CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 De Nota van beantwoording zienswijzen (en wijzigingen) BP Knibbelweg-Oost A23.000069

Gemeenteraad 6 juni 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost'22.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN (EN WIJZIGING) A23.000667

Bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost”

GEMEENTE ZUIDPLAS 19 MEI 2023

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

Inhoud 1. INLEIDING ..........................................................................................................................................................................................................................................................................................3 2. NOTA VAN BEANTWOORDING ..........................................................................................................................................................................................................................................................4 2.1 Reacties ingediende zienswijzen ...................................................................................................................................................................................................................................................4 R1 - particulier ...............................................................................................................................................................................................................................................................................4 R2 – Pipeline Control

...................................................................................................................................................................................................................................................................10 R3 – particulier ............................................................................................................................................................................................................................................................................10 R4 – particulier ............................................................................................................................................................................................................................................................................11 R5 - particulier .............................................................................................................................................................................................................................................................................15 R6 – particulier

............................................................................................................................................................................................................................................................................19 R7 - particulier .............................................................................................................................................................................................................................................................................24 R8 – particulier ............................................................................................................................................................................................................................................................................29 R9 – particulier ............................................................................................................................................................................................................................................................................30 R10 – particulier

..........................................................................................................................................................................................................................................................................31 R11 – particulier ..........................................................................................................................................................................................................................................................................32 R12 – particulier ..........................................................................................................................................................................................................................................................................33 R13 – particulier ..........................................................................................................................................................................................................................................................................34 R14 – Provincie Zuid

Holland.......................................................................................................................................................................................................................................................35 R15 – Particulier ..........................................................................................................................................................................................................................................................................36 3. NOTA VAN WIJZIGING......................................................................................................................................................................................................................................................................38

2

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

1. INLEIDING In het kader van de vaststellingsprocedure heeft het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’ met ingang van donderdag 24 november 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het Klantcontactcentrum van de gemeente Zuidplas, via www.ruimtelijkeplannen.nl en via de website van de gemeente Zuidplas. Gedurende deze inzageperiode kon eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen.

In hoofdstuk 2 van de voorliggende nota zijn de ingediende zienswijzen samengevat, waarbij deze deels zijn samengevoegd, omdat zij geheel of gedeeltelijk dezelfde zienswijzen inbrachten. Tevens is de reactie van gemeentewege hierop opgenomen, alsmede of het leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Per reclamant zijn opgenomen:  Nummer zienswijze van de reclamant.  Datum van indiening en datum van registratie.  Weergave van de zienswijze (om de zienswijze te kunnen onderscheiden heeft elke (deel)reactie een nummer gekregen).  Reactie van gemeentewege.  Conclusie waarin per zienswijze is aangegeven of deze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning.

Formele vereisten Ten aanzien van de ingediende zienswijzen wordt in artikel 3:16 lid 3, juncto 6:9 (en 6:10) Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald welke zienswijzen tijdig zijn ingediend. Artikel 6:9 Awb regelt, dat een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels over bezwaar- en beroepschriften zijn van overeenkomstige toepassing op zienswijzen.

Onderdelen van de ingediende zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, zijn wel bij de beoordeling betrokken. De zienswijzen zijn dus geheel beoordeeld.

Zienswijzen en ontvankelijkheid Er zijn 15 zienswijzen ingediend. De zienswijzen met de nummers R1 tot en met R15 zijn voor het einde van de ter inzage termijn binnengekomen en zijn daardoor tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk.

Tot slot is een overzicht van wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen opgenomen.

3

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

2. NOTA VAN BEANTWOORDING

2.1 Reacties ingediende zienswijzen Nummer

Nummer gemeente

Datum poststuk

Datum registratie gemeente

R1 - particulier

I23.000042

2 januari 2023

4 januari 2023

ZIENSWIJZE

REACTIE VAN GEMEENTE

1. Omdat ik woonachtig ben in/aangrenzend aan het bestemmingsplangebied ben ik betrokken geweest in het participatietraject, in welk kader ik onder andere een zogenaamd 'keukentafelgesprek' heb gehad met een medewerker van OD205. Wat mij onaangenaam verrast heeft is dat pas met de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan het voornemen kenbaar is geworden dat de initiatiefnemer extra woonkavels wil realiseren in de lintbebouwing van de Knibbelweg, waaronder aangrenzend aan het perceel van mijn woning. Dit is in strijd met de informatie die in het participatietraject werd verstrekt, want in het participatietraject werd uitgegaan van 2 (aan glastuinbouwbedrijven gebonden) beoogd te realiseren woningen in de lintbebouwing van de Knibbelweg. Het had (OD205 namens) de initiatiefnemer gesierd wanneer dit eerder aan mij kenbaar was gemaakt. Nu geeft mij dit - alle goede intenties van de initiatiefnemer (c.s.) en gemeente ten spijt- helaas een vervelende nasmaak t.a.v. het participatietraject.

In het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord is het, net als in andere bestemmingsplannen in het buitengebied, het beleid van de gemeente om in de polder de bestaande lintzones met woningen en bedrijven verder te ontwikkelen. Tijdens de digitale informatieavond van 29 november 2021 is reeds aangegeven dat er meer dan twee woningen zouden worden gerealiseerd. Er was op dat moment sprake van vier tot vijf woningen. Die avond is een concept plankaart getoond waarop die woningen waren ingetekend. Deze concept plankaart is ook getoond op de projectwebsite van de ontwikkelaar. Nadien is besloten het aantal woningen uit te breiden naar negen en inmiddels is dit aantal bijgesteld naar zeven (zie nadere toelichting onder 1.4). In het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke de realisatie van de woningen reeds mogelijk maakt middels een zelfstandige bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. In de door de ontwikkelaar huis aan huis bezorgde nieuwsbrief nr. 2 (welke net als nieuwsbrief 1 ook op de projectwebsite van ontwikkelaar is getoond.) uitgebracht in september 2022, is vermeld welke wijzigingen er ten opzichte van de informatieavond van 29 november 2021 zijn opgenomen in de geactualiseerde versie. Hierbij is vermeld dat het aantal te realiseren woningen toeneemt van vier of vijf naar negen.

Dat indiener aangeeft voor het eerst te lezen over het hogere aantal te realiseren woningen bevreemdt dan ook. Er is transparant over gecommuniceerd.

2. In de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan wordt vermeld dat in afwijking van de Nota van uitgangspunten d.d. 9 juni 2021 een aantal wijzigingen in het ontwerp bestemmingsplan zijn opgenomen die van "ondergeschikt" belang worden geacht, waaronder "enkele" percelen met woonbestemming in de lintbebouwing. Met "enkele" extra woonpercelen in de lintbebouwing wordt bedoeld meer dan 5 keer zoveel woningen dan aanvankelijk werd beoogd, want uit het ontwerp bestemmingsplan maak ik op dat het ontwerp bestemmingsplan uit gaat van 11 woonkavels in de lintbebouwing in plaats van 2. a. b.

Waarom is besloten om af te wijken van de aanvankelijk beoogde 2 woonkavels? Is de veronderstelling juist dat van de in het ontwerp bestemmingsplan totaal beoogd aantal van 11 te realiseren woonpercelen er 2 woonpercelen als bedrijfswoningen (gerelateerd aan achterliggende glastuinbouw) zijn beoogd en 9 woonpercelen niet als bedrijfswoning zijn beoogd?

4

a.

