Bijlage 5 Bijlage 1 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder A24.000168
Tekst van het document
Inspiratiebeeld Groene Schakel vanaf de Zuidelijke Dwarsweg
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
81
Inspiratiebeelden nieuw bos
82 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Energielandgoederen nabij onderstation
5.4 Energielandgoederen In de ‘oksel’ van de N219 en de A12 komt het nieuwe hoogspanningsstation Zuidplaspolder. In de directe nabijheid daarvan is een goede plek om in combinatie met andere functies hernieuwbare energie op te wekken. In de overgang van de N219 naar het nieuwe dorp komen daarom ‘energielandgoederen’, waar natuurontwikkeling en waterzuivering worden gecombineerd met zonnevelden. Ook komen er recreatieve routes door het gebied. Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk landschappelijk beeld vanaf de N219 door de polder richting het dorp, waar energieopwekking, natuur, waterzuivering en extensieve recreatie worden gecombineerd en waar toch de openheid vanaf de N219 zoveel mogelijk wordt behouden (meervoudig ruimtegebruik, zodat wordt aangesloten op provinciaal beleid). Hier is ruimte voor zo’n 30 tot 40 hectare zonnevelden. Het bestaande zonneveld aan de Bredeweg kan voorlopig goed geïntegreerd worden op de huidige locatie. Maar kan op termijn ook vanzelfsprekend een onderdeel worden van de energielandgoederen door deze te verplaatsen. Ook is hier de mogelijkheid om voorzieningen voor aquathermie netjes in te passen.
Inspiratiebeelden energielandgoederen met meer voudig ruimtegebruik
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
83
Het Willem I Bos
84 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
5.5 Koning Willem I bos
“Een nieuw bos biedt de kans een ecologische en recreatieve verbinding te maken tussen de Hollandsche IJssel en het Bentwoud “
In de loop van de tijd is door infrastructuur en bedrijfsontwikkelingen een tweedeling in de polder ontstaan, tussen het Middengebied en de omgeving
gebieden ruimtelijk met elkaar te verknopen. Het bos gaat helpen de verblijfs-
van Waddinxveen. Met name voor langzaam verkeer is er een fysieke en mentale
kwaliteit van het gebied te vergroten en de woonkwaliteit te verbeteren. Je hoort
barrière. Rond de Gouweknoop is het gebied bovendien versnipperd door de
het verkeer en de bedrijven misschien nog wel tussen de ruisende bladeren,
vele infrastructuur. Hier ligt echter de laatste kans om nog een aantrekkelijke en
maar je ziet ze niet meer. Op deze manier krijgt het Middengebied en het dorp
vanzelfsprekende landschappelijke, recreatieve en ecologische verbinding te
een stevige groene begrenzing. Ook wordt hiermee CO2 vastgelegd en kan op
leggen tussen de twee polderhelften. De ‘reststukken’ tussen de infrastructuur
kleine schaal duurzame, lokale houtproductie worden opgestart. In het nieuwe
zijn moeilijk met de auto te bereiken en daarmee lastig voor stedelijke functies
dorp ontstaat zo in de toekomst de mogelijkheid een lokaal geproduceerd huis te
te ontwikkelen. Ook voor agrarisch gebruik is deze hoek niet ideaal. Het gebied
bewonen.
is via bestaande viaducten wel aan te sluiten op fietsroutes, zodat in de toekomst een landschappelijke en recreatieve verbinding ontstaat tussen het nieuwe dorp
Binnen het nieuwe bos ontstaat ruimte voor natuurontwikkeling, recreatie, sport
en onder andere Westergouwe, het beoogde treinstation Gouweknoop, Waddinx-
en de eerder besproken buitenplaatsen. En in de toekomst ook mogelijk nog vor-
veen en Bentwoud. Om te voorkomen dat het gebied van de Gouweknoop verder
men van energieopwekking, of verdichting rondom een mogelijk toekomstig sta-
versnippert en potentiële toekomstige verbindingen worden geblokkeerd, wordt
tion Gouweknoop. Mits zorgvuldig ingepast en het de landschappelijke samen-
voorgesteld om rond de Gouweknoop een nieuw bos te laten groeien. Dit bos
hang en de openbare toegankelijkheid als recreatieve verbinding niet blokkeert.
