Bijlage - Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026
Tekst van het document
Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Deze maatregel leidt tot een vermindering van het personeelsbudget. Deze maatregel kan worden gerealiseerd via het formatieplan van de detailbegroting/Programmabegroting 2026.
30
6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Deze maatregel heeft geen effect op het beleid en de ambities. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Zie punt 2. Aanvullend: Deze maatregel levert bruto een besparing van € 3 mln. op. Echter, door een lagere dekking vanuit projecten, subsidies en zal de netto besparing uitvallen. De minimale netto besparing wordt geschat op € 1,5 mln. Komende periode wordt nader onderzoek gedaan naar de hoogte van de netto besparing en de haalbaarheid van deze bezuiniging. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten * € mln. Structurele (NETTO) besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? De invoering van de maatregel kan worden ingeboekt vanaf jaar 2026. Er zijn geen investerings- of frictiekosten. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Zie punt 2 en 4.
10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? De planning is om in de Perspectiefnota 2026 een geschat bezuinigingsbedrag op te nemen in overzicht algemene dekkingsmiddelen. Vervolgens kan in het formatieplan van de Programmabegroting 2026 het bedrag worden verdeeld over de programma’s.
31
MAATREGELEN VERBONDEN PARTIJEN
32
1. Titel van de maatregel 5, 27, 157, 167 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Werkbedrijf De Binnenbaan BV Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden (GGD/VT) Gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Aan het Werkbedrijf De Binnenbaan en de gemeenschappelijke regelingen (GR’en) is gevraagd om voor 2026 een aangepaste begroting in te dienen. De financiële omvang hiervan moet 6,2% lager liggen dan in 2025. Dit is ongeveer € 1,5 mln. Aan partijen die tevens inkomsten genereren via outputfinanciering is gevraagd om ook inzicht te verschaffen in de verwachte ontwikkeling van tarieven en hoeveelheden. Concreet betekent dit dat de berekening als volgt dient te zijn: Begroting 2026 = (Begroting 2025 × indexering) × 93,8% Deze korting brengt voor de verbonden partijen uitdagingen met zich mee voor de uitvoering van onze gedeelde taken en verantwoordelijkheden.
Tegelijkertijd gaan de gemeenten uit van begrip voor de complexe situatie waarin de gemeenten zich bevinden. De verbonden partijen dienen dan ook tijdig scenario’s voor te leggen aan de betrokken ambtelijke ondersteuning van de deelnemende gemeenten. Het is van belang dat dit overlegproces op tijd wordt gestart zodat de partijen de wenselijkheid en haalbaarheid van de scenario’s beter kunnen inschatten en de impact op de dienstverlening aan inwoners zo beperkt mogelijk wordt houden. Zodoende kan er in de bestuursvergaderingen een beter gedragen besluitvorming plaatsvinden. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? De impact van de bezuiniging verschilt per partij. De concrete gevolgen moeten nader worden onderzocht. 4.
Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Zie 2. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Zie 2. 33
6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Zie 2. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Een bezuiniging van 6,2% is ongeveer € 1,5 mln. Risico is dat dit bedrag niet volledig (in 2026) wordt gerealiseerd. Er worden dan ook twee scenario’s opgenomen. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
1.500.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Wordt verwerkt in de begroting.
9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Zie 2.
10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Zie 2.
34
MAATREGELEN HEFFINGEN
35
1. Titel van de maatregel 102a. Kostendekkendheid/afvalstoffenheffing
2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing wordt verhoogd naar 99%. Om dit te bereiken worden de tarieven verhoogd. De afvalstoffenheffing is op dit moment 94% kostendekkend (Verordening 2025). Zonder het tarief van de afvalstoffenheffing te verhogen kan de begroting stijgen met € 350.000. Dit komt omdat in het budget de toename van het aantal huishoudens niet is meegenomen. Na de belastingaanslag van februari kan er een extra check gedaan worden op het aantal huishoudens en of deze aanname nog steeds klopt. Daarnaast kan het tarief stijgen met € 700.000, omdat de kostendekkendheid nog onder de 100% zit. Deze stijging zorgt wel voor een verhoging van het tarief. De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden verhoogd naar 99% kostendekkendheid. We kiezen hier voor 99% kostendekkendheid om een foutmarge te hebben. Bij 100% kostendekkendheid wordt het tarief nog iets hoger. De verhoging bedraagt per jaar (exclusief de jaarlijkse indexering): Huidig tarief in €
Verhoging in €
Verhoging in %
1-persoonshuishoudens
307,88
11,65
3,78
2-persoonshuishoudens
345,70
13,08
3,78
3-persoonshuishoudens
362,54
13,72
3,78
3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? De woonlasten voor de inwoners gaan omhoog. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen Realiseren? De gemeente kan deze verhoging van het tarief doorvoeren, daar zijn geen overige partijen bij nodig. 5. Impact op de eigen organisatie Geen.
