1205883 - Bijlage 1 - Hoofdrapport Ontwerp Watertakenplan Zutphen 2026-2030
Tekst van het document
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
49
Open
benodigd om (met een acceptabele ontwikkeling van de rioolheffing) ook in de toekomst 100% kostendekkend te blijven. Daarnaast beschikt de gemeente over een egalisatievoorziening met een saldo van € 1.117.000. Dotaties aan de egalisatievoorziening vinden plaats bij de jaarrekening bij onderuitputting van exploitatielasten. Onderuitputting betekent dat een gemeente in een bepaald jaar minder geld uitgeeft dan oorspronkelijk begroot was. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat projecten zijn uitgesteld, goedkoper zijn uitgevoerd of omdat bepaalde geplande activiteiten niet zijn doorgegaan. Het niet-bestede deel van het budget kan vervolgens worden toegevoegd aan de egalisatievoorziening, zodat dit geld in toekomstige jaren alsnog kan worden ingezet voor het oorspronkelijke doel. Dit saldo dient tevens als buffer voor eventuele overbestedingen in de exploitatiesfeer. We streven naar een saldo in de egalisatievoorziening ter grootte van circa 10% van de beïnvloedbare jaarlijkse exploitatielasten, overeenkomend met een saldo van € 200.000. Voorgesteld wordt het verschil tussen het huidige saldo en het ‘streefsaldo’ over te hevelen naar de spaarvoorziening. Daarmee kan het saldo ingezet worden om het ontstaan van nieuwe kapitaallasten verder af te vlakken.
Iedere vijf jaar, wanneer er een opvolger van dit Watertakenplan komt, wordt er een nieuw kostendekkingsplan opgesteld waarin de doorkijk doorschuift. Tussentijds wordt het kostendekkingsplan geactualiseerd indien daar aanleiding toe is (substantiële afwijkingen ten opzichte van de prognoses). Bij een actualisatie wordt berekend of de geprognosticeerde ontwikkeling van de rioolheffing nog volstaat. Wij kijken financieel 40 jaar vooruit (tot en met 2065). De reden voor deze relatief lange horizon is dat de openbare ruimte van gemeenten in 2050 klimaatbestendig ingericht dienen te zijn en er (theoretische) investeringspieken plaatsvinden rond 2050 en rond 2060. Hierdoor krijgen we naast de gedetailleerde ontwikkeling van de heffing op de korte termijn, tevens een globaal beeld van de benodigde stijging van de heffing om ook op de langere termijn kostendekkend te blijven. Voor de berekening van de ontwikkeling van de rioolheffing en de inzet van het saldo van de voorziening wordt derhalve de periode tot en met 2065 beschouwd. Uitgangspunt in de berekening van de rioolheffing is dat over de gehele beschouwde periode bezien 50% van de investeringen direct afgeboekt wordt in de balanssfeer en dat de overige 50% geactiveerd en langjarig afgeschreven wordt. De rente is op dit moment relatief laag (1,47%).
Door voor een aanzienlijk deel van de investeringen geen lening aan te gaan wordt het renterisico gereduceerd.
5.2
Kapitaallasten en werking voorziening
De gemeente Zutphen hanteert een financiële afschrijvingstermijn (economische levensduur) van 60 jaar voor leidingen (riolering) en de vervanging van pompputten (bouwkundig), alsmede voor afkoppelvoorzieningen. Investeringen ten behoeve van de vervanging van mechanisch/elektrische onderdelen (van pompen en gemalen) worden financieel in 15 jaar afgeschreven. Hiervoor geldt een annuïteitenafschrijving. De interne rekenrente voor geactiveerde en nieuwe investeringen bedraagt binnen de gemeente Zutphen 1,0% in 2025 en 1,47% vanaf 202618. Het rentepercentage wordt jaarlijks vastgesteld bij de begroting. Investeringen uit het verleden, ten behoeve van vervangingen (al dan niet in combinatie met verbeteringen zoals afkoppeling), de aanleg van randvoorzieningen, dan wel aansluiting van het buitengebied, zijn geactiveerd; dit heeft geleid tot kapitaallasten. Onderstaande grafiek toont de lopende kapitaallasten van 18
De lopende kapitaallasten van investeringen tot en met 2020 zijn nog gebaseerd op het oude rentepercentage van 1,3%
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
50
Open
geactiveerde investeringen tot en met het jaar 2025, alsmede nieuwe kapitaallasten (van voorziene investeringen, waarbij het bestaande saldo van de voorziening benut wordt). In 2026 bedragen de kapitaallasten circa 24% van de totale baten uit de rioolheffing.
