Concept Notulen Commissie Plenair 18 januari 2021
Tekst van het document
andere typen woningen te bouwen. Er ontbreken nu bijvoorbeeld echt doorstroomwoningen voor ouderen in de sociale huursector en die kunnen prima in die sector gerealiseerd worden. We hebben ook al jaren een tekort aan woningen voor jongeren, daarvoor hoeft het percentage sociale woningbouw niet af te nemen, maar je bouwt wel andere typen woningen en dat kan net zo goed ook gelden voor de koopwoningen die we moeten realiseren. De voorzitter: Dan nog een interruptie van mijnheer Duiven. De heer Duiven: Ja dank u wel voorzitter, een beetje in het verlengde van wat de heer Ekkelenkamp opmerkte. Als ik de heer Boerboom goed heb gehoord, krijgen we alleen gelukkige Zoetermeerders als we meer sociale woningen bouwen. Dat was een stelling die hij poneerde. Dat waag ik te betwijfelen, er zijn ongetwijfeld meer gelukkige mensen die in een sociale woning willen of moeten wonen, maar er zijn ook heel veel Zoetermeerders, mensen die in Zoetermeer willen wonen, blijven wonen of gaan wonen, die ik absoluut niet gelukkig maak door hen uit Zoetermeer te laten verdwijnen simpelweg omdat er boven het sociale woningniveau te weinig woningen zijn, onbereikbaar, financieel onbereikbaar of simpelweg niet beschikbaar.
Zou de heer Boerboom die stelling wat kunnen nuanceren als het gaat om het geluk in Zoetermeer, iets wat GroenLinks en hij heel belangrijk vinden, hij heeft er in het begin van zijn betoog heel nadrukkelijk naar verwezen. De voorzitter: Mijnheer Boerboom. De heer Boerboom: Dank voorzitter. Kijk, er wordt elke keer een kwalitateur gemaakt alsof wij niets aan de bovenkant van de markt willen doen. Volgens mij hebben wij in deze periode, ook in het college waarin wij samen zitten, ook heel veel aan de bovenkant van de markt gedaan. Dus volgens mij moeten we niet schetsen alsof we daar bijna niets doen. Wij zien in de praktijk dat er aan de onderkant, en volgens mij moet u dat met mij eens zijn, gewoon een hele groep kwetsbaren zit. Kijk naar Palenstein, daar is een hele groep mensen de stad uitgejaagd doordat we daar andere keuzes hebben gemaakt. Daarmee verplaatsen we ook nog eens problemen, daarin zitten ook hele grote groepen mensen, leraren, politieagenten en dat soort mensen, die geen andere woning krijgen. Volgens mij is het onze taak om te zorgen dat er voor iedereen voldoende aanbod is. Het college stuurt nu heel duidelijk aan op verkleining van dat sociale aanbod en dat ligt voor mijn fractie heel gevoelig en ik zal straks ook nog iets zeggen over het feit dat ik denk dat we een visie moeten vaststellen waarvoor een breed draagvlak is.
Dus dat we ook met elkaar op zoek moeten gaan naar wat een evenwichtig aanbod in die huizenmarkt is. Nogmaals, volgens mij zitten we ook weer niet zo ver van elkaar af, maar we moeten wel zoeken naar een weg waarmee we Zoetermeer uiteindelijk gewoon sterker en beter maken met een breed draagvlak hier in deze raad. De voorzitter: Een vervolgvraag van de heer Duiven en daarna mevrouw Bink. De heer Duiven: Ja voorzitter, ik ben het graag met de heer Boerboom eens. Als ik goed naar zijn woorden als antwoord op mijn vraag luister, denk ik dat we aardig op één lijn zitten. Als ik het goed begrijp is ook de heer Boerboom groot voorstander van scenario 1, meer woningen bouwen, niet alleen sociale woningbouw, maar woningen voor alle soorten en maten die we in Zoetermeer kennen. Als hij dat zo zegt, dan vindt hij mij aan zijn zijde. De heer Boerboom: Voorzitter, ik zou mijnheer Duiven willen vragen om nog eens naar scenario 2 te kijken waarin ook heel duidelijk staat dat we bijbouwen en volgens mij kan dat dus ook daar in verschillende doelgroepen. We temporiseren alleen een beetje en dat betekent iets voor alle segmenten in de woningbouw. Dat lijkt ons uiteindelijk een verstandigere keuze, wat de experts ook adviseren met een duidelijke reden om toch echt voor scenario 2 te kiezen. Daarover zal ik straks nog iets zeggen.
31
De voorzitter: Maar eerst gaan we naar mevrouw Bink en daarna naar mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Bink: Voorzitter dank u wel. Ik heb een vraag aan de heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp wil graag dure bungalows bouwen, hoe staat de heer Ekkelenkamp tegenover bijvoorbeeld Hofjes van Tom, Knarrenhof vind ik een beetje een vervelend woord, maar dat soort Hofjes van Tom, en alternatieve woonvormen. Ik hoor graag van hem. De heer Ekkelenkamp Ja mijnheer de voorzitter als u mij toestaat, wil ik daar wel op antwoorden. De voorzitter: Ja, prima hoor. De heer Ekkelenkamp: U heeft mij niet horen zeggen dat het bungalows moeten zijn, maar ik heb een pleidooi gehouden voor het ook bouwen van meer duurdere woningen in deze stad, zodat we mensen die eigenlijk toe zijn aan een duurdere woning en die deze nu niet in de stad kunnen vinden aan ons binden en welke vorm die woning heeft, waar die staat enzovoort dat heb ik allemaal niet uitgewerkt in mijn betoog. Het ging erom dat ik graag wil dat mensen die een volgende stap op de woonladder willen maken dat ook in Zoetermeer kunnen doen. Dank u wel mijnheer de voorzitter. Mevrouw Bink: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Bink. Mevrouw Bink: Ik heb eigenlijk geen antwoord van de heer Ekkelenkamp op mijn vraag gekregen.
Ik zou graag willen weten hoe de heer Ekkelenkamp kijkt naar woningen bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of alternatieve woonvormen. De voorzitter: De heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Volgens mij heb ik wel antwoord gegeven op de vraag. U sloeg aan op iets over bungalows, wat ik volgens mij niet heb gezegd, maar ik wil wel ingaan op uw vraag. Kijk volgens mij zijn er allerlei alternatieve woonvormen denkbaar en mogelijk. Het ging mij er in mijn betoog eigenlijk om, en dat houd ik nog even vol, dat wij er in deze stad voor moeten zorgen dat we een hele brede doelgroep, dus niet alleen maar sociale woningbouw, maar ook de bovenkant van de markt, een woning kunnen bieden en in welke vorm en op welke plek, misschien zijn er ook mensen die zelf een kavel kunnen kopen en daar een droomhuis op kunnen bouwen, ik vind het allemaal prima, het gaat mij erom dat we die gedifferentieerde stad met zowel de mensen die aan een sociale woning toe zijn als de mensen aan de bovenkant van de markt in deze stad een woning kunnen bieden. Dat is eigenlijk mijn verhaal. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Van Leeuwen: Ja voorzitter, ik ben een beetje op zoek naar wat we in scenario 2 nou zo heel erg anders gaan doen ten opzichte van wat we alle voorgaande jaren hebben gedaan. Ik herinner me dat we hebben geïnvesteerd in Palenstein en in Oosterheem.
