Bijlage 3 Verslag participatietraject Zon op Veld A23.001848
Tekst van het document
Straatgesprekken •
•
Er is minder vaak iets gezegd over erfgoed dan over de andere gebieden. Maar van de mensen die er iets over hebben gezegd is ongeveer de helft voor (32) en de helft tegen (27) zonnevelden op erfgoed. Het is wel belangrijk om mee te nemen dat een groot deel van de mensen (16) voor zon op erfgoed het met name heeft over zon op monument en dus niet over zon op land bij een erfgoed.
Inwoneravonden •
•
Tijdens de inwoneravonden worden bij gebieden met erfgoed vooral argumenten tegen, risico’s en zorgen genoemd. De opmerkingen gaan over uiteenlopende typen erfgoed. Het gaat over landschap en sloten, over monumentale boerderijen en steenplaatsen. Er zijn ook mensen die zeggen dat het mogelijk moet zijn, maar onder voorwaarden. Bijvoorbeeld dat het ‘wel passend gemaakt moet worden’, ‘als uiterste mogelijkheid’, ‘past niet, tenzij je het niet ziet’ en ‘zolang het inpasbaar is op verharde oppervlakte’.
Stakeholdergesprekken • Geen onderwerp van gesprek
24
2.4.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen •
• • •
“Erfgoed mogen we soepeler mee omgaan. De energietransitie is onderdeel van de geschiedenis, het voegt toe aan het verhaal van een gebouw ipv dat het waarde wegneemt. Natuurlijk is het mooi als we een paar belangrijke gebouwen kunnen behouden in originele staat, maar laat het in het algemeen isolatie en opwekking niet tegenhouden.” “moet mogelijk zijn, maar wel passend gemaakt worden” “Als uiterste mogelijkheid” ‘Erfgoed is ook het landschap en sloten’
2.4.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • • • •
“zonde om het aanzicht geweld aan te doen” “Risico is administratieve rompslomp” "Past niet, tenzij je het niet ziet.” “deze gebieden moet je met rust laten” “Het mag overal zolang we de natuur en het culturele erfgoed sparen” “Erfgoed is ook het landschap en sloten” “Oud Bodegraven monumentale boerderijen”
25
2.5 5. Inwoners moeten op verschillende manieren kunnen meedoen aan projecten voor duurzame energie. Voor alle informatie over de opvattingen over het betrekken van inwoners bij projecten voor het opwekken van duurzame energie figuur 7, figuur 11, figuur 12 en figuur 13. In de vragenlijst, op straat en tijdens inwoneravonden is gevraagd naar wat inwoners vinden van verschillende vormen om mee te denken en doen aan projecten voor duurzame energie. In de vragenlijst konden mensen reageren op vier stellingen over dit onderwerp. Daarnaast werden meedenken en mee-investeren voorgelegd als een van de voorwaarden voor het ontwikkelen van zonnevelden. Tijdens straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken is het meedenken en -doen aan projecten voorgelegd als mogelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van zonnevelden.
Ik vind het belangrijk om zelf (samen met mensen in de buurt) duurzame energie op te wekken 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 1 = Erg onbelangrijk
2 = Onbelangrijk
3 = Neutraal
4 = Belangrijk
5 = Erg belangrijk
%
Figuur 10 Stelling 1 meedoen aan projecten voor het opwekken van duurzame energie met reacties op de stelling uit de vragenlijst: ‘Ik vind het belangrijk om zelf (samen met mensen in de buurt) duurzame energie op te wekken’ Figuur 11 Stelling 2 meedoen aan projecten voor het opwekken van duurzame energie met reacties
Ik vind het belangrijk om zelf mee te denken over projecten voor het opwekken van duurzame energie 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 1 = Erg onbelangrijk
2 = Onbelangrijk
3 = Neutraal
4 = Belangrijk
5 = Erg belangrijk
%
op de stelling uit de vragenlijst: ‘Ik vind het belangrijk om zelf mee te denken over pr0ject voor het opwekken van duurzame energie’
26
Ik vind het belangrijk dat mensen die in de buurt wonen van projecten voor het opwekken van duurzame energie, financieel voordeel hebben van deze projecten 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 1 = Erg onbelangrijk
2 = Onbelangrijk
3 = Neutraal
4 = Belangrijk
5 = Erg belangrijk
%
Figuur 12 Stelling 3 meedoen aan projecten voor het opwekken van duurzame energie met reacties op de stelling uit de vragenlijst: ‘Ik vind het belangrijk dat mensen die in de buurt wonen van projecten voor het opwekken van duurzame energie, financieel voordeel hebben van deze projecten’
Ik vind het belangrijk dat ik kan investeren in een project voor opwekken van duurzame energie 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 1 = Erg onbelangrijk
2 = Onbelangrijk
3 = Neutraal
4 = Belangrijk
5 = Erg belangrijk
%
Figuur 13 Stelling 4 meedoen aan projecten voor het opwekken van duurzame energie met reacties op de stelling uit de vragenlijst: ‘Ik vind het belangrijk dat ik kan investeren in een project voor het opwekken van duurzame energie’
27
2.5.1 Sentiment Gemeenten maken afspraken over hoe mensen meedoen aan projecten voor duurzame energie. Onze respondenten willen dit op verschillende manieren. De een vertrouwt op experts en wil er niks mee te maken hebben. De ander wil meepraten bij de komst van een zonneveld in de buurt. En een derde wil dat mensen die overlast van de projecten hebben, ook profiteren van de financiële opbrengsten. Meerdere respondenten zeggen dat als mensen kunnen participeren zoals zij dat het liefste doen, zij de projecten voor duurzame energie sneller accepteren en bij betrokken willen zijn. Ook stellen ze dat de opbrengsten, en de overlast, van deze projecten eerlijker worden verdeeld. De meeste respondenten vinden het logisch dat mensen in de buurt van projecten kunnen meepraten. Dit is voor velen de minimale vorm van meedoen van inwoners. Respondenten stellen dat inspraak bij de komst van een zonneveld weerstand voorkomt of beperkt. Anderen twijfelen of het zin heeft dat mensen meepraten, omdat besluiten al genomen zijn. Een klein deel zegt juist weer dat inspraak van burgers de komst van het zonneveld vertraagt en dat het daarom helemaal niet moet gebeuren. Mensen in de omgeving kunnen ook financieel voordeel hebben van het zonneveld: we noemen dit meeprofiteren. Een deel van de respondenten weet niet goed hoe dit kan. We leggen het daarom uit met verschillende voorbeelden.
Een groot deel van de respondenten vindt het vooral ‘eerlijk’ als iedereen in de omgeving iets terugkrijgt voor de komst van zonnevelden in hun buurt, ook mensen die zelf geen geld kunnen investeren in het project. Respondenten vinden het bijvoorbeeld een goed idee om dit te doen via korting op de energierekening, een buurtfonds of energiecoöperaties. Anderen willen opbrengsten van de duurzame energieprojecten investeren in goede doelen in de buurt.
2.5.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst • • •
•
• •
Bij geen enkele stelling zijn geen opvallende verschillen tussen gemeenten en leeftijdsgroepen. Relatief veel respondenten hebben bij de vier stellingen over participatie aangegeven ‘neutraal’ te zijn. Dit kan wijzen op beperkte interesse of kennis van inwoners op dit gebied. De voorwaarde dat mensen in de buurt meedenken bij het ontstaan van het zonneveld, eindigt in de rangschikking gemiddeld op de vierde plek. 22,5% vindt dat het meedenken van mensen in de buurt een van de twee belangrijkste voorwaarden is, 25,7% vindt het een van de twee minst belangrijke voorwaarden. Bij de stellingen over participatie, waarover respondenten dus apart antwoord geven, vindt 54,1% het meedenken belangrijk of heel belangrijk. Slechts 6,4% vindt het onbelangrijk of erg onbelangrijk. Slechts een kleine groep vindt (zelf) investeren belangrijk bij projecten voor zonnevelden. Als het afgezet wordt tegen andere voorwaarden voor zonnevelden, wordt ‘Mensen in de buurt investeren in het zonneveld’ gemiddeld als minst belangrijk gerangschikt. Bij die vraag noemt 6,4% van de respondenten het investeren een van de twee belangrijkste voorwaarden voor een zonneveld. Bij de stellingen over participatie vindt 32,5% de stelling ‘Ik vind het belangrijk dat ik kan investeren in een project voor het opwekken van duurzame energie’ belangrijk of heel belangrijk (het laagste percentage van de vier stellingen).
