Bijlage 1 Beleidsplan Riolering 2025-2030 A25.000122
Tekst van het document
Definitief 2, 20 februari 2025
30
Beleidsplan riolering, 2025-2030
5.2.2
Emissie vanuit de glastuinbouwgebieden beperken
De glastuinbouwsector realiseert door middel van regionaal samenwerken een (nagenoeg) nulemissie vanuit de glastuinbouw naar het oppervlaktewater en de bodem in 2027, in overeenstemming met de visie van het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG) en de werkgroep “(nagenoeg) Emissieloze kas”. Dit doel bereiken we door middel van de volgende maatregelen: Bevorderen innovatie De gemeente omarmt initiatief van de sector om emissieloos te worden conform het ‘Bestuurlijke convenant Emissieloze kas’, waarbij de sector zelf actiehouder is en blijft en de kosten draagt. Aansluiten bedrijfsafvalwater onder voorwaarden Waar aansluiten van bedrijfsafvalwater een wens van de sector is, faciliteert de gemeente, waar dat mogelijk en doelmatig is, in nauwe afstemming met het HHSK, in het vergroten van de rioolcapaciteit om ervoor te zorgen dat de glastuinbouwbedrijven minder overstorten op oppervlaktewater veroorzaken. Ook deze kosten worden volledig gedragen door de sector. Voorwaarde voor afvoer is dat via een pompput wordt afgevoerd met signalering die op de gemeentelijke hoofdpost kan worden uitgelezen. De gemeente faciliteert waar mogelijk met het beschikbaar stellen van een afvoermogelijkheid voor bedrijfsafvalwater van maximaal 0,5 m3 per hectare uitgeefbaar bedrijfsterrein per uur. Er worden geen illegale stromen of grotere afvoeren gefaciliteerd, ook niet als deze kortdurend zijn.
In dat geval moet door het bedrijf gebufferd worden. Het beschikbaar stellen van de mogelijkheid tot afvoer van bedrijfsafvalwater is een bovenwettelijke taakinvulling, die de gemeente al decennialang op zich heeft genomen. 5.2.3
Overige emissies buitengebied beperken
In het buitengebied dat bestaat uit grasland wordt het afvalwater ingezameld via een drukrioleringssysteem. Dit drukrioleringssysteem is niet geschikt voor het afvoeren van overtollig hemelwater of bedrijfsafvalwater. Daar waar dit toch gebeurt, treedt de gemeente handhavend op om overbelasting van het systeem te voorkomen. Daar waar een drukrioleringssysteem niet doelmatig is, wordt een IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) toegepast om het afvalwater lokaal te zuiveren en vervolgens op het oppervlaktewater te lozen. Dit is vergunningsplichtig en dient bij het HHSK Schieland en de Krimpenerwaard aangevraagd te worden. Het beheer en onderhoud van de IBA’s vindt plaats door de gebruikers. De gemeente heeft er vier in onderhoud bij de Molenviergang in Zevenhuizen. Dit doel bereiken we door middel van de volgende maatregelen: Onderzoek naar afvalwater- en hemelwaterstromen buitengebied De gemeente voert een analyse uit op basis van (historische pompgrafieken) en vergelijkt deze met elkaar onder droogweeromstandigheden en in natte perioden.
Definitief 2, 20 februari 2025
31
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Onderhoud IBA’s De gemeente kiest niet voor een verbrede zorgplicht en heeft uitsluitend de 4 IBA’s in beheer bij de Molenviergang. Aanleg en onderhoud van overige IBA’s wordt uitgevoerd door de eigenaren zelf. Baggeren (buitengewoon onderhoud) De gemeente Zuidplas is opgedeeld in tien schouwvakken, elk jaar wordt één schouwvak gebaggerd. De uitvoering hiervan wordt zoveel als mogelijk afgestemd met de baggerwerkzaamheden van het HHSK. Gelijktijdig met het baggeren worden de duikers binnen het schouwvak gereinigd zodat de hydraulische afvoer is gewaarborgd. Via de schouw buitengewoon onderhoud (ook wel de baggerschouw genoemd) controleert het HHSK op voldoende waterdiepte in de overige watergangen. Wat de afmetingen van de sloot moeten zijn is vastgelegd in de legger. De gemeente peilt iedere 4 jaar de waterdiepte en stemt zo nodig de baggerplanning hierop aan. Verwerken van baggerspecie dient in eerste instantie op de kant te geschieden. Dit is hoofdzakelijk mogelijk in landelijk gebied vanwege de benodigde ruimte. Dit kan in bermen of op percelen van aangelanden. Bij het baggeren van watergangen in stedelijk gebied en op locaties waar natuurvriendelijke oevers zijn, is over het algemeen te weinig ruimte en groot risico op kapotrijden en vervuilen van de natuurvriendelijke oevers.
Alle bagger, schoon en verontreinigd, moet dan worden afgevoerd en verwerkt of opgeslagen in depots. Gemeente Zuidplas beschikt over een eigen baggerdepot. Bemonstering bagger bij overstorten De gemeente start met een analyse naar de kwaliteit van bagger bij overstorten om goede kostenramingen te kunnen maken. Hiervoor wordt bagger bemonsterd bij overstorten. Dagelijks onderhoud Het dagelijks onderhoud bestaat uit het verwijderen van voorwerpen en materialen, maaien en verwijderen van overmatige begroeiing, opsnoeien van overhangende houtgewassen, in stand houden van de oevers en taluds en onderhouden van beschoeiing. Het HHSK controleert of de watergangen en hun oevers goed zijn onderhouden. De schouw op het dagelijks onderhoud vindt jaarlijks plaats. Elk jaar controleert HHSK vanaf 15 oktober in het hele beheergebied of de watergangen schoon zijn. De Gemeente Zuidplas heeft ongeveer 100 km watergang in onderhoud. Het onderhoud van de watergangen gebeurt volgens de Ecokleurenkoers (EKK), die is opgenomen in het Beeldenboek dat gezamenlijk met HHSK is opgesteld om zo ecologisch verantwoord beheer uit te voeren aan de watergangen. Bij dagelijkse onderhoud aan watergangen is de ‘Gedragscode soortenbescherming gemeenten’ bij alle aanbestedingen rond werken aan oppervlaktewater van toepassing om te voldoen aan de Natuurwet.
PFAS Recent heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) een handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd. Dit handelingskader is erop gericht om risico’s voor de gezondheid, het milieu en het verspreiden van PFAS houdende grond
Definitief 2, 20 februari 2025
32
Beleidsplan riolering, 2025-2030
en baggerspecie naar niet of minder belaste gebieden wordt voorkomen. Dit houdt o.a. in dat bij de milieu hygiënische (water)bodemonderzoeken analyses gemaakt moeten worden naar PFOA- en PFAS-verbindingen. 5.2.4
Goed omgaan met grondwater
Waar dat mogelijk is op basis van een lokale afweging, wordt het overtollig hemelwater in de bodem gebracht en wordt afvloeiend hemelwater opgeslagen. Zo wordt binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft, bijgedragen aan het verkleinen van het risico op schade aan houten paalfunderingen en veendijken door een te lage grondwaterstand en aan bodemdaling in kwetsbaar gebied bij lange droge perioden. De gemeente monitort de grondwaterstanden en treft gelijktijdig met grootschalige wijkreconstructies maatregelen in openbaar gebied om de grondwaterstand, binnen haar taakveld, zoveel mogelijk te reguleren. Vanwege geografische achtergrondwaarden is dat echter niet overal optimaal mogelijk. Een hoge grondwaterstand is immers een natuurlijk verschijnsel en hoort bij de ligging in de diepste polder van de diepere polders van Nederland. Met name in lage delen van de gemeente, langs de boezemwatergangen en na langdurige natte perioden speelt dit. Eigenaren van percelen anticiperen zelf op de grondwaterstand die gangbaar is op hun terrein, bijvoorbeeld door aanpassen van de terreininrichting, het nemen van bouwkundige maatregelen en door beplanting aan te passen aan vernatting of verdroging. Het is niet mogelijk om overal en altijd een droge kruipruimte te hebben.
