CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 22 Bijlage 19 MER Deelrapport Water Bodem Klimaat A24.000186

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 134.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Neerslag op verhard oppervlak stroomt direct af richting het oppervlaktewater, terwijl op onverhard oppervlak water kan infiltreren in de ondergrond. De oppervlaktes zijn inschattingen gebaseerd op de beschrijving in het masterplan en de volgende aannames: • Er is uitgegaan van kleine tuinen (~5% van het oppervlak van woningen) en een grote openbare ruimte. Binnen de openbare ruimte kan veel waterberging worden ingericht, terwijl tuinen mogelijk verhard worden.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

59/189

•

Weinig huizen hebben groene daken omdat wordt uitgegaan van zonnepanelen op de daken (KuiperCompagnons, maart 2021). Daken gelden daarom als verhard oppervlak.

Een eis van het waterschap is dat extra verhard oppervlakte in het plangebied wordt gecompenseerd door aanleg van extra nat oppervlak (HHSK, 2012). Bij grote plannen, zoals de ontwikkeling van het middengebied, ligt de compensatie-eis tussen 5 en 20% van het extra verhard oppervlak. In navolging van het Masterplan (KuiperCompagnons, maart 2021) is voor deze analyse uitgegaan van een compensatie-eis van 15% voor elke m² extra verhard oppervlak, in ontwikkelingen zoals deze is de compensatie-eis maatwerk voor HHSK. Een belangrijke eis van HHSK is daarnaast dat geen wateroverlast ontstaat, ook dit is als uitgangspunt meegenomen in de analyse en effectbeoordeling. In de deelgebieden Kreekrug en Watertuin is een groter deel waterberging opgenomen dan in de huidige situatie. In de huidige situatie in 5% van deze gebieden water, in de alternatieven is 20% opgenomen voor berging, waarvan ongeveer de helft wateroppervlak en de helft droge berging. Om opbarsting te voorkomen, kan de bodem van deze berging net boven het bovenpeil liggen, waardoor dit bij een extreme bui direct onderloopt en dus compleet als droge waterberging functioneert. Tabel 6-1: Oppervlakte van type deelgebieden en percentage verhard/onverhard/nat (gebruikt als basis in alle alternatieven)

Gebiedstype Oppervlakte [ha] Oppervlakte [%]

de Kreekrug Bedrijven Bos Watertuin 133 162 87 12%

EnergieGroene LintTotaal landschap schakel bebouwing 128 77 236 54 1116

15%

8%

11%

7%

21%

5%

100%

52% 28% 20%

75% 15% 10%

18% 72% 10%

15% 75% 10%

18% 72% 10%

59% 31% 10%

34% 54% 12%

Verdeling Verhard/Onverhard/Nat Verhard [%] Onverhard [%] Nat [%]

27% 53% 20%

Hoogte deelgebieden en opgehoogd oppervlak Binnen het projectgebied is er sprake van een redelijk hoogteverschil (zie Figuur 6-2), het maaiveld varieert van ca. -7,00 m NAP tot -4,00 m NAP. De alternatieven verschillen in het oppervlak dat opgehoogd wordt in het kader van bouwrijp maken en bebouwen (voor meer informatie zie MER – Bijlage 4, alternatievenbeschrijving). Keuzes rondom inrichting en bouwwijze van de nieuwe bebouwing bepalen hoeveel van het oppervlak opgehoogd wordt en tot welk niveau. Zo kan men integraal ophogen, alleen het bebouwd oppervlak, of uitgaan van woningen op palen of zelfs drijvende woningen waardoor alleen wegen op opgehoogd terrein komen te liggen. In de berekeningen is rekening gehouden met vloerpeilen zoals omschreven in alternatieven, eventuele verlaging op termijn als gevolg van bodemdaling is niet meegenomen. In het basisalternatief wordt al het bebouwde oppervlak (woningen/gebouwen) plus de tuinen opgehoogd: zowel in de Kreekrug als de Watertuin (wonen op terpen) gaat dat in de berekeningen om 80% (zie Tabel 6-2). Het bedrijventerrein wordt voor 75% verhoogd. In de alternatieven Maximaal klimaatrobuust en Groen-blauw raamwerk wordt maar 10% van de Watertuinen opgehoogd, er worden hier respectievelijk woningen op palen en drijvend gebouwd. In het alternatief Maximaal

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

60/189

klimaatrobuust wordt minder oppervlak van de Kreekrug opgehoogd: 64%. In dit alternatief wordt wel de Lintbebouwing opgehoogd en dus niet geamoveerd. Tabel 6-2: Type deelgebieden met oppervlakte en gemiddelde hoogte maaiveld (referentiesituatie volgens AHN3) en percentage van het oppervlak verhoogd. Gebiedstype Oppervlakte [ha]

de Kreekrug Bedrijven Bos Watertuin 133 162 87

Gem. hoogte maaiveld [mNAP] -5,83 Deel van het oppervlak dat wordt opgehoogd Referentie 0% Basis 80% Klimaatrobuust 10% GroenBlauw 10%

Energielandschap

Groene schakel

Lintbebouwing

Totaal

128

77

236

54

877

-5,71

-5,55

-5,60

-6,12

-5,80

-5,55

-5,76

0% 80% 64% 80%

0% 75% 75% 75%

0% 3% 3% 3%

0% 3% 3% 3%

0% 3% 3% 3%

0% 0% 50% 0%

0% 36% 26% 26%

Figuur 6-2 – Hoogte maaiveld ten opzichte van NAP in de referentiesituatie (AHN3)

Extreme neerslagsituaties Er zijn drie neerslagscenario’s gebruikt om de kans op wateroverlast in beeld te brengen: 90mm/24u (T=250 in 2050), 143mm/24uur (T=100 in 2085 4 WL Upper scenario) en 200mm/48uur (neerslaghoeveelheid Limburg juli 2021, toetsing zeer extreme situatie). Met de overige uitgangspunten worden voor deze drie extreme neerslagsituaties de maatgevende waterpeilen berekend in alle deelgebieden voor de verschillende scenario’s. Tabel 6-3: Extreme neerslagscenario’s

4 2085 is het referentiejaar van het KNMI voor klimaatscenario’s, dit geeft de verandering van het klimaat rond

2071 en 2100 (KNMI, 2015) en wordt meegenomen als referentiesituatie voor 2100

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

61/189

Neerslag 90 mm

Duur 1 uur

143 mm 200 mm

24 uur 48 uur

Bron Eis convenant Klimaatadaptief Bouwen (BouwAdaptief, 2022) Maatgevende bui 2100, in overleg met HHSK Extreme toetsing, Limburg 2021 bui (Deltares, 2021)

Maalcapaciteit 18 mm/dag maalstop maalstop

Bij het eerste neerslagscenario is afvoer via de gemalen wel mogelijk, met een maalcapaciteit van 18 mm per dag voor het hele gebied. Bij de laatste twee neerslagscenario’s, 143 mm in 24 uur en 200 mm in 48 uur, is afvoer niet mogelijk, omdat bij deze extreme situatie de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg en de Algerakering in de Hollandse IJssel wellicht dicht gaan. Er is dan sprake van een maalstop vanuit de polders om het primaire watersysteem te ontlasten. Daarnaast is er van uitgegaan dat infiltratie in het plangebied bij deze extreme neerslaghoeveelheden niet verder optreedt. Daarom zal alle neerslag in het eigen gebied geborgen moeten worden op het wateroppervlak of op het bestaande maaiveld. Het peilbeheer In de alternatieven wordt uitgegaan van een flexibel peil met een onderpeil en een bovenpeil. Bij de berekening van wateroverlast wordt bij ieder alternatief uitgegaan van het bovenpeil bij de start van de extreme bui. De bovenpeilen zijn voor de alternatieven per deelgebied weergegeven in Tabel 6-4. De deelgebieden die binnen eenzelfde peilvak vallen, hebben hierbij hetzelfde bovenpeil en dus hetzelfde startpeil. Voor het berekenen van de waterpeilen en bijbehorende ophoging is uitgegaan van droogleggingseisen, de toelichting per alternatief staat in Bijlage 4 bij het MER en in bijlage I van dit rapport.

