Bijlage 1 Aangepast Toelichting Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 - wijzigingen bijhouden A24.01864
Tekst van het document
Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Vastgesteld
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Gecontroleerd door Klant Versie Vrijgegeven door Datum Auteur Document referentie
Handelsregister 30129769 Middengebied Zuidplaspolder 2 51007971 Pedro Mol Gemeente Zuidplas Vastgesteld Ineke Wouda van der Giessen 11-11-2024 Stijn Vlugt Toelichting bp Middengebied Zuidplaspolder 2
2/68
Inhoudsopgave toelichting
1.
Inleiding ........................................................................................... 5 1.1 Aanleiding.............................................................................. 5 1.2 Crisis- en herstelwet .............................................................. 6 1.3 Vigerende bestemmingsplannen........................................... 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................. 7
2.
Het plangebied ................................................................................ 8 2.1 Inleiding ................................................................................. 8 2.2 Ontstaansgeschiedenis en huidige situatie ........................... 9 2.3 Toekomstige situatie ........................................................... 10 2.4 Meegenomen wijzigingen .................................................... 13 2.5 Uitspraak Knibbelweg 60 – Raad van State ....................... 19
3.
Beleidskader .................................................................................. 21 3.1 Europees beleid .................................................................. 21 3.1.1 Kaderrichtlijn Water ............................................... 21 3.2 Rijksbeleid ........................................................................... 22 3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) .......................... 22 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ........ 22 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening .................................... 24 3.2.4 Kamerbrief Water en Bodem sturend .................... 25 3.3 Provinciaal beleid ................................................................ 25 3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland ................................ 25 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland .................... 26 3.4 Waterschapsbeleid .............................................................. 33 3.4.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 ..................... 33 3.4.2 Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 ....................................................................... 34 3.4.3 Convenant Klimaatadaptief Bouwen ..................... 34 3.5 Gemeentelijk beleid ............................................................. 35 3.5.1 Omgevingsvisie Zuidplas .......................................
35 3.5.2 Structuurvisie Zuidplas 2030 ................................. 36 3.5.3 Woonvisie 2025 – Dorps wonen in Zuidplas ......... 37 3.5.4 Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas......................... 38
4.
Omgevingsaspecten ...................................................................... 40 4.1 Inleiding ............................................................................... 40 4.2 Milieueffectrapportage ......................................................... 40 4.3 Mobiliteit .............................................................................. 42
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 3/68
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Geluid .................................................................................. 42 Luchtkwaliteit ....................................................................... 45 Externe veiligheid ................................................................ 45 Archeologie, cultuurhistorie en landschap .......................... 49 Bodem ................................................................................. 51 Water ................................................................................... 51 Natuur 54 Ontplofbare Oorlogsresten .................................................. 57 Bedrijven en milieuzonering ................................................ 57 Klimaatadaptatie en duurzaamheid .................................... 58
5.
Juridische toelichting ..................................................................... 60 5.1 Inleiding ............................................................................... 60 5.2 Artikelsgewijze toelichting ................................................... 60 5.2.1 Inleidende regels ................................................... 60 5.2.2 Bestemmingsregels ............................................... 61 5.2.3 Algemene regels .................................................... 63 5.2.4 Overgangs- en slotregel ........................................ 64
6.
Economische uitvoerbaarheid ....................................................... 65 6.1 Wettelijk kader ..................................................................... 65 6.2 Consequenties plangebied.................................................. 65
7.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................. 66 7.1 Participatie en vooroverleg.................................................. 66 7.2 Ontwerp ............................................................................... 68
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 4/68
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De Zuidelijke Randstad is een snelgroeiende regio van kleine en grote steden en dorpen, dooraderd met rivieren, polders en plassen. Deze steden, dorpen en landschappen in de Zuidelijke Randstad staan echter voor een aantal belangrijke opgaven in de komende jaren. Er moet worden nagedacht over hoe moet worden omgegaan met thema’s als klimaatverandering, energietransitie, waterbestendigheid, mobiliteit, bodemdaling, de terugloop van biodiversiteit, maar ook de woningnood. Daarnaast verandert de landbouw, groeit en vergrijst de bevolking en wordt de gemiddelde omvang van huishoudens wordt kleiner. Door al deze ontwikkelingen is het steeds lastiger om voor iedereen een toekomstbestendige en aantrekkelijke woning te vinden. De Zuidplaspolder is een belangrijke ontwikkellocatie in de Zuidelijke Randstad, waarmee ingespeeld wordt op de bovenstaande opgaven. Hier liggen actuele opgaven rondom landschap, natuur, water, recreatie, wonen en werken. De gemeente Zuidplas heeft het voornemen om in het Middengebied van de Zuidplaspolder een nieuw dorp en twee bedrijventerreinen te realiseren. Daarbij wordt er ingezet op natuurontwikkeling in de Groene Schakel. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur en natuur.
De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. De gemeenteraad van Zuidplas stelde in 2021 een Masterplan voor het Middengebied vast waarin deze ontwikkeling en ambities zijn uitgewerkt (zie bijlage 1). Het Middengebied van de Zuidplaspolder ligt tussen de A20, A12, N219 en de spoorlijn Gouda-Den Haag. Rondom het Middengebied Zuidplaspolder liggen de vier bestaande kernen van de gemeente Zuidplas: Nieuwerkerk aan den IJssel, Moordrecht, Zevenhuizen en Moerkapelle. Voor de ontwikkeling van het Middengebied worden twee bestemmingsplannen opgesteld. Het gaat hier om een bestemmingsplan dat toeziet op het ontwikkelgedeelte met onder andere de ontwikkeling van de 8.000 woningen en de twee bedrijventerreinen en een bestemmingsplan, waarbij hoofdzakelijk de bestaande situatie wordt geregeld, aangevuld met ambities en aangepast op de meest actuele juridische termen en regelgeving (hierna: conserverend bestemmingsplan). Dit bestemmingsplan ziet op het conserverende deel van het Middengebied. Met het conserverende bestemmingsplan wordt ervoor gezorgd dat het huidige landschappelijke en dorpse karakter rondom het nieuwe dorp behouden blijft.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 5/68
Daarnaast gelden er op dit moment in het Middengebied meerdere versnipperde, soms verouderde, bestemmingsplannen. Met dit bestemmingsplan worden deze bestemmingsplannen samengevoegd en geüpdatet tot één bestemmingsplan dat aansluit op het huidige beleid van de gemeente Zuidplas. Ook heeft het bestemmingsplan de ambitie om beperkte ruimte mogelijk te maken voor transformatie van kassen en bedrijfsbebouwing naar natuur en beperkte lintbebouwing in de vorm van woningen (conform het Ruimte-voorruimteprincipe). Daarnaast zijn er een aantal principeverzoeken meegenomen die passen binnen de doelstellingen van het Masterplan. Deze zijn te vinden in paragraaf 2.4. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de deelgebieden de Groene Waterparel, de Groene Schakel en de Agrarische Zone uit het Masterplan. Naast dit bestemmingsplan is een tweede bestemmingsplan opgesteld voor de gronden in het Middengebied van de Zuidplaspolder die in dit bestemmingsplan niet aan bod komen. In dat bestemmingsplan ligt de nadruk op de ontwikkeling van het Vijfde Dorp en de twee bedrijventerreinen.
