1097018 – bijlage 21 – bijl. mtv ecologische beoordeling stikstof
Tekst van het document
insecten en schakelen daarna over op vruchten en kruiden (Wegge & Kastdalen 2008). Zowel de beschikbaarheid van insecten als van (variatie in) kruiden en dwergstruiken op de bosbodem neemt k af bij verruiging, Korhoen en draaihals foerageren ook vaak in open gebieden (m.n. heide en agrarisch gebied) en zijn in mindere mate voor hun voedsel gebonden aan dit leefgebied dan zwarte specht. Kritische depositiewaarde (KDW) De KDW voor dit leefgebied is vastgesteld op 1071 mol/ha/jaar. Stikstofgevoelige leefgebieden zijn als zodanig niet aangewezen middels het Natura 2000-aanwijzingsbesluit (BIJ12). De bescherming van deze leefgebieden loopt vía de aangewezen soorten die hierin leven. In het geval van Lg14 zijn dat draaihals, korhoen en zwarte specht. De korhoen komt niet voor op de Veluwe.
Ecochore
Natuurtechniek
47
Effecten stikstof vanuit project Aanlegfase
Tijdens aanlegfase 1.1 is sprake van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar vanuit het project op dit leefgebied binnen de Veluwe. Deze depositie treedt op in 434 hectare. Hiervan is alleen sprake in de aanlegfase 1.1. In aanlegfase 1.4 is sprake van extra depositie op 5,14 hectare, in aanlegfase 1.5 op 11,97 hectare. In beide situaties gaat het om maximaal 0,01 mol/ha/jaar. In de aanlegfasen 1.2, 1.3 en 1.6 is geen sprake van depositie op dit leefgebied. Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase is geen sprake van extra depositie vanuit het project op dit leefgebied. Beoordeling Lg14 Draaihals
Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden zijn onderdeel van het leefgebied van de draaihals en wespendiefop de Veluwe. In de huidige situatie is Lg14 grotendeels(99,8%) overbelast door stikstofdepositie. Er is in de meeste hexagonen sprake van matige overbelasting (bron: AERIUS
Monitor). De stikstofbijdrage van dit project beslaat eenmalig 434 hectare en vervolgens eenmalig 5,14 hectare en 11,97 hectare tijdens de aanlegfase. Het betreft maximaal 2,4% van het areaal van het leefgebied en het zoekgebied samen in Veluwe. De kwaliteit van het leefgebied van draaihals is onvoldoende voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. De voedselbeschikbaarheid en de beschikbaarheid van nestplaatsen zijn de belangrijkste knelpunten. Stikstofdepositie kan in het leefgebied van draaihals leiden tot verzuring van de bodem en kan
daarmee bijdragen aan de beschikbaarheid van voedsel (bron: Provincie Gelderland, 2023). Voor de tijdelijke, zeer geringe toename van stikstofdepositie vanuit het project (max. 0,01
mol/ha/jaar) geldt dat deze geen meetbare of herkenbare verandering in de vegetatie of abiotische condities veroorzaakt en daarmee niet leidt tot vermindering van de kwaliteit van het leefgebied van de draaihals. Hoewel overmatige stikstofdepositie een knelpunt vorm voor het leefgebied van draaihals en in de huidige situatie sprake is van een overbelaste situatie, staat de tijdelijke stikstofdepositietoename vanuit het project het behalen van de instandhoudingsdoelen niet in de weg. Zwarte specht Het geschatte aantal broedparen op de Veluwe in 2019 was 430. Hiermee wordt momenteel voldaan aan de instandhoudingsdoelstelling voor populatie. Maatregelen die gericht zijn op het herstel van bossen van de Veluwe komen ook de kwaliteit van het leefgebied van zwarte specht ten goede. Echter staan de bossen op de Veluw blijvend onder druk door hoge stikstofdeposities, wat mogelijk van invloed is op het voedselaanbod voor zwarte specht. Er is onvoldoende zekerheid dat met de geplande beheer- en herstelmaatregelen de instandhoudingsdoelstellingen voor de zwarte specht worden gehaald. Het potentiële stikstofgevoelige leefgebied voor de zwarte specht op de Veluwe bestaat uit de habitattypen H9120 Beuken- en eikenbossen met hulst en H9190 Oude eikenbossen.
Daarnaast zijn de volgende stikstofgevoelige leefgebieden Lg13 Bos van arme zandgronden en Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden van belang voor de soort. Stikstof vormt niet het sturend knelpunt voor de realisatie van de instandhoudingsdoelen voor de zwarte specht. In het soortenherstelprogramma zijn daarom met name maatregelen opgenomen die gericht zijn op het vergroten van het aandeel afstervend en dood naaldhout, het aanplanten van naaldhout op andere plekken en beheermaatregelen om staand dood hout te laten toenemen, met als doel de voedselbeschikbaarheid te optimaliseren. De herstelstrategie geeft ook aan dat stikstof niet het belangrijkste knelpunt lijkt te zijn voor de E
I
GEN
echni\
Leesten Schouwbroek
instandhoudingsdoelstellingen voor de zwarte specht.
in Zutphen
Aangezien stikstofdepositie niet de
beperkende factor is en er bovendien slechts sprake is van zeer geringe en tijdelijke deposities
vanuit het project op een klein deel van het leefgebied van de soort is er met zekerheid geen sprake van een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de zwarte specht. De
ontwikkeling
van
de
achtergronddepositie
in dit
leefgebied
is
bovendien
positief.
Het
oppervlakteaandeel met sterke overbelasting neemt af van 2,9% n 2020 tot 0,1% in 2030 (zie figuur
18). De toename van maximaal 0,01 mol vanuit het project zal deze trend niet negatief beïnvloeden. Zoals eerder aangegeven is er bij deposities lager dan 70 mol N/ha/jaar geen aantoonbaar effect waarneembaar.
Er is geen sprake van afname van kwaliteit of oppervlakte Lg14.
Ontwikkeling stikstofbelasting von
E —
o
2021
02%
*S —
03%
PS —I
°
100%
oo
Figuur 18. Ontwikkeling stikstofdepositie in 914
ox
Opperwakte ten opzichte van KOW (%)
bron: AERIUS Monitor.
De voorgenomen activiteiten zullen geen negatieve significante effecten hebben op instandhoudingsdoelstellingen van de draaihals en zwarte specht binnen het leefgebied L814.
3.3.6 MITIGERENDE
de
MAATREGELEN
Indien negatieve effecten door stikstofdepositie vanuit de geplande ruimtelijke ontwikkeling niet zijn uit te sluiten, zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Dit zijn maatregelen gericht op de
bescherming van een specifiek Natura 2000-gebied of een specifieke verzameling van deze gebieden. Een mitigerende maatregel beperkt de invloed van (in dit geval) de stikstofuitstoot vanuit het project op een specifiek Natura 2000-gebied. Deze maatregelen moeten dus een positief effect hebben op het habitattype waarop het project negatieve gevolgen heeft. Indien mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, kunnen de geplande ruimtelijke ontwikkelingen pas uitgevoerd worden als de mitigerende maatregelen zijn getroffen en positieve gevolgen hebben voor het betreffende habitattype of leefgebied. Mitigerende maatregelen zijn bij het project niet aan de orde, aangezien de geplande activiteiten
niet leiden tot negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van de habitats en soorten van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Landgoederen Brummen’,
Ecochore
Natuurtechniek
49
‘Rijntakken’ en ‘Veluwe’. De extra depositie is dermate gering en deels tijdelijk van aard dat er geen meetbare effecten aan de orde zijn. Onder andere door het huidige beheer, in combinatie met reeds uitgevoerde herstelmaatregelen en de gunstige ontwikkeling van depositiewaarden in de gebieden zijn extra maatregelen niet noodzakelijk.
