CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 202630.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026

Financieel ravijn: korting Gemeentefonds 2026

13 MAART 2025

Inleiding en leeswijzer In het voorjaar van 2024 is al met de raad gecommuniceerd over de eerste verkenning van het college over de mogelijke dekkingsmaatregelen. De Inventarisatienota bezuinigings- dekkingsmogelijkheden met een totaallijst oplopend tot € 75 mln. is uitgebracht en hierop aansluitend was er een tafeltjesavond voor de raad. Inmiddels heeft het college een modulair pakket van bezuinigingen opgesteld, zodat er keuzes tussen verschillende varianten kunnen worden gemaakt. Modulair houdt in dat keuzes kunnen worden gemaakt uit alle pakketten om tot een definitief pakket te komen. Er zijn drie bezuinigingspakketten opgesteld variërend van een minimum tot een maximumvariant. De voorgestelde bezuinigingspakketten en maatregelen zijn gecategoriseerd naar de volgende inhoudelijke domeinen: * € 1.000 Alternatieve Pakket 3 maatregelen

Categorie maatregel

Pakket 1

Pakket 2

Financieel technisch

12.790

16.740

20.440 -

Bedrijfsvoering/apparaatskosten

2.000

2.600

3.202 -

Verbonden partijen

1.500

1.500

1.500 -

Heffingen

480

830

1.180 -

Leges

243

264

305 -

Subsidies

746

746

1.155 -

Maatschappelijke voorzieningen

391

901

1.481 1.155

Dienstverlening

331

356

383 562

Openbare ruimte

276

950

1.541 207

Duurzaamheid

125

175

250 -

Veiligheid

0

0

0 500

Overige inkomsten

0

0

0 950

18.882

25.061

31.437 3.374

De voorstellen in deze nota zijn geclusterd per inhoudelijk domein en voorzien van een nummer dat overeenkomt met de nummering in de eerder uitgebrachte Inventarisatienota bezuinigingsdekkingsmogelijkheden. Sommige voorstellen in de voorliggende nota zijn een combinatie van meerdere mogelijkheden uit de oorspronkelijke inventarisatienota van vorig jaar. Dat komt ook tot uiting in het nummer. Verder zijn er aanvullend nog zes nieuwe maatregelen opgenomen: nummers 318 t/m 323.

2

Inhoud MAATREGELEN FINANCIEEL TECHNISCH ........................................................................................5 105. Vervangingsinvesteringen kapitaliseren.....................................................................................6 301. Dotatie algemene reserve .............................................................................................................9 302. Systematiek overheadtoerekening aan projecten ....................................................................11 310-315 Verlagen dotatie Fonds Zoetermeer 2040 ...........................................................................13 311. Verlagen prijsindex .....................................................................................................................15 317. Inzet surplus algemene reserve .................................................................................................17 113, 126, 127, 309, 310 Realistische investeringsplanning .............................................................19 MAATREGELEN BEDRIJFSVOERING/APPARAATSKOSTEN .........................................................21 234, 264, 293, 295 Verlagen personeelsgerelateerde kosten ..........................................................22 280.

Verlagen ICT.................................................................................................................................24 320. Verlaging inhuur (organisatiebreed)..........................................................................................26 321. Verlagen formatie met 1% van formatiebudget ........................................................................28 322. Ramingsystematiek personeelskostenbegroting (P max-1) ...................................................30 MAATREGELEN VERBONDEN PARTIJEN ........................................................................................32 5, 27, 157, 167 Verbonden partijen .....................................................................................................33 MAATREGELEN HEFFINGEN .............................................................................................................35 102a. Kostendekkendheid/afvalstoffenheffing .................................................................................36 102b. Kostendekkendheid rioolheffing .............................................................................................38 MAATREGELEN LEGES......................................................................................................................41 202a.

Kostendekkendheid leges omgevingsvergunningen ............................................................42 202b. Kostendekkendheid leges huwelijken en scans ....................................................................45 202c. Kostendekkendheid overige leges ..........................................................................................48 MAATREGELEN SUBSIDIES ..............................................................................................................51 318a. Besparing subsidies Sociaal Domein – preventie & sociale cohesie (Wmo en Welzijn)....52 318b. Besparing subsidies Onderwijs ...............................................................................................56 318c. Besparing subsidies opvoed- en opgroeiondersteuning (jeugd) .........................................59 318d. Besparing subsidies culturele basisinstellingen ...................................................................63 MAATREGELEN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN.............................................................66 31-36. Bijzondere bijstand / 39. Kwijtschelding ................................................................................67

3

43/44. Effectiever inrichten individuele voorzieningen (Wmo/HH) .................................................70 47. Vrijwilligerswaardering .................................................................................................................73 51/52. Toegankelijkheidsraad .............................................................................................................75 53. Mantelzorgwaardering ..................................................................................................................78 118. Zwemvergoeding .........................................................................................................................81 120, 222, 124 Sportbeleid/evenementen ............................................................................................84 141. Percentageregeling Beeldende Kunst in de openbare Ruimte ...............................................87 147-151. Stadsboerderijen, wijk en schooltuinen verminderen ......................................................90 MAATREGELEN DIENSTVERLENING................................................................................................93 1 en 3.