36
6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? De verhoging van het tarief raakt niet aan de realisatie van doelstellingen, maar heeft wel effect op de woonlasten. De raad heeft aangegeven de lasten voor inwoners niet of zo min mogelijk te verzwaren. Ook heeft de raad aangegeven bestaanszekerheid van belang te vinden. Het verhogen van de afvalstoffenheffing verzwaart de lasten van alle inwoners en kan daarmee de bestaanszekerheid raken. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten vanwege toename huishoudens (woningen) Extra inkomsten afvalstoffenheffing dmv tariefsverhoging Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
* € 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
350
350
350
350
350
350
700
700
700
700
700
700
1.050
1.050
1.050
1.050
1.050
1.050
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Voor het verhogen van het tarief naar 99% kostendekkend is geen voorbereidingstijd nodig. De verhoging van de afvalstoffenheffing loopt mee bij het vaststellen van de tarieven voor 2026.
9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Deze ombuiging is simpel te realiseren. Het tarief is eenvoudig te verhogen. Er wordt voorgesteld om naar 99% kostendekkendheid te streven, zodat er nog een kleine foutmarge is. Hiermee wordt voorkomen dat een kostenonderbouwing volledig wordt afgekeurd en de verordening onverbindend kan worden verklaard. Het is daarom goed om bij definitieve vaststelling van de verordening de wijzigingen te laten toetsen.
10. Wat is het plan van aanpak? Loopt mee met het jaarlijks vaststellen van de heffingen door de gemeenteraad. Dit kan worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. En aansluitend in het tarievenvoorstel 2026 (december 2025 in de raad). 37
1. Titel van de maatregel 102b. Kostendekkendheid rioolheffing
2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? De kostendekkendheid van de rioolheffing wordt verhoogd naar of 99%. Huidige onderbouwing komt uit op 98%. Er is dus nog ruimte om het tarief te verhogen. De rioolheffing is op dit moment 98% kostendekkend (verordening 2025). De totale lasten zijn: € 7.896.000 De totale baten zijn: € 7.695.000 In de kostenonderbouwing kan de raming van het baggeren en de storting in de voorziening worden aangepast. Dit levert een kleine verhoging van de lasten op tot een bedrag van € 7.925.000. Het tarief kan daarom als volgt worden verhoogd. Het huidige gemiddelde tarief is in 2025 € 125,54. Dat kan verhoogd naar € 128,- . Bij een woning met een waarde van € 300.000 is de rioolheffing € 123,42. Als deze verhoging aan het vaste bedrag wordt toegevoegd is de rioolheffing voor een woning van € 300.000 € 125,88. Dit levert een opbrengst op van € 7.845.000. We kiezen hier voor 99% kostendekkendheid om een foutmarge te hebben. Bij 100% kostendekkendheid wordt het tarief nog iets hoger. De opbrengst bij 100% kostendekkendheid is € 80.000 hoger. Daarnaast mogen aan de rioolheffing ook de kosten van klimaatadaptatie gedeeltelijk worden toegerekend. Namelijk voor het deel dat betrekking heeft op het voorkomen van wateroverlast.
Te denken valt hierbij aan aanpassingen aan wegen (parkeerplaatsen) met groentegels (stenen met gaten waar gras in groeit). De extra kosten voor het gebruik van deze stenen ten opzichte van “normale” stenen of asfalt, kunnen gedeeltelijk worden toegerekend, omdat dit ook gedaan wordt ter voorkoming van wateroverlast bij stortbuien (maar ook vanwege verkoeling of omdat het er mooier uitziet). De VNG is bezig om deze mogelijkheid verder in beeld te brengen. In deze bezuinigingsmaatregel is er met deze kosten nog geen rekening gehouden. Dit zal in de komende jaren verder worden onderzocht en worden voorgelegd. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) De woonlasten voor de inwoners en bedrijven gaan omhoog. In deze bezuinigingstemplate is de kostendekkendheid verhoogd door het vaste bedrag te verhogen. Daarmee raakt het iedereen die rioolheffing betaalt in gelijke mate. Het is echter ook mogelijk om het percentage van de WOZ waarde te verhogen. Op basis daarvan gaan gebruikers van duurdere woningen en panden in verhouding iets meer betalen dan gebruikers/eigenaren van goedkopere woningen/panden.
38
4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen Realiseren? De gemeente kan deze verhoging van het tarief doorvoeren, daar zijn geen overige partijen bij nodig. 5. Impact op de eigen organisatie Geen. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? De verhoging van het tarief raakt niet aan de realisatie van doelstellingen, maar heeft wel effect op de woonlasten. De raad heeft aangegeven de lasten voor inwoners niet of zo min mogelijk te verzwaren. Ook heeft de raad aangegeven bestaanszekerheid van belang te vinden. Het verhogen van de rioolheffing met een paar euro verzwaart de lasten van alle inwoners iets en kan daarmee de bestaanszekerheid raken. De invloed kan iets verlaagd worden door de verhoging niet in het vast bedrag mee te nemen, maar in het percentage over de WOZ-waarde. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B.
Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten rioolheffing 99% kostendekkend Extra inkomsten toerekenen klimaatadaptatie Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
PM
PM
PM
PM
PM
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Voor het verhogen van het tarief naar 99% kostendekkend is geen voorbereidingstijd nodig. Voor het bepalen van de kosten voor klimaatadaptatie en om te bepalen welk deel daarvan aan de rioolheffing kan worden toegerekend is meer tijd nodig. Hiervoor is ook extra onderbouwing door de VNG nodig.