Eigenaren treffen zelf maatregelen om vloeren, kelders en dieper gelegen delen van hun opstallen, water- en vochtdicht te maken en te houden. Dit doel bereiken we door middel van de volgende maatregelen: Handelen conform het bestaande grondwaterbeleid De invulling van de zorgplicht heeft de gemeente in 2015 vastgelegd in de beleidsnota grondwater. Niet alle grondwaterzaken zijn een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Er zijn veel onderlinge afhankelijkheden tussen de gemeente en andere partners rond grondwater. Samen met het HHSK en de provincie staan we als gemeente aan de lat, om de toekomstige problemen zoveel mogelijk, het hoofd te bieden. De gemeente draagt daarbij een deel van de verantwoordelijkheid voor het grondwater namelijk “de grondwaterzorgplicht” . Daarbij is van belang dat het HHSK verantwoordelijk is voor het peilbeheer van het oppervlaktewater waarmee het speelveld van de gemeente beperkt is. Waar de gemeente dit doelmatig kan, binnen de haar, door de wetgever gegeven taken, bevoegdheid en zorgplicht, draagt ze een steentje bij in het grondwaterbeheer. De gemeente neemt naar aanleiding van meldingen van overlast het initiatief om de overlast te onderzoeken. De gemeente treft conform dit beleid geen maatregelen op particulier terrein, noch stelt de gemeente een bijdrage in welke vorm dan ook daarvoor beschikbaar.
Net als bij de hemelwaterzorgplicht is op particulier terrein primair de eigenaar verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier).
Definitief 2, 20 februari 2025
33
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Handelen conform aanvulling op het bestaande grondwaterbeleid Gebleken is dat dit bestaande beleid voldoet en ongewijzigd in stand blijft maar wel enige aanvulling behoeft vanwege het beleidsvoornemen om Zuidplas waterrobuust en klimaatadapatief te maken in voor 2050. Op het punt van een minimale drempelhoogte van nieuwbouw, inbreiding en herbouw voldoet het huidige beleid niet meer. Dat is het gevolg van de steeds hevigere buien die vallen en door het KNMI verwacht worden te gaan vallen. Op dit punt wordt het grondwaterbeleid daarom aangevuld met de volgende minimale waarden voor de vloerpeilen: • Vloerpeil nieuwbouw minimaal 1,3 meter boven het door HHSK vastgestelde hoogste peil van het peilgebied waarin de onroerende zaak ligt en minimaal 0,20 m boven historisch aanlegpeil van de openbare weg, zoals in het streekarchief bekend is; • Vloerpeil nieuwe inbreiding minimaal 1,3 meter boven het door HHSK vastgestelde hoogste peil van het peilgebied waarin de onroerende zaak ligt en minimaal 0,20 m boven historisch aanlegpeil van de openbare weg zoals in het streekarchief bekend is; • Vloerpeil vernieuwbouw minimaal 1,3 meter boven het door HHSK vastgestelde hoogste peil van het peilgebied of boven riooloverstortniveau bij een gemengd riool waarin de onroerende zaak ligt én minimaal 0,20 m boven historisch aanlegpeil van de openbare weg zoals in het streekarchief bekend is.
NOTE: de minimale maat van 1,30 m is afgestemd en conform het beleid van HHSK. NOTE: Voor het nieuwe dorp Kortelande is de genoemde 1,30 m niet van toepassing. Voor dit dorp wordt afzonderlijk beleid gemaakt vanwege de schaaal groote en specifieke waterhuishoudkundige aspecten. Op 25 november 2022 verstuurde het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief met als onderwerp “Water en Bodem sturend”, in 2024 gecorrigeerd door de Kamer naar “Rekening houden met Water en Bodem”. De brief heeft vooral gevolgen voor ruimtelijke ordening en de omgang met het veenweidegebied. Het voornemen is het verhogen van de waterstanden in het veenweidegebied om de CO2-uitstoot te beperken. Dit heeft naar verwachting geen gevolgen voor het functioneren van onze riolering en de grondwaterstanden in de dorpskernen. Immers zijn de dorpskernen over het algemeen hoger gelegen dan de omliggende veenweidegebieden en is bij het bouwrijp maken van de woongebieden de veenlaag (deels) afgegraven en het woongebied opgehoogd. De bestaande oppervlaktewaterpeilen in de dorpskernen zullen naar verwachting niet verhoogd worden, waardoor de ontwatering en de grondwaterstanden daar niet of nauwelijks beïnvloed zullen worden door verhoging van de waterpeilen in de omliggende veenweidegebieden.
Streefwaarden grondwaterstand (ontwateringsdiepte) Om nadelige gevolgen van grondwateroverlast en -onderlast zoveel mogelijk te voorkomen, treft de gemeente waar nodig maatregelen in openbaar gebied om binnen haar wettelijke taken het grondwaterpeil zo lang als mogelijk op het gewenste niveau te houden. Deze mogelijkheden zijn beperkt omdat de gemeente geen polderpeilen vaststelt, dat doet HHSK. In natte perioden wordt het water zoveel als mogelijk vastgehouden in de bodem. Bij reconstructies van de openbare ruimte zet de gemeente op locaties met gevaar op bodemdalingen en aantasting van paalfunderingen in op aanvoer van oppervlaktewater, meestal via het drainagestelsel, om te lage grondwaterstanden te voorkomen in geval van langdurige droogte.
Definitief 2, 20 februari 2025
34
Beleidsplan riolering, 2025-2030
De gemeente streeft waar dat mogelijk is en binnen haar wettelijke taken naar de volgende streefwaarden voor de grondwaterstand bij nieuw- of herbouw. Maatregeeln worden door de woningeigenaar genomen om afwending van waterbezwaar op nabijgelegen lagere percelen te voorkomen. Tabel 5-2: Ontwateringsdiepte Bestemming Woningen en bedrijfspanden Wegen Tuinen, sport- en speelvoorzieningen en groen
Uitgangspunt streefwaarde ontwatering 0,7 m onder vloerpeil 0,7 m onder ontwerphoogte kruin weg 0,5 m onder ontwerphoogte mv
Inzicht in het grondwaterpeil Om vast te stellen of er in een gebied sprake is van structurele grondwateroverlast of grondwateronderlast (droogte) wordt het grondwaterniveau op verschillende locaties in de gemeente gemmonitord via een openbaar meetnet (zie figuur 5-2). De gemeente breidt het meetnet op doelmatige wijze uit door uitbreiding samen te laten vallen met reconstructies of aan te laten sluiten op een datavraag. Via het BRO-loket zijn deze metingen openbaar raadpleegbaar. In de planperiode worden de resultaten van dit meetnetwerk nog toegankelijker raadpleegbaar gemaakt via een link op de website van de gemeente met enige uitleg. Moerkapelle
Nieuwerkerk a/d IJssel Moordrecht
Zevenhuizen Figuur 5-2: Grondwatermeetnet Zuidplas Bij nieuwbouw wordt het overtollig grondwater adequaat afgevoerd Bij nieuwbouw dient de grondwatersituatie beoordeeld te worden. De beheerders worden betrokken bij nieuwbouwplannen en kunnen hierdoor adviseren over de aanwezigheid van open water en zo nodig aanleg van drainage. Aanleg drainage bij nieuwbouw In risicogebieden voor grondwateroverlast wordt bij nieuwbouw en bij reconstructie, permanente drainage aangelegd. Deze drains voeren het grondwater af naar de singels en stadswateren. In droge perioden kunnen ze ook gaan dienen voor de aanvoer van water als
Definitief 2, 20 februari 2025
35
Beleidsplan riolering, 2025-2030
maatregel tegen verdroging om zetting van veenbodems te voorkomen. In risicogebieden voor grondwateroverlast gebeurt aanleg ook preventief bij rioolvervanging, omdat de grondwaterstand daar kan stijgen als de oude (lekkende) riolen zijn vervangen. Een dergelijke preventieve aanpak hoort bij de gemeentelijke inspanningsplicht. De aanleg van drainage mag echter in geen geval leiden tot extra zakking van de ondergrond door ontwatering. Ook niet in droge periode waarin het waterpeil in de watergangen kan zakken. Hiervoor zijn beproefde technische oplossingen voorradig. Bij ieder plan wordt de aanleghoogte nauwkeurig bepaald, alle aspecten meewegend. Bemalen drainage mag in Zuidplas niet worden toegepast in voor bodemdaling kwetsbaar gebied. Dit kan namelijk leiden tot het vergroten van de bodemdaling. Aanleg drainage bij reconstructies Bij rioolvervanging wordt altijd de grondwatersituatie beoordeeld en zo nodig robuuste drainage aangelegd. Door het aanleggen van een robuust drainage systeem of het aanleggen van voorziening als DT-riolering (hemelwaterriool dat tevens dienstdoet als drainage) wordt het grondwater in openbaar gebied gereguleerd tot het niveau van het oppervlaktewater. In natte perioden wordt overtollig grondwater afgevoerd naar het oppervlaktewater. In droge perioden wordt water vanuit het oppervlaktewater de bodem ingebracht.
