Bijlage 3 Verslag participatietraject Zon op Veld A23.001848
Tekst van het document
3.5.2 Cijfers en inzichten uit participatie Vragenlijst Respondenten van de vragenlijst uit Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas zijn verdeeld over de zichtbaarheid vanaf de straat van zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Onder de respondenten van de vragenlijst uit Gouda zijn meer voor- dan tegenstanders van zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten die vanaf de straat zichtbaar zijn. Onder de respondenten van de vragenlijst uit Krimpenerwaard en Zuidplas zijn juist tegenstanders van zichtbare zonnepanelen.
45
Voor de leeftijdsgroep onder 35 jaar en 35 tot 55 is de gemiddelde score respectievelijk 2,97 en 2.95 (tussen ‘oneens’ en ‘neutraal’ in). Voor 55+ is de onzichtbaarheid van zonnepanelen op beschermde stads- en dorpsgezichten iets belangrijker (gemiddelde score van 3.33). • • • • • • • • •
Gouda 33,5% van de respondenten is het zeer eens of eens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen niet zichtbaar mogen zijn vanaf de straat. 41,5% van de respondenten is het zeer oneens of oneens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen wel zichtbaar mogen zijn vanaf de straat. Gouda 47,1% van de respondenten is het zeer eens of eens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen niet zichtbaar mogen zijn vanaf de straat. 26,2% van de respondenten is het zeer oneens of oneens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen wel zichtbaar mogen zijn vanaf de straat. Zuidplas 44,4% van de respondenten is het zeer eens of eens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen niet zichtbaar mogen zijn vanaf de straat. 26,9% van de respondenten is het zeer oneens of oneens met de stelling en vindt dus dat zonnepanelen wel zichtbaar mogen zijn vanaf de straat.
Straatgesprekken Gouda Op straat spreken we met 31 mensen over de zichtbaarheid vanaf de straat van zonnepanelen op daken van monumenten en beschermd stadsgezicht. Daarvan zijn 20 mensen voor het aanpassen van het beleid, zij vinden het dus geen probleem om zonnepanelen op monumenten vanaf de straat te zien. Wel noemen de meesten voorwaarden: als het heel minimaal is, afhankelijk van het gebouw, zolang het pand hetzelfde blijft of niet aangetast wordt, of de panelen passen bij het gebouw of netjes verwerkt worden. Mensen die tegen zijn vinden zonnepanelen lelijk, ze tasten het karakter van het gebouw aan: “dan is het geen monument meer”. Iemand anders zegt dat men zich moet richten op grotere projecten om duurzame energie op te wekken. Er is niet en duidelijke onderscheid te zien hoe verschillende de leeftijdsgroepen naar dit onderwerp kijken.
Inwoneravond Gouda • •
•
Een aantal vindt dat zonnepanelen op monumenten en op panden in de beschermde binnenstad niet zichtbaar mogen zijn, dus dat de regel behouden moet worden. Er is een aantal mensen die vinden dat de regel over het niet vanaf de straat kunnen zien van zonnepanelen op monumenten en op panden in de beschermde binnenstad moet worden blijven behouden. Mensen vinden het “geen gezicht”. Meer aanwezigen hebben geen bezwaar tegen het aanpassen van de regel. Mensen vinden dat het monument “niet beschadigd” wordt en “moeten meegaan met de toekomst en verduurzamen”. Anderen vinden dat een monument “leefbaar” en “betaalbaar” blijft als mensen erin kunnen investeren, en zelfs dat “iedereen” baat heeft bij het toestaan van zichtbare zonnepanelen. De regels zijn volgens mensen “te streng en te rigide” en moeten aangepast worden: “Zonnepanelen op monumenten met woonbestemming toestaan in overleg. Elk huis in de historische binnenstad is verschillend. Dus werken op maat”. Tot slot vindt iemand het belangrijk dat rekening wordt gehouden met “goede beveiliging qua software en internet”.
Stakeholdergesprekken Dit onderwerp is niet aan bod gekomen tijdens de stakeholdergesprekken.
46
4 – Ideeën over specifieke locaties Tijdens de inwoneravonden zijn mensen gevraagd naar hun reactie op de verschillende zoekgebieden in hun eigen gemeente. In de ruimte hing een poster met de kaart van de gemeente met de zoekgebieden voor zonnevelden en reservezoekgebieden voor windmolens, met daarboven de vraag ‘Welke kansen en risico's voor zonnevelden ziet u op deze locaties?’ Op deze poster plakten deelnemers post-its met kansen, risico’s en andere ideeën over specifieke locaties in de gemeente. Deze post-its zijn overgeschreven en geanalyseerd.