In Figuur 4-4 is weergegeven hoeveel van het oppervlak onder water komt te staan bij dit bovenpeil. Bij het basisalternatief komen grotere delen van vooral de deelgebieden Energielandschap en Groene Schakel onder water te staan. Bij het Alternatief Maximaal klimaatrobuust en Groen-blauw raamwerk is dit zelfs nog meer. De opgehoogde oppervlakten zijn hier al vanaf getrokken, deze blijven droog. In paragraaf 6.1.3 worden de effecten verder beschouwd. Tabel 6-4: Deelgebieden/peilgebieden met hun toegewezen bovenpeil (startpeil berekeningen) en percentage inundatie bij dit peil voor de Referentie, Basisalternatief en Alternatief Maximaal Klimaatrobuust en Groenblauw. Het kleurverloop geeft verschillen aan in waterdiepten, ze hebben geen specifieke betekenis. Gebiedstype

de Watertuin

Oppervlakte [ha] Bovenpeil (maximaal streefpeil) Referentie Basis Klimaatrobuust GroenBlauw Nat oppervlak [%] bij bovenpeil Referentie Basis Klimaatrobuust GroenBlauw

Kreekrug

Bedrijven

Bos

Energielandsc Groene hap schakel 128 77

Lint

Totaal

236

54

877

133

162

87

-6,40 -6,05 -5,65 -5,30

-6,40 -6,05 -5,65 -5,50

-6,25 -6,05 -6,05 -5,50

-6,60 -6,05 -5,65 -5,30

-6,60 -6,05 -5,65 -5,30

-6,60 -6,05 -5,65 -5,30

-6,30 -6,05 -5,65 -6,05

-6,48 -6,05 -5,69 -5,40

6% 15% 70% 50%

4% 15% 35% 20%

3% 11% 11% 25%

0% 10% 45% 78%

4% 60% 93% 97%

3% 24% 64% 82%

8% 20% 41% 20%

3% 18% 52% 62%

Het peilbeheer en de bestaande vloerpeilen Per alternatief is beschreven hoe er met huidige bebouwing en de nieuwe peilen wordt omgegaan. Veel van de huidige bebouwing ligt langs de tochten en is dus onderdeel van de lintbebouwing. Hier zijn veel kleine peilvakken

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

62/189

aanwezig, vaak met een ander peil dan de omgeving. Als het peil hoger wordt kan dit gevolgen hebben voor de huidige bebouwing. In het Basisalternatief blijft huidige bebouwing bestaan. Kleine peilvakken met hogere of lagere peilen moeten worden behouden om schade te voorkomen. In de alternatieven Maximaal Klimaatrobuust en Groen-blauw raamwerk worden bestaande gebouwen, inclusief lintbebouwing op termijn aangepast aan de hogere peilen. Door de tijd zullen bij renovatie, verkoop of sloop de kleine peilvakken opgenomen worden in de grotere peilvakken. Woningen worden geamoveerd of opgevijzeld. Witteveen+Bos heeft een eerste inschatting gemaakt van de vloerpeilen van woningen in het gebied (Witteveen+Bos, 2021). Niet van alle bestaande gebouwen in het Middengebied is een inschatting gemaakt. In totaal zijn 143 objecten meegenomen, waarvan 92 in de lintbebouwing, vooral langs de Derde tocht en een deel van de Vierde tocht. Dit is ongeveer 50% van de gebouwen in het gebied. De beschikbare gegevens laten zien dat de hoogte van de ingeschatte vloerpeilen variëren tussen -5,80 en -3,80m NAP. In vervolgfases is ten behoeven van vergunningverlening een preciezere en uitgebreidere inmeting nodig om effecten preciezer in beeld te brengen.

Tabel 6-5 geeft een indicatie hoeveel van de 143 ingemeten objecten last krijgen van wateroverlast (water hoger dan vloerpeil obv inmetingen Witteveen + Bos) bij verschillende scenario’s. Hierbij is nog geen rekening gehouden met drooglegging, mogelijk aanwezige kelders en kruipruimtes. De getallen zijn ook weergegeven voor de maatgevende waterpeilen tijdens de drie extreme neerslagscenario’s. Tabel 6-5: Ter indicatie, aantal bestaande gebouwen/objecten (van de 143) met een vloerpeil lager dan het bovenpeil of beneden de maatgevende waterpeilen behorende bij de drie extreme neerslagscenario’s. Alternatief Maximaal klimaatrobuust en Groenblauw raamwerk zijn niet meegenomen omdat bestaande bebouwing in deze alternatieven wordt opgevijzeld of geamoveerd. Alternatief Circulair / Duurzame energie is hetzelfde als het basisalternatief. Alternatief

Referentiesituatie

Basisalternatief

m NAP

#objecten

m NAP

#objecten

Bovenpeil

-6,50

0

-6,05

0

Na 90mm in 1uur

-5,88

0

-5,71

4

Na 143mm in 24uur

-5,74

3

-5,59

9

Na 200mm in 48uur

-5,64

7

-5,51

13

Er is verder onderzoek nodig om definitief vast te kunnen stellen wat het effect van hogere peilen op bestaande bebouwing is, o.a. om vast te stellen hoeveel overhoogte men nodig heeft om rekening te houden met zettingen of opbolling en andere aspecten die wateroverlast verergeren. Dit is maatwerk per woning, omdat percelen, afwatering en woningen verschillen. Vitale voorzieningen Tijdens periodes van extreme neerslag is het belangrijk om schade aan huizen, infrastructuur, vitale voorzieningen en kwetsbare objecten te voorkomen of beperken. Onder vitale voorzieningen worden objecten verstaan die een

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

63/189

essentiële of belangrijke functie hebben voor het gebied of de bewoners, zoals snelwegen, scholen, ziekenhuizen, maar ook bijvoorbeeld gasleidingen. In de huidige situatie is er een aantal vitale voorzieningen in het plangebied aanwezig (risicokaart.nl, sd): langs de rand van het gebied loopt een snelweg en spoorlijn. Verder is er in het gebied een locatie waar propaan is opgeslagen en loopt er een aantal buisleidingen door het gebied. In het masterplan zijn de geplande voorzieningen in het Vijfde Dorp beschreven (KuiperCompagnons, maart 2021). Hierin worden onder andere de volgende vitale voorzieningen genoemd: • Voorschoolse en buitenschoolse voorzieningen en basisscholen (integrale kindcentra) en een middelbare school • Locatie van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) • Eerstelijnszorg en apotheek • Opvang/dagbesteding en jongerencentrum • Sporthal en sportverenigingen Aan de hand van de inundatiediepten is meegenomen of vitale voorzieningen, voor zover details bekend, mogelijk schade oplopen.

6.1.3

Effecten per alternatief

Alternatief

Basisalter natief

Alternatief Maximaal klimaatrobuust

Beoordeling

+

++

Alternatief Groenblauw raamwerk ++

Alternatief Circulair / Duurzame energie -

Alternatief duurzame mobiliteit n.v.t.

Referentiesituatie Tabel 6-6 presenteert de waterstanden en oppervlak dat onder water komt te staan voor de drie neerslagscenario’s. Per deelgebied is uitgegaan van een startpeil dat gelijk is aan het bovenpeil. Daarna is berekend hoe hoog het waterpeil komt tijdens de bui (zonder of met malen van de peilvakken) en welke gebieden dan onder water komen te staan. Bij een bui van 143mm in 24 uur komt het waterpeil bij drie bestaande gebouwen boven de vloerpeilen. Zoals te zien is in de tabel wordt de maatgevende waterstand bij het extreemste scenario (200mm/48uur) ongeveer -5,65m NAP. Hierbij staat het deelgebied Energielandschap voor 94% onder water, waarbij met een gemiddelde maaiveldhoogte van -6,12m NAP er ongeveer 45cm water op het maaiveld staat. Ook de Watertuin en de Groene Schakel komt voor meer dan 60% onder water te staan. Tabel 6-6: Referentiesituatie: resultaten 3 neerslag-scenario’s op waterpeil en inundatieoppervlak Alternatief

Referentiesituatie

Gebied

de Watertuin Kreekrug

Verhoogd oppervlak [%] 0% Resultaten neerslagscenarios Maximaal Peil [m NAP] Bovenpeil [mNAP] (start berekening) -6,40 Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) -5,85 Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) -5,75 Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) -5,65 Resultaten scenarios: oppervlak dat onder water komt te staan[%] Nat oppervlak bij bovenpeil [%] 6% Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) 47% Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) 62% Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) 72%

