Bijlage 1 De Nota van beantwoording zienswijzen (en wijzigingen) BP Knibbelweg-Oost A23.000069
Tekst van het document
CONCLUSIE Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: De woonbestemmingen aan weerszijden van de Knibbelweg 51 worden in verband met richtafstand tot veestapel Knibbelweg 51) uit dit bestemmingsplan gehaald, de plangrens van het bestemmingsplan (verbeelding) wordt hierop aangepast; De vijf vrijstaande woningen worden tussen Knibbelweg 51 en de N219 worden in het bestemmingsplan (op de verbeelding) gewijzigd in 4 half vrijstaande woningen, waarbij in verband met de richtafstand tot de veestapel Knibbelweg 51 een minimale afstand van 50 meter wordt aangehouden tot de eerste woning. Het totale aantal woningen dat op grond van het bestemmingplan kan worden gerealiseerd is daarmee bijgesteld naar zeven.
Nummer
Nummer gemeente
Datum poststuk
Datum registratie gemeente
R5 - particulier
I23.000038
3 januari 2023
4 januari 2023
ZIENSWIJZE
REACTIE VAN GEMEENTE
1. De gemeente heeft al in een vroeg stadium een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de ontwikkelaar. Het lijkt erop dat de gemeente hierbij de belangen van de burgers van Zuidplas uit het oog heeft verloren. Het plan en onderliggende stukken bevat tal van open eindjes die de ontwikkelaar zelf mag invullen om het economisch rendabel te houden. Tijdens de inloopavond op 6 december bleek maar weer eens dat de betreffende ambtenaren niet goed op de hoogte waren van de details van het plan. Het lijkt erop dat de ontwikkelaar het plan heeft geschreven. Dit zou tekort doen aan de belangenafweging die de gemeente zou moeten maken. De burgers van Zuidplas mogen een kritische blik van de gemeente verwachten en een zodanige belangenafweging dat ook het belang van de dorpsbewoners en direct betrokkenen word meegenomen.
Zie antwoord zienswijze R4.1
2. Er zijn inconsistenties tussen verschillende documenten die bij het plan horen en het concept bestemmingsplan. 1 voorbeeld is te vinden op pagina 23 van het beeldkwaliteitsplan waar melding wordt
Per abuis is inderdaad in het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost een bouwhoogte van 8 meter genoemd. De onder artikel 9.2.2 sub g van de Regels vermelde 10 meter is echter de juiste hoogte. Deze
15
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
gemaakt van een woninghoogte van 8 meter, in het concept bestemmingsplan is dit 10 meter. Ik stel voor om duidelijkheid te verschaffen en het plan met de onderliggende documenten consistent met elkaar te maken en opnieuw ter inzage aan te bieden,
hoogte is ook conform de genoemde hoogte in artikel 50.15 sub s van het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord. Het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost zal hierop aangepast worden (naar 10 meter).
3. Er zijn een aantal momenten geweest waarbij de burgers zijn gevraagd “zich te laten informeren”. Van daadwerkelijke participatie is geen sprake geweest, hoewel de omgevingswet dit wel voorschrijft. Ik ben zelf een aantal malen in gesprek geweest met de gemeenteambtenaren en de projectleider van ontwikkelaar die verantwoordelijk zijn voor het plan over verschillende onderwerpen. Geen enkele (positieve) uitkomst. Enkele van deze onderwerpen vindt u ook terug in het vervolg van mijn zienswijze.
De gemeente Zuidplas kent een zogenaamde participatie ladder. De mate en vorm van inspraak op plannen is afhankelijk van het soort plan. Het gaat hier om een uitwerkingsplicht uit het onderliggende bestemmingsplan en er is vanaf 2013 veelvuldig overleg gevoerd en inspraak is geweest. Met deze eerdere inspraak is in dit ontwerpbestemmingsplan rekening gehouden. In het kader van het informeren zijn keukentafelgesprekken gevoerd met omwonenden waarin opmerkingen en vragen van omwonenden zijn opgehaald. Van deze keukentafelgesprekken is een participatieverslag gemaakt. Verder zijn er gesprekken gevoerd met relevante belangenorganisaties. Daarnaast zijn er twee informatieavonden georganiseerd (21 november 2021 en 6 december 2022), is een tweetal nieuwsbrieven opgesteld en huis aan huis bezorgd bij de omwonenden van het plangebied, waarin de wijzigingen die gaandeweg het proces zijn aangebracht, transparant zijn gecommuniceerd. Belanghebbenden zijn uitgenodigd om hierop te reageren en hebben hiervoor geruime tijd de gelegenheid gehad. Tevens heeft de ontwikkelaar reeds vanaf november 2021 een projectwebsite opgezet, waarop informatie over het plan te vinden is (www.dryport.nl). Daarmee is naar ons oordeel sprake van een adequaat niveau van participatie.
4. Rapporten die gebruikt zijn als input voor het plan zijn verouderd. Het waterhuishoudkundig plan is bijvoorbeeld van februari 2016 en gebaseerd op het afgewezen concept bestemmingsplan uit 2015. Economische data zijn niet de meest recentste. Kassen zijn niet meer levensvatbaar door een hoge gasprijs waarvan wordt verwacht dat deze voorlopig niet zal dalen naar het niveau van 2016, de economische neergang de industrie zal leiden tot minder behoefte aan opslag en distributie. De laatste gegevens dienen worden meegenomen om de vraag te beantwoorden of Nederland, Zuid-Holland, Zuidplas wel behoefte heeft aan kassen en distributiecentra en waarbij agrarisch cultuurlandschap voor moet wijken.
Zie antwoord zienswijze R4.2
Ik stel voor om een onafhankelijke analyse te laten doen op basis van recente economische data waarbij ook de toekomstige veranderingen met betrekking tot het 5de dorp worden meegenomen. Grote kans dat we de schaarse ruimte beter kunnen benutten voor wonen, productie van ons voedsel, recreatie etc. Ik wijs het plan in zijn geheel om bovenstaande zaken af en omdat het plan de algehele leefbaarheid van Zevenhuizen en in het bijzonder de bewoners aan de Knibbelweg negatief beïnvloed. Weer een stuk open gebied wat wordt vol gebouwd, en niet voor het algemeen nut, maar om verplaatsing van elders van kassen en distributiecentra (Duitsland) mogelijk te maken, zonder dat er is aangetoond dat er behoefte aan is. Daarnaast wordt mijn woongenot en dat van mijn gezin ernstig aangetast door het plan. Wij hebben hier schade van. Het plan past niet in het dorpse karakter van Zuidplas en Zevenhuizen. 5. De waterhuishouding baart ons zorgen. Een gigantisch gebied van 40 hectaren zal worden verhard. Het rapport van Grondmij geeft aan dat er voldoende compensatie is maar baseert dit op oude data en er is niet met klimaatverandering (intense hoosbuien en hogere waterstanden) rekening gehouden. Het rapport zal
16
Zie antwoord zienswijze R4.2
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
moeten worden geüpdatet om ook deze veranderingen mee te kunnen nemen in het plan. Niet alleen is dit van belang voor het houden van droge voeten in de laagstgelegen polder van Nederland maar ook met het op peil houden van het grondwaterpeil tegen het verrotten van funderingen van woningen 6. De kassen kunnen in het plan een kunnen een maximale hoogte van 10 meter krijgen. Deze hoogte is gelijk aan bijna 4 verdiepingen van een huis. Vanuit de Knibbelweg zal het lijken op een gigantische muur. Wij stellen voor dat de kassen niet hoger worden gebouwd dan 8 meter. Uit een studie van de Universiteit van Wageningen blijkt dat 8 meter hoog ruim voldoende is voor een optimale teelt. De extra 2 meter is overbodig en voedt speculatie dat als de kassen er niet komen (want niet economisch haalbaar) er alsnog distributie centra komen.