Dat mensen in de buurt van projecten financieel voordeel hebben van deze projecten, vindt 48,9% van de respondenten belangrijk of heel belangrijk. Meer respondenten vinden het belangrijk of heel belangrijk dat zij zelf (of samen met buren) duurzame energie opwekken (56,6%) dan dat zij zelf meedenken (54,1%). Van de respondenten heeft 74,7% van de respondenten een koopwoning woont, dus het zal hier vooral over zonnepanelen op particuliere daken gaan.
28
•
“In principe doen we naar mijn idee zoveel mogelijk groene energie zodat de planeet er minder last van heeft (van de mens) dus naar mijn inzien hoort daar bij dat we de natuur zo min mogelijk verstoren. Leg zonnepanelen bovenop platte daken van industriegebieden.”
Straatgesprekken • • •
•
•
•
Van de 533 opmerkingen over voorwaarden ging het 88 keer over een vorm van meedenken en meedoen van de burger. Inspraak van de burger is 45 belangrijk genoemd. Mensen vinden inspraak vooral belangrijk om veel weerstand bij de komst van een zonneveld te voorkomen of te beperken. Mede-eigenaarschap wordt 37 keer genoemd. Door de mensen die interesse hebben in mede-eigenaarschap wordt landbouwgebied het vaakst genoemd als geschikt gebied voor zonnevelden. Mensen vinden mede-eigenaarschap belangrijk voor de acceptatie van zonnevelden. Ze vinden het ook ‘eerlijk’ als omwonenden iets terugkrijgen voor de komst van zonnevelden in hun directe omgeving. ‘Iedereen kan meedoen’ is 6 keer genoemd, omdat men het belangrijk vindt dat het voor iedereen financieel toegankelijk wordt gemaakt om te kunnen profiteren en investeren in zonnevelden in de omgeving en om zonnepanelen op dak te kunnen aanschaffen. Daartegenover zijn 15 mensen die zeggen dat inspraak van de burger onbelangrijk is. Mensen die geen behoefte hebben aan inspraak of mede-eigenaarschap hebben zelf al panelen op eigen dak, wonen in een huurwoning of hebben er simpelweg geen behoefte aan. Anderen vinden dat het aan de gemeente is om beslissingen te nemen en daadkrachtig te zijn, omdat inspraak het proces vertraagd.
Nationaal beheer wordt door 4 mensen benoemd, omdat ze het belangrijk vinden dat een zonneveld volledig in handen blijft van de overheid, projectontwikkelaars, netbeheerders of andere bedrijven.
Inwoneravonden •
•
•
Bij het onderdeel participatie is gevraagd naar lokaal eigendom. Wie mag mede-eigenaar worden van projecten voor duurzame energie? In Gouda, Zuidplas en Krimpenerwaard kiezen inwoners dan voor iedereen in de gemeente en inwonerinitiatieven en energiecoöperaties. Bij Zuidplas wordt Zon op Zuidplas meerdere keren genoemd. De aanwezigen tijdens de inwoneravond van Gouda, Zuidplas en Waddinxveen slaan ook aan op de optie om de gemeente mede-eigenaar te maken. In Gouda worden ook direct omwonenden genoemd en in Zuidplas bedrijven (ook lokale bedrijven). Bij die optie zien mensen in Gouda zowel kansen als risico’s. De mede-eigenaar van projecten voor duurzame energie mag volgens inwoners van Gouda, Zuidplas en Waddinxveen meebeslissen over de verdeling van de opbrengsten en risico’s. In Gouda vinden sommigen dat een mede-eigenaar over alles mag meebeslissen, in Zuidplas over afspraken met de omgeving. Volgens een respondent uit de gemeente Krimpenerwaard hangt het af of een mede-eigenaar van een project over het ontwerp mag meebeslissen. Iemand anders zegt bij afspraken met de omgeving dat bewoners eigenaar moeten worden gemaakt. Wat moet er gebeuren met de opbrengsten van de projecten voor duurzame energie? In Zuidplas en Waddinxveen heeft aan aantal voorkeur voor ‘als winst voor de medeeigenaren’. Er is iemand uit Gouda die dat juist niet wil.
Daar vinden meerdere mensen het wel een goed idee om het als vergoeding voor direct omwonenden te gebruiken. Ook slaan inwoners uit Gouda aan op het terug investeren in de natuur. Net zoals in Waddinxveen. In Zuidplas en Waddinxveen wordt ook ‘via gemeentelijk fonds aan maatschappelijke projecten’ genoemd en in Gouda en Zuidplas ‘als uitbreiding van het project’. De meningen over het besteden van de opbrengsten van projecten voor duurzame energie zijn in Zuidplas enorm verdeeld. Bij iedere optie is er wel iemand voor of tegen.
29
•
•
Als kansen bij het verdelen van opbrengsten van duurzame energie aan mensen en bedrijven in de gemeente ziet men dat projecten elkaar zouden kunnen compenseren. In Zuidplas gaat het meer over draagvlak voor de projecten, prikkel om te investeren vanuit eigen geld. Wat betreft inwoners in Krimpenerwaard liggen er kansen bij het stimuleren tot investeren en nieuwe projecten. In Waddinxveen gaan de kansen over bewoners mee laten profiteren en meer betrokkenheid te creëren door lokaal eigendom. De mensen in Krimpenerwaard noemen bij eerlijk verdelen: ‘juist kansarmen meer voordeel bieden’. In Waddinxveen wordt de opslag van de energie (in verband met aansluiting op het net) genoemd.
Stakeholdergesprekken • •
•
Alle stakeholdergroepen zijn voorstander van betrokkenheid van mensen in de buurt. Energiecoöperaties wijzen op andere mogelijkheden dan investeren, omdat niet iedereen daartoe in staat is. ‘Meeprofiteren’ door een lage prijs te betalen voor energie of via een ‘lokaal fonds’. Ontwikkelaars stellen dat ‘Draagvlak en samenwerking met de buurt’ erg belangrijk is, ‘om te polsen hoe de omwonenden oké zij met de ontwikkeling in hun gebied’. Ook zij stellen dat profiteren of voordeel halen van een zonneveld in de buurt kan op andere manieren kan dan investeren, via een aanbod voor ‘zon-op-dak’ of ‘lokale stroom afname (korting op rekening).’
2.5.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • • • • • • • • • •
“Buurt moet mee kunnen denken en investeren, want voel me nu soms niet gehoord.” “Mensen in de buurt beslissen mee, en niet denken mee.” “Meedenken en mee investeren door inwoners is belangrijk voor de acceptatie van duurzame energie opwek” “Mede-eigenaarschap bij zonnevelden en windmolens is interessant, zolang het niet te duur is. Het moet wel voor iedereen zijn dan.” “Graag meedenken, want voel me nu vaak niet serieus genomen.” “Via gemeentefonds terug investeren in energievoorziening opschalen met meer projecten en onderhoud” “Leden raadplegen over contracten leveranciers voor terug levering. Zon op Zuidplas” “zodat alle inwoners profiteren” “subsidies voor duurzame projecten, onder andere isolatie van woningen” “als investering in natuur in de omgeving”
2.5.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • •
“Inspraak vertraagt de boel alleen maar” “Gemeente is aan zet” “Laat het maar aan de experts over, die weten wat de beste optie is” “Waarom achteraf een bullshit vragenlijst invullen, terwijl alles al besloten is.” “Meedenken wordt alleen belangrijk, wanneer er daadwerkelijk geluisterd wordt en wat wordt gedaan met de echt creatieve ideeën, terwijl de 'klagers' en 'winst-zoekers' aan de zijlijn worden geparkeerd.”