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

Bedrijven

Bos

Energielandsc Groene hap schakel 0% 0%

0%

0%

-6,40 -5,85 -5,75 -5,65

-6,25 -5,64 -5,64 -5,64

-6,60 -5,95 -5,77 -5,64

4% 38% 47% 54%

3% 41% 41% 41%

0% 12% 31% 46%

Lint

Totaal

0%

0%

0%

-6,60 -5,95 -5,77 -5,64

-6,60 -5,95 -5,77 -5,64

-6,30 -5,83 -5,68 -5,64

-6,48 -5,88 -5,74 -5,64

4% 74% 90% 94%

3% 34% 53% 64%

8% 32% 41% 44%

3% 38% 51% 60%

64/189

Het effect van de extreme buien wordt hieronder op eenzelfde manier in kaart gebracht voor de alternatieven, waarbij vooral de ophogingen en de veranderingen in peilbeheer tot hogere waterstanden leiden, dit is verder uitgewerkt in de alternatieven. Basisalternatief Het basisalternatief bestaat vooral uit ophogingen in de gebieden de Kreekrug, de Watertuin en het bedrijventerrein, in combinatie met een verhoging naar een streefpeil van -6,20 m NAP (+/-15 cm) in veel gebieden. Dat is tot 55cm hoger dan in de referentiesituatie. Bij een bovenpeil van -6,05 m NAP (dus zonder extreme neerslag) komt het water in de (bestaande en nieuwe) waterlopen tot aan het maaiveld en komen enkele deelgebieden onder water te staan (zie Figuur 6-3). Bij het bovenpeil staat 22% van het totale oppervlak van het projectgebied onder water (zie Tabel 6-7). Het deelgebied Energielandschap staat voor 60% onder water. Dit gaat in het basisalternatief voornamelijk om grasland/akkerland in de Groene Schakel, woongebied in de Watertuinen en zonnepanelen velden in het Energielandschap. Het waterpeil komt bij een bui met 90mm in 1 uur bij enkele bestaande gebouwen ter hoogte van het vloerpeil, zie paragraaf 6.1.2.

¯

Figuur 6-3: Inundatiekaarten van de deelgebieden als wordt uitgegaan van het bovenpeil (startpeil berekeningen) voor Basisalternatief. De gebieden Kreekrug en Watertuin (lichtgeel) worden grotendeels opgehoogd en inunderen dus nauwelijks.

Legenda Basis alternatief: peil tov maaiveld [m] 0.0 - 0.25 0.26 - 0.5

Esri

0.51 - 0.75 0.76 - 1 1.1 - 1.3 1.4 - 1.5

In de Kreekrug en de Watertuinen is als uitgangspunt genomen dat op de opgehoogde delen geen water geborgen kan worden, alleen op geplande verlaagde locaties zoals watergangen en wadi’s. Dit is een negatieve inschatting doordat ook in de ondergrond bergingsruimte zit, dit is niet meegenomen. Een groot deel van de neerslag stroomt hierbij af via het verharde oppervlak. Onder deze omstandigheden stroomt het water af richting het peilgebied met het energielandschap, Koning Willem I bos, en de Groene Schakel. Als gevolg daarvan verspreidt water zich meer over gebieden en stijgt het peil in de meest extreme situatie tot gemiddeld -5,51 m NAP in het hele gebied.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

65/189

Tabel 6-7: Basisalternatief: resultaten 3 neerslag-scenario’s op waterpeil en inundatieoppervlak Alternatief

Basisalternatief

Gebied

de Kreekrug Bedrijven Bos Watertuin 80% 80% 75%

Verhoogd oppervlak [%] Resultaten neerslagscenarios Maximaal Peil [m NAP] Bovenpeil [mNAP] (start berekening) -6,05 Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) -5,61 Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) -5,51 Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) -5,51 Resultaten scenarios: oppervlak dat onder water komt te staan[%] Nat oppervlak bij bovenpeil [%] 20% Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) 20% Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) 20% Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) 20%

Energieland Groene Lint schap schakel 3% 3% 3%

Totaal 0%

36%

-6,05 -5,61 -5,51 -5,51

-6,05 -5,57 -5,51 -5,51

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

-6,05 -5,81 -5,66 -5,54

-6,05 -5,71 -5,59 -5,51

20% 20% 20% 20%

11% 22% 25% 25%

10% 27% 45% 59%

60% 89% 93% 96%

24% 50% 63% 73%

20% 33% 42% 51%

18% 32% 36% 39%

Om schade te voorkomen en het functioneren van vitale en kwetsbare functies te waarborgen dient rekening te worden gehouden met een maatgevend waterpeil van -5,51 m NAP (bij 200mm in 48 uur). Aangezien wordt uitgegaan van een vloerpeil van -5,00 m NAP en wegpeil van -5,20 m NAP op de Kreekrug en in de Watertuin blijft bij deze extreme neerslagsituatie een drooglegging bestaan van respectievelijk 0,50m (vloerpeil) en 0,30m (wegpeil) bij het meest extreme neerslagscenario. In de Lintbebouwing (waar het peil ook tot -6,20 m NAP, met een bovenpeil van -6,05 m NAP, wordt opgezet) treedt in het meest extreme neerslagscenario een peilstijging op van gemiddeld 51 cm boven het bovenpeil (bij 200 mm in 48 uur). Hier is extra berging of gemaalcapaciteit nodig om deze bebouwing te beschermen. Geconcludeerd wordt dat in het basisalternatief het watersysteem verschillende getoetste neerslagextremen op kan vangen zonder dat schade optreedt aan nieuw te bouwen objecten, vitale voorzieningen en infrastructuur, ook in 2100. Bij neerslag vanaf 90mm/1u kan het voorkomen dat kruipruimtes een vochtige bodem krijgen of dat er tijdelijk water in komt te staan, permanente schade zal hierbij niet optreden bij standaard gebruik van een kruipruimte. In geval van de extreme neerslagscenario’s (zelfs bij 200mm in 48uur) blijven vitale voorzieningen functioneren.

Omdat bestaande bebouwing in de Groene Schakel en in de Lintbebouwing zonder verdere maatregelen problemen krijgt, scoort dit alternatief niet maximaal, maar + (effectbeoordeling: +). Alternatief Maximaal Klimaatrobuust In het Alternatief Maximaal Klimaatrobuust wordt bijna overal uitgegaan van het streefpeil van -5,80 m NAP (+/-15 cm). Bij het bovenpeil van -5,65m NAP komen deelgebieden zoals het Bos, Groene Schakel en het Energielandschap (groten)deels onder water te staan, dit zal een groot deel van het jaar voorkomen, met name in de winter (zie Figuur 6-4 en Tabel 6-8). Hierbij gaat het om grote oppervlaktes die 20-50 cm onder water komen te staan. Ten opzichte van het basisalternatief wordt minder oppervlak opgehoogd in de Watertuin. Het oppervlak dat wordt opgehoogd, krijgt echter een hoger vloerpeil/wegpeil ten opzichte van het basisalternatief waardoor de kans op schade aan vitale functies en wegen klein is. De Lintbebouwing wordt in dit alternatief opgevijzeld of geamoveerd, wat ook de kans op wateroverlast en schade verlaagd.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

66/189

Figuur 6-4: Inundatiekaarten van de deelgebieden als wordt uitgegaan van het bovenpeil (startpeil berekeningen) voor alternatief Maximaal klimaatrobuust. Het deelgebied Kreekrug wordt grotendeels opgehoogd en inundeert dus niet (het groene niet-geïnundeerde deel).

De waterstand als gevolg van het meest extreme scenario wordt -5,33m NAP in alle deelgebieden. In dit alternatief komen de vloerpeilen op -4,45 m NAP, wat zorgt voor een drooglegging van 88cm voor de woningen in het meest extreme neerslagscenario. Datzelfde geldt voor de evacuatieroutes, terwijl overige wegen aangelegd worden op -4,65m NAP (68 cm drooglegging). Tabel 6-8: Alternatief Maximaal Klimaatrobuust: resultaten 3 neerslag-scenario’s op waterpeil en inundatieoppervlak Alternatief

Maximaal Klimaatrobuust

Gebied

de Watertuin Kreekrug

Verhoogd oppervlak [%] 10% Resultaten neerslagscenarios Maximaal Peil [m NAP] Bovenpeil [mNAP] (start berekening) -5,65 Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) -5,50 Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) -5,42 Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) -5,33 Resultaten scenarios: oppervlak dat onder water komt te staan[%] Nat oppervlak bij bovenpeil [%] 73% Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) 80% Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) 82% Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) 84%