brengt visuele samenhang tussen alle snippers, geeft kwaliteit aan het gebied en
De zee van bomen brengt samenhang in een anders onrustig beeld. Belangrijk
vormt een stevige groene ‘rugdekking’ voor het nieuwe dorp richting bedrijven
is wel dat het gebied een openbaar en toegankelijk karakter blijft houden. Het
en infrastructuur. Het nieuwe bos is vernoemd naar de koning die ooit het besluit
gebied zal van een rommelig restgebied geleidelijk verkleuren, naarmate het
nam de Zuidplaspolder droog te leggen. De kleiige kreekrug die hier loopt is
bos groeit. Mogelijk liggen er in de toekomst ook kansen voor een stoer doe-bos
daarvoor een goede ondergrond. Op de plekken met een meer venige onder-
met outdoor-activiteiten en mogelijk zelfs evenementen, zoals bij Spaarnwoude.
grond ontstaat een waterrijk broekbos. Het nieuwe bos wordt deels gerealiseerd
De omvang is vergelijkbaar. Indien er in de toekomst een treinstation in de
binnen de ontwikkeling van de buitenplaatsen en is deels een landschappelijke
Gouweknoop zou komen, zou daarvan, en van de bijbehorende P&R-faciliteiten,
ontwikkeling van gronden rondom de bestaande infrastructuur.
optimaal kunnen worden geprofiteerd. Deze kunnen in de weekenden, als ze grotendeels leeg staan, worden gebruikt door bezoekers van activiteiten en
Een nieuw bos biedt de kans een ecologische en recreatieve verbinding te maken
evenementen. Zo ontstaat extra draagvlak voor een mogelijk nieuw treinstation
tussen de Hollandsche IJssel en het Bentwoud en allerlei versnipperde groen-
op deze plek.
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
85
86 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
MASTERPLAN MIDDENGEBIED ZUIDPLASPOLDER Een nieuw dorp in een vernieuwend landschap
Maart 2021
DEEL 2 TECHNISCHE PARAGRAAF MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
87
88 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
COLOFON Samengesteld door: •
Gemeente Zuidplas
Ondersteuning door: •
Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard
•
Witteveen + Bos
•
Goudappel Coffeng
•
Royal Haskoning DHV
•
Omgevingsdienst Midden-Holland
•
Deltares
•
ROM3D
•
Antea Group
•
Stec
•
TNO
•
Movares
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
89
90 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
INHOUD 1.
WONINGBOUWPROGRAMMERING
95
6.
RUIMTELIJKE ORDENING EN (OVERIGE) OMGEVINGSASPECTEN
113
1.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities ten aanzien van wonen
95
6.1
Relatie met de omgevingsvisie
113
1.2
Onderbouwing keuze programmering
95
6.2
Uitgangspunten gezonde leefomgeving
113
1.3
Ontwikkelstrategie
96
6.3
ODMH Milieuonderzoek en inventarisatie omgevingsaspecten
114
1.4
Relatie met programmeringsafspraken provincie en regio
97
6.4
Beleidsmatige en technische uitgangspunten externe veiligheid
115
6.5
Beleidsmatige en technische uitgangspunten stikstof
116
2.
DUURZAAMHEID
99
2.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. duurzaamheid
99
7.
VOORZIENINGEN
117
2.2
Onderzoeken energieneutraal
99
7.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. voorzieningen
117
2.3
Onderzoek aquathermie en houtbouw
100
7.2
Vertaling van de beleidsmatige en technische uitgangspunten in het Masterplan
119
3.
LANDSCHAP
103
3.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. het landschap
103
8.
