CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van beantwoording zienswijzen 6 jan 2021 incl. memo 2 tm 5 (A19.001531)

Gemeenteraad 19 januari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan De Twee Gebroeders50.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Aan het bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van de omwonenden. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is, naast de mogelijkheden van het voorgaande plan, tevens rekening gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden. Zie beantwoording onder 5.

R10 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning 1

2

U wijkt af van het bestemmingsplan zonder de belangen van cliënten mee te wegen Het plan is gelegen binnen het bestemmingsplan "De Twee Gebroeders". De gronden hebben daarin de bestemming "Gemengd". De activiteit is in strijd met de algemene bouwregels genoemd onder artikel 6.1 van dit bestemmingsplan, omdat de benodigde parkeervoorzieningen niet aanwezig zijn op eigen terrein maar op terrein in eigendom van de gemeente. U heeft geen verplichting om medewerking te verdoen, omdat een deel van de benodigde parkeervoorzieningen aanwezig is of wordt gerealiseerd in de onmiddellijke nabijheid van het gebouw, waardoor er wordt voldaan aan de parkeernormen. U heeft echter, gelet op de belangen van cliënten, alle reden om geen medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan, maar kiest ervoor om dit wel te doen, omdat een deel van de benodigde parkeervoorzieningen aanwezig is of wordt gerealiseerd in de onmiddellijke nabijheid van het gebouw, waardoor er wordt voldaan aan de parkeernormen. U heeft echter, gelet op de belangen van cliënten, alle reden om geen medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan. Er is reeds onvoldoende parkeerruimte in de omgeving

Voor het bestemmingsplan en de benodigde omgevingsvergunning is de coördinatieregeling van toepassing verklaard. Dit betekent dat de besluiten gezamenlijk ter inzage leggen en gezamenlijk als één besluit behandeld wordt bij de Raad van State in het geval er beroep is ingediend. De omgevingsvergunning moet passen in het nieuwe bestemmingsplan en kan pas verleend worden nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Zie voor de beantwoording van het aspect parkeren R1.2

Zie beantwoording bij R1.2, R2.2 en R2.4.

34

3

4

In de woonstraten is onvoldoende parkeerruimte, met als gevolg dubbel parkeren, (half) parkeren op het trottoir en het blokkeren van inritten, zoals die van cliënten, en brandgangen. Het tekort aan parkeerruimte wordt door de komst van 42 appartementen (met benoemde ruimte voor 56 appartementen) veel groter. Uit het parkeeronderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het ontwerpbestemmingsplan "'De Twee Gebroeders" blijkt dat de bezettingsgraad op zaterdag boven de 90% is, terwijl in de rest van Nieuwerkerk en Zuidplas 80%, met incidenteel 85%, wordt gehanteerd. Een bezettingsgraad van maximaal 85% past bij een (centrum)dorpse omgeving. Het dorpse karakter van Nieuwerkerk wordt juist zo gewaardeerd door bewoners. Een bezettingsgraad van boven de 90% is enkel voorstelbaar bij een hoog stedelijk gebied. D[ komt ook niet overeen met de Beleidsnota Parkeernormen die stelt dat Nieuwerkerk een matig stedelijk gebied is. De hoge bezettingsgraad maakt het lastig om een parkeerplek te vinden. Juist op de drukste momenten van de week is er weinig parkeerruimte. Voor de nieuwe bewoners die hun ingang hebben aan de J.A. Beijerinkstraat zal onvoldoende ruimte zijn in de straten voor hun woning en zij zullen dan ook genoodzaakt zijn om te parkeren op een afstand van meer dan 100 meter van hun woning.

Dit is niet in overeenstemming met maximale acceptabele loopafstand uit de Beleidsnota Parkeernormen. Cliënten opteren voor een andere situatie die een betere verkeersveiligheid, minder verkeersbewegingen, minder geluidsoverlast en minder luchtvervuiling met zich meebrengt. Daarnaast wijzen cliënten er op dat in de anterieure overeenkomst wordt vermeld dat het plan ziet op koop- en huurappartementen. Voor koopappartementen geldt een hogere parkeernorm. Hieraan wordt niet voldaan. Cliënten vragen u dan ook om helderheid hieromtrent. De parkeerplaatsen zorgen voor onveilige situaties In de eerste plaats komt de zijdeur van de tuin van cliënten direct uit op de rijweg. In de tweede plaats worden de voorgestelde parkeerplaatsen pal naast elkaar geprojecteerd, hetgeen in- en uitparkeren moeilijk en gevaarlijk maakt voor lopende en fietsende passanten, maar ook de kans op beschadiging van het perceel van cliënten vergroot. Voorts wordt het Burgemeester van der Meulenpad ook gebruikt door fietsende scholieren, omdat achter het Alexanderpad een middelbare school is gevestigd en ook fietsers uit de brandgang tegen gevaarlijke situaties kunnen aanlopen. Van buitenspelende kinderen kan vanuit veiligheidsoverwegingen geen sprake meer zijn. Daarnaast is onbekend hoe op een veilige manier onderhoudswerkzaamheden aan de zijkant van de panden en schuttingen kunnen worden uitgevoerd.

Voorgaande betreft een enorme inperking op het Woon- en leefklimaat van cliënten. Cliënten verwachten overlast door de parkeerplaatsen De parkeerplaatsen komen immers op minder dan 7 meter van de buitenmuren van de woonkamer en slaapkamers op de 1 e en 2e etage. Voor zover medegedeeld, wordt de nieuwe afstand tot de zijgevel van cliënten en het voorgestelde gebouw 12 meter, maar auto's parkeren niet tegen de muur van het gebouw. Rekening houdend met de norm

Zie beantwoording 1 t/m 15.

Zie de beantwoording bij R2.2

35

5

6

7

van een parkeerplaats (ca. 5 meter) is de afstand van de achterbumper van de geparkeerde auto tot de muur van cliënten zeker geen 7 meter meer. Cliënten vrezen dan ook voor geluidsoverlast van bijvoorbeeld rijdende auto's en dichtslaande deuren. Daarnaast zijn ook andere negatieve effecten op de woon- en leefomgeving van cliënten denkbaar, zoals stankoverlast, extra vervuiling door stikstof, verhoogde kans op beschadiging van het perceel en een verminderde veiligheid. De massaliteit van het gebouw past niet in de omgeving Dorrestein is een typische wederopbouw wijk, waar de stempelverkaveling nog grotendeels intact is en de meerderheid van de gebouwen gebouwd zijn in de periode direct na de oorlog. Op een aantal plaatsen is afgeweken van deze typologie. Hoewel wederopbouw architectuur en stedenbouw vaak als "saai" worden bestempeld, betekent het afwijken van de typologie niet altijd dat er een verbetering plaatsvindt. Daarnaast is een kenmerk van de wijk de woonkwaliteit met betrekking tot licht, lucht en ruimte, hetgeen niet verloren mag gaan. De ontwerp-omgevingsvergunning ziet op een gebouw met 4 bouwlagen met op de hoeken 4 massale koppen met balkon, waarbij het gebouw aan de voorzijde doorloopt tot vrijwel aan de huidige parkeerplaatsen. Dit heeft een overweldigend en dominant effect op de omgeving. De identiteit van een wijk wordt hierdoor vervaagd en komt rommelig over.

