Bijlage 2 Regiovisie - met wijzigingen (niet opgemaakt) A21.001099
Tekst van het document
De regio Midden-Holland bestaat uit de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. 1 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
Toelichting op gewijzigde versie In deze versie zijn de wijzigingen zichtbaar die gedaan zijn ten opzichte van de consultatieversie (hoofdstuk 1 t/m 5) en het concept van hoofdstuk 6. Wijzigingen in opmaak zijn niet zichtbaar. In onderstaand schema een overzicht van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen. Hoofdstuk Wijziging Toegevoegd voorwoord Toegevoegd samenvatting 1 Samenhang regiovisie en lokaal beleid 2.2 Toegevoegd toelichting op uitgangspunt 3 Uitgangspunt 1 3.1 Samenwerking huisartsen
3.1
lokale toegang
3.2
Tabel 2 (wijziging niet zichtbaar weergegeven)
3-3
Bovenregionale samenwerking met Hollands Midden en Haaglanden Zorglandschap Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid Oriëntatie inkoop 2025
4.2 4.2 4.2
4.3
Betaalbaar houden maatwerkvoorzieningen
4.3
Afbakening jeugdhulp en Wmo
Toelichting
Verduidelijking in de tekst. Op een van de uitgangspunten ontbrak een toelichting. Formulering aangepast qua toon. De samenwerking met de huisartsen is een lokale verantwoordelijkheid. Op verzoek van de huisartsen (Mediis) is toegevoegd dat regionale uitwisseling en leren van elkaar ook op regionaal niveau opgepakt wordt. Verheldering van tekst en aanscherping dat ondanks dat de toegang een lokale verantwoordelijkheid is de afstemming over de inzet van regionaal ingekochte producten van belang is voor een goed werkend regionaal zorglandschap. In plaats van de contractnamen zijn namen van de diensten genoemd met onderscheid Jeugd en Wmo. Verheldering in de tekst aangebracht, toevoeging zorg- en veiligheidshuis. Verduidelijking in de tekst Verduidelijking in de tekst Onderdeel van de oriëntatie is een analyse van de huidige situatie voor bepalen doelstellingen voor de nieuwe inkoop. Toegevoegd dat hierbij aandacht voor de kwaliteit van de voorzieningen niet uit het oog verloren mag worden en de wisselwerking met het lokale beleid. Deze tekst is aangescherpt om te verhelderen dat met deze regiovisie op dit punt nog geen inhoudelijke uitspraken gedaan worden, maar dat het voorstel is om regionaal de verkenning op te pakken.
Bovendien is de tekst aangescherpt met de inzichten vanuit het rapport ‘maatregelen financiële beheersbaarheid jeugdwet’ en de tussenrapportage van de visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein. Bij de 2
Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
4.3
Vergroten inzicht
4.3
Optimalisatie binnen de huidige inkoop
4.3
Cliëntbetrokkenheid
5.1
Maatschappelijke zorg
5.2 5.4
Jeugdmatch Afbakening jeugdhulp passend onderwijs
6.1
Governance
6.2
Raden vooraf betrekken bij inkoop gerelateerde keuzes
6.2
Regionale afstemming
6.3
Financiering
Bijlagen
Toegevoegd bijlage 5
invulling van deze opgave wordt het concept van positieve gezondheid betrokken. Aan de ambities is punt 2 ‘vergroten inzicht’ toegevoegd als regionale ambitie. Het gezamenlijk optrekken in de monitoring en analyse van de ontwikkelingen wordt waardevol geacht, doordat we als gemeenten van elkaar kunnen leren, maar ook in verband met de stuurinformatie voor de regionale opgaven en input voor de inkoop 2025. Ook het monitoren van wachttijden is opgenomen. De tekst over de toepassing van budgetplafonds en het beperken van het aantal aanbieders is aangescherpt. Betrekken van cliënten(organisaties) bij de opgave rond afbakening. Op de ambitie voor maatschappelijke zorg is een aanscherping gedaan op het onderdeel beschermd wonen. Hiermee is helderheid over de verdeling van verantwoordelijkheden beschut wonen opgenomen en de wijze waarop de regio tot 2025 de financiering van de regionale voorzieningen organiseert. Passage over Jeugdmatch toegevoegd. Naar aanleiding van de reactie van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs is een passage toegevoegd. Een aanscherping van de tekst in verband met de mogelijke verplichting van een gemeenschappelijke regeling op de langere termijn De colleges zullen de raden informeren, maar op welk moment zal afhankelijk zijn van de impact. Vooraf informeren wordt gedaan bij een nieuwe inkoop, niet bij een verlenging.
Voor de periode 2023-2025 dienen de colleges nog te besluiten over al dan niet verlengen van de overeenkomsten hulp bij het huishouden en beschermd wonen. Toegevoegd dat ook na vaststelling van de regiovisie bijeenkomsten georganiseerd worden voor uitwisseling tussen en beeldvorming door raadsleden. Verduidelijking van de tekst en toevoeging besluit dat financiële gevolgen onderdeel zijn van lokale P&C cyclus. Nadere invulling van het contractmanagement
3 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................ 57 Samenvatting ........................................................................................................................................ 68 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding....................................................................................................................................... 810 1.1
Wat is in de periode 2013 – 2020 bereikt ........................................................................... 810
1.2
Vooruitblik 2021-2024 ......................................................................................................... 911
1.3
Werken binnen steeds strakkere kaders ............................................................................. 911
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 1012
Gezamenlijke visie en uitgangspunten .................................................................................... 1113 2.1
Visie: zorg en ondersteuning is beschikbaar voor wie dat nodig heeft ............................ 1113
2.2
De uitgangspunten nader toegelicht: samenwerken voor onze inwoners ....................... 1113
Gemeentelijke taken complementair organiseren.................................................................. 1416 3.1
Lokale taken ...................................................................................................................... 1517
3.2
Regionale taken ................................................................................................................. 1618
3.3
Bovenregionale samenwerking ......................................................................................... 1820
Regionale taken op maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd................................................. 2123 4.1
Gezamenlijke beleidsuitgangspunten ............................................................................... 2123
4.2
Toelichting uitgangspunten ............................................................................................... 2123
4.3
Betaalbaar houden van maatwerkvoorzieningen ............................................................. 2425
Toekomstgerichte opgaven .......................................................................................................... 29 5.1
Maatschappelijke zorg....................................................................................................... 2930
5.2
Jeugdigen beter beschermen ................................................................................................ 32
5.3
Gewoon thuis jeugd .............................................................................................................. 33
5.4
Aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs ........................................................................ 34
5.5
Samenhang met WLZ en Zvw ................................................................................................ 35
Organisatie van de regionale samenwerking .............................................................................. 37 6.1 Wijze van bestuurlijke besluitvorming over de regionale taken ................................................. 37 6.2 Democratische legitimering ........................................................................................................ 39 6.3 Financiering ............................................................................................................................. 4140
Bijlage 1
Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) ........................................................................... 43
Bijlage 2
Expertise netwerk ............................................................................................................. 44
Bijlage 3
Bovenregionale ambitie JeugdhulpPlus ........................................................................... 45
Bijlage 4
Samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein Midden-Holland ....................................... 48
Bijlage 5
Portfolio-analyse van Kraljic............................................................................................. 49
4 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
Voorwoord Als je net wat scherper aan de wind kunt zeilen, kom je verder Zes jaar nadat we als gemeenten nieuwe taken voor jeugdhulp en Wmo kregen, zijn er veel ervaringen opgedaan. In deze visie worden deze vertaald naar een visie voor de regio gericht op drie aspecten; kwaliteit voor onze inwoners, betaalbaarheid van de zorg en een effectieve onderlinge samenwerking. Uitgangspunt voor de onderlinge samenwerking: lokaal doen wat lokaal kan. En samenwerking in de regio waar dat een betere optie is voor onze inwoners. De voorliggende regiovisie is het resultaat van een intensief traject, waarbij we soms keuzes hebben moeten maken. Belangrijk hierin is dat we goed kijken of we de juiste dingen doen en dat we continu volgen of we de gestelde resultaten bereiken. En vervolgens ons beleid aanpassen waar nodig. Deze visie helpt bij het aanbrengen van focus, zodat we onze inwoners nog beter kunnen ondersteunen. In onze regio is een sterke behoefte om samen met de aanbieders wat scherper aan de wind te zeilen om naast kwaliteit ook kostenbeheersing in het sociaal domein te bereiken. In deze regiovisie wordt dit verder uitgewerkt, zodat we betere afspraken kunnen maken met onze aanbieders. Ook om ons voor te bereiden voor een nieuwe inkoopronde. Veel dank aan iedereen voor de inzet en betrokkenheid bij de totstandkoming van dit gezamenlijke document.
