Bijlage 5 Bijlage 1 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder A24.000168
Tekst van het document
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
39
Legenda Dorp
Legenda
Landschap Kreekrugdorp
Groene Waterparel
Wonen in de watertuin
Groene Schakel
Buitenplaatsen
Willem I bos
Linten
Dorp
Energielandgoederen Landschap
Dorpshart Kreekrugdorp Sportbos Wonen in de watertuin Dorpspark Buitenplaatsen Linten
Doelwijk II
Groene Schakel Willem I bos Energielandgoederen
Legenda
Dorpshart
Dorp
Linten
Sportbos Landschap Treinstation Dorpspark Groene Waterparel Metrostation Groene Schakel Gouwepark IIZoeklocatie OV-knooppunt Willem I bos Doelwijk II Snelfietsroute Zuidelijke dwarsweg Energielandgoederen
Dorpshart
Treinstation
Sportbos
Metrostation
Dorpspark
Zoeklocatie OV-knooppunt Middelweg/Bredeweg
Kreekrugdorp Wonen in de watertuin Buitenplaatsen
Gouwepark II Doelwijk II
Treinstation Metrostation
40 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Gouwepark II
Ecologische verbindingen Groene Waterparel
Ecologische verbindingen
Hartlijn Ecologische verbindingen Auto-ontsluiting Slinger
Snelfietsroute Zuidelijke dwarsweg Recreatieve fietsroute Groene Schakel Hartlijn Onderstation Auto-ontsluiting Slinger
Plangrens
Middelweg/Bredeweg
Recreatieve fietsroute Groene Schakel Zoeklocatie OV-knooppunt Snelfietsroute Zuidelijke dwarsweg Onderstation Hartlijn Auto-ontsluiting
Plangrens
Masterplankaart
3.3 Positionering nieuwe dorp en Groene Schakel
Positionering van het nieuwe dorp
In de concept-ontwikkelingsvisie Zuidplaspolder, die het vertrekpunt vormt voor dit masterplan, was het nieuwe dorp gedacht rondom de Bredeweg/ Middelweg, tegen het spoor aan. Hier is in een compacte opzet ruimte bedacht voor een startomvang van 4.000 woningen. Daarnaast was er een zoeklocatie langs de 1e tocht. De Groene Schakel lag in deze concept-visie tussen de 2e tocht en tot halverwege de 3e en 4e tocht. Op de kreekrug We hebben er in de uitwerking naar dit masterplan voor gekozen de positionering van dorp en Groene Schakel iets te veranderen en het maximaal aantal woningen te limiteren op 8.000. In verband met de stevige grondslag wordt ingezet op een kreekrug-dorp parallel aan de Zuidelijke Dwarsweg. Hier is op de kreekrug ruimte voor circa 4.500 woningen en een levendig dorpscentrum. In de overgang van de Middelweg naar de spoorlijn Gouda-Den Haag zijn buitenplaatsen en sportvelden gedacht, ingepast in een bos dat visueel rugdekking geeft aan het dorp en het beeld op infrastructuur en bedrijven verzacht. Rondom het kreekrug-dorp is ruimte voor nog eens 3.500 woningen, in iets lagere dichtheden, ingebed tussen sloten en rietoevers. De zoeklocatie voor woningbouw langs de 1e tocht is in het masterplan komen te vervallen, hier wordt nu ingezet op conserverend beleid en waar mogelijk verminderen van de hoeveelheid bebouwing en verharding.
Bestaande ondernemers kunnen blijven zitten, maar er wordt wel gestreefd naar geleidelijke vergroening en verbetering van de landschapsbeleving. MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
41
Ruimtegebruikskaart
GEWIJZIGD
Gemeent
06-12-2019 10-01-2020
Zuidpl
05-02-2020 06-02-2020
macro rui
26-02-2020 05-03-2020 16-04-2020
Groene schakel
WERKNR.
61915580
22-12-2020
SCHAAL
1:5000
05-01-2021
DATUM
12-11-2019
08-01-2021
GETEKEND
WH
09-03-2021
KuiperCompa
Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, City & Regional Planning, Urban Design, Architec
DATUM PLOT USER
42 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
13-Feb-17 WHeikoop
Postadres: Postbus 13042 3004 Bezoekadres: Van Nelleweg 3042 3044 Telefoon Fax E-mail: ku Internet
De Groene Schakel is daarmee richting Nieuwerkerk aan den IJssel opgeschoven
aan, vormen één robuuste landschapszone en gaan elkaar ecologisch en
en ligt nu tussen de 2e en de 3e tocht. De overwegingen daarbij zijn:
recreatief versterken. Door de Groene Schakel wordt een nieuwe ecologische
•
De wens om de relatief stevige grondslag van de kreekrug zo goed mogelijk
verbindingszone aangelegd, tussen Hollandsche IJssel en Eendragtspolder/
te gebruiken. Dit scheelt investeringskosten in het bouwrijp maken en een
De Rotte.
aanzienlijke hoeveelheid ophogingsmateriaal en CO2 belasting en past bij
•
•
•
•
•
Tenslotte kunnen op deze manier een aantal bestaande bedrijven die
de ambitie om dit dorp klimaatbestendig en -adaptief te maken. De Groene
kostbaar zijn om te verplaatsen voorlopig gehandhaafd blijven. De
Schakel ligt in deze opzet meer op de slappe gronden, waar landschappelijk
landschappelijke inpassing daarvan biedt kansen om op korte termijn de
de meeste opgaven en kansen liggen.
uitstraling en verblijfskwaliteit te verbeteren en nieuwe recreatieve
Uit overstromingssimulaties blijkt bovendien dat de iets hoger gelegen
verbindingen (bijvoorbeeld met laarzenpaden) tussen de linten te creëren.
kreekrug bij een eventuele overstroming van de Zuidplaspolder tot wel 36
Op die manier wordt het gebied meer toegankelijk en vanuit meer plekken
uur droog blijft. Met gerichte ophoging kan dit nog worden verbeterd.
beleefbaar.
Op deze manier wordt het nieuwe dorp omarmd door landschap en komt men altijd door het landschap’ het dorp binnen. De hechte relatie met het
Ingezet wordt op een gevarieerde woningdichtheid die past bij een dorp: 10 tot
landschap is een belangrijke kwaliteit van dorps wonen.
40 woningen per hectare, met in het dorpscentrum tot 40 woningen per hectare.
Ook ligt het dorp nu voor slechts een minimaal deel tegen het spoor en de
Langs de historische linten, in gebieden met minder gunstige grondslag dan de
bedrijven aan en grotendeels buiten de geluidscontouren van de omliggen-
kreekrug en in het geluidsbelaste gebied tussen Middenweg en spoor zijn de
de infrastructuur. Daarmee ontstaat een gezonder en aantrekkelijker dorps
lagere woondichtheden te vinden. Gemiddeld wordt ingezet op 30 woningen per
woonmilieu.
hectare. Met deze dichtheden wordt een ontspannen ruimtelijke opzet gereali-
De Groene schakel komt dichter bij Nieuwerkerk aan den IJssel te liggen,
seerd met dorpse straatjes en afwisselende woonbebouwing, waar groen, water
waarbij de 2e tocht feitelijk door de Groene Schakel komt te lopen. Op die
en tuinen het beeld bepalen. Op een lager en minder draagkrachtig deel binnen
manier kan de beleving van het landschap rond de 2e tocht verbeteren
het kreekrug-dorp wordt voorgesteld om een nieuw dorpspark te maken, met
(doorzichten vanaf het lint naar twee zijden). De 2e tocht is als recreatieve
ruimte voor groen, water, sport, ontmoeting en maatschappelijke voorzieningen.
langzaam verkeersroute waardevoller dan de 3e tocht, omdat de 2e tocht
Op deze centrale plek in het dorp liggen deze belangrijke functies dan voor veel
via Zevenhuizen een logische verbinding kan gaan vormen tussen de
van de woningen op wandel- en fietsafstand.
