CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Notulen Commissie Plenair 18 januari 2021

Commissie Plenair 1 februari 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Vaststelling besluitenlijsten + voorgestelde afgedane toezeggingen41.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dus twee dingen: zorg in de visie dat u de strategie wat verder uitwerkt met waar we naar gaan kijken, naar welke tijdplanning, en zorg dat we bij Meerzicht aangehaakt zijn. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Paalvast. Wethouder Paalvast: Die aanhaking bij Meerzicht heb ik als belangrijke opdracht meegegeven aan de gebiedsmanager die net een week in dienst is, dus geef haar nog even de tijd. Maar dat komt goed want ik weet dat u daar eerder om heeft gevraagd. De voorzitter: Interruptie van mijnheer Duiven. De heer Duiven: Dank u wel voorzitter. De wethouder typeerde scenario 1 als een scenario waarin de woningnood wordt aangepakt. Dat is helder en dat is ambitieus. Terecht ambitieus want er is woningnood. Als ik dan kijk naar scenario 2, worden daar – zo staat het althans in het expertrapport – in fase 1, de eerste vijf jaar, 2000 woningen gerealiseerd en in het doorkijkje daarna reikt de ambitie niet verder dan dat er aandacht wordt gericht op nieuwe bouwprogramma's en that's all. Dat is wat je in de tekst daarover aantreft. Dat is niet echt ambitierijk, dat is niet een ambitie die past bij de woningnood die over vijf jaar zeker nog niet voorbij zal zijn, gelet op de traagheid waarin bouwvolumes kunnen worden gerealiseerd.

Kan het college, of kan de wethouder daar wat meer invulling aangeven? Wat er in die tweede fase, na die vijf jaar in scenario 2 aan ambitie ligt om de woningnood en het woningvolume en de woningvoorraad even krachtig als in scenario 1 vanaf het begin plaatsvindt, door te zetten? Want dit is een beetje een aflopende zaak eigenlijk. De voorzitter: Mijnheer Paalvast. Wethouder Paalvast: Kijk, we hebben hier een visie neergezet en dit is nog niet helemaal uitgewerkt. Het idee is om met u, met de raad van gedachten te wisselen en dat vervolgens verder uit te werken. Als je kijkt naar scenario 2, is dat veel meer ingegeven door in die bestaande wijk – en daar ligt vervolgens de nadruk – doorstroming te creëren, dus bouwen voor doelgroepen waar in die wijk behoefte aan is, waardoor mensen bijvoorbeeld een eengezinswoning verlaten en naar een levensloopbestendig appartement in de buurt gaan. Zo krijg je dus een ander soort volkshuisvestelijke beweging, zal ik maar zeggen. Het zijn twee verschillende benaderingen waarvoor je kunt kiezen. En ik had het over het verlengen en verbreden van de roltrap. De heer Duiven: Mag ik nog een vervolgvraag stellen, voorzitter? 46

De voorzitter: Jazeker, gaat uw gang. De heer Duiven: Dank voor het antwoord, maar ik ben hier toch een beetje verbaasd over. Het zijn de eigen woorden, er is sprake van woningnood, en nogmaals, daar zegt de wethouder niets nieuws mee en daar zeg ik niets nieuws mee, die is er gewoon. Vandaar de ambitie om ook in Zoetermeer, niet alleen in Zoetermeer, maar ook in Zoetermeer, ons aandeel te leveren, ook in het belang van de stad. En in het kader van de toekomstvisie, over de periode over slechts vijf jaar, hoor ik toch een beetje slap verhaal 'dan gaan we met u eens kijken wat in de volgende fase zou moeten gebeuren'. Dat vind ik ver afstaan van de nood en de urgentie die er nu is en die er ongetwijfeld over vijf jaar ook is. Ik kan me niet voorstellen dat de visie eindigt of de ambitie eindigt over vijf jaar in dit plan, daar komen we nooit mee in 2040 aan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Paalvast: Ik zit even te kijken hoe ik daar het beste op kan reageren. Een visie gaat uiteindelijk om waar we in 2040 op uitkomen. Het is echt een andere aanpak en ook een beetje afhankelijk, politiek, van waar u de urgentie legt: is dat bij woningen bouwen, om die woningnood aan te pakken, of is dat de leefbaarheid van de bestaande stad? Dat leidt tot een andere aanpak en dat leidt tot een ander soort woningaantallen die je gaat realiseren.

Uiteindelijk zul je op termijn wel hetzelfde uitkomen. Het is natuurlijk niet zo dat bij scenario 1 je de bestaande stad laat voor wat die is, maar je geeft prioriteit aan nieuwbouw. En bij scenario 2 is dat andersom en dat betekent hier, in ons geval, als je kijkt naar het geval van Meerzicht waar we al gestart zijn, dat je dat allemaal wel moet uitwerken. We weten met z'n allen: woningbouwprojecten en integrale gebiedsvisies kosten wel tijd. Dus die ruimte moet je dan wel nemen, wil je echt aandacht geven aan de bestaande stad. Dat heb ik geprobeerd te zeggen. De voorzitter: Daar heeft mevrouw Van der Meer nog iets op te vragen. Mevrouw Van der Meer: Het gaat er mij vooral om, wat ik helemaal niet meer terug hoor maar wat we wel toen we bij Dekker zaten, hebben gezegd, wat ik me heel goed kan herinneren, dat Louter heeft doorgerekend wat er gebeurde als we weet ik hoeveel woningen per jaar gingen bijbouwen en als we dat minder deden. Toen bleek daaruit dat al die woningen bijbouwen niets deed aan het verbeteren van die mechanismen. Daarom denk ik dat het heel goed is als we voor 2 kiezen want dat was ook wat uit die sheets van Louter kwam.

Ik kan het niet meer vinden nu, maar ik zou heel graag die sheets nog eens terugzien zodat we allemaal weer even op hetzelfde niveau zitten want Louter heeft toen al aangegeven 'nog meer woningen bouwen gaat hem niet worden want de ellende zit in de bestaande wijken'. Daarom denk ik dat 2 heel goed past. De voorzitter: Mijnheer Paalvast. Wethouder Paalvast: Het is in ieder geval belangrijk dat we van Louter hebben geleerd dat we heel nadrukkelijk kijken naar wat voor soort woningen we bouwen, niet alleen bij nieuwbouw, maar ook in de bestaande wijken: voor welke doelgroep willen we bouwen, waar hebben we behoefte aan? Dus je zal daar veel nadrukkelijker op moeten sturen dan nu het geval is. Ik kan me voorstellen – ik weet niet of dat gebeurd is – als Louter heeft gekeken naar de woningbouwprogrammering zoals die er nu voorstaat, op de oude plannen zogezegd, dat je dan moet concluderen dat daar misschien wat aanscherping nodig is. Zo werd dat ook genoemd door een aantal fracties. Misschien moet je ook meer in het luxe segment bouwen om die uitstroom tegen te gaan. Ik denk dat het goed is om in dat soort dingen met elkaar verdere verdieping te hebben want die visie is een visie op hoofdlijnen en we moeten een verdere uitwerking hebben met elkaar 'wat betekent dat dan?' Een van die 47

dingen, misschien gaat wethouder Ter Laak daar nog wat over zeggen, is ook die woonzorgvisie die we dit jaar willen realiseren om ook nadrukkelijk te kijken 'we hebben in Zoetermeer een dubbele vergrijzing, wat betekent dat nu voor de bestaande stad en aan wat voor soort woningen is behoefte?' Als we voor die groep de juiste woningen weten neer te zetten, krijg je ook die doorstroming die ook zo belangrijk is, waar LHN het over had. Dus uiteindelijk hangt alles met elkaar samen. Die integrale benadering is denk ik uiteindelijk het sleutelwoord. Daarvoor moeten we goed weten 'wat gebeurt er in de stad?' Louter heeft daar een bijdrage aan geleverd. En wat betekent dat dan vervolgens voor de programmering? Want mevrouw Bout zei bijvoorbeeld 'is koop heilig?' Wat mij betreft, is dat zeker niet zaligmakend. We moeten ook kijken naar goedkope huur, waaronder sociale huur, maar ook zeker naar middenhuur want mensen wonen soms ook scheef in sociaal en de stap naar kopen is dan te groot. Daar zou middenhuur heel goed dat gat kunnen opvullen tussen die twee. Zo moeten we veel meer met elkaar kijken 'hoe ga je een diversiteit aan woningaanbod creëren?' Het is dus echt niet zo dat sociaal minder is dan luxe, of koop of huur. Het is juist de mix, maar dan wel de juiste mix, die voor Zoetermeer past. Dat is denk ik een belangrijke zoektocht die we met elkaar moeten maken.