Economie, werkbudget en capaciteit ....................................................................................94 115/116 Terugdraaien huurverlaging Vastgoed................................................................................97 174 en 192 Dienstverlening publieksbalies.......................................................................................99 179. Verkiezingen ..............................................................................................................................101 237. Citymarketing.............................................................................................................................103 MAATREGELEN OPENBARE RUIMTE.............................................................................................105 81a. Zwerfvuilruimen beperken, exclusief winkelcentra (niveau C) .............................................106 81b. Versoberen beheer openbare ruimte.......................................................................................108 84a. Beperken herstelwerkzaamheden openbare ruimte (Service uren) .....................................110 84b. Verlagen budget tijdelijke kwaliteitsimpuls ............................................................................112 97.

Stoppen met het organiseren van adoptiegroen ......................................................................114 98. Beperken van het nemen van verkeersmaatregelen ................................................................116 99. Fietsenstallingen .........................................................................................................................118 100. Opheffen bezoekersregeling ....................................................................................................121 208. Schrappen budget Landschapstafel (buitengebieden)..........................................................123 209. Stoppen samenwerkingsverband Onderhoud Bentwoud .....................................................126 MAATREGELEN DUURZAAMHEID ..................................................................................................129 76. Verlagen Werkbudget energietransitie ......................................................................................130 78. Groenprojecten ............................................................................................................................133 MAATREGELEN VEILIGHEID ...........................................................................................................135 165.

Handhaving ................................................................................................................................136 323. Ondermijning/radicalisering (extremisme als gevolg van maatschappelijk ongenoegen) 139 MAATREGELEN OVERIGE INKOMSTEN .........................................................................................142 304/305. Verhogen OZB met 2,5% ....................................................................................................143 307. Hondenbelasting .......................................................................................................................145 4

MAATREGELEN FINANCIEEL TECHNISCH

5

1. Titel van de maatregel 105. Vervangingsinvesteringen kapitaliseren

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Het is een technische maatregel die conform het BBV (artikel 59) verplicht is. Het is geen bezuiniging, (de investeringskosten en cash-flows wijzigen niet) maar het is een andere wijze van het toerekenen van de lasten in de tijd. De lasten van de vervangingsinvesteringen worden vanaf 2026 verdeeld over de gebruiksduur van de investering in plaats van deze in één keer ten laste van het jaar van aanschaf/realisatie wordt gebracht. Het huidige beleid is dat alle investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd, maar in de praktijk is dit nog niet geëffectueerd. Met deze maatregel worden alle vervangingen geactiveerd en uitvoering gegeven aan het vastgestelde beleid. Door het activeren van investeringen zijn er geen lasten in de begroting in jaar van realisatie/verkrijging. In de jaren daarna wordt gedurende de gebruiksduur van de investering een gelijk deel van de kosten in de begroting opgenomen. Bij jaarlijkse investeringen neem de jaarlijkse last ieder jaar toe totdat alle vervangingscyclussen eenmaal zijn doorlopen, dan wordt het lastenniveau stabiel bij gelijkblijvende activa (ideaal complex). 3.

Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Niet van toepassing. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Er zijn geen externe partijen benodigd en er zijn geen consequenties voor betrokkenen. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel?  Vast stellen afschrijvingstermijnen nieuw te activeren investeringen in:  Nota waarderen, activeren en afschrijven vaste activa 2024 of  Programmabegroting 2026-2029  Inrichten/omzetten financiële administratie.  De lastendruk op de begroting voor alle afschrijvingslasten van investeringen met maatschappelijk nut zal in de tijd oplopen.