ECONOMIE
121
3.2
Relatie met de omgevingsvisie en overige visies Zuidplas
103
8.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. economie
121
3.3
Relatie met ontwikkelingen in de regio
105
8.2
Onderzoeken economie
121
3.4
Ecologische verbindingszone
106
8.3
Onderzoeken bedrijventerreinen
122
8.4
Vertaling van de beleidsmatige en technische uitgangspunten in het
4.
BODEM
109
4.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. de ondergrond
109
4.2
Onderzoek bodemkwaliteit
109
4.3
Onderzoek alternatief bouwen
110
4.4
Vertaling van de beleidsmatige en technische uitgangspunten in het Masterplan
110
5.
WATER
111
5.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. het water
111
5.2
Onderzoek waterssysteem
112
Masterplan
125
9.
VERKEER
127
9.1
Beleidsmatige uitgangspunten en ambities t.a.v. verkeer
127
9.2
Vertaling van de beleidsmatige en technische uitgangspunten in het Masterplan
128
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
91
92 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
INLEIDING Het masterplan geeft een integrale visie weer voor het Middengebied van de Zuidplaspolder. Gelijktijdig aan het opstellen van deze visie zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van het voeden, vormen en onderbouwen van die visie op het Middengebied. Daarnaast zijn er beleidsmatige standpunten die richting hebben gegeven aan het masterplan. Omdat rapporten, behorende bij de diverse deelonderzoeken die gedaan zijn, voor een lezer die onbekend is met de materie wat lastig te duiden zijn is ervoor gekozen om deze op hoofdlijnen toe te lichten in deze paragraaf. De onderzoeken zijn op te vragen bij de gemeente Zuidplas aan de hand van een corresponderend documentnummer waaronder ze zijn gearchiveerd. Dit staat in haakjes vermeld achter het desbetreffende onderzoek. Tevens geeft deze paragraaf inzicht in de van toepassing zijnde beleidsmatige standpunten op de diverse thema’s.
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
93
94 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
1
WONINGBOUWPROGRAMMERING
1.1 Beleidsmatige uitgangspunten en ambities ten aanzien van wonen
De belangrijkste doelgroepen zijn:
We starten met 4.000 woningen voor de ontwikkeling van het Middengebied.
•
De huidige inwoners van Zuidplas;
De daadwerkelijke ontwikkeling daarvan zal naar verwachting tussen de 10 en
•
Vitale ouderen op zoek ‘naar wat anders’;
15 jaar belopen. Daaruit volgt een gemiddelde te realiseren jaarproductie van
•
Jongeren en starters die bewust kiezen voor dorps en landelijk wonen;
ongeveer 400 woningen. Het masterplan geeft een eindbeeld weer van 8.000
•
Woningzoekenden uit de regio;
woningen
•
Woningzoekenden uit de Randstad op zoek naar een plek in de driehoek Gouda - Den Haag – Rotterdam.
Hiervoor zijn (globaal) de volgende uitgangspunten geformuleerd: Dorps wonen met gedifferentieerd woningbouwprogramma (aanvullend
1.2.2 Woonmilieu
woonmilieu);
Gezien de woonwensen van de benoemde doelgroepen zetten we voor het
•
30% sociale huur en 10% betaalbare koop (tot € 225.000);
Middengebied in op gedifferentieerde en onderscheidende woonmilieus met
•
Ook topsegment (10% vanaf € 475.000 prijspeil 2020)
nadruk op landschappelijk en dorps wonen. In de Omgevingsvisie van de
•
Een duurzaam en klimaatadaptief woongebied;
Provincie Zuid-Holland is de Zuidplaspolder ook aangemerkt als locatie voor
•
Goed bereikbaar woongebied.
“stedelijke ontwikkelingsruimte van bovenregionaal belang” . Dit betekent
•
streven naar woonmilieus vergelijkbaar met de bestaande (dorpse) woonmilieus 1.2 Onderbouwing keuze programmering
in Zuidplas, maar ook meer woonmilieus die er nu niet of nauwelijks zijn.
