Bijlage 3 - F 840 Jaarstukken 2025 ODMH A26.001762
Tekst van het document
Dit team stelt verweerschriften op en vertegenwoordigt onze opdrachtgevers tijdens hoorzittingen in bezwaar- en beroepzaken. Anderzijds vallen hier taken onder (“diversen”) waaraan alle teams een bijdrage leveren. Het gaat om diverse gebiedsgerichte of thematische (handhavings-)projecten, beleidsadvisering, delen van gebiedskennis, minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation, advisering over bestemmingsplannen, helpdesk en tenslotte datamanagement en ontsluiting. Daarnaast bestaat altijd de mogelijkheid om in overleg afspraken te maken over projecten die niet onder een specifiek product vallen, maar die wel onder het vakgebied BWT vallen. Ook beschikt de ODMH over een wachtdienst die bouwgerelateerde voorvallen afhandelt. In het kader van de rampenbestrijding bemensen we onder meer de teams Bouwbeheer en Milieubeheer. Waar nodig voeren onze medewerkers het overleg met betrokken partijen zoals gemeenten, welstands- en monumentencommissies, de regionale brandweer en de waterschappen ten behoeve van bovenstaande werkzaamheden en taken. Aanvullende bijdrage Provincie Zuid-Holland Voor het jaar 2025 is een aanvullende bijdrage van de provincie ad € 50.000 ontvangen voor de BRIKS-taken (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen). Dit budget is niet uitgeput in 2025.
Ten aanzien van deze taken kan het volgende opgemerkt worden: • Het uitvoeren van de BRIKS-taak door de ODMH is vanwege het geringe aantal provinciale bedrijven waar wij deze taak voor uitvoeren, kleinschalig van opzet. • Voor alle aanvragen om vergunning/meldingen geldt dat deze zijn vergund, dan wel in procedure zijn. Alle vergunningen en meldingen zijn onder de aandacht gebracht van de toezichthouders. In 2024 werden alle Briksbedrijven waarvoor de ODMH de Briks-taak uitvoert vanuit de controletaak op brandveiligheid bezocht. In 2025 werden er geen controles uitgevoerd. Hierin volgt de ODMH het uitvoeringsbeleid van de Provincie Zuid-Holland.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
22 van 83
•
De werkelijke besteding van het budget bedroeg € 11.367. Het teveel ontvangen budget is terugbetaald.
De bestedingen van alle aanvullende bijdragen van de provincie zijn weergegeven in bijlage 2. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het positieve resultaat van het programma BWT € 2.083.397.
Programma BWT
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten Totaal Bouw- en woningtoezicht
Mutatie reserves
Kostensoort Algemene bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
2024 Realisatie -8.346.645 -33.732 -28.072 -8.408.449 6.389.837 149.693 14.392 28.072 6.581.994 0 0 0 0 -1.826.455
2025 Begroting -8.986.024 -31.000 -122.803 -9.139.827 6.791.558 236.623 19.000 122.803 7.169.984 0 0 0 0 -1.969.842
Realisatie -9.032.894 -35.361 -45.507 -9.113.763 6.768.976 197.019 18.864 45.507 7.030.366 0 0 0 0 -2.083.397
Algemene bijdragen De algemene bijdragen omvatten de bijdragen van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Zuidplas, Gouda en Waddinxveen voor de complete BWT-taken en de bijdragen van de gemeenten Alphen aan den Rijn voor de slooptaken. De bijdragen zijn gebaseerd op productfinanciering. Hiervoor zijn voorafgaand aan het jaar afspraken gemaakt in de jaarprogramma’s. Een nadere specificatie is beschikbaar in bijlage 1 van deze jaarrekening. Het totaal aan werkelijke bijdragen is hoger dan het totaal aan begrote bijdragen. In 2025 is conform de Nota planning & control 2025-2027 een creditnota verstuurd aan de gemeente Zuidplas voor de realisatie onder 98%. De onderschrijding bedroeg 7,1%. Aan de gemeenten Gouda en Waddinxveen is een aanvullende factuur gestuurd voor de realisatie boven 102%. De overschrijding bedroeg respectievelijk 7,0% en 0,6%. De stijging van de contractuele bijdragen ten opzichte van 2024 is het gevolg van indexering van het uurtarief. Voor een uitgebreider overzicht van de bijdragen wordt verwezen naar de bijlage 1 van deze jaarstukken. Overige bijdragen De overige bijdragen binnen het programma BWT zijn gering van omvang. De werkelijke opbrengsten zijn iets hoger dan de geraamde opbrengsten. Personeelskosten De personeelskosten zijn ruim € 46.000 lager dan begroot. Dit is gelet op de omvang van de personeelskosten een geringe afwijking.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
23 van 83
Apparaatskosten De apparaatskosten worden gevormd door de kosten voor innovatie, leaseauto’s, automatiseringskosten, huisvestingslasten en kapitaallasten. Deze kosten worden voor het grootste deel toegerekend aan het programmaonderdeel Overhead. Uitzondering daarop zijn de kosten van functioneel applicatiebeheer. Op grond van het BBV moeten kosten die specifiek voor het primair proces gemaakt worden, daaraan worden toegerekend. Deze kosten worden evenredig verdeeld over BWT en milieu. De verdeling vindt plaats op basis van de opbrengsten. Overall zijn de apparaatskosten lager dan begroot. Door het grotere aantal projecten zijn de apparaatskosten voor een groter deel toegerekend aan die (extra) projecten. Directe productkosten Onder de directe productkosten vallen onder andere onderzoekskosten en kosten van de meldkamer, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de BWT-taken. De totale omvang is zeer gering. Projectbaten en -lasten De projectbaten en – lasten zijn in 2025 gelijk. Voor een deel betreft dit de BRIKS-adviestaken van de provincie. Daarnaast zijn er zeer beperkt buiten de jaarprogramma’s om opdrachten uitgevoerd voor de gemeenten. De omvang van de projectuitgaven en -inkomsten is minder groot dan we verwacht hadden.
