CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving ROL Nieuwerkerk aan den IJssel A26.000572

Gemeenteraad 11 februari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv BOPA - aanvraag omgevingsvergunning Regionale Opvang Locatie37.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

,

,

,

,

Omwille van de specifieke functie die het besluitgebied krijgt (tijdelijke regionale opvanglocatie met mogelijke leslokalen) in combinatie met de terreinindeling van de locatie en aanwezigheid van een watergang tussen ,

trillingsbron en ontvanger wordt geconcludeerd dat er vanuit het aspect trillingen geen hinder zal ontstaan voor het gebruik van de gebouwen met een langdurigere verblijfsfunctie. ,

4. 7. 3

Conclusie Het aspect ‘trillingen’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 8

Luchtkwaliteit

4. 8. 1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO)2 en fijnstof (PM)10 in acht nemen behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 niet hoger is dan 12 microgram/m.3 Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5. 53 en 5. 54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: ,

,

1.

Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM artikel 5. 54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren woonwijken en het telen ,

2.

,

van gewassen.

Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 43 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

In artikel 5. 54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ,

• • •

woningen: 1. 500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3. 000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100. 000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5. 54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

4. 8. 2

Toetsing

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een regionale opvanglocatie voor maximaal 300 personen met mogelijke leslokalen. Deze ontwikkeling is niet rechtstreeks opgenomen in de lijst met categorieen van gevallen die vallen onder NIBM zoals opgenomen in artikel 5. 54 Bkl. Voor ontwikkelingen die niet rechtstreeks zijn opgenomen in de lijst NIBM bestaat de NIBM-tool waarmee het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit in beeld kan worden gebracht. Uit onderstaande uitsnede van de voor dit project ingevulde NIBM-tool blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Naast het effect van een ontwikkeling op de luchtkwaliteit dient voor ontwikkelingen die gevoelige functies mogelijk maken ook in beeld gebracht te worden of de actuele luchtkwaliteit voldoende is. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geraadpleegd om de luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied vast te stellen. Uit raadpleging van de meest nabijgelegen toetspunten langs de Zuidplasweg uit het kaartbeeld van CIMLK komen de volgende concentraties naar voren voor de voornoemde stoffen: Rekenpunt 50595644_15825542 50595644_15825556 50595644_15825527

NO 2 (stikstofdioxide) 1944 1884 1821 , , ,

PM 10 (fijn stof) 1740 1735 1729 , , ,

PM 2. 5 (zeer fijn stof) 927 925 923 , , ,

De grenswaarden voor toetsing van de jaargemiddelde concentraties van bovengenoemde stoffen zijn als volgt: • NO 2 (stikstofdioxide): 40 microgram / m;3 • PM 10 (fijn stof): 40 microgram / m;3 • PM 2. 5 (zeer fijn stof): 25 microgram / m.3 Hieruit blijkt dat ter plaatse van de meest nabijgelegen toetspunten geen overschrijdingen optreden voor de jaargemiddelde concentraties van de genoemde stoffen. Omdat wordt voldaan aan de grenswaarden kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een luchtkwaliteit die voldoet voor het voorgenomen gebruik als tijdelijke regionale opvanglocatie. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 44 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Berekening luchtkwaliteit op basis van NIBM-tool

4. 8. 3

Conclusie

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 9

Gezonde fysieke leefomgeving

4. 9. 1 Beoordelingskader De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen

in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. ,

In artikel 1. 3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. ,

In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan.

4. 9. 2

Toetsing gezonde fysieke leefomgeving

Met het voorgenomen plan wordt een opvanglocatie gerealiseerd op het huidige agrarisch perceel tussen de spoorlijn Rotterdam-Gouda en de Zuidplasweg. In het ontwerp voor het opvangterrein is rekening gehouden met een gezonde fysieke leefomgeving. Ten zuidoosten van het terrein ligt de spoorlijn Rotterdam-Gouda. Over deze spoorlijn rijden onder meer goederentreinen onder andere voor transport van gevaarlijke stoffen. In het kader van omgevingsveiligheid is onderzoek gedaan naar mogelijke risico’s door dit transport nabij de opvanglocatie. Uit het onderzoek volgt dat met toepassing van maatregelen een veilige leefomgeving gerealiseerd kan worden. Het onderzoek omgevingsveiligheid wordt nader besproken in paragraaf 4. 10 van deze ruimtelijke motivering. ,

,

,

Daarnaast zijn er geluidsonderzoeken uitgevoerd naar spoorwegen en autosnelwegen in de omgeving om te bepalen of er voldaan zal worden aan een acceptabel binnenniveau in de verblijfsruimtes qua geluid. Uit het onderzoek volgt dat er nergens grenswaarden worden overschreden in verblijfsruimtes en dat daarmee voor een tijdelijke verblijfssituatie sprake is van een acceptabel geluidniveau. Een rustige verblijfsruimte draagt bij aan een goed slaapritme. Dit heeft weer positieve gezondheidseffecten tot gevolg.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 45 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Er wordt in het terreinontwerp ook aandacht geschonken aan sociale veiligheid; door een zichtlijn over het hele terrein te realiseren (van entree tot noordoostzijde) is het terrein overzichtelijk voor het beheer en beveiliging. Met het zicht op de entree van het terrein kan vanaf de ingang in de gaten gehouden komen wie het terrein betreden en verlaten. Tot slot is ook op gebied van andere milieuthema’s in dit hoofdstuk onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving zoals geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de ,

fysieke leefomgeving. Conclusie Het aspect ‘gezonde fysieke leefomgeving’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4. 9. 3

4. 10 Sociale veiligheid 4. 10. 1 Beoordelingskader Het aspect ‘sociale veiligheid’ kent geen afzonderlijk wettelijk kader onder de Omgevingswet maar dient in het bredere afwegingskader voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ wel meegewogen te ,

worden.

4. 10. 2 Toetsing Door het COA is als kader voor de te hanteren uitgangspunten voor handhaving binnen het eigen terrein ,

,

een veiligheidsplan uitgewerkt. Dit plan bevat maatregelen en kaders voor het handhaven van de veiligheid op en rond de opvanglocatie. Het veiligheidsplan maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning en biedt derhalve een kader op basis waarvan handhavend opgetreden kan worden.