Zie antwoord zienswijze R4.4
7. Het Koningskwartier is geheel gasloos gebouwd. Het betreft in totaal ongeveer 1200 huizen. Allemaal met een forse investering om van het gas af te komen. Het moet maar blijken of dit economisch ook rendabel is. In het plan mogen de nieuwe kassen gewoon worden aangesloten op het gas omdat van het gas mogelijk niet economisch rendabel zou zijn. Dit is meten met twee maten. Als kassen niet rendabel van het gas kunnen, moeten ze niet nieuw gebouwd worden. Het klimaat en de oorlog in Ukraine zijn belangrijker dan de portemonnee van de ontwikkelaar. Er moet een harde eis komen in het plan dat de kassen niet zullen worden aangesloten op gas.
Zie antwoord zienswijze R4.5
8. Gewassen in de kassen zullen mogelijk belicht worden. Er wordt een bepaalde norm gehanteerd van 95% voor licht vervuiling. 95% lijkt veel maar vanaf de Knibbelweg zien wij elke avond de oranje gloed in de lucht boven de Bredeweg. Dat kunnen wij dus ook boven de Knibbelweg/Koningskwartier verwachten. Het heeft een effect op de leefbaarheid en de natuur. Ik stel voor naar een 99% norm te gaan, zodat er enige speling is maar dat lichtvervuiling wordt tegengegaan of geen verlichting toe te staan. Tevens stel ik voor de norm ook daadwerkelijk te handhaven, wat tevens een argument is om geen lichtvervuiling toe te staan.
Zie antwoord zienswijze R4.6
De lichtvervuiling heeft een effect op de leefbaarheid, woongenot en de natuur. Ik stel voor geen assimilatie verlichting toe te staan. Tevens stel ik voor de norm ook daadwerkelijk te handhaven, wat tevens een argument kan zijn om geen lichtvervuiling toe te staan. 9. De natuur komt er niet goed af in dit plan. Fazanten, hazen, buizerd, torenvalk, patrijzen, vossen etc. en het bodemleven zullen een andere habitat moeten vinden. In dit plan is niet onderbouwd waar dit zal zijn. Het Koningskwartier heeft al gezorgd voor een enorme druk op de natuur. Het water en de groenvoorzieningen met de milieuvriendelijke oevers zorgen voor enige verlichting maar kan geen serieuze natuurcompensatie voor het plan worden genoemd. Wij stellen voor de groenstroken significant te verbreden en niet publiek toegankelijk te maken en het onderhoud te beperken.
Zie antwoord zienswijze R4.7
10. De groenstroken en watergang achter de huizen van de bewoners van de Knibbelweg zullen worden ingericht door de gemeente. Wij zijn zeker voorstander van de milieuvriendelijke oevers.
Zie antwoord zienswijze R4.8
Ik stel voor dat de bewoners inspraak hebben in de inrichting van de groenstroken tussen huizen en de kassen en dat ze zullen worden beheerd en onderhouden door de bewoners (als zij dit wensen) door middel van een beheer- en onderhoudsovereenkomst tussen bewoner en gemeente. De beheer- en
17
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
onderhoudsovereenkomst kan eventueel jaarlijks worden opgezegd en bevatten bepalingen omtrent beeldkwaliteit en bepalingen aangaande het onderhoud en de frequentie ervan alsmede enige andere bepalingen. Tevens kan hierin worden opgenomen dat er geen opstallen zullen worden geplaatst (hoewel dit al wordt afgedekt door het plan zelf). De beheer - en onderhoudsovereenkomst zorgt voor een verbeterd leefmilieu van de bewoners en niet onbelangrijk verminderde kosten voor de gemeente. Er zijn ideeën over het weiden van schapen en het houden van bijen. Het beheer en onderhoud in handen geven van de bewoners zou tevens een tegemoetkomingzijn aan de bewoners die door het plan te maken krijgen met het verlies aan woongenot door het verlies van uitzicht op wild en over landerijen. Daarnaast is in het plan niet de mogelijkheid opgenomen om met groot materieel onderhoud achter de woningen te plegen omdat er niet voorzien is in een toegangsroute. Om de privacy van de bewoners te bewaken stellen wij voor de groenstroken achter de woningen van de Knibbelweg niet publiek toegankelijk te maken. 11. In het plan wordt gepleit voor brede kavels. Kavels zouden volgens de structuurvisie een breedte in de lanen en linten een minimale breedte van 30 meter moeten hebben.
Ik ben het hier mee eens als zou dat wat mij betreft naar de standaardbreedte van 40 meter mogen die origineel tussen sloten bestaat in een drooggelegde polder. Het beoogde kavel tussen Knibbelweg 49 en 51 is smaller dan 30 meter. Ik stel voor strikt de minimale breedte van 30 meter aan te houden zodat er daadwerkelijk een ruime opzet van de oostzijde van de Knibbelweg ontstaat. Ik bemerk dat het kavel van Knibbelweg slechts 20 meter breed is. Mogelijk kan de grond worden toegevoegd aan de kavel op Knibbelweg 51 of kan bijvoorbeeld als additioneel groen of waterberging worden toegevoegd.
Zie antwoord zienswijze R4.9
12. Er is in het plan geen rekening gehouden met de hinder die ik al ervaar als buurman (op enige afstand) van de boerderij- en kwekersactiveiten van Knibbelweg 51. Het plan zou geluidshinder, stank- en vliegenoverlast moeten meenemen in het plan voor kavels naast Knibbelweg 51. Ik heb dit niet in het plan kunnen terugvinden. Ik ga ervan uit dat er sprake is van een milieu cirkel of iets dergelijks is rondom perceel Knibbelweg 51. Vanwege de hinder stel ik voor dat er in de directe omgeving geen woningen worden gebouwd.
Zie de beantwoording van zienswijze R4.9
13. In de regeling Stikstof wordt de conclusie getrokken dat de stikstof depositie van het plan lager of gelijk aan de depositie met het huidig agrarisch gebruik is. Belangrijke aanname in deze berekening is dat de landbouwgrond stikstof "produceert”. Dat is natuurlijk niet zo. De beredenering zou slechts opgaan als de dieren die de stikstof daadwerkelijk produceren zouden verdwijnen. Elk jaar wordt er met grote giertanks en injectiesystemen met tractoren mest uitgereden van dieren uit de omgeving van het plan. Deze dieren blijven, omdat de ontwikkelaar danwel gemeente de stikstofrechten van deze dieren niet heeft opgekocht. De aanname dat akkerbouwgrond stikstof emitteert is derhalve niet correct. Daarnaast wordt gerekend met een bepaalde normering voor de tuinbouw, waarbij het de tuinder wordt toegestaan een ander gebruikt te hanteren. Dubbel gebruik van de kas wordt niet meegeteld. Ook emissie tijdens de bouw en de fasering van de bouw van het plan hebben effect op de stikstof depositie. Kortom de calculatie is onvolledig en schiet
Zie antwoord zienswijze R4.10
18
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
ons inziens op belangrijke punten te kort. Ik stel voor de calculatie te laten toetsen bij een onafhankelijke instantie zoals de Raad van State, ook omdat er relatief weinig ervaring is met deze berekeningen. 14. Het plan concludeert dat er geen Milieueffectrapportage nodig is. Argumenten worden nauwelijks gegeven. En als ze worden gegeven zijn ze kwalitatief van een uiterst bedenkelijk niveau met 1 of 2 zinnen tekst. Er wordt een salamitactiek toegepast, extra verkeer en uitstoot vrachtwagens wordt gebagatelliseerd etc. Dit lijkt op een doelredenering. Dit plan (en fase 2) betreft een van de grootste projecten in Zevenhuizen en de bewoners en betrokkenen verdienen een MER. Ik stel voor een degelijk MER op te stellen waarbij de effecten worden verwerkt in het plan danwel wordt afgezien van het plan.
