Bijlage 22 Bijlage 19 MER Deelrapport Water Bodem Klimaat A24.000186
Tekst van het document
Het positieve effect op het voorkomen van waterplanten, macrofauna en vissen is de belangrijkste reden om natuurvriendelijke oevers aan te leggen en dus het behalen van GEP.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
83/189
Figuur 6-12 - Zones van een natuurvriendelijke oever (Stowa, 2009)
De uitvoering van de natuurvriendelijke oever is maatwerk en hangt af van de beschikbare ruimte, de inpassing in het bestaande slotenpatroon en het gewenste beeld. Afwisseling is van belang voor de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Hoe flauwer de oever hoe meer ruimte voor verschillende soorten, zie Figuur 6-12. Een flauwe oever kan een talud hebben variërend tussen 1:3 en 1:5. Vanuit ecologisch oogpunt is in stagnant (niet stromend water) een gradiënt van 1:5 of flauwer het meest optimaal (Stowa, 2009). Bij weinig ruimte kan gekozen worden voor een plas- of drasberm. Dit is een natte oeverstrook met een diepte van zo’n 0 tot 50 centimeter onder het gemiddelde waterpeil.
Figuur 6-13 - 1) plasberm, 2) drasberm (Stowa, 2009)
Bij aanleg van natuurvriendelijke oevers dient ook rekening gehouden te worden met het opbarstrisico. Met het verhogen van waterpeilen wordt al tegendruk gecreëerd waardoor dit risico geminimaliseerd wordt. Groene Waterparel De Groene Waterparel wordt gekenmerkt door de unieke eigenschappen van kattenklei in de bodem (B-Ware, 2020). Deze klei zorgt voor zuur en fosfaatarm oppervlaktewater met als gevolg een unieke plantengemeenschap. Het gaat om zeldzame soorten uit de oeverkruid-klasse. Uit onderzoek in de Groene Waterparel door B-Ware (B-Ware, 2020) is gebleken dat de waterkwaliteit in de sloten sterk beïnvloed wordt door de aanwezigheid van kattenklei en de weersomstandigheden. In natte perioden is de invloed van het kattenklei groot, doordat water via de bodem naar de sloten stroomt. Dit water is zuur en nutriëntenarm. In droge perioden, wanneer gebufferd, nutriëntenrijk water wordt
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
84/189
aangevoerd, worden de pH en de nutriëntenconcentraties hoger. In sloten met een hogere aanvoer van gebufferd en nutriëntenrijk water, komen meer exemplaren van algemeen voorkomende waterplanten voor, ten koste van de zeldzame soorten uit de oeverkruid-klasse. Deze doelsoorten komen voor in sloten die voldoende lang (> 2 maanden per jaar) zuur blijven. In het rapport van B-Ware (2020) wordt gesteld dat het voor de instandhouding van deze soorten belangrijk is de huidige hydrologische situatie in stand te houden en niet zomaar te wijzigen. Het vasthouden van water in het gebied door het verhogen van de waterpeilen of het verlagen van het maaiveld voor natuurontwikkeling kunnen een negatief effect hebben op de doelsoorten van de oeverkruid-klasse. Daarom is het beleid van HHSK om de situatie in de Groene Waterparel niet te wijzigen, dit wordt in deze MER nagevolgd. Het vaker afvoeren van water via de Groene Waterparel kan een negatief effect hebben, omdat het gebied wordt doorspoeld met gebufferd, nutriëntenrijk water. Technische werking Pyriet motor en natuurwaarden in de Groene Waterparel De bodem in de Groene Waterparel bestaat voornamelijk uit veen, moerige gronden en kleigronden. Plaatselijk komt katteklei voor. De kattekleibodems bevatten van nature veel ijzersulfiden, met name pyriet (FeS2).
Deze bodems ontstaan wanneer sulfaat wordt gereduceerd, waarbij sulfide vrijkomt dat wordt gebonden aan gereduceerd ijzer. Wanneer de pyrietrijke bodems worden blootgesteld aan zuurstof, bijvoorbeeld bij drainage en of het afgraven van de toplaag, kan het gereduceerde sulfide reageren met zuurstof. Hierbij wordt het gereduceerde sulfide geoxideerd tot sulfaat. Bij onvolledige oxidatie komt behalve sulfaat ook mobiel gereduceerd ijzer (Fe2+) vrij wat kan uitspoelen naar het oppervlaktewater. In het oppervlaktewater oxideert het ijzer tot Fe3+, en kan het fosfaat binden. Hierdoor blijft de fosfaatbeschikbaarheid in de waterkolom en slootbodems laag. Bij de oxidatie van pyriet komen daarnaast zuren vrij (protonen, H+). Deze zuren kunnen worden geneutraliseerd (bicarbonaatbuffering, carbonaatoplossing en kationuitwisseling) wanneer voldoende bufferende carbonaten en kationen aanwezig zijn. Indien de bodem relatief rijker is aan potentieel verzurend pyriet dan aan bufferende carbonaten of kationen treedt zeer sterke verzuring van het grondwater op. Wanneer in de wintermaanden de grondwaterstanden tot boven het slootpeil stijgen, en het zure grondwater uitspoelt naar aangrenzend oppervlaktewater neemt de pH af en verschuift het koolstofevenwicht. Hierdoor neemt de beschikbaarheid van bicarbonaat af en die van koolstofdioxide toe.