De voorzitter: Een vraag van mevrouw Bink en daarna een vraag van mevrouw Frinking. Mevrouw Bink: Dank u wel voorzitter, inderdaad een vraag aan mijnheer Paalvast. Alternatieve woonvormen, een belangrijk item in Zoetermeer. Er zijn veel ouderen die in een soort gemeenschap wonen. Knarrenhof is geen goede benaming daarvoor, ik zat meer te denken aan Hofjes van Tom, … is ook zo'n nieuw project, dat is ook erg in trek. Hoe staat u daar tegenover? En dan heb ik nog een vraagje over onze toezegging, nr. 315 uit mijn hoofd. Volgens mij zou u daar in het eerste kwartaal op terugkomen. Dat ging over koopstart, hoe ver bent u daarmee gevorderd? De voorzitter: Wethouder Paalvast. Wethouder Paalvast: Het lijkt een beetje een vragenuurtje te worden nu. Die Hofjes van Tom, of wat voor concept dan ook, voor empty-nesters of ouderen/senioren, is iets waar we met die woonzorgvisie heel goed naar moeten kijken: waar is behoefte aan en hoe dienen we onze inwoners het beste met een volgende woonstap in hun wooncarrière? Daar gaan we dus dit jaar die verkenning naar doen. Dan kan dat een Knarrenhof zijn of een Hofje van Tom, of hoe je het ook wilt noemen of welk concept je ook wilt, maar dat gaan we dus met elkaar verkennen, samen met de corporaties en ook marktpartijen die daarin beleggen en daar al heel veel ervaring elders in het land mee hebben opgedaan. De PDvZ vroeg daar ook naar.

Daar gaan we inderdaad de lessons learned van andere steden in meenemen. Ik denk dat dat voor Zoetermeer in verband met die dubbele vergrijzing heel erg belangrijk is. Wat betreft de toezegging over koopstart, daar komt zeer binnenkort een memo over uw kant op. De voorzitter: We hebben nu nog drie mensen in de wacht staan die vragen willen stellen. Zullen we het daar even bij houden? Want anders komen we geen stap verder. Mevrouw Frinking was als eerste aan de beurt. Mevrouw Frinking: Dan hoop ik dat er een snel antwoord kan komen. Is er een verschil op financieel gebied tussen de beide scenario's? Oftewel, hebben we voor het een meer geld nodig dan voor het ander en wat is de impact daarvan? Wethouder Paalvast: Ja, dat is een goede vraag, dan moet ik even uit eigen ervaring praten. Je ziet bij Palenstein dat dat ons best veel geld heeft gekost, maar daar zie je nu wel de resultaten van, namelijk dat die wijk enorm aan het opknappen is en straks waarschijnlijk een van de mooiste wijken van Zoetermeer wordt. Dus dat is een heel lang traject waar echt heel forse investeringen in worden gedaan en door corporaties nog een veelvoud van wat de 48

gemeente heeft geïnvesteerd. Dus investeren in de bestaande stad is niet goedkoop, maar je zou kunnen zeggen, ook wel noodzakelijk. Bij woningbouw hebben we natuurlijk ook gekeken 'wat levert het op aan nieuwbouwwoningen en inkomsten van het rijk?' Dat is een wat kortere termijn van terugverdienen terwijl de bestaande stad forse investeringen vraagt die je later terugverdient in een mooie wijk. De voorzitter: Dan mijnheer Ekkelenkamp, die heeft zijn vraag ingetrokken, waarvoor dank. Ik denk dat er in de tweede ronde nog echt ruimte is om met elkaar te debatteren. Dus die vraag hoeft niet te verdwijnen, denk ik. Mijnheer Blansjaar heeft zijn vraag nog niet ingetrokken, zie ik, maar dat kan alsnog hoor. De heer Blansjaar: Ik sloeg even aan op Knarrenhof, dat vond men geen goede naam, maar het Knarrenhof is een organisatie die kostenbesparend is voor de gemeente want doordat de sociale controle hoog is, bespaart dat heel veel geld. Juist aan dat soort woonvormen hebben we behoefte. Dat wilde ik even toevoegen. En dat het toevallig Knarrenhof heet, is wel jammer, maar we hebben in den lande al heel veel succes geboekt. De voorzitter: Dank voor deze toevoeging. Mijnheer de wethouder.

Wethouder Paalvast: Dat ben ik met de heer Blansjaar overigens eens, dat soort woonvormen kunnen inderdaad heel goed passen in Zoetermeer en kunnen ook zeker financieel interessant zijn, maar vooral voor de kwaliteit van wonen kan dat een enorme verbetering zijn. Ik kijk even of ik… Over de instroom en uitstroom werd nog wat gemeld en ook over Palenstein, dat wil ik toch wel rechtzetten. Het is niet zo dat we met de herstructurering van Palenstein mensen de stad uitgejaagd hebben, het tegenovergestelde is waar. Mensen wilden vooral in Zoetermeer blijven en het is eigenlijk een mooi compliment dat mensen graag in Zoetermeer blijven wonen en dat dat ook kon en ook gelukt is. Dat is volgens mij heel mooi gegaan in de wijk Palenstein. Zo'n integrale aanpak willen we natuurlijk ook in Meerzicht doen, en dat valt ook goed samen met aspecten van de energietransitie. Meerzicht is een wat oudere wijk dus daar gaat de energietransitie en de verduurzaming ook plaatsvinden. Dat soort dingen kan natuurlijk allemaal mooi samenvallen, maar dat vraagt wel een flinke programmatische aanpak en dat vraagt dus ook een behoorlijke capaciteit van de ambtelijke organisaties om dat goed vorm te geven, het is een bestaande wijk en dat moet goed in samenspraak met de bewoners uit die wijk gebeuren.