39
9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Het tarief is eenvoudig te verhogen. Er wordt voorgesteld om naar 99% kostendekkendheid te streven, zodat er nog een kleine foutmarge is. Hiermee wordt voorkomen dat een kostenonderbouwing volledig wordt afgekeurd en de verordening onverbindend kan worden verklaard. Het is daarom goed om bij definitieve vaststelling van de verordening de wijzigingen te laten toetsen.
10. Wat is het plan van aanpak? Loopt mee met het jaarlijks vaststellen van de heffingen door de gemeenteraad. Dit kan worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. En aansluitend in het tarievenvoorstel 2026 (december 2025 in de raad).
40
MAATREGELEN LEGES
41
1. Titel van de maatregel 202a. Kostendekkendheid leges omgevingsvergunningen
2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De maatregel omvat het verhogen van de leges. Hier is, over de gehele legesverordening, nog ruimte. De invulling van dit formulier ziet enkel op het verhogen van leges binnen team Vergunningen, onderdeel van de afdeling VVH. Hoofdstuk 5 van de legesverordening Zoetermeer bevat de legesbepalingen voor omgevingsvergunningen. De leges die geheven worden voor de technische bouw- en ruimtelijke bouwvergunningen (2,6% van de bouwkosten, inclusief btw) zijn tezamen de grootste batenpost. Om een impactvolle wijziging toe te brengen aan dit hoofdstuk, is het verhogen van deze legesregels een van de weinige maatregelen die een benoemwaardig financieel effect teweegbrengen. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Zie punt 6 4.
Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Zie punt 6 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Geen verandering. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Het verhogen van de leges voor de bouw brengt risico’s met zich mee. Voor onze woningbouwopgave en maatschappelijke uitdagingen, onder andere met het oog op Zoetermeer 2040, moet het aantrekkelijk blijven om in Zoetermeer te bouwen. Het verhogen van de leges en hiermee niet langer vergelijkbare legeskosten te hanteren als andere gemeenten binnen de regio, kan resulteren in onaantrekkelijk klimaat om hier te bouwen ten opzichte van deze buurtgemeenten. 42
Hiervoor is gekeken naar de legesbepalingen binnen de regio. Den Haag hanteert een percentage van 4,24% van de bouwsom. Gemeenten als Pijnacker-Nootdorp, Delft en Rijswijk hanteren een andere structuur vergeleken met Zoetermeer. Aan het eind van de streep lijkt dit qua finale legesbedragen niet veel af te wijken van Zoetermeer. Met het verhogen van het percentage waarop leges wordt geheven is het aan te raden dit niet te rigoureus te verhogen. Om ervoor te zorgen dat niet de bewoners van de stad die alleen een dakkapel of uitbouw willen plaatsen worden geraakt, kan ervoor worden gekozen dit percentage pas te verhogen vanaf een bepaalde bouwsom (bijvoorbeeld projecten boven de € 1 mln.). 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten
2025
Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? De legesverordening kan door de raad worden aangepast. Gebruikelijk is om dit aan het eind van het jaar te doen. Echter kan dit ook op andere momenten. Het laten aanpassen van de legesverordening zelf bevat geen benoemwaardige effecten. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Leges verhogen betekent dat de aanvragers duurder uit zijn. We hebben een grote woningbouwopgave. Door de leges te verhogen kan het zijn dat ontwikkelaars voor andere gemeenten kiezen om te bouwen. Het aantal grote projecten – bouwprojecten van enkele miljoenen euro’s – heeft een groot aandeel in het aantal binnengekomen leges. Het is lastig in te schatten hoeveel grote projecten er de komende jaren op ons afkomen. De werkelijkheid kan van prognoses afwijken.
Om een zo goed mogelijk beeld te schetsen willen wij samen met Projecten aan de hand van de woningbouwmonitor en PMO tool een zo realistisch mogelijk beeld geven van de effecten bij het verhogen van de legesverordening. Ook refereren we naar punt 6 voor wat betreft de woningbouwopgave en Zoetermeer 2040. 43
10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Het aanpassen van de legesverordening zal een gezamenlijk traject worden waarin meerdere ingediende initiatieven tegelijk voorbereid moeten worden om ervoor te zorgen dat de legesverordening niet boven kostendekkend uitkomt.
44
1. Titel van de maatregel 202b. Kostendekkendheid leges huwelijken en scans
2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Kostendekkendheid van leges meer naar 100% brengen. Hiervoor zijn de volgende maatregelen voor Publieksplein verder uitgewerkt. 1. Verhogen huwelijkstarieven 2. Verhogen leges van externe trouwambtenaren (BABSen) 3. Verhogen annuleringsleges 4. Leges voor scans van o.a. bouwtekeningen (nu nog gratis) Ad 1, 2 en 3) De tariefsverhogingen zijn verwerkt in drie opties: 20%, 30% en 50%. Zie tabel hieronder. Optie 1 Bij een tariefsverhoging van 20% bereiken we een dekkingsgraad van 98% op de leges van Burgerlijke stand (hoofdstuk 3) en een dekkingsgraad van 92% op de totale leges van Titel I. Optie 2 Bij een tariefsverhoging van 30% bereiken we een dekkingsgraad van 105% op de leges van Burgerlijke stand (hoofdstuk 3) en een dekkingsgraad van 93% op de totale leges van Titel I. Deze verhoging leidt tot tarieven die vergelijkbaar zijn met gemeenten in de regio. Optie 3 Bij een tariefsverhoging van 50% bereiken we een dekkingsgraad van 117% op de leges van Burgerlijke stand (hoofdstuk 3) en een dekkingsgraad van 95% op de totale leges van titel I. Extra dekking kosten optie 1 ca. € 43.000, optie 2 ca. € 64.000 en optie 3 ca. 105.000.
