Bijlage 6 Bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’, Toelichting A23.000463
Tekst van het document
Voor een uitgebreide analyse van de Ladder voor duurzame verstedelijking voor de logistieke bedrijvigheid en glastuinbouw wordt verwezen naar Bijlage III. Overige kleinschalige bedrijvigheid Het plangebied voor Knibbelweg-oost is door de vorm niet geheel geschikt voor een verkaveling in uitsluitend grote bedrijven. Om tot een optimale planontwikkeling te komen moeten ook de z.g. restkavels in perspectief te worden bezien. Van belang daarbij zijn bedrijfsontwikkelingen (en programmeringen) in breder verband. In de regio Midden-Holland is geconstateerd dat er met de nieuwste inzichten ruimte is voor 16-26 ha voor nieuwe bedrijfsterreinen ten behoeve van de uitbreidingsbehoefte van lokale bedrijven (kleiner dan 3 ha). Daarbij ligt de scope uiteraard niet alleen op Knibbelweg-oost, maar zijn ook overige gebieden in beeld. Vanuit Gouds/Waddinxveen/Zuidplas wordt gedacht aan een vervolg op het gezamenlijk ontwikkelde regionale bedrijfsterrein Gouwepark; vanuit Gouda is in relatie tot een bredere kijk op de ontwikkeling van de Zuidplaspolder ook gewezen op de kansen van de in het ISP 2006 al benoemde ontwikkellocatie Gouweknoop. Vanuit Zuidplas wordt in relatie tot de voorgeschiedenis van Knibbelweg-oost uiteraard een zekere prioriteit gelegd op de vestigingsmogelijkheden op restkavels in deze locatie.
Dat geldt des te meer nu de provincie in haar zoektocht naar verstedelijkingslocaties een zekere prioriteit heeft gelegd op binnenstedelijke (incl. herontwikkelingskansen binnen dorpen) transitiekansen. In vrijwel alle kernen binnen Zuidplas zijn nu nog bedrijven gevestigd die ontwikkeling voor woningbouwdoeleinden in de weg staan. In de kern Zevenhuizen kan daarbij worden gedacht aan een binnen het centrum gevestigd autoherstelbedrijf, een aannemerij en een staalverwerkend bedrijf. Gezien de regionale functie van Knibbelweg-oost kan dit echter ook worden bezien in relatie tot transitiewensen in buurgemeenten. Denk b.v. aan hervestiging van bedrijven indien in buurgemeenten (bv Waddinxveen) bestaande bedrijfsterreinen een transitieproces zullen ondergaan. Gezien het vorenstaande is het gewenst om gezien de invulling van Knibbelweg-oost een passende oplossing te vinden voor 4 ha uitgeefbare ruimte aan kleinere kavels, met name voor de hervestiging van bestaande bedrijven, mede in het licht van de toekomstbestendigheid van die bedrijven en de ontwikkelpotentie voor een kleinschalige verstedelijking binnen de kernen. Dit past zowel in de ontwikkelpotentie van Midden-Holland als wel de ontwikkelpotentie van Knibbelweg-oost. Uiteraard moet dit verder worden afgestemd met Midden-Holland in het kader van de te actualiseren bedrijvenvisie.
Woningen In de Omgevingsvisie Zuidplas (zie ook paragraaf 3.4.1) is aangegeven dat de Zuidplaspolder aangewezen is als ontwikkellocatie voor de bovenregionale woningbouwopgave in de Zuidvleugel van de Randstad. De gemeente werkt aan plannen minimaal 4.000 woningen in het Middengebied (dit betreft onder andere het Vijfde Dorp). In de gemeentelijke Woonvisie 2025 (zie ook paragraaf
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
26
3.4.8) wordt tevens gesteld dat er tot 2030 behoefte is aan 3.250 woningen, bestaande uit 70% koopwoningen, 27% sociale huurwoningen en 3% aan middenhuur woningen. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 7 koopwoningen. Dit biedt onder meer de mogelijkheid voor ondernemers om een woning te betrekken dichtbij hun (glastuinbouw)bedrijf. Op basis hiervan is de conclusie dat er behoefte is aan de ontwikkeling van 7 woningen binnen het plangebied.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Op 1 april 2019 heeft de Provincie haar beleid (Visie Ruimte en Mobiliteit en de daarbij behorende Verordening Ruimte) vervangen door de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid sluiten we aan op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ verstaat de provincie het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Vanuit het beleid van de provincie gaat het hier om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Met het oog op de invoering van de Omgevingswet in 2022 wordt dit verder ontwikkeld. De Omgevingsvisie biedt ruimte voor ontwikkeling met een waarborg voor kwaliteit.
Belangrijkste visies voor het gebied zijn: - Behoud en versterken ruimtelijke kwaliteit - Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied - Reductie energieverbruik en CO2 emissie van de industrie - Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de aspecten glastuinbouwgebieden en bedrijventerreinen van belang. Hierover is het volgende vastgelegd. Glastuinbouwgebieden Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Richtpunten: - Nieuwe glastuinbouwgebieden worden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden geconcentreerd.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
27
-
Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Toetsing Het glastuinbouwgebied dat mogelijk wordt gemaakt in dit bestemmingsplan voldoet aan de genoemde richtpunten uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Veelal betreft het logistieke bedrijventerreinen, waarvoor een goede aansluiting op het wegennet essentieel is. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Deze terreinen zijn het visitekaartje van dorp of stad. Doorgaande recreatieve routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. Richtpunten: - Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. - Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur.
- Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. - Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. - Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. - Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. - Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. - Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Toetsing Het bedrijventerrein dat mogelijk wordt gemaakt in dit bestemmingsplan voldoet aan de genoemde richtpunten uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Beschermen, benutten en beheren van bodem en ondergrond (3D-ordening) betrekken. De provincie benadrukt dat driedimensionale ruimtelijke ordening belangrijker wordt. Bodem en ondergrond behoren integraal onderdeel te zijn van ruimtelijke ordening en het omgevingsbeleid.