4.1 Bodegraven-Reeuwijk Er zijn vier zoekgebieden aangewezen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk: zoekgebied tussen Nieuwerbrug aan de Rijn en Driebruggen, zoekgebied ten oosten van Driebruggen, zoekgebied ten westen van Bodegraven en zoekgebied ten westen van Reeuwijk-brug. Wat betreft het zoekgebied tussen Nieuwerbrug aan de Rijn en Driebruggen wordt ‘zonnevelden bij de nieuwe Plus aan de A12’ genoemd en ‘de berm van de A12’. Ook heeft iemand de parkeerplaats bij Reeuwijks hout opgeschreven en ‘windwokkels op de huizen’. Anderen zeggen weer dat dit nu landbouwgebied is en dat zo moet blijven en de aanpassingen nu al ontoereikend zijn voor het netwerk. ‘Geen groen weg en geen hoge windmolens’. Het zoekgebied ten westen van Bodegraven heeft ook argumenten voor en tegen. Ja: ‘windmolens zijn een betere optie dan zonnevelden’ en ‘langs de N11’, nee: ‘hier leven weidevogels’, ‘meerdere gruttokolonies’ en ‘compensatie percelen voor rondweg B koop oost’. Er is ook iemand die vraagt naar ‘Rijnhoek bebouwing nieuwbouwplannen?’ en de huisvesting van asielzoekers en internationale werknemers bij de splitsing A12 en N11. Bij het zoekgebied ten westen van Reeuwijk-Brug schrijft men: ‘onderzoek mogelijk voor zonnepanelen op plassen’, ‘nieuwe geluidsschermen met zonnepanelen’ en ‘aan beide kanten van de A12’.
Er is een enkeling die zegt dat de grondeigenaar geen zonnepanelen wil, maar wel windmolens. De meeste weerstand zit bij het zoekgebied ten oosten van Driebruggen. ‘Verwoesting natuur en vogels’ en ‘Uitzichtvervuiling, uniek nog aan Waarder in dichtgroeiende randstad’ zijn enkele opmerkingen. De kleinste kern wordt volgens een respondent vol gezet, ‘er is meer spreiding over de gemeente nodig’. Een enkeling noemt zonneoverkapping boven de snelwegen wel als optie. Een aantal opmerkingen komt van en gaat over inwoner DV [naam bij EMMA en gemeente bekend]: ‘Op [adres bekend bij EMMA] bouwvergunning? Verleend aan DV’, ‘Vergeet > Naast voetbalvelden zonnevelden en ‘1 hectare zonne-energie achter V: [mailadres bekend bij EMMA]’. Ook spreken mensen over de Middelburgse polder waar mogelijk weerstand kan ontstaan. Tot slot staat in de aantekeningen dat zwembad De Fuut A. v. Mil zonnepanelen wil langs de ligweide.
4.2 Gouda Op de vraag welke kansen en regio’s mensen zien voor zonnevelden op de locaties in de zoekgebieden van Gouda zijn tegenstanders (‘Doe liever windturbines, zonnevelden in Gouda lijkt mij zeer complex’) en voorstanders (‘Beide locaties zijn geschikt voor een zonneveld’).
4.3 Krimpenerwaard Met name binnen de zoekgebieden aan de westkant van de kaart worden kansen gezien. ‘Oplaadpunten bij opwekken’, ‘Verdienmodel voor boer Bas als hij dat wil? Bebouwing zou ook een optie kunnen zijn. Voor beide goede locaties’, ‘Industrie aan het water. Kades en damwanden met zonnepanelen’, ‘Geluidswanden met zonnepanelen. Daar waar het kan. Niet te hoog in
47
verband met verstoring natuur, doorgang dieren bewaken. Brug en tussen met natuurlijke uitdraling door afbeelding of struiken’ en ‘N210 overkappen met zonnepanelen’. Volgens een respondent zijn er in dit gebied zelfs al gesprekken met de gemeente: ’Zestig hectare, twee grondeigenaren, lage biodiversiteit. Er zijn gesprekken met ontwikkelaars, energie coöperaties en de gemeente.’ Een enkeling ziet ook risico’s: ‘Geen goed plan. Na de zonnevelden of windmolens volgt bebouwing: ‘muur van glas’. Of: ‘Verlies van uitzicht’ en ‘Behoud van open landschap’. Bij de zoekgebieden aan de oostkant van de kaart zijn de mensen minder positief over de mogelijkheden: ‘Commitment en instandhoudingplan voor natuur bij initiatieven’, ‘Geen lijnopstelling over volledige N210, beide vanwege vogels- en natuurroute. Op minst kwetsbare plekken’ en ‘Netcongestie is nu al een probleem. Lokaal oppakken!’