Zoals in de beantwoording van zienswijze R1.1 reeds aangegeven is, gaat het om een uitbreiding naar zeven woningen (in het ontwerpplan werd nog uitgegaan van negen woningen), niet naar elf woningen, zoals gesteld door indiener. Zoals onder R1.1 toegelicht is de realisering van woningen in het lint overigens onder het vigerende bestemmingsplan (Zuidplas Noord) middels de wijzigingsbevoegdheid reeds toegestaan.

b.

De veronderstelling is niet juist. Er worden zeven woningen gerealiseerd, deze zijn geen van allen bestemd als bedrijfswoning. Zoals aangegeven is dit reeds tijdens de informatieavond van 29 november 2021 en via de nieuwsbrief nr. 2 van september 2022 gecommuniceerd.

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

c.

Is de financieel-economische realiseerbaarheid van dit bestemmingsplan afhankelijk van deze 9 extra beoogde woonkavels in de lintbebouwing van de Knibbelweg? Zo niet, is het primaire belang dan gelegen in maximalisatie van de opbrengsten van initiatiefnemer?

c.

3. Op 20 januari 2011 is het "Beeldkwaliteitsplan linten en kwaliteitszone ringvaart—Zuidplaspolder gemeente Zuidplas -"vastgesteld. Voornoemd beeldkwaliteitsplan ziet op het plangebied van het Zuidplaspolderproject waarbinnen qua territoir ook het bestemmingsplangebied van het ontwerp bestemmingsplan Dryport Knibbelweg Oost valt. Opvallend is dat ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan Dryport Knibbelweg Oost een apart beeldkwaliteitsplan is opgesteld. Omdat het Zuidplaspolderproject integrale gebiedsontwikkeling betreft mag verwacht worden dat een overkoepelend beeldkwaliteitsplan zoals het Beeldkwaliteitsplan Linten en Kwaliteitszone Ringvaart (gemotiveerd) doorwerkt in bestemmingsplan specifieke beeldkwaliteitsplannen of dat op zijn minst in een bestemmingsplanspecifiek beeldkwaliteitsplan gemotiveerd wordt waarom een overkoepelend beeldkwaliteitsplan niet meer als toetsingskader wordt gehanteerd. Hoe verhoudt- naar opvatting van de gemeente Zuidplas - het "Beeldkwaliteitsplan Linten en Kwaliteitszone Ringvaart-Zuidplaspolder Gemeente Zuidplas" zich tot het "Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg Oost"? In de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan noch in het beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg Oost wordt het (m.i.

overkoepelende) Beeldkwaliteitsplan linten en Kwaliteitszone ringvaart vermeld of onderbouwd dat dit bestemmingsplanspecifieke beeldkwaliteitsplan past binnen het overkoepelende beeldkwaliteitsplan. 4. In ruimtelijke plannen, beleidsdocumenten en overige uitingen van de gemeente Zuidplas wordt vaak benadrukt dat de lintbebouwing en het dorpse en landelijke karakter dragers zijn van het cultuurlandschap in de gemeente Zuidplas. (Al dan niet als 'unique selling point.) Het is mij opgevallen dat hierbij dan vaak idyllische foto's worden geplaatst van de Knibbelweg. Kreten en uitingen die in dit bestek door de gemeente tevens (regelmatig) worden gebezigd zijn: "open ruimte", "zichtlijnen" en "de breedte van de kavels is vrij constant, ongeveer 40 meter". In het "Beeldkwaliteitsplan linten en kwaliteitszone ringvaart-Zuidplaspolder gemeente Zuidplas - viel mij onder meer de foto op bladzijde 14 Wat verstaat de gemeente Zuidplas nu precies onder "open ruimte" en "zichtlijnen" en hoe wordt hier door de gemeente (geobjectiveerd?) aan getoetst?

Nee, daar is deze niet van afhankelijk. Het primaire belang is gelegen in het mogelijk maken van het bedrijventerrein conform de Nota van Uitgangspunten.

Het ‘Beeldkwaliteitsplan Linten & kwaliteitszone Ringvaart Zuidplaspolder’ is van toepassing op het huidige bestemmingsplan Zuidplas Noord (het moederplan). Het onderhavige bestemmingsplan Knibbelweg-Oost vormt een uitwerking van dit moederplan. Zodoende is het Beeldkwaliteitsplan Linten & kwaliteitszone Ringvaart Zuidplaspolder een relevant kader. Hiernaast is in verband met de ontwikkeling Knibbelweg-Oost een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld, het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost. Binnen het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost is het plangebied verdeeld in verschillende Velden. Veld A: grootschalige logistiek Veld B: glastuinbouw Veld C: kleine bedrijvigheid (kleinschalige logistiek) Veld D: wonen in de lintzone Per Veld is in het beeldkwaliteitsplan een specifieke beeldkwaliteitsbeschrijving gegeven, waaraan toekomstige ontwikkelingen moeten voldoen. Voor wat betreft Veld D (wonen in de lintzone) is aansluiting gezocht bij de regels in het vigerende bestemmingsplan Zuidplas Noord waarop het Beeldkwaliteitsplan Linten & kwaliteitszone Ringvaart Zuidplaspolder dus van toepassing is. De eisen voor de ruimtelijke kwaliteit in de Beeldkwaliteitsplan Linten & kwaliteitszone Ringvaart Zuidplaspolder en Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost liggen in elkaars verlengde en concurreren niet met elkaar.

Uit de kader stellende documenten, het bestemmingsplan, het van toepassing zijnde beeldkwaliteitsplan en de Nota van Uitgangspunten blijkt dat de gemeente hecht aan de open ruimte en zichtlijnen. Dat laat onverlet dat de voorgestane ontwikkelingen wel mogelijk moet kunnen zijn binnen deze kaders. Het ontwerpbestemmingsplan bood de mogelijkheid voor het realiseren van slechts negen woonkavels, en dus niet elf zoals door indiener wordt gesteld. Inmiddels is geconstateerd dat op de kavels gelegen aan weerszijde van het perceel Knibbelweg 51 in verband met de bedrijfsvoering op dat perceel een woonbestemming niet mogelijk is (zie beantwoording zienswijze R4.9), De herbestemming van deze twee kavels komt dan ook te vervallen en het ontwerp bestemmingsplan wordt op dat punt aangepast. Het aantal woningen dat op grond van het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd wordt daarmee bijgesteld naar in totaal zeven (drie kavels voor vrijstaande woningen en vier kavels voor half vrijstaande woningen (deze vier zijn gelegen tussen Knibbelweg 51 en de N219). Zoals in de beantwoording van zienswijze R1.1 is aangegeven, biedt het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord middels de hierin opgenomen wijzigingsbevoegdheid al de mogelijkheid om in de lintzone woningen te realiseren.

Volgens de bepalingen behorend bij deze wijzigingsbevoegdheid ienen kavels voor vrijstaande woningen een minimale breedte te hebben van 30 meter. Voor half-vrijstaande woningen geldt volgens de vigerende regelgeving een minimale kavelbreedte van 25 meter.