4. 10. 3 Conclusie Het aspect ‘sociale veiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 11 Weging van het waterbelang Het doel van de weging van het waterbelang is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de weging van het waterbelang worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. ,

4. 11. 1 Beleid 4. 11. 1. 1 Beleid Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap is vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027. Het WBP beschrijft de ambities en inzet om de waterdoelen voor dit gebied te bereiken. Het is een wettelijk verplicht document dat elke zes jaar gemaakt wordt. Hierbij wordt rekening gehouden met Europese en landelijke richtlijnen en plannen en visies van andere overheden. ,

Het WBP is opgedeeld in een aantal relevante thema’s: • Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. • Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. •

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 46 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Daarnaast is in het WBP een uitsplitsing naar een drietal gebieden gemaakt te weten ‘Rotterdam en Capelle aan den IJssel’ ‘Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel’ en ‘Zuidplas Lansingerland Zoetermeer Waddinxveen en Gouda’. Het besluitgebied is gelegen in dit laatste deelgebied. ,

,

,

,

,

De behoefte aan woningen infrastructuur waterrecreatie en natuur in dit gebied zorgt de komende jaren voor veranderingen. Een proactieve inzet van het waterschap is nodig. De woningbouw- en infrastructuuropgave vindt plaats in een complex en kwetsbaar watersysteem. De bodemopbouw en de slechte kwaliteit van grondwater vragen om voorzichtige en slimme keuzes. De waterkwaliteit in het glastuinbouw- en akkerbouwgebied is kwetsbaar. Waterrecreatie vraagt om een aantrekkelijk en bereikbaar watersysteem met een goede waterkwaliteit. ,

,

Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard houdt in haar beleid bij nieuwe ontwikkelingen aan dat compenserende waterberging gerealiseerd moet worden door het graven van open water binnen de grenzen van het besluitgebied. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat de compensatie-eis op 5% van de netto verhardingstoename (in m)2 in het besluitgebied ligt. Daarnaast dient oppervlak van gedempte watergangen één op één gecompenseerd te worden. 4. 11. 1. 2 Waterbeleid gemeente Zuidplas De gemeente Zuidplas verwijst in haar Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR 2024) naar het convenant ‘klimaatadaptief bouwen’ van de provincie Zuid-Holland met het ‘programma van eisen’ met betrekking tot water (Bouwadaptief 2024). In dit PvE wordt gesteld dat tenminste 50 mm van een korte hevige bui (1 keer per 100 jaar 70 mm per uur) op eigen terrein wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd. De berging is niet eerder dan 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar. Daarnaast treedt binnen het besluitgebied geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1 keer per 250 jaar 90 mm per uur). ,

,

,

De gemeente Zuidplas geeft aan dat de gemeentelijke eisen ondergeschikt zijn aan de eisen van het Hoogheemraadschap. Daarom hanteert de gemeente Zuidplas dezelfde eisen als het Hoogheemraadschap voor het besluitgebied namelijk het aanleggen van compenserende waterberging middels het graven van open water binnen de grenzen van he besluitgebied. ,

4. 11. 2 Waterhuishoudkundig plan In het kader van onderhavig planvoornemen is ter verankering van de waterhuishoudkundige belangen in het ontwerp een waterhuishoudkundig plan opgesteld. De belangrijkste conclusies uit het waterhuishoudkundig plan zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 6 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen.

Hemelwaterafvoer In onderstaande tabel en afbeelding zijn de toekomstige verharde oppervlaktes weergegeven. In de huidige situatie is het besluitgebied volledig onverhard.

Onderdeel

Terrein

Parkeerplaatsen Wegen Voetpaden Daken

569 1. 833 3. 712

Sportveld Halfverharding

389 919 7. 422

Totaal

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

m 2

-

verharding

in

Dakoppervlak (in m)2 -

3. 720 -

3. 720

Pagina 47 van 77

Totaal verhard (in m)2 569 1. 883 3. 712 3. 720 389 919 11. 142

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Kaartbeeld verharde oppervlakten toekomstige situatie

Conform de eisen van het waterschap dient 5% van de toename aan verhard oppervlak gecompenseerd te worden in de vorm van oppervlaktewater. Derhalve dient er 5571 m 2 aan nieuw oppervlaktewater gegraven te worden. ,

Naast de toename aan verharding wordt de watergang die het besluitgebied van zuidwest naar noordoost doorsnijdt voor een deel gedempt. Deze watergang heeft een breedte van 33 meter en wordt over een lengte van 9372 meter gedempt. In totaal wordt daarmee 9372 m 2 oppervlaktewater gedempt. Dit dient één op één gecompenseerd te worden. Het totale oppervlak aan nieuw te realiseren open water komt daarmee neer op 1.4943 m.2 ,

,

,

,

In het ontwerp is een nieuw oppervlaktewater langs de noordoostelijke terreingrens en in het verlengde van de te dempen watersloot voorzien. Deze watergang heeft een oppervlakte van 1. 496 m 2 waarmee voldaan wordt aan de compensatie-eis van het Hoogheemraadschap. ,

Vuilwaterafvoer In de toekomstige situatie bedraagt de maximaal af te voeren hoeveelheid vuilwater 300 bewoners x 12 liter/uur = 3. 599 liter per uur ofwel 10 liter per seconde. Een kunststofleiding met een diameter van ø250 mm en een verhang van 1:250 heeft een afvoercapaciteit van circa 227 l/s bij een half gevulde buis. ,

,

Rondom het besluitgebied ligt een over/onderdruk rioolstelsel. Een vrij verval riool kan hier niet op aansluiten. Daarnaast zal het vrij verval riool vanuit het besluitgebied richting de bestaande riolering een watergang kruisen. Dit betekent dat in het besluitgebied een gemaal moet komen (met circa 24 uur berging in het rioolstelsel) dat het vuilwater af moet voeren naar het gemeentelijk stelsel. Het VWA riool heeft een lengte van circa 420 m. Bij een kunststof riool met een leidingdiameter van ø250 mm is er 206 m 3 berging aanwezig in het stelsel. Dit betekent dat 360 – 206 = 154 m 3 aan extra berging moet worden gecreëerd in het besluitgebied. Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld 210 m met een leidingdiameter van ø400 mm (naast 210 m met een leidingdiameter van ø250 mm) toe te passen wat een berging van 367 m 3 oplevert. Een andere optie is door een bufferput of een bufferriool toe te passen. ,

,

,

,

,

,

In overleg met de gemeente Zuidplas moet worden vastgesteld hoe hieraan kan worden voldaan zodat dit in de technische uitwerking verwerkt kan worden. ,