De ondergrondwijzer richt zich op de vraag hoe om te gaan met het ondergrondse deel van de derde dimensie in verbinding met het bovengrondse deel. Ofwel
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
28
het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de kwaliteit van het bodem- en grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond. Toetsing In het kader van de planvorming is geïnventariseerd welke ondergrondse activiteiten en invloed zijn te verwachten. Met name de watercompensatie, het gietwatersysteem met de aquifers voor ondergrondse opslag en de tracés voor ondergrondse kabels en leidingen zijn hier van belang. Het plan van een gietwatersysteem omvat de berging van water in bepaalde lagen in de ondergrond. Hiervoor is eerder al onderzoek gedaan (zie bijlage XII bij deze toelichting). Het is duidelijk dat bij grote oppervlakten aan open water het risico van opbarsting bestaat. Bij het ontwerp van de compensatie voor de waterberging is hiermee rekening gehouden. De beoordeling van de bodembelastbaarheid en bodemdaling is bij paragraaf 4.6 Bodem en ondergrond nader beoordeeld. Het eerder verrichte onderzoek wordt nog geactualiseerd, waarbij ook nagegaan wordt welke ev. Benodigde (bouw)maatregelen kosteneffectief zijn om de schade door bodemdaling van betreffende klei- en veengronden beheersbaar te houden. Er wordt zo voldaan aan het beleid van de provincie. In het plangebied is sprake van een specifieke ondergrond die zich leent voor waterberging.
Met het hoogheemraadschap is overlegt over mogelijk effecten van dergelijke waterberging op de waterhuishouding en de waterkwaliteit. Eventuele negatieve effecten op de waterkwaliteit door kwel zijn niet helemaal uit te sluiten, maar naar het oordeel van het hoogheemraadschap oplosbaar (bijv. door meer oppervlaktewater door het gebied te sturen). Klimaatadaptatie In artikel 6.50 ‘Risico’s van klimaatverandering’ van de Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt verzocht om rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte en droogte. Bodemdaling kan eveneens risico’s opleveren voor watereffecten. Dit vraagt een toelichting (in) hoe(verre) mogelijke risico’s van klimaatverandering kunnen worden voorkomen en/of beperkt, dan wel aanvaardbaar worden geacht, welke maatregelen en/of voorzieningen daarom worden overwogen c.q. genomen en wat de eventuele afwegingen zijn om maatregelen en/of voorzieningen niet te treffen. Toetsing In de bijlage Water en Klimaat bij deze toelichting is uitgebreid getoetst aan het water- en klimaatbeleid en zijn effecten en maatregelen voor de toekomst bepaald (zie paragraaf 4.7 Klimaatadaptatie en water). Er is in 2015 bodem- en wateronderzoek gedaan in het plangebied om de geschiktheid van het gebied te bepalen voor een gietwatersysteem.
Dit gietwatersysteem is een van de beoogde klimaatadaptiemaatregelen in het gebied: hemelwater uit het plangebied wordt ingezet als gietwater in het eigen gebied, zodat het niet hoeft te worden opgevangen in en afgevoerd via het oppervlaktewatersysteem. Met een dergelijk systeem wordt door de glastuinbouw minder grondwater gebruikt, wat negatieve hydraulische effecten zoals verdroging in de omgeving voor landbouw en natuur beperkt. Dit is in lijn met het beleid van de provincie.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
29
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland In de Omgevingsverordening is het beleid uit de provinciale Omgevingsvisie vertaald naar regels voor bestemmingsplannen. De huidige versie van de Omgevingsverordening is in werking getreden op 15 maart 2022. Voor onderhavig bestemmingsplan zijn in ieder geval de volgende artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan waarbij de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), dan wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen, die conform het artikel kunnen bestaan uit duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boomen sierteelt; het wegnemen van verharding; het toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; het nemen van andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Toetsing In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit.
Er is derhalve sprake van transformatie. Dat betekent dat er een integraal ontwerp benodigd is waarin aandacht besteed wordt aan de ruimtelijke kwaliteit, de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd. In dit plan is hier aan voldaan door het opstellen van een stedenbouwkundig plan. Deze is bijgevoegd als bijlage bij dit bestemmingsplan. Artikel 6.15 Glastuinbouwgebied en bijzondere regeling voor Knibbelweg-Oost In dit artikel is opgenomen dat in de aangegeven glastuinbouwgebieden in beginsel alleen plaats is voor glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Onderhavig plangebied ligt in een dergelijk gebied. Er is echter een uitzonderingsregel opgenomen voor het gebied KnibbelwegOost. Binnen dit gebied kunnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden toegelaten die niet tot de keten glastuinbouw behoren. Een voorwaarde hiervoor is dat de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw. In de toelichting op het artikel wordt verduidelijkt dat onder efficiënt en meervoudig grondgebruik van bedrijven onder andere verstaan kan worden: de combinatie van glas met een stapeling van functies.
Dit past in de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de gebiedsontwikkeling Zuidplas. Daarbij kan gedacht worden aan de stapeling van glas op bedrijven, maar onder andere ook aan koude-warmte systemen en gietwaterberging onder de kas, al dan niet gecombineerd met het bergen van overtollig water (als noodvoorziening). Uiteraard dient hierbij de hoofdplanstructuur van de polder versterkt te worden door bijvoorbeeld nieuwe woningbouw in de linten. Toetsing Het plangebied uit dit bestemmingsplan is als uitzonderingsgebied opgenomen in de Omgevingsverordening. Voorwaarde voor het realiseren van andere functies dan glastuinbouw is
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
30
dat er meervoudig ruimtegebruik toegepast wordt. Het meervoudig ruimtegebruik en de maatregelen die daarbij horen worden verder toegelicht in het stedenbouwkundig plan, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. De (verplichte) maatregelen die genomen worden betreffen: - Compensatie voor toename verharding en demping van sloten; - Gescheiden rioolstelsel; - Natuurvriendelijke oevers; - Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem; - Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages / natuurvriendelijke oever; - Constructie utiliteitsgebouwen geschikt voor zonnepanelen en het plaatsen voor eigen gebruik en, voor zover het elektriciteitsnet het toelaat, voor teruglevering; - Hoge energieprestatie van gebouwen (wettelijke eisen BENG); - Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie. Verder zijn er in het stedenbouwkundige plan ook nog een aantal optionele (nice-to-have) maatregelen opgenomen, zoals een externe CO2-voorziening voor de glastuinbouw, WKO en het combineren van andere functies in de openbare ruimte. Deze maatregelen zijn niet verplicht om te voldoen aan de provinciale eisen, maar worden in een later stadium wel overwogen om te realiseren vanuit het oogpunt van duurzaamheid. 3.2.2.1 Module Ruimte en Wonen Op 12 oktober 2022 is de Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen vastgesteld door Provinciale Staten.
