CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Regiovisie - met wijzigingen (niet opgemaakt) A21.001099

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Regiovisie jeugd en Wmo19.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als een gemeente gedurende de looptijd van de visie niet meer in staat is om de middelen ter beschikking te stellen, moeten zullen de colleges en zo nodig de raden keuzes moeten maken over de wijze van invulling van de regionale taken. De keuze is daarbij afhankelijk van de taak: bij sommige taken is herprioriteren of faseren van ambities mogelijk tot bijvoorbeeld het wettelijk minimumniveau, maar het kan ook betekenen dat de gemeente kiest om de taak niet regionaal, maar lokaal op eigen wijze in te vullen. Indien één of meerdere gemeenten gedurende de looptijd er voor kiezen taken niet langer op regionaal niveau te organiseren, betekent dit dat betreffende raad in positie gebracht wordt. De raad dient een besluit te nemen zich niet langer te committeren aan de regiovisie, waarbij het desbetreffende college gevraagd wordt alternatieven, en regionaal draagvlak daarvoor, te verkennen zal de desbetreffende raad in positie gebracht worden, daar de raden in deze visie hierover keuzes vastleggen.

42 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Bijlage 1

Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO)

In juni 2020 hebben gemeenten de Resolutie norm voor opdrachtgeverschap (NvO) aangenomen. Het betreft twee normen: een voor jeugd en een voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeenten hebben zich hiermee gecommitteerd aan de afspraken van de NvO’s. Met deze regiovisie wordt hieraan voldaan voor de regio Midden-Holland <in de conceptversie nog niet aan punt 4>. De afspraken in beide NvO’s komen grotendeels overeen en bevatten de volgende punten: 1. Stel een regiovisie op Deze regiovisie geldt voor jeugd en beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. In de regiovisie is helderheid over beschikbaarheid en transformatie specialistische functies Dit is beschreven in hoofdstuk 3 en 5. 3. Verbinding van de lokale toegang aan de gecontracteerde ondersteuning In de regio Midden-Holland is gekozen voor een systeem waarbij regionaal alleen raamcontracten afgesloten worden, zodat de toewijzing lokaal gedaan kan worden. Het contractmanagement is wel centraal geregeld. Via de zorgkeuzemodule is het aanbod voor alle verwijzers inzichtelijk. Voor complexe vragen en inzet van ‘schaarse’ voorzieningen zijn een aantal functies ingericht, zodat afstemming mogelijk is (paragraaf 3.1 en 3.2). 4.

Niet-vrijblijvende governance met één aanspreekpunt In dit kader is het van belang dat a) De gemeenten meerjarige afspraken maken over de organisatie van de regiofuncties; b) De samenwerkingsvorm is geformaliseerd; c) De taakverdeling tussen de gemeenten en de regio is uitgewerkt en bestuurlijk besloten en d) Er 1 bestuurlijk aanspreekpunt is dat intern en extern op kan treden namens de regio. Op dit moment voldoet de huidige governance nog niet volledig aan de vereisten uit de Nvo. In de definitieve versie van de regiovisie, die ter besluitvorming aan de vijf gemeenteraden aangeboden wordt, wordt een voorstel opgenomen. 5. Hoe en voor welke functies bovenregionale samenwerking Dit is beschreven in paragraaf 3.3 en in paragraaf 5.1 specifiek voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 6. Beperking administratieve lasten (door toepassen 3 uitvoeringsvarianten) Met de inkoop van 2018 is een regionaal administratieprotocol ontwikkeld, wat het landelijke protocol volgt en waarmee de administratieve lasten voor aanbieders en gemeenten beperkt worden (paragraaf 4.2). 7. Zorgvuldigheideisen inkoop De zorgvuldigheidseisen voor inkoop betreffen een tijdige start en afronding van de contractering, meerjarige contracten en continuïteit bij aflopende contracten. Op dit moment wordt aan deze voorwaarden voldaan.