3.3.7
CUMULATIE
MET
ANDERE
PROJECTEN
Er kan sprake zijn van cumulatieve effecten als er tevens andere projecten of plannen plaatsvinden die van invloed zijn op hetzelfde Natura 2000-gebied. Daarnaast kunnen er
autonome ontwikkelingen zijn die bijdragen aan een toename (of juist afname) van de totale depositie n Natura 2000-gebieden. Bij de beoordeling of een project mogelijk significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied moeten op grond van de Omgevingswet de effecten van het te toetsen project in combinatie met eventuele andere voorgenomen projecten of plannen beoordeeld worden.
Er zijn voor zover bekend geen (vergunde) ontwikkelingen die gelijktijdig tot cumulatieve effecten op relevante Natura 2000-gebieden kunnen leiden. Gezien het ontbreken van meetbare effecten door de stikstofdepositie vanuit het project is er ook geen sprake van eventuele cumulatieve effecten met projecten of handelingen die elders plaatsvinden. Bovendien is de ontwikkeling van stikstofdepositie in zowel Landgoederen Brummen, Rijntakken als de Veluwe gunstig, zowel voor het totale gebied als voor alle behandelde habitattypen en leefgebieden (zie figuur 19 t/m 21). De Raad van State heeft een uitspraak gedaan wanneer de stikstofdepositie moeten worden beoordeeld in een uitspraak
cumulatieve effecten van van 15 september 2021
(ECLI:NL:RVS:2021:1960). De uitspraak gaat over het vaststellen van een bestemmingsplan. Als een bestemmingsplan — afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten — significante gevolgen
voor een
vastgesteld
als op
Natura 2000-gebied basis
van
een
kan hebben,
passende
mag dat bestemmingsplan
beoordeling
de
zekerheid
alleen worden
is verkregen
dat
dat
bestemmingsplan de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Als uit een onderzoek naar de gevolgen van een bestemmingsplan blijkt dat dat plan geen gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden, dan hoeven hierin de cumulatieve effecten niet te worden beoordeeld. Als uit zo'n onderzoek blijkt da
een bestemmingsplan wel gevolgen heeft voor Natura
2000-gebieden, dan moeten de cumulatieve effecten ook wel worden beoordeeld. Uit de uitgevoerde ecologische beoordeling is duidelijk geworden dat het project geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden ‘Landgoederen “Rijntakken’, en ‘Veluwe’ is een afweging voor cumulatieve effecten niet nodig.
Ecochore
Nati
Brummen,
50
in Zutphen
205
Figuur 20. Ontwikkeling stikstofdepositie in Rijntakken, bron: AERIUS Monitor.
1004
x
ox
o
Figuur 21. Ontwikkeling stikstofdepositie in Veluwe, bron: AERIUS Monitor.
chore
N;
4. CONCLUSIE
ECOLOGISCHE
BEOORDELING
De geplande activiteiten voor het realiseren van woningbouw in Zutphen leiden tot zeer geringe en stikstofdeposities in stikstofgevoelige habitattypen in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Landgoederen Brummen’, ‘Rijntakken’ en ‘Veluwe' tijdens de aanlegfase en deels ook tijdens de
gebruiksfase. Het betreft maximaal 0,01 mol/ha/jaar. Uit de Ecologische beoordeling is gebleken dat significant negatieve effecten ten gevolge van de zeer geringe deposities zijn uitgesloten voor de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000gebieden en gestelde instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitattypen of de soorten die hiervan afhankelijk zijn. De depositiebijdrage vanuit het project heeft, als gevolg van de verwaarloosbare omvang, met zekerheid geen invloed op de huidige situatie of de mogelijkheden om een verbetering van de instandhouding te bereiken. Het kunnen behalen van de instandhoudingsdoelstellingen wordt derhalve ook niet bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt door de bijdrage van het project. Er is een ondergrens aan de beoordeelbaarheid van depositiewaarden. De experimentele en modelmatige bepalingen van de kritische depositiewaarden (KDW) zijn relatief grof uitgevoerd (bij experimenten zijn bijvoorbeeld ranges van 10 tot 20 kg N/ha/jaar vastgesteld) en afgerond op hele/halve kilo's stikstof, overeenkomend met 70 tot 35 mol stikstof. Alleen op die schaal van eenheden zijn dan in principe uitspraken over de effecten op gevoelige natuurwaarden mogelijk, wat overeenstemt met Duits onderzoek dat laat zien dat bij een depositie lager dan 20 mol geen effect meer waarneembaar lijkt. Van Dobben et al.
(2012) geven aan dat de KDW met een onzekerheidsmarge van minimaal 1 kg moeten worden gehanteerd en deze waarden zijn
vastgesteld binnen marges van £ 5 kg N/ha/jaar (Cunha et al. 2002). Ecologisch gezien zijn er daarom binnen deze marges geen aantoonbare verschillen in de kwaliteit van een habitat door verschillen in depositie die kleiner zijn dan 1 kilogram per hectare per jaar (circa 70 mol/ha/jaar). Het treffen van mitigerende maatregelen met betrekking tot stikstofdepositie is niet noodzakelijk.
Ecochore
Nat\
chouwbroek
GERAADPLEEGDE
in Zutphen
BRONNEN
Literatuur
Jaspers, H. Jansen, S., Quee, J. Sweco, 2019. Stikstofdepositie en woningbouwontwikkeling - Verkennend onderzoek naar de bijdrage van woningbouwontwikkeling aan de stikstofdepositie. Wieger Wamelink, Han van Dobben, Friso van der Zee, Arjen van Hinsberg, Roland Bobbink, 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000; Herziening 2023. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3272. Arcadis, 26 mei 2023. Natuurdoelanalyse Rijntakken (38). Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Rijntakken. Staatscourant 2024 nr. 19087, 18 juni 2024.
PAS-bureau. Gebiedsrapportage 2017 Natura 2000 gebied nr. 57 Veluwe. PAS-gebiedsanalyse 058 Landgoederen
Brummen.
Runhaar, H. 2017.
Wijziging Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Rijntakken. STAATSCOURANT Nr. 19087. 18 juni 2024. Beheerplan Natura 2000 - Landgoederen
Brummen. Provincie Gelderland, 2016.
Beheerplan Natura 2000 - Rijntakken. Provincie Gelderland, 2018. Beheerplan Natura 2000 — Veluwe. Provincie Gelderland, 2017. Beije, H.M,, A. Aptroot, N.A.C. Smits & L.B. Sparrius. Herstelstrategie H2310: Stuifzandheiden
met
struikhei.
Smits, N.A.C., A. Aptroot, M. Nijssen, M.J.P.M. Riksen, L.B. Sparrius & H.F. van Dobben. Herstelstrategie H2330: Zandverstuivingen. Smits, N.A.C., Beije, H.M., A.J.M. Jansen, L. van Tweel-Groot, J. Smits & J.J. Vogels. Herstelstrategie H4010A: Vochtige heiden (hogere zandgronden). Smits, N.A.C., Beije, H.M., J.J. Vogels & R.W. de Waal. Herstelstrategie H4030: Droge heiden.
Adams, A.S., H.P.J. Huiskes, K.V. Sykora & N.A.C. Smits. Herstelstrategie H6120: stroomdalgraslanden. Smits, N.A.C., R. Bobbink, A.J.M. Jansen & H.F. van Dobben. Herstelstrategie H6230: Heischrale graslanden. Adams, A.S., K.V. Sykora & N.A.C. Smits, Herstelstrategie H6510A: Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver). Hommel, P.W.F.M., J. den Ouden, H.P.J. Huiskes, W.A. Ozinga & N.A.C. Smits. Herstelstrategie H9120: Beuken Herstelstrategie H9120: Beuken-eikenbossen met hulst eikenbossen
met
hulst.
Hommel, P.W.F.M., J. den Ouden, H.P.J. Huiskes, W.A. Ozinga, G.A. van Duinen, M.J. Weijters, R. Bobbink & N.A.C. Smits. Herstelstrategie H9190: Oude eikenbossen. Beije, H.M., P.W.F.M. Hommel, R.W. de Waal & N.A.C. Smits. Herstelstrategie H91E0 Herstelstrategie H91E0B: Vochtige alluviale bossen Vochtige alluviale bossen
Vochtige alluvíale bossen (essen (essen--iepenbossen) iepenbossen).