 Uitbreiding personeel, wijziging nodig van de personeelsformatie en systemen. 6

6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Deze maatregel geeft een aantal jaren ruimte in de begroting waardoor er ruimte lijkt vrij te komen om de ambities te kunnen realiseren. Het is nodig om zicht op de lange termijn te krijgen en te behouden om een lange termijn begroting op te stellen om ook de ontwikkelingen van 2040 in beeld te krijgen. Ook dient er te overwogen worden of er reserves/of voorzieningen moeten worden aangelegd voor uitbreiding/wijziging van areaal door opleveringen van ontwikkelingen in het openbaar gebied. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel in € mln.: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar vervangingsbudget tlv exploitatie Structurele afschrijvingslasten Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

0

7,2

7,4

7,5

7,6

9,5

9,5

0 0 0

0 0 0 1,0 6,2

-0,2 0 0 1,0 6,2

-0,4 0 0 1,0 6,1

-0,7 0 0 1,0 5,9

-0,9

-1,2

0 0 1,0 7,6

0 0 1,0 7,3

0

In de cijfers in de bovenstaande tabel is geen rekening gehouden met de financiële vertaling van de witte vlekken die in de NOOR 2023-2026 zijn vastgesteld. Hiervoor is € 1 mln. voorziene kosten opgenomen. 8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Idealiter is om deze maatregels direct in de PB 2026-2029 te verwerken. Dit vraagt tijdelijk extra capaciteit. Het kan niet naast de lopende werkzaamheden worden uitgevoerd. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Kans: Tijdelijk lagere lastendruk in de begroting. Risico Tijdelijk dubbele lasten bij eventueel optredende toekomstige kapitaalvernietiging.

7

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Verwerking in de Programbegroting 2026-2029 en aanpassing van systemen.

8

1. Titel van de maatregel 301. Dotatie algemene reserve

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Bij het raadsvoorstel ‘Verkleining, Renovatie en Verduurzaming Stadhuis’ (2014-000060) is besloten om gedurende 35 jaar € 0,29 mln. toe te voegen aan de Vrij inzetbare reserve. Het voorstel is hiermee te stoppen, omdat de hoogte van deze reserve voldoende is. Hierdoor houden we dit bedrag over in de begroting. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) Deze maatregel heeft geen direct maatschappelijk effect. Door effectuering van deze maatregel verbetert het begrotingssaldo. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Bij deze maatregel zijn geen externe partijen betrokken.

5. Impact op de eigen organisatie Deze maatregel heeft geen effect op de organisatie. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Niet van toepassing. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

290.000

9

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Er is geen invoeringstijd. Er zijn geen transactie- of frictiekosten.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Er zijn geen risico’s. De Vrij inzetbare reserve wordt relatief gezien iets minder hoog maar deze is van voldoende omvang om gemeentelijke risico's te kunnen opvangen.

10. Wat is het plan van aanpak? Er is geen plan van aanpak nodig voor deze maatregel.

10

1. Titel van de maatregel 302. Systematiek overheadtoerekening aan projecten

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Voorgesteld wordt om de overheadkosten op een andere manier te verdelen. In het kort komt het erop neer dat we overstappen naar een methode waarbij overheadkosten worden verdeeld via een vaste opslag op productieve uren en naar een integrale kostprijs. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) Er zijn geen directe maatschappelijke effecten.

4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Er zijn geen andere partijen nodig.

5. Impact op de eigen organisatie Geen. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Geen/beperkt effect als de maatregel is gerealiseerd. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? Door deze maatregel worden meer lasten toegerekend aan projecten. Projecten worden daardoor duurder. Bij projecten die worden geactiveerd of toegerekend aan een grondexploitatie heeft dat een structureel positief effect op de exploitatie. De afschrijvingslasten worden in de toekomst hoger. Er is meer tijd nodig voor de berekeningen. Een grove schatting is een structurele meeropbrengst van € 1.000.000. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten * € 1.000 Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000 11

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? De maatregel kan met ingang van 2026 worden ingevoerd.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Het is een wijziging waarbij een berekeningssystematiek wordt aangepast. De wijziging moet zorgvuldig plaatsvinden en de berekeningen vragen veel tijd. Daarna vraagt ook het besluitvormingsproces tijd. Het is van toepassing op veel projecten en afdelingen.

10. Wat is het plan van aanpak? De planning is om de berekeningen in het tweede kwartaal af te ronden.

12

1. Titel van de maatregel 310-315 Verlagen dotatie Fonds Zoetermeer 2040

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? De komende jaren groeit het aantal woningen. Dat leidt tot hogere OZB-inkomsten en tot een hogere algemene uitkering die is ingeschat op € 1.500 per woning. In de huidige werkwijze wordt 50% van de extra inkomsten gereserveerd op een post op OAD voor mogelijke meerkosten voor voorzieningen bij een groeiend aantal inwoners en 50% wordt gestort in het fonds Zoetermeer 2040 voor kosten die rechtstreeks voorvloeien uit de uitbreiding van het aantal woningen, zoals extra onderhoudskosten in het openbaar gebied.. Bekeken kan worden of het onderhoudsniveau van het openbaar gebied verlaagd kan worden en daarmee eventueel ook de storting in de reserve. Overigens is de hogere algemene uitkering zeer onzeker, aangezien heel veel gemeenten woningen bouwen en er in dat geval geen extra middelen naar Zoetermeer komen. Dan is de enige extra opbrengst de OZB. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) Deze maatregel heeft geen direct maatschappelijk effect.