De wijzigingen van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening m.b.t. de Herziening Ruimte en Wonen zijn op 2 december in werking getreden. De Module Ruimte en Wonen omvat een vijftal onderwerpen, rondom de thema’s ruimte en wonen: - Verstedelijking - Wonen, waaronder beleid voor huisvesting arbeidsmigranten - Grote buitenstedelijke bouwlocaties (3 hectare kaart) - Vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen en transitie landelijk gebied - Wandel- en fietsnetwerken Relevant in de wijziging is vooral artikel 7.45i, waarin is vastgelegd dat een plan ‘’dat nieuwe bedrijfsmatige activiteiten toelaat die naar verwachting zullen leiden tot een aanzienlijke toename van de werkgelegenheid, de extra huisvestingsbehoefte van werknemers in beeld brengt en op welke wijze hierin zal worden voorzien’’. Onderstaand wordt dit artikel getoetst. Huisvestingsbehoefte is onduidelijk Uit onderzoek van Decisio (2020) blijkt dat er in de gemeente Zuidplas zo’n 1.630 arbeidsmigranten werken. Dit beeld is nog eens bevestigd naar aanleiding van diverse gesprekken met een aantal (grote) ondernemers in Zuidplas in 2022. Uit een opgave van SNF blijkt dat er in 2021 ca. 460 huisvestingsplekken in Zuidplas zijn geregistreerd. Bekend is dat arbeidsmigranten zich in de dorpen in eengezinswoningen, in bedrijfswoningen en/of op (incourante)recreatieparken in de gemeente zijn gehuisvest.
Daarnaast komen er dagelijks arbeidsmigranten vanuit andere gemeenten om hier werk te verrichten. Vanwege het gebrek aan registratie van arbeidsmigranten blijft het lastig om het aantal arbeidsmigranten en de huisvestingsbehoefte in de gemeente in kaart te brengen.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
31
De gemeente wil huisvestingsinitiatieven faciliteren Om te voorzien in behoefte aan huisvestingsplekken is de gemeente Zuidplas bezig om een beleidskader met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten te ontwikkelen. De planning is om het beleidskader voor de zomer van 2023 aan te bieden aan de raad. Het uitgangspunt van het beleidskader is te zorgen voor voldoende huisvesting van voldoende kwaliteit dichtbij het werk. Zo willen we ruimte bieden voor verschillende type (geconcentreerde) huisvesting in- aan en buiten de dorpen in bestaande woningen of (bij)gebouwen en in (tijdelijke)woonunits. Met de kwantitatieve ruimte die het (concept)beleidskader biedt zorgt de gemeente in zekere zin voor meer balans tussen het aantal arbeidsmigranten dat werk en woont in Zuidplas. De inzet is om de behoefte aan huisvesting te blijven monitoren en waar nodig bij te stellen als dat nodig is bij uitbreiding van bedrijvigheid in Zuidplas. Toename werkgelegenheid is nog onbekend Het bedrijventerrein aan de Knibbelweg oost is bedoeld voor: 1. herplaatsing van glastuinbouw; 2. uitplaatsing van kleinschalige bedrijven vanuit de gemeente Zuidplas en; 3. logistiek. Voor de herplaatsing van glastuinbouw en uitplaatsing van kleinschalige bedrijven vanuit de gemeente Zuidplas wordt geen toename aan werkgelegenheid verwacht. Dit zijn bedrijven die al zijn gevestigd in Zuidplas.
Voor de grootschalige logistiek is nog onbekend welke bedrijven zich gaan vestigen op het bedrijventerrein. Globaal kan het volgende worden aangegeven betreffende het aantal werknemers bij grootschalige logistiek: Het aantal werknemers varieert sterk per bedrijf. Het gaat (zo blijkt uit navraag bij diverse bedrijven in de regio) om gemiddeld ongeveer 200-250 mensen binnen een bandbreedte van ongeveer 150-1000 mensen per distributiecentrum. De schatting is dat 60-70% van het personeel bij een logistiek bedrijf een operationeel werkniveau heeft. Het aandeel tactisch en strategisch personeel ligt beide op 15- 20% (in lijn met het landelijk gemiddelde). Er kan daarom nog niet precies inzichtelijk worden gemaakt welke toename aan werkgelegenheid wordt verwacht en waar werknemers (straks) vandaan komen en indien nodig worden gehuisvest. Effectenrapportage in de omgevingsvergunning bedrijfskavels Knibbelweg Oost De gemeente voegt bij vergunningverlening van de bedrijfskavels regels toe over het in beeld brengen van het benodigde personeel (waaronder arbeidsmigranten) en hoe de huisvesting van eventueel benodigde arbeidsmigranten wordt geregeld. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk om voor huisvesting te zorgen. De gemeente Zuidplas beoogt met het (nog vast te stellen) beleidskader ‘huisvesting arbeidsmigranten en kamerverhuur’ hiervoor de benodigde ruimte te bieden.
3.2.2.2 Module Energietransitie Voor de Module Energietransitie is ook een wijziging voorzien. De Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Energietransitie lag ter inzage van 14 juni tot en met 8 augustus 2022. De definitieve vaststelling van de module Energietransitie is voorzien in 2023. Aanleiding voor de
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
32
wijziging van de module Energietransitie zijn de plannen van de 7 energieregio’s (RES’en) en de industrie (CES). De Module Energietransitie legt regels vast voor locaties waar de opwekking van zonne-energie en windenergie mogelijk is. Relevant in de wijziging is vooral artikel 6.28a ‘Zonnevelden’, waarin regels zijn vastgelegd voor nieuwe zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In dit artikel is opgenomen dat nieuwe zonnevelden alleen toegestaan worden in (onder andere) glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het meervoudig ruimtegebruik is een belangrijk uitgangspunt geweest bij de ontwikkeling van dit bestemmingsplan. De inpassing van het meervoudig ruimtegebruik en het effect op de ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd en toegelicht in het stedenbouwkundig plan (bijlage II bij deze toelichting). Daarmee wordt voldaan aan artikel 6.28a uit de Module Energietransitie. Dit bestemmingsplan plan voldoet aan de Omgevingsverordening. 3.2.3
Geactualiseerd provinciaal programma grootschalige logistieke bedrijventerreinen A12-corridor De provincie heeft in april 2019 een actualisatie opgesteld voor het provinciale programma grootschalige logistiek A12-corridor. Tussentijdse ontwikkelingen hebben er toe geleid dat de Provincie Zuid-Holland het provinciaal programma heeft geactualiseerd. Op basis van de samenwerking tussen de Provincie Zuid-Holland, gemeenten Lansingerland, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas en (logistieke) markpartijen is afgelopen jaar hard gewerkt aan het vormgeven van verdere afspraken rondom de ontwikkeling van de A12-corridor. Het plan omhelst de ruimtelijke kaders waarin logistieke bedrijventerreinen worden ontwikkeld of doorontwikkeld. Deze ruimtelijke kaders zijn bindend voor bestemmingsplannen voor de doelgroep ‘grootschalige logistiek’. In de actualisatie is het volgende ontwikkelperspectief opgenomen voor de Knibbelweg-Oost: ‘’De locatie is in artikel 6.15 van de Omgevingsverordening aangewezen als duurzaam glastuinbouwgebied. De ontwikkeling van glastuinbouw in het Oostland is nu onderwerp van een nadere studie van de vier Oostland gemeenten en de provincie Zuid-Holland.
