Concept Notulen Commissie Plenair 18 januari 2021
Tekst van het document
Hoezo mensen centraal stellen en iedereen mag meedoen? In de notulen van 2 en 9 november 2020 lezen we dat wethouder Paalvast het tegenovergestelde beweerde en daar een toezegging op heeft gedaan. Graag horen wij van het college hoe het 15
de inwoners centraal wil stellen en in welke vorm het dit giet. Hoe mogen onze inwoners meedoen? Ook bouwen en verbouwen is een punt. Woningen zijn heel hard nodig, niet alleen in Zoetermeer en niet alleen voor statushouders, maar daar lijkt het nu wel op. Begin met bouwen voor ouderen. Zij kunnen beweging op de woningmarkt brengen, maar dan moet er wel betaalbaar en aantrekkelijk voor deze doelgroep gebouwd worden. Wij haalden al een keer eerder het Knarrenhof aan als goed voorbeeld, maar ook dit zal wel het ene oor in en het andere oor uit zijn gegaan. Kunnen wij antwoord krijgen op de vraag of het college ruimte ziet voor Knarrenhof in Zoetermeer? Het entreegebied, ook al zo’n hot item. Het college bewandelt daarin zijn eigen weg, leuke plaatjes en filmpjes maar die zeggen niets, ze zijn onduidelijk. De PDvZ heeft een voorstel: geef een klein budget aan de mensen die de maquette van de Zoetermeer aan het opknappen zijn, dan kunnen zij het entreegebied ook in beeld te brengen. Zo betrek je diverse inwoners bij de ontwikkeling van je stad en maak je voor de omwonenden en de toekomstige bewoners veel inzichtelijker wat hier nu uiteindelijk wordt ontwikkeld. Het budget kan gehaald worden uit het budget voor de herontwikkeling van de raadzaal, deze gaat voorlopig toch niet door en daar staat alleen al € 100.000,00 gereserveerd voor een paar tekeningetjes.
Wij zijn benieuwd hoe het college en andere partijen hiertegenover staan. Balans brengen in de wijken en investeren in wijken. Wij koppelen daar direct maar de veiligheid aan. In het stuk Zoetermeer 2040 staat: "Maak de stad in 2040 tot een aantrekkelijk mozaïek van wijken en buurten. Of beter uitgedrukt tot een aantrekkelijk mozaïek van gemeenschappen. Het zijn de historie, de mix van inwoners, de diversiteit aan initiatieven en voorzieningen die de wijken van elkaar doen verschillen. De Zoetermeerse buurten en wijken zijn in 2040 al met al, ieder op zijn eigen manier, een aangename plek om te wonen, te werken en te leven", maar op dit moment is het college de wijken aan het leegplunderen, de zorgvuldig opgebouwde voorzieningen worden in het afvoerputje weggespoeld. Het is op papier een mooie doelstelling, maar nu de uitwerking. Pas als de gemeente nu eens sturend voorwaarden schept en het verder aan de wijkbewoners overlaat, krijg je betrokkenheid in de wijk, maar zolang vrijwillige initiatieven niet worden ondersteund of geholpen, neem bijvoorbeeld de Stichting Oosterfaantje, maar er zijn meer van die dingen te noemen... Je moet als gemeente wel out of the box gaan denken. Door bewoners er veel beter en meer bij te betrekken zal de sociale controle een stuk verbeteren en dat zal ook de veiligheid in de wijken ten goede komen.
Na de coronaperiode zal de werkloosheid toenemen, heeft het college hiervoor al een plan van aanpak klaar staan? Wij horen het graag van het college. Misschien kunnen deze mensen tijdelijk ingezet worden voor het achterstallig onderhoud in de stad, dan snijdt het mes aan twee kanten. De keuze van het college is om voor optie 2 te kiezen, eerst het fundament, dan groeien ofwel maximale inzet op het versterken van de sociale en fysieke omgeving in de bestaande stadsdelen. De nieuwbouw wordt ingezet om de bestaande stadsdelen te versterken. Wij vinden de basis niet verkeerd, maar toch gaat onze voorkeur uit naar een combinatie waarin woningbouw een grote rol moet spelen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan D66. De heer Ekkelenkamp: Dank u voorzitter. Op sociaaleconomisch vlak is Zoetermeer de afgelopen vijftien jaar in een vrije val geraakt. Op de ranglijst van sociaal-economisch presteren is onze stad van positie 37 naar positie 169 gezakt. Dat heeft Zoetermeer overigens gemeen met de meeste vergelijkbare groeigemeenten, maar dat doet er niets aan af dat we er als politiek de komende jaren hard tegenaan moeten gaan om de oude gunstige positie van onze gemeente terug te veroveren want een verslechterende sociaaleconomische situatie heeft zijn weerslag op de aantrekkelijkheid van de stad voor alle inwoners.
Als we de neerwaartse spiraal willen keren, vraagt dat om het maken van andere keuzes en doorgaan op de ingeslagen weg is wat D66 betreft geen optie. We staan dan ook voor een uiterst belangrijke opdracht, namelijk om de stad weer aantrekkelijk te maken voor iedereen. We delen de observatie van het college dat alle aspecten uit de raadsdebatten van september 2020 in dit expertadvies zijn opgenomen en wij herkennen ons in de hoofdlijnen van het expertadvies dat de Zoetermeerse samenleving als geheel het startpunt is. Volgens 16
mijn fractie zijn deze hoofdlijnen in de juiste balans aan de orde gesteld. Het college sorteert voor op het maken van de keuze voor scenario 2 en wat D66 betreft is dat een goede keuze omdat we dan kunnen werken aan de kwaliteit van de stad. In de voorbijgaande decennia lag de nadruk, logisch voor een groeikern, op kwantiteit, op bouwen, bouwen, bouwen. Nu moet wat D66 betreft de focus liggen op de kwaliteit van de stad. Dat betekent voor ons concreet dat de bouwopgave van 10.000 woningen ook in het licht van de kwaliteit moet worden gezocht, de zoektocht naar nog eens 6000 woningen extra staat wat D66 betreft op gespannen voet met het streven naar meer kwaliteit. Een heroverweging van het bouwprogramma met meer aandacht voor de integrale gebiedsontwikkeling, ook voor de bestaande wijken en buurten, ligt voor de hand. De voorzitter: Een interruptie van de heer Duiven. De heer Ekkelenkamp: bij het volbouwen van de kleine postzegelstukjes groen in de buurten. De voorzitter: Een interruptie van de heer Duiven. Mijnheer Duiven, het woord is aan u. De heer Duiven: Ja dank u wel voorzitter, een vraag.