Figuur 14: Lopende en nieuwe kapitaallasten taakveld riolering (bij jaarlijkse inzet spaarvoorziening tot minimaal saldo van € 1,0 miljoen).
5.3
Nieuwe investeringen planperiode
Zoals in de vorige hoofdstukken aangegeven, zullen de komende jaren investeringen plaatsvinden door rioolgerelateerde maatregelen uit te voeren. • Vervangingsinvesteringen ten behoeve van riolering (buizen), alsmede klimaatadaptieve investeringen die gefinancierd mogen worden vanuit de rioolheffing omdat deze een of meerdere zorgplichten dienen, worden geactiveerd en financieel afgeschreven over 60 jaar. Dit geldt tevens voor afkoppelinvesteringen. Bij vervangingen maakt het niet uit of de riolering vervangen wordt, dan wel in zijn geheel gerelined19. • Vervangingsinvesteringen ten behoeve van pompen en gemalen worden geactiveerd en eveneens financieel afgeschreven over 60 jaar voor zover deze bouwkundige vervangingen betreffen. Mechanisch/elektrische vervangingen van pompen en gemalen worden geactiveerd en financieel afgeschreven over 15 jaar. • Voor bovengenoemde investeringen geldt dat de ruimte in de spaarvoorziening gebruikt wordt om de investeringen af te boeken in de balanssfeer, waarbij een minimaal saldo van € 1,0 miljoen in de voorziening als uitgangspunt geldt.
Figuur 15: Rioolvervanging Talmastraat.
19 Grootschalige relining wordt gelijkgesteld aan vervanging, waardoor hiervoor dezelfde financiële (rekenkundige) uitgangspunten
gelden. ‘grootschalige’ relining is een relatief begrip; als stelregel geldt dat het meerdere strengen betreft en dat als uitgangspunt geldt dat deze strengen (na relining) zullen blijven liggen, indien de overige strengen een aantal jaren later vervangen zouden worden.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
51
Open
Voor een overzicht van alle investeringen op de korte en lange termijn wordt verwezen naar bijlage 5-1. Een samenvatting van het kostendekkingsplan is weergegeven in bijlage 5-2. Opgemerkt wordt dat er wordt gerekend met de langjarige investeringen die we op dit moment voorzien. Bij gewijzigde strategieën, nieuwe inzichten of andere werkwijze (zoals een wijkgerichte aanpak), zal een herberekening van de ontwikkeling van de rioolheffing uitgevoerd moeten worden.
5.4
Exploitatielasten
De exploitatielasten bedragen in 2026 afgerond € 2.659.000 (geïndexeerd ten behoeve van begroting 2026), zie onderstaande Tabel 2. Dit bedrag is exclusief kapitaallasten, BTW toerekening en eventuele dotaties aan de voorziening. Tabel 2: Exploitatielasten taakveld Water en riolering, periode 2026-2030. Nummer
Exploitatiepost met omschrijving
6722101
Diverse gemalen
6722102
Gemaal van Drinenstraat
6722103 6722104 6722105 6722106 6722106
Riolen Huisaansluitingen Wadi's/drainage riolen Drukriool buitengebied
6722107
Rioolinspecties
4380010 4380014 4380024 4380010 4380014 8432003 4380009 4380010 4380010 4380001 4380014 NIEUW 4380001
6722109
Overige kosten riolen en gemalen
4380001
6722109 6722109 6722115
6722117 6722118 6722201 6722202 6722121
Jaar
Onderhoud gemeentelijk watersysteem
€
11.300 €
11.300 €
€ € € € € € €
96.700 47.900 202.000 115.500 10.000 40.000 10.000
96.700 47.900 202.000 115.500 10.000 40.000 10.000
4110099 4210099 4320099 4380099 4730099 4740099 ---
4438090 4380001 4380001 4380001 4380009 4380009 4380001
Apparaatskosten riolen en gemalen
Toerekening overhead Subtotaal
€ € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € €
128.500 117.300 12.600 1.100 2.400 -500 50.800 24.400 22.300 127.100 62.400 10.400 164.600
2028
128.500 117.300 12.600 1.100 2.400 -500 50.800 24.400 22.300 127.100 62.400 10.400 164.600
4380001 6722199
2027
€ € € € € € € € € € € € €
