GEWIJZIGD Bijlage 2 - Ontwikkelvisie Entree
Tekst van het document
Oost-west doorsnede: de dwarsstraten verbinden de lagere buitenstraten met de hoger gelegen stadsstraat 58
ONTWIKKELVISIE ENTREE
5.2 VOETGANGERS Doel Het doel is een goed en veilig netwerk van verbindingen te creëren tussen de verschillende wijken (zoals Meerzicht en Driemanspolder) en beide zijden van Entree door het opheffen van de barrièrewerking die de Afrikaweg nu heeft. Dit draagt bij aan de sociale en stedenbouwkundige cohesie van de omgeving. Essentie Het voetgangersnetwerk is gebaseerd op een fijnmazig stelsel van paden en trottoirs, met brede trottoirs langs de Afrikaweg en gelijkvloerse voetgangersoversteekplaatsen. Het netwerk zorgt voor veilige en comfortabele verbindingen voor voetgangers. Principes • Het ontwerp van de voetgangersroutes is gericht op zowel mobiliteit als verblijf, met brede trottoirs en ruimte voor zitgelegenheid, terrassen, speelplekken, groen en andere openbare voorzieningen. • De routes worden ontworpen om hinder tussen voetgangers en andere functies te beperken. • Er wordt bijzondere aandacht besteed aan toegankelijkheid voor mensen met beperkte mobiliteit, zoals het integreren van hellingbanen voor rolstoelen en kinderwagens bij hoogteverschillen. • Er komt ook ‘doorwaadbaarheid’ binnen bouwblokken, waar voetgangersroutes door privéterrein goed aansluiten op de bestaande voetgangersverbindingen in Meerzicht en Driemanspolder. • Oversteekplaatsen over de Afrikaweg worden behandeld als bijzondere ontwerpopgaven.
5.3 FIETS Doel Het doel is het verbeteren van de bereikbaarheid van Entree, Meerzicht en Driemanspolder via veilige en efficiënte fietsroutes. De ontwikkeling van het netwerk ondersteunt de keuze voor de fiets als duurzaam vervoermiddel en helpt het autogebruik te verminderen. Essentie Het fietsnetwerk wordt geoptimaliseerd, zowel voor doorgaand fietsverkeer als fietsverkeer naar en van bestemmingen in Entree. Fietspaden worden breed en vrijliggend aangelegd, met stallingsmogelijkheden in de openbare ruimte voor bezoekers die voetgangers niet hinderen. Bewoners kunnen inpandig hun fiets veilig parkeren. Principes • Vrijliggende fietspaden in de noord-zuidrichting en deels in oost-westrichting, die belangrijke verbindingen tussen woonwijken, station en centrum mogelijk maken. • Specifieke faciliteiten voor elektrische fietsen, zoals bredere fietspaden in de openbare ruimte en oplaadpunten bij stallingsplekken in de bouwblokken. • Fietsparkeren wordt op diverse plekken in de openbare ruimte en binnen de gebouwen goed ingepast. • Fietsenstallingen worden ontworpen om de openbare ruimte te structureren en de toegankelijkheid voor fietsers te verbeteren. • Er wordt gestreefd naar het aanbieden van fietsgerelateerde voorzieningen zoals bewaakte fietsenstalling, werkplaatsen voor onderhoud en fietsenwinkels.
59
Themakaart verkeersstructuur openbaar vervoer
Aan de Afrikaweg ter hoogte van de Centrumstraat komt een aantrekkelijk vormgegeven bushalte die zorgt voor een goede verbinding richting het station en de directe omgeving 60
ONTWIKKELVISIE ENTREE
5.4 OPENBAAR VERVOER Doel Het doel is om Entree goed bereikbaar te maken per openbaar vervoer, wat bijdraagt aan het concept van Transit Oriented Development (TOD). Dit verhoogt de bereikbaarheid van de wijk en vermindert de afhankelijkheid van de auto.
5.5 DEELAUTO’S, MOBILITY HUBS, MOBILITY AS A SERVICE (MAAS) Doel Het doel is het stimuleren van duurzamere mobiliteitskeuzes, zoals het delen van auto’s en fietsen, en het gebruik van MaaS-diensten. Dit draagt bij aan het verminderen van de parkeervraag en het gebruik van de auto in het gebied.
Essentie Het openbaar vervoersnetwerk is een belangrijke basis voor de bereikbaarheid van Entree. Er zijn nu al goede verbindingen met RandstadRail, trein en bus, en dit wordt versterkt.
Essentie Er wordt ingezet op het verminderen van het autobezit door deelautosystemen, met de ontwikkeling van Mobility Hubs en MaaS-diensten.
Principes • De huidige goede basis OV-voorzieningen RandstadRail, NS-station en R-netbussen verder versterken, doortrekken en de frequentie als nodig uitbreiden. • Betere aansluiting van de wijk op het station en andere belangrijke OV-hubs. • Nieuwe Mobility Hub bij het station om de overstap tussen verschillende vervoermiddelen te vergemakkelijken. • Verbetering van de langzaam verkeersverbindingen tussen haltes en de nabije omgeving, zoals via de Centrumstraat naar RandstadRailhaltes. • Aan de Afrikaweg komt ter hoogte van de Centrumstraat een bushalte.
Deelauto’s van Go Scharing in een parkeergarage in Eindhoven als referentie voor het aanbod van deelauto’s binnen het stedelijk blok
Principes • Het aantal parkeerplaatsen voor privéauto’s wordt beperkt door een aanbod van deelauto’s en deelfietsen, wat ruimte vrijmaakt voor andere functies. • Mobility Hubs worden op strategische locaties geïmplementeerd om het gebruik van verschillende vervoermiddelen te optimaliseren. • MaaS zal in de toekomst een belangrijke rol spelen door mobiliteit van deur tot deur te regelen. • De (parkeer)infrastructuur wordt ontworpen om deze nieuwe vormen van mobiliteit effectief te ondersteunen, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen.
Een stalling van Cambio deelbakfietsen in een parkeergarage in Brussel als referentie voor duurzame deelmobiliteit aangeboden binnen het stedelijk blok 61
Themakaart verkeerstructuur auto
62
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Themakaart parkeren
5.6 AUTO Doel Het doel is beperken van het autoverkeer door Entree door de infrastructuur voor autoverkeer te beperken om zodoende ruimte te maken voor fietser en voetganger, maar ook voor andere functies als groen, water en spelen. De Afrikaweg blijft een belangrijke verkeersader, maar met een rem op het autogebruik ontstaat er op deze weg capaciteit om gelijkvloers over te steken waarmee de leefbaarheid in Entree wordt versterkt en de verbinding tussen de wijken verbetert. Essentie Er wordt gestreefd naar het verminderen van het autogebruik door Entree. De Afrikaweg blijft wel als belangrijke verbindingsroute voor autoverkeer bestaan, maar wordt onderdeel van Entree als stadsstraat. Principes • Voor bewoners, bezoekers en ondernemers in Entree wordt ingezet op laag autogebruik. • Bestemmingsverkeer Entree wordt geleid via Bredewater en Boerhaavelaan. • Verkeersveiligheid op deze wegen waarborgen we door snelheidsverlagingen van 50 naar 30 km/u (gebiedsontsluitingsweg 30). • De Afrikaweg blijft een hoofdroute voor doorgaand verkeer voor Zoetermeer en om de bestemmingsstraten van Entree te bereiken.
• Om gelijkvloers oversteken voor voetgangers en fietsers veilig over de Afrikaweg mogelijk te maken wordt de maximumsnelheid verlaagd van 70 naar 50 km/u (gebiedsontsluitingsweg 50), aangevuld met goede zichtbaarheid van de oversteekplaatsen, verkeerslichten en andere attentieverhogende maatregelen. • De veiligheid en het comfort van gelijkvloerse oversteekbaarheid (in ochtend- en avondspits) van de Afrikaweg voor de voetganger kan in lijn met de ambitie voor Entree worden gebracht, indien een verdere inspanning wordt verricht om de verkeersintensiteit op de Afrikaweg met circa 10-15% te laten afnemen in 2040. • Deze verkeersreductie van 10-15% zal op termijn moeten worden behaald door inzet van strategische mobiliteitskeuzes op stadsniveau (binnen Programma Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040) zoals de mogelijke transformatie naar meerdere stadsstraten op de H-structuur. Voorbeelden van de uitwerking zijn het tegengaan van gebiedsvreemd autoverkeer op de Afrikaweg (nu ca 19%) en snelle (regionale) fiets- en OV-routes. De voortgang van deze mobiliteitskeuzes en effecten ervan worden regelmatig gemonitord, zodat er tijdig kan worden bijgestuurd. • Daarnaast worden in de uitwerking van de openbare ruimte voor Entree gelijkwaardige alternatieven onderzocht, zoals een kortere oversteeklengte, de ligging van de busstroken en de keuzes in de afstelling van de verkeerslichten.