Eendragtspolder/De Rotte en in de toekomst mogelijk ook de Hollandsche IJssel en Krimpenerwaard. Op die manier worden twee belangrijke regionale
Met deze dichtheden en het dorpspark is er iets meer ruimte nodig voor het
recreatiestructuren bij elkaar gebracht en ontstaan allerlei nieuwe, aantrek-
nieuwe dorp dan in de concept-ontwikkelvisie was gerekend, maar wordt wel
kelijke rondjes. De Groene Schakel en Groene Waterparel sluiten op elkaar
een meer ontspannen, dorpse en groene invulling gerealiseerd. MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
43
Inspiratiebeelden dorps wonen in het kreekrug-dorp
44 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
3.4 Programma Wonen Binnen het kreekrug-dorp is ruimte voor circa 4.500 woningen op relatief stevige
•
Woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens
grondslag. Zo ontstaat een mooi afgerond kreekrug dorp. In de volgende stappen
•
Woningen voor jongeren en (koop)starters
van de ontwikkeling groeit het dorp vervolgens door naar 8.000 woningen. Voor
•
Evenwichtig woningbouwprogramma (goedkoop tot duur)
deze volgende stappen wordt uitgegaan van een gemiddelde dichtheid van 30
•
Sociale huur en betaalbare koop
woningen per hectare, omdat in deze delen de grondslag minder gunstig is dan
•
Ambitie om innovatieve woonvormen te gaan ontwikkelen, naast de
op de kreekrug. Hier zal meer in en met het water gewoond gaan worden.
traditionele woonvormen
In en rondom de Gouweknoop komt een boszone (het Koning Willem I bos), die
In het dorp komen veel verschillende woningtypes, van grondgebonden
een stevige groene afscherming vormt van de infrastructuur en het dorp rug-
woonvormen tot kleinschalige appartementen, bungalows en patiowoningen,
dekking geeft richting bedrijven en verkeer. In de boszone tussen Middelweg en
afhankelijk van onder andere de locatie en de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten.
het spoor, net buiten het kreekrugdorp, is ook ruimte voor een aantal bijzondere woningen; buitenplaatsen. Dit kunnen royale nieuwe landhuizen of clusters met villa’s zijn (topmilieu Wonen), maar ook compacte clusters met geschakelde woningen rond een gemeenschappelijke tuin, of zelfs kleinschalige appartementen. Rondom de compacte clusters met woningen is een aantrekkelijk, natuurlijk boslandschap dat (gedeeltelijk) toegankelijk is vanuit het dorp. Aan de zijde van de Zuidelijke Dwarsweg zijn ook sportvoorzieningen opgenomen in dit boslandschap. De precieze opzet en eigendomssituatie worden later nader uitgewerkt. Het woonprogramma van het Middengebied is een mix van: •
Woningen voor (startende) gezinnen met toegang tot (groene) buitenruimte
•
Zoveel mogelijk levensloopbestendige woningen met ruime plattegronden (Woonkeur); woningen waar mensen prettig en zelfredzaam oud kunnen worden en waar goed zorg aan huis kan worden geleverd
Inspiratiebeelden dorps/landelijk wonen rond het kreekrug-dorp
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
45
Voorzieningen Het dorp krijgt haar eigen voorzieningen, die zoveel mogelijk zijn geconcentreerd in en om het dorpshart, zodat levendigheid en synergie ontstaat. Hierbij worden waar mogelijk de maat- schappelijke voorzieningen en de commerciële voorzieningen met elkaar verbonden. Dit vergroot de synergie en verbondenheid en helpt op een natuurlijke wijze de ziel van het dorp te laten ontstaan. We denken aan de volgende dorpsvoorzieningen: •
Voorschoolse en buitenschoolse voorzieningen en basisscholen (integrale kindcentra)
•
Voorgezet onderwijs
•
Locatie van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG)
•
Eerstelijnszorg
•
Apotheek
•
Opvang/dagbesteding
•
Jongerencentrum
•
Multifunctionele ruimte voor ontmoeten, evenementen, opvang
•
Bibliotheek/podium/(culturele)broedplaats
•
Winkels voor de dagelijkse boodschappen (supermarkt, slager, bakker, bloemist, drogist, etc.)
•
Horeca/dorpskroeg
•
Kerk en geloofsgemeenschappen
•
Sporthal en sportverenigingen
•
Ontmoetingsplein en ruimte voor (dorpse) evenementen
•
Speeltuinen en speelvoorzieningen
•
Kinderboerderij
•
Flex- en ontmoetingsplekken voor ZZP-ers en thuiswerkers. Inspiratiebeelden dorpse voorzieningen
46 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Werken In het nieuwe dorp wordt niet alleen gewoond, maar ook gewerkt. Er komt ruimte
schoorstenen, maar eigentijdse bedrijfshallen met een ondergeschikte kantoor-
voor bedrijven rondom het gebied van de Gouweknoop in de oksel van de A12
functie. Het terrein krijgt een regionale en deels bovenregionale functie.
en de A20. Hier worden de bestaande bedrijventerreinen Doelwijk en Gouwepark uitgebreid. Woningbouw is op deze locaties geen reële optie, terwijl de bereik-
In het dorp zelf komt ook ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid, zoals werken
baarheid en ontsluiting van dit gebied interessante mogelijkheden bieden voor
aan huis en op de erven langs de linten, inspelend op de flexibilisering en het toe-
bestaande en nieuwe ondernemers in het gebied. De nieuwe bedrijventerreinen
nemende aantal ZZP-ers en thuiswerkers. Tevens komt er een verzamel-gebouw
bieden ruimte voor vervanging en verplaatsing van bestaande bedrijven, maar
voor start-ups en levendige ontmoeting- en vergaderplekken in het dorpscen-
ook voor nieuwe bedrijven en werkgelegenheid voor het nieuwe dorp. Ambitie is
trum.
daarbij een circulaire economie, waarin stromen van materialen, energie en water zoveel mogelijk gesloten worden.
Daarnaast worden in de Groene Schakel kansen geboden voor bestaande en nieuwe ondernemers en agrariërs door nieuwe verdienmodellen (natte teelten,
“In het dorp wordt niet alleen gewoond, maar ook gewerkt.“
recreatief nevengebruik) en/of zorgvuldige inpassing en uitbreiding.
Voor “Gouwepark II” wordt ingezet op regulier-gemengd bedrijventerrein, waarin een uiteenlopende doelgroep van bedrijven uit Zuidplas en omliggende gemeenten zich kan vestigen. Het gaat om kleine en middelgrote bedrijven in de industrie, agrifood, handel en logistiek, bouw en reparatie, en dienstverlening. Alleen bedrijven met een grote milieugebruiksruimte en grootschalige logistiek worden uitgesloten van vestiging op het terrein. Het wordt op die manier een bedrijventerrein met vooral een lokale en regionale functie. In het gedeelte bij Doelwijk II wordt ruimte geboden voor bedrijven met een grote milieugebruiksruimte, die geen belemmering mogen vormen voor de woningbouwontwikkeling. Bedrijven die op hun bestaande locatie niet kunnen groeien en/of ervoor kiezen om zich in Midden-Holland te vestigen, vanwege groeipotentie en het de centrale ligging in de regio. Het gaat voornamelijk om middelgrote bedrijven in de industrie en agrifood. Qua uitstraling zijn dat geen ouderwetse fabrieken met Inspiratiebeelden werken in en om het dorp
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
47
3.5 Ontsluiting en mobiliteit Uitgangspunt bij de stedenbouwkundige en landschappelijke invulling van het Middengebied is STOP: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Personenwagen, overgenomen van het Vlaams mobiliteitsbeleid. Stappen: In het dorp komt een opzet met kleinschalige, dorpse buurtjes van globaal 400 bij 400 meter, rondom een gemeenschappelijke ontmoetingsplek. Binnen deze sociale eenheid kunnen jong en oud wandelend uit de voeten door een aantrekkelijk en fijnmazig wandelcircuit. Dit wandelcircuit verbindt ook de buurtjes onderling en vormt zo een netwerk dat het gehele dorp en het omliggende landschap verknoopt. Een dorp voor wandelen en fietsen
Bewandelbare dorpse buurtjes van globaal 400 bij 400 meter
“In het dorp komt een opzet met kleinschalige, dorpse buurtjes van globaal 400 bij 400 meter, rondom een gemeenschappelijke ontmoetingsplek.“
48 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Trappen: De bestaande structuur van linten en polderwegen wordt omgevormd tot een netwerk van fietsroutes, waarbij de auto te gast is, of zelfs helemaal afwezig. De Zuidelijke Dwarsweg vervult daarin een prominente rol, als snelle fietsverbinding met Nesselande en Waddinxveen en de OV-knopen daar. De Zuidelijke Dwarsweg wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer, de gemeente garandeert daarbij de bereikbaarheid van de aanwezige bedrijven en woningen. Er komt een ongelijkvloerse fiets- en wandelverbinding onder de N219, zodat fietsers en wandelaars snel en veilig vanuit het Middengebied naar Nesselande en Nieuwerkerk aan den IJssel kunnen en vice versa. Dit netwerk wordt aangevuld met een over de kreekrug slingerende ‘Hartlijn’ die een snelle en directe fietsverbinding gaat vormen vanaf treinstation Nieuwerkerk aan den IJssel, langs het centrum van Nieuwerkerk aan den IJssel, door Nieuwerkerk Noord en de Groene Schakel, door het hart van het dorp en dorpshart naar de Gouweknoop (verkenning nieuw treinstation) en verder naar Westergouwe en Gouda. Om de fietsroute goed met Gouda te kunnen verbinden is wel een nieuwe oeververbinding over de Gouwe nodig. Er is een snelfietsroute tussen Gouda en Rotterdam (F20) in voorbereiding, hier ligt een interessante meekoppelkans.