Ecochore
Natuurtechniek
EE}
e
Bouwman, J.H., M.E. Nijssen, H.M. Beije, D. Groenendijk, D. Bal & N.A.C. Smits. Herstelstrategie Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop (leefgebied 1).
e
Nijssen, M.E., H.M. Beije, J.H. Bouwman, D. Groenendijk & N.A.C. Smits. Herstelstrategie Nat, matig voedselrijk grasland (leefgebied 8).
e
Nijssen, M.E, H.M. Beije, J.H. Bouwman, D. Groenendijk & N.A.C. Smits. Herstelstrategie Droog struisgrasland (leefgebied Herstelstrategie Droog struisgrasland (leefgebied 9).
e
Nijssen, M.E, H.M. Beije, J.H. Bouwman, D. Groenendijk & N.A.C. Smits. Herstelstrategie Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied (leefgebied 11).
e
Nijssen, M.E., H.M. Beije, R. Bobbink, J.H. Bouwman, G.A. van Duinen, D. Groenendijk, M... Weijters & N.A.C. Smits. Herstelstrategie Bos van arme zandgronden (leefgebied 13).
©
Programmadirectie Natura 2000. PDN/2014-057. Aanwijzingsbesluit Natura 2000gebied Veluwe.
©
Programmadirectie Natura 2000. PDN/2013-058. Aanwijzingsbesluit Natura 2000gebied Landgoederen Brummen.
© _ ARCADIS NEDERLAND B.V., Natuurdoelanalyse Landgoederen Brummen (58), mei 2023.
©
Provincie Gelderland, december 2018, Natura 2000 beheerplan Rijntakken (038).
e
Cunha, AS. A. Power, M. R. Ashmore, P. R. S. Green, 8. J. Haworth & R. Bobbink. 2002. JNCC Report No. 331. Whole ecosystem nitrogen manipulation: an updated review.
Internetbronnen
e
Natura 2000 gebieden (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000).
e
AERIUS Monitor (https://monitor.aerius.nl/monitor/introductie).
Ecochore
Nat\
Leesten Schouwbroek
in Zutphen
BIJLAGEN
Bijlage 1: Instandhoudingsdoelen relevante habitattypen en leefgebieden Bijlage 2: Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 Bijlage 3: AERIUS-berekeningen
Ecochore
Natuurtechniek
BIJLAGE
1
INSTANDHOUDINGSDOELEN
RELEVANTE
HABITATTYPEN
EN
LEEFGEBIEDEN
Landgoederen Brummen H4010 Vochtige heiden
Doel
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A).
Toelichting
_
Het habitattype vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A) komt voor over een klein oppervlakte, in een gradiënt met blauwgraslanden (H6410) en
heischrale graslanden (H6230). De kwaliteit is matig tot goed. Wegens de landelijk matig ongunstige staat van instandhouding, en ten behoeve van de fauna, wordt uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit nagestreefd. H6410 Blauwgraslanden
Doel
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Toelichting
_ Momenteel komt het habitattype blauwgraslanden over een klein oppervlakte en in matige kwaliteit voor. In het gebied zijn potenties voor uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit aanwezig.
H9120
Beuken-eikenbossen
Doel Toelichting
met hulst
Behoud oppervlakte en kwaliteit. _ In het gebied is het habitattype goed ontwikkeld over een relatief kleine oppervlakte aanwezig op een oude bosgroeiplaats.
H91E0 *Vochtige alluviale bossen
Doel
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen (subtype C.
Toelichting
_ Het subtype vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen (subtype C) komt verspreid in het gebied voor, grotendeels in matige kwaliteit. In het gebied zijn potenties voor verbetering van de kwaliteit.
Rijntakken
H6120 *Stroomdalgraslanden
Doel Toelichting
Behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. _
Het Natura 2000-gebied Rijntakken levert een grote bijdrage voor het habitattype stroomdalgraslanden, dat landelijk in een zeer ongunstige staat van instandhouding verkeert. Nederland is voor dit habitattype internationaal van zeer groot belang. De stroomdalgraslanden komen verspreid in het gebied goed en matig ontwikkeld voor, plaatselijk met een relatief grote oppervlakte zowel in een jonge pioniervorm als in de vorm van soortenrijk grasland. De soortenrijkdom van de pioniervorm kan toenemen bij adeguaat beheer. Lokaal is het type E
chore
Nati
echni\
56
Leesten Schouwbroek
in Zutphen
aanwezig op oeverwallen en rivierduinen. Op een aantal plekken kan de kwaliteit worden verbeterd en zijn mogelijkheden aanwezig om de oppervlakte uit te breiden. H6510
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden
Doel
Behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Toelichting
Dit gebied levert met zijn grote vlakdekkende glanshaverhooilanden een belangrijke bijdrage aan de landelijke doelstelling van dit habitattype. De Uiterwaarden IJssel herbergen enkele van de meest uitgestrekte en fraaiste voorbeelden van het habitattype glanshaver- en vossenstaarthooilanden,
glanshaver (subtype A), terwijl op één locatie ook de zeldzame kievitsbloemhooilanden voorkomen (glanshaver- en vossenstaarthooilanden, vossenstaart (subtype B)). De beste kansen voor uitbreiding van de oppervlakte bestaan in de hooggelegen delen van de uiterwaard die niet vergraven zijn. Plaatselijk kan de kwaliteit verbeterd worden. De doelstelling geldt voor beide subtypen van dit habitattype. H9120
Beuken-eikenbossen
met hulst
Doel
Behoud oppervlakte en kwaliteit.
Toelichting
Het habitattype komt alleen langs de IJssel voor, op verschillende locaties: bij de Hezenberg, bij Klooster Hulsbergen, bij Fortmond en bij Gorssel (Eester Loo). In de eerste drie gevallen komt het in combinatie met andere boshabitat- Toelichting typen voor (H91E0B en H91F0). In alle gevallen gaat het om oude bosgroeiplaatsen en deels zijn het tevens oude eikenopstanden. Behoud is voldoende, omdat de kwaliteit goed genoeg s.
H91E0 *Vochtige alluviale bossen Doel
Behoud verspreiding, behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen (subtype A} en behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige alluviale bossen, esseniepenbossen (subtype B).
Toelichting
Binnen het Habitatrichtlijngebied komen zachthoutooibossen (subtype A) plaatselijk over een aanzienlijke oppervlakte voor. De Gelderse Poort omvat enkele van de beste voorbeelden van wilgenbossen (vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen) in ons land, zowel buitendijks als binnendijks. Verbetering van de kwaliteit kan gebaat zijn bij het realiseren van kerngebieden. Behoud van dit subtype heeft betrekking op een areaal van circa 420 ha binnen het Habitatrichtlijngebied, waarvan circa 330 ha buitendijks. Van het subtype essen-
iepenbossen (subtype B) is de oppervlakte in de Rijntakken gering, maar landelijk gezien relatief groot, Nederland is voor dit bostype van zeer groot belang. Langs de lJssel liggen de belangrijkste bestaande essen-iepenbossen, hier is kwaliteitsverbetering mogelijk. Voor uitbreiding liggen er naast de uiterwaarden van de IJssel ook in andere delen van de Rijntakken kansen. Kwartelkoning Ecochore
Natuurtechniek
57
Doel
Uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 160 paren.
Toelichting
De rijk gestructureerde hooilanden en ruigten in de rivieruiterwaarden vormen een belangrijk broedgebied van de kwartelkoning in Nederland. In de periode 1999-2003 zaten er gemiddeld 110 broedparen in het gebied. Scherpe fluctuaties zijn typerend voor het voorkomen van de soort. Tussen 1999 en 2011 fluctueerde het aantal paren tussen 10 en 135. Het aantal paren in de doelstelling heeft daarom betrekking op gunstige jaren met een gemiddeld latere maaidatum als gevolg van inundaties in de winter. Het aantal in het doel is afgeleid van de som (158 broedparen) van de maxima van de afzonderlijke deelgebieden vanaf 1999. Er is gekozen voor een verbeter- opgave voor het leefgebied omdat de lokale trend de laatste tien jaren sterk negatief is. Het gebied levert voldoende draagkracht voor meerdere sleutelpopulaties.