Als ik de heer Ekkelenkamp hoor zeggen dat we de bouwaanpak moeten wijzigen van het creëren van volume, meer woningen, naar kwaliteit dan begrijp ik hem niet want hij refereert duidelijk aan de schaalsprong en de schaalsprong richt zich toch op het vergroten van het volume, de 10.000 woningen en de zoekopdracht van 6000 woningen, én het creëren of toevoegen van de kwaliteit van de woningen in de stad. Dus we gaan toch eigenlijk niets anders doen, we zetten toch de lijn voort of we gaan voort op die ingeslagen weg? De voorzitter: De heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Ja mijnheer de voorzitter. Volgens mij heb ik gezegd dat het misschien wel op gespannen voet met elkaar staat. Toen wij afspraken met elkaar maakten over de schaalsprong, wisten we natuurlijk nog niets over dit expertrapport, maar met dit rapport in de hand is het denk ik gewoon goed dat we ons nog eens even bezinnen op de situatie waarin we zitten en hoe we hieruit komen. Ik denk zelf dat, als we zoeken naar kwaliteit, dat eigenlijk voorop moet staan en uiteraard hebben we in deze stad ook nog een aantal woningen nodig. Dat is duidelijk, maar ik denk dat kwaliteit op dit moment boven kwantiteit gaat. De voorzitter: Is uw termijn voorbij mijnheer Ekkelenkamp? De heer Ekkelenkamp: Nee, ik heb nog een paar zinnen. Nou een paar zinnen, een paar minuten. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Ekkelenkamp: Voorzitter, een evenwichtige bevolkingsopbouw houdt de stad aantrekkelijk. Diversiteit in de opbouw van de populatie, leeftijd, opleidingsniveaus en welstandsklassen maakt de gemeente bovendien veerkrachtiger. Concreet betekent dit dat we moeten zorgen voor een goede doorstroming binnen het woningbestand, een passende woning voor de empty-nesters als ze dat willen om plaats te maken voor gezinnen en meer woningen in de middenhuur, zodat starters kunnen doorstromen. Bovendien moeten we meer luxere woningen bouwen, zodat mensen hun wooncarrière in Zoetermeer kunnen voortzetten en ze niet moeten uitwijken naar gemeenten in de regio. Uit het basisdocument Zoetermeer 2040 en het expertadvies van de ambtelijke organisatie blijkt dat er in Zoetermeer een groeiende mismatch is tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid en dat het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in Zoetermeer achterblijft bij dat in de 17
regio en het landelijke gemiddelde. We moeten ook deze trend keren, bijvoorbeeld door te investeren in onderwijsachterstandenbeleid, Passend Onderwijs en extra ondersteuning. We moeten ook meer investeren in de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, zodat er voor alle Zoetermeerders betere kansen komen op een goede baan en een goed investeringsklimaat en vestigingsklimaat voor bedrijven ontstaat. We moeten bij dit alles niet vergeten dat Zoetermeer veel kansen in zich heeft om zich uit de negatieve spiraal te ontwikkelen. Daarom is het voor D66 belangrijk dat we onze sterke kanten beter uitbuiten en waar mogelijk nog sterker maken want op het gebied van rust, ruimte, een natuurlijke omgeving en een goede bereikbaarheid scoort Zoetermeer gewoon goed en daar mogen we best heel trots op zijn. Voorzitter, wij sluiten ons aan bij de wens om nog voor het zomerreces van 2021 met elkaar in de raad te spreken over de ontwerpvisie, wat D66 betreft moeten we zo snel mogelijk aan de slag om de trend te keren in het belang van de huidige en toekomstige bewoners van onze stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef graag het woord aan het CDA. Mevrouw Frinking: Ja, dank u wel voorzitter. Het CDA Zoetermeer geeft het college graag richtinggevende uitspraken en aandachtspunten mee voor het opstellen van de visie, voor inspiratie en inzet tot daden.
In het debat van september 2020 hebben we aangegeven hoe we tegen de ontwikkelingen van Zoetermeer nu en in 2040 aankijken. We willen dat iedereen kan meedoen, dat we zorgvuldig met elkaar en de omgeving omgaan, dat de lasten en lusten eerlijk zijn verdeeld en dat Zoetermeer een rechtvaardige stad is met een bestuur dat dichtbij de mensen staat. Dat moet zichtbaar zijn in de verbetering en de versterking van de sociale cohesie, de binding tussen mensen. Kwalitatief wonen in een groene omgeving, voldoende werk, goed onderwijs en een effectief openbaar vervoer dat past bij de toekomstige inwoners zijn daarbij voorwaardelijk. We moeten voorkomen dat de onderwereld straks de bovenwereld overneemt, proactieve en permanente aandacht voor veiligheid van onze inwoners is een must. Voldoende zorginstellingen en een goed geëquipeerde acute zorg horen wat ons betreft bij een stad als Zoetermeer en wat ons betreft zijn de ideeën die wij in september 2020 hebben geuit in voldoende mate tot hun recht gekomen in de adviezen die nu voorliggen. Van belang is dat we vandaag een keuze maken langs welke strategie we in 2040 willen belanden. In het expertadvies zijn twee strategieën uitgewerkt en besproken met partners in de stad, inhoudelijk bekeken en financieel getoetst.
We danken de partners van de stad die al een inbreng hebben geleverd, dat was een mooie start om samen met de stad tot een gezamenlijk gedragen visie te komen. We zijn het eens met de aandachtspunten die zijn meegegeven over de noodzaak om te weten wat de identiteit van de stad is, de aandacht voor het integrale denken en het ontschotten van de verschillende domeinen van het financiële en juridische systeem. Dat laatste was voor het CDA Zoetermeer de reden om tijdens het najaarsdebat in 2020 een pleidooi te houden om naar de opzet van de begroting te kijken en we zijn ook blij dat we dat als raad gaan doen. Ook de reflectie van het Kenniscentrum Governance of Urban Transitions geeft waardevolle adviezen zoals het advies dat het heel veel van de gemeentelijke organisatie gaat vragen dat op dit moment nog sterk is gericht op nieuwbouw. Dat sluit in onze ogen aan op hetgeen wij eerder hebben aangegeven; dat er innig moet worden samengewerkt tussen de afdelingen die over het fysieke en sociale domein gaan. Het advies van Cebeon geeft aan dat er perspectief is op het succesvol ombuigen van de huidige negatieve ontwikkelingen en dat strategie 2 een goede uitgangspositie is voor groei en dat er houvast kan worden gevonden in het spiegelen van Zoetermeer aan het Gemeentefonds en de situatie in referentiegemeenten. Dat vinden wij goede gedachtes om verder uit te werken.
Het CDA Zoetermeer kan zich daarom goed vinden in het expertadvies om scenario 2 als uitgangspunt te nemen; eerst het fundament en dan groei. De kwaliteit van de bestaande stad moet, zoals wij al vaker hebben gezegd, omhoog. In de bestaande stad zijn nu te veel losse eindjes die eerst aan elkaar moeten worden geknoopt. We vinden de verbinding en de samenhang in ambities belangrijk en beleidsmatige samenhang en uitvoering tussen alle terreinen is daarmee cruciaal. We willen de visie graag in deze bestuursperiode verder ontwikkelen, maar een visie is niet de start 18
maar het einde van een traject en we willen de visie samen met inwoners, de verenigingen, de culturele instellingen en het bedrijfsleven ontwikkelen, onderzoeken wat ons bindt. Er is een goede start gemaakt en wij zien dat verder uitgewerkt in het voorstel om te komen tot een stadsmanifest, daar zijn we het mee eens. Maak van de visie een gezamenlijk werkend en denkend perspectief, we hebben de ingrediënten en het kookproces doet ertoe. Verschillen tussen partijen en mensen zullen altijd bestaan, maar het te bereiken doel is 'welk Zoetermeer willen we zijn in 2040 en hoe gaan we dat invullen'. We kunnen de komende periode leren hoe we in constante dialoog met de stad blijven en ook als de visie er is, is het contact en de verbinding belangrijk. We krijgen dan de verhalen uit de stad te horen, zien het succes van de verbindingen en kunnen de resultaten met elkaar delen. Op naar het doel om te komen tot een beter, sterker en sociaal innovatiever Zoetermeer. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt en dan geef ik graag het woord aan Zó! Zoetermeer. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, Zó! Zoetermeer is erg bezorgd.
Om te beginnen hebben we grote zorgen over de derde coronagolf die op ons afdendert en zorgen over alle gevolgen waarmee we na corona geconfronteerd zullen worden, maar onze zorgen betreffen ook de wat verdere toekomst en de traagheid waarmee het college tot een conceptvisie 2040 wil komen. We waren heel blij dat het college aan Bureau Louter heeft gevraagd hoe we ervoor staan, maar we vinden dat het college te weinig urgentie voelt voor het zetten van de volgende stappen, vooral omdat het college zich gedraagt alsof alle bestaande plannen gewoon, zonder herijking, doorgezet kunnen worden en de visie 2040 rustig kan wachten. In september 2020 hebben alle fracties uitgebreid hun inbreng gegeven, maar het college bleek toen helaas niet bij machte om daarop te reageren. We waren zeer teleurgesteld dat de wethouder na twee dagen zich beperkte tot het voorlezen van een tevoren opgesteld stukje tekst. Vervolgens kregen we het expertadvies van ambtenaren en belangrijke partners. Daarvoor onze hartelijke dank, maar nu gaan we in een commissievergadering, niet eens in de raad, weer aandachtspunten meegeven alsof de twee sessies in september 2020 er niet zijn geweest en alsof er niet is afgesproken dat er een menukaart zou komen.
