CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 – Regels, versie 29 maart 2024 A24.000167

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 128.455 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 27 van 90

6.4

Wijzigingsbevoegdheid

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduidingen als bedoeld in lid g onder d tot en met h te verwijderen als de betreffende activiteit beëindigd is en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet. b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als Bijlage 2 bij deze regels wordt gewijzigd door het onderbrengen van een bedrijf in een andere categorie, dan wel door het opnemen dan wel afvoeren van een bedrijf, indien ontwikkelingen op het gebied van de milieuhygiëne, dan wel technologische ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 28 van 90

Artikel 7 7.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de in Bijlage 2 opgenomen 'Staat van bedrijfsactiviteiten' met:  categorie 3.1 of categorie 3.2; en  ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' tevens categorie 4.1; waarbij geldt dat: 1. het bedrijf op voldoende afstand van omliggende (bedrijfs)woningen ligt -zowel bestaande woningen als woonfuncties die planologisch mogelijk zijn- waarbij per bedrijfscategorie de volgende minimale afstand tussen de grens van de bedrijfskavel en de dichtstbijzijnde bouwmogelijkheid van de woonfunctie in acht worden genomen:

b.

c. d. e. f. g. h. i.

j. k.

Bedrijfscategorie

Minimaal aan te houden afstand

4.1

100 meter

3.2

50 meter

3.1

30 meter

2. de omvang van het kavel per bedrijf bedraagt:  minimaal 0,5 hectare;  maximaal 5 hectare; niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van bedrijven als genoemd onder a, met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 3.000 m2; verkeers- en verblijfsgebied, voor zover de wegen geen wettelijke geluidszone kennen op basis van de Wet geluidhinder; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; infrastructurele voorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waarbij geldt dat watergangen aan minimaal één zijde: 1. een taludhelling kennen tussen 1:3 en 1:7; en 2. geen harde beschoeiing is toegepast; erven en terreinen; bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming;

met dien verstande dat: l. bedrijfswoningen niet zijn toegestaan; m. transport- en distributiebedrijven niet zijn toegestaan; n. nieuwe geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan; o. sociale werkvoorzieningen niet zijn toegestaan; p. risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan. 7.2

Nieuwe activiteiten alleen met vergunning

a. Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een nieuwe activiteit als genoemd in lid 7.1 onder a en b te starten of een gebouw te realiseren. b. De bestemmingsplanactiviteitvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als de aanvraag voldoet aan het in lid 7.3 vastgelegde 'beoordelingskader vergunningaanvraag'.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 29 van 90

7.3

Beoordelingskader vergunningaanvraag

7.3.1

Beoordelingskader bouwen

In aanvulling op het bepaalde in Artikel 29 gelden voor het bouwen de volgende regels: a. voor het bouwen van gebouwen: 1. het maximum bebouwingspercentage van het bestemmingsvlak bedraagt 70%; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 15 meter; 3. de afstand van een gebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 meter; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 30 meter; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. per bedrijfsperceel zijn maximaal drie vlaggenmasten toegestaan; 2. de hoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; 3. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer dan 2 meter mag bedragen; 4. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 9 meter bedragen; 5. de hoogte van hijsinstallaties mag niet meer dan 10 meter bedragen; 6. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; 7. de afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 30 meter. 7.3.2

Beoordelingskader geluid

Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in lid 7.1 onder a en b geldt het volgende beoordelingskader: a. er is geen sprake van een geluidzoneringsplichtige inrichting; b. de geluidbelasting van het industrielawaai ter plaatse van de gevel van (geprojecteerde) woningen bedraagt niet meer dan 55 dB(A); en c. de geluidemissie bedraagt niet meer dan 53 dB(A) per m2. 7.3.3 Beoordelingskader externe veiligheid a. Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen als beperkt kwetsbaar object of kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) geldt het volgende beoordelingskader: 1. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' wordt een vergunningaanvraag voor een beperkt kwetsbaar object en/of een kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio en kunnen burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen. 7.3.4

Beoordelingskader verkeer en parkeren

Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in lid 7.1 onder a en b geldt het volgende beoordelingskader: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de nota 'Maatwerk parkeren Middengebied 2024' van de gemeente Zuidplas of diens opvolger(s).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 30 van 90