Watersnip Doel
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 17 paren.
Toelichting
De watersnip is een broedvogel van natte hooilanden en vooral van pas gemaaid, plas-dras rietland in uiterwaarden. Voor de periode 1999-2003 wordt het gemiddeld aantal paren voor het Natura 2000-gebied geschat op ten minste 17. Het gebied levert onvoldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie.
Veluwe
H2310 Stuifzandheiden Doel
Toelichting
met struikhei
Behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. Uitbreiding van de oppervlakte stuifzandheiden met struikhei dient onder andere
gericht te zijn op het vergroten en/of verbinden van heideterreinen via open landschap, voor zover dit leidt tot duurzamere en completere populaties van flora en fauna. Verbetering van de kwaliteit dient vooral gericht te zijn op een betere structuur (voor fauna). Overgangen naar inheems loofbos en struweel dienen zo veel mogelijk behouden te blijven of uitgebreid te worden met het oog op broedvogels en andere fauna. H2330 Zandverstuivingen Doel
Uitbreiding van de oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Toelichting
Landelijk wordt gestreefd naar een anderhalf maal zo grote oppervlakte van het habitattype zandverstuivingen in Nederland. De grootste bijdrage voor dit habitattype moet komen van de Veluwe. Voldoende winddynamiek is een belangrijke randvoorwaarde voor de realisering van gevarieerde
zandverstuivingen met overgangen naar droge heiden (H4030) en bossen.
H4010 Vochtige heiden chore
Nati
Leesten Schouwbroek
Doel
in Zutphen
Behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A).
Toelichting
_ Alhoewel de Veluwe vooral van belang is voor habitattype droge heiden (H4030), zijn er enkele deelgebieden waar een aanzienlijke oppervakte van het habitattype vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A) aanwezig is. Lokaal komt een soortenrijke vorm van het habitattype voor samenhangend met afstromend
grondwater en/of de aanwezigheid van leem aan of nabij het oppervlak. Elders zijn delen sterk vergrast. Er is potentie voor uitbreiding van de oppervlakte en kwaliteitsverbetering bij omvorming van bos naar heide en het nemen van herstelmaatregelen. H4030 Droge heiden
Doel
Behoud verspreiding, uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Toelichting
_ De Veluwe levert de grootste bijdrage voor het habitattype droge heiden, dat in sommige deelgebieden in goede kwaliteit en over een grote oppervlakte aanwezig is, Netto-uitbreiding van de oppervlakte dient gericht te zijn op het verbinden van grote heideterreinen met elkaar via open landschap, met het 00g op duurzaamheid van populaties. Ook kleinere terreinen dienen vergroot te worden of verbonden te worden met andere heiden, met het 00g op meer complete en duurzame faunagemeenschappen. In sommige delen is deze heide vergrast of arm aan structuur en fauna-elementen. Voortgaande successie op kleine, geïsoleerde heideterreintjes is toegestaan zolang er op gebiedsniveau netto sprake is van uitbreiding van de oppervlakte.
H9120
Beuken-eikenbossen
Doel
met hulst
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Toelichting
_ Voor het habitattype beuken-eikenbossen met hulst levert dit gebied een zeer belangrijke bijdrage binnen het Natura 2000-netwerk. Zonder enig beheer zal een aanzienlijk deel van de eikenbossen op de Veluwe op termijn overgaan in dit habitattype.
H9190
Oude eikenbossen
Doel Toelichting
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. _
De Veluwe levert veruit de grootste bijdrage voor het habitattype oude eikenbossen, dat over een aanzienlijke oppervlakte verspreid is. In het gebied is het mogelijk het type te ontwikkelen op oude bosgroeiplaatsen met oudbossoorten. Verder zijn er potenties voor herstel van het habitattype door natuurlijke verjonging en door toestaan van successie in open landschappen.
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Doel
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen (subtype C.
Ecochore
Natuurtechniek
59
Toelichting
Het habitattype vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen (subtype C) komt op veel locaties op de Veluwe voor, maar in de meeste gevallen slechts over een geringe oppervlakte en in matige kwaliteit. Langs de beken en op de overgang naar het IJsseldal liggen grotere en kwalitatief betere voorbeelden. Voor duurzaam behoud van de levensgemeenschap binnen het gebied, is het van belang dat de kwaliteit verbetert.
Beekprik Doel
Uitbreiding verspreiding, uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie.
Toelichting
De beekprik verkeert landelijk n een zeer ongunstige staat van instandhouding. De Veluwe levert één van de grootste bijdragen. De soort komt hier voor in allerlei sprengenbeken, met name aan de oostkant van het gebied (doorgaans niet in de sprengkoppen, maar verder stroomafwaarts). In het verleden heeft de soort ook op de noordwestelijke en zuidelijke Veluwe geleefd, maar hier is ze momenteel verdwenen. De meeste leefgebieden zijn sterk geïsoleerd.
Wespendief Doel
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 100 paren.
Toelichting
Vermoedellijk broedt meer dan een kwart van de Nederlandse wespendieven op de Veluwe. Na de grootschalige bebossing, begin vorige eeuw, heeft de soort zich sterk uitgebreid, maar vermoedelijk zijn de aantallen de laatste decennia constant of mogelijk licht afnemend. Het gemiddeld aantal paren in de periode 1999-2003 wordt geschat op 100. Gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding is behoud voldoende. Het gebied heeft voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie.
Draaihals Doel
Uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van (her)vestiging populatie.
Toelichting
Van oudsher is de draaihals een bekende broedvogel in dit gebied, vooral door het bezetten van nestkasten. Sinds begin jaren zeventig worden nestkasten niet meer bezet, ongetwijfeld een gevolg van de sterke afname van de populatie en daarnaast een toename van het aanbod aan (dode) berken als natuurlijke nestplaats (in oude holen van grote bonte spechten). Er heeft met fluctuaties een afname plaatsgevonden van 50-75 paren in 1990 naar 5-10 paren in 2006. Sindsdien is de soort op de Veluwe nagenoeg verdwenen. Gezien de landelijk zeer ongunstige staat van instandhouding is (her)vestiging van de populatie gewenst. Hiervoor is het van belang dat het leefgebied wordt uitgebreid en in kwaliteit wordt verbeterd. Dit herstel van het leefgebied hangt samen met herstel van nietvermeste, vrij open gebieden op de hogere zandgronden, met voldoende nestgelegenheid. De doelstellingen voor de habitattypen stuifzandheiden met
struikhei (H2310), droge heiden (H4030) en heischrale graslanden (H6230) kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren, Aangezien Nederland zich aan de chore
Nati
echni\
60
chouwbroek
in Zutphen
uiterste westrand van het broedareaal bevind, en de soort zich steeds verder in oostelijke richting terugtrekt, is het onzeker of de soort zich, als gevolg van herstel van het leefgebied, ook daadwerkelijk weer op de Veluwe zal vestigen. Zwarte specht Doel
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 400 paren.
Toelichting
De zwarte specht is een broedvogel op de Veluwe, waarvan de aantallen vanaf 1918 langzaam toenamen. De hoogste aantallen werden vastgesteld aan het eind van de jaren tachtig. Vervolgens is het aantal enigszins teruggelopen. Het aantal paren in het jaar 2005 werd geschat op 350 tot 400 broedparen17. Gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding is behoud voldoende. Het gebied heeft voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie.
Boomleeuwerik Doel
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 2.400 paren.