Opmerking Een dekkingsgraad van bijna 100% op de totale leges van Publieksplein betekent een verdubbeling van de huidige tarieven. Deze dekking is gebaseerd op de huidige begroting van formatiekosten. Momenteel vindt een reorganisatie plaats bij Burgerzaken, die extra kosten met zich meebrengt. De kostendekkendheid zal met deze tarieven dan weer dalen.
45
Ad 4) Scans van o.a. bouwtekeningen worden tot nu toe gratis verstrekt. In 2024 is hier ongeveer 2.000 keer gebruik van gemaakt. Dit vergt veel mensuren. Door leges te vragen kunnen deze kosten gedekt worden. Op dit moment zijn we bezig met de kostenonderbouwing. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Tot 30% verhoging van de leges bij huwelijken geeft een tarief dat vergelijkbaar is met andere gemeenten. Bij een verhoging van 50% zijn we duurder dan gemeenten in de regio en kunnen inwoners uitwijken naar andere gemeenten om te trouwen. De gemeente blijft verplicht het gratis huwelijk aan te bieden. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Voor de inwoners betekent dit hogere kosten bij individuele dienstverlening.
5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Momenteel is een reorganisatie bij burgerzaken gaande, waarbij de functies en –waarderingen upto-date worden gebracht. De huidige begroting dekt niet de kosten die we maken om personeel vast te houden. Dit geldt vooral voor de lage inschaling aan de balies in vergelijking met andere gemeenten. De reorganisatie zal een verhoging van de begroting van de formatie met zich meebrengen. De verhoging van de leges is hier de dekking voor. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Niet van toepassing/ 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
Structurele besparing per jaar
46
Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Optie 1 Optie 2 Optie 3 Investeringen/kosten Saldo besparing
43.000 64.000 105.000
43.000 64.000 105.000
43.000 64.000 105.000
43.000 64.000 105.000
43.000 64.000 105.000
43.000 64.000 105.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Besluitvorming in legesverordening eind 2025, vervolgens aanpassing leges na afronding reorganisatie Burgerzaken verwerken in legesverordening eind 2026. De extra kosten van de reorganisatie Burgerzaken bedraagt naar schatting circa € 78.000. Deze kunnen gedekt worden uit de legesverhoging. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Een verhoging van het huwelijkstarief zou mogelijk kunnen leiden dat inwoners uitwijken naar een andere gemeente. Bij een verhoging van de leges voor een huwelijk van 30% zijn we nog vergelijkbaar met gemeenten in de regio. LET WEL: dat is dus op basis van de huidige begroting (voor reorganisatie).
10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? -
47
1. Titel van de maatregel 202c. Kostendekkendheid overige leges
2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De kostendekkendheid van leges/heffingen mag maximaal 100% zijn. Verschillende leges hebben een lagere kostendekkendheid (zie Programmabegroting 2025, paragraaf lokale heffingen). We kunnen deze legestarieven verhogen. Een aantal legestarieven zijn gemaximeerd door het rijk en kunnen dus niet verhoogd worden. Dat betreft paspoorten, rijbewijzen, ID-kaarten, verklaring omtrent gedrag, wet op kansspelen en de naheffingsaanslag parkeren. Daarnaast wordt binnen de APV en op het gebied van wonen/leegstand een aantal tarieven geheven. De aantallen en opbrengsten van deze vergunningen zijn zo laag dat verhoging van het tarief nauwelijks invloed heeft op de begroting. Deze hebben we voor deze bezuinigingstemplate buiten beschouwing gelaten. De overige tarieven kunnen worden verhoogd. Hierbij is gekeken naar de daadwerkelijke kosten en naar de hoogte van de stijging. Het betreft de volgende leges (groepen): - Huwelijken (apart format van PPL) - Gehandicaptenparkeerplaats/parkeerkaart - Kabels en leidingen - Drank/horeca/evenementen - Lijkbezorging Voor een aantal van deze leges lijkt het niet realistisch om naar een kostendekkendheid van 100% te gaan.
Er kan natuurlijk gekozen worden voor een kleinere verhoging. Extra toelichting op bovengenoemde leges. Huidige lasten, baten, dekkingspercentage:
Berekening van de baten bij een hogere kostendekkendheid:
48
Gevolgen voor het tarief bij een hogere kostendekkendheid:
3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? De lasten voor bepaalde inwoners en bedrijven (die gebruik maken van deze leges) gaan omhoog. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? De gemeente kan deze verhoging van het tarief doorvoeren, daar zijn geen overige partijen bij nodig. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Geen. 6.
Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? De verhoging van de tarieven raakt niet aan de realisatie van doelstellingen, maar heeft wel effect op de (woon)lasten van inwoners en bedrijven. De raad heeft aangegeven de lasten voor inwoners niet of zo min mogelijk te verzwaren. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: 49
Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten (uit te splitsen per leges) Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
PM
PM
PM
PM
PM
PM
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Voor het verhogen van de tarieven naar een hogere kostendekkend is geen voorbereidingstijd nodig. Voor het uitzoeken van de (on)mogelijkheden is wel uitzoektijd nodig. De afdelingen moeten tijd hebben (of maken/krijgen) om dit uit te zoeken. De verhoging van de tarieven loopt mee met het vaststellen van de tarieven voor 2026. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Leges verhogen betekent dat de aanvragers duurder uit zijn. Een gevolg hiervan kan zijn dat ze bijvoorbeeld een evenement niet meer in Zoetermeer laten plaatsvinden. Per leges moet uitgezocht worden wat de (on)mogelijkheden zijn.
10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Om de verhoging van de tarieven mee te nemen in de Programmabegroting 2026, moet het worden opgenomen in de Perspectiefnota 2026. De tarieven 2026 worden in december 2025 in de raad vastgesteld.
50
MAATREGELEN SUBSIDIES
51
1. Titel van de maatregel 318a. Besparing subsidies Sociaal Domein – preventie & sociale cohesie (Wmo en Welzijn) 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Het besparingspotentieel subsidies Sociaal Domein – preventie & sociale cohesie wordt gezien in drie componenten: Specifieke subsidies, extra stevig ingrijpen op mantelzorgwaardering en/ of brede taakstelling overige subsidies. Component 1: specifieke subsidies Er is gekeken naar het bezuinigingspotentieel van specifieke subsidies rondom preventie en sociale cohesie. Het doel hiervan is geweest om inzicht te bieden in het bezuinigingspotentieel, waarbij de bezuinigingsmogelijkheden zo min mogelijk ten koste gaan van het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Er wordt bezuinigingspotentieel gezien op de volgende specifieke subsidies: • • • •
Vrijwilligersondersteuning aan Stichting Piëzo Vrijwilliger Thuis aan MEE & Buddy Netwerk Plicare Preventie verpleegkundigen aan Vierstroom Zorg Thuis Gezonde leefstijl 2023 aan Goudenhart B.V.
Betreft de vrijwilligersondersteuning aan Stichting Piëzo en de Subsidieregeling vrijwilligersondersteuning wordt voorgesteld deze te beëindigen vanwege structurele onderuitputting hetgeen leidt tot een besparingsmogelijkheid van € 57.000. De subsidie Vrijwilliger Thuis aan MEE en de subsidie aan Buddy netwerk kent een grote mate van inhoudelijke overlap. Voorgesteld wordt de inzet op ‘buddy of maatjes’ projecten te beperken en hiermee een besparing te realiseren van € 75.000. Er wordt voorgesteld de inzet van Plicare Preventie verpleegkundigen via Vierstroom Zorg Thuis te beëindigen. Dit leidt tot een mogelijke besparing van € 66.000. Een deel van de werkzaamheden van de preventieverpleegkundigen is ook opgenomen in de subsidieverstrekking aan Palet Welzijn welke een groter bereik kent. Betreft de inzet op gezonde leefstijl via Goudenhart B.V. wordt voorgesteld om deze niet meer op deze wijze vorm te geven en onderdeel te laten zijn van reguliere inzet. Stopzetten leidt tot een mogelijke besparing van € 36.000. Deze inventarisatie op specifieke subsidies leidt tot een voorgesteld besparingspakket op het thema preventie en sociale cohesie van € 234.000.
Component 2A: extra stevig ingrijpen op mantelzorgwaardering Met het voorgenomen besparen op preventie en sociale cohesie wordt nadrukkelijk ook de relatie gezien met de maatregel financiële mantelzorgwaardering, zie format maatregel 53 Mantelzorgwaardering. Er wordt geadviseerd, ongeacht mogelijke scenario keuzes, een sterke beperking van deze financiële tegemoetkoming te overwegen en onderdeel te maken van het besparen op preventie en sociale cohesie. Helder is dat dit een bestuurlijke overweging vraagt waarbij een uitspraak gedaan dient te worden in hoeverre een financiële bijdrage van € 200 per jaar per mantelzorger als een passende waardering wordt gezien. Zoetermeer behoort hiermee tot een van de best (financieel) waarderende gemeenten. Voorbeelden van een beperkte of alternatieve
52
waardering zijn uit andere gemeenten onder andere: OV-tegoed, een theatervoorstelling, het aanbieden van een aansprakelijkheidsverzekering of een klein presentje. Een extra stevige ingreep of ombuiging op maatregel 53 financiële mantelzorgwaardering zorgt voor een hoger bezuinigingspotentieel op het thema preventie en sociale basis. Bijvoorbeeld wanneer de mantelzorgwaardering teruggebracht wordt van € 200 naar € 50 per jaar per mantelzorger, levert dat een besparing op van € 390.000. In combinatie met de bezuinigingen op de specifieke subsidies van component 1 wordt hiermee een potentiële bezuiniging van bereikt € 624.000 (dus samen met maatregel 53). Component 2B: taakstelling overige subsidies Op het moment dat een bestuurlijke weging op maatregel 53/ component 2A andersluidend zal zijn wordt voorgesteld bezuinigingspotentieel te realiseren middels een korting op de overige subsidies. Op basis van het overzicht subsidies 2023 voor een totaal aan € 3.365.970 verstrekt op doelstelling 2.2 Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen. In lijn met de voorgestelde richtlijn/bezuiniging van 6,2% leidt deze brede korting tot een besparingsopgave van € 209.000. Het totaal bezuinigingspotentieel van component 2B in combinatie met component 1 komt daarmee op een bedrag van € 443.000.