Op deze wijze kunnen zettingen worden voorkomen. Reinigingsstrategie drainage Drainage speelt in de komende planperiode een steeds grotere rol bij het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en daarmee wordt het blijvend goed functioneren hiervan steeds belangrijker. De gemeente inspecteert en reinigt de openbare drainage in probleemgebieden planmatig en waar nodig, incidenteel na klachten. De private drainage in tuinen en onder woningen is en blijft een verantwoordelijkheid voor de perceeleigenaren. Deze dient door de grondeigenaren zelf te worden gereinigd. Aansluiten private drainage op vuilwater- of gemengd systeem De gemeente zet nadrukkelijk in op de afvoer van zo min mogelijk hemelwater en grondwater naar de vuilwaterriolering. Het is daarom niet toegestaan om drainagewater en water van tijdelijke bouwputbemaling aan te sluiten op de vuilwater- of gemengde riolering. Het is ook niet toegestaan drainagewater te lozen op drukriolering. Voor bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als er geen oppervlaktewater of hemelwaterriolering in de buurt is, kan samen met de gemeente naar een maatwerkoplossing worden gezocht. Dit geldt ook voor water van tijdelijke bouwputbemaling en andere tijdelijke situaties mits dit niet leidt tot vervuiling van het oppervlaktewater. Is dat wel het geval, dan is er maatwerk mogelijk in overleg met de gemeente.
Grondwater vanuit warmte- en koudeopslag (WKO) Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling of instandhouding van de WKO-bronnen mag niet zomaar in de riolering geloosd worden. Hiervoor is een integrale afweging noodzakelijk op het milieueffect en de maximale ontvangstcapaciteit van de riolering.
Definitief 2, 20 februari 2025
36
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Doel 3 ‘Bijdragen aan een klimaatbestendige, waterrobuuste en duurzame gemeente’ 5.3.1
Klimaatbestendig en waterrobuust in 2050
Door de klimaatverandering wordt in de toekomst vaker extreme neerslag verwacht, maar ook langere droge periodes. De gemeente wil in 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en duurzaam zijn. Door middel van klimaatadaptieve maatregelen, voorkomt de gemeente de kans op schade door wateroverlast zo veel als mogelijk en doelmatig. Hierbij wordt tijdelijk water op straat binnen randvoorwaarden geaccepteerd. Van bewoners wordt verwacht dat zij ook hun steentje bijdragen door hemelwater zoveel als mogelijk vast te houden op de locatie waar dit valt. Dit kan bijvoorbeeld door de tuinen te vergroenen en/of eigen waterberging aan te leggen. Hierdoor stroomt minder hemelwater naar de riolering en raakt deze minder snel overbelast. Bij nieuwbouw wordt de openbare ruimte direct klimaatbestendig ingericht. De gemeente ontwikkelt indien nodig een regelset in het omgevingsplan om ervoor te zorgen dat nieuwe gebiedsontwikkelingen klimaatbestendig worden aangelegd en bedrijven grote dichte verhardingsvlakken op eigen terreinen reduceren. Om verdroging zoveel mogelijk te voorkomen, treft de gemeente waar nodig maatregelen om binnen haar wettelijke taken het grondwaterpeil zo lang als mogelijk op het gewenste niveau te houden. In natte perioden wordt het water zoveel als mogelijk vastgehouden in de bodem.
Klimaatadaptieve maatregelen en andere verbetermaatregelen worden, waar mogelijk gelijktijdig uitgevoerd met al geplande of toekomstige overige werkzaamheden in de openbare ruimte, zoals bij wegreconstructie en rioolvervanging. Dit doel bereiken we door middel van de volgende maatregelen: Klimaatstresstesten en klimaatmaatlat In de komende planperiode worden de klimaatstresstesten geactualiseerd om een goed beeld te blijven houden van de klimaatrisico’s en de voortgang op het klimaatbestendig maken van de gemeente. Concreet houdt dit voor wateroverlast in dat we inzicht krijgen op microniveau in de verwachte waterschade bij een bui van de eeuw (die eenmaal in een mensenleven voorkomt). Dat is veel nauwkeuriger dan de huidige stresstesten. Gemeente Zuidplas heeft het convenant klimaatadaptief bouwen (klimaatmaatlat) ondertekend. In 2023 heeft de Rijksoverheid de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving gepubliceerd als richtlijn. De inhoud van het convenant en de klimaatmaatlat is vrijwel hetzelfde. De klimaatmaatlat is in dit Beleidsplan riolering daarom omgezet naar gemeentelijk beleid. De landelijke maatlat geeft alleen richtlijnen voor extreme buien met een herhalingstijd van eens per 100 jaar (T=100).
Vanuit de hemelwaterzorgplicht (zie taak in kader) dient ook een doel ten aanzien van wateroverlast te worden gesteld voor normale zware buien, welke eens in de paar jaar voorkomen. De gemeente maakt bij wateroverlast onderscheid in drie gradaties:
Definitief 2, 20 februari 2025
37
Beleidsplan riolering, 2025-2030
• • •
Hinder: 15-30 minuten een beperkte hoeveelheid 'water op straat' (plasvorming of enkele cm’s); Overlast: Water op straat tussen de trottoirbanden (maximaal 0,10 m boven wegpeil), ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, maximale duur 60 min na bui; Schade: water in winkels en woningen met materiële schade en ernstige belemmering van hoofdverkeersroutes.
In tabel 5-3 is opgenomen welke buien de gemeente hanteert als toetsbui per gradatie en situatie. De herhalingstijden (eens per 100 en eens per 250 jaar) bij het criterium “geen schade” komen overeen met de ambities in de landelijke maatlat en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen in ZuidHolland. Alle vermelde buien zijn buien uit de Kennisbank Stedelijk Water van Rioned. Indien het systeem of een locatie hier aan voldoet, is het klimaatbestendig ingericht. Voor het bestaand systeem betreft het een streefbeeld, wat op langere termijn te realiseren is door middel van werk met werk te maken bij rioolvervangingen en herinrichtingen. Voor uitbreidingen betreft het een norm bij realisatie. De vermelde composietbuien zijn zwaarder dan de vermelde buien 08 en 09. Voor uitbreidingswijken geldt dus een hogere norm dan voor het bestaande systeem. De genoemde buien 08 en 09 zijn circa 25 jaar geleden opgesteld en nog niet aangepast aan de actuele klimaatstatistiek, waar de composietbuien wel op zijn gebaseerd. Aanpassen van het bestaande systeem aan de zwaardere composietbuien vergt hoge investeringen. Hinder moet daarom vaker geaccepteerd worden in bestaand gebied, dan in uitbreidingswijken die uit te leggen zijn op de nieuwe klimaatstatistieken. Qua ernstige hinder en schade komt het streefbeeld bij het bestaande systeem wel overeen met de norm bij uitbreidingswijken.
De composietbuien zijn opgesteld op basis van de KNMI 2014-klimaatscenario’s voor het klimaat van de jaren 2014, 2030, 2050 en 2085. Voor de laatste drie genoemde jaartallen is sprake van een Laag en een Hoog scenario, op basis van de onzekerheid in de ontwikkeling van het klimaat. Voor de composietbuien bij hinder en ernstige hinder is gekozen voor het scenario Laag in plaats van het ongunstigere scenario Hoog, omdat nog erg onzeker is of het scenario Hoog uitkomt. Dit is niet alleen afhankelijk van de CO2-uitstoot en de mate van klimaatmitigatie maar ook van sociaaleconomische groei (delta scenario’s) of de mate van verdroging vernatting (KNMI’23- scenario’s). De composietbuien zijn tevens opgesteld voor diverse herhalingstijden. Een composietbui die statistisch eens in de 5 jaar voorkomt, wordt aangeduid met “T=5”. Voor wegen geldt het historisch aanlegpeil als maatgevend in de toetsing. Hoofdverkeersroutes en vitale en kwetsbare functies worden vastgelegd in het calamiteitenplan. In bijlage 3 is opgenomen op welke momenten welke wijze van toetsing vereist wordt. Bij uitbreidingen wordt het criterium “geen schade” vertaald in “geen water tegen gevels”. Geen schade betekent onder andere geen water in woningen. Door dit te vertalen in “geen water tegen gevels” is het criterium niet afhankelijk van het vloerpeil.