Door effectuering van deze maatregel verbetert het begrotingssaldo. Het onderhoudsniveau moet naar beneden. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Bij deze maatregel zijn geen externe partijen betrokken.

5. Impact op de eigen organisatie Deze maatregel heeft geen effect op de organisatie. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Gemeentelijke doelstellingen, coalitieakkoord en worden niet beïnvloed door deze maatregel. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten?

13

Als de maatregel technisch wordt opgepakt door de storting te verlagen is de opbrengst structureel € 500.000. Dat heeft wel op langere termijn wel gevolgen voor de middelen die voor de stadsontwikkeling beschikbaar zijn in het Fonds. De huidig geraamde stortingen zijn: 2025 € 1.034.900 2026 € 1.412.675 2027 € 2.334.875 2028 € 2.598.425 2029 € 3.028.625 In 2025 en 2026 komt de dekking voor de extra impuls openbare ruimte (collegeprogramma) € 1.500.000 uit Fonds Zoetermeer 2040. Bovendien is een deel vanuit 2023 geherfaseerd naar 2025. Tegenover de stortingen staan jaarlijkse uitgavenramingen voor onderhoud openbaar gebied in de nieuwe woonwijken van € 235.000. Gezien de omvang van de stortingen ligt een oplopende reeks voor de hand. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

500.000

500.000

500.000

500.000

2028

2029

2030

2031 e.v.

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Er is geen invoeringstijd. Er zijn geen transactie- of frictiekosten.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Het Fonds Zoetermeer 2040 wordt minder gevoed vanuit de extra opbrengsten. Op het moment dat er meer middelen nodig zijn dan beschikbaar in het Fonds zal alternatieve dekking moeten worden gevonden. De woningbouwontwikkeling verkeert in verschillende fasen van planvorming tot realisatie. Daardoor zijn de financiële gevolgen lastig in te schatten.

10. Wat is het plan van aanpak? Er is geen plan van aanpak nodig voor deze maatregel. Invoering kan met ingang van begrotingsjaar 2026.

14

1. Titel van de maatregel

311. Verlagen prijsindex

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? In de huidige meerjarenraming is op het overzicht algemene dekkingsmiddelen (OAD) op basis van de meest recente prognoses van het CPB rekening gehouden met een cumulatieve prijsindex van 2,2% (IMOC). Overwogen kan worden om bij het opstellen van de begroting 2026 een deel van deze prijscompensatie niet te verdelen naar de afdelingsbudgetten. Een verlaging van 0,25% levert organisatiebreed een bedrag van € 0,5 miljoen op. Een alternatieve variant is om bijvoorbeeld met 0,5% te verlagen en de helft hiervan te reserveren voor eventuele knelpunten die hierdoor ontstaan. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? De impact van deze financieel technische maatregel is in eerste instantie beperkt.

Wel bestaat het risico dat op specifieke budgetten financiële knelpunten ontstaan. Tevens kan er een cumulatie met inhoudelijke maatregelen ontstaan. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? De impact van deze financieel technische maatregel is in eerste instantie beperkt. Wel bestaat het risico dat op specifieke budgetten financiële knelpunten ontstaan. Tevens kan er een cumulatie met inhoudelijke maatregelen ontstaan. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? De impact van deze financieel technische maatregel is in eerste instantie beperkt. Wel bestaat het risico dat op specifieke budgetten financiële knelpunten ontstaan. Tevens kan er een cumulatie met inhoudelijke maatregelen ontstaan. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040?

15

De impact van deze financieel technische maatregel is in eerste instantie beperkt. Wel bestaat het risico dat op specifieke budgetten financiële knelpunten ontstaan. Tevens kan er een cumulatie met inhoudelijke maatregelen ontstaan. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Bij het opstellen van de begroting 2026 kan deze maatregel worden verwerkt.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? De impact van deze financieel technische maatregel is in eerste instantie beperkt. Wel bestaat het risico dat op specifieke budgetten financiële knelpunten ontstaan. Tevens kan er een cumulatie met inhoudelijke maatregelen ontstaan.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Bij het opstellen van de begroting 2026 kan deze maatregel worden verwerkt. Onderzocht zal worden of op alle plaatsen in de begroting een algemene prijscompensatie noodzakelijk is. De prijscompensatie zal in eerste instantie op een centrale stelpost blijven staan en alleen op basis van een nadere onderbouwing toe worden gekend bij de tussenberichten.