Dit geeft ons vertrouwen in een behouden vaart.
Juni 2021 Wethouders Sociaal Domein Regio Midden-Holland Corine Dijkstra (Gouda) Daan de Haas (Zuidplas) Jan Verbeek (Zuidplas) Lavinja Sleeuwenhoek (Krimpenerwaard) Odd Wagner (Bodegraven-Reeuwijk) Brigitte Leferink (Waddinxveen)
5 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
Samenvatting Gemeenschappelijk kader regionale taken: voortzetten koers De regiovisie jeugd en Wmo geeft een gemeenschappelijk kader voor de regionale taken op het gebied van jeugd en Wmo. Het huidige kader dateert uit 2013 en actualisatie is dus nodig. Ook de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vereist dat de gemeenten een regiovisie opstellen. Het voortzetten van de ingezette koers vormt de basis. Dus geen grote stelselveranderingen, maar wel een verandering van focus en scherper aan de wind te gaan varen, zowel op kosten als op kwaliteit. Waar in de voorgaande periode de focus lag op zorgcontinuïteit, het organiseren van de regionale samenwerking, de inkoop en start van transformaties verschuift deze de komende periode naar versterken van grip en sturing (waaronder kostenbeheersing), het afmaken van de ingezette transformaties en doorontwikkeling van het contractmanagement en samenwerking met aanbieders. Gedeelde visie en uitgangspunten In de regio wordt gewerkt aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen en goede ondersteuning en zorg beschikbaar is voor diegenen die dit nodig hebben. Het verdelen van de schaarse zorg is daarbij van belang: oplopende personeelstekorten en de stijgende kosten vragen om afbakening en sturing op effectiviteit. De uitgangspunten in Midden-Holland zijn: 1. De inwoner (in zijn sociale context) en de eigen regie staan centraal. 2.
Inwoners wonen zo zelfstandig mogelijk, hebben passende ondersteuning en kunnen participeren naar vermogen, daar waar nodig met hulp uit het eigen netwerk. 3. De ondersteuningsvraag wordt integraal benaderd. 4. De juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment. 5. Het verdelen van de schaarste aan ondersteuning en zorg vraagt om keuzes gegeven de beperkte financiële middelen bij gemeenten. 6. Aanbieders zijn meer dan een ingekochte dienstverlener: samenwerking en eigen verantwoordelijkheid zijn cruciaal. 7. Het concept van positieve gezondheid biedt een gemeenschappelijke taal voor samenwerking met aanbieders en maatschappelijke partners. Regionale taken De regionale samenwerking richt zich op de taken waar we dit meerwaarde heeft voor de inwoner of efficiënter is. Daarnaast geldt lokaal waar dat kan. Het lokale en regionale niveau zijn complementair en vereisen nauwe samenwerking. De basis van de regionale samenwerking is de inkoop, het contractmanagement en toezicht op de maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo en de jeugdbescherming en –reclassering, de maatschappelijke zorg en de complexe casuïstiek jeugd. Hieraan gekoppeld werken we samen in een aantal toekomstgerichte opgaven. Waar de organisatiekracht van onze regio te klein is, sluiten we aan bij andere samenwerkingsverbanden.
Beleidsuitgangspunten maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo Voor de inkoop en het contractmanagement van de maatwerkvoorzieningen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Het zorglandschap is dekkend en de ondersteuning en zorg is van goede kwaliteit. 2. Gemeenten streven naar een soepele overgang tussen de Jeugdwet en de Wmo en trekken hierin samen met aanbieders op. 6 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
3. Gemeenten kopen zorg en ondersteuning in tegen reële tarieven. 4. Gemeenten betalen zelf voor de afname van voorzieningen door hun inwoners. 5. De gemeenten werken samen bij het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning en stemmen waar nodig de verordeningen en nadere regels op dit punt af. 6. In 2022 start het oriëntatie proces met de gemeenteraden voor de keuzes ten aanzien van inkoop voor de periode vanaf 2025. Voor het betaalbaar houden van de maatwerkvoorzieningen is de ambitie om de komende periode te werken aan afbakening van de jeugdhulp en Wmo, het vergroten van het inzicht in het gebruik van de voorzieningen, het beter benutten van de sturingsmogelijkheden binnen het huidige inkoopmodel, het versterken van het contractmanagement en sturen op uitstroom en effectiviteit en focus op samenwerking met de strategische aanbieders. Toekomstgerichte opgaven Deze opgaven richten zich op het duurzaam inrichten van de zorg en ondersteuning, zodat inwoners zoveel mogelijk zelfstandig of in de eigen omgeving of het gezin kunnen (blijven) wonen. Dit zijn geen nieuwe opgaven, maar voortzetting van bestaande opgaven, te weten: 1. Maatschappelijke zorg met innovatie van de maatschappelijke opvang en aandacht voor doorstroom naar passende woonruimte en woonvorm.
Nieuw zijn de afspraken in het kader van de stapsgewijze doordecentralisatie van de middelen van beschermd wonen naar alle gemeenten. In Midden-Holland blijven de gemeenten de toegang en financiering van beschermd wonen gezamenlijk organiseren. 2. Jeugdigen beter beschermen; de ambitie is om kinderen in de regio blijvend veilig en kansrijk te laten opgroeien, waarbij patronen van onveiligheid duurzaam worden doorbroken. Hiervoor wordt ingezet op verbeteren van de ketensamenwerking, tijdige signalering en voorkomen van uithuisplaatsingen. 3. Gewoon thuis jeugd, waarbij de vraag van de jeugdige en de ouders centraal staat en niet het aanbod. 4. Aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs, gericht op samenwerking en afbakening. 5. Samenhang Wet langdurige zorg (WLZ) en Zorgverzekeringswet (Zvw), gericht op de gezamenlijke opgave voor het duurzaam verbeteren van de zorg en ondersteuning aan ouderen en psychisch kwetsbaren. Organisatie van de regionale samenwerking De gemeenten werken aan een gefaseerde versterking van de governance. De eerste stap is het formaliseren van samenwerkingsafspraken in een samenwerkingsovereenkomst op te stellen door de colleges. Hiermee voldoen we aan de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) en leggen we een stevigere basis voor het realiseren van de gezamenlijke opgaven.
