CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 202630.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een randvoorwaarde is dat er in 2025 voldoende, passende, bewezen effectieve interventies worden geïdentificeerd die vanaf 2026 kunnen worden ingezet in Zoetermeer. Na een eerste inventarisatie lijkt dit haalbaar. Wanneer interventies daadwerkelijk van start kunnen hangt echter ook af van praktische zaken, zoals de werving van professionals en de mogelijkheden voor deelname aan training.

61

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Planning: - Proces inrichten met onder andere bestuur, beleidsteams, jurist, subsidie bureau voor de implementatie van deze maatregel, in samenhang met andere reeds ingezette maatregelen en projecten (Q1, Q2) - Nieuwe subsidieregeling Sociaal Domein 2026 (april/mei 2026) - Inventarisatie van mogelijkheden voor nieuwe, bewezen effectieve interventies (Q1, Q2 2025) - Het begeleiden van organisaties bij de schriftelijke onderbouwing van hun activiteiten en interventies (Q1, Q2 2025) - Het informeren van externe organisaties en het inrichten van een proces waarbij organisaties gedurende het aanvragen van subsidies informatie en advies kunnen ontvangen, bijvoorbeeld door het instellen van een subsidiespreekuur (Q1, Q2 2025) - Beoordeling van subsidieaanvragen voor 2026 (september – november 2025) Randvoorwaarden: Breed draagvlak (gemeenteraad, college van B&W, ambtelijk) voor het inzetten van deze ontwikkeling.

62

1. Titel van de maatregel 318d. Besparing subsidies culturele basisinstellingen 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De maatregel kenmerkt zich door het uitgangspunt dat het beschikbare budget voor cultuur zo doelmatig en effectief mogelijk wordt ingezet. Met het subsidiebudget wordt een diversiteit aan cultureel aanbod aangeboden zodat alle inwoners kunnen deelnemen aan cultuur. Bij de toekenning van de subsidies cultuur 2025 zijn de subsidieaanvragen scherper dan voorheen getoetst op hun doelmatigheid. Binnen het beleidsveld Vrije tijd zijn geen subsidies die beëindigd of gedeeltelijk beëindigd kunnen worden zonder dat dit ten koste gaat van het realiseren van beleidsdoelen. Het advies is om vrijwel alle subsidies voort te zetten in de huidige vorm. Als vanuit Vrije Tijd meer bijgedragen moet worden aan de bezuinigingen op subsidies is het voorstel om niet te kiezen voor de kaasschaafmethode maar te kiezen voor het bezuinigen op de Subsidieregeling Culturele basisinstellingen (€ 10.873.275).

Bij deze vierjarige subsidieaanvraag door de grote culturele instellingen kan in overleg met de partijen onderzocht worden in hoeverre het Stadstheater, CKC en de Bibliotheek tot een bezuiniging kunnen komen tot een bedrag van maximaal € 800.000 in totaal. Een besparing is mogelijk te realiseren door het aanbrengen van scherpte en focus in de bedrijfsvoering. Bij deze bezuiniging plaatsen we de kanttekening dat afgelopen jaren impliciet al gekort is op de subsidies aan culturele instellingen. De gemeentelijke indexering (2% in 2025) heeft de gestegen kosten van culturele instellingen aan huur (3,5%) en CAO (3%) plus hogere energiekosten niet gevolgd. Hierdoor kunnen instellingen moeilijk rondkomen. Totale bezuiniging: maximaal € 800.000 vanaf 2029. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c.

Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Met het doorvoeren van een bezuiniging op de grote culturele instellingen kunnen zij moeilijker hun bedrijfsvoering rond krijgen en zullen zij moeten zoeken naar oplossingen om een financieel beter sluitende begroting te krijgen. Hierdoor zullen zij mogelijk een meer commerciëlere invulling gaan zoeken van hun programmering dan volgens het huidige gemeentelijke cultuurbeleid wenselijk is. Met de instellingen moet samen gekeken worden in hoeverre zij hierdoor nog bij kunnen dragen aan een breder cultureel aanbod aan de stad. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren?

63

Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Uit onderzoek blijkt dat een concert beluisteren, een boek lezen en een activiteit of festival bezoeken goed zijn voor onderwijsprestaties en mentale en fysieke gezondheid. Ook bevorderen culturele voorzieningen de leefbaarheid in een wijk en voorkomen ze criminaliteit. Door te bezuinigen op cultuur neemt de maatschappelijke waarde hierop structureel af. De stapeling van bezuinigingsmaatregelen vanuit zowel rijk als gemeente raakt de kunst- en cultuursector hard. Budget 2026: Cultuur: € 12.126.654 Beeldende kunst: € 323.085. Oftewel € 97 per inwoner (ter vergelijking: gemiddelde Nederland: € 101 per inwoner. 100.000+ gemeenten: € 80 - € 130 per inwoner. G9: ca. € 165 per inwoner. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? De subsidiekaders Culturele Basisinstellingen voor de grote instellingen moet aangescherpt worden. Met de grote partijen moeten gesprekken worden gevoerd om tot een goede invulling te komen. Om culturele basisinstellingen te ondersteunen bij hun subsidieaanvraag voor 2026-2029 moet een proces worden ingericht waarbij organisaties en instellingen begeleid worden. 6.

Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? • Programma Binnenstad o culturele voorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad. • Bureau City Marketing o culturele voorzieningen hebben een bovenlokale aantrekkingskracht; o bijdragen aan Zoetermeer is de plek; o bijdrage aan de Uitagenda. • Visie Zoetermeer 2040 o kunst en cultuur draagt bij aan o.a. de programmalijnen ▪ Zoetermeer is mijn thuis; ▪ Palet van wijken en buurten; ▪ Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen; ▪ Zoetermeer regiostad. • Daarnaast heeft cultuur een invloed op de woonaantrekkelijkheid van de stad. Het gebrek aan nabijheid van culturele voorzieningen heeft een invloed op de WOZ waarde. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? D. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

200.000

400.000

600.000

800.000

800.000

800.000

200.000

400.000

600.000

800.000

800.000

800.000

64

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Bij de subsidieverstrekking voor 2026 kan de besparing van € 200.000 worden gerealiseerd. Daarna kan deze bezuiniging oplopen tot € 800.000 in 2029. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Kansen: De culturele instellingen kijken kritischer naar hun eigen bedrijfsvoering om zien kansen om effectiever met het budget om te gaan. Risico’s: Bestaande interventies zijn afhankelijk van de inzet van de culturele instellingen. Zij moeten hun bedrijfsvoering aanpassen aan het lagere budget. Hierbij kan de dienstverlening aan het publiek in gevaar komen en kan de programmering geraakt worden. Dit zou betekenen dat er minder aanbod komt voor de inwoners. 10.

Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Planning: - Proces inrichten met onder andere bestuur, beleidsteams, jurist, subsidie bureau voor de implementatie van deze maatregel. - Nieuwe subsidieregeling 4 jaren subsidie (april/mei 2026). - Inventarisatie van mogelijkheden voor bezuinigingen (Q1, Q2 2025). - Het begeleiden van organisaties bij de schriftelijke onderbouwing van hun activiteiten en interventies (Q1, Q2 2025). - Het informeren van externe organisaties en het inrichten van een proces waarbij organisaties gedurende het aanvragen van subsidies informatie en advies kunnen ontvangen, bijvoorbeeld door het instellen van een subsidiespreekuur (Q1, Q2 2025). - Beoordeling van subsidieaanvragen voor 2026 (september – november 2025). Randvoorwaarden: Breed draagvlak (gemeenteraad, college van B&W, ambtelijk) voor het inzetten van deze ontwikkeling.

65

MAATREGELEN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN

66

1. Titel van de maatregel 31-36. Bijzondere bijstand / 39. Kwijtschelding

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Versoberen of stoppen met de volgende onderwerpen: Gemeentepolis: stoppen met vergoeden tandartskosten, orthodontiekosten, brillen De gemeentepolis is een vorm van bijzondere bijstand die zich bevindt op het snijvlak tussen zorgen armoedebeleid. De polis is beschikbaar voor inwoners van Zoetermeer met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Bezuinigen op de gemeentepolis betekent dat mensen met de laagste inkomens minder geld over houden. Verlagen uitkering individuele inkomstentoeslag (IIT) Bij het houden van de IIT zoals het is, zouden de duurzame gebruiksgoederen uit de bijzondere bijstand gehaald kunnen worden. Deze zijn een lening zonder rente. Inkomensgrens collectieve zorgverzekering verlagen naar 110% of 100% De burger met een laag inkomen gaat merken als zij niet meer in aanmerking komen voor de collectieve zorgverzekering of bijzondere bijstand. Zij hebben al een laag inkomen en kunnen dan hun zorgkosten niet meer betalen. Inkomensgrens Zoetermeerpas verlagen naar 110% of 100% De Zoetermeerpas is een preventief beleidsinstrument. Het stimuleert inwoners om zich te sociaal te participeren en zichzelf te ontwikkelen.

Kwijtschelding riool en afvalstoffenheffing Dit gaat met name om de kwijtschelding van riool- en afvalstoffenheffing. Inwoners met een laag inkomen zullen een lastenverzwaring krijgen. Het risico bestaat dat meer mensen in de schulden komen en zich zullen melden voor schuldhulpverlening. De Ombudsman zal ook heel kritisch zijn en tot nu toe is geen enkele gemeente gestopt met kwijtschelding (wel een enkel waterschap). De kosten voor kwijtschelding worden opgebracht door o.a. de afvalstoffen- en rioolheffing. Deze zijn op dit moment echter niet volledig kostendekkend. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Bezuinigen op armoederegelingen betekent dat mensen met de laagste inkomens minder geld over houden. De Commissie Sociaal Minimum heeft geconcludeerd dat het bijstandsniveau niet voldoende is om mee rond te komen. Volgens het NIBUD daalt de koopkracht van de armste groep Nederlanders dit jaar met 4%. De mensen die door de bezuiniging getroffen worden zijn dus

67

mensen die al te weinig te besteden hebben. Zij zullen dus op een andere manier hulp moeten zoeken of geld lenen. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Bezuinigen op armoederegelingen betekent dat mensen met de laagste inkomens minder geld over houden. De Commissie Sociaal Minimum heeft geconcludeerd dat het bijstandsniveau niet voldoende is om mee rond te komen. Volgens het NIBUD daalt de koopkracht van de armste groep Nederlanders dit jaar met 4%. De mensen die door de bezuiniging getroffen worden zijn dus mensen die al te weinig te besteden hebben. Zij zullen dus op een andere manier hulp moeten zoeken of geld lenen. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Bezuinigingen raakt de ambities van de gemeente en tevens is dit in tegenspraak met de door de raad aangenomen moties: • • •

2406-12 – Geen lastenverzwaring voor onze inwoners 2406-36 – Stapeleffect bij kwetsbare doelgroepen 2406-44 – Bestaanszekerheid behouden

7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. De besparing is structureel. Met de besparing worden werkzaamheden versoberd. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel * € 1.000: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar:

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

2031 e.v. 1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? De maatregelen zullen zorgvuldig moeten worden geïmplementeerd en gecommuniceerd.