4380010 Regionale bijdragen en afdrachten 4380008 Straatveegkosten en inningskosten 4380099 onkruidbestrijding (1/3e deel) 4433001 Meten, analyse riool- en grondwatersysteem Subsidie afkoppelen hemelwaterafvoer Planvorming en advisering riolering Onderhoud straatkolken/lijngoten Reiniging straatkolken/lijngoten
2026
Dagelijks onderhoud Energiekosten Software service/onderhoud Dagelijks onderhoud Energiekosten Inkomensoverdracht gemeenten Cyclisch onderhoud Dagelijks onderhoud Dagelijks onderhoud Overige goederen en diensten Energiekosten Onderhoud IBA's Overige goederen en diensten Overige goederen en diensten (voorlichting/ bewustwording) Dagelijks onderhoud Contributies en lidmaatschap Doorberekening indirechte kosten Inkomensoverdracht GR Overige goederen en diensten Contributies en overeenkomsten Dagelijks onderhoud Beschikking inkomensoverdracht instellingen/personen Overige goederen en diensten Overige goederen en diensten Overige goederen en diensten Cyclisch onderhoud gemeentelijk water Lang-cyclisch: planvorming (baggeren) Duikers - planvorming Koers Stad en dorp WRIJ planvorming en onderzoek Afrekening salarissen Doorberekening belastingen Doorberekening duurzame goederen Doorberekening indirectie kosten
€ € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € €
128.500 117.300 12.600 1.100 2.400 -500 50.800 24.400 22.300 127.100 62.400 10.400 164.600
2029 € € € € € € € € € € € € €
128.500 117.300 12.600 1.100 2.400 -500 50.800 24.400 22.300 127.100 62.400 10.400 164.600
11.300 €
11.300 €
11.300
96.700 47.900 202.000 115.500 10.000 40.000 10.000
96.700 47.900 202.000 115.500 10.000 40.000 10.000
96.700 47.900 202.000 115.500 10.000 40.000 10.000
€ € € € € € €
€
34.300 €
34.300 €
34.300 €
34.300 €
34.300
€ € € €
103.400 57.400 53.900 50.000
103.400 57.400 53.900 50.000 25.000
€ € € €
103.400 57.400 53.900 50.000
103.400 57.400 53.900 50.000
103.400 57.400 53.900 50.000
€
50.000
€ € € € €
€ € € €
€ € € €
€
25.000 €
50.000 €
50.000 €
50.000 €
50.000
€ € € €
691.000 1.600 800 27.300
€ € € €
691.000 1.600 800 27.300
691.000 1.600 800 27.300
691.000 1.600 800 27.300
€ € € €
691.000 1.600 800 27.300
Doorberekening kapitaallasten
€
21.900 €
21.600
€
21.600
Toegerekende rente
€
3.000
Overhead
€ €
333.000 € 2.659.400 €
3.100 333.000 € 2.709.200 €
2.500 € 333.000 € 2.662.000 €
333.000 2.683.600
€ € € €
€ € € €
2.800 333.000 € 2.712.300 €
Zutphen rekent op dit moment een derde deel van de straatveegkosten en onkruidbestrijding toe aan de taakvelden “riolering” en “afval”. Voor taakveld “riolering” betekent dit een bijdrage van € 202.000. Dit bedrag wordt al vele jaren doorbelast en is niet geïndexeerd. In deze planperiode worden de feitelijke kosten van straatvegen en onkruidbestrijding opnieuw in beeld gebracht om daarmee een geactualiseerde bijdrage te kunnen bepalen.
18 november 2025
vanaf 2030 € € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € €
128.500 117.300 12.600 1.100 2.400 -500 50.800 24.400 22.300 127.100 62.400 10.400 164.600
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
52
2.500
Open
Kosten voor Groot onderhoud, zoals het baggeren van waterbodems, mogen niet geactiveerd worden. Deze kosten komen direct ten laste van de rioolheffing. Een eventuele bijdrage vanuit de “Voorziening vervanging en groot onderhoud” is toegestaan. Zutphen hanteert de volgende definitie voor het begrip Groot onderhoud: onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd én na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Hieronder valt bijvoorbeeld deel-relining van rioolbuizen, voor zover dit de levensduur van het rioolstelsel als geheel niet verlengt, en het periodiek opschonen van de bodems van retentievoorzieningen. Investeringen voor groot onderhoud mogen niet geactiveerd worden. Wanneer er sprake is van groot onderhoud, zullen de kosten derhalve ten laste komen van de exploitatie (dan wel direct of indirect uit de egalisatievoorziening onttrokken worden).