Intussen gaat het college door, onder andere met het voornamelijk geheime project de Entree en met plannen in de stad waarvan we helemaal niet weten of die wel passen en of we kunnen toetsen of die passen bij het nieuwe toekomstbeeld want dat moeten we nog maken. We kunnen ons niet permitteren te wachten, Zoetermeer kachelt op alle fronten achteruit en de effecten zijn zichtbaar, óók voor de huizenbezitters die de prijzen van de Zoetermeerse woningen zien achterblijven bij die in de regio. Wij willen nu heel snel de conceptvisie met niet alleen droombeelden, maar ook met de manier waarop we die kunnen realiseren zodat we daarover met de bewoners van gedachten kunnen wisselen en vervolgens een definitieve versie van de visie kunnen vaststellen. Voorzitter, met betrekking tot het expertadvies inhoudelijk. Zó! Zoetermeer vindt het een prima stuk om als beginnetje van de visie te gebruiken, maar we missen in het toekomstbeeld nog een drietal zaken. Wij vinden het schrijnend dat weer niemand eraan gedacht heeft dat dit een moment is waarop we kunnen werken aan de toegankelijkheid van de stad.
De wethouder probeert de kosten van de WMO te verlagen door mensen fysio in plaats van huishoudelijke hulp te geven, maar hoeveel problemen zouden we niet voorkomen als we zorgen voor toegankelijke winkels en horeca, voor toegankelijke werkplekken en voor iedereen bezoekbare woningen zodat alle mensen, ook die met fysieke beperkingen, zelf kunnen netwerken, grotendeels voor zichzelf kunnen zorgen en een goed bestaan kunnen opbouwen. We missen in het expertadvies ook een visie over hoogbouw, terwijl die hoogbouw in Louter toch herhaaldelijk wordt genoemd als een aspect dat de aantrekkelijkheid van de stad niet bevordert. Het laatste wat we missen in de paragraaf Koersvast en adaptief, wat een naam trouwens voor een paragraaf, is dat Zoetermeer niet alleen moet samenwerken in de regio, maar vooral ook op een aantal aspecten duidelijke grenzen moet stellen. Zoetermeer wil zo graag samenwerken en aardig gevonden worden dat we geneigd zijn om de gekke henkie van de regio te zijn. Zó! Zoetermeer denkt dat we als derde gemeente in de provincie veel steviger moeten zijn, 19
bijvoorbeeld bij afspraken over de woningbouw in onze regio want in het stuk staat dat de gemeentegrens niet meer is dan een administratieve grens, maar het is natuurlijk wel de grens die bepaalt waar de financiën uit het Gemeentefonds terechtkomen en ook waar bijvoorbeeld de rekeningen van de jeugdzorg op de mat vallen. Zó! Zoetermeer wil dat we daadkracht en zelfbewustzijn gaan waarmaken en uitstralen want anders blijft de omgeving ons zien als slaapstad. Voorzitter, alle partners met uitzondering van de ouderenbonden kiezen voor strategie 2. Dat is logisch want ook uit de berekeningen van Louter is gebleken dat bouwen, bouwen, bouwen ons echt niet oplevert dat de stad zich verbetert. Natuurlijk moeten we ook helpen om de woningnood op te lossen en ook keihard werken aan meer zorgwoningen, maar Zoetermeer moet niet net doen alsof hier de woningnood van heel Nederland opgelost kan worden. Voorzitter, de aandachtspunten van Zó! Zoetermeer zijn, naast hetgeen ik net al genoemd heb, de ambitie dat de stad ieder jaar beter en aantrekkelijker wordt, dus leefbaar en veilig, en dat moeten we blijven monitoren. De verschillen tussen de wijken moeten kleiner worden en wat ons betreft knippen we een aantal wijken op zodat we ieder deel gerichte aandacht kunnen geven.
Zó! wil dat we voor onze bewoners voldoende passende banen in de buurt hebben, Zó! wil dat we zorgen voor genoeg ruimte en stoppen met het volproppen van de stad, Zó! wil een stad met een bestuur dat goed naar de bewoners luistert, Zó! Zoetermeer droomt van een evenwichtige stad, waar mensen wonen omdat het hier fijn is en niet omdat er nergens anders een woning te vinden was. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de LHN. De heer Meijroos: Dank u wel voorzitter, ik zal namens de LHN het woord voeren. Zoetermeer 2040 loopt parallel aan de invoering van de Omgevingswet, sterker nog beide trajecten zijn niet van elkaar los te zien. Nu onlangs weer bleek dat de ICT rondom de invoering van de Omgevingswet nog lang niet op orde is en op losse schroeven is komen te staan, moet Zoetermeer zijn eigen plan blijven trekken: waar willen wij heen, waar staat Zoetermeer in 2040. De LHN is blij dat er een langdurige visie voor de stad wordt ontwikkeld en hoopt dat ook na deze raadsperiode wordt vastgehouden aan deze visie om op lange termijn de vruchten te plukken van deze hoognodige hervorming van de stad, het rapport Louter laat immers weinig aan de verbeelding over. We willen graag een aantal aandachtspunten aan het college meegeven naar aanleiding van het expertadvies en de deskresearch bij andere steden.
De LHN blijft erbij dat snel bouwen zal bijdragen aan de verbetering van de stad. De doorstroming op de woningmarkt ligt nagenoeg stil, er is een duidelijk tekort aan woningen voor starters, studenten en het middensegment en ook het hogere segment verdient aandacht om de doorstroming een boost te geven. We moeten op zoek naar een gezonde mix, bouwen moet dus prioriteit hebben. Dat mag gerust meer zijn dan de 700 geplande woningen per jaar en uiteraard moeten we de bestaande wijken ook gaan herstructureren. We vragen de gemeente om de reacties op de visie van de inwoners die zijn ontvangen serieus te behandelen en daarbij ook vooral te kijken naar de brief van de OSO, de verenigde ouderenorganisaties, vanwege de sterk toenemende vergrijzing richting 2040. Betrek daarnaast de inwoners en de ondernemers in de stad bij het hele proces en naast participatie zou er ook een soort loket moeten komen waar ruimte wordt geboden aan inwoners en ondernemers om hun initiatieven en suggesties kenbaar te maken. Wellicht kunnen we hier separaat met elkaar over spreken want de LHN is van mening dat er heel veel kennis en kunde in de stad aanwezig is waarvan momenteel te weinig gebruik wordt gemaakt, raadpleeg de stad want mensen maken de stad.
Voorts roepen wij het college op om te waken voor verschraling, het is voor de stad die nu gaat bloeien van groot belang dat het voorzieningenniveau hoog blijft. Denk bijvoorbeeld aan het ziekenhuis, de sportverenigingen, de culturele verenigingen, de bibliotheken en buurtrestaurants. Ook hebben we nog een vraag aan het college voorzitter. Hoe zijn de contacten met de omliggende plaatsen, de regio en het rijk aangaande Zoetermeer 2040? Dat is een enorme uitdaging en in tegenstelling tot de vorige spreekster denken wij dat het handig is om hier juist in samen te werken. We zijn geen koekjes aan het bakken, we willen onze stad gaan 20
hervormen, we willen flink gaan bouwen en we kunnen dit niet alleen als gemeente. In Almere is daarom een stadsakkoord opgesteld met het rijk en de regio, heeft Zoetermeer ook iets dergelijks of zijn daar plannen toe? Ik ben bijna aangekomen bij de vijf vragen die het college ons heeft voorgelegd, maar eerst veiligheid voorzitter, een van de pijlers van de LHN. We kennen de veiligheidsproblemen in Zoetermeer en die beperken zich niet alleen tot de oude wijken. De LHN is voorstander van bouwen in Zoetermeer en we roepen het college op om bij het bouwen, naast alle groen-, duurzaamheids- en inclusiviteitswensen, ook een sterk veiligheidsplan op te stellen, zodat we toestanden zoals die nu in Oosterheem plaatsvinden voor zijn. Dan de vragen die door het college zijn gesteld, omwille van de tijd zal ik de vragen niet voorlezen, ik heb hier alleen de antwoorden. Het antwoord op vraag 1. We missen niet zozeer iets, maar de LHN blijft voorstander van behoud van wat goed is en snel bouwen zoals in strategie 1 wordt verwoord. We denken dat dit met veel inzet een haalbare strategie is, niet consolideren maar doorpakken. Vraag 2 is een beetje een open deur, die gaat over Zoetermeer en de lijn is helder. De haalbaarheid, mede ingegeven door de politiek wil, blijft een aandachtspunt. Vraag 3. Soms bekruipt ons het gevoel dat we de kool en de geit sparen.