Voor een volgende inkoop is vooral een tijdige start van het inkoopproces van belang, waar door de verlenging van de huidige overeenkomsten tot en met 2024 ook vorm aan gegeven kan worden. 8. Reëel tarief Op dit moment worden reële tarieven gehanteerd (paragraaf 4.2).

43 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Bijlage 2

Expertise netwerk

Het bovenregionale expertise netwerk heeft drie functies: 1. Het bieden van consultatie en advies aan behandelaren wanneer jeugdhulp stagneert of niet het gewenste effect heeft. 2. Het organiseren van hulp door middel van het inzetten van aanvullende expertise op de plek waar de jongere al hulp krijgt. 3. Het bundelen van kennis en expertise van professionals met verschillende specialismen en zorg dragen dat geleerd wordt van complexe casussen ten behoeve van de doorontwikkeling van jeugdhulp. Voor de uitoefening van deze functies werkt het expertise netwerk ‘Zuidwest’ werkt vanuit de volgende kernwaarden:  Voor ieder kind en gezin passende hulp;  We werken lokaal en regionaal, bovenregionaal waar het nodig is;  In het expertisenetwerk maken we gebruik van de nieuwste wetenschappelijke inzichten;  We durven met elkaar buiten de kaders te denken en maken gebruik van dwarsdenkers om ons scherp te houden;  Een bovenregionaal expertisenetwerk is bedoeld om structurele en duurzame transformatie in de jeugdhulp teweeg te brengen;  We sluiten aan bij wat er al is;  Een hiaat in het zorgaanbod is iets anders dan een hiaat in de zorginkoop;  Iedere inzet van een bovenregionaal expertisenetwerk maakt deel uit van een bovenregionaal leerproces;  Ouders en ervaringsdeskundigen krijgen een stem in het expertisenetwerk.

44 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Bijlage 3

Bovenregionale ambitie JeugdhulpPlus

In Zuidwest zijn wij (5 jeugdhulpregio’s, 2 zorgaanbieders JeugdhulpPlus, 2 GI’s) ons ervan bewust dat de zorg voor de meest kwetsbare jeugd nog beter kan en beter kan aansluiten op wat de jeugdige daadwerkelijk nodig heeft. Om die reden slaan wij in landsdeel Zuidwest de handen ineen om meer maatwerk en verscheidenheid te bewerkstelligen en alleen geslotenheid in te zetten wanneer dat noodzakelijk is. Een belangrijke, complexe en spannende opgave dat van iedere betrokken partij een stapje extra vraagt. Voor wie De kwetsbare jeugdigen hebben allen ernstige, complexe problemen van zeer verschillende aard, waarbij niet zelden ook sprake is van een complexe, niet veilige thuissituatie. Vaak is sprake van intergenerationele problematiek. Zij hebben allen intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig. Jeugdhulp plus is de plek waar deze vorm geboden wordt. Naar schatting 50-70% van deze jeugdigen heeft wel de expertise van jeugdhulp plus nodig, maar niet de geslotenheid en kan dus geholpen worden zonder het volledige pakket aan middelen en maatregelen. Ambities De groep kwetsbare jeugdigen die de expertise van JeugdhulpPlus in intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig hebben willen we op andere manieren gaan helpen, zoveel als mogelijk buiten de muren van gesloten instellingen. Onze ambitie is toewerken naar ‘0’.