5.5
BTW toerekening
Gemeenten mogen bij bepaling van de omvang van de lasten ten behoeve van de berekening van de toegestane hoogte van de rioolheffing de geraamde BTW meenemen (229b,2b Gemeentewet). De reden hiervan is dat vóór de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) dit ook al mocht en de gemeente bij de invoering van het BCF anders een niet bedoeld inkomstenverlies zou hebben geleden. Het gaat hierbij om alle BTW, dus zowel de BTW die drukt op goederen en diensten die direct als last op de exploitatie drukken of via een voorziening lopen, als ook de BTW die drukt op de investeringen (onverschillig of deze worden geactiveerd of direct uit een voorziening worden bekostigd). De gemeente Zutphen rekent een deel van de compensabele BTW last toe (bestaand beleid), te weten de BTW die drukt op de exploitatie (derden). Dit is derhalve een grondslag voor de berekening van de rioolheffing. In totaliteit bedraagt de BTW toerekening in de planperiode afgerond € 265.000 per jaar.
5.6
Heffingseenheden
Een toename van het aantal heffingseenheden heeft effect op de hoogte van de kostendekkende rioolheffing. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het aantal heffingseenheden weergegeven op basis van de meest actuele woningbouwprognoses. In totaal worden er 2.450 extra woningen gebouwd. Veiligheidshalve wordt voor de berekening van de kostendekkende rioolheffing uitgegaan van een langere realisatieduur door een reductie van het bouwtempo met 33% toe te passen de komende jaren. Hiermee reduceren we het risico dat de ontwikkeling van de rioolheffing te laag is om alle kosten te kunnen dekken. Tabel 3: Netto nieuwbouw op basis van woningbouwprognoses en rekenkundige eenheden na verwerking veiligheidsmarge (aanpassing bouwtempo). Jaar
Prognose nieuwbouw (netto)
Netto na reductie 33% (veiligheidsmarge)
2025
111
74
2026
154
103
2027 tot en met 2031
300 per jaar
200 per jaar
2032
285
190
2033 tot en met 2034
200 per jaar
133 per jaar
2035 tot en met 2040
-
136 per jaar
Totaal
18 november 2025
2.450
2.450
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
53
Open
5.7
Maatstaf, opbouw en berekening kostendekkende rioolheffing
De gemeenteraad heeft bij het bestuurlijk proces van het vorige Watertakenplan besloten over te stappen naar één (eigenaren)heffing. De gemeente Zutphen kent ten aanzien van de rioolheffing een eigenarenheffing en deze bestaat uit een vast bedrag per perceel (€ 154,13 in 2025). Voor garageboxen geldt een afwijkend tarief (€ 52 in 2025). De kostendekkende rioolheffing is berekend voor een periode van 25 jaar met een doorkijk tot 2065, uitgaande van de in de voorgaande paragrafen aangegeven financiële en rekenkundige uitgangspunten. In de planperiode worden investeringen in de balanssfeer afgeboekt voor zover het saldo van de voorziening toereikend is én de ondergrens van € 1,0 miljoen gestand gedaan kan worden. Het kan voorkomen dat de investering deels afgeboekt wordt en deels langjarig afgeschreven wordt. Uitgangspunt is dat over een periode van 40 jaar bezien 50% van de investeringen afgeboekt wordt in de balanssfeer en 50% geactiveerd en langjarig afgeschreven wordt. De systematiek leidt tot een 100% kostendekkend geheel over de gehele beschouwde periode tot en met 2065, waarbij te allen tijde een minimaal saldo van € 1,0 miljoen in de spaarvoorziening aangehouden wordt voor calamiteiten. In de planperiode is een stijging van de rioolheffing benodigd van 1,5% per jaar, exclusief jaarlijkse indexatie.
Ook na de planperiode is een constante stijging van de heffing met 1,5% per jaar benodigd, exclusief indexatie. Op deze wijze wordt in de beschouwde periode 50% van alle investeringen afgeboekt in de balanssfeer (ruim € 59 miljoen), gebruik makend van de huidige (financiële) uitgangspunten (waaronder rentepercentage). Tabel 4: Geprognosticeerde ontwikkeling rioolheffing (op basis van huidig prijspeil en uitgangspunten).
Jaar/ Periode
Stijging rioolheffing* (exclusief indexatie)
2026-2030
1,5% per jaar
2031-2065
1,5% per jaar
Rioolheffing in
2025 2065
Kapitaallasten in 2025 2065
€ 154 per woning € 284 per woning (huidig prijspeil) 22% van de baten 26% van de baten
* betreft de procentuele stijging van de eigenarenheffing ten opzichte van het jaar ervoor. Stijging exclusief de jaarlijks door de gemeente vast te stellen indexatie.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
54
Open
Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de rioolheffing in de periode 2025 t/m 2065 (exclusief indexatie).