5

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

De woningen hebben een maximale inhoud van 750 m 3. De kavels voor vrijstaande woningen hebben een minimale oppervlakte van 1.740 m2 en de kavels voor half-vrijstaande woningen een minimale oppervlakte van 1.450 m². Door deze ruime opzet wordt de open ruimte gewaarborgd, conform de voorwaarden van de huidige regelgeving in het bestemmingsplan Zuidplas-Noord. 5. Onlangs mochten wij in de landelijke media vernemen dat Hugo de Jonge het voornemen heeft om voor 2030 maar liefst 900.000 woningen te laten bouwen. Dan lijkt getalsmatig het beoogd aantal van 11 (i.p.v. 2) te realiseren woningen in de lintbebouwing van de Knibbelweg wellicht niet heftig, maar als in de lokale ruimtelijke context (lintbebouwing en dorps en landelijk wonen als drager van het cultuurlandschap van Zuidplas) gekeken wordt naar de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan Dryport Knibbelweg Oost, dan betreft dit m.i. wel degelijk een substantiële verdichting van de bebouwing in de lintzone van de Knibbelweg. Vrijwel alle "open ruimte" in de lintzone aan de oostelijke zijde van de Knibbelweg verandert in bebouwing, waarmee vele zichtlijnen verdwijnen en de beoogde groene zone(s) eveneens aan het zicht onttrokken worden (terwijl de groene akkers vervangen worden door glastuinbouw en bedrijfsgebouwen).

In deze mate van verdichting van de bebouwing wordt de lintzone als cultuurdrager niet versterkt en niet meer herkenbaar als autonoom structuurdragend en herkenbaar element dat zich duidelijk onderscheidt in individualiteit ten opzichte van de toekomstige achterliggende woongebieden of glastuinbouwgebieden. (En dat was juist toch niet de bedoeling?) a.

Wat zijn de afmetingen van de beoogde 11 woonkavels?

b.

Wat zijn de afmetingen van de bouwoppervlakten van de beoogde 11 woonkavels?

c.

De bouwvlakken van de beoogde 9 (niet bedrijfsgebonden) bouwkavels lijken in de verbeelding een zeer geringe "open" tussenruimte te hebben. Wat is de afstand tussen deze bouwvlakken?

d.

In het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg Oost (d.d. 25 oktober 2022) staat vermeld dat het de voorkeur (!?) heeft dat nieuwe ontwikkelingen in bouwhoogte niet contrasteren met de hoofdzakelijk éénlaagse bestaande woonbebouwing langs de Knibbelweg. Is dit niet een te onduidelijk en te zacht criterium om de kenmerkende lintbebouwing als drager van het cultuurlandschap van de gemeente Zuidplas te beschermen? Hoe kun je dit voornemen handhaven in de vergunningverlening bij zo'n onduidelijk criterium?

6. Ik vind het niet begrijpelijk dat de Noordelijke Dwarsweg en de Knibbelweg buiten beschouwing zijn gelaten in de verkeerskundige onderbouwing.

Het beeldkwaliteitsplan is een beleidskader waaraan getoetst wordt bij het beoordelen van de initiatieven. Het gaat daarbij om de ruimtelijke kwaliteit. Het voldoen aan de geldende beeldkwaliteitsplan is geborgd in artikel 9.2.5 van de regels. Dit artikel is een voorwaardelijke verplichting, zodat bij het bouwen van woningen, aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en overige bouwwerken voldaan moet worden aan het Beeldkwaliteitsplan Dryport Knibbelweg-Oost, zoals opgenomen in Bijlage V van de regels. a.

Zoals onder de beantwoording van zienswijze R1.4 toegelicht, wordt de realisatie van zeven woningen mogelijk gemaakt, niet elf zoals door indiener gesteld. De kavels voor de vrijstaande woningen hebben een minimale oppervlakte van 1.740 m² (namelijk 30 meter x 58 meter). De kavels voor de half vrijstaande woningen hebben een minimale oppervlakte van 1.450 m² (25 meter x 58 meter) per woning.

b.

De bouwvlakken van de vrijstaande woningen hebben een gemiddeld oppervlak van 680/720 m² (circa 20 meter x 33-36 meter). De bouwvlakken van de half vrijstaande woningen hebben een minimaal oppervlak van 720 m² (20 meter x 36 meter). De woningen hebben een maximale inhoud van 750 m³ met een hoogte van 10 meter. Een en ander is conform de voorwaarden van het vigerende bestemmingsplan Zuidplas Noord.

c.

De minimale afstand van het bouwvlak van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt 5 meter, uitgezonderd voor half vrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar verbonden zijn. Derhalve bedraagt de minimale afstand tussen de bouwvlakken van twee aangrenzende woonkavels 10 meter. Een en ander is conform de regels van het vigerende bestemmingsplan Zuidplas Noord (zie artikel 50.15 sub z en sub a).

d.

Het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, een juridisch planologische vertaling van het beeldkwaliteitsplan, geeft heel duidelijk de maatvoering van de te bouwen woningen aan. De aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan het bestemmingsplan. Op deze wijze worden de eisen en de stedenbouwkundige kwaliteit gehandhaafd. De in de Regels van het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost opgenomen bouwhoogte is 10 meter en is overigens conform de in het huidige bestemmingsplan Zuidplas Noord opgenomen voorwaarden voor woningen in de lintzone (zie artikel 50.15 sub t).

Het glastuinbouwbedrijventerrein krijgt geen ontsluiting op de Noordelijke Dwarsweg en ook geen ontsluiting op de Knibbelweg. Dit betekent dat al het auto- en vrachtverkeer vanaf het glastuinbouwbedrijventerrein wordt ontsloten via de N219. Dit betekent ook dat er geen extra auto- en vrachtverkeer op de Noordelijke Dwarsweg en Knibbelweg zal zijn als gevolg van de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijventerrein. De

6

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

nieuw te realiseren woningen langs de Noordelijke Dwarsweg en Knibbelweg zijn wel beschouwd in de omgevingseffecten (zoals luchtkwaliteit, geluid). 7. Beoogd wordt de ontsluiting volledig te laten plaatsvinden via aansluiting van het bestemmingsplangebied op de N219. Dat de verkeersafvloeiing in kwantitatief opzicht - volgens de gebruikte modellen en input - toereikend lijkt, wil nog niet zeggen dat er geen sprake is van een (negatief) effect op de kwaliteit van de verkeersveiligheid en leefomgeving van inwoners. Het is jammer dat t.b.v. realisatie van het bestemmingsplan, o.a. door de Knibbelweg en Noordelijke Dwarsweg buiten beschouwing te laten in het bestemmingsplan, er voornamelijk oog lijkt te zijn voor de kwantitatieve aspecten en niet voor de kwalitatieve aspecten voor inwoners. Dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen hebben m.i. altijd een verkeer aanzuigende werking op het aangrenzende wegennetwerk, waaronder de Noordelijke Dwarsweg en Knibbelweg. Bovendien is, gelet op de beoogde (extra) woonkavels in de lintzone van de Knibbelweg, m.i. sprake van een substantiële verdichting van de bebouwing en neemt het aantal erfontsluitingen op de Knibbelweg stevig toe. De Knibbelweg is een smalle weg met smalle, steile bermen met aan beide zijden een watergang.

Sinds Zevenhuizen Zuid tot realisatie is gekomen is het aantal fietsers en (soms argeloze) wandelaars op de Knibbelweg toegenomen, terwijl deze mix van 'weggebruikers' (in afwezigheid van een fietspad en voetpad) in relatie tot vrachtverkeer, landbouwverkeer en toegenomen verkeersdrukte (de Knibbelweg wordt gebruikt om drukte op de Zuidplasweg en N219 te omzeilen) eigenlijk onveilig is of in ieder geval in toenemende mate een onveilige beleving geeft. a.