Zie antwoord zienswijze R4.11
15. Tot slot, begrijp ik dat de gemeentegrond bezit in het plangebied en dit op termijn voornemens is over te dragen aan de projectontwikkelaar. Ik wil wijzen op het arrest van de Hoge Raad gewezen op 26 november 2021 waarin de Hoge Raad oordeelt dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Dat houdt in dat het overheidslichaam de koper moet selecteren in een selectieprocedure aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Ook moet het overheidslichaam hierover vooraf informatie bekend maken. Deze verplichtingen volgen uit het gelijkheidsbeginsel, waaraan overheidslichamen zijn gebonden. Mocht de gemeente de toezegging al hebben gedaan is deze m.i. nietig.
De gemeente is bekend met het Didam-arrest. Het Didam-arrest gaat uit van het bieden van gelijke kansen aan derden (individuen of bedrijven) waar het verkoop of verhuur van gronden of gebouwd onroerend goed betreft. Het belang dat aan de orde was in het Didam arrest is echter geen ruimtelijk belang en speelt in deze bestemmingsplanprocedure derhalve geen rol. Bij de ontwikkeling van het plangebied Knibbelweg-Oost is er maar één serieuze kandidaat, de ontwikkelaar. Vanuit die gedachte is de gemeente voornemens de percelen grond, welke zij op deze locatie in eigendom heeft, te verkopen aan de ontwikkelaar. Deze voorgenomen verkoop zal, in lijn met het Didamarrest, vooraf worden gepubliceerd.
CONCLUSIE De zienswijze geeft aanleiding het ontwerp bestemmingsplan aan te passen Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: In het beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg Oost (bijlage 5 bij de regels) wordt de bouwhoogte aangepast van 8 meter naar 10 meter
Nummer
Nummer gemeente
Datum poststuk
Datum registratie gemeente
R6 – particulier
I23.000054
3 januari 2023
5 januari 2023
ZIENSWIJZE
REACTIE VAN GEMEENTE
1. Wij zijn al geruime tijd in gesprek met de gemeente over de verkoop van een deel van onze percelen in verband met een door de gemeente en projectontwikkelaar Van Uden gewenste ontwikkeling. Op een ander niet te verkopen gedeelte van onze percelen blijven wij wonen. In de tot nu toe gevoerde gesprekken is het vooral gegaan over hoe ons woongenot in de toekomst zoveel mogelijk geborgd kan worden mocht het van de Gebiedsontwikkeling komen.
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de belangen van de omwonenden/ betrokkenen waarbij is voldaan aan de normen en afstanden.
In 2015 zijn ook al gesprekken met ons gevoerd en is ook een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Toen zijn de plannen echter niet doorgegaan
19
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
2. De gesprekken zijn voor ons op allerlei manieren zeer ingrijpend. Onze woonomgeving dreigt volledig te worden veranderd. Bovendien dreigen wij op vele manieren schade te lijden: onder andere zal sprake zijn (of is mogelijk nu al sprake) van waarde verlaging van onze woningen, andere opstallen en gronden door hoge kassen en logistieke hallen op korte afstand van onze percelen; onderzoeksrapporten geven aan dat er een reëel risico bestaat dat waterschade aan onze opstallen zal ontstaan; de gebruiksmogelijkheden van onze percelen zullen aanzienlijk worden beperkt; ons bedrijf zal drastisch aangepast moeten worden; wij waren in 2015 genoodzaakt externe adviseurs in te schakelen en hebben dat nu weer moeten doen. Kortom: schade in veel opzichten.
De ruimtelijke opzet van het plan is er mede op gericht om de impact van de planontwikkeling op de bestaande omgeving zo veel mogelijk te beperken. De Wet ruimtelijke ordening bevat een planschaderegeling. Een planschadeverzoek kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Of er sprake is van schade zal in dat kader nader moeten worden afgewogen.
3. Sowieso houdt een en ander ons zelf dag en nacht bezig. Wat ons betreft blijft de situatie zoals deze nu is. Bovendien zien wij dat het inmiddels economisch slechter gaat met ons land en dat de vooruitzichten voor de komende jaren ook niet goed zijn.
Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is gekeken naar de economische behoefte in de regio. In de ladder onderbouwing glastuinbouw en bedrijven Knibbelweg Oost (30 juli 2020) is ten aanzien van deze ontwikkeling het volgende geschreven: door de ligging aan internationale transportcorridors is deze locatie zeer geschikt voor logistieke bedrijvigheid. Voor de logistiek bestaat er een behoefte aan 28 tot 149 hectare in het onderzoeksgebied tot 2030. Dit plangebied voorziet in de ontwikkeling van 19 hectare. Het beoogde areaal past binnen het tekort aan bedrijventerreinen voor de grootschalige logistiek. In de behoefte raming bedrijventerreinen Zuid-Holland (oktober 2021) wordt gesteld dat er in de provincie Zuid-Holland een totale ruimtevraag, in de periode 2021 tot en met 2030, is van 392 tot 783 hectare bedrijventerrein. Voor wat betreft de glastuinbouw is de verwachte additionele ruimte behoefte tot 2030 van 85 hectare. Conclusie: er is voldoende ruimte en groei om de ontwikkeling te laten plaatsvinden. De gemeente blijft zich op het standpunt stellen dat dit plan gewenst is.
Onze eerste vraag is dan ook: is de beoogde ontwikkeling voor de gemeente nog wel gewenst?
4. In het geplande fietspad (tevens calamiteitenroute) zit een “knik” aan de Knibbelweg zijde van onze percelen. Wij doelen hier met name op het fietspad/calamiteitenroute vanaf de Knibbelweg aan de noordwestzijde zoals voorgesteld tot daar waar de onderhoudsstrook minimaal 5 meter breed is. In de met ons gevoerde gesprekken is ons uitgelegd dat deze knik als achtergrond heeft dat bouwplannen van onze buren van het naastgelegen perceel gefaciliteerd zouden moeten worden. Wij begrijpen dat niet. In de met ons in 2015 en 2016 besproken plannen was ter plaatse nog sprake van een rechte weg, wat ons voor een calamiteitenroute ook veel geschikter lijkt.
Bij de vormgeving van de calamiteitenroute en de bestemming tot woonperceel is rekening gehouden met alle belangen die hier spelen, waaronder die van u en uw buren. De calamiteitenroute is conform ontwerprichtlijn ontworpen en voldoet aan de gestelde functionaliteit. Dit ontwerp heeft geen gevolgen voor de inrichting van de bestaande sloot aan de zijde van de indiener. Dit heeft dan ook geen aanvullende kosten voor onderhoud tot gevolg.
Al meer dan 40 jaar hebben wij met de eigenaren van de naastgelegen percelen de afspraak dat het onderhoud van dit deel van de sloot en het talud vanaf hun kant plaatsvindt. In de toekomst hebben zij geen belang meer bij deze sloot en zal het onderhoud van onze zijde moeten plaatsvinden. Het gedeelte tot aan de knik zal vanaf onze zijde niet mechanisch duurzaam te onderhouden zijn. Aanpassingen die mechanisch en duurzaam onderhoud van een en ander wel mogelijk maken zouden ons inziens niet voor onze rekening moeten komen. Schoeiingen zijn hierbij vanuit milieuoogpunt niet acceptabel. Zoals opgemerkt heeft een recht fietspad, zoals met ons in 2015/2016 besproken, de voorkeur. Andere oplossingen, zoals nu in het ontwerp voorgesteld, moeten verder worden uitgewerkt en zouden voor ons niet moeten leiden tot nog hogere kosten.
20
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
5. Volgens de plannen is op onze percelen alleen bebouwing toegestaan ter plaatse van de huidige opstallen. Gelet op de geplande extra lintbebouwing, zouden wij het logisch vinden dat ook aan ons wordt toegestaan aan de voorzijde van het perceel (de Knibbelwegzijde) een extra opstal (woningen) te mogen realiseren
In het vigerende bestemmingsplan Zuidplas Noord (het moederplan) is op het perceel een extra woning in het lint aan de Knibbelwegzijde toegestaan mits hiervoor een wijzigingsplan-procedure wordt doorlopen. Op dit moment zijn er nog geen concrete plannen voor het realiseren van een extra woning op dit deel van het perceel, deze is dan ook niet in de (haalbaar)heids onderzoeken van dit bestemmingsplan meegenomen en niet opgenomen in het bestemmingsplan. Door het betreffende deel van dit perceel (direct grenzend aan de Knibbelweg) met de bestemming “Tuin” uit het bestemmingplan Knibbelweg-oost te halen blijft de nu geldende wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan Zuidplas-Noord voor deze locatie van toepassing. Voor reclamant blijft het daarmee mogelijk om een verzoek in te dienen voor toepassing van de bestaande wijzigingsbevoegdheid voor het realiseren van een extra woning op het perceel. De plangrens van het bestemmingsplan zal hierop worden aangepast.