Met dit netwerk van fietsroutes wordt het nieuwe dorp heel direct verknoopt met de omliggende dorpen en belangrijke dorpscentra en openbaar vervoersknopen. Samen
Fijmazig fietsnetwerk
met (nieuwe) recreatieve verbindingen met Eendragtspolder/Rotte, Hollandsche IJssel/Krimpenerwaard en Waddinxveen/Bentwoud ontstaat een aantrekkelijk netwerk van fietsroutes, dat mensen verleidt de (elektrische) fiets te pakken en waarmee belangrijke OV-knopen en voorzieningen in de omgeving goed bereikbaar worden. Binnen het dorp worden de voorzieningen centraal gepositioneerd en deze zijn voor iedereen wandelend of fietsend te bereiken. Zo wordt ook binnen het nieuwe dorp het gebruik van fiets gestimuleerd. Zeker met de groei van het elektrisch fietsen en de toegenomen actieradius is dat kansrijk.
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
49
Openbaar vervoer: Er wordt zo goed mogelijk gebruikt gemaakt van de bestaande stationsknopen
toekomst kan dit mogelijk worden uitgebreid door ook de sporen naar Rotterdam
rondom het Middengebied door deze optimaal te ontsluiten voor de fiets. Naast
en Den Haag te benutten, waar tot en met het dienstregelingsmodel van 2030
goede fietsverbindingen met metrostation Nesselande en treinstation Waddinx-
geen ruimte voor is. Aangezien hier ook belangrijke snelwegen en provinciale
veen/Triangel via de Zuidelijke Dwarsweg wordt ingezet op goede verbindingen
wegen samen komen heeft treinstation Gouweknoop de potentie een duurzame,
vanuit het Middengebied naar treinstation Nieuwerkerk aan den IJssel, via de
regionale vervoershub te worden, waar ook het nieuwe dorp van zou kunnen
nieuwe Hartlijn. De treinverbindingen met Rotterdam zijn hier het snelste.
profiteren.
Daarnaast wordt ingezet op een HOV lijn naar station Nieuwerkerk aan den IJssel, met in ieder geval een bushalte op loopafstand van het dorpscentrum. Het is wenselijk de HOV-ljin door te trekken naar treinstation Gouda, zodat ook de aansluiting naar Den Haag en Utrecht wordt gemaakt. De gekozen route bedient idealiter ook een deel van de bedrijven rond de Gouweknoop, Moordrecht en Westergouwe. Interessante toekomstige aanvulling: treinstation Gouweknoop Een mogelijk toekomstige aanvulling op dit OV-netwerk is een nieuw treinstation Gouweknoop. Een station Gouweknoop zou op een korte fietsafstand van het nieuwe dorp kunnen komen te liggen en op deze locatie een functie kunnen vervullen als OV-knooppunt voor Moordrecht, Westergouwe, het nieuwe dorp en bestaande en nieuwe bedrijvigheid rondom de Gouweknoop. Maar het zou mogelijk ook een regionale rol kunnen gaan spelen als transferium voor steden als Rotterdam en Gouda, als er de mogelijkheid wordt gemaakt om de auto te parkeren, op te laden en een trein of bus te pakken. Daarmee kan een deel van het autoverkeer naar en in deze steden afgevangen worden en een extra stroom reizigers op deze goed ontsloten plek worden gefaciliteerd. Vlak langs deze plek komen ook de lijnen naar Alphen aan den Rijn en Zoetermeer/Den Haag samen.
Een halte op de R-Net lijn naar Alphen aan den Rijn of een HOV-busstation is aantrekkelijk als eerste stap in het creëren van een nieuw HOV-knooppunt. In de
50 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Openbaar ver voer en de fietsroutes naar OV-knooppunten
Personenwagen:
Het dorp krijgt een goed geïntegreerd laad-systeem en met een smart-grid gaat
De auto-aansluiting op het omliggende hoofdwegennet zal stapsgewijs
het dorp functioneren als een grote batterij, waarbij de batterijen in auto’s en
gebeuren. De eerste circa 500 woningen kunnen ontsloten worden via de
woningen gecombineerd worden om pieken en dalen in de opwek van hernieuw-
Middelweg en bestaande aansluitingen op de A20 en N457.
bare energie op te vangen en uit te balanceren.
Bij een verdere groei komen er twee nieuwe aansluitingen in beeld:
Daarnaast is het streven om autodelen, zoveel als dat in een dorpse setting
•
Het realiseren van een nieuwe aansluiting op de N219 met verkeerslichten
mogelijk is, te stimuleren om het aantal parkeerplaatsen per woning bescheiden
en een auto-ontsluiting richting het dorp via de Hartlijn. Hier benader je het
te kunnen houden. Zo wordt de openbare ruimte ingericht voor spelen, wande-
dorp door de Groene Schakel;
len, fietsen en groen. De auto is daar in gebruik én in het beeld te gast. Autodelen
Een tweede aansluiting op de N219 bij de Knibbelweg.
kan op buurtniveau handen en voeten krijgen (iedere buurt een aantal deel-
•
auto’s), maar ook op dorps- en regionaal niveau. Mogelijk kunnen de vele autoOp die manier ontstaat een robuuste, flexibele en veilige auto- ontsluiting van het
en transport bedrijven in en om de Zuidplaspolder hierin een rol spelen.
nieuwe dorp, met drie ‘inprikkers’ aan drie verschillende zijden. Deze inprikkers haken binnen het dorp aan op een interne ontsluitingsring, die is gekoppeld aan de groene rand van het kreekrug-dorp. Zo ontstaat een slingerende en groene rondgang. Binnen het kreekrug-dorp is er geen doorgaand autoverkeer en ligt de nadruk op wandelen, fietsen en verblijven. De slingerende rondgang kruist de bestaande linten, maar valt er nergens mee samen. Dat is bewust gedaan, want op deze manier hoeven de bestaande linten niet te worden gebruikt als autoontsluiting en komt hier de nadruk te liggen op fietsen en wandelen, met alleen bestemmingsverkeer. De Middelweg blijft natuurlijk wel een belangrijke ‘inprikker’ vanaf de A20, maar in het dorp zelf transformeert deze naar een rustig woonlint. Bijkomend voordeel is dat zo een bijdrage wordt geleverd aan het ontmoedigen van sluipverkeer en tegengaan van te hard rijden op deze lange, rechte weg. Elektrisch rijden en deelmobiliteit Het nieuwe dorp is voorbereid op een grootschalige elektrificatie van het vervoer.
De auto-ontsluiting van het nieuwe dorp
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
51
Inspiratiebeelden van recreatiemogelijkheden in het Middengebied
52 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
3.6 Recreatie We zetten in op twee prominente recreatieve fietsroutes door de Zuidplaspolder:
landschap- en natuurbeleving hand in hand. Het landschap wordt verrijkt met
•
Een meer landelijke, rustige route tussen Rotte/Eendragtspolder en Hitland/
‘kleine geluksmomentjes’, zoals een bankje op een plek met mooi uitzicht, een
Hollandsche IJssel via de 2e tocht. De ruggengraat van de Groene Schakel;
vis- of zwemsteiger, een picknick-plek, of een kleine dierenwei. Overal ontstaan
Een meer levendige route tussen Zoetermeer en Hollandsche IJssel/Krimpe-
ommetjes. Zo worden meer mensen naar het gebied getrokken en langer
nerwaard, via de Bredeweg/Middelweg en langs de dorpscentra van Moerka-
vastgehouden. Dit biedt weer kansen voor ondernemers in de linten; een
pellen en Moordrecht.
boerderijwinkel met streekproducten, een B&B, fietsverhuur, of een poldercafé.
