Bijlage 1 Aangepast Toelichting Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 - wijzigingen bijhouden A24.01864
Tekst van het document
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 51/68
Betekenis voor het bestemmingsplan: Maaiveldhoogte In het huidige bestemmingsplan wordt het maaiveld niet opgehoogd. Als er aanpassingen nodig aan bestaande bebouwing zijn wordt een passende oplossing gezocht, bijvoorbeeld door amoveren of opvijzelen. Het ophogen van percelen is, gezien de mogelijk negatieve effecten voor aangrenzende percelen, niet zonder meer toegestaan. Oppervlaktewater In het plangebied is een aantal waterlopen aanwezig. Het plangebied is waterhuishoudkundig gezien onderdeel van het Middengebied, het gebied tussen de wegen A20, A12 en N219 en de spoorlijn in het noorden. Binnen het watersysteem van het Middengebied spelen tochten en kavelsloten een centrale rol in water aan- en afvoer. Polderwater uit het Middengebied wordt via die tochten afgevoerd richting gemaal Abraham Kroes en gemaal Zuidplas (voor het gebied ten noordoosten van de Middelweg). Tussen de tochten ligt grasland, gescheiden door kavelsloten. Deze sloten staan haaks op de tochten en wateren hierop af. De waterlopen zijn als 'Water' bestemd in dit bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in de demping van water of in een toename van verharding. Het bestemmingsplan heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de waterkwantiteit of structuur van het watersysteem.
Daarom is er geen compensatie-opgave volgens de Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 van het waterschap. Binnen het gebied dat aangemerkt is als ‘agrarisch’ mogen locaties wel worden aangepast naar de status ‘water’ of ‘waterhuishoudkundige voorzieningen’. Dit heeft een positief effect op de beschikbare waterberging in het gebied.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 52/68
Figuur 4.6 - Leggerwatergangen binnen plangebied en omgeving (inclusief Middengebied) uit de legger 2023 van HHSK
Buiten het plangebied zijn wel aanpassingen aan het watersysteem voorzien, namelijk voor de aanleg van het Vijfde Dorp. Er zijn geen aanpassingen binnen het plangebied maar wel in aangrenzende gebieden (voornamelijk rond het Kreekdorp). Aangezien het watersysteem als één geheel functioneert is het belangrijk dat de invloed van de ontwikkeling op het hele Middengebied integraal wordt geschouwd. Hierom moeten de gemeente Zuidplas en Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard in overleg tot een integraal waterhuishoudingsplan voor het watersysteem van het gehele Middengebied komen. Grondwater Er zijn geen ontwikkelingen in het bestemmingsplan opgenomen die direct invloed hebben op het grondwatersysteem. Wel blijven bestaande beperkingen van kracht op activiteiten die het grondwater kunnen beïnvloeden. In geval van bouwactiviteiten dient er rekening gehouden te worden dat het niet is toegestaan om grondwateroverlast te veroorzaken door het aanbrengen van ondergrondse constructies en dat het verboden is om grondwater te onttrekken
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 53/68
met als gevolg dat er sprake is van een grondwaterstandverlaging in de omgeving. Ook het ophogen van percelen is, gezien de mogelijk negatieve effecten voor aangrenzende percelen, niet zonder meer toegestaan. Belangrijk is dat ruimtelijke ontwikkelingen geen verslechtering van de oorspronkelijke grondwaterstand en -stroming mag veroorzaken (bodemdaling, grondwateroverlast en - onderlast, paalrot of zettingen). Daarom is versnelde afvoer van grondwater naar oppervlakte (permanente drainage) in principe niet toelaatbaar. De sponswerking van de bodem dient zoveel als mogelijk te worden benut. Onderhavig plan maakt geen nieuwe ondergrondse bebouwing, mogelijk. Waterkwaliteit In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in maatregelen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit omdat de bestaande situatie wordt gehandhaafd. In het bestemmingsplan wordt ingezet op natuurontwikkeling, onder andere in gebied de Groene Schakel. Dit bestemmingplan ziet toe op het realiseren van een ecologische verbindingszone in de Groene Schakel als onderdeel van het natte natuurnetwerk. Over het algemeen heeft het aanpassen van watergangen naar waterlichamen die geschikt zijn als ecologische verbinding zone ook een gunstige invloed op de waterkwaliteit in het gebied.