6. Tot een kassencomplex behoort ook de wettelijk voorgeschreven onderhoudsstrook van 5.00 meter. Daar is in de geplande afstand geen rekening mee gehouden. In eerdere communicatie is een afstand van 35 meter tot onze huidige kadastrale perceelsgrens toegezegd, Dit is nu niet meer opgenomen. In de in 2015 en 2016 gevoerde gesprekken was een afstand van 35 meter ook steeds uitgangspunt. De door ons gewenste afstand tot de kassen is in het plan niet opgenomen. De afstand tussen de kassen en de calamiteitenroute is bovendien onduidelijk. Wij zien niet in waarom de in 2015 en 2016 besproken afstand van 35 meter niet als uitgangspunt zou kunnen gelden. Graag ontvangen wij ook een toelichting op wat de gevolgen (voor de afstand) zijn als in plaats van kassen toch andere opstallen worden gebouwd.
Volgens de normen in de VNG brochure geldt een richtafstand van 30 meter gemeten vanaf de woonbestemming tot aan het bouwvlak van de glastuinbouw. Voor een deel van de woonbestemmingen is een afstand van 35 meter aangehouden. Deze standaard richtafstand is voldoende. Het is niet mogelijk om zonder nieuwe ruimtelijke toestemming (planologische omgevingsvergunning) andere gebouwen te realiseren. Daarom is deze zorg niet nodig.
7. De bij het bestemmingsplan gedeelde plattegronden komen niet overeen met de plattegronden zoals met ons besproken en zoals per e-mail zijn gedeeld. Het gaat hier om de volgende verschillen: 1. figuur 1 in de “wegverkeerslawaai notitie”. Waarbij onze kavel niet doorloopt tot de centrale as en er een eerdere sloot is. 2.Verbeelding KOI. Hier loopt de groenstrook en het water niet door tot aan de centrale as. Figuur 1.2 in de toelichting: Hier is ons huis in het geheel niet ingetekend, terwijl alle andere bebouwing er wel op staat. 3. Figuur 2: Bijlage regeling Stikstof. Ook hier loopt onze kavel niet door tot de centrale as en loopt de groenstrook en de sloot maar tot halverwege. 4. Figuur 2.1 in de Stikstof emissie berekening toont dezelfde afbeelding (pagina 14) 5. Figuur 5 Oplegnotitie soortenbescherming, toont ook weer de verkeerde kaart.
De in de toelichting en de bijlagen opgenomen genoemde plattegronden/figuren dienen ter illustratie en hebben geen juridische waarde. Bij vaststelling zullen alle documenten op elkaar afgestemd zijn, in de definitieve documenten zullen de genoemde illustratief bedoelde figuren eenduidig worden opgenomen. Op de verbeelding worden de (juridische) bestemmingen van het gebied weergegeven. Op grond van de opgenomen bestemmingen kunnen de bedoelde groenstrook en het water worden gerealiseerd. Er is daarom geen aanleiding om de verbeelding op dit punt aan te passen.
Graag verzoeken wij de plattegronden overeenkomstig de besproken situatie aan te passen. 8. Pagina 11 (Van het Beeldkwaliteitsplan): De representatieve zijde van de logistieke gebouwen is gericht op de Vierde Tocht. Dit betekent dat wij tegen de achterkant aan kijken. Dit is over het algemeen de minst fraaie zijde en heeft ook het risico dat hier allerlei opslag en vuilcontainers etc. komen te staan. Graag verzoeken wij u bepalingen op te nemen die de kans op overlast voor ons zoveel mogelijk beperken.
Een buitenopslag voor goederen en materialen is niet toegestaan, het college van B&W kan dit toestaan door middel van een afwijkingsmogelijkheid te verlenen (Artikel 5.5.1. van de regels behorende bij het bestemmingsplan).
21
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
Als voorwaarde wordt gesteld dat dit hoogwaardig ingepast moet kunnen worden. Hiervoor doet de gemeente een stedenbouwkundige toets. In het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg Oost is t.a.v. buitenopslag dezelfde eis gesteld. Het moet hoogwaardig ingepast worden. 9. Pagina 15 (Van het Beeldkwaliteitsplan): Opgenomen is: rondom de kassen/ gebouwen 3.5 meter vrijlaten en alleen 5 meter van de centrale as. Wij vragen ons af hoe staat het met de noodzakelijke 5 meter vanuit de calamiteitenweg? Graag verzoeken wij ook op dit punt bepalingen op te nemen die de noodzakelijke afstand van 5 meter vanuit de calamiteitenweg waarborgen.
In het beeldkwaliteitsplan staat 3,5 meter aangegeven, maar dit wordt aangepast naar 5 meter.
10. Ten aanzien van het onderzoek watersysteem- bodemstabiliteit: Het betreft hier een onderzoek uit 2016. Wij verzoeken een nieuw onderzoek te laten verrichten; dit met name omdat op pagina 10 wordt aangegeven dat er een risico is voor huizen met een kelder. Dit betreft onze opstallen. Er zijn in het verleden proefopstellingen uitgeprobeerd om overtollig regenwater in de bodem op te slaan om nadien als gietwater te gebruiken, allen met een negatief resultaat omdat de diepere grondlagen hier sterk ijzerhoudend zijn en voor het vooropgestelde doel niet bruikbaar was daar het op de gewassen en de te oogsten producten een onacceptabel residu achterliet. Zou men hier mee doorgegaan zijn zou dit water uiteindelijk sterk vervuild geloosd moeten worden met als consequentie vervuiling van het oppervlaktewater. Dit dreigt ook nu weer.
Gelet op de conclusies, uit het waterhuishoudkundig plan van de Grontmij, is dit risico niet aan de orde. In het plan wordt geconcludeerd dat een significante wijziging risico’s meebrengt voor vrijwel alle bebouwing met een fundering “op staal” of op houten palen. Op basis van de waterhuishoudkundige situatie rondom de lintbebouwing en het plan om een nieuwe watergang op polderniveau achter langs te graven, wordt geen significante verandering verwacht in de (grond) waterhuishouding rond de lintbebouwing. Het waterhuishoudkundig plan wordt nog geactualiseerd in het kader van de benodigde vergunning van het Hoogheemraadschap ingevolge de Waterwet. Ook het lozen van afvalwater en de waterkwaliteit wordt in het kader van milieuregels getoetst.
11. Ten aanzien van het onderzoek naar Wegverkeerlawaai: In dit rapport wordt vooral ingegaan op de gevolgen voor nieuw te bouwen huizen. De impact op bestaande huizen wordt gebagatelliseerd. Aangezien wij dichter bij de centrale as wonen en het te verwachten geluid vanuit de logistieke en glastuinbouw projecten is het voor ons niet duidelijk waarom hier geen extra overlast wordt verwacht. Graag verzoeken wij nader onderzoek te laten verrichten voor de gevolgen voor bestaande bebouwing - en specifiek voor ons
Voor bestaande woningen in de nabijheid van bestaande wegen gelden er geen eisen. Wanneer de weg fysiek wijzigt, dan moet de oude situatie (situatie voor wijziging) en de nieuwe situatie (10 jaar na wijziging weg) onderzocht worden. Een zogenoemd reconstructie-onderzoek. Er is geen sprake van een fysieke wijziging, dus geen sprake van een reconstructie-onderzoek. Er is wel sprake van een nieuwe weg: De Centrale As. Voor een nieuwe weg in de situatie van bestaande woningen geldt in de Wet geluidhinder een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 58 dB. De dichtstbijzijnde bestaande woning ligt op circa 220 meter van de Centrale As. De geluidzone van de Centrale As is 250 meter, dus deze woning valt hierbinnen. De berekende geluidbelasting vanwege de Centrale As op de gevels van de bestaande woning is ten hoogste 44 dB na wettelijke aftrek. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden en wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. We zijn in de berekeningen uitgegaan dat er op dit moment geen bebouwing komt tussen de Centrale As en de nieuwe en bestaande woonkavels. In de toekomst kan er bebouwing toegevoegd, waardoor er meer afscherming komt. Hierdoor zal de geluidbelasting vanwege de Centrale As nog lager uitvallen.