30
2.6 Zo veel mogelijk zonnepanelen langs infrastructuur, op grote daken en parkeerterreinen. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18, en over alternatieven voor huidige zoekgebieden voor zonnevelden figuur 9. In de vragenlijst is gevraagd naar alternatieven voor als de huidige zoekgebieden voor zonnevelden onvoldoende duurzame energie opleveren. Naast vier voorgestelde opties hadden respondenten ook de mogelijkheid om een eigen antwoord te formuleren bij de optie ‘Anders, namelijk’. Zie figuur 9 hoe vaak de optie ‘Anders, namelijk’ is genoemd. Verderop in deze paragraaf zijn de open vragen nader toegelicht.
2.6.1 Sentiment Veel respondenten, inwoners en stakeholders, benadrukken hoe belangrijk zij het vinden dat er zonnepanelen komen op grote daken, langs snelwegen, N-wegen of spoorlijnen en boven parkeerterreinen. Bijna niemand is tegen het plaatsen van zonnepanelen op deze locaties. In de gesprekken over dit onderwerp leggen we uit dat gemeenten op dit moment al de voorkeur hebben voor deze vormen van het opwekken van zonne-energie en er alles aan doen om dit mogelijk te maken. Ook zeggen we dat we op deze locaties te weinig duurzame energie kunnen opwekken om de doelen van de gemeenten te halen. Toch noemen nog steeds veel respondenten dat zij een voorkeur hebben voor zonnepanelen langs infrastructuur, op daken van woningen, bedrijven, industrie, boerderijen en boven parkeerterreinen. Velen stellen dat er wel genoeg ruimte beschikbaar is om alle (of in ieder geval veel van de) nodige duurzame energie op te kunnen wekken. De meeste respondenten kunnen zich moeilijk voorstellen hoeveel ruimte voor zonnevelden nodig is. Respondenten geven als argument dat we met deze opties de beperkte ruimte op een goede manier gebruiken. Ook stellen respondenten dat iedereen zijn steentje moet bijdragen, dus ook (of vooral) bedrijven met grote daken. Het is voor velen onbegrijpelijk dat sommige daken nog leeg zijn.
De een vindt dat de overheid zonnepanelen op daken moet stimuleren met (meer) subsidies. Anderen willen zonnepanelen verplichten bij de bouw van woningen of op bedrijfsdaken. Een ander argument is dat zonnepanelen langs infrastructuur, op daken en boven parkeerterreinen het landschap, natuur of uitzicht niet verstoren. Mensen hebben er op deze locaties minder last van, is de algemene opvatting. Want: infrastructuur is al rommelig, zonnepanelen op daken zijn minder zichtbaar en boven parkeerterreinen wordt de ruimte handig dubbel gebruikt. Een laatste element van dit onderwerp is dat respondenten de optie ‘langs infrastructuur’ ook vaak noemen als locatie voor windmolens. Voorstanders van windmolens geven vaak als voorwaarde dat ze langs infrastructuur worden geplaatst, omdat ze dan verder van bebouwing staan en minder overlast geven.
2.6.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •
•
In de vragenlijst heeft 30% (551) van de respondenten zelf een alternatief genoemd bij de optie om een open antwoord te geven. Bij deze optie kon met een open antwoordveld invullen. Hierin zijn zonnepanelen op daken 106 keer genoemd, na kernenergie het vaakst. Mensen schrijven over zowel particuliere woningen als daken van bedrijven, industrie en boerderijen. Om dit te bereiken wil men stimuleren met (meer) subsidies of verplichten.
31
• •
Er worden verschillende vormen van infrastructuur genoemd: snelwegen, rijkswegen, specifiek A12, A20 en N11, waterwegen en spoorwegen. De optie langs infrastructuur wordt als geschikt gezien omdat het dan niet ten koste gaat van natuur, daar is het al ‘verknoeid’.
Straatgesprekken •
• •
•
Tijdens straatgesprekken is 92 keer ‘zonnepanelen op daken’ genoemd als ‘type gebied’. Vaker dan is gezegd dat recreatiegebied of landbouwgebied niet geschikt voor zonnevelden zijn. En de optie ‘langs infrastructuur’ is 21 keer genoemd. Geen enkele optie, buiten de standaard antwoordopties, is vaker genoemd. Belangrijk hierbij is dat interviewers zonnepanelen op daken en langs infrastructuur niet als standaard antwoordopties voorlegden. Dus deze mensen hebben ‘langs infrastructuur’ en ‘zonnepanelen op grote daken’ zelf opgebracht. Langs infrastructuur in combinatie genoemd tot zowel zonnepanelen als windmolens. Want langs infrastructuur betekent over het algemeen verder van bebouwing af en minder overlast voor mensen.
Inwoneravonden •
•
•
Ook tijdens inwoneravonden leggen gespreksbegeleiders uit dat de opties ‘op daken’ en ‘langs infrastructuur’ nu al prioriteit krijgen boven zonnevelden op land. Nog steeds worden de opties nadrukkelijk benoemd door inwoners. Op verschillende manieren komen daken terug: bedrijven of particulieren met geschikte daken verleiden of verplichten. Een specifieke suggestie: vóór een boer zonnevelden op bedrijfsgrond legt, moeten er ook zonnepanelen op het dak van het bedrijf liggen. Ook vinden mensen dat zonnevelden pas toegestaan zouden moeten worden als ‘alle daken vol’ liggen. Dat daken waarschijnlijk onvoldoende ruimte opleveren om voldoende duurzame energie op te weken, willen of kunnen de meeste mensen niet geloven. Een element dat meespeelt hierbij is dat mensen zich lastig kunnen voorstellen hoe veel ruimte voor zonnevelden nodig is. ‘Langs infrastructuur’ komt minder vaak terug in gesprekken. Gebieden langs snel- en Nwegen worden vooral vaak genoemd als de kaart van de zoekgebieden wordt bekeken. Tussen en pal langs de rijstroken wordt genoemd, omdat daar mensen het minste overlast ervaren. Anderen waarschuwen ook weer voor reflectie, die gevaarlijk kan zijn tijdens het rijden.
Stakeholdergesprekken •
Tijdens de stakeholdergesprekken noemen energiecoöperaties stroken langs infrastructuur als een goede optie, net als de geluidsschermen langs de wegen. Energiecoöperaties noemen ook de optie van windenergie langs infrastructuur.
2.6.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen voor de opties op daken, langs infrastructuur en boven parkeerterreinen •
•
“zonnevelden zijn niet nodig. Overdek parkeerterreinen ipv zonneweiden die de natuur beschadigen/ verstoren en landbouwgrond in beslag neemt waardoor er weer schaarste ontstaat en de prijzen weer gaan stijgen voor de consumenten. Het overkappen van parkeerterreinen heeft dan een dubbele functie: bescherming van auto's tegen zon, hagel en sneeuw.” “Pertinent tegen gebruik van grond voor het plaatsen van zonnepanelen. Er zijn voldoende daken beschikbaar. Grond is in Nederland al schaars dus gebruik die niet. “
32
• •
•
• • •
• • • • •
“Benut zoveel mogelijk daken van huizen en grote daken van bedrijfsgebouwen en stallen. Windmolens langs snelwegen en bij industrieterreinen en op zee.” “Allereerst alle daken van bedrijven, woningen, wegbermen, geluidswallen. enz benutten. dan pas kijken naar andere gebieden zoals hierboven beschreven. Hou de grond open voor de flora en fauna!” “Ik ben voor duurzame energie, maar mag niet ten koste gaan van land/natuur. Begin eerst met alle bewouwing op de daken en grote parkeerplaatsen overkapping plaatsen met zonnepanelen. Laatste heeft een voordeel dat auto's in de zomer deels in de schaduw staan” “Windmolens zijn prima als ze bijvoorbeeld in de middenberm van de A12 geplaatst worden. Ergens anders niet.” “Het gebied langs snelwegen mogen we vol zetten met zonnepanelen en windmolens.