Of het nu scenario 1 of scenario 2 wordt, ik denk dat uiteindelijk die integrale gebiedsontwikkeling belangrijk is want uiteindelijk moet ofwel herstructurering of bijbouwen leiden tot een stukje extra kwaliteit dat je aan de stad toevoegt. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u misschien nog een stokje door te geven en aan wie gaat u dat doen? Wethouder Paalvast: Ja, dat hebben we niet afgesproken, volgens mij. Wethouder Iedema: Dat heb ik opgeschreven, dat is wethouder Ter Laak over de aandacht in de wijken. De voorzitter: Mevrouw Ter Laak, de vloer is aan u. Wethouder Ter Laak: Dank u wel voorzitter en dank raad, voor uw bijdrage in de eerste termijn. Ik wil inzoomen op de focus en de aandacht die u eigenlijk allemaal had in uw betogen op de wijken, waarbij u ook heel nadrukkelijk zei 'het gaat echt over de mensen, over de inwoners en betrek die heel nadrukkelijk bij de aanpak in de wijken'. U zei ook heel 49

nadrukkelijk 'geef inwoners ook de verantwoordelijkheid en zorg zo dat de betrokkenheid van inwoners wordt vergroot'. Daarbij is het nodig dat er een stevige sociale basis is in al die wijken. Bij de aanpak in de wijken van wijkvraagstukken, soms zelfs op buurtniveau – dat zei een aantal van u ook, het zit soms in nog kleinere delen dan de wijk, maar echt op buurtniveau – zei u 'kijk goed naar de informatie en de data die u heeft en ga zo die vraagstukken aanpakken en heb daarbij oog voor voorzieningen in de wijk'. De buurtbibliotheken, de wijkrestaurants, de buurthonken en de wijkhuizen werden genoemd. En u gaf heel duidelijk aan 'zorg voor diversiteit en verscheidenheid in de wijken zelf, maar zorg ook dat de verschillen tussen wijken zo klein mogelijk blijven'. Dus het is wel balanceren tussen de eigenheid van de wijken en de verschillen zo klein mogelijk houden. Ik begrijp heel goed op welke verschillen u doelt, maar ik denk wel dat dat echt een zoektocht is en ik denk sowieso dat alle aandachtspunten die u meegaf echt wel verdieping van ons nodig hebben. Mijn collega-wethouder Iedema zei heel duidelijk 'het is echt een overgang van de geplande naar de geleefde stad', en dat ervaar ik wel zo. Het is echt vanuit de huidige structuur en de huidige verhouding en de huidige bekostiging integraal gaan kijken en werken in die wijken.

Dat zal echt wel het een en ander van ons allemaal vragen want je bent op dagelijkse basis verantwoordelijk voor je inhoudelijke portefeuille en deze manier vraagt om integraal een wijk aan te pakken en dan samen met belanghebbenden hele kleine stapjes te zetten. Dat zullen we echt samen moeten doen als raad en als college en als gemeente, maar ook met de inwoners, dus als stad eigenlijk. Volgens mij was dat het. De voorzitter: Even een vraag van mijnheer Duiven. De heer Duiven: Dank u wel voorzitter, ik hoor de wethouder toelichten hoe er gewerkt moet worden. Ik heb zelf bepleit, en ik heb dat ook anderen horen bepleiten, overigens wethouder Iedema in zijn eerste reactie ook, als het gaat om het andere werken, hetzelfde doen want dan komen we niet verder.

Kan de wethouder even een nadere invulling geven over hoe er anders gewerkt moet worden en waaraan we dan moeten denken om… Het is een beetje in contrast met hetgeen we nu bereiken in wijkgericht werken, kan de wethouder aangeven waarom het dan wel en hoe het dan wel in de toekomst anders moet gaan lopen met meer resultaat, of überhaupt resultaat? Dus even het verschil tussen nu en straks, tussen het huidige werken en het nieuwe werken, wat is het significante verschil in de aanpak? Wethouder Ter Laak: Ik denk dat wijkgericht werken ons echt wel heel veel inzicht biedt in waar je tegen aanloopt als je integraal wilt gaan werken in de wijk. Dus wil je op wijkniveau kijken 'wat is daar echt nodig' en daar het verschil maken, dan kan het best zijn dat je zegt 'in de ene wijk zetten we heel sterk in op veiligheid'. Hoe doe je dat dan? Doe je dat dan door handhaving of doe je dat juist door preventie? Dus zorg je voor bijvoorbeeld mooie sportprojecten of mooie cultuurprojecten, denk aan de discussie die we voorafgaand aan dit debat hadden, zodat jongeren positieve activiteiten hebben in de wijken? Nu zie je dat er incidenten zijn of het een en ander gebeurt en dan wordt de aanpak vanuit veiligheid ingestoken.

Volgens mij is de kracht van wijkgericht werken en die stevige sociale basis neerzetten om echt met alle beleidsdomeinen even samen aan tafel te zitten en te kijken 'wie kan wat inbrengen en wat bijdragen?' Daar werken we op dit moment mee met wijkgericht werken en dat geeft ons een goede basis en op basis daarvan zeg ik ook uit ervaring 'in de huidige structuur en in de huidige verhoudingen en in de huidige bekostiging werken we zo nog niet'. Dus dat vraagt echt wel stapjes ook om dat samen te doen met de inwoners die in die straat wonen. De voorzitter: Dan een vraag van de heer Blansjaar. De heer Blansjaar: Dank u wel voorzitter. U heeft het over die wijken en de voorzieningen in de wijken. Maar op dit moment bent u een terugtrekkende beweging aan het maken. U had het net over wijken, bibliotheken en alles, toen dacht ik 'nou dat is heel mooi', maar we raken nu de wijkbibliotheken kwijt. In Rokkeveen gaat die weg en overal gaan ze weg. Dus hoe ziet 50

u dat dan? Gaat u ze eerst weghalen en dan weer terugplaatsen? En hoe gaat u de bewoners er echt daadwerkelijk bij betrekken zodat er ook naar ze geluisterd wordt? Want u zegt elke keer 'dan gaan we naar de bewoners toe', maar de klacht van nu van de bewoners is dat er niet geluisterd wordt. 'We kunnen heel veel dingen zeggen, maar ze gaan toch hun eigen weg'. Hoe zit dat allemaal? Wethouder Ter Laak: Dank voor uw bijdrage, volgens mij verwoordt u het heel mooi 'hoe betrek je nu die inwoner en hoe zorg je nou, dat zei u volgens mij ook in de eerste termijn, dat die inwoners echt verantwoordelijk worden voor de voorziening in de wijk en dus ook bijvoorbeeld voor de keuzes van welke voorzieningen nu echt nodig zijn in de wijk?' Hoe doen we dat op een goede manier? Het is uiteindelijk gemeenschapsgeld dus ook een politieke afweging; waar investeer je in? Als het mogelijk zou zijn, zouden we zeggen 'in iedere wijk willen we toch veel voorzieningen', maar we weten met elkaar dat dat niet kan dus hoe kun je slim functies combineren? Hoe kun je bewoners goed betrekken en goed aan inwoners van een wijk vragen 'waar is nu echt behoefte aan?' Want niet alle wijken zijn gelijk.

En dat zal in de ene wijk een volledige bibliotheek zijn en misschien in een andere wijk wel een uitleenpunt van bibliotheekboeken, maar die sociale ontmoetingsfunctie, die een bibliotheek ook heeft, op een andere manier. Maar dat er een sociale ontmoetingsfunctie in de wijk moet zijn, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, wat zorgt voor die stevige sociale basis, daar moeten we… Daar gaan we voor. De voorzitter: Korte vervolgvraag van de heer Blansjaar. De heer Blansjaar: Meer een opmerking, ik ben het grotendeels met u eens, maar het is heel simpel: geef die wijken een budget mee en dan mogen ze het zelf invullen. Dan kun je voorzieningen krijgen die de mensen zelf willen. Wethouder Ter Laak: Volgens mij is dat een manier om daarmee aan de slag te gaan, in ieder geval om de bewoners te betrekken en verantwoordelijkheid te geven. Dus dat zouden we verder kunnen uitwerken. De voorzitter: Dank u wel. Was u aan het eind van uw termijn, mevrouw Ter Laak? Dan vraag ik mijnheer Iedema wie er nu aan de beurt is. Wethouder Ter Laak: Ja, ik wilde eigenlijk collega-wethouder Van Driel het woord geven. De voorzitter: Ah, kijk eens, mevrouw Van Driel. Wethouder Van Driel: Dank u wel voorzitter. als ik kijk naar wat gezegd is, vond ik het een heel interessante discussie.