Uit de verkeerskundige onderbouwing blijkt dat mede gebruik is gemaakt van verkeerstellingen uit 2014. Kan de gemeente Zuidplas motiveren waarom verkeerstellingen uit 2014 nog representatief kunnen worden geacht?

b.

Is de verkeerskundige onderbouwing op enigerlei wijze mede gebaseerd op verkeerstellingen in de periode 2019-2022? (Deze periode is m.i. niet representatief te noemen i.v.m. de Covid-crisis.)

8. Uit de verkeerskundige onderbouwing blijkt dat voor de berekening van de verkeersgeneratie geen gebruik kon worden gemaakt van de standaard kengetallen verkeersgeneratie van het CROW omdat de functies (zoals beoogd in het ontwerp bestemmingsplan) niet daarin waren opgenomen. Daarom is voor de berekening van de verkeersgeneratie gekeken naar de verkeersgeneratie van bedrijventerrein Doelwijk.

a.

De analyse in bijlage V bij de toelichting van het bestemmingsplan (Verkeersonderzoek en kruispuntberekening) is gebaseerd op verkeerstellingen uit eind 2018/2019 en dateren van net voor de Covid-maatregelen. Er is een verwijzing opgenomen naar een analyse uit 2014, voornamelijk om kentallen voor het percentage vrachtverkeer vast te stellen; dit omdat kentallen hiervoor door het CROW niet zijn opgesteld.

b.

Op de Noordelijke Dwarsweg is in het najaar van 2022 geteld, toen zijn circa 4.000 motorvoertuigen per dag geregistreerd; dit is aanzienlijk minder dan de 5.576 motorvoertuigen per dag die nu in de onderbouwing zijn opgenomen. Dit betekent dat met een grotere verkeersbelasting rekening wordt gehouden dan wat recent geteld is. Op de Knibbelweg aan de andere zijde van de N219 zijn in juni 2022 verkeerstellingen uitgevoerd. Toen zijn 698 motorvoertuigen per dag geteld. Dit is een beperkt aantal en valt in dezelfde range als de 626 motorvoertuigen per dag die in de notitie zijn genoemd.

Er is voor de verkeersberekening gebruik gemaakt van het regionaal verkeersmodel (RVMH3.2). Er is gekozen voor gebruik van dit verkeersmodel omdat het model rekening houdt met omgevingsinvloeden/kenmerken, terwijl CROW-kencijfers rekenen zonder omgevingsinvloeden/kenmerken. Het regionaal verkeersmodel waar gebruik van is gemaakt, heeft algemene ritproductieparameters voor de arbeidstyperingen detail, kantoor, industrie en overig arbeid. Er is in de basis gerekend met industrie.

Om welke (bestemmings-)functies gaat het dan precies? Welke (bestemmings-)functies uit het ontwerp bestemmingsplan zijn volgens de gemeente niet opgenomen in de standaard CROW-kengetallen waaraan wordt gerefereerd?

Voor de correctiefactor op de beoogde functies op het bedrijventerrein Knibbelweg Oost (geen industrie) is gekeken naar Distripark Doelwijk. Er is gekeken naar de grootte in hectare van de terreinen Doelwijk en Knibbelweg (voor wat betreft distributie) en de factor daartussen op de ritgeneratie uit de verkeerstelling Doelwijk gezet. De berekende ritten zijn afgestemd op de ritproductie Doelwijk en het percentage vrachtritten in het verkeersmodel is voor het bedrijventerrein aangepast. Dit om op basis van tellingen en expert judgement (percentage vrachtverkeer 40%) het model beter te laten aansluiten bij de verwachte verkeersgeneratie van de functie op Knibbelweg Oost.

Kan de gemeente onderbouwen/motiveren welke omvang en (mix aan) bestemmingsfuncties van bedrijfsterrein Doelwijk vergelijkbaar is met het ontwerp bestemmingsplan? Wat maakt bedrijfsterrein Doelwijk en Dryport Knibbelweg Oost precies met elkaar vergelijkbaar?

7

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

9. In het ontwerp bestemmingsplan wordt gesteld dat vanaf 2040 sprake zal zijn van een lagere Verkeersintensiteit op de N219 door verbreding van de A20. Hiermee wordt een causaal verband verondersteld tussen verbreding van de A20 en verkeersintensiteit op de N219. Als ik het juist begrepen heb wordt onder verkeersintensiteit verstaan het gemiddeld aantal gepasseerde motorvoertuigen per tijdseenheid op een vast meetpunt. a.

b.

Kan de gemeente Zuidplas uitleggen hoe de verbreding van de A20 dan precies leidt tot verlaging van de verkeersintensiteit op de N219? Dat kan toch alleen wanneer de verbreding van de A20 zou leiden tot minder verkeersaanbod van de A20 op de N219? Ik kan mij voorstellen dat verbreding van de A20 leidt tot een verhoogde doorstroming op de A20 zelf, maar een verhoogde doorstroming op de A20 zelf kan toch ook een hogere verkeersintensiteit voor de N219 omdat er in kortere tijd meer voertuigen van de A20 op de N219 kunnen komen en - bij gelijkblijvende capaciteit van de N219 -juist kan betekenen dat er meer file ontstaat op de N219?

a.

Deze verlaging van verkeersintensiteit is terug te zien in het verkeersmodel. In de praktijk geldt dat verkeer op wegen waar file is uitwijkt naar onderliggende wegen. Momenteel staat de A20 in de top van fileknelpunten. Door de verbreding van de A20 zal hier extra capaciteit ontstaan om het verkeer beter af te wikkelen. Conform de huidige planning is deze verbreding gereed in 2028. Verkeer vanaf het onderliggend wegennet zal dan voor een deel weer de meest eigenlijke route gebruiken. In de notitie is aangegeven dat deze situatie voor 2040 geldt. Deze situatie is verder niet gebruikt in de berekening van verkeers- en omgevingseffecten. Daarin is uitgegaan van 2030 met een hoger verkeersaanbod.

b.

De gemeten verkeersintensiteiten - ook op de N219 - zijn in lijn met de modelcijfers en de groei die daarin is meegenomen

Volgens de theoretische rekenmodellen kon de huidige N219 de verkeersgeneratie de ontwikkelingen in de Zuidplaspolder aan. Praktijk is dat het nu al vaak filerijden is op de N219 (hoe duurzaam is filerijden?) en dat wordt echt niet uitsluitend veroorzaakt omdat de A20 nog niet is verbreed. Het inwonersaantal en de bedrijvigheid in Zuidplas zal de komende jaren toenemen. Hoe realistisch acht de gemeente Zuidplas de nu gehanteerde rekenmodellen die kennelijk gevoed worden door verouderde data die in het verleden al onvoldoende voorspellende waarde had?

10. Het ontwerp bestemmingsplan beoogt 18,5 hectare aan glastuinbouwbestemming te realiseren. Tijdens een 'keukentafelgesprek' in het participatietraject vernam ik dat een (groot) gedeelte van deze 18,5 hectare is beoogd voor herplaatsing van glastuinbouwbedrijven die elders in Zuidplas (e.o.) moeten 'verkassen'. In mijn beleving is 18,5 hectare een vrij klein areaal, er zullen naar ik vermoed niet veel glastuinbouwbedrijven gevestigd kunnen worden; de tijd datje met een glastuinbouwbedrijf van 3-5 hectare een grote speler was is al even voorbij. Bedrijfsomvang speelt ook een rol bij de financierbaarheid van glastuinbouwbedrijven, mede gelet op het feit dat verduurzaming kapitaalintensief is. Onlangs ging een zeer grote tomatenkwekerij uit Zuidplas failliet waarbij de meest voorname oorzaak van het faillissement was gelegen in de door de energiecrisis gestegen gasprijzen.