Figuur 1.1 Het Middengebied Zuidplaspolder in de zuidelijke Randstad
1.2 Crisis- en herstelwet Onderhavig bestemmingsplan betreft een Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan. Het Chw-bestemmingsplan kijkt verder dan alleen het bereiken van een goede ruimtelijke ordening, een veilige en gezonde fysieke leefomgeving staat centraal. Het bestemmingsplan wordt onder het huidige juridisch-planologische regime van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht en vastgesteld. Wel wordt het plan al deels in lijn met de Omgevingswet opgesteld. Dit vertaalt zich onder andere in de volgende uitgangspunten:
• De terminologie sluit al deels aan bij de Omgevingswet.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 6/68
• Het Chw-bestemmingsplan is niet alleen gericht op een ‘goede ruimtelijke ordening’ maar op de gehele fysieke leefomgeving.
• De regels van het Chw-bestemmingsplan borgen dat de ambities en doelen behaald worden.
• Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Voor dit plan is al sinds de fase van het Masterplan aandacht voor de dialoog met de omgeving en deze omgevingsdialoog wordt voortgezet. • Het Chw-bestemmingsplan heeft een planperiode van 20 jaar. Het Chw-bestemmingsplan schrijft geen gedetailleerd eindbeeld voor, maar een kader met flexibiliteit voor de exacte uitwerking.
1.3 Vigerende bestemmingsplannen In het plangebied geldt momenteel een groot aantal bestemmingsplannen. Deze plannen voorzien in een planologische regeling voor de bestaande functies in het gebied. Dit zijn voornamelijk agrarische bestemmingen en, met name aan de linten, ook woon- en bedrijfsbestemmingen en de bestemming natuur. Met dit bestemmingsplan worden deze bestemmingsplannen samengevoegd en geüpdatet tot één bestemmingsplan dat aansluit op het huidige beleid van de gemeente Zuidplas.
1.4 Leeswijzer Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieuen omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 7/68
2. Het plangebied 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied van dit bestemmingsplan beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en de nieuwe ontwikkelingen. Aandacht is besteed aan functies en structuren zoals de bebouwingsstructuur en de weg-, water en groenstructuur van het plangebied. Onderstaande afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.
Figuur 2.1 Indicatie begrenzing plangebied van dit bestemmingsplan
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 8/68
2.2 Ontstaansgeschiedenis en huidige situatie De Zuidplaspolder, waarbinnen het plangebied is gelegen, is ontstaan uit verveende binnenmeren die na aanleg van ringvaarten tot droogmakerijen bemalen werden. Door intensieve veenwinning heeft tot in de 19e eeuw een groot meer bestaan, de Zuidplas. In 1816 is besloten om over te gaan tot het droogleggen van de plas. De drooglegging is gestart in 1828 met het graven van de ringvaart en werd voltooid in 1839. Na de drooglegging is de structuur van rechte wegen en tochten in één keer aangelegd, waarbij blokken ontstonden van ongeveer 800 bij 800 meter. De lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht was de basis voor dit zogenaamde grid. Het resultaat was een waterrijke (circa 10 procent), rechthoekig verkavelde polder met lange, smalle kavels. De boerderijen werden verspreid langs de wegen in de polder gebouwd. Het nederzettingspatroon onderscheidt zich daarmee duidelijk van het patroon in oudere polders (zoals Esse, Gansdorp en Blaardorp), waar de bebouwing in linten tot stand kwam. De huidige situatie is als het ware een spiegel van de ontstaansgeschiedenis. De landschappelijke hoofdstructuur van de polder bestaat nu ook nog uit lanen linten, tochten en een ringvaart.
De hoofdstructuur van de polder beschikt over een efficiënte waterstructuur en een afvoer naar de Hollandsche IJssel, waarbij de polder gebruik maakt van het aanwezige hoogteverschil in de droogmakerij. De hoofdopzet hiervan is als volgt: ringvaart en ringdijk, met daartussen een rationeel stelsel van orthogonale tochten en linten. Tussen de tochten liggen open velden met een opeenvolging van sloten. Binnen dit polderraamwerk zijn verschillende soorten bebouwing te vinden: agrarisch en kleinschalig, maar ook meer grootschalige bedrijven en woonwijken. Langs de linten ligt een mix van kleinschalige woon- en werkbebouwing op erven en soms grotere bedrijven/kassen daarachter. Richting Moerkapelle zijn veel kassen te vinden. Daarnaast wordt het plangebied omgeven door enkele woongebieden. Ten zuiden van het Middengebied ligt op korte afstand Nieuwerkerk aan den IJssel. De bebouwing wordt van het plangebied gescheiden door de A20 en N219. Ten zuidwesten van het plangebied ligt op korte afstand van de plangrens de wijk Nesselande, onderdeel van de gemeente Rotterdam. De wijk wordt van het plangebied gescheiden door de N219. Ten slotte ligt ten westen van het Middengebied Zevenhuizen. Aangrenzend aan het plangebied ligt aan de andere kant van de N219 de nieuwbouwwijk Koningskwartier. De belangrijkste ontsluitingswegen van het Middengebied zijn de N219 en de A20.