Ik wist van tevoren niet goed wat ik kon verwachten, ik vroeg me af 'hoe gaat het dan, gaan we dan uw vragen beantwoorden of zullen we met elkaar in gesprek gaan?' Ik heb toch heel veel gehoord, hoewel ik nog niet weet wat we er allemaal mee zouden kunnen doen als college. Maar ik heb vooral heel veel feedback horen geven wat we mee kunnen nemen in die visie die we willen ontwikkelen. En als ik het voor mezelf formuleer en kijk 'wat is er nu gezegd wat voor de portefeuille waar we als college verantwoordelijk voor zijn van belang is?', dan zeg ik 'ik hoor u zeggen: laten we kijken hoe we het dagelijks leven van de mensen die in Zoetermeer leven, kunnen verbeteren'. Ik heb ook wel eens iets gehoord over een 15-minutenstad, dat heb ik vanavond niet gehoord, maar dat betekent eigenlijk dat je kijkt hoe je de dingen in de stad zo kunt organiseren dat voorzieningen die voor de mensen van belang zijn, de essentiële voorzieningen, op vijftien minuten loop- of fietsafstand zijn. Dat is ook een manier om naar je stad te kijken. In mijn geval betekent dat 'hoe kijken we naar de investeringen die nodig zijn op het gebied van arbeidsmarkt en onderwijs?' Ik hoorde iemand - ik meen dat het de PvdA was - iets zeggen in de zin van 'het is belangrijk dat je zeker kunt zijn van je baan'.

En daar voeg ik dan ook maar aan toe, het is ook belangrijk dat we zeker kunnen zijn van ons inkomen en dat… 51

De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, ik sloeg even aan omdat mevrouw Van Driel zegt 'het is belangrijk voor de visie die we willen gaan ontwikkelen'. Maar we zijn al vanaf januari vorig jaar bezig dus ik neem toch aan dat u al een beetje halverwege bent met het ontwikkelen van de visie zodat we die toch echt heel snel krijgen. Want op de een of andere manier reageert niemand erop, maar we hebben wel gezegd 'die visie heeft natuurlijk ook een effect op wat we op dit ogenblik aan het doen zijn'. Dat moeten we tegen elkaar aan plaatsen. Dus die visie moet er zo gauw mogelijk komen zodat we ook de plannen die we nu hebben, kunnen herijken. De voorzitter: Mevrouw Van Driel. Wethouder Van Driel: Dank u wel voorzitter. Het college heeft aangegeven dat voor de zomer te willen doen en ik ben ook blij uit de reacties van u vanavond opgemaakt te hebben dat u ook wilt dat we dat gaan doen. Dus bij dezen. Ik wil even verder met het stukje onderwijs en arbeidsmarkt en hoe dat op elkaar aansluit en hoe we er inderdaad voor kunnen zorgen dat we een sterke positie in de regio kunnen krijgen met onze arbeidsmarkt. Want zeker zijn van je baan is natuurlijk belangrijk, maar ook zeker zijn van je inkomen, net als dat we dat schuldenzorgvrij bestaan, dat we nu al nastreven, nog sterker naar voren kunnen brengen.

Ik heb ook een aantal van u iets horen zeggen over een buurteconomie en dat vind ik heel interessant. Ik dacht dat het GroenLinks was. Als ik de vraag mag stellen, voorzitter, hoor ik graag van GroenLinks of zij iets meer verduidelijking kunnen geven aan hoe zij die buurteconomie en de versterkte positie van het MKB dan zien. De voorzitter: Mijnheer Boerboom wil hier misschien, niet al te lang, op reageren? De heer Boerboom: Sorry voorzitter, ik was even afgeleid door een privéberichtje uit familiekring. Dus misschien kan mijn collega me zo even bijpraten en kan ik daar in tweede termijn op reageren. De voorzitter: Prima, dan komen we daar zo op terug. Ondertussen heeft mevrouw Bout nog een vraag. Mevrouw Bout: Ja voorzitter, misschien kan ik mijnheer Boerboom een beetje helpen want ik ben heel erg verbaasd dat mevrouw Van Driel deze vraag stelt aan mijnheer Boerboom terwijl het een plan is dat in het expertadvies staat en de term buurteconomie, of wijkeconomie, komt niet uit de lucht vallen. En ik heb in de technische bijeenkomst op 1 december jl. ook al gevraagd aan de ambtenaren 'duid nu eens wat dan die wijkeconomie is'. Dus ik ben heel erg verbaasd dat u dat aan ons vraagt want we hebben die vraag al lang teruggegeven aan de schrijvers van het expertadvies. De voorzitter: Dat geeft in ieder geval een stukje verbinding, dat we allemaal dezelfde vraag hebben.

Mevrouw Van Driel. Wethouder Van Driel: Ik ben echt gewoon benieuwd naar wat uw visie daarop is omdat GroenLinks dat genoemd heeft in de bijdrage. Ik ben dan ook benieuwd naar de tweede termijn van GroenLinks in dat verband. Want ik kan me voorstellen dat als je kijkt naar een Leven Lang Ontwikkelen en arbeidsmarktregioversterking en zorgen dat we daarin de economie kunnen laten versterken, dat echt bijdraagt aan wat we willen bereiken in 2040 en dan ook vanuit de positieve kant. En tot slot voorzitter, wil ik nog opmerken dat ik een aantal fracties heb horen spreken over behoefte aan een stadsmanifest of een stadsakkoord. Ik vind dat interessant en zou dat graag als aandachtspunt meenemen, dank u wel. 52

De voorzitter: Ik zie nog een vraag van mevrouw Bink. Mevrouw Bink: Voorzitter, ik ben even in de war gebracht, gaat mevrouw Van Driel nu over het onderwijs of mevrouw Groeneveld, of beiden? Wethouder Van Driel: Als u een vraag heeft, mag u die gerust stellen. Mevrouw Bink: Mijn vraag gaat over kansenongelijkheid. Daar heb ik het natuurlijk in mijn eerste termijn uitgebreid over gehad. Wethouder Bredemeijer uit Den Haag heeft een brandbrief geschreven naar demissionair minister Arie Slob en die heeft een aantal punten opgenoemd in die brief waarmee hij denkt dat de kansenongelijkheid verminderd kan worden. Bent u bereid om met hem, en eventueel met de wethouder van Amsterdam, mevrouw Marjolein Moorman in gesprek te gaan hierover? De voorzitter: Mevrouw Van Driel. Wethouder Van Driel: Ik weet niet of dit specifiek met dit onderwerp te maken heeft en ik denk dat ik hem dan even doorgeef aan wethouder Iedema want ik heb inderdaad dat stukje discussie in het debat gevolgd. Dus ik denk, als het goed is, dat ik dat even bij wethouder Iedema neerleg. De voorzitter: Dan hebben we nog mijnheer Boerboom die misschien iets over wijkeconomie gaat zeggen. De heer Boerboom: Dank voorzitter, ik ben inmiddels op de hoogte gebracht en dank aan mevrouw Bout dat zij mij even helpt herinneren waar de vraag over ging.

Voor ons is het als we het hebben over wijkeconomie juist belangrijk dat we mensen ook betrokken maken bij hun eigen buurt. Vaak hebben ze best ideeën hoe ze zelf geld willen verdienen, neem het Zoete Kruimels-project bijvoorbeeld, maar er zijn heel veel manieren om mensen dichtbij huis ook een eigen bedrijfje te laten starten omdat we heel veel mensen hebben die opgeleid zijn om met hun handen te werken. Daar kunnen we mogelijkheden voor creëren en enerzijds zorgen we daarmee denk ik voor werkgelegenheid, maar tegelijkertijd voor betrokkenheid bij hun eigen woon- en leefomgeving, wat ook juist kan zorgen voor verbinding in de wijk en wat ervoor zorgt dat we uiteindelijk die netwerken stimuleren. Dus wij zien graag dat het college dat oppakt. De voorzitter: Mevrouw Van Driel, wilt u daarop reageren? Wethouder Van Driel: Ja, heel kort, als dat mag. Dat spreekt mij aan. Het is met name een versterking in het wijk- en buurtgericht werken. Ik kan me goed voorstellen dat we dat samen met partners kunnen oppakken en dat we dat vanuit een positieve benadering doen, vanuit werken volgens de bedoeling. Zo kunnen we enerzijds zorgen dat de buurt en de wijk sterker worden, maar ook werken aan die arbeidsmarkt en aan die economie binnen Zoetermeer. Dank u wel voorzitter, dat was het wat mij betreft.