68

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Bezuinigen brengt een aantal risico’s met zich mee: • meer zorgmijding, minder preventie, groei van problematiek in ernst en complexiteit • hogere uitgaven aan bijzondere bijstand • hogere uitgaven aan Stichting Urgente Noden (SUN) • hogere uitgaven aan Wmo en jeugdzorg • hogere uitgaven aan schuldhulpverlening Het risico bestaat dat mensen geen nieuwe koelkast of bank kunnen kopen, waardoor hun kwaliteit van leven exponentieel daalt. Het risico bestaat dat mensen met een laag inkomen minder goed kunnen rondkomen, wat leidt tot een grotere armoedeval, en verplaatsing van kosten naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening. Het bezuinigen op of afschaffen van de Zoetermeerpas is juridisch toelaatbaar. Maar dit kan leiden tot groeiende problematiek onder inwoners met een laag inkomen. We schatten de kans groot dat een bezuiniging op de Zoetermeerpas leidt tot hogere uitgaven elders: in de bijzondere bijstand, subsidies, schuldhulpverlening en jeugdzorg.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Nader te bepalen.

69

1. Titel van de maatregel 43/44. Effectiever inrichten individuele voorzieningen (Wmo/HH) 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Door de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning effectiever in te richten, verwachten we € 0,75 tot € 1,25 mln. structureel te kunnen besparen. Het uitgangspunt wordt dat inwoners in hun huishouden zelf blijven doen wat zij nog kunnen. Daarbij gaan we inwoners ondersteunen middels drie ondersteuningsniveaus: een algemene voorziening om de inzet van een maatwerkvoorziening te voorkomen; een kortdurende maatwerkvoorziening; een maatwerkvoorziening voor langere duur als dit echt noodzakelijk is. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Deze ombuiging heeft naar verwachting geen negatief maatschappelijk effect.

Door efficiënter te werken en inwoners de ondersteuning te geven die het beste past, is de bedoeling dat mensen beter worden geholpen tegen potentieel lagere kosten. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Om de ombuiging te realiseren, zijn de volgende partijen nodig: - - aanbieders van huishoudelijke ondersteuning die hun dienstverlening moeten vernieuwen met het uitgangspunt dat inwoners zoveel mogelijk zelf blijven doen; - - inwoners, die indien mogelijk zelf meer blijven doen in hun huishouden; - - gemeentelijke organisatie, die tijdens de indicatie van een voorziening goed moet inschatten wat een inwoner zelf kan blijven doen in diens huishouden. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? - De gemeenteraad heeft op 25 januari 205 ingestemd met het nieuwe kaderstellend beleid. - Er wordt volgens de nieuwe kaders en Wmo verordening gewerkt om het nieuwe beleid te kunnen indiceren. - Voor 1-11-2025 dient er een inkoopprocedure plaats te vinden op basis van het nieuwe beleid.

Zodat we beschikken over bij het beleid passende dienstverlening.

70

6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? We verwachten een positief effect, omdat het nieuwe beleid is gebaseerd op de visie van positieve gezondheid. Die visie sluit aan op het coalitieakkoord en de visie Zoetermeer 2040. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

Structurele 750.000 1.000.000 1.000.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten PM* PM PM PM PM Investeringen/kosten Saldo besparing 750.000 1.000.000 1.000.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 * Vanaf 2027 wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage weer ingevoerd voor de huishoudelijke ondersteuning. Inwoners die meer verdienen, gaan meer betalen. Dit kan extra inkomsten generen. 8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt?

-

Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Per 1-11-2025 gaan de nieuwe contracten in met aanbieders voor huishoudelijke ondersteuning. Vanaf dan kunnen we starten met de nieuwe dienstverlening. Het jaar 2026 wordt gezien als een overgangs- en implementatiejaar waarin gemeente en aanbieders goed leren werken met het nieuwe beleid. In dit jaar kunnen we daarom nog niet de volledige ombuiging realiseren. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging?

-

-

Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Kans: De zorg raakt steeds meer overbelast. Mensen raken gewend dat ondersteuning niet altijd beschikbaar kan zijn. Daarom is dit een goed moment om inwoners op een nieuwe manier te gaan ondersteunen die efficiënter is. Kans: De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage zou meer inkomsten kunnen generen voor de gemeente als dekking voor de Wmo kosten en het gebruik van de huishoudelijke ondersteuning kunnen stagneren. Risico: Indien er sprake is van autonome groei van het aantal cliënten, kan dit effect hebben op de omvang van de te behalen bezuiniging. De Wmo kent namelijk geen budgetplafond. Als meer mensen hulp nodig hebben, is het college wettelijk verplicht om hen te ondersteunen. Dit kost dan ook meer geld. 71

-

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Februari – augustus 2025: inkoopprocedure Maart – oktober 2025: voorbereiden interne organisatie September – oktober 2025: informeren cliënten 1-11-2025: start nieuwe dienstverlening

72

1. Titel van de maatregel 47. Vrijwilligerswaardering 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Het bevorderen van vrijwilligerswerk is opgenomen in de Wmo. De invulling van vrijwilligerswaardering en -ondersteuning biedt keuzevrijheid en op onderdelen kan hierop bezuinigd worden. 1) Stoppen met inkoop externe expertise € 20.000 2) Waardering werd eerder geuit in de vorm van een jaarlijks cadeautje of een incidenteel feest voor vrijwilligers of uitreiking van vrijwilligersprijzen. Met een lager budget gaan we kijken of we op een andere manier waardering kunnen uiten aan alle vrijwilligers € 50.000 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) De sociale basis die wordt gevormd door vrijwilligersorganisaties zal minder solide zijn door gebrek aan expertise bij vrijwilligersorganisaties. 4.

Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? 1) vrijwilligersorganisaties kunnen geen gebruik maken van deze expertise en de kwaliteit van de organisaties kan verminderen. 2) vrijwilligers zullen zich minder gewaardeerd voelen. Het effect van deze maatregelen zal zijn dat vrijwilligers(organisaties) zich minder gewaardeerd zullen voelen. 5. Impact op de eigen organisatie Er zijn geen veranderingen in de eigen organisatie. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Er is geen verwacht effect op beleid en ambities. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000

70.000 73

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? De ombuiging is vanaf 2026 te realiseren.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? 1) Door geen externe expertise aan te bieden is er kans dat vrijwilligersorganisaties eerder expertise bij elkaar zullen zoeken. Anderzijds is het risico dat kwaliteit van organisaties zal verminderen. 2) Door minder te investeren in vrijwilligerswaardering is er een risico dat vrijwilligers bij twijfel eerder zullen stoppen met vrijwilligerswerk. De besparing op vrijwilligerswaardering en ondersteuning algemeen geven een risico dat er minder wordt geïnvesteerd in het werven en behoud van vrijwilligers en ondersteuning van vrijwilligersorganisaties. Dit is het doel van de vrijwilligersondersteuning. 10. Wat is het plan van aanpak? Er is geen plan van aanpak. Met betrokken medewerkers van gemeente en stuurgroep vrijwilligersondersteuning moeten worden bekeken hoe we deze besparing kunnen opvangen.

74

1. Titel van de maatregel 51/52. Toegankelijkheidsraad 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? De Toegankelijkheidsraad ontvangt € 30.000. Een besparing hierop kan dus maximaal € 30.000 zijn. Het totaalbudget is € 110.000 en bestaat uit twee delen: € 30.000 voor de Toegankelijkheidsraad en € 80.000 voor de ambtelijke inzet van de Netwerkregisseur Toegankelijkheid/Secretaris Toegankelijkheidsraad. Een besparing van € 100.000 betekent dat de Toegankelijkheidsraad en de functie van Netwerkregisseur Toegankelijkheid/Secretaris Toegankelijkheidsraad komen te vervallen. Nb. Deze coalitieperiode is er elk jaar € 150.000 incidenteel geld beschikbaar gesteld om toegankelijkheid een impuls te geven. De maatregel betreft geen incidentele gelden, alleen structurele gelden. Volgens de maatregel zou het impulsgeld dus beschikbaar blijven. Dit geld wordt uitgegeven aan zaken die genoemd worden in het Manifest Fysieke Toegankelijkheid, die in 2025 door de raad zal worden vastgesteld. Als er geen structurele gelden meer beschikbaar zijn, wordt de uitvoering van het Manifest bemoeilijkt, omdat er geen begeleiding meer is van de netwerkregisseur Toegankelijkheid.

De Netwerkregisseur Toegankelijkheid heeft als opgave om het gebruik van toegankelijkheidsnormen zoveel mogelijk te borgen binnen gemeentelijk beleid, zorgt ervoor dat de juiste normen worden gehanteerd bij de uitvoering van dit beleid en bij nieuwe normen zorgt de netwerkregisseur ervoor dat deze normen geborgd worden. Op het snijvlak van sociaal en fysiek domein is deze functie belangrijk omdat het sociaal welbevinden van mensen met een fysieke beperking kan verbeteren door het toepassen van toegankelijkheidsnormen in het fysieke domein. Het gebruik van deze normen ligt niet vast in de wet. Als dit niet wordt aangejaagd, gaan wij toe naar een stad die niet klaar is voor de vergrijzing de komende jaren. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) a. Bij bouwprojecten, gebiedsontwikkelingen en renovaties wordt geen advies meer gevraagd van ervaringsdeskundigen en is de kans groot dat de voorzieningen minder toegankelijk worden in de toekomst, waardoor minder inwoners gebruik kunnen maken van diverse voorzieningen. Dit heeft impact op zowel het fysieke domein als het sociaal domein. b.

Voor de inwoners zonder beperking zal te merken zijn dat zij niet overal meer naartoe kunnen gaan samen met een kennis of partner op het moment dat openbare ruimte of openbare gebouwen niet meer goed toegankelijk zijn. Bedrijven en instellingen worden niet meer bewust gemaakt van het feit dat mensen met een lichamelijke beperking niet altijd kunnen participeren. c. De impact voor mensen met een lichamelijke beperking, senioren en mensen met kinderwagens is groot. Wij geven dan geen gehoor meer aan de afspraken in het coalitieakkoord, ook niet aan het VN verdrag voor de rechten voor mensen met een beperking, iets waarvoor we juist als land op de vingers zijn getikt door de EU. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? De consequentie voor inwoners is dat zij meer obstakels in de stad zullen ervaren omdat de Toegankelijkheidsraad niet heeft kunnen meekijken met nieuwbouw/nieuwe aanleg of renovaties.

75

Met name de instellingen (en bedrijven) waar de gemeente mee samenwerkt zullen er niet meer op aangesproken worden dat onze inwoners wellicht niet van hun diensten gebruik kunnen maken omdat zij niet zijn aangespoord om hun dienst of gebouw toegankelijk te maken. 5. Impact op de eigen organisatie Met een besparing van € 100.000 blijft er € 10.000 over en de impulsgelden. De benoeming van de 6 leden en de voorzitter van de Toegankelijkheidsraad worden beëindigd. Aangezien de rol van Netwerkregisseur wegvalt, kan er ook geen vrijwillige groep inwoners worden ingezet die om niet hun adviezen geven aangezien er geen geld is voor de begeleiding. De resterende € 10.000 zou kunnen worden ingezet voor een paar uur regievoering op informatieverstrekking intern over toegankelijkheid. Het personeel zal niet meer op de hoogte zijn van de laatste wet- en regelgeving op het gebied van toegankelijkheid. Dit vindt zijn uitwerking in beleidsstukken, gebiedsvisies en projectplannen, en uiteindelijk wordt dit zichtbaar door een minder toegankelijke stad. De netwerkregisseur moet dan een andere functie moeten krijgen. 6.

Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? De ombuiging raakt het coalitieakkoord waarin is aangegeven juist een impuls te willen geven aan de fysieke toegankelijkheid van de stad. Het bezuinigen op de impulsgelden is een logischere stap dan het bezuinigen op de structurele kosten. Advies: bezuinig op de impulsgelden en behoudt de structurele kosten (in elk geval voor deze coalitieperiode). 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

Structurele besparing per jaar Incidentele besparing 300.000* per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing 300.000 * 150.000 overgeheveld van 2024

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

150.000

150.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Bij de invulling van de bezuinigingsmaatregel zijn gradaties mogelijk: - Beperking tot € 100.000 in 2026. - Aanvullend met mate structureel bezuinigingen. - Taak beëindigen met ingang van 2027. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? 76

-

De benoeming van de Toegankelijkheidsraad wordt beëindigd. Hier zijn geen risico’s aan verbonden anders dan de gevolgen die de gehele opheffing met zich meebrengt en de media aandacht die dit zal krijgen. De Netwerkregisseur moet een andere functie krijgen.

10. Wat is het plan van aanpak? Zie punt 8 en 9.

77

1. Titel van de maatregel 53. Mantelzorgwaardering 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Het waarderen van mantelzorgers is een wettelijke taak van gemeenten (Wmo). Er zitten grote verschillen in de hoogte en in de vorm van de waardering per gemeente. Mantelzorgers die zich registreren in Zoetermeer, ontvangen op dit moment € 200 per jaar. In totaal zijn er +/- 2.600 mantelzorgers, die een mantelzorgcompliment ontvangen. Kosten: € 520.000. De waardering in Zoetermeer is op dit moment de hoogste in Nederland (samen met de gemeenten Aalten en Baarn). Voor de uitvoering van de regeling mantelzorgwaardering ontvangt Palet Welzijn een subsidie. Deze is bestemd voor de uitvoering van de mantelzorgwaardering; controle op mantelzorgers (fraude-technisch), telefonisch contact (komen altijd veel vragen), registratiesysteem beheren. De subsidie voor 2025 voor de uitvoering bedraagt € 54.083. Op de mantelzorgwaardering kan op verschillende manieren worden omgebogen/bezuinigd: 1. Regeling continueren. Aan de taakstelling op de deelterreinen mantelzorg- en vrijwilligerswaardering is een gezamenlijk richtbedrag van € 130.000 verbonden (€ 100.000 mantelzorgwaardering en 30.000 vrijwilligerswaardering).

Vanwege de bestaande onderuitputting op beide betrokken budgetten kan ter grootte van het richtbedrag bezuinigd worden zonder directe gevolgen voor het (bestaande) beleid op deze twee deelterreinen. Echter, het is wel mogelijk om op mantelzorgwaardering extra te bezuinigen omdat Zoetermeer een hoge mantelzorgwaardering heeft ten opzichte van andere gemeenten. De waardering kan dan op de volgende manieren worden omgebogen/bezuinigd: 2. € 100 per mantelzorger: bespaart +/- € 260.000 3. € 50 per mantelzorger: bespaart +/- € 390.000 4. Deel van het budget ombuigen van waardering naar budget voor mantelzorgondersteuning: behoefte van mantelzorgers.

3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? 1. Geen directe gevolgen 2. & 3. De mantelzorgers zullen minder tevreden zijn met de waardering en zich minder gewaardeerd voelen door de gemeente. 4. Kan worden opgevangen door meer budget voor mantelzorgondersteuning d.m.v. deel van budget ombuigen naar mantelzorgondersteuning (naar inZet).

4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? 78

Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? 1. Geen impact 2. & 3. De mantelzorgers zullen minder tevreden zijn met de waardering en zich minder gewaardeerd voelen door de gemeente. De organisatie Palet Welzijn zal de uitvoering van de mantelzorgwaardering blijven doen, dus geen impact. 4. Eventueel deel van budget naar inZet voor mantelzorgondersteuning. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Geen wijzigingen. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Geen effect. Ombuigen naar meer ondersteuning kan de mantelzorgers extra hulp bieden. In het coalitieakkoord staat: We reserveren voor het sociaal domein € 1.600.000 per jaar extra structureel budget voor jeugd, schuldhulpverlening, mantelzorg, diversiteit, buurtwerk, IPTAcoaches, wijkrestaurants en Wmo. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A.

Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Het besparingspotentieel hangt af van de gekozen maatregel. Zie onderdeel 2. Omschrijving van de maatregel: 1. € 100.000 2. € 260.000 3. € 390.000 4. Ligt aan budget ombuigen. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

390.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? 1 april 2026 start altijd de aanvraagperiode voor de mantelzorgwaardering 2026. Vóór die tijd moet duidelijk zijn wat er met de mantelzorgwaardering gaat gebeuren voor 2026. 79

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Risico: ontevreden mantelzorgers. Mantelzorgers voelen zich onvoldoende gewaardeerd. Ombuiging naar inZet is niet complex. inZet heeft al mantelzorgondersteuning in het takenpakket. 10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Vóór 1 april 2026 moeten: - mantelzorgers zijn geïnformeerd; - beleid aangepast; - Palet Welzijn zijn geïnformeerd; Goed om met Palet Welzijn (evt. inZet) de mantelzorgers te informeren. Ook om te zorgen en kijken hoe we de klap kunnen verzachten.

