Bijlage 6 Bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’, Toelichting A23.000463
Tekst van het document
Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost Toelichting (vast te stellen)
Kenmerk R065442aa.200ACX6.jwi Versie 06_001_VAST_TE_STELLEN Datum 30 maart 2023
Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007093159B01
Inhoudsopgave
1
Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
Planbeschrijving ........................................................................................................................ 9 2.1 2.2 2.3
3
Milieueffectrapportage .................................................................................................... 39 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................ 40 Parkeren en verkeer ....................................................................................................... 43 Luchtkwaliteit ................................................................................................................... 44 Geluid .............................................................................................................................. 45 Bodem en ondergrond .................................................................................................... 47 Klimaatadaptatie en water .............................................................................................. 49 Ecologie .......................................................................................................................... 51 Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................... 56 Externe veiligheid, bereikbaarheid en blusvoorzieningen .............................................. 58 Ontplofbare oorlogsresten .............................................................................................. 60
Juridische planbeschrijving ................................................................................................... 61 5.1 5.2
6
Rijksbeleid ....................................................................................................................... 23 Provinciaal beleid ............................................................................................................ 27 Regionaal beleid ............................................................................................................. 34 Beleid gemeente Zuidplas .............................................................................................. 34
Omgevings- en milieuaspecten ............................................................................................. 39 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
5
Huidige situatie.................................................................................................................. 9 Structuur en functies ....................................................................................................... 10 Duurzaamheid en meervoudig ruimtegebruik ................................................................. 15
Beleidskader ............................................................................................................................ 23 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Aanleiding ......................................................................................................................... 4 Ligging plangebied ............................................................................................................ 5 Geldende bestemmingsplan en uitwerkingsplicht ............................................................. 6 Planvorm ........................................................................................................................... 7 Leeswijzer ......................................................................................................................... 8
Planvorm ......................................................................................................................... 61 Artikelsgewijze toelichting ............................................................................................... 62
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 65 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 65 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 66
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
2
Bijlagen Bijlage I Nota van Uitgangspunten Bijlage II Stedenbouwkundig plan Bijlage III Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage IV M.e.r-beoordeling Bijlage V Verkeersonderzoek en kruispuntberekening Bijlage VI Luchtkwaliteit Bijlage VII Wegverkeerslawaai Bijlage VIII Bodemonderzoeken Bijlage IX Water- en klimaattoets Bijlage X Ecologische onderzoeken soortenbescherming Bijlage XI Externe veiligheid Bijlage XII Duurzaamheidsconcept Bijlage XIII Archeologie Bijlage XIV Nota van beantwoording zienswijzen
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen om de locatie Knibbelweg-Oost te ontwikkelen tot een duurzaam logistiek bedrijventerrein in combinatie met glastuinbouw en kleinschalige bedrijvigheid. Op 9 oktober 2013 zijn Ondernemen A12-A20 BV (hierna OA12-A20) en de Gemeente Zuidplas de “Samenwerkingsovereenkomst Ontwikkeling Knibbelweg-Oost, gemeente Zuidplas” (hierna: “de SOK 2013”) aangegaan ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een duurzaam glastuinbouw- en bedrijvenlandschap van circa 65 hectare op de locatie Knibbelweg-Oost te Zuidplas. In het kader van de beoogde ontwikkeling zoals vastgelegd in de SOK 2013, werd in 2015 het ontwerpbestemmingsplan Knibbelweg-Oost in procedure gebracht. Na een zienswijze door de provincie inzake de beperkte regionale behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen is het bestemmingsplan niet meer vastgesteld. De gemeente Zuidplas en OA12-A20 zijn daarna gezamenlijk opgetrokken om een oplossing te vinden voor de ontstane situatie. In augustus 2018 (in 2020 geactualiseerd) heeft Bureau Stedelijke Planning in het kader van duurzame verstedelijking een behoefteraming uitgevoerd naar de bedrijventerreinen in de A12corridor. Uit deze behoefteraming bleek dat de vraag in de periode na 2015 sterk is toegenomen en het aanbod sterk is afgenomen.
Hierdoor is er een adequate onderbouwing mogelijk om in het gebied Knibbelweg-Oost een duurzaam logistiek bedrijventerrein (in combinatie van glastuinbouw) te bestemmen. Dit rapport is gedeeld met de Provincie en gemeenten uit de regio. Op 4 maart 2019 is de Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor (hierna: “BOK 2019”) gesloten tussen de zes kernpartijen VNO-NCW West, de Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Lansingerland, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas. Tevens heeft een aantal andere belanghebbenden zich bij deze BOK 2019 aangesloten, zo ook A12-A20 middels haar primaire vennootschap Van Uden Logistic Site Investments BV. In deze BOK 2019 zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot het versterken van de logistieke hotspot A12 door samenwerking van de bij de BOK 2019 betrokken partijen, waarbij onder andere tevens nadrukkelijk is vastgelegd dat gestart kan worden met de ontwikkeling van een deel van Knibbelweg-Oost ten behoeve van circa 15 ha uitgeefbare ruimte logistiek/bedrijfsruimte in combinatie met glastuinbouw en circa 4 ha uitgeefbare ruimte voor kleinschalige bedrijven. Verder wordt in dit bestemmingsplan circa 18,5 hectare uitgeefbare ruimte aan glastuinbouwgebied ruimtelijk uitgewerkt. Deze ontwikkeling is conform de BOK 2019 en mogelijk op basis van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
In de verordening ligt vast dat aan de Knibbelweg een duurzaam bedrijventerrein met een hoog niveau van duurzaamheid en meervoudig en efficiënt ruimtegebruik mogelijk is in combinatie met glastuinbouw. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij duurzame maatregelen (zoals zonnepanelen en gietwatervoorzieningen) die enerzijds gebruikt kunnen worden voor de duurzame energievoorziening van de bedrijven zelf en anderzijds voor de energievoorziening en watervoorziening van te realiseren glastuinbouwbedrijven in en nabij het plangebied.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
4
Wanneer in dit bestemmingsplan wordt gesproken over de functieverdeling van ca. 19 ha glastuinbouw, 15 ha logistiek en 4 ha kleinschalige bedrijven, wordt hiermee de uitgeefbare ruimte bedoeld. De uitgeefbare ruimte betreft het aantal vierkante meters bruto oppervlak dat uiteindelijk in gebruik genomen kunnen worden door de bedrijven. Dit bestemmingsplan komt op hoofdlijnen overeen met het ontwerpbestemmingsplan uit 2015, waarin reeds een gefaseerde (marktgerichte) ontwikkeling voor ogen stond. Dit geactualiseerde bestemmingsplan gaat uit van een plangebied dat grotendeels overeenkomt met Fase 1 van het ontwerp uit 2015. Het overige deel van het oorspronkelijke plangebied van 65 ha, ofwel het plangebied dat nagenoeg overeenkomt met de nog nader uit te werken Fase 2 van het ontwerp uit 2015, kan op een later moment als zelfstandig project door Initiatiefnemer OA12-A20 ontwikkeld worden. Voor de ontwikkeling van Fase 2 moet dan een apart, nieuwe planologische procedure doorlopen worden. Voorafgaand aan dit bestemmingsplan is een Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) opgesteld. In deze NvU zijn randvoorwaarden ten aanzien van de ontwikkeling vastgelegd. De NvU is op 9 juni 2021 door de gemeenteraad (met amendement) vastgesteld en vormt het vertrekpunt voor dit nieuwe bestemmingsplan (zie ook bijlage I).