5.7 PARKEREN Doel Het doel is om voldoende parkeergelegenheid te bieden zonder de openbare ruimte te overbelasten met parkeerplaatsen. Er wordt een balans gevonden tussen de ruimte die nodig is voor het parkeren van privéauto’s in combinatie met het stimuleren van andere vormen van mobiliteit. Essentie Parkeren wordt in die mate gefaciliteerd, dat de ruimtelijke en programmatische ambitie kan worden gerealiseerd. Daartoe worden specifiek voor Entree parkeernormen benoemd, wordt maximaal ingezet op deelmobiliteit en marketing gericht op deze doelgroepen. Principes • De parkeernormen worden aangepast aan de ruimtelijke en programmatische ambitie van Entree, rekening houdend met het gebruik van deelauto’s en andere vormen van mobiliteit. • De openbare ruimte wordt zo veel mogelijk vrijgehouden van geparkeerde voertuigen, zodat er meer ruimte is voor andere functies en voor de kwaliteit van de leefomgeving. • Parkeren wordt voornamelijk binnen de bouwblokken georganiseerd, met speciale voorzieningen voor deelauto’s en doelgroepen (bijv. gehandicapten). • Initiatiefnemers hebben zowel de mogelijkheid om het normscenario als ambitiescenario te gebruiken. • Het normscenario is gebaseerd op de huidige parkeernormen en mogelijkheden tot inzet van deelmobiliteit.
Daarbij wordt een adaptieve parkeerstrategie gevolgd; dit houdt in dat er gedeeltelijk tijdelijk gebruik kan worden gemaakt van het parkeren op een aantal andere onbebouwde kavels in het Entreegebied (zie kaartje Themakaart parkeren). • Het ambitie scenario is gericht op verduurzaming van de mobiliteit met specifieke parkeernormen voor Entree. Dit ambitiescenario isop maat gemaakt voor de specifieke omstandigheden van Entree, met bijbehorende verantwoordelijkheid voor zowel de gemeente als ontwikkelaars. • Er komt gericht marketingbeleid om die huishoudens aan te spreken die onder deze ‘specifieke omstandigheden’ (goed aanbod van OV, fietsoutes en fijne voetgangersruimte in combinatie met beperkte parkeermogelijkheden voor de auto) zich in Entree willen vestigen. • Er komt een monitorings- en parkeerbeheerplan om de parkeerdruk in Entree en aangrenzende buurten beheersbaar te houden. Dit instrument wordt ook gebruikt om, indien nodig, nadere sturing aan het ambitiescenario te kunnen geven. • Als compensatie voor de aanpassingen in de openbare ruimte aan het Bredewater is voor de Waterbuurt een uitzondering gemaakt voor maaiveld parkeren met circa 70 parkeerplaatsen langs het Bredewater.
63
Themakaart logistiek
Oost-west doorsnede: parkeergarages onder de groene binnentuin maken gebruik van het hoogteverschil tussen de buitenstraten en stadsstraat 64
ONTWIKKELVISIE ENTREE
5.8 LOGISTIEK Doel Het doel is de logistiek zo om de bouwblokken te positioneren dat de voorzieningen en het wonen in bouwblokken goed kunnen functioneren en waarbij de hinder hiervan in de buitenruimte wordt beperkt. Essentie In Entree is de bevoorrading, afvalinzameling en onderhoud efficiënt geregeld, waardoor logistiek autoverkeer in de voetgangerszone rondom het blok zo veel mogelijk wordt beperkt en hinder op de omgeving wordt voorkomen. Inpandige voorzieningen ten behoeve van de logistiek zijn vanaf de openbare ruimte goed toegankelijk, en zorgvuldig ingepast in de gevel.
Ontwerpprincipes • Laden en lossen gebeurt zoveel mogelijk in de logistieke zone langs de buitenstraten. • Logistieke ontsluiting van Entree Midden vindt plaats vanaf de buitenstraten. • Afvalinzameling voor bewoners gebeurt in de logistieke zone langs de buitenstraten • Het betreden van het voetgangersgebied ten behoeve van bevoorrading en afvalinzameling van voorzieningen aan de Afrikaweg en incidenteel logistiek verkeer voor bewoners kan enkel binnen venstertijden, al dan niet in combinatie met een ontheffing. • Om bevoorrading via hellingen te vermijden kunnen de diverse liftkernen via de parkeerlaag worden bereikt (binnendoor). • Elk blok heeft tenminste één logistieke hub voor pakketdiensten die wordt bevoorraad vanaf de buitenstraten. Voor bewoners is deze hub vanaf buitenzijde of via binnentuin te bereiken. Door deze hub eventueel te koppelen aan grote entreehal, huiskamer voor het blok, of andere collectieve voorziening, kan collectiviteit en ontmoeting binnen het blok worden gestimuleerd. • Indien er vanuit de uitwerking van de openbare ruimte blijkt dat logistieke toegang vanaf de Afrikaweg toch noodzakelijk is, kan in opstelruimte worden voorzien nabij de voetgangersoversteken vanaf de rijbaan.
65
oost 8
west 8 oost 7
oost 6
west 7.2 oost 5 west 7.1
oost 4.2 west 6
oost 4.1
west 5
oost 3 west 4
west 3
oost 2
west 2
hotel oort
oor Entreep 1
t
oort Entreep 2a
oort Entreep 2b
Entreep 2c
oort Entreep 3
oost 1
west 1
Plankaart van Entree met hierin het inrichtingsplan van de openbare ruimte. Op de kavels is ter indicatie een voorbeelduitwerking van de blokken zichtbaar op basis van de stedenbouwkundige principes van H4. 66
ONTWIKKELVISIE ENTREE
6 GEZONDE EN LEVENDIGE BUITENRUIMTE 6.1 INLEIDING De hoge bebouwingsdichtheid van Entree, met veel activiteit, veel voorzieningen, beweging en reuring, vraagt om een inrichting van de buitenruimte waar ook voldoende groen aanwezig is en ruimte voor ontspanning. De inzet voor de buitenruimte van Entree is een prettige woonomgeving, die qua ambitie past bij de uitstraling van de gebouwen, en bij het hoogstedelijk karakter van Entree. Er zullen veel mensen gebruikmaken van de buitenruimte, om te verblijven en te ontmoeten, om te sporten, buiten te spelen. In de stadsstraat is reuring waar veel mensen passeren en gebruikmaken van de voorzieningen in de plinten. Rustiger zijn de groene binnentuinen van de bouwblokken, woonerven in de dwarsstraten en de groene kraag die verbonden is met de grote groenstructuren van de stad. 6.2 VERBONDEN WIJK Entree is niet een gebied op zichzelf, maar is verankerd in het weefsel van de stad en goed verbonden met de omliggende wijken. Zowel voor de groen- en waterstructuur als voor routes in de openbare ruimte wordt een robuust raamwerk ontwikkeld dat de aansluiting op de bestaande stad en binnen het gebied waarmaakt. Opgaven als klimaatadaptatie, koelte, gezondheid en biodiversiteit zijn hierbinnen op te vangen (zie verder hoofdstuk 8). De essentie van de openbare ruimte in Entree wordt gevormd door: 1.
Een robuust groen-blauw raamwerk in verbinding met omgeving 2. Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte 3. Verblijf en ontmoeting altijd dichtbij
1. Een robuust groen-blauw raamwerk in verbinding met de omgeving Het robuuste raamwerk bestaat uit de groen-blauwe kraag rondom Entree en de sterke bomenstructuur van de stadsstraat, die in verbinding staat met de Meerzichtlaan en Van Leeuwenhoeklaan. Op een ander schaalniveau liggen stedelijke groenvakken op de Afrikaweg en in de dwarsstraten; deze zijn verbonden met de groene binnenterreinen, de daktuinen en de groene gevels. De groen-blauwe kraag wordt aangesloten op bestaande groengebieden als het Arianepark, het Westerpark, het Bossenpark en het plantsoen in de kop Waterbuurt. De uitbreiding van de waterstructuur in de groen-blauwe kraag sluit aan op bestaande waterlopen en er worden nieuwe verbindingen gemaakt. Dit draagt bij aan het verbeteren van het watersysteem van de stad. Het lukt niet om alle duikers te elimineren, maar meer open water en natuurvriendelijke oevers zorgen voor betere waterkwaliteit en meer biodiversiteit. Open water draagt tevens bij aan de positieve beleving van de openbare ruimte. De groen-blauwe kraag is belangrijk voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering (hitte, droogte, wateroverlast) in natuurlijke systemen. Zo compact en gelaagd als de stedenbouw is, is de groenblauwe kraag rondom Entree dat ook.