12. Ten aanzien van “de verbeelding’’: Deze wijkt af van de aan ons voorgelegde plattegronden. Graag verzoeken wij u een en ander met elkaar in overeenstemming te brengen.
De Verbeelding moet voldoen aan wettelijk gestelde eisen en heeft als functie: het aangeven welke bestemming, en gebruik is toegestaan op een perceel. Het betreft derhalve een document over de ruimtelijke invulling. Dit document heeft niet als functie het weergeven van kadastrale eigendomsgrenzen. Deze laatste zijn te vinden in kadastrale tekeningen en zullen ook in de definitieve inrichtings-ontwerpen worden weergegeven.
13. Ten aanzien van de bestemmingsplanregels:
Deze bepaling bevat een afwijkingsmogelijkheid. Hiervan kan alleen door het college gebruik van worden gemaakt indien wordt voldaan aan alle drie de gestelde voorwaarden. Tegen een besluit tot het verlenen van een dergelijke afwijking staan rechtsmiddelen open.
22
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
Art 3.4.1 Deze bepaling lijkt het risico in zich te hebben dat de afstand tot onze woningen kleiner wordt dan nu op de tekening. Wij willen graag de garantie dat dat niet kan gebeuren. Wij verzoeken u de regels dienovereenkomstig aan te passen
a. b. c.
De gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering; Er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw, waaronder begrepen kassen als collectieve voorziening; De omgevingsvergunning slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken.
Daarnaast is dit een standaard afwijkingsmogelijkheid in bestemmingsplannen. 14. Art 7.3.3 De afscheiding van ons erf en de weg en de afscheiding op de nieuwe stuw vallen in deze categorie, maar 1 meter is voor ons te laag. Wij hebben op dit moment 2 vlaggenmasten en een valkenhok die ruim boven de 5 meter (9 meter) zijn. Deze willen wij in de toekomst kunnen vervangen. Hetzelfde geldt voor onze andere hekwerken.
De bestemming van het betreffende perceel wordt middels dit bestemmingsplan gewijzigd naar een woonbestemming met tuin. Voor deze bestemmingen gelden andere regels voor bouwen en gebruik dan op grond van de bestemming die van toepassing is het voorgaande bestemmingsplan. Bestaande bouwwerken op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig zijn en niet passen binnen het nieuwe plan vallen onder het overgangsrecht. (artikel 17 van het bestemmingsplan). Deze bouwwerken mogen blijven staan en gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd.
15. Art 7.4.C. Wij hebben op dit moment best wat buitenopslag (eigen boten, aanhangers, hout etc). Wij verzoeken u het plan zodanig aan te passen dat wij dit ook in de toekomst kunnen blijven doen.
Ook het gebruik van het perceel valt onder het overgangsrecht, mits dit niet in strijd is met het voorgaande bestemmingsplan. In dat geval mag het bestaande gebruik als buitenopslag worden voortgezet.
16. Al meerdere decennia is er op ons perceel een nestkast voor een torenvalk, die al vele jaren door deze zeldzame en zeer nuttige roofvogels in gebruik is. Uit niets blijkt dat op dit punt onderzoek is gedaan. Wij verzoeken u dit alsnog te doen
De ecoloog heeft de situatie omtrent de kast beoordeeld en hier een aanvullende notitie voor opgesteld. Omdat de kast behouden blijft en er voldoende (ook nieuw gerealiseerd) jachtgebied in de omgeving aanwezig zal zijn, zal de instandhouding van de torenvalk niet negatief beïnvloed worden. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de aanvullende notitie van de ecoloog. Deze is aan de ecologische QuickScan toegevoegd.
17. Uit niets blijkt dat er een stikstof ontheffing voorhanden is voor de voorbereidende werkzaamheden en de uitvoering van dit plan. Graag verzoek wij u ons op dit punt te informeren.
Zie antwoord zienswijze 4.10
18., Met betrekking tot de waterstanden rondom ons perceel verzoeken wij u het onderstaande op te nemen in het bestemmingsplan: - Sloot tussen Kreft (nr 41) en Fransen wordt “wegslootpeil" tot waar aan de zijde Fransen de Kassenbouw bestemming begint. - Sloot tussen de Calamiteitenroute en Fransen wordt “wegslootpeil” tot daar waar de onderhoud strook minimaal 5 meter breed is en de massieve stuw wordt geplaatst voor het reguleren van beide waterpeilen.
De waterstanden worden conform de eisen van het hoogheemraadschap geregeld. Dit wordt meegenomen in het ontwerp van het te actualiseren waterhuishoudkundig plan, welke in het kader van de waterwetvergunning door het hoogheemraadschap wordt beoordeeld.
19. Wij hebben met de gemeente afspraken geprobeerd te maken over het toekomstig gebruik van de gronden op Knibbelweg 41, mede in verband met het onderhoud van de gemeenschappelijke sloot. In die gesprekken is namens de gemeente aangegeven dat deze gronden niet van de gemeente zijn en de gemeente derhalve geen afspraken over wil maken. Op dit moment zijn de kassen op nummer 41 tot nabij de insteek van de sloot gebouwd. Dit geeft complicaties voor het onderhoud van deze gemeenschappelijke sloot. Mocht de gemeente of de projectontwikkelaar in de toekomst deze gronden verwerven dan zouden wij graag vastgelegd zien dat voor nieuw te bouwen kassen een afstand van 35 meter tot de kadastrale erfgrens in
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de richtafstanden conform de VNG-normen. Zoals onder de beantwoording van zienswijze R6.6 reeds aangegeven, geldt volgens de normen van de VNGbrochure een richtafstand van 30 meter. In dit plan wordt vanaf de beoogde woonbestemming (de twee woningen) van indiener zelfs rekening gehouden met een grotere afstand van 35 meter. Voor alle duidelijkheid zij nogmaals vermeld dat voor het bepalen van de afstand van 35 meter (volgens de VNG-brochure zou volstaan kunnen worden met een richtafstand van 30 meter) wordt gerekend vanaf het bouwvlak van de glastuinbouwbestemming tot de grens van de beoogde woonbestemming (in dit geval samenvallend met gevel van de beoogde woningen van indiener). Het betreft dus niet de afstand gerekend vanaf de glastuinbouwbestemming tot de kadastrale perceelsgrens van de indiener.
23
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
acht zal moeten worden genomen. In ieder geval verzoeken wij u in het bestemmingsplan een bepaling op te nemen, waarin dit staat. Verder zou wat ons betreft de doorsnede van de sloot gelijk moeten worden aan de sloot aan de andere zijde van ons perceel. Ook dat zouden wij graag vastgelegd zien in het bestemmingsplan. Het opnemen van een inrichtingsplan bij het bestemmingsplan is geen verplichting. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld zal de invulling nader worden uitgewerkt in een inrichtingsplan.