De lage beschikbaarheid van fosfaat en bicarbonaten, en de hogere beschikbaarheid van koolstofdioxide zijn bijzonder gunstige condities voor voorkomen van plantensoorten uit de oeverkruidklasse. In Nederland zijn deze soorten karakteristiek voor zwak gebufferde voedselarme wateren als vennen, ondergelopen slenken en geïsoleerde poelen op hogere zandgronden en de kustduinen van Noord - en Zuid Holland. Het voorkomen van deze soorten in de Zuidplaspolder is dan ook uniek. Daarnaast heeft Nederland voor deze plantensoorten een grote internationale verantwoordelijkheid met betrekking tot instandhouding. Voor veel soorten, van de tot oeverkruidklasse behorende gemeenschappen, ligt Nederland centraal in het areaal. Voor de meeste soorten is de verspreiding beperkt tot het Atlantische deel van Europa en ligt een groot deel van de oppervlakte van begroeiingen in Nederland. Belangrijkste bronnen voor bovenstaande omschrijving: (B-Ware, 2020; van Diggelen, Verstijnen, Roelofs, & Smolders, 2020; Groot, 2016)
In de verschillende alternatieven wordt het peil in gebieden naast de Groene Waterparel in meerdere of mindere mate opgezet. Op de Kreekrug, de Watertuin en de Groene Schakel kunnen peilen hoger worden dan de peilen in de Groene Waterparel. Wanneer het waterpeil hoger wordt dan in de Groene Waterparel ontstaat meer kweldruk richting de Groene Waterparel. Uit een eerste analyse blijkt dat in een deel van de Groene Waterparel de kweldruk toeneemt van 0,25mm/dag naar 0,3mm/dag, dat komt neer op een toename van 0,05mm/dag. Zie hoofdstuk 6.4 en bijlage IV voor verdere toelichting op de kwelstroming. Daarnaast verandert de richting van de kwelstroming, de kwaliteit van de kwel is op basis van beschikbare metingen naar verwachting
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
85/189
vergelijkbaar. Of de verandering van kwel een effect heeft op de biogeochemische processen in de ondergrond heeft verdere verkenning nodig. B-Ware geeft in gesprekken over de Groene Waterparel aan, dat de mate van opbolling, waterhoogten en doorlatendheid van de percelen van invloed kunnen zijn op de biogeochemische processen in de Groene Waterparel. Deze biogeochemische processen zijn van essentieel belang voor de goede waterkwaliteit en ecologische kwaliteit. De mate van ontwatering en opbolling in de Groene Waterparel moet zo min mogelijk veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Het is van belang dat de Vierde Tocht met dezelfde waterpeilen als nu de Groene Waterparel doorsnijdt. De Vierde Tocht heeft gezien de doorsnijding het grootste effect op de Groene Waterparel. Aquathermie Er wordt verkend wat de mogelijkheden zijn om aquathermie toe te passen in het Vijfde Dorp (Alternatief Circulair/duurzame energie). Hiervoor worden in een apart onderzoek verschillende mogelijkheden onderzocht: • Open warmte-koude systeem (ook wel WKO); • Aquathermie uit het oppervlaktewater in de Watertuinen; • Aquathermie via de BAL-leiding van Dunea. Het WKO systeem en aquathermie uit oppervlaktewater kunnen effect hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. De effecten worden hieronder kort omschreven. Deze effecten zijn niet meegenomen in de beoordeling van alternatieven voor dit thema.
WKO Bij een WKO systeem wordt water opgeslagen in de ondergrond (watervoerend pakket). Afhankelijk van de vraag wordt warmte of koude onttrokken aan het WKO systeem. Bij een WKO systeem wordt water van circa 12 tot 15 graden in de bodem gebracht waarbij de temperatuur van het grondwater 10 à 12 graden bedraagt. Hierdoor kan, theoretisch, de oplosbaarheid van mineralen vergroot worden. In de praktijk is dit echter verwaarloosbaar doordat de temperatuurverschillen daarvoor te klein zijn. Bij een goed aangelegd systeem is er geen invloed op het oppervlaktewater omdat de afstand tussen opslag en oppervlaktewater voldoende groot is. Wanneer het systeem te ondiep wordt aangelegd, kan er kortsluitstroming ontstaan. Dit betekent dat grondwater naar het oppervlaktewater kan stromen en de temperatuur/kwaliteit van het oppervlaktewater kan beïnvloeden. Door het WKO systeem voldoende diep aan te leggen wordt dit risico weggenomen (> 40 m -mv). In de aanleg van systemen wordt het goed afsluiten van lagen als basiseisen meegenomen. Het risico op kortsluiting, bij goed aanleggen, zeer beperkt. In de huidige situatie is er sprake van kwel in het plangebied. Door de kwel kan de WKO opslag verstoord worden en energie overdracht plaats vinden naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot temperatuursverandering van het oppervlaktewater.
Wanneer de WKO voldoende diep wordt aangelegd (tenminste 40m diep) is de kans van uitwisseling door kwel klein. Het opzetten van peilen in het plangebied om de kwel te mitigeren zorgt er ook voor dat beïnvloeding van het WKO systeem door kwel vermindert.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
86/189
Aquathermie uit oppervlaktewater Aquathermie uit oppervlaktewater is het meest rendabel bij diepere waterpartijen. Dieper water heeft meer temperatuur verschil, diepere lagen zijn kouder en de toplaag warmt op door de zon. Onder diep oppervlaktewater wordt gesproken over ca. 20 meter diep. Er is tenminste een diepte van 2 meter nodig om temperatuurverschil te creëren waar je warmt uitwisseling mee kunt creëren. Hoe ondieper het oppervlaktewater is hoe meer temperatuurschommeling door weervariaties er is en hoe minder rendabel aquathermie wordt. Op dit moment is het uitgangspunt dat in het plangebied geen water ontstaat van voldoende omvang en voldoende diepte om aquathermie op toe te passen. Deze vorm van WKO is daarom bij de effectbeoordeling van de alternatieven niet meegenomen. Aquathermie BAL leiding - DUNEA Een andere mogelijkheid is het winnen van warmte vanuit een drinkwaterleiding van Dunea. Water wordt vanuit de ondergrond gewonnen en via een leiding getransporteerd. Doordat dit water uit de ondergrond komt heeft het een hogere temperatuur, deze warmte kan worden gebruikt voor warmtewinning. Er is geen invloed van water in deze buis op het grond- en oppervlaktewater als gevolg van warmtewinning. Hiermee zijn er geen negatieve effecten te beschouwen. Klimaatverandering Klimaatverandering zorgt voor hogere temperaturen en meer (langere perioden van) droogte.