Er zullen steeds moeilijke keuzes moeten worden gemaakt en daarnaar moet dan ook gehandeld worden, wees stellig in de keuzes en voer ze strak uit. Bij vraag 4 is het antwoord 'Nee, we willen liever versneld groeien'. Anders zal er een uitstroom plaatsvinden naar steden die dat wel doen, kunnen kwetsbaren zich minder gemakkelijk bewegen en blijven achter, zal het beroep op sociale voorzieningen en daarmee de kosten toenemen, terwijl de inkomsten uit bijvoorbeeld extra WOZ zullen achterblijven. Het antwoord op vraag 5 van het college. Deze visie is een levend document, ook als het is vastgesteld betreft het nog steeds een stip op de horizon en de weg ernaartoe zal steeds beïnvloed worden door de actualiteiten, denk aan het Gemeentefonds, corona et cetera. Dus vaststellen is prima, maar laten we er rekening mee houden dat er momenten van bijstelling komen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de VVD. Ik zie dat er een interruptie is van de heer Boerboom voordat de heer Duiven het woord neemt. De heer Boerboom: Ja dank u wel voorzitter. De vraag die ik aan de LHN heb, is de volgende. U zegt aan de ene kant te willen bouwen, bouwen, bouwen, die 700 woningen en als het kan het liefst nog meer en tegelijkertijd zegt u ook dat u aandacht voor de bestaande wijken wilt.
Nu zegt u uiteindelijk 'we willen scenario 1', maar dat betekent eigenlijk dat u dus niets aan die bestaande wijken gaat doen want het college schetst ook heel duidelijk en dat zegt u zelf ook: durf nou een keuze te maken als raad. Dus als u moet kiezen, zegt u eigenlijk: we gaan weinig tot niets aan de bestaande wijken doen en we zetten volledig in op bouwen in de stad. Als dat zo is, hoe reflecteert u dan op de experts die heel duidelijk aangeven 'kies nou voor scenario 2 en zorg eerst dat de basis op orde is'? De heer Meijroos: Ja, aan de ene kant hebt u daar gelijk in. Het is inderdaad heel erg belangrijk dat we de basis op orde maken, maar waarom zou dat niet naast elkaar kunnen? Ik bedoel wat zeggen we tegen de woningzoekenden, 'nog even geduld, we hebben de stad niet op orde'? Dat is natuurlijk geen optie. We hebben zo veel woningzoekenden, zo veel mensen die willen gaan doorstromen, zo veel mensen die zeggen 'ik wil het huis uit', de jongeren en we hebben het niet. We moeten gewoon gaan bouwen anders loopt het leeg, hebben we straks een vergrijsde stad en dat is ook niet de bedoeling. Dus ik denk dat het erg belangrijk is dat we heel hard gaan bouwen, en onze fractie denkt daar precies zo over, maar ja daarnaast moet je inderdaad ook iets met wat al bestaat en daar moeten we ook iets mee.
Ik woon zelf in Meerzicht en dat winkelcentrum en alles daaromheen kan wel een boost gebruiken. Waarom zou het niet naast elkaar kunnen mijnheer Boerboom? De voorzitter: Het woord was aan de heer Meijroos, waarvoor dank. Wil de heer Boerboom daar nog op reageren en zo niet dan heeft mevrouw Van der Meer daarna een vraag, maar ik zie intussen dat u hebt gezegd dat u wilt reageren, dus gaat uw gang. 21
De heer Boerboom: Ja dank u wel voorzitter. Ik hoorde de heer Meijroos en volgens mij hebt u dan niet duidelijk het signaal van het college opgepakt dat één ding heel duidelijk maakt: durf nou te kiezen. Als we allebei een beetje doen, blijven we doormodderen in deze stad zoals we tot nu toe hebben gedaan en volgens mij legt het college de raad heel duidelijk voor: durf nou te kiezen, óf zet volledig in op de nieuwbouw en gebruik dat als vehikel óf zet in op de bestaande wijken, waarbij je uiteraard ook nog je afspraken over de bestaande woningbouw nakomt en zorgt dat dit ondersteunend is aan de aanpak in de bestaande wijken. Dus volgens mij hoeft het een het ander niet tegen te spreken, alleen we faseren het wat meer. Ik hoor u toch weer zeggen 'ik wil eigenlijk een mix en we zie wel wat daar uitkomt'. Ik hoor graag van u waar u uiteindelijk voor kiest, wees dan ook realistisch in de keuze die u daarin maakt en dat het niet allebei kan. De voorzitter: Wil de heer Meijroos daarop reageren? De heer Meijroos: Dat lijkt me voorzitter, inderdaad dank u wel. Nee, we hebben natuurlijk ook te maken met een concurrentiepositie.
We moeten als stad natuurlijk wel blijven doorgroeien en als we nu zeggen 'we gaan eerst even stilzitten en we gaan eerst de boel op orde brengen, we gaan wat minder bouwen of minder aandacht voor dat bouwen' denk ik dat dit gezien de omstandigheden en in de regio absoluut niet handig is. Daarnaast zei u dat u een mix wilt, maar het is niet per se een mix want wat ons betreft is herstructureren ook bouwen. We kunnen gewoon doorzetten, zowel met nieuwbouw als met het herstructureren van de oude bouw en misschien oude wijken pimpen. Ik denk dat er wel degelijk een mix mogelijk is, maar uiteindelijk kiezen wij voor strategie 1 want als we strategie 2 kiezen, blijven we eigenlijk te veel stilstaan ten opzichte van de regio en dat is niet handig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Meer heeft een interruptie aangekondigd en mevrouw Frinking daarna. Eerst mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, wij begrijpen niet helemaal waarom de LHN nu ineens voor strategie 1 wil kiezen want we doen dit allemaal omdat we hebben gezien dat we in een negatieve spiraal zitten en Louter heeft tegelijkertijd met de presentatie aan ons voorgespiegeld dat het extra bouwen niets doet aan die neerwaartse spiraal en dat komt ook uit de expertadviezen.
Volgens mij staat in strategie 2 niet dat er niets meer wordt gebouwd, maar wel dat we gaan zorgen dat die neerwaartse spiraal in die wijken opgelost wordt en volgens mij gaat dat ook een stuk verder dan het pimpen van een winkelcentrum. Ik hoor graag hoe mijnheer Meijroos of de LHN een idee heeft of wat Louter heeft geschreven dan niet klopt. De voorzitter: Mijnheer Meijroos. De heer Meijroos: Dank u wel voorzitter. Het is druk vanavond, maar dat is helemaal niet zo erg, ik leg het heel graag even uit. De spiraal komt niet alleen door bouwen waar u het over heeft, maar het heeft ook te maken, dat zegt het rapport Louter ook heel duidelijk, met te veel sociale woningbouw. Dus dat moeten we ook in de gaten houden. De voorzitter: Dan mevrouw Frinking. Mevrouw Van der Meer: Een vervolg voorzitter. De voorzitter: Ja heel kort want anders krijgen we debatjes in debatjes. Heel kort mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Louter zegt juist dat het bijbouwen niet helpt om die scheefgroei op te lossen, die heeft al die dingen op een rij gezet en we hebben toen aan het eind, maar 22
misschien weet u dat niet meer, sheets gehad waaruit duidelijk werd dat het bouwen niet helpt om de bestaande moeilijkheden op te lossen. De voorzitter: Mijnheer Meijroos. De heer Meijroos: Ja, daar zijn we het dan oneens want het ging er vooral om wat er gebouwd zou worden en niet zozeer dat er gebouwd zou worden. De voorzitter: Mevrouw Frinking. Mevrouw Frinking: Een kleine toevoeging omdat ik anders denk dat het debat vreemder wordt. Ook in scenario 2 staat dat er 2000 huizen gebouwd worden ten opzichte van scenario 1 waar 3500 tot 5000 staat, maar ook in scenario 2 wordt er stevig gebouwd. Ik denk dat het niet zo is dat er bij scenario 2 niets meer gebeurt en dat je daardoor bij scenario 1 moet zijn. Ik denk dat het voor het heldere beeld wel even goed is dat we dat zien. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Bout en daarna mevrouw Brouwer. Mevrouw Bout: Dank u voorzitter. Ik hoorde de heer Meijroos zeggen dat er te veel sociale huurwoningen zijn. Ik heb deze week de Atlas voor gemeenten er eens op nageslagen en daarin worden vergelijkingen gemaakt met de vijftig grootste gemeenten in Nederland. Als ik daar kijk, staat er juist dat wij ten opzichte van het gemiddelde van de vijftig grootste gemeenten in Nederland relatief veel koop hebben. Hoe verklaart mijnheer Meijroos dat dan? De voorzitter: Mijnheer Meijroos.