•
Daarnaast zetten we erop in om het Bentwoud en de Hollandsche IJssel beter met elkaar te verbinden. Dat kan via een slingerende route dwars door de Gouweknoop, waarmee ook de wat geïsoleerde, groengebieden in het noordelijk deel van de Zuidplaspolder kunnen worden aangehaakt op het grotere recreatieve netwerk. Binnen de Zuidplaspolder zelf vormen lange lijnen zoals bijvoorbeeld de 3e en 4e tocht aanvullend een aantrekkelijk netwerk van recreatieve routes tussen de kernen, ieder met een herkenbaar eigen karakter. De 3e tocht wordt een gezellig woonlint met doorkijkjes op het open landschap van de Groene Schakel. De 4e tocht wordt een natuurrijke loper dwars door het nieuwe dorp. Op een aantal plekken zijn recreatieve verbindingen nodig in dit netwerk van routes, om barrières als de snelwegen, of de ringvaart te kunnen slechten. Daarnaast wordt de aantrekkingskracht van linten en polder zelf vergroot. Een aantal doorsteken, in de vorm van laarzenpaden verbinden de linten. Ook de nieuwe natuur in de Groene Waterparel biedt een recreatieve kans en wordt toegankelijk gemaakt voor wandelaars met laarzenpaden vanuit het dorp en de linten. Op die manier wordt het polderlandschap meer recreatief ontsloten en wordt de kans geboden het steeds natuurlijker en rijker wordende landschap van het Middengebied van verschillende kanten te ervaren.
Door nieuwe laarzenpaden te koppelen aan natuurontwikkeling (broekbos, rietstroken, bloemrijke graslanden) gaan
Recreatieve routes en zones
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
53
Nieuwe habitats in het Middengebied en Restveen
Natuurlijke oevers
Waterzuivering en onderwaterleven Blauwgraslanden op kattenklei
Nieuw veen in het restveen Broekbossen op de natte gronden Natuurlijke oevers en watervegetatie
Parkbossen op de hoge kreekrug
54 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Bloemrijke bermen en er fbeplanting
Rietvelden op natte plekken
Kruidenrijke graslanden
3.7 Ecologie / biodiversiteit De transitie in het Middengebied wordt gebruikt om de biodiversiteit een flinke
kleinere ecologische routes voor insecten en kleine zoogdieren, waarmee
impuls te geven.
verschillende waardevolle natuurgebieden met elkaar worden verbonden: •
Eendragtspolder/Rottemeren
Het verbeteren van de biodiversiteit begint bij de water-, en bodemstructuur.
•
Hollandsche IJssel/Krimpenerwaard
Daarmee wordt voortgebouwd op de recente ontwikkeling van de Groene Wa-
•
Bentwoud
terparel. Met een fijnvertakt netwerk van natuurlijke oevers ontstaan interessante
•
Hitland
leefgebieden in, aan en op het water, maar ook de natuurlijke waterzuivering
•
Het Weegje/Groenblauwe zone Westergouwe
door de helofyten in de oevers. Als de waterkwaliteit verbetert, neemt de biodi-
•
Poldergebied tussen Waddinxveen, Gouda, Boskoop en Bodegraven
versiteit weer verder toe. Met de tijd wordt het steeds soortenrijker. Waar dat mogelijk is worden in de groengebieden in en rondom het dorp (de Groene Schakel, Energielandgoederen, Bos/buitenplaatsen) stroken met rietlanden en veenontwikkeling toegevoegd. Door regenwater vast te houden, in combinatie met de soms zure bodem van katteklei ontstaan hier en daar blauwgraslanden, zoals dat nu al in de Groene Waterparel gebeurt. Dit proces wordt versneld door maaien en afvoeren (verschralen) en zaden aan te voeren van donorsites waardoor in 10 jaar aantrekkelijke en zeer biodiverse hooilanden ontstaan. Daarnaast wordt met de provincie een nieuwe ecologische verbinding gerealiseerd tussen het Restveen-gebied en de Eendragtspolder, ingepast tussen de 2e en 3e tocht. Deze verbinding is onderdeel van de Groene Schakel en bestaat uit een doorgaande waterloop met ecologische oevers, aangevuld met poelen en ruige graslanden. Tenslotte worden aanvullend daaraan de eerder beschreven recreatieve routes door het Middengebied ingezet als ecologische verbindingen, door middel van natuurlijke bloemenbermen, ecologische oevers, houtwallen, etc. Op die manier ontstaat in de Zuidplaspolder een robuust en fijnmazig netwerk van grotere en Ecologische verbindingszones door het Middengebied
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
55
Doelsoorten
56 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Waterspitsmuis
Ringslang
Rugstreeppad
Bittervoorn
Woudaap
Platte Schijhoren
Knolrus
Groene glazenmaker
Meervleermuis
3.8 Energie Het nieuwe dorp wordt uiteraard gasloos, maar ook energieneutraal en gaat
1.
Er wordt in eerste instantie ingezet op het zo effectief mogelijk gebruiken
mogelijk zelfs schone energie leveren. Ingezet wordt op zonnepanelen op de da-
van de beschikbare daken van woningen, bedrijven en voorzieningen in en
ken van woningen en bedrijven. In het masterplan wordt ook ruimte geboden aan
rondom het nieuwe dorp;
zonnevelden, maar conform provinciaal beleid alleen als wordt ingezet op meer-
2.
De panelen die geen plek kunnen krijgen op de daken worden zorgvuldig
voudig ruimtegebruik, door deze te koppelen aan water-, natuur-, of recreatie-
landschappelijk ingepast in energielandgoederen, aansluitend aan het onder-
ontwikkelingen (energielandgoederen). Ook is een zorgvuldige landschappelijke
station en de N219. Binnen de energielandgoederen zijn alleen zonnevelden
inpassing randvoorwaarde. De energielandgoederen worden gekoppeld aan het
mogelijk als wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik en ze worden
nieuwe hoogspanningsstation Zuidplaspolder, bij de aansluiting van de N219 op
gecombineerd met natuur- en recreatieontwikkeling en natuurlijke water-
de A12, zodat deze als verdeelstation kan dienen voor de opgewekte, hernieuw-
zuivering. Met die randvoorwaarde wordt onderzocht hoeveel hectare op een
bare energie. Daarnaast wordt ingezet op een smartgrid waarmee thuisbatterijen
zorgvuldige en ontspannen manier in het landschap kunnen worden ingepast
en elektrische auto’s in het nieuwe dorp als batterij kunnen worden gebruikt om
en gekoppeld aan andere landschappelijke functies;
energiepieken en -dalen op te vangen bij de opwek van hernieuwbare energie.
3.
Zonnevelden die niet binnen de energielandgoederen kunnen komen krijgen een plek in tijdelijke zonnevelden, gelegen in pauzelandschappen in het dorp, bijvoorbeeld op gronden die in pas later in de fasering ontwikkeld zullen wor-
“Het nieuwe dorp wordt uiteraard gasloos, maar ook energieneutraal.“
den voor wonen of bedrijven; 4.
Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden om zonnepanelen op een zorgvuldige en aantrekkelijke manier in te passen langs bermen van snelwegen en
Om het volledige dorp met 8.000 woningen energieneutraal te maken, inclusief elektrische mobiliteit, is een aanzienlijke hoeveelheid zonnepanelen nodig. Insteek
spoorwegen; 5.
Tenslotte is er nog een mogelijkheid in het gebied rondom de Gouweknoop.
is daarbij dat een deel van de warmtevraag via aquathermie wordt onttrokken aan
De landschappelijke en recreatieve verbinding is hier het belangrijkste, maar
de nu door het gebied passerende Dunea-leidingen.
als het noodzakelijk blijkt dan is hier in de toekomst ruimte om te onderzoeken of er combinaties te maken zijn met duurzame energie-opwekking.
Het landschappelijk en stedenbouwkundig inpassen van zonnepanelen vraagt aandacht bij de uitwerking. In het masterplan wordt daarom rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals groeiende efficiëntie van zonnepanelen, energiebesparing of andere vormen van schone energie die beschikbaar kunnen komen en zetten in op de volgende volgordelijke stappen:
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
57
Vogelvlucht impressie toekomstige hoofdstructuur Middengebied
58 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
59
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur
60 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
4
HET DORP
4.1 Stedenbouwkundige hoofdstructuur Een aantal heldere stedenbouwkundige structuren vormt de kapstok voor het geleidelijk groeiende nieuwe dorp: De Linten De bestaande linten worden ingepast en transformeren tot landelijke woonlinten. Grotere en kleinere erven worden ingepast, zeker waar monumenten op staan. Daarbij wordt goed gekeken naar water- en vloerpeilen en hoe kan worden aangesloten op eventueel hogere waterpeilen in de directe omgeving. Waar de kans zich voordoet kunnen bestaande erven ook vernieuwen. Uitgangspunt is wel dat het karakter van het landelijk lint behouden wordt met een kleine maat, schaal en korrel, grote tuinen en erven, stevige erfbeplanting en een karakteristieke opbouw met voorhuis en grotere schuur daarachter. In deze schuur op het erf kunnen ook woningen zitten, maar de bebouwingsdichtheid is in deze zone lager. Te handhaven grotere erven zijn daarnaast interessant als speelerf, landwinkel, pluktuin, buurtboomgaard, of kinderboerderij. Een echo van het agrarische verleden.