3.1.3 Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien In het vernieuwde BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Kort samengevat omvat de overhead: - Leidinggevenden primair proces, exclusief coördinatoren in het primair proces; - Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - Human Resources (HR); - Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); - Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (KCC); - Juridische zaken, voor zover het bedrijfsvoering betreft; - Bestuursondersteuning; - Informatievoorziening en automatisering (ICT), exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen; - Facilitaire zaken en Huisvesting; - DIV; - Managementondersteuning primair proces. Specifiek voor de ODMH zijn de volgende conclusies getrokken: - De afdeling Bedrijfsvoering wordt toegerekend aan de overhead met uitzondering van het cluster Functioneel Applicatiebeheer (FAB), welke de systemen van het primair proces in beheer heeft; - De huisvestingslasten zijn overhead met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de Zwanebloem; - Alle loonkosten van MT-leden en teamleiders van de afdelingen milieu (Expertise en Bedrijven) en BWT behoren tot de overhead;
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 83
-
Alle loonkosten van de bedrijfskundige en communicatiemedewerkers behoren tot de overhead; De juristen op het gebied van milieu en BWT behoren tot het primair proces. Juristen op het gebied van bedrijfsvoering en bestuursondersteuning behoren tot de overhead; Beleidsadvisering op het gebied van milieu en BWT behoort tot het primair proces.
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als ondernemer in de zin van de wet voor een beperkt aantal van haar aanvullende taken. Niet voor de primaire taken voor milieu en BWT. Omdat op deze aanvullende taken geen winst behaald wordt, is de ODMH volledig vrijgesteld van aangifte én van de administratieve rompslomp die daarbij komt kijken. Om ook in de toekomst gevrijwaard te blijven van aangifte, moet de ODMH deze en eventuele nieuwe taken blijven monitoren. Onvoorzien De ODMH houdt in de begroting geen rekening met een post onvoorzien. Wat heeft het gekost? Over het gehele jaar bedraagt het negatieve resultaat van de overhead € 7.834.349.
Programma Overhead
Baten/Lasten Baten
Totaal Baten Lasten
Mutatie reserves
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten
Kostensoort Contractuele bijdragen Financieringsbaten Overige bijdragen Personeelskosten Apparaatskosten Financieringslasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves
Totaal Overhead
2024 Realisatie 0 -328.713 -659.258 -987.971 5.122.993 2.629.064 81.763 7.833.819 -46.543 -46.543 0 0 6.799.305
2025 Begroting 0 -240.000 -584.658 -824.658 5.889.025 2.836.103 74.304 8.799.432 -46.543 -46.543 0 0 7.928.231
Realisatie 0 -231.468 -596.841 -828.309 5.736.384 2.548.513 74.304 8.359.201 -46.543 -46.543 0 0 7.484.349
Financieringsbaten Op de uitgezette gelden in de Schatkist ontvangen we rente. Door de dalende rente zijn de rentebaten iets lager dan verwacht. Overige bijdragen De overige bijdragen in de begroting bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor geleverde diensten aan Hecht (GGD), Regio Midden-Holland (RMH) en het Streekarchief en voor de verhuur van een deel van het pand aan Hecht. Met ingang van 1 januari 2026 huurt Hecht de 4e etage niet meer. Omdat vanaf 1 maart 2026 RMH een deel van de 3e etage huurt, blijven de inkomsten behouden.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
25 van 83
Personeelskosten De personeelskosten van de overhead betreffen het management, zijn ondersteuning, alle teamleiders en vooral de afdeling bedrijfsvoering. De uitzondering hierop is het cluster FAB. Dit cluster behoort niet tot de overhead, maar wordt toegerekend aan de programma’s milieu en BWT. Door vacatures zijn de kosten zijn ruim € 150.000 lager dan begroot. Apparaatskosten De apparaatskosten bestaan uit alle kosten voor de bedrijfsvoering van de ODMH. Hier vallen dus alle algemene lasten onder zoals de huisvestinglasten, de ICT-kosten, de administratiekosten en de afschrijvingslasten. Ook het innovatiebudget ter grootte van 1% van de begroting valt hieronder. Het hebben van dit innovatiebudget is één van de robuustheidsvoorwaarden. In 2025 hebben wij het innovatiebudget besteed aan pilots AI en robotisering en het gebruiken van drones in de vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering. De gerealiseerde kosten zijn ruim € 287.000 lager dan begroot en ondanks de inflatie is er een daling te zien ten opzichte van 2024. Nieuwe en lopende projecten buiten de jaarprogramma’s om hebben voor extra dekking van de apparaatslasten gezorgd. Ook zorgen lagere kosten voor de gezamenlijke IB&P-office voor een financiële meevaller. Dit onderdeel is in de loop van 2025 ingericht, waardoor nog niet het volledige jaarbedrag in rekening gebracht is.
Financieringskosten De enige financieringskosten van de ODMH zijn de rentelasten voor de langlopende lening die afgesloten is voor het pand. Dit betreft een annuïtaire lening, zodat de rentelasten jaarlijks verminderen. De rente voor de periode 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2033 bedraagt 3,34%. Mutaties reserves De mutaties in de reserves zijn ter dekking van de afschrijvingslasten. Hiervoor zijn jaren geleden bestemmingsreserves aangemaakt.
3.1.4 Algemene dekkingsmiddelen In de programmaverantwoording moet ook het overzicht Algemene dekkingsmiddelen worden gegeven. Voor onze gemeenschappelijke regeling interpreteren wij dit als de bijdragen, die de deelnemende gemeenten en provincie betalen aan de ODMH (hoewel dit volgens het BBV niet als zodanig kwalificeert). De algemene bijdragen worden verantwoord in de programma’s milieu en BWT en worden ook weergegeven in de bijlagen 1 en 2 van deze jaarstukken. Financieringsfunctie Sinds 2022 ontvangt de ODMH weer rente-inkomsten. In 2025 bedroeg het totaal aan renteinkomsten ruim € 231.000. De ODMH kent ook rentelasten. Bij de overname van het Midden-Hollandhuis is ook de geldlening van het ISMH bij de BNG overgenomen. Voor deze lening, die ultimo 2025 € 2,11 miljoen bedroeg, was de rentelast over het jaar 2025 ruim € 74.000. Op 1 juli 2023 is de laatste termijn van 10 jaar ingegaan. Voor die periode geldt een rentepercentage van 3,34%. Met ingang van 30 juni 2033 zal de lening volledig afgelost zijn.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
26 van 83
3.2
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft voor dat in het jaarverslag dezelfde paragrafen opgenomen moeten worden als die in de begroting opgenomen zijn.
3.2.1 Lokale heffingen De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor de ODMH niet van toepassing.
3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen dient te omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de ODMH beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen, voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door de ODMH; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risicobeheersing. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is in artikel 11 van het BBV gedefinieerd als “De relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.” Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin de ODMH in staat is middelen vrij te maken om de risico’s, die zich in de praktijk voordoen, op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid gewijzigd dient te worden.