Definitief 2, 20 februari 2025
38
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Tabel 5-3: Streefbeeld en norm wateroverlast nieuw Beleidsplan riolering bestaande situatie Type overlast Functie Bestaand systeem Uitbreiding (streefbeeld) (norm) Geen hinder bij Wegen Bui08 (20mm) Composiet T=5 2050L Geen overlast bij Wegen Bui09 (30mm) Composiet T=10 2050L Hoofdverkeersroutes Composiet T=10 Composiet T=10 2050L 2050L Geen schade bij Gebouwen Composiet T=100 Composiet T=100 2050H 2050H. Geen water tegen gevels Vitale en kwetsbare Composiet T=250 Composiet T=250 functies 2050H 2050H. Geen water tegen gevels Klimaatbestendig zijn, wil dus niet zeggen dat er nooit hinder op kan treden. Hinder moet dus soms geaccepteerd worden. Doel is ernstige hinder te beperken en schade te voorkomen. Dit toetsen we door een maaiveldmodel te koppelen aan het rekenmodel van het ondergrondse rioolsysteem, zodat we inzicht krijgen in de verspreiding van het water, een zogenoemde stresstest. Stresstesten worden uitgevoerd met buien met een herhalingstijd van 100 jaar bij het meest ongunstige klimaatscenario voor 2050 conform de landelijke maatlat. Het voorkomen van schade in panden is een gedeelde verantwoordelijkheid welke de gemeente op basis van de stresstesten door middel van risicodialogen bespreekt met de inwoners/bedrijven en prioriteert.
Cybersecurity Vanwege de steeds hogere hydraulische belasting van de waterketen vanwege heviger neerslag is het belangrijk dat deze onder maatgevende omstandigheden goed blijft functioneren. De beveiliging van het systeem is daar een onderdeel van. We gaan een onderzoek cyber security uitvoeren door middel van een hacker analyse op de integriteit van onze gemaalsystemen. Overstorten en lozingen vanuit het hemelwaterstelsel mogen niet leiden tot inundatie Het ontvangende oppervlaktewater dient voldoende capaciteit te hebben om het hemelwater uit stedelijk gebied te ontvangen. Het HHSK toetst of het oppervlaktewater voldoende capaciteit heeft en neemt maatregelen als dit niet voldoet aan de wettelijke randvoorwaarden voor inundatie. De gemeente ziet hierbij ook een rol voor zichzelf ter ondersteuning van de opgave van HHSK. Daar waar het mogelijk is om mee te koppelen met geplande werkzaamheden, wordt afgestemd met HHSK om weghoogte of bermen aan te passen of andere maatregelen te nemen. Afkoppelen Afkoppelen van hemelwater van het gemengde riool heeft veel voordelen. Op sommige plaatsen is al veel afgekoppeld en worden de grenzen van het oppervlaktewater in kwantitatieve zin bereikt. Een voorbeeld daarvan is Dorrestein – Zuid waar samen met het HHSK gezocht moet worden naar de meest doelmatige oplossing om schade door
Definitief 2, 20 februari 2025
39
Beleidsplan riolering, 2025-2030
inundatie te voorkomen. HHSK wordt periodiek gevraagd haar actuele kennis te delen door aan te geven in welke gebieden ze tegen de randen van de waterkwantiteit aanlopen en waar we bij onze afkoppelopgave het overleg intensief met elkaar moeten zoeken om problemen te voorkomen. Indien de gemeente in een gebied gaat afkoppelen, wordt in elk geval de openbare ruimte zoveel mogelijk afgekoppeld van het gemengde stelsel. Daarnaast is het streven het particuliere hemelwater af te koppelen dat aan de voorzijde van de woningen geloosd wordt. Afkoppelen van hemelwater van de woningen gaat vooralsnog op vrijwillige basis. De gemeente koppelt zorgvuldig af. Altijd wordt het voorkomen van foutaansluitingen in ogenschouw genomen zodat er geen vervuild water op het oppervlaktewater terecht kan komen door het afkoppelen. Bij een afkoppelproject faciliteert de gemeente in overleg met de perceeleigenaar het afkoppelen van de hemelwaterpijpen aan de voorzijde van de woning. Een aandachtspunt hierbij is de ontluchting van de woning niet te verstoren. Inmeten woningvloerpeilen Om goede berekeningen te kunnen maken van potentiële schadelocaties door hevige regenval is het belangrijk over voldoende meetdata te beschikken. In de komende periode gaat de gemeente meetdata van drempelpeilen verzamelen. De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden.
Door bladval en andere vervuiling kunnen kolken verstopt raken waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. De gemeente reinigt daarom jaarlijks de kolken. Om vervuiling van de kolken en het riool te voorkomen worden ook de straten geveegd. Daarnaast watert steeds meer verhard oppervlak direct af op de naastgelegen watergangen. Om vuilemissie (nutriënten) op het oppervlaktewater te voorkomen wordt het wegoppervlak geveegd. Dat gebeurt in steeds grotere mate risicogestuurd. Bui van de eeuw berekening We voeren een bui van de eeuw berekening uit waarbij we gevoel krijgen welke problemen er zouden kunnen ontstaat bij een bui die eenmaal in een mensenleven voorkomt. Niet om het stelsel hierop te ontwerpen maar om in de openbare ruimte maatregelen te kunnen treffen om eventuele waterschade te voorkomen. Deze berekening levert ook input voor het gemeentelijke calamiteitenplan en op de stresstesten op het onderdeel wateroverlast. Ombouw verbeterd gescheiden stelsels (VGS) In de voorgaande jaren zijn de meeste verbeterd gescheiden stelsels al omgebouwd naar gescheiden stelsel. Er resteert alleen nog het stelsel van Esse Laag. Dat wordt in de komende periode omgebouwd. Daarmee kan ook dit stelsel meer hemelwater verwerken zonder schade. Onderzoek kansen open verharding In de komende periode willen wij de hoeveelheid hemelwater dat in de riolering komt beperken.
Daarom voert de gemeente onderzoek uit naar de kansen van open verharding in de parkeervakken om een goede afweging te kunnen maken. Daarbij wordt de waterinfiltratiecapaciteit van de ondergrond geanalyseerd. Er wordt op dit moment gewerkt aan het handboek groen parkeren, dit handboek is Q4 gereed en dan wordt die ook gekoppeld in de DIOR.