Principeprofiel Linten
Inspiratiebeelden Linten
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
61
De Hartlijn De Hartlijn slingert van station Nieuwerkerk aan den IJssel naar Westergouwe en Gouda, dwars door dorp en dorpshart en vormt een snelle, comfortabele en directe fietsverbinding. Tussen de N219 en het nieuwe dorp is hier ook de nieuwe auto-ontsluiting aan gekoppeld. Binnen het dorp is de auto te gast op de Hartlijn. De lijn wordt begeleid door een prachtige bomenlaan, in het dorpshart transformerend naar een intiem dorpslint met her en der een boom. Alle belangrijke dorpsfuncties (voorzieningen, dorpspark) liggen langs de Hartlijn.
Inspiratie Hartlijn
62 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Principeprofielen verkleurende Hartlijn
De Slinger De Slinger legt een groene strik rondom het Kreekrug-dorp, op de overgang van hogere kreekrug en de lagere Watertuin. Het is een royale groenzone met bloemrijk grasland en bomen, die om het gehele dorp heen slingert en waarin het hoogteverschil tussen kreekrug en Watertuin duidelijk zichtbaar wordt gemaakt. De Slinger vormt de overgang tussen de twee waterpeilen van kreekrug en Watertuin, dus wordt geflankeerd door sloten met natuurlijke oevers. Binnen deze brede groenzone wordt de hoofdontsluiting van het dorp opgenomen, ingepast in het groen. De Slinger geeft het kreekrug-dorp een fraaie groene dorpsrand, waarmee het nieuwe dorp zich zelfbewust, maar terughoudend in de polder presenteert.
“De Slinger geeft het kreekrug-dorp een fraaie groene dorpsrand, waarmee het nieuwe dorp zich zelfbewust, maar terughoudend in de polder presenteert.“
Inspiratiebeelden Slinger
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
63
De 4e tocht Inspiratiebeelden 4 e tocht
De 4e tocht is een prominente landschappelijke lijn in de huidige polder en belangrijk voor de afwatering daarvan. Langs de 4e tocht ligt bovendien een belangrijke leidingenstrook van 70 meter breed (bestaande leidingen, plus reservering voor toekomstige leidingen), die in ieder geval vrij dient te worden gehouden van bebouwing. Deze zone wordt omzoomd met water en ingericht als een extensief beheerd groen- en speelgebied, midden in het dorp. Deze is op meerdere plekken vanuit het nieuwe dorp toegankelijk voor wandelaars en fietsers, maar slechts op een tweetal plekken wordt deze door- sneden door de auto. Zo ontstaat een unieke natuurlijke zone om te spelen, hard te lopen, of een ommetje te maken en een fraaie verbinding tussen het dorp en het omliggende landschap. De 4e tocht haalt zo het polderlandschap het dorp in.
“Zo ontstaat een unieke natuurlijke zone om te spelen, hard te lopen, of een ommetje te maken en een fraaie verbinding tussen het dorp en het omliggende landschap.“
Principeprofiel 4 e tocht
64 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
De Zuidelijke Dwarsweg
De Halverwegen
De Zuidelijke Dwarsweg behoudt haar landelijke profiel, met aan weerszijden
Halverwege de linten worden parallel aan de linten en tochten twee lange lijnen
sloten en groen en vormt, dwars door het nieuwe dorp, een snelle en veilige
toegevoegd. Deze wegen worden begeleid door water en rietoevers en hebben
fietsroute tussen Nieuwerkerk aan den IJssel/metrostation Nesselande aan de
een functie als ontsluiting van de verschillende dorpsbuurten en het dorpshart.
ene kant en Waddinxveen/station Triangel aan de andere kant. Naast fietsers is
De ‘Halverwegen’ verkleinen het polderraster van 800 naar 400 meter. Zo ontstaat
er alleen ruimte voor bestemmingsverkeer.
samen met de Hartlijn en Zuidelijke Dwarsweg een dorpsraster van circa 400 bij 400 meter, dat een goede basis vormt voor overzichtelijke dorpsbuurten.
Het huidige kruispunt van de N219 met de Zuidelijke Dwarsweg zal uiteindelijk worden getransformeerd tot een zuivere T-splitsing, waarbij er voor doorgaand verkeer geen toegang meer is vanuit de N219 naar het Middengebied op deze kruising. Alleen de aansluiting Nesselande blijft. De gemeente zal de maatregelen treffen om deze aanpassing te bewerkstelligen. Wel komt er een ongelijkvloerse kruising voor wandelaars en fietsers onder de N219.
Principeprofiel Zuidelijke Dwarsweg
“De ‘Halverwegen’ verkleinen het polderraster van 800 naar 400 meter.“
Principeprofiel De Halver wegen
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
65
Het Dorpspark Ieder dorp verdient een mooi dorpspark; een plek om te spelen, te wandelen, te sporten en in de zon te liggen. Er is een plek gekozen waar de grondslag binnen de kreekrug wat minder daadkrachtig is. Hier is een groen park met veel water op zijn plek. Bij stortbuien wordt hier water opgevangen en vastgehouden. En deze groene plek koelt het dorp tijdens een hete zomer. Er is ruimte voor ontmoeting en dorpsactiviteiten, met veel ecologisch groen. Binnen dit park liggen speelvoorzieningen voor alle leeftijden, sportvelden en eventueel een maatschappelijke voorziening als een dorpsschool. Rond het park is het prachtig wonen. In de uitwerking wordt bekeken of in of om het park nog kansen liggen voor bijzondere woonvormen, bijvoorbeeld voor senioren.
Inspiratiebeelden Dorpspark
66 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
4.2 Woonbuurten, buurtparkjes en woonstraten Binnen de stedenbouwkundige hoofdstructuur ontstaat een compact dorp, opgebouwd uit overzichtelijke buurtjes met ieder een eigen buurtparkje als ontmoetingsplek. Door en tussen de buurtjes loopt een netwerk van wandelroutes. Ieder buurtje vormt een soort sociale eenheid en deelt een parkje, speelvoorzieningen en een zorgsteunpunt voor zorg in aan huis. Aanvullend kunnen buurtjes bijvoorbeeld ook groepswonen in een hof (bijvoorbeeld volgens het concept van een Knarrenhof ), een ‘deelauto-hub’ en/of een collectieve moestuin krijgen. Het doel is een omgeving te maken waarin ontmoeting wordt gestimuleerd, waar mensen een hele wooncarrière zouden moeten kunnen doorlopen en waar hechte buurtverbanden kunnen groeien. Uiteindelijk doen de mensen het natuurlijk zelf, maar insteek is een woonomgeving waarin gemeenschapsgevoel zo veel mogelijk wordt ondersteund.
Inspiratiebeelden woonstraten en buurtparkjes
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
67
Dorpsstraten en dorpsarchitectuur Tussen de groene en blauwe hoofdstructuren liggen dorpse straatjes, die samen
Parkeren is opgelost op eigen terrein als dat mogelijk is en anders in compacte,
de buurten vormen. De dorpsstraatjes volgen globaal het patroon van het land-
groene parkeerkoffers tussen de woningen. Her en der staat ook een auto op
schap en worden afgewisseld met waterlopen tussen de woningen. De straatjes
straat, dat past prima bij een dorp. De auto’s domineren echter niet het beeld.
verspringen soms, net als de rooilijnen, de goothoogtes en de kapvormen van de
Waar dat kan wordt ingezet op autodelen, slim dubbelgebruik van parkeerplaat-
woningen erlangs.
sen en het spreiden van de parkeerdruk.