Bedrijven

Bos

Energielandsc Groene hap schakel 3% 3%

64%

75%

-5,65 -5,50 -5,42 -5,33

-6,05 -5,57 -5,35 -5,33

-5,65 -5,50 -5,42 -5,33

35% 35% 36% 36%

11% 22% 25% 25%

45% 59% 68% 75%

Lint

Totaal

3%

50%

26%

-5,65 -5,50 -5,42 -5,33

-5,65 -5,50 -5,42 -5,33

-5,65 -5,50 -5,42 -5,33

-5,69 -5,51 -5,42 -5,33

93% 96% 97% 97%

64% 73% 77% 80%

41% 48% 49% 50%

52% 61% 64% 66%

Geconcludeerd wordt dat in Alternatief Maximaal Klimaatrobuust het watersysteem de getoetste neerslagextremen op kan vangen zonder dat schade optreedt aan nieuw te bouwen objecten, vitale voorzieningen en infrastructuur, ook in 2100. Ook kruipruimtes blijven droog bij bovenstaande neerslagsituaties. Er treedt geen schade op aan bebouwing, infrastructuur en vitale voorzieningen omdat er voldoende opgehoogd wordt en de drooglegging nog groot is. In geval van zeer extreme neerslag blijven vitale voorzieningen functioneren. Omdat ook alle bestaande woningen worden opgevijzeld of geamoveerd, scoort dit alternatief beter op waterkwantiteit/wateroverlast. Dit alternatief scoort dan ook erg positief (effectbeoordeling: ++). Ten tijde van het opstellen van de alternatieven werd gewerkt met verouderde overstromingsanalyses, het vloerpeil van -4,45m NAP is gebaseerd op

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

67/189

overstromingsdiepten uit een studie van Deltares (Deltares, 2010). Vanuit het perspectief van wateroverlast zou ophoging tot een hoogte van ca. -5,1m NAP voldoende zijn, rekening houdend met wisselwerking tussen peilgebieden in extreme omstandigheden. Ook in dat geval zou dit alternatief nog sterk positief worden beoordeeld. Alternatief Groen-blauw raamwerk In het Alternatief Groen-blauw raamwerk worden verschillende streefpeilen aangehouden in de deelgebieden. In de Lintbebouwing wordt het huidige lage peil gehandhaafd. Verder wordt uitgegaan van een flexibel en hoger bovenpeil in de andere gebieden van -5,50 (Kreekrug) en -5,30m NAP (Watertuin). Bij deze bovenpeilen staat 62% van het Middengebied onder water (Figuur 6-5). Bij het bovenpeil krijgen bestaande gebouwen geen probleem, omdat de lintbebouwing in dit alternatief een apart peilvak krijgt. Bij het extreemste neerslagscenario komt het waterpeil bij 12 bestaande gebouwen over de drempel. Zie paragraaf 6.1.2.

¯

Figuur 6-5: Inundatiekaart van de deelgebieden als wordt uitgegaan van het bovenpeil (startpeil berekeningen) voor alternatief Groen-Blauw raamwerk. Het deelgebied Kreekrug (lichtgeel) wordt grotendeels opgehoogd en inundeert dus nauwelijks.

Legenda Groenblauw raamwerk: peil tov maaiveld [m] 0.0 - 0.25 0.26 - 0.5

Esri

0.51 - 0.75 0.76 - 1 1.1 - 1.3 1.4 - 1.5

De maatgevende waterpeilen komen in het meest extreme neerslagscenario op -5,0m NAP en komen daarmee 33cm hoger te liggen dan de waterstanden bij Alternatief Maximaal Klimaatrobuust. Vergeleken met de vloerpeilen van -4,60m NAP en wegpeil van -4,70m NAP op de Kreekrug en -4,50m NAP in de Watertuin levert dit een minimale drooglegging op van 40cm voor de woningen en 30cm voor de wegen op de Kreekrug en 50 cm in de Watertuin. Op de Kreekrug is het uitgangspunt om zonder kruipruimte te bouwen, deze kunnen dus geen schade ondervinden. De tuinen en openbare ruimte (behalve wegen) worden in de Watertuin tot maximaal -6,0m NAP opgehoogd, wat betekent dat deze delen bij alle neerslagscenario’s onder water komen te staan. Geconcludeerd wordt dat in het alternatief Groen-blauw raamwerk het watersysteem verschillende getoetste neerslagextremen op kan vangen zonder dat schade optreedt aan nieuw te bouwen objecten, vitale voorzieningen en

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

68/189

infrastructuur, ook in 2100. Ook kruipruimtes blijven droog bij bovenstaande neerslagsituaties. Er zal geen schade optreden aan bebouwing, infrastructuur en vitale voorzieningen omdat er voldoende opgehoogd wordt en de drooglegging nog groot is. In geval van extreme neerslag blijven vitale voorzieningen functioneren. Door de hoge waterstand onder normale condities, komen het Energielandschap, het bos, de Groene Schakel nagenoeg altijd onder water te staan. Omdat wateroverlast in extreme situaties, ook in 2100 in bebouwde gebieden voorkomen wordt, is dit alternatief beoordeeld als sterk positief (effectbeoordeling: ++). Tabel 6-9: Alternatief Groen-blauw raamwerk: resultaten 3 neerslag-scenario’s op waterpeil en inundatieoppervlak Alternatief

Raamwerk Groen-Blauw

Gebied

de Watertuin

Verhoogd oppervlak [%] 10% Resultaten neerslagscenarios Maximaal Peil [m NAP] Bovenpeil [mNAP] (start berekening) -5,30 Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) -5,19 Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) -5,13 Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) -5,01 Resultaten scenarios: oppervlak dat onder water komt te staan[%] Nat oppervlak bij bovenpeil [%] 85% Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) 86% Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) 87% Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) 88%

Kreekrug

Bedrijven

Bos

Energielandschap Groene schakel

Lint

Totaal

80%

75%

3%

3%

3%

0%

26%

-5,50 -5,06 -5,01 -5,01

-5,50 -5,14 -5,01 -5,01

-5,30 -5,19 -5,13 -5,01

-5,30 -5,19 -5,13 -5,01

-5,30 -5,19 -5,13 -5,01

-6,05 -5,81 -5,66 -5,54

-5,40 -5,20 -5,13 -5,04

20% 20% 20% 20%

25% 25% 25% 25%

78% 83% 85% 88%

97% 97% 97% 97%

82% 84% 85% 87%

20% 33% 42% 51%

62% 67% 68% 69%

Alternatief Circulair / Duurzame energie Bij het alternatief circulair wordt uitgegaan van dezelfde peilen als in het basisalternatief. Dit betekent dat het waterpeil onder extreme omstandigheden (143mm/24uur en 200mm/48uur) stijgt tot -5,51m NAP op de Kreekrug en in de Watertuin en daarmee dus iets minder dan 10cm onder het vloerpeil van de bebouwing komt te staan (-5,4m NAP) (Figuur 6-6). Dit betekent dat er erg weinig drooglegging overblijft bij woningen. Dit is het gevolg van het uitgangspunt in dit alternatief dat zo min mogelijk wordt opgehoogd (om de aanvoer van zand zo beperkt mogelijk te houden). Hierdoor kunnen vloeren alsnog nat worden en daarmee flinke schade oplopen. Daarnaast worden in de Watertuin tuinen en de openbare ruimte maximaal opgehoogd tot -6,0 m NAP. Omdat water kan stijgt tot -5,51 m NAP bij extreme neerslag kan dit leiden tot wateroverlast in deze gebieden bij alle drie de neerslagscenario’s. Dat zal niet overal in de Watertuin het geval zijn omdat het maaiveld in een deel in de huidige situatie al hoger dan -5,5m NAP ligt. Op de Kreekrug worden tuinen en openbare ruimte wel opgehoogd, naar -5,45m NAP, waardoor het water net niet op maaiveld komt te staan onder extreme omstandigheden (143mm/24uur en 200mm/48uur). Door de verwachtte wateroverlast en mogelijke schade aan vloeren wordt dit alternatief negatief beoordeeld (effectbeoordeling: -).

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

69/189

¯

Figuur 6-6: Inundatiekaarten van de deelgebieden als wordt uitgegaan van het bovenpeil (startpeil berekeningen) voor alternatief Circulair. De gebieden Kreekrug en Watertuin (lichtgeel) worden grotendeels opgehoogd en inunderen dus nauwelijks.