16

1. Titel van de maatregel 317. Inzet surplus algemene reserve

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Deze maatregel behelst het onttrekken van een bedrag aan de algemene reserve. Op 21 november 2023 is in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) ten behoeve van de controle van de begrotingen van gemeenten door de provincies de volgende nieuwe regel afgesproken: Van het vrij besteedbare deel (surplus) van de algemene reserve kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) De maatregel heeft geen maatschappelijk effect.

4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Niet van toepassing.

5. Impact op de eigen organisatie Deze maatregel heeft geen impact op de organisatie. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities De maatregel heeft geen effect op het beleid en de ambities. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten?

17

A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. De besparing is structureel. Met de besparing worden werkzaamheden versoberd. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel * € 1.000 Jaar Besparingen/kosten Structurele besparing per jaar: Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten

2025

2026

2027

2028

2029

10.000

PM

PM

PM

10.000

PM

PM

PM

2030

2031 e.v.

Investeringen/kosten Saldo besparing

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Niet van toepassing.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Het is mogelijk om in de komende jaren een bedrag van ong. € 10 mln. te onttrekken aan de algemene reserve, waarmee volgens de spelregels van de toezichthouder structurele lasten kunnen worden gedekt. Door jaarlijks tekorten af te dekken uit de reserve zal de gemeente eerder nieuwe leningen aan moeten trekken, hetgeen van invloed is op de lasten en baten op het product Treasury. Ook daalt hiermee jaarlijks de solvabiliteit, waardoor zodra de grens van 20% bereikt is deze dekkingsmogelijkheid vervalt en alsnog een andere structurele dekking zal moeten gevonden. Het is dus aan te raden om hier verstandig en voorzichtig mee om te gaan!

10. Wat is het plan van aanpak? Deze maatregel kan worden verwerkt in de Programmabegroting 2026.

18

1. Titel van de maatregel 113, 126, 127, 309, 310 Realistische investeringsplanning

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Een realistische investeringsplanning met bijbehorende kapitaal- en exploitatielasten ten aanzien van Nieuwbouw Poppodium de Boerderij, Investeringsagenda Sport, Onderwijshuisvesting, Vervangingsinvesteringen (o.a. ICT) en Investeringen m.b.t. de ‘Schaalsprong’. Voor de komende jaren staat een ambitieus investeringsprogramma gepland. Het college blijft daarbij volop inzetten op de verschillende ontwikkelingen en tegelijkertijd leert de ervaring dat niet alle projecten conform de planning kunnen worden gerealiseerd. Door realistischer te plannen kunnen de in de begroting opgenomen kapitaallasten, rentelasten en exploitatielasten voor een deel worden doorgeschoven, waardoor in ieder geval voor 2026 een aanzienlijke besparing kan worden gerealiseerd. Voor de komende jaren kan worden overwogen om een investeringsplafond in te stellen op basis van de historische realisatie van de afgelopen jaren en hierbinnen de verschillende projecten te herprioriteren en/of in de tijd uit te zetten. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b.

Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Deze maatregel heeft geen maatschappelijke effecten, maar behelst het realistischer in de tijd uitzetten van de investeringen. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Er zijn geen effecten voor inwoners, instellingen en bedrijven. We zullen mogelijk verwachtingen moeten worden bijgesteld en eerder genomen (raads-)besluiten met betrekking tot toegekende (investerings-)budgetten geactualiseerd. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? In de P&C cyclus zal expliciet aandacht worden besteed aan de voortgang van de investeringsplanning. 6.

Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? 19

Er geen effecten voor inwoners, instellingen en bedrijven. We zullen mogelijk verwachtingen moeten worden bijgesteld en eerder genomen (raads-)besluiten met betrekking tot de planning van toegekende investeringsbudgetten geactualiseerd. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten * € 1.000 Poppodium Boerderij Reservering Schaalsprong Investeringsagenda Sport Rentelasten/baten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

450 500 500 500

PM PM PM PM

PM PM PM PM

PM PM PM PM

PM PM PM PM

PM PM PM PM

1.950

PM

PM

PM

PM

PM

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Niet van toepassing voor 2026. Voor de jaren 2027 en verder zal een actualisatie van de investeringsplanning moeten plaatsvinden. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Op moment heeft de gemeente Zoetermeer tijdelijke overliquiditeit. Dit betekent dat er vooralsnog geen nieuwe leningen hoeven worden afgesloten en er rentebaten worden ontvangen vanuit het schatkistbankieren of door geld tijdelijk uit te lenen aan andere gemeenten. De Europese Centrale Bank heeft in de afgelopen periode de rente met 1,5% verlaagd, terwijl de verwachting is dat er nog enkele verlagingen zullen volgen. Dit betekent dat er een risico bestaat dat de in de begroting opgenomen rentebaten lager zullen uitvallen. Om deze reden worden deze rentebaten in het optimistische scenario (pakket 1) lager ingeschat.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Bij de Perspectiefnota 2026/Programmabegroting 2026 zal een aangepaste investeringsplanning worden opgenomen.