Daarnaast wordt de woonkwaliteit van cliënten met betrekking tot licht, lucht en ruimte ernstig aangetast Het plan leidt tot een ontoelaatbare 'vergrijzing' van de woon- en leefomgeving Een ander kenmerk van de wijk dat niet verloren mag gaan is een goed verzorgde openbare ruimte met overwegend groen. In beleidsplannen van uw gemeente staat beschreven hoeveel waarde wordt gehecht aan een goede groenvoorziening voor alle bewoners met respect voor het dorpse karakter. In de ontwerp-omgevingsvergunning is hier geen blijk van gegeven en handelt de gemeente haaks op zijn eigen beleid. Dorrestein, JA Beijerinkstraat en het Burgemeester van der Meulenpad dreigen te worden omgetoverd in een stenen parkeerplaats. Hiermee wordt afbreuk gedaan aan het groene, dorpse karakter. Op dit moment staat het Burgemeester van der Meulenpad bij hevige regen vol met plassen. Een groene buffer ter bescherming van de zijgevels zou de omgeving in positieve zin kunnen verbeteren. Ook kan worden onderzocht of het kopiëren van de boompjes op het Alexanderpad voor een mooie en aantrekkelijke uitstraling van het Burgemeester van der Meulenpad kunnen zorgen. Cliënten vrezen dat de aandachtspunten met betrekking tot het Bouwbesluit 2012 niet in acht worden genomen Wolf Dikken heeft d.d.

28 augustus 2019 geadviseerd dat het bouwplan voldoet aan het bouwbesluit 2012, mits een aantal aandachtspunten in acht wordt genomen. Het is cliënten niet bekend of deze aandachtspunten daadwerkelijk in acht worden genomen. Als dat niet het geval is, is het bouwplan in strijd met het BouwbesluIt 2012.

Zie voor de beantwoording van stedenbouwkundige en privaatrechtelijke aspecten R1.1

Zie beantwoording 1 t/m 15.

De aandachtspunten worden in acht genomen.

36

8

9

Cliënten zijn niet bekend met het advies van de welstandscommissie De welstandcommissie zou op 17 juli 2019 een positief advies hebben gegeven. Cliënten zijn hier onbekend mee. Derhalve kan de inhoud van dit advies door cliënten niet geverifieerd worden en kunnen cliënten onmogelijk de inhoud gemotiveerd betwisten. Cliënten verwachten overlast en schade van de bouwactiviteiten De bouwactiviteiten zullen plaatsvinden in de directe locatie van de woning van cliënten. Dit verhoogt de kans op schade aan zijn woning door de bouw die minimaal 2 jaar duurt. Cliënten hebben op de tekeningen hekken waargenomen ter afscheiding van het bouwterrein, waarbij een zeer beperkte doorgang tussen de bouwhekken en zijn buitenmuur ontstaat. Beschadiging is te voorzien aan de stenen muur en het zijraam door passende voetgangers. Daarnaast scheert een me ga hijskraan over hun woning en vrezen zij dat de kans op beschadigingen door heiwerkzaamheden aan binnen- en buitenmuren, de infrastructuur onder zijn woning en beplanting in zijn tuin. Cliënten steilen voor beschadigingen veroorzaakt door heiwerkzaamheden tot een minimum te beperken door bij deze "inbouw" gebruik te maken van draai- respectievelijk trilpalen. Verder verzoeken cliënten u om een bouwkundige vooropname op uw kosten en dat de hiervoor gemaakte foto's aan hem beschikbaar worden gesteld.

Daarnaast verzoeken cliënten om een veiligheidsplan, en duidelijkheid over compensatieregelingen in het geval van bouwschade of stagnering van de energielevering. Bovendien zullen tijdens de sloop- en bouwactiviteiten gedurende een periode van minimaal 2 jaar een aantal bestaande parkeerplaatsen verdwijnen. Ook werknemers van betrokken bouwbedrijven zullen in de directe omgeving willen parkeren. Cliënten vragen u om een oplossing om overlast, bijvoorbeeld het parkeren voor de uitrit van cliënten, te voorkomen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Het plan is op de gebruikelijke manier besproken in de welstandscommissie. Bij een positief advies is het gebruikelijk dat er alleen in het verslag staat dat het positief is. Het plan is beoordeeld en getoetst aan de welstandsnota en akkoord bevonden. Zie de beantwoording bij R2.6

CONCLUSIE

37

Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:

Toelichting: bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden”, bijlage 10 “verkeersonderzoek” en bijlage 11 “stikstofdepositie” zijn toegevoegd. Bijlage 8 “bezonningsstudie”, bijlage 6 “parkeeronderzoek” en bijlage 13 “akoestisch onderzoek” zijn aangepast. Bijlage 15 is toegevoegd. Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan. Regels : De functie “maatschappelijke dienstverlening” is uit artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan. In de regels is vastgelegd dat alleen huurwoningen worden toegestaan Zienswijzen op omgevingsvergunning 1. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 2. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 3. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 4. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 5. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 6. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 7. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 8. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 9. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning.

Nummer R11– Stichting Achmea Rechtsbijstand namens een particulier 1.

2.

Nummer gemeente I19.003582, I19.003774, I19.003583 en I19.003775

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

Vanwege het zogenaamde uitgebreide participatietraject is besloten om in dit geval geen inspraakprocedure te voeren. In de gemeentelijke inspraakverordening staat wanneer geen inspraak wordt verleend, bijvoorbeeld in geval van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen, inspraak bij wettelijk voorschrift is uitgesloten, sprake is van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft, de begroting en tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen, een spoedeisend beleidsvoornemen, en indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. In onderhavige situatie is van geen van deze gevallen sprake. Cliënten zijn dan ook geschaad in hun procesbelang, daar hen een extra mogelijkheid om hun standpunt kenbaar te maken bij het college is onthouden. Het plan betreft maakt een maximale bouwhoogte van 16 meter mogelijk. Dit terwijl eerst een maximale bouwhoogte van 10 meter mogelijk was. De rooilijn van het gebouw wordt naar voren getrokken en de hele oppervlakte wordt benut. Cliënten hebben, na

Datum indiening 23 oktober 2019

Datum binnenkomst gemeente 25 oktober 2019

REACTIE VAN GEMEENTE

In de inspraakverordening Zuidplas is in artikel 3 het volgende opgenomen: Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld bestemmingsplannen (herzieningen) en projectbesluiten, besluit het college of inspraak wordt verleend. Het college heeft op 10 september 2019 besloten geen formele inspraak volgens de inspraakverordening te houden, omdat er hij voldoende op andere wijze geparticipeerd was met bewoners over dit plan. Hiermee het college voldaan hetgeen in de inspraakverordening is opgenomen. Daar komt bij dat reclamant door het indienen van een zienswijze hoe dan ook in de gelegenheid is om een standpunt over het plan kenbaar te maken. Zie voor de beantwoording van de participatie R4.14 De verbeelding van het bestemmingsplan wordt aangepast conform het ontwerp van het bouwplan. Dit betekent dat ook de bouwhoogte van 16 meter gewijzigd wordt naar 14 meter De maximale bouwhoogte van het bouwplan

