Bijlage 1 Aangepast Toelichting Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 - wijzigingen bijhouden A24.01864
Tekst van het document
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 27/68
Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan. De bestaande bebouwing wordt daarbij zo veel mogelijk behouden, maar het uitgangspunt is dat het totale bebouwde oppervlak in de Groene Schakel wordt verminderd. Ondanks dat het een conserverend bestemmingsplan betreft worden er een aantal principeverzoeken meegenomen en een ecologische verbindingszone aangelegd. Bij deze ontwikkelingen is er sprake van ontwikkelingen die passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijzigingen op structuurniveau voorzien en passen binnen de aard en schaal van het gebied en daarmee van inpassen. Motivering De motivering is gericht op de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, hieronder beschreven, zoals opgenomen is in de kwaliteitskaarten van de provincie ZuidHolland. Algemeen geldende richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit: • Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Het gaat hierbij om aardkundige waarden die door de natuur tot stand zijn gekomen; • Waar mogelijk worden de archeologische waarden van de structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Genoemde archeologische waarden betreffen door de mens gemaakte fenomenen; • Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de structuur van het landschap; • Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij bestaande landschappelijke structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur; • Waar mogelijk worden de cultuurhistorische waarden meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; Gebiedsgericht geldende richtpunten: • Droogmakerij veen en klei o Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. o De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. • Droogmakerij klei o Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. • Droogmakerij veen o Bewaren verkavelingspatroon. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 28/68
•
o
Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
o
Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Kleinschalige nieuwe ontwikkelingen langs linten zijn mogelijk indien er sprake is van de functieverandering van de bebouwing van een perceel, bijvoorbeeld van een agrarische functie naar een woonfunctie (voorheen ‘ruimte-voor-ruimte’ genoemd). Linten behouden hun lineaire karakter. Individuele ontwikkelingen door de tijd heen horen bij linten. Inpassen van nieuwe bebouwing op een onbebouwd perceel, kan in een lint, met vrijstaande bebouwing met behoud van doorzichten naar het achterliggende landschap. Het bestaande slotenpatroon behouden. Karakter: ontwikkelingen dienen te passen in het karakter van het lint. Dit betekent dat de ontwikkeling aansluit op het profiel van het lint, de maat en schaal van de bebouwing aan het lint en de inpassing van de percelen in het landschap. Grootschalige ontwikkelingen: bij de uitbreiding van steden of dorpen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
Lint
o
o
o o
o
Parallelweg Noord 10 De ontwikkeling aan de Parallelweg Noord 10 betreft het vergroten van een bouwvlak ten behoeve van de realisatie van een bedrijfsloods (zie ook 2.4). De gevraagde extra bebouwing ligt in het verlengde van het bestaande bedrijfsgebouw en daarmee op een reeds verhard terrein dat gebruikt wordt voor bedrijfsactiviteiten. In de huidige situatie bestaat het perceel uit een bestaand pand met daaromheen losse opslagcontainers, wat zorgt voor een rommelige uitstraling. De bestaande opslagcontainers worden in de nieuwe situatie verwijderd en het perceel krijgt een groene invulling passend bij een hoveniersbedrijf. De ontwikkeling is daarmee passend binnen droogmakerij (veen) uit de laag van cultuur- en natuurlandschappen. De nieuwe bebouwing wordt geplaatst binnen de bestaande structuur en niet in de veenweidepolders. Ook heeft de ontwikkeling geen invloed op het verkavelingspatroon of op de herkenbaarheid van de droogmakerij. Binnen de laag van stedelijke bezetting bevindt deze locatie zich in het grensgebied tussen stad en dorp, ook wel bekend als de stads- en dorpsrand. Kenmerkend voor deze laag is de scherpe scheiding tussen bebouwde gebieden en open land, waarbij de bebouwing en het landschap als het ware tegenover elkaar staan.
Deze scheiding wordt benadrukt door zichtbare en begaanbare structuren, zoals wegen en waterwegen, en fungeert als een gebied waar de bebouwde en landelijke elementen geleidelijk in elkaar overvloeien. In de huidige situatie is deze overgang goed waarneembaar, aangezien het industrieterrein Hoogeveenen geleidelijk overgaat in het
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 29/68
omliggende polderlandschap met agrarische activiteiten en glastuinbouw. Het aanwezige hoveniersbedrijf maakt integraal deel uit van deze overgangszone, en de bouw van de bedrijfsloods is in lijn met het behoud en de versterking van deze geleidelijke overgang tussen bebouwde en landelijke gebieden. Tweede Tochtweg 90/92 Op het perceel Tweede Tochtweg 90 en 92 te Nieuwerkerk aan den IJssel zijn in de huidige situatie kassen en bedrijfsbebouwing aanwezig ten dienste van een glastuinbouwbedrijf. De initiatiefnemer wenst de bestaande kas te slopen en op hetzelfde perceel een grotere kas te bouwen met tevens deels een grotere bouwhoogte van 12,60 meter. De gevraagde extra hoogte is slechts van toepassing voor een deel van de beoogde nieuwe kas. De voorzijde van de kas, vanaf de Tweede Tochtweg gezien, zal over een diepte van 96 meter en breedte van 255 meter een goothoogte van 11,50 meter en een bouwhoogte van 12,60 meter krijgen. De rest van de beoogde nieuwe kas zal over een diepte van 154 en breedte van 255 meter een goothoogte van 6,50 meter en een bouwhoogte van 7,60 meter krijgen. Binnen de laag van cultuur- en natuurlandschappen valt de ontwikkeling binnen droogmakerijen (veen). De nieuwe bebouwing wordt geplaatst binnen de bestaande glastuinbouwstructuur en niet in de veenweidepolders.
Ook heeft de ontwikkeling geen invloed op het verkavelingspatroon of op de herkenbaarheid van de droogmakerij. Vanwege de ligging van het perceel binnen de zogeheten ‘Agrarische Zone’ en het feit dat de gevraagde nieuwe kas niet waarneembaar zal zijn vanaf de nog aan te leggen nieuwe ontsluitingsweg van het Middengebied op de N219 kan gesteld worden dat de gevraagde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige samenhang in de omgeving. Binnen de laag van stedelijke occupatie valt de ontwikkeling binnen de aanduiding glastuinbouwgebied. Hier geldt dat nieuwe glastuinbouwgebieden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden worden geconcentreerd, sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ook dienen ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bij te dragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. In dit specifieke geval wordt de uitbreiding van glastuinbouw gerealiseerd binnen een reeds bestaand glastuinbouwgebied, waardoor deze naadloos aansluit op de bestaande landschappelijke structuur met lintbebouwing.