Het vermogen om het beleid door te zetten is afhankelijk van de omvang van de weerstandscapaciteit. Er zijn geen algemeen geldende normen voor de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Iedere gemeenschappelijke regeling moet zelf invulling geven aan de gewenste omvang, gelet op haar eigen situatie en context. De omvang van het weerstandsvermogen moet in verhouding staan tot de risico’s die de organisatie loopt en die niet kunnen worden opgevangen door stuur- en beheersmaatregelen en ook niet financieel kunnen worden afgedekt door voorzieningen. Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke “resterende” risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Met “resterende” risico’s worden bedoeld: de risico’s die onvoldoende “in control” zijn of kunnen worden gehouden door stuur- en beheersmaatregelen en/of waarvoor (nog) geen specifieke voorzieningen zijn of kunnen worden getroffen. Bij de weerstandscapaciteit wordt een onderverdeling gemaakt naar: 1. Stille reserves: Materiële en financiële vaste activa In de materiële en financiële vaste activa van de ODMH komen geen stille reserves voor.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
27 van 83
2.
Vrije deel passiva: Reserves en voorzieningen Bij het bepalen van het vrije deel van de reserves en voorzieningen moet voorzichtigheid betracht worden. Criterium is of het algemeen bestuur de betreffende reserve in geval van een calamiteit kan vrijmaken zonder dat hierdoor een exploitatietekort ontstaat. Van de reserves is alleen de algemene reserves aan te merken als beschikbare weerstandscapaciteit.
3.
Overige componenten In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemende gemeenten en provincie als achtervang dienen. Zij dienen derhalve in hun risicoparagrafen, naar rato van hun aandeel in de gemeenschappelijke regeling, rekening te houden met de weerstandscapaciteit van de ODMH.
Op grond van voorgaande kan gesteld worden dat het weerstandsvermogen van de ODMH slechts gevormd wordt door de algemene reserves. Kenmerken van een algemene reserve zijn: • Algemene reserve is eigen vermogen • Het totaal van de algemene reserve dient als dekkingsmiddel • Bedragen zijn vrij besteedbaar • Het algemeen bestuur besluit over de vorming en besteding van de algemene reserve. • Toevoegingen en onttrekkingen verlopen via de exploitatie (maar blijven buiten resultaatbepaling) De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan het algemeen bestuur geen ‘bepaalde’ bestemming heeft gegeven. De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het dienen als een buffer voor financiële tegenvallers. Het exploitatieresultaat van de jaarrekening (zowel voordelig als nadelig) komt in principe ten gunste respectievelijk ten laste van de algemene reserve en bepaalt dus in beginsel de werkelijke hoogte van de algemene reserve. Omvangbepaling van het weerstandsvermogen De omvangbepaling van het weerstandsvermogen vindt plaats op basis van een risico-inventarisatie. Jaarlijks wordt deze risico-inventarisatie geactualiseerd. De werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit.
In de navolgende tabel is een overzicht van de reserves opgenomen die tot de weerstandscapaciteit worden gerekend. De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de stand per 31-12-2025 in de jaarrekening 2025 (vóór resultaatbestemming): Vrij aanwendbare reserves behorend tot weerstandscapaciteit Algemene reserve Totaal weerstandscapaciteit
Bedrag in € 1.400.653 1.400.653
Risico-inventarisatie Om aan te sluiten bij algemeen aanvaarde grondslagen hanteert de ODMH sinds 2017 NARIS, de methodiek van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR). De eerste uitkomsten van Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
28 van 83
de risicoanalyse zijn meegenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement 2018. Deze nota is vastgesteld op 21 juni 2018. De nota zal in 2026 geactualiseerd worden. Inmiddels hebben we NARIS vervangen door NARIS Next, de verbeterde software van het NAR. De migratie naar NARIS Next is eind 2025/begin 2026 uitgevoerd. Deze is gepaard gegaan met een uitgebreide actualisatie van de risicoanalyse. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwanticering (kans & financiële impact) is een logische basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Daarbij is extra aandacht besteed aan de gemeentelijk bezuinigingsopdracht vanaf 2026, de verdere ontwikkeling van de technologie (waaronder cybersecurity en toepassing AI), het voldoen aan relevante wet- en regelgeving en de robuustheid van de ODMH. Bij de uitgevoerde actualisatie van de risico-inventarisatie zijn 27 risico’s vastgesteld. De risico's liggen vooral op personeel, financieel en productievlak.
Het risicobedrag is afgenomen ten opzichte van 2025. Ook het gewenste weerstandsvermogen is daarom afgenomen ten opzichte van vorig jaar. De in NARIS uitgevoerde risicosimulatie op basis van de geactualiseerde inventarisatie levert de volgende tabel met de bij de zekerheidspercentages behorende bedragen voor het benodigde weerstandsvermogen op:
Zekerheidspercentage 25% 50% 75% 80% 85% 90% 95% 98% 99% 100%
Bedrag € 507.601 € 774.260 € 1.094.479 € 1.181.408 € 1.289.684 € 1.427.279 € 1.643.088 € 1.889.664 € 2.068.083 € 3.441.145
Uitgaande van het door het NAR geadviseerde zekerheidspercentage van 90% voor het totaal aan risico’s wordt het gewenste weerstandvermogen (streefhoogte van de algemene reserve) op basis van deze risico-inventarisatie bepaald op € 1.427.279.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
29 van 83
Het streefsaldo van het weerstandsvermogen bedraagt dus € 1.427.279. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2025 € 1.400.653. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 98,1% (ratio van 0,98) van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. Met een ratio van 0,98 valt de ODMH nog net in de categorie ‘matig’. In het kader van het IBP VTH gelden geldt als minimale robuustheidseis een ratio van 0,8. Hier voldoet de ODMH ruimschoots aan.
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8
Bij de resultaatbestemming wordt voorgesteld om € 50.000 toe te voegen aan de algemene reserve. Daarmee komt de ratio uit op 1,02 en wordt het weerstandsvermogen met een voldoende beoordeeld.
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende
Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten jaarlijks de volgende financiële kengetallen weergegeven worden. Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen Verslag 2024 5,9% 5,9% 20,1% 1,6% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2025 9,0% 9,0% 16,8% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Verslag 2025 0,0% 0,0% 22,5% 2,8% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. De solvabiliteit van de ODMH stijgt licht in 2025 als gevolg van de afname in de kortlopende schulden. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten van de ODMH hoger zijn dan de structurele lasten, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
30 van 83
3.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf dient inzicht te worden gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. Voor de voorziening wordt uitgegaan van een horizon van 25 jaar. Het meerjaren onderhoudsplan geldt als een planningsinstrument. In werkelijkheid wordt altijd voordat een post wordt uitgevoerd bezien of dit inderdaad noodzakelijk is of dat enig uitstel verantwoord is of dat er beter een alternatieve oplossing kan worden gekozen. Dit leidt ertoe dat sommige posten naar een volgend jaar doorschuiven. Daar staat tegenover dat soms blijkt dat vervroegd onderhoud of vervanging noodzakelijk is of dat het veel duurder uitvalt dan voorzien. Sinds begin 2015 is het Midden-Hollandhuis eigendom van de ODMH. Voor het meerjaren onderhoud is een voorziening beschikbaar, die gebaseerd is op het meerjaren onderhoudsplan. In het begin van 2025 het meerjaren onderhoudsplan van het Midden-Hollandhuis geactualiseerd. Op basis van dit geactualiseerde onderhoudsplan is met ingang van 2024 de dotatie aan de voorziening voor het onderhoud naar beneden bijgesteld met circa € 68.000.