Op een gegeven moment stond Buytenwegh er niet goed op en toen hebben we daar een uitgebreide wijkaanpak op gezet. We hebben de afgelopen jaren maar mondjesmaat gebouwd en dat heeft juist geleid tot het rapport zoals het er nu ligt. Als ik dan de heer Boerboom hoor, denk ik 'eigenlijk gaan we verder op de ingeslagen weg' en hij voelt zich daarin gesteund door de experts, maar ik ben het wel heel erg met de heer Ekkelenkamp eens dat we echt naar een gezondere mix mogen gaan, dat dit pas de doorstroming op gang gaat helpen en dat we juist hebben gezien dat we aantrekkingskracht hebben voor mensen 32
die toch meer een beroep doen op onze sociale voorzieningen. Hoe gaat u dat in de toekomst nog betalen en hebt u dan überhaupt nog wel geld om de stad te ontwikkelen als we hier straks toch wat mij betreft te nadrukkelijk te veel sociale woningbouw hebben? Hoe kijkt u daar nou tegenaan, zo'n situatie zal juist door deze scenario's zoals u schetst toch eerder ontstaan? De voorzitter: Mijnheer Boerboom. Ja, ik waardeer de levendige discussie die nu ontstaat, maar die is een beetje bedoeld voor de tweede termijn. Misschien kunt u dit nog in uw antwoord meenemen en vervolgens doorgaan met uw termijn. De heer Boerboom: Ja voorzitter, kort. De discussie over sociale woningbouw voeren we hier al heel lang met elkaar, we kijken daar gewoon echt anders tegenaan. Wij vinden en wij zien daar in allerlei onderzoeken ook aanleiding voor dat het juist een misvatting is dat meer sociale woningbouw tot meer problemen zou leiden, wij zien die link niet een-op-een. Wij denken juist dat, als je zorgt dat mensen perspectief hebben, als we gaan investeren in die arbeidsmarkt en in die kansenongelijkheid, we juist heel veel geld overhouden en we uiteindelijk niet alleen zorgen dat we het probleem verplaatsen, maar we uiteindelijk ook gelukkige inwoners krijgen.
Wat voor ons erg belangrijk is, is om vanavond ook gewoon op zoek te gaan want deze discussie hebben we al vaker gevoerd…, maar dat we gaan kijken, kunnen we nou… Want volgens mij vraagt Zoetermeer 2040 ook heel duidelijk om een afweging van de raad waar een breed draagvlak voor is. Kunnen we elkaar nou niet ergens vinden om te zorgen dat we met elkaar verder kunnen. Dat is de oproep waarbij we niet alleen ons eigen standpunt geven, maar waarbij we juist ook gaan kijken waar we elkaar kunnen treffen om te zorgen dat wij uiteindelijk met elkaar een gedeelde visie hebben waar we twintig tot dertig jaar aan vast kunnen houden om die stad verder te helpen. De voorzitter: Een korte vervolgvraag van mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Van Leeuwen: Ja, ik ben het wel met de heer Boerboom eens als het gaat over kansenongelijkheid en dergelijke en dat we daarin moeten investeren, daar vindt de heer Boerboom mij echt aan zijn zijde. Tegelijkertijd vind ik ook dat hij aan cherry picking uit het rapport Louter doet. Daarin staat natuurlijk wel heel duidelijk beschreven dat onze stad een dusdanige beroepsbevolking heeft opgebouwd die gewoon een hogere vraag heeft naar sociale voorzieningen.
U kunt dat misschien uit principiële overwegingen ter discussie stellen, maar de feiten liegen er gewoon niet om en daarom denk ik dat het juist belangrijk is om te sturen op woningbouw en daar gezonde mixen te creëren want anders ben ik bang dat de regiogemeenten straks versneld wel gaan ontwikkelen, wel gaan bouwen, aantrekkelijke nieuwe woningen neerzetten en we weten uit de historie van Zoetermeer dat dit juist mensen trekt. Dan trekken ze dus weg uit de stad en dan houden we hier uiteindelijk het afvoerputje, zoals ze worden genoemd, over. Dan zullen we alleen maar zien dat we niet meer kunnen ontwikkelen en eigenlijk verder dalen in een neerwaartse spiraal. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dat zijn geen dingen die ik verzin, maar die staan in het rapport. De heer Boerboom: Voorzitter, ik denk dat mevrouw Van Leeuwen zelf aan cherry picking doet. Volgens mij staat er heel duidelijk in het rapport Louter dat we een bepaalde eenzijdige instroom in de stad hebben en die analyse delen wij. We zeggen ook niet 'we moeten zorgen dat we een meer diverse instroom krijgen', maar dat betekent niet dat we de bestaande groep de stad uit moeten jagen. We zien nu gewoon enorme krapte, ook in de sociale woningmarkt, net als op veel andere terreinen, zeker als je ook kijkt naar … Palenstein en wat ons betreft was dat geen schoolvoorbeeld van succes en van hoe je met mensen moet omgaan.
Dat betekent dus wel dat we ook daar iets moeten doen. Nogmaals, dat moet in balans en dat betekent ook dat we andere typen woningen kunnen neerzetten want volgens mij hebben we in Palenstein ook te veel drie- en vierkamerappartementen gebouwd en volgens mij is het juist goed om te kijken hoe we ook iets voor ouderen kunnen neerzetten, voor verschillende doelgroepen, om zo te zorgen dat we ook in de sociale woningbouw meer 33
diversiteit creëren. Wij zijn ervan overtuigd dat dan ook andere groepen naar deze stad trekken. We moeten wel zorgen dat die mensen aan de onderkant ook nog steeds een plek hebben. De voorzitter: Mijnheer Boerboom, wilt u uw termijn afronden, u hebt nog 1,5 minuut. Ik sla even de interruptie over wat anders komen we nergens. De heer Boerboom: Dank voorzitter. Ik ga even kijken waar ik gebleven was want dat was even terug. Voorzitter, dit alles samenvattend zal het u niet verrassen dat GroenLinks voor scenario 2 kiest. Door de focus op de bestaande wijken te leggen zorgen we ervoor dat we eindelijk afstappen van een stad die vooral oog heeft voor groei naar een stad die oog heeft voor onze bestaande inwoners. Uiteraard bouwen we woningen bij, maar die zijn ondersteunend aan de verdere groei van de bestaande wijken en de adviezen van allerlei partners bevestigen voor ons die keuze. GroenLinks wil vier belangrijke aandachtspunten en risico's meegeven. Zoals het college stelt, is het belangrijk dat we een keuze voor een van de scenario's maken. Aanvullend daarop is het volgens GroenLinks ook cruciaal dat er op korte termijn heldere stappen komen, vooral om te zorgen dat we focus houden, maar ook om te zorgen dat we de visie op papier gaan realiseren. Het kopje 'Vijf jaar verder' is wat ons betreft nog onduidelijk en vaag.
Het zou mooi zijn als in de definitieve visie de concrete doelen voor de eerste vijf jaar uiteen worden gezet. Ten tweede bevinden wij ons in een tijd waarin corona ons leven beheerst en de toekomst onzeker is. Het is van belang dat we transparant en flexibel met de ambities van Zoetermeer 2040 omgaan. Als blijkt dat er wijzigingen nodig zijn, moet het college de raad tijdig heldere keuzes voorleggen en niet blijven doormodderen. Dit vraagt ook ruimte voor dialoog en geen afrekencultuur in de raad. Ten derde zien wij ook nog andere grote ontwikkelingen op ons afkomen, met name rondom de energietransitie. Die transitie biedt enorme kansen voor het realiseren van de doelen uit Zoetermeer 2040, maar zorgt ook voor risico's en het is cruciaal dat er slimme verbindingen worden gelegd. Tot slot is het belangrijk dat we denken vanuit de inwoners en hen steeds maximaal betrekken. De werkwijze, hoe we tot nu toe met samenspraak omgaan past daar niet bij. Ook de Omgevingswet waarvan Zoetermeer 2040 een onderdeel is, vraagt hierom. We zijn benieuwd of de wethouder Personeel vanavond kan reflecteren of hij dit deelt en wat ervoor nodig is om dit op bestuurlijk en ambtelijk niveau te realiseren. Voorzitter, tot slot. Alle voorwaarden zijn aanwezig om optimistisch en hoopvol te zijn over de toekomst van Zoetermeer.
Als we samen met elkaar de verbinding zoeken en keuzes durven te maken, heeft Zoetermeer straks daadwerkelijk de gelukkigste inwoners. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt. Dan geef ik graag het woord aan de ChristenUnie-SGP. Mevrouw Brouwer: Dank u wel voorzitter. In het opiniërend raadsdebat over Zoetermeer 2040 was de inbreng van de ChristenUnie-SGP globaal als volgt: we moeten elkaar niet in de put praten op basis van de staat van de stad, we zijn gewoon een stad in de puberteit, we zoeken naar identiteit en daarin lijken we op andere steden met dezelfde geschiedenis. In de zoektocht naar identiteit ligt de focus van onze fractie op het zijn van een prettige woonstad en de oplossing van veel van onze problemen ligt volgens ons in het laten wortelen van de inwoners. Het is belangrijk dat zij een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voelen voor de stad, dat ze elkaar kennen en dat er hier woningen zijn voor hen en voor hun kinderen. We sloten dat debat toen af met de opmerking dat we uitkijken naar de beloofde menukaart met keuzes voor de toekomst. Nu hebben we de menukaart gekregen in de vorm van het expertadvies met twee strategieën.