Langs de straatjes staan verschillende typen woningen naast elkaar, in ver-
De openbare ruimte is ook informeel en groen ingericht, de auto voelt zich er te
schillende prijscategorieën. Kapvormen, kaprichtingen en goothoogtes variëren,
gast. Hier is vooral ook ruimte voor mensen om hun buurtbewoners te ontmoe-
zodat een kleinschalig en afwisselend beeld ontstaat. De bloklengtes zijn over het
ten en voor een spontaan praatje.
algemeen kort, maximaal 5 à 6 woningen, maar meestal korter. Het mengen van verschillende typen woningen zorgt voor spreiding van de parkeerdruk op straat en een ontspannen beeld. Veel woningen hebben een voortuin, maar er zijn er ook met een smalle stoep. De architectuur is eigentijds, maar met de maat, schaal en korrel van een echt dorp en een hoge kwaliteit. Kappen bepalen het beeld. De ambitie is het toepassen van zoveel mogelijk duurzame en circulaire materialen, zoals hout, aangevuld met baksteen, pannendaken en zink. Principeprofiel Dorpsstraten
Inspiratiebeelden Dorpsstraten
68 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
4.3 Dorpshart en voorzieningen
Omdat kwetsbare functies als scholen niet te dicht bij de leidingenstrook een
Een dorp kan pas een dorpsgemeenschap opbouwen als het voldoende eigen
plek kunnen krijgen is een positie gekozen nabij de Middelweg. Op deze plek is
voorzieningen heeft. Een goed voorzieningenniveau is zeer belangrijk voor de
het dorpshart gekoppeld aan het historische lint van de Middelweg en aan de
sociale samenhang en het gemeenschapsgevoel, ontmoeting en leefbaarheid
sportvoorzieningen.
van het dorp. Voorzieningen creëren levendigheid en zijn de basis voor dorpsactiviteiten en dorpsfeesten.
Aan de andere zijde, in en om het dorpspark, ontstaat een kleiner cluster met enkel maatschappelijke voorzieningen, zodat kinderen altijd zelf op de fiets naar
Het aantal en de omvang van de voorzieningen is afhankelijk van het aantal
school en de sport kunnen.
woningen dat er wordt gerealiseerd. Het nieuwe dorp krijgt in ieder geval de beschikking over eigen onderwijs, zorg, culturele voorzieningen, horeca/dorpskroeg, sportvoorzieningen, winkels en speel- en ontmoetingsplekken. In de technische paragraaf is een inschatting van de hoeveelheid en omvang van de voorzieningen weergegeven. Compact en geclusterd Het vraagt voldoende draagvlak om allerlei voorzieningen in het dorp duurzaam in stand te kunnen houden. Schaalvergroting van voorzieningen, toegenomen mobiliteit van mensen en de nabijheid van veel andere voorzieningencentra in de omgeving betekenen dat geïnvesteerd moet worden in een echt aantrekkelijk dorpshart, om mensen te kunnen binden. Een compact dorpshart, waar allerlei voorzieningen zoveel mogelijk op loopafstand van elkaar liggen. Dit stimuleert synergie en creëert levendigheid in het dorp. Mensen op straat trekt andere mensen en daar kunnen ook ondernemers en voorzieningen weer van profiteren. Inzet is een zo compact mogelijk dorpshart op een centrale plek, dat wandelend en op de fiets goed bereikbaar is, maar natuurlijk ook met het OV en de auto. De voorzieningen liggen zoals in ieder goed dorpshart rondom een centrale ontmoetingsplek; een groen dorpsplein voortkomend uit de Hartlijn.
Het compacte dorpshart, de sportvoorzieningen bij de Middelweg en het dorpspark
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
69
Klein beginnen Het dorp zal zich stapje voor stapje ontwikkelen. Het zal onmogelijk zijn om
Hier ontstaan contacten, vriendschappen en daarmee een betekenis voor deze
vanaf het begin gelijk een goed en volwaardig voorzieningenniveau te hebben.
plek. Vanuit dit dorpserf groeit het nieuwe dorp en het nieuwe dorpshart. Op de
Het is echter wel belangrijk dat de eerste bewoners zich niet ‘verloren in de
plek van het dorpscentrum worden gronden gereserveerd voor de gestage groei
polder’ voelen. Dan heeft het nieuwe dorp een valse start.
van de voorzieningen. Deze ‘wachtende gronden’ van het nieuwe centrum zullen worden ingezet voor placemaking van het nieuwe dorp. Hier liggen mogelijk-
Het voorstel is om om het dorp te beginnen op een bestaand erf, liefst een fraaie,
heden voor tijdelijke vormen van flexwonen, tiny houses, of bijvoorbeeld een
monumentale boerderij langs de Middelweg. In de boerderij en op het erf wordt,
tijdelijke buurttuin.
voordat de eerste bewoners er zijn, gestart met een aantal landelijke voorzieningen: een weidewinkel, een speeltuin, een uitspanning, kinderopvang, etc. Aangevuld met ludieke activiteiten, een drankje en terras in de zomer, etc. Inspiratiebeelden van de ontwikkeling van het dorpshart
70 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
4.4 Deelgebieden dorp en fasering
Fase 1: Kreekrug-dorp Het kreekrug-dorp is de eerste stap, ligt centraal in het nieuwe dorp en huisvest ook de belangrijke voorzieningen. Uit het bodemonderzoek blijkt dat op de stevige kreekrug ruimte is voor circa 4.500 woningen waarbij traditioneel integraal kan worden opgehoogd en snel kan worden gestart met woningen voor de huidige markt. Op die manier wordt het al aanwezige, subtiele hoogteverschil verder versterkt. Het krijgt zo haar eigen herkenbare, iets verhoogde plek in het rechtlijnige polderlandschap. De organische vormen van de kreekrug worden zichtbaar en een verrijking op het rechthoekige samenspel van linten, lanen en tochten van de droogmakerij. Het nieuwe dorp spiegelt als het ware de slingerende ringdijk rond de polder en de slingerende lijnen brengen verrassing, geborgenheid en een meer menselijke schaal aan het dorp. Binnen het kreekrugdorp is een wereld van intieme straatjes met dorpse bebouwing, rond het levendige dorpshart en dorpspark. Door het dorp slingert de ‘Hartlijn’, die de ruggengraat vormt van het nieuwe dorp en het dorpshart verknoopt met Nieuwerkerk aan den IJssel en Westergouwe. Rond het kreekrug-dorp ligt de Groene Slinger, die de hoofdontsluiting binnen het nieuwe dorp vormt. Het kreekrug-dorp vormt daarmee het ankerpunt
Deelgebieden en fasering
voor de verdere ontwikkeling van dorp en landschap.
“Het nieuwe dorp spiegelt als het ware de slingerende ringdijk rond de polder en de slingerende lijnen brengen verrassing, geborgenheid en een meer menselijke schaal aan het dorp.“ MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
71
“Buitenplaatsen, waar wonen en landschapsontwikkeling hand in hand gaan“
Fase 1: Buitenplaatsen
De woningen hebben een eigen tuintje of terras, maar ook een collectief erf en gemeenschappelijk bos. De architectuur is eigentijds en past bij de bosrijke om-
Zoals eerder beschreven komt er een bosrijk landschap in de overgang van
geving op deze plek. Er zijn diverse vormen van buitenruimten, tuintjes, terrassen,
het dorp naar de bedrijven en infrastructuur rond de Gouweknoop (het Koning
balkon, collectieve erven, etc. De architectuur is soms wat meer experimenteel,
Willem I bos). In dit boslandschap komen, net buiten het dorp, langs de
maar kappen bepalen het beeld. Nabij het dorpscentrum liggen in het bosland-
Middelweg ook een aantal bijzondere woningen, als eigentijdse buitenplaatsen.
schap ook sportvoorzieningen, ingepast in groene kamers.
Hier liggen enkele tientallen bijzondere nieuwe woningen, variërend van villa’s en eigentijdse landhuizen tot clusters met geschakelde woningen en kleine appartementengebouwen. De woningen zijn enigszins geclusterd ‘ingebed’ in een bosrijke en waterrijke omgeving. Op die manier wordt het groen niet te veel versnipperd en ontstaat rondom de clusters met verschillende soorten woningen een stevig bosrijk landschap dat woonkwaliteit geeft aan de nieuwe bewoners op deze plek. De woningen brengen sociale controle en leveren een bijdrage aan de aanleg en het beheer van het gebied. Een deel van het boslandschap blijft openbaar toegankelijk. Hoe dat precies wordt vormgegeven wordt nader uitgewerkt. Het vormt tegelijkertijd een aantrekkelijke, groene entree van dorp en landschap en schermt het zicht op de bedrijven en infrastructuur af vanaf de Middelweg. De clusters liggen rond een gemeenschappelijk erf of tuin, worden ontsloten vanaf de Middelweg en liggen terug ten opzichte van bestaande erven. Op die manier woon je hier ‘omarmd door het bos’. Het beeld langs de Middelweg is dat van een fraaie bosrand, met daarin bijzondere woningen en appartementencomplexjes verstopt. Deze vormen eigentijdse landhuizen en boserven. Inspiratiebeelden buitenplaatsen
72 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
.