Definitief 2, 20 februari 2025
40
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Verder invullen beleidsvrijheid hemelwater Afhankelijk van de uitkomsten van de bui van de eeuw berekening kan het noodzakelijk zijn om aanvullend beleid te formuleren rond hoe de gemeente omgaat met aansluiten van hemelwater op het gemeentelijke systeem. Hiervoor worden dan te zijner tijd aanvullend voorstellen gedaan aan het bestuur. 5.3.2
Communicatie over klimaatadaptatie
In een groot deel van de gemeente zijn particulieren en bedrijven eigenaar van de grond. Particulieren hebben een eigen verantwoordelijkheid wanneer het gaat om goed rioolgebruik en klimaatadaptief inrichten. De gemeente geeft de informatievoorziening en communicatie naar inwoners en bedrijven vorm, om dit verantwoordelijkheidsbesef en -handelen te bevorderen en om intrinsieke maatschappelijke betrokkenheid te creëren. Eenduidige communicatie De gemeente gaat de komende periode een communicatieplan met messagehouse opstellen om onze boodschappen gemeentebreed te kunnen stroomlijnen. Participatie Op het maken van nieuw beleid is de participatienota van de gemeente van toepassing. Hier wordt rekening mee gehouden. 5.3.3
Een duurzaam rioleringssysteem
Het beheer- en onderhoudsaspect wordt nadrukkelijk vanaf de ontwerpfase betrokken en maakt onderdeel uit van de afwegingen die hierin plaatsvinden. Er wordt niet automatisch gekozen voor de goedkoopste oplossing, maar wel voor de beste en meest duurzame over de gehele levenscyclus. Hierbij wordt onder andere gelet op circulaire grondstoffen en materialen, inzetten op het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, minder belasten van milieu bij uitvoering van werkzaamheden en een optimale afweging op duurzaamheid in de manier van beheer, onderhoud en vervanging aan het eind van de levensduur. Duurzaam omgaan met hemelwater De gemeente hanteert de volgende leidende principes voor de omgang met hemelwater: Waterkwantiteitstrits: 1. Vasthouden en infiltreren: Hemelwater zoveel mogelijk vasthouden op locatie waar het valt en infiltreren in de bodem, bijvoorbeeld toepassen van doorlatende verharding, hergebruik 2. Bergen: Overtollig hemelwater bergen op locatie waar het valt, zodat bij extreme neerslag wateroverlast op straat kan worden voorkomen, en bij extreme droogte het water teruggegeven kan worden aan de bodem. 3. Afvoeren: Indien infiltreren en bergen niet mogelijk is, wordt het overschot aan hemelwater vertraagd afgevoerd. Voorkeur van vertraagd afvoer is: naar de bodem (via half verharding of in daarvoor aangewezen gebieden, bijvoorbeeld
Definitief 2, 20 februari 2025
41
Beleidsplan riolering, 2025-2030
groenvoorzieningen), naar het oppervlaktewater in de wijk en als laatste via het rioolstelsel liefst vertraagd, bijvoorbeeld met een apart hemelwaterriool, afvoeren naar oppervlaktewater Waterkwaliteitstrits: 1. Schoonhouden: bijvoorbeeld geen uitlogende bouwmaterialen toepassen 2. Scheiden: bijvoorbeeld aparte hemelwater riolering aanleggen 3. Schoonmaken: bijvoorbeeld toepassen bodem passage Voor nieuwbouw binnen nieuwe bestemmingsplannen moet altijd een waterparagraaf opgesteld worden, op basis van een programma van eisen met randvoorwaarden en ontwerpgrondslagen voor het waterhuishoudkundig systeem. Bij nieuwbouw binnen een bestaand bestemmingsplan is vaak al een bestaand vrijverval riool aanwezig. Als het bestaande rioolstelsel te klein is voor de afvoer van hemelwater, moet de perceeleigenaar als het kan zelf maatregelen nemen op eigen terrein. Bij nieuwbouw moet hemelwater altijd gescheiden van het overig afvalwater worden aangeboden aan de perceelgrens. Op drukriolering en vacuümriolering mag absoluut alleen huishoudelijk afvalwater en maximaal 0,5 m³/uur per ha uitgeefbaar bedrijventerrein aan proceswater worden geloosd. Een groot deel van het rioolstelsel van Zuidplas is een gemengd stelsel, ook is er veel oppervlaktewater in de omgeving. Dit betekent dat er veel kansen bestaan voor het afkoppelen van verhard oppervlak.
Het afkoppelen van verhard oppervlak is voor het milieutechnisch functioneren van de riolering niet meer nodig omdat Zuidplas al voldoet aan de basisinspanning. Afkoppelen is in Zuidplas alleen doelmatig als het gecombineerd wordt met de vervanging van oude rioolbuizen of herinrichting van gebieden. Daar worden de kansen gepakt. Gebruik van duurzame materialen en reductie van uitstoot van CO2 De gemeente gebruikt FSC-hout en probeert CO2 te reduceren op de gemalen door draaitijd beperkingen, frequentie gestuurd pompen, aansluitingen van rioolvreemd water op te sporen en op te heffen en de juiste pomp op de juiste plaats te installeren. De resultaten worden met een CO2 emissiedashboard in het jaarplan gepresenteerd. Waarbij 2020 als nul geldt voor het weergeven van de reductiepercentages. Duurzamere oeverbescherming De gemeente gaat beschoeiing bij het einde levensduur vervangen door een natuurvriendelijker alternatief als dat kan volgens het ja tenzij principe. Dit houdt in dat onderwaterbeschoeiing wordt toegepast waar dat kan en alleen een standaard beschoeiing waar dat moet.
Definitief 2, 20 februari 2025
42
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Doel 4 ‘Inwoners kwaliteit leveren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten’ De gemeente houdt zich bezig met de wettelijke taken die haar zijn toegedeeld door de wetgever en, waar van toepassing, het bovenwettelijke beleid dat de gemeenteraad heeft vastgesteld. Ze voert deze taken goed uit. Bovenwettelijke taken Bovenwettelijke taken, bijvoorbeeld taken die door de wetgever aan andere overheden of aan private partijen toegedeeld zijn, worden in principe niet door de gemeente overgenomen (zie voor een overzicht van taken en bevoegdheden in de waterketen en het oppervlaktewater bijlage 4). 5.4.1
Betaalbare waterketen
De gemeente blijft werken aan ‘minder meerkosten’ zoals verwoord was in het ondertussen vervallen Bestuursakkoord Water uit 2018. De gemeentelijke watertaken worden efficiënt en doelmatig uitgevoerd met een optimale balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s. Kostenreductie door meekoppelen De kosten van het klimaatbestendig maken van wijken, worden gereduceerd door zoveel mogelijk mee te koppelen met reguliere werkzaamheden. Daarom wordt slim omgegaan met de prioritering van de maatregelen in een wijkgerichte integrale afweging. Gebruik maken van beschikbare subsidies en bijdragen Wanneer er sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid wordt optimaal gebruik gemaakt van subsidieregelingen of van de mogelijkheden om kosten te delen met stakeholders zoals het HHSK, de Provincie Zuid-Holland of het Rijk Risicogestuurd beheer We gaan steeds meer risicogestuurd beheer toepassen volgens de CROW. Bij de reguliere reinigingswerkzaamheden voor zowel vrijverval riolering als alle gemalen en pompputten wordt data verzameld om goede analyse te kunnen maken van de juiste bijpassende reinigingscyclus van de betreffende assets. Daarnaast maken we in de komende planperiode een transparante beslisboom die we gaan hanteren voor vervangingsbeslissingen.
Uitgangspunt daarbij is dat we primair relinen en alleen vervangen als de schadebeelden of meekoppelkansen zodanig zijn dat relinen niet mogelijk of ongewenst is. Onderzoek naar levensduur vrijverval riolering Op dit moment is nog met onvoldoende zekerheid vast te stellen dat de riolering langer meegaat dan de huidige afschrijftermijn. Veel van ons stelsel is onderheid en gaat wel langer mee dan de 50 jaar die we nu hanteren. In de komende periode wordt een onderzoek naar de levensduur uitgevoerd. Als blijkt dat de vrijverval riolering een andere afschrijftermijn heeft, volgt actualisatie van de kostendekking.
Definitief 2, 20 februari 2025
43
Beleidsplan riolering, 2025-2030
5.4.2
Doelmatig beheer van de waterketen
Het beheer van de waterketen is doelmatig om zo optimaal mogelijk én binnen de gemeentelijke invloedssfeer het functioneren van het inzamelsysteem en het transportsysteem te waarborgen en schade op de zuivering te voorkomen. Deze doelmatigheid wordt gerealiseerd binnen de gemeentelijke wettelijke zorgplichttaken en vastgestelde beleidstaken. Onderzoek uitvoeren gemeentelijke baggerwerkzaamheden door HHSK De gemeente ziet veel voordelen in het baggeren door één partij, waar het gaat om optimale afstemming. In dit geval zou HHSK daarvoor de partij kunnen zijn omdat HHSK ook voor niet gemeentelijk water een baggerverplichting heeft. De gemeente gaat samen met HHSK onderzoeken of HHSK kan faciliteren in de gemeentelijke baggertaak. Daarbij verwachten we dat overdracht kostenneutraal kan plaatsvinden. Dat wil zeggen HHSK brengt min of meer dezelfde baggerkosten bij de gemeente in rekening, maar daarvoor wordt meer milieurendement verkregen door betere afstemming tussen de diverse baggerwerken. Optimaliseren beheerproces Het beheerproces wordt verder geoptimaliseerd waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de (informatie) technologie geeft.