Voor de langere termijn is de verwachting dat een gemeenschappelijke regeling verplicht wordt vanuit de Jeugdwet en de samenwerking daarop aangepast moet worden. De colleges bepalen binnen de kaders van de regiovisie het ambitieniveau op de regionale taken en prioritering. Indien dit leidt tot financiële gevolgen worden deze meegenomen in de lokale planning en control cyclus.
7 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
1. Inleiding De afgelopen jaren hebben de gemeenten in de regio Midden-Holland1 hard gewerkt aan het neerzetten en ontwikkelen van haar gezamenlijke verantwoordelijkheid rond jeugd en Wmo. De basis voor deze gezamenlijke inspanningen is het regionaal kader ‘Gebundelde krachten’. Acht jaar later staan nog veel van de uitgangspunten uit dit kader overeind. Er is ook behoefte aan bijstelling: gemeenten hebben te maken met nieuwe opgaven, maatschappelijke ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving. Ook de oplopende kosten, en de daarmee gepaard gaande tekorten voor de gemeenten in het complexe stelsel, zijn redenen voor een nieuwe gezamenlijke koers in de regio. Deze regiovisie biedt een kader om in de periode 2021-2024 samen op te blijven trekken op het gebied van maatwerkvoorzieningen, specialistische voorzieningen en transformatie voor jeugd en Wmo. De afgelopen jaren hebben de vijf gemeenten gewerkt aan lokale beleidsnota’s. Deze vormen de basis voor het beleid in het sociale domein. Voorliggende regionale visie is een uitwerking van het gemeenschappelijke deel in het sociaal domein, welke aansluit op de lokale ambities in de vijf gemeenten.
1.1
Wat is in de periode 2013 – 2020 bereikt
In de beginjaren lag de focus op een goede landing van de nieuwe taken. Hoe organiseren we de zorg en ondersteuning? Hoe zorgen voor zorg continuïteit voor onze inwoners en hoe kunnen we de decentralisatie verzilveren door de ondersteuning zo dichtbij mogelijk voorbij onze inwoners te organiseren. Onderdeel van dit proces was de zoektocht naar welke taken lokaal en welke taken regionaal georganiseerd zouden worden. Startpunt voor de regionale samenwerking was de gezamenlijke visie ’Gebundelde krachten’ in 2013 vastgesteld door de raden. De hoofdlijnen van het hierin vastgestelde beleid werden vertaald naar gezamenlijk inkopen en contractmanagement. Het beleid en de inkoopstrategie zijn via een netwerksamenwerking vormgegeven en het contractmanagement met een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Na die eerste tijd, waarin zorgcontinuïteit voor inwoners centraal stond, werd in 2017 gekozen voor een lange-termijninkoop. Dit resulteerde in meerjarige contracten, een vermindering van het aantal producten, een overzichtelijke tariefstructuur en inhoudelijke afstemming van de jeugd en Wmodiensten. Dit maakte het geheel beter stuurbaar. Met elkaar is gezorgd voor een overzichtelijk pakket aan voorzieningen die worden gecontracteerd en beheerd door de contractmanagers van de RDS. In afstemming met de regiogemeenten zorgen zij voor een dekkend zorglandschap.
Keuzevrijheid door de cliënt voor een aanbieder was en bleef een belangrijke leidraad om de zorg en ondersteuning zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de leefwereld van de cliënt. Naast de inkoop van maatwerkvoorzieningen is gewerkt aan de diverse transformatieopgaven om duurzame veranderingen te realiseren in het zorglandschap. Deze zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning in Midden-Holland. Het betreft , zoals de beweging om 1
De op regio-niveau samenwerkende gemeenten Gouda, Waddinxveen, Zuidplas, Krimpenerwaard en Bodegraven-Reeuwijk worden in dit document aangeduid als ‘regio Midden- Holland’.
8 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
zoveel mogelijk zelfstandig of in de eigen omgeving te kunnen (blijven) wonen, het verbeteren van samenwerking in de keten en het realiseren van een veilige gezinssituatie. Deze transformatie is vormgegeven via de, nog lopende, programma’s Gewoon Thuis, Maatschappelijke Zorg, Jeugdigen beter beschermen, Geweld hoort nergens thuis en de aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs. Ondanks alle inspanningen blijven de kosten voor maatwerkvoorzieningen de afgelopen jaren, in lijn met het landelijke beeld, toenemen. Deze kostenstijgingen drukken zwaar op de gemeentelijke begrotingen en nopen tot ingrijpende bezuinigingen. Naast de landelijke opgave vraagt deze ontwikkeling op regionaal en lokaal niveau om een heldere koers en sturing.
1.2
Vooruitblik 2021-2024
De vijf gemeenten die deel uitmaken van de regio Midden-Holland hebben de ambitie om de komende jaren in de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo samen op te blijven trekken. We hebben ervaren dat het meerwaarde heeft om in het complexe veld de krachten te bundelen met aanbieders, cliëntenorganisaties en ketenpartijen. De goede bestuurlijke samenwerking, de opgebouwde deskundigheid en de relatief beperkte omvang maken de regio slagvaardig: samen kunnen we meer dan alleen. Midden-Holland kiest voor het realiseren van kwalitatief goede zorg, die betaalbaar en toegankelijk is voor wie dat nodig heeft. Een nadere afbakening, helder en stevig contractmanagement, meer grip en sturing op de kosten en het gezamenlijk optrekken met alle partijen zijn daarbij van belang. Deze visie gaat in op de manier waaropit document gaat over de samenwerking van de gemeenten in Midden-Holland onderling en met partijen in het veld (keten, partners, zorg en aanbieders en cliëntenorganisaties) willen samenwerken. Vanuit het perspectief dat de lokale gemeenten zo goed mogelijk hun inwoners kunnen blijven ondersteunen om mee te kunnen doen aan de samenleving. De visie geeft daarmeeook richting aan de prioritering en focus bij de opgaven en beschrijfttreft de taken die we op regionaal niveau gezamenlijk organiseren.
Dit zijn onder meer de maatwerkvoorzieningen voor Jeugd en Wmo, maatschappelijke zorg en samenwerking met de zorgpartners uit andere wettelijke kaders via Gedeelde Zorg. Om hierin samen op te trekken zijn gemeenschappelijke kaders nodig. Aandacht voor een goede aansluiting van de regionale en lokale activiteiten blijft van belang. Dit vanuit het perspectief dat de lokale gemeenten hun inwoners zo goed mogelijk kunnen ondersteunen om mee te kunnen doen aan de samenleving. Daarnaast gebruiken de colleges in Midden-Holland de komende jaren om zich te oriënteren hoe ze de zorg en ondersteuning vanaf 2025 willen organiseren en daarbij nadrukkelijk in samenspraak met de gemeenteraden tot keuzes te komen. De aan verandering onderhevige kaders van het Rijk bepalen de ruimte waar binnen we als regio na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 een koers kunnen gaan bepalen voor de periode vanaf 2025.