7.3.5

Beoordelingskader huisvesting arbeidsmigranten

Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in lid 7.1 onder a geldt het volgende beoordelingskader: a. de initiatiefnemer heeft de huisvestingsbehoefte voor de (toekomstige) werknemers voor zover het arbeidsmigranten betreft in beeld gebracht; en b. de initiatiefnemer heeft aangegeven op welke wijze in een eventuele (extra) huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten is voorzien. 7.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, alsmede aan de inrichting van de openbare ruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld; b. de ruimtelijke kwaliteit; c. de verkeersveiligheid; d. het stimuleren van duurzame mobiliteit; e. de sociale veiligheid; f. de bescherming van de groenstructuur; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.5

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.1 en toestaan dat de bouwhoogte wordt verhoogd tot maximaal 25 meter ten behoeve van een reclamemast. b. Ter plaatse van de aanduiding 'silo' kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.1 en toestaan dat de bouwhoogte wordt verhoogd tot maximaal 22 meter ten behoeve van de bouw van één of meerdere silo's voor zover deze voor de bedrijfsvoering ter plaatse noodzakelijk zijn. 7.6

Specifieke gebruiksregel

7.6.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en gebouwen voor de uitoefening van detailhandel behoudens de uitoefening van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, met dien verstande dat: 1. de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit; 2. de openingstijden van de detailhandelsfunctie vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit; 3. toegang tot de detailhandelsfunctie uitsluitend mogelijk is via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit; b. een kwetsbaar object voor zover het een zeer kwetsbaar gebouw betreft. 7.6.2

Voorwaardelijke verplichting groene omzoming

Het gebruik van de gronden voor bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in 7.1 onder a is alleen toegestaan als is voorzien in een groene omzoming van het bedrijventerrein waarin binnen een zone van minimaal 30 meter vanaf de bestemmingsgrens geen gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde aanwezig zijn, geen parkeren plaatsvindt en enkel verharding ten behoeve van wegen en/of in-/uitritten aanwezig is.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 31 van 90

7.7

Afwijken van de gebruiksregels

7.7.1 Afwijken milieucategorie a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 onder a en: 1. bedrijfsmatige activiteiten toestaan die niet zijn vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. bedrijfsmatige activiteiten toestaan die behoren tot:  milieucategorie 4.1; of  ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' milieucategorie 4.2; en/of 3. bedrijfsmatige activiteiten toestaan die op kortere afstand liggen van omliggende (bedrijfs)woningen (zowel bestaande woningen als woonfuncties die planologisch mogelijk zijn); b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als: 1. de bedrijfsmatige activiteiten wat betreft milieuhinder kunnen worden gelijkgesteld met de milieuhinder van bedrijfsmatige activiteiten die zijn toegestaan op grond van lid 7.1 onder a; 2. vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; en 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het stedenbouwkundig beeld;  de woonsituatie;  de verkeersveiligheid;  de parkeergelegenheid;  de milieusituatie;  de groenstructuur; en  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.7.2 Afwijken afstand tot woningen a.

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 onder a en bedrijfsmatige activiteiten toestaan die op kortere afstand liggen van omliggende bestaande (bedrijfs)woningen en geprojecteerde woonfuncties; b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als: 1. de bedrijfsmatige activiteiten wat betreft milieuhinder kunnen worden gelijkgesteld met de milieuhinder van bedrijfsmatige activiteiten die minimaal één milieucategorie lager zijn ingedeeld; 2. per bedrijfscategorie onderstaande minimale afstand tussen de grens van de bedrijfskavel en de dichtstbijzijnde bouwmogelijkheid van de woonfunctie in acht wordt genomen: Bedrijfscategorie

Minimaal aan te houden afstand

4.2

100 meter

4.1

50 meter

3.2

30 meter

3.1

10 meter

3. vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; en 4. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het stedenbouwkundig beeld;  de woonsituatie;  de verkeersveiligheid;  de parkeergelegenheid;  de milieusituatie;  de groenstructuur; en  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 32 van 90