1.2.1 Doelgroepen
We leggen in het Middengebied nadruk op de ontwikkeling van een woongebied
In de aanloop naar de actuele woonvisie van de gemeente Zuidplas in 2018 is
voor huishoudens die gesteld zijn op rust, ruimte, privacy en landschappelijke
er via het inwonerspanel een online-enquête gehouden onder de inwoners van
kwaliteit. De landschappelijke kwaliteit (water, riet) van het woongebied staat
Zuidplas naar hun woonwensen. Belangrijke uitkomst was dat zij zich in hoge
voorop: je woont in of in directe nabijheid van het omliggende landschap. En
mate verbonden voelen met hun dorp en met dorps wonen. Tegelijkertijd zien we
tegelijkertijd zijn door goede verbindingen de omliggende steden niet heel ver
in Zuidplas en de buurgemeenten in Midden-Holland een grote vraag van buiten
weg.
de regio en zelfs van buiten de Randstad naar wonen nabij groen en water
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
95
1.2.3 Woonprogramma Het woonprogramma voor het Middengebied ziet er globaal als volgt uit:
Voor de uitwerking van het sociale programma zoeken we vanaf het begin de
•
Grotendeels woningen voor gezinnen met toegang tot (groene) buiten-
samenwerking met de corporaties. Zij kennen hun doelgroepen het best en
ruimte;
weten het best welke woningen (typen, prijs/kwaliteit) moeten worden gebouwd.
•
Zo veel mogelijk levensloopbestendige woningen met ruime plattegronden (indachtig Woonkeur); woningen waar mensen prettig en zelfredzaam oud
Marktwoningen
kunnen worden en waar goed zorg aan huis kan worden geleverd;
Voor de verdere uitwerking van het woningprogramma in de koopsector gaan
•
Woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens;
we in gesprek met (lokale) makelaars en nog te betrekken marktpartijen. Gezien
•
Woningen voor jongeren en starters/ startende gezinnen.
de lange ontwikkeltijd kan het op enig moment nodig zijn om een tussentijdse
•
Nadruk op het hogere segment, maar ook in de middencategorie huur en
marktanalyse uit te laten voeren.
koop; •
30% sociale huur + 10% betaalbare koop (tot € 225.000): vaste prijs; wordt
1.3 Ontwikkelstrategie
niet jaarlijks geïndexeerd).
Voor een blijvend aantrekkelijk, duurzaam en gedifferentieerd woonmilieu in het Middengebied is het zaak om vanaf het prille begin sterk te sturen op het
Dit kan zich vertalen in grondgebonden woonvormen, appartementen, bunga-
gewenste imago van dorps en landelijk wonen. Daartoe is er gekozen voor een
lows en patiowoningen, afhankelijk van o.a. de locatie en de aanwezige ruimte-
ontwikkelstrategie waar de zorgvuldige ontwikkeling van dit imago centraal over
lijke kwaliteiten.
de loop van de tijd staat.
Aandeel sociale woningbouw
Zorgvuldige fasering cruciaal voor vestigen imago
Beleidsmatig uitgangspunt voor het woonprogramma in het Middengebied is
Voorzieningen en OV zullen– zeker in de beginjaren van de ontwikkeling –
30% sociale huur en daar bovenop 10% betaalbare koop (tot € 225.000 - dit is
nog niet of beperkt aanwezig zijn. Dit maakt de toekomstige bewoners van
een vaste prijs die niet jaarlijks wordt geïndexeerd). De 30% sociale huur volgt
het gebied min of meer pioniers. En juist dat biedt kansen om het gebied een
uit de vastgestelde Concept Ontwikkelingsvisie Zuidplaspolder en komt vrijwel
eigen gezicht en identiteit te geven. Bijvoorbeeld door te starten met duurdere
overeen met de woonvisie van de gemeente Zuidplas waarin wordt ingezet op
vrijstaande (eco-)woningen in lagere dichtheden aan de rand van het Midden-
het vasthouden van het aandeel sociale huur van minimaal 28%. Het program-
gebied. Daarmee wordt het gewenste woonimago gevestigd. Ongeveer tegelij-
matische uitgangspunt van 30% sociale huur wordt gedeeld door Rotterdam en
kertijd starten we met de ontwikkeling van andere segmenten rond het beoogde
de buurgemeenten in de regio Midden-Holland. En ook de woningcorporaties
centrum, inclusief de opbouw van voorzieningen. Op dit fundament voegen we
vragen bij nieuwbouw om 30% sociale huur.