Bovendien bevindt de nieuwe glastuinbouw zich in het centrale deel van het bestaande glastuinbouwgebied, waardoor het fungeert als een overgangszone tussen het stedelijke gebied van Rotterdam en het omliggende polderlandschap. Hierdoor wordt voldaan aan de principes van geconcentreerde ontwikkeling, integratie in het landschap en het creëren van een passende overgang tussen verschillende gebiedstypen. Bierhoogtweg 17 Voor de ontwikkeling aan de Bierhoogtweg 17 ev. (Clazing) is een aanvullende ruimtelijke onderbouwing (bijlage 10) aangeleverd. Hierin wordt onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied door het slopen en niet realiseren van gebouwen, alsmede het toevoegen van landschappelijke elementen minimaal gelijk blijft of verbeterd. Ecologische verbindingszone
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 30/68
Met dit bestemmingsplan wordt een ecologische verbindingszone bestemd die door de Groene Waterparel en de Groene Schakel loopt. De ecologische verbindingszone sluit aan bij de gebiedsgerichte richtpunten. Zo worden de structuur van het lint en de droogmakerijen intact gehouden, al dan niet versterkt door het vastleggen van de verbindingszone met de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur’, waarbinnen ontwikkelmogelijkheden minimaal zijn. Deze ecologische verbindingszone voorziet daarmee niet in een wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. In dit geval is er dus sprake van inpassen en is de ontwikkeling in overeenstemming met artikel 6.9 uit de provinciale verordening. Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 – Buitengebied Een bestemmingsplan voor een locatie binnen de beschermingscategorie 3 buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. Deze regel is niet van toepassing op de ontwikkeling van natuur- en groengebied en grote buitenstedelijke bouwlocaties. Bij onderhavig plan is er sprake van een grotendeels conserverend bestemmingsplan, waarbij de oude situatie opnieuw wordt vastgelegd.
Wel heeft de gemeente Zuidplas de ambitie om het gebied direct grenzend aan het Vijfde Dorp geleidelijk te herstructureren tot robuuste, landschappelijke buffer aan de zuidwestelijke zijde van het Vijfde Dorp met recreatieve ontsluitingen en versterkte biodiversiteit. Het uitgangspunt daarbij is om het totale bebouwd oppervlak in de Groene Schakel te verminderen en het landschap te vergroenen. Daarmee is er sprake van de ontwikkeling van natuur- en groengebied en is een motivering niet benodigd. Artikel 6.9d Beschermingscategorie 2 – Groene Buffers Een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelst en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. Groene buffers zijn de belangrijkste groene gebieden tussen en rond de steden van de zuidelijke Randstad. Ze vormen op de schaal van de provincie een onmisbare ‘tegenhanger’ van de stedelijke dynamiek en verdichting. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden.
Binnen het plangebied vindt er één ontwikkeling plaats binnen de beschermingscategorie 2 – Groene buffers. Dit betreft de uitbreiding van het bouwvlak op het perceel Parallelweg Noord 10 voor de realisatie van een nieuwe bedrijfsloods. De bestaande opslagcontainers worden verwijderd en het perceel krijgt een groene invulling passend bij een hoveniersbedrijf. De planlocatie bevindt zich op het uiterst zuidelijke deel van het plangebied van het Middengebied en is ingeklemd tussen bestaande glastuinbouwkassen en de Parallelweg Noord/A20. Het betreft een reeds verhard terrein wat al gebruikt wordt door het hoveniersbedrijf. Het vergroten van het bouwvlak op het perceel, en daarmee een uitbreiding van het bebouwd oppervlak, heeft daarmee geen impact op de openheid of de bufferfunctie van de Groene Schakel.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 31/68
Artikel 6.9e Beschermingscategorie 1 - Natuurnetwerk Nederland Een bestemmingsplan voor een locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Bijna de gehele Groene Waterparel is in de Omgevingsverordening bestemd als Natuurnetwerk Nederland. Dit geldt ook voor de ecologische verbindingszone die midden door de Groene Schakel loopt. In het bestemmingsplan is deze ecologische verbindingszone opgenomen door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur’. Daarmee is dit bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 6.9e. Artikel 6.15 Glastuinbouwgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Hiervan kan worden afgeweken als het gelegen is binnen de aanduiding ‘maatwerkgebied glastuinbouw’. Een bestemmingsplan kan voor het maatwerkgebied glastuinbouw bestemmingen bevatten die transformatie naar andere functies mogelijk maken zoals aangegeven in het Omgevingsprogramma.
Een deel van onderhavig plangebied is in het glastuinbouwgebied Oostland gelegen. In de Omgevingsverordening heeft dit gebied de aanduiding ‘maatwerkgebied glastuinbouw’ gekregen. Daarnaast wordt het gebied in het Omgevingsprogramma van de provincie Zuid-Holland specifiek benoemd: “De ontwikkeling van het Middengebied geeft aanleiding tot het creëren van een landschappelijke buffer om de open ruimte te behouden tussen de bestaande dorpen Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen en het nieuwe dorp. De Groene Schakel moet een landschappelijke, ecologische en (extensieve) recreatieve schakel vormen tussen de Eendrachtspolder/De Rotte aan de ene kant en de Hollandsche IJssel/Krimpenerwaard aan de nadere kant. De Groene Schakel wordt ontwikkeld in verschillende zones met een eigen karakter. Tussen de 1e en 2e tocht liggen nu een beperkt aantal glastuinbouwbedrijven maar deze locatie is wel onderdeel van de Greenport Oostland. Bestaande bedrijven kunnen hier blijven ondernemen maar de inzet is ook om het gebied ecologisch en recreatief aantrekkelijker te maken. Er is zodoende sprake van een gedeeltelijke transformatie waarbij meerdere functies naast elkaar kunnen bestaan. Om deze reden heeft de locatie de aanduiding ‘maatwerkgebied glastuinbouw’ gekregen in de provinciale Omgevingsverordening.