Als je denkt dat twee keuzes op een menu een beetje karig is, moet je bedenken dat de keuze er ook nog zo uitziet: je kunt a kiezen, maar dan veroorzaak je problemen of je kunt b kiezen, dat is beter en daar staat het college ook achter. O, en de partners ook, maar dat klinkt een beetje kritisch voorzitter. Eigenlijk staan wij best positief tegenover met name strategie 2 van het expertadvies, eerst het fundament en dan groeien, dat past globaal best goed bij onze blik op de stad want als er iets belangrijk is, is het wel het versterken van het fundament van de 34
stad in de betekenis van het maatschappelijk weefsel, het thuis voelen in de stad, je verantwoordelijk voelen voor de groei en bloei van jouw stad. De tweede strategie wordt omschreven als: maximaal inzetten op het versterken van de fysieke en sociale omgeving van de bestaande stadsdelen en nieuwbouw om die stadsdelen te versterken. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Bout. Mevrouw Bout: Ja dank u voorzitter. Ik hoorde mevrouw Brouwer zeggen, als ik het vrij mag vertalen: strategie 1 is voor ons geen optie, strategie 2 gaat het worden. Hebt u het idee dat u bij het kruisje moet tekenen en hebt u het idee dat het college al aan het voorsorteren is zonder dat we het er in de raad over gehad hebben? Mevrouw Brouwer: Wilt u mijn termijn overnemen mevrouw Bout? Mevrouw Bout: Ik kom nog. Mevrouw Brouwer: Nee, ik heb niet het gevoel dat ik bij het kruisje moet tekenen en dat ga ik ook niet doen. Ja, ik heb wel het gevoel dat het college heeft voorgesorteerd, maar ik zal hier straks nog even op terugkomen. Ik zei dat met betrekking tot de tweede strategie dat het niet direct zo is dat het voor ons klip-en-klaar is wat dat nu praktisch inhoudt, hoe versterk je de bestaande stad met nieuwbouw, dat hoorde ik mijnheer Boerboom ook zeggen die begrijpt het kennelijk en misschien dat we daar straks nog wat duidelijkheid over krijgen.
Wij hopen dat het betekent dat we bouwen voor de woningbehoefte van bestaande inwoners, hun kinderen, lege-nesters en senioren of bedoelt de schrijver bouwen voor de nieuwe bewoners waar we er te weinig van hebben, hoogopgeleiden, mensen met een hoger inkomen en een koophuis? Wij willen niet dat de woningnood van de huidige bewoners onnodig verlengd wordt door de keuzes die we nu maken. Als scenario 2 daartoe leidt, willen wij niet kiezen uit deze twee strategieën, maar omwille van de structuur van het debat zal ik nu eerst de vijf vragen van het college langslopen.1, of wij vinden dat de inhoud van het raadsdebat goed is geland in het expertadvies. Gezien de volgorde van de dingen hebben wij eerlijk gezegd twijfels over of de inhoud van het opiniërend raadsdebat is opgenomen in het expertadvies, maar uiteindelijk denken wij inderdaad dat de inhoud van het debat en het advies goed bij elkaar passen, maar dat is misschien wel met name omdat het over dezelfde stad en dezelfde problemen gaat. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van den Berg. Mevrouw Van den Berg: Dank u wel voorzitter. Ik wilde graag aan mevrouw Brouwer vragen hoe zij denkt over... Mevrouw Brouwer: Ik versta mevrouw Van den Berg eerlijk gezegd niet. De voorzitter: Nee, u bent erg slecht te verstaan.
Mevrouw Van den Berg: Deze was ik even vergeten voorzitter, ben ik beter te verstaan? De voorzitter: Ja hoor. Mevrouw Van den Berg: Ik wilde graag aan mevrouw Brouwer vragen, aangezien zij vindt dat de woningnood voor bestaande inwoners niet verlengd moet worden, hoe de ChristenUnie-SGP dan denkt over het meer bouwen van sociale woningen. Dat is eigenlijk mijn vraag. Dus hebben we meer sociale woningbouw nodig? Mevrouw Brouwer: Het is voor ons met name zo dat je bij de balans die je zoekt in het bouwen van woningen in eerste instantie focust op je eigen bewoners, wat daarvoor nodig is, 35
en aangezien we al best weten wat we nodig hebben, seniorenwoningen, jongerenwoningen en doorstroomwoningen voor lege-nesters, moet daar ook nadruk op liggen in het ontwikkelen van het woningbouwplan. Goed, ik had een kritische noot geplaatst over de volgorde van dingen en het opnemen van onze punten in het expertadvies. Ik wilde nog zeggen dat we denken dat het rapport eenzijdig focust op het opheffen van onbalans. We moeten per se gemiddeld scoren op huizenprijzen, opleidingsniveau en inkomen, maar waarom moet dat eigenlijk per se? Wij zijn als stad niet gemiddeld, dan lopen we tegen dingen aan en dat vraagt bij ons misschien wel andere antwoorden dan bij andere steden. Dan vraag 2, of de hoofdlijnen uit het advies voor ons het gewenste toekomstperspectief zijn. Ja, het is een idealistisch plaatje maar we zijn niet vies van een beetje idealisme. Ook hier geldt: liever geen eenzijdige focus op het veranderen van de samenstelling van wijken. 3, of de hoofdlijnen evenwichtig zijn behandeld. Ja hoor, wat ons betreft wel. 4, of wij ook achter strategie 2 staan. Strategie 2 past beter bij ons dan strategie 1 want dat bouwen, bouwen, bouwen is in zijn eentje niet zaligmakend en wij vinden het goed klinken dat de weeffouten van de stad hersteld moeten worden voordat je vol gaat voor groei.
We voelen ons thuis bij de opmerkingen over de ontwikkeling van buurten en wijken en de gehechtheid aan de woonplaats, maar als voornaamste risico van deze strategie zien we wel dat de woningnood er wellicht te weinig door wordt opgelost en dat is wel een vitaal punt in deze discussie. Ten slotte vraag 5, of wij ook willen dat de visie deze bestuursperiode nog wordt vastgesteld, Ja, wij begrijpen dat het goed zou zijn om het af te hebben voor de verkiezingen, maar we willen niet dat het proces wordt overhaast, dat is voor ons als raad ook niet werkbaar. De toekomst moet uitwijzen of het een realistisch plan is om het af te krijgen voor de verkiezingen. Ten slotte voorzitter wil ik nog één keer de vinger leggen bij een punt dat wij belangrijk vinden, dat in beide strategieën en niet in een van de twee naar voren zal komen. Het wordt zo verwoord: "Het reguleren van de in- en uitstroom met als doel het stimuleren van de diversiteit in de samenstelling van de samenleving".
Ik begrijp heel goed hoe je kunt sturen op instroom, je bouwt dure huizen en daar komen dan rijke mensen te wonen, dat is heel gemakkelijk, maar hoe stuur je dan uitstroom? Moet ik me voorstellen dat we beleid gaan voeren dat erop gericht is om lager opgeleiden te laten uitstromen en wat is dat dan voor beleid, gaan we dan goedkope huurwoningen platgooien? In dat geval lijkt het me tijd voor een goed gesprek in tweede termijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de fractie Van den Berg, met oordopjes. Mevrouw Van den Berg: Met oordopjes, dank u wel voorzitter. Fractie Van den Berg dankt het college en de ambtenaren voor twee zeer heldere strategieën voor Zoetermeer die Zoetermeer in theorie kunnen ontwikkelen tot de stad die we graag willen: een gezonde, levendige en groene stad. Fractie Van den Berg vindt de observatie dat sprake zou zijn van een neergaande lijn in Zoetermeer te ongenuanceerd. Ja, op bepaalde vlakken is er een neergaande lijn, maar wat gebeuren er ook veel geweldige dingen in Zoetermeer, de afgelopen jaren is het cultuuraanbod uitgebreid met festivals, een museum en een filmhuis. Dat de huizenprijzen hier lager liggen, kan ook een pluspunt zijn, het is maar hoe je het bekijkt.
