CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Verslag participatietraject Zon op Veld A23.001848

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wensen en bedenkingen programma Zon op Veld20.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas

29 augustus 2023

1

Inhoud Inleiding ............................................................................................................3 Leeswijzer ........................................................................................................ 6 1 - Algemene inzichten over respondenten ...........................................................7 1.1 Leeftijd van respondenten ............................................................................................... 7 1.2 Woonsituatie van respondenten ...................................................................................... 7 1.3 Woongemeente van respondenten ................................................................................. 8 1.4 Opvattingen over duurzame energie .............................................................................. 8 1.5 Vergelijking met de gesprekken in 2021 over duurzame energie .................................... 12 1.6 Opmerkingen die niet meegenomen worden in de afspraken over het opwekken van zonne-energie .....................................................................................................................14

2 - Onderwerpen waar een overgrote meerderheid van de respondenten hetzelfde over denkt ....................................................................................................... 15 2.1 Bedrijventerreinen zijn geschikt voor zonnevelden. ....................................................... 15 2.2 Gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebruik de ruimte voor meer dan alleen een zonneveld. .....................................................19 2.3 Natuur- en weidevogelgebieden zijn ongeschikt voor zonnevelden. Behoud van biodiversiteit is belangrijke voorwaarde voor zonnevelden. ................................................ 21 2.4 Gebieden met erfgoed zijn ongeschikt voor zonnevelden. .............................................24 2.5 Het is belangrijk dat inwoners op verschillende manieren kunnen meedenken en meedoen aan projecten voor duurzame energie. ................................................................26 2.6 Zet zo veel mogelijk in op zonnepanelen langs infrastructuur, op grote daken en parkeerterreinen. ................................................................................................................ 31

3 – Onderwerpen waar respondenten verdeeld over zijn....................................... 34 3.1 Het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden .................................................. 34 3.2 Het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden ................................................... 37 3.3 Het belang van zichtbaarheid en inpassing in landschap als voorwaarde voor zonnevelden ....................................................................................................................... 39 3.4 Rol van windenergie ......................................................................................................41

4 – Ideeën over specifieke locaties ...................................................................... 47 5 – Risico’s en maatregelen ten aanzien van (brand)veiligheid van zonnevelden en grote daken met zonnepanelen .........................................................................49

2

Inleiding Welk type gebied is geschikt voor zonnevelden? Bijvoorbeeld een landbouwgebied, natuurgebied of een gebied met bedrijventerreinen? En als er zo’n zonneveld komt, wat is dan belangrijk? Moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met planten en dieren of moeten mensen uit de omgeving meepraten over het zonneveld? Deze en andere vragen zijn gesteld aan inwoners, bedrijven en andere organisaties van gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Samen vormen zij de Regionale Energiestrategie (RES) MiddenHolland. Van april tot en met juni 2023 dachten mensen mee via een online vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. De uitkomsten gebruiken de gemeenten om afspraken te maken over het opwekken van zonne-energie op land. Dit document is het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken met inwoners, bedrijven en betrokken organisaties over het opwekken van duurzame energie’ (vanaf nu kortweg ‘Verslag van de gesprekken’). Het hoofddocument heeft twee bijlagen: bijlage 1 ‘Samenvatting’ en bijlage 2 ‘Tabellen en grafieken’ met de belangrijkste cijfers van het verslag. We noemen bedrijven en andere organisaties ook wel ‘stakeholders’. De gesprekken met hen heten daarom stakeholdergesprekken.

‘Respondenten’ zijn alle inwoners en stakeholders die meedachten via de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. We zien de online vragenlijst ook als een van de ‘gesprekken’ van gemeenten met inwoners en stakeholders, net als de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten, onder leiding van bureau EMMA. De gemeenten dachten mee over de opzet van het onderzoek en spraken met mensen op straat en tijdens inwoneravonden. Gemeenten hebben geen invloed gehad op de analyse van de resultaten.

Waarom gingen de gemeenten met inwoners en stakeholders in gesprek over het opwekken van zonne-energie? De gemeenten spraken in 2021 af meer duurzame energie op te wekken. Het doel van de gemeenten is om zoveel duurzame energie op te wekken met zonnepanelen op daken en zonnepanelen langs snelwegen, N-wegen en spoorlijnen. Maar zonnepanelen op deze plekken kunnen niet genoeg duurzame energie opwekken. Daarom komen er ook zonnepanelen op het land, dat noemen we zonnevelden. In het najaar van 2023 spreken de gemeenten af waar en hoe deze zonnevelden in hun gemeenten het beste kunnen komen. De gebieden waar zonnevelden kunnen komen, noemen we ‘zoekgebieden’. Deze liggen bijvoorbeeld in landbouwgebied of gebieden die in de toekomst veranderen door bijvoorbeeld de bouw van woningen of bedrijventerreinen. De zonnevelden gaan effect hebben op de leefomgeving van mensen. Daarom vroegen gemeenten in het voorjaar van 2023 aan hun inwoners, bedrijven en andere organisaties wat zij van zonnevelden vinden.

3

Windmolens worden op dit moment niet gebruikt om meer duurzame energie mee op te wekken. Gemeenten hebben ‘reservezoekgebieden’ voor windmolens aangewezen. Als met zonne-energie niet voldoende duurzame energie kan worden opgewekt, komen windmolens in beeld.

Wat was het doel van de gesprekken? Het belangrijkste doel van de gesprekken was een beeld te krijgen van wat inwoners, bedrijven en andere organisaties in de gemeenten vinden van zonnevelden: in wat voor soort gebieden kunnen die het beste komen? En als er zonnevelden komen, wat zijn dan belangrijke voorwaarden? Dus wilden we zo veel mogelijk verschillende opvattingen, wensen, zorgen en ideeën verzamelen over dit onderwerp, bij zo veel mogelijk verschillende mensen. Daarom voerden we de gesprekken op verschillende manieren, locaties en tijden. Door deze diverse opzet kunnen we een goed beeld schetsen van de meningen die leven onder de inwoners van de gemeenten. Ook kunnen we de verschillen en overeenkomsten laten zien tussen de antwoorden van respondenten uit drie leeftijdsgroepen en de vijf gemeenten.

Wat gebeurt er met de resultaten van de gesprekken? Alle resultaten zijn in de zomer van 2023 aan de gemeenten overhandigd en gelezen. De gemeenten gebruiken deze resultaten bij het maken van afspraken over het opwekken van zonne-energie. De gemeenten leggen in een apart document uit hoe zij de resultaten wel of niet gebruiken. De afspraken over het opwekken van zonne-energie op het land komen te staan in het programma ‘Zon op veld’, dat in het najaar van 2023 te lezen is op de websites van de gemeenten en andere organisaties. In dit programma staan de regels waaraan iedereen zich moet houden die zonnepanelen op daken of zonnevelden op land wil plaatsen in een van de vijf gemeenten. Vanaf 2024 kunnen bijvoorbeeld bedrijven of energiecoöperaties voorstellen doen voor het starten van een project om zonne-energie op te wekken.

Waar gingen de gesprekken over? De gemeenten wilden de mening van inwoners over een aantal onderwerpen. Het eerst onderwerp is welk type gebied geschikt is voor het plaatsen van zonnevelden, bijvoorbeeld een landbouwgebied, natuurgebied of een gebied met bedrijventerreinen. Daarna vroegen we naar voorwaarden voor het plaatsen van zonnevelden. Moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met planten en dieren of moeten mensen uit de omgeving meepraten over het zonneveld? De gebieden waar zonnevelden kunnen komen, noemen we ‘zoekgebieden’. Deze liggen bijvoorbeeld in landbouwgebied of gebieden die in de toekomst veranderen door bijvoorbeeld de bouw van woningen of bedrijventerreinen. We vroegen respondenten naar hun zorgen en wensen als er zonnevelden zouden komen op die specifieke locaties. Ook zijn respondenten gevraagd naar wat zij vinden van het opwekken en gebruiken van duurzame energie in het algemeen. En naar op welke manier zij willen meedenken en meedoen aan projecten voor duurzame energie. In de gemeenten Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas zijn inwoners ook gevraagd wat zij vinden van zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Respondenten spraken ook over andere onderwerpen dan zonnevelden. Het ging dan vooral over andere vormen van duurzame energie, andere manieren om duurzame energie op te wekken en te gebruiken.