De voorzitter: U geeft het stokje door aan wethouder…? Wethouder Van Driel: Ik heb de app niet kunnen volgen. Mevrouw Groeneveld. De voorzitter: Mevrouw Groeneveld, het woord is aan u. Wethouder Groeneveld: Dank u wel voorzitter. Dank aan de raad voor de mooie discussie. Voor mij zijn er vooral veel dingen gezegd over groen en de openbare ruimte dus daar wil ik vooral op reflecteren. Ik heb een aantal van u horen zeggen 'maak sterk wat nu sterk is'. 53

Daarbij is groen eigenlijk een heel belangrijk visitekaartje van onze stad, ook in relatie tot de portefeuille van mijn collega citymarketing. Uiteraard is groen een heel belangrijke waarde voor Zoetermeer. Dat heb ik veel fracties horen zeggen en het komt ook naar voren uit het rapport dat dat als nummer 1 wordt gewaardeerd door onze inwoners. Dus dat sluit mooi aan bij waar we mee bezig zijn. Ik heb ook fracties horen zeggen dat dat nog meer naar voren zou moeten komen, dus dat we als stad echt als identiteit 'stad tussen de parken' moeten hebben. Dat zijn we ook geweest en dat zijn we nog steeds. Je kunt er natuurlijk over nadenken en bespreken met elkaar of je dat nog meer wilt versterken en op welke manieren dan. Dus dat neem ik ook heel graag mee. Ik heb ook gehoord bij een aantal fracties 'meer gebruiksmogelijkheden voor het groen, zodat je ook uit je huis in het groen stapt'. Dat heb ik ook heel goed gehoord en er zijn ook zeker al plannen die al klaar liggen die daarop wijzen. De ambitie van dit college is zeker, zoals in het collegeprogramma is vastgelegd, om dat groen meer te betrekken bij de stad zodat mensen ook in die gezonde omgeving kunnen opgroeien.

Ik zeg altijd maar 'als er ooit een tijd was waarin bewezen is hoe belangrijk groen in je directe omgeving is, is dat wel nu tijdens de lockdown' omdat dat eigenlijk voor heel veel mensen de enige plek is waar je nog een beetje kunt genieten van het buiten zijn. Dus parken, groen in de stad, dat zijn heel belangrijke waarden en dat heb ik veel fracties horen zeggen dus dat neem ik zeker mee om verder uit te werken. Ik had nog een vraag aan de raad waarin de tweede termijn misschien op teruggekomen kan worden. In het rapport staat ook beschreven dat we de regionale groengebieden echt door willen trekken in de stad en het groen buiten de stad met de binnenstad willen verbinden, zoals bijvoorbeeld de Nieuwe Driemanspolder, zodat je daar vanuit de stad makkelijk naartoe kunt. Maar daar heb ik niet iemand echt over gehoord, dus mag ik dat opvatten als enthousiasme voor dat plan, of heeft de raad meer een beeld bij het groen in de stad en dat daar versterken? Dat was nog even mijn vraag terug, als er fracties zijn die daarop willen reageren. De voorzitter: Dat is een heel mooie vraag voor de tweede termijn. Ik stel voor dat we die nu niet oppakken maar meenemen naar de tweede ronde, het is leuk om daarop terug te komen. Was dat uw termijn, wethouder Groeneveld? Wethouder Groeneveld: Ja. De voorzitter: Dan ga ik of terug naar wethouder Iedema, of naar de burgemeester.

Wethouder Iedema: Dat laatste, voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de burgemeester. Burgemeester Bezuijen: Dank u wel voorzitter. Ik zal het niet al te lang maken op deze late avond. Ik heb eigenlijk drie punten wat mij betreft die ik graag hier aan de orde wil stellen. Allereerst het punt veiligheid. Ik ga er niet al te veel meer over zeggen want daar hebben we vanavond al veel over gezegd en het is ook al door wethouder Iedema aangekaart en het is door een aantal fracties aangekaart. Ik denk dat het goed is als we dat in Zoetermeer 2040 een plek geven want bij een volwassen stad hoort een volwassen veiligheidsbeleid. En ik denk dat het goed is om naast het repressieve beleid, en daar hebben we het al uitgebreid over gehad, ook die preventieve kant goed te bekijken. Het is door een aantal van mijn collega's in het college ook al aangekaart dat we daar ook nadrukkelijk naar moeten kijken. Dus wat mij betreft, krijgt dat een belangrijke plek. Het tweede punt gaat over participatie, een onderwerp dat volgens mij ook voor een deel in mijn portefeuille valt. Ik heb begrepen dat over de totstandkoming van deze toekomstvisie ook een gesprek met de stad heeft plaatsgevonden 'Mijn stad, mijn toekomst' en die is ook meegenomen in het rapport van 2040. Dat is natuurlijk heel mooi. En wat ons betreft, gaan we die participatie nu op drie niveaus verder brengen.

Dat is in ieder geval een langdurig 54

partnerschap met professionele partijen, dat hebben we al gedaan, een aantal van u heeft daar ook al aan gerefereerd, met experts die ons ook gewoon helpen om daarover mee te denken. Dat is altijd verstandig om te doen. Het tweede is het regelmatig informeren van de stad door het college en de raad. Denk ook aan campagnes die we op daarover zouden willen voeren. Ik denk dat het heel goed is om die verbinding ook gewoon nadrukkelijk te blijven zoeken. En als laatste, derde stap is dat ook raadplegen en cocreatie in wijken over concrete projecten, zo maken mensen Zoetermeer. Ik denk dat het belangrijk is om nadrukkelijk te streven naar die participatie en dat brengt me meteen tot het derde punt. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van der Meer over het tweede punt, denk ik. Mevrouw Van der Meer: Ik weet niet welk punt het was, maar het ging erom dat professionals worden betrokken om dit over te brengen. Wij gaan ervan uit dat het bespreken met de bevolking toch zeker nog een keer moet gebeuren omdat de uitkomsten van Louter helemaal nog niet met de bevolking zijn besproken. Maar ik wil hier heel graag bij noemen of we alsjeblieft aan de professionals kunnen vragen of zij eens wat kunnen doen aan dat plaatje met die mechanismen met die roltrap erop.

Want het is natuurlijk altijd de bedoeling van een plaatje dat het iets duidelijker maakt en als we nu iets hebben, is het wel een plaatje waarvan de complexiteit het nog veel erger maakt dan de tekst. Ik heb laatst bij een bijeenkomst gezeten – ik zie mijnheer Paalvast lachen – met de omliggende buren, zoals Pijnacker-Nootdorp, en dan heeft een ambtenaar vijf minuten tijd om iets uit te leggen en die laat dat plaatje dan zien en zegt 'kijk, zoals u ziet…', maar niemand ziet wat. Dus daar hebben we echt iets anders voor nodig. Ik begrijp de intentie en de goede bedoelingen van degene die dat heeft gemaakt, maar het helpt niet. Laten we alstublieft een plaatje maken waardoor de bevolking ook gaat snappen wat we aan het doen zijn. De voorzitter: Ik geef het woord terug aan de burgemeester. Burgemeester Bezuijen: Ik kan mevrouw Van der Meer alleen maar gelijk geven voorzitter, daar moeten we inderdaad naar kijken en wat mij betreft, is het ook een oproep om dat soort dingen ook helder aan onze inwoners en ondernemers uit te leggen zodat ze ook begrijpen waar deze discussie over gaat. Waarbij ik overigens nadrukkelijk het woord strategie gebruik, en niet scenario. Dat doet niet iedereen, maar ik blijf toch hardnekkig strategie gebruiken. Maar het lijkt me goed om dat ook te doen. Tot slot, voorzitter, was ik aan mijn laatste punt begonnen, over governance.