Grondwater In de omgeving of binnen het besluitgebied zijn geen peilbuizen aanwezig die representatief zijn als indicatie voor de GHG en GLG binnen het besluitgebied. Tijdens het veldwerk in het kader van het uitgevoerde verDatum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 48 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

kennende bodemonderzoek op 5 maart 2024 zijn grondwaterstanden gemeten die wel representatief zijn om een GHG af te leiden voor het besluitgebied. Op basis van de gemeten grondwaterstanden op deze datum wordt voor het besluitgebied uitgegaan van een GHG van -620 meter NAP met een onzekerheidsmarge van +/- 01 meter. ,

,

Het maaiveld van het besluitgebied ligt in de huidige situatie op een hoogte van circa -610 meter tot -540 meter NAP. De gemeente Zuidplas heeft in het HIOR geen concrete eisen gesteld aan de minimale ontwateringsdiepten voor bebouwing wegen en openbaar groen/tuin. Op basis van een GHG van -620 meter NAP zijn de volgende adviezen gegeven ten aanzien van de ontwateringsdiepte. Hieruit blijkt dat ophoging van een deel van het besluitgebied noodzakelijk is. ,

,

,

,

Tabel 4. 2: Advies minimale ontwerphoogtes in besluitgebied op basis van GHG (-620 m NAP) Advies ontwateringsdiepte (m Benodigde hoogte besluitgeGebruiksvorm boven GHG) bied (meter t. o. v. NAP) Bebouwing met kruipruimte 100 -520 Bebouwing zonder kruipruimte 080 -540 Tuinen en openbare groenvoor- 050 -570 zieningen Wegen 100 -520 ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Bestaande watergangen Binnen het besluitgebied bevinden zich watergangen die met elkaar in verbinding staan en onderdeel van het watersysteem van het Hoogheemraadschap. Zoals reeds aangegeven dient de centrale watergang in het besluitgebied gedempt te worden ten behoeve van de realisatie van de ROL. Daarnaast zal in het verlengde van de hoofdentree van het terrein een tweede calamiteitenontsluiting worden gerealiseerd waartoe een duiker moet worden aangelegd. Deze duiker zal de watergang langs de Zuidplasweg overkluizen en is omgevingsvergunningplichtig. Er zal een omgevingsvergunning aangevraagd worden voor de realisatie van deze benodigde duiker. ,

De A-watergangen aan de zuid- en westzijde van het besluitgebied blijven voor onderhoud bereikbaar door het vrijhouden van een onderhoudsstrook van ten minste 5 meter uit de insteek van het talud van de watergangen.

4. 11. 3 Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 12 Klimaatadaptatie 4. 12. 1 Beoordelingskader Zowel in de Nationale klimaatadaptatiestrategie als in het Deltaprogramma zijn afspraken gemaakt over de doelen van klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is slechts voor een deel wettelijk vastgelegd. Dat deel betreft het Deltaprogramma dat in de Deltawet is verankerd. Veel aanpassing aan klimaatverandering vindt daarom (nog) plaats via beleidsprogramma's en instrumenten. ,

Zowel in de Nationale klimaatadaptatiestrategie als in het Deltaprogramma is als 'overall' doel geformuleerd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust (veilig voor overstromingen) moet zijn.

4. 12. 2 Toetsing Vanuit het aspect klimaatadaptatie zijn een aantal thema’s binnen het besluitgebied relevant. Zo is het besluitgebied gelegen in een omgeving met een verhoogd risico op bodemdaling. Onderstaand kaartbeeld laat zien dat er bij bodemophoging risico is op bodemdaling van 50 tot 100 cm. In onderhavige situatie is er sprake van een tijdelijke situatie. Vanwege deze tijdelijke aard van het initiatief zal het effect ten aanzien van bodemdaling beperkt zijn en geen risico vormen. Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 49 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

In het als bijlage 6 bij de ruimtelijke motivering opgenomen waterhuishoudkundig plan is reeds ingegaan op de effecten van overstromingen en wateroverlast. Daarnaast wordt in paragraaf 4. 15 van de ruimtelijke motivering nader ingegaan op de handelingsscenario’s in geval van een overstroming omwille van de ligging van het besluitgebied in een zone met een overstromingsrisico. Tot slot is vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie hittestress nog relevant. Uit kaartbeelden van de Klimaateffectatlas blijkt dat het ‘stedelijk hitte eiland effect’ in de huidige situatie binnen het besluitgebied slechts beperkte impact heeft. In de toekomstige situatie is in het terreinontwerp rekening hiermee gehouden door groen aan te planten. Ook de aanleg van sportveldjes en oppervlaktewater heeft een dempend effect op hittestress. Tot slot wordt het verhard oppervlak waar mogelijk beperkt door daar waar mogelijk halfverharding toe te passen. Hiermee wordt geconcludeerd dat er voldoende aandacht is voor het tegengaan van hittestress binnen het besluitgebied. ,

Kaartbeeld ‘Bodemdaling door ophoging’ besluitgebied rood omlijnd (bron: Klimaateffectatlas) ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 50 van 77

,

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Kaartbeeld ‘Stedelijk hitte eiland effect’ besluitgebied indicatief rood omlijnd (bron: Klimaateffectatlas) ,

4. 12. 3 Conclusie Het aspect ‘klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 13 Flora en fauna 4. 13. 1 Beoordelingskader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Om,

gevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld.

Flora- en fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en faunaactiviteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als volgt: ‘Activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of: • •

Er soorten aanwezig zijn; Welke soorten dat zijn.

Gebiedsbescherming

Indien een besluitgebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. ,

Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2. 44 van de Omgevingswet. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. In Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 11 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond ,

,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 51 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de

biodiversiteit.

Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. ,

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • •

bestaande natuurgebieden waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren rivieren de Noordzee en de Waddenzee; ,

,

,

,

4. 13. 2 Onderzoek flora & fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan de Zuidplasweg is een quickscan flora & fauna uitgevoerd ter plaatse van het besluitgebied. De uitkomsten van deze quickscan zijn in deze paragraaf opgenomen. De volledige rapportage is als bijlage 7 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. Beschermde gebieden Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 200-gebieden zijn de Broekvelden Vettenbroek & Polder Stein op circa 93 kilometer afstand en de Boezems Kinderdijk op circa 10 kilometer afstand van het besluitgebied. Gezien de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de afstand tot het besluitgebied vallen de genoemde Natura 2000-gbieden buiten de invloedssfeer van het besluitgebied. Directe verstoring van Natura 2000gebieden en negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen door (bouw)gerelateerde werkzaamheden zoals licht geluid en trillingen kunnen op voorhand worden uitgesloten. ,

,

,

,

Een substantieel negatief effect van de beoogde ontwikkeling op de stikstofemissie en -depositie en daarmee op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is onderzocht door middel van een stikstofberekening.