Daarnaast zijn ook opmerkingen gemaakt over de vragen uit de online vragenlijst en het nut van de gesprekken met inwoners over dit onderwerp in het algemeen. Ook deze

4

wensen, zorgen en ideeën zijn gelezen door medewerkers van de gemeenten en worden waar mogelijk meegenomen.

Hoe hebben gemeenten met inwoners en stakeholders gesproken? We zien de online vragenlijst ook als een van de ‘gesprekken’ van gemeenten met inwoners en stakeholders, net als de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. De vragenlijst was de eerste stap in het participatietraject. Het doel van de vragenlijst was om van een groot aantal inwoners een beeld te krijgen wat zij vinden van zonnevelden. Respondenten konden reageren op meerkeuzevragen, beoordelingsvragen (een stelling beoordelen met een score van 1 tot en met 5) en rangschikkingsvragen (het rangschikken van bepaalde antwoorden). Per thema konden mensen ook hun antwoorden toelichten in reactie op een open vraag. Deze vragenlijst is ingevuld door 1.848 mensen. We keken in de resultaten van alle respondenten, en naar de verschillen tussen de antwoorden van respondenten uit verschillende leeftijdsgroepen en gemeenten. We hebben drie leeftijdsgroepen in de analyse: jonger dan 34 jaar, tussen de 35 en 55 jaar, en ouder dan 55. Omdat maar zo weinig mensen aangeven in een huurhuis te wonen, is die groep te klein om de resultaten ook uit te splitsen naar koop- en huurwoning. De tweede stap waren de straatgesprekken. In elke gemeente van de RES-regio Midden-Holland hebben we op twee verschillende locaties op straat gesprekken gevoerd met willekeurige voorbijgangers.

In totaal spraken we op straat met 394 mensen. Dat waren veel verschillende mensen, ook die normaal gesproken niet snel hun mening geven over duurzame energie of in gesprek gaan met de gemeente. Zij konden kort en snel antwoord geven op één vraag of als ze dat wilden meer vragen beantwoorden. Tijdens de langere gesprekken was ruimte om de overwegingen en motivatie achter keuzes en antwoorden van inwoners te ontdekken. Het derde onderdeel van de participatie waren de inwoneravonden. In iedere gemeente organiseerden we één inwoneravond en in gemeente Bodegraven-Reeuwijk twee. Deze waren op locaties die goed bereikbaar, algemeen bekend en toegankelijk zijn. In totaal kwamen 84 inwoners naar de inwoneravonden. We bespraken de verschillende onderwerpen aan aparte tafels verspreid over de ruimte, door middel van vragen op grote posters waar mensen met behulp van post-its of stickers konden reageren. Bij de tafels stonden gespreksbegeleiders voor uitleg. Tot slot organiseerden we twee stakeholdergesprekken. Stakeholders noemen we in dit verslag bedrijven en andere organisaties die een belang hebben bij het onderwerp. Het eerste gesprek was met GGD Hollands Midden en Veiligheidsregio Hollands Midden over de risico’s en mogelijke maatregelen bij het ontwikkelen van zonne-energie. Het tweede gesprek was met boeren, natuurorganisaties, energiecoöperaties en ontwikkelaars.

Wat is de relatie met de gesprekken uit 2021 over het opwekken van duurzame energie? De gesprekken van 2023 zijn een vervolg op die uit 2021. De resultaten daarvan zijn te vinden op de website van RES Midden-Holland. In 2021 is met inwoners, bedrijven, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers gesproken over de verschillende manieren om in Midden-Holland duurzame energie op te wekken. Mede op basis van deze gesprekken hebben de gemeenten afgesproken om meer duurzame energie op te wekken met zonne-energie. De volgende stap, het gesprek over waar en hoe deze zonne-energie opgewekt kan worden, was dus in het voorjaar van 2023 en wordt in dit document beschreven.

5

Leeswijzer Bijlage 1: Samenvatting In de samenvatting staan de belangrijkste resultaten van de gesprekken. Bijlage 2: Tabellen en grafieken In dit document staan de belangrijkste cijfers in verschillende tabellen en grafieken, beide ‘figuren’ genoemd. De nummering uit dit document is overgenomen in dit hoofddocument.

Hoofdstuk 1 – Algemene inzichten over respondenten In hoofdstuk 1 staat alles over de respondenten: leeftijd, woongemeente, woonsituatie en opvattingen over duurzame energie. Ook maken we de vergelijking met de resultaten van de participatie in 2021. We laten ook zien welke opmerkingen zijn gemaakt over andere onderwerpen dan waar het gesprek over ging.

Hoofdstuk 2 – Onderwerpen waar een overgrote meerderheid van de respondenten hetzelfde over denkt In hoofdstuk 2 beschrijven we onderwerpen waar een overgrote meerderheid van de respondenten hetzelfde over denkt. We onderbouwen dit met cijfers en argumenten van inwoners en stakeholders uit de verschillende participatieonderdelen. 1. 2.

Gebieden met bedrijventerreinen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebruik de ruimte voor meer dan alleen een zonneveld. 3. Natuur- en weidevogelgebieden zijn niet geschikt voor zonnevelden. Beschermen van planten en dieren is een belangrijke voorwaarde voor zonnevelden. 4. Gebieden met erfgoed zijn ongeschikt voor zonnevelden. 5. Inwoners moeten op verschillende manieren kunnen meedoen aan projecten voor duurzame energie. 6. Zo veel mogelijk zonnepanelen langs infrastructuur, op grote daken en parkeerterreinen

Hoofdstuk 3 – Onderwerpen waar respondenten verdeeld over zijn In hoofdstuk 3 delen we onderwerpen waarover verdeeldheid bestaat onder de respondenten. We laten deze verdeeldheid zien met cijfers en argumenten van inwoners en stakeholders uit de verschillende participatieonderdelen. 1. 2. 3. 4. 5.

Het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden Het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden Hoe een zonneveld past bij het landschap of zichtbaar is De rol van windenergie Zonnepanelen op daken van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten

Hoofdstuk 4 - Ideeën voor specifieke locaties Tijdens de inwoneravonden zijn mensen gevraagd naar hun reactie op de verschillende zoekgebieden in hun eigen gemeente. De ideeën van respondenten over specifieke locaties in hun gemeenten staan in hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5 - Risico’s en maatregelen ten aanzien van (brand)veiligheid van zonnevelden en grote daken met zonnepanelen In hoofdstuk 5 delen we de belangrijkste uitkomsten van het gesprek met GGD Hollands Midden en Veiligheidsregio Hollands Midden over risico’s en maatregelen ten aanzien van (brand)veiligheid van zonnevelden en grote daken met zonnepanelen.

6

1 - Algemene inzichten over respondenten De vragenlijst is ingevuld door 1.848 mensen. Op straat hebben we 394 mensen gesproken en tijdens inwoneravonden 83. Tijdens twee stakeholdergesprekken en achteraf spraken we +-20 organisaties. We keken in de resultaten van alle respondenten, en naar de verschillen tussen de antwoorden van respondenten uit verschillende leeftijdsgroepen en gemeenten. We hebben drie leeftijdsgroepen in de analyse: jonger dan 34 jaar, tussen de 35 en 55 jaar, en ouder dan 55. Omdat maar zo weinig mensen aangeven in een huurhuis te wonen, is die groep te klein om de resultaten ook uit te splitsen naar koop- en huurwoning. Omdat maar zo weinig inwoners die in een huurhuis wonen deze vragenlijst hebben ingevuld, is die groep helaas te klein om de resultaten ook uit te splitsen naar koop- en huurwoning. Voor alle informatie over de kenmerken van de respondenten bekijk figuur 1 tot en met 5 en 14 tot en met 20.