In het plangebied liggen meerdere noordwest-zuidoost-georiënteerde wegen: de Bierhoogtweg/Tweede Tochtweg en de Knibbelweg/Derde Tochtweg. Het plangebied wordt daarnaast van het noordoosten naar het zuidwesten doorkruist door de Zuidelijke Dwarsweg. Deze wegen zijn veelal lange, rechte en smalle polderwegen, waaraan (agrarische) bedrijvigheid en glastuinbouw zijn gelegen.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 9/68
2.3 Toekomstige situatie Voor de ontwikkeling van het Middengebied in de Zuidplaspolder is op 19 mei 2021 het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder vastgesteld. Het Masterplan bevat de uitgangspunten van het planvoornemen en de hoofdlijnen voor het (ruimtelijk) raamwerk van de ontwikkeling. De structuur en de beoogde fasering van de ontwikkeling zijn hierin vastgelegd. Het masterplan vormt de basis voor het opstellen van het bestemmingsplan. In het Masterplan is het Middengebied opgedeeld in verschillende deelgebieden. Voor elk van deze deelgebieden zijn ambities en ontwikkelopgaves opgesteld. Hier wordt concreter ingegaan op de toekomstige situatie per deelgebied. In het Middengebied zijn de volgende deelgebieden te onderscheiden (zie ook figuur 2.2 op pagina 12 van deze plantoelichting): • • • • • • • •
Het Vijfde Dorp; Buitenplaatsen; Koning Willem I Bos; Bedrijventerrein; Energielandschap; Groene Schakel; Groene Waterparel; Agrarische zone tussen 1e en 2e tocht.
Dit conserverende bestemmingsplan omvat de deelgebieden de Groene Schakel, de Groene Waterparel en de Agrarische zone tussen de 1e en 2e tocht. De overige deelgebieden die in het Masterplan worden genoemd worden, worden mogelijk gemaakt in het eerste bestemmingsplan (het ontwikkelgebied) voor het Middengebied. Groene Schakel De Groene Schakel is het toekomstig landschap met versterking van de natuurwaarden en recreatiemogelijkheden ten westen van het Vijfde Dorp. Deze landschappelijke buffer is bedoeld om het Vijfde Dorp vrijliggend in het landschap te situeren. De ambitie van de gemeente Zuidplas is om het gebied direct grenzend aan het Vijfde Dorp geleidelijk te herstructureren tot robuuste, landschappelijke buffer aan de zuidwestelijke zijde van het Vijfde Dorp met recreatieve ontsluitingen en versterkte biodiversiteit. Het uitgangspunt daarbij is om het totale bebouwd oppervlak in de Groene Schakel te verminderen en het landschap te vergroenen. Binnen de Groene Schakel worden twee deelgebieden onderscheiden: de open polder en het Couilisselandschap. Voor deze gebieden geldt een specifieke aanpak die passend met de huidige situatie met elk een specifieke aanpak die passend is met de huidige situatie. De open polder (tussen de 2e en 3e tocht) In dit deel van de polder is de ambitie om de openheid en lange zichtlijnen zoveel mogelijk te behouden en versterken.
Binnen het open polderlandschap is het toevoegen van bebouwing niet toegestaan zonder dat daarvoor per saldo het bebouwd oppervlak afneemt. De gemeente Zuidplas wil in dit gebied de bebouwing in absolute zin verminderen en stimuleert de sloop van bebouwing door middel van een ruimte-voor-ruimte regeling. Partijen krijgen daarvoor de mogelijkheid een of meerdere woning(en) toe te voegen langs de Bierhoogtweg/2e tocht en Knibbelweg aan de
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 10/68
zuidwestzijde van het Vijfde Dorp, mits zij voldoen aan een aantal voorwaarden die in de regels terug te vinden zijn. In dit deelgebied realiseert de gemeente Zuidplas samen met de provincie Zuid-Holland ook een Ecologische Verbindingszone (EVZ) midden tussen de Tweede en Derde Tocht. Het creëren van een werkende EVZ vraagt investeringen in vernatting en verschraling. Ook is het overbruggen van infrastructurele barrières van belang. Ambities voor Duurzame Ontwikkeling in de Groene Schakel Het hart van het Middengebied in de Groene Schakel, Zuidplas, wordt gevormd door een visie die natuurbehoud, ruimtelijke kwaliteit en duurzame ontwikkeling als centrale pijlers heeft. In het Masterplan Middengebied zijn concrete bouwstenen en richtlijnen beschreven om duurzame ontwikkeling in de Groene Schakel mogelijk te maken. Essentieel hierbij is het behoud van de openheid van het landschap en het tegengaan van verdere bebouwing. De Groene Schakel heeft twee belangrijke doelen: 1. Een robuuste, landschappelijke buffer creëren/behouden tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en het nieuwe dorp, waarbinnen de openheid van de polder op een aantal zichtlijnen beleefbaar blijft; 2.
Een landschappelijke, ecologische en (extensieve) recreatieve schakel vormen tussen Eendragtspolder/De Rotte aan de ene kant en de Hollandsche IJssel/ Krimpenerwaard aan de andere kant; De doelstelling is helder: het koesteren en versterken van de openheid en de lange zichtlijnen in dit gebied. Bestaande bebouwing maakt plaats voor ongerepte natuur, en nieuwe bouwinitiatieven worden geweerd, wat resulteert in het behoud van het karakteristieke open polderlandschap. Deze benadering garandeert niet alleen behoud van de esthetiek, maar ook de bescherming van vitale ecologische verbindingszones. Om de balans tussen menselijke behoeften en natuur te bewaren, is de Ruimtevoor-Ruimte Regeling in het Masterplan geïntroduceerd. Deze aanpak biedt ondernemers en initiatiefnemers de mogelijkheid om nieuwe woningen toe te voegen aan specifieke linten binnen de Groene Schakel. Van cruciaal belang is dat elke toevoeging van bebouwing wordt gekwantificeerd en gecompenseerd door de sloop van bestaande opstallen (bedrijfsbebouwing of kassen) elders in het gebied. Hierdoor ontstaat niet alleen ruimte voor nieuwe leefgebieden, maar ook een netto afname van bebouwing in het gebied. Verantwoord Stedelijk Beheer Dit plan representeert niet alleen een ruimtelijke strategie, maar belichaamt een visie op verantwoord stedelijk beheer.
