CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 A 2344 1 RES 1.0 Z21.001002

Gemeenteraad 8 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Raadsvoorstel RES 1.0 Midden Holland36.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

• • •

•

Het energieloket ondersteunt particulieren bij het verduurzamen van de woning door middel van zonnepanelen. LTO onderzoekt samen met de regio de potentie van zon op agrarische daken. Samen met de waterschappen ontwikkelt de regio projecten voor zon op het terrein van de afvalwaterzuiveringen van de waterschappen. De provincie heeft de (bestaande) subsidie Lokale initiatieven energietransitie en de regeling Zonnig Zuid-Holland. Samenwerking met energiecoöperaties en duurzaamheidsplatformen. Verplichten van zon op dak bij loodsen en hallen door gemeenten onder toekomstige bevoegdheden (in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)); Opstellen van een regionaal plan om zon op dak verder te stimuleren.

No regrets: doorwerken aan bestaande initiatieven Er zijn al veel projecten van inwoners, bedrijven en gemeenten om duurzame opwek te realiseren. Deze initiatieven worden de komende periode voortgezet. Het gaat hierbij met name om zon op: • •

• •

gemeentegebouwen; terrein afvalwaterzuiveringen van de waterschappen.

5.4.5. Samenwerking energiecoöperaties en duurzaamheidsplatformen voor zon op dak De samenwerkende energiecoöperaties en de samenwerkende duurzaamheidsplatformen in de regio Midden-Holland gaan gezamenlijk aan de slag om de bereidheid bij bedrijven tot aanleg van zonnepanelen op bedrijfsdaken te vergroten en versnellen (intentieverklaring december 2020). Bijvoorbeeld met gestandaardiseerde concepten voor zon-PV op grote daken, financiële ondersteuning (subsidie) en ontzorgen in het kader van milieuverplichtingen. Partijen stellen hiervoor eerste helft 2021 een plan van aanpak op. Daarbij moet worden bepaald hoe daartoe een gezamenlijk regionaal Servicepunt Zon op Bedrijven georganiseerd kan worden Dit servicepunt biedt ondersteuning aan bedrijven en energiecoöperaties bij het aanleggen van PVinstallaties op bedrijfsdaken, waaronder ook agrarische daken. 5.4.6. Lokale uitvoering Gemeenten en provincie dragen zorg voor de vertaling van de RES naar het omgevingsbeleid, het begeleiden van vergunningsprocessen, het stimuleren en faciliteren van inwoners en bedrijven om (grootschalig) energieprojecten te realiseren. Onderlinge afstemming tussen de overheden is hierbij meer dan noodzakelijk, alleen dan komt er snelheid en duidelijkheid van het proces.

Definitieve zoeklocaties voor de energieprojecten moeten zo snel mogelijk worden vastgelegd in het omgevingsbeleid van gemeenten, en zo nodig ook van provincie. Dat is nodig om formeel ruimte te maken voor de RES-projecten en om kaders en voorwaarden voor realisatie te verankeren. De gemeenten en provincie Zuid-Holland gaan aan de slag om de RES-doelen en zoekgebieden in hun omgevingsvisie te verwerken. Vervolgens vertalen gemeenten de ambities uit de omgevingsvisie, en dus

grote (bedrijfs)daken, veelal via de energiecoöperaties; schooldaken; Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

42

de daarin meegenomen RES-doelen in het omgevingsplan1. In het omgevingsplan vindt de juridische verankering plaats; alleen het omgevingsplan heeft een directe invloed op inwoners en ondernemers. Vergunningverlening vindt vervolgens plaats op basis van het omgevingsplan. 5.4.7. Iteratief proces tussen omgevingsbeleid en de RES Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is dat de verschillende instrumenten gevolgd, en wanneer nodig, geactualiseerd worden. Het aanpassen van de instrumenten is meestal een actie die tijd vraagt. Het te vaak aanpassen van de instrumenten kan daarom voor verwarring zorgen, terwijl het wel wenselijk is om alle actuele zaken erin op te nemen. De RES doorloopt in ieder geval tot 2025 een tweejarige cyclus (RES 1.0, 2.0 en 3.0 en verder). Het afstemmen van het RES-proces op het cyclisch proces van de Omgevingswetinstrumenten zorgt ervoor dat beide processen elkaar gaan versterken. De nieuwe inzichten uit de omgevingsvisies, knelpunten in de omgevingsplannen of vergunningsprocessen en duidelijkheid over de interesse van ontwikkelaars en energiecoöperaties helpen bij het opstellen van de RES 2.0. 5.4.8.

Bevoegd gezag en vergunningverlening energieprojecten Gemeenten en provincie zijn – afhankelijk van het opgestelde vermogen - bevoegd gezag voor zonne- en windprojecten en zorgen voor de afwikkeling van vergunningprocedures voor de RES-projecten, in een zorgvuldig participatieproces met omwonenden en belanghebbenden. Soms is ook een vergunning van het waterschap nodig, bijvoorbeeld bij een project in een beschermingszone van een dijk. Bij zoekgebieden die de gemeentegrens overschrijden, werken de gemeenten hierbij 1 Het omgevingsplan vervangt straks alle bestemmingsplannen en een aantal verordeningen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle gemeenten straks direct een tijdelijk omgevingsplan, dat door het Rijk wordt aangevuld met een set overgangsregels. Gemeenten kunnen dit omgevingsplan vervolgens verder aan gaan scherpen, waarbij ze uiterlijk in 2029 een compleet omgevingsplan moeten hebben.

intensief samen. Provincie, waterschappen en gemeenten spannen zich in om procedures voor vergunningverlening voor zonne-projecten uit de RES 1.0 voor 2025 af te ronden. Zodat de projecten voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Voor een aantal projecten langs rijksinfrastructuur is medewerking van het Rijk, en dan specifiek de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Rijkswaterstaat nodig. 5.4.9. Arbeidsmarkt De uitvoering van de RES vraagt zowel op de korte als de lange termijn gekwalificeerde vakmensen. Het is daarom, net als in de innovatieagenda, van belang de koppeling te maken met de arbeidsmarkt en het onderwijs. Een duidelijke link naar de bestuurlijke tafel Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt van de regio Midden-Holland is zichtbaar. Op dit moment zijn er diverse initiatieven gaande in de regio zoals Sterk Techniek Onderwijs, het centrum voor innovatief vakmanschap (CIV) Smart Technology en Masterplan Techniek Zuid Holland. Deze initiatieven beogen het opleidingsaanbod (MBO’s, Hogescholen) aan te laten sluiten bij de behoefte in de branche. Door het onderwijs in een zogeheten bedrijfslab (onderwijs bij een bedrijf, workshop of iets dergelijks) of in een Living Lab (onderwijs in een reële situatie) vorm te geven is altijd samenwerking met bedrijf en onderwijs nodig.

Dit zijn echter vooral projecten die betrekking hebben op de middellange termijn. De regiopartners markeren de arbeidsmarkt als aandachtspunt voor aanvullende maatregelen om de RES doelstellingen in de regio te behalen.

5.5. Uitvoering warmtetransitie 5.5.1. Doel en route Voor warmte geldt geen gekwantificeerde opgave van de jaarlijkse hoeveelheid duurzame warmte die de regio in 2030 moet produceren. Maar de opgave is duidelijk: in 2050 moeten huizen 43

en gebouwen goed geïsoleerd zijn en voorzien van duurzame energie. 5.5.2. Lokale uitvoering Daar waar aan de warmtevraag kan worden voldaan met lokale bronnen of gekozen wordt voor all-electric oplossingen, is de warmtetransitie een lokaal vraagstuk. Gemeenten leveren uiterlijk eind 2021 de TVW op. De TVW’s vormen de aanzet voor de doorvertaling naar de eerste (wijk) uitvoeringsplannen. Bij het tempo van de transitie en de keuze voor de startbuurten of -clusters zal de gemeente rekening moeten houden met de capaciteit van het elektriciteitsnet en hierover zelf in overleg moeten treden met de netbeheerder. De uitkomsten van de TVW’s leveren bovendien input voor de RSW. Bij het maken van keuzes binnen de TVW wordt rekening gehouden met de mogelijke ontwikkeling van een regionaal warmtenet. Met andere woorden: wijken die theoretisch gezien in aanmerking komen voor aansluiting op het regionale warmtenet zullen in de fasering naar achteren schuiven totdat meer bekend is over de ontwikkeling daarvan. Ook de in het hoofdstuk Warmte beschreven besparingsopgave wordt lokaal uitgevoerd en gestimuleerd. 5.5.3. Regionale samenwerking Daar waar warmteuitwisseling via een RSW kansrijk of wenselijk is, is regionale samenwerking tussen gemeenten nodig.