1.1 Leeftijd van respondenten In de vragenlijst konden respondenten zelf hun leeftijdscategorie aangeven. Tijdens de straatgesprekken hebben we het gevraagd of zelf ingeschat. Leeftijdscategorie

Aandeel bevolking regio

Jonger dan 18

17,2%

Aandeel respondenten vragenlijst 0,2%

Aandeel respondenten straatgesprekken 2,4%

18 – 24

11,6%

1,5%

6,1%

25 – 44

24,7%

30,9%

37,2%

45 – 64

26,4%

42,0%

31,8%

Ouder dan 65

20,1%

25,4%

22,5%

Figuur 20 Leeftijden van respondenten gebaseerd op de resultaten van een vraag naar leeftijd in de vragenlijst en inschatting of vraag van onderzoekers op straat

Het aandeel jonge mensen in de vragenlijst is relatief klein. Met dit aantal respondenten heeft deze leeftijdscategorie ongeveer een betrouwbaarheid van 85%. Dat betekent dat als we hetzelfde onderzoek bij deze leeftijdscategorie nog 100 keer zouden uitvoeren, levert het 85 keer dezelfde resultaten op. Dus het is mogelijk om betrouwbare uitspraken te doen over die leeftijdscategorie als geheel. Bij het analyseren van de vragenlijst zijn de antwoorden niet gewogen naar omvang van de leeftijdscategorieën. Bij het lezen van de resultaten is het goed om deze verhoudingen in het achterhoofd te houden.

1.2 Woonsituatie van respondenten In de vragenlijst hebben we gevraagd naar de woonsituatie van respondenten: koop- of huurwoning, type woning (bijvoorbeeld rijtjeswoning of boerderij) en gezinssituatie. De meeste deelnemers aan de vragenlijst wonen met een gezin met (36,1%; 667) of zonder kinderen (36,0%; 666). 12,3% (228) van de respondenten woont alleen. De overgrote meerderheid van de respondenten woont in een koopwoning (74,7% = 1381 respondenten). Verder woont 6,6% (122) van de respondenten in een sociale huurwoning en 2,7% (50) in een huurwoning in de vrije sector. Dit is niet representatief ten opzichte van de werkelijkheid. Ter illustratie: gemiddeld in Nederland was in 2020 6 op de 10 woningen een koopwoning en ruim 4 op de 10 woningen een huurwoning (CBS, 2020).

7

Woningsoort vs. koop- of huurwoning

Rijtjeswoning

Boerderij

Appartement

Twee-ondereen-kap

Vrijstaand

Koopwoning

56,9%

2,0%

6,7%

17,1%

17,2%

Vrije sector huurwoning

44,0%

2,0%

48,0%

4,0%

2,0%

Sociale huurwoning

59,8%

0,8%

37,7%

1,6%

0,0%

Anders, namelijk...

37,5%

25,0%

12,5%

0,0%

25,0%

Figuur 15 Woningsoort vs. koop- of huurwoning gebaseerd op de resultaten op de vragen ‘In wat voor soort woning woont u’? en ‘Woont u in een huur- of koopwoning?’.

In figuur 15 hieronder worden de antwoorden van koop- of huurwoning afgezet tegen het type woning. Door de scheve verhoudingen kunnen we in onze resultaten geen uitspraken doen over groepen onderverdeeld naar woonsituatie.

1.3 Woongemeente van respondenten Iedere gemeente had een eigen vragenlijst, dus inwoners vulden de vragenlijst in van hun woongemeente. De straatgesprekken voerden we afzonderlijk in iedere gemeente. Gemeente

Aandeel bevolking regio 14,5%

Aandeel respondenten vragenlijst 14,1%

Aandeel respondenten straatgesprekken 24,5%

Gouda

30,2%

24,3%

24,3%

Krimpenerwaard

23,1%

14,2%

19,0%

Waddinxveen

13,1%

21,9%

16,0%

Zuidplas

18,9%

25,3%

16,0%

Bodegraven-Reeuwijk

Figuur 21 Woongemeente respondenten gebaseerd op het aantal keer dat de vragenlijst per gemeente is ingevuld en het aantal gesprekken dat we op straat per gemeente met inwoners voerden.

Naar verhouding (ten opzichte van inwonersaantallen) is de vragenlijst relatief vaak ingevuld door inwoners uit Waddinxveen en Zuidplas. Op straat is de spreiding evenwichtiger. Het verschil tussen het aandeel van de gemeenten in de regio en dat in respondenten is zo klein dat het verwaarloosbaar is.

1.4 Opvattingen over duurzame energie Voor alle informatie over de opvattingen over duurzame energie van respondenten bekijk figuur 1, figuur 2, figuur 3, figuur 4 en figuur 5. In de vragenlijst zijn twee vragen over het belang van duurzame energie opgenomen. Bij de eerste vraag konden zij reageren op een vier stellingen, die gingen over het opwekken duurzame energie, duurzaam leven, de rol van de Nederlandse overheid en het belang van duurzame energie de afgelopen twee jaar. Daarna konden respondenten zes stellingen rangschikken van meest belangrijk tot minst belangrijk, die gingen over de betaalbaarheid, in eigen regio opwekken, de gezondheid van mensen, het duurzaam opwekken en de impact op het landschap. Vervolgens hadden respondenten ook de gelegenheid om te reageren op de open vraag: ‘

1.4.2 Sentiment Gemiddeld is men positief over het belang van het opwekken van meer duurzame energie en duurzaam leven. Ook vinden inwoners van de gemeenten gemiddeld dat de overheid meer moet doen om duurzame energie op te wekken. Tot slot is de gemiddelde inwoner van de regio neutraal tot eens met de stelling dat het belang van duurzame energie duidelijker is geworden de afgelopen twee jaar.

8

Het bovenstaande gegeven onderbouwt ons eigen inzicht dat meer mensen tijdens straatgesprekken en inwoneravonden het nut en de noodzaak van duurzame energie zien. Wij spraken in dit project in 2023 weinig mensen die het totale onzin vinden of sceptisch zijn over klimaatverandering. Dat is een verschil met de uitkomsten van de gesprekken die in 2021 met inwoners zijn gevoerd.

1.4.3 Cijfers en inzichten van resultaten op de vraag ‘Wat vindt u van de volgende stellingen [over duurzame energie]?’ Per stelling is een figuur opgenomen met een weergave van de reacties. Afhankelijk van de resultaten is gekozen voor een figuur met de resultaten uitgesplitst naar leeftijdsgroep of naar gemeente.

Ik vind het belangrijk dat we meer duurzame energie gaan opwekken 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0%

0,0% 1 = Zeer mee oneens

2 = Oneens Onder 35

3 = Neutraal Tussen 35 en 54

4 = Eens

5 = Zee mee eens

Ouder dan 55

Figuur 1 Stelling 1 over duurzame energie uitgesplitst naar leeftijdsgroepen met reacties op de stelling uit de vragenlijst ‘Ik vind het belangrijk dat we meer duurzame energie gaan opwekken’. • • • •

De gemiddelde score is 4,38: gemiddeld is men het eens tot zeer eens met deze stelling. Er is een kleine standaardafwijking van 0,88, dus de respondenten geven grotendeels vergelijkbare antwoorden. Kleine verschillen tussen gemeentes: in elke gemeente scoort ‘zeer mee eens’ het hoogst. Het overgrote deel vindt het dus belangrijk om duurzame energie op te wekken. Kleine verschillen tussen leeftijdsgroepen: opvallend is dat de leeftijdsgroep ‘onder de 35’ gemiddeld lager scoort dan de groep ‘35 – 55’ en de groep ‘55+’ het hoogste scoort.

9

Ik doe mijn best om duurzaam te leven 60,0% 50,0% 40,0%

30,0% 20,0% 10,0% 0,0% 1 = Zeer mee oneens

2 = Oneens Onder 34

3 = Neutraal Tussen 35 en 54

4 = Eens

5 = Zee mee eens

Ouder dan 55

Figuur 2 Stelling 2 over duurzame energie uitgesplitst naar leeftijdsgroepen met reacties op de stelling uit de vragenlijst ‘Ik doe mijn best om duurzaam te leven’ • • • •

De gemiddelde score is 4,11, gemiddeld zijn mensen het dus meer dan eens met de stelling. De standaardafwijking is 0,78 en ligt dus onder de 1. Dat is een kleine standaardafwijking, dus de respondenten geven grotendeels vergelijkbare antwoorden. Er zijn geen grote verschillen tussen gemeentes: de meeste respondenten zijn het ‘eens’ met deze stelling. Ook geen grote verschillen tussen leeftijdscategorieën te zien: iets meer mensen van 55+ zijn het ‘zeer eens’ met deze stelling dan respondenten onder de 55 jaar. Gemiddeld gezien scoort de groep ‘35 – 55’ het laagst op deze stelling.