Tegelijkertijd weten we dat hiervoor een lange adem nodig is. Voor de periode tot en met 2024 is onze ambitie om een afbouw van het huidige aantal gesloten plekken van 235 in 2020 naar maximaal 100 eind 2024 te realiseren. Ook zetten we in op een hoge kwaliteit van de overblijvende bedden. Tegelijkertijd bouwen we aan alternatieven voor de doelgroep die deze intensieve zorg nodig heeft. Het sluiten van een locatie van Horizon (Midgaard) met 36 bedden in 2021 geeft een versnelling aan deze impuls. De regio’s kopen hiervoor geen gesloten plekken meer in, maar zetten dit budget in op alternatieven. Uitgangspunt is dat voldoende plekken beschikbaar blijven voor deze kwetsbare doelgroep. Ook deze plekken ontwikkelen we door. Hiertoe stellen we gezamenlijk een normenkader op. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de verwijzers zoals de GI’s. Omdat de effectiviteit van een intensief behandeltraject na 6 maanden afneemt, is onze ambitie dat jeugdigen maximaal 6 maanden gesloten zitten en dat er vervolgens passend aanbod beschikbaar is. Vanuit de ambitie om zo thuisnabij mogelijk zorg te leveren worden de 100 overblijvende bedden binnen de provincie Zuid-Holland aangeboden, waar een impuls wordt gegeven aan gepersonaliseerde trajecten gecombineerd met onderwijs.

Het investeren in sterke (gezins-)relaties rondom de jeugdige is de grootste beschermende factor voor toekomstige ontwikkelingsverstoring of -vertraging. Dat is de reden dat we een beweging in gang zetten waarbij hulp in de context van het gezin plaatsvindt op de woonplek waar de jeugdige vast verblijft. Wanneer geslotenheid tijdelijk nodig is, blijft ook de focus op herstel in het ‘gewone’ leven. De beweging in Zuidwest is in 2019 in gang gezet via vier inhoudelijke ambities waarbij in de uitwerking verbinding wordt gelegd met de landelijke beweging StroomOp en het VNG-statement best passende zorg. 1. Wij verbeteren de zorg voor jeugdigen die tijdelijk dwang nodig hebben. 45 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Wij werken aan een voortdurende verbetering van het open leef- en ontwikkelklimaat gericht op het ‘gewone’ gezinsleven. Wij zorgen voor passende zorg voor jeugdige en gezin door middel van zorgvuldige toeleiding, waarmee het aantal crisisplaatsingen daalt. Daarnaast bevorderen wij een tijdige uitstroom en werken wij samen in de keten rondom de jeugdige. 2. Breed palet aan jeugdhulp plus Wij ontwikkelen en investeren in nieuwe vormen en methodieken jeugdhulp plus waarbij de stabiele woonplek voor jeugdigen leidend is. Dit palet richt zich op gezinsopnames, onderwijs-jeugdhulp, kleinschalige voorzieningen, ambulante jeugdhulp plus. Daarnaast blijft de huidige jeugdhulp plus beschikbaar. Voor 2024 is het streven dat de alternatieven voor 135 plaatsen beschikbaar zijn en dat 100 (gesloten) plaatsen jeugdhulp beschikbaar zijn. 3. Het ontwikkelperspectief van de jeugdige is leidend. Jeugdhulp+ is altijd een tijdelijke interventie in het leven van een jeugdige. Om die reden maken wij het ontwikkel (- en onderwijs) perspectief leidend. Dit vraagt om een integraal denken van jeugdhulp, onderwijs en welzijn (vrijetijdsbesteding) en een goede beschikbare onderwijsplek inclusief bijpassende bekostiging. 4. Veiligheid nauw aangesloten. ‘It takes a village to raise a child’ is de belangrijkste opgave op het terrein van veiligheid.

Om de alternatieven en het open leefklimaat mogelijk te maken wordt gewerkt aan een basisdocument waar het proces, rollen, taken en verantwoordlijkheden staan beschreven. Ook wordt aansluiting gezocht bij Veiligheidshuizen. Naast de maatschappelijke veiligheid wordt gewerkt aan veiligheid voor de jeugdige en zijn gezin en de veiligheid van medewerkers. Aanpak De gemeenten realiseren zich dat de ombuiging van reguliere JeugdhulpPlus plaatsen naar ambulante en kleinschalige vormen van Jeugdhulp Plus het nodige vraagt van de ketenpartners. Zowel op organisatorisch, administratief, personeel en financieel gebied. De gemeenten dragenzullen bijdragen in de transformatie door zowel levering van capaciteit in de werkgroepen als en ook bijdragen in de kosten voor de transformatie naar alternatieven. Via een programmatische aanpak op bovenregionaal- en op regionaal/lokaal niveau werken wij gezamenlijk aan bovenstaande ambities. De opgaven zijn beschreven in de werkagenda doorontwikkeling JeugdhulpPlus. Convenanten Aanvullend op de inhoudelijke ambitie leggen wij de volgende punten vast in aparte convenanten voor Horizon en Schakenbosch. De convenanten zijn een uitwerking van dit ambitiedocument, alsmede de genoemde werkagenda. Ook de GI’s worden hierbij betrokken.