De geconcentreerde aaneengesloten massa aan groen zorgt voor een groen aangezicht van de wijk en heeft daarnaast een verkoelend effect op de omgeving op hete dagen. Dit is een belangrijke aanvulling op het groen binnen de wijk in de dwarsstraten en de daktuinen. De groen-blauwe kraag dient ook als compensatie voor het huidige groen in het gebied. Er komt minder oppervlakte groen terug dan er nu aanwezig is door de bebouwing van de ontwikkelkavels. In de openbare ruimte wordt verharding beperkt tot het noodzakelijke. Entree wordt een wijk met een hoge dichtheid, daarom wordt er ingezet op kwalitatief groen: meer geconcentreerd groen met een hogere kwaliteit.
Binnenstad
Entree
Essentie 1: Een robuust groen-blauw raamwerk in verbinding met omgeving 67
Themakaart Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte
68
ONTWIKKELVISIE ENTREE
2. Levendig en verbindende stedelijke openbare ruimte Entree is een woonwijk met adressen en voorzieningen aan een centrale stadsstraat, die het stationsgebied met Centrum West en de Binnenstad verbindt. De verschillende plekken en pleinen met de stedelijke bouwblokken in Entree worden verbonden door een aaneengesloten voetgangersgebied met eenduidige materialisatie. De openbare ruimte aan de Afrikaweg, waar de voetganger het primaat heeft, ademt kwaliteit uit met een vriendelijk ogende elementenverharding. De eenduidige uitstraling van de bestrating is rondom heel Entree te herkennen. De trottoirs zijn breed, zodat er ruimte is voor groen, verblijf en ontmoeting en zodat ze in verhouding zijn met de bebouwingshoogte. De buitenruimte is toegankelijk en gebruiksvriendelijk, onder meer door de niveauverschillen goed op te lossen.
Essentie 2: Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte.
3. Verblijf en ontmoeting altijd dichtbij Groen op loopafstand is kenmerkend voor de Zoetermeerse wijken. Zo ook in Entree: Groen is om de hoek, evenals plekken voor ontmoeting, verblijf, sporten en spelen binnen de nieuwe wijk. Verschillende typen en groottes van plekken bevinden zich op korte afstand van de woning. Naast een vast plekje binnen eigen private buitenruimtes, de collectieve daken en de Zoetermeerse stoep, is iedere bewoner zo in de semi-openbare, groene binnentuin. Kinderen hebben hier de mogelijkheid om veilig te spelen zonder een straat over te steken. Ook de stadsnissen aan de Afrikaweg en sport- en verblijfsplekken in de kraag zijn op loopafstand en staan in verbinding met de bestaande stadsparken.
Essentie 3: Verblijf en ontmoeten altijd dichtbij 69
legenda, nummering, omleiding via waterbuurt eruit
Themakaart Landschapszones
Themakaart Behoud bestaand landschap
Referentie van natuurvriendelijke oevers met oeverbeplanting
Referentie van bloemrijk grasland
70
ONTWIKKELVISIE ENTREE
6.3 ONDERDELEN VAN DE OPENBARE RUIMTE Groen-blauwe kraag De groen-blauwe kraag kan opgedeeld worden in verschillende zones, met elk een ander sfeer, beplanting, doelsoorten en inrichtingsprincipes. Daarvoor zijn meerdere overgangen (gradiënten) tussen uiteenlopende leefmilieus gecreëerd. De verschillende overgangen zorgen voor grotere leefgebieden van planten en dieren en meer biodiversiteit. Door het toepassen van verschillende typen beplanting ontstaat er ook een divers beeld van het wijkpark. Deze veranderingen in sfeer versterken de beleving en geven de wijk een constant veranderend aanzicht. Voor het parkgedeelte aan de Boerhaavelaan is gezocht naar een natuurlijke uitstraling en sfeer die waardevol is voor ecologie en klimaatadaptatie. Er is ingezet op een breed palet van plantsoorten die zorgen voor een afwisseling, op enkele plekken is gekozen voor intensief beheerd gazon, om plekken te creëren die door bezoekers en bewoners gebruikt kunnen worden voor o.a. sport en spel. De waterpartijen hebben natuurvriendelijke oevers en de wadi’s zijn herkenbaar door specifieke vaste beplantingen. Groenvakken Afrikaweg en dwarsstraten De plantvakken in de Afrikaweg zijn deels verhoogd, zodat de randen ervan ook zitelementen zijn. In de bakken staat vaste beplanting van diverse groottes, bomen en meerstammige struiken. Sierwaarde en seizoensbeleving zijn het uitgangspunten.
Binnentuinen in de bouwblokken en gevelgroen Het gevelgroen wordt bij voorkeur geplant in de volle grond, waardoor het levensvatbaar is. Deze beplantingen dragen bij aan verkoeling en aan vergroening. De binnentuinen zetten de beplantingen en bomen/ meerstammige struiken van de plantvakken in de dwarsstraten door. Bestaand versus nieuw landschap Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Een deel van deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de realisatie van de nieuwe ontwikkelingen het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is. Er zijn ook gebieden die een nieuwe inrichting krijgen. Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied.
Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden.
Zone 1 • Struweelverbinding met zoom • Oppervlaktewater met natuurvriendelijke oevers • Paddenpoelen • Parkzone met gazon
Zone 4 • Bosrijke zone met diverse, inheemse bomen en een mantelzoom • Incidenteel een open zone met kruidenveld
Zone 2 • Lange, lijnvormige groenstructuren • Bomenlanen met bermen van bloemrijk grasland
Zone 5 • Stedelijke groenvakken met vaste planten en bomen
Zone 3 • Struweelverbinding met zoom • Bloem- en kruidenrijke wadi’s • Bermen met vaste planten
Zone 6 • Binnentuinen met diverse beplanting: grasland, vaste planten, verticaal groen, struiken hagen en bomen
Omschrijving van de zes landschapszones die staan aangeven in de Themakaart Landschapszones 71
Themakaart Water
72
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Themakaart wandelen verblijven en ontmoeten
Water Bij stedelijke ontwikkelingen moet ruimte geboden worden aan watercompensatie, waterberging en wateropvang. Een groot deel van de wateropgave zal worden gerealiseerd op de kavels door middel van maatregelen in de kelder, in de binnentuinen en ook deels op de daken (zie ook hoofdstuk 4 en 8). Het overige deel van de wateropgave wordt in de openbare ruimte opgelost in de vorm van extra oppervlaktewater. Het water draagt bij aan de natuurlijke beleving en past bij de identiteit van Zoetermeer. Ook levert het een bijdrage aan het ecologische systeem. Op plekken waar geen ruimte is voor oppervlaktewater bieden wadistructuren en verlaagde groenstructuren oplossingen, zoals langs het Bredewater. Ook deze kunnen een positieve bijdrage leveren aan zowel de beleving als het ecologische systeem van de wijk. Het water van Entree wordt verbonden met het water in het Westerpark. Daar waar dit niet door middel van een open waterverbinding kan, worden nieuwe duikers toegevoegd. Om groeicondities te optimaliseren en het groen te voorzien van voldoende water wordt op de Afrikaweg een waterbergingssysteem toegepast waar hemelwater in kan worden geborgen. Dit hemelwater kan (her)gebruikt worden voor het bewateren van het groen tijdens droge perioden.