Dit heeft effect op de waterkwaliteit. Warmte zorgt ervoor dat chemische en biologische processen sneller verlopen. Wat leidt tot een grotere kans op (blauw)algenbloei en botulisme en lagere zuurstofconcentraties in het water (zie paragraaf 5.2). Daarnaast zal in de loop van de jaren een verschuiving van voorkomende planten- en diersoorten plaatsvinden, waardoor de soortensamenstelling in gebieden kan veranderen. Droogte kan zorgen voor lagere waterpeilen en hiermee een verhoogde kwel van basen- en nutriëntrijk water. Naar verwachting komen ook perioden met intensievere regenval voor. In het algemeen zorgt dit voor verhoogde afspoeling naar het oppervlaktewater. Wanneer de noodzaak ontstaat om water via oppervlaktewater af te voeren, gebeurt dit via de Vierde Tocht. Het uitgangspunt van het Hoogheemraadschap is dat water niet ongewild wordt afgevoerd door de Groene Waterparel, de kans dat gedurende calamiteiten water wel moet worden afgevoerd door de Groene Waterparel neemt toe door vaker hevige neerslag.
6.3.3
Effecten per alternatief
Alternatief
Basisalternati ef
Chemische waterkwaliteit Ecologische waterkwaliteit
Alternatief Groen-blauw raamwerk
Alternatief Circulair/Ener gie
Alternatief Duurzame mobiliteit
0/+
Alternatief Maximaal klimaatrobuu st +
++
0/+
0/+
0/+
+
++
0/+
0/+
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
87/189
Risico op kwel/ opbarsting
0
0/-
-
0
0
Referentiesituatie In de referentiesituatie is de waterkwaliteit matig of ontoereikend. Ook de ecologische waterkwaliteit is niet in orde en scoort matig (zie paragraaf 4.1.8). een uitzondering hierop is de Groene Waterparel, waar een unieke vegetatie van de oeverkruid-klasse voorkomt. Basisalternatief In het basisalternatief wordt water vastgehouden en wordt een flexibel waterpeil aangehouden. Er zijn geen maatregelen specifiek voor de waterkwaliteit opgenomen. Als het waterpeil hoog staat, zal er minder kwel zijn dan in de huidige situatie, bij een laag waterpeil blijft de hoeveelheid kwel gelijk of neemt op bepaalde plekken zelfs toe. Dit betekent dat de hoeveelheid kwel varieert, maar nog steeds een negatieve invloed heeft op de waterkwaliteit en dat het risico van opbarsting blijft bestaan. Het veranderen van landbouwgebied in stedelijk gebied heeft niet per definitie een positief effect op de waterkwaliteit, omdat afstromend regenwater hoge concentraties aan metalen, PAK en nutriënten kan bevatten. Omdat de kwaliteit van afstromend regenwater van verhardingen slecht is, is het beleid van het waterschap om nooit rechtstreeks af te koppelen, maar altijd via een berm bodempassage. Dit om verslechtering van waterkwaliteit te voorkomen. Dit is tevens een uitgangspunt voor het basisalternatief.
Dat betekent dat voor het basisalternatief er vanuit wordt gegaan dat het afstromend water via een bodempassage wordt gefilterd, waardoor het weinig invloed zal hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. Verandering van landbouw naar stedelijk gebied heeft wel een positieve invloed op het vóórkomen van gewasbeschermingsmiddelen, mits er in het stedelijk gebied een verbod (of beperking) is ingesteld op het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen. De gemeente gebruikt geen bestrijdingsmiddelen, maar voor particulieren is gebruik toegestaan. Dit levert een beperkt risico op. Er zijn geen maatregelen specifiek opgenomen voor het verbeteren van de aquatisch ecologische kwaliteit. Deze volgt voor een groot deel de chemische waterkwaliteit en daarom is ook voor de ecologische waterkwaliteit ingeschat dat deze niet (veel) zal veranderen ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Samengevat wordt geconcludeerd dat het basisalternatief een positief effect heeft op de chemische waterkwaliteit. Dit heeft te maken met het feit dat afstromend regenwater niet rechtstreeks naar de waterpartijen stroomt, maar via een zuiverende bodempassage gaat en de invloed van de landbouw op de waterkwaliteit afneemt. Dit zal op zijn beurt een positief effect hebben op de ecologische kwaliteit.
Omdat als gevolg van het basisalternatief de chemische en ecologische waterkwaliteit beperkt verbetert (waarmee wordt bijgedragen aan het halen van de KRW-doelen), wordt het basisalternatief beperkt positief beoordeeld (0/+).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
88/189
Alternatief Maximaal klimaatrobuust Bij het Alternatief Maximaal klimaatrobuust zijn de waterpeilen hoger dan in de referentiesituatie (-5,80 m NAP +/- 15 cm). Dit zorgt voor dat de kwel wordt gestopt en de kans op opbarsting sterk vermindert, ook met het oog op zeespiegelstijging en lage waterstanden in 2100. Hiermee worden de effecten van kwel op het oppervlaktewater sterk verkleind en zal met name de chemische waterkwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied verbeteren. De ecologische waterkwaliteit volgt in het algemeen de chemische waterkwaliteit. In dit alternatief worden verder geen specifieke maatregelen getroffen om de ecologische waterkwaliteit verder te verbeteren. Ook in dit alternatief worden bodempassages in de vorm van wadi’s aangelegd. Zo wordt neerslag zo veel mogelijk vastgehouden in het gebied en voor het infiltreert gezuiverd. Samengevat kent dit alternatief een waterpeil dat er voor zorgt dat de kwel wordt weggedrukt, ook bij zeespiegelstijging van ca. 0,75 meter in 2100. Gezien de verlaagde hoeveelheid kwel is het effect op de chemische waterkwaliteit ingeschat als positief. Omdat de ecologische waterkwaliteit de chemische waterkwaliteit grotendeels volgt, zal ook de ecologische waterkwaliteit iets verbeteren. Ook dit is positief beoordeeld.