De aanduiding “maatwerkgebied glastuinbouw” zoals bedoeld in artikel 6.15 lid 7 van de provinciale Omgevingsverordening (artikel 7.53, vijfde lid en 7.54, zevende lid van de ZHOV) geeft ruimte om in een gemeentelijk bestemmingsplan of omgevingsplan bestemmingen/functies op te nemen die transformatie naar andere functies mogelijk maken. Binnen deze aanduiding/geometrische begrenzing is zowel voortzetting mogelijk van het gebruik als glastuinbouwgebied, als gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere functies. In de Groene Schakel is tevens voortzetting van het huidige gebruik en de gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere functies mogelijk, mits dit past in het provinciaal Omgevingsbeleid.”
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 32/68
Dit bestemmingsplan betreft bovenstaande ontwikkeling. In het plangebied kunnen bestaande bedrijven ondernemen, maar de inzet is ook om het gebied ecologisch en recreatief aantrekkelijker te maken. Onderhavig plan is daarmee in overeenstemming met artikel 6.15 uit de Omgevingsverordening. Artikel 6.20a Hoofdfietsnetwerk en lange afstandswandelpaden Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk. Het plangebied wordt doorkruist door regionale fietsroutes over de Zuidelijke Dwarsweg. Veel van deze routes lopen echter over - soms smalle - wegen bestemd voor autoverkeer. Op grote delen van het fietsnetwerk delen de fietsers de weg dan ook met gemotoriseerd verkeer. Binnen het plangebied zijn nog geen vastgestelde ontwikkelingen voor het langzaam verkeer voorzien. Wel wordt de Zuidelijke Dwarsweg in het projectenprogramma van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets genoemd als project in de planstudiefase. De gemeente Zuidplas start in 2023 met het opstellen van een gemeentelijk fietsroutenetwerk: het gaat om het bezien van de bestaande routes en de fietsroutes uit het wegencategoriseringsplan – dit plan zal ook anticiperen op de ontwikkelingen in het Middengebied en een gewenst fietsroutenetwerk voor de toekomst omvatten.
Het fietsnetwerk dat voor het Middengebied (en verder in de gemeente Zuidplas) wordt voorzien, is een uitwerking van de beoogde fietsroutes die in de provinciale verordening zijn opgenomen. Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering Een toelichting op de manier waarop rekening wordt gehouden met de verschillende risico’s van klimaatverandering is opgenomen in paragraaf 4.12 van deze toelichting. Daaruit blijkt dat met de maatregelen die onderdeel uitmaken van het planvoornemen voldoende rekening wordt gehouden met deze risico’s. Artikel 6.27b Beschermingszone drinkwatervoorzieningen Een bestemmingsplan voor gronden waarin een leiding, behorend tot de vitale infrastructuur openbare drinkwatervoorziening aanwezig is wijst een zone van minimaal vijf meter aan weerszijden van de leiding aan als beschermingszone drinkwatervoorziening. Door het plangebied loopt een leiding voor drinkwaterinfrastructuur. In dit bestemmingsplan is deze leiding vastgelegd in de regels en de verbeelding. Betekenis voor het bestemmingsplan: Onderhavig plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening ZuidHolland.
3.4 Waterschapsbeleid 3.4.1
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Het beleid van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het waterschap laat in dit Waterbeheerprogramma zien welke ontwikkelingen voor
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 33/68
het waterbeheer van belang zijn en welke accenten ze in de samenwerking met haar partners willen leggen. Het is een sturend document en er zijn geen juridische verplichtingen aan verbonden. In het huidige waterbeheerprogramma, geldend van 2022 – 2027, zijn de volgende doelen opgenomen: • Overstromingsrisico’s: het voorkomen en waar mogelijk beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; • Waterkwaliteit: het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; • Afvalwater: het zuiveren van afvalwater. • Klimaatadaptatie: Een watervriendelijke leef- en werkomgeving die extreem weer goed kan verwerken; Alle nieuw- en verbouw is water- en klimaatbestendig; Regenwater verwerken zonder negatieve gevolgen; • Watervoorziening en verzilting: Voldoende zoetwater, ondanks toenemende verzilting. • Bodemdaling in veenweidegebied: Zo weinig mogelijk bodemdaling in Veenweidegebied; • Wateroverlast: schade door wateroverlast voorkomen • Grondwater en fundering: functies en grondwatersysteem in evenwicht Betekenis voor het bestemmingsplan: In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in maatregelen die nadelige gevolgen kunnen hebben op bovengenoemde aspecten van het watersysteem omdat de bestaande situatie wordt gehandhaafd. Wel dienen de regels en uitgangspunten van het waterbeheerprogramma in acht te worden genomen.
3.4.2
Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012
In het Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 20122 staan richtlijnen over hoeveel extra waterberging dient te worden aangelegd ter compensatie van verhardingstoename en het dempen van watergangen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij grote plannen (>10 ha) wordt in overleg met HHSK het watersysteem apart geëvalueerd. Daarbij worden naast compensatie voor nieuw verhard oppervlak in de vorm van extra waterberging ook aspecten als waterstructuur, inrichting en waterkwaliteit meegenomen. Betekenis voor het bestemmingsplan: In dit bestemmingsplan wordt geen extra verhard oppervlak voorzien. Hierdoor is er geen compensatie-eis vanuit het beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012.
3.4.3
Convenant Klimaatadaptief Bouwen
Het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (KAB)3 is een programma van eisen en richtlijnen om ervoor te zorgen dat nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland zoveel mogelijk Klimaatadaptief gebouwd worden. Het is een overeenkomst tussen de provincie Zuid-Holland, gemeenten, waterschappen, projectontwikkelaars en bouwbedrijven. Het uitgangspunt is dat de nieuwbouwlocaties bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering, in de vorm van wateroverlast, overstromingen, hittestress, nadelige gevolgen dan droogte en
2 3
HHSK. (2012). Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgehaald van overheid.nl. Bouwadaptief. (2022, Maart). Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Opgehaald van bouwadaptief: https://bouwadaptief.nl/
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 34/68
bodemdaling en verlies van biodiversiteit. In het programma van eisen staat voor elk van deze onderwerpen een aantal concrete eisen beschreven. Betekenis voor het bestemmingsplan: In het bestemmingsplan wordt de bestaande situatie gehandhaafd. Hierin dienen de gevolgen van klimaatverandering inclusief wateroverlast, overstromingen, hittestress, nadelige gevolgen dan droogte en bodemdaling te worden meegenomen.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1
Omgevingsvisie Zuidplas
In de Omgevingsvisie Zuidplas staan de ambities van de gemeente Zuidplas voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. Hiervoor heeft de gemeente Zuidplas een aantal belangrijke uitgangspunten opgesteld: •
•
•
•
Aantrekkelijk Zuidplas: Ingezet wordt op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen. Daarnaast wordt ingezet op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als dorpen in Zuidplas uit willen breiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Duurzaam Zuidplas: Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk energieneutraal. Voor bestaande gebouwen wordt ook hierop ingezet, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen wordt gewerkt aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een aantrekkelijk gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. Gezond Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners.