Zonder de concrete maatregelen is het niet mogelijk om vast te stellen wat of hoe groot het effect op waterkwaliteit is maar over het algemeen zal deze positief zijn. Riolering Er zijn geen ontwikkelingen in het bestemmingsplan opgenomen die direct invloed hebben op de riolering in het systeem. Wel blijft bestaand beleid van kracht. Het algemeen beleid is dat schoon- en vuilwaterstromen worden gescheiden en gescheiden blijven tot aan het overnamepunt op de perceelsgrens. Schoon regenwater van gevels en daken dient bij voorkeur te worden benut (toiletspoeling, daktuinen e.d.) of te worden afgevoerd naar de bodem (infiltratie). Waterkering en waterveiligheid Binnen het bestemmingsplan zijn er geen ontwikkelingen die effect hebben op de waterveiligheid in het plangebied. De plangebied is geen (beschermingszone van een) regionale kering aanwezig. Conclusie In dit bestemmingsplan zijn in principe geen directe wijzigingen op het watersysteem voorzien. Er zijn dus geen directe nadelige gevolgen op de waterhuishouding in het plangebied. Wel zijn er een aantal ontwikkelingen (afname verharding, natuurontwikkeling). In bovenstaande paragraven is uitgelegd dat deze ontwikkelingen geen negatief effect op het watersysteem hebben. Hierom is geen verdere watertoets nodig voor dit bestemmingsplan.
4.10 Natuur Kader Ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde natuurwaarden. Dit betreft potentiële effecten op beschermde soorten, maar ook effecten op beschermde natuurgebieden zijn mogelijk. Sinds 1 januari 2017 is de Wet
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 54/68
natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van het project op de beschermde natuurwaarden. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en diersoorten. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden, waaronder het IJsselmeer en de Waddenzee. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft.
Activiteiten in Natura 2000-gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen. In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief op nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden beoordeeld. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000gebieden niet negatief beïnvloeden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten).
Provincies wijzen de NNN-gebieden aan en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. De ecologische hoofdstructuur is planologisch beschermd met het 'nee, tenzij'-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als deze het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor de ontwikkeling van het Middengebied is voor het MER een ecologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 7) om inzicht te krijgen in de effecten van het plan op de natuur. Hieruit kwamen de volgende conclusies: Soortenbescherming
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 55/68
Op basis van bronnenonderzoek en een habitatgeschiktheidsbeoordeling is het plangebied potentieel geschikt voor de volgende beschermde soorten: huismus, gierzwaluw, steenuil, ransuil, buizerd, sperwer, diverse soorten vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis), waterspitsmuis, ringslang en platte schijfhoren. Verder zijn er verschillende (deels Rode Lijst) vogelsoorten in het plangebied aanwezig, zoals weidevogels als grutto, kievit, tureluur en slobeend. Omdat er in het plangebied geen ontwikkelingen plaatsvinden, is er geen sprake van aantasting van leefgebieden van diersoorten of groeiplaatsen van plantensoorten. Wel wordt in de Groene Schakel natuur gerealiseerd. Dit levert in verschillende gebieden kansen op voor bestaande en nieuwe soorten. (Beschermde) soorten die hierdoor in het plangebied kunnen voorkomen zijn o.a. boommarter, vos, otter, ringslang en diverse soorten vogels zoals blauwborst en roerdomp. Natura 2000-gebieden In het plangebied ligt geen Natura 2000-gebied. Er treedt daardoor geen aantasting van Natura 2000-gebied op. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 7,5 kilometer van het plangebied. Gezien deze grote afstand kunnen indirecte effecten alleen optreden als gevolg van stikstofdepositie.
