Bijlage 2 Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 – Regels, versie 29 maart 2024 A24.000167
Tekst van het document
Regels 29 maart 2024
Inhoudsopgave regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Energielandschap Agrarisch met waarden Bedrijf Bedrijventerrein Bos Gemengd Groen Natuur Verkeer Verkeer - Langzaam verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Woongebied Bedrijventerrein - Agrarisch voorlopig Bedrijventerrein - Wonen voorlopig Bos - Voorlopig 1 Leiding - Brandstof Leiding - Buisleiding Leiding - Gas Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
15 15 19 23 26 29 34 38 41 43 45 47 49 50 51 54 59 60 61 62 64 66 68 70 72 74
Hoofdstuk 3 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
76 76 77 81 85 86 87
Hoofdstuk 4 Artikel 34 Artikel 35
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
89 89 90
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Bestaande dieraantallen en diercategorieën per veehouderij
Bijlage 4
Staat van horeca-activiteiten
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 2 van 90
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
Het Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 met identificatienummer NL.IMRO.1892.NL.IMRO.1892.BpMiddenZuidplasp1-Va01 van de gemeente Zuidplas. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-verbonden beroep of bedrijf
Het in de woning en bijbehorende bouwwerken uitsluitend door de bewoners van de betreffende woning uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 zoals genoemd in de bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten en/of het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied alsmede zakelijke dienstverlening, voor zover geen sprake is van horeca of detailhandel. De bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden met behoud van de woonfunctie en daaraan qua oppervlakte ondergeschikt te zijn. 1.4
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aaneengebouwd
Een hoofdgebouw dat deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen. 1.7
afhankelijke woonruimte
Een extra woonruimte in een bijgebouw bij een woning waarin een huishouding gevestigd is dat mantelzorg ontvangt van de bewoners in de zelfstandige woonruimte; onder mantelzorg wordt verstaan langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.8
agrarisch deskundige
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen adviseur inzake landbouw en tuinbouw.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 3 van 90
1.9
agrarisch loonbedrijf
Een bedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten zijn gericht op agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverleningen. 1.10
antenne-installatie
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11
antennedrager
Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.12
archeologisch onderzoek
Onderzoek verricht door of namens een bedrijf dat beschikt over het in artikel 1, eerste lid, van de Erfgoedwet, bedoelde certificaat. 1.13
archeologische waarden
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.14
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15
bebouwingspercentage
Het met een aanduiding of in de regels aangegeven percentage, dat aangeeft hoeveel van het desbetreffende bestemmingsvlak, bouwperceel of bouwvlak ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en bijbehorende bouwwerken. 1.16
bed & breakfast
Een kleinschalige overnachtingsgelegenheid ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is. Onder een bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur. 1.17
bedrijfswoning
Een woning in of bij een gebouw of bij een terrein, slechts bestemd voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op het legaal gebruik van het gebouw of terrein, gewenst en/of noodzakelijk is. 1.18 a. b. c. d. e. f.