Deze convenanten omvatten ten minste de volgende onderwerpen:  Beschikbaarheid en dienstverlening: overzicht met alternatieve producten met tijdspad.  Wijze van uitkering transformatiebudget en verantwoording.  Momenten waarop er inzicht is voor de gemeenten in de realisatie van de transformatiedoelstellingen en de kostprijs van de nieuwe producten. Deze informatie hebben de gemeenten nodig om tot inkoop voor 2023 en verder van deze producten te kunnen komen.  Monitoring.  Verschuiving naar alternatieven en inzicht in optimalisatie in tarieven.  Capaciteit JeugdhulpPlus bedden in 2021, 2022 en 2023. 46 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

   

Maximale behandelduur in gesloten setting. Looptijd van het convenant en optie tot verlenging. Wijze van samenwerking JeugdhulpPlus aanbieders en (ambulante) jeugdhulpaanbieders. Doelstellingen en resultaten, (prestatie-) afspraken hieromtrent.

Huisvestingsplan Voor de aanpak van de vastgoedtransitie JeugdhulpPlus heeft het Rijk eenmalig geld beschikbaar gesteld. De middelen zijn bedoeld voor het stimuleren en financieren van de vastgoedtransitie door afstoten, verbouwen en oprichten van nieuwe locaties (alternatieve vormen). Voorwaarde is een gezamenlijk transformatieplan voor het vastgoed JeugdhulpPlus van gemeenten en aanbieders bestaande uit 2 delen: 1). Bovenregionaal strategisch Huisvestingsplan voor 1 april 2021 door jeugdhulpregio’s en aanbieder(s) en 2). Strategisch huisvestingsplan per aanbieder.

47 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Bijlage 4

Samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein Midden-Holland

In Midden-Holland werken zorgaanbieders en de gemeenten samen in het kader van het programma ‘Gedeelde zorg’. Eind 2018 is een samenwerkingsvisie ondertekend om ‘voor inwoners een duurzame inrichting van zorg en welzijn te bereiken, waarbij de inwoner en de eigen regie centraal staan’. Er is overeenstemming dat het nodig is om focus te leggen op preventie: voorkomen dat mensen ziek worden en vervolgens een behandeling of ondersteuning nodig hebben. De gezamenlijke uitgangspunten om dit te bereiken zijn:  Het systeem is gericht op gezondheid en herstel dichtbij de inwoner en op participatie (iedereen kan meedoen).  Realiseren van innovatieve zorg- en welzijnspaden met als doel mensen zo veel mogelijk zelfstandig te laten wonen, eigen kracht te stimuleren en te demedicaliseren.  Investeren in preventie van zware zorg en gezondheidsrisico’s.  Bieden van integrale zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk bij de leefsituatie van de inwoners, waarbij de persoonlijke mogelijkheden, behoeften én wensen van cliënten leidend zijn en gewerkt wordt vanuit de gedachte van 1 cliënt/gezin, 1 aanpak, 1 contactpersoon.  Sturen op maximale doelmatigheid en goede kwaliteit van zorg en ondersteuning om de groeiende vraag te accommoderen en de kosten te beheersen.