Door te investeren in de Groene Schakel, wordt geïnvesteerd in een leefomgeving waar mens en natuur in harmonie kunnen samenleven. Het Middengebied van de Groene Schakel evolueert naar een duurzame, groene oase. Processtappen Ruimte voor Ruimte regeling Op basis van bovenstaande ambities hanteert de gemeente in samenspraak met de provincie Zuid-Holland de richtlijn afgesproken om elke Ruimte-voor-
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 11/68
Ruimte aanvraag individueel te beoordelen. Het proces om te komen tot Ruimte voor Ruimte projecten ziet er als volgt uit: Initiatiefnemers die in aanmerking willen komen voor de Ruimte-voor-Ruimte regeling maken zelf een plan voor de sloop van opstallen. Er dient een directe relatie te zijn tussen de sloop van de opstallen en de nieuw te bouwen Ruimtevoor-Ruimte woningen. Het plan omvat dan ook een voorstel voor de sloop en de nieuwe locatie van de Ruimte-voor-Ruimte woningen. Zodra de initiatiefnemer een concept plan heeft treedt men in overleg met de gemeente om het initiatief te verkennen. Het vooroverleg vindt plaats door middel van de intaketafel (toets wenselijkheid van het initiatief) en de omgevingstafel. Op de omgevingstafel wordt het initiatief getoetst. Het initiatief zal ook getoetst worden door de provincie Zuid-Holland aan de hand van het provinciaal beleid. Als het initiatief goedgekeurd is door beide partijen kan het plan uitgewerkt worden naar een definitieve aanvraag omgevingsvergunning. Voor de volledige aanvraag zal ook een goede onderbouwing fysieke leefomgeving (voorheen ruimtelijke onderbouwing) moeten worden opgesteld met alle benodigde onderzoeken die nodig zijn om de ontwikkeling mogelijk te maken. •
Processtappen op een rij: o Vooroverleg met gemeente om initiatief te verkennen en te bespreken op de intake- en omgevingstafel; o Initiatief wordt getoetst door gemeente aan de hand van het toetsingskader Groene Schakel en ambities Masterplan; o Initiatief wordt getoetst door de provincie Zuid-Holland aan de hand van het provinciaal beleid; o Na goedkeuring door de gemeente en de provincie kan het plan uitgewerkt worden naar een volledige omgevingsvergunning inclusief benodigde onderbouwing en onderzoeken; o Ruimtelijke procedure doorlopen voor aanpassing omgevingsplan en verlenen omgevingsvergunning.
Agrarische zone tussen 1e en 2e tocht Dit gebied zal in beginsel conserverend worden bestemd gericht op agrarisch gebruik. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid bebouwing en open ruimte per saldo in hoofdzaak gelijk dient te blijven. Ten aanzien van de al aanwezige glastuinbouw worden bestaande bouwrechten gerespecteerd. De uit te werken woonbestemming die volgt uit het vigerend bestemmingsplan “Zuidplas West” (bestemmingen ‘Woongebied – Uit te werken 2’ en ‘Woongebied – Uit te werken Ringvaartdorp’) laat de gemeente Zuidplas vervallen. De wijzigingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan “Zuidplas West” voor de aanleg van een bedrijventerrein komt eveneens te vervallen. Groene Waterparel De Groene Waterparel ligt ten zuiden van het Vijfde Dorp (langs de A20) en maakt geen onderdeel uit van het ontwikkelingsgebied voor het Vijfde Dorp. De provincie Zuid-Holland verzorgt de verwerving en basisinrichting van de Groene Waterparel. De gemeente Zuidplas heeft ook de ambitie om de Groene Waterparel ecologisch in te richten met aanvullend mogelijk recreatieve routes die aansluiten bij de structuur van het Middengebied.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 12/68
¯
Legenda Locatie Agrarisch gebied Doelwijk II Energielandschap Gouwepark Groene Schakel Groene waterparelEsri 0
0.5
1
2 Kilometers
Koning WIllem I Bos Koning Willem I Bos / Zoekgebied energie Kreekrug de Watertuin
Figuur 2.2 Luchtfoto met de huidige situatie van het plangebied, inclusief alle deelgebieden in de toekomstige situatie. Het ontwikkeldeel van het Middengebied Naast het conserverende bestemmingsplan is een bestemmingsplan opgesteld voor het ontwikkelgedeelte van het Middengebied. Dit bestemmingsplan omvat de overige deelgebieden namelijk: Het Vijfde Dorp, Buitenplaatsen, Koning Willem I Bos, Bedrijventerrein en Energielandschap. De ontwikkeling van deze deelgebieden heeft invloed op het conserverende gedeelte van het Middengebied in de toekomstige situatie. Zo zullen er bijvoorbeeld meer vervoersbewegingen in het gebied te vinden zijn door de aanleg van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen. De gevolgen en effecten van deze ontwikkelingen zijn meegenomen en terug te vinden in het bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1.
