CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Regiovisie - met wijzigingen (niet opgemaakt) A21.001099

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Regiovisie jeugd en Wmo19.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de regio Midden-Holland betekent dit dat er een duidelijke relatie moet zijn tussen de gevraagde ondersteuning (de dienstomschrijving) en de tarieven die daar tegenover staan. Voor de tariefstelling wordt gewerkt met een transparante onderbouwing van de tarieven. Het betalen van reële tarieven is een doorlopend punt van aandacht. Op dit moment wordt gewerkt met meerjarige contracten, uniforme contractvoorwaarden, regionaal contractbeheer en -management en een regionaal administratie- protocol waarmee de administratieve lasten voor aanbieders beperkt worden8. 4. Gemeenten betalen zelf voor de afname van voorzieningen door hun inwoners De voorzieningen worden regionaal ingekocht, maar de lokale gemeenten zijn en blijven verantwoordelijk voor het verlenen van toegang tot deze voorzieningen en de samenwerking met de 8

Landelijk worden drie uitvoeringsvarianten voor de administratieve afhandeling van toewijzing en facturatie voor Wmo en Jeugdwet onderscheiden. Deze gaan onder andere in op de inrichting van de zorgadministratie en het veilig en efficiënt uitwisselen van gegevens met de berichtenstandaarden iWmo en iJw. In onze regio wordt gebruik gemaakt van de inspanningsgerichte variant, welke consequent toegepast wordt.

22 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

autonome verwijzers. Gemeenten spreken af dat - gelet op de verschillen in populatie en het lokale voorzieningenniveau - er geen solidariteit is ten aanzien van de afname van voorzieningen en dat elke gemeente voor de eigen cliënten betaalt. Ook de financiële afhandeling van de facturatie loopt via de lokale gemeenten. Uitzondering hierop is de maatschappelijke zorg, die de gemeente Gouda betaalt vanuit haar centrumgemeentemiddelen (zie paragraaf 5.1). 5. Samenwerking bij toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo zoals verankerd is in de Wet, zowel ten aanzien van kwaliteit als rechtmatigheid. Ook de Jeugdwet ziet een rol voor gemeenten in de bestrijding van ten onrechte ontvangen voorzieningen, misbruik en oneigenlijk gebruik. Vanuit het programma toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid is aandacht voor vraagstukken als: gaat het geld voor de zorg daar ook naar toe, is de kwaliteit op orde en hoe zit het met exorbitante winsten bij zorgaanbieders. Een onafhankelijke regionaal toezichthouder ziet toe op de kwaliteit en rechtmatigheid op grond van de Wmo en Jeugdwet9. Een mix van instrumenten en inspanningen wordt ingezet voor een rechtmatige besteding van middelen.

Zo worden onder andere interne controles en themacontroles uitgevoerd voor controle op de rechtmatigheid en worden afspraken opgenomen in de deelovereenkomsten. Een onafhankelijke regionale toezichthouder ziet toe op de kwaliteit en rechtmatigheid op grond van de Wmo en Jeugdwet10. De contractmanagementgesprekken zijn een belangrijk middel om zaken rond kwaliteit en rechtmatigheid bespreekbaar te maken bij aanbieders. De regio werkt met een digitaal ´Meldpunt vermoeden zorgfraude’, waar vermoedens van (mogelijk) onjuist gebruik van ondersteuning vanuit de Wmo of Jeugdwet gemeld kunnen worden. Om goede kwaliteit te waarborgen in de toekomst is het nodig om regionaal op te trekken richting zorgaanbieders. Hiervoor werken we aan harmonisering van verordeningen en nadere regels ten aanzien van kwaliteitseisen, toezicht, rechtmatigheid en handhaving, waar dat nodig is om gezamenlijk op te kunnen trekken richting gecontracteerde aanbieders. Daarbij wordt de mogelijkheid om in het beleid rond de persoonsgebonden budgetten meer samen te werken verkend. In de praktijk worden deze budgetten immers ook ingezet bij regionaal werkende aanbieders, waarbij een gezamenlijke lijn meerwaarde heeft voor handhaving. 6. Gezamenlijke oriëntatie met de gemeenteraden voor inkoop vanaf 2025 De huidige basisovereenkomsten lopen tot en met 2024.

Gemeenten in de regio Midden-Holland hechten eraan om goed doordacht een volgende periode in te gaan en daarbij nieuwe keuzes te kunnen overwegen. Strategievorming, inkoop en implementatie kosten tijd, een tijdige start is van belang. Daarom wordt in 2022 met de nieuwe raden het proces gestart over de regionale samenwerking en uitgangspunten voor de inkoopperiode vanaf 2025. Onderdeel van de voorbereiding is een analyse van de huidige situatie als basis voor het bepalen van de doelstellingen in de nieuwe inkoopronde.

9

Toezicht op kwaliteit voor jeugd is landelijk geregeld, voor jeugd gaat het voornamelijk om toezicht op rechtmatigheid 10 Toezicht op kwaliteit voor jeugd is landelijk geregeld, voor jeugd gaat het voornamelijk om toezicht op rechtmatigheid

23 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

4.3

Betaalbaar houden van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van de visie van de regio is dat er betaalbare zorg en ondersteuning beschikbaar is voor wie dat nodig heeft. Diverse ontwikkelingen vragen de komende periode aandacht om dit voor de lange termijn te waarborgen: de betaalbaarheid staat onder druk en er is een schaarste aan personeel. De kosten voor jeugdhulp en Wmo laten een sterk stijgende trend zien, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Daar komt nog bij dat bij jeugdhulp het stelsel van toegang en toewijzing zeer complex is georganiseerd. Ook het Rijk heeft hier een opgave zoals erkend is in het rapport van AEF over structurele financiering van jeugd11. Tegelijk ontslaat dit gemeenten niet van hun plicht om de diverse sturingsmogelijkheden te benutten om tot verdere beheersing te komen. Daarvoor is het nodig dat gemeenten, aanbieders en verwijzers samen optrekken om ook op lange termijn de jeugdhulp en Wmo beschikbaar en betaalbaar te houden. Zonder hierbij de kwaliteit van de ondersteuning en aansluiting op de ondersteuningsbehoefte van de inwoners uit het oog te verliezen. Belangrijk is om ook aandacht te houden voor de wisselwerking met het lokale beleid en uitvoering voor het realiseren van kostenbesparingen, de lokale en regionale inzet dienen complementair te zijn. Ambitie Betaalbaar houden van de maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo door: 1. Afbakening jeugdhulp en Wmo. 1.2. Het vergroten van inzicht. 2.3.

Optimalisatie binnen de huidige inkoop. 3.4. Versterken van contractmanagement: steviger sturen op uitstroom en effectiviteit. 4.5. Partnerschap met de strategische aanbieders. Ook de toekomstgerichte opgaven dragen bij aan beschikbaarheid en betaalbaarheid van het stelsel. Vanwege de inhoudelijke drijfveer zijn deze apart weergegeven in hoofdstuk 5. Afbakening is nodig om de zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor wie dat nodig heeft. Hoe kunnen de schaarse middelen het beste worden ingezet? Vanuit het belang van de samenleving is het gewenst dat alleen ondersteuning en zorg geleverd wordt als inwoners onvoldoende zelfredzaam zijn. Dit vraagt om een discussie over de afbakening van de Jeugdwet en de Wmo en om realistische verwachtingen vanuit de maatschappij. In hoeverre moeten we als maatschappij accepteren dat niet alle problemen oplosbaar zijn, dat niet alles in het leven maakbaar is en dat tegenslag, verdriet, rouw en pijn ook bij het leven horen? Wanneer hebben we het over ‘gewone’ opvoedvragen, wat hoort bij het gewone leven en wat is gebruikelijke zorg? WEn wanneer gaat dagbesteding over in (aangepast) werk? Wanneer is het een vraag om jeugdhulp of Wmoondersteuning en wanneer niet? Wanneer heeft men hierin een eigen verantwoordelijkheid, al dan niet ondersteund vanuit het eigen netwerk, algemene en/of voorliggende voorzieningen.