De zorgaanbieders die de zorgvisie hebben ondertekend, zijn het Groene Hart Ziekenhuis, Medisch Specialistisch Bedrijf Gouda, Regionale Organisatie Huisartsen Midden-Holland, Zorgpartners Midden-Holland, GGZ Rivierduinen, Fundis, Buurtzorg, Kwaadraad, Kwintes, Gemiva SVG en Enver.

48 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

Bijlage 5

Portfolio-analyse van Kraljic

In 1983 presenteerde Peter Kraljic in de Harvest Business Review een nieuwe inkoopstrategie. De theorie is nog steeds actueel en wordt wereldwijd door grote bedrijven gebruikt. Kraljic beschrijft aan de hand van een portfolio-analyse hoe een op de lange termijn gericht inkoopbeleid kan worden geformuleerd. Zijn bijdrage beoogt aan te geven op welke wijze men een beeld kan krijgen van de strategische kwetsbaarheid van een organisatie op zijn inkoopmarkten. Bij de portfoliobenadering worden alle ingekochte diensten en producten verdeeld in vier groepen. Dit gebeurt aan de hand van twee criteria: de invloed op de uitgaven en het toeleveringsrisico: 1. De invloed op de uitgaven kan worden afgemeten aan het aandeel van het desbetreffende product/dienst in de totale uitgaven van de gemeente 2. Het toeleveringsrisico kan worden ingeschat door het risico van stagnatie van de dienstverlening van de zorgaanbieder te bekijken. Voor de eenvoud wordt dit ook wel vertaald in het aantal (potentiële) zorgaanbieders, bij zeer veel zorgaanbieders is het risico klein, bij één zorgaanbieder is het risico zeer groot. Door combinatie van deze twee criteria kan een indeling naar type dienst worden gemaakt:  Strategische producten: hoog toeleveringsrisico en grote invloed op de uitgaven.  Knelpuntproducten: hoog toeleveringsrisico en minder grote invloed op de uitgaven.

 Hefboomproducten: laag toeleveringsrisico en relatief grote invloed op de uitgaven.  Routineproducten: laag toeleveringsrisico en geringe invloed op de uitgaven. De inkoopportfolio

hoog

Hefboomproducten

Strategische producten

Routineproducten

Knelpuntproducten

Invloed op financieel resultaat

laag Toeleveringsrisico laag

hoog

49 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

De strategie van de RDS inzake het managen van de zorgaanbieders is eveneens gedifferentieerd opgezet. In onderstaand schema is per categorie een aantal acties weergegeven. <bovenstaand schema wordt in de opgemaakte versie vervangen door een schema met daarin onderstaande opsomming> Routine diensten (o.a. basis GGZ)  Contractmanagementgesprek met de contractbeheerder of de contractmanager.  Groepsgesprekken en themabijeenkomsten met meerdere zorgaanbieders.  Sectorgerichte verbetertrajecten.  Gerichte monitoring van groepen kleinere zorgaanbieders aan de hand van KPI’s (monitoring negatieve uitschieters). Knelpuntdiensten (o.a. logeeropvang)  Kritisch bezien of aanpassing van productaanbod nodig is.  Pro-actief analyses uitzonderingscontracten (URC) en marktonderzoek.  Dichtzetten toetreding nieuwe aanbieders, tenzij meerwaarde voor het zorglandschap. Hefboom diensten (o.a. hulp bij het huishouden)  Contractmanagementgesprek regulier met de contractmanager.  Budgetplafond en eindejaarplan.  Ontwikkelplan.  Gerichte monitoring aan de hand van KPI’s (monitoring negatieve uitschieters). Strategische diensten (o.a. specialistische GGZ)  Budgetplafond en eindejaarplan.  Ontwikkelplan.  Aandacht voor ontwikkelen partnerschap en relatie.  Contractmanagementgesprek minimaal vier keer per jaar, met rapportage KPI resultaten.

 Sessies met zorgaanbieders (sector-overstijgend werken) en gerichte verbetertrajecten.

50 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10457006/1