Legenda Circulaire Energie: peil tov maaiveld [m] 0.0 - 0.25 0.26 - 0.5

Esri

0.51 - 0.75 0.76 - 1 1.1 - 1.3 1.4 - 1.5

Tabel 6-10: Alternatief Circulair: resultaten 3 neerslag-scenario’s op waterpeil en inundatieoppervlak Alternatief

Circulair

Gebied

de Watertuin Kreekrug

Verhoogd oppervlak [%] 80% Resultaten neerslagscenarios Maximaal Peil [m NAP] Bovenpeil [mNAP] (start berekening) -6,05 Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) -5,61 Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) -5,51 Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) -5,51 Resultaten scenarios: oppervlak dat onder water komt te staan[%] Nat oppervlak bij bovenpeil [%] 20% Scenario 90 mm in 1 uur (met malen) 20% Scenario 143 mm in 24 uur (zonder malen) 20% Scenario 200 mm in 48 uur (zonder malen) 20%

Bedrijven

Bos

Energielands Groene chap schakel 3% 3%

80%

75%

-6,05 -5,61 -5,51 -5,51

-6,05 -5,57 -5,51 -5,51

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

20% 20% 20% 20%

11% 22% 25% 25%

10% 27% 45% 59%

Lint

Totaal

3%

0%

36%

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

-6,05 -5,80 -5,65 -5,51

-6,05 -5,81 -5,66 -5,54

-6,05 -5,71 -5,59 -5,51

60% 89% 93% 96%

24% 50% 63% 73%

20% 33% 42% 51%

18% 32% 36% 39%

Alternatief Duurzame Mobiliteit Dit alternatief is qua watersysteem en vloerpeilen gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten in vergelijking met het basisalternatief. Aanbevelingen en aandachtspunten t.a.v. de oppervlaktewaterkwantiteit - In vervolgfases is ten behoeven van vergunningverlening een preciezere en uitgebreidere inmeting nodig van bestaande panden en objecten om effecten preciezer in beeld te brengen. Hierbij zal per pand in beeld gebracht moeten worden of er kelders en kruipruimtes zijn en wat de invloed van het verhogen van peilen is. - In deze waterbalans is de precieze werking van het watersysteem niet meegenomen dit omdat er vanuit wordt gegaan dat dit met de nieuwe inrichting sterk wijzigt. In het VKA wordt hier verder op ingegaan.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

70/189

6.2 Water aan- en afvoer 6.2.1

Beoordelingscriteria

Dit thema is uitgewerkt aan de hand van wensen voor het versimpelen van het watersysteem. Op basis van het aantal peilvakken zijn de verschillende alternatieven beoordeeld. Daarnaast is gekeken naar de benodigde water aanvoer en de relatie tot droogte en afvoer. In hoofdstuk 8.2 wordt ingegaan op de effecten van droogte en waterbuffers in verschillende alternatieven. Beoordelingscriteria wateraanvoer en -afvoer ++ Het aan- en afvoer systeem is toereikend voor omstandigheden in 2100 of er is voldoende ruimte gereserveerd om het systeem in de toekomst uit te breiden. De structuur van het watersysteem is eenvoudig en robuust en heeft maximaal 3 peilvakken. Door grote buffers en berging is het systeem uitstekend in staat pieken en dalen op te vangen, zelfs onder de meest extreme omstandigheden. De afhankelijkheid van aanvoer vanuit omliggende gebieden is minimaal (inclusief de Ringvaart is minimaal). + Het aan- en afvoersysteem is toereikend voor omstandigheden in 2100 of er is voldoende ruimte gereserveerd om het systeem in de toekomst uit te breiden. Het watersysteem is redelijk eenvoudig ingericht waardoor (genoeg) aan- en afvoer makkelijk te regelen is. Er zijn 4 tot 10 peilvakken. De buffer en bergingscapaciteit in het systeem neemt toe, maar in extreme situaties is aan- en afvoer nog steeds nodig. 0/+ Het aan- en afvoersysteem is toereikend voor omstandigheden in 2050.

Er zijn meer dan 10 peilvakken, maar minder dan in de referentiesituatie. De aan- en afvoer naar de omgeving onder extreme omstandigheden is kleiner dan in de referentiesituatie. 0 Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. 0/Het aan- en afvoersysteem is niet toereikend voor omstandigheden in 2050. Er zijn even veel of meer peilvakken dan in de referentie en er is sprake van minder berging/buffer in het systeem. Het aan- en afvoersysteem is niet toereikend voor omstandigheden in 2050. Er zijn meer peilvakken dan in de referentie en het watersysteem is ingewikkeld waardoor aan-en afvoer lastig te regelen is. -Het aan- en afvoersysteem is niet toereikend voor omstandigheden in het huidige klimaat. Het watersysteem is ingewikkeld en versnipperd, waardoor water aan- en afvoer lastig te regelen zijn. Er zijn meer/ kleinere peilvakken dan in de referentie en peilen verschillen sterk. Polder heeft te maken met hoge kwelflux, zeker in de toekomst.

6.2.2

Uitwerking op thema’s

Peilvakken Het huidige polderlandschap heeft veel sloten en een enorme hoeveelheid (kleine) peilvakken (>50) (Witteveen+Bos, 2021). Dit maakt het beheer van het watersysteem gecompliceerd. Er zijn veel kunstwerken en ingrepen nodig om water aan- en af te voeren naar gebieden, en door de veelheid aan peilvakken is de kans op inundatie en droogte groter. De scheidingen tussen de peilvakken met dammetjes, stuwen en gemalen vormen daarnaast een obstakel voor flora

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

71/189

en fauna omdat verschillende soorten zich niet makkelijk tussen de gebieden kunnen verplaatsen. Ook vormen ze een obstakel voor recreatieve activiteiten. Het is daarom de wens van HHSK om het aantal peilgebieden in het Middengebied te verminderen. Dit maakt het beheer van het gebied makkelijker en eenvoudiger en maakt gebruik van het water voor recreatieve doeleinden, zoals kanoroutes, beter mogelijk (KuiperCompagnons, maart 2021). In dit MER worden daarom alternatieven getoetst met minder peilvakken en de effecten er van op de omgeving. In dit hoofdstuk wordt alleen in gegaan op de effecten voor het watersysteem en niet op ecologische en recreatieve doeleinden. Er is een analyse gemaakt van de effecten van het verschil tussen huidig waterpeil en nieuwe waterpeilen en de assets/kunstwerken (dammetjes, stuwen, gemalen etc.) die beïnvloed worden door peilverandering. Afhankelijk van de mate van peilopzet moeten assets aangepast worden. In het VKA wordt de uitwerking van peilvakken en deelgebieden in meer detail verbonden met het aan- en afvoersysteem. Robuust watersysteem Het huidige afvoersysteem is beschreven in hoofdstuk 4.1.1. HHSK heeft als uitgangspunt dat de bestaande hoofdwaterstructuur van het Middengebied gehandhaafd blijft. Voor de toekomst is de volgende voorkeursvolgorde voor waterbeheer van belang: vasthouden, hergebruiken en afvoeren.

Door het aantal peilvakken in de alternatieven te verminderen wordt het aan- en afvoersysteem simpeler. Er zijn minder gemalen en andere kunstwerken zoals stuwen nodig. Doordat overlast en droogte opgevangen kunnen worden in een groter gebied wordt het systeem robuuster. Water aan- en afvoer en klimaatverandering Water aan- en afvoer zijn afhankelijk van de waterbalans van de polder en verschillen sterk door het jaar heen. Klimaatverandering heeft grote invloed op deze waterbalans. Extreme situaties (nat en droog) worden naar verwachting in de toekomst nog extremer of zullen langer duren. Ook de aanleg van het Vijfde Dorp heeft grote invloed op de waterbalans. Het huidige systeem kan 18mm per dag afvoeren via het Abraham Kroes gemaal. Voor de gemiddelde aan- en afvoer van water zijn vier variabelen van belang: neerslag, verdamping, kwel en toegestane peilfluctuatie (buffervolume). Uitgangspunt voor de autonome ontwikkeling is dat in het Middengebied de huidige waterstructuur en pompgemalen blijven voldoen aan de normen voor het af- en aanvoeren van water, ook als de neerslagintensiteit toeneemt of als het langer droog is (Witteveen+Bos, 2022). Neerslag: • De neerslag is voor alle alternatieven gelijk, de inrichting van het gebied verschilt tussen de alternatieven en heeft invloed op de hoeveelheid en snelheid waarmee neerslag tot afstroming komt in het watersysteem.