1.3
Werken binnen steeds strakkere kaders
Vooral binnen het jeugdstelsel zijn er zorgen of de juiste jeugdigen ook de juiste zorg en ondersteuning krijgen. Op landelijk niveau heeft dit geleid tot de aankondiging van stevige 9 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
aanscherpingen, waarin ook nadere eisen gesteld worden aan de regionale samenwerking van gemeenten. Daarnaast is er op het gebied van maatschappelijke opvang en beschermd wonen een nieuwe (door)decentralisatie op komst, waarbij de jarenlange overgangsperiode nadere afspraken vereisen. Voor de zomer 2020 is er door gemeenten in de algemene ledenvergadering van de VNG een resolutie aangenomen genaamd ‘Norm voor opdrachtgeverschap’(NvO)2. Uit deze norm volgt dat regio’s een visie op de jeugdhulp en maatschappelijke opvang/beschermd wonen moeten hebben die voldoet aan diverse criteria. Met de voorliggende regiovisie wordt hieraan invulling gegeven.
1.4
Leeswijzer
Dit document vormt een helder perspectief over hoe de gemeenten in Midden-Holland samen met zorgaanbieders, cliënten(organisaties) en ketenpartijen de komende jaren invulling geven aan taken op het gebied van jeugdhulp en Wmo. In hoofdstuk twee komen de gezamenlijke visie en uitgangspunten aan bod met de toedeling van taken op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau. Hoofdstuk drie beschrijft welke taken op welk niveau (lokaal, regionaal, bovenregionaal) georganiseerd worden. Hoofdstuk vier gaat nader in op de regionale taken. De toekomstgerichte (transformatie) opgaven komen aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk zes is gewijd aan de organisatie van de regionale samenwerking (governance) en financiën. <dit hoofdstuk volgt in de definitieve versie>
2
VNG, Lbr. 20/045, maandag 29 juni 2020
10 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
2. Gezamenlijke visie en uitgangspunten 2.1
Visie: zorg en ondersteuning is beschikbaar voor wie dat nodig heeft
Midden-Holland streeft naar een samenleving waarin iedereen in staat is om mee te kunnen doen en goede ondersteuning en zorg beschikbaar is voor diegenen die dit nodig hebben. Het verdelen van de schaarse zorg is daarbij van belang: oplopende personeelstekorten bij aanbieders en de stijgende kosten voor Jeugd en Wmo vragen om keuzes in de afbakening en sturing op de effectiviteit. De gedeelde uitgangspunten in Midden-Holland zijn 1. De inwoner (in zijn sociale context) en de eigen regie staan centraal. 2. Inwoners wonen zo zelfstandig mogelijk, hebben passende ondersteuning en kunnen participeren naar vermogen, daar waar nodig met hulp uit het eigen netwerk. 3. De ondersteuningsvraag wordt integraal benaderd. 4. De juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment. 5. Het verdelen van de schaarste aan ondersteuning en zorg vraagt om keuzes gegeven de beperkte financiële middelen bij gemeenten. 6. Aanbieders zijn meer dan een ingekochte dienstverlener: samenwerking en eigen verantwoordelijkheid zijn cruciaal. 7. Het concept van positieve gezondheid biedt een gemeenschappelijke taal voor samenwerking met aanbieders en maatschappelijke partners.
2.2
De uitgangspunten nader toegelicht: samenwerken voor onze inwoners
Oog voor de inwoner: Werken en denken vanuit cliëntperspectief Bij het uitvoeren van de taken in het sociaal domein is het cruciaal om het doel voor ogen te blijven houden: ook inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben kunnen deel blijven deel uitmaken van onze samenleving. De inwoners die een beroep doen op de gemeente met hulpvragen zijn divers. Sommigen hebben overzichtelijke en tijdelijke problemen. Anderen hebben een langdurige en complexe hulpvraag. Dit vraagt om maatwerk in samenspraak met de betrokken inwoner en zijn netwerk. Om de inwoner en de eigen regie centraal te stellen is het van belang dat er oog is voor het perspectief van de cliënt en zijn sociale context. Hiervoor wordt in de toekomstgerichte opgaven samengewerkt met ervaringsdeskundigen. De integrale benadering is het uitgangspunt, wat betekent dat er samenhang is in de aanpak en het aanbod van de ondersteuning aan een cliënt of huishouden. Als er vragen op meerdere levensgebieden zijn, wordt gewerkt volgens 1Gezin1Plan1Regisseur. Uitgaande van de eigen mogelijkheden van de inwoner en diens gezinssysteem wordt met alle betrokken partijen (informeel en professioneel netwerk) gezamenlijk aan oplossingen gewerkt. Oog voor inwoners die langer thuis wonen en ‘kwetsbare inwoners’ in de wijk Steeds meer inwoners wonen in een thuissituatie waar zij voorheen in tehuizen, of speciale voorzieningen woonden.
Door deze landelijke afbouw van bedden in de zorginstellingen (verpleeghuizen, gehandicaptenzorg en GGZ) krijgt wonen binnen het sociaal domein een steeds nadrukkelijkere plek. Dit betreft zowel ouderen als jonge inwoners in een kwetsbare positie jonge inwoners. De vraag naar betaalbare, begeleide, beschutte of beschermde woningen of 11 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
woonvoorzieningen groeit, wat ook effect heeft op de kosten voor met name Wmo. Om deze inwoners goed te ondersteunen in de thuisomgeving, dient de specialistische ondersteuning zich te ontwikkelen naar meer ambulante vormen. OEn ook bij het vormgeven van de lokale sociale infrastructuur zal oog moeten zijn voor deze groeiende groep inwoners met specifieke behoeften, zodat ze deel kunnen nemen aan het dagelijkse leven en maatschappelijke activiteiten. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de toenemende vergrijzing van de bevolking. Vergrijzing heeft tot gevolg dat een steeds groter deel van onze inwoners zich in de leeftijdsgroep bevindt die te maken krijgt met toenemende beperkingen, waaronder dementie. Tegelijk nemen de tekorten aan zorgpersoneel toe. Deze ontwikkeling vraagt om oog te hebben voor mogelijkheden om de zorg en ondersteuning slimmer te organiseren.
De juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment Voor wie dat nodig heeft, is het de gemeentelijke taak om kwalitatief goede ondersteuning en zorg beschikbaar te hebben. Niet meer dan nodig en niet minder dan noodzakelijk. Centraal staat dat de juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment ingezet dient te worden. Dit betekent lichte zorg waar mogelijk en zware zorg waar nodig. Maar ook een beroep doen op het eigen netwerk en gebruik maken van algemene en voorliggende voorzieningen waar dat mogelijk is. Van belang is dat de zorg en ondersteuning zo ingezet wordt dat duurzame effecten worden gerealiseerd. Maar ook dat onnodige kosten vermeden worden, wat betekent dat ook aandacht dient te zijn voor afschaling van zorg en ondersteuning op het moment dat dat mogelijk is. De financiële kaders vragen om keuzes over de verdeling van de schaarste De kosten voor jeugdhulp en Wmo lopen al een aantal jaar op rij op. Om ook op lange termijn zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor onze inwoners zullen de komende jaren keuzes gemaakt moeten worden over de afbakening van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Zo wordt helder voor wie en op welke wijze de gemeenten zich inzetten. Ook de krapte op de arbeidsmarkt dwingt ons tot het verdelen van de schaarste.