4.4 Waddinxveen De opmerkingen over de zoekgebieden in Waddinxveen zijn verdeeld over vier delen: polder Achterof, zoekgebied voor zonnevelden bij Waddinxveen (bij knooppunt van A12, A20 en N457), reservezoekgebied voor windmolens bij Distripark A12 en reservezoekgebied windmolens in polder Bloemendaal langs de A12. Bij al die delen worden meer kansen dan risico’s gezien. Binnen het reservezoekgebied voor windmolens bij Distripark A12 worden misschien wel de meeste kansen gezien: ‘hier zoveel mogelijk windmolens plaatsen’, ‘kleine windmolens plaatsen in de Coenecoop, Doelwijk etc.’, ‘zonnepanelen plaatsen langs de hele A12 (geluidswanden)’, ‘zonnepanelen ook op de gevels van hoogbouw (flats) en bedrijfsgebouwen’ en ‘huidige 4 winmolens langs de A12 vervangen’. Er is ook een enkeling die aangeeft dat dit een waardevolle locatie is met toegang naar de A12 voor toekomstige uitbreiding industrie. Ook in reservezoekgebied windmolens in polder Bloemendaal langs de A12 zijn mensen enthousiast over de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie: ‘mooie locatie voor windturbines, weinig overlast voor omwonenden’, ‘windmolens in Middenberm, visueel en weinig inwoners’ en ‘windenergie langs de A12, weinig impact weidevogels in verband met geluid snelweg’ zijn reacties.
Ook worden er kansen gezien voor boeren: ‘ontwikkelen beleidskader kleine windmolens (<15 meter) voor agrarische bedrijven en bedrijventerreinen’ en ‘boeren windmolen tot 15 meter, dan is er ook ’s nachts beschikking tot duurzame stroom’. Bovendien geeft iemand aan dat ‘mix windenergie en PV-velden evenwichtiger moet’ en een ‘koppeling zonwind & transitielocatie, bedrijventerrein’. De enige tegenstand gaat over het vogelgebied. De kansen in zoekgebied in de polder Achterof gaan met name over ‘Zonnepark Noordeinde’ en ‘Zonneveld achteraf Noordeinde 120’. Daarbij noemt iemand de ‘ecologische verbinding Gouwebos-Bentwoud, mogelijk gecombineerd met waterberging’. Ook ‘kleine windmolens voor voeren tot 18 meter hub-hoogte’. De risico’s die worden genoemd zijn ‘verlies aan biodiversiteit door zonneweide in groene zone te plaatsen’ en ‘vogelgebied’. In het zoekgebied voor zonnevelden bij Waddinxveen (bij knooppunt van A12, A20 en N457) liggen de kansen volgens een respondent bij ‘zonnepark IJsermanweg, energiecoöperatie Groen Waddinxveen’. Ook wordt voorgesteld om huiseigenaren te verleiden hun daken vol te leggen ‘middels een lening’ en zonnepanelen op parkeerplaatsen te leggen. Aan de andere kant vinden mensen dit gebied ‘kansloos’, omdat de grond zo dicht bij de ontsluiting van de A12 ligt: ‘eerder distributiecentrum verplichten tot zonnepanelen’.
Ook vindt iemand dat te veel zonnepanelen leidt tot een overspannen net op lokaal niveau.
4.5 Zuidplas In de aangewezen zoekgebieden voor zonnevelden benoemen respondenten alleen kansen voor zon op dak: ‘Eerst alle daken, ook met nieuwe lichte constructies’ en ‘Leg zonnepanelen op daken van bedrijventerreinen Gouwe park’.
48
5 – Risico’s en maatregelen ten aanzien van (brand)veiligheid van zonnevelden en grote daken met zonnepanelen In het kader van het participatietraject en de veiligheid en publieke gezondheid rondom het opwekken van duurzame energie met zonnepanelen en zonnevelden, is gesproken met GGD Hollands Midden en Veiligheidsregio.
5.1 Risico’s De gevolgen van branden in daken met zonnepanelen is het voornaamste risico voor de openbare gezondheid en veiligheid. De afgelopen maanden heeft een aantal branden plaatsgevonden. De oorzaken van de branden kunnen meerdere redenen hebben. De meest voorkomende zijn: • • •
Door technisch falen ontstaat brand in een zonnepaneel of de bekabeling of connectoren van de zonnepanelen. Door technisch falen kan brand ontstaan in een omvormerstation, schakelstation of inkoopstation Na lange periode van droogte is het grasland tussen of onder de panelen dor en brandbaar. Door onoplettendheid, moedwillig handelen of technisch falen ontstaat er brand in het grasland. Door droogte kan brand zich uitbreiden via het grasland en bekabeling van de panelen.