Stikstofberekeningen aanleg- en gebruiksfase Om de effecten van de ontwikkeling op stikstofemissie en -depositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen zijn stikstofberekeningen met de AERIUS-calculator uitgevoerd. De uitkomsten van deze berekeningen zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 8 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. De realisatie- en gebruiksfase resulteren in een maximale toename van 000 mol N/ha/jr op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hiermee is een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom met betreking tot stikstofdepositie geen vergunning vanuit de Omgevingswet benodigd. ,

Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gelegen op circa 200 meter afstand ten noorden van het besluitgebied. Het besluitgebied bevindt zich buiten de begrenzing van NNNgebied. Gezien de omvang van de beoogde ontwikkeling en afstand tot het besluitgebied valt het NNNgebied buiten de invloedssfeer van het besluitgebied. Verstoring van NNN-gebied en negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en kwaliteiten van dit gebied kan op voorhand worden uitgesloten. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 52 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Houtopstanden Gezien het ontbreken / de grootte van houtopstanden binnen het besluitgebied niet aan de orde.

,

is wettelijke bescherming

Beschermde soorten Negatieve effecten op essentiële habitatfuncties van de onderstaande beschermde soort als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen niet worden uitgesloten. Voor deze soort is daarom aanvullend onderzoek noodzakelijk: • Grote modderkruiper (eDNA). De aanwezigheid van algemene soorten waaronder algemene muizensoorten bruine kikker gewone pad konijn haas en ree valt niet uit te sluiten. Deze soorten zijn in de provincie Zuid-Holland vrijgesteld. Een aanvullend soortenonderzoek en mogelijk een omgevingsvergunning voor deze soorten is niet nodig. Desondanks geldt voor deze soorten de zorgplicht. ,

,

,

,

De aanwezigheid van (beschermde) soorten uit onderstaande soortgroep is aannemelijk. Aanvullend soorten-onderzoek en een mogelijke omgevingsvergunning zijn niet nodig mits tenminste één van de daaropvolgende maatregelen wordt toegepast: •

(Broed)vogels:

1. 2.

Verstorende werkzaamheden vinden plaats buiten het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli) of; Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen dienen de aanwezige bosschages/bomen met nesten en de omgeving hiervan niet te worden verstoord of; Er vindt een broedvogelinspectie plaats door een deskundige ecoloog vóór aanvang van ontwikkeling gerelateerde werkzaamheden. ,

,

,

3.

Aanvullend onderzoek grote modderkruiper Volgend op de conclusies uit de quickscan flora & fauna is de daadwerkelijke aanwezigheid van de grote modderkruiper in de te dempen watergang binnen het besluitgebied onderzocht middels eDNA-onderzoek. De aanwezigheid van essentiële habitatfuncties van de grote modderkruiper binnen het besluitgebied is middels dit onderzoek uitgesloten. Het rapport van dit aanvullende onderzoek is als bijlage 9 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen.

4. 13. 3 Conclusie Het aspect ‘flora en fauna’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 14 Archeologie en cultuurhistorie 4. 14. 1 Beoordelingskader Algemeen De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekend of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Archeologie Voor archeologie dient de gemeente projecten kleiner dan 100 m 2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5. 130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een omgevingsplan echter grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 100 m 2 vondsten opleveren. In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 53 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Cultuurhistorie

Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultuureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels.

4. 14. 2 Archeologie Het besluitgebied ligt conform de gemeentelijke beleidskaart in een zone met een lage archeologische verwachting (zie onderstaand kaartbeeld). Uitsluitend bij verstoringen groter dan 05 ha en dieper dan 30 cm beneden maaiveld is archeologisch onderzoek benodigd. ,

In 2018 is de archeologische beleidskaart van de gemeente Zuidplas geactualiseerd. Uit deze kaart blijkt dat het besluitgebied geen archeologische verwachting meer kent en nader onderzoek daarmee niet noodzakelijk is.

Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart gemeente Zuidplas (besluitgebied aangeduid met gele pijltje) 4. 14. 2. 1 Conclusie Archeologie Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 54 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

4. 14. 3 Cultuurhistorie De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5. 130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o. a. ontsiering beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten dorpsgezichten en cultuurlandschappen. ,

,

4. 14. 3. 1 Aanwezige cultuurhistorische waarden Voor het bepalen van de cultuurhistorische waarde van het besluitgebied is de Cultuurhistorische Atlas (CHAT) van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. Binnen het besluitgebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle gebouwen bouwwerken of structuren aanwezig. ,

Uitsnede kaartbeeld Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid-Holland (besluitgebied indicatief rood omkaderd)

4. 14. 4 Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 15 Ontplofbare oorlogsresten 4. 15. 1 Beoordelingskader De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten te voorkomen die door het werk kunnen worden veroorzaakt. De Arbowet is een kaderwet dat wil zeggen dat het algemene bepalingen en richtlijnen bevat.

,

,

Vanaf 1994 geldt voor alle werkzaamheden vanuit de Arbowet een wettelijke verplichting om een risicoinventarisatie en – evaluatie uit te voeren in de voorbereidingsfase van een project. Doel is om vooraf te bepalen of er tijdens de uitvoeringsfase van een project risico’s te verwachten zijn en zo ja hoe de betrokkenen risico’s kunnen wegnemen of terugbrengen naar een aanvaardbaar veiligheidsniveau. ,

De Arbowet is ook van toepassing op het inschatten van de risico’s op het aantreffen van niet gesprongen explosieven.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 55 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

4. 15. 2 Toetsing Ter plaatse van het besluitgebied is een oriënterend onderzoek naar het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn hieronder beknopt beschreven. Het volledige rapport is als bijlage 10 opgenomen bij deze ruimtelijke motivering. Er zijn bij het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten op of in de directe omgeving van het besluitgebied. Geadviseerd wordt om bij de bouw van de locatie met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten geen verdere beheersmaatregelen te nemen en dat er kan worden volstaan met het van toepassing verklaren van het Protocol Toevalsvondst. ,

,

4. 15. 3 Conclusie Het aspect ‘ontplofbare oorlogsresten’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 16 Omgevingsveiligheid 4. 16. 1 Beoordelingskader Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Externe veiligheid heeft derhalve een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. ,

Het Besluit activiteiten leefomgeving omvat met name de regelgeving op het gebied van externe veiligheid als het gaat over het aanwijzen van milieubelastende activiteiten en vergunningplichten (afdeling 5. 1. 2 Bkl). In het Besluit kwaliteit leefomgeving komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Dit betreffen onder andere regels over het plaatsgebonden risico aandachtsgebieden belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: ,