Aanbieders zijn meer dan een ingekochte dienstverlener In het sociaal domein is de samenwerking tussen gemeenten en gecontracteerde aanbieders meer dan een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Het gaat om het realiseren van de juiste ondersteuning voor inwoners. Soms zijn daar meerdere aanbieders bij betrokken en is afstemming tussen aanbieders van belang. Om dit te bereiken is een doorlopende dialoog nodig tussen lokale toegang en verwijzers, aanbieders, contractmanagers én tussen aanbieders onderling. Aanbieders hebben een eigen verantwoordelijkheid, zowel in de samenwerking als in het leveren van de juiste zorg op het juiste moment. We verwachten van aanbieders dat ze samen met ons op trekken om de ambities te realiseren en de betaalbaarheid van het stelsel te borgen Dit betekent bijvoorbeeld kritisch kijken of de juiste ondersteuning met de juiste omvang en duur geboden wordt. Maar ook overdragen aan een andere aanbieder als die een passender aanbod heeft. Evenals tijdige signalering als de zorg of ondersteuning vanuit een ander wettelijk kader beter passend is, denk aan de Wet langdurige zorg of het passend onderwijs. Verbinding met maatschappelijk partners en ketenpartijen: Positieve gezondheid De gemeentelijke taken zijn een onderdeel van het algehele sociale stelsel voor zorg en ondersteuning.
Voor inwoners is dit onderscheid niet relevant, maar komt het wel bij hen samen. Het 12 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
gaat om huisartsen, medisch specialisten, onderwijs, de partijen in de Jeugdbeschermingsketen, Veilig Thuis, de gemeentelijke lokale toegang, de externe verwijzers en de organisatoren van lokaal georganiseerde (collectieve) voorzieningen en het vrijwilligerswerk. Allen zijn belangrijk vanuit de gedachte zorg en ondersteuning bereikbaar en dicht bij de inwoner te organiseren. Vanuit het belang van de inwoner is het cruciaal dat deze partijen elkaar op een goede wijze kunnen vinden en dat de ondersteuningsbehoefte van de inwoner leidend is. Specifiek voor de externe verwijzers geldt het belang van het kennis hebben van het lokale en regionale zorglandschap voor zorgvuldige verwijzingen. Maatschappelijke partners, ketenpartijen en de RDOG als verbonden partij van samenwerkende gemeenten vinden elkaar in de gemeenschappelijke taal van het breed gedeelde concept van Positieve gezondheid3. Het denken vanuit Positieve gezondheid zorgt voor een gemeenschappelijke taal, die aansluit op de ambitie van normaliseren in het sociaal domein. Uiteenlopende zorgorganisaties en maatschappelijke instellingen weten elkaar te vinden rond hetzelfde doel: meer mogelijkheden waarmee mensen een veerkrachtig en betekenisvol leven kunnen leiden gericht op wat de inwoner wel kan (in plaats van op wat hij niet kan).
De essentie van Positieve gezondheid ligt dan ook niet bij het voorkomen of oplossen van (medische) beperkingen, maar bij het bevorderen van een veerkrachtig en betekenisvol leven.
3
Positieve gezondheid is het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Het concept van positieve gezondheid gaat over het brede welbevinden. Mensen zijn niet hun aandoening. Het accent ligt niet op ziekte, maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zes dimensies: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren.
13 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
3. Gemeentelijke taken complementair organiseren Naast een gedeelde visie en uitgangspunten is het van belang heldere afspraken te maken over op welk niveau de taken georganiseerd worden: lokaal, regionaal of bovenregionaal. De taken worden ingevuld vanuit de gedeelde visie en uitgangspunten zoals weergegeven in paragraaf 2.1. Het is cruciaal dat de inspanningen op lokaal, regionaal, en bovenregionaal niveau complementair zijn aan elkaar. In dit complexe veld vraagt dat om het organiseren van een voortdurende uitwisseling en samenwerking. Uitgangspunten niveau van samenwerking 1. We organiseren de opgaven op het juiste niveau: lokaal waar dat kan en regionaal waar we meer kunnen bereiken als we samen optrekken het meerwaarde heeft. Het lokale en regionale niveau zijn daarbij complementair en vereisen nauwe samenwerking. 2. Waar de organisatiekracht van onze regio te klein is, sluiten we aan bij andere samenwerkingsverbanden. Hierbij zijn we ons bewust van de relatief kleine omvang van onze regio en kiezen we voor een bescheiden rol. Daarbij bewaken we dat de samenwerking aansluit bij de belangen van onze inwoners. Voor de regio Midden-Holland is in figuur 1 weergegeven welke taken op welk niveau georganiseerd worden. In de paragrafen 3.1 tot en met 3.3 wordt de taakverdeling nader toegelicht. Figuur 1.
Overzicht lokale, regionale en bovenregionale taken
14 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
3.1
Lokale taken
Het lokale niveau staat het dichtst bij de inwoners. De gemeente beschikt over een palet aan collectieve voorzieningen en preventieve inzet dat aansluit bij de eigen opgaven en keuzes op aanpalende beleidsterreinen. Het is ook het aangewezen niveau voor inwoners voor hun ondersteuningsvragen en daarmee de toegang tot de regionaal ingekochte maatwerkvoorzieningen. Elke gemeente zorgt lokaal voor beleid en uitvoering op de volgende onderdelen: De basisinfrastructuur en preventieve activiteiten met algemene en eenvoudig toegankelijke voorzieningen. Dit betreffen collectieve voorzieningen, basishulp en preventie, waaronder aandacht voor het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. De ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. Het organiseren van samenwerking in de lokale sociale infrastructuur. De vertaling en verbinding naar lokale partners, zoals de huisarts, scholen, vrijwilligersorganisaties en lokale buurt- en jongerenwerk krijgen primair vorm op lokaal niveau. Afstemming met huisartsen en jeugdartsen: zij hebben de wettelijke mogelijkheid om te verwijzen en vormen een belangrijk deel van het volume aan doorverwijzingen. In sommige van de deelnemende gemeenten tot wel ruim veertig procent van het aantal doorverwijzingen jeugdhulp.
Naast de lokale verantwoordelijkheid vindt regionale uitwisseling plaats, zodat goed werkende praktijken gedeeld worden. Toegang tot de regionaal ingekochte maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo, uitgezonderd de maatschappelijke zorg, waarvoor de toegang regionaal geregeld is. Binnen de toegang zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor een integrale vraagbenadering, bewaken van de voortgang op de geformuleerde doelen in het ondersteuningsplan en het organiseren van regie op de casusen . Ook zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor het implementeren van het kwaliteitskader ‘werken aan veiligheid’ bij de lokale teams. Budgetverantwoordelijkheid en facturatie van maatwerkvoorzieningen. Gemeenten handelen de facturatie van de regionaal georganiseerde taken op cliëntniveau af, zoals dat sinds 2018 naar tevredenheid georganiseerd is. Uitgangspunt blijft dat de gemeente betaalt voor de voorzieningen die de eigen inwoners ontvangen (de afnemende gemeente betaalt). Inwoner- en cliëntbetrokkenheid. Op lokaal niveau wordt invulling gegeven aan de verplichting uit de Wmo en de Jeugdwet om inwoners, waaronder specifiek cliënten en hun vertegenwoordigers, te betrekken bij het beleid en de uitvoering daarvan. Besluiten worden genomen in de vijf colleges, dus de eigen adviesraden kunnen de colleges zowel adviseren bij besluiten over de lokale als over de regionale taken.