Er is behoefte aan courante percelen voor te verplaatsen of groeiende tuinders en glastuinbouwbedrijven. Er zijn reeds meerdere serieus geïnteresseerden. Daarnaast past dit in het provinciaal beleid. Dit beleid is onder andere vastgelegd in de bestuursovereenkomst “Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor” d.d. maart 2019.

Gelet op de ontwikkelingen in de glastuinbouw en energiecrisis, acht de gemeente Zuidplas de realisatie van een -in mijn beleving -relatief klein glastuinbouwgebied (ook financieel-economisch) nog steeds realiseerbaar binnen een bestemmingsplanperiode van 10 jaar? 11. In het ontwerp bestemmingsplan wordt vermeld dat het de bedoeling is om aan te sluiten op externe restwarmte- en CO2 leidingen, waardoor een groot deel van de stikstofemissie voorkomen kan worden en geen extra stikstofdepositie wordt verwacht. Hiermee wordt de indruk gewekt dat de realiseerbaarheid van het ontwerp bestemmingsplan in grote mate afhankelijk is van aansluiting op het (RoCa-)warmtenet.

De realiseerbaarheid is niet afhankelijk van de aansluiting op het warmtenet. De stikstofemissie uit het plangebied stijgt niet ten opzichte van het bestaande, toegestane agrarische gebruik. Het streven is wel gericht op slimme duurzame oplossingen zoals aansluitingen op warmte- en CO2-netwerken.

8

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

12. In de Staatscourant van 7 april 2022 (Nr. 9325) is bekend gemaakt dat de gemeente Zuidplas zich heeft aangesloten bij het "Convenant Betreffende Verkenning mogelijke aansluiting delen van Oostland op Warmtelinq". In het convenant wordt vermeld dat de businesscase een onrendabele top laat zien. De verkenning heeft een looptijd tot 2030 en uit het convenant blijkt dat deze juridisch niet afdwingbaar is. De aansluiting op het (RoCa-)warmtenet is nog allerminst zeker. a.

b.

a.

De realiseerbaarheid is niet afhankelijk van de aansluiting op het warmtenet. Het streven is wel gericht op slimme duurzame oplossingen zoals aansluitingen op warmte- en CO2 netwerken. Het aansluiten is inderdaad juridisch niet afdwingbaar, maar alle partijen zoeken naar de mogelijkheden. Het plan is met de opgenomen stikstofregeling realiseerbaar met eigen warmtevoorziening.

De aanname dat er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie lijkt gebaseerd te worden op de 'bedoeling' om aangesloten te worden op het (RoCa-) warmtenet. Is het vermelden dat het de 'bedoeling' is om aangesloten te worden op het (RoCa-)warmtenet, bij een business case die een onrendabele top laat zien en een niet juridisch afdwingbaar convenant dat vooralsnog slechts ziet in een verkenning tot 2030 - naar maatstaven van goede ruimtelijke ordening - voldoende om de realiseerbaarheid binnen de bestemmingsplanperiode van dit ontwerp bestemmingsplan op te baseren?

b.

Voor de berekende stikstofemissie uit het plangebied is geen rekening gehouden met de aansluiting op het warmtenet. Voor de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan wordt conform de Wet natuurbescherming en de jurisprudentie gebruik gemaakt van de bestaande stikstofemissie in het gebied (dit wordt ‘intern salderen’) genoemd. Daarmee wordt extra depositie voorkomen.

Waarom wordt de te verwachten stikstofdepositie in het scenario dat (binnen de bestemmingsplanperiode) geen aansluiting op het (RoCa-) warmtenet wordt gerealiseerd niet vermeld? Wat is de verwachte stikstofdepositie indien aansluiting op het (RoCa) warmtenet (binnen de bestemmingsplanperiode) niet mogelijk blijkt? Moetje, bij deze mate van onzekerheid, niet anticiperen op een dergelijk scenario in het bestemmingsplan door in ieder geval in beeld te hebben welke stikstofdepositie aan de orde is wanneer de aansluiting op het warmtenet niet binnen de bestemmingsplanperiode gerealiseerd kan worden?

c.

Zie antwoord b. Omdat er geen extra depositie te verwachten is, is er ook geen plicht/aanleiding voor een milieueffectrapportage of een zgn. Passende Beoordeling van de gevolgen voor de natuur. De vraag van een milieueffectrapportage voor een warmtenet is daarom niet relevant.

d.

Zie antwoord b. Het is niet nodig om voor stikstof de voorwaardelijke verplichting van aansluiting op het warmtenet op te nemen.

c.

Zou een milieueffectrapportage verplicht zijn in het scenario waarin de realiseerbaarheid van de aansluiting op het warmtenet binnen de bestemmingsplanperiode te onzeker wordt geacht en uitgegaan moet worden met de stikstofdepositie die gemoeid is met het bestemmingsplan zonder aansluiting op het warmtenet?

d.

Is het, mede gelet op de ontwikkelingen in de rechtspraak omtrent stikstof, wellicht niet verstandiger om het bestemmingsplan de voorwaarde op te nemen dat realisatie afhankelijk is van aansluiting op het (RoCa-) warmtenet?

Het plan is met de opgenomen stikstofregeling realiseerbaar met een eigen warmtevoorziening voor de glastuinbouw en alle verwachte extra verkeersbewegingen.

CONCLUSIE De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerp bestemmingsplan aan te passen. Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: nvt

9

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

Nummer

Nummer gemeente

Datum poststuk

Datum registratie gemeente

R2 – Pipeline Control

I23.000040

23 december 2022

4 januari 2023

ZIENSWIJZE

REACTIE VAN GEMEENTE

1. Tegen het plangebied aan ligt een kooldioxide leiding (CO2-leiding) van OCAP met diameter rond 250 millimeter met een ontwerpdruk van 8 barg. Het is belangrijk dat deze leiding ongestoord blijft liggen tijdens en na de werkzaamheden. Hiervoor is de regeling Wet informatie-uitwisseling boven en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) van toepassing

De betreffende CO2 leiding ligt buiten het plangebied. Tijdens de werkzaamheden zal ervoor gezorgd worden dat de betreffende CO2 leiding ongestoord blijft liggen. Het plan biedt glastuinbouwers kansen om aangesloten te worden op deze leidingnetten. Als dat opportuun wordt, dan zijn hier zo mogelijk aparte vergunningprocedures voor te volgen.

Als beheerders zijn we niet tegen deze ontwikkeling en denken juist graag positief mee. Daarom vragen wij als beheerders om bij de verdere ontwikkelingen van dit initiatief rekening te houden met de aanwezigheid van deze buisleiding en indien dit van toepassing is te voldoen aan de wettelijke verplichtingen vanuit WIBON. Wij vertrouwen hiermee dit aandachtspunt voldoende toegelicht te hebben en zien met vertrouwen en belangstelling de verdere ontwikkelingen in het traject tegemoet. Mocht een nadere toelichting gewenst zijn, dan zijn wij daartoe als vanzelfsprekend bereid. CONCLUSIE De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerp bestemmingsplan aan te passen. Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: n.v.t.