De heer Meijroos: Ik denk niet per se dat het aan mij is om dat te verklaren. Ik heb het rapport Louter gelezen en ik zie een neergaande spiraal die dus ook te maken heeft met het aantal sociale woningen dat we hebben en dan moet je dus gaan kijken: als we gaan bijbouwen, moeten dat er dan per se heel erg veel zijn of moeten we kijken of we iets terugzakken? We hebben met elkaar een percentage afgesproken waaraan we ons in eerste instantie zullen houden en misschien moeten we zelfs gaandeweg nog wel eens kijken of we dat moeten aanpassen. Ten opzichte van andere steden, ja dat zal maar wij zitten met het rapport Louter, wij worden inmiddels, we hebben het al een paar keer horen vallen, het putje van de regio genoemd en ik denk niet dat dit goed is. We zitten hier nu bij elkaar om het college mee te geven wat nodig en nuttig is voor die visie om straks daarvan af te komen. Dan kunnen we met elkaar in discussie gaan over of we relatief veel koop hebben ten opzichte van andere steden of een beetje meer of minder sociale woningbouw, maar ik denk dat het vooral belangrijk is dat we dat rapport volgen, dat we het college meegeven wat we vinden en de LHN vindt dit. De voorzitter: Mevrouw Bout wil daar nog kort op reageren want u stelt het rapport Louter ter discussie? Mevrouw Bout: Ja dank u voorzitter.
Ik vraag me af waarom mijnheer Meijroos zo heilig vasthoudt aan het rapport Louter als er ook andere rapporten zijn die iets anders zeggen. Hij kan de Atlas voor gemeenten helemaal niet zo belangrijk vinden als het rapport Louter, maar volgens mij is dat toch een zeer gerenommeerd onderzoek dat jaarlijks plaatsvindt en keurige vergelijkingen maakt. Dan ga ik daar liever van uit dan van het rapport Louter dat wat mij betreft nu eenmalig aan de gemeente is aangeboden. Ik vraag me af waarom de heer Meijroos de Atlas voor gemeenten zo wegschoffelt als een onbelangrijk iets.
23
De voorzitter: Ik wil deze vraag nog even niet beantwoorden want we vallen in herhaling denk ik. Het lijkt de coronadiscussie wel, wat is nou waar en wat is niet waar. In dat kader geef ik mevrouw Brouwer het woord. Mevrouw Brouwer: Dank u wel voorzitter. Ik weet niet wat dat kader met mij te maken heeft, maar ik wil het nog even met mijnheer Meijroos hebben over het kiezen tussen de twee strategieën. Het is heel verleidelijk, ik merk dat ook in onze fractie, om als je twee strategieën krijgt te zeggen 'kunnen we niet een beetje van het een en een beetje van het ander doen', dan heb je de voordelen van beide en dan laten ze de nadelen weg. In het raadsmemo dat we voorafgaand aan deze discussie hebben gekregen, waarin ook de vraag naar de aandachtspunten stond, schrijft het college dat beide strategieën naar het oordeel van het college een consistent pakket zijn, dat die consistentie erg belangrijk is omdat de handelingen elkaar moeten versterken en dat een beetje van de ene strategie en een beetje van de andere strategie, dus een strategie 3, leidt tot marginalisering van de kracht van elke strategie en inconsistent handelen. Ik zou wel willen weten wat mijnheer Meijroos vindt van dit advies van het college aan de raad. De voorzitter: Mijnheer Meijroos.
De heer Meijroos: Ik denk dat het college daar wel degelijk een punt heeft, dat heb ik net in mijn tekst ook gezegd, we moeten ferme keuzes maken, neem die dan ook goed en voer ze dan ook goed uit. Dat is heel erg belangrijk, maar als dan aan ons als partij wordt gevraagd wat we willen, strategie 1 of strategie 2, valt voor allebei iets te zeggen. Strategie 2 is niet vies of zo, maar wij neigen meer naar strategie 1, dat is gewoon de keuze van onze fractie. De voorzitter: Ik denk dat de VVD aan de beurt is. Ik keek even op mijn lijstje en volgens mij is de VVD aan de beurt. De heer Duiven: Ik zal mezelf even hoorbaar maken. Dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan het college en met name de ambtelijke organisatie voor het opleveren van het expertadvies Zoetermeer 2040. Een goed gestructureerd, analytisch goed gefundeerd, goed toegankelijk rapport en bij dezen complimenten aan de opstellers. Voorzitter, de eerste drie vragen die het college voorlegt, kunnen dan ook op hoofdlijnen positief worden beantwoord. De belangrijkste aspecten uit de opiniërende raadsdebatten in september 2020 zijn wat de VVD betreft goed overgenomen, maar toch één kanttekening. Wat de VVD betreft, anderen hebben dat ook opgemerkt, is Zoetermeer in 2040 ook een veilige stad.
Het aspect veiligheid verdient naar de mening van de VVD-fractie een belangrijker plaats in de afwegingen en straks in de stadsvisie en plannen ter uitvoering. Veiligheid is immers een essentiële voorwaarde voor een aantrekkelijke en vitale stad. Naast de persoonlijke en digitale veiligheid, een veilige infrastructuur, uiteraard ook aandacht voor gezondheidsveiligheid, waaronder de toegang tot de gezondheidszorg, eerste hulp en ziekenhuiszorg met bij voorkeur een ziekenhuis in de eigen stad. Ik sprak in september 2020 over een trage maar gestage erosie van de fysieke, sociale en economische fundamenten van de stad. De coronacrisis heeft dit proces echter op een aantal punten versneld. De noodzaak tot ombuiging van de trend is daarmee urgenter geworden en de vierde vraag die het college stelt, is wat de VVD betreft dan ook de kernvraag: welke ingrepen zijn het meest effectief om op korte termijn deze vicieuze cirkel te doorbreken en op lange termijn van Zoetermeer een vitalere stad te maken? Voorzitter, wat de VVD betreft omvat een succesvolle interventie in ieder geval verdergaan met het creëren van een evenwichtiger en gevarieerder woningaanbod, dus het bouwen en waar nodig verbouwen van meer kwalitatief hoogwaardige woningen. Dat is immers de enige echte manier om de woningen ook weer betaalbaar te maken.
Daarbij moeten we gebruikmaken van de sterke punten van Zoetermeer zoals het vele groen, de uitstekende bereikbaarheid en de mogelijkheden voor sport en recreatie. Dus woningen voor jonge mensen en studenten, woningen voor 40+gezinnen met een voldoende en gevarieerd aanbod in het hogere segment van de sociale 24
woningbouw, middenhuur en middenkoop, voor ouderen met betaalbare aantrekkelijke huuren koopwoningen, maar ook in het hogere segment van de markt, waar mensen plaats willen maken voor jonge gezinnen die aan het begin van hun wooncarrière staan. Voorzitter, een evenwichtiger en gevarieerder woningaanbod zal naar de overtuiging van de VVD ook het gedifferentieerder, inclusiever en evenwichtiger maken van de wijken bevorderen. Verschillen in en tussen de wijken worden daardoor kleiner, de sociale cohesie wordt versterkt, de zelfredzaamheid wordt vergroot en de veiligheid, waarover ik al eerder sprak, wordt verhoogd. Voorzitter, voor een succesvolle interventie is wat de VVD betreft ook een betere match tussen de beroepsbevolking en de arbeidsmarkt noodzakelijk. Een goede aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en nog meer mogelijkheden voor om- en bijscholing zijn ook voor het versterken van het investeringsklimaat essentieel. Voorzitter, tot slot. Een succesvolle interventie wordt niet alleen bepaald door de start of de eerste fase daarvan. Evenzo belangrijk is de voorwaarde dat de politiek, bestuur en de samenleving de koers naar de stip op de horizon vasthouden. Terecht dat in het expertadvies grote betekenis wordt gehecht aan een langdurig en hecht commitment van alle betrokken partijen.