Voor beheerbeslissingen en- acties wordt steeds meer input geleverd op basis van data(analyse), waardoor de beheerspecialisten in hun werkzaamheden ondersteund worden bij de integrale afweging op nut en noodzaak (risico- en datagestuurd beheer). Doelmatig omgaan met signaleringssystemen in het buitengebied In het glastuinbouwgebied worden alle pompen voorzien van signalering. Ook waar meerdere woningen zijn aangesloten op één pomp wordt een signaleringssysteem geplaatst. In de andere gevallen wordt op basis van een maatwerkinschatting bepaald of een signaleringssysteem wordt toegepast of een rode lamp. Opleiding nieuwe taken De gemeente vindt opleiding belangrijk. De vakspecialisten worden daarom opgelegd om ook nieuwe trends te kunnen duiden bijvoorbeeld mogelijke nieuwe gemeentelijke taken KRW, nieuwe sanitatie en innundatierisico’s, en om nieuwe gemeentelijke taken klimaatadaptatie, en assetmanagement, goed en doelmatig te kunnen uitvoeren. 5.4.3
Rechtmatig beheer van de waterketen
De gemeente Zuidplas is een integere en betrouwbare opdrachtgever die leveranciers, dienstverleners en aannemers eerlijke en gelijke kansen biedt. De gemeente koopt in op basis van het lokale inkoopbeleid en de Europese regelgeving. Dit beleid helpt de gemeente in het streven naar een rechtmatige en doelmatige inkoop praktijk. Gemeente Zuidplas stimuleert de lokale economie en maakt bij onderhandse opdrachten gebruik van de lokale groslijst. Doelmatig aanbesteden Om zo doelmatig mogelijk aan te besteden, wordt in de planperiode jaarlijks gebruik gemaakt van externe ondersteuning door een inkoopadviseur.
Definitief 2, 20 februari 2025
44
Beleidsplan riolering, 2025-2030
5.4.4
Actief burgerschap en samenhangend optreden overheid
Van de gemeente mag verwacht worden dat zij bij de invulling van haar taken op het gebied van het stedelijk water, handelt vanuit een brede maatschappelijke afweging. Eenduidig handelen De gemeente handelt eenduidig en transparant en is goed toegankelijk voor inwoners en bedrijven. De wettelijke taken worden goed uitgevoerd. Het uitvoeren van taken die aan een andere overheid toebedeeld zijn, pakt de gemeente niet op. Samenwerking met het HHSK en andere overheden, met respect voor ieders wettelijke taken en rollen is echter vanzelfsprekend. Participatie De gemeente kan niet alléén de negatieve gevolgen van klimaatverandering voorkomen. Ook inwoners, woningcorporaties, bedrijven, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben een rol bij het nemen van maatregelen. De gemeente stimuleert om die reden betrokkenheid van inwoners en bedrijven en ondersteunt hun klimaatadaptatie initiatieven. 5.4.5
Samenwerken in de waterketen
De waterketen en het oppervlaktewatersysteem krijgen te maken met opgaven voor klimaatadaptatie, rioolvervanging en -renovatie en opgaven voor waterkwaliteit die niemand meer alleen kan oplossen. Met samenwerking in de keten kunnen middelen zo doelmatig mogelijk worden ingezet, terwijl de kwaliteit gelijk blijft of zelfs beter wordt en ook de kwetsbaarheid in de keten vermindert. Samenwerking Kortenoord Samenwerking vindt plaats op verschillende niveaus. In onze regio geven de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Lansingerland en het HHSK vorm aan de samenwerking op strategisch niveau in het samenwerkingsverband Kortenoord, omdat Lansingerland valt binnen twee Hoogheemraadschappen is ook het Hoogheemraadschap van Delfland aangesloten als agendalid. Gebiedssamenwerking op tactisch niveau Op tactisch niveau vindt samenwerking plaats met direct omliggende gemeenten zowel binnen als buiten het samenwerkingsverband Kortenoord, maar ook met woningbouwverenigingen en andere bij onze watertaken betrokken partijen.
Definitief 2, 20 februari 2025
45
Beleidsplan riolering, 2025-2030
6.
Middelen en kostendekking
In het vorige hoofdstuk zijn de benodigde maatregelen beschreven om invulling te geven aan de doelen. Dit hoofdstuk beschrijft welke personele en financiële consequenties dit heeft. Daarbij wordt ook aangegeven wat dit betekent voor de kostendekking en de rioolheffing.
Personele middelen De Kennisbank Stedelijk Water van stichting Rioned bevat een Formatiescan om de benodigde personele capaciteit voor de gemeentelijke watertaken te bepalen. Deze benadering is globaal, en onder andere afhankelijk van de mate van uitbesteding. In tabel 6-1a en b is de capaciteit voor de gemeentelijke watertaken op basis van de Formatiescan (zie bijlage 5) inzichtelijk gemaakt. Inspectie en reiniging van vrijvervalriolering en kolken wordt volledig uitbesteed. Onderhoud van gemalen, drukriolering en de storingsdienst worden grotendeels zelf gedaan. Ook het operationeel beheer en het beleid en planvorming worden grotendeels zelf gedaan. Op basis van de Formatiescan is voor de gemeente Zuidplas 15,9 FTE benodigd verdeeld over de binnen- en buitendienst. De komende periode zijn veel investeringen gepland. De personele kosten voor projectleiding, voorbereiding en toezicht worden toegedeeld aan de projecten. In de huidige situatie wordt maar 10,2 FTE toegerekend aan de rioolheffing. In dit Beleidsplan riolering is uitgegaan van het extra toerekenen van 1,0 bestaande FTE aan de rioolheffing, welke nu uit de algemene middelen gedekt worden (zie tabel 6.1a en 6-4), plus het uitbreiden van de formatie met 3,0 FTE. Het totaal FTE komt daarmee op 14,2. Dit is 1,7 FTE minder dan de Formatiescan van Rioned aangeeft dat ongeveer benodigd is.
Tabel 6-1a: Aantal FTE gemeentelijke watertaken Zuidplas Formatiescan Huidige Tijdsbesteding Rioned situatie 1,7 0,3 Beleidsmedewerker 3,1 1,3 Beheerder 1,7 1,4 Ontwerper 0,8 0,6 Gegevensbeheerder 5,2 6,0 Buitendienst Projectleiding, werkvoorbereiding 3,4 0,8 en toezicht 15,9 10,2 Totaal
Voorstel Beleidsplan 1,3 (*0,3) 2,4 1,4 (*0,2) 0,8 6,0 (*0,5) 2,3 14,2
*Het betreft hier een huidige reeds ingevulde reeds functie die nu gefinancierd gaat worden vanuit de rioolheffing (totaal 1 FTE). Tabel 6-1b: Werven aanvullende FTE gemeentelijke watertaken Zuidplas Functie Extra Werkbegeleider Databeheerder Assetondersteuner
Definitief 2, 20 februari 2025
0,7 0,3 0,5
46
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Senior Beleidsadviseur Jurist Data-analist Totaal
0,5 0,5 0,5 3 FTE
Het aantrekken van vast personeel is in de huidige arbeidsmarkt binnen het vakgebied riolering erg lastig. In dit nieuwe Beleidsplan riolering wordt daarom ingezet op het op orde brengen van de formatie, maar als dat niet lukt wordt gestreefd naar inhuur op maat ter versterking van de bestaande formatie. In de exploitatiebudgetten is hiermee rekening gehouden. De kosten voor het voorgestelde aantal FTE volgens tabel 6-1a en b worden gedekt uit de berekende rioolheffing in paragraaf 6.2.