In relatie tot de nu beoogde Logistieke Hotspot A12 en in achtneming van artikel 6.15 lid 5 wordt nu primair ingezet op de ontwikkeling van 15 ha grote logistiek/bedrijfsruimte met een op die primaire ontwikkeling beoogde duurzaamheidsambitie, die is gericht op toepassing van zonnepanelen op de bedrijfsruimten en opvang van gietwater ten behoeve van bestaande c.q. toekomstige glastuinbouwontwikkelingen in dit gebied. Hiertoe zal een specifiek bestemmingsplan worden opgesteld. Ook is er ten behoeve van de afronding van de locatie ruimte voor 4 ha kleinschalige bedrijven ten behoeve van de uitplaatsing van bedrijven uit de woonkernen van de gemeente Zuidplas.’’ Toetsing In dit bestemmingsplan wordt naast 18,5 ha glastuinbouw voorzien in 15 ha grote logistiek/bedrijfsruimte, en tevens in 4 ha voor kleinschalige bedrijven uit de kernen van de
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
33
gemeente Zuidplas. Dit bestemmingsplan voldoet aan het geactualiseerd programma van de provincie Zuid-Holland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Herijkingsstudie Zuidplaspolder Sinds de vaststelling van het ISP Zuidplas in 2006 is er veel veranderd. Er was sprake van een langdurige economische crisis, vraag naar woningen en bedrijfslocaties is verminderd en qua karakter gewijzigd. Beleid van Rijk, Provincie en Hoogheemraadschap zijn op onderdelen aangepast en de (op termijn) te investeren middelen zijn afgenomen. Al deze wijzigingen maakten het noodzakelijk de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder opnieuw legen het licht te houden. Daartoe is door de Provincie Zuid-Holland in oktober 2013 de Herijkingsstudie Zuidplaspolder opgesteld. Hierin heeft de provincie uiteengezet wat beleidswijzigingen voor invloed hebben op de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder en het programma daarvan. In de Herijkingsstudie is de Knibbelweg Oost opgenomen als een glastuinbouwbedrijvenlandschap met een grootte van ca 65 ha. bruto (50 netto). De typering is grootschalige glastuinbouw, gemengde bedrijvigheid en agribusiness. Het beoogde gebruik volgens het bestemmingsplan is logistiek 35% (21 ha), 45% (27 ha) glastuinbouwbedrijven en tenminste 20% (12 ha) voor bedrijven met daarboven glas. Voor de 45% glastuinbouw is als eis tenminste 20% dubbelruimtegebruik opgenomen. Dit kan met bedrijven van derden, maar ook met eigen productieruimtes, opslag en waterberging.
Herijking en uitvoeringsstrategie De gemeente Zuidplas heeft een intentieovereenkomst die uit gaat van een andere verdeling van het plangebied: circa 50% glastuinbouw en circa 50% bedrijventerrein. De randvoorwaarden met betrekking tot het dubbel grond- en ruimtegebruik worden omgezet in een streven naar dubbel grond- en ruimtegebruik, mede afhankelijk van de mogelijkheden die de markt en de beoogde afnemers zien in hel huidige economische klimaat. De (overige) duurzaamheidseisen zoals opgenomen in de uitwerkingsregels blijven van kracht. De maatregelen met betrekking tot duurzaamheid moeten verder worden uitgewerkt. De locatie zal dan worden gerealiseerd voor 2030. De fasering is afhankelijk van de start van de glastuinbouw. Er moet met name afstemming plaatsvinden over de uitgifte van het bedrijvengedeelte tussen Knibbelweg Oost en Glasparel+. Toetsing In de SOK 2013 (incl. de Allonges) en BOK 2019 zijn de afspraken vastgelegd over het te realiseren bedrijventerrein. Er wordt in ieder geval voldaan aan de genoemde ruimtereserveringen uit de Herijkingsstudie. In paragraaf 3.1.2 is tevens beoordeeld dat er behoefte is aan de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan voldoet dus aan de Herijkingsstudie Zuidplaspolder.
3.4
Beleid gemeente Zuidplas
3.4.1 Omgevingsvisie Zuidplas De Omgevingsvisie Zuidplas is vastgesteld op 13 juli 2021. In de Omgevingsvisie omschrijft de gemeente het unieke karakter van gemeente Zuidplas. In de visie staan de ambities voor de lange
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
34
termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De visie is gebaseerd op ambities van de gemeente. De gemeente streeft naar een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas. Vooral het aspect ‘ondernemend’ is relevant, maar ook ‘duurzaam’ en ‘aantrekkelijk’ zijn van toepassing op dit bestemmingsplan. Ondernemend De gemeente zet in op het toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijvenlocaties ruimte bieden aan nieuwe bedrijvigheid: gericht, passend en bij voorkeur arbeidsintensief. Daarbij wordt gestuurd op duurzame gebouwen, maar ook op een duurzame bedrijfsvoering ten aanzien van materialen en grondstoffen, energie, bereikbaarheid, arbeidsomstandigheden e.d. In beginsel is er binnen de gemeente geen ruimte voor grote logistiek (3 hectare en groter), behalve wat reeds voorzien is op Knibbelweg Oost. Het onderhavige plangebied aan de Knibbelweg-Oost is in de Omgevingsvisie dus concreet opgenomen als gebeid voor nieuwe bedrijvigheid, waar tevens ruimte is voor logistieke bedrijvigheid met een oppervlakte van 3 hectare en groter.