Figuur 16: Ontwikkeling rioolheffing 2025 t/m 2065 (exclusief jaarlijkse indexatie).
Opbouw van de rioolheffing De rioolheffing in de gemeente Zutphen bedraagt in 2025 € 154,13 per heffingseenheid. De totale inkomsten bedragen € 3,98 miljoen. 62% van de inkomsten wordt besteed aan de exploitatie en dient voor de uitvoering van onder andere het dagelijks beheer en onderhoud, personeelslasten, onderzoeken en maatregelen (zie tabel met exploitatielasten), inclusief de kosten voor aan de exploitatie gelieerde bijdrage aan de straatveegkosten en kwijtschelding. 22% van de kosten wordt besteed aan kapitaallasten; het betreft de rente en afschrijvingslasten van rioolgerelateerde investeringen uit het (recente) verleden. Afgerond 6% van de lasten bestaat uit compensabele BTW, daarnaast vindt er in 2025 een dotatie plaats aan de voorziening, ter grootte van afgerond 10% van de baten met als doel het ontstaan van nieuwe kapitaallasten te beperken. Het geheel vormt een 100% kostendekkende rioolheffing.
Figuur 17: Procentuele verdeling van de lasten (peiljaar 2025).
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
55
Open
5.8
Personele capaciteit
Met de door Stichting RIONED geheel geactualiseerde formatietool is de benodigde omvang van de formatie voor het taakveld water en riolering berekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van de voor Zutphen geldende (gewenste) verdeling tussen ‘zelf doen’ en ‘uitbesteden’. Daarnaast is de werkelijk beschikbare formatie geïnventariseerd. Geconcludeerd wordt dat de overall formatie redelijk op peil is wanneer de binnen- en buitendienst vergeleken wordt met de theoretisch benodigde formatie. Er zijn echter duidelijke verschillen binnen de functieprofielen waar te nemen. Onderstaande tabel toont de resultaten: Tabel 5: Benodigde en beschikbare formatie taakveld water en riolering gemeente Zutphen.
benodigde bezetting (fte)
uitbesteed (fte)
benodigde eigen bezetting (fte)
Beleidsmedewerker
1,7
0,3
1,4
Beheerder
2,3
0,4
1,9
Ontwerper
0,7
0,6
Gegevensbeheerder Projectleider, werkvoorbereider, toezichthouder Subtotaal binnendienst Buitendienst totaal
0,4 1,4
Functieprofiel
6,5 4,4 10,9
huidige bezetting (fte)
verschil (fte) -0,4
0,1
1,0 0,6 0,0
0,0
0,4
0,5
0,1
0,6
0,9
1,3
0,4
1,9 3,2 5,2
4,6 1,1 5,7
3,4 1,9 5,3
-1,3 -0,1
-1,2 0,8
-0,5
Buitendienst: de formatie van de buitendienst is met 1,9 fte aan de hoge kant gezien het werkelijke uitbestedingspercentage (benodigde eigen formatie bedraagt 1,1 fte). Het is een bewuste keuze om een relatief ruime buitendienst te hebben, zij doen ook veel zelf. Daarnaast is het genuanceerder dan in de tabel gepresenteerd: van de 0,8 fte die theoretisch teveel aanwezig is, behoort 0,6 fte bij de invulling van de taken die toebedeeld worden aan het functieprofiel Beheerder. Het betreft met name de aansturing van de beheeractiviteiten. Hierdoor neemt het theoretische overschot bij de buitendienst af en het tekort bij de binnendienst eveneens met 0,6 fte. Binnendienst: de volgende conclusies zijn uit de analyse getrokken: ▪ Ondanks dat twee personen werkzaamheden uitvoeren binnen het functieprofiel beleidsmedewerker, is er een tekort van circa 0,4 fte. ▪ Er is geen ontwerper, deze werkzaamheden worden bewust 100% uitbesteed. Derhalve ook nagenoeg geen tekort. Begeleiding en toetsing van de werkzaamheden gebeurt door de beheerder en beleidsmedewerker. ▪ Gegevensbeheer; er is een gegevensbeheerder (0,5 fte) die tevens taken uitvoert die behoren tot het functieprofiel beheerder (0,1 fte). De formatie is op dit vlak op orde. ▪ Projectleider, werkvoorbereider en toezichthouder: wordt uitgevoerd door een projectleider en een opzichter/ toezichthouder.