Ten opzichte van de NvU zijn er enkele ondergeschikt geachte wijzigingen: - er zijn enkele percelen met nieuwe woningen in de lintbebouwing opgenomen (met achterliggend gebied); - er zijn twee, gewijzigde opties voor de calamiteitenroute; - het fietspas langs de N219 is vervallen (de provincie vindt een fietspad langs N219 onwenselijk); het plangebied is bereikbaar via het fietspad, gecombineerd met de calamiteitenroute; - de verkeersbestemming van de N219 en de projectie van het beoogde kruispunt is in overleg met de provincie buiten het plangebied gelaten; ter plaatse worden in het plangebied wel twee in- en uitvoegstroken opgenomen in overeenstemming met het ontwerp van de provincie. Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en deze toelichting (inclusief bijlagen). De toelichting dient als motivering bij de te volgen procedure.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het noordelijke deel van de Zuidplaspolder, aan de oostzijde van de kern Zevenhuizen (zie figuur 1.1). Het plangebied wordt in het noorden en oosten begrensd door de N219 en de verbrede watergang de Vierde Tocht. In het noordwesten en zuiden wordt de plangrens gevormd de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg. In de lintzones langs de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg bevinden zich op dit moment woningen en kleinschalige bedrijvigheid.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
5
Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (geel kader)
1.3
Geldende bestemmingsplan en uitwerkingsplicht
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Zuidplas Noord’, dat op 16 juni 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van Zevenhuizen-Moerkapelle. Voor het grootste deel van de gronden binnen het plangebied is een uitwerkingsplicht opgenomen voor glastuinbouwgebied en andere bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. Zie ook figuur 1.2. Aan de N219 liggen gronden met een verkeers-, natuur- en groenbestemming. Verder heeft de strook langs de oostzijde en noordzijde van het plangebied een natuurbestemming. Op het plangebied rusten verder een archeologiebestemming, een veiligheidszone voor een gasleiding en een geluidzone voor een spoor en een weg. De nu beoogde ontwikkeling is niet wezenlijk veranderd ten opzichte van het gepubliceerde ontwerpbestemmingsplan uit 2015. Net als in het bestemmingsplan uit 2015 wordt op een aantal punten afgeweken van het vigerende moederplan en de daarin opgenomen uitwerkingsregels, aangezien op deze punten sprake is van nieuwe inzichten en/of bijgestelde wensen. De uitwerkingsregels bepaalden bijvoorbeeld dat het (wijzigings-)gebied in zijn totaliteit in procedure moest worden gebracht door middel van één uitwerkingsplan. De regionale afspraken en de wettelijke regels voor duurzame verstedelijking staan de volledige ontwikkeling echter niet toe. Verder wordt afgeweken van een aantal in de uitwerkingsregels gehanteerde percentages.
Zo wordt de verhouding glastuinbouw/bedrijven niet 65% resp. 35%, maar circa 50/50. De regel in het moederplan dat ten minste 20% van het gebied als intensief en meervoudig ruimtegebruik wordt
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
6
ingericht, is afhankelijk van de bedrijfseconomische haalbaarheid in deze fase en wordt nader bepaald. Voor fasen 1 en 2 worden daarom afzonderlijke bestemmingsplannen gemaakt. De afwijkingen zijn in lijn met het ontwerpbestemmingsplan uit 2015 en de afspraken in de inmiddels bijgestelde SOK 2013. Dit bestemmingsplan is daarom een zelfstandig plan, zoveel mogelijk in lijn met de bedoeling van het moederplan, en waarbij niet wordt afgedaan aan het hoge ambitieniveau van de Zuidplaspolder. Wel maken de beperkte mogelijkheden van (teruglevering aan) het elektriciteitsnet dat de prestatie en het bedoelde aandeel duurzame energie in deze fase mogelijk lager liggen dan wel later worden bereikt.
Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Zuidplas Noord’ (plangebied blauw omkaderd)
1.4
Planvorm
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels die daarop betrekking hebben, de in het bestemmingsplan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVPB 2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als verplichte opbouw is opgenomen.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
7
Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding: een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1892.BPKnibbelwegOost-Va01; - regels: deze regels zijn in de SVBP 2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (onder andere de volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven, met bijbehorende verklaringen. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. Ook de verbeelding is opgebouwd volgens de richtlijn SVBP 2012.
1.5
Leeswijzer
De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na de inleiding is in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en van de onderdelen van het bestemmingsplan gegeven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd en getoetst. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de focus op de aspecten economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (de procedure) ligt.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
8
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Ontstaansgeschiedenis Zuidplaspolder De inrichting van de Zuidplaspolder is een spiegel van de geschiedenis van dit deel van laag Nederland. De drooglegging is gestart in 1828 met het graven van de Ringvaart en werd voltooid in 1839. Na de drooglegging is de structuur van rechte wegen en tochten in één keer aangelegd, waarbij blokken ontstonden van ongeveer 800 bij 800 meter. De lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht was de basis voor dit zogenaamde grid. Het resultaat was een waterrijke (ca 10%), rechthoekig verkavelde polder met lange, smalle kavels. Het grid heeft de polder een helder en leesbaar landschap gegeven dat 150 jaar later nog steeds goed zichtbaar is. Van oudsher vindt in het noordwestelijk deel akkerbouw plaats en in het nattere zuidoostelijke deel melkveehouderij. In de eerste helft van de vorige eeuw zijn drie spoorlijnen en twee rijkswegen over het grid heen gelegd. Intensivering in de landbouw heeft er in de loop der tijd toe geleid dat in het noordwestelijke deel veel percelen zijn vergroot door het dempen van sloten en dat akkerbouw daar gedeeltelijk is verdrongen door (glas)tuinbouw. De ringvaart vormt een schakel in tijd en ruimte tussen het oude en het nieuwe. De ringvaart omsluit aan drie zijden de Zuidplaspolder.