Door klimaatverandering worden neerslagintensiteiten extremer en worden langere periodes van droogte verwacht. Verdamping: • Verdamping is afhankelijk van landgebruik, grondwaterpeil en het oppervlak open water. De verwachting is dat de droge periodes langer gaan duren, waardoor meer verdamping ontstaat. Tijdens extreem

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

72/189

warme en droge periodes kan het gaan om 4-5 mm/dag, wat 23mm/dag hoger is dan normaal. Dit leidt tot grotere watertekorten in droge periodes wanneer de inrichting en waterbeschikbaarheid niet wordt aangepast. Kwel: • In de huidige situatie wordt uitgegaan van een gemiddeld waterpeil rond de -6,45m NAP (verschillend per peilgebied) resulterend in een kwelflux van gemiddeld 1,5-2 mm/dag. Deze kwelflux resulteert in een noodzaak om water af te voeren, waarmee al ca. 10% van de maalcapaciteit van het Abraham Kroes gemaal gebruikt wordt (totale capaciteit van het gemaal is 18mm/dag). Een hoger streefpeil zorgt voor minder kwel, waardoor meer maalcapaciteit beschikbaar blijft om neerslag uit te malen. Let wel, bij hevige neerslag stijgt het peil en neemt de kwel af. • Op langere termijn leidt zeespiegelstijging tot een toename van de kweldruk in de polders. Zonder aanvullende maatregelen leidt dit tot meer kwel. Bij peilaanpassingen gericht op het verminderen van kwel moet hier rekening mee worden gehouden (zie hierover verder in paragraaf 4.4) Toegestane peilfluctuatie: • Door flexibel peilbeheer kan het gebied beter pieken en dalen opvangen, wat uiteindelijk op momenten dat dit gewenst is leidt tot meer of minder snelle waterafvoer (bij de neerslagpieken) en minder wateraanvoer (tijdens droogtes). In hoofdstuk 4.1 zijn verschillende neerslagscenario’s doorgerekend.

Na de maatgevende buien van 90mm/1 uur, 143mm/ 24 uur en 200mm/ 48 uur duurt het respectievelijk 5, 9 en 11 dagen voordat deze hoeveelheid neerslag weer is uitgemalen. Op aanvoer mogelijkheden in geval van droogte wordt in paragraaf 4.9 in gegaan. Rijksmonumenten In de huidige situatie zijn twee rijksmonumenten aanwezig. Monument met nummer 30439, langs de N219 in het zuidwestelijk deel van het plangebied, ligt in het agrarisch gebied. In dit gebied worden geen aanpassingen in peilen doorgevoerd. Monument nummer 511046 valt net binnen het plangebied. In de huidige situatie is het streefpeil in dit gebied -6,32 m NAP. Dit betekent dat in het basis alternatief het peil niet sterk zou stijgen, waardoor het rijksmonument niet of nauwelijks effect zal ondervinden van de peilverandering. Voor Alternatieven Maximaal klimaatrobuust en Groen-blauw raamwerk stijgt het peil wel sterk ten opzichte van de huidige situatie. Het monument zou moeten worden opgevijzeld of afgezonderd in apart peilvak om negatieve effecten te Figuur 6-7 bestaande rijksmonumenten mitigeren.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

73/189

6.2.3

Effecten per alternatief

Alternatief

Basisalter natief

Alternatief Maximaal Klimaatrobuust

Beoordeling

0/+

++

Alternatief Groenblauw raamwerk +

Alternatief Circulair / duurzame energie 0/+

Alternatief Duurzame mobiliteit 0/+

Voor de beoordeling van effecten zijn de peilgebieden in alternatieven hieronder grofweg ingetekend (Figuur 6-8). Hierbij is geen rekening gehouden met het huidige hoofdwatersysteem. Het geeft een beeld van mogelijke indeling van peilgebieden en de effecten op de omgeving.

Figuur 6-8: Peilgebieden voor Basisalternatief, Alternatief Maximaal klimaatrobuust en Alternatief Groen-blauw raamwerk weergegeven in verschillende kleuren. Alternatief Circulair / duurzame energie en alternatief Duurzame mobiliteit is gelijk aan het basisalternatief

Basisalternatief In dit alternatief bestaat het watersysteem uit meer dan 10 peilvakken (zie Figuur 6-8). Daarmee wordt uitgegaan van een sterke beperking van het aantal peilvakken ten opzichte van de referentiesituatie. Uitgangspunt is dat bij de huidige bebouwing en de Groene Waterparel de huidige peilvakken behouden blijven. Deze twee gebieden zijn niet meegenomen in de analyse van peilvakken en zijn transparant weergegeven in de figuren. De Kreekrug en Watertuin, het buitengebied (Bos en Groene Schakel), Bedrijventerrein, Groene Waterparel en Lintbebouwing krijgen elk hun eigen peilvak, (ervan uitgaande dat de lintbebouwing langs de Tweede, Derde en Vierde tocht blijft bestaan en elk behouden het huidige peil). Binnen de lintbebouwing is uitgegaan van het samenvoegen van een aantal peilvakken, dit kan mogelijk gevolgen hebben voor bebouwing. Het gevolg ten opzichte van huidige peilen van het instellen van een peil van -6,2mNAP in het totale gebied is te zien in Figuur 6-9. In grote delen van het gebied gaat het peil tussen de 0,4 en 0,8m omhoog ten opzichte van het huidige praktijkpeil. Er zijn diverse opmalingen in het gebied, met name rondom de lintbebouwing. Hier gaat het peil slechts 0-0,2m NAP omhoog. Dit geldt niet voor alle lintbebouwing. In een beperkt aantal gebieden verandert het peil niet of is sprake van een daling van het water peil.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

74/189

Figuur 6-9 Verschil effect van de huidige praktijkpeilen ten opzichte van het verhogen van peilen naar -6,2m NAP

De waterstructuur verandert in dit alternatief niet veel ten opzichte van het huidige afvoersysteem (KuiperCompagnons, maart 2021). De stroomrichting voor afvoer blijft hetzelfde, via de Tweede Tocht naar het Abraham Kroes gemaal en bij calamiteiten via de Vierde Tocht. Doordat de ophoging van de bebouwing op de Kreekrug en in de Watertuinen hoger is dan het opzetten van het waterpeil, ontstaat meer berging en kan het waterpeil verder stijgen zonder dat er wateroverlast ontstaat. In natte periodes hoeft minder te worden afgevoerd en kan het systeem de pieken eenvoudiger opvangen. Door de grotere waterbuffer is er in droge periodes minder aanvoer nodig. Het watersysteem wordt hiermee robuuster dan in de huidige situatie. Een deel van de buffer gaat verloren door de toename van verdamping bij een groter wateroppervlak. Door het verhogen van peilen moeten stuwen, gemalen, bruggen en duikers worden aangepast. Door het creëren van verschillende peilvakken zijn diverse nieuwe stuwen en gemalen nodig.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

75/189

Tabel 6-11 bestaande assets per deelgebied

Stuw Bedrijven Bos de Watertuin Energielandschap Groene Schakel Kreekrug Lintbebouwing Totaal

Dam

1 7 12 2 13 7 28

3 2 3 1 10 4 11

70

34

Gemaal Inlaat Duiker Brug 0 1 15 8 1 0 27 6 0 5 18 0 0 1 9 0 1 1 42 2 3 5 21 0 3 1 177 17 8

14

309

33

In het basisalternatief moeten naar inschatting 228 kunstwerken worden aangepast om de nieuwe peilen en peilvakken te accommoderen. Het merendeel hiervan zijn duikers (132) en stuwen (42). Deze getallen zijn een indicatie, het exacte aantal hangt af van de inrichting van het watersysteem. Met een gemiddeld streefpeil van -6,20m NAP neemt de kwelflux af met 0,0– 0,5mm/dag (zie bijlage III of paragraaf 4.4). In de toekomst neemt naar verwachting de kweldruk echter wat toe door zeespiegelstijging waardoor de hoeveelheid kwel per saldo kan toenemen, wat invloed heeft op de hoeveelheid water dat wordt afgevoerd. Ondanks dat het watersysteem in het basisalternatief eenvoudiger is ingericht, scoort dit alternatief beperkt positief (effectbeoordeling: 0/+) omdat er nog steeds meer dan 10 peilvakken in het plangebied aanwezig zijn en de impact op kwel, voorkomen wateroverlast en waterbuffer relatief beperkt zijn. Alternatief Maximaal klimaatrobuust In dit alternatief bestaat het watersysteem uit een minimaal aantal peilvakken (3). De huidige bebouwing wordt waar nodig opgehoogd of verwijderd. Bedrijventerrein, Groene Schakel en het buitengebied vormen elk een peilgebied, waardoor drie peilvakken ontstaan. De Groene Waterparel en het agrarisch gebied zijn buiten beschouwing gelaten in deze analyse. In dit alternatief gaat het waterpeil in het gehele plangebied omhoog.