We hebben geweldige vrijwilligersorganisaties in Zoetermeer die zich inzetten voor hun medemens, we zijn een Regenboogstad, een stad met een Toegankelijkheidsraad en ga zo maar door. Misschien had het rapport van Louter wel uitgebreid moeten worden met criteria die zich níet laten vertalen in financiële voor- of nadelen, dan komt er misschien wel een heel ander beeld van Zoetermeer naar voren. Voorzitter, er zijn veel momenten geweest waarop we het rapport van Louter hebben besproken, momenten waarop de raad zijn inzichten kon meegeven. Gelukkig is een aantal daarvan opgenomen in vooral de tweede strategie, de strategie die ook de voorkeur van Fractie Van den Berg heeft. Er zijn veel redenen te noemen waarom deze strategie onze voorkeur heeft al kleven er ook nadelen aan en vraagt Fractie Van den Berg zich af of deze strategie wel volledig is. De problemen die in de stad leven, lossen we niet alleen op met bouwen. We moeten nu behouden wat goed is, doorpakken met het wijkgericht werken, zorgen voor meer toegankelijkheid, de 36
sociale cohesie versterken, zorgen dat mensen zich thuis voelen in Zoetermeer, streven naar welzijn en niet altijd naar welvaart en de kwaliteit van de omgeving van sociale huurwoningen verbeteren om verloedering tegen te gaan, investeren in mensen en hun omgeving. De voorzitter: Een interruptie van de heer Duiven. De heer Duiven: Ja dank u wel voorzitter. Een vraag aan mevrouw Van den Berg, maar eigenlijk grijp ik ook terug op eerdere discussies. Ik hoorde mevrouw Van den Berg zeggen dat optie 1 de optie Bouwen, bouwen, bouwen is, alsof dat alleen gebeurt. Zoals ik de scenario's lees en zoals ze volgens mij zijn opgebouwd, dat zie je ook aan de titel, kennen ze een eerst-danvariant. Het is toch zo, dat is ook een vraag over het hoofd van mevrouw Van den Berg heen aan het college, dat je het zo mag interpreteren dat in beide scenario's uiteindelijk alles gebeurt, maar in het ene scenario wordt ervoor gekozen om eerst de focus op het bouwen te leggen, terwijl in het andere scenario voor een integrale aanpak wordt gekozen. Ik zou het jammer vinden, zo interpreteer ik het althans, als de hele discussie is gebaseerd op dat het ene scenario alleen dit betekent en het andere scenario alleen dat. Zo lees ik het niet en mocht het anders zijn, mocht mevrouw Van den Berg het anders zien, dan hoor ik graag haar interpretatie. De voorzitter: Mevrouw Van den Berg.
Mevrouw Van den Berg: Ja, ik ben het voor een deel zeker eens met de heer Duiven want strategie 1 is in eerste instantie gericht op bouwen en in tweede instantie gericht op het aanpakken van andere zaken in de stad. De voorkeur voor strategie 2 ligt, wat ons betreft, voornamelijk in het nu aanpakken van problemen die er spelen. Ik weet niet of ik hiermee de vraag voldoende heb beantwoord? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van den Berg: Dan ga ik verder, voorzitter, even kijken waar ik gebleven ben. Inzetten op de kwaliteit van groen in Zoetermeer en deze uitbreiden. Stad tussen de parken. De parken mogen natuurlijk nooit verdwijnen. Zorgen dat mensen zo lang mogelijk naar behoefte en tevredenheid in hun eigen huis kunnen wonen. De mogelijkheden tot nieuwe woonvormen kunnen mensen perspectief bieden waar ze misschien wel dachten aan verhuizen naar een andere stad. Toch bevat de tweede strategie ook elementen die Fractie Van den Berg ernstige zorgen baren, zoals het investeren in meer eigenwoningbezit, eventueel ten koste van huurwoningen. Dit kan flinke problemen opleveren met de gevolgen van een coronacrisis die als een donkere wolk boven onze samenleving hangt en waarvan we nu nog niet weten hoelang deze effecten zullen duren. Er zijn mensen die de crisis van 2008 zelfs maar net te boven zijn gekomen.
Om een eigen woning te kunnen onderhouden, moet je een budget op kunnen bouwen. Het voordeel van een huurwoning is nu juist dat de woningbouwvereniging het onderhoud voor haar rekening neemt. De gevolgen van corona kunnen misschien nog jaren duren. De coronacrisis zal dus ook zorgen voor een inkomensval bij mensen die geen lagere sociaal-economische status hebben, misschien wel bij hoogopgeleide zzp'ers en MKB-ondernemers. Deze groepen hebben misschien hun huis juist moeten verkopen of staan al op die drempel. Het omzetten van sociale huur in koop kan daarmee rampzalig uitwerken. Terwijl de wachtlijsten voor een sociale huurwoning er niet korter op worden. Wat ontbreekt, voorzitter, is het verwerken van milieu, cultuur en de gevolgen van de coronacrisis in de strategie. Vooral de gevolgen van corona zijn onvoldoende uitgewerkt. En voor wat cultuur betreft, leunen we misschien wel te veel op de regio. Ja, we zijn een stad met sterke bindingen met de regio, maar dat betekent niet dat we zelf niets in huis hoeven te hebben van wat de regio wel heeft. Dan laten we wellicht een doelgroep liggen die wel naar Zoetermeer zou willen verhuizen als hier meer cultuur was,
37
bijvoorbeeld. Misschien wel precies de doelgroep die we hier zo graag willen. Veertigplus en empty-nesters. Dan milieu. Als je groen wilt uitbreiden ten koste van verkeersruimte, waar we overigens achter staan, moet je wel investeren in alternatieven om duurzame mobiliteit te garanderen voor onder andere ouderen en mensen met een beperking. Qua milieu is het uitbreiden van groen haast het enige dat in de strategie is verwerkt, dat is wel een beetje magertjes. Voorzitter, ik ga afronden. Koersvast en adaptief, Fractie Van den Berg staat daar zeker achter. Afgelopen jaren hebben we wat afgezwalkt op zoek naar identiteit. Terwijl onze prachtigste eigenschap, stad tussen de parken, al die tijd al voor onze neus lag. Laten we dan ook nu stoppen met zwalken en inzetten op een groen, sociaal en duurzaam Zoetermeer. Waarbij we niet minder sociale huur bouwen, maar meer en waar we ook streven naar diversiteit in het woningaanbod. Woningen in een kwalitatief hoogstaande omgeving met veel voorzieningen, midden in het groen en met een stevige verbondenheid met de stad en het fysieke en sociale domein als communicerende vaten. Hartelijk dank voor uw aandacht. De voorzitter: U ook bedankt voor uw inbreng. Dan gaan we nu naar de PvdA. Mevrouw Bout: In het Basisdocument staat ongeveer het volgende 'Zoetermeer was bijna koplopergemeente, maar is nu naar de middenmoot afgezakt.
Voor je het weet, worden we het afvoerputje van de regio'. Het college was geschrokken en riep op tot actie en eenheid. De PvdA-fractie was verbaasd: we waren nooit koplopergemeente, we waren wannabekoplopergemeente. En een mooie middenmoot is prima, je kunt niet overal het beste van de klas in zijn. Als je in de jaarrekeningen van Zoetermeer zoekt op de woorden 'waardering' en 'realisatie', dan lees je dat veel inwoners, bedrijven en organisaties tevreden zijn en dat we veel hebben bereikt. De Atlas voor gemeenten bevestigt dit beeld. In het Basisdocument staat: De mindere woonaantrekkelijkheid spiegelt zich af in onze woningprijzen. Er werd meteen, zonder bewijs, geconcludeerd dat duurdere huizen voorrang moeten krijgen, om een bepaald slag mensen aan te trekken. Het is schandalig hoe mensen werden weggezet! En de andere kant van de medaille werd niet gezien. Personen met vitale beroepen kunnen in Zoetermeer tenminste nog een woning betalen. Onze doktersassistenten, kappers en docenten zijn belangrijk voor de stad. En ook studenten, net afgestudeerde kunstenaars of beginnende ondernemers verdienen een fijne woning. Een mooie mix zorgt voor reuring en kleur. 'Hoe gaan we de neerwaartse trend keren en de kwaliteit van Zoetermeer verbeteren?' is het onderwerp van het expertadvies.