38

3

4

5

voltooiing van de plannen, vanuit hun tuin zicht op de omvangrijke bouwmassa van het bouwproject. In uw toelichting geeft u aan dat Zuidplas hoofdzakelijk bouwt in dorpse en centrum-dorpse woonmilieus. Hoogbouw past niet in een dergelijke omgeving. Waarden als woonkwaliteit met betrekking tot licht, lucht en ruimte en een goed verzorgde openbare ruimte met overwegend groen zijn kenmerken van de wijk die niet verloren mogen gaan met de komst van nieuwbouwprojecten, aldus uw toelichting. De woonkwaliteit wordt voor cliënten wel degelijk aangetast en de massaliteit van het gebouw, waaronder de bouwhoogte is niet passend binnen de omgeving. De identiteit van een wijk wordt hierdoor vervaagd en komt rommelig over. Het plan gaat over de bouw van een gezondheidscentrum op de begane grond en maximaal 56 appartementen op de verdiepingen met een hoogte van 16 meter. In de nieuwe situatie kijkt men naar verwachting vanuit de appartementen op het perceel van cliënten. Dit vormt een inbreuk op de bestaande situatie en een aantasting van hun privacy. Het voorgestelde parkeerterrein komt op 12 meter afstand van de aangrenzende woningen, waarbij 5,4 meter bestaat uit parkeerplaats, daartussen moet nog een weg, stoep en bescherming voor de percelen. Dit wordt erg krap. Daarnaast zorgt het plan voor een toename van verkeersdrukte, parkeerdruk en uitstoot.

De voorkant van de doorgaande weg wordt al jaren niet aangepakt. Bovendien wordt binnen een straal van 100 meter ook gebouwd, waarschijnlijk woningbouw. Dit project zorgt ook voor een toename van verkeersdrukte, parkeerdruk en uitstoot. In de toelichting wordt aangegeven dat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van verkeerslawaai aan de J.A. Beijerinkstraat en de Lorentzstraat 48 dB bedraagt. De geluidsbelasting bedraagt 56 dB en 60 dB, waar maximaal 63 dB is toegestaan. Er wordt dan ook niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarden. Alhoewel voor de nieuwe woningen maatregelen worden getroffen om geluidsoverlast tegen te gaan, zullen de reeds bestaande woningen met een toename van verkeer en geluid worden geconfronteerd. Bij een hogere geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarden is er sprake van een geluidsniveau waarbij gezondheidseffecten niet kunnen worden uitgesloten. Verkeer heeft dan ook een ontoelaatbare impact op het dorpse karakter van de omgeving en nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van cliënten. De voorgestelde parkeerplaatsen worden pal naast elkaar geprojecteerd, hetgeen in- en uitparkeren moeilijk en gevaarlijk maakt voor lopende en fietsende passanten. Het Burgemeester van der Meulenpad wordt ook gebruikt door fietsende scholieren, omdat achter het Alexanderpad een middelbare school is gevestigd.

Ook fietsers uit de brandgang kunnen tegen gevaarlijke situaties aanlopen. Van buitenspelende kinderen kan vanuit veiligheidsoverwegingen geen sprake meer zijn. Voorgaande argumenten betreffen een inperking van het woon- en leefklimaat van huidige en toekomstige bewoners.

was al in te zien in de ontwerpstukken van de omgevingsvergunning, welke gecoördineerd wordt doorlopen met de bestemmingsplanprocedure. De Welstand heeft een positief advies uitgebracht op het bouwplan op 17 juli 2019. Zie voor de beantwoording van stedenbouwkundige en privaatrechtelijke aspecten R1.1

Zie voor de beantwoording van privaatrechtelijke aspecten R1.1

Zie voor de beantwoording van het aspect parkeren R1.2 Zie voor de beantwoording van het aspect geluid R2.2

De huidige bestemming van het Burgemeester van der Meulenpad is verkeer en in de nieuwe situatie blijft deze bestemming verkeer. Alleen de inrichting wijzigt enigszins, wat uitvoering is van hetgeen is toegestaan in het huidige bestemmingplan en het nieuwe bestemmingsplan. Zie voor de beantwoording van de verkeersveiligheid R2.4

39

6

7

De J.A. Beijerinkstraat is een hele drukke doorgaande weg in het dorp. Hier rijdt veel woonwerkverkeer, de lijnbus en vrachtwagens voor het leveren van goederen aan het winkelcentrum. De maximum snelheid van 30 km/u wordt niet gehanteerd. Scholieren die van het Burgemeester van der Meulenpad richting de overkant (Kleine Vinkstraat) willen en visa versa, om van en naar de woongebieden Velden, Dalen en Mossen te rijden, krijgen regelmatig te maken met zeer gevaarlijke verkeerssituaties. Dit wordt door het plan verergert, als ook de parkeerders van het Burgemeester van der Meulenpad zich willen invoegen op de J.A. Beijerinkstraat. Temeer ook omdat het zicht vanwege het doorlopende nieuwe gebouw aanzienlijk wordt verslechterd. Het parkeeronderzoek lijkt aan te tonen dat er in de toekomst voldoende parkeerruimte is. Er is reeds onvoldoende parkeerruimte in de omgeving, laat staan als daar 56 appartementen bijkomen. Cliënten willen hierbij opmerken dat het bankgebouw al acht jaar niet of nauwelijks wordt gebruikt en er dan ook niet of nauwelijks aanloop is van extra verkeer. Het bankgebouw heeft op eigen terrein parkeergelegenheid, dat nu wordt gebruikt door bewoners en bezoekers van het winkelcentrum. Cliënten zijn dan ook van mening dat er onvoldoende parkeerruimte zal zijn en hebben een aantal bedenkingen bij het parkeeronderzoek.

Deze bedenkingen zijn hieronder puntsgewijs opgenomen. • In het parkeeronderzoek wordt bij de huidige parkeerplaatsen 8 parkeerplaatsen meegenomen "onder" winkelcentrum Dorrestein. Deze parkeervakken zijn echter te kort volgens de parkeernorm (afmetingen parkeerplaatsen binnen de gemeente Zuidplas) en deels in gebruik voor opslag en/of levering van de winkels. • Het onderzoek stelt dat in de huidige situatie parkeerplaatsen vrij zijn, maar dit geldt alleen doordeweeks voor het parkeerterrein achter het winkelcentrum. De meeste bewoners en hun bezoek willen in de buurt van de woning parkeren, waardoor in de woonstraten reeds een tekort aan parkeerruimte is. Het gevolg hier van is dubbel parkeren, (half) parkeren op het trottoir en het blokkeren van inritten en brandgangen. • Het parkeeronderzoek gaat uit van 16 behandelkamers met een totale bruto oppervlakte van 1.421 m'. Er van uitgaande dat circa de helft van de begane grond wordt gebruikt voor gangen, wachtruimtes, toiletten etc. komt dit uit op circa 40 m' per behandelkamer. Dit lijkt onrealistisch groot. • Het parkeeronderzoek kijkt slechts getalsmatig. Er wordt van uitgegaan dat de huidige en nieuwe bewoners van de JA Beijerinkstraat en het Alexanderpad hun auto parkeren op het grote parkeerterrein achter het winkelcentrum. In de straten voor hun woning zal niet voldoende ruimte zijn.

Voor de nieuwe bewoners die hun ingang hebben aan de JA Beijerinkstraat is de afstand tot het grote parkeerterrein meer dan 100 meter. Zij hebben ook geen mogelijkheid om te parkeren in de Kleine Vinkstraat en Middenmolensingel

Zie beantwoording onder 5.