Nummer

Nummer gemeente

Datum poststuk

Datum registratie gemeente

R3 – particulier

I23.000041

3 januari 2023

3 januari 2023

ZIENSWIJZE

REACTIE VAN GEMEENTE

1. Verwijst naar de zienswijzen van indiener zienswijzen nummer R1. Deze zienswijzen worden geacht hier herhaald en integraal ingelast te zijn.

Zie antwoord zienswijze R1.1. t/m R1.12

CONCLUSIE De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Aanpassingen n.a.v. de zienswijze zijn: n.v.t.

10

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

Nummer

Nummer gemeente

Datum poststuk

Datum registratie gemeente

R4 – particulier

I23.000039

3 januari 2023

4 januari 2023

ZIENSWIJZE

REACTIE VAN GEMEENTE

1. De gemeente heeft al in een vroeg stadium een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de ontwikkelaar. Het lijkt erop dat de gemeente hierbij de belangen van de burgers van Zuidplas uit het oog heeft verloren. Het plan en onderliggende stukken bevat tal van open eindjes die de ontwikkelaar zelf mag invullen om het economisch rendabel te houden. Tijdens de inloopavond op 6 december bleek maar weer eens dat de betreffende ambtenaren niet goed op de hoogte waren van de details van het plan. Het lijkt erop dat de ontwikkelaar het plan heeft geschreven. Dit zou te kort doen aan de belangenafweging die de gemeente zou moeten maken. De burgers van Zuidplas mogen een kritische blik van de gemeente verwachten en een zodanige belangenafweging dat ook het belang van de dorpsbewoners en direct betrokkenen word meegenomen.

Een bestemmingsplan wordt altijd gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. In de besluitvorming vindt altijd een belangenafweging plaats, zoals voorgeschreven in de Awb.

2. Rapporten die gebruikt zijn als input voor het plan zijn verouderd. Het waterhuishoudkundig plan is bijvoorbeeld van februari 2016 en gebaseerd op het afgewezen concept bestemmingsplan uit 2015. Economische data zijn niet de meest recentste. Kassen zijn niet meer levensvatbaar door een hoge gasprijs waarvan wordt verwacht dat deze voorlopig niet zal dalen, de economische neergang van de industrie zal leiden tot minder behoefte aan opslag en distributie. De laatste gegevens dienen worden meegenomen om de vraag te beantwoorden of Nederland, Zuid-Holland, Zuidplas wel behoefte heeft aan kassen en distributiecentra en waarbij agrarisch cultuurlandschap moet wijken

Het overgrote deel van de onderzoeken is actueel. De twee onderzoeken die minder actueel zijn, betreffen het archeologisch onderzoek van augustus 2015. De conclusie van dit onderzoek is, dat er bij de uitvoering van de werkzaamheden geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Dat gold toen, en dit geldt uiteraard nu nog.

Wij stellen voor om een onafhankelijke analyse te laten doen op basis van recente economische data waarbij ook de toekomstige veranderingen met betrekking tot het vijfde’ dorp worden meegenomen. Grote kans dat we de schaarse ruimte beter kunnen benutten voor wonen, productie van ons voedsel, recreatie etc. Wij wijzen het plan in zijn geheel om bovenstaande zaken af en omdat het plan de algehele leefbaarheid van Zevenhuizen en in het bijzonder de bewoners aan de Knibbelweg negatief beïnvloed. Weer een stuk open gebied wat wordt vol gebouwd, en niet voor het algemeen nut, maar om verplaatsing van elders van kassen en distributiecentra (Duitsland) mogelijk te maken, zonder dat er is aangetoond dat er behoefte aan is.

Het andere onderzoek betreft het waterhuishoudkundig plan, uit februari 2016. Dit onderzoek was ten overvloede en alleen ter info als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Een waterhuishoudkundig plan is niet nodig voor een bestemmingsplan, maar is wel nodig voor de aanvraag om watervergunning voor het graven van nieuwe watergangen en het dempen van oude watergangen. Dit als bijlage toegevoegde waterhuishoudkundig plan heeft betrekking op het in 2015 in procedure gebrachte ontwerp bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, welk ontwerp bestemmingsplan 2015 gelijk met het in procedure brengen van het onderhavige bestemmingsplan (op 24 november 2022) is ingetrokken. De Watertoets die verplicht is en betrekking heeft op dit bestemmingsplan is als bijlage 9 aan het onderhavige bestemmingsplan gehecht. Deze verplichte watertoets stamt uit juni 2022 en is daarmee actueel. Overigens blijkt uit deze watertoets dat het aspect water geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

Ondanks dat wij het plan afwijzen enkele zienswijzen; 3. De waterhuishouding baart ons zorgen. Een gigantisch gebied van 40 hectaren zal worden verhard. Het rapport van Grondmij geeft aan dat er voldoende compensatie is maar baseert dit op oude data en er is niet met klimaatverandering (intense hoosbuien en hogere waterstanden) rekening gehouden. Het rapport zal moeten worden geüpdatet om ook deze veranderingen mee te kunnen nemen in het plan. Niet alleen is dit

11

Zie het antwoord in voorgaand punt (R4.2)

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

van belang voor het houden van droge voeten in de laagstgelegen polder van Nederland maar ook met het op peil houden van het grondwaterpeil tegen het verrotten van funderingen van woningen 4. De kassen kunnen in het plan een maximale hoogte van 10 meter krijgen. Deze hoogte is gelijk aan bijna 4 verdiepingen van een huis. Vanuit de Knibbelweg zal het lijken op een gigantische muur. Wij stellen voor dat de kassen niet hoger worden gebouwd dan 8 meter. Uit een studie van de Universiteit van Wageningen blijkt dat 8 meter hoog ruim voldoende is voor een optimale teelt. De extra 2 meter is overbodig en voedt speculatie dat als de kassen er niet komen (want niet economisch haalbaar) er alsnog distributie centra komen.

De in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte voor kassen sluit aan bij de in de uitwerkingsregels van het vigerende bestemmingsplan Zuidplas-Noord 2009 opgenomen bouwhoogtes. De opmerking dat volgens de Universiteit van Wageningen een hoogte van 8 meter voldoende is voor een optimale teelt wordt voor kennisgeving aangenomen. Vanuit juridisch planologisch opzicht is het niet mogelijk om binnen dit bestemmingsplan, de percelen met de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw, ten behoeve van distributiecentra (logistiek) in gebruik te hebben.

5. Het Koningskwartier is geheel gasloos gebouwd. Het betreft in totaal ongeveer 1200 huizen. Allemaal met een forse investering om van het gas af te komen. Het moet maar blijken of dit economisch ook rendabel is. In het plan mogen de nieuwe kassen gewoon worden aangesloten op het gas omdat van het gas mogelijk niet economisch rendabel zou zijn. Dit is meten met twee maten. Als kassen niet rendabel van het gas kunnen, moeten ze niet nieuw gebouwd worden. Het klimaat en de oorlog in Ukraine zijn belangrijker dan de portemonnee van de ontwikkelaar. Er moet een harde eis komen in het plan dat de kassen niet zullen worden aangesloten op gas.