De formatie is op orde en inzet is op basis van werkelijke projecten. ▪ Het voornaamste theoretische tekort is aanwezig bij het functieprofiel beheerder. Er is momenteel 0,6 fte aanwezig, terwijl er 1,9 fte benodigd is. Bij de formatieomschrijving van de Buitendienst is reeds aangegeven dat het capaciteitstekort bij beheer à 1,3 fte deels, te weten voor 0,6 fte, ondervangen wordt door de aansturing van de beheeractiviteiten door de buitendienst uit te laten voeren. Er resteert een theoretisch tekort bij beheer van 0,7 fte. De gemeente realiseert zich dat de formatie krap is, dit wordt echter niet ervaren als een feitelijk structureel tekort. De gemeente Zutphen is op dit moment dan ook niet voornemens om de formatie uit te breiden. Eventuele capaciteitsgebrek wordt opgevangen door (tijdelijk) gebruik te maken van externe capaciteit op projectniveau. Daarnaast wordt de werkdruk gemonitord in relatie tot de uit te voeren kerntaken en kwaliteit.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
56
Open
Begrippenlijst Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Door het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld. In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Afkoppelen Het hemelwater, afkomstig van verhard oppervlak, niet langer lozen op de riolering, maar op een andere wijze verwerken (hergebruik, infiltratie, lozing op oppervlaktewater). Afvalwatertransportgemaal Het door de gemeente ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen getransporteerd naar het overnamepunt van het waterschap. Vanaf het overnamepunt is het waterschap verantwoordelijk voor het verpompen middels het afvalwatertransportgemaal, het transport en uiteindelijk de zuivering van het stedelijk afvalwater bij de RWZI. Basisrioleringsplan (BRP) – vervangen door SSW Een BRP geeft inzicht in het hydraulische en milieutechnische functioneren van het rioolstelsel. Hierin worden alle gegevens van het rioolstelsel van het betreffende gebied of van de betreffende stad opgenomen en doorgerekend. Het gaat om de opbouw van het rioolstelsel in lengtes, diameters, jaar van aanleg, verhard oppervlak, etc.
Op basis van deze gegevens worden in het BRP voorstellen gedaan hoe het stelsel te laten voldoen aan de gestelde eisen. De in het BRP aangegeven noodzakelijke veranderingen worden in het GRP opgenomen en (financieel) verwerkt. Bergbezinkbassin Een bergbezinkbassin, vaak afgekort als BBB, is een bak achter een overstort van een rioolstelsel. Bij een overstorting stroomt het BBB vol met water. Pas als het BBB vol is stort het water over vanuit het BBB op het oppervlaktewater. Na een overstorting wordt het water uit het BBB teruggebracht in het rioolstelsel, zodat het naar de RWZI kan stromen. Het BBB is bedoeld om vuilemissie via overstortingen te reduceren. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en is te zien als de ‘vervanger’ van het Bouwbesluit 2012. In het Bbl staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) onder de Omgevingswet. Deze AMvB bevat inhoudelijke regels voor bestuurshandelen.
Het gaat daarbij onder meer over de omgevingswaarden, de instructieregels, de beoordelingsregels voor toestemmingsbesluiten (zoals de omgevingsvergunning en het projectbesluit), de programma’s en de programmatische aanpak, de monitoring en informatieverplichtingen en de bijzondere beheerbevoegdheden.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
57
Open
Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingen vanuit particuliere huishoudens. De Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet vormen de grondslag voor het besluit. Het Blah regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied. BTW compensatiefonds Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het BTW compensatiefonds toch de btw terugvragen (onder voorwaarden) die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Droogweerafvoer (dwa) Dwa is de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven.
In tegenstelling tot rwa (regenwaterafvoer) is er altijd sprake van dwa, ongeacht de weersomstandigheden. Dwa bestaat vrijwel volledig uit vuil water, doordat in droge perioden geen neerslag wordt afgevoerd. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens droog weer zeer gering ten opzichte van de maximale afvoercapaciteit. Drukriolering Drukriolering bestaat uit leidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een pompunit die het afvalwater in het drukriool pompt. Om grotere afstanden en/of hoogteverschillen te overbruggen worden tussengemalen toegepast. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI of naar het gemengd rioolstelsel, van waar het water onder vrij verval naar de RWZI stroomt. Drukriolering wordt voornamelijk toegepast in het buitengebied, waar percelen op relatief grote afstand van elkaar liggen. Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Het GRP beschrijft de beleidsvoornemens en bijbehorende maatregelen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater voor een periode van 4 à 5 jaar. Vanaf 2008 zijn de hemelwater- en grondwaterzorgplicht aan de afvalwaterzorgplicht toegevoegd. Het GRP vertaalt de maatregelen in een kostendekkingsplan en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor de rioolheffing.