• • • •

,

,

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ,

Aandachtsgebieden Onder de Omgevingswet werken gemeenten met aandachtsgebieden voor het aspect externe veiligheid. Hiermee is beoogd dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

Gemeentelijk beleid externe veiligheid De gemeente Zuidplas heeft eigen beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de ‘Gemeentelijke visie externe veiligheid’ (vastgesteld op 12 augustus 2022). De gemeentelijke visie externe veiligheid van Zuidplas richt zich op het waarborgen van de veiligheid in de regio bij de omgang met gevaarlijke stoffen en ,

het transport hiervan. De visie biedt een kader voor de vertaling van externe veiligheid naar ruimtelijke ordening met focus op risico’s voor de omgeving. Het beleid bepaalt hoe de gemeente omgaat met externe veiligheid in haar planning inclusief het vaststellen van risicomaten en het beheer van groepsrisico's. Het doel is een balans tussen de veiligheid van burgers en ruimte voor bedrijvigheid en transport te realiseren. ,

,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 56 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

4. 16. 2 Toetsing Toekomstige functies binnen besluitgebied Het initiatief aan de Zuidplasweg behelst de realisatie van een regionale opvanglocatie voor 300 bewoners en circa 35 personeelsleden. Op de locatie worden verblijfsgebouwen (in twee lagen gestapeld) gerealiseerd evenals een groot dienstengebouw. Het dienstengebouw omvat de volgende functies: Kantoorruimtes incl. receptie voor personeel en ondersteunende diensten (verblijfsruimtes); • • Vergaderruimtes voor personeel en ondersteunende diensten (verblijfsruimtes); • Spreekkamers ondersteunende diensten (verblijfsruimtes); • Multifunctionele- activiteiten- en recreatieruimtes voor bewoners (verblijfsruimtes); Lesruimtes voor o. a. taalles (verblijfsruimtes); • Werkplaats magazijn (verblijfsruimtes); • • Opslagruimtes technische (server)ruimtes en overige ruimtes (sanitair) ,

,

,

,

De indeling qua ruimten van het dienstengebouw is op tekening bij de aanvraag ingediend. Verder bevinden zich op het buitenterrein daar waar aangeduid in het terreininrichtingsplan sport- en spelvoorzieningen voor bewoners van de opvanglocatie. De functies die mogelijk worden gemaakt binnen het besluitgebied sluiten derhalve aan bij de omschrijving van een ‘kwetsbaar object’ of ‘kwetsbare functie’ (zijnde o. a. woningen). ,

,

Naast de tijdelijke regionale opvanglocatie is gemeente Zuidplas mogelijk voornemens om tijdelijke leslokalen te realiseren ten zuidwesten van de opvanglocatie. Indien de onderwijsvoorziening wordt gerealiseerd dan is voor dit gebouw sprake van een ‘zeer kwetsbaar object’ (in de terminologie conform Omgevingswet) of een functie/gebouw waarin zich ‘verminderd zelfredzame personen’ bevinden (conform het gemeentelijk beleid externe veiligheid). In deze paragraaf wordt een nadere onderbouwing gegeven voor de wijze waarop de mogelijke leslokalen op een veilige wijze op de voorgestelde locatie gerealiseerd kunnen worden.

,

Verkenning risicobronnen & externe veiligheidsbeleid en -regelgeving Allereerst is een verkenning gemaakt van de risicobronnen en daarbij behorende relevante scenario’s die in de omgeving van het besluitgebied aanwezig zijn. Daarna is nader beschreven welke voorwaarden regelgeving en beleid opleggen vanuit externe veiligheid voor het gebruik van deze locatie ten behoeve van een regionale opvang. Risicobronnen omgeving besluitgebied Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • • •

bedrijven met risicovolle activiteiten; transport over weg water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1bovengrondse hoogspanningslijnen.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

,

,

K2- en K3 brandstofleidingen;

Pagina 57 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Uitsnede risicokaart (besluitgebied indicatief rood omkaderd) (bron: www. risicokaart. nl) Bedrijven met risicovolle activiteiten Op circa 80 meter ten zuidoosten van het besluitgebied is een scoutingclub gelegen. Deze scoutingclub heeft een propaantank op het terrein en is daarmee een milieubelastende activiteit (mba) onder het Bal en Bkl. Gelet op de beschikbare informatie uit de Atlas leefomgeving wordt geconcludeerd dat het gaat om een propaantank met een inhoud van minder dan 5 m 3 en minder dan 5 bevoorradingen per jaar. Conform het Bal geldt dan een plaatsgebonden risicocontour van maximaal 25 meter. Conform het Bkl bijlage VII categorie A7 geldt voor deze propaantank een brandaandachtsgebied van 20 meter en een explosieaandachtsgebied van 30 meter. Zowel de plaatsgebonden risicocontour het brand- en explosieaandachtsgebied reiken niet tot aan het besluitgebied. Daarmee is deze risicobron niet relevant in het kader van omgevingsveiligheid. ,

,

,

Op circa 900 meter ten westen van het besluitgebied is een gasontvangstation gelegen. Dit is een mba onder het Bal en het Bkl. Conform het Bal geldt een plaatsgebonden risicocontour van maximaal 25 meter. Conform het Bkl bijlage VII categorie zijn er geen aandachtsgebieden van toepassing op dergelijke mba. ,

,

Aangezien de plaatsgebonden risicocontour niet over het besluitgebied reikt is deze risicobron niet relevant in het kader van omgevingsveiligheid. ,

Binnen 1. 500 meter van het besluitgebied zijn nog bijna 30 andere propaantanks gelegen. Echter reiken de bijhorende plaatsgebonden risicocontouren brand- en explosieaandachtsgebieden niet over de planlocatie. Daarmee zijn al deze stationaire risicobronnen in de omgeving niet relevant voor het beoogde plan. ,

Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen Op 30 meter ten oosten van het besluitgebied is spoorroute 30 gelegen. Dit traject is aangewezen als Basisnetroute en over dit spoor worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Dergelijke transportroutes vallen onder de werkingssfeer van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en bijhorende Regeling Basisnet. Conform de Regeling basisnet geldt voor dit traject een plaatsgebonden risicocontour van 7 meter. Conform het Bkl bijlage VII categorie C geldt voor basisnetroutes een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Voor transportroutes geldt ook een gifwolk-aandachtsgebied. Deze dienen nog formeel aangewezen te worden in het Bkl maar de verwachting is dat hier een afstand van 300 meter gaat gelden.

