is gekozen voor een tussenvorm: het Watertakenplan. Dit plan is breder dan een programma water en riolering; er vinden beleidskeuzen voor water plaats vanuit de Omgevingsvisie. Daarnaast worden de in het Omgevingsplan te verankeren regels behandeld (verplichtingen voor inwoners en bedrijven worden in het Omgevingsplan opgenomen). Om deze redenen wordt het Watertakenplan ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.
Figuur 1: Ontvlechting van het GRP (links) in de gemeentelijke omgevingsvisie, programma (water en riolering) en het omgevingsplan.
1.2
Stedelijk waterbeheer
Het stedelijk waterbeheer kent doelen op het gebied van volksgezondheid, waterkwaliteit en de (grond)waterhuishouding in de bebouwde omgeving. De gemeentelijke watertaken spelen hierbij een belangrijke rol. In voorliggend plan geven we invulling aan de gemeentelijke watertaken en werken we deze uit. Ook de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, spelen hierbij een belangrijke rol. Stedelijk waterbeheer is meer dan afvalwater en riolering alleen. De gemeentelijke watertaken hebben betrekking op: vuilwater, hemelwater en grondwater 2. Deze taken hebben bovendien een relatie met andere gemeentelijke taken en maatschappelijke vraagstukken, zoals het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, de woningbouwopgave, het bewaken en versterken van ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, het anticiperen op en omgaan met de toenemende kans op weersextremen, bodemdaling, de energietransitie, het verbeteren van de waterkwaliteit, een toekomstbestendige drinkwaterproductie (leveringszekerheid) en het versterken van de biodiversiteit. Het hoofddoel van de riolering is om afvalwater uit gebouwen en de gebouwde omgeving te verwijderen en om hemelwater te verwerken. Daarmee wordt contact met vuilwater voorkomen en worden gezondheids1 Omgevingsplan: https://www.riool.net/nieuws/wat-merkt-e-u-van-de-invoering-van-de-omgevingswet 2
Naast de drie formele watertaken heeft de gemeente een rol ten aanzien van (de kwaliteit van) oppervlaktewater en drinkwater, zie hoofdstuk 3.4.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
9
Open
en overlastrisico’s voor inwoners en bezoekers beperkt. De riolering vormt een omvangrijk systeem en het in stand houden ervan kost geld. Met het inzamelen en transporteren van vuilwater en (overtollig) hemelwater en grondwater dragen riolering, het (grond)watersysteem en de inrichting van de buitenruimte bij aan de leefbaarheid in de dorpen en steden. Wateroverlast, stank, milieuvervuiling en droogte worden hiermee zoveel mogelijk beperkt. Als bijlage 5-1 zijn het operationeel plan gemalen, de restlevensduurberekening vrijverval riolering en het langjarig vervangingsoverzicht van de overige assets opgenomen. Hiermee wordt zowel vanuit kwantitatief als vanuit kwalitatief oogpunt inzicht verkregen in de aanwezige voorzieningen en investeringen. De benodigde middelen voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden bijeengebracht door het (op grond van de Gemeentewet) opleggen van een rioolheffing door de gemeente aan inwoners en bedrijven. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling van de rioolheffing bepaald om nu en in de toekomst kostendekkend te blijven.
1.3
Gemeentelijke watertaken
De gemeentelijke watertaken spelen een belangrijke rol binnen het stedelijk waterbeheer. Deze taken richten zich op huishoudelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke watertaken raken aan verschillende andere gemeentelijke taken in het fysieke domein en aan de taken van het waterschap. De gemeentelijke watertaken blijven ook onder de Omgevingswet onverkort van kracht. De gemeentelijke watertaken hebben inhoudelijk een sterke samenhang met de taken van het waterschap voor het zuiveren van stedelijk afvalwater en die van de waterbeheerder voor het regionale watersysteem (het waterschap of Rijkswaterstaat). De gemeentelijke watertaken zijn: ▪ de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; ▪ de inzameling en de verwerking van afvloeiend hemelwater; ▪ het treffen van maatregelen in de openbare ruimte bij structurele problemen van de grondwaterstanden. Naast de klassieke gemeentelijke watertaken noemt de Omgevingswet nog twee taken die in bijzondere gevallen toegedeeld zijn aan gemeenten, te weten: het beheer van watersystemen, in het geval dat de provincie dit specifiek aan de gemeente heeft toegedeeld. En de zuivering van stedelijk afvalwater, in het geval dat het waterschap en de gemeente dit om doelmatigheidsredenen zijn overeengekomen.
Een belangrijk principe van de Omgevingswet is dat elk bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening houdt met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en zijn taken en bevoegdheden zo nodig met deze andere bestuursorganen afstemt. Dit betekent concreet dat we het waterschap vroegtijdig betrekken in plannen en projecten en vice versa. Er is een grote beleidsvrijheid voor met name de omgang met huishoudelijk afvalwater in het buitengebied en voor de omgang met overtollig hemelwater en grondwater. Om die reden leggen we in voorliggend plan vast op welke wijze we hier invulling aan geven, zodat het voor inwoners en bedrijven duidelijk is wat zij van de gemeente kunnen verwachten en waar hun eigen verantwoordelijkheden liggen.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
10
Open
2
Wat willen we bereiken
De visie voor dit Watertakenplan, zoals weergegeven in paragraaf 2.1, komt voort uit de met dit plan verweven visies, documenten en plannen die in dit hoofdstuk beschreven worden. In dit hoofdstuk zijn de voor het Watertakenplan relevante aspecten en kernwoorden opgenomen uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de regionale visie samenwerking water (2.1.1), de door de gemeente omarmde global goals (2.1.2) en het Deltaplan ruimtelijke adaptatie met de lokale invulling in de gemeentelijke klimaatadaptatie strategie (respectievelijk 2.1.3 en 2.1.4).