Langs de vaart staan symbolen van zowel de strijd tegen het water (molens, gemalen, sluizen) als het gebruik van het land (bruggen, pakhuizen). De ringvaart verbindt bovendien de verschillende dorpen met elkaar. In het restveengebied is de oorspronkelijke ontginningsstructuur het beste bewaard gebleven. Juist hierdoor bestaat er een sterke verbondenheid tussen dit gebied, de ringvaartzone en de IJsseldijk. Vanaf de IJsseldijk zijn de verschillende trappen in maaiveld en waterhoogten duidelijk zichtbaar en manifesteert zich een echte polderhorizon. In de Zuidplaspolder liggen enkele dorpen en historische bebouwingslinten die een duidelijke relatie hebben met het omliggende landelijk gebied. De oude kernen van de dorpen en alle elementen die daarbij horen, zijn de dragers om het dorpse karakter ook in de toekomst vast te kunnen houden. Het dorpse karakter blijkt daarnaast ook uit een hechte sociale structuur en een bloeiend verenigingsleven. Ruimtelijke structuur plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in het noordwestelijk deel van de Zuidplaspolder. In het plangebied is veel akkerbouw. In loop van de tijd is de akkerbouw deels ingevuld met (glas)tuinbouw. In het akkerbouwgebied ligt noord-zuid een hoofdwatergang. Aan de noordkant grenst het plangebied aan de natuurstrook met de hoofdwatergang Vierde Tocht (beide buiten het plangebied).
Aan de oostkant ligt de provinciale weg N219. Aan de zuidkant wordt het plangebied begrensd door de Knibbelweg. Langs de Knibbelweg liggen woningen en bedrijven. Het plangebied omvat de noordelijk gelegen lintbebouwing. Aan de overkant van de Knibbelweg liggen tuinbouwbedrijven. goederenvervoersbedrijven en fabricagebedrijven. Ontsluiting plangebied Knibbelweg-Oost ligt in de nabijheid van de afslag Zevenhuizen aan de A12. Vanaf Den Haag gaat deze snelweg via Gouda, Utrecht en Arnhem naar de Duitse grens. Hierdoor is het plangebied
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
9
ideaal gesitueerd voor logistieke bedrijven. De afslag Zevenhuizen sluit aan op de provinciale weg N219, aan de zuidzijde van het plangebied; via deze weg wordt het gebied ontsloten via een nieuw aan te leggen kruispunt met verkeerslichten. Via de N219 en de Moordrechtboog kan de A20 worden bereikt. Het nieuwe bedrijvenlandschap is derhalve ideaal gelegen voor logistieke bedrijven.
2.2
Structuur en functies
2.2.1
Stedenbouwkundig concept
Het is de bedoeling om grote logistiek en glastuinbouwbedrijven te huisvesten en daarnaast een bedrijfsterrein voor kleine bedrijven te realiseren. De stedenbouwkundige opzet uit 2015 blijft zo veel mogelijk in tact. De voorgestelde structuur bestaat uit een centrale as met aan weerszijden de logistieke en glastuinbouwfuncties. Binnen de aaneengesloten ‘velden’ voor logistiek, glastuinbouw en bedrijventerrein is de verkaveling min of meer vrij, binnen de kaders van de regels en de verbeelding. Het systeem maakt het mogelijk met onzekerheden om te gaan en tegelijkertijd grip te houden op de gewenste ruimtelijke hoofdstructuur en uitstraling. Figuur 2.1 laat deze structuur zien. In het stedenbouwkundige plan (zie bijlage II bij deze toelichting) wordt deze hoofdstructuur en de landschappelijke inpassing verder in beeld gebracht.
Figuur 2.1 Stedenbouwkundige hoofdstructuur
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
10
De overige functies in het gebied zijn verkeer (N219, openbare weg, parkeren, ontsluitingswegen), groen/water (oppervlaktewater, groen/natuur, openbare ruimte). Het plangebied wordt ontsloten via de Centrale As die ligt tussen de bedrijven en de glastuinbouw (voorheen ‘Backbone’). Deze krijgt aan de kant van fase 2 een keerlus voor vrachtwagens en sluit aan de oostkant aan op de provinciale weg N219 die door het plangebied loopt. Voor de aansluiting op de N219 is in overleg met de provincie een kruispunt ontworpen. In het gebied wordt de hoofdwatergang (Kaderrichtlijn Water, KRW) verlegd naar het zuidoosten en deze komt langs de N219 te liggen. Langs de Knibbelweg ligt de lintzone van woningen en bedrijven. In het lint wordt een aantal woonpercelen toegevoegd. Behoudens het actief bestemmen van bestaande rechten, blijft de rest van het lint buiten het plangebied en behoudt derhalve de huidige bestemming. Tussen de lintzone en de bedrijfsfuncties wordt een groen-blauwe randzone bestemd (bestemming Groen) als buffer. In deze randzone en langs de Centrale As is voldoende ruimte voor groen, watergangen, natuurcompensatie en infrastructurele voorzieningen. De ruime indeling en natuurvriendelijke oevers bieden naast voldoende waterberging (inclusief mogelijkheden voor beheer en onderhoud) ook goede mogelijkheden voor landschappelijke inpassing.
Alvorens de glastuinbouwbedrijven worden gerealiseerd, moet de randzone zijn aangelegd (voorwaardelijke verplichting in de regels). 2.2.2 Functies Conform de afspraken zoals vastgelegd in de BOK 2019 wordt in Fase 1 circa 37,5 ha uitgeefbare ruimte ontwikkeld voor glastuinbouw en andere bedrijven. In onderstaande figuur zijn het plangebied en de diverse hoofdfuncties weergegeven: 15 ha logistiek, 4 ha kleinschalige bedrijven, 18,5 ha glastuinbouw en 7 nieuwe woningen in de lintzone aan de Knibbelweg.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
11
Figuur 2.2 Plangebied en indeling De bestemmingen voor 4 ha bedrijven en circa 5 ha van de 18,5 ha glastuinbouw zijn met name bedoeld voor uit te plaatsen bedrijven en verspreid glas buiten het glastuinbouwconcentratiegebied. Om de vereiste ontwatering en waterberging met natuurvriendelijke oevers en groenvoorziening in te kunnen richten, worden watervoorzieningen mogelijk gemaakt binnen de bestemmingen Groen, Verkeer en Bedrijventerrein – Logistiek en Glastuinbouw. De opgenomen ruimte in de bestemming Groen is voldoende voor de wateropgave vanuit het hoogheemraadschap (de opgave wordt nog concreet uitgewerkt in een aanvraag om watervergunning). Binnen de diverse bestemmingen is voorzien in een calamiteitenroute (alternatieve route voor de hulpdiensten bij een calamiteit) tussen de Knibbelweg en de Centrale as. De calamiteitenroute is voorwaardelijk voor het ontwikkelen van de bedrijfsbestemmingen. Aan de randen van het plangebied en langs de centrale ontsluitingsweg komen watergangen te liggen die voor ontwatering van gebied zorgdragen en samen de benodigde en verplichte watercompensatie vormen voor het toe te voegen verharde/bebouwde oppervlak. Vanwege hydraulische effecten (natte voeten in het plangebied) moeten de watergangen worden beperkt in breedte en diepte.