Omdat geen uitspraak gedaan wordt over eisen van taluds en natuurvriendelijke oevers wordt dit alternatief beoordeeld met +. Alternatief Groen-blauw raamwerk Het Alternatief Groen-blauw raamwerk heeft een sterk positief effect op zowel de chemische als de ecologische waterkwaliteit. De waterpeilen zijn hoog (-5,50 op de Kreekrug, elders -5,30 m NAP), waardoor kwel gereduceerd tot 0. In deze situatie ontstaat bij hoge waterstanden infiltratie. Infiltratie heeft geen effect op de oppervlaktewaterkwaliteit. De ecologische waterkwaliteit zal in dit alternatief sterk verbeteren. Naast het stoppen van de kwel (met verbetering van de chemische kwaliteit tot gevolg) kent dit alternatief ook diverse maatregelen die leiden tot het versterken van de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Zo wordt ingezet op natte natuurontwikkeling als grondlegger voor de gehele ontwikkeling en wordt ingezet op gebruik van bodempassages, helofytenfilters en aanleg van natuurvriendelijke oevers. Het risico op opbarsting vermindert in dit alternatief sterk door het verhogen van de waterstanden en daarmee stoppen van kwel. Wanneer het waterpeil in dit alternatief wordt opgezet tot aan de grens van de Groene Waterparel is er kans op toename van kwel naar de Groene Waterparel. Een toename van nutriëntrijke kwel in de Groene Waterparel heeft een negatief effect op de ecologische waterkwaliteit.
Daarnaast kan het veranderen van de waterbalans invloed hebben op de oxidatie van pyriet, pyriet is een belangrijke bron voor voorkomende soorten in de Groene Waterparel. Uit een studie naar de effecten van het opzetten van peil op de Groene Waterparel komt naar voren dat de kwel al bij het opzetten van het peil naar -5,8m NAP toeneemt, dit zal bij verdere verhoging van peilen alleen maar groter worden. Ook laat deze studie zien dat het aanleggen van een bufferzone een minimaal reducerend effect heeft, zie bijlage IV van dit rapport. Andere mogelijke maatregelen zijn een ondergrondse dam of kwelscherm. Uitgangspunt is dat de Groene Waterparel geen negatieve effecten mag ondervinden, op basis van beschikbare gegevens en berekeningen neemt de kwel in de Groene Waterparel iets toe. Wat het effect hiervan precies is, is moeilijk vast te stellen
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
89/189
en daarom nog niet meegenomen in de beoordeling5. Dit alternatief beoordeeld als sterk positief (++). Alternatief Circulair/Duurzame Energie Dit alternatief is qua watersysteem en maatregelen die van invloed zijn op het oppervlaktewater gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten in vergelijking met het basisalternatief. Alternatief Mobiliteit Dit alternatief is qua watersysteem en maatregelen die van invloed zijn op het oppervlaktewater gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten in vergelijking met het basisalternatief. Aanbevelingen en aandachtspunten t.a.v. de oppervlaktewaterkwaliteit Het wegnemen van het effect van kwel in het plangebied is naast de verandering van het landgebruik (en daarmee niet meer bemesten) de belangrijkste maatregel om de waterkwaliteit te verbeteren. Onderzoek naar de bodemopbouw en dikte van lagen kan de precieze effecten van kans op opbarsting en wellen beter duiden. In ondiep water kan in de zomer botulisme tot ontwikkeling komen. Botulisme is een bacterie die spierverlammingen kan veroorzaken door de toxische stof botuline uit te scheiden. Botulisme komt tot ontwikkeling als het water opwarmt in de zomer, waterstanden <0,25m hebben een grotere kans op botulisme. Een waterdiepte van >0,25m kan dit risico verminderen.
Dieper water helpt ook om het risico op blauwalgenbloei te verminderen. Daarnaast kan doorspoelen en verversen een positief effect hebben op de waterkwaliteit, echter zorgt dit voor een grotere zoetwatervraag en daarmee afwenteling op de omgeving. Dit sluit niet aan bij de doelstellingen van het plan. Een andere om de kans op botulisme in ondieper water te verkleinen is het beschaduwen van water, dit kan bijvoorbeeld door riet of moerasbos en andere bomen te planten. Bomen kunnen echter ook een negatief effect hebben op de waterkwaliteit doordat bladeren in water terecht omen, wat zorgt voor een toename van nutriënten in het water. Het onder water zetten van grond kan leiden tot het uitspoelen van nutriënten (naleveren fosfaat). Tegelijkertijd zorgt het opzetten van peilen voor minder kwel. De balans tussen uitspoeling en kwel is lastig te bepalen op basis van beschikbare informatie. Het afgraven van de bouwvoor kan een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit en het effect van uitspoeling verminderen. Meer onderzoek over de balans tussen uitspoelen en kwel is nodig om te duiden wat de effecten zijn, hierbij kan gedacht worden aan een integrale systeemanalyse waarbij kritische grenzen van systeembelasting worden doorgerekend (PC-ditch/lake model). In droge perioden kan het nodig zijn om gebiedsvreemd water in te laten om droogteschade aan de vegetatie te voorkomen.
Dit kan zonder problemen als het inlaatwater van gelijke of betere kwaliteit is dan het gebiedseigen water. De 5 Uit een analyse van het effect van het opzetten van het waterpeil in het plangebied op de Groene Waterparel
blijkt dat de kwel in de Groene Waterparel toeneemt met 0,05mm/dag. Het nemen van maatregelen zoals het aanleggen van een bufferzone heeft een minimaal effect op het verminderen van kwel. Of de toename van kwel een negatief effect heeft op de kwaliteit in de Groene Waterparel moet worden besproken met een bodemchemicus. Het effect is daarom nog niet meegenomen in de beoordeling.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
90/189
voorkeur heeft het vasthouden van regenwater boven inlaten van water, in tijden van extreme droogte zal het inlaten van water soms de enige oplossing zijn. De Groene Waterparel is een gebied met bijzondere natuurwaarden. Als gevolg van het opzetten van het waterpeil in de Watertuinen en de Kreekrug kan kwel in de Groene Waterparel toenemen. Het effect op de natuurwaarden is moeilijk te bepalen, aanvullende grondwatergegevens en gesprekken met experts zullen dit effect verder kunnen duiden. Veenvorming zal geen directe positieve invloed hebben op de waterkwaliteit, maar is wel nuttig voor vastlegging van CO2 en voor het langer vasthouden van water in het gebied.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
91/189
6.4 Grondwaterkwantiteit 6.4.1
Beoordelingscriteria
Kwel is een van de belangrijkste factoren op gebied van grondwaterkwantiteit in het gebied. In de huidige situatie is sprake van kwel van een slechte kwaliteit. Met het verhogen van peilen in de verschillende alternatieven wordt kwel in meerdere of mindere mate weeggedrukt. Zeespiegelstijging kan daarnaast in de toekomst zorgen voor een toename van kwel. Veranderingen in de waterhuishouding in het gebied kunnen daarnaast effect hebben op omliggende gebieden. Deze verschillende aspecten zijn meegenomen in de beoordeling van het thema grondwaterkwantiteit. Beoordelingscriteria grondwaterkwantiteit ++ In het plangebied is geen sprake van opkomend kwelwater, er is sprake van een neerwaartse grondwaterstroming en wordt grondwater gevoed met zoet water. Ook in de toekomst (2100) nemen effecten van kwel niet toe als gevolg van klimaatverandering. Omliggende gebieden hebben geen last van opkomend grondwater vanuit het Middengebied. + In het plangebied is geen sprake van opkomend kwelwater door hogere waterstanden. Ook in de toekomst (2100) nemen effecten van kwel niet toe als gevolg van klimaatverandering. Omliggende gebieden hebben geen last van opkomend grondwater vanuit het Middengebied. 0/+ Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. Er is geen sprake van grondwateroverlast in woningen, en ook in de toekomst (2050) is dit niet het geval.