2.4 Meegenomen wijzigingen Zoals aangegeven in paragraaf 1.1 wordt in dit bestemmingsplan ook een aantal principeverzoeken meegenomen. Hieronder worden deze principeverzoeken beschreven: Parallelweg Noord 10
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 13/68
De initiatiefnemer heeft een verzoek ingediend voor het vergroten van het bouwvlak ten behoeve van de realisatie van een nieuwe bedrijfsloods op het perceel Parallelweg Noord 10 te Nieuwerkerk aan den IJssel, ter vervanging van bestaande opslagcontainers van het op het perceel gevestigde hoveniersbedrijf. Vanwege het gebrek aan opslagruimte heeft de initiatiefnemer in de huidige situatie een aantal containers geplaatst op het perceel, wat voor een rommelige uitstraling zorgt (zie hiervoor figuur 2.3). Het planvoornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Zuidplas West”, omdat er binnen het bouwvlak geen ruimte is voor nieuwe bedrijfsbebouwing. Om die reden is een verzoek ingediend om in principe medewerking te verlenen aan het vergroten van het bouwvlak en de gevraagde ontwikkeling van een nieuwe bedrijfsloods op het perceel Parallelweg Noord 10 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Medewerking aan het verzoek is mogelijk door de ontwikkeling mee te nemen in het bestemmingsplan voor het te conserveren gebied van het Middengebied. De gevraagde extra bebouwing ligt in het verlengde van het bestaande bedrijfsgebouw. Met het mogelijk maken van de nieuwe bebouwing wordt tegelijkertijd een inpassingsplan opgesteld voor de inrichting van het gehele perceel.
De bestaande opslagcontainers worden verwijderd en het perceel krijgt een groene invulling passend bij een hoveniersbedrijf. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij de rommelige huidige invulling van het perceel wordt opgeruimd.
Figuur 2.3 Huidige situatie Parallelweg Noord 10 De planlocatie bevindt zich op het uiterst zuidelijke deel van het plangebied van het Middengebied en is ingeklemd tussen bestaande glastuinbouwkassen en de Parallelweg Noord/A20. Het vergroten van het bouwvlak op het perceel, en daarmee een uitbreiding van het bebouwd oppervlak, heeft geen impact op de openheid of de bufferfunctie van de Groene Schakel. Bovendien zorgt het planvoornemen juist voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door een betere inrichting van het perceel. Ook de bereikbaarheid verslechtert niet. Het
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 14/68
planvoornemen betreft enkel het samenvoegen van losse containers naar één bedrijfsgebouw. Daarmee is er geen verkeersaantrekkende werking. Tweede Tochtweg 40 en 44 De initiatiefnemers hebben een verzoek ingediend voor het wijzigen van twee bedrijfswoningen naar plattelandswoningen voor de percelen Tweede Tochtweg 40 en 44 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Het achtergelegen agrarische glastuinbouwbedrijf, ter plaatse van Tweede Tochtweg 42, is reeds verkocht. Het bedrijf blijft in de toekomst voorbestaan. Het vigerende bestemmingsplan heeft het betreffende perceel bestemd als ‘Lintzone’ Binnen deze bestemming zijn de daarvoor aangewezen gronden onder andere bestemd voor bestaande bedrijfswoningen. Een bedrijfswoning wordt in het vigerende bestemmingsplan gedefinieerd als ‘een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is’. Hier is na de verkoop van het achtergelegen bedrijf geen sprake meer van. Het is niet toegestaan de woningen los van het bedrijf te bewonen. Initiatiefnemers hebben daarom een principeverzoek ingediend om medewerking te verlenen aan de gevraagde wijziging van de bestaande bedrijfswoningen op de percelen Tweede Tochtweg 40 en 44 te Nieuwerkerk aan den IJssel naar plattelandswoningen.
De bestaande woningen blijven in de huidige vorm behouden en worden niet verbouwd. Medewerking aan het verzoek is mogelijk door de ontwikkeling mee te nemen in het bestemmingsplan voor het te conserveren gebied van het Middengebied. De planlocatie is gelegen in het gebied dat in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder is aangeduid als de Groene Schakel. De Groene Schakel is een transformatiegebied, waarin ongewenste bestaande bebouwing (exclusief de lintbebouwing) (deels) kan worden geamoveerd of ingepast om een robuuste groene verbindingszone te bewerkstelligen. De planlocatie maakt onderdeel uit van het lint aan de Tweede Tochtweg, waarmee de twee woningen ruimtelijk gezien behouden kunnen blijven. Tevens staat in het Masterplan dat bestaande linten worden ingepast en getransformeerd tot landelijke woonlinten. Uitgangspunt is dat het karakter van het landelijk lint behouden wordt met een kleine maat, schaal en korrel, grote tuinen en erven, stevige erfbeplanting en een karakteristieke opbouw met voorhuis en grotere schuur daarachter. Ten opzichte van de bestaande situatie verandert er niets aan de positionering van de woningen. Daarmee blijft het lint, zoals dat kenmerkend is voor de Tweede Tochtweg, intact. Daarnaast schaadt het omzetten van de bedrijfswoningen naar plattelandswoningen de ambities van de Groene Schakel niet en neemt de bebouwing niet toe.
Om een aanduiding ‘Plattelandswoning’ toe te kunnen kennen dient er in ieder geval te worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo dient er onder andere sprake te zijn van een bestaande landbouwinrichting (bijvoorbeeld veeteelt-, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven), dient de bedrijfswoning daadwerkelijk als agrarische bedrijfswoning in gebruik te zijn geweest en dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens moet aangetoond worden dat de gevraagde plattelandswoning geen hinder oplevert voor omliggende agrarische bedrijven ten aanzien van de aspecten geluid, geur en luchtkwaliteit.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 15/68
Figuur 2.4: Overzicht betreffende woningen en achtergelegen bedrijf Een plattelandswoning wordt niet beschermd ten aanzien van geluid en geur dat door het naastgelegen bedrijf wordt veroorzaakt. Omdat er geen fysieke wijzigingen gaan plaatsvinden (zoals bouwen of slopen), en er alleen sprake is van een wijziging van het gebruik, zijn er geen milieuonderzoeken nodig op het gebied van bijvoorbeeld bodem en geluid. Tweede Tochtweg 70 Ter plaatste van de Tweede Tochtweg is in 1988 een bouwvergunning verleend voor het realiseren van een bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning wordt nu vastgelegd in het bestemmingsplan. Tweede Tochtweg 90/92 Op het perceel Tweede Tochtweg 90 en 92 te Nieuwerkerk aan den IJssel zijn in de huidige situatie kassen en bedrijfsbebouwing aanwezig ten dienste van een glastuinbouwbedrijf. De initiatiefnemer wenst de bestaande kas te slopen en op hetzelfde perceel een grotere kas te bouwen met tevens deels een grotere bouwhoogte van 12,60 meter. In het vigerende bestemmingsplan ‘Reparatieplan Herziening Zuidplaspolder 1’ kennen de betreffende percelen de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ met bouwvlak. De oppervlakte van de gevraagde nieuwe kassen zijn toegestaan binnen het bestemmingsplan, maar dit geldt niet voor de bouwhoogte welke maximaal 10 meter mag bedragen. De gevraagde extra hoogte is slechts van toepassing voor een deel van de beoogde nieuwe kas.