2.1
Visie Watertakenplan
“Zutphen wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving en een toekomstbestendige waterketen.” De gemeente zet zich in voor een duurzame en klimaatbestendige toekomst. Zutphen streeft naar een toekomstbestendige waterketen, waarbij nu rekening wordt gehouden met (toekomstige) veranderingen. Ingrepen moeten doelmatig zijn en de gemeente wil en kan dit niet alleen; iedereen moet zijn eigen rol pakken. Zutphen werkt samen met diverse (water)ketenpartners zoals Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, evenals met het bedrijfsleven en de inwoners van de gemeente. De visie van het Watertakenplan is een concretisering van de Omgevingsvisie Zutphen 2040. Ook is aansluiting gezocht bij de Lokale Klimaatadaptatie Strategie Zutphen 2024-2028 en de Visie samenwerking water Achterhoek+. Wat is doelmatig? Met doelmatig bedoelen we dat de gemeente Zutphen samen met haar inwoners en andere belanghebbenden op een efficiënte en effectieve manier wil werken aan het gemeentelijk (afval)watersysteem. Dit houdt in dat middelen en inspanningen in verhouding staan tot het resultaat. Hierbij is het streven maatregelen toe te passen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten en daar waar het effect het grootst is.
Maatregelen worden als doelmatig gedefinieerd als deze effectief (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt) én efficiënt zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn) én de kosten van de maatregelen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen.
2.1.1
Omgevingsvisie Zutphen (waaronder Water en Bodem Sturend)
De omgevingsvisie (vastgesteld in juni 2025) is een document waarin de gemeente haar lange termijn doelen en ambities voor de leefomgeving beschrijft. Hierin staat bijvoorbeeld waar we in de toekomst huizen willen bouwen, welke plannen we hebben voor de economie, hoe we recreatie willen ontwikkelen, en hoe het landschap er in 2040 uit moet zien. De omgevingsvisie is geen gedetailleerd plan, maar een document dat de grote lijnen van het beleid aangeeft. Het helpt de gemeente om alle plannen op elkaar af te stemmen en samenhang te creëren.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
11
Open
Het Watertakenplan is een programma dat invulling geeft aan de gemeentelijke watertaken aan de hand van de omgevingsvisie van de gemeente Zutphen. Bindende (water)regels worden verankerd in het Omgevingsplan. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan (huidige omgevingsplan van rechtswege) en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw Omgevingsplan.
Zutphen wil toewerken naar een duurzame, toekomstbestendige en natuur inclusieve leefomgeving. Om dit te bereiken zijn de volgende ambities relevant voor dit Watertakenplan: • Gezonde stadse en dorpse leefomgeving: We zetten in op een veilige, gezonde en fijne leefomgeving. • Ruimte bieden voor klimaatadaptatie: We vangen de gevolgen van klimaatverandering op door te investeren in een robuust watersysteem met een stevige groenstructuur. • Inzetten op de versterking van natuur en biodiversiteit: We werken aan sterke en gezonde natuur en het behoud en het vergroten van biodiversiteit. Hierbij streven we naar een netwerk van ‘groenblauwe longen’ dat Zutphen, Warnsveld en het landelijk gebied door middel van natuur en water verbindt. • Samenwerking en participatie: We bieden ruimte aan initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen. We zorgen ervoor dat deze aansluiten bij de visie. We denken hierbij vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding met als uitgangspunt: ja, mits. Ook bundelen we onze krachten met de provincie, waterschappen en buurgemeenten om samen tot slimme oplossingen te komen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven. In onze visie zijn en blijven we een gemeente waar het prettig en veilig is om te wonen, werken, ondernemen en recreëren. We leggen extra groen aan en creëren ruimte voor waterberging om klimaatbestendig te zijn in de toekomst.
Groen draagt niet alleen bij aan klimaatadaptatie, maar ook aan de biodiversiteit. Hiermee willen we bouwen aan een eigentijdse historische Hanzestad in een groenblauwe jas die een aantrekkelijke en veilige omgeving voor wonen, werken en ontspannen biedt. Bodem- en watersysteem als uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen Als onderdeel van haar visie houdt de gemeente Zutphen rekening met de uitganspunten van ‘bodem- en watersysteem sturend’ bij het vormgeven van uitleglocaties. Dit houdt in dat de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen rekening houdt met de beschikbaarheid en kwaliteit van het bodem- en watersysteem. Dit principe zorgt ervoor dat de ruimtelijke inrichting beter bestand is tegen klimaatverandering en dat de druk op biodiversiteit vermindert. Door rekening te houden met factoren zoals waterkwaliteit, grondwaterstanden en bodemgezondheid, wordt een duurzame en veerkrachtige leefomgeving gecreëerd.
Klimaatbestendig en robuust bodem- en watersysteem Voor hemelwater kiezen we voor acties in de volgende stappen: vasthouden, dan bergen en pas daarna afvoeren. Hierbij is het uitgangspunt dat water zoveel mogelijk wordt vastgehouden op plekken waar het valt. Daarnaast houden we rekening met de trits voor waterkwaliteit: schoonhouden – scheiden – zuiveren.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
12
Open
2.1.1.1 Visie samenwerking water Achterhoek+ Achterhoek+ is een samenwerkingsverband van 11 gemeenten in en nabij de Achterhoek, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland en Vitens. 3 Achterhoek+ streeft ernaar om de leefomgeving duurzaam te optimaliseren door middel van waterbeheer en klimaatadaptatie, met een hoge ambitie en ruimte voor creativiteit. Ze werken samen om de regio bestand te maken tegen klimaatuitdagingen, waarbij ze zorgen voor voldoende en kwalitatief goed water voor alle gebruikers, nu en in de toekomst. Om dit te bereiken zijn er zes hoofddoelen gesteld voor de komende jaren: 1. Vanuit het beleidsveld water en klimaatadaptatie bijdragen aan het duurzaam optimaliseren van de leefomgeving in de Achterhoek voor nu en in de toekomst. 2. Via DPRA en het programma Aanpak Droogte Achterhoek bijdragen aan een klimaatbestendige en water robuuste inrichting van het gebied in 2050. 3. Bijdragen aan voldoende waterkwaliteit door de emissie (vuiluitworp) vanuit de keten naar oppervlaktewater terug te dringen. 4. Bijdragen aan drinkwaterbesparing. 5. Samen lerend Water en Bodem Sturend implementeren. 6. Bewustwording en gedragsverandering. In Achterhoek+ verband wordt in diverse beleidstafels samengewerkt, onder andere op het gebied van water en riolering, Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en droogte.