Wanneer is sprake van ‘zinnige hulp’, bijvoorbeeld hoe lang is behandelen effectief? Wanneer kan hulp afgerond worden? Maar ook wanneer zijn andere regelingen (denk aan de Wlz, passend onderwijs, kinderopvang) aan de orde? Kortom wat is een houdbare balans in de verdeling van verantwoordelijkheden tussen ouders/ inwoners, de samenleving, de gemeente en medeoverheden. Het blijkt lastig om te sturen op uitstroom, zowel voor gemeenten als voor aanbieders. De keuze of het ‘goed genoeg’ gaat met een kind ligt uiteindelijk bij de professional. Zij zijn naar de aard van hun 11

Andersson Elffers Felix (AEF), Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg (2020).

24 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

professionele achtergrond en vanwege hun intrinsieke motivatie vooral gericht op het bieden van hulp en ondersteuning. Ook in onze samenleving is het streven naar perfectie groot. De samenleving en hulpverleners zijn geneigd om vanuit de ‘perfecte’ situatie te denken; hulpverleners willen zo goed mogelijke ondersteuning leveren en het streven naar een ‘perfect leven’ is in onze samenleving groot. IWat in het uiterste geval leidt dit tot oneindige zorg. Normalisering is daarom gewenst: niet alles kan worden opgelost met hulp vanuit de overheid. Tegelijk is de terechte vraag: waar is wel ondersteuning vereist, en zou dat niet juist eerder moeten worden ingezet? Deze spanning tussen normalisering aan de ene kant en de wens tot vroegsignalering (preventie) aan de andere kant is het continue balanceren om de betaalbaarheid en de solidariteit van het stelsel te behouden. Dit vraagt om concrete uitwerking en bestuurlijk draagvlak voor dit proces.

Kaders om nadere invulling te geven aan de wens tot afbakening en normalisering zijn noodzakelijk. Gestart wordt met een gezamenlijke verkenning om te bepalen langs welke leidende principes we deze normalisering als regio willen vormgeven en hoe dat concreet op korte en middellange termijn eruit kan zien. Met het opstellen van een regionaal kader gebruikelijke hulp wordt invulling gegeven aan de noodzaak tot afbakening. In dit kader wordt invulling gegeven aan de vraag wanneer geen of minder jeugdhulp of Wmo- ondersteuning nodig is. Omdat mensen hierin een eigen verantwoordelijkheid hebben, al dan niet ondersteund vanuit het eigen netwerk, algemene en/of voorliggende voorzieningen. Maar ook: wanneer zijn andere regelingen voorliggend? Hierbij is aandacht voor het aspect van ‘zinnige hulp’, bijvoorbeeld hoe lang is behandelen effectief. In de verkenning is aandacht voor de samenhang met de kwaliteit en effectiviteit van ondersteuning en het inzetten van de juiste interventies. Hiermee geven we invulling aan het uitgangspunt van het inzetten van de juiste zorg op het juiste moment. In de uitwerking wordt gebruikgemaakt van het concept van positieve gezondheid. Positieve gezondheid gaat bijvoorbeeld ook over acceptatie van je situatie en wat is nodig om daarbinnen zo optimaal mogelijk te functioneren, met andere woorden het stellen van reële doelen.

De zoektocht naar de juiste kaders wordtzal in samenspraak met aanbieders, en verwijzers, cliënten(organisaties), ketenpartners en gemeenteraden gedaan worden en in nauwe samenhang met de opgave rond de afbakening van passend onderwijs en jeugdhulp (paragraaf 5.4). Waar nodig worden de resultaten van de verkenning vertaald in juridische kaders en meegenomen in de inkoop vanaf 2025. Hiervoor wordt vervolgens de benodigde besluitvormingsroute ingezet. Onderdeel van de verkenning is ook de vraag in hoeverre gelijkluidende besluitvorming in de vijf gemeenten nodig en/of wenselijk is en waar het binnen de regionale samenwerking mogelijk is om verschillende accenten te leggen. Daar waar dit kader leidt tot aanpassingen in de verordening of nadere regels zal dit ter besluitvorming aan de respectievelijke raden of colleges voorgelegd worden. Het vergroten van inzicht Het regionaal versterken van inzicht in het gebruik van maatwerkvoorzieningen is cruciaal bij het sturen op kosten. Meer en betere cijfermatige informatie is een voorwaarde om samen trends te ontwaren, te volgen en te verklaren. Waar zijn verschillen zichtbaar en in hoeverre kunnen deze verklaard worden door lokale verschillen in beleid. Hiermee krijgen we meer zicht op de oorzaak van de stijgende uitgaven, ontwikkelingen daarin en sturingsmogelijkheden.

Leren van elkaar en uitwisseling van goede werkwijzen hebben dan ook de aandacht. Mede in relatie tot een juiste inzet 25 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

van de regionaal ingekochte diensten en toeleiding naar aanbieders. Naast inzicht in het gebruik en ontwikkelingen in het zorglandschap is het wenselijk om goed zicht te krijgen op wachtlijsten- en tijden. Dit is nodig om te kunnen beoordelen of het zorglandschap voldoende dekkend is of dat aanvullende aanbieders gecontracteerd moeten worden om de zorg en ondersteuning aan onze inwoners te kunnen waarborgen. Optimalisatie binnen de huidige inkoop De basisovereenkomst en deelovereenkomsten voor jeugdhulp, jeugdzorgplus en begeleiding (Wmo) hebben een looptijd tot en met 2024. In deze periode richt Midden-Holland zich op het optimaal benutten van de sturingsmogelijkheden binnen de huidige systematiek van inkopen. Er zijn diverse verbeteringen en aanscherpingen mogelijk om de kwaliteit en effectiviteit van de ondersteuning te verbeteren en tegelijkertijd de kosten te beheersen. Het gaat om interventies die erop gericht zijn om een goed zorglandschap te ontwikkelen met passende producten, passende methodieken en uitgevoerd door de meest passende zorgaanbieders en interventies die erop zijn gericht om de omvang van de inzet van de producten te beheersen. Het gaat om gerichte vernieuwing binnen de huidige overeenkomsten12 en samenwerking met aanbieders. die verantwoordelijkheid nemen en kunnen dragen in het verlagen van de huidige zorgdruk.

Hierbij wordt gedacht aan:  Ontwikkelen nieuwe producten. Bij de inkoop in 2018 is het aantal producten fors teruggebracht. Op sommige onderdelen leidt dit tot ‘upcoding’, dat wil zeggen het inzetten van duurdere diensten dan nodig. In overleg met de aanbieders wordt gekeken naar mogelijkheden om hiervoor nieuwe (tussen)producten te ontwikkelen die afschaling bevorderen. Daarnaast is er overleg met de partijen die behandeling leveren ten einde nieuwe vormen van behandeling te creëren die normalisering ten goede komen en spoed- en crisishulp kunnen beperken.  Gebruik en doorontwikkeling budgetplafonds. Budgetplafonds zijn een middel om de schaarste aan zorg en ondersteuning beter te kunnen verdelen en daarmee een bijdrage te leveren aan het beter beheersen van de kosten. Een budgetplafond stimuleert dat aanbieders binnen het huidige model meer verantwoordelijkheid nemen voor het verdelen van de schaarste. Zij kennen de cliënt en zijn in staat op basis daarvan te prioriteren en hebben hiermee een prikkel om in te zetten op effectieve interventies en verkorten van duur en omvang van trajecten. Voor een effectieve werking van de budgetplafonds wordt gewerkt met zogenaamde ‘slimme’ budgetplafonds die ruimte geven aan aanbieders die verantwoordelijkheid nemen binnen projecten en aansluiten bij de regionale doelstellingen.