Afstemming en integratie met aanpalende beleidsterreinen, zoals werk, inkomen, armoede, schuldhulpverlening, sport, veiligheid en wonen. Verbinding lokale toegang op regionale zorglandschap Om te zorgen voor samenhang en samenwerking is een goede aansluiting nodig tussen het lokale en het regionale zorglandschap en de lokale infrastructuur. Het geheel van ondersteuning dient een dekkend palet te zijn om de juiste zorg en ondersteuning op het juiste moment te kunnen leveren. Ook voldoende informatie over de regionaal ingekochte diensten is cruciaal voor een juiste inzet door de lokale toegang en externe verwijzers. De lokale toegang heeft een belangrijke rol in het tijdig op- en afschalen. Vanuit de regionale samenwerking dienen voldoende diensten ontwikkeld en
15 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
ingekocht te zijn om dit mogelijk te maken. Bij het verbinden van de lokale toegang met de regionaal ingekochte diensten hebben de contractmanagementteams een belangrijke rol. Iedere gemeente borgt lokaal de vijf basisfuncties van een lokale toegang4, zoals vastgelegd in de Norm voor opdrachtgeverschap.
3.2
Regionale taken
De gemeenten in Midden-Holland organiseren taken op regionaal niveau als samen optrekken meerwaarde biedt. Deze meerwaarde ligt in het bundelen van kennis en capaciteit, voorkomen van versnippering van het zorglandschap of het verminderen van administratieve lasten van gemeenten en aanbieders. Het gaat om de volgende taken en opgaven: 1. Maatwerkvoorzieningen voor Wmo en Jeugd en de jeugdbescherming en -reclassering De basis van de regionale samenwerking richt zich op het gezamenlijk inkopen en beschikbaar stellen van maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo en daarmee het gezamenlijk optrekken richting gecontracteerde aanbieders. Hieronder vallen zowel de beleidsmatige kant van de inkoop, als de contractering en het contractmanagement en het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. Hiervoor is een stevige beleidsmatige samenwerking nodig. In figuur 2 is weergegeven welke typen zorg en ondersteuning op regionaal niveau worden ingekocht. Het betreft alle maatwerkvoorzieningen voor jeugd en Wmo. Bij de lichtere vormen van ondersteuning zoals dagbesteding en begeleiding is het regionaal gecontracteerde aanbod aanvullend op de lokale voorzieningen. Figuur 2.
Zorg en ondersteuning regionaal ingekocht
Jeugd-diensten Begeleiding* en dagbesteding*
Wmo-diensten Hulpmiddelen
Leerlingenvervoer
Begeleiding* en dagbesteding*
Vervoer naar dagbesteding/ behandeling
Logeervoorzieningen*
Verblijf jeugdzorg*
Hulp bij het huishouden*
Jeugd GGZ* en crisiszorg*
Collectief vraagafhankelijk vervoer
Logeervoorzieningen* Jeugdbescherming en jeugdreclassering
Rolstoelgebonden vervoer dagbesteding Beschermd wonen*
JeugdzorgPlus*
Maatschappelijke opvang
Jeugd en opvoedhulp*
Calamiteitentoezicht Wmo
Links weergegeven staan de diensten waarvoor afzonderlijke contracten afgesloten zijn en rechtsD de diensten die vallen onder het bestuurlijk aanbesteden (zie 4.2) zijn gemarkeerd met een *.
Aangezien dit de kern vormt van de regionale samenwerking wordt in hoofdstuk 4 uitgebreid ingegaan op de gezamenlijke beleidsuitgangspunten en opgaven op het gebied van de maatwerkvoorzieningen.
4
Veilige leefomgeving, Tijdig signaleren van vraag, Vindbare- en toegankelijke hulp, Behandelen met een brede blik en Leren en verbeteren – rapport Rijksoverheid ‘Basisfuncties voor lokale teams in kaart’ 30-09-2019.
16 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
Naast het beschikbaar stellen van de voorzieningen wordt rond deze voorzieningen ook gezamenlijk gewerkt aan toekomstgerichte opgaven om tot een duurzame inrichting van het zorglandschap te komen. Een uitwerking van deze opgaven is opgenomen in hoofdstuk 5. Daar waar relevant trekkenzullen we als regio samen optrekken bij gedeelde belangen. Denk aan lobby bij het Rijk en samenwerking met de zorgverzekeraar of afstemming met (boven)regionaal werkende (keten)partners. 2. Maatschappelijke zorg Bij maatschappelijke zorg gaat het over de daklozenopvang, vrouwenopvang, beschermd wonen, verslavingsbeleid en de openbare geestelijke gezondheidszorg. Op dit moment worden zowel de beleidsvorming, toegang, inkoop en financiering van maatschappelijke zorg georganiseerd door de gemeente Gouda vanuit haar centrumgemeenterol. Wanneer vanaf 2023 een afbouw plaats vindt van de centrumgemeente-financiering (zie hoofdstuk 5), blijven we deze voorzieningen in ieder geval tot 2025 regionaal organiseren. 3. Samenwerking bij complexe jeugdproblematiek Bij complexe en weinig voorkomende jeugdproblematiek werkt de regio samen om kennis en ervaring te bundelen in de beoordeling van de ondersteuningsvraag en het zo efficiënt mogelijk benutten van het zorgaanbod. Dit gebeurt door het gezamenlijk organiseren en financieren van de functies: Zorgbemiddeling.
De zorgbemiddelaar vervult een brugfunctie tussen de lokale teams, zorgaanbieders, beleid en contractmanagement en inkoop daar waar het gaat om knelpunten op het gebied van: vraag en aanbod; complexe zorgvragen; toeleiding naar specialistische zorg. Experttafel. Op deze tafel wordt multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken door gemeenten, aanbieders, verwijzer en cliënt/ouders. Hierbij zijn de belangrijkste leidende principes: 1). voor elke casus een oplossing, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag of wachtlijst van aanbieders en 2). Er is geaccepteerd gezag. Dit betekent dat aanbieders zorgen voor uitvoering van de oplossing en gemeenten zorgen voor de daarbij behorende financiering. Coördinatie JeugdzorgPlus. De regio Midden-Holland coördineert de plaatsingen voor JeugdzorgPlus via een gezamenlijk ingekochte plaatsingscoördinator en de inzet van een GZpsycholoog. Bovenregionaal vindt afstemming plaats. Centrale toegang verblijfszorg jeugd (wachtlijstbeheer en zorglogistiek). Door centraal overzicht op aanmeldingen kunnen de schaarse plekken voor verblijfszorg zo goed mogelijk benut worden en verwijzers ontzorgd worden. Overplaatsingen worden zoveel mogelijk voorkomen en doorstroom bevorderd, waardoor trajecten korter worden en naar perspectief biedende plekken wordt geleid. 4.
Jeugdbeschermingstafel Gemeenten zijn wettelijk verplicht de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming vorm te geven. In Midden-Holland is hiertoe een regionale Jeugdbeschermingstafel (JB-tafel) in gesteld. Aan de Jeugdbeschermingstafel vindt besluitvorming plaats over de inzet van hulp in een niet langer vrijblijvend kader en het afwenden, uitstellen of starten van een (beschermings-) onderzoek door de Raad voor Kinderbescherming. Vanuit deze besluitvorming functioneert de Jeugdbeschermingstafel als kantelmoment en geeft sturing aan de hulpverlening door het stellen van eisen aan de hulp. Met de JB-tafel beoogt de gemeente te sturen op het aansluiten van het vrijwillig kader op het gedwongen kader en het volledig benutten van de mogelijkheden in het vrijwillig kader. 17 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
5. Jeugdhulp op school (JOS) De gemeenten in Midden-Holland hebben in samenwerking met de samenwerkingsverbanden onderwijs Midden-Holland een opdracht gegeven aan jeugd-welzijnsinstellingen om laagdrempelige jeugdhulp op het voortgezet onderwijs te bieden. Deze organisaties werken samen binnen één stichting onder de noemer ‘JOS’ (jeugdhulp op school). Doel is problematiek die de ontwikkeling van jongeren belemmert op te sporen, te behandelen of snel door te verwijzen. De maatschappelijke toegevoegde waarde van JOS is onderzocht en erkend, de implementatie wordt naar gelang de kosten en baten bij de betrokkenen opnieuw vormgegeven.