Hierbij dient nadrukkelijk te worden vermeld dat deze korting dan ook moet worden toegepast op subsidies waar op basis van de inhoudelijke duiding geen besparingspotentieel wordt gezien zoals bijvoorbeeld samenlevingsopbouw en buurtbemiddeling. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? De inschatting is dat effectuering van component 1 en component 2A zeer beperkt af doet aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen. Bij het inzetten van component 2B zullen deze effecten duidelijker optreden in de stad, bijvoorbeeld door het beperken van de subsidiëring van de wijkrestaurants wat af doet aan het kunnen mee doen en ontmoeten in de stad. Ook zullen bepaalde doelgroepen dan vaker geraakt worden, omdat de doelgroepen van de subsidies overlappen, onder andere ouderen/chronische zieken. Ook zal het inzetten van component 2B een effect hebben op de leefbaarheid in de stad vanwege het beperken van de inzet op samenlevingsopbouw en buurtbemiddeling.
4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Zie antwoord vraag 3. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? De impact van de maatregelen op de eigen organisatie lijkt bij een eerste inventarisatie beperkt.
53
6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Zie antwoord vraag 3. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Component 1: € 234.000 Component 2A: € 390.000 zie format 53. Mantelzorgwaardering Component 2B: € 209.000 B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar: 1 Structurele besparing per jaar: 2A Structurele besparing per jaar: 2B Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
234.000
234.000
234.000
234.000
234.000
234.000
209.000
209.000
209.000
209.000
209.000
209.000
443.000
443.000
443.000
443.000
443.000
443.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? (Deels) stoppen met subsidies kost voorbereidingstijd. Een langer lopende subsidie kan niet zomaar stopgezet worden. De gemeente moet een redelijke termijn hanteren zodat de partij die de subsidie ontvangt de activiteiten kan afbouwen. De termijn is afhankelijk van de aard en omvang van de activiteiten. Als we subsidies (deels) willen stoppen, kan dat in veel gevallen pas vanaf 2027 en mogelijk niet in één keer maar stapsgewijs. Daarnaast moet de daadwerkelijke financiële opbrengst van het stopzetten van een subsidie nader onderzocht worden. In het subsidiebedrag van subsidies in het sociaal domein zit vaak een huisvestingscomponent. Een aantal partijen die subsidie ontvangt, huurt maatschappelijk vastgoed van de gemeente. De besparing van het stopzetten van de subsidie is dan niet gelijk aan het jaarlijkse subsidiebedrag, omdat er dan leegstaand vastgoed is dat geen inkomsten oplevert en weer op een andere manier ingevuld moet worden. 9.
Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Zie ook antwoord op vraag 8 m.b.t. risico’s.
54
Kansen zijn dat subsidies die niet/onvoldoende doelmatig zijn, stopgezet kunnen worden. Dit levert voor de gemeente capaciteit en financiële middelen op die (eventueel) anders ingezet kunnen worden. Hierbij dient ook te worden aangeven dat een voorgenomen besparing op wijk- en buurtverenigingen slechts ten dele een besparing kan zijn op de gemeentelijke begroting in verband met het gebruik voor de huur van gemeentelijk vastgoed. 10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Afhankelijk van besluitvorming zal realistisch tijdspad opgesteld moeten worden voor het eventueel stopzetten van subsidies.
55
1. Titel van de maatregel 318b. Besparing subsidies Onderwijs 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De maatregelen bestaan uit bezuinigingen ten aanzien van de volgende subsidies voor onderwijs: 1. € 100.000: Inleveren onderbesteding subsidie Speeltaalhuizen reguliere peuters (OKEregeling PSZ) en incidenteel € 100.000 extra in 2026. 2. € 123.454 Bezuiniging subsidie schoolbegeleiding OPOZ/UNICOZ 3. € 30.929 Digi-taalhuis Bibliotheek Zoetermeer. Deze subsidie kan vanaf 2025 betaald worden uit het Rijksbudget voor volwasseneneducatie (WEB). 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c.
Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Het inleveren van de onderbesteding Speeltaalhuizen (maatregel 1) en het betalen van de subsidie voor het Digi-taalhuis uit het rijksbudget WEB (maatregel 3) hebben geen invloed op de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen. Het bezuinigen op de subsidie voor schoolbegeleiding (maatregel 2) doet af aan het behalen van het maatschappelijk effect ten aanzien van voorkomen schooluitval en inzet jeugdhulp. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Maatregel 1: Geen consequenties op korte termijn. Er is nog veel onduidelijkheid over de periode 2027 en verder. Per 2027 komt er een stelselwijziging kinderopvang. De effecten op de subsidie voor Speeltaalhuizen is nog niet bekend. Maatregel 2: Er kunnen minder psychologisch-didactische onderzoeken bij leerlingen uitgevoerd worden. Het kan nadelig effect hebben op het realiseren van beter passend onderwijs.
Het onderwijs krijgt echter zelf ook middelen van het rijk om deze onderzoeken uit te laten voeren. Maatregel 3: Geen consequenties op korte termijn. Wellicht ontstaat er op langere termijn een tekort aan middelen voor het verminderen van laaggeletterdheid. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Maatregel 1: Begroting aanpassen (technische aanpassing) Maatregel 2: Subsidie korten Maatregel 3: N.v.t.
56
6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Maatregel 1: Geen. Dit is een bezuinigingsvoorstel dat minder nadelig maatschappelijk effect heeft dan bezuinigen op andere onderwijssubsidies. Maatregel 2: raakt de doelstelling ‘we versterken de goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp’ (pagina 13 van het coalitieakkoord). We denken dat het effect van deze maatregel beperkt is. Maatregel 3: Voorgesteld niet meer met gemeentelijke middelen te financieren, vanwege alternatieve financieringsmogelijkheden vanuit het rijk. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? B. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
30.929
161.793
192.656
223.520
254.383
254.383
254.383
192.656
223.520
254.383
254.383
254.383
100.000
30.929
261.793
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Maatregel 1: Te realiseren vanaf 2026. Maatregel 2: Afhankelijk van de afbouwperiode voor het beëindigen van subsidies. In het financiële overzicht is uitgegaan van een afbouwperiode van 25% per jaar over 4 jaar. Maatregel 3: Te realiseren vanaf 2025. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Maatregel 1: Op korte termijn geen. Er is nog onduidelijkheid over 2027 en verder. Per 2027 komt er een stelselwijziging kinderopvang. De effecten op de subsidie voor Speeltaalhuizen is nog niet bekend. Maatregel 2: Tempo van afbouw is van belang om goede afspraken te maken met de partners die het uitvoeren. Maatregel 3: Minder ruimte om vanuit budget laaggeletterdheid andere activiteiten uit te voeren.
10. Wat is het plan van aanpak?
57
Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Maatregel 1: Op korte termijn geen. Er is nog onduidelijkheid over 2027 en verder. Per 2027 komt er een stelselwijziging kinderopvang. De effecten op de subsidie voor Speeltaalhuizen is nog niet bekend. Maatregel 2: Tempo van afbouw is van belang om goede afspraken te maken met de partners die het uitvoeren. Maatregel 3: Minder ruimte om vanuit budget laaggeletterdheid andere activiteiten uit te voeren.
58
1. Titel van de maatregel 318c. Besparing subsidies opvoed- en opgroeiondersteuning (jeugd) 2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De maatregel kenmerkt zich door het uitgangspunt dat het beschikbare budget voor preventieve ondersteuning op het gebied van opvoeden en opgroeien zo doelmatig en effectief mogelijk wordt ingezet. Bij de toekenning van de subsidies jeugd 2025 zijn de subsidieaanvragen scherper dan voorheen getoetst op hun doelmatigheid (de mate waarin zij zich richten op de belangrijkste zorgvragen in Zoetermeer) en hun effectiviteit. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren doorgezet waarbij bestaande activiteiten steeds meer plaats gaan maken voor bewezen effectieve interventies. Dit zijn interventies die op grote schaal zijn onderzocht en waarvan bekend is dat zij van positieve invloed zijn op bijvoorbeeld de opvoedvaardigheden van ouders of het sociaal-emotioneel welzijn van jeugdigen. Hierdoor wordt verwacht dat er het gebruik van specialistische jeugdhulp afneemt. Vanuit de hierboven geschetste ontwikkeling kunnen we 3 onderdelen onderscheiden waarbinnen besparing mogelijk is: A.
Het aandeel bewezen effectieve interventies opvoeden en opgroeien wordt vergroot ten koste van bestaande activiteiten en interventies (taakstelling bezuiniging: € 145.000) In 2025 wordt onderzocht of de effectiviteit van de volgende interventies voldoende is onderbouwd. Dit zijn interventies die nu in Zoetermeer beschikbaar zijn en die niet door een landelijk kennisinstituut als bewezen effectief of goed onderbouwd zijn erkend. - Preventie+ van Schoolformaat - Kind aan Huis van Humanitas - Strong Girls Young van Elance Academy - Maatjesproject en vakantiemaatjes van Jong Perspectief - Move On van GroUp Buurtwerk - Collectief trainingsaanbod binnen het onderwijs (diverse trainingen) van Schoolformaat Daar waar de onderbouwing van de effectiviteit onvoldoende is of daar waar er bewezen effectieve interventies zijn die zich richten op dezelfde doelgroep en zorgvraag, wordt de activiteit afgebouwd en de financiering gestopt. Taakstelling: Rekening houdend met het feit dat er middelen nodig zijn om te kunnen investeren in bewezen effectieve interventies, kan er met het doorzetten van deze ontwikkeling een bezuiniging van € 145.000 op de begroting jeugd preventie worden gerealiseerd vanaf 2026. B. Aanscherpen opdracht van de grotere organisaties met een breed palet aan activiteiten en interventies (taakstelling bezuiniging: € 50.000) Naast de onder 1.