Duurzaam en Aantrekkelijk De gemeente Zuidplas erkent dat er veel veranderingen optreden in de glastuinbouwsector, vooral gericht op duurzaamheid (Greenport 3.0). Acties van ondernemers zijn gericht op innovatie en op combinaties met energieopwekking en waterbeheer, met zuiniger teeltwijzen, zuinigere kassen en hergebruik van warmte. Op deze wijze draagt glastuinbouw ook bij aan een Duurzaam Zuidplas en een Aantrekkelijk Zuidplas. De gemeente kiest voor het concentreren van glastuinbouw in het gebied Moerkapelle/Zevenhuizen, als vitaal onderdeel van Greenport Westland - Oostland. Een deel van de glastuinbouw kan tevens gerealiseerd worden in het gebied Knibbelweg-Oost, waar ook ruimte is voor andere bedrijvigheid; hier wordt een transformatie beoogd. Ook hier is de Knibbelweg-Oost dus concreet benoemd. Dit bestemmingsplan voorziet hier in de ontwikkeling van de Knibbelweg-Oost. 3.4.2 Mobiliteitsvisie Zuidplas In de Mobiliteitsvisie Zuidplas, vastgesteld door de raad van Zuidplas op 12 mei 2015, wordt beschreven welke ontwikkelingen van belang zijn voor verkeer en vervoer in de gemeente Zuidplas en moet de lijnen uitzetten voor het beleid voor de komende jaren. De ontsluiting van de bedrijfslocatie Knibbelweg-Oost is voorzien middels een nieuwe aansluiting op de N219. Hiermee ontstaat een directe ontsluiting op het hoofdwegennet.
Een nieuwe aansluiting op de N219 doet in enige mate afbreuk aan de afwikkeling op de N219. Dit moet echter worden beschouwd in relatie tot de Moordrechtboog, als gevolg waarvan de N219 met name een ontsluitende functie voor de onderliggende gebieden heeft en de Moordrechtboog de verbinding is tussen A12 en A20. 3.4.3 Nota parkeernormen 2019 Op 12-12-2019 is de huidige Nota Parkeernormen 2019 in werking getreden. De gemeente wil de toenemende vraag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft en de bereikbaarheid van de dorpen kan worden gewaarborgd.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
35
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van groot belang dat er een oplossing wordt gecreëerd voor het parkeervraagstuk. Parkeernormen zijn instrumenteel in het behouden van evenwicht tussen vraag en aanbod van parkeerplaatsen. Op Knibbelweg-Oost wordt parkeren op eigen terrein verplicht gesteld en worden de parkeernormen conform de gemeentelijk Nota Parkeernormen gehanteerd. Zie voor een verdere toetsing aan het parkeerbeleid paragraaf 4.2.2. 3.4.4 Welstandsnota Zuidplas 2015 Op 13 mei 2015 heeft de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas de Welstandsnota Zuid 2015 ‘sturing van ruimtelijke kwaliteit, welstandsvrij tenzij…' vastgesteld. De gemeente Zuidplas heeft ervoor gekozen om meer gebieden welstandsvrij te maken. Daarbij hanteert men het principe van 'welstandsvrij tenzij’..'. Dat betekent dat de gemeente in principe welstandsvrij is met uitzondering van bepaalde kwetsbare gebieden. Om te bepalen of een gebied kwetsbaar is worden de criteria gebruikt: 1. Behoud van herkenbare structuren en cultuurhistorie; 2. Bescherming van dorpskernen en centrumgebieden; 3. Bescherming gevoelige objecten.
Figuur 3.1 Welstandregime Zuidplas Op figuur 3.1 is te zien dat de 'Ontwikkelopgave Knibbelweg-Oost' (nummer 3) valt onder 'welstandsniveau vrij'. Dit houdt in dat het aan de initiatiefnemer is om in de ruimtelijke kwaliteit van het bouwplan te voorzien. Omdat de beeldkwaliteit belangrijk is, wordt voor bestemmingsplan Knibbelweg-oost een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit is in de bijlagen bij de toelichting opgenomen en zal ook worden toegevoegd aan de welstandsnota. 3.4.5 Beeldkwaliteitsplan Lanen en Linten De ontwikkelingen in de lintzone zijn geschetst in een beeldkwaliteitsplan (zie bijlage V bij regels). De kavelbreedten en bouwblokken zijn ruim van opzet en beperken de mate van bebouwing. Deze opzet voldoet In hoofdlijn aan het Beeldkwaliteitsplan Lanen en Linten dat is vastgesteld op 29 november 2011.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
36
3.4.6 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte De gemeente is eindverantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Om bewuster en gerichter om te gaan met ruimtelijke kwaliteit is op 18 juni 2013 een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) vastgesteld, waarin kwaliteitseisen met betrekking tot de openbare ruimte zijn gebundeld. De eisen uit de LIOR zijn kaderstellend en komen voort uit wet- en regelgeving, gemeentelijk beleid, praktische kennis en ervaring. Het moet zorgen voor gelijke oplossingen voor gelijke plekken binnen de gemeente Zuidplas maar biedt, daar waar het kan, voldoende ruimte voor oplossingen die afwijken van de standaard. De leidraad biedt een gemeenschappelijk kader voor iedereen die zich bezighoudt met ontwikkeling, (her)inrichting en beheer van de openbare ruimte en draagt bij aan een goede samenwerking en onderlinge afstemming. De LIOR geldt voor alle overeenkomsten tussen gemeente en derden, waarbij de inrichting van de openbare ruimte in meer of mindere mate onderdeel is van planvorming.
3.4.7 Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 Het Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 is een strategische routekaart om in 2050 komen tot een energie neutrale gemeente, die opgewassen is tegen de gevolgen van extreem weer, zorgvuldig omgaat met grondstoffen en afval, waar er sprake is van een prettig en gezonde leefomgeving met schoon water, schone lucht, amper geluidshinder en grote biodiversiteit. De ambitie van de gemeente is om in 2050 een duurzame en toekomstbestendige gemeente te zijn. Het programma bestaat uit de volgende thema’s. 1. Energie en warmte: Centraal binnen dit thema staat het besparen van energie, het opwekken van hernieuwbare energie en de gebouwde omgeving loskoppelen van aardgas en een andere bron van warmte aanbieden. 2. Klimaatadaptatie: Door de opwarming van de aarde verandert het klimaat. Veel meer hitte, droogte en korte hevige regenbuien. De openbare ruimte moet klimaat adaptief ingericht worden om de gevolgen van de klimaatveranderingen te beperken. 3. Circulaire Economie: Grondstoffen raken op. Hierdoor is een noodzaak ontstaan om het huidige lineaire economische systeem aan te pakken en te zorgen voor een nieuw circulair systeem. 4. Leefomgeving: Om te zorgen voor een gezonde leefomgeving is het voorwaardelijk om te zorgen voor een goede kwaliteit van water, bodem, en lucht.
De leefomgeving wordt vooral vorm gegeven in de inrichting van de fysieke (openbare) buitenruimte door beplanting en gebruik van materialen. De uitgangspunten uit het Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 zijn betrokken bij de ontwikkeling van de Knibbelweg-Oost. 3.4.8 Woonvisie 2025 De 'Woonvisie 2025 - Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst' is op 23 januari 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie wordt een doorkijk naar het wonen in Zuidplas rond het jaar 2025 gegeven en is richtinggevend van karakter. De woonvisie is tevens het programmatische toetsingskader voor nieuwbouwlocaties. In de woonvisie wordt gekozen voor de volgende strategie: - Sociale huursector op peil. - Identiteit vasthouden. - Langer thuis wonen. - Duurzaam wonen en leven.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
37
-
Innovatieve woonvormen.