6. Overleg met de samenwerkingsverbanden onderwijs via het OOGO Gemeenten en onderwijs zijn wettelijk verplicht minimaal eens per jaar een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met elkaar te voeren. Dit overleg moet de samenwerking en aansluiting tussen de Jeugdwet, het onderwijs en de Wmo ten goede komen. In de regio Midden-Holland wordt dit overleg gebruikt om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp te verbeteren door het stroomlijning van het integraal arrangeren en de daarbij behorende onderwijs-zorgarrangementen te kaderen. Deze regionale samenwerking staat niet op zich: de betrokken samenwerkingsverbanden onderwijs werken waar nodig ook samen met andere regio’s, zoals de regio Rotterdam, Holland Rijnland of Utrecht.
3.3
Bovenregionale samenwerking
Sommige taken ontstijgen het regionale niveau. Daarbij speelt een rol dat Midden-Holland één van de kleinere regio’s is. Voor enkele vormen van specialistische jeugdhulp zijn daarom bovenregionaal afspraken nodig. Vanuit de regionale samenwerking als basis werkt Midden-Holland hiervoor samen met verschillende regio’s. Midden-Holland kiest hierin, vanwege haar geringe omgang, meestal voor een bescheiden rol, waarbij we wel blijven bewaken dat de samenwerking ook aansluit op de belangen van de inwoners in onze regio en het zorglandschap in onze regio. De bovenregionale samenwerking kent diverse samenwerkingsverbanden en richt zich vooral op de specialistische jeugdhulp. Voor de maatschappelijke zorg is er met andere regio’s met name overleg op casusniveau, bijvoorbeeld over plaatsing buiten de regio en fungeert de gemeente Gouda (met Krimpenerwaard als plaatsvervanger) landelijk als aanspreekpunt voor de regio. Met de verwachte invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen zal de samenwerking met andere regio’s aangescherpt worden, zodat de beste plek voor herstel van de cliënt centraal kan blijven staan. Hollands Midden In de veiligheidsregio Hollands-Midden werken we samen met een groter aantal gemeenten: het gaat om Op het niveau van Hollands Midden zijn er twee2 vormen van samenwerking: 1).
Er is eEen regionaal samenwerkingsprotocol tussen de gemeenten en met de Raad voor de kinderbescherming en 2). De samenwerking in de RDOG. De samenwerking in de RDOG is formeel geregeld via een gemeenschappelijke regeling en valt dan ook buiten de samenwerking zoals beschreven in deze regiovisie. Inhoudelijk is dit echter een relevante samenwerking vanwege de vele raakvlakken met de andere taken op het gebied van jeugdhulp en Wmo, zoals Veilig Thuis, de reeds bestaande regiovisie 18 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
‘Geweld hoort nergens thuis’5, meldpunt zorg en overlast, jeugdpreventieteam, het crisisinterventieteam jeugd en de uitvoering van de wet tijdelijk huisverbod. Deze taken zijn ondergebracht in het Zorg- en Veiligheidshuis, waarin samengewerkt wordt met de (bovenregionale) veiligheidsketen (o.a. politie en OM). De ‘aanpak personen met verward gedrag’ is onderdeel van het meldpunt zorg en overlast. De ‘aanpak personen met verward gedrag’ wordt vanuit bemoeizorg of de Wet Verplichte GGZ (WVGGZ) uitgevoerd door het meldpunt zorg en overlast. Veilig Thuis heeft, onder meer, de wettelijke taken om bij meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling onderzoek te verrichten, de politie en/of Raad voor de Kinderbescherming te informeren, de juiste vervolgprocedures in gang te zetten en waar nodig hulpverlening in gang te zetten. De centrumgemeenten Gouda en Leiden hebben de regie voor het opstellen en (laten) uitvoeren van de regiovisie huiselijk geweld ‘Geweld hoort nergens thuis’ en kindermishandeling. In de huidige regiovisie ‘Geweld Hoort Negens Thuis 2029-2023’ zijn de ambities beschreven van de 18 gemeenten in de regio Hollands Midden.
Deze ambities krijgen vorm in projecten zoals het versterken van de deskundigheid van lokale teams, de aanpak van ouderenmishandeling en mensenhandel, de implementatie van de meldcode en de doorontwikkeling van het methodisch werken in de nazorg van de hulp en begeleiding bij huiselijk geweld (vrouwenopvang).
Hollands Midden en Haaglanden De regio Hollands Midden werkt op de volgende punten samen met de regio Haaglanden: Met de regio is Er is een gezamenlijke subsidierelatie voor het Centrum voor seksueel geweld (CSG). Het CSG biedt kortdurend gecoördineerde multidisciplinaire hulp (forensisch, medisch en psychologische zorg), informatie en ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld. . Bij het opstellen van een ketenveldnorm levensloopfunctie met de betrokken partijen. De ketenveldnorm levensloopfunctie heeft als doel om sluitende afspraken te maken tussen financiers en aanbieders van hulp, begeleiding en behandeling op het gebied van zorg en veiligheid voor mensen met GGZ-problematiek en/of een licht verstandelijke beperking, die ook andere problemen hebben (zoals een verslaving) en daardoor gevaarlijk gedrag vertonen of een risico hebben op gevaarlijk gedrag. mensen met mogelijk gevaarlijk gedrag als gevolg van een psychiatrische aandoening of verstandelijke beperking Landsdeel Zuidwest Expertise- netwerk. Verspreid over het land zijn er acht expertisecentra voor complexe jeugdhulp, voor onze regio is dat landsdeel ‘Zuidwest’, welke de gemeenten in de provincie ZuidHolland omvat en ondergebracht is bij de gemeente Rotterdam.
De expertisecentra hebben als doel om te ondersteunen bij het organiseren van passende hulp voor een kleine groep jongeren met meervoudige en complexe problematiek. In bijlage 2 zijn de functies en de kernwaarden van het expertise- netwerk ‘Zuidwest’ opgenomen. Afstemming JeugdzorgPlus6. Voor JeugdzorgPlus is de samenwerking gericht op de afbouw van gesloten verblijf naar alternatieven zonder geslotenheid en afstemming over plaatsingen. De ‘Geweld hoort nergens thuis’ regiovisie Hollands Midden 2019-2023 Jeugdzorgplus is een vorm van gesloten jeugdhulp aan jongeren die een risico vormen voor zichzelf of hun omgeving. De jongere wordt daartoe opgenomen in een JeugdzorgPlus-instelling. JeugdzorgPlus wordt ingezet 5 6
19 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
gemeenten in de provincie Zuid-Holland doen dit samen met de aanbieders Horizon en Schakenbosch. Als regio sluiten wij aan bij het ambitiedocument JeugdzorgPlus landsdeel Zuidwest, zoals opgenomen in bijlage 3. Deze ambitie sluit aan op de regionale ambitie voor ‘Gewoon Thuis Jeugd’, zoals in hoofdstuk vijf beschreven wordt. Accounthoudende regio’s voor bovenregionaal werkende aanbieders Een aantal jeugdregio’s is accounthoudende regio voor cruciale bovenregionaal werkende aanbieders. Deze indeling is landelijk bepaald op basis van de omzet van de aanbieder. Bij continuïteitsproblemen van betreffende aanbieder spannen alle betrokken regio´s zich in om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Hiernaast zijn accounthoudende gemeenten aangewezen voor de vastgoedtransitie van de JeugdzorgPlus. De regio Midden-Holland is geen accounthoudende regio. Samenwerking jeugdbescherming en jeugdreclassering Jeugdbescherming en-reclassering wordt geleverd door gecertificeerde instellingen (GI)7. Dit zijn bovenregionaal werkende organisaties. Er is dan ook een samenwerking met de regio’s Haaglanden Zuid-Holland Zuid en Holland Rijnland. Regio Haaglanden is accounthouder richting Rijk, VNG en Inspectie.