Het traject naar Zoetermeer 2040 is een uitdagend ontwikkeltraject, geen vrijblijvend experiment. Het omzetten van ontwikkelingen in kansen vereist dus niet alleen een opgavegerichte werkwijze, maar stelt ook hoge kwaliteitseisen aan de governance van het hele proces en dit vereist kwaliteit bij de ambtelijke ondersteuning in het faciliteren van het proces. De werkwijze en de kwaliteit van de sturing horen daarom geen sluitstuk van de visieontwikkeling en de uitwerking daarvan te zijn. Ik koppel daaraan een vraag aan het college; of het, daar waar er in het rapport weinig aandacht aan wordt besteed, dit punt met de VVD deelt. Voorzitter, afrondend. Zoals ik in mijn pitch in september 2020 al stelde: niets doen is geen optie. Wat de VVD betreft wordt de visie Zoetermeer 2040 dus nog in deze bestuursperiode vastgesteld. De coronacrisis heeft zaken versneld en zichtbaarder gemaakt, dat is geen reden voor doemdenken, maar wel voldoende reden om snel werk te maken van een visie op Zoetermeer in 2040. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duiven. Dan gaan we naar Zoetermeer Vooruit. Mevrouw Bink: Voorzitter, dank u wel. In 2040 staat heel veel geschreven, te veel om alles de revue te laten passeren. Zoetermeer Vooruit zal zich beperken tot twee hoofdonderwerpen, kansenongelijkheid en wonen. Kansenongelijkheid.
Zoetermeer Vooruit wil inzomen op het kind en de basisschool. Heeft u het programma van Human gezien, Klassen? Een aangrijpend programma dat laat zien dat kansenongelijkheid sterk aanwezig is in de Nederlandse maatschappij. Alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, zouden de kans moeten krijgen om het beste uit zichzelf te halen. Het programma laat zien hoe leerkrachten vechten tegen het gegeven dat kinderen van hoogopgeleide ouders een hoger schooladvies krijgen. Kinderen die de intelligentie hebben, maar laagopgeleide ouders, worden/krijgen uit voorzorg een lager schooladvies. Dit kan de basis zijn van grote frustratie bij kinderen en ouders en kan leiden tot een negatieve vervolgstap. Afgelopen week was ook een gezin uit Zoetermeer op het journaal. Het oudste meisje, twaalf jaar, vergat soms haar eigen huiswerk omdat zij haar vijf broers en zussen onderwijst. Extra ondersteuning voor deze kinderen, zeker in de periode waarin wij nu leven, is gewenst. Kansenongelijkheid en achterstanden die kinderen, kwetsbare, nu oplopen door het vele thuisonderwijs is funest voor de kinderen en voor Zoetermeer 2040. Maak de roltrap langer en breder. Wonen. Tijdens het opiniërend raadsdebat gaf Zoetermeer Vooruit aan dat bouwen, bouwen, bouwen belangrijk is, bouwen is de motor van de economie. Toen zag de wereld er anders uit.
Natuurlijk moeten we bouwen want bouwen in Zoetermeer is bouwen aan Zoetermeer, maar in onze ogen op een andere manier. Laten we de bestaande wijken steviger, duurzamer, aantrekkelijker en veiliger maken. De voorzitter: Een interruptie van de heer Boerboom.
25
De heer Boerboom: Ja dank u wel voorzitter. Ik ben erg blij met de woorden van mevrouw Bink over dat Zoetermeer 2040 ook echt draait om het verminderen van de kansenongelijkheid en zorgen dat iedereen kan meedoen. Bent u tevreden met hoe dat op dit moment in de visie verwoord staat of wat zou u concreet willen zien om meer te gaan doen aan die kansenongelijkheid? Mevrouw Bink: Of ik nu helemaal tevreden ben, is in deze periode een beetje moeilijk te overzien. Als ik nu kijk naar de kinderen met heel veel achterstand op het gebied van onderwijs denk ik dat onze wethouder misschien aansluiting moet zoeken bij de wethouders van Amsterdam en Den Haag over het verbreden van de schoolmogelijkheden voor de kinderen, inzetten op meer begeleiding, misschien langere schooltijden en een keuze maken op een later tijdstip. Wat dat betreft denk ik dat er wel verbetering mogelijk is. De heer Boerboom: Voorzitter, een vervolg met uw goedkeuring. De voorzitter: Ja prima hoor, gaat uw gang. De heer Boerboom: Dank voorzitter. Ik hoorde mevrouw Bink het nu heel erg koppelen aan de coronacrisis en ik denk dat dit absoluut terecht is want er is op dit moment gewoon een actuele urgentie op dit onderwerp, maar we kijken vanavond natuurlijk ook naar Zoetermeer 2040 en ik mag hopen dat we niet tot 2040 met corona te maken hebben.
Als u nu gewoon eens naar de toekomst kijkt en die kansenongelijkheid, wat zou u in 2040 nu echt concreet willen terugzien in wat we doen aan kansenongelijkheid? Ik vind zelf dat er nu heel veel mooie termen in dit stuk staan, 'iedereen kan meedoen ongeacht achtergrond of afkomst' en dat soort dingen, maar wat zou u concreet willen zien dat we in 2040 voor kinderen die kansenongelijkheid verkleind hebben? Mevrouw Bink: We moeten in ieder geval nu beginnen. De kansenongelijkheid wordt nu steeds groter en als je nu niet inzet op de kinderen die straks 20 tot 25 jaar zijn, hebben zij een hele grote achterstand opgelopen. Ik denk dat je nu gewoon moet kijken naar wat de kinderen van nu nodig hebben om straks in 2040 goed vooruit te kunnen. Het is een hele diepe discussie om nu te gaan zeggen wat er te veel en wat er te weinig in het rapport staat, maar wij signaleren dat er nu op dit moment waarschijnlijk meer naar die kinderen gekeken moet worden dan we nu een-twee-drie zouden zeggen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Duiven van de VVD. De heer Duiven: Ja dank u wel voorzitter. Ik ben het met de heer Boerboom eens dat we het hier hebben over de strategie 2040 of de richting naar 2040 en ik denk dat we vooral ook een beetje voorbij de korte termijn naar de middellange- en langetermijneffecten moeten kijken.
Daarop is mijn vraag ook gericht, met name op het eerste deel van het betoog dat heel sterk op onderwijs was gericht. Ik had moeite om daarin aandachtspunten te ontdekken en wat het aandeel van de gemeente Zoetermeer daarin kan zijn. Als ik uw betoog goed heb beluisterd, zaten daar heel veel zaken in die weliswaar erg relevant zijn, maar die niet door gemeenten worden beïnvloed. We kunnen dat heel stoer in een strategie of in een visie opnemen, maar als we dat niet kunnen beïnvloeden, hebben we er nog weinig aan. Heb ik u goed begrepen of ziet u hier toch, maar dan moet u mij en wellicht de rest ook bijpraten, concrete aanknopingspunten en mechanismen waarmee we daar als gemeente wel invloed op kunnen uitoefenen? De voorzitter: Mevrouw Bink. Mevrouw Bink: Ik denk dat het zeker van invloed is. Als we kijken naar de beroepsbevolking en werk dan moeten we gewoon zorgen dat onze kinderen goed opgeleid kunnen worden en de verschillen in de stad tussen mensen die meer kansen hebben en die minder kansen 26
hebben worden steeds groter als wij niet ingrijpen. Dus ik vind het wel degelijk belangrijk, ook al ligt daar niet onze directe inmenging van 'dit of dat kunnen we doen bij het onderwijs', we moeten daar zeker aandacht voor hebben en zeker in deze periode, corona of niet, we moeten gewoon kijken naar de kinderen en de kinderen die nu kwetsbaar zijn de kans geven om zich voldoende te ontwikkelen om straks klaar te zijn voor een vervolgstap. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van der Meer op een opmerking van de heer Duiven begrijp ik uit de tekst. Mevrouw Van der Meer: Ja voorzitter want ik beluister uit de woorden van mijnheer Duiven, maar misschien begrijp ik het niet goed, dat hij denkt 'Wij kunnen niet veel veranderen aan het feit dat er achterstanden zijn voor groepen kinderen', maar wij hebben samen, dat kunt u zich vast nog herinneren, gezeten in de school die ik nu niet bij naam noem, in Seghwaert. We waren net uit corona of een heel klein beetje uit corona en toen hebben we daar gezeten. Dan hoor je op zo'n school dat de helft van de kinderen in jeugdzorg zit en dan begrijp je ook heel goed dat die kinderen in die school niet allemaal tegelijkertijd genoeg aandacht kunnen krijgen.