7.7.3

Afwijken risicovolle inrichting

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 onder p en een nieuwe risicovolle inrichting toestaan, mits: a. de 10-6 plaatsgebonden risicocontour beperkt blijft tot het eigen bouwperceel; b. een verantwoording plaatsvindt van de toename van het groepsrisico en deze door het bevoegd gezag als aanvaardbaar wordt beschouwd. 7.7.4

Afwijken transport- en distributiebedrijven

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 onder m en een transport- en/of distributiebedrijf toestaan, mits: a. de betreffende activiteit is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 2; b. geen onevenredige belasting van het omliggende verkeersnet plaatsvindt; c. minimaal 25% van het perceel wordt bebouwd; en d. het parkeren van voertuigen niet de hoofdactiviteit van het bedrijf ter plaatse is.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 33 van 90

Artikel 8 8.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg, instandhouding en (verdere) ontwikkeling van bos voor natuur, recreatie, landschap en houtteelt; b. het beweiden van gronden, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 1' en 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 2' wonen; d. ter plaatse van de aanduiding 'sport' maximaal 2 hectare aan maatschappelijke voorzieningen op het gebied van sport; e. dagrecreatie; f. groenvoorzieningen; g. water, waterhuishoudkundige voorzieningen en natuurlijke waterzuivering, waarbij geldt dat watergangen aan minimaal één zijde: 1. een taludhelling kennen tussen 1:3 en 1:7; en 2. geen harde beschoeiing is toegepast; h. in- en uitritten, voet-, fiets- en ruiterpaden en verkeers- en verblijfsgebied, voor zover de wegen geen wettelijke geluidszone kennen op basis van de Wet geluidhinder; i. nutsvoorzieningen; j. kabels en leidingen; k. verhardingen en parkeervoorzieningen; l. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 8.2

Nieuwe activiteiten alleen met vergunning

a. Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een nieuwe activiteit als genoemd in lid 8.1 onder c tot en met e te starten of een gebouw te realiseren. b. De bestemmingsplanactiviteitvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als de functie past binnen de bestemmingsomschrijving in artikel 8.1, binnen het maximum ontwikkelprogramma zoals opgenomen in artikel 30.3, waarbij in deze bestemming niet meer dan 125 woningen zijn toegestaan en uitsluitend als de aanvraag voldoet aan het in lid 8.3 vastgelegde 'beoordelingskader vergunningaanvraag'.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 34 van 90

8.3

Beoordelingskader vergunningaanvraag

8.3.1

Beoordelingskader bouwen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.2 en artikel 29 gelden voor het bouwen de volgende regels: a. voor het bouwen van gebouwen: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 1' zijn gebouwen toegestaan, waarbij geldt dat:  gebouwen met een woonfunctie tellen minimaal drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping boven het vloerpeil;  het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 1' mag voor maximaal 50% ontwikkeld worden als buitenplaats en blijft voor minimaal 50% bos;  de maximum bouwhoogte bedraagt 13 meter; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 2' zijn gebouwen toegestaan, waarbij geldt dat:  gebouwen met een woonfunctie tellen minimaal drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping boven het vloerpeil;  het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van bos - buitenplaats 2' mag volledig ontwikkeld worden als buitenplaats;  de maximum bouwhoogte bedraagt 13 meter; 3. ter plaatse van de aanduiding 'sport' zijn gebouwen toegestaan, waarbij geldt dat:  het gebied met de aanduiding 'sport' mag voor maximaal 10% worden bebouwd;  de maximum bouwhoogte bedraagt 8 meter; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen: 1.

bijbehorende bouwwerken dienen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevel van het hoofdgebouw; 2. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; 3. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; 4. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. de hoogte van lichtmasten bedraagt:  ter plaatse van de aanduiding 'sport' maximaal 15 meter;  voor het overige maximaal 8 meter; 2. de hoogte van overige sportgerelateerde bouwwerken bedraagt maximaal 8 meter; 3. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 meter; 4. de hoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 3 meter; 5. de hoogte van verkeerstekens bedraagt maximaal 7 meter; 6. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 8.3.2