In het plangebied is verminderd sprake van opkomend kwelwater. Ook in de toekomst (2050) nemen effecten van kwel niet toe als gevolg van klimaatverandering. Omliggende gebieden hebben geen last van opkomend grondwater vanuit het Middengebied. 0 Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. Geen sprake van grondwateroverlast in woningen in de lintbebouwing door het hanteren van verschillende peilen. Ook in de woningen van het Vijfde Dorp is geen sprake van grondwateroverlast. 0/Alleen tijdens zeer natte periodes met hoge grondwaterstanden is er sprake van grondwateroverlast in woningen. Door het graven van oppervlaktewater kan er meer kwel optreden richting het oppervlaktewater. In natte periodes is er beperkt toename van kwel in omliggende gebieden. Omliggende gebieden hebben beperkt last van opkomend grondwater vanuit het Middengebied Tijdens natte periodes is er sprake van grondwateroverlast in woningen door hogere freatische grondwaterstanden, dit leidt eveneens tot een beperkte toename van kwel in omliggende gebieden. In droge periodes is er beperkt sprake van opkomend kwelwater door lagere freatische grondwaterstanden. Omliggende gebieden hebben last van opkomend grondwater vanuit het Middengebied -Er is onder normale omstandigheden sprake van grondwateroverlast in woningen, er is een toename van kwel in omliggende gebieden.
In droge periodes is er sprake van opkomend kwelwater in het Middengebied.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
92/189
6.4.2
Uitwerking op thema’s
Kwel In de Zuidplaspolder is kwel vanuit oogpunt van waterkwantiteit niet wenselijk. Het kwelwater levert een extra belasting voor oppervlaktewatersysteem en de gemalen, die bij een toename van kwel meer water moeten afvoeren. Ter indicatie: een kwelintensiteit van 0,5 mm/dag betekent ca. 20.000 m 3/dag aan extra belasting voor het watersysteem. Een kwelintensiteit van 1mm/dag is meer dan het gemiddelde neerslagoverschot van ca. 0,8 mm/d. Het verminderen van kwel wordt daarom in de beoordeling van de alternatieven gezien als een positief effect. Op dit ogenblik variëren de polderpeilen (dus de waterstanden in de sloten en watergangen van NAP -7,45 m tot NAP -6,02 m. In de “lage” peilvakken zal de kwel aanmerkelijk hoger zijn dan in de “hoge” peilvakken. Het verhogen van het waterpeil in de verschillende alternatieven heeft dan ook een reductie van de kwel tot gevolg. Bij de huidige stijghoogte zal: ➢ bij een waterpeil van NAP -6,2 m nog lichte kwel optreden (0 à 0,5 mm/dag). ➢ bij een waterpeil van NAP -6,0 m een neutrale kwelsituatie bereikt worden met gemiddeld geen kwel of infiltratie. ➢ bij een waterpeil van NAP -5,8 m een beperkte infiltratiesituatie ontstaan van 0 à 0,5 mm/dag. Het is de verwachting dat de stijghoogte in het watervoerend pakket in de toekomst als gevolg van klimaatveranderingen zal toenemen.
Op basis van een onderzoek van Deltares wordt ingeschat dat het effect van zeespiegelstijging op het eerste watervoerend pakket in de Zuidplaspolder beperkt is (Deltares, 2018). Omdat de beschikbare kaarten moeilijk zijn af te lezen en de toekomstige situatie onzeker is wordt een effect van 5-10% van de hoeveelheid zeespiegelstijging meegenomen. Uitgaande van 1-2 meter zeespiegelstijging resulteert dat in een stijghoogteverschil van 0,05-0,2m. Dat betekent op basis van deze gegevens dat een veilige aanname is om voor het zichtjaar 2100 uit te gaan van een stijghoogte van gemiddeld NAP -5,8 m in plaats van gemiddeld NAP -6,0 m nu. De potentiële kweltoename is dan 0 tot 0,5 mm/dag. Infiltratie Het vasthouden van zoet regenwater in de bodem en het oppervlaktewater heeft positieve effecten op het grondwatersysteem: - zoute kwel wordt verminderd; - opbouw van watervoorraad in droge zomers; - veenoxidatie wordt teruggedrongen. Infiltratie van regenwater in de bodem en vasthouden van water in de watergangen wordt in de effectbeoordeling als positief beschouwd voor de grondwaterkwantiteit. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het vasthouden en infiltreren van regenwater moet worden afgestemd op de bodemopbouw, de ontwateringstoestand en het landgebruik. Waar nodig kan grondverbetering nodig zijn om water te infiltreren.