20. Tenslotte merken wij op dat het inrichtingsplan ontbreekt.
CONCLUSIE Deze zienswijze geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: Het gedeelte van het perceel Knibbelweg 37 b en c dat grenst aan de Knibbelweg zal buiten de plangrens van dit bestemmingsplan worden gelaten, de verbeelding van het bestemmingsplan zal worden aangepast. Daarmee blijft de wijzigingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord van toepassing op het betreffende deel van het perceel De in bijlage 7 van de toelichting (wegverkeerslawaai, figuur 1), bijlage 4 van de regels (regeling stikstof, figuur 2 en figuur 2.1), bijlage 10 van de toelichting (ecologische onderzoeken soortenbescherming, figuur 5) en in de toelichting opgenomen figuur 1.2 zullen worden geactualiseerd en op elkaar worden afgestemd. Het Beeldkwaliteitsplan (bijlage 5 bij de regels) wordt gewijzigd waarbij de a minimale afstand rondom kassen/gebouwen wordt aangepast van 3,5 meter naar 5 meter
Nummer
Nummer gemeente
Datum poststuk
Datum registratie gemeente
R7 - particulier
I23.000053
2 januari 2023
5 januari 2023
ZIENSWIJZE
REACTIE VAN GEMEENTE
1. Het ontwerpbestemmingsplan betreft de ontwikkeling Dryport Zuidplas een grootschalige logistieke ontwikkeling met 15 ha logistieke bedrijvigheid, 4 ha kleinschalige bedrijvigheid en 18,5 ha glastuinbouw. Dit is een hele grote uitbreiding met veel impact op de omgeving. Niet heel ver hiervandaan is ook een zonneveld van 40 ha geprojecteerd. Het betreft een deelontwikkeling, dit is fase 1, mogelijk komt later een verdere uitbreiding (fase 2). Van deze ontwikkeling is eerder sprake geweest namelijk al voor 2016. Toen is dit plan niet doorgezet vanwege de toenmalige economische crisis. Het ontwerp bestemmingsplan is gebaseerd op tal van rapportages van 2020 of ouder. Op dit moment hebben wij te maken met een energiecrises en zijn de economische ontwikkelingen niet gunstig. Tal van eigenaren met glastuinbouw stoppen de bedrijfsvoering. Zijn deze rapportages nog wel relevant? Het zijn vooral de economische belangen en het verdienmodel van de eigenaar/exploitant die leidend zijn in dit voorstel. Nergens in het voorstel staat iets beschreven over wat belangrijk is voor het behoud van de leefbaarheid voor de inwoners van Zevenhuizen.
24
Zie antwoord zienswijze R6.1
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
Van veel uitgangspunten (duurzaamheid, biodiversiteit, vervoersbewegingen en stikstofdepositie) zijn er berekeningen gemaakt, gebaseerd op aannames in rekenmodellen en ook zit er in de conclusies een " maar" en mag de eigenaar/exploitant afwijken of hoeft om economische redenen hier niet aan te voldoen. Het betreft een grootschalige ontwikkeling. De aanwonenden van de Knibbelweg en Noordelijke Dwarsweg waren uitgenodigd voor een inloop bijeenkomst op 6 december jl. en konden vragen stellen 2. Op alle mogelijke plannen voorziet de gemeente Zuidplas in participatie bij nieuwbouwplannen en gezien de aanstaande Omgevingswet zou dit ook bij dit plan moeten gebeuren. Het is namelijk niet het oorspronkelijke plan maar een op veel onderdelen aangepast plan. De beschikbare informatie is trouwens moeilijk toegankelijk en gaat uit van de belangen van de initiatiefnemer. De belangen van inwoners staan niet beschreven. (Wat we trouwens vreemd vonden was dat aanwonenden die naar de inloopbijeenkomst van 6 december gingen een cadeautje kregen).
Zie antwoord zienswijze R5.3
3. Zevenhuizen is in de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Er zijn veel nieuwe inwoners komen wonen en er zijn plannen tot nog meer woningbouw in Zevenhuizen. De leefomgeving verstedelijkt snel en dit doet ook iets met de leefbaarheid.
Dit is afgewogen, onder meer vanuit stedenbouwkundig gezichtspunt. Naar oordeel van de gemeente past dit in de omgeving. Ook past de ontwikkeling binnen het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder 2006. Dit vormt de basis voor de integrale herontwikkeling van de Zuidplaspolder, waar de Knibbelweg Oost een onderdeel van is.
Past in zo'n omgeving het realiseren van dit glastuinbouwbedrijvenlandschap van 600 meter bij 700 meter en in hoogte variërend van 10 tot 15 meter? 4. Door de vertraging van het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost verdwijnen de aanvankelijk belangrijke financiële consequenties en is het logisch om zonnepanelen bij aanvang gelijk in gebruik te nemen op alle plekken waar dit mogelijk is. Dit missen wij in het plan. Inwoners van Zuidplas moeten bij nieuwbouwplannen voldoen aan allerlei energiebesparende maatregelen en 0 op de meter. Waarom bij dit plan niet?
De grote logistieke bedrijven krijgen de verplichting voor het leggen van zonnepanelen in het koopcontract. Het moment van de realisatie daarvan is afhankelijk van de verruiming van het elektriciteitsnet met een hoogspanningsstation. Deze wordt in 2025 verwacht. Immers zonder uitbreiding van het elektriciteitsnet kan de door de zonnepanelen opgewekte overtollige stroom niet worden terug geleverd aan het elektriciteitsnet.
5. Waarom wordt de eigenaar niet verplicht om ook op de glastuinbouwkassen, zonnepanelen te plaatsen? Gezien de omvang zou het realiseren van zonnepanelen op dit complex kunnen leiden tot minder zonnevelden elders in de gemeente?
De daken van de glastuinbouwkassen zijn van glas. Dat is van belang voor de toelating van het zonlicht. Door deze af te dekken met zonnepanelen zou het zonlicht worden tegengehouden. Juist het zonlicht is van belang voor de groei van gewassen in de kas. Uw suggestie is daarom niet gewenst en in die zin niet mogelijk.
6. Waarom is het vanuit de gemeente geen harde eis dat de eigenaar/exploitant meewerkt aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente?
Zie ook beantwoording zienswijze R 7.4.
Zonnepanelen kunnen gerealiseerd worden op de overige daken van overige bedrijvigheid, langs wegen, op overdekte parkeerplaatsen en drijvend in wateropvangbekkens.
25
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
7. Er is een landschappelijke inpassing met inrichtingsplan voor de Knibbelweg-Oost het betreft de strook achter de woningen. Wat opvalt is dat de strook van de lintbebouwing veel minder breed is dan in het verlengde van de Knibbelweg-Oost, voorbij de Zuidelijke Dwarsweg. In feite hetzelfde lint maar dan bij het vijfde dorp (Middengebied) Daar is de strook 100 meter breed.
De lintzone in het plan is wellicht smaller dan het lint in het toekomstige Middengebied, maar biedt ruim voldoende ruimte voor de invulling met een groenblauwe zone, met waterberging. Daarnaast wordt ook voldaan aan de minimale richtafstanden tot glastuinbouw welke volgen uit de VNG-brochure. Uitzicht en leefbaarheid zijn daarmee goed geborgd. De waterberging voor dit plan is voldoende gerealiseerd.
Het aanhouden van deze 100 meter ook aan de Knibbelweg-Oost kant, zorgt voor meer groen en biodiversiteit en voor meer leefbaarheid voor de inwoners van Koningskwartier. Het zijn de buren die uitkijken op dit complex en doordat het wat verderaf komt te liggen heeft dit een groot ruimtelijk effect. 8. Het betreffende plan grenst aan de 4e tocht. Dit is een brede sloot met een grasstrook. Dit wordt nadrukkelijk buiten dit plan gehouden. Gezien het effect op groen en biodiversiteit vinden we dit onbegrijpelijk. De 4e tocht wordt in het Masterplan Middengebied aangemerkt als een belangrijke groene verbindingszone en wezenlijk voor de biodiversiteit. Het is de groene verbindingszone tussen de Krimpenerwaard en Bentwoud.
De brede groenstrook direct grenzend aan de Vierde Tocht en de Vierde Tocht zelf, maken inderdaad geen onderdeel uit van het plangebied. Deze groene strook van circa 30 meter direct grenzend aan de Vierde Tocht betreft een in de provinciale omgevingsverordening aangewezen verbinding in het Natuur Netwerk Nederland (een zogenaamde NNN-zone) en mag niet anders dan als zodanig worden benut c.q. bestemd. De bestemming van de Vierde Tocht en deze NNN-zone wijzigt derhalve niet en om die reden vallen zij buiten het plangebied van Knibbelweg-Oost.