Concrete samenwerkingsprojecten zijn het regionale meetsysteem (inclusief gezamenlijke medewerkers), DPRA- en Zoetwater Oost-Nederland (ZON) projecten (waaronder subsidies), Aanpak Droogte Achterhoek, Koers Stad en Dorp en de Water en Bodem Sturend signaleringskaarten. Verder werkt de gemeente Zutphen binnen het Afvalwaterteam Zutphen met de gemeente Lochem en Waterschap Rijn en IJssel samen op beleids- en beheerniveau. Hiertoe vinden er structurele overleggen plaats.
2.1.1.2 Koers Stad en Dorp In het beleidsdocument Koers Stad en Dorp 2025-2034 beschrijft het waterschap Rijn en IJssel de koers voor het waterbeheer in de steden en dorpen van het beheergebied. Hierin heeft het waterschap de volgende ambities vastgelegd: • Een gezamenlijke aanpak voor de wateropgaven in steden en dorpen; • Water en bodem zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen in steden en dorpen; • Klimaatbestendige steden en dorpen; • Behalen en handhaven van basiskwaliteit van stedelijk water; • Anticiperen op benodigde verbetering en uitbreiding van de afvalwaterketen; • Goed en functioneel beheer en onderhoud van stedelijk water; • Als adviseur en partner bijdragen aan gemeentelijke plannen. Afhankelijk van de opgave heeft het waterschap een andere rol. Zo heeft het waterschap de verantwoordelijkheid over het zuiveren van afvalwater en zal het hier als eigenaar de regie in nemen. Bij andere opgaven, bijvoorbeeld vanuit de gemeentelijke watertaken, zal het waterschap de rol van partner en/of adviseur innemen.
3
Bron: Bestuurlijke visie op samenwerken aan water Achterhoek+ 2024. Het samenwerkingsverband heet Achterhoek+, omdat het niet alleen de acht Achterhoekse gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk) omvat, maar ook de gemeenten Doesburg, Lochem en Zutphen. Daarnaast werken de provincie, waterschap en het drinkwaterbedrijf mee aan dit samenwerkingsverband.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
13
Open
In de Koers Stad en Dorp is een actieprogramma opgenomen. Het waterschap en de gemeente hebben de intentie om deze acties samen op te pakken. Het actieprogramma staat in bijlage 2-3.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
14
Open
2.1.2
Aansluiten bij Global Goals
Door de Verenigde Naties zijn de 17 Global Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen) vastgesteld voor de periode tot 2030. De 17 mondiale doelen raken direct aan maatschappelijke opgaven van de gemeenten zoals het terugdringen van ongelijkheid, maatschappelijke integratie, kwaliteit van de leefomgeving, energie en klimaat en transparant, effectief en participatief bestuur. De Global Goals bieden een uitstekend kader om de samenhang tussen bestaande uitdagingen zichtbaar te maken en de inzet voor verduurzaming te versterken. Gemeenten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de Global Goals vanuit hun rol als beleidsmaker, investeerder, verbinder, facilitator en katalysator voor duurzaam gedrag bij inwoners, bedrijven en instellingen. De gemeente Zutphen heeft de Global Goals ook omarmd. De Global Goals die betrekking hebben op een gezonde, klimaat- en toekomstbestendige en uitnodigende woonomgeving zijn:
Goal 3 Goede gezondheid en welzijn, Goal 6 Schoon water (en sanitaire voorzieningen), Goal 11 Duurzame steden en gemeenschappen, Goal 13 Klimaatactie (adaptieve maatregelen in stedelijk gebied) Goal 15 Leven op het land
Figuur 2: De 17 Global Goals (Sustainable Development Goals).
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
15
Open
2.1.3
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting; vanaf 2020 naar handelen en in 2050 gerealiseerd in de inrichting. Dit betekent dat bij iedere ruimtelijke ingreep rekening wordt gehouden met weersextremen. Het DPRA richt zich op vier thema’s: wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte. Om op die thema’s een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te verwezenlijken, werkt het DPRA met zeven ambities: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen4 benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten
Figuur 3: De zeven ambities van het DPRA - Bron: Deltacommissaris.nl.