Ik vind dat de Nederlandse overheid meer moet doen om duurzame energie op te wekken. 60,0% 50,0% 40,0%

30,0% 20,0% 10,0% 0,0% 1 = Zeer mee oneens Totaal

2 = Oneens

Bodegraven-Reeuwijk

3 = Neutraal Gouda

Krimpenerwaard

4 = Eens

5 = Zee mee eens

Waddinxveen

Zuidplas

Figuur 3 Stelling 3 over duurzame energie uitgesplitst naar gemeenten met reacties op de stelling uit de vragenlijst ‘Ik vind dat de Nederlandse overheid meer moet doen om duurzame energie op te wekken’ • • •

•

De gemiddelde score is 4,03 en ligt dus rond het antwoord ‘eens’. De standaardafwijking is 1,03, er is dus meer verdeeldheid tussen respondenten dan bij de eerste twee stellingen. Gouda scoort relatief hoog op deze stelling. Daartegenover staat dat respondenten uit de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het gemiddeld gezien een stuk minder vaak ‘zeer eens’ met deze stelling zijn. Daarnaast hebben zij vaker dan respondenten uit de andere gemeentes ingevuld dat zij het ‘zeer oneens’, ‘oneens’ of ‘neutraal’ zijn met of over deze stelling. Er zijn geen grote verschillen tussen de verschillende leeftijdsgroepen bij deze stelling.

10

De afgelopen twee jaar zijn de voordelen van duurzame energie duidelijker geworden 45,0% 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0%

5,0% 0,0% 1 = Zeer mee oneens Totaal

2 = Oneens

Bodegraven-Reeuwijk

3 = Neutraal Gouda

Krimpenerwaard

4 = Eens

5 = Zee mee eens

Waddinxveen

Zuidplas

Figuur 4 Stelling 4 over duurzame energie uitgesplitst naar gemeenten met reacties op de stelling uit de vragenlijst ‘De afgelopen twee jaar zijn de voordelen van duurzame energie duidelijker geworden’ • • •

•

De gemiddelde score is 3,75 en ligt dus tussen de antwoorden ‘neutraal’ en ‘eens’. De standaardafwijking is 1,13, over deze stelling zijn respondenten het dus het minst met elkaar eens. De meeste respondenten zijn het ‘eens’ met deze stelling. Respondenten uit de gemeentes Gouda en Krimpenerwaard zijn het vaakst ‘zeer eens’ met deze stelling. Respondenten uit de gemeente Bodegraven-Reeuwijk zijn het minst vaak ‘zeer eens’ met deze stelling. Er zijn geen grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen bij deze stelling. Respondenten ouder dan 55 jaar scoren gemiddeld iets hoger (iets vaker ‘eens’ en ’zeer meer eens’) dan respondenten tussen de 35 en 55 en onder de 35.

1.4.4 Cijfers en inzichten van resultaten op de vraag ‘Wat vindt u belangrijk bij het opwekken en gebruiken van energie?’ Totaal respondenten 1 2 3 4 5 6 Gem. Rank. Dat energie altijd 692 351 341 213 151 100 betaalbaar is. (37,4%) (19,0%) (18,5%) (11,5%) (8,2%) (5,4%) 2,50 1 Dat we energie in onze 189 210 373 485 519 eigen regio opwekken 72 (3,9%) (10,2%) (11,4%) (20,2%) (26,2%) (28,1%) 4,39 5 Dat het opwekken van energie geen schade veroorzaakt aan de 445 565 413 226 147 gezondheid van mensen (24,1%) (30,6%) (22,3%) (12,2%) (8,0%) 52 (2,8%) 2,58 2 Dat we energie 362 311 340 404 281 150 duurzaam opwekken (19,6%) (16,8%) (18,4%) (21,9%) (15,2%) (8,1%) 3,21 3 Dat het opwekken van energie het landschap 179 282 343 354 365 325 niet verstoort (9,7%) (15,3%) (18,6%) (19,2%) (19,8%) (17,6%) 3,77 4 Dat ik zelf de energie 150 201 278 419 702 opwek die ik gebruik 98 (5,3%) (8,1%) (10,9%) (15,0%) (22,7%) (38,0%) 4,56 6 Figuur 5 Belangrijk bij duurzame energie met de resultaten van de vraag: ‘Wat vindt u belangrijk bij het opwekken en gebruiken van energie? Zet de volgende stellingen in volgorde van meest belangrijk naar minst belangrijk.’

11

•

•

•

• •

Figuur 5 laat zien dat de verschillen in gemiddelde scores klein zijn. Dat betekent dat mensen veel verschillende scores hebben gegeven en dus veel verschillende opvattingen over deze stellingen hebben. Dit is bijvoorbeeld goed te zien bij de resultaten van de stelling: ‘Dat we energie duurzaam opwekken.’ Deze is door de meeste mensen op plek 4 gerangschikt, maar daarna heeft de grootste groep respondenten deze op 1 gezet (meest belangrijk). Over het algemeen scoren de stellingen ‘Dat energie altijd betaalbaar is’ (54,7% van de respondenten plaatst het op 1 of 2) en ‘Dat het opwekken van energie geen schade veroorzaakt aan de gezondheid van mensen’ (56,4% plaatst het op 1 of 2) gemiddeld het hoogst. De thema’s ‘Dat ik zelf de energie opwek die ik gebruik’ (60,7% van de respondenten plaatst het op 5 of 6) en ‘Dat we energie in onze eigen regio opwekken’ (54,3 plaatst het op 5 of 6) worden over het algemeen gezien als minst belangrijk. De resultaten van deze rangschikkingsvraag zijn niet uitgesplitst naar de verschillende gemeentes omdat de verschillen erg klein en dus verwaarloosbaar zijn. Het enige opvallende verschil tussen leeftijdsgroepen heeft betrekking op de stelling ‘Dat het opwekken van energie geen schade veroorzaakt aan de gezondheid van mensen’.

Dit vinden respondenten ouder dan 55 jaar minder belangrijk dan de jongere groepen (gemiddelde score van 4,00, tegenover een gemiddelde score van 3,58 onder 35 – 55-jarigen en 3,41 onder 35-jarigen).

1.4.5 Inzichten uit antwoorden op open vraag Na het beantwoorden van bovengenoemde vragen, konden respondenten reageren op de open vraag: ‘Mist u iets? Of wilt u uw antwoorden op deze pagina uitleggen?’. Hieronder een overzicht van vaak genoemde antwoorden die te maken hebben met het thema van de vraag uit de vragenlijst. • • • • • • • • • • • • • •

Alle voorwaarden zijn belangrijk, kiezen is niet mogelijk of onwenselijk. Niet iedereen kan zelf duurzame energie opwekken. Zelf energie opwekken levert nu te weinig op en zou meer moeten opleveren. Laat het opwekken van energie over aan de markt. Meer sturing en steun van de overheid voor opwekken en opslaan van energie, via lagere belastingen of subsidies of publieke energievoorzieningen. In aanvulling op de genoemde voorwaarden vinden mensen ook belangrijk: Veiligheid van zonnepanelen en windmolens Versneld afbouwen van het gebruik van niet duurzaam opgewekte energie Het versterken van de energie-infrastructuur en voorkomen van overbelasting elektriciteitsnet onafhankelijk blijven of onafhankelijker worden van andere landen en multinationals betrouwbaarheid, leveringszekerheid en stabiliteit van de energievoorziening ondersteuning bij verduurzaming voor lagere inkomens en huurders energiebesparing, isolatie van woningen gezondheid van mensen en dieren participatie bij duurzame energieprojecten

1.5 Vergelijking met de gesprekken in 2021 over duurzame energie De gesprekken van 2023 zijn een vervolg op die uit 2021. In 2021 is met inwoners, bedrijven, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers gesproken over de verschillende manieren om in Midden-Holland duurzame energie op te wekken. De resultaten van deze gesprekken zijn onder andere beschreven in de documenten ‘Uitkomsten vragenlijst testbeelden’ en ‘Uitkomsten eerste vragenlijst’. Mede op basis van deze gesprekken hebben de gemeenten in RES 1.0 van RES Midden-Holland afgesproken om meer duurzame

12

energie op te wekken met zonne-energie. Al deze documenten en informatie is te lezen op de website van RES Midden-Holland. De volgende stap is dus in het voorjaar van 2023 gezet: het gesprek over waar en hoe deze zonne-energie opgewekt kan worden. Hieronder worden resultaten van de gesprekken tussen gemeenten en samenleving uit 2021 vergeleken met de resultaten de gesprekken van afgelopen voorjaar.