Wanneer groen, water en biodiversiteit belangrijk zijn voor de verbinding van grote gebieden dan is het belangrijk dat deze strook wordt betrokken bij het bestemmingsplan en dat de strook breder wordt dan alleen de sloot en een kleine grasstrook. Ook omdat aan de andere van de 4® tocht er akkerbouw is wat op traditionele wijze wordt geteeld. Dat maakt dat de inrichting van de andere zijde ten behoeve van de biodiversiteit meer aandacht vraagt. De gemeente zou plannen die in elkaar grijpen integraal moeten benaderen. Anders nemen we besluiten in het ene plan die negatief kunnen doorwerken in andere plannen. Ook zouden in plannen de consequenties voor de gemeenschap in zijn geheel betrokken moeten worden. De omgevingswet geeft dit ook aan.
Het inrichten van de NNN-zone is de verantwoordelijkheid van de provincie. De Vierde Tocht betreft een hoofdwatergang, valt onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap en is als zodanig ingericht; wijzigingen zijn niet aan de orde. De waterberging voor dit plan is binnen het plangebied voldoende gerealiseerd.
De 4® tocht zou verbreed kunnen worden zodat de wens van de gemeente Zuidplas gehonoreerd kan worden voor het opvangen van hemelwater (buffervoorziening) een Nice-to-have! 9. Bij veel bestemmingsplannen van woningen is een plan tot hoger bouwen vaak een discussiepunt. In dit plan gaan we over het geheel een complex neerzetten van 4 tot 6 bouwlagen. Direct naast het dorp komt een aanzienlijk complex wat dominant aanwezig zal zijn.
De hoogten die in het bestemmingsplan worden aangehouden voor de complexen zijn noodzakelijk voor een efficiënte bedrijfsvoering. De afstand tussen het te realiseren glastuinbouwbedrijventerrein en het dorp is ruim en tast het dorpse karakter niet aan.
Het beïnvloedt het leefklimaat en het welzijn van de inwoners van Zevenhuizen. In uw raad wordt vaak gesproken over het "dorps" wonen. Hoe verhoudt dit plan zich met het dorps wonen? 10. Je kunt door dit plan spreken van "verdozing" van de omgeving, dat dit gebeurt langs de A12 daar is op zich iets voor te zeggen maar dit complex ligt niet naast de A12 maar in de directe leefomgeving van inwoners van Zevenhuizen. Direct grenzend aan een grote woonwijk. Hoe komt het dat het belang van de eigenaar groter is dan die van inwoners? De eigenaar wordt aan alle kanten ondersteund en inwoners worden niet betrokken bij dit plan op een manier dat zij invloed op de uitvoering kunnen uitoefenen
26
De realisering van de bedrijfspanden in het plangebied vindt (met 400 meter vanaf de Knibbelweg) plaats op geruime afstand van de directe leefomgeving van de inwoners van Zevenhuizen. Het plan past binnen provinciaal beleid en valt binnen de kaders zoals gesteld in de bestuursovereenkomst “Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor” welke in maart 2019 is gesloten tussen de regiogemeenten, VNO/NCW en provincie. Met de groenblauwe randzone en vereiste beeldkwaliteit worden de gebouwen adequaat ingepast in de omgeving.
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is naast provinciaal beleid, rekening gehouden met alle aanwezige belangen. De inwoners zijn regelmatig geïnformeerd over de plannen en ontwikkelingen. Zie ook de beantwoording bij R5, punt 3. Aan de hand van de gemeentelijke participatie ladder is dit de vorm die gekozen is voor dit project. Ook het indienen van zienswijzen maakt deel uit van het proces om invloed uit te kunnen oefenen op het project. 11. Opmerkingen op de bijlage: Duurzaamheidsconcept Knibbelweg-Oost Zevenhuizen. Het betreft rapportage van LBP SIGHT.
Deze interpretatie van deze rapportage is niet juist. In deze rapportage wordt aangegeven onder welke omstandigheden de maatregelen uitvoerbaar zijn. Het betekent niet dat deze op voorhand uitgesloten zijn. Zie ook de beantwoording bij R7.4
In de rapportage van LBP SIGHT staan tal van maatregelen onder het kopje: Nice-to-have. Maar bij al de kopjes met dit als titel met voorgestelde maatregelen staat de zin: " Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: 1) Ze moeten financieel haalbaar zijn en 2) technisch te realiseren. Wat heeft het voor zin om dit op te nemen in deze rapportage. Als lezer ga ik er dan vanuit dat al deze maatregelen niet worden gerealiseerd. Wederom dat de belangen van de eigenaar/exploitant leidend zijn in dit voorstel. 12. Het uitgangspunt is dat in 2050 Zuidplas een duurzame, toekomstbestendige en energie neutrale gemeente is. Een belangrijk uitgangspunt. Door de recente energiecrises zet dit uitgangspunt in een ander perspectief. Er is meer noodzakelijkheid dan ooit om te verduurzamen.
Er is in het plan rekening gehouden met deze doelstellingen, onder meer zal aan de grote logistieke bedrijven de verplichting opgelegd voor het leggen van zonnepanelen
Daarom dienen nieuwe plannen te voldoen aan het uitgangspunt wat we als gemeente als geheel in 2050 willen halen. Dit betekent dus dat ieder plan van nu, gelijk aan die doelstelling moet voldoen. Waarom geldt dit niet voor dit plan? 13. In het bestemmingsplan (moederplan) Zuidplas-Noord staat dat in de glastuinbouw 20% van de energievoorziening duurzaam moet worden opgewekt. 20% is veel te weinig. De inzet moet zijn voor een volledige duurzame energieopwekking.
Het voorstel van indiener is op dit moment niet realistisch. Zoals uit de toelichting blijkt is het streven er wel op gericht om, door middel van alternatieve wijzen, duurzaam energie op te wekken. Er zijn echter wel een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden alvorens dit haalbaar is, denk hierbij aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Zie beantwoording R 4.5
14. De eigenaar/exploitant van dit plan is in afwachting van een duurzame warmteleiding (RoCa-leiding) voor glastuinbouw. Tot dat moment van realiseren is men afhankelijk van WKK's of gasketels. Gezien de wisselende beschikbaarheid van gas dan wel de onzekerheid over de prijs is het de vraag of dit alternatieven zijn voor energieopwekking.
Onder de gegeven omstandigheden is dit thans het beste alternatief. Zie beantwoording R 4.5
15. Zonnepanelen zijn verplicht voor utiliteitsgebouwen maar niet direct in dit plan omdat er problemen zijn vanwege congestieproblemen op het elektriciteitsnet. Deze problemen zijn echter binnen korte termijn opgelost door de komst van het nieuwe hoogspanningsstation wat wordt gerealiseerd door Tennet.
Zie ook beantwoording van zienswijze R7.4. De grote logistieke bedrijven krijgen de verplichting voor het leggen van zonnepanelen in het koopcontract. De realisatie daarvan is afhankelijk van de verruiming van het elektriciteitsnet met een hoogspanningsstation, dat in 2025 verwacht wordt.
16. Ook voor deze zijde zou er een inpassingsplan water, groen en biodiversiteit gemaakt moeten worden. Het camoufleren door middel van bijvoorbeeld populieren of andere vormen van groen en speels variëren van de hoogte, zou de leefbaarheid doen vergroten
Het is niet geheel duidelijk wat indiener bedoeld met “deze zijde” en derhalve wordt ervan uit gegaan dat wordt bedoeld ‘voor dit plangebied’. Een dergelijk inpassingsplan wordt niet geregeld in een bestemmingsplan. Een inpassings-/inrichtingsplan maakt geen onderdeel uit van een bestemmingsplan. Deze uitwerking vindt plaats bij het opstellen van de definitieve ontwerpen van de inrichting van het
27
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
Het realiseren van groene daken aan de randen van het complex zou kunnen helpen bij het vergroten van de leefbaarheid.
plangebied, waaronder het toekomstige openbaar gebied binnen het plangebied. Hierbij zal aandacht worden besteed aan door indiener voorgestelde suggesties.