beperkt kwetsbaar object
dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen, voor zover niet aan te merken als een object als bedoeld in lid 1.63; horeca, voor zover niet aan te merken als een object als bedoeld in lid 1.63; sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover niet aan te merken als een object als bedoeld in lid 1.63; bedrijfsgebouwen, voor zover niet aan te merken als een object als bedoeld in lid 1.63.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 4 van 90
1.19
Besluit hogere waarde
Besluit waarin de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op grond van de Wet geluidhinder is vastgesteld. 1.20
bestaand
a. voor bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Woningwet); b. voor gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels. 1.21
bestaande stikstofdepositie
Stikstofdepositie (in mol stikstof per ha per jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot een agrarisch bedrijf, conform de bestaande dieraantallen en diercategorieën zoals opgenomen in Bijlage 3 van de regels. 1.22
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.23
bestemmingsplanactiviteit
Een bestemmingsplanactiviteit is een activiteit die voldoet aan de regels van dit plan, waar een vergunning op grond van dit plan is vereist en de beoordelingsregels voor de activiteit in dit plan zijn opgenomen. 1.24
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.25
betaalbare koopwoning
Betaalbare koopwoning zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de 'Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023' of diens opvolger(s). 1.26
bewoonbare kapverdieping
Een verdieping van een woning dat zich bevindt onder een schuin dak en waarin zich ruimtes bevinden die bewoond kunnen worden of die daarvoor in aanmerking komen. Deze verdieping is met een vaste trap bereikbaar en voorzien van voldoende hoogte en lichttopeningen. 1.27
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.28
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 5 van 90
1.29
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.30
bouwlaag
Een voor verblijf geschikt deel van een gebouw, gelegen tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en dak), met uitzondering van onderbouw (kelder), kap of kapverdieping. 1.31
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.32
bouwperceelsgrens
Een grens van een bouwperceel. 1.33
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.34
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de grond is verbonden. 1.35
bruto vloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw. 1.36
buitenplaats
Een buitenplaats kenmerkt zich door landelijk wonen, in lage dichtheden in een bosrijk gebied. Dit kunnen verspreide vrijstaande woningen zijn, clusters met vrijstaande woningen, compacte clusters met geschakelde woningen rond een gemeenschappelijke tuin of appartementen. De buitenplaats is onderdeel van het boslandschap, blijft openbaar toegankelijk en zal met (opgaand) groen worden ingericht. 1.37
centrumcluster
Een compact en aaneengesloten gebied dat door de aanwezigheid van winkels en andere openbare of commerciële voorzieningen een centrumfunctie vervult en waarbij de begane grond van de gebouwen in overgrote mate is ingevuld met niet-woonfuncties. 1.38
commerciële dienstverlening
Dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent, gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus e.d.. Hieronder worden niet verstaan belhuizen. 1.39
compacte woonbuurt
Een afgebakend gedeelte van het dorp dat op basis van stedenbouwkundige, architectonisch en/of sociale kenmerken een samenhangend geheel vormt rond een centrale groene ontmoetingsplek.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 6 van 90
1.40
dagelijks aanbod
De branche dagelijks aanbod bevat detailhandel overwegend op het gebied van levensmiddelen en dagelijkse gebruiksgoederen, waaronder voedings- en genotsmiddelen. 1.41
dagrecreatie
Recreatie in de open lucht of in een bouwwerk uitsluitend gedurende een dagperiode op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, zoals een wandelbos, wandelpark, strandbad, vis- en zwemvijvers, speel- en ligweide, speelterrein, kinderspeelplaats, buitensportcentrum, volkstuinen of nutstuinen. 1.42
dark store
Een ruimte die wordt gebruikt om voorraad te houden voor producten/boodschappen die via flitsbezorging aan en bij de consument wordt geleverd. Een dark store is niet toegankelijk voor consumenten en richt zich niet primair op het door middel van de uitstalling ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek. 1.43
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.44
detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Detailhandel die niet zelfstandig is en rechtstreeks voortvloeit uit de hoofdactiviteit die is toegestaan, en ondergeschikt is aan die hoofdactiviteit. 1.45
ecologische voorziening
Voorziening ten behoeve van het behoud, het herstel en/of ontwikkeling van natuurwaarden zoals faunapassages, faunaduikers en kleinschalige natuurontwikkeling zowel in de vorm van bouwwerken geen gebouwen zijnde als werken geen bouwwerk zijnde. 1.46
extensief recreatief medegebruik