Dit voordeel kan ingezet worden voor de dekking van de afschrijvingslasten, die voortvloeien uit de investeringen, die de ODMH de komende jaren moet gaan plegen voor de verduurzaming en de herinrichting van het Midden-Hollandhuis.
3.2.4 Financiering In deze paragraaf dient de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille te worden opgenomen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 14 maart 2019 is het Treasurystatuut van de ODMH geactualiseerd vastgesteld. In dit statuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Jaarlijks wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een treasuryparagraaf opgenomen. In deze paragraaf worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van de treasury vastgelegd. In het kort wordt de huidige situatie weergegeven met betrekking tot een aantal aandachtspunten: Financieringspositie De financieringspositie wordt als volgt weergegeven (bedragen x € 1.000): Ultimo 2025 5.474 0 5.474
Ultimo 2024 5.438 0 5.438
Langlopende schulden Eigen vermogen Voorzieningen Totaal financiering
2.111 3.738 1.762 7.611
2.338 2.870 941 6.149
Financieringsoverschot
2.137
711
Toename financieringsoverschot
1.426
Boekwaarde vaste activa Overige verbonden partijen Totaal vaste activa Deze boekwaarde wordt gefinancierd met:
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
31 van 83
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (primitieve) begroting ad € 25.989.402 (zie hoofdstuk 4.4) ofwel € 2.131.131. Volgens de jaarrekening 2025 bedraagt het overschot aan vlottende middelen (bedragen x € 1.000):
Totaal vlottende passiva Totaal vlottende activa Tekort middelen
9.006 11.145 2.139
De confrontatie van de kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld heeft periodiek plaatsgevonden. Renterisicobeheer Bij het aantrekken van langlopende financiering stelt de wet fido een norm waaraan het renterisico van de langlopende opgenomen leningen als geheel moet voldoen. Deze norm wordt aangeduid als de renterisiconorm en bedraagt 20% van het begrotingstotaal. De aflossingen en renteherzieningen van de bestaande leningenportefeuille mogen jaarlijks deze norm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van € 26,0 miljoen ofwel € 5,2 miljoen. De toetsing van het renterisico aan de norm laat zien dat de ODMH binnen de norm blijft. De berekening van deze toetsing is als volgt:
Renterisico's Renteherzieningen 2025 Aflossingen 2025 Renterisico 2025
220 220
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2025 Percentage conform regeling Renterisiconorm 2025
25.989 20% 5.198
Toetsing renterisico aan norm Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding
220 5.198 4.978
Bedragen x € 1.000,-
Geldstromenbeheer De kosten van het geldstromenbeheer hebben wij beperkt door gebruik te maken van het “pakket geïntegreerde dienstverlening“ van de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG). Het betalingsverkeer is zoveel mogelijk uitgevoerd door de BNG. Met de Rabobank en de BNG zijn afspraken gemaakt om beschikbare middelen vast te zetten en daardoor meer aan liquiditeitsplanning te gaan doen met als doel om meer rendement te behalen.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
32 van 83
Schatkistbankieren Op grond van de Wet Schatkistbankieren is een drempel vastgesteld met het bedrag dat decentrale overheden buiten de schatkist mogen aanhouden. De drempel is vastgesteld op 2% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000. De toegestane drempel is lager dan het minimumbedrag, zodat voor de ODMH het minimumbedrag van € 1.000.000 van toepassing is.
Berekening drempel schatkistbankieren Primitieve begroting 2025: 25.989.402 Percentage: 2,00% Toegestane drempel: 519.788 De toegestane drempel is lager dan het minimumbedrag, zodat voor de ODMH het minimumbedrag van € 1.000.000 van toepassing is. Het gemiddelde saldo per kwartaal dat in 2025 buiten de schatkist is gehouden bedroeg: 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
503.947 504.426 503.540 503.493
De ODMH heeft voldaan aan de norm. EMU-saldo De begroting en jaarrekening van de ODMH is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomst de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
33 van 83
(bedragen x € 1.000)
1 2 3 4
5
6
7 8 9
10
11
Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) (een nadelig saldo wordt negatief weergegeven) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie + Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten + bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn + verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
Raming 2025
Rekening 2025
825
-42
868
583
541
485
96
113
282
148
375
522
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
-
-
-
-
125
48
20
-
-
-
-
+
1.231
189
1.093
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen + verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie:Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten Berekend EMU-saldo
Rekening 2024
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeentelijke organisatie daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de ODMH voor het jaar 2025 komt uit op € 902.000 positief. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 902.000 groter zijn dan de inkomsten. Financiering Tot en met 2014 had de ODMH geen leningen. Met ingang van 2015 is daar verandering in gekomen. Met de overname van het Midden-Hollandhuis van het ISMH op 12 januari 2015 is ook de geldlening van ruim € 4 miljoen overgenomen.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
34 van 83
De leningportefeuille bestaat uit één lening met een totale omvang van € 4.198.259 per 12 januari 2015. Deze lening is in 1993 afgesloten bij de BNG. Oorspronkelijk bedroeg deze € 5.923.193 tegen een rente van 6,84 % en een looptijd van 40 jaar. Als gevolg van renteherziening per 1 juli 2023 is de huidige rente 3,34%. De rentelasten bedroegen in 2025 € 74.304.