4
Vaak is het niet efficiënt en niet effectief om alleen voor ruimtelijke adaptatie ‘de straat open te breken’. Dat geldt vooral voor drukke stedelijke gebieden. De komende decennia spelen ook andere grote ruimtelijke opgaven, zoals renovatie, groot onderhoud aan gebouwen, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De inzet van dit deltaplan is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken. (Bron: https://ruimtelijkeadaptatie.nl/overheden/deltaplan-ra/)
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
16
Open
2.1.4
Lokale Klimaatadaptatie Strategie gemeente Zutphen
De gemeente Zutphen heeft als lokale uitwerking van het DPRA (zie 2.1.3) de Lokale Klimaatadaptatie Strategie 2024-2028 opgesteld. In deze strategie wordt ingegaan op drie gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, hitte en droogte. Om ervoor te zorgen dat iedereen in de gemeente Zutphen op een veilige en prettige manier kan blijven wonen, werken en verblijven zijn de volgende drie ambities gesteld: ▪ Ruimte creëren voor regenwater: Met als doel om zo water zoveel mogelijk vast te houden op de plek waar het valt. Hierbij hanteren we het principe vasthouden, dan bergen, en pas daarna afvoeren. ▪
Verkoeling altijd dichtbij: We willen de luchttemperatuur gemeente-breed verlagen en lokaal plekken met een lage gevoelstemperatuur realiseren. Dit realiseren we door middel van schaduw, ventilatie en reflectie. Hierbij streven we ernaar dat bij (langdurige) hitte de dagelijkse activiteiten van onze inwoners zo min mogelijk worden gehinderd en gezondheidsproblemen beperkt blijven.
Bodem als buffer: We vangen zoveel mogelijk water op in de bodem, zodat er tijdens droge periodes meer water beschikbaar is. Ook gaan we op allerlei manieren bewuster met water om zo een buffer op te bouwen voor droge periodes. Daarnaast zorgen we ervoor dat het openbaar groen beter bestand is tegen droogte. Als uitgangspunt voor deze ambities zeggen we: groen, tenzij… ▪
Om invulling te geven aan klimaatadaptatie binnen de gemeente Zutphen maken we gebruik van de Landelijke Maatlat voor de groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (zie website de van Klimaatadaptatie Nederland5 en bijlage 2-2).
2.2
Procedure en planning
Er is invulling gegeven aan burgerparticipatie door een online enquête uit te zetten. Deze enquête, die door alle geïnteresseerden ingevuld kon worden, bevatte water(overlast) gerelateerde vragen en richtte zich op de bekendheid van de bestaande afkoppelsubsidieregeling. De resultaten geven ons inzicht in de mening van de Zutphenaar over het acceptatieniveau, het verantwoordelijkheidsgevoel en mate van bereidwilligheid om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Dit helpt ons in de strategie ten aanzien van het enthousiasmeren en stimuleren van onze inwoners. Daarnaast heeft het Ontwerp Watertakenplan gedurende zes weken (12 september tot en met 24 oktober 2025) ter inzage gelegen.
5
Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving - Klimaatadaptatie: https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlat-groene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving/
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
17
Open
Beide waterschappen zijn vroegtijdig betrokken. De eerste versie van het groeidocument is op 14 april ’25 besproken tijdens een werksessie. De input van de waterschappen is meegenomen in de verdere uitwerking van voorliggend plan. Het volledige concept Watertakenplan is naar beide waterschappen verzonden voor een reactie. Zowel waterschap Rijn en IJssel als waterschap Vallei en Veluwe geven aan dat zij zich kunnen vinden in de ambities en maatregelen zoals verwoord in voorliggend plan.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
18
Open
3
Beleid gemeentelijke watertaken
In dit hoofdstuk wordt het beleid van de gemeente Zutphen ten aanzien van de afvalwater-, hemelwateren grondwaterzorgplicht beschreven. Daarbij is rekening gehouden met ‘Water en Bodem Sturend’; het nieuwe motto voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Zutphen werkt ten aanzien van het Taakveld water en riolering volgens de landelijke gebruikelijke methodiek, waarbij de volgende kernwaarden worden gehanteerd: 1: doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 2: doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater 3: doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt 4: voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater 5: minimale overlast voor de omgeving 6: effectief rioleringsbeheer 7: invulling geven aan de grondwaterzorgplicht 8: informeren en betrekken van inwoners en bedrijven Voor een nadere toelichting en specificatie wordt verwezen naar bijlage 1-1. In bijlage 3-1 zijn de kernwaarden van de watertaken voor Zutphen uitgewerkt in functionele eisen, concrete maatstaven en meetmethoden. We borduren voort op de huidige werkwijze en uitgangspunten. In hoofdstuk 3.4 wordt aangegeven hoe de gemeente Zutphen invulling geeft aan haar informele drinkwatertaak en hoe zij in positieve zin bijdraagt aan de (oppervlakte)waterkwaliteit.
Door de Herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater zal het monitoren op waterkwaliteit de aankomende jaren steeds belangrijker worden. De manier waarop dit zal moeten gebeuren is nog niet duidelijk. Stichting RIONED gaat daarom in een concretiseringsslag op zoek naar antwoorden op de vragen zoals wat staat er al in de Nederlandse wet, wat is er nieuw met de invoering van de herziene richtlijn, wat doen we al, wat is er extra nodig, en op welk schaalniveau? De richtlijn zal verplichtingen stellen aan de invulling van de afvalwatertaak (hoofdstuk 3.1) en de hemelwatertaak (hoofdstuk 3.2). Herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater De herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (2024 vastgesteld) omvat een pakket aan maatregelen dat moet leiden tot een betere bescherming van de waterkwaliteit en de volksgezondheid in Nederland en Europa. Elke lidstaat moet binnen drie jaar een nationaal uitvoeringsprogramma voor de richtlijn hebben opgesteld. De richtlijn vraagt in ieder geval aandacht voor het ontwerp, de constructie en het onderhoud van afvalwatersystemen. Die moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de beste technische kennis zonder dat deze buitensporige kosten met zich meebrengt.
De richtlijn noemt expliciet aandacht voor het volume en de kenmerken van stedelijk afvalwater, voor preventie van lekkage, infiltratie en foutaansluitingen en voor beperking van vervuiling van ontvangende oppervlaktewater door overstorten en hemelwateruitlaten. Daarnaast gaat de richtlijn in op de aanwezigheid van voldoende sanitaire voorzieningen, in het bijzonder voor kwetsbare groepen (in relatie tot de sustainable development goals).