In Midden-Holland is realisatie en omvang van een RSW in grote mate afhankelijk van de vraag of (rest)warmte van buiten de regio kan worden gebruikt om het warmtetekort in de regio op te vangen. Daarom moet er eerst uitsluitsel zijn over de hoeveelheid warmte die geïmporteerd kan worden uit andere regio’s. Binnen de regio zijn verder de volgende activiteiten voorzien: •

Uitkomsten van het provinciale onderzoek naar warmte van buiten de regio (uitgevoerd door de Gasunie, beschikbaar

•

•

• •

•

•

na opstellen van RES 1.0) bestuderen en vergelijken met de beschreven scenario’s in RES 1.0. Warmtevraag voor warmte van buiten de regio voor scenario 1a en 1b nader uitwerken en vertalen naar benodigde vermogens en leidingdiameters. Voortzetten van en deelnemen aan overleg over (aansluiting op) een regio overstijgend warmtenet waarbij aangesloten wordt op restwarmte uit de regio Rotterdam. Impact op de netinfrastructuur per scenario kwalitatief laten bepalen door netbeheerder. Samen met Warmte Samenwerking Oostland (WSO), regio Rotterdam en de provincie Zuid-Holland in gesprek gaan over de reservering van warmte van buiten de regio voor MiddenHolland. Optioneel: het (laten) uitvoeren van een maatschappelijke kosten en baten-analyse voor de aansluiting van MiddenHolland (scenario 1a of 1b) op de restwarmte uit regio Rotterdam. Uitwisselen van kennis en eventueel het bundelen van uitvoeringscapaciteit tbv lokale warmtenetten.

5.5.4. Samenwerking met buurregio’s In het hoofdstuk Warmte zijn vier scenario’s beschreven waarbij duidelijk wordt dat een RSW in Midden-Holland niet één integrale structuur vormt, maar mogelijk zal bestaan uit verschillende transportleidingen die niet onderling met elkaar verbonden zijn. De eerste en meest logische verbinding (scenario 1b) vormt de transportleiding vanuit Bleiswijk die de B3-hoekleiding verbindt met de Zuidplaspolder, Zevenhuizen, Moerkapelle en Waddinxveen. Bij voldoende beschikbaarheid van warmte en een voldoende hoge vraag kan deze mogelijk doorgetrokken worden naar Gouda (scenario 1a). Daarnaast bestaan twee andere, losstaande tracés die respectievelijk Krimpenerwaard en Nieuwerkerk aan den IJssel verbinden met warmte uit de RoCaleiding in Capelle aan den IJssel (scenario 1a).

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

44

Die losstaande leidingtracés maken het niet op voorhand logisch dat de regiogemeenten gezamenlijk optrekken richting realisatie van de RSW. Wel zal de regio gezamenlijk moeten optrekken in het in beeld brengen van en aandacht vragen voor de totale vraag naar warmte van buiten de regio. Daartoe is het aan te raden om binnen en buiten de regio in gesprek te gaan over reservering van warmte voor Midden-Holland. Waddinxveen en Zuidplas trekken hiervoor al samen op met de gemeenten Lansingerland, PijnackerNootdorp en Zoetermeer en de glastuinbouwsector in de Warmte Samenwerking Oostland (WSO).

en ervaringen kunnen delen en mogelijk ook samen op kunnen trekken.

5.5.5. Afspraken rond regionale netten

De huidige opzet voor de organisatie van warmte wordt gecontinueerd. Deze ziet er als volgt uit:

In de tussentijd moet ook worden nagedacht over afspraken rond een RSW. Vanwege de gefragmenteerde structuur en samenhang met leidingdelen in twee andere RES-regio’s, is een rol voor de regio als geheel hierin niet op voorhand logisch. Per onderdeel van de RSW zal apart samenwerking moeten worden gezocht, zoals dat nu al gebeurt in WSO-verband. De vier scenario’s voor de verduurzaming van de warmtevraag in Midden-Holland (zie hoofdstuk 3 paragraaf 3) leiden elk tot een verschillende intensiteit van samenwerking. Over de inzet van warmte van buiten een gemeente en buiten de regio zullen duidelijke afspraken moeten worden gemaakt. 5.5.6. Afspraken rond lokale warmtenetten Wanneer alleen sprake is van lokale warmtenetten (scenario 2a) is er geen fysieke RSW. Wel kan worden samengewerkt op de uitwisseling van kennis en eventueel het bundelen van uitvoeringscapaciteit. Naar verwachting zullen gemeenten via de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening een sterkere positie krijgen in het organiseren van lokale warmtenetten door warmtekavels aan te wijzen en marktpartijen uit te nodigen. Het vormgeven van de afspraken bij warmtenetten met warmte van buiten de regio is een juridisch, bestuurlijk en economisch proces waarbij gemeenten, waterschappen en provincie kennis

In regionaal verband is het zinvol om afstemming te zoeken over beleidsmatige en bestuurlijke afspraken, eigendomsverhoudingen en het beheer van warmtenetten en de rolomschrijving van betrokken partners. De komende periode zal gebruikt worden om in de regio bestuurlijke en ambtelijke kennissessies te organiseren, om op dit gebied afspraken te kunnen maken. 5.5.7. Organisatie

• • •

Warmte overleg: gemeenten onder regie van ODMH met focus op TVW kennisuitwisseling. Werkgroep RES meerdere partners betrokken zoals bedrijven, Stedin, waterschappen en provincie. Warmte Samenwerking Oostland (WSO): een initiatief waarin de mogelijkheid voor een regio overstijgend gebiedsdekkend warmtenet voor glastuinbouw en een deel van de stedelijke omgeving wordt onderzocht. Het gebied behelst onder andere Waddinxveen en Zuidplas.

5.6. Uitvoering innovatieagenda Het uitvoeren van de in hoofdstuk 4 beschreven innovatieagenda kunnen de overheden niet alleen. Hiervoor is samenwerking nodig van de gehele RES-organisatie waaraan gemeenten, provincie, waterschappen en ook de netbeheerders, bedrijven, energiecoöperaties gezamenlijk hun bijdragen leveren. Bij elk van de genoemde innovaties kan het regionale bedrijfsleven een belangrijke bijdrage leveren. Ook de intentieverklaring van de maatschappelijke organisaties biedt hiervoor aanknopingspunten. De regionaal bestuurlijke overleggen ‘Economie, onderwijs en arbeidsmarkt’ in samenwerking met bestuurlijk overleg ‘duurzaamheid’ kunnen een faciliterende en stimulerende rol vervullen De innovatieagenda voor Midden-Holland zal verder Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

worden uitgewerkt en vormgegeven in de fase na de RES 1.0. Zo mogelijk wordt samengewerkt met andere regio’s, provincie, Rijk, NP RES, topsectoren, Groene Hart Werkt! en andere relevante (kennis)instellingen waarbij gebruik gemaakt wordt van beschikbare subsidies.