Het vGRP wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De planverplichting is per 1 januari 2024 vervallen als gevolg van de Omgevingswet. Gemengd (riool)stelsel In een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater en afvalwater van huishoudens en bedrijven door hetzelfde buizenstelsel afgevoerd. Bij droog weer is er alleen afvalwater van huishoudens en bedrijven (dwa). Tijdens neerslag mengt het regenwater (rwa) zich met het vuile water. Dit heeft twee grote nadelen. Ten eerste wordt het relatief schone regenwater gemengd met vuil water en dan naar de RWZI afgevoerd om te worden gezuiverd. Ten tweede wordt de riolering overbelast bij extreme neerslag. Het met vuil water vermengde regenwater komt dan via overstorten ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Dit zorgt voor vervuiling van het oppervlaktewater en de waterbodem.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
58
Open
Gescheiden (riool)stelsel In een gescheiden rioolstelsel zijn aparte buizenstelsels aangelegd voor vuil water (dwa) en regenwater (rwa). De dwa wordt naar de RWZI getransporteerd. De rwa wordt veelal afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater. Het nadeel van gescheiden stelsels is dat het regenwater soms tot vervuiling van het oppervlaktewater leidt. Dit is met name het geval als na droge perioden het vuil van wegen en andere oppervlakken met het regenwater in de riolering spoelt. Dit nadeel wordt grotendeels ondervangen in verbeterd gescheiden stelsels (vgs). Groot onderhoud Onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Individuele behandeling afvalwater (IBA) Een IBA systeem is een installatie om huishoudelijk afvalwater te zuiveren. Deze systemen worden vaak toegepast in situaties waar geen aansluiting op riolering kan worden gemaakt. In Nederland moeten IBA’s voldoen aan emissie-eisen. Er zijn verschillende IBA-systemen; het meest bekend is de septic tank. Een ander voorbeeld is het helofytenfilter (rietveld). Kaderichtlijn Water (KRW) De KRW is een Europese richtlijn die sinds 2000 van kracht is met als doel om het water in de Europese Unie te beschermen en duurzaam gebruik te bevorderen.
De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering, waarbij chemische en ecologische kwaliteitsdoelen worden gesteld. EUlidstaten moeten deze goede toestand uiterlijk in 2027 bereiken. Openbare hemelwaterstelsels Openbare (gemeentelijk) hemelwaterstelsels zijn voorzieningen voor de inzameling, transport en verdere verwerking van uitsluitend afvloeiend hemelwater. Daaronder vallen de rwa-riolen (regenwaterafvoer) van (verbeterd) gescheiden stelsels, infiltratievoorzieningen, doorlatende verharding en retentievijvers. Openbare ontwateringsvoorzieningen Ontwateringstelsels (voor grondwater) zijn voorzieningen waarmee structurele grondwateroverlast wordt voorkomen. Onder openbare ontwateringsvoorzieningen vallen onder andere: oppervlaktewateren (zoals greppels, sloten, kanalen en vijvers), drainagenetwerken en IT-riolen (infiltratie en transport) waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer. Ontwateringsvoorzieningen kunnen ook omgekeerd werken en in droge tijden water aanvoeren om grondwaterstanden op peil te houden. Openbare vuilwaterstelsels Een openbaar vuilwaterriool is een voorziening in beheer bij de gemeente voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; dat wil zeggen het afvalwater geproduceerd door huishoudens en al het water dat hier mee gemengd is zoals bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater en/of grondwater.
Onder het openbare vuilwaterstelsel vallen gemengde riolen, dwa-riolen (droogweerafvoer), drukriolering en (vrijwel) alle transportleidingen. Overstort Een overstort eis een (nood)uitlaat van een rioolstelsel. Overstorten treden in werking als de capaciteit van het gemengde rioolstelsel onvoldoende is om alle neerslag te verwerken.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
59
Open
Randvoorziening Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten. De randvoorzieningen zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon. Relinen Het renoveren van een riool middels (bijvoorbeeld) een met kunsthars geïmpregneerde kous. Na reiniging wordt de kous in de te repareren rioolstreng aangebracht. Door of lucht of water in te pompen wordt het doek tegen de leidingwand gedrukt, waarna het doek aan de wand hecht. Bij deze methode behoeft de straat niet te worden opgebroken, wat een (kosten)voordeel oplevert ten opzichte van traditionele vervanging. De restlevensduur van het op deze wijze gerepareerde riool is hoog. Regenwaterafvoer (rwa) Rwa is de afvoer van overtollig hemelwater. In tegenstelling tot dwa is er alleen sprake van rwa tijdens en na regenbuien.