Middenberm van de A12 is ook een prima locatie.” “Het slaat nergens op dat we windmolens in de reservezoekgebieden en bij infrastructuur zouden afwijzen om te compenseren met veel grotere oppervlaktes aan zonnevelden, zeker als die ten koste gaan van de natuur die we uiteindelijk juist willen beschermen met de hele klimaatstrijd.” “In de 'oksels' van snelwegen, langs infrastructuur (daar waar het landschap al verknoeid is” “Ik mis de mogelijkheid voor zonnevelden en langs infrastructuur: wegen, spoorlijnen, waterwerken etc.” “Er zouden langs de A12 en langs andere infrastructuur wel wat meer windmolens geplaatst kunnen worden! Ontzie natuurgebieden en fraaie landschappen zoveel mogelijk!” “benut de daken van alle gebouwen, of langs infrastuctuur wegen en geluidswallen enz. niet in open gebieden.” “We moeten slimmer gebruik maken van de infra (wegen + spoor) om deze gebieden (geluidswal + spoordijk) te benutten.”
2.6.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen •
We hebben geen argumenten of mogelijke risico’s teruggevonden in onze verslagen van de participatie.
33
3 – Onderwerpen waarover respondenten verdeeld zijn Er zijn vijf onderwerpen waarover de meningen van respondenten verdeeld zijn. We laten dit zien met de resultaten van de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en gesprekken met stakeholders. 1. 2. 3. 4. 5.
Het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden Het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden Hoe een zonneveld past in het landschap of zichtbaar is De rol van windenergie Zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten
3.1 Het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden In de vragenlijst en tijdens de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken is gevraagd naar de visie van inwoners en stakeholders over het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden als type gebied, en als alternatief voor als de huidige zoekgebieden voor zonnevelden te weinig duurzame energie opleveren. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18, en over alternatieven voor huidige zoekgebieden voor zonnevelden figuur 9.
3.1.1 Onderwerp en dilemma In de vragenlijst en tijdens de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken is gevraagd naar de visie van inwoners en stakeholders over het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden als type gebied, en als alternatief voor als de huidige zoekgebieden voor zonnevelden te weinig duurzame energie opleveren. Respondenten verschillen van mening over het gebruiken van landbouwgebied voor zonnevelden. Onder de respondenten van de vragenlijst zijn ongeveer evenveel voor- als tegenstanders. Op straat en tijdens inwoneravonden spraken we drie keer meer voorstanders dan tegenstanders van zonnevelden in landbouwgebied. Een belangrijk element in deze discussie is de definitie van landbouw: een deel vindt landbouw hetzelfde als natuur, anderen vinden dat landbouw en natuur verschillende soorten gebieden zijn. Bijna iedereen die wij spraken, heeft een uitgesproken mening over landbouwgebied. Het is bijvoorbeeld het meest besproken type gebied, na natuur- en weidevogelgebied. We hoorden uiteenlopende argumenten. Respondenten die vinden dat landbouwgebied niet geschikt is voor zonnevelden, stellen dat boeren de grond zelf hard nodig hebben. Deze respondenten vinden vaak dat zonnevelden niet passen in landbouwgebied, ze gaan ten koste van het uitzicht of de natuur. Vaak vinden zij ook dat zonnevelden helemaal onzichtbaar zouden moeten zijn.
Respondenten die voorstander zijn van zonnevelden in landbouwgebied, stellen dat er juist veel ruimte is voor zonnevelden. Bijvoorbeeld aan de randen of op grond die niet meer gebruikt kan worden of onvruchtbaar is. Veel respondenten noemen hier vaak bepaalde voorwaarden bij. Zoals dat er rekening moet worden gehouden met de boer, zonnevelden moeten passen bij of op voldoende afstand van woningen komen. Anderen zeggen dat zonnevelden moeten worden gecombineerd met landbouw, bijvoorbeeld door verplaatsbare installaties. Tot slot noemen respondenten dat zonnevelden een bron van inkomsten voor boeren kunnen zijn. Respondenten jonger dan 35 jaar zijn positiever over het gebruik van landbouwgebied dan respondenten ouder dan 35 jaar. Respondenten uit Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard zijn negatiever over landbouwgebied voor zonnevelden dan de andere drie gemeenten.
34
Ook onder stakeholders is discussie over landbouwgebied. Natuurorganisaties, energiecoöperaties en ontwikkelaars zien kansen voor zonnevelden in landbouwgebied. Boeren vinden grondbehoud voor landbouw juist belangrijk. Wel is het mogelijk om ‘verloren’ of ongeschikte landbouwgrond te gebruiken, of grond ‘in transitie’ of grond die overblijft na verkaveling.
3.1.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •
•
•
•
•
‘Een landbouwgebied’ scoort gemiddeld op de schaal van 1 (meest geschikt) en 6 (minst geschikt): 3,41. Dat betekent dat het zowel lage en hoge cijfers scoort. 22,9% ziet het als een van de twee meest ongeschikte gebieden en 26,1% als een van de meest geschikte gebieden voor zonnevelden. Gemiddeld eindigt het landbouwgebied als derde meest geschikte gebied. ‘Een recreatiegebied’ scoort vrijwel hetzelfde als landbouwgebieden: 3,68. Tussen de verschillende alternatieven voor de huidige zoekgebieden voor zonnevelden vinkt 32,8% van de respondenten ‘Uitbreiden van mogelijke gebieden voor zonnevelden naar landbouwgebied’ aan als geschikte oplossing. Ter vergelijking: 37,3% vinkt het gebruiken van reservezoekgebieden voor windmolens aan, 30,2% vinkt de optie ‘Anders’ aan en 4,5% de optie van uitbreiden van zoekgebieden voor zonnevelden in natuur- of weidevogelgebied. Respondenten jonger dan 35 vinden landbouwgebieden geschikter voor zonnevelden dan respondenten boven de 35 jaar. Landbouwgebied eindigt bij respondenten onder de 35 jaar als het tweede meest geschikte gebied. Bij de groep 35 tot 55-jarigen en 55+’ers staat het landbouwgebied juist op de vierde plaats. De optie om ‘uitbreiden naar landbouwgebied’ is voor een groter deel van de leeftijdsgroep <35 jaar een optie (50,2%), dan onder de groepen 35 – 55 (38,3%) en 55+ (41,8%).
Wel is er verschil tussen de gemeenten in hoe ‘landbouwgebied’ en ‘recreatiegebied’ worden gerangschikt. In Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard vinden respondenten gemiddeld gezien ‘recreatiegebied’ (gemiddeld gerankt op plek 3) een geschiktere locatie voor zonnevelden dan ‘landbouwgebied’ (gemiddeld gerankt op plek 4). In de andere drie gemeentes (Gouda, Waddinxveen en Zuidplas) worden deze twee gebieden andersom gerangschikt: respondenten uit deze gemeentes vinden ‘landbouwgebied’ (gemiddeld gerankt op plek 3) geschikter voor zonnevelden dan ‘recreatiegebied’ (gemiddeld gerankt op plek 4). In Gouda vindt 43,3% ‘het uitbreiden van mogelijke zoekgebieden voor zonenvelden in landbouwgebieden’ een geschikt alternatief, als enige gemeente boven het gemiddelde van 32,8%. Meer mensen kiezen voor deze optie dan voor de optie ‘Windmolens plaatsen in ‘reservezoekgebieden’ voor windenergie’.
Straatgesprekken •
•
•
Drie keer meer respondenten die landbouwgebied noemen, vinden het geschikt voor een zonneveld dan de mensen die het ongeschikt vinden. Van de 917 opmerkingen over gebieden voor zonnevelden is 106 positief over zonnevelden in landbouwgebied, minder vaak dan gebieden met bedrijventerreinen (197) en transitiegebieden (108). 33 keer is landbouwgrond ongeschikt genoemd, minder vaak dan natuur- en weidevogelgebied (180) en vaker dan erfgoed (27) en transitiegebieden (11). Voorstanders noemen de grote hoeveelheid ruimte in de landbouw. Randen van landbouwgebieden zouden gebruikt kunnen worden. Anderen stellen dat niet alle boeren kunnen blijven voortbestaan, dat grond van boeren die moeten stoppen gebruikt kan worden. De mogelijkheid tot dubbel ruimtegebruik wordt ook als argument genoemd, bijvoorbeeld met schapen of bepaalde gewassen. Een groot deel van deze respondenten verbinden voorwaarden aan de komst van zonnevelden in landbouwgebied. Van de 106 mensen die hebben aangegeven landbouwgebied geschikt te vinden voor een zonneveld, geven 11 personen aan dat het belangrijk is om hierbij rekening te houden met de boer. Anderen vinden dat het nodig is
35
•
rekening te houden met planten en dieren, een combinatie van landbouw en zonneveld te realiseren en het inpassen in het landschap. Tegenstanders van zonnevelden in landbouwgebied vinden dat de boer al genoeg “gepest” wordt of moet oplossen. Anderen stellen dat landbouwgrond nodig is voor de ‘economie van de boeren’ en het produceren van ons eten, dus niet gebruikt kan worden voor zonnevelden.