Beoordelingskader geluid

Voor het oprichten van een geluidsgevoelig object geldt het volgende beoordelingskader: a. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer en railverkeer is niet hoger dan: 1. de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder; of 2. indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, kan de omgevingsvergunning worden verleend als:  de geluidbelasting niet hoger is dan een verkregen hogere waarde;  voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in het besluit tot vaststelling van die hogere waarden; en  de aanleg en instandhouding van eventuele maatregelen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de voorwaarden genoemd onder 1 en 2 zijn geborgd; b. de binnenwaarde bedraagt niet meer dan 33 dB, waarbij: 1. voor de bepaling van de benodigde gevelwering wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting op de betreffende locatie; en 2. de geluidbelasting van een weg waarop een maximale rijsnelheid van 30 km/u geldt wordt meegenomen indien deze binnen 200 meter van het geluidgevoelig object aanwezig is.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 35 van 90

8.3.3 Beoordelingskader externe veiligheid a. Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen als beperkt kwetsbaar object en/of kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) geldt het volgende beoordelingskader: 1. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' is een kwetsbaar object voor zover het een zeer kwetsbaar gebouw betreft niet toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' wordt een vergunningaanvraag voor een beperkt kwetsbaar object en/of een kwetsbaar object (voor zover het geen zeer kwetsbaar gebouw betreft) voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio en kunnen burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen. 8.3.4

Beoordelingskader verkeer en parkeren

Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in lid 8.1 onder c en d geldt het volgende beoordelingskader: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de nota 'Maatwerk parkeren Middengebied 2024' van de gemeente Zuidplas of diens opvolger(s). 8.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, alsmede aan de inrichting van de openbare ruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het stimuleren van duurzame mobiliteit; d. de bezonningssituatie; e. de sociale veiligheid; en/of f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken. 8.5

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 8.3.1 onder a, nummer 1 en een gebouw met een woonfunctie toestaan met minder dan drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping , mits: 1. minimaal een derde deel van de gebouwen met een woonfunctie in het bestemmingsvlak minimaal drie bouwlagen en/of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping kent.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 36 van 90

8.6

Specifieke gebruiksregels

8.6.1

Aan-huis-verbonden beroep

De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2. 8.6.2

Aan-huis-verbonden bedrijf

De uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2; b. als het bedrijf aan huis in een vrijstaand bijbehorende bouwwerk wordt uitgeoefend, mag de vloeroppervlakte van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter zijn dan: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk tot en met 100 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk groter dan 100 m²; c. het aan-huis-verbonden bedrijf bedrijfsactiviteiten uitvoert in categorie A van de Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging, voor zover geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is vereist; en d. het aan-huis-verbonden bedrijf niet leidt tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 8.7

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 8.6.2 onder c voor bedrijfsactiviteiten in categorie B van de Lijst van Bedrijven 'functiemenging', indien en voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden gelijk te zijn aan categorie A van de Lijst van Bedrijven 'functiemenging'.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 37 van 90

Artikel 9 9.1

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bestaande bedrijfs- en of burgerwoningen, 1. met de bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, (open) erven, brandgangen, in- en uitritten; 2. in combinatie met de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m2; b. bedrijven c.q. het uitoefenen van bestaande bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot de milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Bijlage 2; c. woon-werk combinaties, waarbij het bedrijf/ de bedrijfsactiviteit behoort tot de milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Bijlage 2; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - informatiecentrum' een informatiecentrum waar informatie wordt verschaft over de ontwikkeling zoals voorzien in dit plan; e. tuinen; f. parkeervoorzieningen; g. fiets- en voetpaden; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. kunstwerken; k. voorzieningen van openbaar nut; l.

bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 9.2.2 tot en met 9.2.4 tenzij de bestaande legale situatie op het tijdstip van inwerkingtreding ter van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 38 van 90