Wandelen, verblijven en ontmoeten Langzaam verkeer krijgt in Entree Zoetermeer prioriteit. Entree wordt goed bereikbaar voor de fietser en de voetganger en daarmee goed aangesloten op de wijken rondom. Zowel in noord-zuidrichting als oostwest. Dit nodigt mensen uit om gebruik te maken van de openbare ruimte en het zorgt ervoor dat mensen minder genoodzaakt zijn om met de auto naar hun bestemming te gaan. Door middel van prettige routes door de wijk, wordt het op gezonde manier verplaatsen tussen stadsvoorzieningen gestimuleerd. De toegankelijkheid en de oversteekbaarheid van de Afrikaweg zijn belangrijke factoren voor dit netwerk. Hoogteverschillen en verkeersassen moeten zo min mogelijk barrières vormen in het langzaam verkeersnetwerk. Sociale veiligheid langs deze routes is belangrijk. De nieuwe voorzieningen in combinatie met vele woningentrees binnen Entree moeten zorgen voor voldoende levendigheid en “ogen op straat”. Binnen Entree komt naast het langzaam verkeersnetwerk ook voldoende plek voor verblijf en activiteit in de openbare ruimte, voor mensen van alle leeftijden. Verblijfsplekken liggen op korte afstand van de woning. Ze bieden rust en ontspanning en kunnen op hete dagen koelte bieden door schaduw en groen. Binnen de openbare ruimte van het plangebied is een viertal plekken aangewezen voor verblijf.
Daarnaast worden er meer verblijfsplekken gerealiseerd in en aan de bouwblokken (binnentuinen, stadsnissen en dwarsstraten). Buiten de wijk liggen bovendien ook op loopafstand verblijfsplekken (parken, sport- en speelplekken) waar bewoners van Entree en de omliggende wijken gebruik van kunnen maken. Een goede route rondom Entree in combinatie met de dwarsverbindingen (oost-west) biedt de mogelijkheid om de plekken en parken in de omgeving of veilige en snelle manier te bereiken en om elkaar te ontmoeten. Goede oversteken over de rijbaan, goede verlichting en stoepen en paden met voldoende breedte maken dit mogelijk.
Passeig de Sant Joan in Barcelona als referentie van een stadsstraat ruimte voor groen, verblijven en ontmoeten 73
Kaart met spelen en sport
74
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Themakaart fiets
Spelen en sport In Entree wordt vol ingezet op gezondheid; actief bewegen en natuurlijk spelen dragen hieraan bij. Een natuurspeelplek, sportveldjes en -voorzieningen bevinden zich in deels in de groene kraag, zodat deze vanaf iedere woning goed te bereiken zijn. De realisatie van speelvoorzieningen voor de leeftijd 0-12 jaar vindt plaats binnen de stedelijk blokken. Zie H4.3 Binnentuinen en daken en het BKP Essentie 6: Groene, collectieve en toegankelijke binnentuinen. Een aantal speelvoorzieningen voor oudere kinderen (12+) wordt in de openbare ruimte van Entree gerealiseerd. Deze plekken worden gecombineerd met plekken voor jongeren en volwassenen.
zones (utilitaire zones) voor de ruimte voor het stallen van fietsen, maar ook voor het afhandelen van logistiek, voor een groene invulling en voor bijvoorbeeld het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers voor de bewoners.
Ook is een aantal bestaande speel- en sportplekken in de wijken rondom Entree goed te bereiken op relatief korte afstand. De huidige beweegroute (Rondje Entree) verbindt meerdere van deze plekken en wordt opgenomen in de nieuwe ontwikkeling.
Parkeren wordt opgelost in parkeergarages onder de bouwblokken. Door dit dubbel grondgebruik blijft er in de openbare ruimte meer ruimte over voor groen, ontmoeten, spelen en sporten. Op het Bredewater en in de Boerhaavelaan zal een aantal plaatsen in de openbare ruimte worden gerealiseerd ten behoeve van laden en lossen en ander tijdelijk gebruik (voor o.a. nooddiensten, kiss & ride en afvalinzameling).
In het ontwerp is er ruim aandacht voor de afmetingen en zonering van plekken voor recreatie, sport of spel, en plekken waar voldoende rust blijft om gunstige omstandigheden voor biodiversiteit te creëren. Cultuur Toevoeging van kunst kan goed samengaan met een groene openbare ruimte. Dit biedt kansen om de wijk Entree een eigen identiteit te geven. Deze mogelijkheid wordt in de uitwerking van de openbare ruimte nader onderzocht. Dit zal samen met de nieuwe bewoners van Entree kunnen plaatsvinden. Fietsen De fiets neemt in Entree een belangrijke positie in. Dit betekent dat er goede fietsroutes en voorzieningen voor fietsers worden gerealiseerd. Vrijliggende routes in zowel noord-zuid als in oost-west richting. In Entree wordt rekening gehouden met voldoende fietsparkeerplekken, zowel inpandig in de blokken als in de openbare ruimte. De voorzieningen zijn vanzelfsprekend toegankelijk en ook logisch gesitueerd. In de openbare ruimte zorgen speciale
Referentiebeeld van een ‘fietsnietje’ als voorziening voor het faciliteren van bezoekersparkeren in de openbare ruimte
Auto-infrastructuur, parkeren en logistiek Via de Afrikaweg vormen het Bredewater, het Abdissenbos en de Boerhaavelaan de ontsluiting van de bouwblokken. Om het verblijfskarakter van de nieuwe stadsstraat te stimuleren gebeurt dit nadrukkelijk niet direct vanaf de Afrikaweg. Bredewater en Boerhaavelaan bieden toegang tot de parkeergarages van de wijk en worden grotendeels gebruikt door bestemmingsverkeer.
In hoofdstuk 5 is aangegeven dat de logistiek rondom de blokken in principe plaatsvindt via de ontsluitingswegen Boerhaavelaan en Bredewater. Van daaruit kunnen de blokken bevoorraad en bereikt worden. Per blok worden logistieke hubs gerealiseerd waar pakjes kunnen worden afgegeven. Voor de hulp- en nooddiensten alsmede verhuisbewegingen zal gebruik worden gemaakt van de dwarsstraten en het brede trottoir/fietspad rondom de blokken aan de Afrikaweg. De bevoorrading van speciale functies in de plint aan de Afrikaweg en aan de Centrumstraat vindt in beperkte tijd (venstertijden) plaats met kleine vervoermiddelen rondom de blokken. Bij de bevoorrading van grote functies zal op blokniveau worden bekeken welke oplossing daarvoor logistiek het beste is en de minste impact op de woon- en verblijfskwaliteit.
Het ‘Rondje Gezond’ is een beweegroute in en rondom Entree die uitnodigt om te bewegen 75
west 7.2 oost 5
west 7.1
oost 4.2
D
west 6
B
D
oost 4.1
west 5
oost 3 west 4
C
C
west 3
A
A
oost 2
west 2
west 1
Schetsontwerp inrichting Afrikaweg als stadsstraat ter hoogte van beide voetgangersoversteken
76
ONTWIKKELVISIE ENTREE
oost 1
B
6.4 DE WEGEN IN ENTREE De stadsstraat Afrikaweg De openbare ruimte van de stadsstraat Afrikaweg wordt gedefinieerd door de bebouwing aan weerszijden. Hierdoor krijgt de straat een zekere beslotenheid. De gebouwen staan in principe in een vaste rooilijn, waardoor het profiel van de stadsstraat herkenbaar wordt. Op specifieke plekken, daar waar de stadsstraat wordt gekruist door oversteken, vindt er een uitzondering plaats door middel van een sterke verspringing in de rooilijn, waardoor er pleinruimtes worden gevormd, de stadsnissen. Hoewel de Afrikaweg destijds is aangelegd als efficiënte autoverbinding zonder trottoirs, zal de stadsstraat straks voor voetgangers een fijne plek zijn. Een aangenaam verblijfsklimaat is voor een geslaagde stadsstraat een essentiële kwaliteit. De hoeveelheid verkeer op de Afrikaweg blijft groot, maar het profiel krijgt een andere indeling waarbij er minder ruimte voor de auto is. Verblijfsplekken waar je in de luwte van het verkeer kunt zitten, een afwisseling van schaduw en zon, veel groen, bescherming tegen windhinder, obstakelvrije looproutes, dat zijn basiseisen. Een fraai ontwerp van de openbare ruimte en van de gebouwen, met mooie duurzame materialen, voldoende afwisseling binnen een zekere samenhang worden daar in Entree aan toegevoegd. De gebouwen langs de Stadsstraat worden allen voorzien van een “plint”.