Zonnevelden in gebieden met bedrijventerreinen Veel deelnemers van de participatie in 2021 hebben aangegeven dat ze liever de bedrijventerreinen en wegen benutten voor het opwekken van duurzame energie, in plaats van landbouw, natuur en recreatiegebieden. In 2023 krijgen gebieden met bedrijventerreinen als type gebied de steun van een overgrote meerderheid.

Zonnevelden in transitiegebieden In 2021 was ongeveer de helft van de respondenten het eens met het plaatsen van tijdelijke zonnevelden op plekken die in de toekomst een nieuwe invulling krijgen als bedrijventerrein of woningen. In 2023 krijgt dit type gebied steun van een overgrote meerderheid.

Zonnevelden in natuur- en recreatiegebieden in 2021 is gevraagd naar het ontwikkelen van zonnevelden met het ontwikkelen van nieuwe natuur of recreatie. In 2023 is gevraagd naar het plaatsen van zonnevelden in natuurgebieden. Deze vraagstelling is te verschillend om een vergelijking te kunnen maken. In 2021 is in de antwoorden op de open vragen wel zorgen geuit over ‘Verlies of aantasten van waardevolle open, landbouw, natuur en recreatiegebieden.’ Dit sentiment komt ook in 2023 vaak terug in de gesprekken.

Zonnevelden in landbouwgebied Zowel in 2021 als in 2023 zijn onder de gesprekspartners van de gemeenten de meningen verdeeld over het plaatsen van zonnevelden op landbouwgrond. Het gaat in beide participatietrajecten over het gebruik van de schaarse ruimte.

Zonnevelden langs infrastructuur in 2021 vonden de meeste respondenten (75%) van de enquête zonnevelden langs wegen en bij afritten, knooppunten en op geluidsschermen een goed idee. Dit is in 2023 ook vaak genoemd als optie naast grote daken en bedrijventerreinen.

Zonnepanelen op daken Veel inwoners hebben in 2023 aangegeven de optie voor zonnepanelen op grote daken te missen. Ook in 2021 was dit het geval: tijdens de kansentafels is deze bouwsteen ook veelvuldig benoemd, met name in relatie tot bedrijfsdaken. In 2021 en 2023 worden zorgen geuit over het ‘gebruiken van grond terwijl daken nog niet optimaal worden benut.’

Zonnepanelen op waterbassins Veruit het grootste deel van de respondenten (84% mee eens tot helemaal mee eens) heeft een voorkeur voor zon op waterbassins bij kassen in de RES1.0. Deze optie is in 2023 slechts een aantal keer door inwoners genoemd als alternatief.

De kwaliteit van het landschap Het behoud van de kwaliteit van het landschap wordt in 2021 het vaakst gekozen als onderwerp bij het zoeken van geschikte locaties voor windturbines en zonnevelden. In 2023 is er meer verdeeldheid over dit onderwerp, met de aantekening dat het in dit gesprek vooral over zonnevelden gaat. De zichtbaarheid en het inpassen van zonnevelden in het landschap kan niet op steun van een meerderheid rekenen.

De rol van windenergie In 2023 is gevraagd naar windenergie als alternatief als de huidige zoekgebieden voor zonnevelden te weinig duurzame energie opwekken om de doelen te halen. De optie van het

13

gebruiken van reservezoekgebieden voor windmolens krijgt aanzienlijke steun, van ongeveer een derde tot de helft van de respondenten. In 2021 is ongeveer de helft van de respondenten lijkt het slim om zonnevelden en windturbines bij elkaar te plaatsen, omdat de combinatie efficiënter is.

1.6 Opmerkingen die niet meegenomen worden in de afspraken over het opwekken van zonne-energie Naast deze onderwerpen zijn ook opmerkingen gemaakt over andere onderwerpen dan waar het gesprek over ging. Deze opmerkingen gaan vooral over andere vormen van en ideeën over het opwekken en gebruiken van duurzame energie en over de online vragenlijst. Daarnaast zijn ook opmerkingen gemaakt over de vragenlijst en gesprekken met inwoners in het algemeen. Deze wensen, zorgen en ideeën worden gelezen door medewerkers van de gemeenten en meegenomen bij het maken van beleid dat over deze onderwerpen gaat.

1.6.1 Over het opwekken en gebruiken van duurzame energie Er zijn verschillende opmerkingen gemaakt over andere manieren om energie op te wekken gebruiken, gebruiken of opslaan. Met name kernenergie en waterstof en opslag van energie in het algemeen worden vaak genoemd. Ook komen kleine windmolens of windwokkels, waterkracht, aardwarmte, restwarmte, biogas, getijdenenergie, WKO en mestvergisting voorbij. Mensen noemen ook de mogelijkheid van windmolens op zee of van het opwekken van duurzame energie buiten RES-regio of buiten Nederland. Tegenstanders van windmolens en zonnepanelen schrijven dat ze niet duurzaam of recyclebaar zijn. Het risico op een vol stroomnet wordt ook genoemd als argument tegen windmolens en zonnepanelen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we meer energie duurzaam gaan opwekken. Tot 2030 kan dat vooral met zonnepanelen en windmolens. Windenergie opwekken gebeurt voor het grootste deel op zee. Dat is niet genoeg om ons doel te halen. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken, dat ook op land zonne- en windenergie opgewekt wordt. In 2021 hebben de gemeenten van RES Midden-Holland afgesproken zich vooral te richten op zonne-energie. Deze opmerkingen over andere manieren voor het opwekken en gebruiken van duurzame energie kunnen dus niet meegenomen bij het maken van afspraken hierover.

1.6.2 Over de vragenlijst en participatie in het algemeen De vragenlijst heeft bij verschillende mensen vragen opgeroepen. Volgens hen waren vragen suggestief, omdat men niet tegen zonnevelden kon zijn. Ook op straat en tijdens inwoneravonden waren er mensen die zeggen dat alles al besloten is of de gemeente niet luistert naar wat zij te zeggen hebben of er niks mee zal doen. Daarnaast vinden mensen vraagstellingen en woordkeuzes vaag, zoals ‘het landschap verstoren’, ‘een gebied waar we in de toekomst woningen bouwen’ of wat ‘duurzame energie’ precies is. Volgens anderen konden alleen gewenste antwoorden gegeven worden. Het opwekken van zonne-energie is het centrale onderwerp van de gesprekken tussen gemeenten en inwoners, dus ook van de vragenlijst. In 2021 hebben de gemeenten, ook na gesprekken met de samenleving, gekozen om duurzame energie met zonnepanelen op te wekken. Mensen hebben in de vragenlijst en tijdens gesprekken op straat en tijdens inwoneravonden de ruimte gehad om zich tegen zonnevelden uit te spreken. Dit verslag, en alle achterliggende documenten met daarin alle opmerkingen van respondenten, worden aan de gemeenten overhandigd en gelezen. De gemeenten zullen uitleggen op welke manier zij de aanbevelingen gebruiken bij het maken van beleid over het opwekken van zonne-energie. Ook als zij aanbevelingen niet overnemen wordt uitgelegd waarom dat zo is.

De onderzoekers van bureau EMMA en de gemeenten bekijken de kritiek op de vragenlijst en de andere gesprekken nauwkeurig en gebruiken de ideeën voor het volgende onderzoek.