9.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 80% worden bebouwd: c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 10 meter; d. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal 7 meter; e. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter; f. het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het aantal woningen dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; g. de inhoud van een woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen, maximaal 750 m³; h. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens; i. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter; j. het maximaal gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bedraagt 300 m2 danwel 10% meer dan het bestaande oppervlak ten tijde van de ter visie legging van het ontwerp van het plan; k. de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op minimaal 3 meter achter de (verlengde) voorgevel(rooilijn) van de woning op het betreffende bouwperceel; l. de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen en de afstand tussen bedrijfsgebouw en woning dient minimaal 2,5 meter te bedragen. 9.2.3

Bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. met inachtneming van het bepaalde in sub a dienen de bijbehorende bouwwerken gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning. 9.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3 meter.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 39 van 90

9.3

Specifieke gebruiksregels

9.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. het gebruik van delen van de woning en bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. uitoefening van handel (inclusief detailhandel), nijverheid en dienstverlening (zoals kantoren, horeca, administratieve en publieksgerichte dienstverlening), een beroepsmatige activiteit in een woning daaronder niet begrepen; d. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks; e. verkooppunten voor motorbrandstoffen; f. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter; g. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; h. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; i. seksinrichtingen; j. opslag en verkoop van vuurwerk; k. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden). 9.4

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 onder b en c en bedrijven toestaan, die niet zijn vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als: 1. de bedrijven wat betreft milieuhinder vergelijkbaar zijn met bedrijven in milieucategorie 1 of 2; 2. vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; en 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het stedenbouwkundig beeld;  de woonsituatie;  de verkeersveiligheid;  de parkeergelegenheid;  de milieusituatie;  de groenstructuur; en  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 40 van 90

Artikel 10 10.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet-, fiets- en ruiterpaden; c. kruisende wegen d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen en -voor zover geen sprake is van constructies- natuurlijke waterzuivering, waarbij geldt dat watergangen aan minimaal één zijde: 1. een taludhelling kennen tussen 1:3 en 1:7; en 2. geen harde beschoeiing is toegepast; e. objecten van beeldende kunst; f. speelplaatsen, speelvoorzieningen en speeltoestellen; g. bruggen en overige kunstwerken; h. dijken, taluds, dammen en/of duikers; i. hondenuitlaatplaatsen; j. in- en uitritten; k. voorzieningen van openbaar nut; l. de landschappelijke inpassing van infrastructuur; m. ontsluitingen ten behoeve van calamiteitenverkeer; n. bermen, bermsloten en greppels; o. (boom)beplanting en overig groen; p. verhardingen; q. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - afsluiterlocatie' een afsluiterlocatie ten behoeve van een gastransportleiding; s. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut zijn toegestaan; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; en c. de oppervlakte van een voorziening van openbaar nut bedraagt maximaal 50 m². 10.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: 1. maximaal 8 meter voor (licht)masten, wegwijzers, verkeerstekens, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen; 2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten; 3. maximaal 6 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen; 4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 41 van 90

10.3

Gebruiksregels

10.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. een (jongeren) ontmoetingsplaats; e. woondoeleinden; f. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; g. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 42 van 90

Artikel 11 11.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en (verdere) ontwikkeling van een ecologische verbindingszone met natuurwaarden alsmede het behoud, de bescherming en het herstel ervan; b. (boom)beplanting en overige groenvoorzieningen, bermen, bermsloten en greppels; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waarbij geldt dat watergangen aan minimaal één zijde: 1. een taludhelling kennen tussen 1:3 en 1:7; en 2. geen harde beschoeiing is toegepast; d. fiets- en voetpaden. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 11.2.2 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 11.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2,5 meter voor terreinafscheidingen; 2. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.3

Gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het opslaan, opgeslagen houden, en storten of lozen van mest en/of andere landbouwproducten; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 43 van 90

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 11.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verharden of halfverharden van wegen of paden; b. het verwijderen van houtopstanden; c. het ophogen, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van de bodem; d. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie,- of communicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het graven, dempen of afdammen van sloten, het aanleggen van drainage, het aanbrengen van kades of het verwijderen ervan dan wel andere activiteiten die (mede) ten doel hebben het veranderen van de waterhuishouding. 11.4.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 11.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; of c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