Fase 1: Bedrijven en zonnevelden In aansluiting op de bestaande bedrijventerreinen komt ruimte voor toekomstige groei van bedrijvigheid, of het uitplaatsen van bestaande bedrijven. Daarbij komt ook ruimte voor bedrijven met een grote milieugebruiksruimte, mits deze geen belemmering vormen voor het wonen. In dit gebied profiteren ondernemingen van de goede bereikbaarheid van de Gouweknoop. En mogelijk in de toekomst ook van een treinstation Gouweknoop. De bedrijven worden ontsloten via de bestaande bedrijventerreinen. Juist de ruimte-extensieve bedrijfsvoering van deze bedrijven maakt de combinatie met zonnepanelen voor ondernemers interessant. Op de nieuwe bedrijventerreinen wordt daarom ingezet op dubbel ruimtegebruik en worden bedrijfshallen met zonnedaken gecombineerd. Wanneer dat bedrijven zijn die een heldere, duurzame visie hebben, is er de meeste kans op succes. Hierop zal vanuit overheidswege via het omgevingsplan, beeldkwaliteitsplan en/of uitgifteprotocol ook op worden gestuurd. De bedrijven staan in een groene setting, omzoomd met het nieuwe bos, passend bij bedrijven met een duurzaam profiel. Als in de toekomst treinstation
Bedrijventerreinen en het dorpshart als ontmoetingsplek voor thuiswerkers en ZZP-ers
Gouweknoop wordt gerealiseerd dan is er de mogelijkheid tot verdere verdichting met meer intensieve bedrijven/kantoren (kleinschalig/zelfstandig) rondom de OV-knoop, ingepast in een fraai boslandschap. Misschien wel met een stationsgebouw en kantoorgebouwen van lokaal geproduceerd hout?
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
73
Fase 1: Pauzelandschappen op slappe grond
Fase 1 en 2: Proeftuinen in het dorpscentrum
De ontwikkeling van het nieuwe dorp start met het kreekrug-dorp van circa 4.500
Daarnaast zullen ook in het dorpscentrum gronden worden gereserveerd voor
woningen en ontwikkelt daarna verder tot 8.000 woningen. Tijdens de realisatie
het geleidelijk groeiende aantal voorzieningen. Niet alles kan in één keer worden
wordt een aantal pauzelandschappen aangewezen op slappe gronden, waar naast
gerealiseerd. Tot die tijd komen er groene kamers met opgaande houtwallen en
tijdelijke energielandschappen, ook kleinschalige experimenten worden gedaan
is daarbinnen ruimte voor placemaking en tijdelijke functies in het dorpshart. Te
met nieuwe, duurzame vormen van bouwen en bouwrijp maken; de proeftuin
denken valt aan proeftuinen, dorpsevenementen, kunstprojecten, flexwonen/flex-
voor de rest van laaggelegen Nederland. In de pauzelandschappen is ruimte voor
werken, een weidebar, tijdelijke energieconcepten, etc.
bijzondere woonvormen, woongroepen, of tijdelijke woningen voor bijvoorbeeld statushouders. In de praktijk wordt onderzocht hoe met zo min mogelijk ophoging een aantrekkelijke woonomgeving kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door partieel op te hogen, te bouwen op palen, met drijvend wonen of door nieuwe vormen van bouwrijp maken en funderen. Maar ook worden in de praktijk lichte vormen van bouwen onderzocht, met hout, biocomposiet of andere biobased materialen. Gekeken wordt naar het modulair bouwen, waarbij woningen eenvoudig weer uit elkaar gehaald of uitgebreid kunnen worden. In deze pauzelandschappen is tijdens de ontwikkeling van het kreekrug-dorp voldoende tijd om kennis op te bouwen, die vervolgens bij afronding van het dorp weer in kan worden gezet. Zo wordt tijdens de ontwikkeling van het nieuwe dorp actief praktijk-kennis opgedaan die in latere fasen van de ontwikkeling van het dorp weer wordt ingezet, om het dorp in de toekomst nog duurzamer te kunnen door-ontwikkelen. Een levend laboratorium voor bouwen in de polder.
Inspiratiebeelden pauzelandschappen en proeftuinen met flexwonen
74 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
“.. de proeftuin voor de rest van laaggelegen Nederland.“
Fase 2: Wonen in de watertuin Na afronding van de circa 4.500 woningen op de kreekrug zal het dorp verder
In dit deel van het dorp is er meer water en riet en ontstaat een watertuin die
groeien naar 8.000 woningen. Rondom het kreekrug-dorp wordt wel een andere
ook een functie krijgt in het klimaatrobuust maken van het gebied. Hier staan de
vorm van wonen gerealiseerd, waarbij woningen meer ‘te gast zijn’ in het land-
woningen soms op palen of drijvend in een gemeenschappelijk natuurlandschap.
schap’. Hier liggen de woningen tussen de sloten en rietkragen. Daarbij worden
Het bestaande landschap wordt meer gevolgd en er wordt slechts opgehoogd
waar mogelijk de lessen die in de pauzelandschappen/proeftuinen zijn geleerd
waar het echt moet; bijvoorbeeld alleen onder de wegen, in de vorm van smalle
in de praktijk gebracht.
‘terpen’, waarbij de tuinen lager liggen, of de buitenruimten in de vorm van een terras zijn. Op een aantal plekken zijn stroken broekbos ingepast, een wandelpad naar het landschap. Ook langs deze straatjes verspringen rooilijnen, goothoogtes,
“Hier liggen de woningen tussen de sloten en rietkragen.“
kappen en staan er allerlei woningtypes naast elkaar. De architectuur is eigentijds, maar met de maat, schaal en korrel van een echt dorp. Het beeld is nog iets landelijker dan in het kreekrug-dorp, met meer collectief landschap, rietlanden en woningen met een terras en op palen. De architectuur kent her en der wat meer experimenten, maar ook hier bepalen kappen het beeld.
Het wonen in de watertuin
Inspiratiebeeld wonen in de watertuin
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
75
Verschillende landschappen rondom het nieuwe dorp
76 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
5
HET LANDSCHAP
5.1 Landschappelijk raamwerk versterken Het landschap van het Middengebied omarmt het nieuwe dorp en verkleurt in de komende jaren geleidelijk, waarbij er naast (extensief ) agrarisch gebruik ook meer ruimte komt voor water, natuur, energie en recreatie. Daarbij wordt de landschappelijke karakteristiek beleefbaar gemaakt en wordt een robuuste landschappelijke buffer behouden tussen de verschillende kernen in en rond de Zuidplaspolder. De bestaande ruimtelijk/landschappelijke opzet van het Middengebied brengt daarbij samenhang en herkenbaarheid voor het gehele Middengebied: •
Tochten en Linten, met daarlangs kleinschalige, groen omzoomde erven, met
“Het landschap van het Middengebied omarmt het nieuwe dorp en verkleurt in de komende jaren geleidelijk.“
voor aan de weg het huis en daarachter de schuren/kassen/bedrijfsruimten; •
Vista’s (doorzichten) tussen de groene erven door (van lint naar lint) en lange zichtlijnen tussen de linten in;
•
Fijnmazige sloten- en greppelstructuur met natuurlijke oevers;
•
Informele, recreatieve doorsteken tussen de linten in de vorm van laarzenpaden, fraai ingebed in het landschap;
•
Broekbosstroken dwars op de linten, als groene afscherming van grotere bedrijven, als inkadering van de vista’s, als groene lopers voor de laarzenpaden en als verrijking van de uitstraling en biodiversiteit;
•
De Zuidelijke Dwarsweg en de Hartlijn staan daar haaks op. Deze vormen de belangrijke dwarsverbindingen en dé plek om de verschillende karakteristieken van de polder te ervaren.
Binnen dit polderraamwerk ontstaan (afhankelijk van de bodem, watersituatie en positionering) subtiele verschillen in gebruik en inrichting.