Deze biedt ruimte aan voorzieningen die levendigheid brengen op de straat en binnen de gebouwen. Er vindt een duidelijke uitwisseling plaats tussen gebouw en openbare ruimte. Dit is de ruimte bij uitstek waar ontmoeting en verblijven plaatsvinden. Profiel Afrikaweg • Trottoir: omdat de voetganger centraal staat in Entree is het trottoir aan de Afrikaweg extra breed (ca 10 meter). Tegen de woonblokken gaat het trottoir over in een Zoetermeerse stoep. Deze is onderdeel van de openbare ruimte, maar wordt ingezet om de overgang tussen openbaar en privé vorm te geven. Het is de strook voor het plaatsen van een tafeltje en een bankje, van bloembakken en van terrasjes. Op het brede trottoir is ook plek voor een strook
•
•
•
•
die wordt voorzien van groen en waar ruimte is voor voorzieningen (verblijfs- en ontmoetingsplekken, fietsenstallingen, terrassen). Daarmee blijft er een vrije strook over van 5 meter voor het comfort van de voetganger, maar ook ten behoeve van de bereikbaarheid voor logistiek en hulpdiensten. Fietspad: naast de trottoirstrook is voorzien in een breed fietspad (ca 4,5 meter) en daarmee zo makkelijk en snel bereikbaar vanuit de bouwblokken en de fietsparkeerplekken. Dit fietspad verbindt het station Zoetermeer en de wijk Rokkeveen met de Binnenstad. Groene bermen: er is in het profiel van de Afrikaweg voorzien in brede groenbermen. Hierin zorgen grote bomen (van de eerste grootte) voor de benodigde schaduw en de begeleiding van het profiel. Hiermee manifesteert de stadsstraat zich als een boulevard, die richting geeft aan de route naar de Binnenstad en het station. De bomen staan ook dicht genoeg langs de fietspaden en het trottoir zodat deze, naast het gevarieerde groen in de voetgangerszone, op termijn zorgen voor schaduw. Vrijliggende busstrook: vanuit de mobiliteitsambities voor Entree wordt er ruim baan gegeven aan het OV in de vorm van een busverbinding tussen het station, de Binnenstad en de regio, door een vrije busstrook. Ter plekke van de Centrumstraat halteert de bus en wordt de bereikbaarheid van Meerzicht en Driemanspolder vergroot.
Rijbanen voor de auto: centraal in het profiel zijn de rijbanen voor het autoverkeer, twee keer twee rijstroken. Ter plekke van de dwarsverbindingen verbreedt het profiel zich, zodat er een veilige oversteekplek ontstaat voor voetgangers en fietsers. De rijbanen liggen in het midden van het profiel, zodat op de woningen de geluidsbelasting beperkter blijft en er meer ruimte is voor het verblijfskarakter aan de zijden waaraan wordt gewoond en waaraan functies in de plint zitten.
Principeprofiel AA van de nieuwe Afrikaweg als stadsstraat. 77
Principeprofiel BB van de buitenstraat Boerhaavelaan
Principeprofiel CC van de buitenstraat Bredewater en Abdissenbos
De Singel in Rotterdam ter hoogte van het Proveniersplein als referentie van de singelstructuur naast de Boerhaavelaan 78
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Profiel Boerhaavelaan, Bredewater en Abdissenbos • Trottoir en fietspad: Naast een ontsluitende functie staat in de straten rondom Entree eveneens het verblijven en verplaatsen centraal. Naast een breed trottoir ligt er in deze straten een tweezijdig fietspad. De straten liggen ‘strak’ om de bebouwing, waardoor er voldoende ruimte overblijft voor de groene kraag rondom Entree. • Utilitaire strook: Tussen de rijweg en het trottoir komt een multifunctionele utilitaire strook, die bestaat uit extra groenvakken en inrichtingselementen (zoals fietsparkeerplaatsen, afvalcontainers, laad- en loszones en kort parkeren). • Groen- en water: Tussen de ontsluitingsstructuur en de naastgelegen woningen/flats vormt een zone met groen en water de groen-blauwe kraag. Aan de zijde van de Boerhaavelaan is meer ruimte beschikbaar en in mindere mate langs het Bredewater. Aan de zijde van de Boerhaavelaan is voorzien in een forse waterstructuur en aan de zijde van het Bredewater wordt de wateropgave vertaald in een wadi. Vanuit Entree en vise versa zijn de omliggende wijken verbonden met wandelpaden die haaks op de groenen waterstructuur gesitueerd zijn. Deze worden direct aangesloten op de dwarsstraten in Entree.
Referentie beeld van een wadi met vaste planten
Illustratieve verbeelding op ooghoogte van de Boerhaavelaan ter hoogte van kavel Oost 1, kijkend in noordelijke richting 79
A. Variant hellende dwarsstraat 80
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Buitenstraat
Stadsstraat
Stadsstraat
Buitenstraat
Plankaart met hierop de type dwarsstraten en stoepen aangegeven
B. Variant hellende dwarsstraat met fietsverbinding
De Dwarsstraten De dwarsstraten zijn de verbindende straten tussen de blokken in, die dwars op de Afrikaweg uitkomen. In basis een hellende straat, die het hoogteverschil tussen het Bredewater / Boerhaavelaan en de Afrikaweg overbrugt. Door de flauwe hellingen blijft de wijk op deze manier toegankelijk voor mindervaliden. Een klein aantal dwarsstraten zal niet hellend worden uitgevoerd, maar op hoogte van de Afrikaweg worden aangelegd. Dit heeft als voordeel dat een eventuele parkeervoorziening onder de straat kan worden doorgetrokken. In dit geval zal de bereikbaarheid middels trappen en dwarsliggende hellingbaan verlopen. De dwarsstraten die gekoppeld worden aan oversteken over de Afrikaweg en die op het schaalniveau tussen de wijken een rol vervullen, zullen altijd hellend worden uitgevoerd, waardoor er ook fietsers gebruik kunnen maken om de Afrikaweg te kunnen bereiken vanuit de omliggende wijken. De dwarsstraat is 16 meter breed, is voetganger vriendelijk en biedt toegangen tot de binnentuinen van de woonblokken, waar grotere, groene speel- en verblijfsplekken zijn voor de buurt. De openingen in de blokken zorgen voor informele routes door de blokken heen in de noord-zuid richting. De binnentuinen in alle woonblokken zijn toegankelijk is voor mindervaliden. De randvoorwaarden voor de verbinding van de binnentuinen is beschreven in hoofdstuk 4.
De dwarsstraten zijn toegankelijk voor hulpdiensten en andere voertuigen die incidenteel van de straat gebruik maken. Deze straten worden ingericht als 15 km/ugebied/ woonerf, waardoor er geen verhoogde stoepen nodig te zijn. De straten hebben voor het grootste gedeelte een woonfunctie; ze bieden toegang tot de voordeuren van woningen, en tot de binnenterreinen. De Zoetermeerse stoep, met geveltuinen en bankjes voor de gevel zorgen voor eigenaarschap op deze woonerven. Het gevoel van prettig thuiskomen is hier dus belangrijk. De straat oogt groen en vriendelijk, met groenvakken en bomen. Groen wordt zoveel mogelijk in de volle grond geplaatst. Naast de dwarsstraten is er ook een aantal blokzijden waar de buitenruimte in de vorm van een brede stoep richting de Afrikaweg hellend omhoog loopt en tevens toegang biedt tot programma in de eerste laag. Dit geldt voor de noordzijde van west 7.2 en oost 5. En de zuiden noordzijde van west 8. De Zuidzijde van oost 6 ligt daarentegen vanwege de aansluiting op de fietstunnel niet op helling. Ook de zuidzijde van west 1 en oost 1 liggen niet op helling vanwege de aansluiting op het Stationsplein.
**Ter plaatse van de dwarsstraat van Oost 1 en Oost 2 wordt uitgegaan van B “Variant hellende dwarstraat met fietsverbinding” en mogelijk een onderdoorgang van de parkeergarage tussen de 2 bouwblokken om zo het beoogde aantal parkeerplaatsen te behalen. Deze blokken zullen waarschijnlijk aan het einde van de gebiedsontwikkeling worden ontwikkeld. Op dit moment is nog niet te beoordelen of deze twee doelstellingen conflicteren. Mocht in de planuitwerking blijken dat deze twee doelstellingen niet te combineren zijn, dan zal er onder de voorwaarden van een goede toegankelijkheid, fietsroutering, logistiek en parkeren gemotiveerd tot een andere verdeling worden gekomen.