De energietransitie van de glastuinbouw is al volop gaande. Deze transitie is een combinatie van energiebesparing en verduurzaming en verloopt in fases. De stappen en de snelheid welke genomen kunnen worden voor een bedrijf en in een gebied zijn met name afhankelijk van de bedrijfssituatie (teelt, energiebehoefte) en de locatie (potentie voor geothermie, restwarmte). De CO2-uitstoot in de glastuinbouw wordt de komende jaren aanzienlijk verminderd. Daartoe hebben de ministeries van Landbouw, Economische zaken en Klimaat en Financiën eind 2022 met de glastuinbouwsector het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 ondertekend. De partijen gaan werken aan maatregelen voor energiebesparing en verduurzaming die noodzakelijk zijn voor een gezonde en renderende glastuinbouw. De glastuinbouw heeft de ambitie om in 2040 een klimaat neutrale en economisch rendabele sector te zijn. Daartoe zijn al stappen gezet, zoals het programma Kas als Energiebron. Met de ondertekening van het convenant wordt de energietransitie geïntensiveerd. De aanzet hiervoor is gegeven in het Klimaatakkoord. De sector glastuinbouw heeft de ambitie om in 2040 geheel klimaatneutraal te zijn. Dit is 10 jaar eerder dan in het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. De glastuinbouw heeft de afgelopen twintig jaar flinke stappen gemaakt met energiebesparing.

Echter, het is op dit moment niet mogelijk om glastuinbouw te verplichten gasloos te bouwen: dit is onderzocht door Wageningen University & research. Hiervoor zijn nog economische en technische uitdagingen welke de komende jaren opgelost moeten worden. Voor de glastuinbouw in de regio Oostland en meer specifiek Zuidplaspolder zijn de perspectieven voor verduurzaming van de energievoorziening goed. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een duurzaam warmtesysteem waar zowel glastuinbouw als gebouwde omgeving op zal worden aangesloten. Hiervoor wordt nu met partijen gewerkt aan de aanleg van warmteleidingen en ontwikkeling van duurzame warmtebronnen (geothermie en koppeling van restwarmte van de industrie in Rotterdam) . De koppeling van het gebied Knibbelweg maakt onderdeel van de scope.

6. Gewassen in de kassen zullen mogelijk belicht worden. Er wordt een bepaalde norm gehanteerd van 95% voor licht vervuiling. 95% lijkt veel maar vanaf de Knibbelweg zien wij elke avond de oranje gloed in de lucht boven de Bredeweg. Dat kunnen wij dus ook boven de Knibbelweg/Koningskwartier verwachten. Het heeft een effect op de leefbaarheid en de natuur. Ik stel voor naar een 99% norm te gaan, zodat er enige

12

De regels in het Activiteitenbesluit schrijven bij assimilatiebelichting voor: 98% afscherming aan de bovenkant en 95% (reductie op 10 m) afscherming van de gevels. Het bevoegd gezag kan in het kader van de milieuregels een hoger percentage van afschermen voorschrijven, als dat hogere percentage nodig is

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

speling is maar dat lichtvervuiling wordt tegengegaan of geen verlichting toe te staan. Tevens stel ik voor de norm ook daadwerkelijk te handhaven, wat tevens een argument is om geen lichtvervuiling toe te staan.

om lichthinder te voorkomen of om de duisternis en het donkere landschap te beschermen (artikel 3.57 lid 1 en artikel 3.58 lid 2, Activiteitenbesluit). Naar ons oordeel is het niet nodig om hier een hoger afschermingsniveau voor te schrijven om lichthinder te voorkomen. Dit gebied ligt in het glastuinbouwgebied Westland-Oostland en is eerder aangewezen om te worden ontwikkeld tot glastuinbouwbedrijvenlandschap. Er zijn verder ook geen omstandigheden (bijv. natuur) die extra bescherming nodig maken. De normering zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit wordt voldoende geacht.

7. De natuur komt er niet goed af in dit plan. Fazanten, hazen, buizerd, torenvalk, patrijzen, vossen etc. en het bodemleven zullen een andere habitat moeten vinden. In dit plan is niet onderbouwd waar dit zal zijn. Het Koningskwartier heeft al gezorgd voor een enorme druk op de natuur. Het water en de groenvoorzieningen met de milieuvriendelijke oevers zorgen voor enige verlichting maar kan geen serieuze natuurcompensatie voor het plan worden genoemd. Wij stellen voor de groenstroken significant te verbreden en niet publiek toegankelijk te maken en het onderhoud te beperken.

De watergangen met natuurvriendelijke oevers dragen bij aan landschappelijk inpassing en de biodiversiteit in het gebied. De groenblauwe zone achter de lintbebouwing is van aanzienlijke breedte waardoor de flora en fauna hier goed kan vestigen. Met het ecologisch beheer wordt er een divers landschap gevormd met positieve effecten op de biodiversiteit. De groenblauwe zones worden niet toegankelijk gemaakt voor publiek, er komen geen wandelpaden.

8. De groenstroken en watergang achter de huizen van de bewoners van de Knibbelweg zullen worden ingericht door de gemeente. Wij zijn zeker voorstander van de milieuvriendelijke oevers.

De oevers en de groenstroken worden op een milieuvriendelijke wijze ingericht. Het onderhoud van de groenstroken zal eveneens door de gemeente worden uitgevoerd eveneens op een milieuvriendelijke wijze (ecologisch beheer). Door het beheer bij de gemeente te houden wordt het gehele gebied op dezelfde wijze onderhouden met als gevolg een divers en eenduidig landschap.

Ik stel voor dat de bewoners inspraak hebben in de inrichting van de groenstroken tussen huizen en de kassen en dat ze zullen worden beheerd en onderhouden door de bewoners (als zij dit wensen) door middel van een beheer- en onderhoudsovereenkomst tussen bewoner en gemeente. De beheer- en onderhoudsovereenkomst kan eventueel jaarlijks worden opgezegd en bevatten bepalingen omtrent beeldkwaliteit en bepalingen aangaande het onderhoud en de frequentie ervan alsmede enige andere bepalingen. Tevens kan hierin worden opgenomen dat er geen opstallen zullen worden geplaatst (hoewel dit al wordt afgedekt door het plan zelf). De beheer - en onderhoudsovereenkomst zorgt voor een verbeterd leefmilieu van de bewoners en niet onbelangrijk verminderde kosten voor de gemeente. Er zijn ideeën over het weiden van schapen en het houden van bijen. Het beheer en onderhoud in handen geven van de bewoners zou tevens een tegemoetkomingzijn aan de bewoners die door het plan te maken krijgen met het verlies aan woongenot door het verlies van uitzicht op wild en over landerijen.

De groenblauwe zones zullen niet toegankelijk worden gemaakt voor publiek. Er worden geen wandelpaden aangelegd. Door de breedte van de groenblauwe zones zal er voldoende ruimte zijn om met het benodigde materieel onderhoud te plegen in deze zone. Bij het maken van het definitieve ontwerp van de groenblauwe zones zal rekening gehouden worden met het bereikbaar zijn van deze zones t.b.v. het benodigde onderhoud.

Daarnaast is in het plan niet de mogelijkheid opgenomen om met groot materieel onderhoud achter de woningen te plegen omdat er niet voorzien is in een toegangsroute. Om de privacy van de bewoners te bewaken stellen wij voor de groenstroken achter de woningen van de Knibbelweg niet publiek toegankelijk te maken. 9. Op het perceel Knibbelweg 51 verwerken wij sierteelt gewassen en houden wij bedrijfsmatig vee (kvknr 53513665). Het betreft schapen en rundvee. We verwachten overlast voor de kavels aan weerzijde door stank, geluid en vliegen veroorzaakt door het vee. In het plan zijn geen gegevens opgenomen omtrent deze hinder. Wat ons betreft kunnen er geen woningen aan beide zijde van de Knibbelweg 51 worden gebouwd.