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
77
5.2 Groene Waterparel In het zuidoosten is de Zuidplaspolder het laagst en is er een zeer slappe grondslag (onder andere Restveengebied). Hier wordt niet meer gebouwd. Het huidige agrarische gebruik is echter ook eindig, daarom vindt nu onderzoek plaats met eigenaren en agrariërs naar wat wel een toekomstigbestendig gebruik van het gebied kan zijn. De Groene Waterparel is het deel ten noorden van de A20 en daarmee een onderdeel van het Middengebied. Dit gebied is al in ontwikkeling als natuurgebied. Hier wordt door de Provincie en het Waterschap ingezet op het behouden en het verbeteren van de waterkwaliteit, door het isoleren van dit gebied van de rest van de polder. Katteklei in combinatie met een gunstige hydrologie en natuurlijke oevers zuiveren de kwel en leveren nu al een stukje bijzondere natuur op met blauwgraslanden en zeer bijzondere waterplanten en waterinsecten. Daarnaast wordt ingezet op zeer extensieve veeteelt en recreatief medegebruik. Ondergeschikt aan de landschappelijke structuren, openheid en natuurwaarden komen er informele wandelroutes/laarzenpaden door het gebied, die aansluiten op de recreatieve structuur in de Groene Schakel, het nieuwe dorp en de zone met buitenplaatsen en Gouweknoop. Dat laatste moet nog worden gerealiseerd. De lessen die hier worden geleerd over het watersysteem zijn waardevol voor de rest van het Middengebied.
In de landschappelijke overgang tussen dorp en A20 blijft op deze manier de openheid en weidsheid van de polder behouden. Kijkend vanaf de A20 vormt het nieuwe dorp een groene horizon die vanzelfsprekend wordt opgenomen in het weidse polderlandschap.
78 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Restveen en Groene waterparel
5.3 Groene Schakel
zodat het dorp zich als een terp in het open polderlandschap presenteert. De ambitie is om in deze open zone ook de nieuwe ecologische verbinding
De Groene Schakel heeft twee belangrijke doelen:
in te passen tussen de Krimpenerwaard en het Bentwoud. Dit betekent een
1.
Een robuuste, landschappelijke buffer creëren/behouden tussen Nieuwerkerk
aaneengesloten waterstructuur, met natuurlijke oevers en her en der poelen,
aan den IJssel en het nieuwe dorp, waarbinnen de openheid van de polder op
die het gebied een meer natuurlijke uitstraling gaan geven en een corridor
een aantal zichtlijnen beleefbaar blijft;
voor planten en dieren gaat vormen. Toevoegen van bebouwing is hier niet
Een landschappelijke, ecologische en (extensieve) recreatieve schakel vormen
toegestaan.
2.
tussen Eendragtspolder/De Rotte aan de ene kant en de Hollandsche IJssel/ Krimpenerwaard aan de andere kant;
2.
Coulisselandschap: de zone van circa 400 meter ten noorden van de 2e tocht is een intensiever gebruikt gebied, met nu relatief veel bedrijven, die te kostbaar zijn om actief te verplaatsen. Hier is de doelstelling om het bebouwd
Het uitgangspunt is om het bestaand bebouwd oppervlak in de Groene Schakel
en verhard oppervlak te verminderen en meer groen en water toe te voegen,
te verminderen. Er wordt daarom door de gemeente een fonds Groene Schakel
maar kunnen bedrijven als ze dat wensen blijven zitten, of zelfs nog uitbrei-
beschikbaar gesteld voor de herstructurering van de hele Groene Schakel (zie ook
den. Ook is er her en der op landschappelijk verantwoorde plekken nog
ontwikkelings- en uitvoeringsstrategie). Ook wordt een beeldkwaliteitsplan Groe-
ruimte voor een nieuw, groen-omzoomd erf met één of een beperkt aantal
ne Schakel opgesteld om de ambities voor het gebied uit te werken. De gemeente
erfwoningen. Voorwaarde is wel dat per saldo de hoeveelheid bebouwing/
gaat in gesprek met individuele grondeigenaren in de Groene Schakel over het
verharding in het gebied verminderd. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid
verminderen van het verharde oppervlak en vergroening van het landschap.
bebouwing en open ruimte per saldo gelijk dient te blijven. Bedrijven die willen investeren in het gebied hebben de mogelijkheid hiertoe, mits aan die
Binnen de Groene Schakel zijn drie verschillende zones te onderscheiden: 1.
De open polder: de zone van circa 400 meter ten zuiden van de 3e tocht. In de rand van het nieuwe dorp wordt zoveel mogelijk de oorspronkelijke openheid van de droogmakerij hersteld, zodat het nieuwe dorp mooi in het open en waterrijke polderlandschap komt te liggen. Hier worden in het verlengde van de ontwikkeling van het dorp enkele grootschalige bedrijven en kassen opgekocht en gesloopt en blijven alleen de kleinschalige, groene woonerven langs de 3e tocht aanwezig. Zo worden de lange zichtlijnen vanaf bijvoorbeeld de Zuidelijke Dwarsweg hersteld en ontstaat ruimte voor het inpassen van een robuuste ecologische verbindingszone. Het nieuwe kreekrug-dorp slingert ten oosten van de Zuidelijke Dwarsweg even over de 3e tocht heen,
Inspiratiebeeld Groene Schakel met herstelde vergezichten rond 3e tocht
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
79
Inspiratiebeelden landschap rond de 2e tocht
80 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
voorwaarde op gebiedsniveau kan worden voldaan. Dat betekent dat bij
Op een aantal plekken waar dat nu in verband met grondeigendom mogelijk
nieuwe ontwikkelingen elders verharding/bebouwing dient te worden
is, worden rietvelden en broekbossen gerealiseerd. Vanuit een meer besloten
verwijderd. Dit kan een initiatiefnemer zelf regelen, of door het storten van
broekbos loop je dan tussen het riet de open polder in en ervaar je opeens de
een bedrag in een groenfonds. Op een aantal strategische plekken worden,
weidsheid. Op die manier ontstaan meer contrasten. Dit maakt de polder aantrek-
als de kans zich voordoet, broekbosstroken toegevoegd tussen de bestaande
kelijker voor mensen, maar ook voor planten en dieren. De Zuidelijke Dwarsweg
bedrijfskavels in. Deze vormen groene coulissen die het zicht op bedrijfs-
en de Hartlijn doorsnijden dit landschap en bieden de kans om de weidsheid
bebouwing afschermen, het groene karakter versterken, de biodiversiteit
tussen de linten goed te ervaren.
vergroten en de begeleiding vormen van laarzenpaden tussen de 2 en de e
3.
3e tocht. Vanaf het lint behouden we ook een aantal ruime doorzichten op
Uitplaatsing, inpassing en transitie
het achterliggende landschap.
Naast het actief uitplaatsen van een aantal bedrijven langs de 3e tocht, wordt
Tussen de 1 en de 2 tocht: in de zone tussen de 1 en de 2 tocht liggen nu
aan weerszijden van de 2e tocht een aantal bedrijven landschappelijk ingepast.
vooral glastuinbouwbedrijven. Bedrijven mogen hier blijven zitten en onder-
Dit vraagt maatwerk en wordt met de betrokken eigenaren nader uitgewerkt. Per
nemen. Inzet is wel om het gebied ecologisch en recreatief aantrekkelijker te
bedrijfskavel wordt in beeld gebracht of er nog uitbreidingsmogelijkheden zijn,
maken. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid bebouwing en open ruimte in
hoeveel en waar deze een plek kunnen krijgen.
e
e
e
e
hoofdzaak gelijk dient te blijven. In de ontwikkelings- en uitvoeringsstrategie wordt nader toegelicht hoe de Zo krijgt ieder lint (1 , 2 en 3 tocht) een eigen spel van zichtlijnen en doorzichten e
e
e
ontwikkeling van de Groene Schakel zal worden opgepakt.
en ontstaat meer afwisseling en verrassing in de beleving van de polder. Soms heel open, soms meer ingekaderd, dan weer besloten. Laarzenpaden tussen de linten bieden de kans om op meer plekken tussen de linten het landschap te beleven. De 2e tocht wordt als recreatieve ruggengraat gebruikt voor de Groene Schakel. De Bierhoogtweg/Tweede Tochtweg loopt niet langs de Groene Schakel, maar er doorheen. Aan beide zijden is deze geflankeerd door landschap. Deze route is goed aangesloten op de fietsroute in de Eendragtspolder (van Oudheusdenweg) en heeft de potentie om in de toekomst onder de A20 en het spoor door te worden aangesloten op de Hollandsche IJssel. Langs deze recreatieve route worden agrarische ondernemers kansen geboden voor kleinschalig recreatief medegebruik (uitspanning, B&B, landwinkel, kinderopvang, speeltuin, etc.). Hiermee wordt de aantrekkingskracht van het landschap vergroot, zowel voor bestaande als nieuwe bewoners.