Inwoneravonden • •
•
• •
•
In alle gemeenten zijn voor- en tegenstanders voor zonnevelden in landbouwgebieden. In Bodegraven is niet gesproken over alternatieven, dus alleen over type gebieden voor zonnevelden. Daarbij is een aantal kansen genoemd, zoals weinig gebruikt grasland, dubbel ruimtegebruik en verplaatsbare installaties. Argumenten tegen of risico’s benoemden de zorg om het elektriciteitsnetwerk in het landbouwgebied en uitzichtvervuiling. In Gouda vinden deelnemers dat het helemaal niet kan, alleen dichtbij een boerderij kan of juist alleen aan de rand van een landbouwgebied. Ook wordt gezegd dat er al “veel landbouw in dit gebied” is. In Krimpenerwaard is een opmerking dat landbouwgebied aantrekkelijk voor toeristen is, dat dat ze behouden moeten blijven. In Waddinxveen worden vooral kansen genoemd. Bijvoorbeeld multifunctioneel ruimtegebruik voor planten en dieren en dat landbouwgrond weer voor landbouw gebruikt kan worden als de zonnevelden weer weg zijn. Ook enkele risico’s: dat het dure grond is, en zonnevelden zonde zijn van het mooie gebied en de vruchtbare grond. In Zuidplas wordt landbouwgebied afgeraden omdat het ten koste van de natuur en de voedselproductie gaat. In Zuidplas zijn alternatieven niet voorgelegd aan inwoners.
Stakeholdergesprekken • •
Zoek naar mogelijkheden om de ruimte voor meer dan zonnevelden te gebruiken. Sluit aan bij andere ontwikkelingen in het gebied zoals in de landbouw. Natuurorganisaties, energiecoöperaties en ontwikkelaars zien kansen voor zonnevelden in landbouwgebied. Boeren vinden grondbehoud voor landbouw juist belangrijk. Wel is het mogelijk om ‘verloren’ of ongeschikte landbouwgrond te gebruiken, of grond ‘in transitie’ of grond die overblijft na verkaveling.
3.1.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • • • • • • • • • • •
“landbouwgebied indien weinig gebruikt grasland, dan wel! Dubbel gebruik” “Verplaatsbare installaties” “Zou kunnen, landbouw is natuurgebied” “aan de rand” “alleen dichtbij boerderij” “Geen of weinig belasting van de natuur” “Als alternatieve inkomstenbron agrariër” “op voldoende afstand van de bebouwing” “Agrarisch moeten we toch inkrimpen, vooral in veengebied met bodemdaling.” “Een landbouwgebied als dit met de zonnepanelen gecombineerd kan worden, bijv. grazers tussen de panelen.” “In geval van landbouw alleen bij boeren met veeteelt. Geen duurzame akkerbouw opgeven voor zonnevelden.”
3.1.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • • • •
“zorg om het netwerk landbouwgebied” “Uitzichtvervuiling” “Voor toeristen aantrekkelijk, dus houden.” “dure grond” “vruchtbare grond” “gaat ten koste van voedselproductie” “natuur begraafplaatsen”
36
3.2 Het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18, en over alternatieven voor huidige zoekgebieden voor zonnevelden figuur 9. In de vragenlijst en tijdens de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken is gevraagd naar de visie van inwoners en stakeholders over het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden als type gebied.
3.2.1 Onderwerp en dilemma Recreatiegebied is een verzamelnaam voor verschillende soorten gebieden waar mensen zich in de buitenlucht kunnen ontspannen. Er bestaan verschillende opvattingen over zonnevelden in recreatiegebieden. Maar respondenten hebben minder uitgesproken meningen over recreatiegebieden dan over landbouwgebieden. Voorstanders van zonnevelden in recreatiegebieden zien vooral mogelijkheden om de beperkte ruimte op verschillende manieren te gebruiken. Bijvoorbeeld zonnepanelen boven parkeerterreinen of op daken van gebouwen in deze gebieden. Dit is voor veel respondenten een reden om positief te zijn over zonnevelden in recreatiegebieden. Ook hier speelt mee dat respondenten niet goed kunnen voorstellen hoeveel ruimte nodig is voor een zonneveld. Onder de stakeholders zijn de aanwezige boeren de enige voorstanders van recreatiegebieden voor zonnevelden. De andere aanwezige stakeholders vinden het geen goed idee. Zij zien te veel nadelen voor de planten en dieren en de ruimte die nodig is voor de recreatie. Respondenten die recreatiegebieden niet geschikt voor zonnevelden vinden, geven vergelijkbare antwoorden als bij de landbouwgebieden: zonnevelden passen niet bij recreatie en verdringen het groen, planten en dieren, het uitzicht of de beperkte ruimte.
3.2.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •
• •
‘Een recreatiegebied’ scoort vrijwel hetzelfde als landbouwgebieden: 3,68. Het overgrote deel, 59%, plaatst het op 3 of 4. Zij denken dus eerst aan andere gebieden voor zonnevelden, maar wijzen het ook niet als eerste of tweede type gebied af. Er zijn geen verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Wel is er verschil tussen respondenten uit de verschillende gemeenten: in BodegravenReeuwijk en Krimpenerwaard vinden respondenten gemiddeld gezien recreatiegebied (gemiddeld gerankt op plek 3) een geschiktere locatie voor zonnevelden dan landbouwgebied (gemiddeld gerankt op plek 4). In de andere drie gemeentes (Gouda, Waddinxveen en Zuidplas) worden deze twee gebieden andersom gerangschikt: respondenten uit deze gemeentes vinden landbouwgebied (gemiddeld gerankt op plek 3) geschikter voor zonnevelden dan recreatiegebied (gemiddeld gerankt op plek 4).
Straatgesprekken Onder de respondenten zijn ruim meer mensen die een recreatiegebied niet geschikt vinden voor een zonneveld (75), dan mensen (26) die dat wel vinden. Tegenstanders van het gebruik van een recreatiegebied voor zonnevelden noemen ook vaak de voorwaarden ‘behoud biodiversiteit’, ‘onzichtbaarheid zonneveld’ en ‘landschappelijke inpassing’. Recreatiegebieden en zonnevelden gaan volgens deze mensen niet samen. Recreatiegebieden zijn schaars en moeten behouden blijven. Er zijn ook mensen die recreatiegebied wel geschikt vinden. Bij hen is de voorwaarde ‘meekoppelkansen belangrijk’ het de meest genoemde voorwaarde. Een aantal noemt dan ook
37
dat een zonneveld in een recreatiegebied gecombineerd moet worden met de het gebruik van het gebied. Een verschil is dat respondenten tegen zonnevelden in recreatiegebied hoofdzakelijk uit Gouda (27), Zuidplas (20) en Krimpenerwaard (18) komen. Mensen die voor zonnevelden in recreatiegebied zijn komen hoofdzakelijk uit Krimpenerwaard (10) en Gouda (8). Hierbij moet worden opgemerkt dat er in Waddinxveen niet naar gebieden is gevraagd.