Daar is al voldoende over gezegd. Een aantal van uw partijen heeft daar ook iets over gezegd, dat ook duidelijk is gemaakt dat dat geen sluitstuk zal zijn. De VVD heeft daar iets over gezegd. Dat is wat mij betreft een belangrijk gegeven. Het idee is ook in de komende periode Zoetermeer 2040 regelmatig terug te laten komen. Ik heb dat in het presidium ook aan de orde gesteld, juist vanuit de optiek dat de discussie tussen college en raad daarin uitermate van belang is. Maar niet alleen de governance intern, ik denk ook, en dat hebben sommigen ook gezegd, dat dit een belangrijk stuk is om te gebruiken straks naar buiten toe, om daarmee onze agenda ook nadrukkelijk naar andere partijen aan de orde te kunnen stellen. Ik heb ook al sommigen gehoord over regiogemeenten en zeker ook het rijk. Dus volgens mij is dat ook van belang en ik ben in ieder geval blij dat – en laat ik dat maar even als voorzitter van het college en raad zeggen – u zich vandaag heeft uitgesproken om deze visie ook dit jaar vast te stellen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel burgemeester. We zouden nu kunnen beginnen aan deel 2 van deze vergadering maar gezien het tijdstip wil ik voorstellen om de vergadering te beëindigen en dit op de volgende vergadering te vervolgen. Het idee van het presidium was om dat op 1 februari a.s. te doen.

Ik kijk even, volgens mij is er ruimte op die vergadering en ik denk dat het tijdstip nu niet het meest ideale tijdstip is om zo'n belangrijk onderwerp nog even in de tweede ronde erdoorheen te jassen.

55

Mevrouw Van der Meer: Interruptie, voorzitter. Mevrouw Bink: Een interruptie, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Bout. Mevrouw Van der Meer: Nee, ik was het voorzitter. Marijke van der Meer. De voorzitter: De volgorde is mevrouw Bink, mevrouw Bout en ik heb mevrouw Van der Meer nog niet gezien in dit rijtje. Mevrouw Bink. Mevrouw Bink: Ja, voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van Driel heeft een vraag doorgeschoven naar mijnheer Iedema en ik zou graag vanavond nog het antwoord op die vraag willen hebben. De voorzitter: En van wie wilt u dit antwoord hebben? Van mevrouw Van Driel? Mevrouw Bink: Mevrouw Van Driel heeft mijn vraag doorgeschoven naar de heer Iedema dus ik verwacht het antwoord van de heer Iedema. De voorzitter: Mijnheer Iedema, kunt u antwoord geven op de vraag van mevrouw Bink? Wethouder Iedema: Ja, dat klopt. Anders had ik zelf voorgesteld om dat toch nog even vandaag te doen want anders blijft het zo hangen. Maar mevrouw Bink, uw vragen gaan met name over het onderwijsachterstandenbeleid en dat heeft niet zozeer alleen te maken met Zoetermeer 2040, maar dat is altijd belangrijk. En gelukkig doen we daar veel aan. We hebben onder andere oog voor het voor- en vroegschoolse educatie, voor de overgang in het onderwijs. En ook ik heb de documentaire Klassen deels al gezien.

Er gebeurt in het onderwijs zelf heel veel om iets voor de kinderen te doen en daar hebben we constant het gesprek over met de scholen en ook met wethouders in de buurt. Wat betreft uw tip om met de wethouder van Amsterdam in gesprek te gaan – ik ben nog niet bij die aflevering aangekomen – ga ik wellicht opvolgen, maar misschien is het goed om een keer op een ander tijdstip met elkaar wat uitgebreider over het onderwijsachterstandenbeleid wat te wisselen. Mevrouw Bink: Dat lijkt me zeer interessant en misschien kunnen we daar een beetje een datum voor afspreken want anders wordt het niet genoteerd. Wethouder Iedema: Als ik het even noteer voornamelijk als een vraag van u, zal ik met uw fractie een tijdstip afspreken binnen nu en een maand dat ik gewoon eens langskom? Mevrouw Bink: Dat lijkt me een goed idee, dank u wel. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Bout, die heeft een suggestie. Mevrouw Bout: Ja, u stelt voor om te stoppen voor vanavond, ik stel voor om het af te maken. De voorzitter: En u beseft dat dat minimaal nog een uur duurt? Mevrouw Bout: Als we allemaal nog twee minuten krijgen, dan is het 26 minuten, minus de PVV, 24 minuten. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van Gils. Die sluit zich aan bij het idee van mevrouw Bout begrijp ik. U blijft stil. Dan ga ik naar de volgende, dat is de heer Boerboom. 56

De heer Boerboom: Dank u wel voorzitter, mijn fractie voelt er wel voor om het vanavond af te ronden, ook vanuit het perspectief dat we een aardige eerste indruk hebben gekregen hoe we als fracties erin staan, ook ten opzichte van de scenario's. Voor ons is het ook heel belangrijk dat we uiteindelijk – zoals het college ook aangeeft – de keuze maken voor wat op breed draagvlak kan rekenen en waar we lang mee verdergaan. Volgens mij is het ook goed dat we de komende periode gebruiken om onderling met elkaar te kijken, want ik heb ook heel veel dingen gehoord waarin we echt overeenkomsten hebben met elkaar, of we straks als raad het college opdracht kunnen geven om echt een scenario uit te werken met de volledige steun. Volgens mij zou het vanuit dat perspectief ook goed zijn om vanavond de avond af te ronden. De voorzitter: Ik zie dat ik mevrouw Van der Meer heb overgeslagen, mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ik heb geen flauw idee wat we in een tweede termijn nog moeten doen voorzitter. We zitten in een commissievergadering, we kunnen geen enkel besluit nemen, en er is door het college niets gehoord van wat ik heb gezegd. Dus om het dan nog een keer te zeggen… Ik heb nergens een reactie op gehad, dus ik ben blij dat mevrouw Brouwer heeft gevraagd om een verslag. Dus wat mij betreft, houden we op met die aandachtspunten want we blijven maar in de rondte praten.

Ik heb er nu behoefte aan dat er iets komt voor te liggen waar we een besluit over kunnen nemen, dus of we doen de tweede termijn in de raad en maken een besluit over die strategie, of we laten het hierbij want ik weet echt niet wat ik nog kan toevoegen en al helemaal niet omdat het college niets hoort van wat ik zeg. Ik bedoel: wat gaan we dan doen in een tweede termijn? Alles nog een keer roepen? De voorzitter: Ik ga het rondje afmaken, ik geef het woord nog aan mijnheer Ekkelenkamp en daarna mijnheer Meijroos. De heer Ekkelenkamp: Dank mijnheer de voorzitter. Het lijkt mij niet zo'n goed idee om nu nog een hele tijd door te gaan, dat doet ook geen recht aan het onderwerp. Dus dat zouden we volgens mij beter op een ander moment kunnen bespreken. De voorzitter: Dank u wel, dan mijnheer Meijroos. De heer Meijroos: Dank u wel voorzitter. Als er geen tweede termijn komt, waar onze fractie ook mee kan leven trouwens, dan staat er nog wel een vraag open van mijnheer Iedema aan de heer Duiven en co, welk voorstel zij zouden steunen. Er is nog geen 1 of 2 gezegd, daar ben ik ook wel heel benieuwd naar. De voorzitter: Interessant inderdaad. We hebben een aantal oplossingen. Ik heb voorgesteld om te verdagen naar een andere vergadering. Maar een ander voorstel van mevrouw Van der Meer is 'er is nu niets meer te bespreken'.