Het inzetten van budgetplafonds kan tot gevolg hebben dat wachtlijsten ontstaan. Het accepteren van wachtlijsten hoort evenwel bij het instrument budgetplafonds. Goede monitoring op ongewenste effecten van wachtlijsten en -tijden is cruciaal. Ook dient zorg beschikbaar te blijven voor inwoners met urgente zorgvragen. De budgetplafonds worden gericht gebruikt voor diensten waar ook alternatieven beschikbaar zijn en waar we in gesprek willen over de effectiviteit en de duur van trajecten. o

Het gaat niet om rigide budgetplafonds, maar om slimme, gerichte budgetplafonds waarmee gemeenten en aanbieders grip kunnen houden op de ontwikkeling van het volume en de uitgaven. Deze budgetplafonds worden gericht gebruikt voor diensten

12

De huidige contracten bieden flexibiliteit voor tussentijdse aanpassingen. In de basisovereenkomsten is hiervoor een proces afgesproken op basis waarvan via overleg met de aanbieders op ieder gewenst moment aanpassingen gedaan kunnen worden.

26 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

waar ook alternatieven beschikbaar zijn en waar we in gesprek willen over de effectiviteit en de duur van trajecten. Beperken aantal aanbieders. Het aantal aanbieders is regelmatig onderwerp van gesprek: de grote hoeveelheid aanbieders komt de keuzevrijheid ten goede, maar gaat ten koste van de samenwerking en leidt tot versnippering van het aanbod. Het borgen van kennis en ontwikkelen van effectieve interventies komt daarmee onder druk te staan. Binnen het huidige open house model is het terugbrengen van het aantal aanbieders in beperkte mate mogelijk. Bij het toelaten van nieuwe aanbieders wordt gewerkt volgens het principe: nee, tenzij van toegevoegde waarde voor het zorglandschap. We blijven de komende jaren werken met een model met ruim voldoende aanbieders om de keuzevrijheid te garanderen. Binnen het huidige open house model is het terugbrengen van het aantal aanbieders in beginsel beperkt mogelijk. Voor producten waar ruim voldoende aanbieders zijn, is het gewenst de meerwaarde van nieuwe aanbieders ten opzichte van bestaande aanbieders in ogenschouw te nemen. Zo nodig kan een tijdelijke stop gelden voor de instroom van nieuwe aanbieders. Daarnaast is aandacht voor de aanscherping van toelatingsvoorwaarden en kwaliteitseisen en handhaving daarvan.

Bovendien wordt gewerkt aan betere beheersbaarheid van het aantal aanbieders door een effectievere inrichting van het contractmanagement.

Versterken van contractmanagement: steviger sturen op uitstroom en effectiviteit Aanbieders hebben naast een maatschappelijke doelstelling ook een bedrijfsmatige en soms commerciële doelstelling. Dat is een integraal onderdeel van het huidige stelsel. De effectiviteit van door aanbieders geleverde zorg en ondersteuning is belangrijk, zodat onze inwoners, waar mogelijk, zo snel mogelijk weer zelfredzaam kunnen worden. Steviger sturen op uitstroom, resultaten en effectiviteit van de ondersteuning wordt gedaan door het versterken van het contractmanagement. Concreet worden hiervoor per zorgcategorie doelstellingen benoemd over onder andere de gewenste uitstroom, doorlooptijden, effectiviteit en kostenontwikkeling en wordt hierover het gesprek met de aanbieders gevoerd. De doelstellingen worden vertaald in kritische prestatie indicatoren (KPI), om alle facetten van de dienstverlening te monitoren. Aanbieders worden daarnaast aangesproken op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de financiële beheersbaarheid en het beschikbaar houden van voldoende ondersteuning van voldoende kwaliteit, zoals beschreven in paragraaf 2.2. In het contractmanagement wordt gebruik gemaakt van de portfolio-analyse theorie van Kraljic (zie bijlage 5).

Belangrijk voor de versterking van het contractmanagement is dat lokaal geborgd is dat signalen vanuit de lokale toegang bij de contractmanager komen en andersom. Waar gebruik wordt gemaakt van budgetplafonds wordt een sturingsplan opgesteld op basis waarvan regelmatig het gesprek gevoerd wordt met aanbieders over de productie en de verwachte ontwikkeling in relatie tot het budgetplafond. Voor de specialistische jeugd GGZ zijn hier al ervaringen mee opgedaan, die meenomen worden bij de andere zorgcategorieën. De zorgaanbieders maken een ontwikkelplan om aan te geven hoe ze gaan sturen op kosten, kwaliteit en de regionale doelstellingen.

Het werken aan partnerschap met de strategische aanbieders Naast de versterking van het contractmanagement met alle gecontracteerde aanbieders wordt ingezet op dialoog met de belangrijkste aanbieders, de strategische partners, die van belang zijn voor het realiseren van de uitdagingen waar we voor staan. Deze vaak grote partners bieden producten in 27 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

verschillende zorgcategorieën en zijn actief in verschillende regio’s. Belangrijk hierbij is om tot wederzijds begrip te komen en inzicht te krijgen in elkaars belangen en afwegingen. Hierbij richten we ons op de samenwerking op de langere termijn. Ook belangen vanuit de aanbieders worden serieus genomen, denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van administratieve lasten. Binnen het programma volumebeheersing SGGZ wordt met de strategische partners gesproken over het doorontwikkeling vanen en differentiatie binnenëren van het zorglandschap. Het betreft hier veelal landelijk werkende partijen die specialistische en dure arrangementen aanbieden, waarbij een groot deel van de toegang via externe verwijzers gaat.

28 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

5. Toekomstgerichte opgaven De opgaven beschreven in hoofdstuk vier focussen op het beschikbaar en betaalbaar houden van de ondersteuning. Daarnaast werkt de regio aan een aantal toekomstgerichte opgaven, waarbij het accent ligt op het duurzaam inrichten van de zorg en ondersteuning, zodat inwoners zoveel mogelijk zelfstandig of in de eigen omgeving of het gezin kunnen (blijven) wonen. Daarnaast zijn deze duurzame oplossingen veelal ook goedkoper en dragen ze dus bij aan de opgave om de zorg en ondersteuning structureel betaalbaar te houden. Naast deze opgaven houden we onze ogen open voor de impact van andere lange termijn ontwikkelingen, zoals de demografische ontwikkeling in relatie tot wonen en zorg, en zullen wordt waar nodig in regionaal verband verkendnen waar extra inzet nodig is. Dit geldt eveneens voor toekomstige ontwikkelingen die nu nog niet voorzien zijn, maar wel relevant zijn voor de ontwikkeling van het zorglandschap op lange termijn. Ambitie toekomstgerichte opgaven Gemeenten hebben oog voor de lange termijn ontwikkeling van het zorglandschap en willen daarin investeren via programma’s gericht op onder andere ambulantisering, inwoners beter beschermen en afstemming met andere zorgwetten.