Toelichting
Van oudsher is de boomleeuwerik een talrijke broedvogel in dit gebied. De aantallen zijn halverwege de vorige eeuw duidelijk afgenomen, maar sinds het begin van de jaren zeventig is herstel opgetreden. Het gemiddeld aantal paren in de periode 1999-2003 wordt geschat op 2.400. De totale populatie op de Veluwe in het jaar 2007 wordt geschat op 2.200-2.400 broedparen. Gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding is behoud voldoende. Momenteel broedt de boomleeuwerik verspreid over de gehele Veluwe n een aaneengesloten metapopulatie die één derde van de Nederlandse populatie omvat. Het gebied heeft voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie.
Duinpieper Doel
Uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit ten behoeve van (her)vestiging populatie.
Toelichting
Van oudsher was de duinpieper een schaarse, doch gewone broedvogel van alle
stuifzanden. De Veluwe is het enige gebied in Nederland waar recent (in 2007) nog één broedpaar voorkwam.
Vanaf 1998 zette een scherpe daling in van 33
broedparen in 1998 tot 5 paren in 2002. Sinds 2003 is de soort zo goed als verdwenen uit het gebied. Gezien de landelijk zeer ongunstige staat van instandhouding is (her)vestiging van de populatie gewenst. Hiervoor is het van belang dat het leefgebied wordt uitgebreid en in kwaliteit wordt verbeterd. Dit herstel van het leefgebied hangt samen met herstel van stuifzanden met voldoende natuurlijke dynamiek en voldoende rust. De doelen voor de habitattypen stuifzandheiden met struikhei (H2310) en zandverstuivingen (H2330) kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Vanwege de ligging van Nederland aan de uiterste westflank van de Midden-Europese verspreiding en het gegeven dat de soort n alle landen in de ruime omgeving van Nederland een
Ecochore
Natuurtechniek
61
sterke afname laat zien, s het onzeker of de soort zich, als gevolg van herstel van het leefgebied, ook daadwerkelijk weer op de Veluwe zal vestigen. Roodborsttapuit Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie
Doel
van ten minste 1.100 paren.
Toelichting
Van oudsher i de roodborsttapuit broedvogel op de heidevelden van de Veluwe, maar aanvankelijk vermoedelijk in bescheiden aantallen. Het gemiddeld aantal paren voor de periode 1999-2003 wordt geschat op 1.100. De trend is positief vanaf 1990 en in 2007 is het aantal geschat op 1.100-1.400 broedparen. Gezien de toenemende lokale trend en de landelijk gunstige staat van instandhouding is behoud voldoende. Het gebied heeft voldoende draagkracht voor een sleutelpopulatie. Er is een aaneengesloten metapopulatie.
Tapuit Doel
Uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 100 paren.
Toelichting
De tapuit was een karakteristieke broedvogel van stuifzanden en zandige heidevelden van de Veluwe. In het verleden broedden honderden paren op de Veluwe. Het is aannemelijk dat de aantallen al vanaf het begin van de vorige eeuw door bebossing van stuifzanden en heidevelden teruglopen. Deze tendens heeft zich versterkt doorgezet vanaf de jaren tachtig. In 1988 en 1990 werden nog respectievelijk 99 en 100 broedparen gemeld. Het gemiddeld aantal paren voor de periode 1999-2003 werd geschat op 66. In 2005 werd het aantal geschat op 20-25 broedparen. Gezien de lokale negatieve trend, de historische potentie en de landelijk zeer ongunstige staat van instandhouding wordt herstel van de populatie nagestreefd. Het gebied kan voldoende draagkracht gaan leveren voor een sleutelpopulatie. Het herstel van het leefgebied hangt samen met herstel van insectenrijke open gebieden met kale zandige plekken en voldoende nestgelegenheid. De doelen voor de habitattypen stuifzandheiden met struikhei (H2310), zandverstuivingen (H2330) en droge heiden (H4030) kunnen hieraan een bijdrage leveren.
Grauwe
klauwier
Doel
Uitbreiding omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 40 paren.
Toelichting
Vermoedelijk is de grauwe klauwier van oudsher een schaarse broedvogel op de Veluwe. Het leefgebied kenmerkt zich door halfopen structuurrijke vegetatie met een hoog aanbod aan grote insecten en kleine gewervelden. De schatting voor de periode 1999-2003 komt uit op 27 paren, met een dalende trend (in 2008 10-15 broedparen). Gezien de landelijk zeer ongunstige staat van instandhouding is uitbreiding van de populatie gewenst. Het gebied kan voldoende draagkracht gaan leveren voor een sleutelpopulatie.
chore
Nati
chouwbroek
BIJLAGE
2 - NATUURWETGEVING
EN
DOELEN
NATURA
in Zutphen
2000
Natuurwetgeving Natura 2000
Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep in het plangebied wordt getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie in het plangebied, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1-1-2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten op Natura 2000, bijvoorbeeld door stikstofdepositie. Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men
deze flora en fauna
duurzaam
beschermen.
De staatssecretaris van Economische
Zaken heeft voor Nederland ruim 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Riijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, lid 2 Wnb.
en per 1-1-2024 artikel 5.1, lid 1, sub e Ow, zie H 6.1 Omgevingswet). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door het bevoegd gezag. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Doelen
Natura
2000
Voor ieder Natura 2000-gebied geldt dat deze een specifiek internationaal belang heeft voor
bepaalde
soorten
en/of
habitattypen.
Op grond
van
de staat van
instandhouding en het
relatief belang van soorten en habitattypen zijn de belangrijkste verbeteropgaven en doelen op landelijk niveau vastgesteld. Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. Algemene doelen zijn behoud en indien van toepassing herstel van:
Ecochore
Natuurtechniek
63
De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage | of bijlage Il van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusiefde samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
chore
Nati
64
wbroek
BIJLAGE
3 — AERIUS
in Zutphen
BEREKENINGEN
AERIUS-berekening aanlegfase 1.1 (AERIUS kenmerk S1vND2waxvXQ)
".e
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS
Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden,
gekoppeld aan een aangewezen soort of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor
stikstofdepositie.
Deze PDFi een digitaal bestand dat weer n te ezen isin AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de handleidingenof op onze website. ochore
Nati
Projectberekening AERIUS'
Contactgegevens Gemeente Zutphen
Rectspersoon Imichingioatie
Zutphen Activiteit Omschrjving
2400487
Toeichting
Berekend door SPAWNP ingenieurs
Berekening AERIUS
SLVND2wawxQ
kenmerk
Datumberekening
26 maart 2025, 16:38
Rekenconfgurstie
OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenaar
Aanlegfase
Resultaten
Hoogtebidege
Aanlegfase1.1- Beoogd
0,01 molfha/j
Gekarteerdopperwak
mettoename (ha}
Gekarteerdopperwak met afname (ha} Groastetoename
EmisieNH
2025
11- Beoogd
_
EmissieO.
145 1/
RS
Heagon
Gebied
4617164
Rijntakken
g
1249,78ha 0,00ha
0,01 molfha/j
Grootste stname
SIVND2waxvXQ (26 maart 2025)
27
wbroek in Zutphen
Projectberekening
Aanlegfase 1.1 (Beoogd), rekenjaar 2025
Emissiebronnen
EmieNi:
EmiseND.
B6kgij
S9LLkg/j
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts bouwverkeer
Olkg/j
0,7kg/j
E
onders.. | Anders.. | tationare vrachtwagens
o3keli
2T8kglj
&
Verkeersnetwerk
05kg/j
32,8kg/j
D werktuigen Mobidle werktuigen | Bouw, ndustrie n Delstoffenwinning | Mobiele
SIVNDZwaxXG (26 maart 2025)
37
Ecochore
Nat\
rtechniek
67
á
Projectberekening
AERIUS
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
E
e
© OSM &Kadaster
[D] Habitatrichtlijn E Vogeriehtijn ID Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn E Nietbepaad Ni
v Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) ® 9 projectberekening) Hoogste otaal (achtergrond+
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: ‘beoogde situatie (B referentiesituatie (R} en/of salderingssituatie (.