5.7. Uitvoering communicatie en participatie In aanloop naar de concept-RES is ingezet op indirecte participatie via volksvertegenwoordigers en maatschappelijke partners. In het communicatie en participatietraject voor de RES 1.0 zijn inwoners en ondernemers via directe participatie betrokken. Dergelijke participatiemomenten waren belangrijk om input te verzamelen, maar tegelijkertijd bleek -mede door de maatregelen in het kader van het COVID-19 virus- dat deze vormen van participatie een relatief kleine groep inwoners en ondernemers bereikte. Dit was vooral een doelgroep met verhoogde interesse in duurzaamheid. Na RES 1.0. stopt het gesprek niet. Voor de RES 2.0 wordt de reeds betrokken groep betrokken gehouden, maar moet ook een meer diverse doelgroep aangesproken en betrokken worden. Het participatietraject voor de RES 1.0 heeft ons leerpunten en wensen opgeleverd om dit richting de RES 2.0 te bereiken. 5.7.1. Bredere communicatie en bewustwording De participatie binnen de RES 1.0 was gekoppeld aan specifieke beslismomenten in het proces zoals de voorkeur voor zonne- of windenergie en bouwstenen voor locaties. Maar, om uiteindelijk meer draagvlak en acceptatie te krijgen voor de energietransitie zal de regio niet alleen met inwoners en ondernemers moeten communiceren over ‘hoe’ de regio uitvoering geeft aan de RES maar ook ‘waarom’ dit wordt gedaan.

Een bredere communicatiecampagne om bewustwording te creëren is daarom belangrijk. Het is ook van belang dat de regio en de afzonderlijke regiogemeenten steeds consequent dezelfde boodschap uitdragen. Transparant, maar vooral positief en vanuit 45

de kansen voor de samenleving. Hoewel er na het vaststellen van de concept-RES geprobeerd is om zoveel mogelijk inwoners en ondernemers te betrekken ontbrak het aan voldoende tijd en middelen om een goede langetermijn communicatiestrategie te ontwikkelen. Na vaststelling van de RES 1.0 is dit één van de speerpunten om op te pakken door de regiopartners. 5.7.2. Tijd voor communicatie en participatie Voor de communicatie en participatie die richting de RES 2.0 volgt zal een breder tijdspad en een duidelijke planning bijdragen aan een betere opkomst van een bredere doelgroep. Het is belangrijk dat de participatiemomenten voor de RES 2.0 een langere doorlooptijd hebben en er meerdere momenten zijn waarop inwoners en ondernemers kunnen inspreken. Daarnaast is het van belang dat de regio tijdig en met aandacht aan inwoners terugkoppelt wat er met de opgehaalde informatie is gebeurd, om de betrokkenheid die is gecreëerd ook te behouden. Tot slot biedt een ruimere planning de kans om de participatie momenten voor de RES beter af te stemmen op de lokale participatietrajecten voor onder andere de TVW. 5.7.3. Kaders voor participatie In de aanloop naar de RES 1.0 zijn er kaders voor de participatie vastgesteld. Er is gekozen voor een adviserende rol voor de inwoners.

Bij deze rol wordt het advies van de samenleving waar mogelijk ook meegenomen in het beleid waarbij het van groot belang is om terug te koppelen of en hoe dit is meegenomen en gewogen. Richting de RES 2.0 zullen de regiopartners de rol en de invloed van de inwoners en de participatiekaders opnieuw moeten bepalen; de rol en de invloed van inwoners wordt waarschijnlijk groter, naarmate we richting concrete zoeklocaties gaan. Daarnaast is goed om vooraf te bepalen hoe de verschillende belangen (bijvoorbeeld het belang van inwoners, stakeholders, maar ook het bestuurlijke belang) gewogen worden. 5.7.4. Meerdere doelgroepen aanspreken Voor de RES 2.0 wordt een grotere en diverse doelgroep

aangesproken. Een belangrijke doelgroep zijn de jongeren, de RES richt zich immers ook op hun toekomst. Een goed startpunt was de deelname vanuit JongRES aan de stuurgroep RES Midden-Holland. Om de jongere doelgroep tussen de 18 en 35 jaar verder te betrekken zullen aanvullende participatiemiddelen en communicatiekanalen benut worden, denk hierbij aan Swipocratie en acties via verenigingen, scholen en opleidingen. Daarnaast is het essentieel om beter in te zetten om inclusieve toegang zodat communicatie en inspraak ook mogelijk wordt voor mensen die een andere taal spreken, maar ook voor mensen die een audio/visuele beperking hebben. Daarom moeten communicatiematerialen van de RES altijd voldoen aan de digitale toegankelijkheidseisen. Voor het verbreden van de doelgroep worden ook de unusual suspects benaderd. Bijvoorbeeld door middel van straatgesprekken, ludieke acties, inzetten van lokale ambassadeurs of bijeenkomsten in de wijk. Door Covid-19 waren deze offline mogelijkheden er voor de RES 1.0 helaas niet. Richting de RES 2.0 zetten de regiopartners in op een goede balans tussen online en offline communicatie en participatie. Inwoners die nieuw aanhaken bij de RES moeten de kans krijgen om op het juiste kennisniveau te komen om deel te nemen.

Dat betekent dat er in de communicatie en participatie een goede mix moet zijn tussen laagdrempelige informatie en meer verdiepende middelen. 5.7.5. Communicatie en participatie: lokaal versus regionaal Wanneer de regio in de RES 2.0 naar concretere locaties voor wind en zon toe gaat werken, is de verwachting dat meer mensen betrokken raken, met een grotere diversiteit aan meningen. Daarnaast zorgt dit ervoor dat de gesprekken met inwoners en andere betrokkenen steeds meer lokaal gevoerd gaan worden. De rol van de gemeenten zal dus groter worden, naarmate de RES concreter wordt. En bovenstaande kansen kunnen alleen benut worden indien er bij de gemeenten voldoende communicatie- en participatie capaciteit en budget beschikbaar wordt gesteld. Het is verder van belang om na vaststellen van de RES 1.0 gezamenlijk Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

te evalueren en te bepalen welke rol de gemeenten in het traject gaan vervullen en welke rol de regio daarin het beste kan oppakken. Het gesprek hierover is reeds gestart en zal doorgaan na vaststelling van de RES 1.0. Het is daarbij de uitdaging om in de communicatie (boodschap) en participatie (betrokkenheid) steeds een goede samenhang te vinden tussen de regionale strategie en de lokale opgaven.

5.8. Uitvoering lokaal eigendom 5.8.1. Maximale inzet op draagvlak en participatie De energietransitie slaagt alleen als alle inwoners, bedrijven, instellingen, gemeenten en andere organisaties mee gaan doen. Participatie is van groot belang voor de acceptatie, ruimtelijke inpassing en daarmee de realisatie van hernieuwbare energieprojecten. Omwonenden, bedrijven, verenigingen worden betrokken bij alle fasen van de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Het streven is dat de lusten van duurzame opwek terecht komen bij diegenen die ook de lasten ervan ondervinden. Onze ambitie is 50% lokaal eigendom en medezeggenschap van de hernieuwbare energie-opwek in de regio.Uitgangspunt is dat iedereen in Midden Holland kan meedoen en delen in de opbrengsten, inclusief mensen met een kleine portemonnee (sociale participatie). Gemeenten kunnen de wens van lokaal eigendom van de lokale omgeving in projecten voor hernieuwbare energie stimuleren, maar niet juridisch afdwingen. Initiatiefnemers zijn primair verantwoordelijk voor een passende invulling van procesparticipatie bij de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Om 50% lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie te stimuleren, moeten overheden beleid ontwikkelen.

46

5.8.2. De gemeenten in Midden-Holland stellen een beleidskader ‘lokaal eigendom’ op Het lokaal beleidskader gaat initiatiefnemers van grootschalige duurzame energie-opwek verplichten om zich aantoonbaar in te spannen om omwonenden en stakeholders informeren, draagvlak te werven voor het initiatief en te komen tot goede afspraken over financiële participatie met de omgeving. Het lokaal beleidskader geeft daarbij richting aan de voorbereidingen van initiatiefnemers en de kaders waaraan voorstellen voor participatie en werkwijzen kunnen worden getoetst. De mate van financiële participatie (het resultaat van de inspanning) mag echter niet worden afgedwongen in ruil voor planologische medewerking. In bijlage 7 staat - ter inspiratie - een stappenplan voor participatie wat onderdeel uit kan gaan maken van dit 5.8.3. Verkennen ondersteuning bij het realiseren van lokaal eigendom Lokaal eigendom bij energieprojecten kan bijdragen aan een betere balans tussen lusten en lasten, draagvlak en betaalbaarheid van de energietransitie. Maar lokaal eigendom betekent ook (mee-) investeren, risico’s nemen en vraagt veel kennis en expertise van burgers. Daarbij ontbreekt het lokale initiatiefnemers of burgercollectieven vaak aan het benodigde kapitaal en/of kennis. Er zal enige professionaliteit nodig zijn, ook om een gelijkwaardige gesprekspartner voor initiatiefnemers te zijn.