De watergangen met natuurvriendelijke oevers dragen bij de aan landschappelijke inpassing en de biodiversiteit in het gebied. De watergangen sluiten aan op
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
12
bestaande watergangen buiten het plangebied. In de zuidpunt van het plangebied komt een extra duiker ten behoeve van de capaciteit voor de afvoer van water uit het plangebied. Het plangebied omsluit nog kavels van grondeigenaren aan de zuidzijde van het plangebied die nodig zijn voor het realiseren van het gehele plan. Het uitganspunt is dat de gronden van deze eigenaren conform het principe van minnelijk overleg zullen worden verworven. Voor overige delen van het plangebied worden de bestaande ruimtelijke rechten overgenomen. De natuurstrook ten zuiden van de Vierde Tocht blijft buiten het plangebied. In 2015 is met de provincie gesproken over de mogelijke verplaatsing van de strook naar de overkant (noordelijk) van de Vierde Tocht. Hiervan wordt nu afgezien. Op dit moment heroverweegt de provincie ZuidHolland deze en andere verbindingszones van het Nationale natuurnetwerk (NNN). De verwachting is (op basis van door Provincie reeds uitgevierde onderzoeken) dat deze EHS op deze locatie komt te vervallen. Uitsluitsel hierover en de verwerking in de omgevingsverordening van de provincie laat echter te lang op zich wachten voor deze bestemmingsplanprocedure. Mogelijk worden deze gronden later (ev. samen met fase 2) alsnog toegevoegd aan de logistieke en bedrijfsbestemmingen.
Enerzijds volgt deze verdeling de bestuurlijke afspraken (BOK 2019) en kan deze omvang goed ruimtelijk worden onderbouwd (zie hiervoor ook de Ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.1.3). Anderzijds verdient het vanuit grondzaken de voorkeur dat er geen andere grondeigenaren worden meegenomen in het plan om te kunnen volstaan met een anterieure overeenkomst en er geen exploitatieplan nodig is. In de Nota van Uitgangspunten (bijlage I) zijn de uitgangspunten voor het bestemmingsplan vastgelegd. De uitgangspunten zijn verbeeld in een stedenbouwkundig plan (bijlage II) en het beeldkwaliteitsplan (bijlage V bij de regels). Hieronder wordt nog kort ingegaan op de achtergrond van de wens en uitgangspunten voor de verschillende functie. 2.2.3 Logistiek Het uitgangspunt van de provincie bij het opstellen van de BOK 2019 is geweest om grootschalige logistiek te ontwikkelen. In de BOK zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot het versterken van de logistieke hotspot A12, en is verantwoord dat naast de aanwezige bedrijventerreinen langs de A12 er ook nog een behoefte bestaat aan (zeer) grootschalige logistiek. Conform de BOK werkt initiatiefnemer de plannen voor (zeer) grootschalige logistiek uit in dit bestemmingsplan. Er hebben zich al meerdere gegadigden gemeld. Het betreft distributiecentra met een individuele omvang van 5 tot 7,5 ha.
Deze gebouwen met omliggende terreinen worden zo goed mogelijk stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast, met een adequate beeldkwaliteit. Hiervoor is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Op het gebied van waterhuishouding en energie wordt de koppeling gezocht met de glastuinbouw. 2.2.4 Glastuinbouw De glastuinbouwbestemming is deels bedoeld voor verplaatsing van verspreid liggend glas in de omgeving en bedrijven die op hun huidige locatie niet kunnen uitbreiden. Gegadigden zijn ook betrokken bij het beoordelen van de duurzaamheidsmaatregelen en koppelkansen op het gebied van water, CO2 en energie.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
13
Om de innovaties in de glastuinbouw c.q. meerlaagse oplossingen toe te kunnen passen is het wenselijk om binnen de bestemming Glastuinbouw in een bepaalde zone langs de centrale as een hogere maximale bouwhoogte mogelijk te maken. Zo ontstaan kansen voor kassen bovenop faciliteiten voor verpakking en andere ondersteunende functies, meerlaagse teelt en andere ‘verticale’ opbouw van functies. Dit dubbel ruimtegebruik is reeds in het vigerende bestemmingsplan een ambitie. Voor glastuinbouw is de energie-, water- en CO2-voorziening cruciaal, zodat koppelkansen met grote logistiek ook interessant kunnen zijn. Deze aspecten maken onderdeel uit van het verdienmodel van de glastuinbouw en het ontwerp van watersystemen en energievoorziening vindt in overleg plaats bij verdere uitwerking van de plannen. 2.2.5 Overige bedrijven Het is de bedoeling om een deel van het plangebied in te richten voor diverse kleinschaligere bedrijven (tot milieucategorie 3.2), zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij de regels. Deels gaat dit over uit te plaatsen bedrijven van andere, minder geschikte locaties in de gemeente Zuidplas. Voor deze bedrijfsactiviteiten is de bestemming Bedrijventerrein opgenomen. 2.2.6 Woningen in het lint In het lint wordt een aantal woningen mogelijk gemaakt, in lijn met het beleid van de gemeente voor de ontwikkeling van de lintzone langs de Knibbelweg.
Dit geeft onder meer de mogelijkheid voor de nieuw aan te trekken bedrijfseigenaren, met name van glastuinbouw, om dicht bij het bedrijf een woning te betrekken om bijvoorbeeld snel te kunnen reageren bij storingen. De lintzone langs de Knibbelweg kent een open ruimtelijk opzet met grote en diepe kavels. Deze woonkavels worden ontsloten via de Knibbelweg. Tussen de woningen en de glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt een brede groenstrook ingepast. 2.2.7 Openbaar gebied; verkeer en infrastructuur Het bedrijventerrein zal via een centrale ontsluitingsweg (Centrale As, voorheen Backbone genoemd) tussen de bedrijven en de glastuinbouw gaan ontsluiten op de provinciale weg N219, die een regionale functie heeft. Binnen deze verkeersbestemming wordt ook ruimte gereserveerd voor water, groen en kabels en leidingen. De volgende netwerken/systemen kunnen daarin een plek vinden: - gietwatersysteem (betonnen duiker); - gescheiden rioleringssystemen voor hemelwater en vuilwater; - CO2- en warmteleidingen (aansluiten op externe systemen); - overige (elektriciteit, waterleiding, glasvezel e.d.). De gemeente en provincie hebben onderzoek gedaan naar de verkeersontwikkeling in het gebied, waarbij naast Knibbelweg-Oost ook andere ontwikkelingen in het Middengebied worden betrokken (o.a. het Vijfde Dorp).