Om de visie te realiseren zijn de stappen verwoord in drie speerpunten: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen. 2. Duurzaam wonen. 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Met het eerste speerpunt wordt de visie van een evenwichtige bevolkingsopbouw verwezenlijkt. De andere twee dragen bij aan het realiseren van dat divers en betaalbaar woningaanbod. Woningbouwopgave Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de Zuidvleugel. Uit onderzoek blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. Deze uitgangspunten voor de woningvoorraad die in de Woonvisie staan, bieden houvast in de onderhandelingen over nieuwbouw met projectontwikkelaars en woningcorporaties. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. Daarin wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Toetsing Voor de periode tot 2030 is er een behoefte aan 3.250 nieuwe woningen in de gemeente Zuidplas.
Gesteld kan worden dat de ontwikkeling van 7 woningen in het lint aan de Knibbelweg past binnen de kaders van de Woonvisie 2025. Met het plan wordt een kleine bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave binnen de gemeente Zuidplas.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
38
4
Omgevings- en milieuaspecten
In het kader van een ruimtelijke procedure dient voor diverse milieu- en omgevingsaspecten te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages zijn in dit geval als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.
4.1
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport (m.e.r.) of m.e.r.beoordeling is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid inzake initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die (aanzienlijke) nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Dit betekent dat de plannen of activiteiten ook een bepaalde omvang moeten hebben om m.e.r.-(beoordelings)plichtig te zijn. Aan de hand van de in het Besluit milieueffectrapportage omschreven m.e.r.-plichtige activiteiten met de bijbehorende drempelwaarden, kan worden bepaald of een project m.e.r.-plichtig (C-lijst) dan wel m.e.r.-beoordelingsplichtig (D-lijst) is. Om te voorkomen dat er bij projecten met een kleinere omvang belangrijke milieugevolgen over het hoofd worden gezien is het voor alle projecten die voorkomen op de D-lijst (ook die onder de drempelwaarden liggen) verplicht om vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Eén van de in de D-lijst genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2).
Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of wanneer het gaat om een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer betreft. Beoordeling en conclusie In het kader van het plan is door de ODMH een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (zie bijlage IV). De conclusie van deze m.e.r.-beoordeling was dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als consequentie te verwachten waren als gevolg van het plan. Er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage. Voor dit bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapport (m.e.r.) opgesteld te worden.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
39
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1 Systematiek Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het zorgen voor een goede milieuzonering: het in acht nemen van voldoende afstand tussen enerzijds functies die hinder of gevaar kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven) en anderzijds gevoelige functies die daar last van kunnen hebben (bijvoorbeeld woningen). De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009) is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Met milieuzonering kan ervoor worden gezorgd dat nieuwe bedrijven op een verantwoorde afstand van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd. Hierbij worden standaardrichtafstanden gehanteerd: als er wordt voldaan aan deze richtafstand, dan kan er van worden uitgegaan dat de bedrijfsactiviteiten inpasbaar zijn. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Hierbij wordt een tweetal verschillende omgevingstypen voor de richtafstanden gebruikt: het omgevingstype ‘gemengd gebied’ en het omgevingstype ‘rustige woonwijk/ rustig buitengebied’. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en in rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van een rustig woongebied.
Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden, zonder dat dit ten koste gaat van het leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd. In de navolgende tabel zijn de richtafstanden weergegeven. Tabel 4.1 Overzicht richtafstanden VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009).
4.2.2 Beoordeling nieuwe bedrijfsbestemmingen De logistieke en reguliere bedrijvigheid is voorzien op de noordelijke helft van het plangebied, en de glastuinbouw op de zuidelijke helft. Langs de noord- en oostzijde van het plangebied liggen geen gevoelige functies. Hier grenst het plangebied aan de N219 (provinciale weg), akkerbouwgronden en grasland. Tevens ligt aan de noordzijde nog een spoorlijn. Het gebied wordt getypeerd als gemengd gebied vanwege de verscheidenheid aan functies. Ook in de lintzone van het bestemmingsplan Zuidplas Noord is hiervan uitgegaan. Dat betekent dat de richtafstanden conform de VNG-systematiek met één stap verlaagd kunnen worden. Voor dit bestemmingsplan is vooral relevant dat aan de linten van de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg woonfuncties liggen.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
40
Voor de logistieke bedrijvigheid en reguliere bedrijvigheid wordt uitgegaan van milieucategorie 3.2. Hierbij hoort (na aftrek van een afstandstap) een richtafstand van 100 m. Binnen deze richtafstand liggen geen gevoelige functies. Voor deze bedrijfsbestemmingen is dus geen sprake van knelpunten. Ook de nieuwe woningen in het lint komen op gepaste afstand te liggen van de beoogde bedrijfsactiviteiten. Glastuinbouw kan volgens de VNG-systematiek gecategoriseerd worden als milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 m voor woonbebouwing en, een afstandstap lager, 10 m voor gemengd gebied, waarbij het aspect geluid maatgevend is. De aspecten geur, stof en veiligheid zijn minder relevant, en kennen een richtafstand van 0 m. In dit bestemmingsplan wordt langs de rand van de woningen aan de Knibbelweg een groen-/waterstrook ingepast die er voor zorgt dat de glastuinbouwbedrijvigheid op voldoende afstand van woningen gerealiseerd kan worden. De kleinste afstand van een woning naar het bouwvlak van het nieuwe glastuinbouw gebied is 30 meter (bij de woning aan de Knibbelweg 51). Er wordt voldaan aan de richtafstand. 4.2.3 Beoordeling nieuwe woonbestemmingen In het bebouwingslint langs de Knibbelweg wordt met het plan een aantal woningen mogelijk gemaakt.
In onderstaande figuur zijn deze nieuwe woningen (geel) te zien en de al aanwezige woningen (geel) en bedrijven (paars) in het lint.