Provincie en gemeenten gaan verkennen hoe ze burgers en lokale initiatieven kunnen ondersteunen bij het realiseren van lokaal eigendom, zowel wat betreft kennis als kapitaal. Daarbij kan worden gedacht aan een (revolverend) fonds voor het ontwikkelkapitaal, garantstellingen voor leningen of investeringsfondsen. In de uitwerking wordt besloten wat lokaal wordt gedaan en waarop de partners regionaal kunnen samenwerken. Een verdere toelichting op lokale en/of financiële participatie is te vinden in bijlage 7.

5.9. Organisatie regionaal proces 2021- 2023 (RES 2.0)

•

5.9.1. Programmaorganisatie RES Met het vaststellen van RES 1.0 breekt de volgende fase aan: de realisatiefase. De RES 1.0 is “slechts” het vertrekpunt voor een brede beweging naar gedeeld eigenaarschap voor de duurzame opwek van energie in de regio door bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ook de partners van de RES zelf. Dat gaat niet vanzelf en vraagt om continue begeleiding van het proces, zowel lokaal als regionaal. Voor het tot stand komen van de RES 1.0 is een regionale programmaorganisatie opgezet, met inzet en bijdragen vanuit overheden en maatschappelijke partners. Voor de RES 2.0 is voortzetting van deze netwerksamenwerking nodig. Begeleiding hiervan door een onafhankelijke procesbegeleider is wederom nodig en wenselijk. Waar nodig moeten aanpassingen worden gedaan aan de huidige programmaorganisatie, door bijvoorbeeld andere/nieuwe disciplines en/of organisaties toe te voegen. Zo zal in de volgende fase meer afstemming nodig zijn met omliggende RES-regio’s, het Groene Hart-regio en de Veiligheidsregio. In de realisatiefase en in de aanloop naar RES 2.0 zal voor de elektriciteitsopgave nog meer de nadruk komen te liggen op het ruimtelijke en planologische aspect van de RES, zal de nadruk gaan liggen op het starten van energieprojecten -met name zon op dak- en zal lokaal eigendom verder moeten worden uitgewerkt.

Op basis van de RES 1.0 zal in juni-juli 2021 door de procesbegeleider een nieuw “Programmaplan RES MiddenHolland 2021-2023” worden opgesteld waarin o.a. voorstellen worden gedaan voor: • •

afspraken rond onder andere besluitvorming, samenstelling stuurgroep, etc.; inrichting van de programma-organisatie zoals kerngroep en werkgroepen; Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

• • •

voor het vervolgproces benodigde capaciteit en expertise o.a. op gebied van omgevingsbeleid (ruimtelijk, landschappelijk, juridische inpassing in omgevingsplannen), energiebesparing, energieopwek, warmtetransitie, communicatie, participatie, onderzoek/innovatie; benodigde middelen voor onderzoek en eventuele inhuur; voortgangsbewaking; planning en vervolgstappen.

5.9.2. Financiën Het zwaartepunt van de uitvoering van de RES ligt bij de gemeenten. Het is daarom belangrijk dat deze over voldoende middelen, geld en bevoegdheden beschikken om aan de gezamenlijk overeengekomen doelstelling uitvoering te geven. De Raad voor het Openbaar Bestuur concludeert in haar advies (Van Parijs naar praktijk, januari 2021) dat deze uitvoeringslasten in 2024 voor de drie decentrale overheden in totaal neerkomen op 660 miljoen, waarvan het merendeel -600 miljoen- voor de gemeenten. In de gesprekken rond de kabinetsformatie tussen Rijk en decentrale overheden zal worden gesproken over de bevindingen uit het onderzoek en de gevolgen hiervan voor het ondervangen van de uitvoeringslasten. Ten tijde van schrijven van de RES 1.0 is hier helaas nog geen uitsluitsel over. 5.9.3. Afstemming regionale samenwerking Midden-Holland De uitvoering van de energietransitie kan niet los worden gezien van andere regionale opgaven zoals klimaatadaptatie, (circulaire) economie, bedrijventerreinen, mobiliteit, vitaal platteland en onderwijs & arbeidsmarkt. Vaak zijn er kansen om ‘werk met werk’ te maken, bijvoorbeeld de aanpak van verduurzaming op bedrijventerreinen in combinatie met duurzame opwek. Daarom zal bij in de uitvoering van de RES, waar mogelijk, de relatie met andere regionale opgaven worden gelegd.

En omgekeerd, bij andere ontwikkelingen zal ook gekeken worden in hoeverre deze mogelijkheden biedt voor duurzame opwek van elektriciteit, denk aan nieuwe wegen, bedrijventerreinen of woonwijken. 47

Bij de uitwerking en realisatie richting de RES 2.0 zal daarom samenwerking worden gezocht met de meest relevante, bestaande ambtelijke en bestuurlijke tafels van de regio MiddenHolland: • • • •

Duurzaamheid Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt Ruimte en wonen Verkeer en vervoer

De doelen en activiteiten vanuit de RES moeten goed worden verdeeld en afgestemd met die van de andere tafels in de regio. Waar nodig en zinvol kan samen worden opgetrokken in de energietransitie. Daar waar besluitvorming over (tussenstappen/ producten) van de RES aan de orde is tijdige afstemming met de regionale klankbordgroep raadsleden en griffiers nodig. Voortgangsbewaking en evaluatie Na het vaststellen van de RES 1.0 wordt bepaald op welke wijze de voortgang van de RES bewaakt zal worden; de criteria hiervoor worden vastgelegd in een regionaal dashboard en er worden afspraken gemaakt over de aard en de frequentie van het aanleveren van de benodigde gegevens. De voortgang zal besproken en geëvalueerd worden door de regionale programmaorganisatie en waar nodig wordt bijgestuurd. Een duidelijke link met het onderdeel Energiebesparing zal onderdeel zijn van het dashboard. Tijdlijn RES 2.0 en verder.. De RES 1.0 wordt 1 juli 2021 opgeleverd. Zoals eerder beschreven is dit na een zorgvuldig doorlopen traject juist een vertrekpunt voor de realisatie van de doelstellingen conform de activiteiten in dit plan. Onderstaande afbeelding geeft de doorkijk naar de RES 2.0 en verder. Maar eerst: het momentum behouden en de RES 1.0 een mooi vervolg geven.

RES op weg naar 2030 & 2050

2018

Start RES Regio’s starten en bereiden de RES voor. 30 Regio’s van de RES gevormd.

2019

Klimaatakkoord Definitief Klimaatakkoord getekend. De RES is één van de maatregelen uit het Klimaatakkoord.

Lokale ambities en initiatieven 2013 Energieakkoord Nederland 2015 Klimaatakkoord Parijs

2020 1 oktober 2020

1 juli 2021

2021

Concept RES Aanleveren van bestuurlijk vastgestelde concept-RES.

Tweede Kamer verkiezingen

Opleveren RES 1.0 per regio Stapsgewijs toewerken naar realisatie van RES. Dit verschilt per regio.

Gemeenteraadsverkiezingen

2022

3.0

2023

Provinciale staten verkiezingen & Waterschapsverkiezingen

1 juli 2025 RES 3.0 Tusssentijds ijkmoment.

1 juli 2023 Europese verkiezingen

RES 2.0 Tusssentijds ijkmoment.

2024

35TWh Duurzame 1 januari 2030 Energie In 2030 is de doelstelling van 35TWh duurzame energie op land gerealiseerd.

1 januari 2025

2025

Omgevingsvergunningen De omgevingsvergunningen voor zon- en windprojecten in 2030 zijn verleend.

2030

Intensivering dialoog met de samenleving Uitbreiding van het net Verankering in instrumenten omgevingswet

1 januari 2050

100% Hernieuwbare Energie We stoten geen CO2 meer uit.