20

MAATREGELEN BEDRIJFSVOERING/ APPARAATSKOSTEN

21

1. Titel van de maatregel 234, 264, 293, 295 Verlagen personeelsgerelateerde kosten

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? Het gaat hier om het verlagen van personeelsgerelateerde kosten. Er kan gekozen worden om specifieke maatregelen te benoemen, zoals het afschaffen of versoberen van de activiteiten van de Cultuurgids (nieuwjaarsbijeenkomst/gouden giraf), fruit op de werkvloer, versoberen van de catering, verminderen abonnementen en repro, verlagen opleidingskosten en representatie. Een andere mogelijkheid is om alle personeelsgerelateerde budgetten op programma overhead te verlagen met 5%. Het is een keuze aan het MT Zoetermeer welke voorstellen er gedaan worden. Als er andere onderwerpen zijn die bezuinigd kunnen worden, dan kan dat ook in de keuze meegenomen worden. Mogelijkheden bezuiniging Kwart budget Cultuurgids eraf Fruit op de werkvloer Catering versoberen (Online) abonnementen / reprografie Opleidingen 5% Representatie 5%

26.250 35.000 15.000 30.000 96.391 12.580 215.222

3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Deze maatregelen hebben hierop geen impact. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Geen consequenties voor deze maatregelen, omdat deze betrekking hebben op het personeel. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Voor het personeel hebben deze maatregelen wel effect. Het afschaffen of versoberen van de nieuwjaarsbijeenkomst leidt tot minder verbinding tussen collega’s en met de bestuurders. Risico dat dit een nadelig effect heeft op de saamhorigheid en het werkplezier.

22

Bij het versoberen van de catering worden de luxere lunches afgeschaft, alleen nog catering van onze contractpartner en de luxe koffie in het vergadercentrum afschaffen. Bij de abonnementen het gebruik optimaliseren en opzeggen waar kan. Voor de reprografie kan een besparing gevonden worden in het verminderen van de multifunctionele printers en het verminderen van schriftelijke mailings. Van het totale budget van opleidingen en representatie op programma Overhead wordt 5% ingeleverd. Er moeten keuzes gemaakt worden in de te laten volgen opleidingen. En er kan (iets) minder uitgegeven worden aan representatie en afdelingsuitjes en -attenties. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Niet van toepassing. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

215.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Voor de meeste maatregelen niet. Als er gekozen wordt voor het verminderen van de multifunctionele printers, dan moet naar het contract gekeken worden. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? De saamhorigheid, het werkplezier en bevlogenheid van het personeel kan verminderen. De onzekerheid is of de bezuinigingen op catering, abonnementen en repro gehaald kunnen worden. Je hebt hier alle afdelingen voor nodig. Zie ook punt 5 en 8. 10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Als er een keuze is gemaakt kunnen de budgetten in de begroting 2026 worden aangepast. 23

1. Titel van de maatregel 280. Verlagen ICT

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De besparing zit in het snijden in het applicatielandschap. Door bijvoorbeeld te stoppen met overlappende en ‘nice to have’ applicaties, kunnen we niet alleen kosten verlagen, maar ook de efficiëntie en effectiviteit van onze ICT-diensten verbeteren. Dit betekent dat we ons zullen richten op kernapplicaties die noodzakelijk zijn voor onze bedrijfsvoering en de dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Naar verwachting niet. 4.

Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Naar verwachting niet, gezien het gaat om applicaties die niet hoogst noodzakelijk zijn. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Door te snijden in applicaties zullen er ‘alternatieven’ gezocht moeten worden. Voor sommige applicaties is dit goed te organiseren en voor andere is dit ingewikkelder. Dit zou overigens ook tot kosten kunnen leiden. Sommige applicaties hoeven wellicht niet vervangen te worden. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B.

Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: 24

Jaar Besparingen/kosten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

Structurele besparing per jaar: - I&A 71.000 96.000 96.000 96.000 96.000 96.000 - Concern* 166.000 141.000 141.000 141.000 141.000 141.000 Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing 237.000 237.000 237.000 237.000 237.000 237.000 *De te bezuinigen kosten zijn indicatief waarbij uitgegaan is van de spend. Het zou kunnen dat de spend niet overeenkomst met het daadwerkelijke budget waardoor de bezuiniging lager of hoger uit kan vallen. * De inventarisatie met applicaties moet door het MT-Zoetermeer bekrachtigd worden gezien het eigenaarschap van applicaties bij de vakafdelingen is belegd. 8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? -