80

1. Titel van de maatregel 118. Zwemvergoeding

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Voorgesteld wordt te stoppen met de ‘Zwemvergoeding’. De huidige regeling is bedoeld voor ouders/verzorgers van Zoetermeerse kinderen die geboren zijn in 2019 en die in 2025 zwemles volgen voor het zwemdiploma A kunnen een vergoeding krijgen van € 100. Dit budget is structureel opgenomen in de meerjarenbegroting en de voorgestelde ombuiging heeft dan ook een structureel effect van het aantal kinderen geboren in specifiek jaar x € 100. Voor het jaar 2025 e.v. is dit een bedrag van € 121.000. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) Deze vergoeding kan worden beschouwd als ‘een welkome tegemoetkoming’ in plaats van dat het bijdraagt aan de zwemvaardigheid. Een uitzondering hierbij zijn huishoudens met een lager inkomen. Voor deze groep is middels de Zoetermeerpas de mogelijkheid om een compensatie te krijgen voor het onderdeel zwemvaardigheid.

Het wordt dan ook sterk ontraden om deze bezuiniging te combineren met een bezuiniging op de ZoetermeerPas (programma 1) voor het onderdeel zwemvaardigheid. De ombuiging heeft een effect op het voorzieningenniveau in Zoetermeer. Met deze ombuiging vervalt deze tegemoetkoming in de kosten voor zwemles, maar de verwachting is dat voor de groep ouders en verzorgers het een gemiddeld en hoger inkomen dit niet gaat leiden tot een afname van de zwemvaardigheid. De aanbieders van zwemvaardigheid zullen hetzelfde effect ervaren van deze ombuiging. Daarnaast laat het gebruik van de regeling de volgende cijfers en percentages zien: Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Aantal kinderen 1436 1343 1418 2820 2822 2807 1348

Aanvragen 981 860 870 776 890 794 804

Procent 68% 64% 61% 28% 32% 28% 60%

4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Het gemeentebestuur kan het afschaffen van deze tegemoetkoming zelfstandig nemen. Hier is geen besluit of anderszins iets vanuit het veld voor nodig.

81

5. Impact op de eigen organisatie Naast het vrijvallen van het exploitatiebudget heeft deze ombuiging ook een effect op werkvoorraad van de afdeling Vrije Tijd, cluster Sport en in mindere mate de afdeling F&C. De laagdrempelige verwerking van de aanvraag is niet meer nodig. Vergoeding zwemles aanvragen | Gemeente Zoetermeer De vrijgevallen ambtelijke capaciteit is echter te gering om hier ook formatieve consequenties aan te verbinden. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Zoals onder punt 3 al is beschreven is de verwachting, dat het effect van de buiging een gering effect heeft op het daadwerkelijke gerealiseerde aantal zwemdiploma's A. Deze aanname maakt dan ook dat de passages in het coalitieakkoord overeind kunnen blijven. Mits de mogelijkheid om via de Zoetermeerpas extra ondersteuning voor de zwemvaardigheid overeind blijft. Dit is immers de groep ouders en verzorgers van kinderen die de financiële steun echt nodig heeft en het verschil kan betekenen tussen zwemles en geen zwemles. Coalitieakkoord: … Zwemvaardigheid is onze prioriteit en we nemen aanvullende maatregelen om een zwemdiploma voor zoveel mogelijk kinderen mogelijk te maken… ….Voor de zwemvaardigheid streven we er naar dat ieder kind de mogelijkheid heeft om tenminste een zwemdiploma A te halen…. 7.

Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Wanneer wordt besloten om te stoppen met de zwemvergoeding, valt er een structurele besparing te realiseren van € 121.000, mits de ondersteuning via de Zoetermeerpas voor zwembadvergoeding overeind blijft. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

120.840

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Kan per 1 januari 2026 worden ingevoerd.

82

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Het blijft moeilijk hard te maken in hoeverre de regeling zwemvergoeding staat tot vergroten van de zwemvaardigheid in de zin van zwemdiploma A.

10. Wat is het plan van aanpak? De ombuiging moet worden opgenomen in de Perspectiefnota 2026 met uiteindelijk een uitwerking in de Programmabegroting 2026 e.v. Kan per 1 januari 2026 worden ingetrokken.

83

1. Titel van de maatregel 120, 222, 124 Sportbeleid/evenementen

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? a. Topsportevenementen minder ondersteunen: € 20.000 b. Sportakkoord stoppen: € 55.000 c. Subsidieplafond Evenementen van € 750.000 naar € 700.000 d. Bestuurlijke evenementen van € 75.000 naar € 50.000 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? a. Topsport: vaak ongeveer 3.000 tot 6.000 per evenement en kan een zetje zijn voor lokale aanbieders die zich willen inzetten voor topsportevenementen. Voorbeelden van afgelopen jaren: Poolstok hoogspringen (Iion), NK jeugd karate (Kai Sei), Internationale Mountainbike wedstrijden, Kunstschaatsen in SilverDome. b. Sportakkoord stoppen (krijgen € 67.000 van rijk en zetten zelf aanvullend nog eens € 55.000 in) Middelen beschikbaar gesteld door de Raad die ingezet worden voor een coördinator en activiteiten.