De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp. Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp, ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Betekenis voor het bestemmingsplan Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie Zuidplas is besloten dat voor het Middengebied de Structuurvisie Zuidplas 2030 (zie ook 3.3.2) blijft gelden. Het voorliggende bestemmingsplan vindt daarmee zijn formele kader in de Structuurvisie Zuidplas 2030. Wel is het voorliggend plan passend binnen de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie. De ontwikkeling van het Middengebied is in de Omgevingsvisie globaal meegenomen. Zo wordt het Middengebied aangeduid op de visiekaart als ‘Middengebied met zoekgebied Vijfde dorp – Innovatief en toekomstgericht bouwen’. Ook wordt in paragraaf 4.7 beschreven
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 35/68
hoe het Vijfde dorp er in 2040 uitziet. De ontwikkeling sluit aan bij deze beschrijving en het zoekgebied en past daarmee binnen de doelen en ambities van de Omgevingsvisie Zuidplas. Er wordt ingezet op een transitie van het agrarische gebied, waarbij een duurzame agrarische bedrijfsvoering wordt gecombineerd met ecologische verbindingszones, natuur (Groene Waterparel) en groene en blauwe recreatieve routes en voorzieningen. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
3.5.2
Structuurvisie Zuidplas 2030
In de structuurvisie wordt een aantal uitgangspunten voor de toekomst benoemd: • • • •
Bouwen aan Zuidplas vanuit de dorpse identiteit; Verstandig omgaan met onzekerheid in ruimtelijke opgaven; Benut sterkten en kansen bij ruimtelijke opgaven; Positie Zuidplas in omgeving.
Binnen het thema wonen omschrijft de structuurvisie dat Zuidplas tot 2030 hoofdzakelijk woningen realiseert bij de vier dorpen. In de komende decennia zal de gemeente Zuidplas fungeren als een groeigemeente en dient het woningaanbod aan te sluiten op de woonbehoefte van de consument. De structuurvisie geeft nadrukkelijk aan dat na 2025 de ontwikkeling van het bouwen in het middengebied van de Zuidplaspolder mogelijk is. Voor het thema ‘werken’ wil de gemeente focussen op werkgebieden die onlosmakelijk verbonden zijn met leefgemeenschappen. Sterk functionerende werkgebieden bieden werkgelegenheid, ook voor eigen inwoners. Zuidplas wil de trend vasthouden dat de lokale economie sneller groeit dan die in de regio. Daarom biedt de gemeente een goed vestigingsklimaat voor ondernemers, mede geholpen door de geografische ligging te midden van steden en de nabijheid van twee autosnelwegen. Voor het thema ‘groen en recreatie’ ontwikkelt Zuidplas een aantrekkelijk buitengebied dat bestaat uit agrarisch landschap en groen- en recreatiegebied. De steden om Zuidplas heen kenmerken zich door een groot aanbod van commerciële indoor- en vrijetijdsactiviteiten. De gemeente onderscheidt zich hiervan door te kiezen voor rust, groen en kleinschaligheid. Ideaal voor ontspanning en onthaasting van eigen inwoners en recreanten van elders.
Binnen het thema ‘verkeer en infrastructuur’ wil Zuidplas in 2030 een goed bereikbare gemeente zijn voor auto, openbaar vervoer en fiets. Dit heeft zowel betrekking op de onderlinge verbindingen tussen woon-, werk- en recreatiegebieden binnen de gemeente als op de verbindingen met de omliggende steden. Betekenis voor het bestemmingsplan: De Structuurvisie Zuidplas 2030 bevat een eerste opzet voor de ontwikkeling van het Middengebied. In de afgelopen jaren is dit plan aangescherpt, maar zijn in grote lijnen de uitgangspunten overeenkomstig met de ontwikkeling van het Middengebied. Zo is in het plangebied de structuurvisie ter plaatste van de Groene Schakel en de Agrarische zone tussen de 1e en 2e tocht aangeduid als 'agrarisch landschap', met de kruisende aanduidingen 'groen-recreatieve verbinding indicatief'. De Groene Waterparel is aangeduid als ‘Groen en
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 36/68
recreatiegebied’. In onderhavig plan komen deze aanduidingen duidelijk terug. In beginsel komt de structuurvisie dus overeen met onderhavig bestemmingsplan.
Figuur 3.2 Uitsnede kaartbeeld structuurvisie Zuidplas 2030
3.5.3
Woonvisie 2025 – Dorps wonen in Zuidplas
Deze woonvisie van de gemeente Zuidplas beschrijft voor wie en waarom Zuidplas een aantrekkelijke woongemeente is en voor wie. Ook gaat het in op de ambities die de gemeente heeft op het vlak van wonen. De woonvisie gaat uit van een integrale benadering van de vraagstukken die van invloed zijn op de woningmarkt en woonomgeving. Binnen de visie kent de gemeente verschillende keuzes waar het op wil focussen: • • • • •
Sociale huursector op peil; Identiteit vasthouden; Langer thuis wonen; Duurzaam wonen en leven; Innovatieve woonvormen.
Om de visie te realiseren heeft de gemeente drie speerpunten verwoord: 1. Een divers en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen; 2. Duurzaam wonen; 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Binnen deze doelen stelt de gemeente dat tot het jaar 2030 in totaal 3.240 woningen toegevoegd dienen te worden aan de bestaande woningvoorraad. De
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 37/68
focus ligt hierbij op het realiseren van een meer divers woningaanbod en een duurzaam woningaanbod. Van deze woningen is er een behoefte aan 63% koopwoningen, 30% sociale huurwoningen en 7% middenhuurwoningen. Zuidplas bouwt volop nieuwe woningen om bij te dragen aan de woningbouwopgave in de provincie Zuid-Holland. Uit de Woonvisie blijkt dat de vraag naar diverse woningtypen toeneemt. In de woonvisie staan uitgangspunten voor de omvang van de diverse woon- en prijssegmenten die in Zuidplas nodig zijn. In de woonvisie staat geen woningverdeling per dorp. Nieuwbouwontwikkeling is maatwerk en daarom komen er randvoorwaarden voor elk nieuwbouwproject. In de randvoorwaarden wordt op basis van de locatie (het dorp), de marktomstandigheden en de grootte van het project aangegeven hoeveel woningen van welk type, prijsklasse, eigendomsverhoudingen (huur of koop) en kwaliteitsniveau gewenst zijn. Betekenis voor het bestemmingsplan: In dit bestemmingsplan worden de bestaande woningen positief bestemd. Grootschalige ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt. Er is daarmee geen strijd met het beleid uit de woonvisie.