C. Variant hellende dwarsstraat met inrit parkeergarage
Buitenstraat
Stadsstraat
Buitenstraat
Stadsstraat
Principeprofiel DD van de dwarsstraat
D. Variant dwarsstraat op gelijke hoogte met trap (uitzonderingssituatie) 81
Dronning Eufemias Gate in Oslo als referentie van een voetgangersoversteek over een stadsstraat omgeven door stedelijke blokken
Leidsche Rijn Centrum ter hoogte van het Berlijnplein als referentie van een autovrije winkelstraat
82
ONTWIKKELVISIE ENTREE
De Centrumstraat Een bijzondere dwarsstraat is de Centrumstraat, deze is met 20 meter breder dan de overige dwarsstraten. De Centrumstraat is de belangrijkste oost-west verbinding die de wijken Meerzicht en Driemanspolder met elkaar en met Entree verbindt. Naast de stadsstraat vormt dit ook een belangrijke plek voor niet- woonprogramma op de begane grond. De kruising van de Afrikaweg voor voetgangers en fietsers is een belangrijke ontwerpopgave in de uitwerking van de Ontwikkelvisie. De veilige en comfortabele oversteek geeft betekenis aan de stadsstraat, terwijl deze ook nog een druk bereden autoverbinding zal blijven. Daarom is een bijzondere vormgeving van deze plek essentieel. Dat vraagt om een integraal stedenbouwkundig ontwerp van de bebouwing, de inrichting van het maaiveld, het programma en het verkeersontwerp. Bij de bebouwing gaat het dan over de stadsnissen, de plinten, de pleinwanden inclusief de juiste plaatsing van de hoogteaccenten. De inrichting van het maaiveld betreft de bestratingen, beplantingen (inclusief bomen), verlichting, overig straatmeubilair zodat alle functies die op een stadsplein thuishoren er een plek kunnen
vinden, het verkeersontwerp levert in eerste instantie een veilige oversteek op die qua vormgeving en technische voorzieningen duidelijk maakt dat in dit gebied het autoverkeer zich dient te richten naar de veiligheid en het comfort van de voetganger. De kruising tussen de Centrumstraat en Afrikaweg wordt vormgegeven door een stadsnis. Hier ligt de rooilijn flink terug en wordt er een verblijfsplein gevormd. Dit is de plek voor groen en zitelementen, om horeca met terrassen en speciaal programma in de plint te programmeren, dat zorgt voor levendigheid en reuring.
Winkelcentrum de Anklaar in Apeldoorn als referentie van pleinruimte met naastgelegen supermarkt in de plint van het stedelijk blok
83
Schets van de mogelijke uitwerking van de openbare ruimte van stadsstraat ter hoogte van de Centrumstraat op basis van het Inrichtingsplan
Ruimte voor een terras en groene invulling als overgangszone voor de plint Referentiebeelden voor de verbijzonderingen 84
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Verbijzonderingen als pleinruimtes aan weerszijden van de stadsstraat
6.5 SPECIFIEKE PLEKKEN De stadsnissen (pleinen) Terwijl de stadsstraat de ruggengraat van Entree is, wordt de kruising met de Centrumstraat het hart. De inrichting van deze openbare ruimte maakt er samen met de stadsnissen een levendig en sfeervol plein van. Daarmee wordt het niet alleen de logische, comfortabele en veilige oversteek van de Afrikaweg, maar ook de ontmoetingsruimte van Entree bij uitstek. Met name de stadsnissen vormen aanleiding voor inrichting als verblijfsruimte, waar groen en water worden ingezet om een aangenaam klimaat te creëren. De plinten van de bebouwing rondom de stadsnissen, kunnen qua programma hieraan gekoppeld worden, waardoor een relatie tussen binnen en buiten kan ontstaan. Functies met dichte gevels en afgeplakte ruiten moeten worden voorkomen. Programma zoals horeca, scholen, supermarkt, sportschool of een bibliotheek kunnen de functie van een stadsnis bedoeld voor ontmoeting daarentegen juist versterken. De stadsnissen kunnen tot bijzondere plekken worden gemaakt door hergebruikte culturele elementen. Er is een lijst met bijzondere Zoetermeerse objecten (‘schatkist’) die mogelijk hergebruikt kunnen worden binnen Entree (dit sluit aan op een doelstelling van de Zoetermeerse Cultuurvisie 2030). Er wordt onderzocht of er een openbaar toilet en drinkwater-tappunten kunnen worden geplaatst.
Waterelement voor verblijf en verkoeling
Groene inrichting met zitelementen
85
Schets van de mogelijke uitwerking van de openbare ruimte van de parkzone Boerhaavelaan - Arianepark op basis van het Inrichtingsplan
Schets van een mogelijke uitwerking van het Abdissenbos 86
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Boerhaavelaan-Arianepark Op deze locatie is de groene kraag op z’n breedst en ontstaat ruimte voor een grotere verblijfsplek die op schaal van de hele wijk betekenis heeft. Een plek waar jong en oud samen kunnen komen en multifunctioneel is in gebruik. De plek wordt aan het bestaande voetgangersnetwerk, zodat het makkelijk vanuit verschillende richtingen bereikbaar is.
Abdissenbos-Bossenpark Voor de gebiedsontwikkeling van kavel West 8 worden de huidige sportvoorzieningen verschoven in het Bossenpark. Op deze locatie is vooral behoefte aan een speelplek voor kinderen met leeftijd 6-12 jaar en kinderen met leeftijd 12+. De behoefte aan spel- en speelvoorzieningen wordt samen met het buitenruimteplan van programma Meerzicht verder vormgegeven.
Het wordt een groen omzoomde plek met een verbijzonderde, eigen identiteit binnen het plan met een parkachtig karakter. Een groene plek met een combinatie van een sportveld en ruimte voor (kleinschalige) openluchtinitiatieven. Ook wordt hier een connectie gemaakt met het water door ook een verblijfsplek langs de oever te situeren.
Buurtplek voor initiatieven en evenementen
Petanque
Schaduwrijke speelplek onder de bomen
Groen sportveld
Referentiebeelden voor Abdissenbos en de groenzone nabij de Boerhaavelaan en Arianepark 87
Schets van de mogelijke uitwerking van de openbare ruimte van het Stationsplein op basis van het Inrichtingsplan
Groen en trappartij komend vanaf Afrikaweg
Bomen met groenvakken in verharding plein
88
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Beplanting biedt beschutting
Stationsplein en viaduct Het stationsplein is de centrale ontvangstruimte van Zoetermeer en van Entree, met bijbehorende inrichting en ambiance. Dit deel van de ontwikkeling vindt in een later stadium plaats. Wel is er in zijn algemeenheid over de ambitie iets te zeggen: Het wordt ontworpen vanuit de behoeften van de treinreiziger: een aangename verblijfsplek na aankomst met het openbaar vervoer. Het plein is tevens de zuidelijke verbinding tussen de oostzijde en de westzijde van Entree, onder de Afrikaweg door. Het plein vervult naast het bieden van verblijfskwaliteit ook een functie als knooppunt van voetgangersstromen, fietsers en de auto. Bovendien zal het de groenstructuur tussen oost en west (Arianepark en Westerpark) moeten verbinden. Op het groene stationsplein staat de voetganger centraal en is het auto- en fietsverkeer te gast. De openbare ruimte wordt zodanig ontworpen dat verblijf en mobiliteit elkaar niet hinderen. De bestaande herdenkingsboom wordt geïntegreerd in het pleinontwerp. Aan weerszijden wordt de groenstructuur vanuit de parken aan zowel de west- en oostzijde zoveel mogelijk het gebied ingebracht, om deze zoveel mogelijk te verbinden. Dit geldt ook op voor het water. Waar mogelijk komt water in de open lucht zodat de ondergrondse duikers verkort worden.
Bepalend in het ontwerp voor het Stationsplein en de plaatsing van bijvoorbeeld bomen zijn de grote structuren van kabels en leidingen; doorgaande water- en gasleidingen van oost naar west aan de noordzijde van het Stationsplein, en hoogspanningskabels dwars door het gebied direct aan de westzijde van het station. Onder het viaduct is een groene inrichting niet mogelijk. Hier is ruimte voor een stedelijke verblijfsplek of een goede fietsenstalling. Dit aspect wordt in de vervolgfase uitgewerkt.