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
19
Open
3.1
Afvalwatertaak
De gemeente heeft een zorgplicht om stedelijk afvalwater van binnen de bebouwde kom in te zamelen (Omgevingswet, artikel 2.16 lid 1a-3). In het kader van de volksgezondheid en ter bescherming van het milieu willen wij dat ons rioleringssysteem met alle bijbehorende voorzieningen functioneert en in goede kwaliteit verkeert.
3.1.1
Invulling afvalwatertaak
Om dit te bereiken beheren en onderhouden wij ons rioolstelsel doelmatig - daar waar nodig herstellen wij gebreken en/of voeren wij preventieve maatregelen uit. Tevens zijn alle percelen voorzien van een rioolaansluiting of gelijkwaardig alternatief én beperken wij de vuilemissie door sturing, hydraulische maatregelen te treffen en/of verhard oppervlak af te koppelen. Wij zamelen het huishoudelijk afvalwater in en transporteren het naar de overnamepunten van waterschap Rijn en IJssel en waterschap Vallei en Veluwe. Bij nieuwbouw wordt afvalwater gescheiden ingezameld van hemelwater. Hierdoor worden vervuilende overstortingen op oppervlaktewater beperkt. Foutieve hemelwateraansluitingen op het vuilwaterriool worden zoveel mogelijk voorkomen door voorlichting. Indien daar aanleiding voor is, doen wij onderzoek naar foutaansluitingen op de riolering. Wij hanteren daarbij als beleid dat eventuele geconstateerde foutaansluitingen door, of op kosten van de perceelFiguur 4: Putdeksel met aanduiding: regenwater. Op de eigenaar van de betreffende aansluiting, hersteld achtergrond de vuilwater putdeksel. dienen te worden.
Ten aanzien van de afvalwatertaak komt de Omgevingsvisie samen in zes DoFeMaMe 6 doelen (zie bijlage 3-1): ▪ Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater (1) ▪ Doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt (3) ▪ Voorkomen van vuiluitworp naar bodem-, grond- en oppervlaktewater (4) ▪ Minimale overlast voor de omgeving (5) ▪ Effectief rioleringsbeheer (6) ▪ Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven (8) Afvalwaterketenaanpak In de toekomst zal het aansluiten en accepteren van bedrijfsafvalwaterlozingen niet meer vanzelfsprekend zijn vanwege de aard (samenstelling) en omvang (hoeveelheid, debiet). Het aanbod van afvalwater wat de afvalwaterketen en de RWZI nog goed kan verwerken kent grenzen voor zowel de kwaliteit als de kwantiteit De lozingseisen worden strenger door wetgeving (Kaderrichtlijn Water en de Herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater) terwijl het aanbod van afvalwater toeneemt door woningbouw en uitbreiding bedrijventerreinen. In samenspraak met de waterschappen zal hier in de planperiode aandacht aan worden besteed, mede met het oog op de verankering van lozingsregels in het omgevingsplan.
6
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De DoFeMaMe-systematiek is een toetsingskader wat als hulpmiddel gebruikt wordt voor de evaluatie en verantwoording van de prestaties in de afgelopen planperiode. Ook wordt hiermee inzichtelijk gemaakt wat de benodigde middelen zijn voor de aankomende planperiode. De nummering verwijst naar de 8 doelen in bijlage 3-1.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
20
Open
3.2
Hemelwatertaak
De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren (redelijkerwijs) niet zelf kunnen voorzien in het vasthouden, bergen (op of in de bodem) en/ of de afvoer daarvan naar oppervlaktewater (Omgevingswet, artikel 2.16 lid 1a-1). Gemeente Zutphen streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving in 2050, conform het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Uitgangspunt is samenwerking tussen overheden, bedrijven en inwoners. Het plan omvat maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken op het gebied van overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte.
3.2.1
Invulling hemelwatertaak
In Zutphen vullen we onze hemelwatertaak op hoofdlijnen als volgt in: ▪ In gebieden met drukriolering zamelt de gemeente Zutphen géén hemelwater in. De particulier verwerkt het hemelwater op eigen terrein of voert het hemelwater vertraagd af naar oppervlaktewater. Het hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. ▪ Bij particuliere nieuwbouw en herbouw moet de eigenaar ter compensatie van de verharding hemelwater verwerken op eigen terrein. Bij verbouw of aanbouw moet de initiatiefnemer voor de extra verharding compenseren door hemelwater te verwerken op eigen terrein. ▪ Bij projectmatige nieuwbouw en herinrichting moet ontwikkelaar/ eigenaar het hemelwater binnen de grenzen van het plangebied verwerken, dit kan middels infiltratie- of retentievoorzieningen. In alle gevallen houden we als voorkeursvolgorde de tritsen vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit) en schoonhouden – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit) aan.
Figuur 5: Waterberging in oppervlaktewater.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
21
Open
Hemelwaterberging bij nieuwbouw Bij projectmatige nieuwbouw en herinrichting wordt altijd gescheiden gerioleerd. De perceeleigenaar/ ontwikkelaar is primair verantwoordelijk voor de infiltratie of berging van hemelwater op eigen perceel (en/ of binnen de ontwikkellocatie). Pas wanneer van de perceeleigenaar redelijkerwijs niet verlangt kan worden het hemelwater zelf te verwerken, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Bij ruimtelijke ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Bij deze zogeheten ‘weging van het waterbelang’ (voorheen Watertoets) moet de waterbeheerder betrokken worden bij het inschatten van de gevolgen voor het watersysteem. Hemelwaterbergingseis gemeente (op basis van korte hevige buien) Met het oog op klimaatverandering bedraagt de bergingseis bij individuele nieuwbouw minimaal 40 mm. Indien dit in de praktijk niet mogelijk blijkt te zijn, kan de gemeente (gedeeltelijk) ontheffing verlenen. De waterberging wordt in zo’n geval elders geregeld en de kosten hiervan komen ten laste van de perceeleigenaar/ ontwikkelaar. Het is belangrijk om de gemeente en het waterschap vroegtijdig in de planvorming te betrekken.