Een extensief recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit dagrecreatieve gebruik is toegestaan, zoals die vormen van dagrecreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, te weten wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, een vissteiger, een picknickplaats, of een daarmee naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik, waarbij recreanten in relatief geringe aantallen mede gebruik maken van al dan niet aangelegde voorzieningen zoals wegen, paden, water en wateroevers. 1.47
flitsbezorging
Een specifieke vorm van detailhandel annex bezorgdienst, waarvan de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op de online verkoop en snelle levering van elektronisch aangeboden producten/boodschappen, welke vanuit een distributiecentrum danwel een dark store, door een koeriersdienst aan en bij de consument worden geleverd, danwel ter plaatse door de consument kunnen worden afgehaald. Flitsbezorging richt zich niet primair op het door middel van de uitstalling ter verkoop aanbieden van producten/boodschappen aan het winkelend publiek.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 7 van 90
1.48 Gebiedsinvesteringen Kosten als bedoeld in artikel 6.2.4 Besluit ruimtelijke ordening zoals deze gold voor de invoering van de Omgevingswet. 1.49
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.50
geluidsgevoelig object
Een woning, geluidsgevoelig terrein of ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.51
geluidzoneringsplichtige inrichting
Een inrichting, bij welke ingevolge artikel 41 van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.52
gestapeld
Een gebouw dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen/appartementen bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.53
glastuinbouw
De teelt van tuinbouwgewassen en/of van siergewassen, (nagenoeg) geheel met behulp van kassen. 1.54
groepsrisico
De kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in één keer (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico kan worden uitgedrukt in een logaritmische grafiek, de FN-curve. Voor de toetsing van het groepsrisico geldt geen wettelijke norm, maar een oriënterende waarde. 1.55
grondgebonden agrarisch bedrijf
Een agrarisch bedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel, hieronder vallen in elk geval niet: intensieve veehouderij, glastuinbouw, paardenhouderij, manege en paardenfokkerij. 1.56
harde beschoeiing
Een kerende constructie gemaakt van hout, staal, kunststof of beton die een oever of waterkant beschermt. 1.57
hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.58
(hoogfrequente) niet-dagelijkse detailhandel
Detailhandel in niet-dagelijks aanbod in de branches 'vrije tijd' en 'mode & luxe', dat voornamelijk hoogfrequent nodig is.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 8 van 90
1.59
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van drank en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. 1.60
huishouden
Eén persoon, een gezin of een hiermee gelijk te stellen groep van personen van beperkte omvang, die bij verblijf in een zelfstandige woning of een recreatiewoning de daar aanwezige essentiële woonvoorzieningen deelt. 1.61
intensieve veehouderij
Een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. 1.62
kelder
Het doorlopende gedeelte van een gebouw, dat geheel onder het peil ligt. 1.63
kunstwerk
Bouwwerken ten behoeve van weg- en waterbouw. 1.64
kwetsbaar object
a. woningen, woonschepen en woonwagens; b. gebouwen waarin minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten al dan niet een gedeelte van de dag verblijven, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen, verpleeghuizen; 2. scholen en kinderopvang; c. gebouwen waarin grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven, zoals: 1. kantoren en hotels van meer dan 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte; 2. complexen met meer dan 5 winkels en een gezamenlijk bruto vloeroppervlakte van meer dan 1000 m2; 3. winkels met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2, als daar een supermarkt, hypermarkt of warenhuis in gevestigd is; d. kampeer- en recreatieterreinen voor verblijf van meer dan 50 personen. 1.65
landschapsdeskundige
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen adviseur inzake landschap. 1.66
maatschappelijke voorzieningen
Voorzieningen op het gebied van: 1. openbaar bestuur en overheidsdiensten; 2. sociaal cultureel terrein waaronder begrepen verenigingsgebouwen, gemeenschapshuizen en/of clubhuizen; 3. religieus of levensbeschouwelijke terrein; 4. onderwijs en educatie; 5. gezondheidszorg, veterinaire diensten en welzijnszorg; 6. sport en sportieve recreatie; en 7. detailhandel en horeca als ondergeschikte nevenactiviteit bij deze voorzieningen.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 9 van 90
1.67
middeldure lage koopwoning I
Middeldure lage koopwoning zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 onder a van de 'Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023' of diens opvolger(s). 1.68
middeldure lage koopwoning II
Middeldure lage koopwoning zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 onder b van de 'Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023' of diens opvolger(s). 1.69
middenhuurwoning
Middenhuurwoning zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 van de 'Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023' of diens opvolger(s). 1.70