Om te bepalen of er een effect optreedt als gevolg van stikstofdepositie is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkeling van het gehele Middengebied (Deelrapport Stikstofdepositie, Sweco). Uit deze berekening komt naar voren dat er als gevolg van het plan sprake is van een afname aan stikstofdepositie in vergelijking met de huidige situatie. Deze afname is het gevolg van het zogenoemde ‘intern salderen’. Dit houdt in dat de toename aan stikstofdepositie als gevolg van de toename aan verkeersbewegingen gesaldeerd mag worden met de afname aan stikstofdepositie als gevolg van het wegvallen van het agrarische gebruik in het ontwikkelgedeelte van het Middengebied. In het deelrapport wordt uitgebreid toegelicht wat de toenames en afnames zijn en hoe dit per saldo tot een afname van stikstofdepositie zal leiden. Stikstof is daarmee geen belemmering voor dit project. Natuurnetwerk Nederland In het plangebied ligt de Groene Waterparel. Dit gebied maakt onderdeel uit van NNN. Verder ligt er in het plangebied een EVZ die in de autonome situatie gerealiseerd zal worden. Ook deze maakt onderdeel uit van NNN. De Groene Waterparel heeft een bijzondere ecologische waarde als gevolg van de aanwezigheid van katteklei en een biochemisch bodemproces dat plaatsvindt als gevolg van gunstige hydrologische omstandigheden.
Dit proces leidt tot juiste condities voor planten uit de Oeverkruid-klasse. Uitgangspunt van het onderhavig plan is dat de Groene Waterparel ongemoeid blijft. Voor het behalen van de natuurdoelen kunnen kleinschalige wijzigingen aan waterpeilen plaatsvinden. Er is een verkennende analyse gemaakt naar de noodzaak van een bufferzone tussen het ontwikkelgebied en de Groene Waterparel. Die buffer moet ervoor zorgen dat het opzetten van het waterpeil buiten de Groene Waterparel niet tot effecten leidt ín de Groene Waterparel. Dit onderzoek laat zien dat door het opzetten van het waterpeil in het Middengebied, in een deel van de Groene Waterparel de kwel toe kan nemen, zij het beperkt (0,05 mm/dag). Omdat uitgangspunt is dat er geen verandering optreedt in de Groene Waterparel, vergt het nog nader onderzoek om de noodzaak en het type maatregel te bepalen die daarvoor kan zorgen. Dit onderzoek vindt plaats in het
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 56/68
kader van het waterhuishoudkundig plan, het besluit dat eerst genomen moet worden voordat het waterpeil opgehoogd kan worden. De EVZ is momenteel nog niet gerealiseerd. Uitgangspunt is echter dat deze autonoom wel wordt gerealiseerd. De EVZ ligt in de Groene Schakel. Deze zone is vrijgehouden van bebouwing (het ligt buiten het Vijfde Dorp) en bedoeld voor inrichting als groene/recreatieve zone. Daarom zal er geen aantasting optreden. Weidevogelgebieden In of rondom het plangebied zijn door de provincie Zuid-Holland geen gebieden aangewezen als ‘Beschermingscategorie 2 Belangrijk weidevogelgebied’. Er ontstaan daarom geen effecten op weidevogelgebieden. Conclusie Natuur vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.11 Ontplofbare Oorlogsresten Kader De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige OO (ontplofbare oorlogsresten) in de bodem kunnen activeren. Derhalve dienen, voorafgaand aan de werkzaamheden, de risico’s op het aantreffen van OO binnen het onderzoeksgebied in kaart te worden gebracht. Het vooronderzoek OO heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied explosieven aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor het plangebied van het Middengebied is een vooronderzoek naar de aanwezigheid van OO uitgevoerd (zie bijlage 8). Op basis van dit vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de aanwezigheid van OO in het plangebied. Dit vanwege gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor mogelijk de volgende conventionele explosieven in het gebied kunnen worden aangetroffen: • • •
Afwerpmunitie Raketmunitie Geschutmunitie
Conclusie Het aspect OO vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Binnen het plangebied vinden namelijk geen ontwikkelingen plaats waar grondroeringen mee gemoeid zijn. Mocht er bij toekomstige ontwikkelingen OO worden aangetroffen, dan worden deze voor uitvoering van de werkzaamheden verwijderd en/of onschadelijk gemaakt.