vervolgens de (sociale) huurwoningen toe aan het programma.
96 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
Door meer ruimte te bieden voor zelfbouw en bijvoorbeeld collectief particulier
Geadviseerd wordt een evenwichtige planontwikkeling waarbij de verhouding
opdrachtgeverschap krijgen de toekomstige bewoners een belangrijke rol bij het
(dure) koop en huur geborgd blijft. Ook op lange termijn. Beter is het om de
(letterlijk) vormgeven van dit nieuwe woongebied en ‘hun’ nieuwe leefgemeen-
totale productie (tijdelijk) terug te schroeven en vast te blijven houden aan de
schap. Niet alleen in de hardware (de ‘stenen’), maar ook in de software; een
kwalitatieve uitgangspunten (ruimtelijk en programmatisch). De kwaliteit van het
nieuwe sociale structuur en onderlinge verbanden.
Middengebied moet ‘eeuwigheidswaarde’ hebben waar de toekomstige bewoners met plezier kunnen en willen wonen. Een eventuele economische crisis gaat
Daardoor krijgt het Middengebied een eigen identiteit dat via een gehucht en
ook weer voorbij en op enig moment kan de productie weer worden opgevoerd.
buurtschap kan groeien en bloeien tot een zelfstandige woonkern naast de be-
Al dan niet met een gewijzigd programma, maar nog steeds passend om de be-
staande dorpen.
oogde duurzame kwaliteit te realiseren.
Stip op de horizon vasthouden
1.4 Relatie met programmeringsafspraken provincie en regio
De ontwikkeling van het Middengebied gaat vele jaren duren. In die tijd kan er
In 2019 is de Regionale Agenda Wonen (RAW) vastgesteld door de regio Midden-
veel veranderen. We zien het nu al gebeuren. Wat wordt de impact van de corona-
Holland. Ten aanzien van de programmering en de te realiseren woonmilieus sluit
crisis op korte en middellange termijn? Wordt het zwartste scenario werkelijkheid
het Middengebied niet alleen aan op de woonvisie van de gemeente Zuidplas,
en belanden we in een diepe economische recessie? De (langjarige) hypotheek-
maar ook op de RAW. Op onderdelen wijkt de RAW licht af. Het betreft bijvoor-
rente daalt nog steeds Maar blijft dit de komende jaren zo? Hoewel nu niet ver-
beeld de concrete aantallen te realiseren sociale huurwoningen tot 2030. E.e.a. is
wacht is het niet ondenkbaar dat de hypotheekrente in de toekomst weer gaat
verklaarbaar door verschillende gehanteerde onderzoeken en prognoseperioden.
stijgen. Daardoor kan de afzet van de (dure) koopwoningen op enig moment stagneren. In dat geval kan ervoor worden gekozen om geplande dure koopwo-
Regionaal is de ambitie om ten minste 10% van de geplande nieuwbouw te reali-
ningen om te zetten naar goedkopere segmenten of extra sociale huurwoningen
seren in het middeldure huursegment (tot € 900 prijspeil 2020). Dat is iets hoger
(bovenop het geplande aandeel van 30%) om zodoende de bouwproductie op
dan in onze eigen woonvisie van de gemeente Zuidplas (ca. 7%). Dit is verklaar-
gang te houden.
baar omdat bijvoorbeeld de markt voor middeldure huur in Gouda wat hoger wordt ingeschat.