3.2.5 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering werkt voornamelijk voor de ODMH, maar verleent ook diensten aan de Regio Midden-Holland, het Streekarchief Midden-Holland en Hecht. Human Resources (HR) De ODMH wil een toonaangevende organisatie zijn met een duidelijk en herkenbare missie: “Een bijdrage leveren aan een veilige, duurzame en gezonde samenleving.” Waar de medewerkers deskundig, klantgericht en betrouwbaar zijn en doelgericht werken. Zij maken het verschil met hun deskundigheid en expertise. De ODMH wil dit stimuleren en verder laten groeien. Thema’s als veiligheid, duurzaamheid en gezondheid staan centraal in het personeelsbeleid van de ODMH. Ontwikkelingen personeelsbestand Binnen het personeelbestand zien we een lichte groei. In 2025 zijn 34 medewerkers ingestroomd en 20 uitgestroomd. Deels is vervanging van externe inhuur en kleine uitbereiding in de ondersteuning (voorheen bedrijfsvoering). Ook zien we dat wij (nog steeds), ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, telkens weer in staat zijn om voldoende nieuwe medewerkers aan ons te binden. Uit onderzoek blijkt dat de belangrijkste redenen zijn om voor de ODMH te kiezen: Onze medewerkers zijn onze beste ambassadeurs; wij zien dat een groot deel van onze instroom bestaat uit nieuwe medewerkers uit het netwerk van onze eigen medewerkers. Dit zegt iets positiefs over de cultuur van ODMH.
Het werk wat wij doen binnen de ODMH wordt ervaren als een belangrijke toegevoegde waarde voor de maatschappij; dit stralen onze medewerkers uit en heeft aantrekkingskracht op de nieuwe medewerkers. Binnen de ODMH hebben we de ontwikkeling ingezet om flexibele inhuur waar mogelijk vast aan ons te binden. Hiermee lopen we vooruit op de bezuinigingstaakstelling voor het jaar 2026. In dat jaar maken we flinke stappen. De eerste effecten werden in 2025 al zichtbaar. Helaas is dit nog niet tot uiting gekomen in 2025. Door vacatures kregen we te maken met incidentele inhuur. In totaal hebben we in 2025 ruim € 3,5 miljoen besteed aan inhuur. Samenwerking vijf omgevingsdiensten regio De vijf omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland (ODH, OZHZ, ODWH, DCMR en ODMH) werken verder aan de uitvoering van het plan voor de regio rondom arbeidsmarktbenadering. Dit mede vanuit de bestuurlijke opdracht. De Betere Wereldbaan We continueren de samenwerking met onze collega Omgevingsdiensten samen om meer bekendheid te geven aan wat wij doen. Helder beeld van de toegevoegde waarde van een omgevingsdienst op grote maatschappelijke thema's; woningbouw, stikstof, zwemwater etc. De kracht om samen op te Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
35 van 83
trekken zit in het feit dat we daarmee een groter bereik realiseren en zo meer potentiële nieuwe medewerkers kunnen aantrekken. Ook al zoeken wij dezelfde soort medewerkers op basis van onze eigen identiteit als ODMH slagen we erin om de vacatures tijdig en kwalitatief goed in te vullen. Trainees Ook werken we samen en bieden we jonge professionals een traineeship aan (van 1,5 jaar) om ons te leren kennen en te verkennen of een loopbaan binnen een omgevingsdienst passend is. We bundelen hier de krachten van de verschillende omgevingsdiensten om van elkaar te leren en zo kunnen de trainees hun eigen netwerk opzetten en benutten. Wij dragen hier ons steentje bij om jonge professionals een kans te bieden om zich verder te verdiepen in eigen mogelijkheden op de arbeidsmarkt binnen of buiten een omgevingsdienst. Ontwikkelingen binnen ODMH In 2025 hebben wij ook weer richting ons eigen personeel ingezet op een veilige, duurzame en gezonde organisatie. Organisatieontwikkeling Wij hebben een doorontwikkeling ingezet van onze eigen organisatie, gericht op de toekomstige ontwikkelingen die op ons afkomen. Daarbij hebben wij ingespeeld op drie voor onze organisatie belangrijke ontwikkeling: 1) De rechtmatigheid van onze organisatie; daarvoor hebben wij nu een afdeling concernstaf ingericht.
Klaar om te adviseren van strategische keuzes, inspelen op trends en ontwikkelingen (wet- en regelgeving, europese aanbestedingseisen, behoefte van stakeholders, kennisdeling en financiële gezondheid) 2) De verdere ontwikkeling van de digitalisering; daarvoor hebben wij een afdeling Informatievoorziening en dienstverlening in het leven geroepen, Om snel en adequaat om te gaan met de steeds groter en belangrijker wordende stroom van data. Het verder digitaliseren van processen en hoe deze veilig kunnen worden ingezet. 3) De mensen in onze organisatie die wendbaar en veerkrachtig moeten zijn om met een steeds veranderende en complexere omgeving moeten kunnen omgaan; Daarvoor is nu de afdeling Mens &Organisatie, deze zal een belangrijke rol spelen in het tot uitvoer brengen van onze taken, daarbij gaat het niet alleen wat ze moeten doen, maar vooral ook hoe ze het doen. Zij zijn bepalend voor het resultaat en hoe dit ontvangen wordt. Veiligheid Binnen de ODMH streven wij naar een open en informele cultuur, waar wij elkaar aanspreken op gedrag zodat we er samen beter van worden. De maatschappij verhard en wij trainen onze mensen die vaak buiten zijn om agressie te de-escaleren. Dit heeft een blijvend karakter en zal structureel op de agenda staan. Duurzaamheid Duurzame inzetbaarheid gaat gepaard met een aantal zaken.
Enerzijds gaat het dan om mensen door te laten ontwikkelen zodat ze passend blijven bij een organisatie die veel externe ontwikkelingen kent. Denk hierbij aan de gestelde kwaliteitseisen en veranderende wet- en regelgeving. Anderzijds gaat het over het vitaal houden van medewerkers, zodat zij gezond blijven en op een gezonde en vitale manier kunnen blijven werken. De doorontwikkeling van de organisatie zal ook aan bijdrage door een focus op inzet en wat nodig is.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
36 van 83
Ontwikkeling Wij bieden medewerkers op verschillende manieren ruimte voor ontwikkeling: • Hierbij kunnen we de ruimte benoemen die wij geven aan trainees en stagiaires; • ODMH medewerkers kunnen gebruik maken van het aanbod van de ODNL-academie; • Medewerkers van ODMH hebben toegang tot een opleidingsplatform GoodHabitz, dat zij kunnen raadplegen voor een veelvoud aan vraagstukken; • Daarnaast zijn er diverse opleidingen en cursussen die de ODMH aanbiedt op individuele, team- en organisatiebrede vraagstukken. Dit kan vakspecifiek zijn of voor persoonlijke ontwikkeling. Gezondheid en verzuim De ODMH streeft ernaar om een vitale organisatie te zijn met aandacht voor gezondheid en vitaliteit van haar medewerkers. Aandacht voor medewerkers die (langdurig) ziek zijn, is daarbij van groot belang.