3.5.4
Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas
Met het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet (op 1 januari 2024) verandert de manier waarop de gemeente Zuidplas haar ruimtelijk kwaliteitsbeleid vorm geeft. Het gaat naast het uiterlijk van gebouwen ook over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, dus waar men woont, werkt, recreëert en leeft; ook wel de ‘omgevingskwaliteit’ genoemd. De Welstandsnota Zuidplas 2015 wordt vervangen door de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. De Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas vormt de basis van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en geeft duidelijkheid over hoe er in Zuidplas met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven wordt omgegaan. In de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas wordt uitgegaan van vier regieniveaus. Een regieniveau bestaat uit een set aan instrumenten met betrekking tot de regelgeving en het proces (adviseren en participatie). Welk regieniveau ingezet wordt bij ontwikkelingen en initiatieven is afhankelijk van de aanwezige karakteristieken en kwaliteit. Ook de dynamiek in het gebruik, de mate van openbaar gebruik en veranderingen bepalen welk regieniveau ingezet wordt. De vier verschillende regieniveaus: • • •
•
Minimale regie: De verantwoordelijkheid voor een goede omgevingskwaliteit ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Basisregie: De regie vanuit de gemeente is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen. Maatwerkregie: De regie is gericht op zorgvuldige inpassing waarbij maatwerk centraal staat. Dat betekent dat meer zorg besteed wordt aan behoud of versterken van de aanwezige kwaliteit. Eigen regie: Grotere ontwikkelingen of veranderingen die de bestaande karakteristiek of het gebruik heel erg veranderen vragen om een eigen regie met nieuwe instrumenten zoals een beeldkwaliteitsplan of kwaliteitsteam.
Betekenis voor het bestemmingsplan:
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 38/68
In de Nota is aangegeven dat de ontwikkeling van het Middengebied valt onder het regieniveau ‘eigen regie’. Dit houdt in dat voor het Middengebied wordt verwacht dat – per deelgebied – een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld en tevens een kwaliteitsteam of supervisor voor de kwaliteitsadvisering wordt aangesteld. Onderhavig bestemmingsplan betreft het conserverende bestemmingsplan voor het Middengebied. Eventuele nieuwe ontwikkelingen zullen in een later stadium uitgewerkt worden met in achtneming van de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 39/68
4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden aspecten van de leefomgeving besproken die gaan over de uitvoerbaarheid van de regels. Als er onderzoek is gedaan, is het onderzoek als bijlage bij de toelichting opgenomen en staat in de bijbehorende paragraaf welke conclusies er uit het onderzoek volgen.
4.2 Milieueffectrapportage De procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, in dit geval het bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van de m.e.r. is het milieueffectrapport (MER), een rapport waarin de (verwachte) milieueffecten voor een tal van aspecten voor één of meerdere alternatieven worden geanalyseerd en beoordeeld. De Wet milieubeheer (hierna: Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geven aan of voor een project een m.e.r.(beoordelings)plicht van toepassing is. Activiteiten die worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de zogenaamde ‘C-lijst’. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Hiervoor is een ‘D-lijst’ opgesteld. Betekenis voor het bestemmingsplan: De voorgenomen activiteit betreft de ontwikkeling van het conserverende deel van het Middengebied Zuidplaspolder. De totale ontwikkeling van het Middengebied omvat de bouw van 8.000 woningen en twee bedrijventerreinen. Deze activiteiten zijn opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2 (woningbouw) en categorie D11.3 (bedrijventerreinen) in het Besluit m.e.r.
Bij ontwikkelingen van deze omvang zijn belangrijke (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten. De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij de ontwikkeling de m.e.r.-procedure te doorlopen en een ProjectMER op te stellen voor het hele Middengebied. Op die manier wordt het milieubelang volwaardig meegenomen bij de besluitvorming over dit plan. Het eerste uitgangspunt van het MER betrof in beginsel de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 40/68
Zuidplaspolder (zie paragraaf 2.3). Dit planvoornemen is in dit MER onderzocht en beschouwd als basisalternatief. Omdat er geen uitgewerkt stedenbouwkundig plan is gemaakt, waren er op advies van de Commissie m.e.r. voor verschillende onderwerpen nog keuzes te maken. Om deze keuzes te maken zijn vier alternatieven onderzocht. Deze alternatieven verkennen voor vier thema’s de ‘hoeken van het speelveld’. Dat betekent dat voor de vier thema’s wordt gezocht naar de maximale invulling in dit plangebied (waarbij het niet betekent dat alle gekozen maatregelen daadwerkelijk in het Middengebied uitgevoerd gaan worden). De volgende alternatieven zijn onderzocht: • • • • •
Het basisalternatief; Alternatief 1: ‘klimaatrobuustheid’; Alternatief 2: ‘water-natuur-raamwerk’; Alternatief 3: ‘duurzame mobiliteit’; Alternatief 4: ‘circulariteit / duurzame energie.
Mede op basis van het MER is vast komen te staan dat uitgangspunten uit het basisalternatief (zie figuur 4.1) ook gelden voor het voorkeursalternatief (hierna: VKA). Het basisalternatief betreft in beginsel de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven is in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (zie paragraaf 2.3). Daarbovenop zijn in het VKA elementen opgenomen uit alle vier de onderzochte alternatieven. Door deze elementen samen te voegen, ontstaat een VKA dat zo maximaal, als op deze locatie mogelijk is, inspeelt op een duurzame, groene en klimaatbestendige ontwikkeling.