2050

Figuur 5.2 - Tijdlijn naar 100% hernieuwbare energie in 2050

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

48

Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst

50

Bijlage 2: Participatie

52

Bijlage 3: Ruimtelijke analyse

67

Bijlage 4: Weging ruimtelijke kwaliteit en vertaling in testbeelden

102

Bijlage 5: Impactanalyse netbeheerders

121

Bijlage 6: Warmtebronnen

155

Bijlage 7: Realisatie

159

Bijlage 8: Opvolging aangenomen moties

161

Bijlage 9: Intentieverklaring maatschappelijke partners RES 1.0 Midden-Holland

163

Colofon165

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

49

Bijlage 1: Begrippenlijst Onderstaand overzicht is bedoeld als naslag voor veel gebruikte afkortingen en begrippen in de RES 1.0 Midden-Holland. Het beoogt niet om lezers een uitputtend overzicht van termen te bieden.

Afkorting of begrip Volledig uitgeschreven en/of uitleg

Afkorting of begrip Volledig uitgeschreven en/of uitleg

Aquathermie

Aquathermie is de verzamelnaam voor de winning, opslag en distributie van warmte en/of koude uit riool-, afval-, drink- en oppervlaktewater.

Klimaatakkoord

B3-hoekleiding

Warmteleiding van Capelle aan den IJssel naar Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk.

Het Klimaatakkoord is een pakket aan maatregelen en afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 ongeveer te halveren (vergeleken met 1990).

LTO

LTO Nederland is een ondernemersorganisatie voor Nederlandse boeren en tuinders.

BENG

Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

Bouwstenen

Verschillende typen locaties voor zon en wind.

MW

Megawatt = miljoen Watt. Watt is de eenheid van vermogen.

CO2

Koolstofdioxide, het voornaamste broeikasgas.

NNN

Denkrichting

Een richting waarin mogelijke oplossingen geschetst worden om in gezamenlijkheid van gedachten te wisselen over wenselijkheid en haalbaarheid.

Natuurnetwerk Nederland is sinds 2013 de naam van de ecologische hoofdstructuur van Nederland: een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland.

DPMH

Duurzaamheidsplatform Midden-Holland (samenwerkingsverband).

NOVI

Geothermie

Aardwarmte is lokale duurzame warmte uit de ondergrond voor de verwarming van huizen, kassen en industrie.

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

NP RES

Nationaal Programma Regionale Energie Strategie.

Groengas

Groen gas is de duurzame variant van aardgas en wordt gemaakt door biogas op te waarderen tot het dezelfde kwaliteit heeft als aardgas.

ODMH

Omgevingsdienst Midden-Holland.

OER

Opwekking van Energie op Rijksvastgoed. Programma vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Omgevingswet

De Omgevingswet is gericht op vereenvoudiging en samenvoeging van regels voor ruimtelijke ontwikkeling, zodat het bijvoorbeeld makkelijker wordt om bouwprojecten te starten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking.

POVI

Provinciale Omgevingsvisie.

I&W

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

50

Afkorting of begrip Volledig uitgeschreven en/of uitleg

Afkorting of begrip Volledig uitgeschreven en/of uitleg

PV

Photo Voltaic. Opwekking van elektriciteit door zonlicht (letterlijk: licht en stroom) .

TEO

Vorm van aquathermie waarbij warmte en koude uit oppervlaktewater wordt gewonnen.

RES M-H

Regionale Energie Strategie Midden-Holland.

Testbeeld

RoCa-leiding

Warmteleiding van de Rotterdam Capelle-Centrale van Uniper.

RRE

Regeling Reductie Energiegebruik

Verschillende mogelijkheden, varianten, toekomstbeelden om de ambitie van de opwek van hernieuwbare elektriciteit visueel weer te geven.

RSW

Regionale Structuur Warmte.

TJ

Terajoule;Joule is de internationale eenheid van energie.

RVO

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een agentschap van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat belast is met uitvoering van onder andere subsidieprogramma’s op het gebied van klimaat.

TVW

Transitie Visie Warmte - Elke gemeente moet eind 2021 een TVW opleveren, met daarin voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. De TVW geeft richting in de aanpak en bevat een wijk-voor-wijk stappenplan.

RWS

Rijkswaterstaat is het uitvoerende agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in Nederland.

TWh

Terawattuur; een eenheid van elektrische energie.

SDE++

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie is een ministeriële (subsidie)regeling om de productie van schone en duurzame energie te stimuleren of CO2verminderende technieken toe te laten passen.

WKO-installatie

TEA

Vorm van aquathermie waarbij warmte en koude (thermische energie) uit afvalwater wordt gewonnen.

Warmte Koude Opslag (WKO) is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen en/of te koelen. Bij de koudeopslag wordt winterkoude gebruikt voor koeling in de zomer. En warmte uit de zomer wordt opgeslagen voor verwarmen in de winter.

TED

Vorm van aquathermie waarbij warmte en koude uit drinkwater wordt gewonnen.

WSO

Warmte Samenwerking Oostland.

Zon en wind op land

Hiermee wordt bedoeld: Zonnepanelen in een veldopstelling en windturbines op land.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

51

Bijlage 2: Participatie

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

52

Bijlage 2: Participatie

1. Inleiding

Het opstellen van de RES 1.0 is een geschikt en belangrijk moment om ook inwoners en ondernemers uit de regio mee te nemen. De regio Midden-Holland heeft ervoor gekozen om tijdens het opstellen van de RES 1.0 inwoners en ondernemers om advies te vragen. Het resultaat van het participatieproces is daarmee een maatschappelijk advies aan de bestuurders en raden van de regio wat meegewogen wordt in de uiteindelijke besluitvorming.

1.1 Participatietraject

Draagvlak is één van de onderdelen van het afwegingskader voor de totstandkoming van RES 1.0. Dit betekent dat er een integrale afweging gemaakt moet worden tussen het doel van de regio, ruimtelijke samenhang, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak en energiesysteem efficiëntie. Het participatietraject is opgezet vanuit ‘meeweten’ en ‘meedenken’. ‘Meeweten’ door middel van de communicatie over de RES; ‘meedenken’ door middel van een adviserende rol tijdens het proces en het bouwen aan maatschappelijk draagvlak. Het doorlopen participatietraject richting de RES 1.0 is sterk verweven met het ruimtelijk onderzoek (zie hoofdstuk 2 en bijlage 3 en 4). De participatie bestaat uit twee lijnen. Enerzijds de communicatie, het informeren van inwoners over de impact en de mogelijkheden van de regionale energietransitie. Anderzijds de participatie, het voorleggen en toetsen van de te maken keuzes om tot zoekgebieden voor de RES 1.0 te komen. Door inwoners mee te nemen in de stappen is het mogelijk om geïnformeerd input te geven. De inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers hebben in drie stappen de mogelijkheid gekregen om mee te denken. Voorafgaand aan deze drie stappen heeft een peiling plaatsgevonden hoe belangrijk mensen duurzame energie vinden en of en hoe ze mee willen doen in het RES-proces.

In deze bijlage zijn de belangrijkste toetsmomenten en bijeenkomsten in het participatietraject beschreven. Per moment is beschreven wat het doel, de resultaten en de gevolgen voor het proces zijn.

1.2 Bereik

De website heeft tot eind februari 9613 unieke bezoekers gehad. De enquêtes zijn door 1200-1500 inwoners en ondernemers uit de regio ingevuld. De lokale kansentafels hadden samen een opkomst van ongeveer 200 deelnemers. Het regionale webinar had ongeveer net zo veel deelnemers. De eerste twee enquêtes tonen de volgende verdeling in leeftijdsgroepen. 5% van de deelnemers valt in de jongerendoelgroep van 15 tot 25 jaar, 30% in de groep tussen 25 en 45, 40% de groep tussen de 45-65 en 25% is 65 of ouder. Dit sluit aan bij de demografische opbouw van de regio waarin de doelgroep van 45 tot 65 jaar het best vertegenwoordigd is en daaropvolgend de groep tussen 25 en 45 jaar. Bijna alle deelnemers waren inwoner van de regio en slechts een klein deel ondernemer, boer of iets anders.