mobiliteitshub
Een gebouwde of ongebouwde parkeervoorziening waarin of waarbij mag worden voorzien in ondersteunende functies, waaronder in ieder geval verstaan: voorzieningen om auto's, scooters en motors emissievrij te laten functioneren; voorzieningen ten behoeve van de realisatie van mobiliteitsdeelconcept; (elektrische)laadvoorzieningen voor auto's en fietsen; voorzieningen voor opwek en opslag van energie voor verkeer en woningen; groenvoorzieningen; met hieraan ondergeschikt de mogelijkheid tot het realiseren van: voorzieningen voor pakketbezorgdiensten; maatschappelijke voorzieningen. 1.71
mode & luxe
De branche mode en luxe bevat detailhandel op het gebied van mode, schoenen, sport, lingerie, sieraden, uurwerken, optiek, huishoudelijke artikelen, glas- en aardewerk, tassen, lederwaren, cadeau-artikelen, kookartikelen, antiek en kunst. 1.72
natuurlijke erfafscheiding
Een erfafscheiding bestaande uit beplanting (een heg, een haag of ander groen), al dan niet in combinatie met een hekwerk of met metselwerk. 1.73
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie en voorzieningen voor de opwekking alsmede het transport van warmte en koude, met uitzondering van zonnevelden 1.74
omgevingsvergunning
Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.75
onderbouw
Een kelder of een souterrain.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 10 van 90
1.76
onderkomen
Een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. 1.77
ontwikkelde deel
Het gedeelte van het plangebied waar, na vaststelling van dit plan, ontwikkeling heeft plaatsgevonden, waarbij de bouw- en aanlegactiviteiten zijn afgerond, de openbare ruimte is ingericht en die in gebruik zijn genomen. 1.78
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een openconstructie met maximaal één gesloten wand al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een ander bouwwerk. 1.79
peil
a. Voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg. b. Indien in of op het water wordt gebouwd het plaatselijk aan te houden waterpeil. c. Voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. d. Voor gebouwen die grenzen aan een dijk: de hoogte van de kruin van de dijk ter plaatse van het bouwwerk. e. In alle andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.80
plaatsgebonden risico
a. op de grens van of op een plaats buiten een inrichting aanwezige kans op overlijden van een persoon die gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven als gevolg van een ongeval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel is betrokken, waarbij deze kans is bepaald op grond van regels die hiervoor gelden als vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. op een locatie buiten een buisleiding, weg of spoorweg aanwezige kans op overlijden van een persoon die gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven als gevolg van een ongeval door getransporteerde gevaarlijke stoffen. 1.81
prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.82
risicovolle inrichting
Een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.83
SBR-richtlijn
Meet- en Beoordelingsrichtlijn voor trillingen, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' van Stichting Bouwresearch Rotterdam.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 11 van 90
1.84
seksinrichting
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.85
sociale huurwoning
Huurwoning zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van de 'Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023' of diens opvolger(s). 1.86
stedenbouwkundig supervisor
Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen adviseur inzake stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit. 1.87
supermarkt
Detailhandel met een winkelvloeroppervlakte van tenminste 350 m2 en een grote verscheidenheid aan artikelen, merendeels levens- en genotmiddelen, waarbij sprake is van zelfbediening door klanten. 1.88
tiny house
Een vrijstaande woning met een maximum bruto vloeroppervlakte van 50 m 2. 1.89
transport- en distributiebedrijf
Bedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met het vervoer en/of de opslag van goederen en/of personen. 1.90
twee aaneen
Een hoofdgebouw dat naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd. 1.91
vloerpeil
De hoogte van de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw weergegeven ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). 1.92
voorgevel
De naar openbare zijde gekeerde gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.93
voorzieningen van openbaar nut
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie, met uitzondering van zonnevelden.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 12 van 90
1.94
vrije tijd
De branche vrije tijd bevat detailhandel op het gebied van sport, speelgoed, modelbouw, foto en film, hobby en handvaardigheid, muziek, boeken, tijdschriften en kranten, kantoorartikelen, posters en kaarten. 1.95
vrijstaand
Een hoofdgebouw dat niet is begrensd door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen. 1.96
vuistregel 3 - 30 - 300