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? De kansen zijn dat we een rationaliseringsslag bereiken op het applicatielandschap. Dit kan leiden tot een efficiëntere inzet van middelen en een betere interoperabiliteit tussen verschillende systemen. Risico’s kunnen bestaan uit weerstand binnen de organisatie, mogelijke verstoringen tijdens de overgangsperiode en onvoorziene kosten die kunnen ontstaan door de implementatie van alternatieven. Voor deze bezuinigingsmaatregel is gepoogd om enkel applicaties aan te dragen waarbij het alternatief inclusief implementatie niet de huidige kosten overstijgt. Dit is gebaseerd op een inschatting. 10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? -

25

1. Titel van de maatregel

320. Verlaging inhuur (organisatiebreed)

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? In de totale begroting zit naast de toegestane personeelsformatie een bedrag van ongeveer € 5 mln. voor externe inhuur. Indien hiervan 5% wordt bezuinigd, levert dit € 0,25 mln. op. Dit betekent minder budget voor inhuur van specialistische kennis, piekbelasting, ziektevervanging. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Met name bij uitvoerende afdelingen kan het noodzakelijk zijn om in te huren in het geval van ziekteverzuim of incidenten. Dit zou direct de dienstverlening kunnen raken of leiden tot overschrijdingen op het budget. Hierdoor ontstaat minder ruimte voor tijdelijke vervanging door externe inhuur bij ziekte, vacatures en piekbelasting. 4.

Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Met name bij uitvoerende afdelingen kan het noodzakelijk zijn om in te huren in het geval van ziekteverzuim of incidenten. Dit kan direct de dienstverlening raken of leiden tot overschrijdingen op het budget. Hierdoor ontstaat minder ruimte voor tijdelijke vervanging door externe inhuur bij ziekte, vacatures en piekbelasting. 5. Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Met name bij uitvoerende afdelingen kan het noodzakelijk zijn om in te huren in het geval van ziekteverzuim of incidenten. Dit kan direct de dienstverlening raken of leiden tot overschrijdingen op het budget. Hierdoor ontstaat minder ruimte voor tijdelijke vervanging door externe inhuur bij ziekte, vacatures en piekbelasting. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? Niet van toepassing.

26

7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten? A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten

2025

Structurele besparing per jaar Incidentele besparing per jaar Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Kan per 2026 worden ingevoerd.

9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Met name bij uitvoerende afdelingen kan het noodzakelijk zijn om in te huren in het geval van ziekteverzuim of incidenten. Dit zou direct de dienstverlening kunnen raken of leiden tot overschrijdingen op het budget. Hierdoor ontstaat minder ruimte voor tijdelijke vervanging door externe inhuur bij ziekte, vacatures en piekbelasting.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? Verlagen inhuurbudget.

27

1. Titel van de maatregel 321. Verlagen formatie met 1% van formatiebudget

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De bezuiniging wordt door gerealiseerd door het verlagen van de inzet op ondersteuning en advies. Minder flexibele inzet van personeel. Met bijvoorbeeld beperktere openingstijden van het publieksplein tot gevolg. Het omvat 1% van formatiebudget en bedraagt circa € 1,0 mln. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Voor meeste afdelingen weinig tot geen effect. Voor communicatie wordt intensiteit communicatie met inwoners verlaagd. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Zie 3. 5.

Impact op de eigen organisatie Welke veranderingen in de organisatie zijn nodig om de maatregel te realiseren? Welke processen veranderen? Wat verandert er voor personeel? Minder flexibiliteit en dit uit zich bijvoorbeeld in minder inzet op niet reguliere kantoortijden, lagere frequente van bepaalde onderzoeken. 6. Informatie over het effect op beleid en ambities Welk effect heeft de ombuiging op het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Raakt de ombuiging het coalitieakkoord of de visie Zoetermeer 2040? De maatregel heeft geen impact op het coalitieakkoord en of Zoetermeer 2040. 7. Financieel effect van de maatregel Informatie over de opbrengst: wat levert de ombuiging op voor de meerjarenbegroting? Is dat effect incidenteel of structureel? En zijn er initiële investeringen nodig, transitiekosten of frictiekosten?

28

A. Welke structurele besparing levert deze maatregel op? Graag een korte onderbouwing. Hoog over levert 1% formatiereductie een theoretische besparing op van € 1,2 mln. Echter er zijn afdelingen zoals Afvalinzameling waar de formatie volledig in de leges is verwerkt en het dus het per saldo niets oplevert. Derhalve is het lastig de besparing evenredig over de afdelingen te verdelen. We gaan derhalve uit van drie scenario’s. Een verwaarloosbare bezuiniging afgerond naar 0. Een midden variant en een bijna volledige variant. B. Indien mogelijk, vragen we je de besparing uit te werken in onderstaande tabel: Jaar Besparingen/kosten * € 1.000 Structurele besparing per jaar: scenario 1 Structurele besparing per jaar: scenario 2 Structurele besparing per jaar: scenario 3 Extra inkomsten Investeringen/kosten Saldo besparing

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031 e.v.