Zie beantwoording bij R1.2, R2.2 en R10.9. In de regels wordt vastgelegd dat er maximaal 16 behandelkamers zijn toegestaan en een apotheek is dan alleen toegestaan bij maximaal 14 behandelkamers.

40

•

•

8

10

gelet op de aldaar geconstateerde hoge parkeerdruk. Daarnaast parkeren op dit moment ook medewerkers van het Thorbecke college aan de westkant van de school, maar dat IS door de bouw op de Tweemaster locatie niet meer mogelijk. De medewerkers van de school zullen dan ook gebruik gaan maken van de Kamerlingh Onnesstraat en het grote parkeerterrein achter het winkelcentrum. Cliënten vinden het bezwaarlijk dat een bezettingsgraad van meer dan 90% acceptabel wordt gevonden. Uit de berekeningen bij het parkeeronderzoek blijkt dat op zaterdag de bezetting boven de 90% is, terwijl in de rest van Nieuwerkerk en Zuidplas 80%, met incidenteel 85%, wordt gehanteerd. Een bezettingsgraad van maximaal 85% past bij een (centrum)dorpse omgeving. Het dorpse karakter van Nieuwerkerk wordt juist zo gewaardeerd door bewoners. Een bezettingsgraad van boven de 90% is enkel voorstelbaar bij een hoog stedelijk gebied. De hoge bezettingsgraad maakt het lastig om een parkeerplek te vinden. Juist op de drukste momenten van de week is er weinig parkeerruimte bij het winkelcentrum. Tot slot wijzen cliënten er op dat in de anterieure overeenkomst wordt vermeld dat het plan ziet op koop- en huurappartementen. Voor koopappartementen geldt een hogere parkeernorm. Hieraan wordt niet voldaan. Cliënten vragen u dan ook om helderheid hieromtrent.

Cliënten stellen zich op het standpunt dat de gehanteerde bezettingsgraad niet past binnen het dorpse karakter van Nieuwerkerk en de aard van de woonwijk Dorrestein, met het gevolg dat de parkeeroverlast in de wijk zal toenemen. Cliënten opteren voor een bezettingsgraad van 80%, tot incidenteel 85%, hetgeen een betere verkeersveiligheid, minder verkeersbewegingen, minder geluidsoverlast en minder luchtvervuiling met zich meebrengt. In uw beleidsplannen staat beschreven hoeveel waarde wordt gehecht aan een goede groenvoorziening voor alle bewoners met respect voor het dorpse karakter. In uw toelichting staat ook dat de waarde van een goed verzorgde openbare ruimte met overwegend groen kenmerken zijn van de wijk die niet verloren mogen gaan. Ook één van de stedenbouwkundige uitgangspunten is dat er een overwegend groene openbare ruimte is. In de voorziene plannen is hier echter geen enkele sprake van en wordt haaks op het beleid gehandeld. Dorrestein, JA Beijerinkstraat en het Burgemeester van der Meulenpad dreigen te worden omgetoverd in een stenen parkeerplaats. Hiermee wordt afbreuk gedaan aan het groene, dorpse karakter. Er is niet onderzocht wat de effecten zijn van de uitstoot van fijnstof van de nieuwe weg en parkeerplaatsen die door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.

Cliënten verzoeken u dan ook om vanuit gezondheidsoverwegingen een onafhankelijke meting uit te laten voeren.

Zie voor de beantwoording R1.1

Zie de beantwoording bij R2.2

41

11

In de huidige situatie is het heerlijk rustig aan de achterkant van de woning van cliënten, maar door het plan wordt dit teniet gedaan. Eerdergenoemde argumenten mede in aanmerking nemend zijn cliënten van mening dat het bouwplan leidt tot een aantasting van hun woongenot.

12

Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, hoort dit nadeel zo klein mogelijk te blijven. Voor de goede orde merk ik op dat u niet simpelweg kunt volstaan met het verwijzen naar de planschadeprocedureregeling. U zult ook in het kader van het beoordelen van deze zienswijze inhoudelijk op deze kwestie moeten ingaan. Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat het nadeel voor omwonenden waar mogelijk wordt beperkt. Er zijn mogelijkheden die de bouw van het gezondheidscentrum en appartementen mogelijk maakt, maar meer recht doet aan de verkeersveiligheid, de privacy en het uitzicht van cliënten. Hierbij kan worden gedacht aan één bouwlaag minder, zodat ook het aantal appartementen en de daarbij horende overlast minder wordt.

13

Aan het bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van de omwonenden. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is, naast de mogelijkheden van het voorgaande plan, tevens rekening gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden. Zie voor de beantwoording van het aspect planschade R1.3

Aan het bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van de omwonenden. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is, naast de mogelijkheden van het voorgaande plan, tevens rekening gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden.

R11 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning 1

2

Het plan is gelegen binnen het bestemmingsplan "De Twee Gebroeders". De gronden hebben daarin de bestemming "Gemengd". De activiteit is in strijd met de algemene bouwregels genoemd onder artikel 6.1 van dit bestemmingsplan, omdat de benodigde parkeervoorzieningen niet aanwezig zijn op eigen terrein, maar op terrein in eigendom van de gemeente. U heeft geen verplichting om medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan, maar kiest ervoor om dit wel te doen, omdat een deel van de benodigde parkeervoorzieningen aanwezig is of wordt gerealiseerd in de onmiddellijke nabijheid van het gebouw, waardoor er wordt voldaan aan de parkeernormen. U heeft echter, gelet op de belangen van cliënten, alle reden om geen medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan. Dit licht ik hieronder toe. In de woonstraten is onvoldoende parkeerruimte, met als gevolg dubbel parkeren, (half) parkeren op het trottoir en het blokkeren van inritten en brandgangen. Het tekort aan parkeerruimte wordt door de komst van 42 appartementen veel groter. Cliënten willen hierbij opmerken dat het bankgebouw al acht jaar niet of nauwelijks wordt gebruikt en er dan ook niet of nauwelijks aanloop is van extra verkeer. Het bankgebouw heeft op eigen terrein parkeergelegenheid, dat nu wordt gebruikt door bewoners en bezoekers van het winkelcentrum.

Cliënten zijn dan ook van mening dat er onvoldoende parkeerruimte zal zijn. Uit het parkeeronderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het ontwerpbestemmingsplan "De Twee Gebroeders" blijkt dat de bezettingsgraad op zaterdag boven de 90% is, terwijl in de rest van Nieuwerkerk en Zuidplas 80%, met

Zie beantwoording R10.

Zie beantwoording R10.

42

3

4

incidenteel 85%, wordt gehanteerd. Een bezettingsgraad van maximaal 85% past bij een (centrum)dorpse omgeving. Het dorpse karakter van Nieuwerkerk wordt juist zo gewaardeerd door bewoners. Een bezettingsgraad van boven de 90% is enkel voorstelbaar bij een hoog stedelijk gebied. Dit komt ook niet overeen met de Beleidsnota Parkeernormen die stelt dat Nieuwerkerk een matig stedelijk gebied is. De hoge bezettingsgraad maakt het lastig om een parkeerplek te vinden. Juist op de drukste momenten van de week is er weinig parkeerruimte. Voor de nieuwe bewoners die hun ingang hebben aan de JA Beijerinkstraat zal onvoldoende ruimte zijn in de straten voor hun woning en zij zullen dan ook genoodzaakt zijn om te parkeren op een afstand van meer dan 100 meter van hun woning. Dit is niet in overeenstemming met maximale acceptabele loopafstand uit de Beleidsnota Parkeernormen. Daarnaast wijzen cliënten er op dat in de anterieure overeenkomst wordt vermeld dat het plan ziet op koop- en huurappartementen. Voor koopappartementen geldt een hogere parkeernorm. Hieraan wordt niet voldaan. Cliënten merken op dat een huurwoning altijd omgezet kan worden naar een koopwoning, waarbij dan - gelet op de parkeernormen - grove overlast valt te verwachten. Bovendien is onduidelijk welke bedrijvigheid zich zal gaan vestigen in de plint en wat dit voor gevolgen heeft voor de parkeerruimte.