Verzuimcijfers Verzuimpercentage kalenderjaar Meldingsfrequentie - per jaar
2022 8,16 1,03
2023 5,99 1,69
2024 6,65 1,42
2025 5,19 1,22
Het totale verzuimcijfer is in 2025 aanzienlijk gedaald t.o.v. 2024. We hebben afscheid kunnen nemen van een aantal langdurig zieke medewerkers en daarnaast hebben we onze focus gelegd op het kort frequent verzuim (als indicator voor mogelijk lang verzuim). We zien daarnaast een daling in de meldingsfrequentie vanaf 2023. Vitaliteit Binnen de ODMH hebben we een aantal instrumenten ingezet om de vitaliteit en daarmee de gezondheid en het welzijn van onze medewerkers te bevorderen: • Gezondheidsdag + extra sessie bloedprikken; • Wintergriep-vaccinaties; ICT & informatievoorziening Informatiebeveiliging en AVG De beveiliging van onze infrastructuur en zorgvuldige omgang met data en persoonsgegevens is een constante binnen de ODMH evenals de aandacht daarvoor. Hierbij zijn de medewerkers een belangrijk onderdeel. Daarom wordt er middels verschillende media en e-learnings gezorgd voor bewustwording aangaande de verschillende onderwerpen. Dit is ook onderdeel van de BIO, de baseline informatiebeveiliging overheid. De CISO bij de ODMH is projectleider van het proces om te voldoen aan de BIO en zorgt dat alle geledingen van de organisatie worden aangehaakt. In 2026 zal dit proces worden afgerond waardoor de ODMH aan de in de BIO vermelde vereisten zal voldoen. Het belang van de CISO wordt uiteraard ook door andere omgevingsdiensten onderschreven.
Het aantrekken van een volledige fte is slechts voor een enkele omgevingsdienst haalbaar. Daarom zijn de 5 Zuid-Hollandse omgevingsdiensten op dit gebied in 2025 een samenwerking aangegaan. Een gezamenlijk team van een CISO, ISO’s en privacyofficers gaat de vijf omgevingsdiensten bedienen.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
37 van 83
Daarnaast is ook gezamenlijk een Functionaris gegevensbescherming aangesteld, die vanuit een onafhankelijke rol toezicht houdt op de naleving van de AVG en de Wpg. Een groot voordeel in deze samenwerking is dat de werkzaamheden van de omgevingsdiensten vele overeenkomsten vertonen. Procedures kunnen hierdoor eenvoudiger eenmaal worden ontwikkeld en bij meerdere omgevingsdiensten worden ingezet. Telefonie In 2025 hebben we voor de complete organisatie de iPhones vervangen. De oude iPhones waren afgeschreven en bovendien hadden oudere types last van connectiviteitsproblemen. Met behulp van een gunning hebben we in bulk nieuwe iPhones ingekocht. De toestellen zijn door de ICT Servicedesk uitgerold in de periode augustus tot en met november 2025. Vervanging huidige infrastructuur De server hardware in de serverruimte van de Thorbeckelaan wordt compleet vernieuwd. De planning was om dit in 2025 te af te ronden. Doordat het project aanbestedingsplichtig is, heeft de inkoopfase meer tijd van ons gevraagd. De aanbesteding en gunning zijn in 2025 afgerond. De omgeving wordt in het eerste kwartaal van 2026 opgebouwd en uitvoerig getest. We verwachten in de omgeving in het tweede kwartaal van 2026 in productie te nemen. Informatievoorziening In 2025 is cluster Functioneel en gegevensbeheer (FAB) uitgebreid met twee data scientists.
Mede door deze extra capaciteit zijn dit jaar grote stappen gezet o.a. in de verkenning van nieuwe technologieën (AI, RPA) en het meer risico gestuurd werken. Er is aan de volgende projecten gewerkt: •
• • •
• • •
•
De migratie naar nieuwe GeoWeb-viewer ter ontsluiting van geografische informatie voor intern en extern gebruik; de migratie wordt naar verwachting in het 2e kwartaal van 2026 afgerond. Verkenning oplossing voor ontsluiten documenten vanuit Rx.Mission in het kader van de Wet open overheid (Woo). Verkennen van de mogelijkheden van Power BI. Verkennen van de mogelijkheden Robotic Process Automation (RPA) middels een pilot in de eerste helft van 2025. Gezien het positieve resultaat zijn in de tweede helft van het jaar meerdere robots ontwikkeld en in productie genomen. Verkennen van de mogelijkheden van de toepassing van Large Language Models (LLM's) in de beoordeling van asbestrapportages. Data science & informatiegestuurd werken verder op de kaart zetten Realiseren van koppelingen met drie nieuwe landelijke voorzieningen: het Register Externe Veiligheid (REV), de registratie van Milieubelastende Activiteiten (Rmba) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO) voor wat milieuhygiënische bodemdata Verkennen van de mogelijkheden van betere ondersteuning van medewerkers bij telefonisch klantcontact.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
38 van 83
Huisvesting De levensduur van de klimaat-technische installaties van het Midden-Hollandhuis nadert zijn einde. Kritische bouw- en installatiedelen moeten vervangen worden of zodanig onderhouden (groot onderhoud), zodat deze weer toekomstbestendig zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de aangescherpte wet- en regelgeving en wordt er een grote stap gezet in het verbeteren en moderniseren van het comfortniveau en het verder verduurzamen van het Midden-Hollandhuis. Zo wordt het gebouw op een meer efficiënte wijze verwarmd en zelfs gekoeld in perioden met een hogere buitentemperatuur. Dit klimatiseren gebeurt met behulp van een volledig elektrische warmtepomp. Hiermee wordt een volledig gasloos Midden-Hollandhuis gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan weten regelgeving. Een aantal stappen om dit te realiseren is reeds gezet. Het algemeen bestuur heeft juni 2025 ingestemd met een (voorkeurs)scenario en het daarbij horende investeringsvoorstel. De totale kosten voor de verduurzaming bedragen ongeveer € 2,5 miljoen. Ook is een aanvraag gedaan voor de beschikbare DUMAVA-subsidie. De ODMH heeft op 11 juli 2025 een positieve subsidiebeschikking ontvangen ter grootte van € 978.162. Op basis van de toegekende DUMAVA-subsidie ligt de einddatum van het volledige project Midden-Hollandhuis op juli 2028.