De bergingseis bij projectmatige nieuwbouw bedraagt minimaal 80 mm (en getoetst wordt of de ontwikkeling niet leidt tot het afwentelen van wateroverlast of schade aan gebouwen bij een maatgevende bui. Deze eis geldt voor de ontwikkellocatie als geheel. Als onderdeel hiervan dient 20 mm berging op particulier terrein gerealiseerd te worden.
Weging van het waterbelang: hemelwaterbergingseis Hemelwaterbergingseis waterschap (op basis van langdurige neerslag) Waterschap Rijn en IJssel werkt aan nieuwe eisen voor hemelwaterberging binnen de Weging van het Waterbelang. Momenteel beweegt het waterschap naar het toetsen op basis van een langdurige bui van het klimaatscenario 2100H. Hierbij toetst het waterschap plannen op basis van een maatgevende langdurige bui van 48 uur die 1 keer in de 100 jaar plaatsvindt. De actuele neerslagstatistiek voor deze bui is 131 mm. Bij deze bui mag hemelwater: niet versneld worden afgevoerd naar het regionale watersysteem; niet leiden tot waterschade in het plangebied of het omliggende gebied. Bij deze toetsing hoeft dus niet al het hemelwater in bergende voorzieningen te passen. De nieuwe eisen voor de Weging van het Waterbelang zijn nog in ontwikkeling en zullen naar verwachting in 2026 in werking treden.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
22
Open
Wateroverlast Water op straat kan hinderlijk zijn, maar kan ook overlast veroorzaken. In het algemeen is het acceptabel als water bij hevige buien enkele uren op straat staat. De hinder is vergelijkbaar met sneeuwval: de begaanbaarheid van de weg neemt af. Een keer water tussen de stoepen is lastig, maar kan geen kwaad. In deze situaties wegen gemeenten (dure) maatregelen af tegen hinder en specifieke belangen als toegankelijkheid en begaanbaarheid voor iedereen, zoals voetgangers, fietsers en ouderen. Nietaanvaardbare vormen van water op straat (overlast) zijn over het algemeen regenwater dat vanaf de straat gebouwen in loopt (materiële schade), afvalwater dat in grote mate uit de riolering op straat stroomt (risico’s voor de volksgezondheid) en/of water op straat dat belangrijke verkeersaders blokkeert (belemmering voor hulpdiensten en economische schade).
De gemeente Zutphen spreekt van wateroverlast indien: ▪ puur afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat staat en/of huizen of gebouwen instroomt; ▪ afvalwater afkomstig uit een gemengd rioolstelsel langer dan 2 uur op straat staat én dit stinkt en/ of er toiletpapier en andere (visueel waar te nemen) verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico); ▪ water via de straat huizen of gebouwen instroomt; ▪ afvalwater overloopt uit toiletten op begane grond niveau; ▪ water verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen gedurende meer dan 2 uur blokkeert; ▪ water langer dan 2 uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers); ▪ (afval)water langer dan 2 uur in een tuin staat en dit water afkomstig is uit het rioolstelsel. Gemeente Zutphen heeft zich de norm opgelegd dat er bij Bui 08 (een theoretische bui die gemiddeld eens in de 2 jaar voorkomt) slechts in beperkte mate water op straat voor mag komen en dat er bij deze bui géén sprake mag zijn van wateroverlast. We richten ons op het beperken van waterhinder en voorkómen van wateroverlast, waarbij te treffen maatregelen doelmatig moeten zijn.
Zutphen zet ook de komende jaren in op het realiseren van een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en verdergaande afkoppeling van verhard oppervlak met als doel wateroverlast ook bij zwaardere buien dan de norm-bui zo veel mogelijk te beperken. Daarbij hanteren wij de tritsen vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit) en schoonhouden – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit). Dit houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem), indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie – wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is – kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving. Figuur 6: Tritsen waterkwantiteit en - kwaliteit. Door klimaatverandering zal er vaker extreme neerslag vallen. Om hierop te anticiperen hebben we de ambitie uitgesproken om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. De ambitie ligt hoger dan de genoemde norm van Bui 08.
Zutphen heeft de ambitie dat op termijn buien met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar 7 niet leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur en eveneens niet leiden tot onbegaanbare wegen en uitval van vitale functies (Klimaatadaptatie strategie, conform de Landelijke Maatlat zie bijlage 2-2). Om deze ambitie te realiseren zijn grootschalige en 7
Klimaatstresstest bui voor hydraulische berekeningen van 70 mm in 1 uur, zie hoofdstuk 4.3.1.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
23
Open
ingrijpende investeringen benodigd. Dit kan zowel uit financieel oogpunt als in de praktijk niet op korte termijn gerealiseerd worden. We maken werk met werk (meekoppelkansen benutten) en hanteren doelmatigheid als prioriteit. Gemeenten hebben tot 2050 de tijd om de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. Bij benutting van meekoppelkansen ontlasten we het rioolstelsel door verhard oppervlak af te koppelen. We realiseren infiltratievoorzieningen voor hemelwater zoals wadi’s of ondergrondse voorzieningen. Daarnaast stimuleren we onze inwoners om ook in bestaande stedelijk gebied hemelwater af te koppelen en op eigen terrein te bergen en/ of infiltreren. Hiermee wordt niet alleen de kans op wateroverlast gereduceerd; deze ingrepen leiden hebben tevens een positief effect op het tegengaan van droogte.