5.1

Maatschappelijke zorg

Ook voor de maatschappelijke zorg is het uitgangspunt dat inwoners in een kwetsbare positieinwoners in de regio Midden-Holland passend kunnen wonen, zo zelfstandig mogelijk zijn, passende ondersteuning hebben en participeren naar vermogen. Deze ambitie is in 2017 door de gemeenteraden vastgesteld in het Regionaal kader maatschappelijke zorg en blijft ook met deze nieuwe regiovisie van kracht. De doelen voor de maatschappelijke zorg blijven daarmee gelijk:  Herstel van eigen kracht.  Lokale steunstructuur op orde.  Adequate ambulante zorg en ondersteuning.  Een veilig vangnet voor wie dat nodig heeft. Ambitie en afspraken maatschappelijke zorg    

Innovatie van de maatschappelijke opvang: een integrale intake, verbetering van de kwaliteit van de opvang en een zo kort mogelijk verblijf in de opvang. Aandacht voor doorstroom naar betaalbare woningen. Het zorglandschap ontwikkelen naar een continuüm van intramurale en ambulante zorg, met extra aandacht voor tussenvormen zoals beschut wonen en verbinding met andere partijen. De regio gaat vanaf 2023 werken met een regionale begroting voor maatschappelijke zorg, waaruit ten minste betaald wordt: beschermd wonen, beschut wonen en maatschappelijke opvang. Vanaf 2023 start het nieuwe objectieve verdeelmodel en dragen alle gemeenten volgens de landelijke verdeelsleutel financieel bij aan de regionale bekostiging als aanvulling op de decentralisatie uitkeringen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang die Gouda blijft ontvangen. Toegang, plaatsing en financiering van beschermd wonen worden regionaal uitgevoerd door de gemeente Gouda.

29 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

  

Lokale teams indiceren voor beschut wonen voorzieningen in de eigen gemeente en werken voor de plaatsing met een regionale wachtlijst en plaatsingscommissie. De gemeenten blijven de toegang tot en financiering van beschermd wonen na de doordecentralisatie van de middelen centraal regelen. Voor de gezamenlijke regionale voorzieningen maatschappelijke zorg ontvangt regie houdende gemeente Gouda vanaf 2023 vanuit de lokale middelen een financiële bijdrage. Na publicatie van het nieuwe verdeelmodel wordt de verdeelsleutel vastgesteld en via de programmabegroting aan de gemeenteraden voorgelegd.

Innovatie van de maatschappelijke opvang Binnen de maatschappelijke opvang wordt ingezet op de innovatie van de opvang, waarbij de nadruk ligt op een integrale intake, verbetering van de kwaliteit van de opvang en doorstroom naar een eigen woonruimte, zodat het verblijf in de opvang verkort kan worden en mensen perspectief geboden kan worden. Doorstroom naar betaalbare woningen Door de grote druk op de woningmarkt is het lastig om betaalbare passende woonruimte te vinden. Daardoor maken inwoners, ook jongeren met jeugdhulp, soms noodgedwongen onnodig lang gebruik van dure verblijfszorg of verergeren problemen. Zo is er een toename van het gebruik van de nachtopvang door mensen die niet (snel) beschikken over betaalbare woonruimte, bijvoorbeeld na een scheiding of een huisuitzetting door schulden. De doorstroom binnen dure zorgvoorzieningen, zoals de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, stagneert hierdoor. Inwoners die deze zorg juist nodig hebben, moeten lang wachten op een vrijkomende plek en worden in hun herstel beperkt. Ook financieel is dat lastig: een woonprobleem wordt dan opgelost met zorggeld, waar we zien dat de budgetten toch al krap zijn. Deze cirkel is moeilijk te doorbreken: een woonprobleem is niet op korte termijn opgelost, maar inwoners blijven daardoor aangewezen op dure niet-passende zorg.

Deze cirkel doorbreken vraagt om een extra inspanning van elke gemeente op het gebied van wonen in samenhang met andere domeinen binnen de gemeente en een inzet op voldoende betaalbare woningen en woningen voor specifieke doelgroepen. Doorontwikkeling zorglandschap De ontwikkeling van alternatieve zorg in de vorm van beschut wonen en Gewoon Thuis draagt bij aan het afschalen van zorg in beschermd wonen. Het scheiden van wonen en zorg (bewoners betalen zelf de huur) levert bovendien besparingen op. Gewoon thuis wordt doorontwikkeld naar een volwaardig ambulant alternatief voor verblijf in beschermd wonen. Bovendien is er extra aandacht voor doorlopende zorg voor jongvolwassenen met een intensieve specialistische zorgvraag. Ook wordt de verbinding met de langdurige zorg (Wlz) en de geestelijke gezondheidszorg (Zvw) versterkt ten behoeve van continuïteit van zorg, versterken vande GGZ in de wijk en de crisiszorg versterkt, crisiszorg en de verbinding tussen zorg en veiligheid verbeterd. Doordecentralisatie beschermd wonen Een andere ontwikkeling die speelt is de doordecentralisatie van de middelen voor beschermd wonen. Landelijk worden vanaf 1 januari 2023 de middelen voor beschermd wonen met een zogenoemd objectief verdeelmodel toebedeeld aan alle gemeenten.

Vanaf 2023 verandert in tien jaar tijd de historische verdeling met Gouda als centrumgemeente in een objectieve verdeling van de middelen over alle gemeenten. De verschuiving van de middelen naar de gemeenten wordt 30 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

gekoppeld aan de nieuwe instroom. Gouda blijft voorlopig verantwoordelijk en budget ontvangen voor de bestaande cliënten. Om onze regionale ambitie waar te kunnen maken en gespecialiseerde zorg te kunnen blijven bieden, blijft samenwerking hard nodig. Mogelijk worden vanaf 2026 ook de middelen voor de maatschappelijke opvang via een objectief verdeelmodel toebedeeld aan alle gemeenten. Voor de periode tot 2025 maken de gemeenten onderstaande keuzes: Poort naar de maatschappelijke zorg: transparant en toegankelijk Voor de maatschappelijke zorg is de toegang op dit moment centraal belegd bij de gemeente Gouda vanuit haar centrumgemeenterol. Voor de regionale voorzieningen (maatschappelijke opvang, beschermd wonen) blijft Gouda de toegangsfunctie ook na de doordecentralisatie vervullen. Hiermee bundelen we expertise van de doelgroep. Vanuit de regionale toegang worden indicatiestelling en plaatsing in een regionale woonvorm verzorgd. Onder de regiefunctie valt ook het bijhouden van een regionale wachtlijst. Voor beschermd wonen geldt een landelijke toegankelijkheid, dit vraagt om veel afstemming met andere regio’s. Ook deze taak neemt het regionale toegangsteam op zich. Mogelijk wordt voor beschermd wonen ook een woonplaatsbeginsel ingevoerd, de afstemming die dit vraagt met andere regio’s zal vanuit de regionale toegang gecoördineerd worden.

De lLokale toegang heeftteams hebben een rol in de toeleiding van inwoners naar de regionale toegangspoort, het bijdragen aan een warme overdracht van inwoners en het ondersteunen en faciliteren van cliënten die uit kunnen stromen uit woonvoorzieningen. De gemeente van herkomst blijft verantwoordelijk voor haar inwoners als uitstroom aan de orde is. Voor beschut wonen wordt de indicatiestelling door de lokale toegang gedaan, voor de plaatsing wordt gewerkt met een regionale wachtlijst en plaatsingscommissie voor een goede verdeling van de schaarse plekken. Financiën maatschappelijke zorg vanaf 2023 Voor de gezamenlijke regionale voorzieningen maatschappelijke zorg (waaronder maatschappelijke opvang, beschermd en beschut wonen) wordt jaarlijks door de colleges een regionale begroting opgesteld, waarvoor de gemeente Gouda de voor de maatschappelijke zorg ontvangt de regie houdende gemeente is. Naast de middelen die de gemeente Gouda ontvangt vanuit haar centrumgemeentefunctie brengen alle vijf de gemeenten middelen in voor de regionale bekostiging. Uitgangspunt is dat deze bijdrage past binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten. De verdeelsleutel sluit aan op de verhoudingen binnen de landelijke verdeelsleutel voor beschermd wonen. op basis van een verdeelsleutel vanaf 2023 vanuit de lokale middelen een financiële bijdrage.