De verwachting is dat het relatief lage aantal verwachte verkeersbewegingen door de nieuwe functies in het plangebied Knibbelweg-Oost, gelet op de hoge bestaande verkeersintensiteit, weinig invloed heeft. Zie voor de verdere onderbouwing paragraaf 4.3.1 Verkeer. In het moederplan is een verkeersbestemming opgenomen, waarbij het plangebied KnibbelwegOost wordt ontsloten naar de N219 via een rotonde. Uit de lopende verkeersstudie blijkt vooralsnog dat een rotonde gelet op de verwachte verkeersintensiteit niet een goede oplossing is.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
14
Een T-splitsing met een verkeersregelinstallatie leidt in dit geval tot een betere doorstroming. De concrete oplossing voor dit bestemmingsplan zal nader worden uitgewerkt, maar zal naar verwachting geen rotonde zijn maar een met verkeerslichten geregelde T-kruising. Met de toekomstige ontwikkelingen (door de ontwikkeling van het Middengebied) kan er een vierde tak aangesloten worden op het kruispunt. De kruising en de N219 liggen buiten het plangebied. Om de toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken zijn, moet de kruising in fasen worden uitgebreid (bijvoorbeeld meer/langere in- en uitvoegstroken). In het bestemmingsplan wordt daarom binnen het plangebied extra ruimte opgenomen voor deze uitbreiding (in- en uitvoegstroken). Parallel aan de wegenstructuur in het plangebied wordt ook water/groen en de infrastructuur van kabels en leidingen ingepast. Er loopt een procedure voor een nieuw middenspanningstation voor het elektriciteitsnet. Dit tracé loopt buiten het plangebied (noordelijk) en is verder niet van invloed.
2.3
Duurzaamheid en meervoudig ruimtegebruik
2.3.1 Algemeen Het ontwikkelperspectief voor de Knibbelweg-Oost is een duurzame combinatie van glastuinbouw en logistieke bedrijvigheid. Het hemelwater van grote logistieke gebouwen kan, via opslag in de bodem, ingezet worden als gietwater in de glastuinbouw en met zonnepanelen wordt groene stroom opgewekt (10 ha zonnepark, vermogen 15-20 MW, vergelijkbaar met top 10 parken van Nederland). Daarnaast zijn er veel andere duurzaamheidsmaatregelen zoals de inpassing in het polderlandschap middels zones met water en groen en de mogelijke aansluiting op warmte- en CO2-netten uit de regio Rotterdam. De ambitie voor het plangebied is een bedrijfslocatie met duurzaam, meervoudig en efficiënt ruimtegebruik in combinatie met glastuinbouw. Uit eerder onderzoek dat in het kader van het ontwerpbestemmingsplan 2015 werd verricht, is gebleken dat het letterlijk stapelen van verschillende primaire functies (bijv. glastuinbouw bovenop een distributiecentrum) te kostbaar en niet haalbaar is. Dit is ook nu nog het geval. Binnen de glastuinbouw kunnen diverse functies mogelijk wel gestapeld of gecombineerd worden. Zo kunnen verpakkingsactiviteiten onder de kas gepositioneerd worden. Ook zijn er inmiddels voorbeelden van meerlaags telen van gewassen in een (verhoogde) kas. Hiervoor wordt een strook met een hogere bouwhoogte opgenomen.
Meervoudig ruimtegebruik moet verder vooral gezocht worden in de gecombineerde oplossingen voor duurzame energie en wateropslag/-afvoer). Een haalbare optie is zonnepanelen op de daken van de logistieke bedrijven. Mogelijke haalbare opties zijn verder ondergrondse warmte- en koudeopslag, het efficiënt combineren van goederen en ondergrondse hemelwaterberging. Ook een mogelijk haalbare optie is de opvang van hemelwater op de gebouwen om deze vervolgens te gebruiken als gietwater voor de glastuinbouw. De uitgangspunten uit het gemeentelijk Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 worden zoveel mogelijk betrokken bij de ontwikkeling van de Knibbelweg-Oost (zie ook paragraaf 3.4.7). In het kader van het plan is door LBP|SIGHT een duurzaamheidsconcept opgesteld, waarin is vastgelegd welke duurzaamheidsmaatregelen worden genomen (zie bijlage XII). Hieronder wordt dit toegelicht en samengevat.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
15
2.3.2 Water en klimaat De visie voor het plangebied is dat er een watersysteem wordt gerealiseerd, waarmee: • piekbuien worden opgevangen en wateroverlast zo veel mogelijk wordt voorkomen (waterlopen en waterberging); • hemelwater van daken kan worden afgevoerd en ingezet als gietwater in de glastuinbouw; • voor de glastuinbouw er een noodvoorziening is voor droge periodes; • het overige hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater; • de waterkwaliteit op peil blijft. De maatregelen om deze visie te verwezenlijken zijn in deze paragraaf weergegeven. In de bijlage Water en Klimaat (bijlage IX) bij deze toelichting is de stresstest opgenomen ten aanzien van de thema’s wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen, en zijn de maatregelen in het plangebied bepaald om de klimaateffecten tegen te gaan. Hieronder zijn de aspecten en maatregelen voor water en klimaat beschreven. Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem Er wordt ruimte gereserveerd voor een duurzaam gietwatersysteem. Hiervoor worden de basisvoorzieningen aangelegd. Het water dat op de daken van het distributiecentrum valt, wordt op het eigen perceel separaat opgevangen. Dit water wordt vervolgens ook separaat via een buizenstelsel getransporteerd naar het oppervlaktewater.
Zo is het mogelijk om dit buizenstelsel in de toekomst op een ondergrondse duiker van een duurzaam gietwatersysteem aan te sluiten. Ook voor dit systeem wordt in het plangebied ondergronds ruimte gereserveerd. Aanleg duurzaam gietwatersysteem Glastuinbouw gebruikt tot ca. 10.000 m3 gietwater per hectare per jaar. De ambitie voor de ontwikkeling is om hemelwater dat valt op de dakoppervlakken van de kassen en de (logistieke) bedrijven te gebruiken als gietwater. Hiervoor is een gietwatersysteem voorzien. Het gietwatersysteem vangt het schone hemelwater van de daken op en voert dit via een buizenstelsel af naar een ondergrondse duiker. Het water wordt vervolgens naar een bovengrondse bassin gepompt, waar het de ondergrond ingebracht wordt. Een deel van het water dat op de daken van de glastuinbouw valt, kan direct naar het bovengrondse bassin geleid worden. Het regenwater wordt vanuit het bassin diep in de ondergrond gebracht in een watervoerende laag, die 'begrensd' is. Hierdoor stroomt het niet weg, waardoor er in een later tijdstip weer als gietwater opgepompt kan worden. Grondwater oppompen of leidingwater gebruiken is dan niet meer nodig. Het voorgestelde gietwatersysteem heeft een bijkomend voordeel. Regenwater bevat relatief weinig stoffen die schadelijk zijn voor de teelt, terwijl grondwater en leidingwater vaak extra gezuiverd moeten worden.