,

,

,

Het besluitgebied ligt buiten het brandaandachtsgebied maar binnen het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied. Daarmee is spoorroute 30 relevant voor het beoogde plan. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 58 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Op circa 600 meter ten noordwesten van het besluitgebied is de rijksweg A20 gelegen. Deze weg is aangewezen als Basisnetroute waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Dergelijke transportroutes vallen onder de werkingssfeer van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en bijhorende Regeling Basisnet. Conform Regeling basisnet geldt voor het relevante wegvak ter hoogte van het besluitgebied een plaatsgebonden risicocontour van 22 meter.

Conform het Bkl bijlage VII categorie C geldt voor basisnetroutes een brandaandachtsgebied van 30 meter geldt ook een gifwolken een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Voor transportroutes aandachtsgebied. Deze dienen nog formeel aangewezen te worden in het Bkl maar de verwachting is dat hier een afstand van 300 meter gaat gelden. Het besluitgebied ligt daarmee buiten alle aandachtsgebieden ,

,

,

,

de A20 is niet relevant voor het beoogde plan. Risicovolle (buis)leidingen Op circa 560 meter ten noordwesten van het besluitgebied is een hogedruk aardgasleiding gelegen. Hogedruk aardgasleidingen zijn een mba onder het Bal en het Bkl. In bijlage VII categorie D2 van het Bkl wordt aangegeven dat zowel de plaatsgebonden risicocontour als de het aandachtsgebied berekend moet worden. De Gasunie is momenteel nog druk bezig met de berekening van de aandachtsgebieden. De plaatsgebonden risicocontouren zijn gelijk aan de contouren onder ´oude´ wetgeving en zijn voor deze betreffende leiding niet aanwezig. ,

,

De verwachting en tevens ook het uitgangspunt in onderhavige notitie is dat het aandachtsgebied gelijk staat aan het ´oude´ invloedsgebied. Deze bedraagt 155 meter en reikt daarmee niet tot aan het besluitgebied. Daarmee is de genoemde hogedrukaardgasleiding niet relevant voor het beoogde plan. ,

,

Voorwaarden vanuit regelgeving en beleid Het gemeentelijk beleid op gebied van externe veiligheid is uitgewerkt naar gebiedsspecifieke gemeentelijke ambities. Voor de praktische toepasbaarheid van de ambities die per gebiedstype zijn gekozen zijn de ambities per gebiedstype weergegeven in de vorm van een matrix. In de matrix is door middel van een vijftal kleuren (rood oranje geel groen en wit) aangegeven welke type objecten direct zijn toegestaan onder algemene voorwaarden zijn toegestaan in eerste instantie zijn toegestaan in eerste instantie zijn uitgesloten en direct zijn uitgesloten binnen de gedefinieerde zones. Onderstaand is de legenda van deze matrix weerge,

,

,

,

,

,

,

geven.

Legenda matrix t. b. v. gebiedsspecifieke gemeentelijke ambities ten aanzien van externe veiligheid Het besluitgebied is gelegen binnen 200 meter van de spoorroute 30 (Utrecht-Gouda-Rotterdam) formeel in het buitengebied van de gemeente Zuidplas. Uit de matrix voor dit gebied blijkt dat voor kwetsbare functies/objecten waartoe de tijdelijke ROL behoort geldt dat ze zijn toegestaan mits er een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt. ,

,

,

,

Voor de mogelijk te realiseren leslokalen geldt dat dit conform de matrix voor het buitengebied niet is toegestaan tenzij dit aanvaardbaar wordt geacht naar aanleiding van een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico. Onderstaand is de matrix voor het buitengebied weergegeven. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 59 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Matrix voor ontwikkelingen in het buitengebied (buiten bebouwde kom) conform de Gemeentelijke visie externe veiligheid

Conform de gemeentelijke visie op externe veiligheid dient bij een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico rekening gehouden te worden met de volgende voorwaarden: • • • • • • • • • •

Minimaal twee vluchtroutes van de risicobron af (voldoende (nood) in- en uitgangen); Goede risicocommunicatie (inzicht in bestaande risico en voorlichting in hoe te handelen bij een incident met gevaarlijke stoffen); Alarmeringsmogelijkheden moeten goed zijn; Geen bebouwing toegestaan binnen de belemmeringenstrook van buisleidingen; Voldoende opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen volgens de praktijkrichtlijnen bluswatervoorzieningen van de Veiligheidsregio Hollands-Midden; Goede bereikbaarheid volgens de praktijkrichtlijnen bereikbaarheid van de Veiligheidsregio Hollands-Midden; Bij incidenten in relatie tot gasinfrastructuur maakt de brandweer gebruik van de richtlijnen zoals opgesteld door de Gasunie; Overwegen van een andere locatie met een lager risico; Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk om een incident onder controle te houden of te bestrijden totdat de hulpdiensten arriveren; Bij onvoldoende mogelijkheden voor bestrijdbaarheid wordt onderzocht of maatregelen mogelijk zijn om het effect van een calamiteit te beperken zodat de benodigde inzet kleiner wordt; Voldoende beschermende (constructieve) maatregelen aan de gebouwen om effecten voor personen binnen de gebouwen te minimaliseren; Bij de situering van bedrijven en bij de inrichting van een bedrijventerrein wordt gestreefd naar een verbetering van het beheersbaarheidsniveau en worden zo nodig en zo mogelijk

aanvullende maatregelen getroffen; Hoogbouw zover mogelijk van de risicobron af situeren; Beperken van de effecten van een plasbrandscenario (indien van toepassing); beperken van de personendichtheid (overwegen); Aanbrengen van afsluitbare ventilatiesystemen bij een toxisch scenario (overwegen); ,

• •

• • •

Als het gaat om een oranje gekleurd vlak is het type object in eerste instantie niet toegestaan. De hierboven genoemde voorwaarden zijn dan in de uitgebreide verantwoording groepsrisico harde voorwaarden. Hiervan kan alleen worden afgeweken met zwaarwegende motieven. Bij een rood vlak is het type object niet toegestaan. ,

Naast het gemeentelijk beleid ten aanzien van externe veiligheid zijn ook voorwaarden benoemd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor het realiseren van de tijdelijke ROL op de beoogde locatie aan de Zuidplasweg. Er zijn een drietal gebiedsaanduidingen van toepassing op het besluitgebied: ,

• ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen – spoor’ De gronden binnen deze gebiedsaanduiding zijn aangewezen om de vestiging van onder meer (beperkt) kwetsbare objecten aan het plaatsgebonden risico te toetsen. Deze objecten zijn alleen toegestaan na toetsing aan het plaatsgebonden risico en verantwoording van het groepsrisico.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 60 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Binnen deze gebiedsaanduiding geldt dat de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten (onder de Omgevingswet genaamd ‘zeer kwetsbare objecten’) niet is toegestaan. • ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen – weg – risicozone 1’ De gronden binnen deze gebiedsaanduiding zijn aangewezen om eveneens de vestiging van onder meer (beperkt) kwetsbare objecten aan het plaatsgebonden risico te toetsen. Deze objecten zijn alleen toegestaan na toetsing aan het plaatsgebonden risico en verantwoording van het groepsrisico. Binnen deze gebiedsaanduiding geldt dat de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten (onder de Omgevingswet genaamd ‘zeer kwetsbare objecten’) niet is toegestaan. • ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen – weg – risicozone 2’ De gronden binnen deze gebiedsaanduiding zijn aangewezen om een toename van het groepsrisico beperkt te houden. Het realiseren van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten is slechts toegestaan na het verantwoorden van het groepsrisico.