Inwoneravonden In alle gemeenten zijn de meningen verdeeld over een recreatiegebied. Deelnemers aan de inwoneravonden zowel risico’s als kansen. De genoemde zorgen en risico’s gaan vaak over horizonvervuiling, verpesten van de “recreatieve vreugde”, natuur en routes om te wandelen en fietsen. De ruimte in de regio is schaars, mensen hebben recreatieruimte nodig. Voorstanders van het gebruiken van recreatiegebieden voor zonnevelden noemen vaak de mogelijkheid tot zonnepanelen boven parkeerterreinen en op daken van gebouwen bij recreatie. Gespreksleiders legden dan uit dat zonnevelden op land worden bedoeld. Toch is het voor veel mensen een reden om positief te zijn over zonnevelden in recreatiegebieden. Ook worden zonnepanelen op water genoemd en de combinatie van “diverse recreatie (red. horeca, rustpunten, kanoverhuurpand, theetuin etc.) en energie opwek (met zonnevelden)”.
Stakeholdergesprekken •
Boeren zien als enige wel mogelijkheden in recreatiegebieden. Voor de andere stakeholdergroepen zijn deze niet geschikt: te veel nadelen voor biodiversiteit, erfgoed en ruimte.
3.2.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • • •
“Recreatiegebieden en bedrijven terreinen lijkt mij logisch ook gezien de al aanwezige infrastructuur en direct kunnen gebruiken van de opgewekte stroom.” “parkeren onder zonnepanelen” “combinatie van diverse recreatie (red. horeca, rustpunten, kanoverhuurpand, theetuin etc.) en energie opwek (met zonnevelden) goed zou kunnen werken.”
3.2.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • •
“Ik vind het absoluut onaanvaardbaar om in een druk bevolkt gebied met heel weinig recreatiegebieden ook nog zonnepaneelweiden aan te leggen.” “Recreatiegebied moet behouden blijven want daar hebben we al weinig van of daar past het niet in het landschap.” “Niet in natuur en recreatiegebied. Want ze moeten wel passen bij het landschap.” “Recreatiegebied mag ook niet, want de omgeving moet mooi blijven.” “Recreatiegebied, Natuurgebied en Erfgoed niet Want deze gebieden moet je met rust laten. Je moet je toch niet voorstellen dat zo’n brand [de brand die recent woede in Zevenhuizen] hier plaats vindt.”
38
3.3 3. Hoe een zonneveld past bij het landschap of zichtbaar is Voor alle informatie over de opvattingen over voorwaarden voor zonnevelden figuur 5, figuur 7 en figuur 18. Naar zichtbaarheid en inpassing in het landschap als voorwaarden voor het ontwikkelen van zonnevelden is gevraagd in de online vragenlijst, op straat, tijdens inwoneravonden en stakeholdergesprekken.
3.3.1 Onderwerp en dilemma Respondenten zijn verdeeld over deze twee voorwaarden voor het plaatsen van een zonneveld: dat het zonneveld moet passen bij het landschap of dat het zelfs helemaal onzichtbaar is. Deze voorwaarden worden ook vaak genoemd bij andere onderwerpen. De gevolgen voor de afspraken tussen gemeenten hierover kunnen groot zijn. Het kan veel geld kosten om een zonneveld onzichtbaar te maken en het te laten passen bij het landschap. Het kan ook zijn dat bepaalde gebieden afvallen als zonnevelden moeten voldoen aan deze voorwaarden. De ene respondent vindt het prima om een zonneveld te zien. Maar ook deze respondenten willen het liefst struiken of bomen rond het zonneveld. Zonnevelden passen volgens velen het beste bij gebieden met industrie of bedrijventerreinen. Anderen vinden een zonneveld zo lelijk of verstorend dat ze het helemaal niet willen zien in het landschap. Dit kan bijvoorbeeld door een verhoogde wal rond het zonneveld te maken. Zij zeggen ook vaak dat het helemaal niet mogelijk is om een zonneveld te laten passen bij het landschap. Opvallend is dat respondenten onder de 35 jaar vaker zeggen dat ze het niet erg te vinden om een zonneveld te zien. Ook de stakeholders die wij spraken, zijn verdeeld over inpassing en zichtbaarheid. Aanwezige ontwikkelaars willen graag helpen om het zonneveld te laten passen bij het landschap.
Natuurorganisaties en energiecoöperaties die wij spraken, willen dat zonnevelden niet zichtbaar zijn. De aanwezige boeren vinden dat de kosten voor een zonneveld niet te hoog moeten worden.
3.3.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst • •
•
• • •
‘Het zonneveld past bij het landschap’ en ‘het zonneveld is niet zichtbaar’ zijn gemiddeld de tweede en derde belangrijkste voorwaarde bij zonnevelden, zie figuur 7. Het zonneveld past bij het landschap is voor 36,6% van de respondenten een van de twee belangrijkste voorwaarden bij projecten voor zonnevelden. 13,9% vindt het een van de twee minst belangrijke voorwaarden. Het zonneveld is niet zichtbaar is voor 34,4% een van de twee belangrijkste voorwaarden, tegenover 34,2% van de respondenten, voor wie die het een van de twee minst belangrijke voorwaarden is. Er zijn geen grote verschillen tussen gemeentes. Ook binnen leeftijdsgroepen is verdeeldheid. Het enige opvallende verschil is dat de groep die jonger is dan 35 jaar de zichtbaarheid van een zonneveld minder erg vindt. ‘Dat het opwekken van energie het landschap niet verstoort’ wordt gemiddeld gezien als minder belangrijk als voorwaarde aan het opwekken en gebruiken van energie, dan betaalbaarheid, gezondheid van mensen en het duurzaam opwekken.
Straatgesprekken • •
Ook tijdens de straatgesprekken het zonneveld past bij het landschap en het zonneveld is niet zichtbaar de tweede en derde belangrijkste voorwaarde bij zonnevelden. Er zijn verwaarloosbare verschillen tussen gemeentes of leeftijdsgroepen.
39
Inwoneravonden •
•
Ook tijdens inwoneravonden is er verdeeldheid onder deelnemers. De een stelt dat het zonneveld niet zichtbaar mag zijn, of meer dan een kilometer afstand van inwoners moet blijven. Deze mensen vinden zonnevelden “lelijk” , het “uitzicht” of “open landschap” verstoren. Anderen zeggen juist dat het zonneveld (deels) zichtbaar mag zijn, door het bijvoorbeeld af te wisselen met “groenstroken, maar hoeft niet verstopt te worden”. Verschillende deelnemers betwijfelen of het wel mogelijk is om het zonneveld niet zichtbaar te laten zijn of te laten passen bij het landschap: “Een zonneveld past nooit bij een landschap”.
Stakeholdergesprekken • • • •
Boeren vragen zich af of zonnevelden bij het landschap kunnen passen. En vinden onzichtbaarheid ‘prima’ als het past binnen de business case. Energiecoöperaties zeggen te willen gaan voor kwaliteit in plaats van winst, volgens hen een andere instelling dan commerciële ontwikkelaars. Natuurorganisaties willen zonnevelden zoveel als mogelijk onzichtbaar. Ze stellen daarnaast dat extra natuurontwikkeling belangrijker is dan het behoud van het landschap. Ontwikkelaars stellen dat inpassing belangrijk is voor gemeenten en omwonenden en willen hun ‘steentje bijdragen als ontwikkelaar’. Ze zien kansen voor inpassing bij gebieden met bedrijventerreinen.
3.3.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen •
Het inpassen in het landschap kan volgens deelnemers vooral in gebieden met infrastructuur en gebieden met bedrijventerreinen. Deze gebieden zijn elders beschreven.