Na publicatie van het nieuwe verdeelmodel en bekendmaking van het ingroeipad, wordt de verdeelsleutel vastgesteld. Een van de uitdagingen waar we de komende jaren voor komen te staan is de financiering van de maatschappelijke opvang. Op dit moment is het budget dat Gouda hiervoor ontvangt ontoereikend, maar kan dat kan gecompenseerd worden met het budget beschermd wonen. De doordecentralisatie van de middelen zal de komende jaren van de gemeenten vragen om hier in gezamenlijkheid een oplossing voor te vinden, zodat we ervoor kunnen zorgen dat ook in de toekomst invulling gegeven kan worden aan de wettelijke taak om niemand op straat te laten slapen. Door een jaarlijkse regionale begroting kunnen hier gezamenlijke keuzes in gemaakt worden. In 2024 vindt besluitvorming plaats over de wijze van bekostiging vanaf 2025. Waarbij een van de mogelijkheden is om toe te werken naar cliëntvolgende bekostiging bij beschermd en/of beschut wonen vanaf 2025. 31 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

5.2

Jeugdigen beter beschermen

Voor die gezinnen waarbij de veiligheid van jeugdigen en volwassenen in het geding is hebben gemeenten een regisserende en ondersteunende taak. Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verplicht om de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming te organiseren. In onze regio gebeurt dat via een regionale Jeugdbeschermingstafel. De ambitie van de gemeenten en de jeugdhulp partners in Midden-Holland is om kinderen in de regio blijvend veilig en kansrijk te laten opgroeien, waarbij patronen van onveiligheid duurzaam worden doorbroken. Echter, ondanks de gezamenlijke inspanningen van alle betrokkenen, blijkt het moeilijk om dit te realiseren. De complexiteit van casuïstiek neemt toe en het aantal meldingen bij Veilig Thuis en de instroom in het gedwongen kader in Midden-Holland latenat al jaren een stijgende lijn zien. Ambitie jeugdigen beter beschermen  Door eerdere en efficiëntere samenwerking worden situaties van onveiligheid vroegtijdig gesignaleerd en aangepakt, zo worden jeugdbeschermingsmaatregelen voorkomen.  Verkorten van de jeugdbeschermingsketen door goede aansluiting van het vrijwillig op het gedwongen kader.  Voorkomen van uithuisplaatsingen en verkorten van de maatregel. Door in te zetten opOm deze ambities te realiseren werken we aan het versterken van de kwaliteit in de jeugdbeschermingsketen.

In deze keten werken de lokale teams, Veilig Thuis, de jeugdbeschermingstafel, de Raad voor de Kkinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en de vrouwenopvang samen. Dit is complex, omdat intensieve samenwerking vereist is tussen de verschillende ketenpartners van de jeugdzorg en jeugdbeschermingsketen met verschillende doelstellingen, taakopvattingen, mandaten en onafhankelijke posities, ook buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook is goede samenwerking tussen deze ketenpartners, de lokale toegang en de lokale ondersteuningsstructuur cruciaal. We willen bereiken dat daar waar de veiligheid in het geding is, jeugdigen en hun ouders sneller, integraal en op maat geholpen worden, waardoor escalatie van problemen voorkomen wordt. Het belang van het kind staat centraal. Dit betekent niet dat de hulpverlening zich alleen op het kind richt; een effectieve en duurzame aanpak is systeemgericht en domein overstijgend. Er is daarom ook aandacht voor de problematiek die bij overige gezinsleden speelt, zoals psychische problemen, verslavingsproblematiek, armoede of schulden. Organisaties kijken daarbij gezamenlijk wat er nodig is in het gezin. Organisaties in de regio worden daarom geactiveerd om JeugdMATCH te gebruiken om kenbaar te maken dat zij betrokken zijn bij een gezin.

Het doel hiervan is dat partijen altijd op de hoogte zijn van elkaars betrokkenheid bij een gezin. Hierdoor kunnen eerder afspraken gemaakt worden over de regie en samenwerking tussen de betrokken partijen.

Inzet is effectieve samenwerking in de hele keten door eerder en intensiever samen te werken, meer gebruik te maken van elkaars deskundigheid en samenwerking over domeinen en schotten van organisaties heen. Er is een regionaal ketenoverleg tussen de lokale teams, Veilig Thuis, GI, Jeugdbeschermingstafel en de Raad voor de Kkinderbescherming. In dit ketenoverleg worden inhoudelijke onderwerpen besproken die ten doel hebben de samenwerking te verstevigen en de 32 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

aansluiting van het vrijwillig naar het gedwongen kader te vereenvoudigen. In de regio wordt de ‘werkwijze teammodel’ geïmplementeerd. Hierbij werken medewerkers van de lokale teams, Veilig Thuis, de GI, Jeugdbeschermingstafel en de Raad voor de Kinderbescherming samen in een team met gezinnen waar sprake is van complexe problematiek. Zo kan gezamenlijk complexe casuïstiek beoordeeld worden en kunnen professionals samen naar de gezinnen om met hen te bespreken wat nodig is om de veiligheid te waarborgen. Er wordt gewerkt met één1 plan waardoor informatie en deskundigheid op effectieve wijze bij elkaar gebracht wordt. Tijdens bijeenkomsten samen met het gezin, de betrokken professionals en met de mogelijk toekomstig betrokken professionals wordt oplossingsgericht, verbindend en overstijgend gekeken. Deze gesprekken worden voorgezeten door een voorzitter van de gemeente of/ jJeugdbeschermingstafel Midden-Holland. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de wettelijke regiefunctie.

5.3

Gewoon thuis jeugd

Elk kind heeft stabiliteit nodig. We zorgen dat de jeugdhulp zich naar het kind beweegt in plaats van andersom. Niet het aanbod van de instelling staat daarbij centraal, maar de (hulp)vraag van de jeugdige en de ouders. Soms is het nodig om kinderen uit huis te plaatsen. Dat is echter een zeer ingrijpende maatregel in het leven van het gezin als geheel en het kind in het bijzonder. Ambitie gewoon thuis jeugd    

Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Zoveel mogelijk passende jeugdhulp bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen.

Gemeenten, zorgpartners en verwijzers in de regio zijn het eens dat het voor een kind belangrijk is om - zo lang als het veilig is – in het eigen gezin op te groeien en dat nu niet altijd alle mogelijkheden daarvoor worden benut. En als een uithuisplaatsing toch nodig is voor de veiligheid van het kind dat dan stabiliteit en kleinschaligheid en/ gezinsgericht plaatsen belangrijk zijn om zwaar mee te wegen. Indien sprake is van het inzetten van een verblijfsplek dient dit altijd gekoppeld te worden aan ondersteuning (ambulante zorg). Het uitgangspunt is hierbij de behandeling en niet de opname. Om te zorgen dat de opname niet ontwrichtend gaat werken, dient er zoveel mogelijk geïnvesteerd te worden in behoud van huidige omstandigheden zoals school, sportclubs etc. Om dit te coördineren is een intensief contact met de lokale toegang dan ook van groot belang. Zeker als het gaat om zo snel mogelijk afschalen van de zorg. De lokale situatie dient voorbereid te zijn op deze afschaling. Hierbij wordt ingezet op het voorkomen van uithuisplaatsingen en het zo snel mogelijk terugplaatsen van de jeugdige in het eigen gezin. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke beweging naar nul uithuisplaatsingen.