17. Door een dalend grondwaterpeil en droogte, leidt dit tot een snellere toename van bodemdaling. Dit maakt dat het belangrijk is dat de manier van bouwen gebaseerd is op een systeem die dit aankan. In dit plan staat niet beschreven waaraan de eigenaar/exploitant moet voldoen.
In de bijlage Duurzaamheid is het aspect bodemdaling beschreven. De te verwachten bodemdaling is dusdanig laag dat bijzondere bouwmethoden niet noodzakelijk worden geacht.
18. Binnen de gemeenteraad wordt bij nieuwe bouwplannen besproken hoe de ontsluiting goed geregeld wordt alvorens men gaat bouwen. De ontsluiting van het verkeer van dit plan gaat via de N219. Deze weg kent al een hoge verkeersintensiteit en er is dagelijks sprake van filevorming. Door het vrachtverkeer wat inen uit gaat rijden in het voorliggende plan, maakt dat de filevorming nog intensiever wordt.
Bij vaststelling van het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost moet worden uitgegaan van berekening van verkeersdruk op basis van autonome ontwikkeling en groei op basis van vastgestelde plannen. De ontwikkeling van het Middengebied is geen vastgesteld plan en is daarom niet in de berekende verkeersintensiteit op de N219 meegenomen. De extra verkeersbewegingen als gevolg van het Middengebied en de benodigde maatregelen om een acceptabele verkeerssituatie te houden worden beoordeeld bij de vaststelling van de plannen voor het Middengebied.
In de rapportage wordt melding gemaakt van 1% groei aan verkeersbewegingen per jaar. Dat is een onvoorstelbaar laag percentage. Veel effecten van ook andere plannen die ontwikkeld worden zoals, de woningbouw Jonge Venen in Moerkapelle, Swanla en Verlaat in Zevenhuizen, de uitbreiding van het tuincentrum en het op termijn afsluiten van de Zuidelijke Dwarsweg zorgen er voor dat er meer verkeersbewegingen zijn naar de N219. 19. Door het voorgestelde plan verdwijnt er 45 hectare aan akkerbouwgronden. In de rapportage wordt gesteld dat de hierdoor vrijvallende stikstof verrekend (gesaldeerd) kan worden met stikstof die in het nieuwe plan ontstaat. Er zal echter een veel intensievere teelt ontstaan in de te ontwikkelen glastuinbouw. In de rapportage staat dat men ervan uitgaat dat de emissie van stikstof in de glastuinbouw niet hoger is dan 7000 kg Nox/j. Maar er staat ook in de rapportage dat de tuinder/eigenaar vrij is om zijn werkzaamheden anders in te richten waardoor de uitkomsten anders (hoger) zullen zijn. Wederom een passage ten voordele van de eigenaar/exploitant zonder dat er rekening wordt gehouden met andere belangen.
Bij de berekening van de stikstof uitstoot behoeven alleen de bronnen van stikstof uitstoot meegenomen in de berekening die door het plan mogelijk worden gemaakt. Met de beschikbare stikstofemissie is het plan uitvoerbaar. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die de stikstofemissieruimte verdeelt over de functies. De regeling bevat ook een procedure als een initiatiefnemer andere plannen heeft; in dat geval wordt de haalbaarheid opnieuw beoordeeld en als dit niet past wordt daarvoor geen toestemming verleend. Daarmee zijn de belangen van de natuur (en andere) goed geborgd.
20. Daarnaast zal het distributiecentrum en de overige bedrijfsactiviteiten stikstof produceren. De schrijvers van de rapportage hebben bijvoorbeeld de stikstof die geproduceerd wordt door bijvoorbeeld verkeer op de Knibbelweg of Noordelijke Dwarsweg buiten beschouwing gelaten omdat zij menen dat dit maar van beperkte omvang is. Dit is een aanname die niet overeenkomt met de werkelijkheid.
Zoals in het antwoord hierboven reeds is aangegeven, behoeven alleen de bronnen van de stikstof uitstoot in de berekening meegenomen te worden die door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Zowel de Knibbelweg als de Noordelijke Dwarsweg vallen buiten het plangebied en worden dan ook niet meegerekend.
21. Bij de ter inzagelegging wordt melding gemaakt dat de Crisis- en Herstelwet toegepast gaat worden. Dit vinden wij onjuist omdat in het voorliggend plan er veel informatie staat die niet goed is onderbouwd en als doel heeft om het plan zo snel mogelijk door de besluitvorming te krijgen. De belangen van anderen, dan de eigenaar, zijn onvoldoende geborgd en de mogelijkheden van hen om hierop bezwaar te maken beperkt. Er is geen participatie geweest.
Het onderhavige bestemmingsplan voldoet aan de vereisten voor toepassing van de Crisis- en Herstelwet. De gemeente deelt de stelling dat het plan niet goed onderbouwd zou zijn, niet. Het plan voldoet aan de wettelijke vereisten. Bij de uitwerking van de het plangebied is rekening gehouden met alle betrokken belangen. Uit het onderhavige bestemmingsplan en de onderbouwing hiervan blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De participatie zoals in dit geval, is overeenkomstig de participatie ladder van de gemeente Zuidplas, zie ook antwoord zienswijze R 5.3
22. Het college van B&W is van mening dat een milieurapportage niet nodig is vanwege de geringe effecten. De effecten van dit plan op de kwaliteit van de woonomgeving zijn groot, de aannames kunnen
Zie ook beantwoording zienswijze R 4.11.
28
Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost
niet kloppen. De omvang van de stikstof uitstoot kan niet neutraal zijn en de werkelijke groei van verkeersbewegingen is groter dan voorgesteld, met als gevolg, meer nadelige effecten op ons milieu. Het bouwen op slappe grond zonder een goed onderbouwd plan kan betekenen dat de grondlagen die er voor zorgen dat het zoute water niet aan het oppervlakte komt, doorbroken worden met alle negatieve gevolgen van dien. Daarnaast zijn maatregelen die genomen worden om de biodiversiteit te borgen heel beperkt en daarom is het noodzakelijk om een uitgebreide MER rapportage te maken zodat al deze effecten in kaart worden gebracht.
In de toelichting, behorende bij het onderhavige bestemmingsplan, is onderbouwd dat de effecten van het verkeer, stikstof, bodemdaling, grondwater, kwel en biodiversiteit goed te ondervangen zijn. De Omgevingsdienst Midden Holland heeft de noodzaak van een milieueffectrapportage (MER) getoetst. Een milieueffectrapportage is in dit geval wettelijk niet nodig en gaat geen verschil maken bij de uitwerking van het plan.
CONCLUSIE Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: nvt
Nummer
Nummer gemeente
Datum poststuk
Datum registratie gemeente
R8 – particulier
I23.000052
4 januari 2023
5 januari 2023
ZIENSWIJZE
REACTIE VAN GEMEENTE
1. Op pag. 60 onder het item 'Artikel 8 Verkeer' worden binnen een opsomming van toegestane functies en gebruik 'voorzieningen van algemeen nut met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen' genoemd.
In het bestemmingsplan worden alleen die functies mogelijk gemaakt die onderdeel uitmaken van de plannen. Op de lijst van bedrijfsactiviteiten worden daarom alleen die functies opgenomen die op grond daarvan mogelijk/gewenst zijn binnen de bestemming. In de ontwikkeling van dit plangebied is de focus gelegd op woningen, glastuinbouw en grootschalige logistiek. Het realiseren van een tankstation in het plangebied maakt geen deel uit van het plan en wordt om die reden ook niet mogelijk gemaakt in het ontwerpbestemmingsplan en uitgesloten op de lijst van bedrijfsactiviteiten.