Figuur 4.1 Het basisalternatief Dit betekent onder andere dat bij de ontwikkeling van het Middengebied de focus duidelijk ligt op klimaatadaptatie. Dit moet ervoor zorgen dat er ook in 2100 nog veilig in het Middengebied gewoond en gewerkt kan worden. Water en bodem zijn daarbij sturend voor het ontwerp en de bouw. Het VKA geeft richting aan de manier waarop wordt omgegaan met uitdagingen op het gebied
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 41/68
van waterveiligheid, wateroverlast, hitte, droogte en biodiversiteit. Naast klimaatadaptatie wordt ook ingezet op klimaatmitigatie: het zo beperkt mogelijk houden van de impact op het klimaat. Het VKA zet onder andere daarom in op een duurzame inrichting van het mobiliteitssysteem. Daarnaast heeft het VKA een hoge ambitie op het gebied van circulariteit en duurzame energie. Inzet is dat gebouwen in het Middengebied zoveel mogelijk bestaan uit biobased materialen. Verder wordt zo mogelijk modulair gebouwd en wordt zowel in het ontwerp als in het bestemmingsplan uitgegaan van zoveel mogelijk flexibiliteit en meervoudig ruimtegebruik. Tot slot wordt in het plangebied veel aandacht besteed aan een groene inrichting. Naast dat dit bijdraagt aan de ambities om klimaatadaptief te zijn (groen beperkt de temperatuur in warme periodes), draagt dit ook bij aan de biodiversiteit en het creëren van een goede leefkwaliteit voor bewoners/gebruikers van het gebied. Het voorkeursalternatief is uiteindelijk het plan zoals dat in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt en zoals beschreven in hoofdstuk 2. De MER Middengebied Zuidplaspolder is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting.
4.3 Mobiliteit Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt, aandacht te worden besteed aan het aspect mobiliteit. Betekenis voor het bestemmingsplan: In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de deelgebieden de Groene Waterparel, de Groene Schakel en de Agrarische zone uit het Masterplan Zuidplaspolder. Omdat het een conserverend bestemmingsplan betreft, en er naast de ecologische verbindingszone en de principeverzoeken, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, is geen sprake van een verkeerstoename en een veranderde parkeervraag. Daarmee vormt mobiliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.4 Geluid Kader Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh). Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), doordat een goede ruimtelijke ordening vereist dat een goed woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd ter plaatse van bijvoorbeeld gevoelige functies. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor het hele Middengebied is een geluidsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Hieruit kwamen de volgende conclusies: Geluidbelasting nieuwe wegen
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 42/68
De nieuw aan te leggen wegen, die worden gerealiseerd in het bestemmingsplan voor het ontwikkeldeel van het Middengebied, vormen geen belemmering voor de bestaande woningen. Wel dient het stillere wegdektype SMA 0/5 te worden toegepast op de nieuwe zuidwestelijke gebiedsontsluitingsweg, en dienen hogere waarden te worden verleend voor de geluidbelastingen veroorzaakt door de nieuwe zuidwestelijke gebiedsontsluitingsweg op enkele bestaande woningen. De aan te vragen hogere waarden voor de nieuwe zuidwestelijke gebiedsontsluitingsweg, na toepassen van SMA 0/5, betreffen: • • • • •
Eerste Tochtweg 36: 52 dB Eerste Tochtweg 38: 49 dB Tweede Tochtweg 88: 51 dB Tweede Tochtweg 121: 52 dB Tweede Tochtweg 127: 50 dB
Indirecte geluidhinder als gevolg van verkeerstoename De toename in verkeer op de bestaande wegen, als gevolg van het ontwikkeling van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen, kan mogelijk leiden tot indirecte geluidhinder bij bestaande woningen langs meerdere wegen. Meerdere wegen ondervinden een sterke toename in verkeersintensiteiten welke niet grotendeels te wijten is aan autonome groei, en waar woningen nabij liggen. De toename in verkeersintensiteiten leidt tot een toename van 2 tot 6 dB in geluidemissie van het verkeer, wat mogelijk kan leiden tot een toename van 2 dB of meer op de bestaande woningen. De toename in geluidemissie op de Middelweg is groter dan 5 dB en daarmee in principe ontoelaatbaar, dus dienen maatregelen te worden getroffen. Geadviseerd wordt om geluidreducerend wegdek van tenminste een dunne deklaag type A, of een ander wegdektype met dezelfde geluidreducerende eigenschappen, toe te passen op de Middelweg. Daarmee wordt de toename in geluidemissie en de daaruit volgende indirecte geluidhinder bij bestaande woningen, alsmede de directe geluidhinder bij de nieuwe woningen, zo veel mogelijk beperkt. De toename bij bestaande woningen langs de Middelweg bedraagt dan hoogstens 4 dB. Het bevoegd gezag dient te oordelen over de indirecte geluidhinder welke optreedt bij omliggende woningen als gevolg van de verkeerstoename op bestaande wegen.
Voor alle andere wegvakken geldt dat er geen indirecte hinder wordt verwacht, omdat er geen woningen nabij liggen, of omdat de toename gering is dan wel wordt veroorzaakt door autonome groei. Geluidbelasting toekomstige industrieterrein Alle bestaande woningen in het plangebied ondervinden een geluidbelasting lager dan 50 dB(A) etmaalwaarde veroorzaakt door de uitgebreide industrieterreinen in het ontwikkeldeel, en daar wordt gesteld dat het industrielawaai van de uitgebreide industrieterreinen voldoet aan een goed woon- en leefklimaat. Vliegverkeer Op ruim 10 kilometer van het nieuwe Vijfde Dorp bevindt zich de luchthaven ‘Rotterdam The Hague Airport’. Rondom de luchthaven ligt een zogenoemd ‘beperkingengebied’. Dit is het gebied waarbinnen planologische beperkingen gelden, o.a. ten aanzien van bouwhoogten en – ter beperking van geluidhinder – ten aanzien van bestemmingen. Dit beperkingengebied wordt gevormd door
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 43/68
de geluidcontouren van het vliegverkeer van en naar de luchthaven, uitgedrukt in Ke (Kosteneenheid). Het gaat hierbij om de 45, 40 en 35 Ke-geluidcontouren, waarbij 35 Ke ongeveer overeenkomt met 56 dB Lden. Ter vergelijking: de 56 dB Lden contour van de A20 ligt bij het Middengebied op ongeveer 300 meter van de snelweg. Het beperkingengebied voor de luchthaven is vastgelegd in de huidige ‘Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport’. Hieruit blijkt dat de geluidcontouren die het beperkingengebied vormen de plangrens niet overlappen (zie figuur 4.2). Op grond van dit beperkingengebied zijn er dus geen planologische beperkingen voor het Middengebied.