De PvdA vraagt zich af: doen we dat met oog voor groei of met oog voor de menselijke maat? De kwaliteit van Zoetermeer wordt niet alleen verbeterd met meer huizen en met duurdere woningen, maar vooral door meer welzijn. In zeker zijn van je baan, zeker zijn van goed onderwijs, in zeker zijn dat de bieb open blijft, in zeker zijn van betaalbaar wonen en in zeker zijn, dat er over tien jaar ook nog natuur is in onze stad. In september begon ik mijn betoog met de zin 'Mensen maken Zoetermeer. En met de mensen in gedachten moeten we plannen maken.' Mensen denken overigens ook vaak 'what's in it for me?' En in dit geval hebben ze gelijk. Zoetermeer moet iets moois bieden. En dat heeft het ook! De PvdA gaat daarbij graag uit van eigen kracht. De voorzitter: Een interruptie van de heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Dank u mijnheer de voorzitter. Mevrouw Bout, is het dan niet zo dat we in deze stad een diversiteit aan mensen moeten hebben, zowel mensen die een beroep hebben als kapper, zoals u net noemde, maar ook misschien wel mensen die een baan hebben die heel veel oplevert, en die ook kunnen bijdragen aan de inkomsten van deze stad? Want die diversiteit heeft natuurlijk ook wat voordelen, lijkt mij.
38
Mevrouw Bout: Denkt u niet dat een kunstenaar iets op kan leveren in onze stad? Denkt u niet dat iemand die in de zorg werkt, iets op kan leveren voor onze stad? Dat zou dan mijn weerwoord zijn, mijnheer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Kunstenaars die heel dure kunstwerken verkopen, zullen echt wel wat opleveren voor de stad, maar ik denk dat het gemiddeld genomen zo is dat je een diversiteit hebt aan inkomens in de stad, dus zowel mensen met een laag inkomen, als met een middeninkomen, maar ook mensen met een hoog inkomen en dat je dan gewoon een betere balans krijgt in je stad. Als u alleen maar focust op de lagere inkomens, en ik begrijp dat aan de ene kant wel, denk ik dat u toch op de verkeerde weg bent. Mevrouw Bout: Dan denk ik, mijnheer Ekkelenkamp dat u vorige week het krantenbericht heeft gemist dat het aantal miljonairs in Zoetermeer gestegen is van 60.000 naar 70.000 inwoners, dus ik denk dat het met de rijkere inwoners in Zoetermeer wel goed komt. En dat we ook wel mogen kijken naar andere doelgroepen. De heer Ekkelenkamp: Mijnheer de voorzitter, mag ik daar toch nog iets over zeggen? De voorzitter: De laatste vraag. De heer Ekkelenkamp: In het rapport Louter beschrijft men eigenlijk dat we niet in staat zijn om mensen die een wooncarrière in Zoetermeer willen maken, in de stad te houden.
Bestrijdt u die conclusies van het rapport Louter? Mevrouw Bout: Ik ga niet alleen uit van het rapport Louter, u heeft mij ook al eerder de Atlas voor gemeenten horen noemen, ik noem nu een krantenartikel waarin staat dat het heel goed gaat met het aantal miljonairs in Zoetermeer. Hoeveel bewijzen wilt u nog hebben en hoe hard houdt u vast aan het rapport van Louter? Ik begrijp die focus op alleen maar het rapport van Louter niet van sommige partijen. Ik denk dat ik doorga, voorzitter? De voorzitter: Vervolgt u uw bijdrage, mevrouw Bout. Mevrouw Bout: Dank u wel. In het Basisdocument staat het al: op natuurlijke omgeving, rust en ruimte scoort Zoetermeer beter dan de regio. Zorg dat Zoetermeer daar dan bekend om staat en gebruik daar het geld van citymarketing voor. 'Zoetermeer is dé plek'? Dat zegt toch niemand iets? Zoetermeer is lekker groen! En er staat nog meer: de economie draait bovengemiddeld en is sterk verbonden met de omliggende regio. Laten we dit punt versterken. Zorg voor meer betaalbare huizen, voor banen in de maakindustrie, het onderwijs, de zorg en de supermarkten. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Van Leeuwen: Ik ben even op zoek naar wat mevrouw Bout nu echt zegt want ik heb snel de krantenartikelen erbij gehaald en in 2019 zeggen ze nog 'voor miljonairs moet u echt niet in Zoetermeer zijn'.
De meest recente cijfers wijzen uit dat dat gaat om 700 mensen in Zoetermeer die een vermogen hebben van meer dan € 1 miljoen. Dus ik weet echt niet waar u het over heeft, maar het zijn er maar 700. Mevrouw Bout: Maar het aantal is procentueel enorm gestegen. We moeten onze jongeren vasthouden en ons onderwijs op orde hebben. Start daarbij niet alleen met de kinderen, zoals in het expertadvies staat. Start met alle mensen die hulp nodig hebben. Je kunt niet investeren in de volwassene van de toekomst, als je niet investeert in zijn of haar ouders nu. We kregen vijf vragen mee, ook die zal ik beantwoorden.
39
1. Mist u essentiële onderwerpen? Ja. Wat betekent de groei van de stad voor het vinden van een baan? Voor de zorg, het onderwijs, duurzaamheid, integratie, groen, het vervoer? En hoe betalen we dat? 2. Wordt het gewenste toekomstperspectief geschetst? Ten eerste: als de negatieve ondertoon over de neerwaartse lijn in alle stukken blijft doorklinken, dan worden mensen nooit enthousiast over onze stad. Ten tweede: in welke wijken gaat het wel goed? Uw focus ligt op het verbeteren van kwetsbare wijken en het promoten van de vlaggenschepen. Maar trek nou ook lering uit de wijken waar het goed gaat en gebruik die kennis. 3. Zijn er aspecten onder- of overbelicht? Ja: weer zijn sociale huurwoningen niet in de plannen opgenomen. Sinds wanneer is koop zo heilig? De PvdA pleit voor een goed volkshuisvestingsbeleid. Een corporatie huisvest niet alleen kwetsbare bewoners, maar ook de mensen die vitaal zijn voor het draaiend houden van de economie. 4. Heeft u ook voorkeur voor strategie 2? De PvdA hamert al jaren op een uitstekende mix van wonen, werken, winkelen en recreëren. Dan kom je vanzelf uit op strategie 2. Door het wijkgericht werken vergroten we het woongenot, de sociale cohesie en de gehechtheid aan de woonplaats. 5. Wilt u in deze bestuursperiode de visie Zoetermeer 2040 vaststellen? De PvdA vraagt al meer dan een jaar om een omgevingsvisie.
En wij hebben al vaker gevraagd om een duiding van de scope van die visie. Maar waarom moet er nu eerst weer eerst een stadsmanifest komen? Tot slot: door de pandemie nemen de verschillen tussen de wijken en buurten toe en marktwerking maakt ons kwetsbaar. Meer zekerheid en een sterke overheid zijn nodig. We hebben eenzelfde soort slagvaardigheid nodig als in de beginjaren van onze new town. Die slagvaardigheid zien we voor de omgevingsvisie niet. De komst van de Omgevingswet vraagt om minder regels, meer maatwerk, integraal beleid, meer ruimte voor de samenleving en werken vanuit vertrouwen. De PvdA Zoetermeer wil een sterke overheid in een solidaire, sociale stad met een inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet. De voorzitter: En nog een vraag van mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Van Leeuwen: Ja, u vraagt 'sinds wanneer is koop zo heilig?' Volgens mij hebben we op dit moment een hypotheekrente die heel erg laag is en gezien de crisis gaat die ook heel lang laag blijven. En als mensen een huis kopen, kunnen ze ook sparen voor later en dat geld kan dan ook weer terug de stad in stromen. Dus hoe kijkt u daar dan tegenaan? Mevrouw Bout: Op dit moment moet je toch wel een aardig startkapitaal hebben om te mogen kopen en er zijn heel veel mensen die dit helemaal niet hebben.