Het Hoogheemraadschap hanteert in haar beleid de volgende voorkeursvolgorde: 1. zuinig gebruiken; 2. vasthouden;
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
93/189
3. slimmer verdelen en aanvoeren. Mogelijkheden voor het vasthouden van water zijn bijvoorbeeld het aanleggen van bijvoorbeeld wadi’s en IT-riolen6. Dikte lagen / kans op opbarsting De kans op verticale instabiliteit van de bodem (opbarsten) is het grootst op plaatsen waar de deklaag het dunst is. Het voorkomen van veen in de ondergrond is vanwege het geringe volumieke gewicht eveneens ongunstig voor het opbarstrisico. Deltares heeft een gebiedsindeling gemaakt zoals weergegeven in onderstaande Figuur 6-14 (Deltares, 2020). De gele en oranje gebieden zijn het gevoeligst voor opbarsten.
Figuur 6-14 - Gebiedsindeling bodemopbouw volgens (Deltares, 2020)
De kans op opbarsten neemt toe door:
6 Infiltratie- en transportriool. Hierbij wordt rioolwater ondergronds geïnfiltreerd via met geotextiel omwikkelde,
geperforeerde, horizontale rioolbuizen in de bodem.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
94/189
(a) Graven van oppervlaktewater: dit is naar verwachting met name een risico in de roodbruine gebieden (nr 6) op bovenstaande kaart (obv Deltares, 2020). Het wordt aangeraden om dit te verifiëren met aanvullend grondonderzoek. (b) Bij bouwputten voor de aanleg van ondergrondse constructies: afhankelijke van omvang en diepte kan dit een risico zijn in de gele en roodbruine deelgebieden uit Figuur 6-14. Aangezien alle alternatieven uitgaan van relatief hoge waterpeilen in combinatie met ophogen van het terrein, zijn de risico’s voor opbarsten in de eindsituatie beperkt. In de aanlegfase is speciale aandacht nodig bij het graven van bouwputten. Verder onderzoek voor de aanlegfase zal verduidelijking moeten geven aan de benodigde maatregelen. In Westergouwe is gewerkt met een vergelijkbare situatie, een belangrijke les uit dit gebied is dat het aanleggen van groot open water geen goed idee is. Grondwateroverlast In de Zuidplaspolder wordt het oppervlaktewaterpeil afgestemd op de maaiveldhoogte en het landgebruik. Door de daling van het gebied zijn de peilen steeds naar beneden bijgesteld (tot 1973), wat heeft geleid tot versnelde bodemdaling. Omdat de bodemdaling niet op alle plaatsen gelijk is zijn in het verleden veel verschillende peilvakjes ontstaan.
De wens om het aantal peilgebiedjes te reduceren en terug te gaan tot één of enkele (relatief hoge) polderpeilen kan dus leiden tot grondwateroverlast op laaggelegen percelen, op percelen die niet worden opgehoogd en op bestaande (te handhaven) bebouwing. In de verschillende alternatieven voor het Middengebied wordt een (gemiddeld) hoger waterpeil ingesteld dan in de omringende peilvakken. Theoretisch gezien kan een hoger polderpeil doorwerken in de stijghoogte in het watervoerend pakket en kan er een “waterbedeffect” ontstaan, waarbij de lager gelegen gebieden rondom het Middengebied te maken krijgen met meer kwel. Dit is relevant voor omliggende gebieden met een lager peil. We verwachten dat de effecten van de peilverhoging op de omgeving klein zullen zijn omwille van volgende redenen: - In het gebied zijn er veel peilverschillen aanwezig, zelfs op korte afstand van elkaar. Daarnaast zijn veel sloten aanwezig, deze zorgen voor afvoer. Deze combinatie van factoren zorgt er voor dat de vele peilgebieden niet leiden tot problemen; - De deklaag bestaande uit klei en veen is sterk waterremmend. Hierdoor zijn alle peilvakken in het gebied quasi geïsoleerd van hun omgeving; - Grondwaterstroming in de deklaag is (hoofdzakelijk) verticaal gericht. Het grondwater zal niet direct in horizontale richting via deze deklaag tot afstroming komen naar de lagere peilvakken in de omgeving.
Met een 2D grondwatermodellering is het effect van het opzetten van het waterpeil naar -5,8m NAP op de Groene Waterparel geanalyseerd. In Figuur 6-15 is te zien dat de Groene Waterparel grofweg in 3 deelgebieden in te delen is. Deel B en deel C liggen aan de ontwikkeling. Waarbij het waterpeil in deel C een peil van ca. -5,8m NAP heeft. Uit een principeberekening is gebleken dat er alleen effect in deel B te verwachten is.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
95/189
Figuur 6-15 Modellering van het plangebied, het profiel door deelgebied B is berekend
In de huidige situatie is sprake van een kwelsituatie van ca. 0,25mm/dag, deze kwel komt op basis van de grondwaterstromingen vanuit het zuid-oosten. Wanneer het waterpeil in het plangebied wordt opgezet naar gemiddeld -5,8m NAP zal deze kwel toenemen van 0,25mm/dag naar 0,3mm/dag (uitgaande van een weerstand van de deklaag van 1600 dagen (dikke laag klei) en een totale gebiedsbreedte van ca. 700 meter), dit is een toename van 0,05mm/dag. Dit komt neer op een toename van stijghoogte van gemiddeld 0,074m in de Groene Waterparel. Daarmee verandert de stroomrichting van kwel vanuit het plangebied naar het noord-westen. Zie bijlage IV voor een toelichting op de berekening en uitkomsten. De beoordeling van het effect op de Groene Waterparel is meegenomen in het hoofdstuk oppervlaktewaterkwaliteit. De stroomrichting van kwel verandert en daarmee kan de kwaliteit van de kwel veranderen, naar verwachting is deze in het gehele plangebied vergelijkbaar. Of de kleine toename van kwel effect heeft op de ecologische balans in het gebied vraagt verder onderzoek. Er zijn drie maatregelen getoetst om de kweltoename in de Groene Waterparel te verminderen: - Met het aanleggen van een bufferzone van 120m met een peil van 6,3m NAP (tussen twee peilen) is er nog 0,035 mm/dag kweltoename als gevolg van de peilopzet. De maatregel heeft een nihil effect.