Figuur 4.2 De geluidscontouren van ‘Rotterdam The Hague Airport uit de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport. Conclusie Naar voren komt dat voor bestaande woningen geluid geen belemmering vormt. Onderhavig bestemmingsplan voegt verder geen geluidsgevoelige bestemmingen of geluidsbronnen toe, maar legt enkel de bestaande situatie opnieuw vast (met uitzondering van de ecologische verbindingszone en enkele
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 44/68
principeverzoeken). Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmering voor het bestemmingsplan.
4.5 Luchtkwaliteit Kader In de Wet Milieubeheer (Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritische stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. Op grond van artikel 5.16 Wm verlenen college van burgemeester en wethouders alleen een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan wanneer aannemelijk is dat gemaakt dat:
Het vergunde plan niet leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; De luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; Het vergunde plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; De ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
Betekenis voor het bestemmingsplan: Het plan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden wat betreft fijnstof en stikstofdioxide. Dit bestemmingsplan legt enkel de huidige situatie opnieuw vast. Daarmee is er bijvoorbeeld geen sprake van een toename aan verkeersbewegingen of de vestiging van bedrijven die tot een verslechtering van de luchtkwaliteit kunnen leiden.
4.6 Externe veiligheid Kader Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s door de opslag, productie en het transport van gevaarlijke stoffen. In ruimtelijke plannen dient aandacht te worden besteed aan de relatie tussen risicovolle activiteiten en de omgeving. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke “activiteit”. De voor dit bestemmingsplan belangrijkste kaders worden gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het doel van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. In het Bevi worden afstandsnormen gesteld met betrekking tot risicovolle inrichtingen. Hierbij is de relatie met risicogevoelige objecten in de omgeving van belang. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes voor gevaarlijke stoffen en de omgeving van deze transportroutes.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 45/68
Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor gehele Middengebied is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid (bijlage 5). Hieruit zijn de volgende conclusies voor dit plan relevant: Risicobronnen In het plangebied zijn een aantal risicobronnen te vinden. In Figuur 4.2 zijn de risicobronnen in het plangebied weergegeven (met uitzondering van buisleidingen). Figuur 4.3 geeft de plaatsgebonden risicocontouren (PR 106/jaar) van de risicovolle inrichtingen weer. Figuur 4.4 geeft de ligging van de buisleidingen weer die door het plangebied lopen met hun veiligheidscontouren.
Figuur 4.3 Risicobronnen in het Middengebied (m.u.v. buisleidingen)
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 46/68
Figuur 4.4 Plaatsgebonden risico (10-6-contour) (Atlas Leefomgeving, sd, pp. plaatsgebonden risico (10-6 contour))
Figuur 4.5 Ligging veiligheidscontouren buisleiding (EV-signaleringskaart, transport gevaarlijke stoffen - buisleidingen)
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 47/68
Propaantanks Binnen het plangebied zijn propaantanks aanwezig met een inhoud kleiner dan 13m3. Deze propaantanks hebben beperkte veiligheidszones, waardoor er geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten hierbinnen liggen. Rijksweg A20 De A20 is een rijksweg die valt onder het landelijke ‘basisnet weg’. Ontwikkelingen binnen 200 meter van landelijke basisnetwegen moeten voldoen aan landelijke regels. Het plangebied ligt binnen de 200 meter zone de A20. Binnen deze zone zijn echter maar enkele beperkt kwetsbare objecten aanwezig. Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs de rijksweg, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen. Het plaatsgebonden risico is in het basisnet vastgesteld. Het PR 10-6 van A20 ligt op 22 m vanaf het midden van de weg. De woningen of beperkte kwetsbare objecten liggen buiten de PR 10-6 van de rijkswegen. Het PR vormt daarom geen belemmering voor het plangebied. Provinciale wegen Over de provinciale weg N219 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De N219 valt echter niet onder het landelijke basisnet, maar moet getoetst worden aan het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ Ontwikkelingen binnen de 200 meter van de N219 moeten hieraan getoetst worden. Voor de N219 liggen enkele tientallen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zich binnen de 200 meter zone.
Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs deze provinciale wegen, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen. De N219 heeft geen PR 10-6 en vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Transport over het spoor Over de spoorweg Gouda- Rotterdam, die ten zuidoosten van het plangebied ligt, worden gevaarlijke stoffen vervoerd en valt daarmee onder het basisnet spoor. Net als bij de basisnet weg, moeten ontwikkelingen binnen 200 meter van het spoor Gouda- Rotterdam voldoen aan de landelijke regels. Het plangebied ligt, voornamelijk in het noordoosten, voor een klein deel binnen de 200 meter zone van het spoor. In de huidige situatie bevinden zich binnen deze zone enkele kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Gezien de lage bevolkingsdichtheden langs deze spoorweg, zal het groepsrisico zeer beperkt zijn en onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde liggen. Transport door buisleidingen Binnen het plangebied zijn twee hogedrukaardgasleidingen aanwezig met hun invloedsgebieden. Het gaat hier om de volgende buisleidingen: 1. W-521-01: Aardgasleiding van de Gasunie. Deze loopt parallel aan de Zuidelijke Dwarsweg. 2. W521-29: Aardgasleiding van de Gasunie. Deze leiding loopt door het kassengebied tussen de Tweede Tochtweg en Eerste Tochtweg.
Binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgasleidingen liggen een aantal beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. Voor deze huidige situatie is een groepsrisicoberekening uitgevoerd (ODMH, jan 2020). Uit deze berekeningen blijkt dat voor de huidige situatie het groepsrisico voor alle gasleidingen kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Voor alle relevante gasleidingen geldt dat
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 48/68
er geen sprake is van een PR 10-6 contour (alleen van een PR 10-7 en 10-8 contour). Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plangebied. Afblaaspunten hogedrukaardgasleidingen Gasunie In het plangebied is één gasafblaaspunt aanwezig. Het gaar hierom S-5942, een afsluiter in kleinere leidingen. Rondom de afsluiters gelden veiligheidsafstanden. Het afblaaspunt heeft een beperkte veiligheidsafstand, waardoor er geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten hierbinnen liggen. In de huidige situatie levert het afblaaspunt geen belemmeringen op voor het plangebied. Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontour voor het transport over weg, spoor en buisleidingen overschrijdt de huidige grenswaarde niet. Als gevolg van het bestemmingsplan komen er geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen bestaande plaatsgebonden risicocontouren. Daarmee wijzigt het plaatsgebonden risico niet. Groepsrisico Zoals hierboven beschreven is het groepsrisico in de huidige situatie voor provinciale wegen, rijkswegen, spoor en buisleidingen kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dit conserverende bestemmingsplan maakt, behalve een aantal principeverzoeken en de ecologische verbindingszone, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Daarmee zal het groepsrisico zeer beperkt toenemen ten opzichte van de huidige situatie.