33 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Om dit te realiseren zetten we in op: (1) integrale omvorming om verblijfsdiensten te realiseren dichtbij huis, zodat plaatsing in 3-milieusvoorzieningen13, in JeugdzorgPlus en plaatsing buiten de regio niet nodig is; (2) het realiseren van een harmonicavoorziening (ambulante hulp in combinatie met mogelijkheid van logeren) binnen de regio als aansluiting op de integrale ambulante zorg en de integrale verblijfsvoorzieningen en (3) het terugdringen van breakdowns binnen pleegzorgplaatsingen. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven, zetten we bovenregionaal in op het realiseren van alternatieve zorgvormen voor JeugdzorgPplus.

5.4

Aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs

Jeugdhulp en passend onderwijs liggen in elkaars verlengde en lopen soms in elkaar over. Zowel vanuit kwaliteitsoogpunt als vanuit kostenoogpunt is het van belang deze aansluiting goed te organiseren. Ambitie aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs  Efficiënter samenwerken bij het inrichten van de ondersteuning op school., dan wel bij het organiseren van jeugdhulp in combinatie met onderwijs buiten een schoollocatie.  Scherpere afbakening jeugdhulp en passend onderwijs. Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 is het de bedoeling dat zoveel mogelijk kinderen, ook met een zorgbehoefte, zo nabij mogelijk onderwijs kunnen volgen, bij voorkeur op de reguliere school in de buurt. Scholen krijgen van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs middelen om onderwijsondersteuning te bieden. Indien nodig vindt overleg plaats met de gemeente voor kinderen en jongeren die meer hulp nodig hebben. Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte maakt duidelijk of extra (niet onderwijs gerelateerde) ondersteuning voor het volgen van onderwijs nodig is. Voor leerlingen die (véél) meer zorg nodig hebben zetten we jeugdhulp via de gemeente in. Waar mogelijk en efficiënt maken we daarbij heldere afspraken over samenwerking, in onderwijszorgarrangementen en in bredere groepen waar veel zorg en/of ondersteuning nodig is.

De scholen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het passend onderwijs via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, waarbij een dekkend netwerk aan onderwijsmogelijkheden hoort enplus de verdeling van de toegewezen zorgmiddelen. De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Inmiddels is duidelijk dat er geen zwart-wit lijn is tussen wat jeugdhulp is en wat bij de verantwoordelijkheid van het onderwijs hoort in de basisondersteuning. De rijksoverheid erkent dat er een grijs gebied is en moedigt onderwijs en gemeenten aan met elkaar in gesprek te blijven over die aansluiting en een gelijkwaardige verdeling van de financiële lasten. De gemeenten spannen zich, met de scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, reeds in voor een goede aansluiting van de jeugdhulp op de basisondersteuning van het onderwijs. Daarbij is een goede afbakening van belang om scherpte aan te brengen in het gesprek over de samenwerking. Juist het onvoldoende zicht hebben op elkaars (on)mogelijkheden leidt tot miscommunicatie en verkeerde verwachtingen wat de samenwerking kan verstoren. Scherpte in de

13

Behandelgroep met orthopedagogisch klimaat. In de behandelgroep verblijven jeugdigen met (ernstige) emotionele of gedragsproblemen, dan wel jeugdigen waarbij de veiligheid in het geding is. Jeugdigen wonen in de behandelgroep, ontvangen verzorging en opvoeding en krijgen intensieve behandeling.

34 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

bekendheid over bevoegdheden en verantwoordelijkheden faciliteert het gesprek en de keuze om over grenzen heen te gaan wanneer de situatie (het kind of de jongere die zich in het grijze gebied bevindt) hierom vraagt. Daarnaast is de regio actief in overleg met het onderwijs over hun verantwoordelijkheid om aan alle kinderen in de regio ‘zo nabij mogelijk’ onderwijs te leveren. We staan daarbij als gemeenten in de regio open voor innovatieve onderwijszorgarrangementen, die worden aangedragen door onderwijs en zorgaanbieders. Deze onderwijszorgarrangementen hebben het doel om kwetsbare kinderen en jongeren naar hun eigen kunnen zoveel mogelijk te laten deelnemen aan onderwijs. De regio ondersteunt aldus het onderwijs en de samenwerkingsverbanden in hun verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de ambitie om zo dichtbij mogelijk onderwijs te leveren aan alle kinderen en jongeren zonder die verantwoordelijkheid over te nemen. Daarnaast is de signalerende rol van de scholen een blijvend aandachtspunt van gesprek met het onderwijs. De uUitdaging is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de noodzaak om tijdig problemen te signaleren en anderzijds de wens tot gepaste zorg (normaliseren), waarbij we willen voorkomen dat ‘gewone’ uitdagingen in het leven geproblematiseerd en gemedicaliseerd worden.

5.5

Samenhang met WLZ en Zvw

Met de verschuiving van taken naar gemeenten zijn nieuwe raakvlakken ontstaan tussen het gemeentelijk sociaal domein en de uitvoering van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) uitgevoerd door zorgkantoren. Bijvoorbeeld rond de ouderenzorg en beschermd wonen. Hetzelfde geldt voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), bijvoorbeeld rond de GGZ. Zo leiden veranderingen of bezuinigingen op Wlz-gefinancierde voorzieningen bijvoorbeeld tot extra druk op Wmo-voorzieningen. De Wlz en Zvw kennen andere regimes, sturingsmechanismen en andere regionale indelingen dan de Wmo en Jeugdwet. Daarnaast zien we de trend in de samenleving dat zaken als eenzaamheid snel gemedicaliseerd worden. Ambitie samenhang WLZ en Zvw We zetten in op het realiseren van afspraken met partijen uit de Wlz en Zvw over hoe maatschappelijke opgaven in gezamenlijkheid opgepakt kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor ouderen en inwoners in een psychisch kwetsbare positien duurzaam te verbeteren. We staan hierbij open voor gezamenlijke financiering onder voorwaarde dat de kosten voor de gemeenten in Midden-Holland per saldo niet hoger worden. Toelichting In de gezondheidszorg is onder de noemer ‘positieve gezondheid’ de beweging naar meer aandacht voor preventie en welzijn zichtbaar. Daardoor komen de medische zorg en het gemeentelijke sociaal domein dichter bij elkaar te liggen en wordt de wisselwerking groter.

Als regio kunnen we daar onze rol pakken om bij te dragen aan het welzijn van de inwoner. Voor onze inwoners is de optelsom van belang: krijg ik de juiste zorg en ondersteuning, ongeacht op grond van welke wet. In de praktijk blijkt voor inwoners de afstemming tussen wetten soms knelpunten op te leveren. Om als gemeente niet alleen de rekening van de beheersbaarheid van het stelsel van zorg en ondersteuning te dragen, is aandacht nodig voor de afbakening van de gemeentelijke taak en afstemming of zelfs verdergaande 35 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

samenwerking met de verzekeraars. Dit is een mooi streven, maar blijkt in de praktijk lastig. Met de zorgverzekeraar wordt gewerkt aan een samenwerkingsagenda om hierin stappen te kunnen zetten. In Midden-Holland komen de bestuurders van gemeenten, zorgaanbieders, zorgkantoor en cliëntenorganisaties periodiek bij elkaar om vorm te geven aan de regionale transformatie opgaven. Hierbij gaat het specifiek over de thema’s die zich begeven op het scharnierpunt van de verschillende wetten (Jeugdwet, Wlz, Zvw en Wmo). Door de deelnemende partijen is afgesproken om te werken vanuit een gezamenlijke visie (zie bijlage 4) door via pilots in de uitvoering aan de slag te gaan en door het verbinden van kennis en gegevens. .