De ODMH zet deze stappen om te komen tot een toekomst- en klimaatbestendig MiddenHollandhuis. Door de gemaakte keuze zal de ODMH als gebouweigenaar en gebouwgebruiker voldoen aan de huidige wet- en regelgeving, maar ook aan toekomstige wet- en regelgeving zoals de Renovatiestandaard. Op dit moment wordt het scenario vertaald naar een technisch ontwerp. Dit is een pragmatisch document ondersteund met tekeningen en schema's. Dit document is gereed voor aanbesteding. Daarnaast wordt het ontwerp afgestemd op de vernieuwde planning met betrekking tot huisvesting om desinvesteringen in de toekomst te voorkomen. Inrichting Midden-Hollandhuis In het kader van het “nieuwe werken” hebben we samen met een leverancier in kaart gebracht wat de wensen en eisen zijn van de verschillende teams in het pand. Dit is uitgewerkt in een voorstel dat in het najaar van 2025 ingebracht is in het MT waarop er een definitief plan gepresenteerd kan worden om de verschillende etages toekomstbestendig in te richten. De uitvoering zal gelijk oplopen met het verduurzamingsplan en zal in 2026 gestart worden. De projectorganisatie is inmiddels opgericht en de aanbesteding van het bouwmanagement is begin 2026 afgerond. Nieuwe huurders Midden-Hollandhuis Per 1 januari 2026 zal HECHT (GGD Hollands-Midden) de 4e etage (173,5 m2 bvo) van het MiddenHollandhuis niet meer huren. De begane grond blijven ze wel huren.
De huurovereenkomst hiervoor loopt t/m 31 december 2029. Voor de huisvesting en ondersteuning op bedrijfsvoeringstaken is de Omgevingsdienst MiddenHolland (ODMH) geselecteerd als samenwerkingspartner van RMH. Als ODMH hebben we hiervoor deze zomer (2025) een offerte uitgebracht. Het Algemeen Bestuur van RMH heeft op 1 oktober 2025 besloten om op basis van deze offerte te werken aan een dienstverleningsovereenkomst waarmee de samenwerking voor de komende vijf wordt bekrachtigd. Dit betekent dat de Regio Midden-Holland zich
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
39 van 83
in de loop van 2026 zal vestigen in het Midden-Hollandhuis. Doordat HECHT vanaf 1 januari 2026 de 4e etage niet meer zal huren ontstaat er ruimte om de Regio Midden-Holland als nieuwe huurder te verwelkomen. Verder heeft de ODMH aan de ODNL aangeboden om het Midden-Hollandhuis beschikbaar te stellen als trainingslocatie voor trainingen vanuit de ODNL-Academie. Rechtmatigheid Met ingang van verslagjaar 2023 legt het dagelijks bestuur zelfstandig verantwoording af in de jaarrekening over de naleving van de financiële rechtmatigheid. Deze verantwoording is opgenomen in bijlage 1 bij de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In navolging van het controleprotocol zijn verbijzonderde interne controles (VIC) uitgevoerd, waarbij we in nauwe samenspraak met de accountant de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepaald hebben. Met onze interne controles hanteren we de goedkeurings- en rapporteringstoleranties, zoals vastgelegd in het Controleprotocol 2025. Verantwoordingsgrens Afwijkingen in de jaarrekening en onduidelijkheden in de uitvoering van de controle (% lasten)
2%
Het percentage wordt genomen van de werkelijke lasten, exclusief de stortingen in de reserves. Voor het jaar 2025 is de verantwoordingsgrens op basis van de werkelijke lasten vastgesteld op € 582.337. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven: “Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Bij het begrotingscriterium gaat het om controle op over- en onderschrijdingen van de geautoriseerde begroting na begrotingswijzigingen in het boekjaar. Vastgesteld wordt of er sprake is van dit soort over- en onderschrijdingen en of ze passen binnen het beleid en met reden zijn toegelicht in de jaarrekening. Bij de beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen over- en onderschrijdingen. Baten en lasten mogen niet worden gesaldeerd. Begrotingsafwijkingen op de baten, onderschrijdingen van de lasten en onderschrijdingen op de investeringskredieten worden door het dagelijks bestuur niet als onrechtmatig aangemerkt. In voorkomende gevallen zijn onderstaande begrotingsafwijkingen rechtmatig te bestempelen: a.
Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde inkomsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet. Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
40 van 83
b. c.
d.
Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar die niet tijdig konden worden gesignaleerd. Bijvoorbeeld vanwege een open einde (subsidie)regeling. Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten die na het verantwoordingsjaar als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of toezichthouder blijkt. Het gaat hier in de praktijk veelal om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen. Kostenoverschrijdingen op investeringen, waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvingslasten en financieringslasten in navolgende jaren, zijn alleen in het jaar van ontstaan als onrechtmatig aan te merken.
Tabel rechtmatigheidsverantwoording
Begrotingscriterium 1A Overschrijding lasten programma’s 1B Overschrijding investeringsbudgetten 2 Ongeautoriseerde reservemutaties 3 Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4 Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Voorwaardencriterium 5 Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed M&O-criterium 6 Geen bevindingen Totaal onrechtmatigheden Waarvan acceptabel Waarvan niet-acceptabel
x € 1 duizend 418,9 -
418,9
418,9
-
241,1 660,0 418,9 241,1
In 2025 is voor een bedrag van € 418.866 aan acceptabele begrotingsonrechtmatigheden geconstateerd. De begrotingsoverschrijdingen van categorie 1A betreffen projectlasten, waar projectbaten tegenover staan. Daarmee zijn de overschrijdingen acceptabel. Afwijkingen van categorie 3 hoeven niet in de tabel opgenomen te worden, omdat dergelijke afwijkingen net als in voorgaande jaren in de jaarrekening verklaard en toegelicht zijn. Door deze gebruikelijke gang van zaken zijn de afwijkingen acceptabel. Samenvattend zijn er in 2025 circa € 241.100 aan niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden geconstateerd. Deze blijven onder de verantwoordinggrens van ruim € 582.000.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
41 van 83
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. In 2025 zijn diverse controles uitgevoerd, waaronder in het kader van de wet- en regelgeving voor de (Europese) aanbesteding. Hierbij zijn 4 fouten geconstateerd, waarvan één onder de rapporteringsgrens. De eerste fout betreft het niet naleven van de EU-aanbestedingsregels bij de aanbesteding van de colocatie voor de back-up. Door de omvang van deze opdracht had deze niet onderhands aanbesteed mogen worden. We zijn op zoek naar een alternatieve oplossing. Tot en met 2026 zullen we de jaarlijkse kosten als fout moeten opnemen in de jaarrekening. De kosten van 2025 bedroegen € 82.769. De tweede fout betreft de bestedingen aan het salarisverwerkingsbureau. Het contract met dit bureau is onderhands afgesloten vóór 1 april 2013 en is dus afgesloten onder oude wetgeving. Dit betekent dat het contract oneindig mag zijn, hetgeen onder de huidige wetgeving niet toegestaan is. Hoewel het contract dus rechtsgeldig is, zijn de bestedingen dat niet. Dit heeft als reden, dat in de periode 2022 tot en met 2025 meer dan de drempelwaarde voor de EU-aanbesteding (in 2025 € 221.000) besteed is. De besteding in 2025 ad € 80.976 behoort daarom tot de fouten.