Mevrouw Van Leeuwen: Ik weet dat er op dit moment ook mogelijkheden zijn om, juist als starter, geen overdrachtsbelasting en dergelijke te betalen. Dus ik denk dat het juist heel goed is om inwoners te stimuleren om te kopen. Het is A goedkoper voor een beter huis en B spaar je daarmee voor later dus ik denk juist dat je, als het kan, dat mogelijk moet maken. Mevrouw Bout: Ja, als het kan, moet je dat mogelijk maken en als het niet kan, moet je iets anders kunnen bieden. Maar mensen moeten nu als startende werknemer die net afgestudeerd is verplicht in Nootdorp gaan wonen terwijl ze in Zoetermeer zouden willen blijven. De wachtlijsten zijn hier enorm hoog, waarom zouden we die niet oplossen? Ik snap niet waarom u dat per se met koop wilt doen. De voorzitter: U was aan het einde van uw termijn, denk ik mevrouw Bout? Mevrouw Bout: Dat klopt.
40
De voorzitter: Dan introduceren we vandaag met tromgeroffel de heer Beij van de SP. Van harte welkom, u was nog niet genoteerd als aanwezige, maar dat ga ik bij dezen alsnog doen. En welkom in deze vergadering, het woord is aan u. De heer Beij: Dank u voorzitter, ik was vijf minuten te laat en ik heb de hele vergadering heel braaf meegeluisterd en meegeschreven en meegekeken, maar dank voor de warme woorden. Wat voor stad willen wij zijn? Wat de SP betreft, bepalen we dat niet alleen in de raadzaal, maar samen met de maatschappelijke organisaties, culturele instellingen, bedrijven het onderwijs, maar voornamelijk met onze inwoners. Juist wanneer het gaat om het punt dat iedereen in 2040 meedoet, ongeacht afkomst en achtergrond, wat ook in deze stukken prominent beschreven wordt. Iets anders dat prominent beschreven wordt in het stuk van het college is samenspraak. In het verleden is dat natuurlijk ook vaker op deze manier met veel tromgeroffel gepresenteerd, maar het is nooit echt van de grond gekomen. Hetzelfde geldt voor de communicatie naar onze inwoners. Als wij onze inwoners serieus willen nemen, maar misschien belangrijker nog, als we als overheid serieus genomen willen worden door onze inwoners, dan is het een aandachtspunt voor het college, niet alleen voor het stuk over Zoetermeer 2040, maar zeker ook voor op de korte termijn.
De inspreker vanavond is ook weer een voorbeeld hiervan. Corona heeft iedereen in de greep en we weten natuurlijk niet hoe lang dit nog gaat duren maar zaken als een mogelijke avondklok en aanvullende maatregelen zorgen ervoor dat mensen die het nu al heel zwaar hebben in een nog groter isolement dreigen te komen. Dit laat zien dat wij als overheid flexibel moeten zijn, dus ook het college flexibel moet zijn. Niet alleen nu met corona, maar bijvoorbeeld ook bij landelijke blunders zoals de hele toeslagenaffaire die heeft laten zien hoe snel het heel erg fout kan gaan voor bepaalde inwoners, ook in onze stad. Hoe gaat het college hier in de toekomst mee om? Als SP zullen we aandacht blijven vragen voor deze kwetsbare groepen, voor de groepen die net dat steuntje in de rug nodig hebben dat wij als overheid, wij als lokale gemeente, daadwerkelijk kunnen geven. Voorzitter, woningbouw is eigenlijk een beetje de rode draad in dit hele debat geweest bij alle partijen en dat is ook terecht want het is een beetje een gebed zonder eind aan het worden. In alle segmenten blijft de woningvoorraad achter. Teleurgesteld was ik uiteraard, dat was ook de PvdA voor mij, dat de focus zo op koop ligt en minder op huur.
En om maar meteen de vraag die mevrouw Van Leeuwen stelde aan mevrouw Bout te antwoorden, die had ze ook aan mij kunnen stellen: kopen is toch juist belangrijk en zeker in deze tijd waarin het nog aantrekkelijker wordt gemaakt? Dat klopt inderdaad. Het is ook makkelijker te kopen voor starters, de voorwaarden zijn wat veranderd. Maar dan moet je het kapitaal wel hebben en als je het kapitaal hebt, prima, dan kun je kopen. Maar als je dat kapitaal niet hebt, wat voor heel veel jongeren geldt in onze stad, moeten er ook alternatieven geboden worden en die alternatieven blijven achter. Die blijven al jaren achter in onze stad en gelet op deze stukken zullen die ook achter blijven in onze stad en dat betreur ik zeer. Maar voorzitter, alleen bouwen is inderdaad niet de oplossing en ja, de SP vindt ook dat er in elk segment bijgebouwd moet worden, met speciale aandacht voor de sociale huurwoningen. Maar alleen bouwen biedt niet de oplossing om onze inwoners gelukkiger te maken en onze stad beter te maken, dat zie ik ook. En er wordt mijns inziens te weinig aandacht gegeven aan de bestaande wijken en de laatste jaren eigenlijk des te meer aandacht aan de Entree. Aan de wijk die eigenlijk nog niet bestaat.
En er was een punt – en ik was heel even bang dat ik de enige was die het niet begreep, maar gelet op het betoog van mevrouw Brouwer van de ChristenUnie-SGP was ik in elk geval niet de enige – waar in het scenario 2 staat, 'sturen op instroom en op uitstroom'. Dit is ook meer een vraag aan het college, die ik stel. Net als mevrouw Brouwer begrijp ik het sturen op instroom, maar bij het sturen op uitstroom krijg ik een heel nare smaak in mijn mond. Dat komt wellicht uit het verleden, van hoe het in Palenstein is gegaan. Want dat is natuurlijk wel de manier om te sturen op uitstroom: we slopen de bestaande huurwoningen en wat we ervoor terugplaatsen maken we € 200,00 à € 300,00 duurder waardoor die mensen dat niet kunnen betalen en ze eigenlijk allemaal de stad uitgedreven worden. Ik ga er zo maar van uit dat het college dat niet precies bedoelt, 41
maar ik hoor wel graag wat het dan wel bedoelt want anders hebben we denk ik wel een probleem met z'n allen. Voorzitter, om door te gaan op de aandacht voor de bestaande wijken. De voorzitter: Voordat u doorgaat, even een vraag van de heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Dank u mijnheer de voorzitter, volgens mijn informatie zijn de meeste mensen die ooit in Palenstein woonden doorgestroomd naar een andere woning in Zoetermeer. Dus die zijn helemaal niet de stad uitgegaan. Dus dat is volgens mij niet de goede informatie die u verstrekt. De heer Beij: Oké, dat kan, volgens mijn informatie zijn er heel veel inwoners uit de flats die op dit moment gesloopt zijn, niet meer woonachtig in Zoetermeer. Hoeveel het er precies zijn, weet ik niet, maar ik heb in elk geval de geluiden van een behoorlijk aantal. Dat is ook logisch want als er geen vergelijkbare woning wordt gerealiseerd voor die mensen, kunnen ze ook niet blijven. Dus dat is ook wel vrij logisch, maar dat zal ongetwijfeld niet voor alle inwoners gelden, uiteraard. Ik ga door. Meer diversiteit binnen de wijken. Verpaupering, zoals heel concreet het tegengaan van het dumpen van afval en op die manier het verpauperen van de wijk. Afgelopen week zag ik weer ik-weet-niet-hoeveel foto's van verschillende wijken, hoe het eraan toegaat.
Dus dat belooft nog wat voor de toekomst, maar dat is weer een andere discussie die we nu niet gaan voeren. Maar ook een concreet veiligheidsplan opstellen want uiteraard is dat iets dat ook enigszins onderbelicht is in dit stuk, maar gelet op de recente ontwikkelingen, nu natuurlijk ook in Oosterheem waar we het vanavond over hebben gehad, is het iets dat wel degelijk de aandacht van de SP heeft. En ik ga er zo maar van uit dat het ook de aandacht van het college heeft. Maar denk bijvoorbeeld ook aan in elke wijk een buurtcentrum of een jeugdhonk. Betrek inwoners nog meer dan we nu al doen bij het opstellen van plannen binnen de wijk, maar geef ze vooral ook de verantwoordelijkheid. Geef de mensen echt het gevoel weer onderdeel te zijn van hun eigen wijk en daarmee dus ook van onze stad, Zoetermeer. De voorzitter: Wilt u afronden? De heer Beij: Ja zeker, want ik was bij mijn laatste zin. Voorzitter, als laatste wil ik echt nog even meegeven: stop met het huidige citymarketingsysteem. Dat werkt niet. 'Zoetermeer is de plek' heb ik nog nooit iemand horen zeggen, behalve iemand hier in de raadzaal, maar versterk onze uithangborden zoals bijvoorbeeld het groen met dit budget. Daarmee sluit ik me volledig aan bij wat mevrouw Bout zei. Dank u voorzitter. De voorzitter: U ook bedankt. U was de laatste spreker van de eerste ronde. We gaan zo meteen naar de wethouder.