De voorzijde van de kas, vanaf de Tweede Tochtweg gezien, zal over een diepte van 96 meter en breedte van 255 meter een goothoogte van 11,50 meter en een bouwhoogte van 12,60 meter krijgen. De rest van de beoogde nieuwe kas zal over een diepte van 154 en breedte van 255 meter een goothoogte van 6,50 meter en een bouwhoogte van 7,60 meter krijgen. Op grond van het huidige bestemmingsplan is een bouwhoogte van maximaal 10 meter toegestaan, waardoor de gevraagde kas 2,60 meter te hoog is. Vanwege de ligging van het perceel binnen de zogeheten ‘Agrarische Zone’ en het feit dat de gevraagde nieuwe kas niet waarneembaar zal zijn vanaf de nog aan te leggen nieuwe ontsluitingsweg van het Middengebied op de N219 kan gesteld worden dat de gevraagde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige samenhang in de omgeving.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 16/68
De planlocatie bevindt zich in de ‘Agrarische Zone’ zoals aangeduid in het Masterplan. Deze zone zal in beginsel conserverend worden bestemd gericht op agrarisch gebruik. Uitgangspunt hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing en open ruimte per saldo in hoofdzaak gelijk dient te blijven. De oppervlakte van de gevraagde kas is reeds toegestaan binnen het huidige bestemmingsplan. De gevraagde extra hoogte doet geen afbreuk aan de ambities en uitgangspunten voor dit deelgebied van het Middengebied. Over deze ontwikkeling is een advies uitgebracht door de stichting Agrarische Beoordelings Commissie. Hierin wordt advies gegeven over de vraag of de nieuwe agrarische bebouwing noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering. Uit dit advies volgde dat de Commissie positief staat tegenover de ontwikkeling. Dit advies is bijgevoegd als bijlage 2.
Figuur 2.5 Gevraagde nieuwe kas Tweede Tochtweg 90/92 geel gearceerd Middelweg 18 Moordrecht Op het perceel Middelweg 18 te Moordrecht is horecabedrijf gevestigd welke in het bestemmingsplan ‘Restveen en Groene Waterparel’ is aangeduid als ‘Seksinrichting’. Bij een integrale controle op het perceel is geconstateerd dat er 3 logiesruimtes zijn gecreëerd, wat niet is toegestaan binnen de toegestane horeca activiteiten. Volgens de bestemmingsplanregels is het perceel bestemd voor uitsluitend een bedrijfsmatige besloten ontmoetingsgelegenheid. Vanwege de ligging en beperkte omvang van het perceel in het plangebied van het Middengebied doet legalisatie van de logiesruimtes geen afbreuk aan de ambities en uitgangspunten van het Masterplan. De betreffende functie wordt niet specifiek genoemd in het Masterplan, maar kan als losstaande activiteit worden beschouwd. Uit communicatie tussen de toezichthouders van de Omgevingsdienst MiddenHolland en het horecabedrijf is gebleken dat de betreffende logiesruimtes reeds
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 17/68
meerdere jaren op het perceel aanwezig zijn. Er zijn nimmer klachten of meldingen ingekomen over het geconstateerde gebruik. Vanwege de specifieke doelgroep van het betreffende horecabedrijf vormt legalisatie van de logiesruimtes geen concurrentie voor bestaande horecabedrijven in de omgeving. Voorts kent het perceel reeds een horeca bestemming, waarmee het wat dat betreft geen nieuwe ontwikkeling is.
Figuur 2.6 Situatie Middelweg 18 te Moordrecht Bierhoogtweg 17 (Clazing) Voor het bedrijf aan de Bierhoogtweg 17 is op 1 september 2023 een brief binnengekomen gericht aan de gemeenteraad en het college met het verzoek om één van de twee daarin voorgestelde scenario’s voor het bedrijf mee te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. De gemeente heeft met de ondernemer en de provincie gesprekken gevoerd over de voorgestelde scenario’s. Hierbij is gekozen voor het behoudende scenario, waarbij de huidige omrijroute gelegaliseerd wordt en in het gebied diverse opstallen gesloopt gaan worden om zo de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Ook zullen een aantal opstallen een landschappelijke inpassing krijgen om deze, deels, aan het zicht te onttrekken en bij te dragen aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Hiermee voldoen ze aan de doelen van het Masterplan Middengebied en de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. Wettelijke verplichting bestaande leidingen en zones Op gemeenten rust de wettelijke verplichting om bestaande leidingen en zones op te nemen in het bestemmingsplan. Dat is in het verleden niet in alle bestemmingsplannen gebeurd. In het bestemmingsplan “Middengebied Zuidplaspolder 2” zijn de bestaande leidingen en zones nu wel verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente Zuidplas aan de wettelijke verplichting.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 18/68
2.5 Uitspraak Knibbelweg 60 – Raad van State De Raad van State heeft op 9 oktober 2024 uitspraak (bijlage 11) gedaan over het wijzigingsplan ‘Knibbelweg 60’. Het college heeft tijd nodig gehad om de uitspraak te bestuderen en de impact hiervan te vertalen naar het lopende proces. In deze uitspraak vernietigt de Raad van State dit wijzigingsplan met het verzoek tot het nemen van een herstelbesluit ten aanzien van dit perceel. De uitspraak van de Raad van State geeft aan dat de wijziging van de bestemming van de woning van bedrijfsbestemming naar wonen in orde is, maar dat de vergunningvrije mogelijkheden op het achtererf onvoldoende onderzocht zijn. Daarnaast volgde uit de uitspraak dat de gedeelde oprit niet goed op de verbeelding is opgenomen en zijn er opmerkingen gemaakt over de daar geprojecteerde aanduiding ‘parkeren op eigen terrein’. Samenhang met lopende beroepszaken Het reparatieplan ‘Herziening Zuidplaspolder 1’ is op 23 september 2024 de zitting geweest bij de Raad van State, waarvan het verweer zich ook toespitste op de vergunningvrije mogelijkheden op het perceel Derde Tochtweg 10 als gevolg van de bedrijfsbestemming op Derde Tochtweg 9a, b en c. In het verlengde hiervan is sprake van eenzelfde beroep tegen ‘Verzamelplan 2024’ ten aanzien van de percelen aan de Parallelweg-Noord 14/16.