Ontwerpprincipes Om de ambitie te realiseren worden de volgende ontwerpprincipes aangehouden: Nieuwe riolering8: • Nieuwe riolering wordt ontworpen op Bui09 van Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED. Bij deze bui mag geen water op straat optreden. • Bij Bui08 is de waakhoogte minimaal 30 centimeter. • In situaties waarbij de riolering functioneel door nog zwaardere buien niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Op deze wijze moet Bui10 zonder afwenteling verwerkt kunnen worden. • Inzichtelijk gemaakt moet worden dat wateroverlast voorkomen wordt bij extreme buien. Hiervoor moet een bui met een herhalingstijd van eens per 100 jaar (70 mm in één uur) doorgerekend worden en mag deze gebeurtenis niet leiden tot wateroverlast. • Tevens toetst het waterschap of de ontwikkeling niet leidt tot het afwentelen van wateroverlast. Bij bestaande riolering (rioolvervanging) is/ wordt niet standaard gedimensioneerd op Bui09. De afweging in hoeverre de riolering zwaarder gedimensioneerd kan worden of in hoeverre berging op of afvoer over maaiveld doelmatig is, is maatwerk. Hierbij wordt het effect op de rioolafvoer van andere locaties en het watersysteem ook afgewogen.
Bij Bui10 mag na rioolvervanging (bij 2D-modelberekeningen) geen hemelwater via maaiveld of vanuit de riolering naar particuliere terreinen stromen. Doel hiervan is het voorkomen van schade op particulier terrein. De gemeente Zutphen heeft het Integraal Basis Klimaatplan 2022 (IBKP) Zutphen opgesteld en heeft stresstesten uitgevoerd om inzicht te krijgen in de knelpunten van het bestaande rioolstelsel. Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 4.3.1. Waterberging bij nieuwbouw De taakopvatting van de hemelwaterzorgplicht van gemeente Zutphen is als volgt: De gemeente zorgt in bestaand gebied voor de afvoer en verwerking van hemelwater in openbaar gebied, met uitzondering van gebieden waar drukriolering aanwezig is en in wijken of gebieden waarbinnen de particulier zelf verantwoordelijk is voor de hemelwaterbehandeling.
8
Uitgangspunten en randvoorwaarden worden vastgelegd in de nog te herziene versie van het Algemeen technisch handboek openbare ruimte: hierin staat hoe wij werken aan de projecten in de openbare ruimte van de gemeente Zutphen. Stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars, adviesbureaus of aannemers kunnen dit handboek aanvragen.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
24
Open
Verantwoordelijkheden perceeleigenaar Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking. In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater zelf en op zijn eigen perceel te verwerken.
Gemeentelijk hemelwaterbeleid Rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten is het gemeentelijk hemelwaterbeleid als volgt: Drukriolering: In gebieden met drukriolering zamelt de gemeente Zutphen géén hemelwater in. De particulier verwerkt het hemelwater op eigen terrein of voert het hemelwater vertraagd af naar oppervlaktewater. Het hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. Particuliere nieuwbouw en herbouw (één perceel, kavel): Bij vergunningplichtige nieuwbouw of vervangende bouw (herbouw) moet de eigenaar het hemelwater op eigen terrein verwerken. De bergings- of infiltratievoorziening dient minimaal de volgende berging te hebben (ongeacht de hoeveelheid verhard oppervlak in de oude situatie): - 40 mm berging, gerekend over het dakoppervlak (4 m3 per 100 m2 dakoppervlak); - Er dient een bovengrondse overloop/afvoer aanwezig te zijn voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag. Bij een bedrijfsperceel op een (bestaand) bedrijventerrein: - 40 mm berging, uitgaande van 80% van perceeloppervlak (3,2 m3 per 100 m2). - Er dient een bovengrondse overloop/afvoer aanwezig te zijn voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag. Vergunningplichtige verbouw of aanbouw (één perceel, kavel): Bij vergunningplichtige verbouw of aanbouw moet de eigenaar compenseren voor het extra dakoppervlak.
Voor dit oppervlak moet de eigenaar het hemelwater op eigen terrein verwerken. De bergings- of infiltratievoorziening dient minimaal de volgende berging te hebben: - 40 mm berging, gerekend over het extra dakoppervlak (4 m3 per 100 m2 extra dakoppervlak); - Er dient een bovengrondse overloop/afvoer aanwezig te zijn voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
25
Open
Projectmatige nieuwbouw en herinrichting: - Bij projectmatige nieuwbouw en herinrichting (sloop en nieuwbouw) moet de ontwikkelaar/eigenaar het hemelwater binnen de grenzen van het plangebied verwerken. Dit kan middels infiltratie- of retentievoorzieningen. - Dimensionering van de waterbergingsvoorzieningen op basis van onderstaande richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus verharding: a. Nieuwbouw: 80 mm berging berekend over alle verharding binnen het plangebied, ongeacht de hoeveelheid verhard oppervlak in de oude situatie, bestaande uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met noodoverloop naar oppervlaktewater. Daarnaast dient getoetst te worden dat er bij extreme situaties geen waterschade ontstaat conform de Weging van het waterbelang. Hiervoor is overleg met het waterschap vereist. b. Waarvan 20 mm berging op particulier terrein, uitgaande van het dakoppervlak bij woningen. Bij bedrijventerreinen wordt uitgegaan van 80% verharding van de het perceel. c. Bodemverbetering toepassen voor zover nodig, zodanig dat de voorziening na 48 uur weer geheel beschikbaar is. - Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. Er kunnen aanvullende eisen gelden voor specifieke locaties of situaties.