4.12 Bedrijven en milieuzonering Kader De toelaatbaarheid van (nieuwe) bedrijven en bedrijfsactiviteiten dient te worden getoetst aan de ruimtelijk relevante milieuaspecten waaronder geluid, geur, stof en gevaar. Uitgangspunt hierbij is de systematiek van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast wordt getoetst of kan worden voldaan aan de goede ruimtelijke ordening waarbij uitgangspunt is dat
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 57/68
sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat met het zoveel als mogelijk in stand houden van bestaande rechten van bedrijven. Deze afweging is breder dan alleen het toepassen van de VNG publicatie en betreft ook de afweging van mogelijke hinder van bijvoorbeeld licht, spuitzones en elektromagnetische velden. Betekenis voor het bestemmingsplan: Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan. Binnen dit bestemmingsplan worden naast de ecologische verbindingszone en enkele principeverzoeken geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de oude situatie. Deze nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot een overschrijding van de richtafstanden ten aanzien van milieuzonering. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor dit project.
4.13 Klimaatadaptatie en duurzaamheid Kader Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu. De temperaturen stijgen. Er is meer kans op bijvoorbeeld een extreme regenbui, op een hittegolf en op langere, droge periodes. Om hierop voorbereid te zijn, is het steeds belangrijker dat steden zich voorbereiden en zich aan passen aan het veranderende klimaat. Het Rijk heeft ambitieuze klimaatdoelen gesteld die via diverse convenanten en akkoorden (zowel met het bevoegd gezag, bedrijfsleven en marktpartijen) zijn geborgd. Betekenis voor het bestemmingsplan: Bij maatregelen ter aanpassing aan klimaatverandering die desondanks toch optreedt, is er sprake van adaptatie. Hierbij gaat men uit van de effecten van klimaatverandering (droogte, hitte, wateroverlast) en bereidt zich daarop voor. In deze paragraaf wordt ingegaan op het onderdeel klimaatadaptatie. Daarbij wordt ingegaan op risico’s op wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan, waarbij het uitgangspunt is om het totale bebouwd oppervlak in de Groene Schakel en in de Agrarische Zone te verminderen en het landschap te vergroenen. Dit gebeurt onder andere door een ecologische verbindingszone aan te leggen door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur’.
Door de afname van bebouwd oppervlak en het aanleggen van de ecologische verbindingszone kan het water beter infiltreren in de bodem, waardoor wateroverlast in het gebied afneemt. Overstromingen Het planvoornemen verandert niets aan de overstromingskans. Wel zorgt de aanleg van de ecologische verbindingszone en het verminderen van bebouwd oppervlak in het plangebied dat water makkelijker kan infiltreren in de bodem. Dit helpt om de mogelijke negatieve effecten bij overstromingen te reduceren. Hitte Het verminderen van het bebouwde oppervlak en het aanleggen van een ecologische verbindingszone draagt bij aan het verminderen van de stedelijke hitte-eilandeffecten. Groen en natuurlijke gebieden bieden schaduw, verdamping en verkoeling, waardoor de temperaturen in de omgeving worden
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 58/68
verlaagd en woon- en leefklimaat voor bewoners verbetert tijdens warme periodes. Droogte In het plangebied wordt een ecologische verbindingszone aangelegd door een landschap wat op dit moment grotendeels gebruikt wordt voor landbouw. Een door zware landbouwtractoren dichtgereden grond neemt tijdens regenbuien minder water op; de zogeheten infiltratiecapaciteit is dan verminderd. Natuurlijke vegetatie in een ecologische verbindingszone is beter in staat om goed water vast te houden dan land dat gebruikt wordt voor agrarische doeleinden. Daarmee kan de grondwaterstand langer op peil blijven, zelfs in tijden van verminderde neerslag.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 59/68
5. Juridische toelichting 5.1 Inleiding Om het conserverende deel van de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan wordt onder het huidige juridischplanologische regime van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht en vastgesteld. Toelichting, regels en verbeelding Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en planregels. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
5.2 Artikelsgewijze toelichting Bij dit plan is wel zoveel mogelijk aangesloten op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP) en is de verbeelding getekend conform Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO 2012). Daarmee kan het plan uitgewisseld worden volgens de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012). De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: • • • •
Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
5.2.1
Inleidende regels
In Artikel 1 ('Begrippen') is een omschrijving gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 60/68
interpretatieverschillen te voorkomen. Vervolgens is in Artikel 2 ('Wijze van meten') een omschrijving gegeven van de te gebruiken wijze van meten.