Als er niets meer te bespreken is, kom ik in de verleiding de vergadering sowieso af te ronden. Als iedereen het daarmee eens is, ga ik nog even die vraag stellen aan de heer Duiven natuurlijk want die moeten we niet boven de markt laten hangen, maar dan gaan we de vergadering gewoon afsluiten. Ik kijk of ik reacties zie. Mijnheer Boerboom. De heer Boerboom: Voorzitter, ik wist even niet of u nu een open uitnodiging deed of dat u wilde dat we allemaal via de app reageren. Voor ons is het op zich ook prima om nu af te ronden. We hebben ook verteld wat onze inbreng is en als we niet het gevoel hebben als raad 'we willen een gezamenlijk signaal afgeven naar het college', dan is dat wat het is, maar ik vraag me wel af of het college op dit moment voldoende draagvlak voelt om verder te gaan want het zegt ook 'we willen graag een heldere uitspraak van de raad'. Het college wil iets 57

waarvoor we kiezen, wat het college verder gaat uitwerken. Dus volgens mij is het wel belangrijk dat we goed met elkaar nadenken of we nu op het punt staan om die keuze te kunnen maken. Dat zou ik dan ook nog graag van het college horen. De voorzitter: Dat is een goede toevoeging, ik zal die vraag zo even meegeven aan het college en ondertussen heeft mevrouw Frinking nog een opmerking. Mevrouw Frinking: Wat mij betreft, kunnen we een heel korte tweede ronde houden om het inderdaad af te ronden want anders moeten we inderdaad alsnog een keer weer opstarten en dat wordt een heel ander gesprek. Wat mij betreft kan ik een korte samenvatting en een aansporing aan het college meegeven. Dus nu afronden. De voorzitter: Ik kijk even naar het college, heeft het college op dit moment voldoende informatie en kunnen we gaan afronden en kan het naar de raad of is dat niet het geval? Mijnheer Iedema. Wethouder Iedema: Voorzitter, met name mijnheer Boerboom natuurlijk bedankt voor zijn cri de coeur om met een aandachtspunt te komen, dat zou ontzettend welkom zijn. Tegelijkertijd zie ik dat niet de laatste twintig minuten van de vergadering gebeuren. U heeft in ieder geval een aantal goede aanknopingspunten meegegeven voor ons om mee aan de slag te gaan. Ik kan me ook voorstellen dat we, als daar behoefte aan is, nog een samenvattend memo sturen met de aandachtspunten die we hebben opgetekend.

Maar er hoeft geen besluit te worden genomen vanavond, dat zei u allemaal al en dat is ook zo. Dus dat is dan waar we het mee moeten doen en volgens mij kunnen wij dan wel weer verder. De voorzitter: Helder. Ik concludeer dat u voldoende informatie heeft ontvangen om verder te kunnen, dan is er ook geen noodzaak om een tweede termijn te doen en dan kunnen we de beraadslagingen afronden bij dezen. Mevrouw Bout: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Bout. Mevrouw Bout: Ik vroeg twee keer om een interruptie over dit onderwerp. De voorzitter: Ik geef u toch het woord? Mevrouw Bout: Ja. Dank u. Bij het vorige opiniërende debat hebben we in de raadsvergadering besloten dat we het zouden opknippen. Er is in het presidium en in het seniorenconvent uit en te na besproken wat we daarvan vonden en er is geconcludeerd, zowel bij het presidium als bij het seniorenconvent, dat het niet wenselijk is de boel op te knippen. Ik begrijp niet waarom we nu dus besluiten om maar gewoon af te ronden. Ik had wel een tweede termijn klaar en ik heb wel behoefte aan die tweede termijn. Ik hoor meerdere partijen die dat zeggen. Ik ben verbaasd over het feit dat mevrouw Van der Meer bijvoorbeeld zei 'ik heb geen behoefte aan een tweede termijn' en daarna kwam er een heel verhaal waarvan ik dacht 'dat was ongeveer mijn tweede termijn, dat zou ik ook graag willen vertellen'.

Dus dank dat ik dat nog even mag inbrengen en ik hoop dus dat we niet de boel opknippen en ook niet afronden want ik ben wat mij betreft nog niet klaar. De voorzitter: Ik wel, maar als een enkeling nog een tweede termijn heeft, lijkt me dat een mooie tussenoplossing. De meeste partijen hebben aangegeven hiermee voldoende te hebben gezegd of we het stuk naar de raad kunnen laten gaan. Ik ga eerst even afronden. Het college heeft aangegeven dat het voldoende informatie heeft dus als er nog een of twee partijen een laatste zin willen toevoegen, dan gaan we dat doen.

58

Mevrouw Van Leeuwen: Daar heb ik wel problemen mee, eerlijk gezegd. De voorzitter: Mevrouw Van Leeuwen, zegt u het maar. Mevrouw Van Leeuwen: Volgens mij zijn er heel veel mensen die deze vergadering nu al verlaten hebben, in de veronderstelling dat we hem verder niet meer gaan voortzetten. Ik heb de oproep van mevrouw Van der Meer gehoord en daar ook van meerderen steun voor gezien in de app en ik denk dat dat het moment is om er verder over te praten. We gaan denk ik niet enkele partijen nog gelegenheid geven, als anderen hebben aangegeven hierover in de raad te willen praten. Dat lijkt me gek. Mevrouw Bink: Voorzitter, er staat van mij nog een interruptie. De voorzitter: Ik schors even kort de vergadering voor overleg. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik constateer dat het een ingewikkelde constructie is dat sommigen niet willen doorgaan en anderen wel willen doorgaan. Is het een oplossing dat degenen die nog iets willen inbrengen dat doen per e-mail zodat we nu kunnen afronden? Want ik zie geen andere oplossing als er maar twee partijen zijn die iets willen inbrengen, dan beëindig ik echt de vergadering. Mevrouw Bink: Mag ik nog even iets zeggen, voorzitter? De voorzitter: Dat mag u, mevrouw Bink. Mevrouw Bink: Dank u wel. Ik begrijp niet waarom u het heeft over een raadsvergadering.

We hebben helemaal geen raadsbesluit, mevrouw Van der Meer heeft dat ook al aangegeven. Er moet een visie komen en die visie moet in de commissie worden gebracht en daar gaan we het over hebben en dat gaat dan naar de raad, maar nu niet. Als we nu stoppen, moet er een visie komen en geen raadsvergadering, ik begrijp het niet meer. De voorzitter: Ik redeneerde door op suggesties die uw collega's hebben gedaan en ik begrijp wat u zegt. Er hoeft geen raadsvergadering te komen. Het is input voor het college en als het college aangeeft voldoende input te hebben, dan is dat wat mij betreft ook voldoende en zie ik geen aanleiding om nu nog een tweede ronde te doen. Er zijn veel mensen al weg en het lijkt me onverstandig. Dus als er een tweede ronde nodig is, gaan we die inplannen op 1 februari a.s. zoals afgesproken is in het presidium. Mevrouw Bout: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Bout? Mevrouw Bout: Met alle respect, maar dit is de vergadering van de raad en niet van het college. Dus hoe kunt u nu concluderen dat het college genoeg antwoord heeft gehad als er nog raadsleden zijn die aangeven dat ze nog niet klaar zijn? Het is een retorische vraag, maar ik wilde hem toch even stellen.

De voorzitter: Ja, maar er is geen meerderheid in de raad voor een keuze maken om door te gaan of niet door te gaan, een groot deel zegt 'stoppen' en er zijn enkele fracties die zeggen 'ik wil nog een tweede termijn'. En mijn tussensuggestie was 'laat dan de fracties die nog iets van een tweede termijn wensen even kort hun zegje doen en dan is het klaar'. Dus als we dat gewoon doen, zijn we sneller klaar dan door hier nog een uur over door te praten.