Het water in de duiker en het bovengrondse bassin hebben voldoende capaciteit om te voorzien in de directe waterbehoefte. Buffering vindt grotendeels plaats in de ondergrondse aquifers (zoetwaterbellen in de bodem). Deze aquifers zorgen voor de benodigde strategische watervoorraad.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
16
Figuur 2.3
Schema gietwatersysteem (realisatie is nog afhankelijk van subsidie) Het gietwatersysteem is min of meer onafhankelijk van het oppervlaktewatersysteem, dat de waterhuishouding en eventuele opvang en afvoer van overtollig (piek)water reguleert, tegen lokale wateroverlast. Zo wordt een duurzaam, klimaatadaptief en zeer robuust watersysteem ontworpen. De ondergrondse opslag van gietwater in aquifers kan hydraulische effecten hebben in het gebied. Het aanwezige brakke grondwater kan naar boven gestuwd worden en mogelijk de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard zal dit nog nader beoordelen en dit kan een voorwaarde vormen voor het systeem. Mogelijk moeten hier maatregelen tegen worden getroffen (bijv. meer zoet water door het gebied sturen, hoger waterpeil hanteren). Compensatie voor toename verharding en demping van sloten Er worden verhardingen en gebouwen toegevoegd in het plangebied. Dit vraagt om compensatie: dat is een verplichting vanuit het waterschap. Deze compensatie vindt plaats in de vorm van de aanleg van oppervlaktewater volgens de rekenregels van het waterschap. Met deze compensatie/waterbuffer kan overtollig water bij piekbuien opgevangen worden in het gebied. Natuurvriendelijke oevers In het plangebied komen natuurvriendelijke oevers.
De eis vanuit het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is dat tenminste 50% van de nieuwe watergangen gerealiseerd wordt met natuurvriendelijke oevers. Bij dit type oevers verloopt de overgang van land naar water geleidelijk. Door deze overgang ontstaat er meer ruimte om water te bergen. Als extra voordeel dragen de planten die op de helling en deels in het water groeien bij aan een betere waterkwaliteit. Oppervlaktewater en groen hebben daarnaast een verkoelende werking.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
17
Gescheiden rioolstelsels Er wordt een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd: een apart riool voor afvalwater (naar de rioolwaterzuivering) en een apart riool voor regenwater (water dat op de daken en andere schone oppervlakken valt wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en evt. naar glastuinbouw). Hiermee worden het vuilwaterriool en de waterzuiveringsinstallatie ontlast: het riool en de rioolwaterzuivering hoeven geen schoon hemelwater te verwerken. Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages of natuurvriendelijke oevers Hemelwater van (licht) vervuilde oppervlakken, zoals parkeerterreinen en drukke wegen, wordt via bermpassages of natuurvriendelijke oevers geloosd op oppervlaktewater. Dit zorgt voor een vertraagde afvoer bij piekbuien. Bovendien zorgt de bodempassage er voor dat het water wordt voorgezuiverd om verontreiniging van het oppervlaktewater (o.a. van het KRW-waterlichaam) te voorkomen. Ook verkleint deze maatregel de vuilwaterstroom. Het water hoeft immers niet naar de RWZI afgevoerd te worden. 2.3.3 Duurzame energie, capaciteit en flexibiliteit energievoorziening De ambitie is een duurzame energievoorziening, waarbij de focus ligt op laag energieverbruik, de inzet van hernieuwbare energiebronnen en het lokaal opwekken van energie. Het dakoppervlak van grootschalige logistiek biedt de kans van een groot zonnepark.
Tezamen met een externe warmteleiding voor verwarming van kassen kan een groot deel van de energiebehoefte duurzaam worden opgewekt. Aanvullend kan met warmtepompen omgevingswarmte en -koude worden benut, mogelijk in combinatie met warmte- en koudeopslag (WKO). Zo kunnen efficiënt bedrijfspanden, maar bijvoorbeeld ook koel-/vrieshuizen in verwarming en koeling worden voorzien. Als de benodigde CO2 voor de glastuinbouw vanuit het Botlekgebied in Rotterdam (OCAP) kan worden verkregen, is er veel minder capaciteit nodig voor verbranding van aardgas met gasketels of warmtekrachtkoppeling (WKK). De maatregelen die worden getroffen in lijn met deze visie op het gebied van energie, worden hieronder beschreven.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
18
Figuur 2.4
Energie- en CO2-voorziening (realisatie is nog afhankelijk van subsidie) Daken utiliteitsgebouwen geschikt maken voor zonnepanelen en zonnepanelen verplicht voor grote logistieke gebouwen Bedrijfspanden met platte daken, zoals distributiecentra, zijn bij uitstek geschikt voor zonnepanelen. Zoals afgesproken in de BOK 2019, worden de daken van utiliteitsgebouwen geschikt gemaakt voor de installatie van zonnepanelen in de toekomst. In de koopovereenkomsten voor de logistiek worden zonnepanelen als verplichting. Zoals in paragraaf 3.3 is aangeven, zal door de congestieproblematiek het aantal panelen in eerste instantie beperkt zijn, maar mogelijk worden wel extra panelen gelegd om meer elektriciteit op te kunnen wekken voor lokaal gebruik. Na realisatie van het nieuwe onderstation is vanaf 2025 volledige benutting van het dakoppervlak en teruglevering aan het net mogelijk. Hoge energieprestatie van gebouwen De norm voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) geldt vanaf 1 januari 2021 voor utiliteitsgebouwen. Dit betekent dat de kantoorgebouwen bij de logistieke bestemming en overige bedrijvigheid aan hoge isolatie-eisen moeten voldoen en energiezuinige verwarming en verlichting moeten installeren. Voor bedrijfshallen (logistiek) gelden de BENG-eisen niet, maar gelden wel dezelfde strikte isolatie-eisen. Hiervoor wordt zorggedragen door de opstalexploitanten.