0 500 1.000

0 500 1.000

0 500 1.000

0 500 1.000

0 500 1.000

0 500 1.000

8. Frictie Informatie over de tijd: vanaf welk moment is de ombuiging te realiseren en het financiële effect in te boeken? En is er voorbereidingstijd nodig, bijvoorbeeld omdat er een overeenkomst aan ten grondslag ligt? Wat is de benodigde invoeringstijd voor de maatregel? Zijn er investerings- of frictiekosten? Meeste afdelingen is er geen tijd nodig. Sommige afdelingen hebben te maken met contracten waaruit de bespring moet komen en dienen voor 1 juli te weten of de bezuiniging doorgaat, anders looptijd van een jaar. 9. Wat zijn de kansen en risico’s? Informatie over de haalbaarheid: zijn er risico’s, onzekerheden of randvoorwaarden voor de implementatie? Hoe complex is de ombuiging? Welke kansen en risico’s brengt deze maatregel met zich mee? Het risico bestaat dat er een verschil is tussen theorie en praktijk. Veronderstelde efficiencywinsten doen zich niet voor of worden in de waan van de dag (verschuiving van prioriteiten gedurende het jaar) door andere inefficiency’s vervangen.

10. Wat is het plan van aanpak? Hoe ziet het doorvoeren van de maatregel er concreet uit? Wat is de planning? Wat zijn de randvoorwaarden om risico’s te omarmen en kansen te benutten? -

29

1. Titel van de maatregel 322. Ramingsystematiek personeelskostenbegroting (P max-1)

2. Omschrijving van de maatregel Een beknopte toelichting: waar gaat deze ombuiging over? Wat doen we bij deze ombuiging anders, meer of niet meer? Wat kenmerkt deze maatregel? Wat gaat veranderen? Waar zit de besparing? De personeelsbudgetten van de gemeente zijn gebaseerd op het maximum van de functionele loonschaal op basis van de toegestane formatie. Daarnaast is een structureel bedrag van € 1 mln. opgenomen voor prijsverschillen. Indien de personeelsbudgetten voor de hele gemeente Zoetermeer worden bepaald op basis van 1 trede onder het maximum van de schaal, leidt dit tot een structurele verlaging van de geraamde lasten van circa € 3 mln. (2,5 % van het totale personeelsbudget). Dit bedrag is gebaseerd op de financiële vertaling van de formatie per 1 januari 2025. Gevolg van de verlaging van het personeelsbudget is dat er minder financiële ruimte is voor de (hogere) inschaling van medewerkers in uitloopschalen of toelages, danwel bestaande vacatureruimte niet of pas later kan worden ingevuld. Dit kan gevolgen hebben voor de realisatie van de ambities. De impact van de maatregel voor de organisatieonderdelen is mogelijk beperkt, indien sprake is van zogenaamd vacaturevoordeel. Dit vacaturevoordeel ontstaat bijvoorbeeld door het niet of pas later kunnen vervullen van vacatures als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt.

Ook het lager inschalen van medewerkers bij aanstelling kan de gevolgen van deze maatregelen beperken. 3. Impact op het maatschappelijk effect Informatie over het maatschappelijk effect: a. Welk effect heeft de ombuiging op het voorzieningenniveau in Zoetermeer? b. Welk effect heeft de ombuiging op inwoners, bedrijven en instellingen? c. Welk effect heeft de ombuiging op specifieke doelgroepen (naar aanleiding van motie) In welke mate draagt de maatregel bij of doet de maatregel af aan de maatschappelijke effecten waar de gemeente aan wil bijdragen? Deze maatregel heeft geen maatschappelijk effect. 4. Impact op inwoners, instellingen en bedrijven Informatie over de betrokken partijen: welke partijen zijn nodig om de ombuiging te kunnen realiseren? Wat zijn de consequenties voor inwoners, instellingen en bedrijven van deze maatregel? Wat is incidenteel en wat is structureel? Deze maatregel heeft geen directe impact op inwoners, instellingen en bedrijven. Indirect kan het stringent toepassen van deze maatregel er op den duur toe leiden dat de gemeente minder goed in staat is om kwalitatief hoogwaardig personeel aan te trekken en of vast te houden. Wat tot uiting kan komen in een lagere servicegraad of de kans op fouten in de dienstverlening vergroot. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=0d64408e-26b9-4710-b52d-45fd91dcb4fd