- Met het aanleggen van een bufferzone van 120m met een peil van 6,9m NAP is er nog 0,030 mm/dag kweltoename als gevolg van de peilopzet. De maatregel heeft een klein effect. - Met het aanleggen van een buffersloot van 7 meter breed met een peil van -6,62m NAP (peil hetzelfde als Groene Waterparel) is er geen verandering in de kweltoename. De maatregel heeft een nihil effect.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
96/189
Modellering van effecten op de omgeving waaronder de Groene Waterparel Juist in de specifieke situatie van de Groene Waterparel kan ook een stijging van enkele centimeters al sterk van invloed zijn op de ecologische doelen in dat gebied. Om de effecten beter in te kunnen schatten moet daarom aanvullend grondonderzoek gedaan worden en een berekening worden gemaakt met een rekenmodel. Er is momenteel beperkte informatie beschikbaar over de bodem en stijghoogte in het Middengebied. De opzet van een 3D grondwatermodel wordt op dit moment niet aanbevolen omwille van de complexiteit en het ontbreken van voldoende 3D gegevens. Zodra er meer informatie beschikbaar is, kan bovenstaande modellering worden verfijnd om middels een 3Dmodel definitief vast te stellen of en welke maatregelen mogelijk zijn voor het gebied rond de Groene Waterparel.
6.4.3
Effecten per alternatief
Alternatief
Basis alternatief
Alternatief Maximaal klimaatrobuust
Alternatief Groen-blauw raamwerk
Alternatief circulair
Alternatief Duurzame Mobiliteit
Terugdringen kwel Drooglegging
0/+
+
++
0/+
0/+
+
+
0/+
0/-
+
Grondwatero verlast omgeving
0/-
0/-
-
0/-
0/-
Referentiesituatie In de huidige situatie is er sprake van kwel van 1-2mm/dag. In de toekomst kan dit, als gevolg van zeespiegelstijging toenemen. Dit leidt tot steeds grotere problemen voor het waterbeheer: ➢ toename van kwel door opbarsten of wanneer ook de waterpeilen worden verlaagd; ➢ groter risico op grondwateroverlast; ➢ lagere grondwaterstanden met stabiliteitsproblemen voor bestaande infrastructuur tot gevolg. Basisalternatief Het beoogde waterpeil in het basisalternatief is NAP -6,2 m +/- 15 cm. Dit betekent dat het verschil tussen de stijghoogte en oppervlaktewaterpeil varieert van 0 tot 0,5 m. Ten opzichte van de huidige situatie zal de kwel afnemen tot minder dan 0 tot 0,5 mm/dag. In de zomermaanden, wanneer de stijghoogte wat daalt, zal er zelfs een infiltratiesituatie ontstaan. Wanneer door klimaatverandering de stijghoogte in het watervoerend pakket in de toekomst toeneemt, dan neemt de kweldruk weer toe en is dit waterpeil onvoldoende om de kwel weg te drukken. Ook in de zomer daalt het waterpeil, wat eveneens voor een toename van kwel kan zorgen. Per saldo wordt met dit alternatief echter voor een deel van het jaar een afname van kwel bewerkstelligd. Dit is beperkt positief beoordeeld (0/+). Door de woningen op terpen te bouwen met een drooglegging van 1,2 m is er voor de nieuw te bouwen woningen geen risico op grondwateroverlast. De
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
97/189
tuinen en de openbare ruimte liggen in dit alternatief wat lager dan woningen en hebben een drooglegging van ca. 1,0 m. Ook met deze drooglegging wordt geen grondwateroverlast verwacht. Dit wordt als positief beoordeeld (+). Bij het verhogen van peilen zullen panden in opmalingen naar verwachting geen last hebben van de peilverhoging. Andere bestaande bebouwing, afhankelijk van het peilgebied wel (0/-). Alternatief Maximaal klimaatrobuust Het waterpeil is NAP -5,8 m ± 15 cm. Dit betekent dat de huidige opwaartse kwel sterk afneemt en verandert in beperkte mate van infiltratie. Bij een eventuele toenemende stijghoogte als gevolg van klimaatverandering ontstaat naar verwachting min of meer een neutrale kwelsituatie. Het veranderen van kwel in infiltratie wordt als positief beoordeeld (+). Met een vloerpeil op NAP -4,45 m voor Watertuin en Kreekrug komt de drooglegging op 1,35 m (± 15 cm). Dit is in principe voldoende om grondwateroverlast te voorkomen. Wel bestaat er een risico dat het regenwater dat infiltreert in de ophoging stagneert op de onderliggende veen- en/of kleilagen. Bij grote, langdurige buien kan het water dan onvoldoende inzijgen, waardoor er wateroverlast kan ontstaan. Dit is te ondervangen door de aanleg van drainage, maar de levensduur van de drainage is korter dan van de woningen. In dit alternatief liggen delen van gebied de Watertuinen op NAP -5,6 m.
De ontwatering is dus gering, met inrichtingsmaatregelen zoals terrassen of beperkt ophogen kunnen de negatieve effecten voor bewoners beperkt worden. De tuinen en de openbare ruimte op de Kreekrug liggen aanmerkelijk hoger: NAP -4,55 à -4,9 m. De drooglegging bedraagt hier 0,9 à 1,35 m. De woningen worden gebouwd met relatief lage kruipruimtes van 0,5 m. Bij deze drooglegging zijn de woningen niet gevoelig voor grondwateroverlast. (+). De verwachting is dat bebouwing in de omgeving (van waar waterpeil wordt aangepast) overlast ondervindt van het verhogen van peilen. Op plekken waar waterstanden aangepast worden waar bebouwing staat zal afhankelijk van de grootte van de wijziging van de peilen voor een deel overlast ontstaan, in de opmalingen niet tot zeer beperkt en andere bestaande bebouwing naar verwachting wel. Onderzoek naar de hoogte van kelders, kruipruimtes is nodig. Een modelberekening kan de effecten beter in beeld brengen. Monitoring in de realisatiefase kan effecten in beeld brengen (0/-). Alternatief Groen-blauw raamwerk Wat betreft waterpeilen worden peilen verder opgehoogd dan in Alternatief Maximaal klimaatrobuust. Hiermee wordt kwel volledig gestopt in de huidige en toekomstige situatie. Er zal een infiltratiesituatie ontstaan. (++).