Deze zal echter ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijven. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.
4.7 Archeologie, cultuurhistorie en landschap Kader In de Erfgoedwet is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld. Deze wet verplicht om bij de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, aangezien ze grotendeels verborgen liggen in de bodem. Hierdoor zijn ze niet eenvoudig te karteren. Bij bodemverstoringen dient getoetst te worden of de archeologische waarden niet verstoord of beschadigd worden. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor de ontwikkeling van het Middengebied is een onderzoek uitgevoerd naar archeologie, cultuurhistorie en landschap (zie bijlage 6). Hieruit vloeiden de volgende conclusies: Archeologie In het plangebied liggen geen archeologische monumenten. Uit de archeologische beleidskaart en de parapluherziening Archeologie van de gemeente Zuidplas blijkt dat er op een groot deel van het plangebied sprake is van een waarde Archeologie 3. Onder het beleid van de gemeente Zuidplas
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 49/68
betreft dit gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde. Ten tijde van het opstellen van de verwachtingswaardenkaart is daarmee ingeschat dat er in deze gebieden een trefkans bestaat dat archeologische resten in de diepere ondergrond aanwezig zijn. Voor plannen groter dan 1.000 m2 en ingrepen dieper dan 3 m onder het maaiveld, is daarom voorafgaand archeologisch onderzoek nodig. Dat is geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Cultuurhistorische waarden Binnen het plangebied zijn twee rijksmonumenten aanwezig. Dit betreft de boerderij ‘Geertruidahoeve’ en Middelweg 18. Deze rijksmonumenten liggen op de uiterste grenzen van het plangebied. Voor de Geertruidahoeve geldt dat het monument conserverend wordt bestemd. Voor het pand Middelweg 18 is een principeverzoek ingediend voor het legaliseren van drie logiesruimtes in het pand (zie hiervoor 2.4). Hiermee blijft het pand behouden. Op enige afstand van het plangebied liggen meerdere molenbiotopen en ligt het kroonjuweel ‘Middengebied Krimpenerwaard’ (ten zuidoosten buiten het plangebied). De molenbiotopen liggen op relatief grote afstand van het plangebied (minimaal 800 meter ten opzichte van de plangrens). De planontwikkeling zal de molenbiotopen daarom niet aantasten.
Landschappelijke waarden Grondgebruik In de zone van de Groene Schakel (tussen de Tweede en Derde Tocht / Knibbelweg en Bierhoogtweg) wordt een zone gecreëerd waar recreatie en natuurontwikkeling gecombineerd wordt met het huidige grondgebruik. Daarbij is het idee dat bestaande en nieuwe ondernemers/agrariërs met nieuwe verdienmodellen (natte teelten, recreatief medegebruik) hierop aansluiten. In de zone tussen de N219 (Eerste Tocht) en de Tweede Tocht is het uitgangspunt dat het bestaande grondgebruik (met relatief veel agrarisch gebruik en glastuinbouw) grotendeels gehandhaafd blijft. Fysieke landschapskenmerken Het gebied wordt gekenmerkt door de historische verkaveling. Belangrijke landschappelijke lijnelementen zijn de Eerste Tocht (N219), Tweede Tocht/Bierhoogtweg, Middelweg, Derde Tocht/Knibbelweg en de Zuidelijke Dwarsweg. Allen zijn nu onderdeel van het wegennetwerk. In onderhavig plan blijven al deze lijnelementen behouden en ze worden als belangrijke structuurdragers van de ontwikkeling beschouwd. Ook de bestaande lintbebouwing blijft nadrukkelijk behouden als kenmerkende lijnstructuur in het gebied. In de gebieden waar de Groene Schakel, de Groene Waterparel en de Agrarische Zone komen, zal tevens de karakteristieke fijnere verkavelingsstructuur behouden blijven. Conclusie Voor archeologie geldt dat sprake is van archeologische waarden in het plangebied.
Binnen dit bestemmingsplan worden deze dubbelbestemmingen overgenomen met een onderzoeksplicht voor vergunningverlening. Bij eventuele ontwikkeling in het plangebied dient derhalve een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Archeologie vormt daarmee ook geen belemmering voor het bestemmingsplan. Wat betreft de cultuurhistorische waarden, is één rijksmonument binnen het plangebied aanwezig. Deze wordt niet aangetast door de ontwikkeling. De
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 50/68
enkele rijksmonumenten die zich buiten het plangebied bevinden, zullen behouden blijven en worden niet aangetast door de ontwikkeling. Binnen onderhavig bestemmingsplan is er sprake van het behoud van verschillende landschapswaarden zoals het behoud van de historische verkaveling, belangrijke landschappelijke lijnelementen en lintbebouwing, zullen het grondgebruik en de fysieke landschapswaarden veranderen. Archeologie, cultuurhistorie en landschap vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.8 Bodem Kader In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging, dient in enkele gevallen een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop en waarbinnen deze ontwikkelingen plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Betekenis voor het bestemmingsplan: Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Het doel van de Wet Bodembescherming is het behoud en de verbetering van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit. In geval van graafwerkzaamheden is een bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of eventuele vervuilde grond gesaneerd dient te worden of mag worden hergebruikt (Besluit bodemkwaliteit; gemeentelijke bodemkwaliteitskaart). Voor het bestemmingsplan heeft dit voornamelijk betekenis voor zover nieuwe ontwikkelingen worden toegestaan. In onderhavig bestemmingsplan betreft dit enkel de ecologische verbindingszone en enkele kleine principeverzoeken.
Dit zijn functies die niet meer of minder gevoelig zijn voor bodemkwaliteit dan het gebruik dat ter plaatse reeds is toegestaan. Het aspect bodem hoeft daarom voor de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan niet te worden onderzocht.
4.9 Water Kader Conform artikel 1.3.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de wijze waarop in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Door het analyseren van de gevolgen op de waterhuishouding wordt de waterbeheerder in een vroegtijdig stadium bij de plannen betrokken een op een evenwichtige manier meegenomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.