2. Peiling duurzame energie en participatie De eerste stap in het participatietraject bestond uit een peiling. In een digitale enquête is opgehaald hoe inwoners denken over duurzame energie en hoe belangrijk ze het vinden om zelf mee te praten over de keuzes die gemaakt moeten worden. Ook is inzicht verkregen via welke communicatiekanalen inwoners graag op de hoogte gehouden willen worden en op welke manier ze betrokken willen worden.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

53

Bijlage: uitkomsten participatie bewoners RES Midden-Holland 2. Peiling duurzame energie en participatie 2.2 Uitkomsten Uitkomsten enquête 1 PARTICIPATIE EN INFORMATIE Deze enquête is in totaal door 1304 deelnemers ingevuld.

De regio waar u woont moet een eigen Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. Wist u dat al?

Hoe belangrijk vindt u dat onze regio duurzame energie produceert?

7.9%

5.8% 31.1%

37.5%

17.7% 62.5% 37.5%

Heel belangrijk

Niet belangrijk

Belangrijk

Helemaal niet belangrijk

Neutraal

U als inwoner mag meedenken over de locaties voor windmolens en zonnepanelen. Hoe belangrijk vindt u dat?

Op welke manier wilt u zelf bijdragen aan het opwekken van duurzame energie?

Hoe wilt u het liefst op de hoogte blijven van de Regionale Energiestrategie (RES)?

U kunt ook meedoen aan initiatieven van anderen voor duurzame energie. Met welke van de onderstaande initiatieven wilt u zelf eventueel meedoen?

U kunt ook zelf aan de slag gaan met meer duurzame energie. Wat zou een belangrijke reden voor u zijn om dat te doen?

Hoe wilt u participeren over de energiestrategie van Midden-Holland? Geef dan aan op welke manier.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

54

Bijlage: uitkomsten participatie bewoners RES Midden-Holland 2. Peiling duurzame energie en participatie 2.1 Inleiding

2.1 Uitkomsten

Duurzaamheid Een groot deel van de respondenten (68%) vindt het belangrijk dat er duurzame energie wordt geproduceerd in de regio. Iets minder dan de helft van de respondenten (46,5%) wekt zelf al duurzame energie op. De belangrijkste redenen voor de respondenten om aan de slag te gaan met duurzame energie is vanwege een lagere energierekening (67,9%) en om te helpen bij het tegengaan van opwarming van de aarde (61,2%). Participatie In de enquête is ook gevraagd hoe respondenten graag betrokken willen worden en blijven bij de RES. Bijna alle respondenten (95%) wil op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rondom de RES. De voorkeur gaat uit naar een digitale nieuwsbrief. Ook de lokale kranten en de website van RES Midden-Holland zijn volgens de respondenten goede kanalen. Daarnaast is er interesse om mee te denken over de inhoud van de RES. Bijvoorbeeld door het invullen van enquêtes (65,7%) of door mee te praten tijdens onlinebijeenkomsten (24,4%).

2.2 Conclusies

De uitkomsten van de enquête laten een betrokkenheid van een aanzienlijk deel van de deelnemers bij duurzame energie zien. Een groot deel van de respondenten was al bekend met de RES. Met de peiling is dus vooral een reeds geïnteresseerde doelgroep bereikt die graag op de hoogte gehouden wil worden. De voorkeur voor het invullen van enquêtes sluit aan op de gekozen methode voor participatie. Terugkoppeling van de resultaten heeft plaatsgevonden via de website.

3. Ophalen en verdiepen van de bouwstenen Enquête opwekking duurzame energie Parallel aan de enquête over duurzame energie in het algemeen is een tweede enquête uitgezet. Deze enquête ging specifiek over het voorleggen en toetsen van verschillen bouwstenen. Het doel van deze stap was om inzicht te krijgen in welke voorkeur inwoners hebben voor typen locaties voor zon en wind en wat daarin volgens hen prioriteit heeft. De enquête stond 6 weken online. 1204

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

55

deelnemers vulden vragen in over de locaties voor windenergie en zonne-energie, en over efficiënte energiesystemen en kosten. Verdieping tijdens de kansentafels In de vijf gemeenten zijn in december 2020 kansentafels georganiseerd. Het doel van de kansentafels was om kwantitatief op te halen. De vragen die werden voorgelegd kwamen overeen met die van de enquête maar hierbij werd om een onderbouwing gevraagd, konden deelnemers met elkaar in gesprek en mochten ze gezamenlijk een prioritering aangeven. De deelnemers werden aan de hand van een presentatie van de ruimtelijke analyse en de mogelijke bouwstenen met voorbeelden meegenomen in de opgave. Tijdens de online sessie zijn de verschillende bouwstenen voorgelegd. In verschillende deelsessies gaven deelnemers locaties op kaart aan die zij geschikt vinden, waar rekening mee gehouden moest worden en wat prioriteit kreeg. In totaal hebben ongeveer 200 inwoners meegedaan.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

56

Bijlage: uitkomsten participatie bewoners RES Midden-Holland 3. Ophalen en verdiepen van de bouwstenen 3.2 Uitkomsten

Uitkomsten enquête 2: OPWEKKEN VAN DUURZAME ENERGIE, LOCATIES EN SYSTEEM EFFICIËNTIE Deze enquête is in totaal door 1204 deelnemers ingevuld.

Langs grootschalige infrastructuur (zoals snelweg en spoor) is ruimte voor grote windturbines.

Ik heb liever één groot windpark in de regio dan losse windturbines verspreid door het hele gebied.

Ik vind een middelgrote windturbine (van 40 à 60 meter) passen bij de dorpen en in de randen van de stad.

Ik vind dat energieproductie (bijvoorbeeld een kleine windturbine of een zonneveld op het erf ) past bij de bedrijfsvoering 11.4% van een agrariër.

5.8%

19.2%

15.6%

18.3%

21.8%

34.8%

25.6%

11.0% 19.5%

14.9%

15.9%

24.3%

22.6%

39.3%

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Neutraal

Neutraal

Neutraal

Zonne-energie bij infrastructuur (langs wegen, bij afritten, knooppunten en op geluidsschermen) vind ik een goed

In onze regio hebben grote gebieden last van bodemdaling. Het gebied is dan niet meer bruikbaar voor traditionele landbouw, maar

idee.

wel geschikt voor zonnevelden. 19.2%

9.3%

We zetten zonnevelden neer op landbouwgrond. Op al die plekken combineren we energie opwekken met landbouw.

Neutraal

We zetten zonnevelden neer en combineren dat met het ontwikkelen van nieuwe natuur- en recreatiegebieden.

11.4%

11.4%

19.2%

5.9% 9.4%

41.2%

25.6% 25.6%

19.5% 19.5% 24.3%

34.2%

24.3%

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Neutraal

In veel dorpen en steden zijn gebieden waar nu niets mee gebeurt. In de tussentijd, tot hier iets ontwikkelt wordt plaatsen we hier zonnevelden.

Neutraal

We plaatsen zonnevelden en windturbines bij elkaar in de buurt en sluiten ze samen aan op het elektriciteitsnet. Hierdoor zijn in totaal minder windturbines en zonnevelden nodig.

Neutraal

We plaatsen zonnepanelen of windturbines in de buurt van een transformatorstation. Zo hebben we minder stroomkabels nodig. De aanleg is daardoor goedkoper.

Neutraal

We plaatsen de zonnevelden en windturbines in de buurt van onderstations, zodat de kabel kort zijn en de kosten lager. 19.2%

19.2%

11.4%

6.6% 8.5%

25.6%

19.5%

19.5%

24.3%

24.3%

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Neutraal

Omdat het goedkoper is plaatsen we zonnevelden en windturbines dichtbij elkaar in grote windparken.