Genoemde besparing, is er bij de 3 organisaties die de grootste hoeveelheid subsidie ontvangen potentieel voor meer doelmatigheid. Het gaat hierbij om de volgende subsidies: Jeugd Gezondheidszorg (JGZ) GroUp Buurtwerk Schoolformaat Jongeren Informatie Punt (JIP). Een besparing is te realiseren door het aanbrengen van scherpte en focus in de opdracht. Hierbij gaat het met name om aanscherping en focus in de afstemming met andere beleidsdomeinen zoals veiligheid, WMO en onderwijs. Taakstelling: Met deze ontwikkeling kan er een bezuiniging van € 50.000 op de begroting jeugd preventie worden gerealiseerd vanaf 2026. 59
C. Overig (bezuiniging: € 55.000) Er zijn hiernaast een aantal activiteiten waarop vanaf 2026, los van de bovengenoemde beweging, bezuinigd kan worden om deze onvoldoende relatie hebben met de belangrijkste zorgvragen. Het gaat hierbij om de volgende activiteiten: Mentortrajecten van Jong Perspectief (€ 26.500) Jongeren in Actie van het Jongeren Informatie Punt (JIP) (€ 2.550) Huttenbouwweek, jongerenactiviteiten en zomerkamp van YMCA (€ 8.772) Stadhuis van de Democratie (€ 17.178) Totale bezuiniging: € 55.000 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Het maatschappelijk effect waaraan de gemeente wil bijdragen met voorzieningen voor opvoed- en opgroeiondersteuning is dat jeugdigen kansrijker, veiliger en gezonder kunnen opgroeien in Zoetermeer. De voorzieningen die beschikbaar zijn zullen in de loop van de tijd steeds beter passen bij de zorgvraag van ouders en jeugdigen omdat we deze voorzieningen meer vraaggericht in plaats van aanbodgericht gaan organiseren.
Ouders en jeugdigen die gebruik maken van deze voorzieningen zullen in de loop van de tijd ook effectievere ondersteuning ontvangen. De verwachting hierbij is dat hierdoor het gebruik van specialistische jeugdhulp zal afnemen. Ten gevolge van de maatregel zullen bepaalde activiteiten geen doorgang meer vinden. Deze activiteiten hebben onvoldoende relatie tot de belangrijkste zorgvragen op gebied van opvoeden en opgroeien maar worden om andere redenen door inwoners wel als positief ervaren. De beweging naar eigen regie en kracht zal hierdoor voelbaar zijn. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? De consequenties voor inwoners worden onder 3 (bijdrage aan maatschappelijk effect) benoemd. De consequentie voor instellingen en bedrijven is dat van organisaties wordt verwacht dat zij in 2025 de effectiviteit van hun activiteiten aantonen door deze schriftelijk te onderbouwen. Daar waar deze activiteiten niet bewezen effectief of voldoende onderbouwd zijn, worden de activiteiten vanaf 2026 afgebouwd en vervangen door bewezen effectieve of goed onderbouwde interventies.
Voor organisaties en instellingen die willen bijdragen aan de onder 1 geschetste ontwikkeling is er de mogelijkheid om een subsidieaanvraag te doen voor het introduceren van een nieuwe, bewezen effectieve interventie die zich richt op één (of meerdere) van de belangrijke zorgvragen. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? De inhoudelijke ontwikkeling die is ingezet met de subsidieregeling 2025, de subsidieverstrekking voor 2025 en met deze maatregel moet gecontinueerd worden ten aanzien van de subsidieregeling 2026. Er moet een proces ingericht worden voor structurele afstemming op (mogelijke) juridische vraagstukken.
60
Om subsidieaanvragers te ondersteunen bij hun subsidieaanvraag 2026 moet een proces worden ingericht waarbij organisaties en instellingen op laagdrempelige en eenduidige wijze toegang hebben tot informatie over de vereisten, de fasering en de consequenties. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Niet van toepassing. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? C. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Bij de subsidieverstrekking voor 2026 kan de besparing van € 250.000 worden gerealiseerd. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Kansen: In het raadsbesluit hervorming specialistische jeugdhulp is opgenomen dat organisaties die de toegang tot jeugdhulp organiseren meer naar vrij-toegankelijke voorzieningen moeten verwijzen, in plaats van specialistische jeugdhulp. Het is daarom essentieel ervoor te zorgen dat er een groeiend aantal jeugdigen en hun ouders gebruik kunnen maken van doelmatige en effectieve opvoed- en opgroeivoorzieningen. Risico’s: Bestaande interventies kunnen niet afgebouwd worden, daar waar zij zich richten op belangrijke zorgvragen, voordat hier andere, effectievere interventies voor in de plaats zijn georganiseerd.