Cliënten vragen u dan ook om helderheid hieromtrent De parkeerplaatsen zorgen voor onveilige situaties De voorgestelde parkeerplaatsen worden pal naast elkaar geprojecteerd, hetgeen in- en uitparkeren moeilijk en gevaarlijk maakt voor lopende en fietsende passanten. Voorts wordt het Burgemeester van der Meulenpad ook gebruikt door fietsende scholieren, omdat achter het Alexanderpad een middelbare school is gevestigd en ook fietsers uit de brandgang tegen gevaarlijke situaties kunnen aanlopen. Van buitenspelende kinderen kan vanuit veiligheidsoverwegingen geen sprake meer zijn. Cliënten verwachten overlast door de parkeerplaatsen Het voorgestelde parkeerterrein wordt erg krap. Daarnaast zorgt het plan voor een toename van verkeersdrukte, parkeerdruk en uitstoot. De voorkant van de doorgaande weg wordt al jaren niet aangepakt. Bovendien wordt binnen een straal van 100 meter ook gebouwd, waarschijnlijk woningbouw. Ook dit project zorgt voor een toename van verkeersdrukte, parkeerdruk en uitstoot. De parkeerplaatsen en het toenemende verkeer heeft een negatieve impact op het dorpse karakter van de omgeving, de kleinschaligheid en de rust en heeft dan ook nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van cliënten. Cliënten wijzen u nog op het verdwijnen van een aantal bestaande parkeerplaatsen gedurende de sloop- en bouwactiviteiten gedurende een periode van minimaal 2 jaar.

Ook werknemers van betrokken bouwbedrijven zullen in de directe omgeving willen parkeren. Cliënten vrezen voor zoekverkeer en daarbij horende overlast. De massaliteit van het gebouw past niet in de omgeving Dorrestein is een typische wederopbouw wijk, waar de stempelverkaveling nog grotendeels intact is en de meerderheid van de gebouwen gebouwd zijn in de periode

Zie beantwoording R1.2 en R2.4

Zie beantwoording bij R1.1

43

5

direct na de oorlog. Op een aantal plaatsen is afgeweken van deze typologie. De Twee Gebroeders is ontworpen in de wederopbouwstijl. Juist de woningen die aan het Alexanderpad en het Dorresteingebouw met appartementen en de buurtsuper zijn gebouwd afwijkend van stijl van de wederopbouwarchitectuur. Ook het woon/zorgcentrum "De Meander", welke gesitueerd is aan de overzijde van het winkelcentrum (gebouwd vermoedelijk in 2010), voldoet niet aan de wederopbouwarchitectuur. Daarnaast is een kenmerk van de wijk de woonkwaliteit met betrekking tot licht, lucht en ruimte, hetgeen niet verloren mag gaan. De ontwerpomgevingsvergunning ziet op een gebouw met 4 bouwlagen met op de hoeken 4 massale koppen met balkon, waarbij het gebouw aan de voorzijde doorloopt tot vrijwel aan de huidige parkeerplaatsen. Dit heeft een overweldigend en dominant effect op de omgeving. De identiteit van een wijk wordt hierdoor vervaagd en kamt rommelig over. Daarnaast wordt de woonkwaliteit van cliënten met betrekking tot licht, lucht en ruimte ernstig aangetast. Het plan leidt tot een ontoelaatbare 'vergrijzing' van de woon- en leefomgeving Een ander kenmerk van de wijk dat niet verloren mag gaan is een goed verzorgde openbare ruimte met overwegend groen.

In beleidsplannen van uw gemeente staat beschreven hoeveel waarde wordt gehecht aan een goede groenvoorziening voor alle bewoners met respect voor het dorpse karakter. In de ontwerp-omgevingsvergunning is hier geen blijk van gegeven en handelt de gemeente haaks op zijn eigen beleid. Dorrestein, JA Beijerinkstraat en het Burgemeester van der Meulenpad dreigen te worden omgetoverd in een stenen parkeerplaats. Hiermee wordt afbreuk gedaan aan het groene, dorpse karakter. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie beantwoording R1.1

CONCLUSIE

Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:

44

Toelichting: bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden”, bijlage 10 “verkeersonderzoek” en bijlage 11 “stikstofdepositie” zijn toegevoegd. Bijlage 8 “bezonningsstudie”, bijlage 6 “parkeeronderzoek” en bijlage 13 “akoestisch onderzoek” zijn aangepast. Bijlage 15 is toegevoegd. Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan. Regels : De functie “maatschappelijke dienstverlening” is verwijderd uit artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan. In de regels is vastgelegd dat er maximaal 16 behandelkamers zijn toegestaan en een apotheek is dan alleen toegestaan bij maximaal 14 behandelkamers. In de regels is vastgelegd dat alleen huurwoningen zijn toegestaan. Zienswijzen op omgevingsvergunning 1. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 2. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 3. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 4. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 5. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning.

Nummer R12– Moree Gelderblom advocaten namens een particulier 1.

2.

3

Nummer gemeente E19.003558, E19.003559, E19.003570 en E19.003571

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

Het bestemmingsplan biedt een juridisch-planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling van woningen, een gezondheidscentrum en (maatschappelijke) dienstverlening mogelijk wordt gemaakt. Dit bestemmingsplan kan slechts worden vastgesteld als er -alle betrokken belangen afgewogen- geen sprake is van strijd met de goede ruimtelijke ordening. Cliënt stelt zich op het standpunt dat de goede ruimtelijke ordening niet c.q. onvoldoende wordt gewaarborgd als het bestemmingsplan definitief wordt vastgesteld. Ter onderbouwing hiervan verwijs ik u naar de zienswijze in verband met de ontwerp omgevingsvergunning. Op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, onder c, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: “Bro”) moet in de toelichting bij een bestemmingsplan worden beschreven wat de uitkomsten zijn van het overleg met de wettelijke overlegpartners. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat er overleg heeft plaatsgevonden met diverse overlegpartners. Naar de stellige overtuiging van cliënt is echter niet c.q. onvoldoende beschreven wat de uitkomsten zijn van deze overleggen. Verder volgt uit artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, van het Bro dat er in de toelichting bij het bestemmingsplan inzichten moeten worden gegeven over de uitvoerbaarheid van het plan.