SIVND2waxQ (26 maart 2025)
T
re
Natuurt
deling stikstof
woningbe
in Zutphen
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase 1.1" (Beoogd) inc!. saldering e/0 referentie
Totaal Pergebied
Hoogstetosk
Wettoename(ha
Gooste
Wetafame(he
Goosteafname
gelerterd)
depostielmd
gelerteen)
terame(mol
gelaneerd
(molNhaijd
124378 _
Veluwe (S7) Landgoederen Rijntalden (39) Sallandse Hewwelrug (42) stelkampsveld Borkeld (44) Brummen (58)
@
Berkend(ha
Niagn
269042
_
Nhalp)
1249,78
om
0
Berekend(ha
Hoogstetoule
Mettoename(ha
Gootste
Metafname(ha
gelarterd)
depostielmol
gelarteew)
tersme(mol
geaneerd
119968 3810 582 329 196 1412
Nafe)
22183 207429 205096 269042 2017,58 205675
_
1199,68 3840 582 329 196 1412
Nhafp)
oo oo om oo oo oo
. Grootsteafname _
00 00 0 00 0 00
SIVND2waxxQ (26 maart 2025)
(molNhaijd
: -
57
Ecochore
Na
echnie
}
Projectberekening
AERIUS
Aanlegfase 1.1, Rekenjaar 2025
(EB Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
naam Loate
Mobiele werkuigen x21e4199
wo.NHs
:460627,25
opperake
naam zT
_
so11kg/j 6 g
2538ha
Stagektase Bandsol Draiuen AdBke Stdf Emsse vebrik zware uiliteitsvoertuigen (meerdan6L 1600w/} verrek NO. 3200 ciinderinhoud) op diesel KE
StageV,20142018,75- StageiV,20142018,75-560kW,desel, S60kW,diese, SCRja _ SCR:ja
4TSU
3520u/)
2818Vj
NH:
24kg/j
NO,
2711 e
N
113
e
ED Verkeer| Rijdend verkeer
naam Bouwwerkeer Uns Rechts NO. 5Skg/j toate X21457981 V-461036,89 Tpescem MO 4j Lenge 222,86m Hoogte ONH T94gj wegtype Binmenbebouwdekom(nomaal) _ Afandtdeweg nirching Beiderichtingen Tumelfctor 1 Typenoogteiggng Normaal Verer x neleië Aanta voertigbewegigen Infe Lichtverkeer Voorgeschrevenfactoren 72000 faar 00% Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschrevenfactoren 00% Zwaar vrachtverkeer Voorgeschrevenfactoren 00% Busverkeer Voorgeschrevenfactoren 00% Weghoogtetox.masved
ED
naam Loatie
0m
Verkeer| Rijdend verkeer
Lenge
Bouwverkeer stagnerend X:214386,84 V.460766,24 16145m
Typeschem Hoogte
Uns fecs NO. B Sákgij
20 M
wegype Binnen bebouwdekom (tagnerend) _ Mstndutdeweg + irchtrg Beide richtingen Tumelctor 1 Toenoogteigging Normaal Verker x neleid Aantal voertgbewegingen Lichtverkeer Voorgeschrevenfactoren 72000 / Mijdelzwaar wachterkeer Voorgeschrevenfactoren 00/aar Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren 3.600,0 /jaar Busverkeer Voorgeschrevenfactoren 00/aar Weghoogtetox.maived
SIVND2waxXQ (26 maart 2025}
0m
03
nfie v0% 09% 00% 00%
7
in Zutphen
P3
Projectberekening
AERIUS
ED
Verkeer| Rijdend verkeer
waam Bouwerkeerbuitenweg Uois Rects MO. Lenge 21042m Hoogte M werype Buiterweg Asandtotdewer : iechtrg Beiderichtingen Toenogeigsnt Normaal Verer a melteid Aantlvoertsgbeneggen uichtverkeer Voorgeschrevenfactoren 72000 /aar Middelzuaar wachtverkeer Voorgeschrevenfactoren o0/jaar zwaar rachtverkzer Voorgeschrevenfactoren 26000 aar Busverkeer Voorgeschrevenfactoren o0/jaar toate
X2M6T92VAGNOTSI
Tumeiacor
1
Weghoogtetoxmasved
0m
B
Verkeer| Koude start: overig
Naam
Koude starts bouwerkeer
toatie
Typescem
o NH
x2ea199
_
43E OMM 10
Infe 00% 00% 00% 00% 07 g o1kgi
2538ha
Typeverug Uichtverkeer Middelzuaar wachtverkeer Zwaar rchtverkzer Busverkeer naam tocate
MO
va60s2125
opperwakte
B
-
Anders.. |Anders.
Opperwakte
Sttionare x21e4199
vrachtwagens va60s225
_
Kardestans 27000 aa 00/jor 00/jor 00/jor Uitreedhooge 25m Spreiding om Warmteinbod
_ Q,000MW
xo NH
ETT} 3/
2538ha
Wijze van ventiatie Nietgeforceerd Temporele variatie ZwaarVerkeer Disdaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar toter een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUSis een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend,
zijn voorbehouden,
Rekenbasis
Deze berekening s tot stand gekomenop basis van
AERIUS versie Database versie
2024.1.3_20250325_2d340884eb 2024.1.3_2d340884eb_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https:/link aerius.nl/website
SLVND2waxvQ (26 maart 2025}
Ui
AERIUS-berekening aanlegfase 1.2 (AERIUS kenmerk RwEjNeMAbdCw)
@ AERIUS
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelasteof bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Deze PDF is een digltaal bestand dat weer n te lezen isin AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden
In de handleidingen of op onze website.
deling stikstof
woningbe
in Zutphen
a
Projectberekening
AERIUS
Contactgegevens
Rechtspersoon Imichtingsoatie
Gemeente Zutphen =
Activiteit
2400487 Berekend door SPA WNP ingenieurs
Omschivng Toelchting
= Zutphen
Berekening AERUS kenmerk
RWENeMAbdcw
Ostumberekening
26 maart 2025, 16:38
Rekenonfguatie
OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenas
Aanegfase12- Beoogd Resuitaten Aanlegfase12- Beoogd
2026 Hoogstebidage -
Gekarteerdopperwak metafnamea
-
Gekarteerdopperúak mettoename (
Grootstetoename Grootste zfname
EmsdeN 18kgjj Hemgon
EmisdieNo
oo Gebied
-
-
RWEjNeMAbdCw (26 maart2025)
27
Ecochore
Nai
à
Projectberekening
AERIUS' Aanlegfase 1.2 (Beoogd), rekenjaar 2026
Emissiebronnen @ verkuigen
EmisieNH: 16kgj
EmsseNO. S60kg/j
ED Verkeer | Koude start: overig |Koude start
28,3g/j
02kg/j
ED
onders. | Anders. | Stationare vrachtwagens
80,0g/j
82kg/j
&
Verkeersnetwerk
8226/j
4,6kg/j
l
Mobiele werktuigen | Bouw, ndustrie en Delstoffenwinning|
8
Mobiele
RWEjNeMAbdCw (26 maart 2025)
347
Ecochore
Natuurtechniek
wbroek
in Zutphen
}
Projectberekening
AERIUS
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
Warken
v
ë
3
"°n……„„y
ë
2
tooer Enk
5
&
$
poerbrook
i
-
ë n
Looer
woud
Ò
idweg
Lm
|
E Aabtatrichtijn E Vogeriehtijn [D] Vogelrichttijn, Habitatrichtlijn E N bepaald Ni
o
KS
o
© SM & Kadaster
x
9 Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) 9 ® projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond+
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen:
‘beoogde situatie (B), referentiesituatie (R} en/of salderingssituatie (S).
RWEjNeMAbdCw (26 maart 2025)
a
ochore
Natu
&
Projectberekening
AERIUS' Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase 1.2" (Beoogd) incl. saldering e/0 referentie Erzijn geen resultaten voor deze weergave.