Rijksmiddelen vervallen bij stoppen hebben we ook deze kosten niet meer. Gevolg; aanvragers krijgen geen subsidie meer voor projecten waarmee sport en c. Budget voor inkoop en subsidies van evenementen: € 750.000 plafond voor evenementensubsidies vanuit het evenementenloket. Budget wordt volledig gebruikt en veel aanvragers krijgen niets omdat plafond al is bereikt. Minder evenementen. Evenementen die wel plaatsvinden vragen hoge toegangsprijs . Zoetermeerders hebben geen/minder toegang hebben tot lokale culturele, sportieve 8 en recreatieve activiteiten die vaak deel uitmaken van het sociale leven d. Nieuwjaarsvoorstellingen in en externen goedkoper organiseren: € 25.000 Voorstelling en bijeenkomst wordt kleiner georganiseerd (bijvoorbeeld alleen nieuwjaarsreceptie met optreden). Groep inwoners die nu gratis naar een voorstelling kan is teleurgesteld. Er komen minder inwoners en mogelijk ook bestuurders van omliggende gemeenten op af. Minder zichtbaarheid op socials en media.

4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? a. Verenigingen en sportbonden zullen niet meer naar Zoetermeer komen om NK’s, EK’s en WK’s te organiseren. Inwoners kunnen geen kennismaken met grote (internationale) wedstrijden. b. Verenigingen kunnen geen/minder sport/welzijnsactiviteiten organiseren. c. Economische impact voor lokale bedrijven: Lokale bedrijven die afhankelijk zijn van evenementen, zoals horecagelegenheden, leveranciers en retailers, voelen de impact van 84

verminderde inkomsten. Dit kan zorgen voor mogelijke sluitingen of vermindering van werkgelegenheid. + Minder toeristische aantrekkingskracht: Evenementen dragen bij aan de toeristische aantrekkingskracht van een stad. Een volledige bezuiniging kan leiden tot minder toeristen en bezoekers, wat gevolgen heeft voor lokale bedrijven en de economie. d. Lokale organisator moet mee ombuigen. Er gaat minder geld naar lokale ondernemers. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Deze bezuinigingen hebben geen consequenties voor de interne medewerkers. Wel zullen er meer klachten komen vanuit externen doordat er minder geld beschikbaar is en vaker nee gezegd zal worden. Stoppen/minderen met evenementen raakt City Marketing 'Zoetermeer is de plek'. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Voldoen niet meer aan Coalitieakkoord: "de toonaangevende Zoetermeerse evenementen willen we behouden". 7.

Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. De besparing is structureel. Met de besparing worden werkzaamheden versoberd. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar: Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

75.000

150.000

150.000

150.000

150.000

2031 e.v. 150.000

75.000

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Investeringen/kosten Saldo besparing

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Voorbereiding nodig om bepaalde zaken goed in te bedden. Subsidieplafonds moeten voor juni gepubliceerd worden voor het jaar erna. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee?

85

Vanuit de Brede SPUK maakt het Sportakkoord onderdeel uit van dit product. Over de inkomsten en hiermee samenhangende uitgaven na 2026 is nog geen duidelijkheid door het ministerie van VWS gegeven. Bij het niet meer of minder subsidiëren van evenementen loop je het risico afhankelijker te worden van commerciële partijen die mogelijk evenementen aan willen bieden. Je kunt hiermee niet meer sturen op je branding/city marketing en aansluiting op de doelen van Z2040. Bij het minder subsidiëren wordt minder georganiseerd. Dit heeft impact op de uitstraling van je stad Er komen mogelijk meer klachten zowel vanuit inwoners als verenigingen en organisatoren.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten?

86

1. Titel van de maatregel 141. Percentageregeling Beeldende Kunst in de openbare Ruimte

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? De gemeente Zoetermeer geeft al tientallen jaren opdrachten aan professionele kunstenaars om een kunstwerk te maken bij bouwprojecten. Een kunstwerk speciaal ontworpen voor de plek én speciaal voor de mensen die de plek gebruiken. Zo wordt kunst echt van en voor de stad. Inmiddels zijn er nu ongeveer 180 kunstwerken op openbare plekken in de stad. De Percentageregeling Beeldende kunst in de openbare ruimte zorgt ervoor dat er extra geld beschikbaar is bij elk bouwproject, om kunst te laten ontwerpen. Door al vroeg in het project rekening te houden met een kunstontwerp, kunnen we ervoor zorgen dat het goed past bij de omgeving van het gebouw of openbaar gebied. Op basis van de verordening doet het college een voorstel aan de gemeenteraad om extra krediet beschikbaar te stellen voor kunst in de openbare ruimte. Dit voorstel is onderdeel van een kredietaanvraag bij een gebiedsontwikkeling, herinrichting van openbaar gebied of nieuwbouw, verbouw, modernisering / renovatie van openbare gebouwen. Dit is 1% van het totale krediet, excl BTW. Dit bedrag wordt door de afdelingen administratief overgeboekt naar de reserve beeldende kunst. Op 1 januari 2024 bedroeg de reserve beeldende kunst in de openbare ruimte (72431100) € 436.133.

Vanuit het perspectief van de bezuinigingen kan op verschillende manieren naar de reserve beeldende kunst in de openbare ruimte worden gekeken: •

•

•

Verlagen van het percentage: op deze manier wordt de inleg in de reserve in de toekomst verlaagd. Met gelijkblijvende kosten voor onderhoud, zal dit effect hebben op de grootte en op de kwaliteit van de kunstprojecten. De participatie- en projectkosten zullen naar verwachting gelijk blijven. Een verlaging van het percentage levert niet een directe structurele bezuiniging op. De ½% inleg zal niet door het college bij de raad worden aangevraagd en kan daarom ook niet worden toegeschreven aan een bezuiniging. Eenmalige investering: de gekoppelde inleg wordt losgelaten en er wordt eenmalig geïnvesteerd in de reserve beeldende kunst in de openbare ruimte. De inleg per project wordt daarmee losgelaten. Er wordt dan minder krediet aangevraagd en de oorspronkelijke inleg komt daarmee niet beschikbaar voor een ombuiging. Dit levert dus geen structurele bezuiniging op. Als de voorgenomen eenmalige investering op is, stopt de gemeente met het plaatsen van nieuwe kunstobjecten in de openbare ruimte waardoor er verschraling van kwaliteit van de openbare ruimte optreedt. Zie verder beëindigen regeling. Beëindigen regeling: het schrappen van regeling heeft impact op het culturele staat en verrijking van Zoetermeer. De grondslag om tijdens het bouwen aan Zoetermeer 2040 structureel kunst toe te voegen aan de stad vervalt met een dergelijke bezuiniging.