Het advies is om hier niet te snel voor te kiezen mocht dit dilemma op enig moment in de toekomst opdoemen. Een sterk en evenwichtig samengesteld en
Ten aanzien van betaalbare koop hanteert de hele regio Midden-Holland een
‘geworteld’ dorp kan veel hebben. Een dorp in wording in het buitengebied met
bovengrens van € 225.000 in 2020. Door de verschillen in de woningvoorraad per
een scheve verhouding tussen koop en (sociale) huur is daarentegen kwetsbaar
gemeente is er geen regionale ambitie geformuleerd. Maar, bij de afstemming
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
97
van de woningbouwprogramma’s in de regio is dit wel een aandachtspunt. De RAW gaat uit van een herbevestiging van de bestaande bestuurlijke afspraken met de provincie Zuid-Holland over de bovenregionale woonbehoefte. MiddenHolland heeft al sinds 2004 een taakstelling waar het gaat om de bovenregionale woonbehoefte. Deze is in 2006 vastgelegd in het Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidplaspolder waarin naast andere ruimtelijke ontwikkelingen ook de woningbouwbehoefte is vastgelegd. Sinds het uitbrengen van de provinciale Trendraming medio 2019 hanteert de provincie voor Midden-Holland een totale woningbehoefte van ca.16.500 woningen tot 2030. Dit is inclusief 30% overprogrammering zoals de provincie dat voor Midden-Holland heeft becijferd. Deze behoefte begrenst getalsmatig het provinciale toetsingskader voor de Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland (RPW MH).
98 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED
2
DUURZAAMHEID
2.1 Beleidsmatige uitgangspunten en ambities ten aanzien van
Deze berekening gaat gepaard met vele aannames, omdat het in deze fase van
duurzaamheid
het project niet mogelijk is een specifieke berekening te maken. Hiervoor zijn nog
Sinds 2019 heeft de gemeente Zuidplas een programma Duurzaamheid &
te veel zaken onbekend of onduidelijk.
Klimaatadaptatie. De ambities van dit programma zijn energieneutraal, klimaatadaptief en waterrobuust, circulair in 2050. Tevens wil de gemeente in 2050
Er vanuit gaande dat alle beschikbare (en hiervoor geschikte) daken worden
aardgasvrij zijn. Dit houdt in dat alle bestaande woningen losgekoppeld moe-
benut om elektriciteit op te wekken, blijft er nog steeds een elektriciteitsvraag
ten zijn van het aardgasnet en voorzien van een alternatieve warmtebron. Voor
die door middel van zon- of windenergie opgewekt kan worden. Aangezien de
nieuwbouw geldt dat er gasloos gebouwd wordt en bij ontwikkeling al rekening
gemeenteraad van Zuidplas tegen winenergie is, wordt in de ontwikkeling van dit
gehouden wordt met een alternatieve warmtebron.
gebied uitgegaan van het opwekken van energie door zon. Om het uitgangspunt energieneutraal te kunnen handhaven is het nodig om in het plangebied extra
Relatie met de Regionale Engergie Strategie (RES)
ruimte te reserveren om zelf duurzame energie op te kunnen wekken en dus
In de regionale energiestrategie (RES) is in de regio Midden-Holland afgesproken
energieneutraal te kunnen zijn.