In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens rwa-omstandigheden zeer groot t.o.v. de droogweerafvoer. Hierdoor kan het rioolstelsel overbelast worden, hetgeen leidt tot overstortingen op oppervlaktewater en in extreme situaties tot waterhinder of zelfs -overlast. Rioolwaterwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen via afvalwatertransportgemalen (AWTG) afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallaties. De RWZI’s en AWTG’s zijn eigendom van het Waterschap die verantwoordelijk is voor het bij het overnamepunt inzamelen, verder transporteren en zuiveren van het afvalwater. Stichting RIONED Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor de riolering en het stedelijk waterbeheer in Nederland. In RIONED participeren alle partijen die bij de rioleringszorg betrokken zijn: overheden (gemeenten, waterschappen, rijk en provincies), bedrijven (leveranciers, adviesbureaus, inspectiebedrijven en aannemers) en onderwijsinstellingen. Zij zijn de begunstigers van RIONED. De belangrijkste taak van Stichting RIONED is het beschikbaar stellen van kennis aan de vakwereld. Dit doet RIONED door onderzoek, het bundelen van bestaande kennis en het op vele manieren informeren en bij elkaar brengen van professionals.
RIONED signaleert problemen in de dagelijkse praktijk van de rioleringsbeheerder en kaart deze aan bij bestuurders en beleidsmakers. Ook informeert Stichting RIONED het brede publiek. Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) is sinds 2020 de opvolger van het (verbrede) Basisrioleringsplan (BRP) voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
60
Open
Verbeterd gescheiden (riool)stelsel (vgs) Een verbeterd gescheiden stelsel is een gescheiden rioolstelsel waarbij het vuilwaterstelsel is gekoppeld met het regenwaterstelsel. Bij gescheiden stelsels komt meegespoeld vuil van wegen en andere oppervlakken in het oppervlaktewater terecht; met name aan het begin van een regenbui, na een droge periode. Dit wordt de “first flush” genoemd. In verbeterd gescheiden stelsels stroomt de first flush door de koppeling naar het vuilwaterriool en vandaar naar de RWZI. De koppeling is zo gemaakt dat alleen water van het regenwaterstelsel naar het vuilwaterstelsel kan stromen en niet andersom. Nadeel van verbeterd gescheiden stelsels is dat (op jaarbasis) relatief veel schoon regenwater wordt vermengd met vuil water en naar de RWZI wordt getransporteerd om te worden gezuiverd. Vrijvervalrioolstelsel In de meeste rioolstelsels wordt water onder vrij verval afgevoerd. Dit betekent dat het water door de zwaartekracht van hoog naar laag stroomt. De term vrijvervalrioolstelsel wordt vaak gebruikt in tegenstelling tot drukrioolstelsels, waarbij het water wordt afgevoerd door pompen.
Watertakenplan Een Watertakenplan is ene ander woord voor het GRP (zie: gemeentelijk rioleringsplan) Omdat de inhoud van het plan veel breder is dan de naam ‘gemeentelijk rioleringsplan’ doet vermoeden is gekozen voor de term Watertakenplan; het plan beschrijft en verankert de strategie per watertaak: a) Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater 20), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; b) Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (trits opvangen, bergen, afvoeren); c) Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Tevens wordt ingegaan op klimaatadaptatie (met name wateroverlast en droogte). Als gevolg van een integrale benadering neemt daarnaast de wederzijdse relatie met ruimtelijke ordening toe. Daarnaast komen drinkwater en oppervlaktewater(kwaliteit) aan de orde in een Watertakenplan.
20
Menging met grondwater is alleen toegestaan indien dat doelmatig is. Denk aan het lozen van drainagewater afkomstig van particuliere percelen met structurele grondwateroverlast. Aansluiting hiervan op het vuilwater riool is enkel doelmatig indien er geen andere lozingsmogelijkheden zijn.
18 november 2025
BK5476-HK-XX-ZZ-RP-Z-0001
61