5.2.2
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat artikelen waarin regels zijn opgenomen betreffende de op de verbeelding voorkomende bestemmingen en de op de verbeelding aangegeven aanduidingen met betrekking tot de toegestane (hoofd)bebouwing en gebruik. De in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen worden hieronder achtereenvolgens toegelicht. Artikel 3 Agrarisch Dit artikel beschrijft de bestemming "Agrarisch" en de daaraan verbonden bouw- en gebruiksregels. De bestemming is bedoeld voor grondgebonden agrarische bedrijven, inclusief specifiek aangeduide bedrijfsactiviteiten zoals intensieve veehouderij, paardenhouderij, plattelandswoning en agrarische opslag. Tevens wordt één bedrijfswoning toegestaan binnen de aanduiding "bedrijfswoning". De toegestane bouwwerken en bouwhoogtes worden aangegeven, waarbij bedrijfsgebouwen en overkappingen moeten voldoen aan bepaalde criteria, zoals bouwvlakken en maximale afmetingen. Artikel 4 Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden Dit artikel beschrijft de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden" en de bijbehorende bouw- en gebruiksregels. De bestemming is bedoeld voor diverse agrarische bedrijfsactiviteiten en specifieke voorzieningen, zoals bedrijfswoningen, intensieve veehouderijen, paardenhouderijen, paardenrijbakken en agrarische opslag.
Tevens voorziet het artikel in duurzaam agrarisch gebruik en de mogelijkheid van glastuinbouw binnen de aangeduide zones. Het artikel heeft een specifieke focus op de instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, met daarin een wijzigingsregel met betrekking tot de aanleg van een ecologische verbindingszone. Deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen op de locatie van de EVZ zoals deze is aangegeven op de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland, maar ook op een zone 50 meter aan beide kanten van de EVZ en op de gronden in eigendom van de Grondbank in het zuidwesten van het plangebied. Op deze manier kan de definitieve locatie van de EVZ in een later stadium worden uitgewerkt. Artikel 5 Bedrijf Dit artikel specificeert welke bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan binnen de aangewezen zones, met focus op categorieën 1 en 2 volgens de bijgevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten. Bovendien kunnen vergelijkbare activiteiten, gebaseerd op aard en impact, ook worden uitgevoerd. Het artikel definieert bouwregels voor bedrijfsgebouwen en overkappingen, met hoogtelimieten en bebouwingspercentages die het ruimtelijke karakter beïnvloeden. Bedrijfswoningen worden gereguleerd met voorgeschreven afstanden, hoogtes en inhoudsbeperkingen.
Tevens voorziet dit artikel in bevoegdheden voor afwijkingen en wijzigingen, waarbij milieueffecten en technologische ontwikkelingen als leidraad dienen voor eventuele aanpassingen van de toegestane activiteiten en bouwvoorschriften binnen dit plan.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 61/68
Artikel 6 Gemengd Artikel 6 vervangt de vigerende bestemming ‘Lintzone’ en definieert de bestaande toegestane functies op deze gronden. Hieronder vallen bestaande bedrijfs- en burgerwoningen met hun bijbehorende bouwwerken, tuinen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, en andere voorzieningen. Tevens is er ruimte voor aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door hoofdbewoners, woon-werk combinaties, en bestaande bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 1 en 2. Daarnaast biedt dit artikel mogelijkheden voor bouwwerken, kunstwerken en voorzieningen die passen bij en ten dienste staan aan deze gemengde bestemming. Artikel 7 Horeca Artikel 7 van het Horeca-bestemmingsplan staat de exploitatie van een seksinrichting toe op specifiek aangewezen gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk om een bedrijfsmatige besloten ontmoetingsgelegenheid met horeca, categorie 3, inclusief een seksinrichting, te vestigen op de aangewezen locaties. Artikel 8 Natuur Dit artikel bepaalt de bestemming 'Natuur' en beschrijft de toegestane functies op deze gronden. Hieronder vallen de aanleg en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone met natuurwaarden, het behoud, de bescherming en het herstel van deze natuurwaarden, evenals (boom)beplanting, groenvoorzieningen, watergangen, waterpartijen met natuurvriendelijke oevers, fiets- en voetpaden.