dat de gemeenten gezamenlijk 1467 Tj elektriciteit gaan opwekken op land. Hoe en waar is nog niet afgesproken, maar het is voor de hand liggend dat er een ge-
De nieuwe woningen in het Middengebied worden gasloos gebouwd. In de
lijkmatige verdeling komt tussen de gemeenten. Er is in het plan ruimte gereser-
bodem is er geen sprake van bruikbare aardwarmte. In de nabijheid is ook geen
veerd voor het gebied zelf om energieneutraal te zijn en dus in eigen behoefte te
restwarmte beschikbaar van industrie, dus er zal gezocht moeten worden naar
kunnen voorzien. Dit is niet voldoende om aan het bod van de RES te voldoen. Er
een lage temperatuur warmteoplossing. All-electric – een individueel systeem
zal dus elders in het landschap van Zuidplas ruimte gereserveerd moeten worden
is heel goed mogelijk, maar dat brengt de elektriciteitsvraag omhoog wat weer
voor de opwek van elektriciteit. Het is nog niet besproken of dit binnen het plan-
ruimtelijke impact heeft. Aquathermie zou kansrijk kunnen zijn, dat is onderzocht
gebied valt of elders.
door ROM3D (zie hoofdstuk 2.3).
2.2 Onderzoeken energieneutraal
De huidige richtlijnen voor klimaatadaptatie en een waterrobuuste omgeving
Om te komen tot een energieneutraal gebied – dus waarin evenveel energie
is dat er 10% openbare ruimte wordt gereserveerd wordt voor waterberging,
wordt opgewekt als gebruikt – is een indicatieve berekening gemaakt van de
groenvoorziening en om hittestress tegen te gaan. Omdat het klimaat in toe-
elektriciteits- en warmtevraag op basis van 8.000 woningen en de bijbehorende
nemende mate zal veranderen en extreem weer vaker voorkomt wordt in dit
voorzieningen en infrastructuur.
plan uitgegaan van 15% ruimte om klimaat adaptieve maatregelen te nemen.
MASTERPLAN MIDDENGEBIED
—
99
Dit project leent zich uitstekend voor een circulaire bouwwijze. Insteek is een
2.3 Onderzoek aquathermie en houtbouw
zorgvuldig gebruik van materialen en energie en de materiaalstromen in dorp en landschap zoveel mogelijk te sluiten. Ook wordt er zoveel mogelijk circulair
Kansen voor Aquathermie (ROM3D)
gebouwd volgens de volgende principes:
In het ROM3D onderzoek Aquathermie in De Nieuwe Zuidplaspolder (zie Corsa
•
Minimaliseer materiaalgebruik
document Z20.001804) is geconcludeerd:
•
Zorg voor adaptief vermogen van een gebouw
•
•
Kies voor materialen met een lage milieubelasting.
geplande 8.000 woningen. Er is zelfs ruimte voor een groei tot 12.000
•
Denk na over materiaalhergebruik na de gebruiksfase
woningen. •
De Bergambachtleiding (BAL) van Dunea biedt voldoende warmte voor de
Overige opties (tochten en sloten, Ringvaart en Hollandse IJssel) lijken minder kansrijk en zijn niet verder onderzocht.
•
De gebouwde omgeving verwarmen via een collectieve lage temperatuur warmteoplossing heeft een positief effect op de elektriciteitsvraag ten opzichte van een all-electric oplossing. Dat wil zeggen dat aquathermie minder elektriciteit nodig heeft om woningen te verwarmen, waardoor er minder ruimte gereserveerd hoeft te worden voor de opwek van deze elektriciteit.
•
De ruimtereservering voor het realiseren van een aquathermie-installatie is minimaal, dus dat hoeft geen belemmering te zijn. Wat betreft de ruimte in de ondergrond voor de aanleg van het distributienet zullen keuzes gemaakt moeten worden. Afhankelijk van de keuze vraagt het distributienet wel extra (openbare) ruimte. Een koppeling met waterberging en klimaatadaptieve maatregelen is voor de hand liggend.
Kansen voor houtbouw (TNO en Antea Group) In het onderzoek Verkenning houtbouw gemeente Zuidplas van TNO (zie Corsa document Z20.001805) is geconcludeerd: •
Houtbouw is perspectiefvol om invulling te geven aan de circulaire ambities.
•
Het toepassen van houten woningen (houtskeletbouw met stenen buitenzijde of volledig hout) wordt als een optie gezien bij het bouwen in plangebied.
100 — MASTERPLAN MIDDENGEBIED