Financiële middelen 6.2.1
Investeringen planperiode
Voor de planperiode zijn de benodigde investeringen in beeld gebracht door de gemeente, zie tabel 6-2 en figuur 6-1. De investeringsbedragen zijn exclusief BTW inclusief vooronderzoekskosten. Voor 2029 en 2030 is het investeringsplan voor Projecten IDZ aangevuld met € 3 miljoen per jaar voor rioolvervangingen op basis van levensduurverwachting. Riolen gaan gemiddeld circa 60 jaar mee. In afbeelding 3-2 is te zien dat er in de gemeente weinig riolen aanwezig zijn die ouder dan 70 jaar zijn. Wel bereiken nu steeds meer riolen de levensduur van 60 jaar. Hierdoor komt er een vervangingspiek aan en nemen de benodigde vervangingsinvesteringen toe. Tabel 6-2: Benodigde investeringen planperiode (in duizenden Euro’s) Omschrijving 2025 2026 2027 2028 Projecten IDZ, waaronder: 669 452 6.096 3.116 50 jaren buurt Moordrecht Hazeveld en Weilewaal Zevenhuizen Kerklaan Zouterijweg Nieuwerkerk Kleinpolderlaan Nieuwerkerk Rioolvervangingen Mechanische renovatie gemalen Elektrische renovatie gemalen Renovatie minigemalen Plaatsen debietmeters en foampigs Verbetermaatregelen functioneren riolering Klimaatadaptieve maatregelen Vervangen stuwen Vervangen beschoeiingen Totaal
Definitief 2, 20 februari 2025
2029 0
2030 0
0 0 0 0 3.044 250 100 100 100 100 15 15 40 30 100 500 500 500 500 500 30 30 30 30 30 600 600 600 600 600 60 60 60 60 60 275 100 100 100 100 600 600 600 600 0 2.999 2.457 8.126 5.136 4.534
3.044 120 120 500 30 600 60 100 0 4.573
47
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Figuur 6-1: Investeringen planperiode (2025-2030) 6.2.2
Investeringen lange termijn
Op basis van het rioolbeheerbestand en een theoretisch verwachte levensduur van 60 jaar is een raming gemaakt van de jaarlijkse vervangingskosten van de riolering en drainage op lange termijn, na 2030, zie figuur 6-2 en bijlage 8. Ook voor de gemalen zijn de verwachte vervangingsinvesteringen meegenomen. Duikers worden niet toegerekend aan de rioolheffing en zijn niet meegenomen in de berekening. De verwachte investeringen zijn berekend op basis van eenheidsprijzen van de Kennisbank Stedelijk Water (zie bijlage 6). De eenheidsprijzen zijn op basis van de CBS-index 4221 voor civieltechnische werken en bouw geïndexeerd naar prijspeil juli 2024. De eenheidsprijzen per meter riool zijn, afhankelijk van de leidingdiameter, met circa 15-30% gestegen ten opzichte van het vGRP2021-2025. In de raming is ervan uitgegaan dat 30% van de vrijvervalriolen gerelined wordt in plaats van vervangen, waarvoor een 60% lagere eenheidsprijs gehanteerd is dan voor vervangen. Om hemelwater af te kunnen koppelen van het gemengde riool is rekening gehouden met € 300,- per meter gemengd riool in het jaar dat de riolering aan vervanging toe is. De extra investering hiervoor bedraagt circa € 25 miljoen over de gehele beschouwde periode van 60 jaar. De verwachte investeringen zijn per periode van 10 jaar gemiddeld om uitschieters te dempen.
In figuur 6-2 zijn de verwachte jaarlijkse investeringen vanaf 2031 gestapeld. Hierbij is onderscheid gemaakt in investeringen voor vervangen riolen (inclusief afkoppelen), klimaatadaptatie, vervangen van rioolgemalen, stuwen en beschoeiing. Te zien is dat er tot circa 2044 een relatieve piek te verwachten is, waarna na een periode van 20 jaar met minder benodigde investeringen er een nog hogere piek te verwachten is.
Definitief 2, 20 februari 2025
48
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Figuur 6-2: Investeringen lange termijn (na 2030) 6.2.3
Exploitatiekosten
De exploitatiekosten voor het dagelijks beheer en onderhoud van het systeem in 2025 zijn weergegeven in tabel 6-3. De kosten voor het waterbeheer variëren per jaar in verband met de in dat jaar geplande hoeveelheid baggerwerkzaamheden. Op basis van dit Beleidsplan riolering zijn aanvullende kosten geraamd voor de in hoofdstuk 5 beschreven onderzoeken en plannen, voor zover dit nieuwe ambities zijn en deze niet te dekken zijn uit de bestaande begroting. De kosten hiervoor bedragen gemiddeld € 105.000 per jaar. De eindgemalen zijn in het beheer van het HHSK. Voor het beheer en onderhoud van deze gemalen worden jaarlijks een bijdrage aan het HHSK betaald van circa € 100.000. Tabel 6-3: Exploitatiekosten 2025 exclusief BTW Omschrijving Dagelijks en technisch onderhoud Gas, electra en water Grootonderhoud Grondwatermeetnet Exploitatiekosten HHSK Uitbesteden werkzaamheden Onderzoeken en planvorming Beleidsplan Waterbeheer Belastingen Lidmaatschapen en contributies Telemetrie
Definitief 2, 20 februari 2025
2025 829.247 210.150 200.000 26.000 100.000 75.000 105.000 411.949 10.000 45.821 35.000
49
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Verzekeringen Kostenaandeel incl personeel Totaal
4.100 2.496.715 4.548.982
Verwacht wordt dat de gemeente Zuidplas fors groeit met 10.224 woningen tot 2038. De aanleg van nieuwe riolen wordt betaald uit de grondexploitatie en wordt niet meegerekend bij de geplande investeringen. De uitbreiding van het bebouwd gebied en het systeem zorgt echter wel voor een toename van de exploitatiekosten. Daarnaast leiden klimaatadaptieve maatregelen en het aanleggen van hemelwaterriolen tot een toename van het areaal in bestaand gebied. De exploitatiekosten zijn daarom jaarlijks verhoogd overeenkomstig de verwachte relatieve groei van het aantal woningen. De exploitatiekosten stijgen daarom van circa € 4,5 miljoen naar € 6,3 miljoen exclusief BTW in 2038, zie figuur 6-3 en bijlage 9. Vooralsnog is hierbij uitgegaan van traditionele gescheiden stelsels en nog niet van nieuwe sanitatie.
Figuur 6-3: Exploitatiekosten stijgend met groei gemeente Een deel van de kosten vanuit het watersysteem, straatvegen en de onkruidbestrijding worden doorbelast aan de rioolheffing. Dit is te rechtvaardigen omdat deze activiteiten een functie hebben bij de invulling van de zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater of grondwater. In bijlage 7 is aangegeven welke werkzaamheden voor welk percentage toegerekend worden met de bijbehorende onderbouwing. Ten opzichte van het vGRP2021-2025 worden deze kosten van andere taken zover als juridisch mogelijk toegerekend aan de riolering. Dit betekent een extra toerekening van circa € 0,35 miljoen per jaar ten opzichte van het vGRP2021-2025. In tabel 6-4 is aangegeven waaruit deze extra toerekening bestaat. Deze extra toerekening is ook reeds in 2024 meegerekend, omdat deze in 2024 via de voorjaarsnota geregeld wordt. De extra toerekening van € 146.000 voor de personele organisatie betreft FTE die reeds aanwezig zijn binnen de organisatie, maar tot nu toe gedekt worden uit de algemene middelen. In tabel 6-1 zijn deze FTE meegerekend. Definitief 2, 20 februari 2025
50
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Tabel 6-4: Extra toerekening aan riolering Activiteit Maximaal toegestane toedeling [%] Waterbeheer Baggeren om bladval15 afvoercapaciteit Maaien gehele profiel watergang 15 Groen- en wegbeheer Straatreinigen 80 Onkruidbestrijding 80 Personele organisatie 100 Toezichthouder techniek 0,5 fte Dorpsregisseur 0,3 fte Verkeerskundige 0,2 fte Totaal
Werkelijke toedeling nieuw beleid [%]
Extra toerekening aan riolering
15
12.000
15
110.000
80 80
33.000 197.000
100
146.000
[€]
498.000
Kostendekking 6.3.1
Uitgangspunten
Voor de kostendekking en de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
• • • • • • • • • •
Investeringen worden lineair afgeschreven; De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: o Vrijvervalriolering en mechanische riolering 50 jaar; o Gemalen en drukgemalen mechanisch / elektrisch 15 jaar; Het rentepercentage voor kapitaallasten bedraagt 1,75%; Per 31 december 2024 is de stand van de voorziening € 9.564.506; Zowel bij de kosten als bij de baten wordt geen rekening gehouden met inflatie; BTW wordt berekend over het afschrijvingsdeel van de kapitaallasten (exclusief de rente) en over bepaalde budgetten uit de exploitatie (zie bijlage 8); Over de personeelskosten wordt 70% overhead toegerekend; De rioolheffing per perceel bedraagt in 2024: € 196,76; Besloten is reeds dat de rioolheffing in 2025 met 10,30% wordt verhoogd naar €217,03; Bij de gemeente Zuidplas is geen kwijtschelding mogelijk voor de rioolheffing; Het aantal aangesloten percelen bedraagt 22.656 stuks in 2025; Op basis van de woningbouwprognose wordt uitgegaan van een groei van de gemeente met 10.224 woningen tot en met 2038. De verdeling is weergegeven in de kostendekkingsberekening in bijlage 9.