Verantwoording groepsrisico en toetsing gemeentelijk beleid Zoals ook volgt uit het gemeentelijk beleid ten aanzien van externe veiligheid en de gebiedsaanduidingen ter plekke van het besluitgebied dient ten behoeve van de realisatie en ingebruikname van een tijdelijke regionale opvanglocatie (zijnde een kwetsbaar object) een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. In de als bijlage 11 bij deze motivering opgenomen notitie externe veiligheid is een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico opgenomen op basis van de voorwaarden genoemd uit het externe veiligheidsbeleid van gemeente Zuidplas. ,

Vertaalslag verantwoording naar terreininrichting Op basis van de uitgebreide verantwoording groepsrisico uit de bijlage is een vertaalslag gemaakt naar de terreininrichting; de terreininrichting zoals weergegeven in het als bijlage 1 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen terreinontwerp is volgend op de verantwoording aangepast en derhalve leidend. Vanuit de eerdere inventarisatie van risicobronnen in de directe omgeving van het besluitgebied zijn de onderstaande daarbij behorende scenario’s voor de locatie van toepassing: ,

• • • • • •

Gebouwbrand; Spoorroute 30 (Utrecht-Gouda-Rotterdam) – Toxische wolk; Spoorroute 30 (Utrecht-Gouda-Rotterdam) – Plasbrand; Spoorroute 30 (Utrecht-Gouda-Rotterdam) – BLEVE; Brand in de omgeving – Brandoverslag op het gebouw; Bres in de polderdijk – Overstroming.

Onderstaand is voor de aspecten uit de verantwoording van het groepsrisico (zelfredzaamheid bestrijdbaarheid en beperking van effecten bij scenario’s) aangegeven hoe beoogd is de veiligheid binnen de tijdelijke ,

regionale opvanglocatie te waarborgen.

Zelfredzaamheid van personen bij een incident Voor de toekomstige gebruikers en bewoners van de tijdelijke regionale opvanglocatie is het uitgangspunt dat deze niet allemaal zelfredzaam zijn. De personen zijn gedeeltelijk vanwege leeftijd (kinderen die in de opvanglocatie verblijven en deels vanwege het nog niet machtig zijn van de Nederlandse taal (bewoners van de opvanglocatie in het algemeen) minder in staat om zelf in veiligheid te komen. Wél zijn bewoners fysiek gezien in staat om zichzelf veiligheid te brengen; ze hebben hierbij vanwege leeftijd of taalbarrière begeleiding nodig en zijn in die zin afhankelijk van een BHV-organisatie. Bij opvanglocaties van het COA wordt aandacht besteed aan risicocommunicatie met de doelgroep in een opvanglocatie in op te stellen BHV- en noodplannen. Er zal in deze plannen een hoofdstuk worden gewijd aan de relevante scenario’s op de locatie te weten een gifwolk- en explosiescenario (vanwege het spoor) gebouwbrand brandoverslag en overstromingen en de daarbij behorende handelingsperspectieven voor bewoners en andere aanwezigen binnen het besluitgebied. COA-medewerkers op de locatie zullen op basis van het noodplan worden voorgelicht hoe zij bewoners moeten instrueren in geval van één van de scena,

,

rio’s. In het ruimtelijk ontwerp is er rekening mee gehouden dat de ontruiming voorspoedig kan verlopen aangezien alle verblijfsgebouwen via de centrale toegangsweg door het besluitgebied zijn ontsloten; mensen hoe,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 61 van 77

,

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

ven , eenmaal buiten het

te komen

,

verblijfsgebouw géén fysieke barrières meer te passeren om bij deze toegangsweg ,

die het terrein aan de zuidwestzijde ontsluit.

Voor zelfredzaamheid bij calamiteiten is het noodzakelijk dat de aanwezigen veilig van het incident af kunnen vluchten. Daarom is het advies om te voorzien in ten minste twee vluchtroutes. In geval één van beide routes geblokkeerd is of zich bevindt nabij het incident kan de andere route gebruikt worden. ,

Het verdient de voorkeur om deze vluchtroutes in diverse windrichtingen te situeren mede gelet op scenario’s gerelateerd aan het spoor. In deze situatie maakt het besluitgebied onderdeel uit van een langgerekt taps toelopend agrarisch perceel. Alleen het zuidelijk deel hiervan wordt in gebruik genomen ten behoeve van de tijdelijke regionale opvanglocatie. ,

,

Aan de west- en noordwestzijde wordt het perceel nagenoeg over de gehele lengte geflankeerd door percelen van derden die actief in gebruik zijn met uitzondering van één perceel ten noordoosten van Zuidplasweg 2. Via dit perceel bestaat de mogelijkheid tot het realiseren van een tweede calamiteitenroute voor bewoners. De vluchtroute is te gebruiken middels een poort in het hek aan de noordzijde van het terrein. Personeel op de ROL-locatie zal in geval van een ontruiming van het terrein de poort openen. Via een pad bestaande uit gebonden halfverharding (met bindmiddel) is in noordwestelijke richting de Zuidplasweg te bereiken. Hiervoor wordt een perceel tussen het besluitgebied en de Zuidplasweg overgestoken en is de Zuidplasweg verbonden middels twee loopbruggen. Gebruik van deze vluchtroute in reguliere situaties of het betreden van de percelen door derden wordt voorkomen door het plaatsen van een poort bij de eerste loopbrug aan de Zuidplasweg. ,