Inrichtingsprincipe waarbij: vanuit elke woning minimaal 3 bomen zichtbaar zijn; minimaal 30% van de oppervlakte van een wijk onder bladerdek valt, waarbij voor de berekening wordt uitgegaan van volwassen bomen (eindsituatie) in de zomerperiode; en de afstand vanuit elke woning tot een park of groene ruimte die geschikt is voor recreatie maximaal 300 meter bedraagt. 1.97
wonen
Het houden van verblijf of het gehuisvest zijn in een woning. 1.98
woning
Een complex van aaneengesloten ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.99
woonwagen
Voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel en daarvoor aangewezen standplaats is geplaatst. 1.100
zeer kwetsbaar gebouw
Een categorie kwetsbare objecten waarbij gebouwen gebruikt worden door personen die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door opsluiting voor langere tijd, niet in staat zijn om zich zelfstandig binnen korte tijd in veiligheid te brengen of bescherming te zoeken voor een dreigend gevaar door het vrijkomen van een gevaarlijke stof, zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, opvang gehandicapten en penitentiaire inrichtingen. 1.101
zendmast
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarop antenne-installaties worden geplaatst. 1.102
zonneveld
Een zonne-energiesysteem van minimaal 50 m2 dat niet op een dakvlak ligt of aan een gebouw is bevestigd, maar op een frame of ander soort drager rechtstreeks op de grond staat of in een waterpartij drijft.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 13 van 90
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties, voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie en overige technische installaties worden als ondergeschikt bouwonderdeel gezien voor zover deze dakopbouw op minimaal 1 meter uit de dakrand is geplaatst en: a. niet hoger is dan 0,85 meter; of b. niet hoger is dan 2,5 meter en de gezamenlijke oppervlakte van de dakopbouwen hoger dan 0,85 meter niet meer bedraagt dan 20% van het dakoppervlak waarop zij worden geplaatst. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Ter verduidelijking: indien de goot-/de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel lager zijn gemonteerd dan het snijvlak van de gevel en het dakvlak, geldt de hoogte tot aan het snijvlak. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, gemeten volgens de NEN2580. 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
de toepassing van maten
De regels omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, koekoeken, balkons en overstekende daken en dergelijke naar aard en omvang ondergeschikte bouwonderdelen, mits de overschrijding van bouwgrenzen en grenzen van werkingsgebieden niet meer dan 1,00 meter bedraagt. 2.6
anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 14 van 90
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. het beweiden van gronden; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens voor één bedrijfswoning; d. ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt' tevens voor bomenteelt; e. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens voor detailhandel in agrarische goederen die ter plaatse worden vervaardigd, met dien verstande dat: 1. de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit; 2. de detailhandelsfunctie een maximum bruto vloeroppervlakte heeft van 150 m 2 bvo; 3. de openingstijden van de detailhandelsfunctie vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit; en 4. toegang tot de detailhandelsfunctie uitsluitend mogelijk is via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. wegen en paden; h. erven en parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, kunstwerken en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2
Bedrijfsgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat de bouw van bedrijfsgebouwen uitsluitend is toegestaan ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf, ter toetsing hiervan dient in zo'n geval vooraf schriftelijk advies in te worden gewonnen bij een agrarisch deskundige; b. het bouwvlak mag worden bebouwd: 1. tot maximaal het percentage zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; of 2. tot 100%, indien de hierboven opgenomen aanduiding ontbreekt; c. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum goothoogte ontbreekt; d. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangeven met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum bouwhoogte' ontbreekt; e. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 15 van 90
3.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend binnen een aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter; d. de minimale afstand tot zijdelingse perceelgrens bedraagt 2 meter; e. de maximale inhoud bedraagt 750 m3 inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken.. 3.2.4
Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken en overkappingen dienen op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m2 per bedrijfswoning. 3.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels voor vergroten bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak tot maximaal 2 hectare, met dien verstande dat: a. een doelmatige bedrijfsvoering een overschrijding van de maatvoering noodzakelijk maakt; deze noodzaak is in ieder geval aanwezig, wanneer overschrijding van het bouwvlak noodzakelijk is om aan milieuregels of regelgeving met betrekking tot dierenwelzijn te kunnen voldoen; b. het bouwvlak niet verder mag worden overschreden dan vanwege milieuregels of dierenwelzijn noodzakelijk is; indien overschrijding om andere redenen mogelijk wordt gemaakt, mag het bouwvlak aan één zijde met niet meer dan 500 m2 worden overschreden; c. de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet onevenredig mogen worden beperkt; d. het leefmilieu van nabij gelegen woningen niet onevenredig aangetast mag worden; e. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid ter toetsing wordt voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van deze regel wordt voldaan.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 16 van 90
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen; b. wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het in gebruik hebben of geven van bijbehorend bouwwerk behorende bij de bedrijfswoning als logies voor tijdelijke werkkrachten of recreanten. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden, vallend buiten het bouwvlak, de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het scheuren of frezen van grasland ten behoeve van andere gewassen dan gras- en voedergewassen voor gebruik op het bedrijf waar deze voedergewassen worden geteeld; b. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, tenzij het kavelpaden betreft ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering; d. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen, voorzover gelegen in de lengterichting van de kavels (dus geen dwarssloten). 3.5.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.5.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 kan worden verleend als: a. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij een landschapsdeskundige.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 17 van 90
3.6
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen naar: a. de bestemming 'Bos' en/of 'Gemengd' voor zover het gronden betreft die direct grenzen aan de bestemming 'Bos'; b. de bestemming 'Woongebied' en/of 'Gemengd' voor zover het gronden betreft die direct grenzen aan de bestemming 'Woongebied'; als: het agrarische gebruik ter plaatse niet langer plaatsvindt of een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf niet langer mogelijk is, ter toetsing hiervan dient in zo'n geval vooraf schriftelijk advies in te worden gewonnen bij een agrarisch deskundige; vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het stedenbouwkundig beeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de parkeergelegenheid; 5. de milieusituatie; 6. de groenstructuur; en 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 18 van 90
Artikel 4 4.1
Agrarisch - Energielandschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Energielandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het opwekken van duurzame energie met de daarbij behorende voorzieningen waaronder begrepen ondergrondse transportkabels en -leidingen, met daarbij als nevenfunctie het beweiden van gronden; b. behoud, herstel en versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden; c. de aanleg en (verdere) ontwikkeling van een ecologische verbindingszone met natuurwaarden alsmede het behoud, de bescherming en het herstel ervan; d. groenvoorzieningen; e. watergangen en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers, plas- en draszones en poelen; f. water, waterhuishoudkundige voorzieningen en natuurlijke waterzuivering; g. extensieve recreatie; h. wegen, fiets- en voetpaden; i. erven en parkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, kunstwerken en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van het opwekken en transporteren van energie, nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tot een maximum oppervlakte van 5% van het bestemmingsvlak; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter; d. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 19 van 90
4.2.4 Bestemmingsplanactiviteitvergunning zonnevelden a. Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een zonneveld te realiseren en in gebruik te hebben. b. De bestemmingsplanactiviteitvergunning wordt alleen verleend als de aanvraag voldoet aan het onderstaande beoordelingskader: 1. de hoogte van zonnepanelen bedraagt maximaal 2 meter; 2. er is sprake van meervoudig ruimtegebruik zoals bedoeld in artikel 6.28a lid 2 van de provinciale omgevingsverordening of het zoekgebied uit de Regionale Energie Strategie (RES) is verder uitgewerkt en afgestemd in RES-verband zoals bedoeld in artikel 6.28a lid 3 van de provinciale omgevingsverordening; 3. de zonnevelden dienen te voldoen aan het provinciale ruimtelijke kwaliteitsbeleid zoals vastgelegd in artikel 6.9 van de provinciale omgevingsverordening; 4. vooraf positief advies is verkregen van de Provincie Zuid-Holland, danwel een door de provincie daartoe ingestelde regionale tafel, met betrekking tot de ruimtelijke inpassing/ruimtelijke kwaliteit; 5. de realisatie en instandhouding van eventuele landschappelijke inrichtingsmaatregelen die nodig zijn om te voldoen aan het provinciale ruimtelijke kwaliteitsbeleid dienen geborgd te zijn; 6. er dient verantwoord te worden op welke wijze is verzekerd dat de zonnevelden en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden gesloopt; 7.