Neutraal

Neutraal

Neutraal

Bij het zoeken van geschikte locaties voor windturbines en zonnepanelen houden we rekening met verschillende onderwerpen. Wat vindt u belangrijk? Prioriteit 1 19.2%

15.0%

Prioriteit 2 Prioriteit 3

20.9% 19.5%

15.2%

18.9%

30.1%

Helemaal mee eens

Niet mee eens

Mee eens

Helemaal niet mee eens

Neutraal

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

57

Bijlage: uitkomsten participatie bewoners RES Midden-Holland 3. Ophalen en verdiepen van de bouwstenen 3.1 Inleiding

3.1 Uitkomsten

Kwaliteit van het landschap Bij het zoeken naar geschikte locaties voor windturbines en zonnepanelen vinden de respondenten het belangrijkste dat de kwaliteit van het landschap zoveel mogelijk behouden blijft en dat er zoveel mogelijk energie wordt opgewekt.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

58

Beperk windturbines De algemene lijn in de enquête en de kansentafels was dat inwoners liever zonnepanelen dan windturbines zien. Vanwege de landschappelijke kwaliteiten van het Groene Hart is er niet veel plaats voor extra windturbines. De bouw van grote windturbines moet beperkt worden tot het hoogstnoodzakelijke. De beste plek om grote windturbines te plaatsen is volgens de respondenten (61,9%) langs grootschalige infrastructuur, zoals snelweg en spoor of bij bedrijventerreinen. Middelgrote windturbines van 40 tot 60 meter horen in elk geval niet te staan bij dorpen en in de randen van de stad, blijkt uit de enquête. De respondenten denken verschillend over het bouwen van een windpark of losse windturbines.Door een aantal deelnemers werd aangegeven dat wind in de regio helemaal niet wenselijk is. Zon op grote daken Veel inwoners hebben naar aanleiding van de enquête aangegeven de bouwsteen zon op grote daken te missen. Tijdens de kansentafels is deze bouwsteen ook veelvuldig benoemt, met name in relatie tot bedrijfsdaken. Daarover was consensus. De meeste respondenten (75%) van de enquête vinden het een goed idee als zonnevelden langs wegen en bij afritten, knooppunten en op geluidsschermen worden geplaatst. Dit komt overeen met de uitkomsten van de kansentafels.

Tijdelijke zonnevelden zouden kunnen komen op plekken die in de toekomst een nieuwe invulling krijgen als bedrijventerrein of woningen (51%). De meningen zijn verdeeld over het plaatsen van zonnevelden op landbouwgrond met een opgave en het combineren van zonnevelden met het ontwikkelen van nieuwe natuur- en recreatiegebieden. Over het plaatsen van zonnepanelen op andere locaties zoals in dorpsranden en op agrarische bouwvlakken lopen de meningen uiteen. De verdeling voor- en tegenstanders is voor locaties gelijk. Tegenstanders vinden het Groene Hart te kwetsbaar voor energieprojecten. Efficiëntie Ongeveer de helft van de respondenten lijkt het slim om zonnevelden en windturbines bij elkaar te plaatsen, omdat ze dan samen aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd is ook de helft van de respondenten het niet eens met het plaatsen van grote parken met windturbines en zonnevelden ook als dat efficiënter is. Aanvullend dient in het vervolgproces volgens deelnemers aandacht besteedt te worden aan alternatieven methodes om energie op te wekken en opslag zoals kernenergie, energieopwekking uit asfalt, zonnepanelen op gevels en waterstof. Lokaal eigenaarschap Zowel uit de enquête alsen de kansentafels blijkt dat lokaal eigenaarschap belangrijk is. “De overlast-beleving is een stuk minder als je mede-eigenaar bent”, denkt een deelnemer.

3.2 Conclusies

‘De kwaliteit van het landschap behouden’ en ‘zoveel mogelijk energie opwekken’ zijn door de respondenten het vaakst gekozen als belangrijkste onderwerp bij het zoeken van geschikte locaties voor windturbines en zonnevelden. Wat betreft de locaties is vooral consensus over inzetten op zon op grote daken en beperkt windturbines. In het uitwerken van de testbeelden zijn deze en overige uitkomsten meegenomen. Vanuit het oogpunt van efficiëntie is het wenselijk een mix van zon en wind opwek te realiseren. Door de respondenten is aangegeven ook netwerkefficiëntie belangrijk te vinden. In de testbeelden is wind daarom wel meegenomen op locaties die als voorkeuren zijn opgehaald. Over een aantal bouwstenen is op basis van deze ronde participatie nog geen eenduidig beeld ontstaan zoals zonnepanelen en kleine windturbines bij agrarische bedrijven, zon in de dorpsranden

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

59

en zon op landbouwgebieden met een opgave. Deze zijn ook met de testbeelden nogmaals aan de regio voorgelegd.

4. Toetsen testbeelden De laatste stap van het participatietraject voor de RES 1.0 is het voorleggen en laten toetsen van de testbeelden. Bij het opstellen van de testbeelden is de inbreng uit de eerdere participatie vertaald naar mogelijke oplossingen en zoekgebieden in de regio. De testbeelden zijn voorgelegd om te bekijken of de eerdere inbreng goed geïnterpreteerd is en welke onderdelen van testbeelden en bijbehorende zoekgebieden op het meeste RES draagvlak kunnen rekenen. Daarnaast zijn nog een Bijlage: uitkomsten participatie bewoners Midden-Holland aantal vragenscenario’s en dilemma’s naar aanleiding van de eerdere participatie opnieuw voorgelegd aan 4. Toetsen inwoners. 4.1 Inleiding

De enquête stond twee weken online en is in totaal door 1463 inwoners ingevuld.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

60

Bijlage: uitkomsten participatie bewoners RES Midden-Holland 4. Toetsen scenario’s De enquête laat het volgende beeld zien: 4.2 Uitkomsten Uitkomsten enquête 3 SCENARIO’S / TESTBEELDEN Deze enquête is in totaal door 1463 deelnemers ingevuld.

Zon op bedrijfsdaken

Zon op waterbassins bij kassen

Windmolens met ashoogte van 110 meter

3.6%

1.1%

1.5%

0.7%

1%

11%

23% 47%

51%

49%

37%

74%

Ja, windmolens met een ashoogte 110 meter

Helemaal mee eens

Mee oneens

Helemaal mee eens

Mee oneens

Nee windmolens zijn niet geschikt op deze plekken

Mee eens

Ik vindt dat er geen zonne-energie

Mee eens

Ik vindt dat er geen zonne-energie moet komen op bedrijfsdaken

Neutraal

moet komen op waterbassins

Zonnepanelen kunnen langs:

Windmolens kunnen langs:

Op geluidsschermen

Als stroken ter hoogte van bedrijventerreinen

Als stroken ter hoogte van open gebied

Als groep bij knooppunt

Geen zonnepanelen

A12

85.7%

67.2%

20.2%

44.9%

5.9%

30.8%

A20

85.6%

66.6%

20.2%

45.5%

5.6%

38.9%

N11

82.7%

63.2%

19.3%

40.7%

8.1%

Langs de weg ter hoogte van bedrijventerreinen

Langs de weg ter hoogte van open gebied

Als groep bij knooppunt

Geen windmolens

A12

57.4%

17%

33.7%

34.2%

A20

58.7%

17%

35.4%

N11

50.7%

16.4%

28.3%

N210

Kleine windmolens op het land van boeren

Kleine zonnevelden op het land van boeren

16.6%

25.2%

Neutraal

23.9%

14.3%

41.7% wil geen zonnepanelen bij de N210

Kleine zonnevelden in dorpsranden altijd combineren met natuur en recreatie

16.9%

22.8%

22.3%

20.3%

20%

Kleine zonnevelden in stads- en dorpsranden

15.4%

26.1%

42% is het eens met zonnepark in een lange lijn langs de weg bij de N210

21.4%

28.3%

24.9% 20.8%

15.8%

22.1%

12.4% 15.9%

14.6%

Helemaal mee eens

Mee oneens

Helemaal mee eens

Mee oneens

Helemaal mee eens

Mee oneens

Helemaal mee eens

Mee oneens

Mee eens

Ik vind dat er helemaal geen winmolens mogen komen op land van boeren

Mee eens

Ik vind dat er helemaal geen zonne-energie mag komen op land van boeren

Mee eens

Ik vind dat er helemaal geen zonne-energie mag komen in dorpsranden

Mee eens

Ik vind dat er helemaal geen zonne-energie mag komen in dorpsranden

Neutraal

Ik vind dit gebied geschikt voor zonne-energie in combinatie met aangepaste landbouw Het percentage dat het eens is met de stelling staat per gebied op de kaart. 40% vindt geen enkel gebied hier geschikt voor.

Neutraal

Ik vind dit gebied geschikt voor zonne-energie in combinatie natuur en recreatie.