,

,

Daarnaast is ruimte gecreëerd voor twee vluchtroutes aan de zuidwestzijde van het besluitgebied. Hier sluit het terrein direct aan op de Zuidplasweg en Schielandweg. Via deze wegen is een snelle ontruiming van het terrein eveneens goed mogelijk. De vluchtroute in het verlengde van de hoofdentree (op het kaartbeeld groen aangegeven) is tevens geschikt als aanrijroute voor hulpdiensten zodat bewoners de hoofdentree (of vice versa) kunnen gebruiken. Hiermee zijn vlucht- en aanrijroutes gescheiden. Mocht één van beide zuidelijke vluchtroutes geblokkeerd zijn en de andere route in gebruik zijn door hulpdiensten dan kunnen bewoners de vluchtroute aan de noordzijde van het terrein nog gebruiken. Dit geldt eveneens in geval van een calamiteit op het spoor ten zuiden van het besluitgebied. ,

,

In het verlengde van de hoofdentree wordt ten zuiden van de opvanglocatie een tweede aansluiting gerealiseerd op de Zuidplasweg. Via deze aansluiting kunnen bewoners het fietspad richting de Schielandweg bereiken zonder daarbij over de rijbaan te hoeven lopen die ook als aanrijroute voor hulpdiensten wordt gebruikt. ,

,

Onderstaande afbeelding geeft de vluchtroutes voor bewoners in geval van een incident weer.

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 62 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Vluchtroutes bewoners vanaf de verblijfsgebouwen in geval van een incident via hoofdentree (rode pijlen) via tweede vluchtroute in zuidelijke zijde (blauwe pijlen) en vluchtroute in noordelijke richting (paarse pijlen) ,

,

Het geschikt maken van de noordelijke calamiteitenroute voor hulpdiensten stuit op een aantal bezwaren: het noordelijk gedeelte van de Zuidplasweg kent een maximale wegbreedte van 22 meter en maximaal toegestane aslast van 24 ton en is daarmee ongeschikt voor gebruik door zware voertuigen van hulpdiensten. Daarnaast is het vanuit financieel oogpunt niet doelmatig; omwille van het overbruggen van twee watergangen de bodemsituatie ter plekke en de vereiste aslast voor een route voor hulpdiensten is het geschikt maken van deze calamiteitenroute voor hulpdiensten niet haalbaar. ,

,

,

Daarnaast dient opgemerkt te worden dat er nog steeds sprake is van de aanleg van twee onafhankelijk van elkaar te benutten routes voor hulpdiensten. Ook indien hulpdiensten het terrein vanuit noordelijke richting dienen te bereiken (in geval van een calamiteit op het spoor ten zuiden van het besluitgebied) kan er aangereden worden via de Verbindingsweg en vervolgens de hoofdentree/calamiteitenontsluiting aan de voorzijde van het terrein. Er is daarmee slechts sprake van een zeer beperkt verhoogd veiligheidsrisico. ,

Datum: 29 januari 2026 Versie: Definitief

Pagina 63 van 77

Ruimtelijke motivering ‘ROL Zuidplas , Nieuwerkerk aan den IJssel’

Voor de mogelijk te realiseren leslokalen zijn eveneens twee vluchtroutes voorzien; via de hoofdtoegang welke aansluit op de Zuidplasweg en via de nog te realiseren ontsluiting direct ten zuidoosten van de Deze ontsluiting sluit het de rotonde Zuidplashoofdentree. aan op fietspad aan

,

weg/Schielandweg/Zuidplaslaan.

Bestrijding van een gebouwbrand in de ruimtelijke omgeving De bestrijding van een gebouwbrand bestaat in hoofdzaak uit vier onderdelen. Hieronder zijn deze separaat uitgewerkt zodat deze door de VRHM in samenhang beoordeeld kunnen worden. Voor de uitwerking van onderstaande onderdelen is het beleidsdocument Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRHM het uitgangspunt. Bereikbaarheid in de openbare ruimte en opkomsttijden Voor de locatie van de opvanglocatie geldt dat de wegen naar het besluitgebied voor hulpdiensten een tweezijdige bereikbaarheid mogelijk maken en daarmee voldoen aan de uitgangspunten van het beleidsdocument Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRHM. Vanuit het Regionale dekkingsplan 2022-2025 wordt aandacht besteed aan de opkomsttijd (prognosetijd) van de brandweer. Voor de ontwikkelingen binnen het besluitgebied geldt de classificatie ‘Woningen’ (ten behoeve van de verblijfsunits) en ‘Gebouwen voor zelfredzame personen’ (ten behoeve van het dienstengebouw). Voor de mogelijk te realiseren leslokalen buiten de tijdelijke regionale opvanglocatie geldt dat er sprake is van een gebouw voor niet-zelfredzame personen. Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien van de responstijd (prognosetijd) van de brandweer. Voor het besluitgebied geldt dat de opkomsttijd (prognosetijd) 9 minuten is.

Het besluitgebied is vanuit het Regionale dekkingsplan gelegen in een buurt met de classificatie ‘Categorie 3’ met het overheersende kenmerk ‘Verspreid liggende woningen’ / ‘Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen’. De nieuwe ontwikkeling past binnen het profiel van de vastgestelde categorie. De referentiewaarde voor deze categorie is 15 minuten. De daadwerkelijke opkomsttijd (prognosetijd) van 9 minuten maakt dat het nieuwe initiatief op dit gebied ‘goed’ scoort. Er zijn in het kader van het Dekkingsplan geen aanvullende voorzieningen benodigd de te verwachten preventieve voorzieningen en opkomsttijd voldoen aan de uitgangspunten van het Dekkingsplan. ,

Opstelplaats(en) en locatie brandweeringang(en) De (brandweer)ingangen van de bebouwing zijn niet gelegen binnen een afstand van 40 meter van de openbare weg. Om die reden is een verbindingsweg tussen de opstelplaatsen op het eigen terrein en de (brandweer)ingang benodigd. Hulpdiensten kunnen het terrein bereiken via de hoofdingang aan de Zuidplasweg; de weg is voldoende breed om voertuigen in twee richtingen elkaar te laten passeren. Daarnaast is de vluchtroute in het verlengde van de hoofdentree eveneens toegankelijk voor hulpdiensten mocht de hoofdaanrijroute geblokkeerd zijn. Deze vluchtroute is normaliter bestemd voor vluchtende personen vanaf de ROL en zal (om gebruik door regulier autoverkeer te voorkomen) met een neerklapbare afzetpaal worden afgezet. De tweede aanrijroute is groen weergegeven op onderstaande afbeelding. Ook is er een alternatieve aanrijroute aan de oostzijde van het terrein geschikt voor hulpdiensten voor wat betreft aslast en bochtstralen (middels een oranje pijl aangegeven). Deze route kan ook dienst doen als vluchtroute voor personen die op de locatie verblijven. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16568717/1