De samenwerking richt zich met name op de gezamenlijke GI Jeugdbescherming west, en daar waar nodig en mogelijk ook op de twee landelijk werkende GI’s die in de vier regio’s gecontracteerd zijn. Door de vier regio’s is een gezamenlijk verbeterplan opgesteld met Jeugdbescherming west waarbij tot en met 2021 financiën beschikbaar zijn gesteld ter verlaging van de caseload. De vier regio’s hebben afspraken gemaakt over uniforme tarieven, indexering en verantwoordingseisen. De resultaten van de landelijke werkgroep Vereenvoudiging Jeugdbeschermingsketen zullen de komende jaren van invloed zijn op de verdere inrichting van en afspraken over de jeugdbeschermingsketen in de regio’s.
na een besluit van de kinderrechter. De gemeente heeft een 'leveringsverplichting': als de rechter een machtiging afgeeft dient de gemeente ervoor te zorgen dat de jongere geplaatst kan worden. 7
Gecertificeerde instellingen zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen in het kader van de jeugdreclassering te mogen uitvoeren.
20 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
4. Regionale taken op maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd De vijf gemeenten kopen vanuit een gemeenschappelijke visie de maatwerkvoorzieningen voor jeugd en Wmo in. De gezamenlijke beleidsuitgangspunten worden in paragraaf 4.1 geschetst en in paragraaf 4.2 uitgewerkt. Een van de grote uitdagingen ten aanzien van de maatwerkvoorzieningen is de opgave om het geheel van maatwerkvoorzieningen betaalbaar te houden. Deze opgave wordt gezien zijn omvang apart uitgewerkt in paragraaf 4.3.
4.1
Gezamenlijke beleidsuitgangspunten
Voor de inkoop en het contractmanagement werken de gemeenten in Midden-Holland volgens een aantal beleidsuitgangspunten die aansluiten op de gemeenschappelijke visie zoals verwoord in hoofdstuk 2. Beleidsuitgangspunten maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo 1. Het zorglandschap is dekkend en de ondersteuning en zorg is van goede kwaliteit. 2. Gemeenten streven naar een soepele overgang tussen de Jeugdwet en de Wmo en trekkenzullen hierin samen met aanbieders in optrekken. 3. Gemeenten kopen zorg en ondersteuning in tegen reële tarieven. 4. Gemeenten betalen zelf voor de afname van voorzieningen door hun inwoners. 5. De gemeenten werken samen bij het toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning en stemmen waar nodig de verordeningen en nadere regels op dit punt af. 6. In 2022 start het oriëntatie proces met de gemeenteraden voor de keuzes ten aanzien van inkoop voor de periode vanaf 2025.
4.2
Toelichting uitgangspunten
1. Een dekkend zorglandschap Een dekkend zorglandschap betekent dat er voldoende aanbieders gecontracteerd zijn voor de ingekochte producten, met een diversiteit die past bij de ondersteuningsbehoefte van onze inwoners. Midden-Holland zoekt balans tussen het aantal aanbieders, keuzevrijheid en de kwaliteit van de geleverde zorg. Bij de inkoop van een groot deel van de maatwerkvoorzieningen jeugd en Wmo is gekozen voor een op dialoog gerichte wijze van inkoop door middel van bestuurlijk aanbesteden (zie de rechterkolom in figuur 2 op pagina 11). Bij bestuurlijk aanbesteden nodigt de gemeente een selectie geïnteresseerde zorgaanbieders uit om plenair over de contractvoorwaarden te onderhandelen. De wijze van samenwerking wordt vastgelegd in een basisovereenkomst, die in onze regio loopt tot en met 2024. Vervolgens zijn deelovereenkomsten opgesteld met specifieke voorwaarden van de in te kopen producten en diensten. Iedere zorgaanbieder die aan de toelatingscriteria voldoet kan toegelaten worden tot een raamovereenkomst. Hierbij is gekozen voor een open-house systematiek,
21 Versie voor raadsbesluitvormingversie voor consultatie (met wijzigingenconcept), junifebruari 2021
waarbij aanbieders die aan de voorwaarden voldoen ook tussentijds kunnen toetreden. Op dit moment heeft de regio ruim 200 aanbieders gecontracteerd voor Jeugdhulp en Wmo samen. Hiermee is een breed spectrum aan diensten beschikbaar, desalniettemin zien we in de praktijk dat soms voor specifieke diensten aandacht nodig is voor een dekkend zorglandschap. Daarnaast zien we dat als een cliënt toe is aan de stap van zware naar lichtere vormen van zorg, dit afschalen niet altijd tot stand komt. Oorzaken kunnen liggen in onvoldoende beschikbaarheid van lichtere vormen van ondersteuning of ongewenste financiële prikkels voor aanbieders die de afschaling belemmeren. Ook zien we dat wachttijden er soms toe leiden dat niet de juiste zorg op het juiste moment verleend kan worden. De ambitie is deze prikkels en drempels te verminderen, zodat zwaardere zorg kan worden afgeschaald naar ambulante varianten of lichtere vormen zodra dat mogelijk is. Andersom is het ook van belang om waar nodig tijdig op te schalen of juist direct zware zorg in te zetten als dat tot een duurzamer resultaat voor de cliënt leidt. Leidend is dat de meest effectieve interventie ingezet wordt. Het gaat niet alleen om een verschuiving tussen ‘licht’ en ‘zwaar’, maar om inzet van de juiste interventie op het juiste moment.
In termen van zwaarte kan dat een gelijkwaardige interventie zijn, maar met een ander doel of aanpak. Of juist een kortdurende intensievere inzet, die effectiever is dan langdurig ondersteuning. 2. Soepele overgang tussen de Jeugdwet en de Wmo Bij de overgang van 17 naar 18 jaar geldt voor een inwoner van het ene op het andere moment een ander wettelijk kader. Naast de wettelijke veranderingen is dit een ingewikkelde levensfase waar vraagstukken die samenhangen met de groei naar volwassenheid en zelfstandigheid uit meerdere domeinen samen komen. Juist in deze levensfase is een integrale benadering van belang. De afgelopen jaren is ingezet op het soepeler maken van deze overgang. Dit blijkt echter nog steeds aandacht nodig te hebben. Zo moeten aanbieders bij 16-jarigen een toekomstplan maken, maar blijkt dit nog niet altijd te worden uitgevoerd. Er blijkt structureel aandacht nodig om de afspraken ook daadwerkelijk uit te voeren en eventuele knelpunten op te lossen. 3. Gemeenten kopen zorg en ondersteuning in tegen reële tarieven Wettelijk is er een verplichting tot het inkopen tegen reële tarieven. Aanbieders kunnen daarmee een gezonde bedrijfsvoering realiseren, waardoor zij zich kunnen richten op het leveren van kwalitatief goede ondersteuning en zorg.