Definitief 2, 20 februari 2025
51
Beleidsplan riolering, 2025-2030
6.3.2
Kapitaallasten investeringen tot en met 2024
De meeste riolen zijn bij aanleg betaald uit de grondexploitatie en veroorzaken daarom nog geen kapitaallasten (afschrijving en rente) voor de rioolheffing. In het verleden, tot en met 2024, zijn echter wel investeringen uitgevoerd die tot kapitaallasten leiden, zoals het vervangen van riolering, het verbeteren van het systeem, de aanleg van drukriolering in het buitengebied en aanleg van bergbezinkbassins. Deze investeringen hebben een restant boekwaarde op de balans en de jaarlijkse kapitaallasten komen ten laste van de voorziening riolering. In figuur 6-4 zijn de jaarlijkse restant boekwaarde en de jaarlijkse rente en afschrijving weergegeven. De boekwaarde is weergegeven op de linkeras, de afschrijving en rente op de rechteras. De boekwaarde van investeringen uit het verleden neemt elk jaar af, omdat er jaarlijks op afgeschreven wordt. Hierdoor neemt de rente over de boekwaarde ook af. Na 50 jaar zijn alle investeringen uit het verleden volledig afgeschreven.
Figuur 6-4: Kapitaallasten investeringen die tot en met 2024 zijn uitgevoerd 6.3.3
Kapitaallasten nieuwe investeringen
De verwachte investeringen in de planperiode (paragraaf 6.2.1) en op lange termijn (paragraaf 6.2.2) leiden tot een nieuwe boekwaarde op de balans en daarmee ook tot een stijging van de kapitaallasten. In figuur 6-5 zijn de jaarlijkse boekwaarde en de jaarlijkse rente en afschrijving voor de nieuwe investeringen weergegeven. De boekwaarde en daarmee ook de jaarlijkse afschrijving en rente nemen elk jaar toe door de nieuwe investeringen die jaarlijks gedaan worden en afgeschreven worden over 15 of 50 jaar (zie paragraaf 6.3.1). De boekwaarde van nieuwe investeringen wordt al snel hoger dan de huidige restant boekwaarde van investeringen uit het verleden (zie figuur 6-4), waardoor ook de jaarlijkse afschrijvings- en rentelast fors hoger wordt dan deze nu zijn. Mede hierdoor dient de rioolheffing te stijgen.
Definitief 2, 20 februari 2025
52
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Figuur 6-5: Kapitaallasten geplande investeringen 6.3.4
Rioolheffing
De voorziening riolering is per 31 december 2024 nog hoog met circa € 9,5 miljoen. De jaarlijkse kosten zijn echter hoger dan de jaarlijkse rioolheffing. Hierdoor daalt de voorziening snel. Om deze reden is de rioolheffing in 2025 ook reeds met 10,3% verhoogd. De rioolheffing dient in de jaren daarna verder te stijgen om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt. Deze benodigde stijging is onder andere een inhaalslag als consequentie van het in 2023 verlagen van de rioolheffing, ondanks de inflatie en de stijging van de rente. Daarnaast stijgt de rioolheffing, omdat bijna alle riolen bij aanleg bekostigd zijn uit de grondexploitatie en pas na vervanging de jaarlijkse afschrijving en rente een kostenpost vormt voor de rioolheffing. De nog ruime voorziening wordt de komende jaren verlaagd om de benodigde stijging van de heffing te dempen. De vereiste procentuele stijging is afhankelijk van de snelheid van dalen van de voorziening en de minimale stand van de voorziening. Drie scenario’s zijn doorgerekend (zie bijlage 10): 1. voorziening afbouwen naar ca 2 miljoen en dan handhaven op kostendekkend niveau. Stijging heffing in planperiode tot en met 2030 6,50% per jaar. Na 2030 1,50% per jaar. 2. Snel naar kostendekkend niveau, voorziening handhaven op hoog niveau (ca 6 miljoen). Stijging 2026 en 2027 16,00% per jaar. Daarna 1,30% per jaar. 3.
Langzaam tot kostendekkend niveau stijgen, voorziening net boven 0 handhaven. Stijging in planperiode tot en met 2031 5,50% per jaar. Na 2031 1,40% per jaar. De benoemde stijging per jaar is exclusief indexatie. Jaarlijks wordt overwogen of de berekende benodigde stijging aanvullend met indexatie verhoogd dient te worden. Hierbij wordt gelet op de werkelijke hoogte van de voorziening in relatie tot de in dit Beleidsplan riolering geprognosticeerde
Definitief 2, 20 februari 2025
53
Beleidsplan riolering, 2025-2030
hoogte van de voorziening. Daarnaast stijgen afschrijving en rente over investeringen uit het verleden niet mee met de inflatie. In tabel 6-4 is de benodigde heffing per scenario vermeld voor elk jaar van de planperiode. Tabel 6-4: Heffing per jaar per scenario exclusief indexatie Jaar Scenario 1 Scenario 2 2024 € 196,80 € 196,80 2025 € 217,03 € 217,03 2026 € 231,10 € 251,80 2027 € 246,20 € 292,00 2028 € 262,20 € 295,80 2029 € 279,20 € 299,70 2030 € 297,30 € 303,60
Scenario 3 € 196,80 € 217,03 € 229,00 € 241,60 € 254,80 € 268,90 € 283,60
In figuur 6-6 en 6-7 zijn de drie scenario’s met elkaar vergeleken voor respectievelijk het verloop van de rioolheffing en de voorziening. De stijging van de heffing per scenario stopt niet na 2030 en is verschillend per scenario, waardoor de heffing uiteindelijk redelijk gelijk is per scenario. De snelle stijging van de heffing bij scenario 2 (oranje lijn) wordt vooral gebruikt om de voorziening hoog te houden.
Figuur 6-6: Verloop rioolheffing per scenario In figuur 6-7 is het verloop van de voorziening per scenario inzichtelijk. Bij scenario 2 (snelle stijging heffing) blijft de voorziening op een hoog niveau. Bij scenario 3 (langzaamste stijging heffing) daalt de voorziening tot onder één miljoen Euro.
Definitief 2, 20 februari 2025
54
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Figuur 6-7: Verloop voorziening per scenario De rioolheffing van Zuidplas is voor 2024 vergeleken met gemeenten in de regio. Voor gemeenten waar de rioolheffing bestaat uit een eigenaren- en een gebruikersdeel zijn deze bedragen gesommeerd. Bij sommige gemeenten is de heffing mede afhankelijk van de WOZ-waarde of het aantal bewoners. Hiervoor is uitgegaan van € 357.000 respectievelijk 3 personen. De huidige rioolheffing van Zuidplas is met € 217,03 één van de laagste heffingen. De toekomstige heffing per gemeente is niet in beeld gebracht. Tabel 6-5: Rioolheffing omliggende gemeenten Gemeente 2025 Den Haag € 191,15 Delft € 266,17 Lansingerland € 270,77 Leidschendam Voorburg € 244,92 Maassluis € 190,00 Midden Delfland € 225,12 Pijnacker Nootdorp € 195,72 Rijswijk € 228,36 Schiedam € 271,44 Vlaardingen € 206,90 Westland € 290,03 Zoetermeer € 131,63
Definitief 2, 20 februari 2025
55
Beleidsplan riolering, 2025-2030
Colofon
Titel Projectcode
Beleidsplan riolering, 2025-2030 w23.071
Opdrachtgever
Gemeente Zuidplas
Opgesteld door
Waterfeit Adviseurs W: www.waterfeit.nl E: info@waterfeit.nl
Auteur(s)
ing. H.P.J. Scheepers
Datum 20 februari 2025
Controleur
ir. P.J.M. van Hoof
20 februari 2025