11.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 11.4.1 kan worden verleend als: a. de werken of werkzaamheden of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en de natuurlijke waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; en b. vooraf schriftelijk advies is gevraagd bij een ecologisch deskundige.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 44 van 90

Artikel 12 12.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, waaronder begrepen busbanen, inclusief de daarbij behorende vluchtstroken, in- en uitvoegstroken en rotondes, met tevens een functie van ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden; b. ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone' de aanleg en (verdere) ontwikkeling van een ecologische verbindingszone (inclusief een ecologische voorziening) met natuurwaarden alsmede het behoud, de bescherming en het herstel ervan; c. voet- en fietspaden, in- en uitritten; d. bermen en groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. natuur en ecologische voorzieningen; g. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. geluidwerende voorzieningen en geluidreducerende maatregelen; j. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten; k. voorzieningen van openbaar nut; l. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen; m. verhardingen; n. dammen en/of duikers; o. straatmeubilair; p. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Algemeen Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 12.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3 meter; b. het oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 25 m2 per gebouw. 12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 20 meter; b. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 10 meter; c. de hoogte van verkeerstekens bedraagt maximaal 7 meter; d. de hoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 5 meter; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 45 van 90

12.3

Specifieke gebruiksregels

12.3.1 Voorwaardelijke verplichting ecologische verbindingszone Het in gebruik nemen van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone' als weg is alleen toegestaan als is voorzien in een ecologische voorziening die passage van de weg mogelijk maakt voor de doelsoorten behorende bij de 'moeras- en schraallandverbinding' Krimpenerwaard-Bentwoud zoals omschreven in de '(herziene) nota ecologische verbindingen in de provincie Zuid-Holland' uit 2017 van de provincie Zuid-Holland. 12.3.2 Voorwaardelijke verplichting geluidreducerend asfalt a. Het in gebruik nemen van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 1' als weg is alleen toegestaan als de deklaag van de weg bestaat uit geluidreducerend asfalt van het type 'Steenmastiekasfalt (SMA) 0/5' of een asfalttype met een gelijke of grotere geluidreductie. b. Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 2' als weg met een verkeersintensiteit van meer dan 7.500 motorvoertuigen per etmaal (op werkdagen) is alleen toegestaan als de deklaag van de weg bestaat uit geluidreducerend asfalt van het type 'Dunne deklaag type A' of een asfalttype met een gelijke of grotere geluidreductie.

12.3.3 Voorwaardelijke verplichting hogere waarden Wet geluidhinder Het in gebruik nemen van de gronden ter plaatse van de Nieuwe Dwarsweg (zuidwestelijke gebiedsontsluitingsweg) als weg is alleen toegestaan als voldaan is aan de voor deze weg geldende voorwaarden zoals opgenomen in het 'Besluit hogere waarden Wet geluidhinder' behorende bij dit plan. 12.3.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 46 van 90

Artikel 13 13.1

Verkeer - Langzaam verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Langzaam verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voet- en fietspaden, in- en uitritten; b. bestemmingsverkeer en hulpdiensten; c. tijdelijk bouwverkeer; d. bermen en groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. natuur en ecologische voorzieningen; g. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. geluidwerende voorzieningen en geluidreducerende maatregelen; j. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten; k. voorzieningen van openbaar nut; l. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen; m. verhardingen; n. dammen en/of duikers; o. straatmeubilair; p. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 13.2

Bouwregels

13.2.1 Algemeen Op de in lid 13.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 13.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3 meter; b. het oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 25 m2 per gebouw. 13.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 20 meter; b. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 10 meter; c. de hoogte van verkeerstekens bedraagt maximaal 7 meter; d. de hoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 5 meter; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 47 van 90

13.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 48 van 90

Artikel 14 14.1

Verkeer - Railverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen; b. spoorwegovergangen; c. spoorwegvoorzieningen; d. bruggen, viaducten en overige kunstwerken; e. (kruisende) wegen, paden, in- en uitritten; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, g. geluidwerende voorzieningen; h. voorzieningen van openbaar nut; i. bermen en groenvoorzieningen; j. bouwwerken, werken en werkzaamheden, infiltratievoorzieningen, infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder mede begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Algemeen Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 14.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3 meter; b. het oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 25 m2 per gebouw. 14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van portalen, seinen, voorzieningen ten behoeve van verkeersgeleiding en verkeerstekens bedraagt maximaal 15 meter; b. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 10 meter; c. de hoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 5 meter; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter. 14.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 49 van 90

Artikel 15 15.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterlopen en waterberging; c. de aan- en afvoer van oppervlaktewater, met bijbehorende voorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. voet- en fietspaden; f. kruisende wegen; g. voorzieningen van openbaar nut; h. extensieve recreatie met bijbehorende voorzieningen; i. vlonders en steigers; j. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 15.2

Bouwregels

15.2.1 Algemeen Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 15.2.2 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 15.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter. 15.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, alsmede aan de inrichting van de openbare ruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld; b. de ruimtelijke kwaliteit; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de bescherming van de groenstructuur; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de waterkwaliteit en ecologie.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 50 van 90

Artikel 16 16.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' tevens voor een kantoor en bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Bijlage 2; c. voorzieningen die bij de bestemming horen zoals parkeervoorzieningen, tuinen, erven, groen- en watervoorzieningen en nutsvoorzieningen; d. bouwwerken, werken en werkzaamheden die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 16.2.2 tot en met 16.2.4 tenzij de bestaande legale situatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing. 16.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het aantal woningen dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, tenzij met een aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een ander maximum aantal wooneenheden is aangegeven; b. per bouwperceel en hoofdgebouw is maximaal 1 woning toegestaan. Splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een tweede woning en/of splitsing van een woning zijn niet toegestaan. De bestaande situatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan geldt als uitgangspunt, tenzij met een aanduiding een ander maximum aantal wooneenheden is aangegeven; c. de inhoud van een woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken, maximaal 750 m³, in afwijking van het hiervoor bepaalde geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de inhoud van de woning méér mag bedragen dan 750 m3 tot maximaal de inhoud van de bestaande woning; d.

de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; e. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens; f. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter aan beide zijden; 2. bij halfvrijstaande woningen 2 meter aan één zijde; g. de goothoogte van een woning bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte'; of 2. maximaal 7 meter indien de aanduiding 'maximum goothoogte ontbreekt; h. de bouwhoogte van een woning bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangeven met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum bouwhoogte' ontbreekt.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 51 van 90

16.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. met inachtneming van het bepaalde in sub a dienen de bijbehorende bouwwerken gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevel van het hoofdgebouw; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning; f. in aanvulling op het bepaalde onder e mogen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tevens worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken en overkappingen. 16.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3 meter. 16.3

Specifieke gebruiksregels

16.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. het gebruik van delen van de woning en bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks; d. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter; e. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. seksinrichtingen; h. opslag en verkoop van vuurwerk; i. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden). 16.3.2 Aan-huis-verbonden beroep De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1.

40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 52 van 90

16.3.3 Aan-huis-verbonden bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2; b. als het bedrijf aan huis in een vrijstaand bijbehorende bouwwerk wordt uitgeoefend, mag de vloeroppervlakte van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter zijn dan: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk tot en met 100 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk groter dan 100 m2; c. het aan-huis-verbonden bedrijf, bedrijfsactiviteiten uitvoert in categorie A van de Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging, voor zover geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is vereist; en d. het aan-huis-verbonden bedrijf niet leidt tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 16.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 16.3.3 onder c voor bedrijfsactiviteiten in categorie B van de Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging, indien en voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden gelijk te zijn aan categorie A van de Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging; b. lid 16.3.1 onder b ten behoeve van het gebruik van een bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte, mits: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; 2. het gebruik geen onevenredige aantasting van het woongenot van omwonenden oplevert, noch leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van naburige bedrijven; 3. de afhankelijke woonruimte binnen de bebouwingsregeling als bedoeld in lid 16.2 wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 70 m²; 4. mantelzorg aantoonbaar van tijdelijke aard is en dat de aanpassingen omkeerbaar moeten zijn; 5. burgemeester en wethouders stellen bij de omgevingsvergunning nadere eisen die gericht zijn op eindigheid en het vervallen van de omgevingsvergunning, zodra de bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 53 van 90

Artikel 17 17.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor Woongebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, tiny house of woonwagen, eventueel met een aan-huis-verbonden beroep, aan-huis-verbonden bedrijf, waarbij geldt dat woonwagens in maximaal 3 clusters van minimaal 2 en maximaal 3 woonwagen per cluster zijn toegestaan; b. maatschappelijke voorzieningen, waarbij geldt dat maximaal 50% van het ontwikkelprogramma voor maatschappelijke voorzieningen dat in lid 30.3 is opgenomen buiten de aanduiding 'centrum' is toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'centrum' is tevens toegestaan: 1. commerciële dienstverlening en commerciële leisure/sport; 2. supermarkten; 3. overige detailhandel in de branches dagelijks aanbod en (hoogfrequente) niet-dagelijkse detailhandel; 4. horeca tot maximaal categorie 3 zoals opgenomen in de Staat van horeca-activiteiten; 5. bedrijven tot en met categorie A, zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging; waarbij geldt dat de functies genoemd onder 2 en 3 alleen geconcentreerd in één centrumcluster zijn toegestaan; d. verkeers- en verblijfsgebied, voor zover de wegen geen wettelijke geluidszone kennen op basis van de Wet geluidhinder; e. parkeervoorzieningen al dan niet in de vorm van mobiliteitshubs; f. groenvoorzieningen; g.

water, waterhuishoudkundige voorzieningen en natuurlijke waterzuivering, waarbij geldt dat watergangen aan minimaal één zijde: 1. een taludhelling kennen tussen 1:3 en 1:7; en 2. geen harde beschoeiing is toegepast; h. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 17.2

Nieuwe activiteiten en voorzieningen alleen met vergunning

a. Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een nieuwe activiteit als genoemd in lid 17.1 onder a tot en met c te starten of een voorziening te realiseren. b. De bestemmingsplanactiviteitvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als de functie past binnen de bestemmingsomschrijving in artikel 17.1, binnen het maximum ontwikkelprogramma zoals opgenomen in lid 30.3 en uitsluitend als de aanvraag voldoet aan het in lid 17.3 vastgelegde 'beoordelingskader vergunningaanvraag'. 17.3

Beoordelingskader vergunningaanvraag

17.3.1 Beoordelingskader bouwen In aanvulling op het bepaalde in Artikel 29 gelden voor het bouwen de volgende regels: a. voor het bouwen van gebouwen: 1. gebouwen met een woonfunctie tellen minimaal drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping boven het vloerpeil; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 13 meter en het maximum aantal bouwlagen betreft 4, met uitzondering van gebouwen in een zone van:  50 meter van de bestemming 'Wonen'; en/of  175 meter afstand van de as van de Middelweg, Bredeweg, Knibbelweg en/of Derde Tochtweg; waar de maximum bouwhoogte 10 meter bedraagt en het maximum aantal bouwlagen 3;

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 54 van 90

3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - 2' is het bouwen van gebouwen toegestaan als minimaal 1.500 woningen ter plaatse van de gronden binnen het plangebied met de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - 1' tezamen gerealiseerd danwel in aanbouw zijn; 4. het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit wonen is toegestaan als voorzien is in een adequate ontsluiting, waarbij geldt dat:  bij 1.500 woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ontsluiting 1' en de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting 2' een ontsluitingsweg is gerealiseerd;  bij 4.500 woningen of meer ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting 3' eveneens een ontsluitingsweg is gerealiseerd;  ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - nieuwe ontsluiting' een ontsluiting is gerealiseerd naar de Groene Slinger of -voor zover de bestemming 'Woongebied' direct grenst aan de Nieuwe Knibbelweg- naar de Nieuwe Knibbelweg; 5. voor het bouwen van een hoofdgebouw geldt dat:  de afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen bij vrijstaand minimaal 2 meter bedraagt;  de afstand tot één zijdelingse perceelsgrens bij twee aaneen minimaal 2 meter bedraagt;  de afstand tot de bestemming 'Wonen' minimaal 5 meter bedraagt; 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002692/1