het opgestelde vermogen per zonnepaneel bedraagt minimaal 250 Wattpiek (Wp) per m2 zonnepaneel zoveel hoger als op dat moment technisch beschikbaar en economisch haalbaar; 8. maximaal 32 hectare zonnepanelen gerealiseerd mag worden; 9. voor zover grondgebonden zonnepanelen binnen 200 meter van een gasleiding gerealiseerd worden, dient: aangetoond te zijn dat de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad; en vooraf schriftelijk advies te zijn ingewonnen bij de beheerder(s) van de leiding(en); 10. de zonnepanelen worden niet gebouwd: in een zone van 80 meter tot de bestemmingsgrens met de bestemming 'Woongebied'; en in een zone van 40 meter tot de bestemmingsgrens met de overige bestemmingen. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Hogere hoogte zonnepanelen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3 en 4.2.4 ten behoeve van een hogere bouwhoogte voor zonnepanelen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; b. de hogere hoogte bijdraagt aan dubbelgebruik van de gronden; c. de hogere hoogte landschappelijk aanvaardbaar is; d. vooraf positief advies is verkregen van de Provincie Zuid-Holland, danwel een door de provincie daartoe ingestelde regionale tafel, met betrekking tot de ruimtelijke inpassing/ruimtelijke kwaliteit. 4.3.2
Lager vermogen zonnepanelen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder 7 ten behoeve van een lager opgesteld vermogen per m 2 zonnepaneel, met dien verstande dat: a. het opgestelde vermogen per zonnepaneel niet lager is dan 225 Wattpiek (Wp) per m2 zonnepaneel; b. de omgevingsvergunning is aangevraagd voor 1 januari 2027; en c. zonnepanelen met een opgesteld vermogen van 250 Wattpiek (Wp) per m 2 niet beschikbaar zijn danwel onevenredig veel duurder zijn.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 20 van 90
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen; b. wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het in gebruik hebben of geven van bijbehorend bouwwerk behorende bij de bedrijfswoning als logies voor tijdelijke werkkrachten of recreanten. 4.4.2
Voorwaardelijke verplichting groene buffer
Het gebruik van de gronden voor het opwekken van duurzame energie als bedoeld in 4.1 onder a is alleen toegestaan als is voorzien in een groene buffer rondom het energielandschap, waarin: binnen een zone van minimaal 80 meter vanaf de bestemmingsgrens met de bestemming 'Woongebied'; en binnen een zone van minimaal 40 meter vanaf de bestemmingsgrens met de overige bestemmingen; geen gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde aanwezig zijn, geen parkeren plaatsvindt en enkel verharding ten behoeve van wegen en/of in-/uitritten aanwezig is.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 21 van 90
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden, vallend buiten het bouwvlak, de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het scheuren of frezen van grasland ten behoeve van andere gewassen dan gras- en voedergewassen voor gebruik op het bedrijf waar deze voedergewassen worden geteeld; b. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, tenzij het kavelpaden betreft ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering; d. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen, voorzover gelegen in de lengterichting van de kavels (dus geen dwarssloten). 4.5.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.5.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 kan worden verleend als: a. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij een landschapsdeskundige.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 22 van 90
Artikel 5
5.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. het beweiden van gronden; c. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' tevens voor een intensieve veehouderij; d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens voor één bedrijfswoning; e. behoud, herstel en versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden; f. extensieve recreatie; g. wegen, fiets- en voetpaden; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. erven en parkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, kunstwerken en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2
Bedrijfsgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat de bouw van bedrijfsgebouwen uitsluitend is toegestaan ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf, ter toetsing hiervan dient in zo'n geval vooraf schriftelijk advies in te worden gewonnen bij een agrarisch deskundige; b. het bouwvlak mag worden bebouwd: 1. tot maximaal het percentage zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; of 2. tot 100%, indien de hierboven opgenomen aanduiding ontbreekt; c. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum goothoogte ontbreekt; d. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangeven met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum bouwhoogte' ontbreekt; e. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter. 5.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend binnen een aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter; d. de minimale afstand tot zijdelingse perceelgrens bedraagt 2 meter; e. de maximale inhoud bedraagt 750 m3 inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 23 van 90
5.2.4
Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken en overkappingen dienen op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m2 per bedrijfswoning. 5.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter. 5.3