13

Volgens artikel 14 van de regels van het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord, is het perceel aan de Knibbelweg 51 bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met het uitoefenen van een aan-huisverbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten tot maximaal 70 m². Volgens artikel 14.5 van dit bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen voor de

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

De overlast had moeten worden meegenomen in de opzet van het plan. Daarnaast wordt in het plan gepleit voor brede kavels. Kavels zouden volgens de structuurvisie een breedte in de lanen en linten een minimale breedte van 30 meter moeten hebben. Wij zijn het hier mee eens als zou dat wat ons betreft naar de standaardbreedte van 40 meter mogen die origineel tussen sloten bestaat in een drooggelegde polder. Het beoogde kavel tussen Knibbelweg 49 en 51 is smaller dan 30 meter. Wij stellen voor strikt de minimale breedte van 30 meter aan te houden zodat er daadwerkelijk een ruime opzet van de oostzijde van de Knibbelweg ontstaat. Wij bemerken dat het kavel van Knibbelweg 51 slechts 20 meter breed is. Mogelijk kan de grond worden toegevoegd aan de kavel op Knibbelweg 51 of kan bijvoorbeeld als additioneel groen of waterberging worden toegevoegd.

uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf of een aan–huis–verbonden bedrijfsmatige activiteit in het hoofd- of bijgebouw, maar alleen in de in dit artikel genoemde gevallen en onder de in de in dit artikel genoemde voorwaarden. Geconstateerd is echter dat op het perceel van oudsher een bedrijf is gevestigd waar (onder meer) bedrijfsmatig vee wordt gehouden. Ondanks het feit dat deze bedrijvigheid niet past binnen de geldende bestemming zoals hierboven omschreven is voor deze bedrijfsactiviteiten in 1996 een vergunning verleend voor het houden van 8 fokstieren en 50 schapen. In vervolg op deze vergunningverlening hebben regelmatig controles plaatsgevonden en er is geen actie ondernomen om het gebruik van het perceel in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. Er is daarmee dus feitelijk sprake van een situatie waarmee in planologisch opzicht rekening moet worden gehouden bij het toekennen van nieuwe (woon)bestemmingen. In het kader van de milieuwetgeving geldt ten opzichte van dergelijke bedrijven een richtafstand geldt van minimaal 50 meter tot woningen. Dit heeft tot gevolg dat de in het plan opgenomen woningen aan weerszijden van het perceel Knibbelweg 51 niet kunnen bestemd met een woonbestemming in het bestemmingsplan. De herbestemming van deze twee kavels komt dan ook te vervallen en beide kavels zullen uit dit bestemmingsplan worden gelaten.

De plangrens van het ontwerp bestemmingsplan wordt op dat punt aangepast. In plaats van de vijf kavels voor vrijstaande woningen gelegen tussen de Knibbelweg 51 en de N219, zullen vier kavels voor half vrijstaande woningen worden opgenomen, waarbij een minimale afstand van 50 meter wordt aangehouden in verband met de richtafstand tot de veestapel Knibbelweg 51. Het aantal woningen dat op grond van het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd in het lint wordt daarmee bijgesteld naar in totaal zeven (drie kavels voor vrijstaande woningen en vier kavels voor half vrijstaande woningen). Voor half vrijstaande woningen geldt volgens de geldende regelgeving (zelfde artikel 50.15 sub o) een minimale breedte van 25 meter. Een en ander is conform de regels van het geldende bestemmingsplan Zuidplas Noord.

10. In de regeling Stikstof wordt de conclusie getrokken dat de stikstof depositie van het plan lager of gelijk aan de depositie met het huidig agrarisch gebruik is. Belangrijke aanname in deze berekening is dat de landbouwgrond stikstof "produceert”. Dat is natuurlijk niet zo. De beredenering zou slechts opgaan als de dieren die de stikstof daadwerkelijk produceren zouden verdwijnen. Elk jaar wordt er met grote giertanks en injectiesystemen met tractoren mest uitgereden van dieren uit de omgeving van het plan. Deze dieren blijven, omdat de ontwikkelaar dan wel gemeente de stikstofrechten van deze dieren niet heeft opgekocht. De aanname dat akkerbouwgrond stikstof emitteert is derhalve niet correct. Daarnaast wordt gerekend met een bepaalde normering voor de tuinbouw, waarbij het de tuinder wordt toegestaan een ander gebruikt te hanteren. Dubbel gebruik van de kas wordt niet meegeteld. Ook emissie tijdens de bouw en de fasering van de bouw van het plan hebben effect op de stikstof depositie. Kortom de calculatie is onvolledig en schiet ons inziens op belangrijke punten tekort. Ik stel voor de calculatie te laten toetsen bij een onafhankelijke instantie zoals de Raad van State, ook omdat er relatief weinig ervaring is met deze berekeningen.

14

Het klopt dat de stikstof uit mest pas verdwijnt als de betreffende dieren er niet meer zijn. Zowel voor de emissie van deze dieren uit de stal als voor de toediening van de mest gelden wettelijke beperkingen qua hoeveelheid en de toegestane effecten op natuurgebieden. Dat betekent dat deze mest op andere locaties toegediend moet worden volgens de geldende normering, dan wel industrieel moet worden verwerkt. Omdat de emissie door de bemesting van akkers moet stoppen om de plannen te realiseren en deze toereikend is voor de plannen, is het niet nodig om andere emissierechten op te kopen. De emissie door toediening van mest vanaf deze locatie stopt en daarvoor komen andere, ook voor de glastuinbouw realistisch begrote stikstofemissiebronnen voor in de plaats. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die voorkomt dat de emissie uit het plangebied toeneemt. Ook de stikstofemissie van aanlegfase van het plan past binnen deze bestaande emissieruimte. Het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (de provincie) heeft de stikstofberekeningen en de bestemmingsplanregeling beoordeeld en deze is akkoord bevonden.

Nota van Beantwoording Zienswijzen (en Wijziging) bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

11. Het plan concludeert dat er geen Milieueffectrapportage nodig is. Argumenten worden nauwelijks gegeven. En als ze worden gegeven zijn ze kwalitatief van een uiterst bedenkelijk niveau met 1 of 2 zinnen tekst. Er wordt een salamitactiek toegepast, extra verkeer en uitstoot vrachtwagens wordt gebagatelliseerd etc. Dit lijkt op een doelredenering. Dit plan (en fase 2) betreft een van de grootste projecten in Zevenhuizen en de bewoners en betrokkenen verdienen een MER. Ik stel voor een degelijk MER op te stellen waarbij de effecten worden verwerkt in het plan danwel wordt afgezien van het plan.

Voor de MER-beoordeling bestaat een vaste procedure. Aan de systematiek van deze procedure is voldaan. In het kader van het plan is door de ODMH een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (deze is als bijlage IV aan het onderhavige bestemmingsplan gehecht). De conclusie van deze m.e.r.-beoordeling is dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als consequentie te verwachten zijn als gevolg van het plan. Wij trekken daarom de conclusie dat een m.e.r. in deze situatie niet veel toe zal voegen. Met het langlopende traject van overleg, participatie en inspraak is sprake van een zorgvuldig proces. De gemeente zal daarom ook geen MER laten opstellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790579/1