Blijkens de toelichting op het bestemmingsplan is er een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De inhoud van deze

Datum indiening 23 oktober 2019

Datum binnenkomst gemeente 24 oktober 2019

REACTIE VAN GEMEENTE

Aan het bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van de omwonenden. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is, naast de mogelijkheden van het voorgaande plan, tevens rekening gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden. Zie voor de beantwoording op de bestemming R2.2. In de toelichting is een samenvatting van de vooroverleg reacties opgenomen en er is aangegeven dat deze reacties niet geleid hebben tot aanpassing van het bestemmingsplan. Hiermee is voldaan aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het voorliggende plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. Ten aanzien van de voorziene ontwikkeling is tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. De inhoud van deze overeenkomst is niet openbaar en is een privaatrechtelijke overeenkomst.

45

overeenkomst is cliënt niet bekend. Derhalve kan cliënt niet controleren of partijen de kosten kunnen dragen.

4

Cliënt stelt zich op het standpunt dat het college van burgemeester en wethouders ten onrechte heeft besloten om de inspraakprocedure niet te volgen. Naar de mening van cliënt had de inspraakprocedure -mede gelet op de belangen van cliënt en andere omwonenden- wel gevolgd moeten worden.

De initiatiefnemer zal de gronden binnen het plangebied voor eigen rekening en risico bouw- en woonrijp maken. Daarnaast zijn afdoende bepalingen opgenomen over het kostenverhaal inzake de gemeentelijke inzet alsmede eventuele kosten als gevolg van planschadevergoedingen. De economische uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd. Omdat het kostenverhaal middels de anterieure overeenkomst anderszins is verzekerd en geen noodzaak bestaat tot het opleggen van een tijdvak of fasering dan wel tot het stellen van eisen of regels, is het niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen. De economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd. In de inspraakverordening Zuidplas is in artikel 3 het volgende opgenomen: Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld bestemmingsplannen (herzieningen) en projectbesluiten, besluit het college of inspraak wordt verleend. Het college heeft op 10 september 2019 besloten geen formele inspraak volgens de inspraakverordening te houden, omdat er hij voldoende op andere wijze geparticipeerd was met bewoners over dit plan. Hiermee het college voldaan hetgeen in de inspraakverordening is opgenomen. Daar komt bij dat reclamant door het indienen van een zienswijze hoe dan ook in de gelegenheid is om een standpunt over het plan kenbaar te maken.

5

Cliënt vreest dat de waarde van zijn woning aanzienlijk zal dalen als het bestemmingsplan wordt vastgesteld en het gezondheidscentrum alsmede de woningen worden gerealiseerd. In dit verband zal ik cliënt in overweging geven om een verzoek tot planschade in te dienen. Overigens merk ik namens cliënt op dat een compensatieregeling ontbreekt.

Zie voor de beantwoording inzake de participatie R4.14 Zie voor de beantwoording van het aspect planschade R1.3

R12 - Zienswijze gericht op de omgevingsvergunning 1

In dit geval is sprake van een gebonden beschikking. De aanvraag omgevingsvergunning van cliënt dient getoetst te worden aan de limitatief-imperatieve grond van artikel 2.10 Wabo. Daarbij geldt, dat een aanvraag die in strijd is met het bestemmingsplan, mede dient te worden aangemerkt als een aanvraag voor een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan. In het onderhavige geval is het realiseren van het bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan. Desalniettemin heeft u besloten om medewerking te verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning afwijken kan slechts worden verleend voor zover de goede ruimtelijke ordening wordt gewaarborgd. Naar de stellige overtuiging van cliënt wordt de goede ruimtelijke ordening niet gewaarborgd als de omgevingsvergunning definitief wordt verleend. Ik licht dit hieronder toe.

Voor het bestemmingsplan en de benodigde omgevingsvergunning is de coördinatieregeling van toepassing verklaard. Dit betekent dat de besluiten gezamenlijk ter inzage leggen en gezamenlijk als één besluit behandeld wordt bij de Raad van State in het geval er beroep is ingediend. De omgevingsvergunning moet passen in het nieuwe bestemmingsplan en kan pas verleend worden nadat het bestemmingsplan is vastgesteld.

46

2

•

• •

•

•

•

•

• •

Het te realiseren bouwwerk pas niet binnen de contouren van de bestaande bebouwing in de directe omgeving daarvan. De afmetingen van het bouwwerk, dat zal bestaan uit vier bouwlagen, wijkt sterk af van de woningen in de omliggende woonwijken. Nog afgezien van het feit dat dit afdoet aan het straatbeeld, heeft dit ook de nodige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van cliënt. Reclamant vreest dat door de geringe afstand op de woning het zonlicht op zijn perceel als gevolg daarvan onevenredig afneemt. Reclamant vreest dat het uitzicht van zijn woning en zijn tuin volledig zal verdwijnen. De bewoners van het bouwwerk zullen ook direct zicht hebben op de woning en tuin van cliënt. Dit is volgens reclamant vooral aan de orde als de toekomstige bewoners gebruik maken van hun balkons. Vanaf de balkons kan direct in de tuin van reclamant worden gekeken. Dit doet af aan de privacy. In beginsel wordt er op grond van het bestemmingsplan geparkeerd op eigen grond. Het bestemmingsplan biedt ter zake hiervan een afwijkingsmogelijkheid. Er kan slechts gebruik worden gemaakt van deze bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Er is onvoldoende gemotiveerd of onderbouwd welke bijzondere omstandigheden maken dat de parkeerplaatsen niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden.

Reclamant vraagt of de parkeerplaatsen niet aan het Van de Meulenpad gerealiseerd kunnen worden i.p.v. J.A. Beijerinkstraat. Volgens reclamant is de afstand tussen de parkeerplaatsen en de woningen in die straat groter en zijn daar al de nodige parkeerplaatsen gerealiseerd. Het woon- en leefklimaat van de bewoners wordt daardoor ook minder aangetast. Het realiseren van parkeerplaatsen van het Van de Meulenpad leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van reclamant en andere omwonenden. Reclamant ervaart nu geen overlast van langsrijdende motorvoertuigen, startende motorvoertuigen en het dichtslaan van deuren, omdat deze straat nu alleen door fietsers gebruikt wordt. Doordat de parkeerplaatsen haaks worden aangelegd, zal reclamant overlast ondervinden van startende motorvoertuigen en het dichtslaan van deuren. Bovendien worden er op zeer korte afstand van de woning van cliënt uitlaatgassen uitgestoten. Reclamant vreest daarnaast dat zijn woning geraakt wordt bij het in- en uitparkeren. Reclamant stelt voor om de parkeerplaatsen schuin aan te leggen en de motorvoertuigen te laten rijden vanaf de J.M. Beijerinkstraat. De motorvoertuigen kunnen uitrijden via het Alexanderpad. Met het voorstel

Zie voor de beantwoording van stedenbouwkundige aspecten en het woon- en leefklimaat R1.1 Zie voor de beantwoording van het aspect parkeren R1.2 Zie voor de beantwoording inzake het trafohuisje R4.11 Zie voor de beantwoording van het aspect overlast voertuigen R 2.2. Zie voor de beantwoording van het alternatieve plan memo 4 van Mobycon bij deze nota. Dit memo wordt tevens gevoegd bij het bestemmingsplan. De conclusie in dit memo luidt als volgt. ‘Uit dit memo blijkt dat er op geen enkel wegvak sprake is van een doorstromingsknelpunt na de realisatie van de ontwikkeling, uitgaand van het alternatieve inrichtingsplan. Voor zowel het huidige als het alternatieve inrichtingsplan komt de veiligheid en verkeersafwikkeling van de fietsers niet in het geding. Voor twee wegvakken is dan wel de waarde dusdanig dat een fietsstraat een beter alternatief zou zijn, maar vanwege de benodigde parkeervoorzieningen past gemengd verkeer beter binnen het straatbeeld. Daarnaast is gemengd verkeer ook een goed alternatief volgens de CROW-normen. Tot slot kunnen we de conclusie trekken dat het huidige inrichtingsplan in zijn totaliteit beter scoort dan het alternatieve inrichtingsplan. Op basis van het criterium ‘veiligheid’ is er dan wel geen duidelijke voorkeur aan te geven, maar voor zowel de verkeersafwikkeling als bruikbaarheid scoort het huidige inrichtingsplan beter.