Het is de verwachting dat de aangescherpte uitspraken van de afdeling ten aanzien van vergunningvrije bouwwerken/mantelzorgwoningen op achtererven zich ook uitstrekken naar deze beroepsprocedures. Bovengenoemde locaties zijn in figuur 2.7 aangeduid.
Figuur 2.7 De betreffende locaties uit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 19/68
De aanvullende onderzoeken en de te volgen koers om recht te doen aan de ingestelde beroepen zijn in gang gezet, maar deze onderzoeken kosten tijd. Daarnaast zullen de resultaten eerst beoordeeld moeten worden om een goed herstelbesluit aan de gemeenteraad voor te leggen. Toelichting op de uitspraak De Raad van State is in haar recente uitspraken strenger geworden op de vergunningvrije bouwwerken op het achterterrein van woonbestemmingen in de nabijheid van de aanwezige (agrarische) bedrijven. Het gaat hierbij onder meer om mantelzorgwoningen, maar ook om verblijfsruimten zoals schuurtjes. Alleen het uitsluiten van vergunningvrije bouwwerken is hierbij niet voldoende. De betrokken gronden moeten voorzien worden van een bestemming waarop geen bouwwerken mogelijk zijn. De aan te houden afstanden tot de omliggende bedrijfs- en agrarische bestemmingen moet middels aanvullend onderzoek (bedrijven en milieuzonering en akoestisch onderzoek) beargumenteerd worden. Deze onderzoeken zijn reeds uitgezet, maar nemen nog enige tijd in beslag voor de uitvoering en beoordeling. Deze uitspraak tegen het wijzigingsplan ‘Knibbelweg 60’ kan ook gezien worden als aanzet voor de aanstaande uitspraken tegen de casus Derde Tochtweg 9 a, b en c (bestemmingplan ‘Reparatieplan Herziening Zuidplaspolder 1’) en de Parallelweg-Noord 14/16 (bestemmingsplan ‘Verzamelplan 2024’).
Betreffende locaties zijn uit dit bestemmingsplan verwijderd. Het college zal op een later moment met een herstelbesluit (een wijziging van het omgevingsplan) komen op basis van de aanvullende uitgevoerde onderzoeken om recht te doen aan de uitspraak van de Raad van State.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 20/68
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt een analyse gegeven van het relevante ruimtelijke beleidskader. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende ruimtelijke beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende initiatief. Voor een overzicht van al het ruimtelijk relevante beleid wordt verwezen naar bijlage 2 van de MER Middengebied Zuidplaspolder.
3.1 Europees beleid 3.1.1
Kaderrichtlijn Water
Op Europees niveau is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van toepassing. De KRW is door de Europese Unie vastgesteld om de waterkwaliteit van het water in alle EU-lidstaten te waarborgen. In de richtlijn staat beschreven hoe landen water moeten beschermen en de kwaliteit van het water moeten verbeteren. Dat wordt getoetst op het niveau van waterlichamen: oppervlaktewater met een bepaalde minimale omvang of een bepaald minimaal afvoergebied. Ook verplicht de wet de landen om bij het gebruik, onderhoud en schoonmaken zo min mogelijk water en energie te gebruiken. KRW-doelen voor de chemische en ecologische waterkwaliteit moeten eind 2027 zijn bereikt. In het plangebied ligt het KRW-waterlichaam Zuidplaspolder-Zuid, HHSK is met generieke en inrichtingsmaatregelen bezig om de doelen te halen. Het halen van de KRW-doelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden tezamen en vraagt om een actieve bijdrage van diverse maatschappelijke partijen. De waterkwaliteitsdoelen gerealiseerd worden conform geldend beleid en plannen (KRW-plan HHSK, Adviesnota Waterkwaliteitsdoelen Overig Water HHSK), het Stroomgebiedsbeheerplan (SGBP 3, Rijk) en het Regionaal Waterprogramma van de Provincie ZuidHolland. De gemeente en de provincie zijn verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening hebben daarmee invloed op de waterkwaliteit van het grond en oppervlaktewater.
Betekenis voor het bestemmingsplan In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in maatregelen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit, omdat de bestaande situatie wordt gehandhaafd.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 21/68
3.2 Rijksbeleid 3.2.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het doel van de NOVI is om kansen voor de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten van de NOVI: In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterk en gezonde steden en regio’s, toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • • •
Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is; De kenmerken van het gebied centraal stellen; Niet uitstellen of doorschuiven.
Betekenis voor het bestemmingsplan: De planontwikkeling van het Middengebied betreft geen NOVI-gebied. De ontwikkeling sluit wel aan bij de prioriteiten uit de NOVI. Een van de 21 nationale belangen is het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Behoud en herstel van natuur en biodiversiteit in Nederland dragen in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. De opgave is het herstellen en versterken van de biodiversiteit zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR). Dat betekent dat op termijn de condities zodanig zijn dat alle beschermde soorten en habitats in goede staat kunnen voortbestaan en tussentijds niet verslechteren. Onderdeel van de bestaande opgave is de realisatie van 80.000 ha extra natuurgebied tot en met 2027 (Natuurnetwerk Nederland). Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan, waarbij het uitgangspunt is om het totale bebouwd oppervlak in de Groene Schakel en in de Agrarische Zone te verminderen en het landschap te vergroenen. Dit gebeurt onder andere door een Ecologische Verbindingszone vast te leggen door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’. Daarmee is onderhavig plan in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie.