Dus wij denken dat, als we gaan zorgen dat de opbouw van een wijk gemêleerder wordt, zodat de zwakke broeders en de kinderen die het gemakkelijk doen, die een goede achtergrond hebben, wat meer bij elkaar komen te zitten, de wijken wat evenwichtiger worden qua samenstelling, niet zo'n hele school in de jeugdzorg moet zitten en met hele grote problematiek zit. Dat zijn dingen waar wij als gemeente echt wel over kunnen nadenken en invloed op kunnen uitoefenen of denkt u aan iets anders? De heer Duiven: Nee voorzitter, ik stelde een open vraag, als de voorzitter het goed vindt dat ik het woord neem. De voorzitter: Zeker. De heer Duiven: Ik stelde een vraag om het betoog van mevrouw Bink goed te begrijpen, er zat verder geen vooringenomenheid in. U refereert inderdaad aan een gesprek in de zomertour tussen de twee coronapieken in. Ik heb dat ook in het najaarsdebat heel kort aangestipt, niet zozeer het onderwijs, maar wel het IKC of het IKC-plusconcept een prominentere rol in de wijken geven om kinderen binnen gezinnen in een achterstandspositie te bereiken en hen een kansrijkere toekomst te geven. Ik vind dat een kansrijk concept en ik hoop dat dit in de toekomst ook in Zoetermeer wordt uitgevoerd, of dat nou in het kader van de 2040-uitrol is of niet, het mag van mij daar ook los van staan en op korte termijn worden uitgevoerd. Ik vind dat dit zeker een kans moet krijgen.
Nogmaals er zat geen vooringenomenheid in, ik wilde gewoon de vraag van mevrouw Bink goed begrijpen. Dank voor de reactie. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag mevrouw Bink haar betoog afronden denk ik. Mevrouw Bink: Nou voorzitter, ik ben nog maar net begonnen. De voorzitter: Ik heb niets gezegd over de lengte toch? Mevrouw Bink: Oké. Bouwen in Zoetermeer is bouwen aan Zoetermeer, maar in onze ogen op een andere manier. Laten we de bestaande wijken steviger, duurzamer, aantrekkelijker en veiliger maken met meer diversiteit aan woningen en daardoor aan mensen. College, durf eens een keer, wees creatief. Kijk naar de projecten in andere gemeenten, ik noem ze nog maar een keer: speciale woonvormen, flexwonen, Tiny’s en wat vindt de wethouder van de Blue Millies? De voorbeelden hierboven zijn kleinschalig en vragen een grotere grondoppervlakte, maar hiermee haal je wel diversiteit naar Zoetermeer. Mensen die duurzaam willen leven op kleine woonoppervlakten en omzien naar elkaar. Ja, dat is wat anders dan blokken met appartementen, het hoeft niet allemaal iconisch te zijn om het 27
vreselijke woord nog maar eens te gebruiken. Toch zullen we niet ontkomen aan bouwen in de hoogte, maak het niet te hoog, maar groen in het kader van duurzaamheid en hittestress, zet in op duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Elektrisch rijden, zeker voor bezorgdiensten, deelauto’s, fietsen, scooters en een veilige buitenruimte. Houd de woningen betaalbaar, flexibel en levendig, zodat inwoners kunnen doorstromen en niet allemaal wegtrekken uit Zoetermeer. Ja, we hebben veel soorten woningen nodig, begin met bouwen, ga van de kant, maak een diverse woonstad, waar alle inwoners veilig zijn, meepraten, meedenken, en zich gezien weten, maak de roltrap langer en breder. Zorg in alle wijken voor ontmoetingsplekken waar men elkaar kan ontmoeten, ondersteunen, elkaar advies kan geven of gewoon kan lachen en gezelligheid bij een bakkie koffie. Laat de inwoners meedenken, ideeën aandragen, geef inwoners eigen verantwoordelijkheid voor hun eigen leefomgeving. Wij van Zoetermeer Vooruit denken dat dit veel voordelen oplevert, 'Doe mee' is niet voldoende, het is maar een website. Wat wenst Zoetermeer Vooruit nog meer toe aan haar inwoners en haar stad? Veel groen, water en veiligheid in de buurten. Een belachelijk duur zwembad is niet nodig, veel inwoners kunnen straks de entree niet betalen, daar gaan we weer, kansenongelijkheid.
Het hoeft niet zo duur te zijn, kijk naar het badje in Palenstein en wat dacht u van een zwemvijver in de buurt? Gezinnen, die weinig te besteden hebben kunnen daar genieten. De miljoenen die u aan het zwembad besteedt, kunnen beter in de wijken verdeeld worden. U wilt eventueel een skatepark realiseren in het Entree, maar dat kan elders in Zoetermeer veel sneller gerealiseerd worden. Inwoners en kinderen moeten vanuit hun huis zo naar buiten kunnen lopen, het groen in voor ontspanning, sport en recreatie, dit zorgt voor verbinding en vermenging. Wonen in parken, groen en water, niet alleen in Entree, maar gewoon in je eigen veilige buurt. De voorzitter: U hebt nog een halve minuut. Mevrouw Bink: Gaan we aan werken. College, uw voorkeur gaat uit naar scenario 2, maar het mag niet zo zijn dat er te veel tijd en energie gestoken wordt in het formuleren van een visie en de daarop afgestemde plannen. Het fundament moet beter worden, steviger, blijf flexibel, dan kun je aanpassingen doen. Giet het niet in beton, maak de roltrap langer en breder, want dan wordt Zoetermeer de plek. Dank u wel. De voorzitter: Netjes gered, dank u wel. Dan geef ik het woord aan GroenLinks. De heer Boerboom: Dank u wel voorzitter. Durf te investeren in mensen.
Vier maanden geleden heeft GroenLinks als antwoord op het mechanisme uit Zoetermeer 2040 al aangegeven dat dit noodzakelijk is om in 2040 de gelukkigste inwoners van Nederland te krijgen. Daarbij vroegen we onder andere om investeringen in kansen voor onze jeugd, investeringen in de verbinding tussen onze inwoners, investeringen in het verder versterken van ons groene karakter en de verschuiving van onze aandacht naar onze bestaande wijken. GroenLinks is blij te zien dat het college veel van de genoemde punten in de conceptvisie heeft opgenomen. Zo leest mijn fractie bij de kopjes 'Zoetermeer is mijn thuis' en 'Mozaïek van wijken en buurten' een prachtige beschrijving van dat Zoetermeer meer is dan 125.000 individuen en dat iedereen zich thuis moet voelen in de stad. Dat doet ons deugd en tegelijkertijd is het een van de lastigste zaken om te realiseren. GroenLinks vindt dat er meer nodig is dan de aanpak die nu genoemd wordt. Dit vraagt om een langdurige investering in de manier waarop wij als overheid met onze inwoners omgaan en hoe we faciliteren dat onze inwoners met elkaar in contact komen. We roepen het college dan ook op dit in de definitieve visie nader uit te werken. Als het gaat om de strijd tegen de kansenongelijkheid in Zoetermeer zien wij veel punten van herkenning.
De visie straalt duidelijk uit dat we bij onze kinderen moeten beginnen en het dat het niet aan voorzieningen mag ontbreken, ongeacht achtergrond en afkomst, om zich te kunnen ontwikkelen. Ook het feit dat elk kind een veilige plek verdient om op te groeien is voor ons zeer belangrijk. Het zou mooi zijn als het college in de definitieve visie kan uitwerken wat het daaronder verstaat.