59

Ik constateer dat mevrouw Bout nog een tweede termijn wil en wie nog meer? Ik ga de lijst langs. PDvZ, heeft u nog een tweede termijn? De heer Blansjaar: Dank u wel voorzitter, ik heb inderdaad nog een klein tekstje klaarstaan voor de tweede termijn. Professor Boelhouwer bepleit hetzelfde als wij in het AD, dat een fors quotum voor seniorenwoningen moet komen. Bouw je voor ouderen,… De heer Meijroos: Punt van orde voorzitter. Volgens mij vroeg u om het lijstje af te werken en niet om iedereen een tweede termijn te geven toch? De voorzitter: Maar ik moet een bepaalde volgorde hanteren. De heer Meijroos: Ik dacht dat u de behoefte inventariseerde en niet dat u de tweede termijn ging uitdelen. De voorzitter: Ik heb aangegeven dat ik degenen die nog een tweede termijn willen, in de gelegenheid wil stellen om een tweede termijn te doen. Mevrouw Van der Meer: En des te eerder is het klaar, kom op! De heer Blansjaar: Wat een bende. De heer Blansjaar: Sorry voorzitter, ik ga verder dan schieten we een beetje op. Toch wil ik nog een dingetje bepleiten. De PDvZ vindt dat er niet gesproken kan worden door sommige fracties, over de 'teloorgang' van Zoetermeer en over dat op te kunnen lossen door duurdere woningen te bouwen. Er wordt volledig voorbijgegaan aan de mensen die werken in maatschappelijke beroepen, zoals politie, zorg en onderwijs.

En wat dacht je van de senioren met een laag pensioentje? Die wonen nu vaak in een grote sociale huurwoning en er zijn er ook die in een wat kleinere woning kunnen wonen. Goedkope huur- en koopwoningen zijn ook belangrijk voor Zoetermeerders. Rotterdam start zelfs met een viertal pilots om deze groepen extra kansen te bieden op een sociale huurwoning. Het is belangrijk voor onze stad dat deze beroepen ook hier willen wonen en werken. Tot zover mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb ook een tweede termijn verzoek gekregen van mevrouw Bout van de PvdA en daartussen volgens mij van niemand, mevrouw Bout. Mevrouw Bout: Dank u voorzitter. Ik wil graag een kleine kanttekening meegeven aan het college voor wat betreft de roltrap, die maar verbreed en verlengd moet worden. Maak je de roltrap steiler, dan heb je kans om te vallen. En mis je enkele treden op de roltrap, dan kom je de trap niet op. Daar wil ik wel even voor waarschuwen. Wethouder Groeneveld vroeg over het regionaal groen doortrekken en verbinden met lokaal groen? Ja, zeker, heel graag wethouder', want wat mij betreft, ben ik voor alles wat bij groen en citymarketing hoort. Voorzitter, voor de PvdA voelt deze avond – en ik heb het echt al vaker gehoord dus het is ook niet verbazingwekkend – als een herhaling van zetten. Sinds januari 2020 hebben we het hier nu over.

Voor ons gevoel hebben we nu al alles tien keer verteld, tien keer bevraagd en tien keer verdedigd. En er is blijkbaar al voor strategie 2 gekozen voordat we het expertadvies in handen kregen. Wij herkennen ons in het pleidooi van Zó! Zoetermeer. Ook mevrouw Van der Meer vroeg om doorpakken. En wij zijn het daar volledig mee eens. De stip staat al een tijdje op de horizon. Wij hopen dat de positie van de stip nu zo onderhand wel duidelijk is. De weg ernaartoe kan nog variëren en over de details zijn we het nog niet eens. Maar pak nu eens door en kom met die slagvaardigheid waar ik in de eerste termijn nog naar heb gevraagd. Wij willen echt niet nog een tussenstap, in de vorm van een stadsmanifest. Kom nu snel met de omgevingsvisie of met een visie Zoetermeer 2040, hoe u het noemen wilt. Geen vertragingen meer op de lijn, na alle aandachtspunten nou eens graag besluitpunten! Wij zien het raadsvoorstel graag tegemoet, zodat we na inspraak met 60

de inwoners en stakeholders in de stad eindelijk spijkers met koppen kunnen slaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er nog een andere fractie die nog iets wil inbrengen bij de tweede termijn? Dank u wel. Is er iemand van het college die wil reageren? Ik geloof het niet. Wethouder Iedema: Heel kort voorzitter, wij hebben genoeg informatie en ik heb u een memo toegezegd met een samenvatting van de aandachtspunten. We kunnen in ieder geval voor het proces, daar hoorde ik een aantal mensen nog over, de roadmap volgen zoals die eerder aan de raad is toegezonden, in ieder geval wat het college betreft. De voorzitter: Er staat nog een vraag open, namelijk de vraag van de LHN aan de VVD wat haar standpunt is ten aanzien van de keuze optie 1 of optie 2. De heer Duiven: Dat is wel een heel rare vraag als je daar niet om gevraagd hebt, maar ik begrijp dat iedereen daar met spanning naar zit uit te kijken en niet zijn hoofd op het kussen kan leggen zonder daar het antwoord op te kennen. We zijn het debat in de eerste termijn ingegaan met aandachtspunten zonder inderdaad – want anders had ik het wel gezegd – een heel uitgesproken keuze voor optie 1 of 2. We waren met name benieuwd naar de reacties in de onderlinge discussie, maar ook van het college ten aanzien van de woningbouwambitie. Daar heb ik in de eerste termijn aan het college ook de vraag over gesteld.

Zoals ik in mijn reactie al aangaf, dat valt tegen. Dus zoals het nu beschreven staat in de scenario's, met name scenario 2, voor de tweede termijn, vinden we geen recht doen aan de urgentie en de noodzaak en de behoefte om ook op het terrein van het creëren van woningbouw, gewoon voor volume te gaan, naast kwaliteit en dergelijke. Zoals de scenario's dus nu voorliggen, neigt het standpunt van de VVD-fractie naar optie 1. Maar tegelijkertijd hoop ik dat met de inbreng, niet alleen van ons, maar ook van een aantal andere partijen vanavond het college nog eens goed naar optie 2 wil kijken, met name naar de termijn na vijf jaar. Dus tot 2040, of daar inderdaad nog ruimte zit op de ambitie. Dat is het antwoord op de vraag, van LHN, via de voorzitter. Dat is in ieder geval het antwoord, niet zijnde een tweede termijn. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan kijk ik even rond of er nog iemand is die nog iets wil meegeven aan het college over dit onderwerp. Mevrouw Frinking, gaat uw gang. Mevrouw Frinking: Ik ben even in verwarring over de ronde die we zouden gaan afleggen. Ik dacht dat u even iedereen langs zou gaan. Ik wil in ieder geval meegeven dat we er belang aan hechten om die visie nu snel te maken.

Meerdere mensen hebben dat ook aangegeven: geen eindeloze gespreksrondes meer, kom met het verhaal en doe dat met de stad, zorg dat je ook een procedurevoorstel hebt voor hoe we dat met de stad kunnen bespreken, breng dat samen. Dan hebben we weer een discussie waar we het echt met elkaar over kunnen hebben en waar we ook uiteindelijk een besluit over kunnen nemen. Dan hebben we het afgerond en kunnen we aan de slag want het is gewoon nodig om hier stappen in te zetten. De voorzitter: Dank voor deze laatste opmerking. 6.

Sluiting

De voorzitter: Dan sluit ik de vergadering en wens ik het college veel wijsheid toe.

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=39bebdcc-8ed0-47ed-b565-8266a403dd93