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen uit de SVIR, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 22/68
grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Natuurnetwerk Nederland (NNN), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Betekenis voor het bestemmingsplan: Het plangebied valt langs de A20 binnen het reserveringsgebied voor de uitbreiding van een autoweg of autosnelweg (zie figuur 3.1). Reserveringsgebieden voor de uitbreiding van een autoweg of autosnelweg zijn de locaties, die bij ministeriële regeling zijn aangewezen en waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op een reserveringsgebied voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg, laat het bestemmingsplan geen bouwactiviteiten toe. Om hieraan tegemoet te komen is binnen deze zone de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’ opgenomen. Binnen deze zone is het niet toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde op te richten. Het verbod geldt niet voor verkeers- en faunavoorzieningen. Daarmee is het plan in overeenstemming met het Barro.
Figuur 3.1 Reserveringsgebieden voor de uitbreiding van een autoweg of autosnelweg
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 23/68
3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in artikel 3.1.6 van het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van over-programmering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven c.q. onderbouwd. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe 1) stedelijke ontwikkeling in beginsel in 2) bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." In het Bro is geen ondergrens vastgelegd voor een minimale omvang van een stedelijke ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In beginsel is sprake van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor 'overige stedelijke functies' geldt dat voor deze andere stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Bestaat de andere stedelijke ontwikkeling (niet zijnde woningbouw) uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m2. De Laddertoets dient alleen te worden doorlopen bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'.
Van nieuwe stedelijke ontwikkelingen is sprake wanneer een beslag op de ruimte als gevolg van de mogelijkheden die het nieuwe besluit biedt, groter is dan het vigerende planologische regime mogelijk maakt. Bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Behoefte
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 24/68
Om te kunnen voldoen aan de Ladder, moet aantoonbaar behoefte zijn aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor onderhavige ontwikkeling is hierin van belang of sprake is van een vraag naar woningen en/of bedrijvigheid op lange termijn en of bestaande plancapaciteit hierin kan voorzien. Indien het plan voorziet in een behoefte èn gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, wordt voldaan aan de Ladder. Indien het plan buiten stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet worden onderbouwd waarom het plan niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied zijn belangrijke factoren. Betekenis voor het bestemmingsplan: In onderhavig plan worden, behalve de ecologische verbindingszone en een aantal principeverzoeken, geen nieuwe ontwikkelingen bestemd. De toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet aan de orde.
3.2.4
Kamerbrief Water en Bodem sturend
De Kamerbrief Water en Bodem sturend van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat1 beschrijft hoe water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. In de brief staan zeven uitgangspunten waar rekening mee moet worden gehouden in ruimtelijke planvorming: -
Niet afwentelen; Meer rekening houden met extremen; In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem; Meerlaagsveiligheid; Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen; Integrale aanpak in de leefomgeving; Comply or explain.
Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in 33 structurerende keuzes. De Kamerbrief is nog geen formeel beleid. De uitgangspunten en structurerende keuzes zullen worden vertaald naar regionaal beleid en de kamerbrief is hierin een belangrijke leidraad. Betekenis voor het bestemmingsplan: Omdat de Kamerbrief nog geen formeel beleid is zitten hier geen concrete gevolgen aan voor het bestemmingsplan. Verder wordt in het bestemmingsplan de bestaande situatie gehandhaafd, waardoor er nu geen relevante veranderingen in aan het water en bodem systeem zijn. In toekomstige ontwikkelingen moeten de uitgangspunten wel worden meegenomen in afwegingen die gemaakt moeten worden voor de inrichting van het gebied.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie Zuid- Holland vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Middels zeven ambities is het omgevingsbeleid vormgegeven:
1
Ministerie van I&W. (2022, november 25). Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening. Opgehaald van Rijksoverheid: https://open.overheid.nl/documenten/ronlc35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/pdf
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 25/68
1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige en sociale kwaliteit. Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Betekenis voor het bestemmingsplan: Onderhavige planontwikkeling sluit aan bij de ambitie ‘Versterken natuur in Zuid-Holland’. De provincie vindt de natuur en leefomgeving van groot belang.
De provincie wil dat de inwoners van Zuid-Holland kunnen wonen, werken en recreëren in een prettige en aantrekkelijke leefomgeving, met directe toegang tot hoogwaardig groen, erfgoed en water. Natuur is daarbij onmisbaar en staat zwaar onder druk. Met onderhavig bestemmingsplan wordt ernaar gestreefd om de hoeveelheid bebouwd oppervlak te laten afnemen. Daarnaast wordt er een ecologische verbindingszone aangelegd door de Groene Schakel die de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur’ krijgt. Ook de Groene Waterparel blijft behouden en wordt conserverend bestemd. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie Zuid-Holland.
3.3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is een kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en bestaand provinciaal beleid. In de Omgevingsverordening wordt het provinciaal beleid uitgewerkt in een ruimtelijk plan voor de gehele provincie die aansluit op de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie. Tegelijk met de omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. De Omgevingsverordening omvat in aanvulling op de omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Voor het plangebied (of een deel daarvan) en de beoogde ontwikkeling zijn de volgende thema’s van belang: • •
Waarborgen van de veiligheid; Beschermen van de gezondheid en milieu;
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 26/68
• • • • • • • • •
Beheer van watersystemen; Beheer van infrastructuur; Natuurbescherming; Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; Ruimte voor (toekomstige) functies; Behoud van cultureel erfgoed; Detailhandel; Windenergie; Digitalisering, uitvoering en toezicht en handhaving.
Om in te spelen op het Vijfde Dorp heeft de provincie op 12 oktober 2022 wijzigingen aangebracht op de Omgevingsverordening Zuid-Holland met de ‘Omgevingsverordening - Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder’. Hierin komen aanvullingen en wijzigingen naar voren over woningbouw, bedrijventerreinen, greenports, beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit en Natuurnetwerk Nederland (verplaatsing van de ecologische verbindingszone in het plangebied). Deze aanvullingen zijn later opgenomen in de nieuwe versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland van 1 april 2023. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor het plangebied is een aantal artikelen uit de omgevingsverordening relevant: Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het plan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.