3.3.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • • • •
“Vooral belangrijk dat het zonneveld zoveel mogelijk onzichtbaar is en niet het landschap verstoort.” “dit soort zonneweiden vind ik verspilling van het landschap.” “Geen enkel gebied is geschikt! Stoppen met die onzin. Enorm belastend voor het milieu en geen bijdrage aan klimaatverandering. Daarnaast zwaar landschap ontsierend.” “Ik wil helemaal geen zonnevelden, omdat ik het lelijk vind en ze het landschap verstoren.” “Grond is in nl schaars. Verspil de open ruimte niet aan zonnevelden maar leg die op daken” “Zonnepark weides graag verdekt opstellen” “Zonnevelden zijn verschrikkelijk voor de natuur en voor het zicht. Liever langs de snelweg, op bedrijventerreinen en op daken en muren van bedrijven en hoge gebouwen”
40
3.4 Rol van windenergie Alternatieven
180
Reservezoekgebieden voor windmolens wel een alternatief
100
Vervangen windmolens langs A12 wel een alternatief
24
Reservezoekgebieden voor windmolens geen alternatief
23
Kernenergie wel een alternatief
11
Waterstof wel een alternatief
7
Waterkracht wel een alternatief
6
Energiezuiniger leven wel een alternatief
5
Vervangen windmolens langs A12 geen alternatief
4
Figuur 19 Opmerkingen over alternatieven voor de huidige zoekgebieden voor zonnevelden tijdens straatgesprekken De gemeenten hebben afgesproken meer duurzame energie op te wekken met zonne-energie. Windmolens komen pas in beeld als met zonne-energie niet voldoende opgewekt kan worden. De gesprekken met inwoners en stakeholders gingen daarom vooral over het opwekken van zonne-energie. Daarnaast wilden de gemeenten ook dat we inwoners en stakeholders vroegen naar hun mening over windenergie. Dat hebben we via de vragenlijst (zie figuur 9) en tijdens de straatgesprekken (zie figuur 19) en inwoneravonden gedaan door te vragen naar alternatieven, als de huidige zoekgebieden voor zonne-energie onvoldoende duurzame energie kunnen opwekken. In de vragenlijst konden mensen meerdere antwoorden aanvinken. Dat betekent dat iedere antwoordoptie in figuur 9 apart bekeken moet worden. In theorie vragen we iedereen per antwoordoptie: is deze geschikt? Ja, vink de antwoordoptie aan of nee, laat het vakje leeg. Bijvoorbeeld: van alle respondenten vindt 58,1% het vergroten van de huidige windmolens een goed idee. Met in het achterhoofd dat respondenten óók de andere antwoordopties overwegen. Op iedere pagina werd ook de open vraag gesteld: ‘wilt u uw antwoorden op deze pagina toelichten?’ De antwoorden op deze vragen zijn ook bekeken.
Als deze een ander beeld dan de vragenlijst opleverden is dat meegewogen in de analyse van het onderwerp.
3.4.1 Onderwerp en dilemma Windenergie is (nog steeds) een gevoelig onderwerp waar veel mensen een sterke mening over hebben. Ter illustratie: in de antwoorden bij open vragen is het woord ‘wind’ 433 genoemd. In de vragenlijst is ongeveer een derde van alle respondenten voor windmolens als met zonneenergie niet voldoende duurzame energie kan worden opgewekt. Deze optie krijgt meer steun dan de optie om meer zonnevelden in landbouwgebied te plaatsen. Van de respondenten onder de 35 jaar is ongeveer de helft voor windmolens als alternatief. Daarnaast is bijna twee derde van de respondenten van de vragenlijst voor het vervangen van de huidige windmolens bij de A12 voor windmolens die meer energie kunnen opwekken. Tegenstanders van windmolens spreken zich duidelijk uit, vooral in de open antwoorden van de vragenlijst. Zij vinden windmolens ongewenst vanwege de geluidsoverlast en horizonvervuiling
41
en waarschuwen voor gevaren voor de gezondheid van mensen en dieren. Ook zeggen ze dat de productie van windmolens vervuilend is en onderdelen niet te recyclen zijn. Tijdens de straatgesprekken spraken we meer voorstanders van windmolens als alternatieve manier om duurzame energie op te wekken, dan tegenstanders van windmolens. Tijdens inwoneravonden zijn meer kansen en wensen over windenergie uitgesproken dan risico’s en zorgen. De meeste stakeholders die wij spraken, onder boeren, energiecoöperaties, natuurorganisaties en ontwikkelaars, zijn voorstander van meer duurzame energie opwekken met windmolens, grote en kleine bij boerenerven. Volgens deze respondenten nemen windmolens minder ruimte in en leveren ze meer energie op. Ook zeggen zij dat wind- en zonne-energie elkaar aanvullen in het opwekken van duurzame energie. Volgens hen zorgt de combinatie voor een goede balans op het elektriciteitsnet en lagere kosten. We spraken zowel inwoners als stakeholders die stellen dat met zonnevelden alleen de opgave niet zal worden gehaald. Een voorwaarde die respondenten vaak noemen: plaats windmolens bij infrastructuur, daar is het landschap al verstoord. Soms wordt dit ook als uiterste optie genoemd door respondenten die tegen windmolens zijn. Daarnaast vinden velen dat ze geen schade aan de gezondheid van mens en dier mogen veroorzaken.
3.4.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •
•
•
• •
•
• •
Figuur 9 laat zien de twee opties voor windenergie het vaakst worden gezien als alternatief voor de huidige zoekgebieden voor zonne-energie. 58,1% van de respondenten heeft de optie ‘vergroten van de huidige windmolens langs de A12’ aangevinkt en 37,3% van de respondenten is voor ‘windmolens plaatsen in reservezoekgebieden’. Meer mensen kiezen voor ‘reservezoekgebieden voor windenergie’ dan voor het ‘uitbreiden van zoekgebieden voor zonnevelden in landbouwgebied’ (32,8%). Alleen respondenten uit Gouda kiezen vaker voor het uitbreiden naar landbouwgebied. Respondenten uit Waddinxveen zijn het meest positief over windenergie als blijkt dat de huidige zoekgebieden voor zonne-energie onvoldoende opbrengen. 61% is voor ‘vergroten van huidige windmolens’ en 46,4% voor ‘gebruiken reservezoekgebieden voor windenergie’. En dat terwijl reservezoekgebieden voor windmolens en de huidige windmolens in gemeente Waddinxveen liggen. De huidige windmolens staan vlakbij de grens met gemeente Zuidplas, daar is ook 52,6% van de respondenten voorstander van het vergroten van deze windmolens. De minste bijval voor windenergie onder respondenten is uit de gemeente BodegravenReeuwijk: respectievelijk 50,4% voor het vergroten van de huidige windmolens en 24,8% voor het inzetten van de reservezoekgebieden.
Respondenten jonger dan 34 jaar kiezen vaker voor de optie voor het benutten van reservezoekgebieden voor windenergie als alternatief. 50,5% van de mensen onder de 35, tegenover 38,3% van de respondenten tussen de 35 en 55 en 41,8% van de respondenten ouder dan 55. Er zijn geen grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen bij de optie van het vervangen van de huidige windmolens bij de A12. In de antwoorden op de open vragen wordt ‘wind’, -molen(s), -turbine(s), windenergie en andere varianten 433 keer genoemd, soms ook bij andere vragen dan die over alternatieven. Het zijn vooral ideeën, wensen en zorgen van uitgesproken voor- en tegenstanders, in grote lijnen over: windmolens op zee, kleine windmolens op boerenerven, de balans op het elektriciteitsnet, aantasting van het landschap of uitzicht en overlast voor mensen en dieren.
42
Straatgesprekken •
• •
•
•
Tijdens de straatgesprekken zijn alternatieve vormen voor het opwekken van duurzame energie 180 keer onderwerp van gesprek geweest, door middel van een sticker bij een van de antwoordopties op de posters óf in het lopende gesprek. De meeste positieve opmerkingen zijn gemaakt over windmolens in het algemeen: 100. Daarnaast vonden 23 respondenten windmolens geen geschikt alternatief. Over het vergroten van de windmolens langs de A12 is alleen in Waddinxveen iets gezegd. De meerderheid (24 van de 28) geeft aan hier geen probleem mee te hebben. Daartegenover staan 23 negatieve opmerkingen over windmolens in het algemeen en 4 over het vervangen van de windmolens bij de A12. Ter vergelijking: kernenergie is 11 keer genoemd en energiezuiniger leven 5 keer. Van de 8 mensen jonger dan 18 jaar hebben 5 van de 8 aangegeven windmolens geschikt te vinden. De overige 3 hebben het niet over wind gehad. De andere leeftijdsgroepen laten geen opvallende resultaten zien. In elke gemeente hebben ongeveer 20 mensen aangegeven windmolens geschikt te vinden. In Bodegraven-Reeuwijk waren het er maar 10.