14

2 - Onderwerpen waarover een grote meerderheid van de respondenten hetzelfde denkt Er zijn zes onderwerpen waarover een overgrote meerderheid van de respondenten hetzelfde denkt. En er zijn vijf onderwerpen waarover de meningen van respondenten verdeeld zijn. We laten dit zien met de resultaten van de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Gebieden met bedrijventerreinen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebruik de ruimte voor meer dan alleen een zonneveld. Natuur- en weidevogelgebieden zijn niet geschikt voor zonnevelden. Beschermen van planten en dieren is een belangrijke voorwaarde voor zonnevelden. Gebieden met erfgoed zijn ongeschikt voor zonnevelden. Inwoners moeten op verschillende manieren kunnen meedoen aan projecten voor duurzame energie. Zo veel mogelijk zonnepanelen langs infrastructuur, op grote daken en parkeerterreinen

2.1 Gebieden met bedrijventerreinen zijn geschikt voor zonnevelden. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18. Hieronder zijn ze eenmalig in dit document toegevoegd. Over gebieden met bedrijventerreinen is gevraagd in de online vragenlijst, op straat, tijdens inwoneravonden en stakeholdergesprekken. Totaal

1

2

3

4

5

6 Gem. Rank.

Een natuurgebied of weidevogelgebied 74 (4,0%) 65 (3,5%) 121 (6,5%) 202 (10,9%) 354 (19,2%) 925 (50,1%) Een recreatiegebied 42 (2,4%) 202 (10,9%) 500 (27,1%) 590 (31,9%) 335 (18,1%) 72 (3,9%) Een landbouwgebied 153 (8,3%) 329 (17,8%) 471 (25,5%) 364 (19,7%) 279 (15,1%) 145 (7,8%) Een gebied waar in de toekomst woningen worden gebouwd 158 (8,5%) 827 (44,8%) 363 (19,6%) 202 (10,9) 129 (7,0%) 62 (3,4%) Een gebied met een 1308 bedrijventerrein (70,8%) 267 (14,4%) 60 (3,2%) 34 (1,8%) 54 (2,9%) 18 (1,0%) Een gebied met erfgoed 6 (0,3%) 51 (2,8%) 226 (12,2%) 349 (18,9%) 590 (31,9%) 519 (28,1%) Figuur 6 Gebieden voor zonnevelden met de resultaten van de vraag: ‘Welk soort gebieden vindt u geschikt voor het plaatsen van zonnevelden? Zet de volgende stellingen in volgorde van meest geschikt naar minst geschikt.

15

4,99 3,68 3,41

6 4 3

2,71

2

1,46

1

4,74

5

Totaal Het zonneveld past bij het landschap

1

262 (14,2%)

2

395 (21,4%)

3

446 (24,1%)

4

328 (17,7%)

5

189 (10,2%)

6 Gem. Rank.

68 (3,7%)

Het zonneveld is niet zichtbaar 337 (18,2%) 265 (14,2%) 223 (12,1%) 231 (12,5%) 281 (15,2%) 351 (19,0%) Er wordt rekening gehouden met planten en dieren bij het plaatsen van het zonneveld 706 (38,2%) 376 (20,3%) 300 (16,2%) 171 (9,3%) 92 (5,0%) 43 (2,3%) Mensen in de buurt denken mee bij het ontstaan van het zonneveld 147 (8,0%) 268 (14,5%) 299 (16,2%) 498 (26,9%) 294 (21,3%) 82 (4,4%) Mensen in de buurt investeren in het zonneveld 36 (1,9%) 84 (4,5%) 131 (7,1%) 171 (9,3%) 467 (25,3%) 799 (43,2%) Het land wordt gebruikt voor meer dan het zonneveld, bijvoorbeeld voor landbouw 200 (10,8%) 300 (16,2%) 289 (15,6%) 289 (15,6%) 265 (14,3%) 345 (18,7%) Figuur 7 Voorwaarden voor zonnevelden met de resultaten van de vraag: ‘Wat vindt u belangrijk bij projecten voor zonnevelden? Zet de volgende stellingen in volgorde van meest belangrijk naar minst belangrijk.’

2,99

2

3,54

3

2,23

1

3,57

4

4,98

6

3,68

5

Gebieden

917

Voorwaarden

533

Gebieden met bedrijventerrein wel geschikt

197

Behoud biodiversiteit belangrijk

112

Natuur- en weidevogelgebied niet geschikt

180

Landschappelijke inpassing belangrijk

69

Transitiegebieden wel geschikt

108

Onzichtbaarheid zonneveld belangrijk

66

Landbouwgebieden niet geschikt

106

Zichtbaarheid zonneveld onbelangrijk

51

Zonnepanelen op daken plaatsen

92

Meekoppelkansen belangrijk

49

(Zonnepanelen alleen op daken)

(22)

Inspraak burger belangrijk

45

Recreatiegebieden niet geschikt

75

Mede-eigenaarschap belangrijk

37

Landbouwgebied niet geschikt

33

Langs infrastructuur belangrijk

21

Gebieden met erfgoed wel geschikt

32

Rekening houden met boer belangrijk

17

Gebieden met erfgoed niet geschikt

27

Mede-eigenaarschap onbelangrijk

16

Recreatiegebieden wel geschikt

26

Inspraak burger onbelangrijk

15

Geen voorkeur voor type gebied

16

Uit de buurt van woningen belangrijk

13

Nergens zonnevelden

14

Veiligheid belangrijk

10

Transitiegebieden niet geschikt

11

Iedereen kan meedoen belangrijk

6

Nationaal beheer belangrijk

4

Behoud faciliteiten belangrijk

2

Figuur 17 Opmerkingen over type gebieden tijdens straatgesprekken

Figuur 18 Opmerkingen over voorwaarden voor het plaatsen van zonnevelden tijdens straatgesprekken

16

2.1.1 Sentiment Het overgrote deel van de respondenten vindt gebieden met bedrijventerreinen geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Er worden nauwelijks zorgen of risico’s bij zonnevelden in deze gebieden genoemd. Stakeholders twijfelen of de beschikbare ruimte op de grond tussen en naast bedrijven groot genoeg is voor een zonneveld. Respondenten die zonnevelden in gebieden met bedrijventerreinen een goed idee vinden, willen vaak dat een zonneveld zo min mogelijk zichtbaar is en dat het past in het landschap. Een argument dat zij noemen, is dat minder mensen last hebben van deze zonnevelden en er dus ook minder weerstand tegen de zonnevelden zal zijn. Een ander argument voor zonnevelden in gebieden met bedrijventerreinen is de korte afstand van het opwekken van de energie tot de gebruiker van de energie. Veel respondenten vinden ook dat zonnepanelen op de daken van bedrijven en industrie moeten komen, of op parkeerterreinen bij bedrijventerreinen en industrie.

2.1.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst • ‘Een gebied met een bedrijventerrein’ wordt door meer dan 85% op de twee bovenste (1 en • • •

•

2, meest geschikt) gezet. In alle gemeenten wordt het gebied met bedrijventerrein gemiddeld op plek 1 gerangschikt als meest geschikte gebied voor zonnevelden. Het gebied met bedrijventerrein wordt door elke leeftijdsgroep gemiddeld op plek 1 gerangschikt als meest geschikte gebied voor zonnevelden. Het wordt dan ook met afstand als meest geschikte gebied, uit de door de respondenten van de vragenlijst gezien, met een gemiddelde score van 1,46 (gevolgd door ‘een gebied waar we in de toekomst woningen bouwen’ met een gemiddelde score van 2,71). Slechts 3,9% kenmerkt het als een van de twee meest ongeschikte plaatsen.

Straatgesprekken •

• •

Iets meer dan de helft van de gesproken mensen heeft aangegeven een bedrijventerrein een geschikte locatie te vinden voor een zonneveld. Van alle mensen die spraken over bedrijventerreinen is een fractie tegen dit gebied als optie voor zonnevelden. Door alle leeftijdscategorieën worden bedrijventerreinen het meest genoemd als geschikt. In Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas worden bedrijventerreinen het meest genoemd als geschikt.