Het advies is dan ook om dit inrichtingsplan te blijven hanteren.’

47

3

4

5

6

wordt ook de verkeersveiligheid geborgd, voor onder andere fietsers (voornamelijk scholieren van het Thorbecke). • Reclamant stelt dat er veel groen zal verdwijnen. Dit brengt met zich mee dat het groene karakter van de omgeving onevenredig wordt aangetast. • In verband met de goede ruimtelijke ordening wordt ten slotte opgemerkt dat het realiseren van het trafohuisje buiten het bouwwerk onwenselijk is voor reclamant en andere omwonenden. Volgens cliënt is het trafohuisje een aantrekkelijke plek voor drugsdealers. Het is immers een zeer afgelegen plek waar weinig mensen komen. Ook kan deze plek worden gebruikt door hangjeugd. Reclamant vreest als gevolg daarvan de nodige overlast te ervaren. Tevens wordt nog opgemerkt dat er - naar de mening van cliënt – veel groen zal verdwijnen. Voor zover cliënt bekend, wordt dit groen niet elders in de directe omgeving teruggeplaatst. Dit brengt met zich mee dat het groene karakter van de omgeving onevenredig wordt aangetast. In verband met de goede ruimtelijke ordening wordt ten slotte opgemerkt dat het realiseren van het trafohuisje buiten het bouwwerk onwenselijk is voor cliënt en andere omwonenden. Volgens cliënt is het trafohuisje een aantrekkelijke plek voor drugsdealers. Het is immers een zeer afgelegen plek waar weinig mensen komen. Ook kan deze plek worden gebruikt door hangjeugd.

Cliënt vreest als gevolg daarvan de nodige overlast te ervaren. Voorts volgt uit het advies van Wolf Dikken d.d. 28 augustus 2019 dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit 2012, mits een aantal aandachtspunten in acht wordt genomen. Het is voor cliënt niet bekend of deze aandachtpunten daadwerkelijk in acht worden genomen. Als dit niet het geval is, is het bouwplan in strijd met het Bouwbesluit 2012. Redelijke eisen van welstand Daarnaast wordt opgemerkt dat de Welstandscommissie op 17 juli 2019 een positief advies zou hebben gegeven. Dit advies is cliënt echter niet bekend. Om die reden kan de inhoud van dit advies niet geverifieerd worden. Het is evenmin mogelijk om de inhoud daarvan gemotiveerd te betwisten. Schade Tot slot wordt opgemerkt dat cliënt vreest voor schade aan zijn woning als gevolg van het heiwerk en de bouwwerkzaamheden. In ieder geval heeft cliënt begrepen dat er een torenkraan van ongeveer 30 meter hoog vlakbij zijn woning zal worden geplaatst. Het contragewicht van deze torenkraan zal zich bevinden boven de woning van cliënt. Namens cliënt stel ik u op voorhand aansprakelijk voor de schade. Ook vreest cliënt voor een waardedaling van zijn woning. In dit verband zal ik cliënt in overweging geven om een verzoek tot planschade in te dienen.

Idem

De aandachtspunten worden in acht genomen. Indien niet wordt gebouwd conform de verleende omgevingsvergunning, bestaat de mogelijkheid om hiertegen handhavend op te treden.

Het plan is op de gebruikelijke manier besproken in de welstandscommissie. Bij een positief advies is het gebruikelijk dat er alleen in het verslag staat dat het positief is. Het plan is beoordeeld en getoetst aan de welstandsnota en akkoord bevonden. De gemeenteraad is van mening dat uitvoeringswerkzaamheden niet vastgelegd moeten worden in regels bij het bestemmingsplan of als voorwaarde bij een omgevingsvergunning. De aannemer dient schade te voorkomen. In beginsel geldt dat de aannemer de schade die wordt geleden dient te vergoeden en moet voorkomen dat er schade wordt veroorzaakt. Aan een omgevingsvergunning kunnen in dat kader voorschriften worden verbonden. Daarnaast bevat het Bouwbesluit 2012 regels die van toepassing zijn in de uitvoeringsfase Voordat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden, wordt er een gecertificeerd expertise bureau ingeschakeld door de aannemer om de risico’s ten aanzien van de (bouw)werkzaamheden, voor de omgeving in beeld te brengen. Daarop wordt een ‘plan van aanpak monitoring’ gemaakt, welke over het algemeen bestaat uit een buitenopname van de openbare ruimte en een binnen- en buitenopname van de belendende panden binnen een bepaalde straal van de werkzaamheden.

48

Zie voor de beantwoording van het aspect planschade R1.3

1. 2. 3. 4. 5.

De reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

CONCLUSIE

Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn:

Toelichting: bijlage 9 “stedenbouwkundige randvoorwaarden”, bijlage 10 “verkeersonderzoek” en bijlage 11 “stikstofdepositie” zijn toegevoegd. Bijlage 8 “bezonningsstudie”, bijlage 6 “parkeeronderzoek” en bijlage 13 “akoestisch onderzoek” zijn aangepast. Verbeelding: De verbeelding is aangepast op het werkelijk bouwplan. Regels : De functie “maatschappelijke dienstverlening” is uit artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan. Zienswijzen op omgevingsvergunning 1. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 2. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 3. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 4. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 5. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. 6. De reactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvergunning.

Nummer

R13 - initiatiefgroep 1.

Nummer gemeente E19.003787

VERKORTE WEERGAVE REACTIE

Er bestaan vele zorgen en vragen bij omwonenden. De formele opzet van het bestemmingplan en de omgevingsvergunning maken het voor velen lastig om een beeld te vormen van het gebouw en de gevolgen. Er ontbreken bijvoorbeeld heldere, publieksvriendelijke, stedenbouwkundige en architectonische afbeeldingen. De Initiatiefgroep vraagt zich af waarom afbeeldingen zoals getoond door Stebru op de inloopavond op 10 september 2019 ontbreken. De Initiatiefgroep ving signalen op van vermoedens dat die tekeningen slechts schijn waren. Dit creëert onnodige onrust. In ieder geval ontbreken deze afbeeldingen in de nu lopende formele procedure.

Datum indiening 23 oktober 2019

Datum binnenkomst gemeente 25 oktober 2019

REACTIE VAN GEMEENTE

De afbeeldingen c.q. impressies die getoond zijn op de informatieavond, zijn onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning in de vorm van geveltekeningen en ontwerptekeningen. In de inspraakverordening Zuidplas is in artikel 3 het volgende opgenomen: Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld bestemmingsplannen (herzieningen) en projectbesluiten, besluit het college of inspraak wordt verleend.

49

2.