De retentie kan worden aangelegd als separate vijver, maar kan ook worden geïntegreerd in het watersysteem in en rond het stedelijk gebied. Daarbij kan in overleg met het waterschap worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. - Er dient een bovengrondse overloop/afvoer aanwezig te zijn voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag. - Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij nieuwbouw of vervangende bouw van een gebouw de beganegrond vloer van het gebouw ten minste 30 cm boven straatpeil gebouwd. Onderdeel van het maatwerk voor ontwateringsdieptes door lokale omstandigheden is het opstellen van en communiceren over uniforme regels in het omgevingsplan ten behoeve van bouwplantoetsing (zie ook bouwpeil en ontwateringsdiepte in bijlage 3-2: eisen bij ruimtelijke ontwikkelingen).
80 mm
40 mm
40 mm
20 mm
Figuur 7: Stroomdiagram bergingseisen voor waterberging.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
26
Open
Bestaand stedelijk gebied: In bestaand stedelijk gebied verzamelt de gemeente het (overtollige) hemelwater in met uitzondering van die situaties waarbij de particulier zelf zorgdraagt voor het hemelwater. Bij rioolvervanging in bestaand stedelijk gebied (de bebouwde omgeving) legt de gemeente een gescheiden riool aan, indien dit doelmatig is. Tijdens de realisatie in openbaar gebied, wordt omwonenden de mogelijkheid geboden om mee te werken aan het afkoppelen van de voorzijde van particuliere woningen tijdens de werkzaamheden. De gemeente draagt de kosten voor de werkzaamheden.
3.3
Grondwatertaak
Figuur 8: Afgekoppelde regenpijp in de Jan Vermeerstraat.
De grondwatertaak houdt in dat de gemeente maatregelen moet treffen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is. De gemeentelijke grondwatertaak geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van een particulier, het waterschap of de provincie behoren (Omgevingswet, artikel 2.16 lid 1a-2). De grondwatertaak betekent overigens niet dat de gemeente voor een bepaalde grondwaterstand zorgt. Grondwaterstanden fluctueren immers van nature. In een natte winter staat de grondwaterstand hoger dan in een droge zomer. Een belangrijk aspect om de grondwatertaak te concretiseren is door invulling te geven aan ‘structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand’. In paragraaf 3.3.1 is invulling gegeven aan de grondwatertaak rond hoge grondwaterstanden (grondwateroverlast). Te lage grondwaterstanden kunnen leiden tot verdroging (zie hoofdstuk 4.3.2).
3.3.1
Invulling grondwatertaak
De aanpak van grondwaterproblemen is maatwerk. Grondwaterproblemen kennen vaak meerdere oorzaken en oplossingen die sterk gevals- en gebiedsafhankelijk zijn. Bovendien hebben particulieren, gemeenten, waterschappen en provincies ieder hun eigen verantwoordelijkheden bij het voorkomen en oplossen van problemen met grondwater. Het is daarom niet eenvoudig om te spreken over algemene maatregelen om grondwaterproblemen tegen te gaan. De gemeentelijke grondwatertaak betreft: het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Afbakening Om de noodzaak te bepalen voor het treffen van maatregelen moet een aantal kaders worden vastgesteld. Hiervoor is antwoord gegeven op de volgende vragen: ▪ Wat zijn nadelige gevolgen? ▪ Wat wordt verstaan onder structureel nadelige gevolgen? ▪ Wanneer zijn maatregelen doelmatig? ▪ Wie is waarvoor verantwoordelijk?
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
27
Open
Nadelige gevolgen Er wordt uitgegaan van nadelige gevolgen voor de bestemming als de grondwaterstand leidt tot één of meerdere van onderstaande situaties: ▪ Schade aan gebouwen, infrastructuur of groen; ▪ Beperking van het woongenot; ▪ En/ of het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie (bijvoorbeeld: als een speelterrein zo drassig is dat er niet meer gespeeld kan worden). Voorbeelden van structurele nadelige gevolgen bij woningen: optrekkend vocht door de muren in woonkamers met als gevolg schimmels op de muren, te hoge luchtvochtigheid in de woonkamer door grondwater et cetera. Daarnaast is ook aantasting van de houten begane grondvloer als gevolg van een natte kruipruimte een structureel nadelig gevolg. Enkel een natte kruipruimte wordt niet als een nadelig gevolg gezien. Structureel nadelige gevolgen De nadelige gevolgen van de grondwaterstand zijn structureel als de nadelige gevolgen: ▪ Wederkerend zijn (tenminste jaarlijks); ▪ Niet tijdelijk zijn (tenminste 3 jaar); ▪ Waarschijnlijk zullen aanhouden; ▪ En veroorzaakt zijn door structureel te hoge grondwaterstanden Er is sprake van een structureel te hoge grondwaterstand als de grondwaterstand in de straten: ▪ ten minste 3 jaar, ▪ voor meer dan 10% van de tijd (ofwel 36 dagen per jaar), ▪ hoger is dan de streefwaarde van 0,8 m beneden maaiveld.
Om te bepalen of een grondwaterstand in 10% van de tijd hoger is dan 0,8 m beneden maaiveld wordt gebruik gemaakt van de Representatieve Hoge Grondwaterstand (RHG). De RHG is de 90 percentielwaarde van een reeks aan gemeten grondwaterstanden. Dat wil zeggen dat 10% van de metingen een hogere waarde heeft dan de RHG. Doelmatigheid Maatregelen worden als doelmatig gedefinieerd als: ▪ Deze effectief zijn (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt), ▪ én deze efficiënt zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn), ▪ én de kosten van de maatregelen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen. Er dient dus een structureel grondwaterprobleem te zijn, dat tegen acceptabele kosten kan worden bestreden met maatregelen in de openbare ruimte. De gemeente neemt in beginsel alleen maatregelen als deze in combinatie met andere projecten kunnen worden uitgevoerd (effectgericht werken).