Er wordt kruipruimteloos gebouwd, hetgeen betekent dat er een lagere ontwatering kan worden aangehouden zonder dat grondwateroverlast optreedt. De drooglegging van 0,8 m à 0,9 m is voldoende om grondwateroverlast te voorkomen, maar is wel minder dan in het Alternatief Maximaal klimaatrobuust. In de toekomst zou dit kunnen leiden tot een verkorte levensduur van ondergrondse infrastructuur door de relatief kleine drooglegging (0/+).
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
98/189
De verwachting is dat bebouwing in de omgeving overlast zal ondervinden van het verhogen van peilen. Onderzoek naar de hoogte van kelders, kruipruimtes is nodig. Een modelberekening kan de effecten beter in beeld brengen. Monitoring in de realisatiefase kan effecten in beeld brengen (-) Alternatief circulair / duurzaam Dit alternatief kent een vergelijkbaar waterpeil als het basisalternatief. Verder kent dit alternatief geen andere maatregelen die van invloed zijn op de kwel. Daarom scoort dit alternatief het zelfde als het basisalternatief (0/+). Omdat in dit alternatief is gekeken naar een zo duurzaam mogelijke inrichting van het gebied, is gekeken naar een zo minimaal mogelijke aanvoer van zand/grond. Dit leidt tot een lagere drooglegging van 0,65 à 0,7 m. Dit is relatief beperkt en gaat gepaard met risico’s op (grond-)wateroverlast. De aanleg van drainage is waarschijnlijk noodzakelijk, maar niet toekomstbestendig voor de lange termijn. Om de ophoging te beperken zal kruipruimteloos worden gebouwd. Hierdoor kan het grondwater wat hoger stijgen voor er grondwateroverlast optreedt. Omdat er desondanks een verhoogd risico ontstaat op wateroverlast als gevolg van de kleine drooglegging, wordt dit alternatief hierop beperkt negatief beoordeeld (0/-). Bij het verhogen van peilen zullen panden in opmalingen naar verwachting geen last hebben van de peilverhoging.
Andere bestaande bebouwing, afhankelijk van het peilgebied wel (0/-). Alternatief Duurzame Mobiliteit Dit alternatief is op dit onderdeel gelijk aan het basisalternatief. Dit alternatief leidt daarom niet tot andere effecten in vergelijking met het basisalternatief. Aanbevelingen en aandachtspunten t.a.v. grondwaterkwantiteit Aanvullend grondonderzoek is nodig om de doorlatendheid van de bodem en dikte van de deklaag op verschillende plekken te onderzoeken. Aan de hand van aanvullende gegevens kunnen effecten van het verhogen van waterpeilen beter in beeld gebracht worden. Een 3D modellering kan de effecten op de Groene Waterparel met aanvullende gegevens beter in beeld brengen. Daarnaast is onderzoek nodig naar vloerpeilen, kruipruimtes en kelders bij de bestaande bebouwing om de effecten van peilverhoging beter in beeld te brengen.
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
99/189
6.5 Grondwaterkwaliteit 6.5.1
Beoordelingscriteria
Bij de grondwaterkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige verontreinigingen en de chemisch-fysische kwaliteit van het grondwater (zoutgehalte, zuurstofgehalte, ijzergehalte en nutriëntengehalte). In deze paragraaf wordt voor wat betreft de grondwaterkwaliteit gekeken naar de chemisch-fysische kwaliteit. In paragraaf 7.2 wordt nader ingegaan op de aanwezigheid van verontreinigingen. Grondwaterkwaliteit ++ Mogelijk vervuild hemelwater wordt middels bodempassages gezuiverd voordat het terecht komt in het grondwater. In het plangebied is geen sprake van opkomend kwelwater. Dit is positief voor de (grond)waterkwaliteit. Er is sprake van een neerwaartse grondwaterstroming en grondwater wordt gevoed met zoet water. + Mogelijk vervuild hemelwater wordt gezuiverd door de diffuse afstroming via de berm naar het grondwater. Door de hogere waterpeilen (ongeveer gelijk aan de stijghoogte in het watervoerend pakket) is er geen kweldruk meer, hetgeen gunstig is voor de waterkwaliteit. 0/+ Mogelijk vervuild hemelwater wordt gezuiverd door de diffuse afstroming via de berm naar het grondwater. Door de hogere waterstanden vermindert de kwel, hetgeen gunstig is voor de waterkwaliteit. 0 Er verandert weinig t.o.v. de referentiesituatie. 0/Vervuild hemelwaterinfiltratie zorgt voor een beperkte verslechtering van de (grond)waterkwaliteit.
Vervuild hemelwaterinfiltratie zorgt voor een sterke verslechtering van de (grond)waterkwaliteit. Om de maaivelddaling enigszins te compenseren worden lagere waterpeilen ingesteld. De kweldruk neemt daardoor toe. -Vervuild hemelwaterinfiltratie zorgt voor een sterke verslechtering van de (grond)waterkwaliteit, bovendien worden er geen voorzieningen getroffen voor zuivering van afstromend hemelwater naar grondwater. De waterpeilen volgen de autonome maaivelddaling en kwel neemt daardoor sterk toe. Dit is negatief voor de waterkwaliteit.
6.5.2
Uitwerking op thema’s
Hemelwaterinfiltratie / afstromend regenwater Het infiltreren van regenwater in de bodem wordt algemeen beschouwd als een duurzame maatregel met positieve effecten op grondwatersysteem. In een stedelijke omgeving moeten wel maatregelen worden genomen om te voorkomen dat verontreinigingen zich verplaatsen naar het grondwater. De bronnen van deze verontreinigingen zijn velerlei: slijtage van autobanden, uitlogende bouwmaterialen, water met zeepresten van bijvoorbeeld auto wassen, strooizouten, etc. Er zijn veel maatregelen beschikbaar om het risico op verspreiding van verontreinigingen naar het grondwater te beperken, zoals: ➢ Wegen afwateren op de berm met regelmatig bermonderhoud;
Sweco | Rapportage water, bodem en klimaat Projectnummer: 51007971 Datum: 7 juli 2023 Versie: D0.0
100/189