RWEJNe MAbdCw (26 maart 2025)
57
Ecochore
N:
in Zutphen
6
Projectberekening
AERIUS
Aanlegfase 12, Rekenjaar 2026
ED Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
Mobiele werktuigen
opperdakte
25383
tocatie
NO,
x214419,9 Va0627,25
waam zur
560 ke/i
NHs
16 8Â
stogekdase Gandse- Drairn AdBle _ Sof Emisie verbruk vebrk Zware uilteitsvoertuigen (meerdan 6L u O. 186g dilinderinhoud) op diesel
Stage:N,20142018,556
Stage:V,20142018,<=s6WW,desel,
k,diesel,
SCRnee
SCR:nee
StageN,20142018,75Stage,20142018,75560kW,diesel, S60KW,diese, SCR'ja _ SCRrja
SLIJ
46u)
S2I7V
S18uj
II
: o
O1kEf 13k6f
: MO.
o0kEf 362 kef 15kgf
H
ED
waam toate Lenge
Verkeer| Rijdend verkeer
wegtype
Bouwwerkeer X:214579,81 :461036,89 222867m
Typescherm
U Rechs MO. O8kej 02 B -O
Hoogte Bimnenbebouwdekom(nomaal) _ Assnittdeveg - -
rirchtng
Beide ichtingen
Tumelfctor
1
Weghoogtetoxmasived
_Om
Tpehogeiggng
Normaat
verkeer Lichtverkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar Busverkeerrachtverkeer
t neleië Voorgeschrevenfacoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
Aantl voertugsevegngen 19200 jaar 0,0/jaar 4800 00 /jaarjaar
Infe 00% 00% 00% v0%
ED Verkeer| Rijdend verkeer
waam toate tenge wegype
Bouwwerkeer sognerend Unis Rects O. 33kglj X214388,84 V460766,24 weeshem MO OT 7614 m Hooge 47 Bimenbebouwdekom(stagnerend) _ Afsandtotdeweg
Tumelsctor
1
Wehoogtetoxmasived
_Om
Rirchtng
Beide richtingen
Typehoogteiggng Normaal verkeer a neleid Uichtverkeer Voorgeschrevenfactoren iddelzwaar vachtverkeer Voorgeschrevenfactoren zwaarvrachtverkeer Voorgeschrevenfactoren Busverkeer Voorgeschrevenfactoren
Aanta voertsgbewegingen 19200 jaar 00 /jaar 800 fjaar 0,0/jaar
Infie 00% v0% 00% 00%
7
RWEjNeMAbdCw (26 maart 2025}
chore
N;
Projectberekening
AERIUS' ED
waam toatie tenge wegype
Verkeer| Rijdend verkeer
Bouwerkeerbuitenweg Xa6T392V46U0TS 21042m Buitenweg
iching
Beiderichtingen
Tumectr
1
Weghoogtetoxmasied
0m
"ypehoogtelging Normaat verkeer a l Lichtverkeer Voorgeschrevenfactoren Middelzwaar wachtverkeer Voorgeschrevenfactoren zwaarvrachtverkeer Voorgeschreven factoren Busverkeer Voorgeschreven factoren
Aantalvoertgbevegigen 1.920,/jaar 00 aa 4800 jaar oo /ar
ED Verkeer| Koude start: overig
Naam
Koude start
tocstie
no,
x2ues199 _
m3w/
2538ha
Tpevoerig Uchtverkeer Middelzwaar wachtverkeer zwaarvrachtverkeer Busverkeer D
Infe oo% oo% oo% oo% 028
N
Y:460627,25
opperakte
Unis Rechts 1O OEKgj | eeSE
Typeschem Hoogte Msandotdeweg
Voude r 00 /jaar 00 /aar 00 faar Q faar
Anders.. |Anders..
Naam
Stationare wachtwagens
tocatie
Xaass
a
Opperdakte
_
_
Uitreedhoogte
Warmteinhosd
Spreiing
25m
_ Q000MW
om
NO,m
2/ wog/j
2538ha
Wijze van vertiatie Niet geforceerd Temporele variatie
Zwaar Verkeer
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag,
kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De ei
naar van AERIUS aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor de inhoud van de doorde gebrui r aangeboden informatie. aar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. Bovenstaande gegevens zijn enkelbr AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden
Rekenbasis
Deze berekeningis tot stand gekomenop basis van AERIUS
versi
Database ver
2024.1.3_20250325_2d340884eb 2024.1.3_2d340884eb_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zi https://link.aerius.nl/website
RWEJNeMAbdCw (26 maart 2025)
7T
wbroek
in Zutphen
AERIUS-berekening aanlegfase 1.3 (AERIUS kenmerk Rai8Va4hK5PE)
AEgUS
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening s uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden,
gekoppeld aan een aangewezen soort, of nogonbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Deze PDF is een digitaal bestand dat weerin te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden
in de handleidingen of op onze website.
ochore
Nati
9
AERIUS
Projectberekening
. Contactgegevens Gemeente Zutphen
Rechtspersoon Imichtingsoatie
*'Zlfivh!fl
Activiteit Omschrijving
2400487
Toeichting
Berekend door SPAWNP ingenieurs
Berekeni AERIUS
RaiSVahKSPE
kenmerk
Datumberekening
26maart 2025, 16:40
Rekenconfigurtie
OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenar
EmissieNH
EmisieNO
Aanlegfase 3- Beoogd
2027
SS
3163 1g/j
Resultaten
Hoogsteridnge
Hoag
Gebied
Aanlegfase 13- Beoogd
0,01 mol/ha/j
4617164
Gelarteerdopperwak met oename Gekarteerdopperwak met afname Grootste toensme
(ha}
Rijntakken
2,13ha 0,00ha
001 mol/hafj
Grootste afname
Rai8Va4hKSPE (26 maart 2025)
29
wbroek in Zutphe:
Projectberekening
AERIUS' Aanlegfase 1.3 (Beoogd), rekenjaar 2027
Emissiebronnen
D
EmissieNHs
Notiee werkuigen | Bouw, ndustri en Destofienwinning | Mobiele
Emiesie
ND
65kg/j
249,6 kg/j
ED Verkeer | Koude start overig |Koude start bouwverkeer
okgij
o9kgj
ED Verkeer | Koude start overig | Koude start wonen
oTkgij
43kgij
ED onders. | Anders.
0,3kg/j
29,6kg/j
Likgj
32,0kg/j
werktuigen
$
| Stationare vrachtwagens
Verkeersnetwerk
Rai8Va4hKSPE (26 maart 2025)
39
Ecochore
Nat\
o
á
Projectberekening
AERIUS
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
© OSM&
ID Habitatrichtiijn E Vogetriehtijn ID Vogetrichttijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Kadaster
® Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening} 9 Hoogste totaal (achtergrond+
® projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type
situaties de bronnen horen:
beoogde situatie (8), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S).
RaigVa{hkSPE (26 maart 2025)
49
wbroek
in Zutphen
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase 1.3" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha
Hoogstetozle
Wettoename(ha
gelerteerd)
depositie mol
mierteed)
Ntaja Totaal
Pergetied
Metaframe (
Grootstesfname
gelateerd
maiNarjd
Nhali)
202857
Berekend (ha
Hoogste tozie
Mettoename(ha
Gootste
Metsfnames
Grootstesfname
gekarteerd]
depositie (mat
geiarteerd)
toerame (mol
gelanteerd
(matNharjd
273
01
_
188
202857
188
oa5
1365,55
05
Srummen (S8)
Rijntakden 39
(mol
273
N/aio
Landgoederen
Gootste
toerame
Nha/f)
001
000
001
Rai8Va4hKSPE (26 maart 2025)
59
Ecochore
Nat\
o
â
Projectberekening
AERIUS
Aanlegfase 1.3, Rekenjaar 2027
ED
taam Loate
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Mobiele x2144199erktuigen
noNHs
6062725
opperiskte
waan zur
249665 %g/jkgj
2538ha
sagedase Gandsof Draiwen AdBte S Emsie verbrik verbrek 2ware uiliteitsvoertuigen (meerdan6L 462u/j O. 924 ciinderinhoud)op diesel e
StageV,20142018,< S6KW,diesel,SCR:nee
Stage-lV,20142018,<=56KW,diesel, SCR:nee
660j
10
Stage:V,20142018,75 S6OkWdiesd, SCR'ja
StogeN,20142018,75-560kW‚desel, SCR'ja
2355
2053
1461
NH:
0,7kg/j
NO.