Inwoneravonden •
•
•
•
In Gouda zijn de meningen verdeeld over windmolens plaatsen in ‘reservezoekgebieden’. Enkelen zijn tegen, anderen juist positief: ‘Omgeving van snelweg is toch verloren gebied, daar wil niemand wonen’ en ‘Kans in verband met netcongestie’. ‘Veel capaciteit, makkelijk aan te sluiten, weinig ruimte en weinig overlast voor inwoners’. Ook zijn de meningen verdeeld over de bestaande winmolens bij de A12 vervangen voor grotere windmolens. De een zegt: ‘Nee’ en een ander vraagt zich af ‘Geeft dit overlast?’. Maar anderen geven ook aan: ‘Ja, gelijk doen. Groter is efficiënter’, ‘Geeft meer stroom. Zee is meer geschikt, maar ook al redelijk vol’ en ‘Hier zitten alleen bedrijven in de buurt, weinig omwonenden’. In Krimpenerwaard zien mensen bij andere mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie zien vooral kansen bij het uitbreiden in landbouwgebied en de windmolens bij de A12 vervangen voor grotere. ‘Zorgt voor minder koeien die CO2 uitstoten. Kan nieuw verdienmodel zijn voor boeren. Wel met inspraak bewoners. Moet hun uitzicht en leefbaarheid niet in de weg zitten’. Er mogen wat betreft sommige respondenten zelfs meer windmolens bij de A12 komen. ‘Ook bij industrieterreinen, zodat de inwoners er zo min mogelijk last van hebben’. ‘Geconcentreerd bouwen’ en ‘Acceptabel, omdat er al een landschap is met windmolens. Men is er dus al aan gewend’.
In Waddinxveen zien respondenten vooral ‘windmolens plaatsen in reservezoekgebieden voor windenergie’ als alternatief voor het opwekken van duurzame energie. ‘Goed idee, langs de A12’, ‘Zo inpassen met zo min mogelijk overlast voor inwoners. Liefst langs A12 en industrie’ en ‘Ja, goed idee. Lijn A12 uitbreiden of in polder achteraf bij richting Zoetermeer’ zijn enkele opmerkingen. Ook wordt gezegd: ‘Kansen voor kleine windmolens onder 15 meter hoogte’ en ‘Ja, beter één windmolen dan allerlei zonnevelden. Heeft ook minder kostbare ondergrond nodig’. Het is volgens een aantal ‘gewoon nodig’ en ‘ZSM’. ‘Kans: concurrentiepositie bedrijfsleven. Het gesprek hierover aangaan. Dan wordt pas duidelijk dat het kan en er meer draagvlak voor is’. In Zuidplas zien aanwezigen vooral kansen bij het plaatsen van windmolens in ‘reservezoekgebieden’ voor windenergie. Specifieke locaties die worden genoemd zijn: ‘Bij Van der Valk, naast de A20’, ‘Windmolens in Willem Alexander roeibaan’, ‘Bijvoorbeeld Huis ten Bosch of Eikenhorst’ en ‘Nog veel meer erbij. Ook langs de A20 (Hooge Veenen). Ook staan mensen positief tegenover de windmolens die nu bij de A12 staan te vervangen voor grotere. Een enkeling zegt: ‘Meer molens in plaats van hoger’.
43
Stakeholdergesprekken •
•
•
•
Over het algemeen staan de aanwezige boeren positief ten opzichte van het “gebruik van wind” en het vervangen van de huidige windmolens bij de A12 voor grotere. Windmolens kosten in het buitengebied minder grond en er zit een beter verdienmodel op. “Kijk eerst naar windenergie: het levert meer capaciteit op en vergt veel minder ruimte. En de landbouw heeft ruimte nodig, er is nu al een tekort.” Energiecoöperaties zijn ook voor “meer wind”, want anders gaan we het “niet redden dus moet verkend worden”, met name langs infrastructuur. Het zorgt voor een “betere balans op het net” en “flexibiliteit in de energiemix”. Er is in de politiek ruimte nodig voor voortschrijdend inzicht. Ze zien wel een probleem voor het vergroten van de windmolens bij de A12: “Aanvliegroute voor Zestienhoven dus kan niet”. Natuurorganisaties adviseren “heroverweeg windmolens”, “middelgroot en groot”. Combineer zonne- en windenergie.
Hou rekening met de “vliegroutes van vogels die landelijk zijn bepaald maar ook met de lokale bewegingen van dieren.” Bovendien: “Verhoog de hoogte voor kleine windmolens op boerenerf zodat dat rendabeler is: zestien meter windmolens van vijfentwintig meter vanwege de hogere capaciteit die dat met zich meebrengt.” “Bestaande windmolens moeten groter kunnen, ze staan er toch.” Ontwikkelaars zien een kans in windenergie, “gezien de verdeeldheid met betrekking tot opwek van duurzame energie” en “voor cable pooling (zon en wind op 1 aansluiting) en meer energieproductie met minder ruimte”. Het vergroten van de windmolens bij de A12 is ook een goed idee want “De kabels liggen er al!” en “omgeving is al gewend aan windmolens”.
3.4.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • • • • • • • •
“Windmolens zijn prima als ze bijvoorbeeld in de middenberm van de A12 geplaatst worden. Ergens anders niet.” “De toepassing van windenergie moet van meet af aan worden meegenomen omdat alleen met zonne-energie de (toekomstige) elektriciteitsbehoefte nooit gedekt gaat worden.” “Combinatie leidt tot veel lagere kosten en een stabieler energiesysteem (zon en wind vullen elkaar vaak mooi aan)” “Windmolens zijn veel minder ingrijpend in het landschap dan zonnevelden. Ze nemen veel minder ruimte in en leveren veel meer energie op.” “na de afschrijving kunnen de turbines zonder blijvende schade eventueel weer verwijderd” “zolang er maar geen gehoorschade optreedt bij de mensen die in de buurt van de windmolen wonen.” “Kleine windmolens in landelijk gebied, op boerenerven, bedrijventerreinen, bij kassen, op gebouwen” “Langs of tussen A12, A20 of N11 en langs waterwegen”
3.4.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • • • •
“Ziet liever meer zonnevelden dan windturbines, omdat dat minder effect heeft op het aangezicht van de omgeving.” “Windmolens niet, die zijn lelijk en maken een irritant geluid. Ver op zee zouden deze wel kunnen.” “Geen windmolens deze zijn inefficiënt als ik de onderzoeken moet geloven. Kosten voor plaatsen zijn veel te hoog voor de energie opbrengst.” “windmolens zijn schadelijk voor vogels en maken veel herrie” “Geen hogere windmolens. Eerst opties die geen overlast en horizonvervuiling veroorzaken. En die het landschap verstoren.” “Windmolens kunnen na afschrijving niet hergebruikt worden. Zijn enorm vervuilend” “Zonnepanelen, en windmolens zijn de grootste vervuilers in productie en het afvoeren van beide, dus waarom praten over het milieu, de natuur, terwijl beide opties de grootste vervuilers zijn”
44
3.5 Zonnepanelen op daken van monumenten en beschermde stadsen dorpsgezichten
30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 1 = Zeer mee oneens
2 = Oneens
Totaal %
Gouda %
3 = Neutraal
4 = Eens
Krimpenerwaard %
Zuidplas %
5 = Zee mee eens
Figuur 8 Zon op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten met resultaten van de vraag uit de vragenlijst ‘Bent u het eens met de volgende stelling over zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten? Zonnepanelen op monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten mogen niet zichtbaar zijn vanaf de straat.’ Voor alle informatie over de opvattingen over zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten bekijk figuur 8 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18. Inwoners van gemeenten Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas zijn konden in de vragenlijst reageren op bovengenoemde stelling met een vijfpuntsscore van zeer oneens (1) tot zeer mee eens (5). Daarnaast zijn inwoners van Gouda op straat ook gevraagd naar dit thema.
3.5.1 Onderwerp en dilemma Respondenten van de vragenlijst uit Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas zijn verdeeld over de zichtbaarheid vanaf de straat van zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. In Gouda waren meer mensen positief in de vragenlijst het aanpassen van het beleid, zodat zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten wel zichtbaar mogen zijn vanaf de straat.