In grote delen van het gebied gaat het peil tussen de 0,8 en 1,2 m omhoog ten opzichte van het huidige praktijkpeil. Er zijn diverse opmalingen in het gebied, met name rondom de lintbebouwing. Hier gaat het peil 0,4 tot 0,6 NAP omhoog. Dit geldt niet voor alle lintbebouwing. Zie Figuur 6-10.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

76/189

Figuur 6-10 - Verschil effect van de huidige praktijkpeilen ten opzichte van het verhogen van peilen naar -5,8 m NAP

Aan de basisstructuur van het watersysteem verandert niet veel ten opzichte van het huidige afvoersysteem. De stroomrichting voor afvoer blijft hetzelfde, via de Tweede Tocht naar het Abraham Kroes gemaal. Door het verhogen en samenvoegen van peilen moeten stuwen, gemalen, bruggen, vispassages en duikers worden aangepast of komen te vervallen. Door het creëren van nieuwe peilvakken zijn diverse nieuwe stuwen en gemalen nodig. Minder peilvakken zorgt per saldo wel voor een afname van het aantal benodigde assets. Tabel 6-12 beïnvloedde assets in de verschillende deelgebieden, bij minder peilvakken komt een groot deel te vervallen

Stuw Bedrijven Bos de Watertuin

Dam

1 7 12

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

3 2 3

Gemaal Inlaat Duiker Brug 0 1 15 8 1 0 27 6 0 5 18 0

77/189

Energielandschap Groene Schakel Kreekdorp Lintbebouwing Totaal

2 13 7 28

1 10 4 11

0 1 3 3

1 1 5 1

9 42 21 177

0 2 0 17

70

34

8

14

309

33

In alternatief Maximaal klimaatrobuust moeten naar inschatting 495 kunstwerken worden aangepast om de nieuwe peilen en peilvakken te accommoderen. Het merendeel hiervan zijn duikers (309) en stuwen (70). Dit is meer dan in bijvoorbeeld het basisalternatief omdat in dit alternatief ook het pijl in de lintbebouwing wordt verhoogd, een deelgebied met veel kunstwerken. Deze getallen zijn een indicatie, het exacte aantal hangt af van de uiteindelijke inrichting van het watersysteem. Binnen het gebied wordt extra veel waterberging ingericht om neerslag op te vangen. Onder ander in het Energielandschap kan water vanuit de Kreekrug en Watertuin worden opgeslagen. Vanaf hier kan het via de rand van het plangebied naar de Tweede Tocht en dan naar de Hollandse IJssel worden afgevoerd. De totale waterberging neemt door de grote ophoging in dit alternatief heel sterk toe. In combinatie met het geringe aantal peilvakken kunnen extreme neerslagsituaties binnen het plangebied worden opgevangen, en is geen afvoer naar de omgeving nodig. Ook kan water beter vastgehouden worden en is minder wateraanvoer nodig in droge periodes. De kweldruk wordt geminimaliseerd waarbij rekening is gehouden met zeespiegelstijging tot 0,75 meter, waardoor de gemaalcapaciteit volledig ingezet kan worden voor waterafvoer in geval van extreme neerslag.

Dit alternatief wordt beoordeeld met (++) ten opzichte van de referentie situatie, omdat het op alle vlakken goed scoort: zowel op het aantal peilvakken, eenvoud van het systeem, een grotere waterbuffer en daarmee een grotere robuustheid van het watersysteem. Alternatief Groen-blauw raamwerk In dit alternatief bestaat het watersysteem uit ca. 9 peilvakken. Het Energielandschap krijgt een eigen peilvak, net als de Kreekrug, het bedrijventerrein en de lintbebouwing. Hierdoor ontstaan minstens negen peilvakken (ervan uitgaande dat de lintbebouwing langs de Tweede, Derde en Vierde tocht blijft bestaan en elk het huidige peil behouden). Het aantal peilvakken kan verder toenemen als binnen de lintbebouwing verschillende peilen ontstaan vanwege verschillen in bouwhoogtes. Om dit te kunnen beoordelen is aanvullend onderzoek nodig. In grote delen van het gebied gaat het peil tussen de 1,2 – 1,6m omhoog ten opzichte van het huidige praktijkpeil. Er zijn diverse opmalingen in het gebied, met name rondom de lintbebouwing. Hier gaat het peil 0,8 – 1,0 m omhoog. Zie Figuur 6-11.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

78/189

Figuur 6-11 - Verschil effect van de huidige praktijkpeilen ten opzichte van het verhogen van peilen naar -5,3m NAP

De stroomrichting voor de afvoer blijft hetzelfde: via de Tweede Tocht naar het Abraham Kroes gemaal. Door het verhogen en samenvoegen van peilen moeten stuwen, gemalen, bruggen en duikers worden aangepast of komen te vervallen. Minder peilvakken zorgt wel voor een afname van het aantal benodigde assets. Door het creëren van verschillende peilvakken zijn echter ook diverse nieuwe stuwen en gemalen nodig. Tabel 6-13 beïnvloedde assets in de verschillende deelgebieden, bij minder peilvakken komt een groot deel te vervallen

Stuw Bedrijven Bos

Dam 1 7

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

3 2

Gemaal Inlaat Duiker Brug 0 1 15 8 1 0 27 6

79/189

de Watertuin Energielandschap Groene Schakel Kreekdorp Lintbebouwing Totaal

12 2 13 7 28

3 1 10 4 11

0 0 1 3 3

5 1 1 5 1

18 9 42 21 177

0 0 2 0 17

70

34

8

14

309

33

In alternatief Groenblauw raamwerk moeten naar inschatting 495 kunstwerken worden aangepast om de nieuwe peilen en peilvakken te accommoderen. Het merendeel hiervan zijn duikers (309) en stuwen (70). Dit is meer dan in bijvoorbeeld het basisalternatief omdat in dit alternatief ook het pijl in de lintbebouwing wordt verhoogd. Deze getallen zijn een indicatie, het exacte aantal hangt af van de uiteindelijke inrichting van het watersysteem. Er wordt een grotere peilfluctuatie toegestaan, waardoor er enerzijds een grotere buffer is voor droge periodes en anderzijds veel berging in geval van piekneerslag. De kweldruk neemt af tot nul en de hogere waterpeilen kunnen zelfs leiden tot infiltratie. Ook op de lange termijn (2100) zal er geen sprake meer zijn van kwel, wat er voor zorgt dat minder water hoeft te worden afgevoerd. De volledige capaciteit van de gemalen kan dan gebruikt worden voor de afvoer van neerslagwater uit het gebied boven het bovenpeil. Door de afname in het aantal peilvakken wordt het alternatief beoordeeld met (+). Door de sterk toegenomen waterbuffer en waterbergingscapaciteit is er minder wateraanvoer en waterafvoer nodig. Het watersysteem is minder afhankelijk van de omgeving dan de referentiesituatie. Het systeem wordt daarmee robuuster en kan ook in de toekomst goed overweg met de gevolgen van klimaatverandering.

Dit leidt uiteindelijk tot een beoordeling van positief (effectbeoordeling: +). Alternatief Circulair / Duurzame energie Dit alternatief is qua watersysteem gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten dan het basisalternatief. Alternatief Duurzame Mobiliteit Dit alternatief is qua watersysteem gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten dan het basisalternatief. Aanbevelingen en aandachtspunten t.a.v. de water aan- en afvoer Afhankelijk van keuzes in de inrichting hebben invloed op het watersysteem heeft dit effect het aantal peilvakken en kunstwerken in het gebied. Onderdeel hier van is het wel of niet opnemen van opmalingen in het plangebied, er zitten nu grote en kleine opmalingen verbonden aan het plangebied. Dit is niet meegenomen in de beoordeling omdat hier onvoldoende over bekend is.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

80/189

6.3 Oppervlaktewaterkwaliteit 6.3.1

Beoordelingscriteria

Voor het thema oppervlaktewaterkwaliteit wordt ingegaan op de chemische en ecologische waterkwaliteit. Verschillende aspecten die effect hebben op de waterkwaliteit zijn kwel, landbouw en stedelijk gebied/ verstedelijking en de natuurlijke inrichting van het gebied, deze aspecten worden beschreven. Daarnaast wordt het effect van klimaatverandering meegenomen in de beoordeling. De chemische en ecologische waterkwaliteit hebben invloed op het behalen van KRW doelen, het wel of niet halen van KRW doelen is niet expliciet als effect beschreven omdat dit een gevolg is van het verbeteren of verslechteren van de waterkwaliteit en andere maatregelen die genomen worden. Oppervlaktewaterkwaliteit ++ De chemische én ecologische kwaliteit van de waterstructuur wordt sterk verbeterd. Slechte kwel wordt weggedrukt en ook in de toekomst (met zeespiegelstijging en toenemende hitte en droogte) kan de waterkwaliteit worden gegarandeerd, ook in 2100. Het watersysteem is zo ingericht dat het risico op opbarsting minimaal is. Er zijn zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers om de ecologische kwaliteit van het water te verbeteren. + De chemische én ecologische kwaliteit van de waterstructuur wordt verbeterd. Het watersysteem is zo ingericht dat het risico op opbarsting klein is. Slechte kwel wordt in het grootste deel van het jaar weggedrukt, ook in de nabije toekomst (ref. 2050).