36 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

6. Organisatie van de regionale samenwerking In de vorige hoofdstukken is een helder perspectief geschetst over welke taken op regionaal niveau worden georganiseerd en wat de gemeenten Midden-Holland daarop willen bereiken. Minstens zo belangrijk is hoe we deze samenwerking als gemeenten samen inrichten. De samenwerking gaat opleveren wat beoogd wordt, als we de voorwaarden goed met elkaar inregelen. Daarnaast vraagt regionale samenwerking eigenaarschap, een heldere rolverdeling en onderling vertrouwen. In de organisatie van deze regionale samenwerking zijn een drietal elementen van belang om op raadsniveau met elkaar vast te stellen:  De wijze van bestuurlijke besluitvorming over de regionale taken.  De democratische legitimering en invulling van de rollen van de gemeenteraden.  De financiering van de regionale taken. Deze worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.

6.1 Wijze van bestuurlijke besluitvorming over de regionale taken Gemeenten hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de regionale taken en de taken waarop bovenregionale samenwerking gewenst is. Het is noodzakelijk de besluiten in onderlinge afstemming voor te bereiden zodat eensluidende besluitvorming wordt bereikt. Daarmee wordt een heldere invulling mogelijk van de opdrachtgeversrol van gemeenten richting zorgaanbieders. Dit draagt bij aan het realiseren van de gestelde opgaven, waaronder waar mogelijk het beperken van de kostenstijgingen. De afgelopen jaren is bestuurlijke besluitvorming primair vormgegeven via netwerksamenwerking, waarbij de bevoegdheden bij de individuele colleges en raden zijn blijven liggen. Voor een aantal gerichte taken zijn twee dienstverleningsovereenkomsten op collegeniveau afgesloten om taken op het gebied van contractmanagement en –beheer en de jeugdbeschermingstafel te organiseren. Bij deze dienstverleningsovereenkomsten is de wethouder van gemeente Gouda gemandateerd om een beperkt aantal besluiten te nemen. Besluit: bestuurlijke besluitvorming regionale taken  Bestuurlijke besluitvorming over de regionale taken vindt plaats in de individuele colleges en raden.  Colleges werken samen op basis van een samenwerkingsovereenkomst.

Gefaseerde versterking governanceNaar een niet-vrijblijvende samenwerking In de zomer van 2020 zijn in de Norm voor Opdrachtgeverschap14 aanvullende randvoorwaarden gesteld aan de wijze waarop gemeenten regionaal samenwerken. De huidige wijze van samenwerking voldoet niet aan de nieuw gestelde eis te komen tot een niet-vrijblijvende 14

Zie bijlage (opgenomen bij consultatieversie nota hoofdstuk 1-5).

37 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

samenwerking. Dit maakt een heroverweging van de huidige systematiek van besluitvorming nodig. Tegelijk staan de gemeenten voor stevige opgaven om de zorg en ondersteuning betaalbaar en beschikbaar te houden voor de inwoners die dat nodig hebben. Focus op het realiseren van opgaven De gemeenten kiezen op dit moment om naastde focus te leggen op de inhoudelijke en financiële opgaven in het sociaal domein de komende periode te werken aan een gefaseerde versterking van de governance. De eerste stap is om de huidige werkwijze te versterken met en nu niet primair de inzet te richten op een grootschalige governance discussie. Daarmee blijven we zo dicht mogelijk bij de huidige werkwijze en versterken dit met geformaliseerde samenwerkingsafspraken. Hiermee voldoen we aan de Norm voor Opdrachtgeverschap en leggen we een stevigere basis voor het realiseren van de gezamenlijke opgaven. Voor de langere termijn is de verwachting dat een gemeenschappelijke regeling verplicht wordt vanuit de Jeugdwet en de samenwerking daarop aangepast moet worden. De gemeenten in Midden-Holland kiezen voor een bestuurlijk besluitvormingsmodel waarbij de besluitvorming bij de individuele gemeenten blijft liggen, en tegelijk commitment gegeven wordt op onderlinge afstemming en gezamenlijke voorbereiding van de besluitvorming.

Deze afspraken over de wijze van samenwerking worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die een looptijd heeft van in ieder geval de regiovisie. In de samenwerkingsovereenkomst, af te sluiten tussen de colleges, worden in ieder geval afspraken gemaakt over:  Eén aanspreekpunt: de gemeenten bepalen wie namens de regio het aanspreekpunt is voor het Rijk op de regionaal georganiseerde taken.  Procesafspraken over het komen tot eensluidende besluitvorming en escalatie.  Afspraken over Bbovenregionale vertegenwoordiging en waar nodig afspraken over mandatering.  DAfspraken over de wijze waarop de uitvoering van de regionale taken wordt vormgegeven, en gefinancierd en gemonitord, inclusief de informatievoorziening aan de raden. Door de keuze voor dit besluitvormingsmodel voor de korte termijn behouden we een stevige inbedding in de gemeenten. De individuele gemeenten blijven in staat om een integrale afweging te maken op zowel de lokale taken op jeugd en Wmo als gerelateerde thema’s, zoals werk, armoedebeleid en wonen. Met deze samenwerkingsovereenkomst geven de gemeenten MiddenHolland invulling aan de vereiste niet-vrijblijvende governance met één aanspreekpunt uit de Norm voor Opdrachtgeverschap.

Langere termijn: mMogelijke verplichting tot regionale samenwerking Ook met het oog op de koers van het Ministerie lijkt het dit verstandig om op korte termijn geen grote wijzigingen aan te brengen. Er : er is een wetsvoorstel voorzien dat alle gemeentelijke colleges verplicht om regionaal samen te werken met betrekking tot de Jeugdwet. Dit omdat het Ministerie van VWS de Norm voor Opdrachtgeverschap van de VNG niet afdoende vindt om doeltreffende en doelmatige samenwerking te borgen. 38 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

De kern van het wetsvoorstel is verplichte regionale samenwerking ten aanzien van het contracteren van (door de minister nader te bepalen vormen van) jeugdhulp en het voeren van overleg met andere regio’s. Waarbij de minister tevens bevoegd wordt om deze verplichte samenwerking zo nodig verder uit te breiden met nader te bepalen werkzaamheden. De samenwerking dient daarbij verplicht vorm te krijgen door middel van een nog te treffen gemeenschappelijke regeling (GR). Met het oog op de grote uitdagingen is het wenselijk om focus aan te brengen: nu eerst de inhoudelijke en financiële opgaven en vervolgens, indien alsnog besloten wordt tot wettelijk verplichte regionale samenwerking, gericht aan de slag met wat nodig is. Dit kan tegen die tijd dan ook in het licht van de kaders voor de inkoopperiode vanaf 2025 worden aangevlogen. Zodra de contouren van het landelijke beleid bekend zijn worden de benodigde stappen gezet om daar invulling aan te geven. Dit kan tegen die tijd dan ook in het licht van de kaders voor de inkoopperiode vanaf 2025 worden aangevlogen. De stappen die gezet worden met de samenwerkingsovereenkomst bieden een mooie basis en ervaring voor de keuzes die voor de langere termijn gemaakt moeten worden.

Een belangrijk vraagstuk zal zijn wat de reikwijdte van de gemeenschappelijke regeling dient te worden; hoe kijken we aan tegen de omvang van de regio en willen we het voor alleen de wettelijke taken of ook een uitbreiding naar Wmo en/ of beleidsmatige samenwerking.