Figuur 4.1 Boven bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, onder huidige bestemmingsplan Zuidplas-Noord De woningen ten noorden van de Knibbelweg, dieper naar achteren verder van de Knibbelweg af, zijn bestaande, eerdere vergunde woningen, die met dit bestemmingsplan als zodanig worden bestemd, tezamen met omliggend gebied als tuin (lichtgroen). De kleinere bedrijven aan de Knibbelweg (noordkant) zijn historisch ontwikkeld en hebben in bestemmingsplan Zuidplas-Noord geen milieucategorie meegekregen. Voor enkele grotere bedrijven is een afzonderlijke milieucontour opgenomen op de verbeelding (links in figuur 4.1 te zien als groene arceringen). Deze milieucontouren bereiken de nieuwe woonbestemmingen niet en deze vormen daarom voor de bedrijven geen belemmering.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
41
De kleine bedrijven kennen geen milieuzonering en zijn qua milieu-uitstraling (geluid, emissie naar de lucht e.d.) al beperkt door de bestaande woningen in het lint en/of de ontwikkeling van het nieuwe woongebied ten zuiden van de Knibbelweg. Dit is te zien in de onderstaande figuur 4.2. Opgemerkt wordt dat aan de Knibbelweg 51, waar in het bestemmingsplan een woonbestemming voor is opgenomen, tevens een vergunning verleend is voor het houden van een veehouderijactiviteit met hobbymatige aantallen dieren (enkele tientallen schapen en enkele stieren). Conform de Wet geurhinder en veehouderij, artikel 4, lid a, sub b moet er tussen een veehouderij (zonder dieren waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld) en een geurgevoelig object buiten te bebouwde kom ten minste 50 meter afstand aangehouden worden. In dit bestemmingsplan is hiermee rekening gehouden door de nieuw in te passen woningen aan de zuidoostzijde van de Knibbelweg 51 (op onderstaand figuur aan de rechterzijde) op minimaal 50 meter afstand te plaatsen. De noordwestzijde van de Knibbelweg 51 (op onderstaand figuur aan de linkerzijde) blijft onbebouwd.
Figuur 4.2 Samenvoering van bestemmingsplannen: Knibbelweg-Oost ten noorden van de Knibbelweg; ten zuiden van de Knibbelweg van links naar rechts: Zevenhuizen-Zuid - fase 1, Zuidplas-West (uit te werken deel), Zevenhuizen-Zuid - fase 8 en Zevenhuizen-Zuid - fase 7 Ten zuiden van de Knibbelweg waren vanuit de historie glastuinbouwbedrijven gevestigd. Deze bestemmingen zijn grotendeels vervallen. In het lint langs de zuidkant van de Knibbelweg zijn nog woningen en bij behorende loodsen aanwezig, maar zijn de oorspronkelijke bedrijfsactiviteiten gestopt. Voor zover er nog bedrijfsmatige activiteiten zijn, zijn deze net als aan de noordkant qua milieubelasting sterk ingeperkt door de op korte afstand ontwikkelde woningbouw. Gesteld kan worden dat de aanwezige bedrijfsactiviteiten zodanig zijn ingeperkt dat de beoogde nieuwe woningen in het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost hiervoor geen belemmering kunnen vormen. 4.2.4 Conclusie Op basis van de huidige ruimtelijke situatie en de richtafstanden kan gesteld worden dat de bedrijfsactiviteiten en nieuwe woningen inpasbaar zijn.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
42
4.3
Parkeren en verkeer
4.3.1 Verkeer In de omgeving zijn er buiten dit plangebied ook andere grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen voorzien, zoals het Vijfde Dorp. Deze plannen zijn nog niet in procedure. De gemeente Zuidplas heeft samen met de provincie Zuid Holland een uitgebreid verkeerskundig onderzoek verricht in het kader van de ontwikkeling van het Vijfde Dorp. In deze studie is een verkeersmodel gebruikt voor het jaar 2040 (met alle beoogde gebiedsontwikkelingen en de te verwachten groei). Vanwege het plan Knibbelweg-Oost is er sprake van een verkeersgeneratie van ca. 3.500 bewegingen per etmaal (fase 1 en 2), waarvan 40% wordt gegenereerd door vrachtvoertuigen (en 75% daarvan is zwaar vrachtverkeer). Al het verkeer van het plangebied zal worden ontsloten via een nieuwe centrale weg en een nieuw kruispunt aan de N219. Ten opzichte van het overige verkeer op de N219 en overige plannen in de omgeving is de toename van het verkeer als gevolg van het plan Knibbelweg Oost op de N219 ten noorden van de aansluiting beperkt en is er ter hoogte van Nesseland zelfs sprake van een afname. Dit geldt voor zowel de etmaalperiode als voor de 2-uurs-spitsperioden. Het bestaande vrachtverkeer kiest geen andere route: het blijft gebruik maken van de N219. De grootste toename van intensiteit zit op het wegvak aansluiting Zevenhuizen A12 – kruising Centrale As.
De gevolgen van het plangebied voor het verkeer zijn geen belemmeringen voor het plan. De gemeente en de provincie hebben RHDHV (adviesbureau dat de verkeersstudie voor het Vijfde Dorp uitvoert) opdracht gegeven om het ruimtebeslag voor het te realiseren kruispunt in beeld te brengen. Dit is in twee fasen gedaan: 1) Een doorrekening en ontwerp opstellen voor de ontwikkeling Knibbelweg Oost; 2) Een doorrekening en ontwerp opstellen voor de eindsituatie (2040) met het vijfde dorp en bijbehorende aansluiting. Om het exacte ruimtebeslag te kunnen vaststellen, dienen er hoogtes voor de verschillende nieuwe wegdelen te worden bepaald en dwars- en lengteprofielen te worden uitwerkt om te komen tot een voorlopig ontwerp (VO). Het tracé van de N219 en het kruispunt liggen buiten het plangebied. De benodigde extra in- en uitvoegstroken worden in het plangebied via een verkeersbestemming toegevoegd, waarmee het kruispunt en de toekomstige ontwikkeling van het kruispunt inpasbaar zijn. 4.3.2 Openbaar vervoer en langzaam verkeer Er zal voor werknemers vooral ingezet worden op de bereikbaarheid per fiets (ook in voor of natransport naar het dichtstbijzijnde OV punt). De fietsstructuur dient nader te worden uitgewerkt. Hierbij moet eveneens de ontwikkeling van het Vijfde Dorp worden betrokken.