In 2026 wordt een nieuw ERPsysteem aanbesteed en daarmee samenhangend wordt ook de salarisadministratie opnieuw aanbesteed. De derde fout betrof de inhuur van een zeer ervaren vergunningverlener, die al enkele jaren door de ODMH ingehuurd wordt. In 2025 hebben we de bestedingen onvoldoende gemonitord, waardoor over vier jaar gezien de EU-aanbestedingsgrens van € 221.000 overschreden is. Voor 2026 hebben we intussen goede afspraken gemaakt, waarmee we herhaling van deze fout gaan voorkomen. De omvang van de fout in 2025 bedraagt € 60.320. De vier fouten bedragen bij elkaar opgeteld € 241.128. Deze blijven daarmee binnen de foutenmarge van 2% van totale lasten (exclusief stortingen in de reserves), die in 2025 ruim € 582.000 bedroeg. Om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen is sinds medio 2024 de inkoopfunctie binnen de ODMH versterkt, waarmee kennis en kunde in huis gehaald is. Dit heeft er al toe geleid dat in 2025 diverse oude contracten opnieuw en op een correcte wijze aanbesteed en gegund zijn. In 2026 gaan we hiermee verder aan de slag. Voor dat jaar staan onder andere de aanbesteding van een nieuw ERP-systeem, de inhuurdesk, een raamovereenkomst voor de inzet van vergunningverleners en de verduurzaming en herinrichting van het Midden-Hollandhuis. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Het derde criterium betreft misbruik en oneigenlijk gebruik.
De ODMH heeft geen specifiek M&Obeleid. Gelet op de aard van de primaire taken die ODMH uitvoert en de financiële processen die daaraan ten grondslag liggen, achten wij een M&O-beleid niet relevant. Immers, de ODMH verstrekt geen subsidies, uitkeringen of andere voorzieningen of emolumenten waar misbruik of oneigenlijk gebruik van kan worden gemaakt. Ook heft de ODMH geen belastingen of leges. Ook andere omgevingsdiensten, die dezelfde producten leveren en processen hebben ingericht, zien geen aanleiding om M&O-beleid te ontwikkelen. Waar het het risico op fraude betreft, verwijzen wij naar het vastgestelde Integriteitsbeleid, en de waarborgen die zijn getroffen in de (financiële) processen om
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
42 van 83
fraude te voorkomen. Uit de in 2025 uitgevoerde frauderisicoanalyse komt geen geval van fraude naar voren. Procescontroles zijn vooral uitgevoerd bij de interimcontrole. Er zijn geen onrechtmatigheden ten aanzien van het M&O-criterium vastgesteld. Openbaarheid Op 1 mei 2023 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet verplicht bestuursorganen om verschillende categorieën documenten uit eigen beweging openbaar te maken (actieve openbaarmakingsplicht). Deze verplichting treedt voor de verschillende informatiecategorieën gefaseerd in werking. In de jaarlijkse verantwoording moet verslag worden gedaan van de uitvoering van de Woo. De ODMH geeft als volgt invulling gegeven aan de verplichtingen uit de Woo: de ODMH is aangesloten op de Woo-index: Woo-index Omgevingsdienst Midden-Holland | Overheid.nl en houdt de index actueel. De ODMH maakt nu de volgende informatiecategorieën actief openbaar: bereikbaarheidsgegevens, informatie over de organisatie en werkwijze, de agenda en vergaderstukken van het algemeen bestuur, de agenda en besluitenlijsten van het dagelijks bestuur, besluiten van algemene strekking, verordeningen, de besluiten op Woo-verzoeken en sommige beschikkingen. De ODMH bereidt zich voor op de openbaarmaking van de overige informatiecategorieën. Naleving AVG De ODMH zorgt ervoor dat de AVG wordt nageleefd.
De ODMH heeft alle verwerkingen, van zowel het primaire proces als op het terrein van de bedrijfsvoering, opgenomen in een verwerkingenregister. Daarnaast heeft de ODMH privacybeleid en diverse procesbeschrijvingen vastgesteld, waaronder een protocol voor meldingen van datalekken en een procedure voor het behandelen van verzoeken van derden over hun rechten tot inzage en verwijdering van gegevens e.d. In 2025 heeft de ODMH AIbeleid vastgesteld, waarin ook de AVG is meegenomen. De ODMH heeft een Functionaris gegevensbescherming aangesteld. De ODMH besteedt ook aandacht aan het onderwerp bewustwording. Via de onboarding van nieuwe medewerkers, e-learnings, workshops voor alle medewerkers en berichten op Intranet worden medewerkers opgeroepen om zorgvuldig om te gaan met data en persoonsgegevens. Extra aandacht is besteed aan de AI-ontwikkelingen. Er gelden huisregels voor het gebruik van AI-tools, zoals Copilot. Desondanks zijn in 2025 toch 11 datalekken gemeld. Deze zijn allemaal als niet-ernstig gekwalificeerd. De meeste datalekken zijn e-mails die verkeerd zijn geadresseerd of onvolledige geanonimiseerde documenten.
3.2.6 Verbonden partijen De ODMH heeft geen verbonden partijen (een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk én een financieel belang heeft). De relatie tussen de ODMH en de deelnemende gemeenten en provincie valt niet onder deze noemer.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
43 van 83
4
Jaarrekening
Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in het jaar 2025 gerealiseerde beleid.
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
44 van 83
4.1
Balans per 31 december 2025
(bedragen x € 1.000)
ACTIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2024
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut
5.474 5.474
Totaal vaste activa
5.438 5.438
5.474
5.438
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Kas- en banksaldi Overlopende activa - De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen - Nog te ontvangen bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Vooruitbetaalde bedragen die ten gunste van volgende begrotingsjaren komen
9.378
7.315
934
987
8.435
6.260
9
69 507
507
505 505
1.260
564
91 80
57 72
721
260
368
174
Totaal vlottende activa
11.145
8.383
Totaal activa
16.618
13.821
Jaarstukken 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
45 van 83
(bedragen x € 1.000)
PASSIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2024
Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Voorzieningen - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen en risico's Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse lening van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
3.738 1.401 1.427 910
2.870 1.401 589 880
1.762 848 914
941 813 127
2.111 2.111
Totaal vaste passiva
2.338 2.338
7.612
6.149
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden
Overlopende passiva - De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume