CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 – Regels, versie 29 maart 2024 A24.000167

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 128.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

voor het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit wonen geldt dat de bebouwingsdiepte niet meer bedraagt dan:  15 meter voor vrijstaand en gestapeld;  12 meter voor twee aaneen;  10 meter voor aaneengebouwd; 7. voor het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit wonen geldt dat de woningdichtheid binnen de bestemming Woongebied:  ter plaatse van de aanduiding 'centrum' niet minder bedraagt dan 30 woningen per hectare en niet meer dan 50 woningen per hectare;  voor de overige gronden niet minder dan 20 woningen per hectare en niet meer dan 40 woningen per hectare; 8. voor het bouwen van een woonwagen geldt dat deze geconcentreerd in maximaal drie clusters worden gerealiseerd, waarbij per cluster minimaal 2 woonwagens en maximaal 3 woonwagens gerealiseerd worden. 9. voor het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit wonen geldt buiten de gronden met de aanduiding 'centrum' dat het hoofdgebouw in een compacte woonbuurt van maximaal 400 woningen gerealiseerd wordt; b. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen: 1. bijbehorende bouwwerken dienen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw; 2. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; 3. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; 4.

de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter, waarbij geldt dat erfafscheidingen die aan de openbare ruimte (waaronder begrepen openbaar water) grenzen zijn uitgevoerd als natuurlijke erfafscheiding; 2. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; 3. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 6 meter; 4. de hoogte van lichtmasten in de openbare ruimte bedraagt maximaal 12 meter; 5. de hoogte van verkeerstekens in de openbare ruimte bedraagt maximaal 7 meter; 6. de hoogte van kunstwerken in de openbare ruimte bedraagt maximaal 5 meter; 7. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter;

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 55 van 90

17.3.2 Beoordelingskader geluid Voor het oprichten van een geluidsgevoelig object geldt het volgende beoordelingskader: a. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer en railverkeer is niet hoger dan: 1. de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder; of 2. indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, kan de omgevingsvergunning worden verleend als:  de geluidbelasting niet hoger is dan een verkregen hogere waarde;  voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in het besluit tot vaststelling van die hogere waarden; en  de aanleg en instandhouding van eventuele maatregelen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de voorwaarden genoemd onder 1 en 2 zijn geborgd; b. de binnenwaarde bedraagt niet meer dan 33 dB, waarbij: 1. voor de bepaling van de benodigde gevelwering wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting op de betreffende locatie; en 2. de geluidbelasting van een weg waarop een maximale rijsnelheid van 30 km/u geldt wordt meegenomen indien deze binnen 200 meter van het geluidgevoelig object aanwezig is. 17.3.3 Beoordelingskader externe veiligheid a. Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen als beperkt kwetsbaar object en/of kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) geldt het volgende beoordelingskader: 1.

ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' is een kwetsbaar object voor zover het een zeer kwetsbaar gebouw betreft niet toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' wordt een vergunningaanvraag voor een beperkt kwetsbaar object en/of een kwetsbaar object (voor zover het geen zeer kwetsbaar gebouw betreft) voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio en kunnen burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen. 17.3.4 Beoordelingskader verkeer en parkeren Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in lid 17.1 onder a tot en met c geldt het volgende beoordelingskader: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de nota 'Maatwerk parkeren Middengebied 2024' van de gemeente Zuidplas of diens opvolger(s). 17.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, alsmede aan de inrichting van de openbare ruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het stimuleren van duurzame mobiliteit; d. de bezonningssituatie; e. de klimaatadaptatie; f. de sociale veiligheid; en/of g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 56 van 90

17.5

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 17.3.1 onder a, nummer 1 en een gebouw met een woonfunctie toestaan met minder dan drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping, mits: 1. minimaal een derde deel van de gebouwen met een woonfunctie in het bestemmingsvlak minimaal drie bouwlagen en/of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping kent; b. artikel 17.3.1 onder a, nummer 2 en een gebouw toestaan met een hogere bouwhoogte, mits: 1. het stedenbouwkundig karakter van het gebied niet aangetast wordt, waarbij in ieder geval het hoogteverschil tussen twee buurpanden niet meer dan twee bouwlagen bedraagt; 2. het aantal bouwlagen niet meer dan 6 bedraagt; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 20 meter; 4. maximaal 30% van de gebouwen hoger is dan 13 meter; 5. het grondvlak van de bebouwing niet meer bedraagt dan 45 meter bij 30 meter; 6. het woon- en leefklimaat van aangrenzende percelen niet onevenredig aangetast wordt; 7. het gebouw op minimaal 50 meter afstand van de bestemming 'Wonen' is voorzien; en 8. het gebouw op minimaal 175 meter afstand van de as van de Middelweg, Bredeweg, Knibbelweg en/of Derde Tochtweg is voorzien; c. artikel 17.3.1 onder a, nummer 2 en ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen 8' een gebouw toestaan met een hogere bouwhoogte, mits: 1.

het stedenbouwkundig karakter van het gebied niet aangetast wordt; 2. het aantal bouwlagen niet meer dan 8 bedraagt; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 26 meter; 4. maximaal 30% van de gebouwen hoger is dan 13 meter; 5. maximaal 10 gebouwen hoger zijn dan 6 bouwlagen; 6. het grondvlak van de bebouwing niet meer bedraagt dan 40 meter bij 25 meter; 7. in een zone van 100 meter rondom een gebouw geen ander gebouw aanwezig is met meer dan 6 bouwlagen; 8. in een zone van 25 meter rondom een gebouw van meer dan 6 bouwlagen geen andere bebouwing aanwezig is en uit een inrichtingsschets blijkt dat hier ook geen andere bebouwing zal worden gerealiseerd; en 9. het woon- en leefklimaat van aangrenzende percelen niet onevenredig aangetast wordt; d. artikel 17.3.1 onder a, nummer 2 en ter plaatse van de aanduiding 'centrum' maximaal één gebouw toestaan met een hogere bouwhoogte, mits: 1. het een iconisch gebouw betreft, met een alzijdige oriëntatie, dat functioneert als stedenbouwkundig landmark/oriëntatiepunt in het centrum; 2. het aantal bouwlagen niet meer dan 8 bedraagt; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 35 meter, waarbij geldt dat het grondvlak van de bebouwing hoger dan 26 meter maximaal 100 m2 bedraagt; en 4. het woon- en leefklimaat van aangrenzende percelen niet onevenredig aangetast wordt; e.

artikel 17.3.2 onder a, nummer 1 en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' een kwetsbaar object in de vorm van een zeer kwetsbaar gebouw wordt gerealiseerd, mits: 1. vooraf advies is verkregen van de veiligheidsregio; en 2. de veiligheidssituatie aanvaardbaar wordt bevonden, waarbij burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen kunnen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 57 van 90

17.6

Specifieke gebruiksregels

17.6.1 Aan-huis-verbonden beroep De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2. 17.6.2 Aan-huis-verbonden bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf in samenhang met wonen is uitsluitend toegestaan indien: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter is dan een derde deel van het vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot en met 150 m2; of 2. 60 m2 bij een vloeroppervlakte van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken van meer dan 150 m2; b. als het bedrijf aan huis in een vrijstaand bijbehorende bouwwerk wordt uitgeoefend, mag de vloeroppervlakte van een aan-huis-verbonden bedrijf niet groter zijn dan: 1. 40 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk tot en met 100 m2; of 2.

60 m2 bij een vloeroppervlakte van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk groter dan 100 m²; c. het aan-huis-verbonden bedrijf bedrijfsactiviteiten uitvoert in categorie A van de Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging voor zover geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is vereist; en d. het aan-huis-verbonden bedrijf niet leidt tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 17.7

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 17.6.2 onder c voor bedrijfsactiviteiten in categorie B van de Lijst van Bedrijven 'functiemenging', indien en voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden gelijk te zijn aan categorie A van de Lijst van Bedrijven 'functiemenging'.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 58 van 90

Artikel 18 18.1

Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig

Voorlopige bestemming

Op de voor 'Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig' aangewezen gronden geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden' zoals opgenomen in artikel 5. 18.2

Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

De voorlopige bestemming als bedoeld in lid 18.1 geldt tot 1 januari 2033. 18.3

Definitieve bestemming

Op de voor 'Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig' aangewezen gronden, geldt, na het verstrijken van de geldigheidstermijn als bedoeld in lid 18.2, de bestemming 'Bedrijventerrein' zoals opgenomen in artikel 7. 18.4

Afwijken

Met een omgevingsvergunning kan het college van burgemeester en wethouders tijdelijk afwijken van het bepaalde in lid 18.2 en lid 18.3 en toestaan dat het gebruik mogelijk is op grond van de voorlopige bestemming zoals is bepaald in lid 18.1 ook na 1 januari 2033 kan worden voortgezet tot maximaal 10 jaar na vaststelling van dit plan.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 59 van 90

Artikel 19 19.1

Bedrijventerrein - Wonen voorlopig

Voorlopige bestemming

Op de voor 'Bedrijventerrein - Wonen voorlopig' aangewezen gronden geldt de bestemming 'Wonen' zoals opgenomen in artikel 16. 19.2

Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

De voorlopige bestemming als bedoeld in lid 19.1 geldt tot 1 januari 2033. 19.3

Definitieve bestemming

Op de voor 'Bedrijventerrein - Wonen voorlopig' aangewezen gronden, geldt, na het verstrijken van de geldigheidstermijn als bedoeld in lid 19.2, de bestemming 'Bedrijventerrein' zoals opgenomen in artikel 7. 19.4

Afwijken

Met een omgevingsvergunning kan het college van burgemeester en wethouders tijdelijk afwijken van het bepaalde in lid 19.2 en lid 19.3 en toestaan dat het gebruik mogelijk is op grond van de voorlopige bestemming zoals is bepaald in lid 19.1 ook na 1 januari 2033 kan worden voortgezet tot maximaal 10 jaar na vaststelling van dit plan.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 60 van 90

Artikel 20 20.1

Bos - Voorlopig 1

Voorlopige bestemming

Op de voor 'Bos - Voorlopig 1' aangewezen gronden geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden' zoals opgenomen in artikel 5. 20.2

Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

De voorlopige bestemming als bedoeld in lid 20.1 geldt tot 1 januari 2033. 20.3

Definitieve bestemming

Op de voor 'Bos - Voorlopig 1' aangewezen gronden, geldt, na het verstrijken van de geldigheidstermijn als bedoeld in lid 20.2, de bestemming 'Bos' zoals opgenomen in artikel 8. 20.4

Afwijken

Met een omgevingsvergunning kan het college van burgemeester en wethouders tijdelijk afwijken van het bepaalde in lid 20.2 en lid 20.3 en toestaan dat het gebruik zoals mogelijk is op grond van de voorlopige bestemming zoals is bepaald in lid 20.1 ook na 1 januari 2033 kan worden voortgezet tot maximaal 10 jaar na vaststelling van dit plan.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 61 van 90

Artikel 21 21.1

Leiding - Brandstof

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding - Brandstof’ aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse brandstofleiding(en) (inclusief voorzieningen) met de daarbij horende belemmeringenstrook. 21.2

Bouwregels

a. In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 21.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Brandstof' mogen worden gebouwd; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter. 21.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf een schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de leidingen. 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Brandstof' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlaging, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen ten behoeve de gasleiding; h.

het verrichten van grondroeractiviteiten, zoals het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage anders dan normaal spit- en ploegwerk; i. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; j. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; of k. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 62 van 90

21.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 21.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; of c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 21.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 21.4.1 kan worden verleend als: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; en b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder. 21.5

Wijzigingsbevoegdheid

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming ‘Leiding - Brandstof’ te wijzigen door de bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming ‘Leiding - Brandstof’ te verkleinen en/of te verwijderen met inachtneming van het bepaalde in lid 21.5 onder b; b. de wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast: 1. voor verwijdering: als de leiding definitief is verwijderd; 2. voor verkleining: als de leiding niet is verwijderd, mits:  geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; en  na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 63 van 90

Artikel 22 22.1

Leiding - Buisleiding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Buisleiding' aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstrook; b. een mogelijke toekomstige aanleg van infrastructuur ten behoeve van ondergrondse buisleidingen. 22.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 22.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Buisleiding' mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 22.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; b. de mogelijkheden voor de ontwikkeling van toekomstige leidingen niet beperkt; c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder; en d. de bebouwing geen kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) betreft. 22.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van scholen en/of schoolpleinen. 22.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Buisleiding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; of e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 64 van 90

22.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 22.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; of d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 22.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 23.5.1 kan worden verleend als: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden; en b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder omtrent de vraag welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 65 van 90

Artikel 23 23.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 23.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 23.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Gas' mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 23.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: 1. de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; 2. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant; en 3. de bebouwing geen kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) betreft. b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: 1. de leiding ter plaatse niet langer in gebruik is. 23.4

Specifieke gebruiksregels

23.4.1 Voorwaardelijke verplichting diepteligging Het in gebruik nemen van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'diepte 10 meter' ten behoeve van een gasleiding is alleen toegestaan als de gasleiding minimaal 10 meter onder maaiveld ligt. 23.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van scholen en/of schoolpleinen.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 66 van 90

23.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 23.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 23.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; of d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

23.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 23.5.1 kan worden verleend als: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden; en b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder omtrent de vraag welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. 23.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Leiding - Gas' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, als: a. ter plaatse geen leiding meer in gebruik is.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 67 van 90

Artikel 24 24.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse rioolpersleiding (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende beschermingszone. 24.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 24.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Riool' mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. 24.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken beheerder van de leiding. 24.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de rioolleiding. 24.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 24.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 24.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b.

die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; of d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 68 van 90

24.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 24.5.1 kan worden verleend als: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de leiding niet schaden; en b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende beheerder van de leiding.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 69 van 90

Artikel 25 25.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse waterleiding (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende beschermingszone. 25.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 25.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Water' mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. 25.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken beheerder van de leiding. 25.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de waterleiding. 25.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 25.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 25.5.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b.

die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; of d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 70 van 90

25.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 25.5.1 kan worden verleend als: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden het functioneren, het onderhoud en de veiligheid van de leiding niet schaden; en b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende beheerder van de leiding.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 71 van 90

Artikel 26 26.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 26.2

Bouwregels

Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van niet meer dan 100 m2; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 26.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 72 van 90

26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,3 meter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; of e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur. 26.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 26.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte beslaan van niet meer dan 100 m2; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d.

ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 26.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 26.4.1 kan worden verleend als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. 26.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, als: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse géén archeologische waarden aanwezig zijn en de gronden daarom géén bescherming behoeven; b. de archeologische waarden in voldoende mate zijn opgegraven en/of gedocumenteerd.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 73 van 90

Artikel 27 27.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 27.2

Bouwregels

Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 3 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 27.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 74 van 90

27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 3 meter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; of e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur. 27.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 27.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte beslaan van niet meer dan 1.000 m 2; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d.

ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 27.4.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 27.4.1 kan worden verleend als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. 27.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, als: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse géén archeologische waarden aanwezig zijn en de gronden daarom géén bescherming behoeven; b. de archeologische waarden in voldoende mate zijn opgegraven en/of gedocumenteerd.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 75 van 90

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 28

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 76 van 90

Artikel 29 29.1

Algemene bouwregels

Gebouwen

29.1.1 Algemeen beoordelingskader bouwen Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend op de gronden met de bestemming 'Agrarisch - Energielandschap', 'Bedrijventerrein', 'Bos', 'Woongebied' en/of 'Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig', kan deze alleen worden verleend als: a. het risico op wateroverlast wordt beperkt doordat het vloerpeil bij woningen: 1. minimaal 0,2 m boven het omliggende maaiveld is; en 2. nooit lager dan NAP -4,45 meter; b. de veiligheid bij een overstroming of wateroverlast wordt vergroot doordat: 1. een gebouw met een woonfunctie van ten minste drie bouwlagen of twee bouwlagen en een bewoonbare kapverdieping op de derde verdieping een vluchtmogelijkheid naar buiten heeft, zoals een dakraam, luik of deur, met een minimale afmeting van 0,85 meter bij 0,85 meter; c. er geen intensieve veehouderij meer plaatsvindt op het perceel aan de Zuidelijke Dwarsweg 17 te Zevenhuizen en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten, behalve als het een bouwplan betreft ten behoeve van (gedeeltelijke) verplaatsing van het bestaande bedrijf aan de Zuidelijke Dwarsweg 17 te Zevenhuizen; d. voor een bouwplan dat voorziet in een woonfunctie op de gronden met de bestemming 'Woongebied', de afsluitergroep van de gasinstallatie langs de Vierde Tocht is aangepast; e.

de gronden met de bestemming 'Leiding - Buisleiding' geïsoleerd zijn, waarbij is voorzien in een fysieke afscherming waardoor deze gronden niet zonder meer toegankelijk zijn voor zwaar materiaal zoals graafmachines; f. bij gebouwen voldoende duurzame energie wordt opgewekt, waarbij geldt dat: 1. minimaal 50% van het dakvlak van het gebouw wordt voorzien van zonnepanelen; en 2. het opgestelde vermogen minimaal 210 Wattpiek (Wp) per m2 zonnepaneel bedraagt; g. de omgevingsvergunning evenredig bijdraagt zodat voldoende betaalbare woningen worden gerealiseerd, waarbij geldt dat van de woningen minimaal: 1. 30% wordt ontwikkeld als sociale huurwoning; 2. 7% wordt ontwikkeld als betaalbare koopwoning en/of middenhuurwoning; 3. 13% wordt ontwikkeld als middeldure lage koopwoning I en/of middeldure lage koopwoning II; h. de mechanische ventilatie in gebouwen handmatig te bedienen is in verband met externe veiligheid; i. binnen het plangebied is voorzien in voldoende oppervlaktewater, waarbij geldt dat een wateroppervlak ter grootte van minimaal 10% van het ontwikkelde deel van het plangebied dient te zijn of worden ingericht als oppervlaktewater; j. binnen het plangebied is voorzien in voldoende (openbaar) groen, waarbij geldt dat een onverhard oppervlak van minimaal 30% van het ontwikkelde deel van het plangebied dient te zijn of worden ingericht als onverhard terrein; k.

voor het bouwen van een beperkt kwetsbaar object en/of kwetsbaar object (een zeer kwetsbaar gebouw daaronder begrepen) geldt het volgende beoordelingskader: 1. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' is een kwetsbaar object voor zover het een zeer kwetsbaar gebouw betreft niet toegestaan, tenzij:  de relevante gasleiding ter plaatse is voorzien van de aanduiding 'diepte 10 meter'; en  het college melding maakt bij de veiligheidsregio van het zeer kwetsbare gebouw binnen de veiligheidszone;

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 77 van 90

2. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' wordt een vergunningaanvraag voor een beperkt kwetsbaar object en/of een kwetsbaar object (voor zover het geen zeer kwetsbaar gebouw betreft) voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio, tenzij de relevante gasleiding ter plaatse is voorzien van de aanduiding 'diepte 10 meter'; en kunnen burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen; l. sprake is van een samenhangende en passende stedenbouwkundige opzet en een stedenbouwkundig supervisor advies heeft uitgebracht; m. voor een bouwplan op de gronden met de bestemming 'Bos' en/of 'Woongebied' geen sprake is van onaanvaardbare hinder vanuit bedrijfsactiviteiten en de nieuwe bebouwing geen onevenredige aantasting oplevert van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, hieraan wordt voldaan als: 1. het bedrijfsactiviteiten betreft die zijn opgenomen in categorie A van Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging; of 2.

bij andere bedrijfsactiviteiten:  voldoende afstand is aangehouden tussen de woonfunctie en de bedrijfsactiviteiten conform de methodiek van de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009; of  uit onderzoek blijkt dat de feitelijke hinder van de bedrijfsactiviteiten de woonfunctie niet raakt en hierover vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; n. voor een bouwplan dat voorziet in een woonfunctie voldaan wordt aan de vuistregel 3 - 30 300 danwel uit een inrichtingsschets blijkt dat hier aan zal worden voldaan; o. maatregelen ter verbetering van de verkeersafwikkeling zijn genomen, bij: 1. de aansluiting op de A20 alvorens meer dan 4.000 woningen vergund worden; 2. de aansluiting op de A12 alvorens meer dan 5.000 woningen vergund worden; en p. voor een bouwplan dat voorziet in een woonfunctie ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - trillingshinder spoor' uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden voor 'Wonen in nieuwe situatie', zoals bedoeld in de SBR-richtlijn, niet worden overschreden.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 78 van 90

29.1.2 Afwijking algemeen beoordelingskader bouwen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. lid 29.1.1 onder a en een lager vloerpeil toestaan als door de specifieke bouwvorm het risico op wateroverlast afdoende is beperkt; b. lid 29.1.1 onder d en bebouwing toestaan als de afsluitergroep van de gasinstallatie nog niet is aangepast als dat gelet op de beoogde functie en de afstand tot de betreffende gasinstallatie uit oogpunt van externe veiligheid verantwoord is; c. lid 29.1.1 onder f en toestaan dat bij bedrijven een lager percentage van het dakvlak wordt voorzien van zonnepanelen, mits is voorzien in een alternatieve manier om een vergelijkbare hoeveelheid duurzame energie op te wekken; d. lid 29.1.1 onder g en lagere percentages toestaan, mits naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders voldoende zekerheid bestaat dat de onderdelen waarin een omgevingsvergunning tekortschiet in een ander deel van het plangebied gecompenseerd worden; ; e. lid 29.1.1 onder i en een lager percentage toestaan, indien op basis van een waterhuishoudingsplan vaststaat dat er voldoende maatregelen zijn genomen om een bui van 200 mm te bergen voor een periode van 48 uur en een positief advies is ontvangen van de waterbeheerder; f.

lid 29.1.1 onder n en een afwijking van de vuistregel 3 - 30 - 300 toestaan als minimaal 90% van de woningen wel voldoet aan de vuistregel en als voor het plangebied als geheel voldaan wordt aan de vuistregel van 30% bladerdek; g. lid 29.1.1 onder p en toestaan dat wordt afgeweken van de streefwaarden voor 'Wonen in nieuwe situatie' zoals bedoeld in de SBR-richtlijn, als: 1. alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om trillingssterkte te verminderen worden getroffen; en 2. uit een dynamische berekening blijkt dat tenminste de streefwaarden voor 'Wonen in bestaande situatie', zoals bedoeld in de SBR-richtlijn, niet worden overschreden. 29.1.3 Wijziging algemeen beoordelingskader bouwen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor zover het betreft: a. lid 29.1.1 onder a en een ander minimaal vloerpeil opnemen, als: 1. op basis van gewijzigd beleid van de gemeente en/of waterschap een andere minimale hoogte gewenst is; of 2. op basis van een waterhuishoudingsplan tot een ander minimaal vloerpeil is gekomen en een positief advies van het waterschap is ontvangen. 29.2

Parkeren

29.2.1 Parkeernorm Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend op de gronden met de bestemming 'Agrarisch - Energielandschap', 'Bedrijventerrein', 'Bos', 'Woongebied' en/of 'Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig', kan deze alleen worden verleend als: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de nota 'Maatwerk parkeren Middengebied 2024' van de gemeente Zuidplas of diens opvolger(s); 29.2.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 29.2.1 is niet van toepassing indien ten tijde voorafgaand aan de vaststelling van dit plan in afwijking van de vastgestelde nota 'Maatwerk parkeren Middengebied 2024’ van de gemeente Zuidplas reeds andere parkeernormen zijn afgesproken, zoals blijkend uit een raadsbesluit, collegebesluit of contractuele overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelende partij. 29.2.3 Afwijken parkeernorm Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 79 van 90

b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. 29.3

Ondergrondse bouwwerken

29.3.1 Algemeen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. bestaande ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan; b. in aanvulling van het bepaalde onder a, zijn nieuwe afvalinzamelpunten en randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en afvalwaterinzameling toegestaan, waaronder begrepen een kwelscherm en een vacuümstation; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding en afvalwaterinzameling tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden; d. bij het berekenen van de bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover deze buiten de buitenwerkse gevelvlakken van een bovengronds gebouw gelegen zijn. 29.3.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 29.3.1, voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. positief advies is ontvangen van de waterbeheerder; c. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 80 van 90

Artikel 30 30.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

30.1.1 Strijdig gebruik Het is verboden de gronden en bouwwerken in het plangebied te gebruiken en/of te doen en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven: a. op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. ten behoeve van nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij als hoofd- of neventak van een agrarisch bedrijf; en c. ten behoeve van nieuwvestiging of uitbreiding van een geitenhouderij als hoofd- of neventak van een agrarisch bedrijf; d. ten behoeve van een flitsbezorgdienst waar -al dan niet ondergeschikt- detailhandel of opslag/distributie is toegestaan ten behoeve van een flitsbezorgdienst en/of het gebruik van een pand ten behoeve van een dark store. 30.1.2 Afwijken strijdig gebruik Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 30.1.1 onder d voor het toestaan van een dark store, ter plaatse van de bestemming 'Bedrijventerrein', voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ten aanzien van de ontsluiting: 1. de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers de dark store te bevoorraden; 2.

de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers het verwachte aantal bezorgbewegingen per (elektrische (bak-))fiets of elektrische scooter te laten plaatsvinden; 3. de locatie sluit goed aan op hoofd- of randwegen voor bevoorrading door grote voertuigen en anders aan wijkstraten; 4. de locatie sluit goed aan op een regionale fietsroute of hoofdfietsroute of een stedelijke fietsroute in verband met bezorging; b. ten aanzien van de ligging in de omgeving: 1. de bestemming van het beoogde pand en naastgelegen panden enkel publieksgerichte functies toelaten op de begane grond; en/of; 2. de openbare ruimte primair is ingericht op winkelen, verblijven en/of ontmoeten; 3. de locatie ligt in ieder geval op enige afstand van (bedrijfs-) woningen (minimaal 30 meter); bij een kortere afstand worden aanvullende geluidsmaatregelen getroffen ter voorkoming van hinder; 4. de locatie heeft een bestemming voor bedrijven uit milieucategorie 2, 3.1 of 3.2 of voldoet aan de algemeen gebruikelijke randvoorwaarden hiervoor; 5. de locatie en het toekomstig gebruik voor een dark store voldoen aan de milieuvoorwaarden zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, met name ten aanzien van het laden en lossen;

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 81 van 90

c.

ten aanzien van de inrichting, het gebouw en het gebruik van de locatie: 1. de verkoopvloeroppervlakte van een flitsbezorgdienst mag maximaal 300 m² per vestiging bedragen; 2. inpandige stallings- en wachtruimte voor vervoersmiddelen en bezorgers is aanwezig en wordt als zodanig gebruikt; stallingsruimte is ook buiten toegestaan maar wel op het eigen perceel; 3. het parkeren van alle transportmiddelen voor het bezorgen is inpandig of op eigen terrein; 4. het laden en lossen van aangevoerde producten heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 5. het in- en uitladen voor het bezorgen heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 6. er wordt inpandig voorzien in een kantine waar het personeel kan lunchen/rusten; 7. het pand heeft een zichtbare interactie met de directe omgeving en heeft dus niet een overwegend gesloten uiterlijk in de vorm van overwegend dichtgeplakte ramen zonder een zichtrelatie met straat en zonder interactie met publiek, aansluitend op de omgeving; 8. de locatie wordt zodanig gebruikt dat de woonomgeving hiervan geen hinder ondervindt; 9. er worden geen mogelijkheden geboden voor afhalen door particulieren; 10. voor de bezorging worden (elektrische) (bak-)fiets of elektrische scooter ingezet; 11.

voldaan wordt aan de Gedragscode Sector Snelle Boodschappen Bezorging (10 oktober 2022); dit blijkt uit een jaarlijkse periodieke monitoring die aan de gemeente en omgeving beschikbaar wordt gesteld; 12. er wordt voldaan aan het huidige parkeerbeleid conform de op 5 november 2019 vastgestelde “Nota Parkeernormen 2019” of diens rechtsopvolger; d. aanvullende bepalingen in het besluit tot afwijking: 1. voor zover nodig worden in het besluit voor afwijking aanvullende bepalingen opgenomen gericht op een zorgvuldige afstemming van het gebruik op de omgeving, zoals geluidsnormen; 2. nadere voorwaarden kunnen ook worden opgenomen voor de bedrijfsvoering in relatie tot een betere inpassing van het gebruik in de omgeving, zoals elementen uit de gedragscode. 30.2

Doelgroepen

In het plangebied geldt dat: a. geen activiteiten zijn toegestaan die in strijd plaatsvinden met de 'Doelgroepenverordening 2023' van de gemeente Zuidplas of diens opvolger(s); b. lid 30.2 onder a geldt niet voor zover sprake is van een bestaande activiteit.

Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 82 van 90

30.3

Ontwikkelprogramma

30.3.1 Maximum programma Een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 8.2 en lid 17.2 kan alleen worden verleend als het maximum programma zoals opgenomen in onderstaande tabel niet wordt overschreden: Functie Woningen: waarvan: - tiny house: minimaal 20 en maximaal 80 - woonwagen: maximaal 8

Maximum aantal

Maximum per vestiging

8.000

Detailhandel fase 1 (tot 1.500 woningen): - supermarkten - overig dagelijkse detailhandel - (hoogfrequente) niet-dagelijkse detailhandel

2.000 m2 bvo 350 m2 bvo 1.550 m2 bvo

2.000 m2 bvo 350 m2 bvo 350 m2 bvo

Detailhandel fase 1 en 2 (5.000 woningen): - supermarkten - overig dagelijkse detailhandel - (hoogfrequente) niet-dagelijkse detailhandel

4.000 m2 bvo 1.175 m2 bvo 2.900 m2 bvo

2.000 m2 bvo 350 m2 bvo 350 m2 bvo

Detailhandel eindbeeld (8.000 woningen): - supermarkten - overig dagelijkse detailhandel - (hoogfrequente) niet-dagelijkse detailhandel

4.000 m2 bvo 1.990 m2 bvo 2.900 m2 bvo

2.000 m2 bvo 350 m2 bvo 350 m2 bvo

Horeca

4.120 m2 bvo

350 m2 bvo

Commerciële dienstverlening

2.190 m2 bvo

Commerciële leisure/sport

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002692/1