34%

39% 38%

34%

38%

33% 39%

Neutraal

Neutraal

33%

34% 32%

31%

Het percentage dat het eens is met de stelling staat per gebied op de kaart.

32%

48% vindt geen enkel gebied hier geschikt voor.

30% 33%

Op 11 februari 2021 organiseerde de regio parallel aan de enquête een webinar voor de inwoners en ondernemers. Het doel van het webinar was om meer uitleg te geven over de testbeelden, de enquête en over het programma van de RES zelf. Daarnaast zijn er lezingen geven door Stedin, het Duurzaamheidsplatform van het bedrijfsleven in Midden-Holland en de Natuur- en Milieufederatie om vanuit verschillende invalshoeken een beter zicht op de inhoud van de testbeelden te krijgen.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

61

Via whatsapp was er de mogelijkheid om vragen te stellen. Tijdens het webinar zijn veel vragen gesteld door de deelnemers over de RES in het algemeen, de testbeelden en ook alternatieve vormen van energie. Hieruit bleek een sterke betrokkenheid onder de deelnemers bij het onderwerp. Deze vragen zijn met bijbehorende antwoorden opgenomen op de website. Aan het webinar namen 200 mensen deel. Het publiek bestond voor het grootste deel uit inwoners, een klein aantal ondernemers en maatschappelijk organisaties. Overige deelnemers waren bestuurders, raadsleden of journalisten.

4.1 Uitkomsten peiling inwoners

In losse vragenblokken werden de deelnemers gevraagd te reageren op onderdelen van de testbeelden. Tijdens de participatie kregen de testbeelden de naam testbeelden om aan te geven dat het geen definitieve uitwerkingen zijn maar mogelijke richtingen die gekozen kunnen worden. Ieder testbeeld werd eerst toegelicht met tekst en een (kaart)beeld. Hieronder worden de uitkomsten van de enquête per testbeeld beschreven. Bij testbeeld 1 ‘Energieke bedrijventerreinen’ reageerde een meerderheid positief op windturbines (ashoogte 110m) bij bedrijventerreinen en zonnepanelen op bedrijfsdaken en waterbassins bij kassen. 84% van de deelnemers was het eens met zonnepanelen op waterbassins en 97% met zonnepanelen op bedrijfsdaken. ‘Omdat het opwekken van energie in feite een bedrijfsmatige activiteit is, vind ik het ook het meest thuishoren op bedrijventerrein.’ Met het idee om windturbines bij bedrijventerreinen te plaatsen was een kleine meerderheid van 51% het eens. Veel deelnemers gaven aan dat ze de ashoogte van 110 meter te hoog vinden en/of dat ze windturbines op de aangegeven plekken niet gewenst vinden omdat ze dicht bij woonwijken liggen. Deelnemers vinden het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met het uitzicht, veiligheid, de slagschaduw en geluidsoverlast voor bedrijven en woningen.

Bij testbeeld 2 ‘Energiewegen’ reageerde een ruime meerderheid positief op zonnepanelen langs de A12, A20 en N11 ter hoogte van bedrijventerreinen en op geluidsschermen. Met windturbines langs de weg ter hoogte van bedrijventerreinen is een kleine meerderheid van ongeveer 53% het eens. Voor alle andere locaties bij de A12, A20 en N11 werd zowel voor wind als zon geen positieve meerderheid behaald. Met zonnepanelen langs de N210 gaf 42% van de deelnemers aan het eens te zijn en 42% het niet eens te zijn. ‘De N210 gaat door een prachtig polderland. Hier zonnepanelen

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

62

aanbrengen is aantasting van het gebied.’ Ongeveer 34% wil helemaal geen windturbines bij de wegen, voor zonnepanelen is dat minder dan 10%. Veel deelnemers hebben aangegeven dat ze de veiligheid bij wegen en het uitzicht op open landschap belangrijk vinden. De meningen over testbeeld 3 ‘Energieke boeren en burgers’ waren erg verdeeld. Zowel voor zon en wind op het land van boeren als voor zonnevelden in de stad- en dorpsrand stemde ongeveer 40% van de deelnemers voor en 40% tegen. ‘Combinatie burgerinitiatieven met boeren en van ook nog eens creëren van natuur aan de randen van de gebouwde omgeving zou prachtig zijn.’ Sommige deelnemers waardeerden het dat de zonne- en windenergie in dit testbeeld gelijkmatig verdeeld wordt over de regio. Andere deelnemers gaven aan bang te zijn voor een rommelig landschap, de stadsranden liever voor woningen te benutten en/of het er niet effectief uit te vinden zien. Bij testbeeld 4 ‘Energieparken’ werd voor geen enkele locatie voor zonne-energie een meerderheid aan positieve stemmen behaald. Voor ieder gebied gaf 30 tot 40% aan het eens te zijn met zonnepanelen gecombineerd met aangepaste landbouw en/of natuur en recreatie. 40% gaf aan het niet eens te zijn met zonnepanelen gecombineerd met natuur en recreatie. 48% gaf aan het niet eens te zijn met zonnepanelen gecombineerd met natuur en recreatie.

'Ik geniet erg van het landschap in mijn omgeving. Als daar zonnevelden/-parken in liggen heb ik niet meer het gevoel in het landschap te zijn.’ Aanvullend op de enquête konden deelnemers hun voorkeur uitspreken over de testbeelden via de Mentimeter tijdens het webinar. Daaruit kwam naar voren dat de deelnemers het meest enthousiast zijn over het testbeeld 'Energiewegen' waar duurzame energie gekoppeld wordt aan snelwegen en provinciale wegen (36%). Het testbeeld "Energieke bedrijventerreinen (31%) en “Energieke boeren en burgers’ (24%) volgden op plek 2 en 3. Over het testbeeld “Energieparken’ (9%) waren de deelnemers het minst enthousiast. In de open vragen hebben deelnemers aangedragen waar ze zorgen over hebben voor het vervolg: • Zicht op hoge windturbines (110 meter en hoger); • Gevaarlijke situaties door windturbines dicht bij woningen;. • Overlast slagschaduw en geluid van windturbines ; • Zicht op zonnepanelen ; • Verrommeling en verminderde kwaliteit landschap ; • Verlies en impact op biodiversiteit en leefgebieden van dieren; • Afleiding en gevaarlijke situaties bij wegen; • Verlies of aantasten van waardevolle open-, landbouw-, natuur- en recreatiegebieden;. • Het gebruik van recyclebare materialen in windturbines en zonnepanelen;. • Concurrentie ruimtegebruik tussen zonnevelden, woningbouwlocaties en landbouwgrond;.

• Het gebruiken van grond terwijl daken nog niet optimaal worden benut.; • De uitstraling van zonneparken met hekken. Op basis van de enquête en webinar wordt geconcludeerd dat : ● ● ● ●

een meerderheid van de deelnemers voorkeur heeft voor specifieke onderdelen van de testbeelden ‘Energieke bedrijventerreinen’ en ‘Energiewegen’. Het maatschappelijk advies is om eerst op deze testbeelden en specifieke onderdelen in te zetten Veel deelnemers hebben aangegeven dat ze liever de bedrijventerreinen en wegen benut zien worden voor energieopwekking in plaats van landbouw-, natuur- en recreatiegebieden. Deelnemers zijn voorzichtig wat betreft windenergie en geven in alle testbeelden een voorkeur aan voor zonne-energie.

Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland

63

● ●

●

Wanneer windturbines ingezet worden zal extra aandacht aan het draagvlak en de zorgen van inwoners moeten worden besteed. Voor de testbeelden ‘Energieke boeren en burgers’ en ‘Energieparken’ en onderdelen uit deze testbeelden geldt dat het lastig zal zijn om een meerderheid achter toekomstige plannen te laten staan. Wanneer onderdelen van deze testbeelden ingezet worden is extra aandacht voor het draagvlak nodig omdat dat er op dit moment niet voldoende lijkt te zijn. Onder de deelnemers van de enquête is wel draagvlak om lokale initiatieven te ondersteunen, mits deze effectief zijn, gecontroleerd worden en met oog voor de kwaliteit van de omgeving ingepast worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10134121/1