Afwijken van de bouwregels voor vergroten bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak tot maximaal 2 hectare, met dien verstande dat: a. een doelmatige bedrijfsvoering een overschrijding van de maatvoering noodzakelijk maakt; deze noodzaak is in ieder geval aanwezig, wanneer overschrijding van het bouwvlak noodzakelijk is om aan milieuregels of regelgeving met betrekking tot dierenwelzijn te kunnen voldoen; b. het bouwvlak niet verder mag worden overschreden dan vanwege milieuregels of dierenwelzijn noodzakelijk is; indien overschrijding om andere redenen mogelijk wordt gemaakt, mag het bouwvlak aan één zijde met niet meer dan 500 m2 worden overschreden; c. de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet onevenredig mogen worden beperkt; d. het leefmilieu van nabij gelegen woningen niet onevenredig aangetast mag worden; e. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid ter toetsing wordt voorgelegd aan de agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder a van deze regel wordt voldaan. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het stallen en/of plaatsen en/of geplaatst hebben van onderkomens, stacaravans en recreatiewoningen; b. wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het in gebruik hebben of geven van bijbehorend bouwwerk behorende bij de bedrijfswoning als logies voor tijdelijke werkkrachten of recreanten;
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 24 van 90
5.4.2
Overige gebruiksregels
Het gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' mag niet leiden tot een toename van de bestaande stikstofdepositie. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.2 en de type diercategorieën en/of aantallen als opgenomen in bijlage 3 voor de daarin opgenomen intensieve veehouderij wijzigen, mits: a. de wijziging van de diercategorieën en/of aantallen niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie; b. wordt aangetoond dat het woon- en leefklimaat als gevolg van deze wijziging niet zal verslechteren; en c. de afwijking past binnen de vigerende milieuregelgeving. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden, vallend buiten het bouwvlak, de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het scheuren of frezen van grasland ten behoeve van andere gewassen dan gras- en voedergewassen voor gebruik op het bedrijf waar deze voedergewassen worden geteeld; b. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, tenzij het kavelpaden betreft ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering; d. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen, voorzover gelegen in de lengterichting van de kavels (dus geen dwarssloten). 5.6.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 5.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.6.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 5.6.1 kan worden verleend als: a. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij een landschapsdeskundige.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 25 van 90
Artikel 6 6.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bestaande bedrijfsmatige activiteiten; b. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in categorie 1 en/of 2 van de als Bijlage 2 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens voor één bedrijfswoning; d. ter plaatse van de aanduiding 'groothandel' tevens voor een groothandelsbedrijf in voedingsmiddelen en/of landbouwproducten; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf 1' tevens voor een aannemersbedrijf uit ten hoogste categorie 3.1 zoals opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009); f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf 1' tevens voor een transportbedrijf uit ten hoogste categorie 3.1 zoals opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009); g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groot hoveniers- en/of groenvoorzieningenbedrijf' een hoveniers- en/of groenvoorzieningenbedrijf uit ten hoogste milieucategorie 3.1 zoals opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009); h. niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van de bedrijven als genoemd in sub a t/m sub h, met een oppervlak van maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak met een maximum van 1.500 m2; i.
tuinen; j. parkeervoorzieningen; k. fiets- en voetpaden; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. groenvoorzieningen; n. voorzieningen van openbaar nut; o. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.2
Bedrijfsgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag worden bebouwd: 1. tot maximaal het percentage zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; of 2. tot 100%, indien de hierboven opgenomen aanduiding ontbreekt; c. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum goothoogte ontbreekt; d. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt: 1. maximaal de hoogte zoals aangeven met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; of 2. maximaal 10 meter indien de aanduiding 'maximum bouwhoogte' ontbreekt; e. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter.
Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Pagina 26 van 90
6.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend binnen een aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 7 meter; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter; d. de minimale afstand tot zijdelingse perceelgrens bedraagt 2 meter; e. de maximale inhoud bedraagt 750 m3, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 6.2.4
Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken en overkappingen dienen op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m2 per bedrijfswoning. 6.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter; c. de hoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 meter; d. de hoogte van reclamezuilen bedraagt maximaal 2,5 meter; e. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 9 meter; f. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 meter; g. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,5 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. een geluidszoneringsplichtig bedrijf; b. wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. detailhandel; d. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met verkoop van LPG; e. een risicovolle inrichting; f. seksinrichtingen; g. zelfstandige kantoren; h. horeca; i. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; j. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.