Er zijn zoveel mogelijke natuurvriendelijke oevers. 0/+ De chemische óf ecologische kwaliteit van de waterstructuur wordt verbeterd. Slechte kwel wordt het grootste deel van het jaar weggedrukt. 0 Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. 0/De chemische en ecologische kwaliteit van de waterstructuur verslechtert in beperkte mate. Een effect op de waterkwaliteit van de Groene Waterparel is niet uit te sluiten. De chemische en ecologische kwaliteit van de waterstructuur verslechtert. De kans op kwel en opbarsting neemt toe door aangepaste waterpeilen. Afstromend regenwater vanaf het oppervlaktewater zorgt voor vervuiling van het oppervlaktewater. Een effect op de waterkwaliteit van de Groene Waterparel is niet uit te sluiten. -De chemische en ecologische kwaliteit van de waterstructuur verslechtert in sterke mate. Kwel en opbarsting nemen toe. Ook de waterkwaliteit in de Groene Waterparel verslechtert.

6.3.2

Uitwerking op thema’s

Beleid en regelgeving Bij de inrichting van het Vijfde dorp moet rekening houden met bestaand beleid en regelgeving rond waterkwaliteit, inclusief: Kaderrichtlijn Water (KRW), het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022-2027, de derogatiebeschikking en uitvoeringsprogramma’s zoals voor reducties van medicijnresten en andere chemische stoffen.

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

81/189

De inrichting van het nieuwe dorp mag geen negatief effect hebben op KRWwaterlichamen. Maar het plan heeft zelfs de potentie om positief bij te dragen aan de waterkwaliteit. Omdat landbouwgrond (bemesting) verdwijnt, wordt de af- en uitspoeling van stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater minder, waardoor de chemische waterkwaliteit verbetert en daarmee ook de ecologische waterkwaliteit (alle kwaliteitselementen). Het terugdringen van nutriëntrijke kwel is een ander belangrijk component voor het verbeteren van de chemische waterkwaliteit (zie kopje hieronder). De derogatiebeschikking en Nitraatrichtlijn zijn niet van toepassing op de ontwikkeling van het Vijfde dorp omdat landbouwgronden worden omgezet naar stedelijk gebied. Medicijnresten en chemische stoffen komen niet in het water in de ontwikkelingsplannen want woningen worden aangesloten op het riool. Kwel Uit onderzoek voor dit MER (zie paragraaf 6.4 en bijlage II) blijkt dat er sprake is van een kwelsituatie van ca. 1-2mm/dag in het plangebied met een stijghoogte van rond de 6 meter. Kwel in dit gebied is ijzer- en nutriëntenrijk. IJzerrijke kwel zorgt voor bruin water, wat onaantrekkelijk is voor de omgeving. Daarnaast leidt ijzer en nutriëntenrijke kwel tot beperkt doorzicht waardoor planten minder goed kunnen groeien.

Het verhogen van waterpeilen kan zorgen voor tegendruk, dit leidt tot een afname van kwel (zie waterbalans en bijlage II). Een afname van kwel heeft een positief effect op de waterkwaliteit. Landbouw Door het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen zorgt voor het afspoelen van onder andere stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater. Daarnaast kunnen deze stoffen uitspoelen uit de bodem nadat ze geïnfiltreerd zijn. Ook veenoxidatie door verlaging van grondwaterstanden draagt bij aan verrijking van het oppervlaktewater met nutriënten. In het plangebied is nauwelijks veen aan het oppervlak aanwezig, hierdoor is de kans op oxideren van veen klein. Het waterschap meet op verschillende punten in het gebied de waterkwaliteit (zie Figuur 4-15 voor locaties en Figuur 4-16Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. voor de resultaten). Op de meeste meetpunten zijn (sterk) verhoogde concentraties stikstof en/of fosfaat te zien. Mest en bestrijdingsmiddelen hebben ook een negatief effect op de waterkwaliteit. Het is niet mogelijk precies te onderscheiden welk deel van de nutriënten afkomstig is uit de landbouw en welk deel te wijten is aan nutriëntrijke kwel, naar de herkomst van nutriënten is onderzoek gedaan, dit is omschreven in hoofdstuk 4.1.8.

Als landbouwgrond onder water wordt gezet om oppervlaktewater te creëren of om water in natte perioden te bergen, bestaat het risico dat in de bodem opgeslagen fosfaat vrijkomt en het oppervlaktewater hoge concentraties fosfaat gaat bevatten. Onder zuurstofloze omstandigheden in de waterbodem komt aan ijzer gebonden fosfaat vrij. Dit is ongewenst en kan tot hoge concentraties fosfaat en daarmee (blauw)algen leiden. Mogelijkheden om dit tegen te gaan zijn het afgraven van de fosfaatrijke bouwvoor alvorens het gebied onder water te zetten, het diepploegen van de bodem of het afdekken van de bodem met schoon zand na afgraven. Omdat afgraven onwenselijk is vanuit het risico op opbarsting en vanuit het oogpunt van duurzaamheid is het verstandig om in te zetten op voedselrijke natuur. Geen grote, open watervlakten, maar liever een

Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0

82/189

stelsel van sloten met natuurvriendelijke oevers, plasdras situaties en wilgenmoerasbossen. Stedelijk gebied Als landbouwgebied wordt omgezet in stedelijk gebied, verandert de aard van de processen die invloed hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. In stedelijk gebied stroomt regenwater van verhardingen af naar oppervlaktewater, al dan niet via een regenwaterriool. Dit water is vaak vervuild met nutriënten, metalen en PAK, minerale olie en organische stoffen, vooral als het water afkomstig is van wegen, parkeerplaatsen en daken. Regenwater kan ook vervuild raken door vogel- en hondenpoep. Afstromend regenwater kan vuiler zijn dan van landbouwpercelen afstromend regenwater (Stowa, 2007). Daarnaast komen er regelmatig fouten voor in de riolering (zogenoemde foutaansluitingen), waardoor rioolwater gemengd wordt met regenwater en zo via het hemelwaterriool op het oppervlaktewater terecht komt. Riooloverstorten zijn door het aanleggen van nieuw stedelijk gebied en daarmee een gescheiden stelsel niet aanwezig, in de omliggende gebieden is dit nog wel mogelijk. Omzetting van landbouwgrond in stedelijk gebied leidt daardoor niet per definitie tot een betere oppervlaktewaterkwaliteit, wanneer de inrichting goed gedaan wordt kan de kwaliteit aanzienlijk worden verbeterd.

Een groot deel van de vervuiling van het oppervlaktewater kan worden voorkomen door afstromend regenwater te laten infiltreren in de bodem. Wanneer regenwater via een bodempassage het oppervlaktewater bereikt, wordt het grootste deel van de verontreinigingen (met name fosfaat, metalen en PAK) afgevangen. In gesprekken met HHSK is gebleken, dat het beleid van het hoogheemraadschap is dat afstromend regenwater niet direct in oppervlaktewater stroomt, maar eerst een bodempassage ondergaat of infiltreert in een wadi. Er moet op worden toegezien dat foutaansluitingen niet voorkomen. Riooloverstorten zullen niet voorkomen, omdat er een gescheiden stelsel wordt aangelegd. Natuurvriendelijke oevers Aanleg van natuurvriendelijke oevers vergroot de biodiversiteit in het water en is nodig om de waterkwaliteit te verbeteren en het GEP (Goed Ecologisch Potentieel) voor een groot aantal biologische doelen te halen. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers wordt beschouwd als een van de belangrijkste maatregelen om het GEP voor de biologische doelen in een oppervlaktewater te halen. De chemische waterkwaliteit wordt echter meestal niet door natuurvriendelijke oevers verbeterd, omdat de opname van nutriënten door waterplanten meestal (zeer) klein is ten opzichte van de belasting van het oppervlaktewater met nutriënten (Stowa, 2009).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14084305/1