Gerelateerde centrumtaken Ook de centrumtaken in het sociaal domein vragen om een inhoudelijke verbinding met de regionaal georganiseerde taken. Dit zijn maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en deels huiselijk geweld en op dit moment nog beschermd wonen. Het Rijk heeft gekozen hier centrumtaken van te maken vanwege de schaal en omvang. Ook al is de financiering en bevoegdheid anders geregeld, het verzorgingsgebied voor deze taken is gelijk aan de regionale taken. Ten aanzien van beschermd wonen is er in deze periode sprake van een doordecentralisatie naar gemeenten, die vraagt om een zorgvuldige overgangsfase qua organisatie en financiering. Deze decentralisatie is voorzien vanaf 2023 met een overgangsperiode van 10 jaar. Door middel van een mandaatregeling is de regiefunctie van Gouda voor maatschappelijke zorg reeds vastgelegd. Advisering door adviesraden voor inwoner- en cliëntenparticipatie De colleges kunnen op voorgenomen besluiten advies vragen aan hun raden voor cliënten- en inwonerparticipatie conform de in de eigen verordeningen vastgelegde wijze. De individuele colleges blijvenzullen aan zet blijven om de inhoudelijke reactie te geven op de gegeven adviezen.

6.2 Democratische legitimering Met deze visie zetten de gemeenteraden van de regio Midden-Holland voor de komende jaren een inhoudelijke koers uit. Daar er geen wijziging voorgesteld wordt in de bevoegdheden van de 39 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

onderlinge gemeenten blijft de positie van gemeenteraden gelijk vergelijkbaar. Democratische legitimering is bij regionale samenwerking een aandachtspunt. In deze paragraaf concretiseren we de rol van de individuele raden bij de regionale taken op Jeugd en Wmo. Besluit: democratische legitimering  De colleges dragen zorg voor het tijdig betrekken van de raden daar waar eensluidende besluitvorming nodig is op kaderstelling voor regionale taken.  Verantwoording over het bereiken van gemeentelijke doelstellingen verloopt via de gebruikelijke planning en control cyclus.  De colleges streven er naar de vijf gemeenteraden zoveel mogelijk gelijktijdig over dezelfde informatie te laten beschikken over de regionaal georganiseerde taken. Kaderstellende rol van de raden De raden zijn aan zet voor de kaderstelling op hoofdlijnen. In deze visie vindt deze kaderstelling plaats voor de periode 2021-2024. Voor vraagstukken gerelateerd aan inkoop voor 2021-2024 geldt de huidige basisovereenkomst met aanbieders als basis en wordenzullen de raden vooraf geïnformeerd worden over de inkoop gerelateerde keuzes, die de colleges voornemens zijn. Daarbij gebruikenzullen de colleges de uitgangspunten uit de regiovisie als basis gebruiken. Vanaf 2022 zal de voorbereiding starten voor de volgende inkoopperiode jeugd en Wmo vanaf 2025.

Dat betekent dat in dit traject de gemeenteraden gezamenlijk aan zet zijn om nieuwe kaders te stellen en te bepalen hoe zij tot keuzes willen komen. Regionale samenwerking komt onder druk te staan als raden het gevoel hebben geen ruimte te hebben voor individuele accenten en amendering van voorgestelde besluiten. De colleges dragenzullen zorg dragen voor het tijdig betrekken van raden daar waar eensluidende besluitvorming nodig is op kaderstelling.

Doelstellingen zijn gemeentespecifiek Doelstellingen van gemeenten betreffen vaak het inwonerniveau en vereisen inspanningen op regionaal en lokaal niveau en zijn steeds vaker ook domein overstijgend (‘integraal’). De colleges hebben in het gekozen model de verantwoordelijkheid de wisselwerking tussen lokale en regionale taken te organiseren op zodanige wijze dat de gestelde doelen gerealiseerd worden. Deze doelen zijn gemeentespecifiek en het is aan de colleges om verantwoording over de voortgang op deze doelen af te leggen op basis van de eigen monitoring,aan de raden te laten zien dat deze doelen voor de inwoners worden gerealiseerd, ongeacht de inspanningen op lokaal, regionaal of bovenregionaal niveau. Dit vindt plaats in de gebruikelijke pPlanning en cControl cyclus. Informatievoorziening raden Raden kunnen alleen hun rol goed invullen als zij voldoende op de hoogte zijn van wat er speelt en de samenhang daartussen. De colleges zijn ieder voor zich aan zet om de raden te informeren conform de informatieplicht en waar nodig te betrekken. De individuele colleges trekkenzullen in de informatievoorziening over regionale taken samen optrekken. . Streven is te zorgen dat de vijf 40 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

gemeenteraden zoveel mogelijk gelijktijdig over dezelfde informatie beschikken over de regionaal georganiseerde taken. Voor uitwisseling en beeldvorming worden regionale raadsledenbijeenkomsten georganiseerd.

6.3 Financiering De financiering van de voorzieningen jeugd en Wmo De uitgaven aan voorzieningen in de Jeugdwet en Wmo bedragen regionaal circa € 110 miljoenmln per jaar (niveau 2020). Voor de taken uitgevoerd op regionaal niveau geldt dat er geen sprake is van solidariteit of verevening tussen gemeenten. De voorzieningen worden dus per gemeente afgerekend naar mate van gebruik of er is sprake van een verdeelsleutel. Aparte afspraken over beschermd wonen Voor beschermd wonen is in de looptijd van de visie sprake van een doordecentralisatie van taken: van de centrumgemeente Gouda naar alle individuele gemeenten. Hierover gelden aparte afspraken (zie hoofdstuk 5) die vanuit financieel opzicht samen te vatten zijn als:  De gemeenten blijven de toegang tot en financiering van beschermd wonen na de doordecentralisatieering centraal regelen.  Voor de gezamenlijke regionale voorzieningen maatschappelijke zorg ontvangt regiehoudende gemeente Gouda vanaf 2023 vanuit de lokale middelen een financiële bijdrage. De colleges stellen hiervoor jaarlijks een begroting op. De kosten worden verdeeld op basis van de verhoudingen in de landelijke verdeelsleutel.Na publicatie van het nieuwe verdeelmodel wordt de verdeelsleutel vastgesteld en via de programmabegroting aan de gemeenteraden voorgelegd.

De financiering van de organisatie van de regionale taken Besluit: financiering organisatie regionale taken  Gemeenten geven commitment af dat zij middelen ter beschikking stellen om de organisatie van de gezamenlijke taken te financieren voor de looptijd van de visie in overeenstemming met de gestelde ambities.  De colleges bepalen binnen de kaders van de regiovisie het ambitieniveau op de regionale taken en prioritering. Indien dit leidt tot financiële gevolgen worden deze meegenomen in de lokale planning en control cyclus, op basis van een integraal overzicht van de regionale taken en de financiering  Indien één van de gemeenten gedurende de looptijd er voor kiest taken niet langer op regionaal niveau te organiseren wordt de betreffende raad in positie gebracht. De raad vraagt het college alternatieven en regionaal draagvlak te verkennen.

41 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

In deze visie is vastgelegd welke taken de gemeenten regionaal gezamenlijk willen organiseren. Gezamenlijke uitvoering van taken geeft een gezamenlijke financieringsopgave voor de regionale organisatie. Over de wijze van financiering en prioritering worden afspraken gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst. Gemeenten geven commitment af dat zij middelen ter beschikking stellen om de gezamenlijke taken te financieren voor de looptijd van de visie in overeenstemming met de gestelde ambities. De colleges bepalen binnen de kaders van de regiovisie het ambitieniveau op de regionale taken en prioritering. Indien dit leidt tot financiële gevolgen worden deze meegenomen in de lokale planning en control cyclus, op basis van een integraal overzicht van de regionale taken en de financiering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10457006/1