Een eventuele prestatie die boven dit wettelijke niveau wordt gerealiseerd hangt mede af van de kosteneffectiviteit van specifieke maatregelen op dit gebied. Zoals in paragraaf 3.3 is aangeven, is er door congestie op het elektriciteitsnetwerk extra motivatie om de energievraag zo laag mogelijk te houden. Dit kan worden bereikt door toepassing van nog hogere isolatiegraad en zo efficiënt mogelijke installaties.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
19
Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie In de toekomst zijn oplossingen nodig om het plangebied te blijven voorzien van warmte en elektriciteit en een transitie te maken naar een duurzame energievoorziening. Dit gebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente. Het is geen harde eis, maar wel een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling. Er wordt daarom ruimte gereserveerd voor alle mogelijke duurzaamheidsoplossingen, zoals externe restwarmteleiding, aansluiting op de nabijgelegen OCAP-leiding, en een lokaal warmtenet met WKO-systeem. De volgende maatregelen worden in dit kader nader onderzocht op technische en financiële haalbaarheid (zie ook tabel 3.2): • Zonnepanelen op daken van utiliteitsgebouwen • Aansluiting glastuinbouw op externe restwarmteleiding, overbrugging met warmtekrachtkoppeling • Warmte- en koudeopslag • Externe CO2-voorziening via OCAP • Gasloos bouwen (warmtepompen/WKO) • Energiezuinige en NOx-arme glastuinbouw Zoals in paragraaf 3.3. is verwoord zijn door de congestieproblemen op het elektriciteitsnet de mogelijkheden om aan te sluiten en elektriciteit terug te leveren beperkt tot einde 2024.
Dit is mede bepalend voor fasering van de functies, de mogelijkheid en planning van de zonnepanelen en de WKK-installaties, en leidt mogelijk tot tijdelijke (conventionele) voorzieningen ter overbrugging totdat het nieuwe hoogspanningsstation is gerealiseerd. Daarbij wordt ingezet op uiteindelijke transitie naar de meest duurzame oplossingen. 2.3.4 Bouwkwaliteit en landschappelijke inpassing De visie voor de ontwikkeling is om klimaat- en natuurinclusief en circulair te bouwen, voor zover dat mogelijk en wenselijk is. Bij de inrichting is aandacht voor landschappelijke inpassing door passende architectuur en blauw en groen. Voor de gebouwen wordt de richtlijn BREEAM toegepast, waarmee op alle fronten (energie, klimaat, natuur, materialen) een optimum gezocht wordt. Uit de klimaattoets (zie de bijlage IX Water en Klimaat bij deze toelichting) blijkt dat de bodemdaling en funderingsrisico’s in het gebied minimaal zijn. Er zijn daarom geen speciale bouwof funderingsmethoden hiertegen nodig. De volgende maatregelen worden genomen om aan gestelde eisen op gebied van bouwen te voldoen. De Centrale As wordt door beplanting en water een groene zone. Ook de natuurstrook kan na de inrichting daarvan bijdragen aan de landschappelijke inpassing. Verder wordt er een hogere beeldkwaliteit van de gebouwen nagestreefd (geen grijze doos).
Het kan zijn dat de logistieke partijen herkenbaar willen zijn vanaf de provinciale weg en de A12. In dat geval wordt hiervoor een landschappelijk samenhangend beeld gecreëerd. Zie voor impressies het stedenbouwkundig plan in de bijlage bij deze toelichting. Net als in 2015 is tussen de glastuinbouw en de lintbebouwing aan de Knibbelweg een watergang voorzien met deels gebruiksvriendelijke (brede) oevers, die meebeweegt met de diepte van de kavels aan de Knibbelweg. De ruimte tussen de kavels en de rechte, courante lijn van het glastuinbouwgebied wordt gebruikt voor waterberging en natuur en geeft landschappelijk inpassing.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
20
Figuur 2.5 Impressie water en groene inpassing nabij de lintbebouwing (links) en de Centrale As (rechts) N219 (rechts)
Figuur 2.6 Impressie water en groene inpassing aan de Vierde Tocht (links) en overzicht groenstructuur van plangebied (rechts) 2.3.5 Samenvatting voorgestelde en toe te passen maatregelen De duurzaamheidsambities en de maatregelen die daarbij horen zijn hieronder samengevat. Het al dan niet realiseren van deze maatregelen is nog afhankelijk van subsidie. In 2015 waren er subsidieregelingen beschikbaar voor de onrendabele restinvestering van bepaalde maatregelen, die inmiddels zijn vervallen. Voor het gietwatersysteem is een subsidie aangevraagd en is er concreet uitzicht op een subsidie. Verder zijn techniek en de ontwikkelingen van netwerken (maar ook de belasting daarvan) voortgeschreden. Ook zijn de energie- en materiaalprijzen sindsdien flink gestegen. Deze omstandigheden hebben positieve en negatieve effecten op de haalbaarheid van maatregelen. In het kader van het verdere ontwerp van watersystemen, gebouwen en openbaar gebied zullen deze mogelijkheden nader worden onderzocht. De maatregelen zijn daarom onderverdeeld in verplichte maatregelen die zeker worden getroffen en gewenste maatregelen die nader moeten worden onderbouwd:
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
21
De te nemen verplichte en no-regret maatregelen om zo aan gestelde eisen te voldoen. Het zijn randvoorwaarden: verplicht voor de ontwikkeling (samengevat in tabel 2.1) en geborgd in regels, vergunningen of privaatrechtelijke overeenkomst. Tabel 2.1 Verplichte en no-regret (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik Energie Meervoudig ruimtegebruik
Water, Groen en biodiversiteit
Maatregel 1 Compensatie voor toename verharding en demping van sloten 2 Gescheiden rioolstelsel 3 Natuurvriendelijke oevers 4 Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem 5 Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages / natuurvriendelijke oevers 6 Constructie utiliteitsgebouwen geschikt voor zonnepanelen; aanleg panelen voor eigen gebruik en faciliteren grote installatie voor teruglevering 7 Zonnepanelen verplicht voor logistieke gebouwen (termijn afhankelijk van de oplossing van congestie op het elektriciteitsnet) 6 Hoge energieprestatie van gebouwen (wettelijke eisen BENG) 9 Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie 10 Logistiek en bedrijven (excl. glastuinbouw): gasloos bouwen (behoudens voor overbrugging van een periode met te veel congestie op het elektriciteitsnet) 11 Ruimte voor water, groen en natuur in openbaar gebied. 12 Landschappelijke inpassing met Inrichtingsplan groen-blauwe zone achter woningen aan de Knibbelweg
De eventueel aanvullende nice-to-have maatregelen om ambities te verwezenlijken. Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: ze moeten technisch haalbaar zijn en er moet financiële dekking zijn. Het zijn geen randvoorwaarden voor de ontwikkeling, maar de maatregelen kunnen wel belangrijk zijn voor het creëren van draagvlak (samengevat in tabel 2.2). Tabel 2.2 Ambitie duurzaamheidsmaatregelen (aanvullende maatregelen op termijn) Thema Watersysteem Energie Meervoudig Ruimtegebruik
Bouwen, Meervoudig Ruimtegebruik Meervoudig Ruimtegebruik