Daarnaast valt er ook contact met inwoners weg. In Zoetermeer denken inwoners namelijk mee over kunst die in de stad komt. De gemeente stelt daarvoor per kunstopdracht een tijdelijke projectgroep samen. Deze groep bepaalt de precieze locatie en de opdrachtomschrijving voor het kunstwerk. Ze selecteren kunstenaars voor schetsideeën en vervolgens kiezen ze het idee dat echt wordt uitgevoerd. Een projectleider en professionele adviseur begeleiden de projectgroep hierbij. Dit contact met de inwoners vervalt met het schrappen van de regeling. De besparing bij het schrappen van de regeling zal gedeeltelijk formatief kunnen ontstaan. Er worden namelijk geen nieuwe kunstprojecten met ambtelijke begeleiding opgestart. Daartegenover staat wel dat voor het onderhoud van de 180 kunstwerken in Zoetermeer ambtelijke borging en budget behoeft. Dit structurele budget zal

87

moeten worden vrijgemaakt als de reserve wordt opgeheven. Daarmee zal de structurele bezuiniging gering zijn.

72431100 - Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte jaar

werkelijke uitgaven

werkelijke inkomsten

mutatie reserve

2021

€ -60.486

€ 12.681

€

-47.805

2022

€ -64.987

€ 23.784

€

-41.203

2023

€ -97.426

€ 140.619

€

43.193

2024

€ -106.640

Stand reserve op 1-1-2024

€ 436.133

3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) Het maatschappelijk effect van kunst in de openbare ruimte is moeilijk meetbaar, maar heeft invloed op de mechanismen in de Visie Zoetermeer 2040. Zo is het belangrijk om de woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer te verhogen om de negatieve trend in Zoetermeerse samenleving te keren. Kunst in de openbare ruimte heeft een positief maatschappelijk effect en invloed op de sociaaleconomische kracht van een stad. Dit wordt over de gehele linie van inwoners, bedrijven en instellingen gevoeld. Deze ombuiging heeft een verschraling van de openbare ruimte tot gevolg. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Inwoners, instellingen en bedrijven hebben directe betrokkenheid bij deze ombuiging. Inwoners en gebruikers van de openbare ruimte hebben nu de mogelijkheid om mee te werken aan kunst in de openbare ruimte, dit zal afnemen of stoppen. Daarnaast zal de verschraling van de toekomstige openbare ruimte op termijnen voelbaar worden in deze openbare ruimte. 5.

Impact op de eigen organisatie Al naar gelang van de soort en mate van ombuiging heeft dit impact op de eigen organisatie. Op het moment worden vanuit de reserve kunst in de openbare ruimte onderhoudswerkzaamheden gecoördineerd en nieuwe kunstwerken met participatieve inbreng van inwoners en gebruikers vormgegeven. De betrokken medewerkers zullen al naar gelang het bestuurlijke besluit werkzaamheden verminderen of stoppen. Ook bij afschaffen van de regeling zullen onderhoudswerkzaamheden van de bestaande portefeuille blijven bestaan. Hiervoor zal dan nog een structureel budget moeten worden vrijgemaakt. Dit komt tegenover een eventuele gedeeltelijke formatieve bezuiniging te staan. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Deze ombuiging raakt niet direct het Coalitieakkoord: “Samen doen wat nodig is”, maar heeft een relatie met Visie Zoetermeer 2040. De woonaantrekkelijkheid is belangrijk om mechanismen in de visie te beïnvloeden. Hier levert de regeling Beeldende Kunst in de openbare Ruimte een bijdrage aan. Zie punt 3.

88

7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Wanneer er geen afdracht van vakafdelingen wordt vastgesteld of middels een taakstelling wordt opgelegd, is geen directe besparingsmogelijkheid. Een structurele besparing zou eventueel kunnen voortvloeien uit aanpassing van de formatie behelst met de uitvoering van de regeling beeldende kunst in de openbare ruimte. Formatie uitvoering Beeldende Kunst in Openbare Ruimte – personeelskosten € 152.000 (1,5 fte). B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

Structurele besparing per jaar

152.000

152.000

152.000

152.000

Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

152.000

152.000

152.000

152.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Uiteindelijk zal de gemeenteraad de Verordening Percentageregeling beeldende kunst in de openbare ruimte, moeten wijzigen of intrekken om deze ombuiging te effectueren. Afhankelijk hoe de ombuiging wordt ingestoken hangt hier een proces aan, waarbij het personele aspect van een eventuele bezuiniging de meeste tijd zal kosten. Waarbij lopende boekjaar 2026 één en ander geeffectueerd moet worden. Waarschijnlijk kan in 2028 de volledige gekozen besparing worden gerealiseerd. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Heeft een negatief effect op de woonaantrekkelijkheid en heeft verdere verschraling van de openbare ruimte tot gevolg. Uiteindelijk zit een eventuele besparing in formatieve bezuiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=0d64408e-26b9-4710-b52d-45fd91dcb4fd