Artikel 9 Tuin Dit artikel legt de bestemming 'Tuin' vast en beschrijft de toegestane functies op deze gronden. Hieronder vallen tuinen, toegangspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, en kunstwerken. Artikel 10 Verkeer De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn bestemd voor wegen, straten, paden, en andere verkeersvoorzieningen, inclusief bijbehorende faciliteiten zoals geluidwerende voorzieningen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, en kunstwerken. Artikel 11 Water De gronden met de bestemming 'Water' zijn bestemd voor watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen, waterpartijen, voorzieningen gericht op waterhuishouding, waterafvoer en waterberging, bermen, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik, en kunstwerken zoals bruggen. Artikel 12 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen (tot maximaal 70 m²), erf behorende bij een woning, dierenkliniek, kantoor en bedrijfsmatige activiteiten (categorie 1 en 2), woonschepenligplaats en de daarbij behorende tuinen, parkeervoorzieningen, wegen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, en kunstwerken. Artikel 13 Leiding – Gas
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 62/68
De gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zijn primair bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding ter plaatse van de aangeduide 'hartlijn leiding – gas', naast de bestemming(en) die daar voorkomen. Bij samenvallende bestemmingen geldt primair wat bepaald is met betrekking tot de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn alleen toepasbaar voor zover ze niet in strijd zijn met de regels van de dubbelbestemming en voor zover het verenigbaar is met het belang van de gasleiding, na overleg met de beheerder van de gasleiding. Artikel 14 Leiding – Water De gronden met de bestemming 'Leiding - Water' zijn primair bestemd voor een (ondergrondse) drink- en/of rivierwaterleiding, naast de bestemming(en) die daar voorkomen. Artikel 15 Waarde – Archeologie 3 De gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zijn naast hun hoofdbestemming ook bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden die mogelijk aanwezig zijn. Artikel 16 Waarde – Natuur De voor Waarde - Natuur aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden. In het bijzonder is deze bestemming bedoeld voor de aanleg van een Ecologische Verbindingszone.
5.2.3
Algemene regels
In hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardregels opgenomen, te weten de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Artikel 17 Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat een aanduiding voor de toepassing van de vrijwaringszone – weg. Binnen de aanduiding "vrijwaringszone - weg" zijn bouwwerken, stortplaatsen voor afvalstoffen, en bergingsgebieden niet toegestaan, tenzij anders bepaald. Artikel 18 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een anti-dubbeltelregel die van toepassing is op de beoordeling van latere bouwplannen binnen het bestemmingsplan. Gronden die al eerder zijn meegenomen in de beoordeling en toestemming hebben gekregen voor een bouwplan dat is uitgevoerd of nog kan worden uitgevoerd, worden niet opnieuw meegenomen bij de beoordeling van daaropvolgende bouwplannen. Met andere woorden, dezelfde gronden worden niet dubbel geteld bij de beoordeling van verschillende bouwplannen. Hiermee wordt voorkomen dat dezelfde bouwmogelijkheden op hetzelfde perceel herhaaldelijk worden meegerekend bij de toetsing van nieuwe bouwplannen. Artikel 19 Algemene bouwregels De regels beschrijven toegestane overschrijdingen van bouwonderdelen, afwijkende maten voor bestaande bouwwerken, parkeer- en laadvoorzieningen, en uitzonderingen voor parkeernormen.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 63/68
Artikel 20 Algemene gebruiksregels De regels geven aan welke vormen van gebruik strijdig zijn met de bestemmingen, zoals intensieve veehouderij en flitsbezorgdiensten. Artikel 21 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van bepaalde maten, afmetingen en hoogtes, mits dit geen onevenredige invloed heeft op het straatbeeld, verkeersveiligheid en aangrenzende gronden. Artikel 22 Algemene wijzigingsregels Dit artikel maakt een aantal afwijkingen mogelijk die bij meerdere bestemmingen toegepast kunnen worden.
5.2.4
Overgangs- en slotregel
Artikel 23 Overgangsrecht Overgangsregels zijn van toepassing op situaties (gebruik) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan van het nieuwe plan afwijken, dan wel op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden (bouwwerken). Met deze overgangsregels wordt duidelijk dat die afwijking toegestaan is, maar wel begrensd is tot de bestaande afwijking. Artikel 24 Slotregel In dit artikel is de benaming van het bestemmingsplan opgenomen.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 64/68
6. Economische uitvoerbaarheid 6.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat belanghebbenden worden geconfronteerd met de nadelige ruimtelijke gevolgen van een bestemming die niet uitvoerbaar is. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De raad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, er: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); 2. er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). De Grondexploitatiewet ofwel 'grex-wet' is erop gericht dat de overheid kosten kan verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een bouwplan. Indien er geen kosten gemaakt worden, hoeven deze ook niet verhaald te worden.