Wel is duidelijk dat de fietsverbinding tussen Zevenhuizen (en de Knibbelweg oost locatie) en het vijfde dorp de N219 ongelijkvloers kruist ter hoogte van de huidige Knibbelweg. Ten aanzien van het openbaar vervoer wordt nog gesproken met de openbaar-vervoerbedrijven om te bezien welke verbindingen kunnen worden gerealiseerd. Voor bushaltes is in de aanwezige verkeersbestemming voldoende ruimte aanwezig. 4.3.3 Parkeren Uitgangspunt in dit bestemmingsplan is dat voldaan wordt aan gemeentelijke regels voor parkeren zoals die zijn vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ (vastgesteld op 24
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
43
april 2018). Leidend hierin is dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden aangetoond moet worden dat in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas houdende regels omtrent parkeren’ oftewel de Nota Parkeernormen 2019. Deze beleidsregel is in werking getreden op 12-12-2019. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. 4.3.4 Calamiteitenroute Om de bedrijven te allen tijde bereikbaar te houden voor hulpdiensten, moet er naast de route naar de Centrale As vanaf de N219 een extra calamiteitenroute zijn. Deze is dus niet voor het andere wegverkeer open gesteld (behoudens fietser en langzaam bestemmingsverkeer). 4.3.5 Conclusie De conclusie is dat de aspecten verkeer, bereikbaarheid en parkeren geen belemmering vormen voor het bestemmingsplan.
4.4
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen onderzoek inzake luchtkwaliteit hoeft te worden uitgevoerd en dat in dit geval het plan doorgang kan vinden. Het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een bepaald project wel of niet als 'in betekenende mate' moet worden beschouwd. NIBM-projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is in artikel 5 een zogenaamde anticumulatiebepaling opgenomen. Hiermee wordt de verplichting opgelegd om nieuwe plannen die van dezelfde ontsluitingswegen gebruikmaken en individueel als niet in betekende mate bijdragend aan te merken zijn aan concentraties in de buitenlucht, ook als die één geheel worden beschouwd. Hiermee wordt voorkomen dat een groot plan met een grote invloed op de luchtkwaliteit opgedeeld wordt in kleinere deelplannen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen. 4.4.1 Beoordeling In het kader van het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit (zie bijlage VI).
Gekeken wordt naar de huidige- en naar de toekomstige luchtkwaliteit in het gebied. Daartoe zijn de te verwachten emissies in kaart gebracht van het bestemmingsplan. Vervolgens is de verspreiding naar de omgeving modelmatig berekend, om een prognose van de immissieconcentratie te kunnen geven, en deze te toetsen aan van toepassing zijnde grenswaarden. In onderstaande tabel zijn de berekende concentraties en overschrijdingsmomenten weergegeven.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
44
Tabel 4.2 Berekende concentraties en overschrijdingsmomenten (hoogste van alle toetspunten)
Stikstofdioxide NO2
Fijnstof PM10
Maximale waarde 2021 (hoogste bronbijdrage tussen haken)
Maximale waarde 2030 (hoogste bronbijdrage tussen haken)
Norm
Concentratie [ug/m3] (bronbijdrage)
22,5 (5,5)
17,1 (5,2)
40
# > limiet *
0
0
18
Concentratie [ug/m3] (bronbijdrage)
17,4 (0,5)
15,5 (0,5)
40
# > limiet **
6
6
35
10,2 (0,2)
8,5 (0,1)
25
3
Zeer fijnstof Concentratie [ug/m ] PM2.5 (bronbijdrage) *) aantal overschrijdingen van de uurnorm **) aantal overschrijdingen van de etmaalnorm
Uit de berekeningen blijkt duidelijk dat de normen wat betreft luchtkwaliteit niet worden overschreden als gevolg van de realisatie van het bestemmingsplan. Dit geldt zowel voor de berekening voor het huidige jaar, als ook voor de berekening van het referentiejaar 2030. Op de maatgevende toetspunten blijkt dat door deze concentraties de grenswaarden van de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm) niet worden overschreden. Op basis van Wm artikel 5.16 lid 1 onder a, vormt het aspect luchtkwaliteit daarom geen knelpunt voor ruimtelijke procedures. Het bestemmingsplan heeft ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen grote gevolgen voor het milieu. 4.4.2 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.5
Geluid
4.5.1 Algemeen Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidbelaste object – hiervoor kent de wet geluidgevoelige bestemmingen, zoals wonen, zorg en onderwijs. De basis voor de beoordeling van geluid is de milieuzonering (zie paragraaf 4.2 Bedrijven en milieuzonering). Er wordt voldaan aan de richtafstanden tussen nieuwe bedrijfsactiviteiten enerzijds en bestaande en nieuwe gevoelige bestemmingen (zoal wonen) anderzijds. Geluid van bedrijfsactiviteiten kan daarmee adequaat worden beperkt in het kader van de milieuregels. Voor verkeerslawaai zijn de regels en normen van de Wet geluidhinder van toepassing bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Dit gaat om: - bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone langs een (spoor)weg voor verkeerslawaai; - reconstructie van gezoneerde wegen (niet zijnde rijkswegen).
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
45
De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarden worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). 4.5.2 Beoordeling In het kader van het bestemmingsplan is een actualisatie uitgevoerd van het akoestisch onderzoek dat was uitgevoerd ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan uit 2015 (zie bijlage VII). De conclusie in het onderzoek uit 2015 is dat het bestemmingsplan op grond van het aspect wegverkeerslawaai kon worden vastgesteld. Omdat er nu sprake is van een nieuw bestemmingsplan is onderzocht of de resultaten uit 2015 door de actualisatie van de wegverkeersgegevens leiden tot andere conclusies. Daarnaast is de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen in het lint onderzocht. Uit het onderzoek blijkt het volgende: ▪ De conclusies die beschreven staan in het akoestisch onderzoek uit 2015 blijven hetzelfde.
De N219 kent de grootste toename ten opzichte van het akoestisch onderzoek uit 2015 van het aantal motorvoertuigen per etmaal. De geluidbelasting op het zuidoostelijk deel van het plangebied neemt hierdoor toe. ▪ De berekende geluidbelasting vanwege de Knibbelweg, de Centrale As en de Noordelijke Dwarsweg voldoet op de gevels van de beoogde zeven woningen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Vanwege deze wegen zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet geluidhinder voor de nieuw te realiseren woningen. ▪ De berekende geluidbelasting vanwege de N219 is hoogstens 53 dB na wettelijk aftrek op de zuidoostgevel van de meest zuidoostelijk gelegen nieuwbouwwoning. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde met 5 dB overschreden. Er wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. ▪ Geluidbeperkende maatregelen zijn geen optie, zie akoestisch onderzoek uit 2015. De maatregelen zijn niet doeltreffend genoeg en kennen technische, financiële en stedenbouwkundige bezwaren. De gemeente Zuidplas kan in dit geval een hogere waarde voor de geluidbelasting vaststellen. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. ▪ In totaal wordt de voorkeursgrenswaarde bij vier woningen overschreden. De berekende geluidbelasting ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen is niet meer van 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.