Maatregel 13 Voltooiïng duurzaam gietwatersysteem (samen met ontwikkeling glastuinbouw) 14 Warmtekrachtkoppeling voor glastuinbouw (vanaf 2025) 15 Aansluiting glastuinbouw op externe restwarmteleiding, overbrugging met warmtekrachtkoppeling 16 Externe CO2-voorziening via OCAP, afhankelijk van toekomstige leverzekerheid 17 Warmte- en koudeopslag 18 Energiezuinige en NOx-arme glastuinbouw 19 Faunavoorzieningen openbare gebied (technisch haalbaar, financieel onzeker) 20 Keuzemenu ecologie en circulariteit voor exploitanten logistiek en bedrijvigheid 21 Effectief combineren van goederen 22 Combineren van functies in de openbare ruimte
Zoals vermeld, zullen de niet verplichte maatregelen uit tabellen 2.1 en 2.2. gerealiseerd worden voor zover zeker is dat er geen technische belemmeringen zijn en voor zover dit bedrijfseconomische verantwoord is. Voor zover er een eventuele onrendabele top overblijft, zijn extra middelen (subsidie) nodig is om tot realisatie te komen.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
22
3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat ruimtelijk / functioneel relevant is voor het plangebied en de hier beoogde ontwikkeling. Het betreft hier zowel ruimtelijk beleid als facet- en sectorbeleid op de verschillende beleidsniveaus.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan maakt voornamelijk de vestiging van logistieke bedrijvigheid en glastuinbouw mogelijk. Hierbij is klimaatadaptatie een belangrijk aspect. Dit bestemmingsplan draagt daarom bij aan de doelen en ambities uit de NOVI.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
23
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening omvat een aantal verplichtingen die in bestemmingsplan moeten worden meegenomen. In het Barro zijn projecten die van Rijksbelang zijn met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Ten tijde van de inwerkingtreding van het Barro waren zes ‘projecten’ beschreven: Project Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Verder zijn er algemene regels voor bestemmingsplannen in het Barro opgenomen. Zo mogen bestemmingsplannen de doorvaart voor schepen of uitbreiding van het spoor niet belemmeren als in het plan zich een vrijwaringzone van een Rijksvaarweg of spoorweg bevindt.. Een bestemmingsplanwijziging mag ook geen belemmering bevatten voor het gebruik en geschikt maken van elektriciteitsproductie-installaties, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, buisleidingen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), primaire waterkeringen (buiten het kustgebied) en het IJsselmeergebied. Toetsing Het plangebied ligt voor een deel in het Barro-gebied ‘voorkeurstracés buisleidingen’. Dit tracé ligt langs de noordzijde van het plangebied, langs de Vierde Tocht.
In artikel 2.9.2, eerste lid, van het Barro is vastgelegd dat het tracé een zoekgebied heeft met een breedte van 250 m, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van dat tracé. Het voorkeurstracé heeft zelf een breedte van 70 m en ligt aan de noordzijde van de Vierde Tocht (dus buiten het plangebied). Conform het Barro mogen binnen het zoekgebied in beginsel geen nieuwe activiteiten toegestaan worden die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. De gemeente heeft het recht dit voorkeurstracé op te nemen in haar bestemmingsplannen als er plannen zijn om een buisleidingtracé aan te leggen. Er bestaan binnen de gemeente echter geen van dit soort plannen. Daarom wordt de vrijwaringszone niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Dit bestemmingsplan is verder niet in strijd met het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd, die ook als procesvereiste is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting.
De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de Ladder voor
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
24
duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en dient overprogrammering te worden voorkomen. Middels de Ladder voor duurzame verstedelijking vindt een toetsing door de gemeente plaats. In onderhavige ontwikkeling is sprake van de realisatie van een bedrijventerrein. Daarom is op grond van het Bro een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling vereist. Toetsing Door Bureau Stedelijke Planning is een onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (zie ook bijlage III). Aangezien het merendeel van de logistieke bedrijven verhuist binnen de eigen regio of migreert naar locaties langs de A12 en A20 vormen de gemeenten rond deze Rijkswegen het marktgebied voor de logistiek. Dit gebied is daarom als onderzoeksgebied gehanteerd en bestaat uit de gemeenten: Alphen aan den Rijn, BodegravenReeuwijk, Capelle aan den IJssel, Gouda, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam, Waddinxveen, Woerden, Zoetermeer en Zuidplas. Dit bestemmingsplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
De conclusies uit de Ladderonderbouwing zijn als volgt: Logistieke bedrijventerreinen - De totale vraag naar bedrijventerreinen in het onderzoeksgebied bevindt zich naar verwachting tussen de 207 en 381 ha tot 2030 in het reguliere scenario en 164 tot 300 ha in het coronascenario. - De totale vraag naar logistieke bedrijventerreinen in het onderzoeksgebied bevindt zich in het reguliere scenario tussen de 147 en 268 ha tot 2030. In het coronascenario bedraagt de vraag ca. 118 tot 210 ha. - De vraag vanuit de grootschalige logistiek (met kavels groter dan 3 ha) bedraagt tot 2030 ca. 83 tot 152 ha bedraagt (ca. 40% van de totale vraag van 207 en 381 ha). In het coronascenario bedraagt de vraag naar grootschalige logistiek ca. 66 tot 120 ha (ca. 40% van de totale vraag van 164 tot 300 ha). - Uit de analyse uit de Ladderonderbouwing blijkt dat er voor (grootschalige) logistieke bedrijventerreinen sprake is van een actuele behoefte. - De benodigde 15 ha uitgeefbare ruimte van Knibbelweg Oost kan niet ingepast worden in bestaand stedelijk gebied. Volgens de richtlijnen van de Ladder betekent dit dat buiten bestaand stedelijk gebied gebouwd mag worden. Glastuinbouw - De transformatie en sanering van glastuinbouw in Zuid-Holland zal naar verwachting leiden tot een verplaatsingsvraag van in totaal ca. 375 ha bruto.
De transformatie-opgave heeft naar verwachting voor ongeveer de helft (125 ha bruto) betrekking op de komende tien jaar. De saneringsopgave heeft volledig betrekking op de periode tot 2030. In totaal bedraagt de verplaatsgingsvraag hiermee ca. 250 ha bruto tot 2020. - Het totale beschikbare harde aanbod voor de glastuinbouw is ca. 90 ha op inbreidingslocaties en ca. 75 ha aan ontwikkellocaties. In totaal is dit ca. 165 ha bruto areaal.
R065442aa.200ACX6.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023
25
-
De benodigde 18,5 ha. uitgeefbare ruimte glastuinbouw van Knibbelweg Oost kan niet ingepast kan worden in bestaand stedelijk gebied. Volgens de richtlijnen van de Ladder betekent dit dat buiten bestaand stedelijk gebied gebouwd mag worden.