153 i S08Â 1619 ii 58
NH NO. N
ED
Verkeer| Rijdend verkeer
wm Bouwwerkeer toate X21457981 .461038,89 tenge 222,86m Rirchtng Beide richtingen Tpehooneitging Normaal Verkeer aa nebeid uichtverkeer Voorgeschrevenfactoren Middelzwaar vachtverkeer Voorgeschrevenfactoren Zwaar rachtverkeer Voorgeschrevenfactoren Busverkeer Voorgeschrevenfactoren wegpe
Binnenbebouwdekom(normaal)
Tumelfctor
1
Weghoogtetox
ED
masiveld
_Om
_
Tpeschem Hoogte
Asndttdeweg
Unc Rech MO. 27kglj MO OEE e -
-
Aantalvoertugbenegngen 8600 jaar 00 /jaar o1.680,0/jaar aar
Infe 00% 00% 00% o0%
Verkeer| Rijdend verkeer
naan Bouwverkeerstagnerend toatie 21438884 -460766,24 Typeschem -Unie fecs NO.MO EK 26kf| tenge 16145m Hoogte N 02 wertype Binnenbebouwdekom Gtagnerend) _ Aundltdeweg - 7 Rirchtng Beide richtingen Tumetactor 1 Typenogeigsing Normaal Verkeer x nebeid Aantl Infe uichtverkeer Voorgeschrevenfactoren 8600 voertuigbenegingen aar 00% Middelzwaar wachtverkeer Voorgeschrevenfactoren 00 /jaar 00% Zwaar rachtverkeer Voorgeschrevenfactoren 1.680,0aar 00% Busverkeer Voorgeschrevenfactoren 00 /jaar 00% Weghoegtetox
Rai8VahKSPE (26 maart 2025)
masiveld
0m
59
in Zutphen
Projectberekening AERIUS
ED Verkeer| Rijdend verkeer aam
Bouwverkeer buitenweg
ii
Beiderichtingen
toatie tenge wegype
X214673,92 Y461107,53 71042m Buitenweg
Tumelsctor
1
Tywehoogteiggng
Normaal
Weghoogtetoumasiveld
_Om
Vereer uchtverkeer Middelzwaar vrachtverkeer zwaar rachtverkeer Busverkeer
Unis
Tpescherm Hooge
Meandwtdeweg
x neleid Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
Rects
o -
O.
Aanta voertugbenegingen 86400 jaor 16800 jaor 00
jaor
00
ar
2I
OS Z Infle 00% 00% 00% 00%
ED Verkeer| Koude start: overig Naam
Koude
toatie
bouwverkeer
x214199
Oppervakte
2538ha
no. NHs
tant
o o1igf
Va60627,25
Tpevoerig
Kaude
uchtverkeer
31800 00/jar 00/par 00/ipar
Middeizwaar zwaar
vrachtverkeer
vrachtverkeer
Busverkeer
(E
/ja r
Verkeer| Rijdend verkeer Uncs Rechs
aam
wegverkeer zuid
toatie
x213899, Y.46000988
Typeshem
tenge
93263m
Hooge
Biihing
Beide richtingen
wegype
Bimen bebouwde kom (normaal)
Tumelctor
MO.
MO
4g} OTK
e}
Atandtdeweg
1
Typehoogteiggng
Normaal
Wegoogtetox
_Om
masield
verkeer Uichtverkeer Middelzwaar vachtverkeer zwaarvrachtverkeer Busverkeer D
arts
x sneeië Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
aam vortugbewegingen 40526.98,5/jaar jaar 405 /jaar 00 /jaar
Inte 00% 00% 00% o0%
Verkeer| Rijdend verkeer
aam
toatie tenge wegype ii
wegverkeer zuid stognerend
X214403,88 V460382,17 2649m Binnen bebouwde kom (stagnerend)
n -
Recnts NO. HO
Atsandtotdeweg
-
-
Hoogte
-
36Kj 04
02
Beide ichtngen
Tumelsctor
1
Typehoogteiggng
Normaal
Wegoogtetoumasiveid
_Om
verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar rachtverkeer Busverkeer
Tpesdem
MoxVoorgeschrevenfactoren snlheid Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
aam voertugbewegingen 40526.528,jaar/jaar
Infe 00% 00% 00% 00%
RaigVa4hKSPE 26 maart 2025}
79
chore
N;
}
Projectberekening
AERIUS
ED
Naam Loatie Lengte Megtype
Verkeer| Rijdend verkeer
wegverkeer noord stagnerend Ui Rechts NO. 63 X214512,05 46098285 ypesem MO OTK 73438m Hoogte N 03 Binnenbebouwdekom(sagnerend) _ Afsandotdeweg
iichtig
Beide richtingen
Tumeltctor
1
Weghoogtetoxmasived
_Om
Typehoogteigeing Normaal Vereer Mex melheid Lichtverkeer Voorgeschreven factoren Middelzwaar wachtverkeer Voorgeschrevenfactoren
Zwaar vachtverkeer Busverkeer ED
Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
Aantl voertgbevegngen 26.528,5/jaar 40,/jaar 40,5/jaar 0,0/jaar
Verkeer| Rijdend verkeer
Naam Loatie tenge Megtype Rikhtng Typehoogeiggng Tumelscor
wegverkeer noord buitenweg X2146T392VA6L10TS3 Typeschern 11042m Woogte Buiterweg Atsandotdeweg Beiderichtingen Normaal
Unis Rechts NO. O K
1
Weghoogtetoxmasived
Verkeer Lichtverkeer Middelzwaar vachtverkeer zwaarvrachtverkeer Busverkeer
0m
x sneleid Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren Voorgeschrevenfactoren
ED Verkeer| Koude start: overig
Naam Locatie
Koude x24199startworen
Oppervakte
2538ha
ED Anders.. |Anders.
nfie 00% 00% 00% 00%
ETT 7Â
Vowdesars 16.060,0/jaar 0,0/iaar 00/iaar 00/iaar
Naam
stationare
Uitreedhooge 25m
toatie
x244199
Spreiing
vrachtwagens
Aantl voertugsevegngen 23.528,5/jaar 405 /jaar 40,5/jaar 0,0/jaar xoNH
va60627,25
Typevoendg Lichtverkeer Middelzwaar wachtverkeer 2waarvrachtverkeer Busverkeer
Oppervakte Wijze van venttate
infie 00% 00% 00% 00%
Vormieinhoud
_ 9,000MW
no N
STT
o3ej
om
:460627,25
2538ha
Niet geforceerd
Temporele variatie ZwaarVerkeer
Rai8Va4hkSPE (26 maart 2025)
g9
roek
in Zutphen
Projectberekening
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS s een geregistreerd handelsmerk n Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis
Deze berekening is ot stand gekomen op basis van AERIUS versie
2024,1.3_20250325_2d340884eb
Database versie
2024.1.3_2d340884eb_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data z https://link aerius.nl/website
Rai8Va4hkSPE (26 maart 2025)
99
Ecochore
Nat\
AERIUS-berekening aanlegfase 1.4 (AERIUS kenmerk RvnHDEup6NEE)
J AERIUS
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met
stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van
een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in t ezen isin AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden
in de handleidingenof op onze website.
deling stikstof woningbe
in Zutphen
Projectberekening AERIUS| Contactgegevens Gemeente Zutphen
Rectsperson Iichtingsotie
Activiteit Omschriving
2400487
Toelchting
Berekend door SPA WNP ingenieurs
Berekening AER
US
kenme
RmHDEupENEE
k
Datumberekening
26 maart 2025 16:40
Rekenconfguntie
OwN2000rekengrid
Totale
Rekenjaar
emissie
EmisseNH
2028
Aanlegfase 1 4- Beoogd
Resultaten
Hoogtebidage