Inwoneravonden • •

Voor zonnepanelen in een gebied met bedrijventerreinen noteren deelnemers bijna alleen argumenten voor en kansen, en nauwelijks argumenten tegen en zorgen. Deze gaan bijvoorbeeld over de korte afstand tussen het opwekken en gebruiken van de energie, het delen van energie tussen bedrijven, zonnepanelen op buitenwanden van bedrijfspanden en het meenemen van zonnevelden bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen.

Stakeholdergesprekken •

Stakeholders verschillen van mening beschikbare ruimte tussen en naast bedrijven op de grond voldoende is voor een sluitende business case

2.1.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen •

Bij bedrijventerreinen is weinig tot geen natuur dat verstoord zou worden door het zonneveld.

17

• • • • • • • •

Kansen voor boeren en bedrijven om de stroom die bij hen wordt opgewekt direct te kunnen gebruiken in het bedrijf. “Een bedrijventerrein is toch al een allegaartje, een zonneveld kan er prima bij.” “Prima als daar [bedrijventerrein en transitiegebied] zonnevelden komen, want daar komt toch al beton.” “De eigenaren van bedrijven zien hier vast kansen en voordeel in. Daarnaast maakt het dat weinig omwonenden kunnen protesteren, waardoor het sneller gerealiseerd kan worden.” “past goed bij industriegebouwen” “zonnevelden op parkeerterreinen” van bedrijventerreinen “Leg zonnepanelen op daken van bedrijventerreinen” Bedrijventerrein voor “koppeling zon-wind & transitielocatie”

2.1.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen •

Stakeholders verschillen van mening of de beschikbare ruimte tussen en naast bedrijven op de grond voldoende is voor een sluitende business case.

18

2.2 Gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebruik de ruimte voor meer dan alleen een zonneveld. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18. Transitiegebied is een verzamelterm die door gemeenten wordt gebruikt voor gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen. In de vragenlijst is gekozen om de vraag te richten op gebieden waar woningen worden gebouwd. Op straat en tijdens inwoneravonden is uitgelegd dat het ook kan gaan om veranderingen van bijvoorbeeld landbouwgebieden of bedrijventerreinen.

2.2.1 Sentiment Bepaalde gebieden in de gemeenten krijgen in de toekomst een andere functie. Bijvoorbeeld gebieden waar woningen of bedrijventerreinen worden gebouwd. Of landbouwgebieden die voor iets anders gebruikt gaan worden. Het overgrote deel van respondenten vindt deze gebieden geschikt voor zonnevelden. Voorstanders geven het argument dat zonnevelden bij de bouw van woningen en bedrijventerreinen dan meteen dicht bij de gebruikers liggen. Zij zien dit als efficiënt en minder belastend voor het elektriciteitsnet. Ten tweede horen we vaak het argument dat de ruimte in Nederland schaars is. Respondenten zeggen daarom: gebruik (tijdelijk) ongebruikte grond op een nuttige manier en plaats er zonnevelden als het kan. Bijvoorbeeld op landbouwgrond dat (tijdelijk) niet meer gebruikt kan worden voor landbouw. Ook vinden veel respondenten het belangrijk om zonnevelden te combineren met andere doelen, zoals de opslag van energie of waterberging. Ook stakeholders vinden het belangrijk dat ruimte op meerdere manieren gebruikt wordt. Zij zeggen ook dat het mogelijk is om zonnevelden te combineren met het herstellen van natuur onder of in de buurt van zonnevelden. Respondenten noemen ook risico’s voor zonnevelden in gebieden die een andere functie krijgen.

Bijvoorbeeld dat zonnevelden niet meer weggehaald worden en de ruimte blijven innemen van de oorspronkelijke plannen in dat gebied. Ook vragen respondenten zich af hoe lang het zonneveld er moet liggen voor de kosten zijn terugverdiend. Respondenten willen liever een permanente dan een tijdelijke oplossing zien.

2.2.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •

•

‘Een gebied waar in de toekomst woningen worden gebouwd’ is, op enige afstand op de bedrijventerreinen, scoort gemiddeld van alle respondenten als tweede meest geschikte gebied voor zonnevelden. Slechts een op de tien respondenten ziet als een van de twee minst geschikte gebieden en meer dan de helft als een van de twee meest geschikte gebieden. Respondenten uit alle gemeenten en alle leeftijdsgroepen plaatsen gemiddeld ‘een gebied waar we in de toekomst woningen bouwen’ als tweede meest geschikte gebied voor zonnevelden.

Straatgesprekken •

Gebieden die in de toekomst gaan veranderen bijvoorbeeld door de bouw van woningen, worden 108 keer aangewezen als geschikt voor zonnevelden, na gebieden met bedrijventerreinen (197 keer).

19

•

Transitiegebieden kregen nauwelijks weerstand. Slechts 11 keer plakten mensen een rode sticker bij het type gebied.

Inwoneravonden • •

Vaak als een van de twee meest geschikte gebieden aangewezen Er worden risico’s en kansen genoemd bij het gebruiken van gebieden die in verandering zijn door woningbouw of andere zaken.

Stakeholdergesprekken •

• • • •

Sluit aan bij andere ontwikkelingen in het gebied, bij de bouw van woningen en bedrijventerreinen, landbouwopgaven, energieopslag, natuur- biodiversiteitsherstel en wateropgaven. Energiecoöperaties en ontwikkelaars zijn voorstander. “Zonnevelden meenemen bij ontwikkeling nieuwe woonwijken.” “Transitiegebieden geschikt” “Doen! Let wel een minimale looptijd van 20 (beter = 25) jaar is benodigd voor een haalbare business case”

•

De natuurorganisaties vinden deze gebieden niet geschikt, of alleen onder zorgvuldige inpassing.

•

Boeren reageren niet inhoudelijk op deze optie.

2.2.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • • • • • • • •

“Prima als daar [bedrijventerrein en gebied waar woningen worden gebouwd] zonnevelden komen, want daar komt toch al beton.” “Een gebied met toekomstige ontwikkelingen (bedrijvigheid, woningbouw) kan geschikt zijn als de planning voldoende tijd biedt. Een exploitatieperiode 10-15 jaar is noodzakelijk” “Duurt het nog jaren voordat de bouw begint is het een goede bestemming” “Kunnen zonneweides niet sowieso tijdelijk toegepast worden? Bovenstaande idee van woningbouw lijkt me prima” “Handig als het verplaatsbaar is, zodat ze ergens anders heen kunnen als de bouw begint” ”Zolang het op nieuwe verkende oppervlakten is, zijn zonnepanelen prima.” ”niet in groene stroken en tussen en rondom de woonwijken” “Mensen moeten geen overlast ervaren”

2.2.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • •

• •

“Risico dat de zonnepanelen dan toch blijven en huizen ergens ander gebouwd moeten worden” “vertragend voor nieuwbouwvergunningen” “minimale afstand tot woningen” vaststellen “Een gebied waar we in de toekomst woningen bouwen is dus een gebied waar we alleen tijdelijk dat kunnen doen. Prima, maar we hebben permanente dingen nodig voor de transitie.” “Woningbouwgebieden is kijkend naar de langere termijn niet economisch.” “Lijkt mij niet duurzaam op eerst panelen neer te leggen om ze vervolgens weer te verwijderen. Zorg direct voor een duurzame plek en die eigenlijk ook niet op andere manier gebruikt kan worden.”

20

2.3 Natuur- en weidevogelgebieden zijn niet geschikt voor zonnevelden. Beschermen van planten en dieren is belangrijke voorwaarde voor zonnevelden. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over alternatieven voor huidige zoekgebieden voor zonnevelden figuur 9. Uitbreiden van mogelijke gebieden voor zonnevelden in natuur- en weidevogelgebieden Uitbreiden van mogelijke gebieden voor zonnevelden in landbouwgebieden Windmolens plaatsen in 'reservezoekgebieden' voor windenergie De windmolens die nu bij de A12 staan, vervangen voor grotere windmolens die meer energie opwekken Anders, namelijk 80,0% 60,0% 40,0% 20,0% 0,0%

Figuur 9 Alternatieven voor huidige zoekgebieden voor zonnevelden met de resultaten van de vraag: ‘Als we met de huidige zoekgebieden voor zonne-energie onvoldoende duurzame energie kunnen opwekken, wordt gekeken naar andere mogelijkheden. Welke andere mogelijkheden zijn volgens u dan geschikt? U kunt meerdere antwoorden aanvinken.’