6.2 Consequenties plangebied Het bestemmingsplan maakt bij recht geen nieuwe bouwplannen mogelijk die aanleiding zouden geven tot het vaststellen van een exploitatieplan. Zoals in elk bestemmingsplan is het mogelijk om binnen bestaande bebouwingscontouren sloop-nieuwbouwplannen te ontwikkelen. In die gevallen, voor zover zij zich zullen voordoen, zijn er echter geen kosten voor de gemeente, waardoor kostenverhaal niet aan de orde is. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 65/68
7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie en vooroverleg Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Bro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van Provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omgevingsmanagement Bij de ontwikkeling van de plannen voor het Middengebied is de omgeving (bewoners, bedrijven en toekomstige gebruikers van het gebied) op verschillende momenten betrokken. De eerste plannen voor het Middengebied stammen uit 2004. De concrete invulling van het planvoornemen zoals dat nu in het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, start echter bij de ConceptOntwikkelvisie Zuidplaspolder, uit 2019. Dit document is in 2019 vrijgegeven, bedoeld voor verrijking en reacties en vormde het kader voor de verdere planvorming. Vanaf dat moment is een aantal stappen gezet om tot voorliggend bestemmingsplan te komen. Vervolgens is in 2019/2020 het Masterplan opgesteld waarbij afstemming heeft plaats gevonden met de omgeving. In het voorjaar van 2021 is het Masterplan vastgesteld door de Raad.
Dit Masterplan vormde de basis voor het Milieueffectrapport (MER) dat vervolgens is opgesteld. Mede op basis van dit MER is het Voorkeursalternatief opgesteld (2022/2023). Dit voorkeursalternatief is opgenomen in het bestemmingsplan (2023). Bij de totstandkoming van alle producten is de omgeving op verschillende manieren en op verschillende momenten in het proces betrokken. Figuur 7.1 geeft een overzicht van participatiemomenten gedurende de afgelopen jaren. In het figuur is te zien dat er op verschillende momenten informatieavonden en bijeenkomsten zijn georganiseerd. Naast dat deze momenten bedoeld waren om toe te lichten waar de gemeente op dat moment mee bezig was en wat er de komende periode stond te gebeuren, waren die bijeenkomsten ook nadrukkelijk bedoeld om reacties en informatie op te halen bij betrokkenen. Uiteraard is ook bij die bijeenkomsten gelegenheid geweest om te reageren en input te leveren. Naast alle participatiemomenten wordt gewerkt aan een informatiecentrum in het Middengebied. In het proces om te komen tot dit informatiecentrum zijn omwonenden nadrukkelijk betrokken, o.a. bij het beoordelen van de
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 66/68
aanbiedingen. Door het oprichten van een bewonersraad krijgen zowel huidige als toekomstige bewoners een stem bij de verdere ontwikkeling van het Middengebied. Naast de vele participatiemomenten wordt de omgeving geregeld geïnformeerd via website en nieuwsbrief, waarbij tevens gelegenheid is om te reageren.
Figuur 7.1 Overzicht participatiemomenten
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 67/68
7.2 Ontwerp Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 16 november 2023 tot en met 27 december 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze inzageperiode zijn 7 overlegreacties en 41 zienswijzen ingediend. In de als bijlage 9 bijgevoegde ‘Nota van Beantwoording Zienswijzen’ zijn de ingediende zienswijzen samengevat. Tevens is de reactie van de gemeente hierop opgenomen, alsmede of het leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Daarnaast is het MER voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage. Op 8 november 2023 is door de Commissie een toetsingsadvies gegeven over het MER dat is opgesteld voor de ontwikkeling van het Middengebied (zie ook https://www.commissiemer.nl/adviezen/3588). Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt vervolgens met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Sweco | Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 Datum 19-10-2023
Versie Vastgesteld 68/68