3

De Initiatiefgroep vindt dit een belangrijk punt van zorg en vraagt derhalve het college en de raad om de tijdens de inloopavond gepresenteerde afbeeldingen te betrekken in de besluitvorming over het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning. De feitelijke bouwwerkzaamheden zijn ook een belangrijk punt van zorg van de Initiatiefgroep en alle omwonenden. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning geven daarover geen informatie. De Initiatiefgroep vraagt het college en de raad om dit ook te betrekken in de besluitvorming en vergunningverlening over het best Op de informatieavond werd duidelijk dat er geheid gaat worden. De heipalen komen op korte afstand van woningen; in het geval van de bouwkraan komen 4 heipalen op minder dan 10 meter van woningen en 3 meter van een schuurtje. In de omgevingsvergunning is niet opgenomen welke maatregelen getroffen worden om schade te voorkomen. Op dit punt eist de Initiatiefgroep dat de gemeente haar verantwoordelijkheid naar de burgers toont: in zowel het bestemmingsplan (artikel 3.4) als de omgevingsvergunning dient opgenomen te worden dat voorafgaand aan voorbereiding en werkzaamheden een objectieve vooropname of schouw van de staat van de woningen plaatsvindt. Deze opname dient ook voorafgaand aan de voorbereiding en werkzaamheden aan de bewoners ter beschikking worden gesteld.

In juni 2015 stemde de gemeenteraad onder tijdsdruk in met een Nota van Uitgangspunten voor een winkel op de locatie van de voormalige Rabobank aan de j.A. Beijerinkstraat. Dit zou de opmaat vormen voor een bestemmingsplanwijziging. Deze wijziging is er niet gekomen. Op 18 september 2019 publiceerde de gemeente een ontwerp bestemmingsplan de Twee Gebroeders. De Initiatiefgroep stelt dat ook voor de Twee gebroeders een Nota van Uitgangspunten had moeten worden vastgesteld.

Artikel 3.4 nadere eisen Hier wordt gesproken over nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Op deze plaats horen naar idee van de Initiatiefgroep de voorwaarden opgenomen te worden waaronder de Initiatiefgroep maart 2018 instemde ging met het plan. De instemming was namelijk een eis van het college om in gesprek te gaan met de ontwikkelaar.

Daarnaast past hier de eis voor het maken van een onafhankelijke vooropname of schouw van de omliggende woningen.

Het college heeft op 10 september 2019 besloten geen formele inspraak volgens de inspraakverordening te houden, omdat er hij voldoende op andere wijze geparticipeerd was met bewoners over dit plan. Hiermee het college voldaan hetgeen in de inspraakverordening is opgenomen. Daar komt bij dat reclamant door het indienen van een zienswijze hoe dan ook in de gelegenheid is om een standpunt over het plan kenbaar te maken. Zie voor de beantwoording van de participatie R4.14 Zie voor de beantwoording van uitvoeringsaspecten R2.6

Om een ontwikkeling mogelijk te maken in een bestaande stedelijke omgeving is een Nota van Uitgangspunten geen verplicht onderdeel in de planologische procedure. Indien de uitgangspunten op voorhand niet duidelijk zijn, dan ligt een Nota van Uitgangspunten voor de hand. Voor deze ontwikkellocatie waren de uitgangspunten bekend. Immers de initiatiefgroep heeft in het overleg met de gemeente en de initiatiefnemer haar pleidooi gehouden voor een gezondheidscentrum met appartementen. Omdat er goed overleg is gevoerd met de initiatiefgroep, is gedurende het proces gekeken om zoveel mogelijk wensen mee te nemen in de ontwikkeling. Hierdoor is een formele Nota van Uitgangspunten niet meer opgesteld. Op grond van artikel 3.6, eerste lid, sub d, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is, zo volgt uit de wet, beperkt tot eisen die aansluiten bij in het bestemmingsplan zelf reeds gestelde regels aangaande het betreffende onderwerp of onderdeel. Daarnaast dient voldoende duidelijk te zijn in welke gevallen en onder welke omstandigheden het college gebruik kan maken van zijn bevoegdheid.

De voorwaarden van een initiatiefgroep passen niet in de mogelijkheid die de Wet ruimtelijke ordening biedt voor het stellen van nadere eisen. Bovendien is het plan naar mening van de gemeente ook zonder het stellen van de door reclamanten gewenste nadere eisen in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Zie voor de beantwoording van uitvoeringsaspecten R2.6.

50

4

5

6

7

Artikel 6.3 Zomer 2019 sloten gemeente, Stichting JA-D-R en Stebru ontwikkeling BV een anterieure overeenkomst. Bijgevoegd is de zakelijke omschrijving en de publicatie op de gemeentepagina. De anterieure overeenkomst geeft o.a. afspraken met betrekking tot koop- VS huurwoningen, parkeren en eventuele planschade. Aangezien de anterieure overeenkomst, ook niet na navraag, ter beschikking wordt gesteld zijn deze afspraken voor omwonenden en belanghebbenden inhoudelijk onbekend. Zoals de zakelijke omschrijving weergeeft is het mogelijk dat er, naast het gezondheidscentrum, alleen koopwoningen worden gerealiseerd. Een volledige brandbreedte van woningenaantallen en typologie dient dus de basis van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning te vormen. Artikel 6.5 Bij de toegestane overschrijdingen staan ventilatiekanalen en schoorstenen genoemd. Met de ontwikkelaar is afgesproken, dat eventuele installaties op dak bouwkundig ingepast worden. Uit noch het ontwerpbestemmingsplan noch de omgevingsvergunning is op te maken of aan deze voorwaarde voldaan is. Daarnaast is voor de Initiatiefgroep een extra hoogte van 2,60 meter onacceptabel. Dit geeft extra schaduwwerking t.o.v. de bezonningsstudie. Daarnaast is het belemmerend voor de bewoners van Nieuw Dorrestein.

De Initiatiefgroep stelt een maximale overschrijding in hoogte voor van 1,5 meter, onder de voorwaarde (uit de instemming) van bouwkundige inpassing. Artikel 8.4 Het (later) plaatsen van masten tot een hoogte van 50 meter is onacceptabel. Eventuele installaties dienen, ook in geval van calamiteiten, te vallen binnen de rooilijnen van het gebouw. Dit om schade aan mensen en objecten te voorkomen. Artikel 9.1 In dit artikel ligt de wijzigingsbevoegdheid bij het college van Burgemeester en Wethouders. Gezien de eerdere discussies omtrent deze ontwikkeling dient de wijzigingsbevoegdheid bij de gemeenteraad te liggen. Dit is logisch gezien het benodigde amendement bij het vaststellen van de coördinatieregeling. Daarbij stuurde de gemeenteraad helder richting de functie gezondheidscentrum. Zowel de gemeenteraad als omwonenden zijn geen voorstanders van commerciële (kantoor)functies op deze locatie. Dorrestein is een woonwijk met daarbij horende functies. Bovendien zijn functies met een verkeer aantrekkende werking onwenselijk en in strijd met het uitgevoerde parkeeronderzoek.

Ten aanzien van de voorziene ontwikkeling is tussen gemeente en initiatiefnemer is inderdaad een anterieure overeenkomst gesloten. De inhoud van deze overeenkomst is niet openbaar en is een privaatrechtelijke overeenkomst. Zie voor de beantwoording van het aspect parkeren R1.2 Zie voor de beantwoording van het aspect planschade R1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606400/1