2.3.1 Sentiment Natuur- en weidevogelgebieden worden door het overgrote deel van de respondenten gezien als niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Respondenten vinden zonnevelden schadelijk voor de natuur en weidevogels. Het overgrote deel wil zuinig zijn op de zeldzame natuur in Nederland, waarvan de kwaliteit al achteruitloopt. Het opwekken van duurzame energie heeft als uiteindelijk doel ook natuurherstel. Respondenten vinden het vreemd als de zonnevelden in de natuur worden geplaatst, omdat ze de natuur verstoren of in de weg zitten. Respondenten verschillen van mening over de definitie van natuur- of weidevogelgebied aan de ene kant, en landbouwgebied aan de andere kant. Sommigen vinden landbouwgebied hetzelfde als een natuurgebied, anderen zien hier wel verschil tussen. Deze discussie leggen we verder uit in het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’.

2.3.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •

•

‘Een natuurgebied of weidevogelgebied’ wordt door bijna 70% van de respondenten op de onderste twee (5 en 6, minst geschikt) plaatsen wordt gezet. Slechts 7,5% ziet het als een van de twee meest geschikte gebieden. Met enige afstand (gemiddelde score van 2,23) is het rekening houden met planten en dieren de belangrijkste voorwaarde bij het plaatsen van een zonneveld: 58,5% van de respondenten plaatst het op 1 of 2 en 7,3% op 5 of 6. Dit geldt voor alle gemeenten en leeftijdsgroepen.

21

• •

•

In alle gemeenten wordt ‘een natuurgebied of weidevogelgebied’ gemiddeld op plek 6 gerangschikt als minst geschikte gebied voor zonnevelden. In de leeftijdscategorieën jonger dan 35 jaar en tussen de 35 en 55 jaar wordt ‘een natuurgebied of weidevogelgebied’ gemiddeld op plek 6 als minst geschikte gebied voor zonnevelden gerangschikt. In de leeftijdscategorie ouder dan 55 wordt het gemiddeld gerangschikt op plek 5, erg dicht bij de score van plek 6. Het uitbreiden van de zoekgebieden naar natuur- of weidevogelgebieden wordt door de meeste respondenten als minst geschikte alternatief wordt gezien. Slechts 84 (4,5%) van alle respondenten vindt dit een (van de) geschikte gebieden. Deze optie scoort in alle gemeenten en leeftijdscategorieën laag.

Straatgesprekken •

•

Tijdens straatgesprekken is natuur- of weidevogelgebied het vaakst als ongeschikt voor zonnevelden gemarkeerd: er zijn de meeste rode stickers geplakt bij natuur- of weidevogelgebied. Er is geen enkele groene sticker bij deze gebieden geplakt: niemand van de mensen die wij spraken vindt een natuur- of weidevogelgebied geschikt. Respondenten in alle leeftijdsgroepen en uit alle gemeenten noemen natuur- en weidevogelgebieden het vaakst als ongeschikt.

Inwoneravonden •

• •

In de gemeenten Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas komt duidelijk naar voren dat men tegen het plaatsen van een zonneveld is in een natuur- of weidevogelgebied. Maar in Bodegraven-Reeuwijk zijn hierover de meningen verdeeld. Dat komt ook door de twee verschillende inwoneravonden die er zijn geweest. Daar waar er tijdens de ene inwoneravond alleen risico’s worden gezien bij het plaatsen van zonnevelden in een natuurof weidevogelgebied, liggen er volgens respondenten van de andere inwoneravond ook kansen. In alle gemeente (op Bodegraven-Reeuwijk na) zijn mensen tegen het uitbreiden van mogelijke gebieden voor zonnevelden in natuur- of weidevogelgebieden. Tijdens inwoneravonden wordt geen enkele kans in combinatie met natuurgebied of weidevogelgebied genoemd.

Stakeholdergesprekken •

• • •

Boeren zien tijdens het stakeholdergesprek mogelijkheden voor zonnevelden in natuurgebieden. Energiecoöperaties, natuurorganisaties en ontwikkelaars vinden zonnevelden in natuurgebieden geen optie omdat het de biodiversiteit aantast. Energiecoöperaties benadrukken het belang van natuurinclusieve zonnevelden: rekening houden met de biodiversiteit. Natuurorganisaties denken daarnaast ter compensatie aan natuurherstel en biodiversiteit in de omgeving als er een zonneveld komt. Ontwikkelaars stellen voor om grond rondom natuurgebieden als bufferzone te maken om nieuwe natuur te creëren.

2.3.3 Argumenten voor en mogelijke kansen en wensen • •

“Zonnevelden in natuurgebieden zou moeten kunnen: hang ze hoger zodat schapen eronder kunnen grazen.” “Geen monofunctionele zonneparken (meer), want bijvoorbeeld stimulans voor natuurherstel/ biodiversiteit is erg belangrijk voor omgeving en na 25 jaar weer terug te gaan naar ‘oude’ staat.”

22

2.3.4 Argumenten tegen en mogelijke risico’s en zorgen • • • • • • • •

“Het is zonde als het in groene gebieden geplaatst zou worden, waardoor groen verloren gaat.” “…natuurgebieden veel minder geschikt zijn, want daar is het schadelijker voor de natuur.” “…schittering zonnepanelen ook verstorend voor vogels.” “We hebben heel weinig natuurgebieden meer. Dieren krijgen steeds minder ruimte.” “we doen het juist voor de natuur” “in natuurgebieden is niet echt haalbaar mede doordat je vaak niet biodiversiteit kan verbeteren en gebied verstoort ten opzichte van het natuurgebied voorheen” “Ik vind het absoluut onacceptabel om zonnevelden te plaatsen ten koste van broedgebieden of habitatten van wilde dieren.” “De natuur mag niet ten koste gaan van het duurzaam opwekken van energie. In dat geval ben je aan de ene kant meer duurzaam bezig, terwijl je aan de andere kant minder duurzaam wordt. Dat lijkt mij niet de bedoeling.”

23

2.4 Gebieden met erfgoed zijn niet geschikt voor zonnevelden. Voor alle informatie over de opvattingen over gebieden voor zonnevelden bekijk figuur 6 en figuur 17 en over voorwaarden voor zonnevelden figuur 7 en figuur 18. Erfgoed is een verzamelnaam voor natuurlijk erfgoed (bijvoorbeeld veenweidegebieden) en cultureel erfgoed (monumentale boerderijen of steenplaatsen). In de vragenlijst, op straat en tijdens inwoneravonden is de term uitgelegd en zijn voorbeelden genoemd.

2.4.1 Sentiment Een groot deel van de respondenten vindt gebieden met erfgoed niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. De discussie over gebieden met erfgoed ligt niet gevoelig. De gesprekken hierover duren vaak kort. Zonnepanelen passen volgens hen niet in het landschap van een gebied met erfgoed en gaan ten koste van historisch cultureel en natuurlijk erfgoed. Ze tasten het uitzicht of karakter van het gebied aan.

2.4.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst •

• •

•

‘Een gebied met erfgoed’ over het algemeen wordt door een groot deel als ongeschikt wordt gezien: 60% rangschikt het op plaats 5 of 6. Voor slechts 3,2% van de respondenten is het een van de twee gebieden waar zonnevelden het beste passen. Er zijn geen grote verschillen tussen de respondenten uit de gemeenten in de rangschikking van ‘een gebied met erfgoed’: overal eindigt het gebied gemiddeld op plaats 5. Een gebied met erfgoed staat bij de leeftijdsgroepen onder 35 jaar en tussen 35 en 55 gemiddeld op plek 5, redelijk dicht achter een natuur- of weidevogelgebied. Bij de groep 55+ staat een gebied met erfgoed gemiddeld op plek 6, dus wordt het gezien als meest ongeschikte gebied voor zonnevelden. “Zeer moderne technologie zichtbaar op monumentale panden haalt wel de charme weg ja. of het echt volledig verboden moet worden weet ik niet.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738104/1