Ik kijk even naar mijnheer Iedema hoeveel tijd hij nodig heeft om nog even op wat vragen antwoorden te bedenken. Het is ook tijd voor een korte break. Wethouder Iedema: Voorzitter, als het goed is, heeft de burgemeester ook in het presidium al aangekondigd dat we ongeveer 20 tot 25 minuten willen schorsen, dat geeft ons de mogelijkheid om ook met de ambtenaren even kort te overleggen en dat geeft iedereen kans op enige verschoning. De voorzitter: Dat betekent dat we weer hervatten om 22.45 uur. Ik schors de vergadering. Schorsing De voorzitter: Eens kijken hoe ver we zijn. De wethouder is nog de laatste puntjes op de i aan het zetten, begrijp ik. We zitten nu op 22.45 uur dus ik wil graag wethouder Iedema het woord geven en hem meedelen dat hij twintig minuten heeft. Dat zou hem zonder interrupties 42
tot 23.05 uur brengen en dan zou dat kunnen betekenen dat we 23.30 uur kunnen halen, wat wat mij betreft een mooie streeftijd is want we zijn om 19.30 uur begonnen. We gaan eens kijken hoe ver we kunnen komen. Wethouder Iedema. Wethouder Iedema: Dank u wel. Er is heel veel gezegd dus ik moet even mijn papieren zodanig neerleggen dat ik van alles wat ik heb opgeschreven ook nog een klein beetje soep kan maken. Allereerst bedankt voor uw inzichten, opmerkingen, aanvullingen, et cetera. Ik zal als eerste aftrappen en daarna zal ik aangeven wat door de rest van het college in de beantwoording wordt meegenomen. Allereerst vroegen we u, raad, een aantal vragen te beantwoorden. Ik zal ze niet helemaal parafraseren, maar een samenvatting geven, u herkent ze ongetwijfeld. De eerste was de gedeelde observatie dat alle aspecten uit eerdere beraadslagingen zijn meegenomen. Die vraag heeft u eigenlijk voor het overgrote deel met 'ja' beantwoord en af en toe ging dat ook gepaard met complimenten aan de opstellers van het expertadvies. Ik zal ervoor zorgen dat die complimenten worden doorgegeven en met deze eerste beantwoording van u zijn we natuurlijk hartstikke blij want daar is best veel effort in gaan zitten. Met 39 raadsleden en dertien fracties is het ook af en toe best een hele toer om dat goed samen te vatten, maar fijn dat u zich daarin herkent.
Ook de hoofdlijnen van het expertadvies kunnen eigenlijk op dezelfde bijval rekenen, net als de balans die we hebben aangebracht in het expertadvies. Toch zegt u met z'n allen 'we hebben ook nog wel een paar aandachtspunten'. De aandachtspunten die ik heb opgetekend, waren onder andere: behoud het goede, zoveel mogelijk, veiligheid, kan daar wat meer aandacht voor komen, en kwaliteit, en dan met name het verbeteren van de kwaliteit, de verbinding onderwijs-arbeidsmarkt is een paar keer genoemd en heel vaak, en dat is altijd terecht, 'betrek alle inwoners en alle stakeholders vooral bij dit proces'. Dat zijn in ieder geval zaken die we ontzettend ter harte gaan nemen bij het opstellen van de visie en op de onderdelen zullen dadelijk mijn collega's ingaan. Zo zal wethouder Paalvast iets vertellen over wonen, wethouder Ter Laak zal ingaan op de aandacht voor wijken, wethouder Groeneveld op de zaken die te maken hebben met groen, wethouder Van Driel zal arbeidsmarkt, maar ook het gedeelte onderwijs voor haar rekening nemen en de burgemeester tot slot, zal nog wat verder ingaan op integraliteit, de samenspraak en de veiligheid. Dan vroegen we u naar uw mening over de strategieën die we hebben voorgelegd. Twee strategieën die overigens allebei toewerken naar een Zoetermeer 2040 volgens de lijnen die geschetst zijn in het expertadvies.
En twee strategieën die beide gericht zijn op iets dat u ook heel belangrijk vond, namelijk het verbreden en het verlengen van de roltrap, ook al was daar nog wel een enkele vraag bij. Met het sturen op verbreden en verlengen van de roltrap bedoelen we enerzijds het meer diversiteit aanbrengen in de instroom en anderzijds het zo lang mogelijk vasthouden van inwoners in Zoetermeer. Dus sturen op uitstroom betekent niet mensen wegsturen, ik stel daarmee in ieder geval de SP gerust, maar vooral ook het hier kunnen houden van bijvoorbeeld veertigplussers die we zien uitstromen in het rapport van Louter, maar ook bijvoorbeeld de empty-nesters of de jongeren. Dus nogmaals, diversiteit bij de instroom en het verlengen van de duur in Zoetermeer. En daarmee creëren we, denk ik, ook gelukkiger Zoetermeerders waar een aantal van u ook om vroeg. Twee strategieën die beide ontzettend moeilijk zijn om te realiseren. Een makkelijke optie is er niet omdat het echt in vergelijking met de afgelopen dertig, veertig jaar besturen van de stad, een omslag vraagt. Niet voor niets hebben we dat wel eens genoemd 'we gaan van de geplande naar de geleefde stad', van bouwen in weilanden naar de stad in al zijn omvang opnieuw bezien en daarmee aan de slag. Gelukkig erkent u dat ook met z'n allen en u erkent ook onze wens om vooral ook te kiezen.
Dus er is volop gekozen, veel partijen kiezen voor strategie 2. De LHN kiest voor strategie 1. Alleen de VVD heb ik nog geen voorkeur horen uitspreken, dus daar ben ik met name nog wel benieuwd naar. Kiest u voor scenario 1 of scenario 2 en vooral ook: wat zijn de overwegingen daarbij? Ook nog belangrijk te benoemen, is wellicht, omdat dat het gesprek dadelijk kan beïnvloeden, dat beide strategieën niet alleen in de titel, maar ook in de inhoud een eerst-endan-focus waarbij we zogezegd toewerken naar het totale Zoetermeer 2040, maar waarbij 43
strategie 1 eerst bouwen en dan wat meer op de sociale context is, en strategie 2 de nadruk eerst op de sociaal-maatschappelijke context en dan wat meer op bouwen legt. Nogmaals, om de vijf mechanismes in de stad te keren, iets wat we ook met z'n allen willen, is beide nodig uiteindelijk om in 2040 de stad te zijn die we met z'n allen willen zijn. Dat vraagt dus een aanpak voor de gehele stad, met de inwoners, met het bestuur en met de gemeentelijke organisatie, dat vraagt ook om een manier van governance die daarbij past. Daar vroeg u om en dat erkennen wij ook en dat vraagt ook om over de eigen kaders en focus heen te denken, te beginnen met onze organisatie, maar daarna ook bij alle stakeholders in de stad. Met deze aftrap wil ik graag het woord geven aan mijn collega Paalvast die verder in zal gaan op het stukje wonen. De voorzitter: Voordat we naar wethouder Paalvast gaan, is er een interruptie of een vraag van mevrouw Bink en mijnheer Boerboom. Mevrouw Bink: Dank u wel voorzitter, ik heb inderdaad een vraag aan de heer Iedema over scenario 2. Bent u niet bang dat u daar heel lang over gaat doen en dat u geen kant meer op kunt, bent u dan wel flexibel genoeg? Wethouder Iedema: Nee.