Groene binnengebieden, daken en groene gevels Onderdeel van het groene raamwerk worden ook gevormd door de binnentuinen, de daken en groene gevels. Zonder deze groene onderdelen is het robuuste raamwerk niet compleet. De taak hiervoor een kwalitatieve en ecologische invulling te geven ligt bij de grondeigenaren, waarbij de kwaliteitseisen zijn geformuleerd in hoofdstuk 4 en in het Beeldkwaliteitsplan. De bedoeling is dat de openbare ruimte en de niet-openbare buitenruimte in de blokken samen een organisch geheel gaan vormen door de ontwerpen in de uitwerking steeds goed op elkaar af te stemmen. 6.6 TIJDELIJKE OPENBARE RUIMTE De gebiedsontwikkeling van Entree is een langdurig traject waarbij het gebied de komende jaren deels nog een tijdelijke uitstraling heeft. Vanaf 2022 is de gemeente gestart met het aantrekkelijk maken van Entree als nieuw stedelijk gebied voor huidige én toekomstige bewoners. De periode tussen nu en de ontwikkeling van de stedelijke blokken wordt in samenwerking met de grondeigenaren benut door in te zetten op het (actief) faciliteren van programmering in zowel de gebouwen als in de buitenruimte. In de ideale situatie kunnen tijdelijke initiatieven meegroeien in het gebied en een definitieve plek krijgen in Entree.
Zo is eerder in 2023 gestart met het Rondje Gezond (de beweegroute), vinden er (buurt)activiteiten plaats op het terrein van eigenaar Breevast en worden er op Club Entree meerdere activiteiten ontplooid. Het samenbrengen van externe partners en het faciliteren van activiteiten hebben tot doel om de bekendheid, het gebruik en adoptie te vergroten en zijn gericht op verbinding en sociale cohesie. De initiatieven zullen zorgen voor reuring in het gebied, passend bij de kernwaarden van Entree.
Referentiebeeld groene gevel 89
Flexwerkplek en co-working space
Sportschool met diverse sportruimtes
Bakkerij
Koffiezaak
Collectieve huiskamer
Restaurant met bar
Overzicht van mogelijke programmatische invullingen van niet-woonprogramma ter bevordering van een levendige, gemengde stadswijk
90
ONTWIKKELVISIE ENTREE
7 LEVENDIGE, GEMENGDE STADSWIJK 7.1 INLEIDING In Entree wordt stedelijkheid gebouwd in een voor Zoetermeer flink hogere dichtheid. De tijd van functiescheiding is voorbij, de levendige stad wordt juist door functiemenging gekarakteriseerd. Dat gaat over de functies in de gebouwen maar ook over de openbare ruimte en de interactie tussen straat en gebouw. De straat is niet alleen voor voorbijsnellend autoverkeer maar juist een plek voor verblijf, en voor het bereiken van de adressen aan de straat. Het stedelijke leven kan zich zowel in de gebouwen als buiten afspelen. Belangrijk is daarom vooral de ‘plint’ van de gebouwen aan de straat, want dat is bij uitstek de plek voor interactie. Daar worden dus zoveel mogelijk voorzieningen geconcentreerd, voor de bewoners en bezoekers van Entree. Zowel commerciële voorzieningen (denk aan horeca en winkels) als maatschappelijke (denk aan zorg, cultuur, onderwijs). Als je boven woont (of werkt), vind je beneden, aan de straat, alles wat je dagelijks nodig hebt in de stad. Dat betekent dat er in de bouwblokken ook ruimte is voor ondernemers en creatievelingen, die voor hun bedrijf, organisatie of atelier een plek zoeken in een drukke stadswijk. Want het werkt ook omgekeerd: met een plek in de plint van Entree krijg je de ruim 12.000 bewoners en andere voetgangers en fietsers op de Afrikaweg er als potentiële bezoeker of klant bij cadeau.
De programmering in Entree is een van de belangrijkste onderdelen van de gebiedsontwikkeling om te komen tot een nieuw en levendig stadsgebied. De doelstellingen voor de programmering: • Creëren van een aantrekkelijke mix met stedelijke allure van hoogwaardige, (betaalbare) woningen, voorzieningen en bedrijfsruimten. • Het invullen van een groot deel van de woningopgave van Zoetermeer en de regio • Ruimte bieden voor de groeiende behoefte aan bedrijfsruimte in de regio en schuifruimte voor de huidige bedrijventerreinen. Flexibel en adaptief Het programma voor Entree is nieuw, adaptief, en flexibel. Het programma wordt over een periode van 10 – 15 jaar gerealiseerd en bevat daarom op de verschillende onderdelen bandbreedtes, zodat Entree in de komende jaren met verschillende (markt) omstandigheden kan groeien naar het uiteindelijke eindbeeld.
Door adaptieve gebiedsontwikkeling met vooraf afspraken over het binnen bandbreedtes kunnen aanpassen van het programma (qua inhoud, fasering en snelheid van realiseren) zullen de partijen de continuïteit in de voortgang van de gebiedsontwikkeling voldoende moeten kunnen waarborgen. Constructieve samenwerking en flexibiliteit tussen en van de betrokken partijen zijn dan ook cruciale voorwaarden voor een succesvolle transformatie van Entree Zoetermeer. Dit werd ook meerdere malen benoemd in de participatiebijeenkomsten. De bandbreedtes zijn zo gekozen dat zij voldoende flexibiliteit houden op de verschillende programmaonderdelen maar tegelijk ook zorgen dat het totale programma in balans blijft. En in de toekomst ruimte biedt om nieuwe wensen, ideeën te kunnen opnemen. 7.2 RELATIE MET ANDERE PROGRAMMA’S De programmering van Entree is afgestemd met de programma’s Ruimtelijke Strategie 2040 en Woningbouw als Aanjager om zodoende voor wonen en andere functies de juiste vertaling te maken op de schaalniveaus regio, Zoetermeer, Entree en overige wijken. Hiervoor wordt nog steeds gebruik gemaakt van Zoetermeerse Mechanisme uit “Zoetermeer 2040” en wordt Entree verknoopt met de stedelijke doelen, zoals de inzet van woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad en het verbreden en langer maken van de “roltrap”.
Alle drie de programma’s maken gebruik van verschillende behoefte-onderzoeken, die elkaar aanvullen en versterken. Vanuit de behoefte-onderzoeken van Stec (zie de bijlage van het Omgevingsprogramma), “Woningbouw als Aanjager” en “Zoetermeer 2040” zijn de meest relevante punten voor Entree: • Wonen: Entree is onderdeel van een regionale huisvestingsopgave. Er is behoefte aan doorstroming voor senioren, jongerenwoningen en bijpassende voorzieningen. • Bedrijfsfuncties: Inzet op mixed-use gebieden waar wonen en werken samengaan. Dit creëert schuifruimte voor bedrijven met een lage milieucategorie op de bestaande bedrijventerreinen. In Entree is ruimte om mee te bewegen met deze (markt)ontwikkelingen en schuifruimte te creëren voor andere stedelijke opgaves. Ter ondersteuning van het totale programma van Entree is een behoefte-onderzoek opgesteld door onderzoeksbureau Stec. Dit onderzoek is terug te vinden als bijlage van het Omgevingsprogramma.
91
Bandbreedte Min Max Wonen Wonen (aantal) Wonen (m2 bvo)
6.750 540.000
7.250 640.000
Niet-wonen Kantoren Bedrijven (commercieel, retail, kleine kantoorunits) Maatschappelijk
40.000 20.000
50.000 40.000
35.000
45.000
Totaal programma (m2 bvo)
675.000
735.000
Overzicht van het programma van Entree binnen de vastgestelde bandbreedtes
Referentiebeeld van een buurtkamer als voorbeeld van nietwoonprogramma ter bevordering van een levendige, gemengde stadswijk
oost 8 west 8 oost 7
oost 6
west 7.2 oost 5
west 7.1 oost 4.2 west 6
oost 4.1
west 5
oost 3 west 4
west 3
oost 2
west 2
hotel
oort
rt
oort
Entreep 1
Overzichtskaart Entree met kavelnummers
92
ONTWIKKELVISIE ENTREE
oo Entreep 2a
oort Entreep 2b
Entreep 2c
oort
oost 1
Entreep 3
west 1
7.3 FOCUS OP DOELGROEPEN Samen met de grondeigenaren, woningcorporaties en woningmakelaars is onder begeleiding van woningonderzoekbureau Companen (zie de bijlage van het Omgevingsprogramma) een doelgroepenanalyse en indicatieve woonbibliotheek opgesteld. Entree biedt een grote verscheidenheid aan huisvesting voor diverse doelgroepen, die ook op zijn genomen in de rapportage. Er zijn 3 doelgroepen die de meeste aandacht van Entree zal trekken: Jongeren Jongeren studeren en/of werken, hebben een bescheiden inkomen en vaak verhuizen ze naar grotere steden vanwege de reuring, het werk of de studie, of door gebrek aan aanbod in hun woonplaats. De groep bestaat uit zowel alleenstaanden als stellen die (gaan) samenwonen. Ze hebben behoefte aan een betaalbaar appartement of studio in de sociale huur, middenhuur, of betaalbare koop en willen graag een breed aanbod van horeca, sportvoorzieningen en openbaar vervoer dichtbij. Zij zorgen voor verjonging en brengen dynamiek in de stad. Flexibiliteit speelt een belangrijke rol in de keuzes die zij maken. Ook jongeren die uitstromen uit beschermd wonen en jeugdhulp hebben daarbij onze aandacht. Stedelijke huishoudens Dit zijn vooral kleine huishoudens die behoefte hebben aan appartementen en andere stedelijke woonvormen, zoals stadswoningen. Ook houden we rekening met woningen voor eenoudergezinnen.
Deze groep draagt bij aan een levendige stadsomgeving. Deze groep heeft een inkomen tussen modaal en twee keer modaal. Ze werken als ondernemer of in loondienst en zoeken een appartement of een koopwoning in een stedelijke omgeving. Ze houden van een breed aanbod aan horeca en sportvoorzieningen. Zoetermeer wil deze groep aantrekken om de stad dynamischer te maken, want ze zijn nu ondervertegenwoordigd. Senioren Deze groep is divers en varieert van vitale ouderen tot ouderen met een zorgbehoefte. Zo zijn er ouderen die graag met leeftijdsgenoten in een complex willen wonen, terwijl andere ouderen juist de voorkeur geven aan een gemengd wooncomplex. Waar ouderen in het verleden sterk georiënteerd waren op huur zien we nu ook de ontwikkeling dat steeds meer ouderen een appartement kopen. Senioren zijn 55 jaar of ouder en wonen vaak nog in hun oude gezinswoning. Als ze verhuizen, willen ze een woning die meer comfort biedt met voldoende kamers, een ruime buitenruimte. De vraag naar gemeenschappelijke ruimtes of buitenruimte is per huishouden verschillend, maar voor de meerderheid wel noodzakelijk. Ook is de nabijheid (loopafstand) van zorgvoorzieningen en ook de dagelijkse boodschappen een voorwaarde om te verhuizen naar Entree. Dit werd ook vaak benoemd tijdens de participatiebijeenkomsten.
Ook werd gevraagd om rekening te houden in het ontwerp van de woning en buitrenruimte met: • ‘Veilig oud’ (bereikbare, gelijkvloerse woningen)
• •
kunnen worden Het creëren van vanzelfsprekende ontmoetingen De balkons de ruimte te geven om te kunnen klaverjassen: “Het klaverjasbalkon”.
7.4 HET TOTALE PROGRAMMA In Entree worden tussen de 6.250 en 7.250 nieuwe woningen gerealiseerd, inclusief de woningen in het project Terra Nova (ontwikkellocatie Oost 7). Daarnaast komen er kantoren, bedrijven (zoals retail en kleine kantoorunits) en maatschappelijke voorzieningen. De totale omvang van het programma in Entree (binnen de beoogde grenzen van het Omgevingsprogramma) wordt enerzijds bepaald door de maximale dichtheid waarbij nog een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving is te realiseren en anderzijds door mogelijke beperkingen vanuit milieueffecten (geluid, verkeer, luchtkwaliteit, etc.). Stedenbouwkundig is het totale programma maximaal gesteld op circa 735.000 m2 bvo nieuwe bebouwing op de ontwikkellocaties. Binnen de plangrenzen van Entree zijn ook bestaande gebouwen opgenomen. Deze behoren echter niet tot de ontwikkellocaties. 7.5 WONEN Positionering en woningmarkt-ontwikkelingen (vraagzijde) Zoetermeer kent als voormalige suburbane groeikern een specifieke woningvoorraad en bevolkingsstructuur. Gezinnen voerden daarin lange tijd de boventoon. In meer dan 1/3 van de grondgebonden gezinswoningen wonen inmiddels geen gezinnen meer, maar alleenstaande en samenwonende emptynesters, dan wel ouderen. Onder hen is een groeiende vraag waarneembaar naar appartementen in een stedelijke omgeving met veel voorzieningen.
Parallel aan deze interne ontwikkeling neemt de verstedelijkingsdruk binnen de Randstad toe en wijzigt de positie van Zoetermeer van suburbane groeikern naar een in potentie belangrijke stedelijke hub in het stedelijk netwerk van de Zuidelijke Randstad. Wonen kan niet los beschouwd worden van de voorzieningen. Er is een samenspel tussen diverse functies van wonen en niet-wonen die elkaar versterken. Om het wonen betaalbaar te houden is er meer vraag naar kleinere woningen aangevuld met gemeenschappelijke functies en diensten. Door deze trend ontstaan nieuwe mixed-use gebouwconcepten. Er bestaan steeds meer woonvormen waarbij diverse faciliteiten geen onderdeel uitmaken van de woning maar “om te delen” worden aangeboden in het gebouw of in de buurt. Dit gaat verder dan bijvoorbeeld een gemeenschappelijke huiskamer, maar gaat ook over het lenen van apparatuur of muziekstudio of werkplekken of sociale activiteiten als tv en film kijken, sport, de was doen of gewoon elkaar ontmoeten en bij elkaar zitten. Het aanbieden van een grote verscheidenheid aan gemeenschappelijke functies en diensten stimuleert dat mensen elkaar ontmoeten, saamhorigheid en samenleven kunnen ontstaan. Het kan eenzaamheid en anonimiteit voorkomen, en dat behoeft juist bij de doelgroepen en jongeren en senioren aandacht. 93
Hy
socia 0.000 m² v.v.o., een stijging van 13% ten Trends & ontwikkelingen • Hybr gerealiseerd onder aanhoudend krappe 0 waren de eerste invloeden van Marktonzekerheden
1 en meer persoons huishoudens starters, doorstromers, senioren doorstromers, senioren
Marktonzekerheden
War for talent
War for talent
Toekomstbestendig
Hybride werken
Toekomstbestendig
senioren, 2 persoons huishoudens senioren, 2 persoons huishoudens gezinnen senioren, 2 persoons huishoudens
• Beweging naar hoogwaardige Het aanbieden van een inspirerende en kw organisaties verhuizen alleen van groot belang voor het aantrekken en be • Het kantoor heeft een bepalen estendig
Hybride werken
Marktonzekerheden
talent
•
jongeren senioren/zorgdoelgroepen jongeren senioren, 1 persoons huishoudens senioren, 2 persoons huishoudens starters
Marktonzekerheden
Indicatie Prijsindicaties (prijspeil 2024) Doelgroepen gebruiksoppervlakte (m2, GBO) Goedkoop/Sociale Huur en Goedkope koop 27% - 30% 1.822 - 2.025 max € 880 p.m. 25-40 Jongeren/studentenwoningen (huur)* 70% tot €694 p.m. en 30% tot max €880 p.m. Woonzorgvorm geclusterd (huur)* 55-63 70% tot €694 p.m. en 30% tot max €880 p.m. Voor jongeren 2 kamers (huur)* 45-50 70% tot €694 p.m. en 30% tot max €880 p.m. Voor senioren 2 kamers (huur)* 55-63 70% tot €694 p.m. en 30% tot max €880 p.m. Voor senioren 3 kamers (huur)* 65-73 tot €250.000 Goedkope koop** 35-50 1.688 - 2.363 Middenhuur en Bereikbare koop 25% - 35% €880 tot €1.123 p.m. 40-63 2 en 3 kamers €250.000 tot €355.000 Tot €355.000 50-70 €355.000 tot €390.000 Tot €390.000 70-80 2.363 - 3.240 Duur koop en huur 35% -48% €390.000 tot €455.000 Tot €455.000 3-4 kamers 80-90 Vanaf €455.000 4 kamers 90-110 vanaf €455.000 Stadswoningen 100-130 vanaf €500.000 Huur duur 3 kamers 70-75 vanaf €1.123 p.m.