28
De voorzitter: Ik heb een vraag van mevrouw Bout van de PvdA. Mevrouw Bout, u verrast mij, gaat uw gang. Mevrouw Bout: mijnheer de voorzitter, ik heb een vraag aan mijnheer Boerboom. Ik hoorde hem zeggen 'Er is meer nodig dan de aanpak die nu genoemd is' en vervolgens zegt hij klakkeloos 'Ik vraag het college om dit nader uit te werken'. Kan mijnheer Boerboom zelf een voorbeeld geven van wat er meer nodig is dan de aanpak die nu genoemd is? De heer Boerboom: Jazeker voorzitter. Als ik naar het stuk kijk, houdt het college het vooral bij bijvoorbeeld voorzieningen, daar zal ik straks iets over zeggen, en de manier waarop we met onze woningbouw omgaan, om dat soort instrumenten te gebruiken. Wij denken juist dat je ook heel erg in de verbinding met mensen, de manier waarop je met mensen omgaat, ook op dat niveau moet zorgen dat er verandering komt en ook dat de manier waarop wij als overheid uitstralen hoe we met onze inwoners omgaan heel erg terugkomt in hoe de inwoners met elkaar omgaan en ook daarin weer hoe we inwoners betrekken en met elkaar in contact brengen. Dat gebeurt eigenlijk vanaf het moment dat inwoners hier komen wonen. Dus volgens mij is er een heel scala aan mogelijkheden om dat verder vorm en inhoud te geven. Ik hoop dat dit voldoende voor u was. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Boerboom.
De heer Boerboom: Mag ik verder voorzitter? De voorzitter: Jazeker, gaat uw gang. O, ik zie nog een nieuwe interruptie mijnheer Boerboom, mevrouw Van der Meer heeft nog een vraag. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, ik hoorde de heer Boerboom zeggen 'We moeten anders met onze…'. De manier waarop wij met de bewoners omgaan is blijkbaar een oorzaak van veel ellende. Kunt u daar voorbeelden van geven? Ik dacht dat u als collegepartij vast wel tevreden was over hoe we met de bewoners omgaan. De heer Boerboom: Voorzitter, misschien schetste ik het dan net iets negatiever dan ik bedoelde, maar ik denk wel dat de manier waarop wij tot nu toe samenspraak houden met onze inwoners niet de manier is, ook richting de toekomst, dat hebt u als het goed is ook in het verleden van ons gehoord. Wij zijn nu nog steeds kritisch, maar wij proberen wel vanuit een positieve grondhouding want het vraagt ook echt een andere manier van werken en doen, wat het college ook in dit rapport schetst. We waren gewend om gewoon woningen uit de grond te stampen en dat zijn we nu in de binnenstad aan het doen, maar de manier waarop we dat nu doen werkt niet meer. Dat schetst ook een van die experts, we moeten echt op een andere manier kijken naar hoe we onze bewoners betrekken en op meerdere plekken daarin een rol geven.
Dat betekent nog niet dat ze automatisch hun zin krijgen, maar dat betekent wel dat we dat proces echt op een andere manier moeten vormgeven en volgens mij biedt de Omgevingswet daar straks mooie handen en voeten voor. De voorzitter: Een korte vervolgvraag door mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ik begrijp ik dat u net als wij helemaal teleurgesteld bent over de manier waarop we dat aan het regelen zijn, onder andere met die kavelpaspoorten waarover vanuit de bevolking niemand meer iets mag zeggen. Dat betekent denk ik dan toch wel dat we die kavelpaspoorten nu gewoon allemaal moeten intrekken want anders staat iedere vlek vol en dan hoeven we het helemaal niet meer te hebben over hoe we met de bevolking praten want dan is er niets meer om over te praten. Ik ben het helemaal met u eens. De heer Boerboom: Ja voorzitter, dit was te verwachten natuurlijk. Ik denk dat een andere weg beter is dan de weg die we nu op gaan. Voor mij zijn de kavelpaspoorten… is het ook 29
belangrijk dat we onze democratische principes handhaven in wat de raad vaststelt. Volgens mij kan er nog prima heel veel binnen die marges met elkaar gesproken worden, maar het vraagt ook daadkracht van de raad om uiteindelijk te zeggen: we gaan ergens woningen bouwen. Als we dat namelijk ook niet meer doen, denk ik dat er niets gaat gebeuren. Net als dat vanavond ook een duidelijke uitspraak van de raad gevraagd wordt: kiest u voor scenario 1 of voor scenario 2? Dat hebben we ook niet aan de burgers gevraagd, dat is met een aantal experts…, maar daarvan zegt u ook 'We moeten wel een keuze maken' en binnen die keuzes moeten we volgens mij zorgen dat we de inwoners wel meenemen en betrekken. Dat is volgens mij echt wel een andere aanpak dan die u voorstelt om alles aan de inwoners te laten. De voorzitter: Volgens mij horen debatten in het debat en zijn de punten helder. Mevrouw Van der Meer, u hebt daar een andere mening over? Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, ik vind het echt belachelijk dat wij in een commissievergadering keuzes maken, daar kan natuurlijk geen sprake van zijn. Wij hebben niet gezegd 'We gaan nu een keuze maken', maar we hebben gezegd 'College, kom met een conceptvisie, zodat we daarover met de bewoners kunnen praten', dat heb ik letterlijk gezegd, 'voordat wij een visie gaan vaststellen' en daar hebben we haast mee.
De voorzitter: Het lijkt mij dat mijnheer Boerboom zijn termijn vervolgt. De heer Boerboom: Dank u voorzitter, ik ga verder. Voor GroenLinks is dat niet alleen een plek waar geen mishandeling plaatsvond, dat gaat over de veiligheid van onze kinderen, maar dat we ook verwaarlozing van onze jeugd tegengaan. Het is tevens noodzakelijk om de visie van een Leven Lang Ontwikkelen en Leren mogelijk te maken wanneer we kijken naar en nogmaals de aandacht willen vestigen op het MKB en vooral de buurteconomie omdat dit zorgt dat we niet alleen banen creëren die beter passen bij onze stad, maar ook voor ontmoetingen in onze wijken en buurten. Wat dat betreft kan ik niet duidelijker zijn. Dat moet in de visie terugkomen en dat sluit prima aan op de ambitie van het college om de toegepaste innovatie als speerpunt in onze economische agenda te nemen. Voorzitter, het kopje over Zoetermeer als stad tussen parken maakt mijn fractie enorm blij. Het straalt de ambitie uit dat je, ongeacht de locatie waar je woont, kunt genieten van groen, water en natuur. Daarbovenop moet Zoetermeer het centrum worden van een metropoolgebied aan groen. We hopen dat het college en de raad dit enthousiasme vast weten te houden, zodat het niet bij een papieren werkelijkheid van mooie woorden blijft. Als laatste wil GroenLinks graag iets zeggen over woningbouw.
Het streven naar een divers woningaanbod maakt ons enthousiast, bijvoorbeeld middels het realiseren van passende woningen voor ouderen en Tiny Houses. Wij en andere fracties zijn niet gelukkig waar het in de visie van het college gaat over het verminderen van het aandeel sociale huurwoningen. Minder sociale huurwoningen is voor ons namelijk niet het antwoord op gelukkige inwoners. Sterker nog, de crisis op de sociale woningmarkt zorgt op dit moment voor zwaar ongelukkig inwoners en ook de uithuizing in Palenstein heeft niet gezorgd voor gelukkigere inwoners. Te weinig betaalbare woningen leidt ook tot geldzorgen en daarmee tot ongelijke kansen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Ekkelenkamp. De heer Ekkelenkamp: Ja, dank u mijnheer de voorzitter. Mijnheer Boerboom houdt terecht een pleidooi voor betaalbare woningen voor mensen die wat minder draagkracht hebben. Hoe kijkt mijnheer Boerboom aan tegen mijn suggestie om ook wat meer duurdere woningen in Zoetermeer te bouwen, zodat mensen die uiteindelijk een wooncarrière willen maken dat ook in deze stad kunnen doen? De heer Boerboom: Voorzitter, helemaal eens. Volgens mij moeten we een divers woningaanbod bouwen, maar dat diverse aanbod kan er ook komen door goedkopere en 30