Ja, ik denk dat ik dat deze vraag met 'nee' kan beantwoorden maar wat bedoelt u precies met 'geen kant meer op kunnen'? Mevrouw Bink: Ik ben zo bang dat als het plan er dadelijk ligt, na veel vijven en zessen, want het zal heel lang duren voor we er zijn en er is al veel tijd overheen gegaan, en we gaan dan verder praten, verder praten en er dan ligt er een plan klaar en dan is de omgeving veranderd. Dan zijn er weer heel andere dingen. Vergelijk het met nu, ik kan me zo voorstellen dat we nu door de periode waar we nu in zitten ineens een andere kijk krijgen op huizen. Dat we meer gaan denken 'we hebben huizen nodig waar ook werkruimtes zijn voor mensen, waar ze thuis kunnen werken'. Snapt u wat ik bedoel? Kunt u wel ver genoeg de toekomst in kijken voordat u aan de slag gaat, loopt u niet achter de zaken aan? Wethouder Iedema: Een glazen bol heeft niemand, toch denk ik dat ook in onze stad, als we terugkijken naar het verleden, vijf à tien jaar vooruitplannen volgens mij goed te doen is. En voor vijftien en twintig jaar wordt dat natuurlijk iets lastiger, maar ook daarin denk ik dat we nu trends zien waar we zeker wat mee kunnen. Ik denk niet dat scenario 1 of 2 meer of minder uitsluiten, het is echt het beginnen op een andere plek in dingen die beide nodig zijn. Dus het leidende is dat we die mechanismen willen keren.
Bij scenario 2 zeg je 'we beginnen in de bestaande wijken om te kijken wat daar nodig is'. Volgens mij hebben we met z'n allen wel een beeld van wat daar verbeterd kan worden in deze stad, helemaal als we dat per wijk doen. Scenario 1 gaat echt over het maximaliseren van bouwvolume, maar ook daar tegelijkertijd kijkend naar 'hoe ziet dan - laten we het voor het gemak even een nieuwe wijk noemen - die nieuwe wijk eruit?' Dus dat ontslaat ons ook daar niet van het nadenken over hoe we hier met elkaar omgaan in de stad. En in beide gevallen komen we natuurlijk niet uit het niets ergens aan. We zijn ook al met z'n allen deze stad aan het besturen en aan het bouwen en bewonen. De voorzitter: Mijnheer Boerboom. De heer Boerboom: Dank u wel voorzitter, ik hoor de wethouder reflecteren op de verschillende keuzes die de fracties gemaakt hebben voor scenario 1 en 2. Het college schetst ook 'maak nu een duidelijke keuze en houd dat lang vol'. Voelt u op dit moment voldoende vertrouwen om met scenario 1 dan wel 2 verder te gaan? Wethouder Iedema: Zoals de voorzitter ook al aan het begin van deze vergadering aangaf, bij de eerste termijn, die nu overloopt in de tweede termijn, want het is een beetje lastig digitaal vergaderen natuurlijk, hebben we gekeken 'kunnen we dat meer met sessies doen?' 44
Maar dit is het hoogst haalbare op de digitale manier. Maar we willen vooral ook nog even met elkaar het gesprek aangaan. Dus om dat nu te forceren voordat we het gesprek hebben gehad, lijkt me wat voorbarig. Maar hoe dan ook, denk ik dat we met de uitkomsten van vandaag zeker een stap kunnen maken richting de visie. De heer Boerboom: Dank voorzitter, dan had ik er een iets ander beeld bij. De voorzitter heeft ook al gezegd 'geef nu in de eerste termijn aan waar u staat als fractie'. Dus ik had daarom de hoop dat u al zover was, maar als we daar nog in tweede termijn over moeten hebben, hoop ik dat we het niet te laat maken, maar dan gaan we daar gewoon de tweede termijn mee verder. Ik denk dat het dat in ieder geval verdient, dat we een goede breed gedragen en weloverwogen keuze aan u meegeven die u verder kunt gaan uitwerken richting de definitieve visie. De voorzitter: Dank. Mijnheer Iedema wil het woord doorgeven aan een van de andere wethouders, mijnheer Paalvast, het woord is aan u. Wethouder Paalvast: Dank u wel voorzitter. De heer Beij constateerde net als laatste al dat er veel over woningbouw gezegd is en dat is natuurlijk een van de knoppen waar je aan kunt draaien, maar zeker niet de enige knop. Daar zullen andere wethouders ook wat over zeggen. In ieder geval dank voor alle verschillende opvattingen die de fracties naar voren hebben gebracht, en ook veel ideeën.
Grote lijnen die daaruit voortkomen, zijn het verlengen en verbreden van die roltrap en daar zijn allemaal aandachtspunten voor meegegeven. Dat gaan we zeker meenemen in de verdere uitwerking maar die hamvraag is inderdaad: scenario 1 of scenario 2? Scenario 1 is natuurlijk vooral bijbouwen, snel die groei realiseren om die woningnood aan te pakken, terwijl scenario 1 - in de schaalsprong die we een tijd terug hebben vastgesteld, zat dat er toen eigenlijk bij - veel meer naar de bestaande wijken kijkt, naar de kwaliteit van de bestaande wijken en de leefbaarheid in de wijken. We hebben als college gevraagd 'maak een principekeuze'. In 2040 moet je dan op hetzelfde uitkomen, maar de een gaat snel van start en de ander zegt 'we gaan eerst goed naar die wijken kijken, wat daarvoor nodig is, en dan gaan we bouwen'. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Misschien vergis ik me, maar ik heb gekeken naar de wijken en ook naar de bestaande wijken, zoals we ooit in het verleden gekeken hebben naar bijvoorbeeld Palenstein grootschalig en bijvoorbeeld in Buytenwegh wat kleiner, waarbij we bijvoorbeeld ook in Buytenwegh waar een school stond, koopwoningen hebben neergezet.
Dus volgens mij, als we aan de wijken gaan beginnen, stel ik me daarbij voor – maar ik hoor graag van u of ik dat dan goed bedenk – dat we op een aantal plekken ook wat rommel wegwerken en dat we daar vervolgens zorgwoningen zetten zodat we in iedere wijk een woonzorgcentrum krijgen. Want we hebben dat nu alleen in Meerzicht en in De Leyens eigenlijk, maar dat zouden we natuurlijk heel erg graag op veel meer punten willen hebben. We zouden natuurlijk ook op een aantal plekken waar oudbouw staat, gewoon eens kunnen kijken 'kunnen we daar niets mee?' Want ik heb het idee dat het opknappen van de wijken niet alleen maar betekent dat we de paaltjes rond de straten gaan verven, maar dat we echt ingrepen doen zoals bijvoorbeeld in Palenstein. Wethouder Paalvast: Ja, daar heeft mevrouw Van der Meer helemaal gelijk in. Bij Palenstein hebben we natuurlijk wat grootschaliger ingegrepen door heel veel te slopen. We zijn nu gestart met Meerzicht en zoals u weet, hebben we daar die wijkverkenning gedaan.
Daar is recentelijk een gebiedsmanager begonnen om inderdaad te kijken 'wat moet je in Meerzicht doen, waar moet je op ingrijpen, wat moet je slopen en waar kun je sowieso nieuwbouw realiseren?' Maar dat begint dus met een wijkverkenning en dat gaat dan naar een plan van aanpak dat we dit jaar gaan schrijven en dan ga je vervolgens met de partijen uitwerken wat de verschillende stappen zijn. Dus dat is ook zo'n heel proces dat je doorloopt waarbij zeker 45
in bestaande wijken de samenspraak of de participatie, zoals we dat tegenwoordig noemen, heel erg van belang is want je moet gewoon met de mensen in de wijk die wijk gaan opknappen. Maar het is natuurlijk wel een traject, dat hebben we bij Palenstein gezien, dat niet binnen een paar jaar gerealiseerd is. En nu zou je kunnen zeggen 'wat we bij Palenstein hebben geleerd, kunnen we nu sneller doen', dan hoeft het geen dertig jaar te duren, maar het gaat toch een flink aantal jaren duren voordat zo'n wijk echt opknapt. Dan praat je nu alleen over de wijk Meerzicht en je zou ook naar de andere wijken moeten kijken. Dus dat is een beetje, denk ik, het vraagstuk waar we voor staan: hoe gaan we dat doen en hoe kunnen we ook voldoende snelheid maken in bestaande wijken? De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Wat mij betreft zorgt u er dan ook voor dat, als we een conceptvisie krijgen, die we ook met de bewoners willen bespreken, daar ook een volgorde wordt aangegeven van welke wijken we eerst doen en welke wat later. En ik heb nog een opmerking bij uw verhaal over de verkenning van Meerzicht. Ik voel me daar als raadslid echt totaal nog niet bij betrokken dus het wordt echt tijd dat u zorgt dat we aanhaken want anders is er straks van alles gedaan en wij hebben geen clou.