Een van de risico’s is de depositie van glasdeeltjes en verbrandingsproducten van de zonnepanelen, die door de brand loskomen en in de omgeving terechtkomen. Deze kunnen schadelijk zijn vooral voor dieren, mensen en gewassen (bijvoorbeeld inname kleine deeltjes en snijwonden). Mocht het terecht komen op gewassen is het advies om de groenten op scherven te controleren en deze te verwijderen door ze goed te wassen. Het is op dit moment nog niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het opruimen van de glasdeeltjes. Ook is het opruimen zelf ingewikkeld, omdat de glasdeeltjes wel een aantal kilometer van de brand kunnen liggen. Op dit moment is er geen wet- en regelgeving met betrekking tot het opruimen van depositie materialen van branden met zonnepanelen. Het is gewenst dat hier handvaten voor worden opgesteld zodat men weet wie aan zet is bij het opruimen van mogelijk aanwezige depositiematerialen bij dit soort branden. Denk bijvoorbeeld aan een gemeentelijke regelgeving zoals bestaat voor het opruimen van asbest. Het is belangrijk dat dit wordt afgestemd zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan. Denk hierbij aan glasscherven in speeltuintjes, moestuinen of weides waar koeien grazen en honden spelen. Indien depositie materiaal is aangetroffen in de omgeving moet dit verwijderd worden om zo het risico op contact (voor mens en dier) met de scherven te minimaliseren.
Dit kan gedaan worden door visuele inspecties op het land. Tot op heden is dit aan een boer zelf om te doen. Hierbij wordt geadviseerd het gras na maaien bij het restafval te gooien, niet bij het compost afval door de kans op scherven aanwezig. Een ander risico zijn de toxische stoffen die vrijkomen bij een brand. Rook bevat altijd schadelijke stoffen die ongezond zijn voor de mens. Omdat zonnepanelen slechts een klein deel van de totale brand vormen is het in de praktijk niet gevaarlijker dan van een gebouw zonder zonnepanelen. Zoals tot dusver is onderzocht door het RIVM. Op dit moment is de inschatting
49
van experts dan ook dat de gevolgen van een brand met zonnepanelen niet groter zijn dan andere soorten branden. De straling van het elektromagnetisch veld van zonnepanelen vormt geen risico voor de openbare gezondheid en veiligheid. Het RIVM hanteert een ‘blootstellingslimiet’ van 0,4 microtesla per jaar. Mensen mogen in een jaar niet aan meer straling van een elektromagnetisch veld worden blootgesteld. De straling van zonnepanelen ligt ver onder dit limiet. 1
5.2 Maatregelen en adviezen De kans op bovenstaande risico’s kunnen worden beperkt door een aantal maatregelen. Met als doel: brandveiligheid, beheersbaarheid en bestrijdbaarheid. Brandveiligheid kan vergroot worden door kwalitatief goede zonnepanelen en omvormers te laten plaatsen van en door erkende leveranciers met een keurmerk. Zonnepanelen in losse compartimenten met ruimte tussen elkaar voorkomen dat de brand gemakkelijk kan verspreiden. Geadviseerd wordt de volgende maatregelen in het ontwerp van zonneweides mee te nemen om de kans op een incident en de gevolgen van een incident te verkleinen: •
• • • • •
• •
• •
De systemen en stations aan de wegzijde te plaatsen zodat ze ingeval van een calamiteit bereikbaar zijn voor de brandweer, er wordt dan ook geadviseerd om het uitschakelpaneel direct bij de toegangspoort te plaatsen. De systemen en stations voorzien van noodschakelaars om de stroomtoevoer vanuit het zonnepaneelveld af te schakelen. De ondergrond binnen minimaal 1,5 meter van een systeem of station vrij te houden van begroeiing. De behuizing van de systemen en stations brandwerend van binnen naar buiten uitvoeren, minimaal 30 minuten WBDBO (weerstand brand doorlating brand overslag). Langs de perceelgrens en het zonepaneelveld een strook van minimaal 1 meter vrij te houden van begroeiing In het grasland en de paneelvelden compartimentering toepassen met “vakken” van maximaal 2500 m², te creëren door panelen minimaal twee meter uit elkaar te plaatsen en stroken van minimaal twee meter vrij te houden van begroeiing. Bekabeling vlam dovend uitvoeren tussen de vakken /compartimenten; Een bluswatervoorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3 /uur te realiseren ter hoogte van de inkoopstations en in de nabijheid van de systemen, zoals transformatoren en omvormers. Positie is nader te bepalen. Ook is het belangrijk een kaart van risicogebieden op te nemen in het uitnodigingskader.
Informeer vooraf de GGD en VRHM als een zonneveld of een groter project op dak met zonnepanelen wordt aangelegd.
1 A. Dusseldorp, M.J.M. Pruppers, E.M. van Putten, RIVM Briefrapport 2018-0015, Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF)
magneetvelden bij verschillende bronnen, Een aanvulling op eerdere metingen,
50